De beoordeling van projecten op milieu- en sociale aspecten ten behoeve van exportkredietverzekeringen en investeringsverzekeringen namens de Staat

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De beoordeling van projecten op milieu- en sociale aspecten ten behoeve van exportkredietverzekeringen en investeringsverzekeringen namens de Staat"

Transcriptie

1 Beleidsdocument: De beoordeling van projecten op milieu- en sociale aspecten ten behoeve van exportkredietverzekeringen en investeringsverzekeringen namens de Staat Pagina 1 van 24

2 1 Aanleiding wijzigingen Herziening Common Approaches Leeswijzer Recent zijn in OESO-verband (Working Party on Export Credits and Credit Guarantees, ECG) de richtlijnen voor de milieu- en sociale beoordeling voor exportkredieten ( Common Approaches ) herzien. De wijziging van deze internationale richtlijnen heeft als gevolg dat de procesbeschrijving voor de milieuen sociale beoordeling door Atradius Dutch State Business (DSB), zoals beschreven in 2009, op een aantal punten niet meer overeenkomt met de herziene Common Approaches. Daarnaast zijn ook andere relevante internationale beleidskaders en afspraken herzien, en is ook het nationale beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) de afgelopen jaren aangepast, zowel voor de publieke als private sector. Op veel van deze aanpassingen uit het internationaal beleid was al in het Nederlands beleid geanticipeerd. In de volgende paragrafen wordt een korte beschrijving gegeven van internationale en nationale beleidsontwikkelingen, relevant voor de exportkredietverzekeringsfaciliteit (EKV) van de staat. Tevens wordt kort ingegaan op de verantwoordelijkheden in het beleid en de uitvoering. Pagina 2 van 24

3 2 Herziening internationaal beleid en afspraken 2.1 OESO Common Approaches OESO Common Approaches 2012 Verruiming projectdefinitie Wereldbank standaarden Monitoring Sociale aspecten Mensenrechten Broeikasgasemissies NCP Relevantie Op 28 juni 2012 zijn de herziene Common Approaches for Officially Supported Export Credits and Environmental and Social Due Diligence ( Common Approaches ) aangenomen door de OESO ministerraad. Twee maanden eerder hadden alle deelnemende lidstaten reeds ingestemd met de tekst. De interpretatie van het woord project is verruimd, waardoor de richtlijnen naast aanvragen voor nieuwe projecten ook van toepassing zijn op aanvragen voor bestaande projecten, indien er sprake is van een significante wijziging in het project. Ook wordt er verwezen naar beoordeling van aan het project verbonden faciliteiten. Indien van toepassing, dienen lidstaten de milieu- en sociale effecten van aan het project verbonden faciliteiten mee te nemen in de beoordeling. Het beoordelingskader is afgestemd op het gebruik van de standaarden van de Wereldbankgroep. De IFC Prestatie Standaarden 2012 zijn opgenomen. Tevens zijn de standaarden uitgebreid met toetsing van projecten aan de hand van de Environmental Health en Safety (EHS) (sector) richtlijnen van de Wereldbank. Wanneer lidstaten besluiten om in de polis milieu- of sociale voorwaarden op te nemen, bijvoorbeeld mitigerende maatregelen, dan dienen zij te monitoren of aan deze voorwaarden voldaan is. Daarnaast hebben de lidstaten zich eraan gecommitteerd dat zij voor alle categorie A-projecten, waar het projectfinanciering betreft, het project te zullen monitoren. In de huidige richtlijnen zijn, in vergelijking met eerdere versies, de sociale aspecten van de mvo beoordeling meer uitgewerkt. Sociale aspecten hebben nu een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van milieuaspecten in de richtlijnen. Mensenrechten worden expliciet genoemd als één van de aspecten waarop Export Credit Agencies (ECA s) aanvragen dienen te toetsen. Op 16 juni 2011 zijn door de Verenigde Naties 31 leidende principes voor ondernemen en mensenrechten vastgesteld. Deze principes moet zorgen voor het respecteren van mensenrechten bij ondernemersverkeer tussen landen. De ECA s hebben afgesproken ervaring op te bouwen met de berekeningsmethodiek en de rapportage van emissies van broeikasgassen gerelateerd aan de transactie. Informatie afkomstig van het Nationaal Contact Punt (NCP) moet indien relevant meegewogen worden in de beoordeling. De Common Approaches vormen een specifieke uitwerking van de OESO richtlijnen voor export kredietverzekeringen. Het zijn de richtlijnen voor het proces van de milieu- en sociale beoordeling die Atradius DSB uitvoert namens de staat. Pagina 3 van 24

4 Herziening OESO Richtlijnen 2.2 OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen Op 25 mei 2011 zijn de herziene OESO richtlijnen voor multinationale ondernemingen aangenomen. Deze richtlijnen maken duidelijk wat overheden van het gedrag van ondernemingen verwachten. Ze bieden een kader voor gedragscodes van ondernemingen om met de verschillende aspecten van duurzame ontwikkeling om te kunnen gaan. De richtlijnen gaan onder andere in op werkgelegenheid en arbeidsverhoudingen, wetenschap en technologie, milieu, openbaarmaking van gegevens, mededinging, financiering en belastingen. Belangrijkste wijzigingen Relevantie Belangrijkste wijzigingen in de herziene OESO Richtlijnen zijn: o Meer aandacht voor mensenrechten; o Toepassen van due diligence : risicoanalyse en effectbeschrijvingen van mvo aspecten; o Ketenverantwoordelijkheid: verantwoordelijkheid voor de gehele toeleveringsketen; o Leefbaar loon: kostwinner moet gezin kunnen onderhouden; o Tijdelijke werkers en seizoensarbeiders worden als volwaardige werknemers gezien; o Aandacht voor rapportage emissies van broeikasgassen; o Eenheid in financiering en werkwijze van NCPs. Al enige jaren is het Nederlands beleid dat deze richtlijnen van toepassing zijn op bedrijven die zaken doen in het buitenland. In deze richtlijnen staat wat van deze bedrijven verwacht wordt op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De aanvrager van een exportkredietverzekering dient een inspanningsverklaring te ondertekenen ten aanzien van de OESO-richtlijnen. Dit betekent dat men tekent om naar vermogen deze richtlijnen voor multinationale ondernemingen in activiteiten van de onderneming toe te passen. Herziening standaarden IFC Belangrijkste wijzigingen 2.3 IFC Performance Standards Vanaf 1 januari 2012 zijn de nieuwe IFC Performance Standards van kracht. De grootste wijziging betreft de inbedding van sociale aspecten, waaronder mensenrechten, binnen de beoordeling. Voorheen lag de nadruk voornamelijk op milieuaspecten. Ook moet er voor de diverse aspecten nu gekeken worden naar de leveranciersketen. Diverse beperkte wijzigingen in de nieuwe richtlijnen hebben invloed op de milieuen sociale beoordeling. Zo wordt er meer aandacht besteed aan het beleid en de management systemen van exporteurs en hun debiteuren op het gebied van sociale-, milieu- en veiligheidsaspecten. Belangrijkste wijzigingen in de herziene IFC Performance Standards zijn: o het nemen van maatregelen om nadelige effecten op het (sociale) milieu te voorkomen, de zogenaamde mitigerende maatregelen; o actieplannen voor het monitoren van de verwachte effecten bij de uitvoering van projecten; o betrekken en communiceren met belanghebbenden en inheemse bevolkingsgroepen in het bijzonder; o arbeidsomstandigheden en huisvesting van ingehuurde krachten en migranten werknemers; o efficiënt omgaan met (levende) natuurlijke hulpbronnen; o bescherming van biodiversiteit en ecosystemen. Pagina 4 van 24

5 Relevantie De IFC standaarden worden binnen Atradius DSB gebruikt als inhoudelijke richtlijn bij de milieu- en sociale beoordeling van de exporttransacties. Voor de dagelijkse praktijk van Atradius DSB zijn de wijzigingen beperkt, omdat er conform het Nederlandse beleid reeds op sociale aspecten wordt beoordeeld en er aandacht wordt besteed aan de toeleveranciersketen. Ruggie framework Mensenrechten Relevantie 2.4 VN Principes ( Ruggie framework ) Op 16 juni 2011 zijn door de Verenigde Naties 31 leidende principes voor ondernemen en mensenrechten vastgesteld. Een werkgroep onder leiding van Professor John Ruggie heeft deze principes opgesteld in overleg en afstemming met diverse partijen. Deze principes moet zorgen voor het respecteren van mensenrechten bij ondernemersverkeer tussen landen. In de Common Approaches wordt expliciet verwezen naar het Ruggie Framework. Ook is het Ruggie Framework, waar relevant voor bedrijven, integraal en met instemming van Ruggie zelf verwerkt in de vernieuwde OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen. De principes van de Verenigde Naties omtrent mensenrechten en ondernemen worden door Nederland onderschreven en toegepast door Atradius DSB. Tevens zijn projectgerelateerde mensenrechten opgenomen in de definitie van sociale effecten waar, indien relevant, naar wordt gekeken als onderdeel van het beoordelingsproces. 2.5 Nationaal beleid De vernieuwde OESO Richtlijnen zijn dé referentie voor alle NL bedrijven die in het buitenland opereren. Onderstaande uitwerkingen sluiten daar dan ook allemaal op aan. Code corporate governance 'Maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) heeft sinds 2010 een zwaardere rol gekregen bij corporate governance (goed ondernemingsbestuur). Beursgenoteerde bedrijven moeten voortaan helder over hun mvo-beleid rapporteren'. Dit is vastgelegd in de aangepaste code corporate governance (voorheen code Tabaksblat) van de commissie Frijns. Als dit op een transparante manier gebeurt, vereenvoudigt dit de beoordeling van de Nederlandse exporteur die altijd onderdeel vormt van de milieu- en sociale beoordeling van een project. Mensenrechten In 2011 heeft het kabinet de verantwoordelijkheid van bedrijven bij de naleving van internationaal geldende mensenrechtennormen sterker benadrukt bij de actualisering van het mensenrechtenbeleid 1. In dit kader wordt door de ministeries van EL&I en Buitenlandse Zaken een Actieplan Ruggie opgesteld. Hierin wordt ingevuld hoe de overheid de duty to protect en de responsibility to respect ziet. Van belang is dat mvo-toetsing van bedrijven of projecten op grond van mensenrechten mogelijk is. Nederland steunt tevens een initiatief om met een aantal gelijkgezinde landen in OESO verband samen op te trekken voor een nadere uitwerking van het 1 Tk32735, nr 1, Mensenrechten in the buitenlands beleid Pagina 5 van 24

