SCENARIOBESCHRIJVINGEN; Scenario 19. Brand zorginstelling Werkversie voor het scoren door de zorgaanbieders/instellingen 8 mei 2017
Notatiewijze tijden Afkortingen: T Tijdstip of Tijdsduur min minuten u uur/uren Dg dag Wk week Mnd maand Notatie: T: 0 min/u T 0 oftewel meteen bij de start van het incident; T: 0 x min Binnen een periode van T 0 t/m x minuten (uren, dagen, weken, maanden) daarna; T: x min + Vanaf x minuten (uren, dagen, weken, maanden) na het incident en daarna; T: Dg 0 Gedurende de dag (week, maand) van het incident zelf; T: Dg -1 Eén dag (week, maand) voor het incident; T: Dg +1 Eén dag (week, maand) na het incident ; Verdeelsleutel letselslachtoffers Bij diverse scenario s moeten letselslachtoffers over de individuele zorgaanbieders/instellingen worden verdeeld. Hiervoor is een verdeelsleutel opgesteld: Ambulancedienst, MKA en GGD: Het incident vindt plaats in uw regio. U bent primair aan zet voor de uitvoering en organisatie; Huisartsenpost: Het incident vindt plaats bij u in de buurt, 70% van de t3 s komt naar uw HAP; Ziekenhuis: Het incident vindt plaats bij u in de buurt, maar u bent geen aanloopziekenhuis. Het onderstaand percentage van het totaal aantal letselslachtoffers (zie tabel) komt bij u op de SEH. Dit percentage is in het tekstblok Operationele bijzonderheden zo nodig vertaald naar concrete aantallen voor uw organisatie. Naam % letselslachtoffers/patiënten Albert Schweitzer 7,5 Erasmus Medisch Centrum 20 Maasstad 20 Havenziekenhuis 2,5 Ikazia 7,5 IJsselland 5 Franciscus, locatie Vlietland 5 Franciscus, locatie Gasthuis 10 Beatrix 5 Van Weel Bethesda 7,5 Admiraal de Ruyter 5 Zorgsaam 5 TOTAAL % 100 69
Regiobeeld en waarschijnlijkheid Scenariokeuze 19. Brand zorginstelling Er zijn vele soorten gebouwbranden mogelijk. Met name zijn branden in grote publieksruimten (disco, bioscoop, theater, café-restaurant, supermarkt) en in zorginstellingen gevreesd. Volgens de regionale risicoprofielen van Rotterdam Rijnmond, Zeeland en Zuid-Holland Zuid zijn de risico s van brand in een zorginstelling hoger dan van grote publieksruimten. Derhalve is brand in een zorginstelling gekozen voor de scenariobeschrijving; In de regionale risicoprofielen gaat men uit van brand in een instelling voor verpleging en verzorging, omdat daar relatief weinig personeel (BHV) beschikbaar is voor de ontruiming. Hier is gekozen brand aan de acute zorg te relateren; Zorgaanbieders/instellingen kunnen op 3 manieren in aanraking komen met een brand, bij de rampenopvang, in een effectgebied, bij een interne brand. Rampenopvang bij brand is elders beschreven (#2). Schuilen in een effectgebied is beschreven bij incidenten met toxische stoffen (#3). Hier wordt ingegaan op een interne brand, maar ook op de opvang door collega-instellingen. Volgens gegevens van het ibmz kwamen er in 2012 ruim 1500 binnenbranden voor in zorginstellingen. Statistische gegevens over grote branden in zorginstellingen zijn niet beschikbaar De kans op brand en escalatie is groter in oud- dan nieuwbouw. GHOR Zuid Holland Zuid heeft aangegeven dat zich daar veel oudbouw zorginstellingen bevinden en dat brand om die reden hoog scoort in het regionaal risicoprofiel; Brand in een zorginstelling is opgenomen in de regionale risicoprofielen. In het zorgrisicoprofiel wordt uitgegaan van een risicoscore van C x C, oftewel een mogelijk scenario (waarschijnlijkheid: 0,1 1% p.j.) met diverse doden ( 4 40) en vele gewonden (16 160). Hier wordt echter uitgegaan van brand in de acute zorg met deels andere waarschijnlijkheden en impacts. Voor een interne brand zijn matig zware scenario s gekozen. De waarschijnlijkheid daarvan verschilt per zorgschakel: o MKA: Uitgegaan wordt