6 mensenrechtenbeleid voor exportkredietverzekeraars. Het initiatief behelst het ontwikkelen van een gemeenschappelijke en pragmatische aanpak voor de toetsing van mensenrechten risico s van specifieke aanvragen die in aanmerking kunnen komen voor een verzekering. Daarnaast is het ook van belang om geschikte internationale standaarden te identificeren. SER imvo NCP In het SER Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (imvo) initiatief wil het georganiseerde bedrijfsleven inzichtelijk maken hoe NL bedrijven via zelfregulering invulling geven aan hun ketenverantwoordelijkheid. Hierbij heeft de SER de OESO richtlijnen als normatief kader omarmd. Als er problemen optreden bij het internationaal zaken doen van bedrijven is het mogelijk voor gedupeerden om een klacht in te dienen bij het Nationaal Contact Punt (NCP). 2.6 Nationale implementatie internationaal beleid Uitgangspunt voor het uitvoeren van de milieu- en sociale beoordeling van Atradius DSB zijn de Common Approaches. Op een aantal punten kiest Nederland voor een eigen aanvulling van dit internationale beleid. Beoordeling Monitoring Sectoren Atradius DSB beoordeelt naast de binnen de OESO verplichte transacties op krediet en met een looptijd langer dan 2 jaar ook contante transacties en transacties met een looptijd van minder dan 2 jaar op milieu- en sociale aspecten. In principe neemt Atradius DSB geen voorwaarden op in zijn verzekeringspolissen en monitort deze dan ook niet. Wel zullen categorie A projecten van projectfinanciering gemonitord worden zoals voorgeschreven in de Common Approaches. Nederland heeft een lijst met gevoelige sectoren die altijd beoordeeld dienen te worden geformuleerd. Hierbij is invulling gegeven aan de referentie aan gevoelige sectoren in de Common Approaches. Pagina 6 van 24

7 3 Verdeling verantwoordelijkheden Financiën EL&I Relatie tussen ministeries Ontwikkelingen mvo beleid Relatie met ngo s 3.1 Nederlandse staat Het ministerie van Financiën is verantwoordelijk voor het beleid inzake de milieuen sociale beoordeling van Atradius DSB. Financiën beslist over beleidsvraagstukken, die zich in de relatie met Atradius DSB voordoen. Financiën behartigt vaak ook het belang van EL&I. Namens de Staat neemt Financiën deel aan verschillende internationale, (in)formele beslis-, advies- en overlegorganen. EL&I is verantwoordelijk voor de invulling van het nationale en internationale mvo beleid en stelt, in overleg met o.a. Financiën en Buitenlandse Zaken, de brede internationale en nationale mvo beleidskaders vast waarbinnen Atradius DSB dient te opereren. Financiën en EL&I wisselen regelmatig kennis uit en zullen wijzigingen in het beleid die relevant zijn voor de exportkredietverzekering of communicatie hierover (bijvoorbeeld in een Kamerbrief) afstemmen. De Staat houdt relevante ontwikkelingen op het gebied van mvo-beleid bij. Bij eventuele herziening van de procedure worden deze ontwikkelingen meegenomen. Atradius DSB wordt door de Staat op de hoogte gehouden van deze beleidsontwikkelingen. Jaarlijks organiseert Financiën, in samenwerking met Atradius DSB en EL&I, een consultatiebijeenkomst voor Nederlandse ngo s waar tevens wijzigingen in de milieu- en sociale beoordeling gepresenteerd zullen worden. 3.2 Atradius Dutch State Business Uitvoerder beoordeling Advies aan Staat Relatie met ngo s Atradius Dutch State Business is uitvoerder van de milieu- en sociale beoordeling onder de EKV. De conclusies van Atradius DSB worden als advies uitgebracht aan de Staat. Atradius DSB neemt deel aan dezelfde internationale, (in)formele beslis-, adviesen overlegorganen als de Staat, en daarnaast tevens aan onder andere een ronde tafel overleg met Equator Principle banken en ECG Practitioners (werkgroep binnen de OESO). Ngo s zijn immer vrij om vragen te stellen over de procedure voor de milieu- en sociale beoordeling voor exportkredietverzekeringen of investeringsgaranties. Daarnaast hebben zij tijdens de publicatie van een A-project gedurende 30 dagen de tijd de milieu- en sociale informatie van dat project bij Atradius DSB op te vragen. Zij mogen altijd informatie aanleveren die voor de beoordeling van een project van belang kan zijn. Internationale vertegenwoordiging Aanvraagformulier 3.3 Exporteurs Exporteurs dienen het aanvraagformulier, met daarin een paragraaf over mvo, juist en compleet in te vullen en vervolgens te ondertekenen. Pagina 7 van 24

8 Aanleveren relevante milieuen sociale informatie Proces In de Common Approaches is vastgelegd welke relevante milieu- en sociale informatie benodigd is voor de beoordeling van een project. De exporteur dan wel investeerder zal worden gevraagd deze informatie aan te leveren. In de praktijk is dit in veel gevallen een gezamenlijke inspanning waarbij, na overleg, ook de debiteur en andere partijen betrokken kunnen zijn en het publieke domein worden geraadpleegd. De herziening van de mvo beleidsstrategie zal in de Rijkscommissie gepresenteerd worden zodat de deelnemers, waaronder de exporteurs, op de hoogte zijn van aanpassingen van het beleid. Pagina 8 van 24

9 BIJLAGE Procesbeschrijving: Milieu- en sociale beoordeling Atradius DSB Pagina 9 van 24

10 Milieu- en sociale beoordeling Atradius DSB Procesbeschrijving 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding Rol en functie van dit document Beleidskaders: Common Approaches 11 2 Beoordelingsprocedure Inleiding Screening Projectdefiniëring Classificatie Beoordelingskader Monitoring 18 3 Transparantie en rapportage Ex-ante publicatie A projecten Ex-post publicatie en rapportage projecten Informatie-uitwisseling met de Staat Informatie-uitwisseling met exporteurs Informatie-uitwisseling met NGO s Informatie-uitwisseling met ECG practitioners Afstemming 22 Referenties...23 Bijlagen...23 Pagina 10 van 24

11 1 Inleiding 1.1 Rol en functie van dit document Beoordeling gevolgen mens en milieu Doelstelling document Herziening van het document Een gedegen beoordeling van de gevolgen van een transactie voor mens en milieu is een integraal onderdeel van het acceptatieproces voor de exportkredietverzekering (EKV). Dit document beoogt een handzame leidraad te zijn voor uitvoerders en beleidsmakers die betrokken zijn bij de milieu- en sociale beoordeling voor exportkredietverzekering en investeringsverzekering. De doelstelling van deze procesbeschrijving is om voor de milieu- en sociale beoordeling: afspraken over de werkwijze vast te leggen; de transparantie van de werkwijze te vergroten. Dit document zal worden herzien indien de omstandigheden daar aanleiding toe geven. Beoordelingskader Proces Inhoud Mensenrechten OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen 1.2 Beleidskaders: Common Approaches Een transactie is vaak onderdeel van een groter project. De milieu- en sociale beoordeling omvat een beoordeling van het project. Projecten worden beoordeeld ten opzichte van lokale wet- en regelgeving en internationale kaders. Verder worden projecten altijd in lokaal perspectief bezien. De richtlijnen voor het proces voor de milieu- en sociale beoordeling worden gevormd door de zogenaamde Common Approaches on Officially Supported Export Credits and Environmental and Social Due Diligence opgesteld door de OESO. Dit is een specifiek onderdeel van de OESO afspraken voor export kredietverzekeringen. In het uitvoeren van de milieu- en sociale beoordeling wordt er conform de Common Approaches getoetst aan de IFC Performance Standards. Dit zijn richtlijnen van de IFC, onderdeel van de Wereldbank, die gebruikt worden voor projectbeoordelingen. Uitwerking van deze richtlijnen vindt plaats in de EHS (sector) richtlijnen voor specifieke activiteiten. In de Common Approaches wordt verwezen naar de Guiding Principles on Business and Human Rights: Implementing the United Nations Protect, Respect and Remedy Framework. Dit raamwerk gebruikt Atradius DSB bij mogelijk negatieve effecten op mensenrechten gerelateerd aan het project. De vernieuwde OESO Richtlijnen voor multinationale Ondernemingen zijn dé referentie voor alle Nederlandse bedrijven die zaken doen in het buitenland. De aanvrager van een exportkredietverzekering dient een inspanningsverklaring te ondertekenen ten aanzien van de OESO-richtlijnen. Dit betekent dat men tekent om naar vermogen deze richtlijnen voor multinationale ondernemingen in activiteiten van de onderneming toe te passen. Pagina 11 van 24

12 2 Beoordelingsprocedure 2.1 Inleiding Inhoud In dit hoofdstuk wordt de procedure van de milieu- en sociale beoordeling nader uitgewerkt. Dit gebeurt aan de hand van de volgende stappen: Screening; Projectdefiniëring; Classificatie; Beoordelingskader; Monitoring. De procedure rond het openbaar maken van informatie wordt in hoofdstuk 3 verder uitgewerkt. In figuur 1 is het beoordelingsproces opgenomen in een stroomschema. Figuur 1 Schematische weergave beoordelingsproces 2.2 Screening Screening van alle aanvragen Alle bij Atradius DSB binnen komende verzekeringsaanvragen worden gescreend. Door middel van screening wordt bepaald of de aanvragen wel of niet beoordeeld moeten worden. De aanleiding voor de beoordeling kan voort komen uit de Common Approaches of uit het Nederlands beleid. Pagina 12 van 24

13 Wel of geen Common Approaches van toepassing Nederland: ook kortlopend en contant Niet alle producten ORIO aanvragen De Common Approaches zijn van toepassing op leveranties op krediet met een betalingstermijn van twee jaar of meer (middellange tot lange betalingstermijn). Uitgezonderd van de Common Approaches zijn transacties die defensie(materieel) dan wel landbouwproducten betreffen. Het is Nederlands beleid om ook aanvragen met een kortlopende betalingstermijn van minder dan 2 jaar en contante transacties te screenen. Puur financiële producten, zoals koersrisicoverzekeringen, zullen niet worden beoordeeld op sociale en milieuaspecten. De complete lijst met typen verzekeringen waarbij is aangegeven of en in hoeverre de milieu- en sociale beoordeling van toepassing is, is opgenomen als bijlage 1. Transacties die geheel of gedeeltelijk worden gefinancierd met Nederlandse ontwikkelingshulp, worden niet op milieu- en sociale aspecten beoordeeld door Atradius DSB. Bij aanvragen voor Nederlandse hulpfinanciering worden de milieuen sociale gevolgen beoordeeld door het Agentschap NL. Het Agenschap NL volgt bij deze procedure de Common Approaches en de OESO richtlijnen voor multinationale ondernemingen, waarbij de beoordeling plaatsvindt op grond van de IFC Performance Standards. Agentschap NL is verantwoordelijk voor de ex-ante publicatie van A-projecten. Screeningscriteria Gevoelige sector De volgende screeningscriteria conform de Common Approaches worden gehanteerd: alle exportkrediet- en investeringsaanvragen met een contractprijs van 10 miljoen euro of meer worden beoordeeld; aanvragen met een contractprijs onder de 10 miljoen euro, maar waar het een levering aan een gevoelige sector dan wel een gevoelig gebied betreft. Een aantal sectoren, voor zowel milieu- als sociale aspecten, wordt volgens het Nederlands beleid (en ook deels in OESO-verband) gezien als gevoelig. Het betreft in ieder geval, maar niet uitsluitend, leveringen aan, dan wel werk in: de olie- en gasindustrie; de baggerindustrie; chemische industrie; papier en pulp; grootschalige land- en tuinbouw; textielindustrie. Bij een project in een gevoelige sector wordt voor elke aanvraag zorgvuldig gekeken naar mogelijke gevolgen voor mens en milieu. In deze sectoren bestaat een verhoogde kans dat de effecten mogelijk negatief zijn. Het betekent niet dat een project automatisch als A geclassificeerd wordt (zie 2.4. Classificatie); er zal wel beoordeeld en geclassificeerd worden. Gevoelig gebied Atradius DSB zal vaststellen of er sprake is van een levering aan een project dat mogelijk negatieve effecten zou kunnen hebben op een gevoelig gebied. Het betreft projecten in of met mogelijk invloed op: gebieden met hoge natuurwaarden (zoals Nationale parken, wetlands); gebieden met hoge bevolkingsdruk (zoals bij projecten met een grote kans Pagina 13 van 24

14 op landonteigening en herhuisvesting) ; gebieden met een inheemse bevolking; of geschiedkundig of archeologisch bijzondere gebieden (zoals Unesco werelderfgoed). CA: projectdefinitie 2.3 Projectdefiniëring De Common Approaches hanteren de volgende projectdefinitie: Een project bestaat uit de export van kapitaalgoederen en/of diensten naar een locatie waar een nieuwe commerciële, industriële of infrastructurele onderneming wordt opgericht of een bestaande onderneming dusdanig verandert dat de milieu en sociale effecten van de activiteit wijzigen. Operationele relaties met aanverwante activiteiten worden ook beoordeeld. Deze operationele relaties kunnen betrekking hebben op de timing, de locatie of de functie ten opzichte van het project. Per aanvraag: definiëren Drie beoordelingsniveaus Per aanvraag komt Atradius DSB tot een projectdefiniëring aan de hand van drie criteria. Hiertoe wordt de functie van de transactie in kaart gebracht en operationele verbanden tussen de transactie en het grotere geheel, het project, en soms nog ruimer, de projectomgeving, worden benoemd. Wij onderscheiden hierbij drie niveaus van beoordeling: De transactie; Het project; en De projectomgeving. 1. Transactie De transactie is de feitelijke levering van goederen of diensten of de investering waarvoor de aanvraag is ingediend. De transactie wordt vanzelfsprekend beoordeeld op milieu- en sociale aspecten. 2. Project Het project is het initiatief waar de transactie deel van uitmaakt; de reikwijdte van het project moet per aanvraag gedefinieerd worden. Bij de beoordeling op milieuen sociale aspecten wordt het project zoals benoemd in de projectdefiniëring beoordeeld en niet alleen de transactie. 3. Projectomgeving Verbanden tussen de niveaus Drie aspecten Alles wat wel met het project te maken heeft maar buiten de definiëring valt is de projectomgeving. De projectomgeving zal marginaal door Atradius DSB worden beoordeeld. De beoordeling van de projectomgeving is gericht op het beoordelen van de reputatie/trackrecord van de projectsponsor op het gebied van milieu- en sociaal beleid. Ook gaat Atradius DSB na of lokale wet- en regelgeving wordt nageleefd, of het land relevante internationale richtlijnen en/of conventies onderschrijft (bijvoorbeeld ILO), en of er nog zaken leven in de NGO gemeenschap. Onderdeel van de projectdefiniëring is het identificeren van de verbanden tussen de transactie, het project en projectomgeving De operationele verbanden tussen de transactie, project en projectomgeving worden in kaart gebracht aan de hand van de volgende elementen die de invloed Pagina 14 van 24

15 van de transactie op het project bepalen: Functie; Locatie; en Timing. 1. Functie Wat is de functie van de transactie in het grotere project? Is het een onmisbaar onderdeel wat het functioneren van het project mogelijk maakt? 2. Locatie Op welke locatie worden de goederen of diensten ingezet? Waar zijn de andere belangrijke onderdelen van het project? Hoe verhouden dezen zich ruimtelijk? Is de locatie milieu- of sociaal gevoelig? 3. Timing Onderscheidend in de projectdefiniëring kan de timing zijn van de transactie in het grotere functionele geheel, zeker als het locatieonderzoek een ruimtelijk zeer verspreid beeld geeft. Welke projectonderdelen zijn reeds aangelegd? Zijn deze operationeel? 2.4 Classificatie Omvang effecten Schaal Categorie A Alle aanvragen die worden beoordeeld, worden na de projectdefiniëring vervolgens geclassificeerd. Classificatie gebeurt op grond van een indicatie van de omvang van de potentieel nadelige milieu- en sociale gevolgen. Dit bepaalt onder andere welke informatie is vereist voor de beoordeling. De schaal van de transactie en het project waar deze transactie onderdeel van is, zal zoveel mogelijk worden gekwantificeerd om daarmee de verhoudingen te kunnen benoemen tussen het project en zijn omgeving. Dit heeft effect op de classificering van de aanvraag. Een project wordt geclassificeerd als A indien sprake is van potentieel grote nadelige milieu- en sociale gevolgen door het project, eventueel tot buiten de locatie van het project of het werk. De gevolgen kunnen uiteenlopend van aard zijn, onomkeerbaar en/of nog niet eerder voorgekomen. Projecten in de A-categorie zijn vaak projecten in gevoelige sectoren. Projecten in dan wel nabij gevoelige gebieden vallen in beginsel in categorie A. In Annex 1 van de Common Approaches is een voorbeeldlijst opgenomen van categorie-a-projecten. Benodigde informatie: In het geval een project als A wordt geclassificeerd, dient de aanvrager een milieu- en sociaal effectrapport (Environmental and Social Impact Assessment of vergelijkbaar document) aan te leveren. De inhoud van de ESIA is vastgelegd in Annex II van de Common Approaches. Categorie B Een project wordt gecategoriseerd als B indien er sprake is van potentieel substantiële nadelige milieu- en sociale gevolgen. De gevolgen zijn minder nadelig dan voor categorie A-projecten. De gevolgen beperken zich tot de grenzen van het project, slechts enkele van de potentiële gevolgen zijn onomkeerbaar en mitigatie en/of compensatie is eenvoudiger. In dat geval dient bij voorkeur een ESIA aangeleverd te worden en anders documentatie met een vergelijkbare inhoud. Pagina 15 van 24

16 Categorie C Categorie M Er zijn potentieel weinig of geen nadelige milieu- en sociale gevolgen. Dan volstaat de beantwoording van de vragen over de milieu- en sociale aspecten in het aanvraagformulier en eventueel aanvullende informatie (bijvoorbeeld vragen voor specifieke sectoren zoals de scheepsbouw). Binnen het Nederlands beleid is een aparte categorie opgenomen, te weten de marginale beoordeling. Dit is een beperkte beoordeling voor afwijkende situaties, zoals: bestaande operatie die niet significant wijzigt in output of in functie; herfinanciering- en accreditiefconfirmatie-aanvragen; project zonder duidelijke locatie (movable assets) Bij zo n beperkte beoordeling wordt in eerste instantie gekeken naar de inzet van de exporteur en de debiteur op milieu- en sociaal vlak. Als dit niet voldoende zekerheid biedt wordt er ook gekeken naar andere betrokken partijen (zoals eindgebruiker), eerste inzet (bij schepen) en andere vergelijkbare informatie. 2.5 Beoordelingskader Aanvaardbaarheid Afweging Om de aanvraag goed te keuren zal de beoordeling moeten leiden tot de conclusie dat de milieu- en sociale effecten, alles afwegende, per saldo acceptabel zijn. Ter beantwoording van die vraag weegt Atradius DSB, na analyse van de diverse milieu- en sociale implicaties, de positieve, neutrale en negatieve gevolgen in redelijkheid tegen elkaar af. De basis van de beoordeling wordt gevormd door de factoren: sector, locatie en toegepaste technologie: Sector: beoordelen wat de gangbare normen in een bepaalde sector zijn en hoe de bedrijfsvoering van de exporteur/debiteur zich daartoe verhoudt. Locatie: beoordelen of het project in een gevoelige omgeving plaats heeft en wat de effecten daarop zijn. Toegepaste technologie: beoordelen of de gebruikte technologie voldoet aan de geldende industriestandaarden. Atradius DSB beoordeelt de potentiële milieu- en sociale gevolgen van een transactie/project aan de hand van de IFC performance standards. Hieronder vallen onder andere de volgende aspecten: 1. Beoordeling en management van milieu- en sociale risico s en effecten; 2. Werk en arbeidsomstandigheden; 3. Efficiënt gebruik van bronnen en voorkomen van verontreiniging; 4. Volksgezondheid, (openbare) veiligheid; 5. Landverwerving en gedwongen herhuisvesting; 6. Behoud van biodiversiteit en duurzaam beheer van levende natuurlijke hulpbronnen; 7. Inheemse bevolkingsgroepen; 8. Cultureel erfgoed. Informatiebronnen Volgens de Common Approaches zijn de aanvrager (exporteur en de financier) en projectsponsor verantwoordelijk voor het aanleveren van de relevante milieu- en sociale informatie. Atradius DSB gebruikt in de praktijk de volgende informatiebronnen: exporteur; afnemer (in overleg met exporteur); publieke bronnen; Pagina 16 van 24

17 reacties via ex-ante publicatie in geval van A-project; ambassades; veldbezoek en consultatie van stakeholders als dit noodzakelijk is om een goede afweging te kunnen maken (vnl. A-projecten). Externe consultants Informatie toeleverantieketen Bij de beoordeling van de verkregen informatie kan Atradius DSB namens de staat een consultant inhuren voor rekening van de aanvrager. Hiertoe zijn met een aantal internationaal erkende ingenieursbureaus raamwerkovereenkomsten aangegaan. Deze overeenkomsten worden periodiek herzien. Om invulling te geven aan het Nederlandse MVO-beleid en dan in het bijzonder voor de toeleverantieketen, zijn vragen opgenomen in het aanvraagformulier. Deze hebben betrekking op de toelevanciers voor de transactie en de bekendheid met het MVO beleid en toepassing van ketenverantwoordelijkheid binnen de eigen organisatie. Tijdens de beoordeling kunnen bepaalde zaken naar voren komen zoals de sector, het op grote schaal gebruik maken van gevoelige natuurlijke hulpbronnen (bv. hout, stenen, ijzererts of kolen) en/of als de lonen lokaal gezien relatief laag zijn en daardoor een bepalende factor zijn in de concurrentiepositie van het te leveren goed. In het geval dat de beoordeling potentiële problemen in de toeleverantieketen identificeert zal een vervolgonderzoek worden uitgevoerd als onderdeel van de beoordelingsprocedure. Afbakening keten Benchmark standaarden Hierbij wordt de definitie uit de OESO richtlijnen als leidraad aangehouden. Ketenverantwoordelijkheid betekent dat een bedrijf/instantie al het mogelijke doet om in de gehele keten verantwoord ondernemen mogelijk te maken en te bevorderen. Dat betekent dat het bedrijf of de instantie ervoor zorgdraagt dat ook leveranciers en onderaannemers zoveel mogelijk de aanbevelingen van de OESO volgen. Dit sluit aan bij de definitie van ketenverantwoordelijkheid uit de OESO-richtlijnen. In het aanvraagformulier vraagt Atradius DSB naar de milieu- en sociale aspecten van de transactie/ het project. Volgens de Common Approaches moet de aangeleverde informatie worden getoetst aan de relevante wet- en regelgeving van het land waar de goederen/diensten worden ge-/verbruikt of het werk wordt uitgevoerd en aan internationale standaarden. Het project zal ten eerste minimaal moeten voldoen aan de relevante nationale weten regelgeving. Daarnaast zal worden getoetst in hoeverre er wordt voldaan aan de vereiste internationale standaarden. In principe moet het project voldoen aan de vereiste internationale standaarden. Echter bij wijze van uitzondering kan Atradius DSB beoordelen in hoeverre een eventuele afwijking van internationale standaarden acceptabel is. Afwijkingen dienen te worden onderbouwd om te komen tot de uiteindelijke afweging waarbij de risico s van de effecten voor mens en milieu als acceptabel worden geacht. IFC Performance Standards In de Common Approaches is afgesproken dat bij de beoordeling de internationale standaarden van de Wereldbankgroep worden gehanteerd. De meest gehanteerde internationale standaarden, ook bij andere ECA s, zijn de IFC Performance Standards. Atradius DSB maakt hier dan ook gebruik van voor de beoordeling. Hiermee samenhangend worden ook de IFC EHS (sector) richtlijnen gebruikt voor de uitwerking. In aanvulling hierop kunnen internationaal erkende sectorspecifieke Pagina 17 van 24

18 standaarden die van toepassing zijn op de transactie/het project worden gebruikt welke niet door de IFC standaarden worden gedekt. Beoordelingen door andere ECA s en/of IFI s Sector vragenlijsten Opzet beoordeling Salderend eindoordeel Dekkingstoezegging Polis Geldigheidsduur beoordeling Volgens de Common Approaches mag iedere ECA beoordelingen gedaan door andere ECA s of IFI s (bv IFC of EBRD) in zijn beoordeling meenemen. Ook Atradius DSB neemt kennis van deze beoordelingen, maar zal ook een eigen milieu- en sociale beoordeling doen.. In het geval van een inkomende herverzekering zal Atradius DSB een beoordeling doen als het Nederlandse aandeel groter is dan 10 miljoen euro of als het een gevoelige sector en/of gebied betreft. Bij een uitgaande herverzekering zal indien een beoordeling nodig is, Atradius DSB de beoordeling voor het geheel uitvoeren. Voor aanvragen uit de bagger-, scheepsbouw-, landbouwsector algemeen en glastuinbouwsector heeft Atradius DSB sectorvragenlijsten ontwikkeld om op een efficiëntere wijze de juiste informatie te verkrijgen. Voor de beoordelingen hanteert Atradius DSB een standaard opzet van de milieuen sociale beoordeling. Hierbij is, respectievelijk, de structuur van de A en B projecten en de structuur van de C en M projecten vergelijkbaar. Om de aanvraag goed te keuren zal de beoordeling moeten leiden tot de conclusie dat de milieu- en sociale effecten, alles afwegende, per saldo acceptabel zijn. De beoordeling van het kredietrisico en de beoordeling van de milieu- en sociale aspecten lopen parallel. Het streven is om beide beoordelingen afgerond te hebben vóór het afgeven van een dekkingstoezegging. In het geval dat de kredietbeoordeling eerder wordt afgerond, zal de dekkingstoezegging een milieumits bevatten. Dit betekent dat voor uitgifte van een polis eerst de milieu- en sociale beoordeling dient te worden afgerond. Een polis kan pas worden afgegeven zodra de milieu- en sociale gevolgen van het project, waar de transactie deel van uitmaakt, aanvaardbaar zijn bevonden. Een milieu- en sociale beoordeling zoals door Atradius DSB is uitgevoerd, is geldig voor een periode van twee jaar. Dat wil zeggen dat een dekkingstoezegging na deze termijn van twee jaar niet meer op grond van deze beoordeling kan worden uitgereikt. Als sprake is van wezenlijke wijziging van het project gedurende deze twee jaar, dan dient de beoordeling (op deelaspecten) gereviseerd te worden. 2.6 Monitoring Vooraf: Ja of Nee Atradius DSB beoordeelt vóór afgifte van de polis de verwachte milieu- en sociale gevolgen. Goedkeuring aan de aanvraag voor kredietverzekering wordt alleen gegeven als er voldoende zekerheid is dat het project geen onoverkomelijke nadelige milieu- en sociale effecten tot gevolg heeft. Dit betekent dat alle vereiste informatie aangeleverd en vragen beantwoord moeten worden. Indien achteraf blijkt dat verzekerde bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, waardoor de beoordeling negatief zou zijn uitgevallen, kan dit leiden tot verval van recht op schadevergoeding of terugvordering van uitgekeerde schadevergoeding. Pagina 18 van 24

19 A-projecten PF In the Common Approaches is sinds 2012 voorgeschreven dat categorie A projecten van Project Financiering gemonitord dienen te worden. Per project zal worden bezien wat de beste manier van monitoren is. Indien mogelijk zal voor de monitoring zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij andere ECA s en financieringsinstellingen. De exporteur/debiteur zal minimaal jaarlijks een relevante rapportage over de voortgang en milieu- en sociale effecten van het project moeten aanleveren. 3 Transparantie en rapportage Voorschrift CA Publicatie op Internet gedurende 30 dagen Milieu- en sociale informatie publiekelijk opvraagbaar ORIO projecten 3.1 Ex-ante publicatie A projecten De Common Approaches schrijven een ex-ante publicatie voor van A-projecten. Voor de ex-ante publicatie zal zo snel mogelijk nadat de relevante projectinformatie in het bezit is van Atradius DSB, maar ten minste 30 dagen voor eventuele afgifte van de polis worden gepubliceerd op de Atradius DSB webpagina. De volgende informatie wordt dan gepubliceerd: projectnaam, locatie, omschrijving project en contactgegevens. Volgens de Common Approaches dient de informatie m.b.t. milieu- en sociale gevolgen van het project (bijvoorbeeld milieueffectrapportage of een samenvatting daarvan) eveneens zo snel mogelijk, maar ten minste 30 dagen voor eventuele afgifte van de polis publiekelijk toegankelijk te worden gemaakt. Atradius DSB stelt deze informatie op verzoek ter beschikking aan derden. Dit verzoek kan worden gedaan nadat derden kennis hebben genomen van publicatie van de projectinformatie. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan, op basis van gegronde bezwaren, Atradius DSB besluiten (gedeelten van) bovengenoemde informatie niet te publiceren of publicatie tijdelijk uit te stellen. Agentschap NL is bij ORIO projecten verantwoordelijk voor de ex-ante publicatie van A-projecten. Atradius DSB assisteert het Agentschap NL waar nodig. Daarnaast zullen deze projecten ook ten minste 30 dagen voor eventuele afgifte van de polis worden gepubliceerd op de website van Atradius DSB. Ex-post publicatie Voorschrift CA ORIO projecten 3.2 Ex-post publicatie en rapportage projecten De ex-post publicatie wordt binnen één maand na polisafgifte op de webpagina van Atradius gepubliceerd. Atradius DSB publiceert alle afgegeven polissen en geeft aan of er wel of geen beoordeling is gedaan. Indien de aanvraag is beoordeeld wordt de classificatie opgenomen. Dit kan zijn A, B, of C. Een marginale beoordeling is niet geclassificeerd en wordt vermeld als M. De Common Approaches schrijven een halfjaarlijkse ex-post rapportage voor van A- en B- projecten waarvoor een polis is uitgereikt. Deze informatie gebruikt de OESO voor een gezamenlijke publicatie van ECA A en B projecten. Agentschap NL stuurt aan de mvo-desk van Atradius DSB de gegevens voor de ex- post rapportage aan de OESO. Atradius DSB verzorgt de ex-post rapportage naar de OESO. Pagina 19 van 24

20 Afwijkingen Milieumits Voorlegging A projecten 3.3 Informatie-uitwisseling met de Staat Indien het beoordelingsproces afwijkt van de reguliere gang van zaken zal Atradius DSB tijdig de staat informeren. Het gaat hier om het informeren en bespreken met de staat van bijvoorbeeld: Ernstige bezwaren van NGO s; Politiek gevoelige afwegingen; Serieuze problemen bij het verkrijgen van benodigde informatie; Potentiële afwijking van afgesproken procedures. Wanneer er nog onvoldoende informatie is om de milieu en sociale beoordeling af te ronden en de financiële beoordeling al gereed is, wordt een dekkingstoezegging met een milieumits uitgereikt aan de exporteur. Alle milieu- en sociale beoordelingen van A-projecten worden voorgelegd aan de staat in het verzekeringscomité, ook als ze binnen de volmacht van Atradius DSB vallen. Indien een milieumits is gehanteerd, wordt bij A projecten de uiteindelijke milieu- en sociale beoordeling na afronding alsnog voorgelegd aan de staat. In de voorlegging van Atradius DSB komt de samenvatting van de milieu- en sociale beoordeling. Het doel van deze samenvatting is om de afwegingen die gemaakt zijn om tot het eindoordeel te komen inzichtelijk te maken. Deze samenvatting geeft het volgende overzicht: Projectdefinitie en beredenering van de classificatie; Gevolgen en risico s in samenvatting; Eventuele uitzonderingen, zoals afwijking van internationale normen; Eventuele positieve effecten op het milieu; Conclusie: een per saldo concluderend eindoordeel; Publicatie, reacties daarop en gevolgen daarvan Voorlegging B projecten B projecten die buiten de volmacht vallen van Atradius DSB, worden met een samenvatting van de milieu- en sociale beoordeling voorgelegd in het VC. Het doel van deze samenvatting is om de afwegingen die gemaakt zijn om tot het eindoordeel te komen inzichtelijk te maken. Deze samenvatting geeft het volgende overzicht: Projectdefinitie en beredenering van de classificatie; Gevolgen en risico s in samenvatting; Eventuele uitzonderingen, zoals afwijking van internationale normen; Eventuele positieve effecten op het milieu; Conclusie: een per saldo concluderend eindoordeel; Voorlegging M projecten Voorlegging C projecten M projecten die buiten de volmacht vallen van Atradius DSB, worden voorgelegd in het VC met een beschrijving van de classificatie en in een aantal zinnen de kernpunten en het eindoordeel. Voor C projecten die buiten de volmacht vallen van Atradius DSB geldt dat alleen de classificatie en het eindoordeel (aanvaardbaar/onaanvaardbaar) wordt voorgelegd in het VC. Pagina 20 van 24

Dutch Good Growth Fund (DGGF) Koen Hamers Tim van Galen Oscar Boot

Dutch Good Growth Fund (DGGF) Koen Hamers Tim van Galen Oscar Boot Dutch Good Growth Fund (DGGF) Koen Hamers Tim van Galen Oscar Boot 15 januari 2015 Agenda 1. Introductie DGGF 2. DGGF 1: Investeren 3. DGGF 3: Exporteren 4. Q&A 2 3 DGGF 1: Investeren in DGGF landen Instrumenten

Nadere informatie

Exportkredietverzekering namens de Staat

Exportkredietverzekering namens de Staat Exportkredietverzekering namens de Staat 1 Exportkredietverzekering namens de overheid Commerciële verzekering en verzekering namens de overheid Verhouding Atradius Nederlandse overheid Organisatie Atradius

Nadere informatie

Dutch Good Growth Fund (DGGF) Dutch Good Growth Fund (DGGF)

Dutch Good Growth Fund (DGGF) Dutch Good Growth Fund (DGGF) Dutch Good Growth Fund (DGGF) Dutch Good Growth Fund (DGGF) Overview Initiatief van het ministerie van Buitenlandse Zaken Gestart op 1 juli 2014, Combineert handel en hulp Overheid stelt voorwaarden Revolverend

Nadere informatie

Internationaal ondernemen: maatschappelijk verantwoord met de OESO-richtlijnen

Internationaal ondernemen: maatschappelijk verantwoord met de OESO-richtlijnen Nationaal Contactpunt OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen Internationaal ondernemen: maatschappelijk verantwoord met de OESO-richtlijnen omesantodomingowashingtonaddisababacaracasdaressalaamlimamanilariyadhsaopaulowarsawalgierscapetowndhakakuwaitmaputoriodejaneirosarajevovilniusammancanberra

Nadere informatie

Dutch Good Growth Fund (DGGF) Dutch Good Growth Fund (DGGF)

Dutch Good Growth Fund (DGGF) Dutch Good Growth Fund (DGGF) Dutch Good Growth Fund (DGGF) Dutch Good Growth Fund (DGGF) Overview Regeerakkoord: versterkte samenhang tussen buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Ondersteuning van Nederlands MKB dat wil

Nadere informatie

Normalisatie: de wereld op één lijn. ISO 26000. Maatschappelijke Verantwoordelijkheid van Organisaties (MVO) Zet goede bedoelingen om in goede acties

Normalisatie: de wereld op één lijn. ISO 26000. Maatschappelijke Verantwoordelijkheid van Organisaties (MVO) Zet goede bedoelingen om in goede acties Normalisatie: de wereld op één lijn. ISO 26000 Maatschappelijke Verantwoordelijkheid van Organisaties (MVO) Zet goede bedoelingen om in goede acties 2 Inhoudsopgave ISO 26000: een richtlijn voor iedereen

Nadere informatie

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) bij exportkredietverzekering

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) bij exportkredietverzekering Maatchappelijk verantwoord ondernemen (mvo) bij exportkredietverzekering Maatchappelijk verantwoord ondernemen (mvo) De Nederlande overheid wil graag de Nederlande export bevorderen, maar niet tegen elke

Nadere informatie

Datum 3 maart 2014 Betreft Beantwoording vragen van het lid Voordewind over het rapport Working on the Right Shoes

Datum 3 maart 2014 Betreft Beantwoording vragen van het lid Voordewind over het rapport Working on the Right Shoes Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Internationale Marktordening en Handelspolitiek Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

1 Gegevens bedrijf. Quickscan Dutch Good Growth Fund. Onderdeel exportkredietverzekering en exportfinanciering

1 Gegevens bedrijf. Quickscan Dutch Good Growth Fund. Onderdeel exportkredietverzekering en exportfinanciering Over dit formulier - Met dit formulier kunt u vrijblijvend een exporttransactie voorleggen aan Atradius Dutch State Business (ADSB). - Schrijf beknopt. Hoe concreter u de Quik Scan invult, des te beter

Nadere informatie

Relevantie, significantie en prioriteren van de MVO-kernthema s en onderwerpen

Relevantie, significantie en prioriteren van de MVO-kernthema s en onderwerpen Relevantie, significantie en prioriteren van de MVO-kernthema s en onderwerpen Van der Meer B.V. heeft in 2011 een nulmeting laten uitvoeren door een externe adviseur. Deze actie is genomen om op een objectieve

Nadere informatie

Regeling Scholing Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening per 1 juli 2015

Regeling Scholing Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening per 1 juli 2015 Regeling Scholing Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening per 1 juli 2015 Inleiding Gezien de arbeidsmarktsituatie in Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening, Jeugdzorg en Kinderopvang, heeft het

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag. Datum 19 november 2014. Betreft MVO Sector Risico Analyse

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag. Datum 19 november 2014. Betreft MVO Sector Risico Analyse Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Ministerie van Buitenlandse Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Datum 19 november

Nadere informatie

Deelnameprotocol Transparantiebenchmark 2015

Deelnameprotocol Transparantiebenchmark 2015 Deelnameprotocol Transparantiebenchmark 2015 Maart 2015 De Transparantiebenchmark is een jaarlijks onderzoek van het Ministerie van Economische Zaken naar de inhoud en kwaliteit van externe verslaggeving

Nadere informatie

Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015

Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015 Maatschappelijk verantwoord beleggen Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015 Beleid ten aanzien van Maatschappelijk verantwoord beleggen Inleiding BPF Houthandel draagt

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500EA Den Haag > Retouradres Postbus 20011 2500 EA 's-gravenhage Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500EA Den Haag Directie Arbeidszaken Publieke Sector Arbeidsvoorwaarden en Overleg

Nadere informatie

GRI-tabel - ANWB MVO-jaarverslag 2012

GRI-tabel - ANWB MVO-jaarverslag 2012 GRI-tabel - ANWB MVO-jaarverslag 2012 Verwijzing paginanummers Visie en strategie 1.1 Verklaring van de directie. 1. Voorwoord 1.2 Beschrijving van belangrijke gevolgen, risico's en mogelijkheden. 1. Voorwoord,

Nadere informatie

DUTCH GOOD GROWTH FUND voor Nederlandse ondernemers

DUTCH GOOD GROWTH FUND voor Nederlandse ondernemers DUTCH GOOD GROWTH FUND voor Nederlandse ondernemers 1 juli 2015 Den Haag Jeroen Roodenburg Ministerie van Buitenlandse Zaken Directeur DDE Koen Hamers RVO Oscar Boot Atradius DSB DGGF in 8 punten 1. MKB-bedrijven

Nadere informatie

Actiepunten energiebedrijven m.b.t. uitvoering van het kolenconvenant

Actiepunten energiebedrijven m.b.t. uitvoering van het kolenconvenant Actiepunten energiebedrijven m.b.t. uitvoering van het kolenconvenant Het kolenconvenant zoals het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de energiebedrijven E.ON, EPZ, Essent, NUON en GDF Suez dat hebben

Nadere informatie

Beloningsbeleid Januari 2012

Beloningsbeleid Januari 2012 Beloningsbeleid Januari 2012 Inhoudsopgave Inleiding 2 Doel beloningsbeleid 3 Uitgangspunten beloningsbeleid 3 Inschaling en beschrijving beloning 3 Beloningsmodel onderneming 4 Risicobeheersing 4 Variabele

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Datum 19 november 2014 Betreft Financiering

Nadere informatie

Wij leggen rekenschap af over:

Wij leggen rekenschap af over: VRAGEN Het afleggen van rekenschap. ANTWOORDEN TOELICHTING / VOORBEELDEN VRAAG 1. Onze organisatie legt rekenschap af over onze effecten op de maatschappij, de economie en het milieu. Welke activiteiten

Nadere informatie

ISO 26000, wereldwijde MVO richtlijn

ISO 26000, wereldwijde MVO richtlijn ISO 26000, wereldwijde MVO richtlijn Zet goede bedoelingen om in goede acties Ingeborg Boon NEN met dank aan Hans Kröder 1 Europees: 30 leden Wereldwijd: 159 leden ruim 60 jaar 18.000 publicaties Missie:

Nadere informatie

Dufas Code Vermogensbeheerders. Verslag over 2014

Dufas Code Vermogensbeheerders. Verslag over 2014 Dufas Code Vermogensbeheerders Verslag over 2014 Inhoud 1. Over dit verslag 3 2. Algemene principes 4 2.1 Vermogensbeheerders handelen in het belang van hun klanten 4 2.2 Vermogensbeheerders kennen hun

Nadere informatie

Duurzaamheidsverslag 2015. Atradius Dutch State Business. Atradius

Duurzaamheidsverslag 2015. Atradius Dutch State Business. Atradius Duurzaamheidsverslag 2015 Dutch State Business 1 Dutch State Business N.V. David Ricardostraat 1, Amsterdam Postbus 8982, 1006 JD Amsterdam Nederland Tel. +31 (0)20 553 2693 www.atradiusdutchstatebusiness.nl

Nadere informatie

Afwijkingen inrichting, uitrusting en gebruik luchthavens

Afwijkingen inrichting, uitrusting en gebruik luchthavens Afwijkingen inrichting, uitrusting en gebruik luchthavens Pagina 1 Luchthavens in Nederland zijn ingericht en uitgerust in overeenstemming met (inter)nationale voorschriften. Dit bevordert het veilig gebruik

Nadere informatie

Code maatschappelijk verantwoord beleggen 1 januari 2010 PF-B-2009 / 324

Code maatschappelijk verantwoord beleggen 1 januari 2010 PF-B-2009 / 324 Code maatschappelijk verantwoord beleggen 1 januari 2010 PF-B-2009 / 324 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Beleid maatschappelijk verantwoord beleggen... 3 2.1. Maatschappelijke verantwoordelijkheid...

Nadere informatie

Gedragscode. SCA Gedragscode

Gedragscode. SCA Gedragscode SCA Gedragscode 1 Gedragscode SCA Gedragscode SCA wil op sociaal- en milieutechnisch verantwoorde wijze omgaan met haar belanghebbenden en op basis van respect, verantwoordelijkheid en uitmuntendheid een

Nadere informatie

4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken

4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken 4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken 4.1 Inleiding Waar staat het bedrijfsleven momenteel als het gaat om rapportage over internationaal mvo en ketenbeheer in het bijzonder? Dit

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid

Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandel en Maatschappelijk Verantwoord Beleggen In dit document wordt het Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid (MVB-beleid) van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds

Nadere informatie

Stappenplan certificering van de MVO Prestatieladder en de CO 2 -Prestatieladder. Datum: 18-08-2011 Versie: 02

Stappenplan certificering van de MVO Prestatieladder en de CO 2 -Prestatieladder. Datum: 18-08-2011 Versie: 02 Stappenplan certificering van de MVO Prestatieladder en de CO 2 -Prestatieladder Datum: 18-08-2011 Versie: 02 Opgesteld door: ing. N.G. van Moerkerk Inhoudsopgave Opbouw niveaus van de MVO Prestatieladder

Nadere informatie

FS150422.7A. A: Beschrijving van de voorgestelde werkwijze B: Toelichting op het MSP en identificatie proces

FS150422.7A. A: Beschrijving van de voorgestelde werkwijze B: Toelichting op het MSP en identificatie proces FS150422.7A FORUM STANDAARDISATIE 22 april 2015 Agendapunt: 7. Internationaal Stuk 7A. Notitie omgang met standaarden van het Europese Multistakeholder Platform on ICT Standardisation Bijlage A: Beschrijving

Nadere informatie

Profielschets Raad van Commissarissen

Profielschets Raad van Commissarissen Profielschets Raad van Commissarissen Vastgesteld door de Raad van Commissarissen op 18 maart 2009 en laatstelijk gewijzigd in 2014. 1. Doel profielschets 1.1 Het doel van deze profielschets is om uitgangspunten

Nadere informatie

Forum Standaardisatie. Consultatiedocument IFC. Datum 5 augustus 2011

Forum Standaardisatie. Consultatiedocument IFC. Datum 5 augustus 2011 Forum Standaardisatie Consultatiedocument IFC Datum 5 augustus 2011 Colofon Projectnaam Consultatiedocument IFC Versienummer 1.0 Locatie Organisatie Forum Standaardisatie Postbus 96810 2509 JE Den Haag

Nadere informatie

Goedgekeurd op 11 februari 2011

Goedgekeurd op 11 februari 2011 GROEP GEGEVENSBESCHERMING ARTIKEL 29 00327/11/NL WP 180 Advies 9/2011 betreffende het herziene voorstel van de industrie voor een effectbeoordelingskader wat betreft de bescherming van de persoonlijke

Nadere informatie

Atradius Buyer Ratings

Atradius Buyer Ratings Atradius Buyer Ratings De kracht van voorspellingen FAQ A. Algemene vragen 1. Wat betekent de buyer rating? De buyer rating is een door Atradius intern ontwikkelde statistische score van 1 tot 100. De

Nadere informatie

Autoriteit Financiële Markten

Autoriteit Financiële Markten AFM consulteert Concept Beleidsregel aangaande de methodiek voor het berekenen van het aantal aandelen waarop financiële instrumenten betrekking hebben en de meldingsplicht bij indices en mandjes Ter consultatie

Nadere informatie

Duurzaamheidsverslag Atradius Dutch State Business.

Duurzaamheidsverslag Atradius Dutch State Business. Duurzaamheidsverslag 2011 Atradius Dutch State Business www.atradiusdutchstatebusiness.nl Atradius Dutch State Business N.V. David Ricardostraat 1, Amsterdam Postbus 8982, 1006 JD Amsterdam Nederland Tel.

Nadere informatie

ONZE VERANTWOORDELIJKHEID

ONZE VERANTWOORDELIJKHEID ONZE VERANTWOORDELIJKHEID CORPORATE RESPONSIBILITY POLICY I Inhoud Voorwoord 1 Waardering medewerkers 2 Ketenverantwoordelijkheid 3 Behoud van natuurlijke hulpbronnen 4 Maatschappelijke betrokkenheid

Nadere informatie

CONCEPT DE NEDERLANDSCHE BANK N.V. Good Practice Kapitaalbeleid kleine verzekeraars

CONCEPT DE NEDERLANDSCHE BANK N.V. Good Practice Kapitaalbeleid kleine verzekeraars CONCEPT DE NEDERLANDSCHE BANK N.V. Good Practice Kapitaalbeleid kleine verzekeraars Good Practice van De Nederlandsche Bank N.V. van [DATUM] 2014, houdende een leidraad met betrekking tot het kapitaalbeleid

Nadere informatie

Advies inzake Risicobenadering

Advies inzake Risicobenadering dvies inzake Risicobenadering Het afstemmen van modellen op uitdagingen PRIMO heeft binnen haar organisatie een divisie opgericht die zich geheel richt op het effectief gebruik van risicomanagementmodellen.

Nadere informatie

PostNL Business Principles

PostNL Business Principles 3 december 2014 PostNL N.V. PostNL Business Principles Raad van Bestuur Auteur Director Audit & Security Titel PostNL Business Principles Versie 1.1 Dit document is een vertaling van de Engelstalige versie.

Nadere informatie

Energie Management Programma. InTraffic

Energie Management Programma. InTraffic Energie Management Programma InTraffic Wijzigingsblad Versie Datum Auteur Wijzigingen 0.1 17/2/2012 Marije de Vreeze Opzet structuur 0.2 13/3/2012 Marije de Vreeze Gegevens 0.3 5/4/2012 Dirk Bijkerk Input

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 19014 4 juli 2014 Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 1 juli 2014, nr. MinBuZa.2014.303289,

Nadere informatie

Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment

Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment Contents P. 2 Introductie P. 2 VINCI s commitments P. 4 Leveranciers commitments P. 6 Implementatie 1 15 april 2012 Introductie Deze Code «Global Performance

Nadere informatie

Bijlage 7. Conversie juni 2010 naar 2013 (info)

Bijlage 7. Conversie juni 2010 naar 2013 (info) Bijlage 7. Conversie juni 2010 naar 2013 (info) was wordt onderwerp tekstbron Versie juni Opmerking: Standaardteksten en Versie 2013 2010 hoofdstukindeling vertaald uit Guide 83 H 1 tm 4 Deel A Eisen Managementsysteem

Nadere informatie

inspireren en innoveren in MVO

inspireren en innoveren in MVO inspireren en innoveren in MVO Inleiding Gert Van Eeckhout Beleidsondersteuner MVO - Departement WSE Wat is MVO? Waarom MVO? Beleidslijnen Vlaamse overheid MVO? een proces waarbij ondernemingen vrijwillig

Nadere informatie

Verzoekcertificering (VCA-01) 3 juli 2014 Versie: 1.0.8 1 DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED

Verzoekcertificering (VCA-01) 3 juli 2014 Versie: 1.0.8 1 DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED 1 DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED Deze instructie beschrijft de procedure van de beoordeling van teksten in het kader van verzoekcertificering. Deze instructie is van toepassing op certificaatteksten die worden

Nadere informatie

Investeren in vrouwen werkt!

Investeren in vrouwen werkt! Investeren in vrouwen werkt! AANBEVELINGEN VOOR EEN EFFECTIEVER EN GELIJKWAARDIGER (I)MVO BELEID VOOR MANNEN EN VROUWEN Topeconomen en wereldleiders zijn eruit: investeren in vrouwen werkt! Dat was een

Nadere informatie

Dieter Vander Beke. Maatschappelijk Verantwoorde Overheid ISO 26000 & GRI Provinciale milieudag provincie Antwerpen 24 juni 2014

Dieter Vander Beke. Maatschappelijk Verantwoorde Overheid ISO 26000 & GRI Provinciale milieudag provincie Antwerpen 24 juni 2014 Dieter Vander Beke Maatschappelijk Verantwoorde Overheid ISO 26000 & GRI Provinciale milieudag provincie Antwerpen 24 juni 2014 Overzicht van de presentatie 1. Vertrouwen in de overheid? 2. Maatschappelijke

Nadere informatie

Auditstatuut. Systeemtoezicht Wegvervoer

Auditstatuut. Systeemtoezicht Wegvervoer Auditstatuut Systeemtoezicht Wegvervoer Datum: 17 januari 2013 Status: vastgesteld versie 1.0 Pagina 1 van 9 Inhoud 1 Voorwoord 3 2 Audits 4 2.1 Systeemcriteria 4 3 Traject audit 5 3.1 Self-assessment

Nadere informatie

Convenant ten aanzien van de verbeteringen in de steenkolenketen

Convenant ten aanzien van de verbeteringen in de steenkolenketen Convenant ten aanzien van de verbeteringen in de steenkolenketen Partijen: 1. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, mevrouw E.M.J. Ploumen en Minister van Economische Zaken,

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2015Z10572 Datum 15 juni

Nadere informatie

Regeling Toekomstgerichte Scholing FLOW

Regeling Toekomstgerichte Scholing FLOW Regeling Toekomstgerichte Scholing FLOW Inleiding Gezien de arbeidsmarktsituatie bij woningcorporaties, heeft het FLOW-bestuur in afstemming met sociale partners besloten dat zij meer wil doen om werkgevers

Nadere informatie

RICHTSNOEREN OVER DE REGLEMENTAIRE WERKZAAMHEDEN VAN DE CCR. Artikel 1. Doel en strekking van het besluit

RICHTSNOEREN OVER DE REGLEMENTAIRE WERKZAAMHEDEN VAN DE CCR. Artikel 1. Doel en strekking van het besluit CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART Bijlage bij RV (12) 45 add. 1 RICHTSNOEREN OVER DE REGLEMENTAIRE WERKZAAMHEDEN VAN DE CCR Artikel 1 Doel en strekking van het besluit 1. Dit besluit bepaalt de manier

Nadere informatie

Actieplan naar aanleiding van BDO-onderzoek. Raad van Commissarissen GVB Holding N.V. Woensdag 13 juni 2012

Actieplan naar aanleiding van BDO-onderzoek. Raad van Commissarissen GVB Holding N.V. Woensdag 13 juni 2012 Actieplan naar aanleiding van BDO-onderzoek Raad van Commissarissen GVB Holding N.V. Woensdag 13 juni 2012 Inhoudsopgave - Actieplan GVB Raad van Commissarissen GVB Holding N.V. n.a.v. BDO-rapportage 13

Nadere informatie

Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014

Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014 Verslag verantwoording betrokken aandeelhouderschap 2014 In dit verslag: 1. Stemresultaten over 2014 2. Implementatie Nederlandse Corporate Governance Code Verantwoordelijkheid van institutionele beleggers

Nadere informatie

De leden van de beleggingscommissie. 10 januari 2011 Beleid Maatschappelijk Verantwoord Beleggen

De leden van de beleggingscommissie. 10 januari 2011 Beleid Maatschappelijk Verantwoord Beleggen NOTITIE Van Aan CC Datum Betreft Sjoerd Hoogterp De leden van de beleggingscommissie 10 januari 2011 Beleid Maatschappelijk Verantwoord Beleggen Inleiding Het pensioenfonds Werk en (re)integratie (PWRI)

Nadere informatie

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Maatschappelijk verantwoord ondernemen Maatschappelijk verantwoord ondernemen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) wint aan terrein in het bedrijfsleven en in de samenleving als geheel. Het verwachtingspatroon

Nadere informatie

Regeling Kwalificerende opleidingen

Regeling Kwalificerende opleidingen Regeling Kwalificerende opleidingen Inleiding Gezien de arbeidsmarktsituatie bij woningcorporaties, heeft het FLOW-bestuur in afstemming met sociale partners besloten dat zij meer wil doen om werkgevers

Nadere informatie

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan: de algemene vergadering van Nederlandse Waterschapsbank N.V. Verklaring over de jaarrekening 2014 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2014 van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1985-1986 16431 Zeescheepsnieuwbouw Nr. 16 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-gravenhage,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 26 485 Maatschappelijk verantwoord ondernemen Nr. 89 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Stichting VHAN. Reglement Wetenschapscommissie

Stichting VHAN. Reglement Wetenschapscommissie Stichting VHAN Reglement Wetenschapscommissie Aangepaste versie januari 2015 Inhoudsopgave 1. Begripsbepalingen 2. Taakopdracht 3. Samenstelling commissie, benoeming en zittingsduur 4. Werkwijze en besluitvorming

Nadere informatie

ILO-VERKLARING BETREFFENDE DE FUNDAMENTELE PRINCIPES EN RECHTEN OP HET WERK

ILO-VERKLARING BETREFFENDE DE FUNDAMENTELE PRINCIPES EN RECHTEN OP HET WERK Toelichting In het onderstaande zijn de afzonderlijke elementen van het normatieve kader integraal opgenomen en worden ze nader toegelicht en beschreven. Daarbij wordt aandacht besteed aan de volgende

Nadere informatie

Uitspraak Commissie van Beroep 2010-08

Uitspraak Commissie van Beroep 2010-08 Uitspraak Commissie van Beroep 2010-08 Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 33 d.d. 22 februari 2010 (mevrouw mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, drs. A. Adriaansen en mr. J.Th. de

Nadere informatie

01 Inleiding... 3 02 Wie is Agrico?... 5. 03 Scope MVO 2013/2014... 7 04 MVO principes... 7

01 Inleiding... 3 02 Wie is Agrico?... 5. 03 Scope MVO 2013/2014... 7 04 MVO principes... 7 Inhoudsopgave 01 Inleiding... 3 02 Wie is Agrico?... 5 03 Scope MVO 2013/2014... 7 04 MVO principes... 7 1. Agrico legt rekenschap af over effecten op de maatschappij, de economie en het milieu... 8 2.

Nadere informatie

Charco & Dique. Trustkantoren. Risk Management & Compliance. DNB Nieuwsbrief Trustkantoren

Charco & Dique. Trustkantoren. Risk Management & Compliance. DNB Nieuwsbrief Trustkantoren Trustkantoren DNB Nieuwsbrief Trustkantoren Sinds 2012 publiceert De Nederlandsche Bank (DNB) drie keer per jaar de Nieuwsbrief Trustkantoren. Zij publiceert de Nieuwsbrief Trustkantoren om de wederzijdse

Nadere informatie

MENSENRECHTEN & BEDRIJFSLEVEN. ICCO Onderzoek 2015

MENSENRECHTEN & BEDRIJFSLEVEN. ICCO Onderzoek 2015 MENSENRECHTEN & BEDRIJFSLEVEN ICCO Onderzoek 2015 Inhoud 1. Uitgangspunten 2. Onderzoek Demografie Bedrijfsgegevens Functie van de respondent Landen Wat zijn mensenrechten? Waarom mensenrechten? Six step

Nadere informatie

IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM

IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM De tijd dat MVO was voorbehouden aan idealisten ligt achter ons. Inmiddels wordt erkend dat MVO geen hype is, maar van strategisch belang voor ieder

Nadere informatie

MOBI PROCES BESCHRIJVING

MOBI PROCES BESCHRIJVING MOBI METHODIEK VOOR EEN OBJECTIEVE BEVEILIGINGSINVENTARISATIE PROCES BESCHRIJVING HAVENBEDRIJF AMSTERDAM INHOUDSOPGAVE MOBI voor havenfaciliteiten... 2 INLEIDING... 2 ALGEMEEN... 2 PROCES SCHEMA... 5 BIJLAGEN...

Nadere informatie

Advies van de commissie Burgmans over maatschappelijk verantwoord ondernemen en corporate governance

Advies van de commissie Burgmans over maatschappelijk verantwoord ondernemen en corporate governance Advies van de commissie Burgmans over maatschappelijk verantwoord ondernemen en corporate governance Advies De commissie vindt dat integratie van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) in de bedrijfsvoering

Nadere informatie

Duurzaamheidsanalyse bedrijven

Duurzaamheidsanalyse bedrijven De inspanningen van bedrijven op het vlak van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen worden door KBC Asset Management beoordeeld volgens een evaluatiemodel dat werd opgesteld in samenwerking

Nadere informatie

Het Wie, Wat en Hoe vanwelzorg in 2012

Het Wie, Wat en Hoe vanwelzorg in 2012 Het Wie, Wat en Hoe vanwelzorg in 2012 En hoe de puzzelstukjes Of hoe de puzzelstukjes precies in elkaar precies passen in elkaar passen Onze Visie Wie we willen zijn in 2012 1 1 Als marktleider in het

Nadere informatie

Controleprotocol provincie Utrecht

Controleprotocol provincie Utrecht Controleprotocol provincie Utrecht Controleprotocol voor de accountantscontrole bij door de provincie Utrecht gesubsidieerde instellingen Januari 2010 Controleprotocol provincie Utrecht 1 van 7 Controleprotocol

Nadere informatie

Management-/ energiereview CO2 prestatieladder

Management-/ energiereview CO2 prestatieladder Management-/ energiereview CO2 prestatieladder 2015 Fluor Corporation Deelnemers Ger van der Schaaf: Executive Director Kees Schelling: QA/QC Jos Thijs: Kwaliteitsmanager 1 Resultaten van audits status

Nadere informatie

MVO actieplan HKV 2015-2016

MVO actieplan HKV 2015-2016 MVO actieplan HKV 2015-2016 November 2015 November 2015 MVO actieplan HKV Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Onze MVO doelen en actiepunten... 5 3 Implementatie, review en communicatie... 8 4 Verantwoording...

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN FEDICT DIENSTEN

ALGEMENE VOORWAARDEN FEDICT DIENSTEN ALGEMENE VOORWAARDEN FEDICT DIENSTEN Doel van het document: De algemene voorwaarden voor Fedict diensten bevatten de standaardvoorwaarden voor het gebruik van alle Fedict diensten. Ze worden aangevuld

Nadere informatie

Pas toe of leg uit regel voor institutionele beleggers. Rients Abma Directeur Eumedion 22 november 2006

Pas toe of leg uit regel voor institutionele beleggers. Rients Abma Directeur Eumedion 22 november 2006 Pas toe of leg uit regel voor institutionele beleggers Rients Abma Directeur Eumedion 22 november 2006 Agenda Achtergrond verantwoordelijkheden institutionele beleggers Code Tabaksblat Wettelijke verankering

Nadere informatie

Energiemanagementprogramma HEVO B.V.

Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Opdrachtgever HEVO B.V. Project CO2 prestatieladder Datum 7 december 2010 Referentie 1000110-0154.3.0 Auteur mevrouw ir. C.D. Koolen Niets uit deze uitgave mag zonder

Nadere informatie

gedragscode voor leveranciers van Quintiles

gedragscode voor leveranciers van Quintiles gedragscode voor leveranciers van Quintiles 2 Quintiles maakt zich sterk voor duurzame zakelijke praktijken. Op basis van internationaal erkende normen, is deze gedragscode voor leveranciers ( Code ) gericht

Nadere informatie

Beschrijving DCTF Werkgroep Workflow

Beschrijving DCTF Werkgroep Workflow Beschrijving DCTF Werkgroep Workflow Fase 1: Identificatie en selectie van een issue waarvoor mogelijk een werkgroep dient te worden opgericht 1. Het DB zet een portfolio management op ten aanzien van

Nadere informatie

voor de beleggingscommissie van Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen (hierna: SPV).

voor de beleggingscommissie van Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen (hierna: SPV). REGLEMENT BELEGGINGSCOMMISSIE voor de beleggingscommissie van Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen (hierna: SPV). Artikel 1 Vaststelling en reikwijdte Dit reglement geeft, in aanvulling op de statuten,

Nadere informatie

Rapportage. Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008. Alphen-Chaam. Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau.

Rapportage. Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008. Alphen-Chaam. Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau. 1 Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau Rapportage Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008 Alphen-Chaam 7 juli 2011 W E T E N W A A R O M A L P H E N - C H A A M 2 1 Inleiding De Rekenkamercommissie

Nadere informatie

Prioriteringsmatrix Zelfverklaring NEN-ISO 26000

Prioriteringsmatrix Zelfverklaring NEN-ISO 26000 Prioriteringsmatrix Zelfverklaring NEN-ISO 26000 Bijlage C Vaststellen van relevantie, significantie en prioriteit van MVO-onderwerpen NPR 9026 Versie: december 2011 Auteurs Rob Boers Erwin Vos CSU CSU

Nadere informatie

Hoofdlijnen Corporate Governance Structuur

Hoofdlijnen Corporate Governance Structuur Hoofdlijnen Corporate Governance Structuur 1. Algemeen Deugdelijk ondernemingsbestuur is waar corporate governance over gaat. Binnen de bedrijfskunde wordt de term gebruikt voor het aanduiden van hoe een

Nadere informatie

De benchmark geanalyseerd

De benchmark geanalyseerd Datum 21-05-2015 1 De benchmark geanalyseerd Master studies naar de uitkomsten van de Transparantie Benchmark Allard Hibma MSc Prof. dr. Dick de Waard Datum 21-05-2015 2 Agenda Introductie Toelichting

Nadere informatie

Profielbeschrijving Voorzitter College van Bestuur. Pagina 1

Profielbeschrijving Voorzitter College van Bestuur. Pagina 1 Profielbeschrijving Voorzitter College van Bestuur Pagina 1 Contactgegevens Stichting Hervormde Scholen De Drieslag Lange Voren 88 3773 AS Barneveld info@dedrieslag.nl www.dedrieslag.nl Datum 28-01-2015

Nadere informatie

ABN AMRO. Toelichting op ABN AMRO participatie in BTC Pipeline Project

ABN AMRO. Toelichting op ABN AMRO participatie in BTC Pipeline Project ABN AMRO Toelichting op ABN AMRO participatie in BTC Pipeline Project Wat is het BTC Pipeline Project? BTC Company (BTC Co.), een consortium van elf aandeelhouders, legt momenteel de BTC (Bakoe-Tbilisi-Ceyhan)

Nadere informatie

Inkoop- en aanbestedingsbeleid. Versie 2016

Inkoop- en aanbestedingsbeleid. Versie 2016 Inkoop- en aanbestedingsbeleid Versie 2016 Inhoudsopgave 1. INLEIDING 3 2. DOEL VAN HET INKOOP- EN AANBESTEDINGSBELEID 3 3. ETHISCHE UITGANGSPUNTEN & DUURZAAMHEID 3 4. KADERS VAN INKOPEN EN AANBESTEDEN

Nadere informatie

Mensenrechtenbeleid. 1. Inleiding. Rabobank Groep

Mensenrechtenbeleid. 1. Inleiding. Rabobank Groep Mensenrechtenbeleid Rabobank Groep 1. Inleiding... P 1 1.1 Duurzaamheid en mensenrechten... P 1 1.2 Doelstellingen van dit beleid... P 1 2. Toepassingsgebied en basis van dit Mensenrechtenbeleid... P 2

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Onze Referentie Minbuza 2015.710578 Datum

Nadere informatie

Review CO2 reductiesysteem 2014-1 ste half jaar 2015. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2

Review CO2 reductiesysteem 2014-1 ste half jaar 2015. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2 Review CO2 reductiesysteem 2014-1 ste half jaar 2015 Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Management review - invalshoek A: Inzicht 4 2.1. Footprint berekening 4

Nadere informatie

Bijlage 4 Kwaliteitstoets/beheersmodel audit

Bijlage 4 Kwaliteitstoets/beheersmodel audit Bijlage 4 Kwaliteitstoets/beheersmodel audit 1 Uitgangspunten Kwaliteitstoets/Beheersmodel audit Uitgangspunt is dat de zorgverzekeraar alleen doelmatige en noodzakelijke fysiotherapeutische zorg vergoedt.

Nadere informatie

Rekenkamercommissie Wijdemeren

Rekenkamercommissie Wijdemeren Rekenkamercommissie Wijdemeren Protocol voor het uitvoeren van onderzoek 1. Opstellen onderzoeksopdracht De in het werkprogramma beschreven onderzoeksonderwerpen worden verder uitgewerkt in de vorm van

Nadere informatie