van het verloren gaan van de centrale computer, met waarschijnlijkheid < eens in 50 jr; o Ambulancedienst: Uitgangspunt is het uitbranden van een standplaats. De waarschijnlijkheid daarvan wordt geschat op < eens in de 50 jr; o HAP en GGD: Uitgangspunt is dat (grote delen van) het gebouw door rook- en waterschade gedurende enkele weken niet meer bruikbaar (zijn) is, met waarschijnlijkheid < eens in 50 jr; o Ziekenhuis: Uitgangspunt is dat enkele verdiepingen, waaronder de IC s en/of OK s snel moeten worden ontruimd. De waarschijnlijkheid daarvan wordt geschat op eens in de 10 50 jr; o GGZ: Uitgangspunt is dat er enkele verdiepingen snel moeten worden ontruimd. De waarschijnlijkheid daarvan wordt geschat op eens in de 2-10 jr (ergens in NL); De waarschijnlijkheid van optreden is voor ziekenhuizen getoetst aan branden in het laatste half jaar (moment van schrijven: mrt 2017): o Het is weinig waarschijnlijk dat een heel ziekenhuis door brand verloren gaat, maar zware branden zijn wel degelijk mogelijk en komen regelmatig voor. In september 2016 moesten 100en patiënten via de noodtrap worden geëvacueerd uit een ziekenhuis in België (in Warquignies, Hengouwen) en vielen er bij een grote brand in de universiteitskliniek Bergmannsheil in Duitsland (Bochum) zeker 2 doden en zestien gewonden. Ook moesten alle operaties en opnames worden afgezegd omdat het dak volledig was ingestort; o Brand van een afdeling of verdieping komt veelvuldig voor en kan beperkte of grotere ontruimingen nodig maken. Voorbeelden zijn: brand in de apotheek van het Radboud (okt 2016) naast de hoofdingang die als gevolg moest worden afgezet; brand in het St Augustinus ziekenhuis (Veurne, nov 2016) waarbij tijdelijk 3 verdiepingen moesten worden ontruimd en 6 mensen bevangen raakten; brand in de technische ruimte van het Meander MC (Lichtenberg, jan 2017) waarbij de stroom uitviel en ICpatienten naar het UMCU moesten worden overgeplaatst; brand in een behandelkamer op de SEH van het AZM (Maastricht, mrt 2017), waardoor de SEH tijdelijk moest worden ontruimd; o Na de brand in de Twenteborg (2006) zijn veel maatregelen genomen om OK-branden tegen te gaan, maar het risico blijft zeer reëel. Bij een brand op de 2 e etage van het ADR (Goes, aug 2015) waren IC en OK s betrokken, maar er waren op dat moment gelukkig geen patiënten aanwezig; o Radiologische branden komen gelukkig zelden voor, maar blijven een aandachtspunt. 70
Incident Er is geen uniforme beschrijving van de brandimpacts bij een acute zorgaanbieder/instelling mogelijk. Het interne scenario wordt per schakel apart beschreven. De rampenopvang is alleen uitgewerkt voor brand in een verblijfsinrichting. Schuilen in het effectgebied voor een rookwolk is beschreven bij toxische incidenten (#3), maar geldt ook voor brand en kan ook hier worden meegewogen. Rampenopvang T: 0-15 min In een grote zorginstelling met hoge bezettingsgraad ontstaat een brand die zich snel ontwikkelt. Het is al snel duidelijk dat het pand voor langere tijd onbruikbaar is en er alternatieve huisvesting nodig is voor de patiënten; De BHV start met de ontruiming en begeleidt samen met het overige personeel de patiënten voor zover mogelijk naar de afgesproken verzamelplaats; T: 15 30 min De hulpdiensten schalen snel op en de brandweer start direct met de redding en - indien mogelijk blussing. Als de eerste ambulance aankomt zijn er al diverse cliënten en zorgverleners buiten, voor een deel met beroete gezichten en ademhalingsproblemen; T: 30 min + Er zijn vele tientallen brandwondenslachtoffers en nog meer bedlegerige patiënten die per ambulance naar geëigende zorginstellingen moeten worden vervoerd; Niet gewonde ambulante en rolstoelafhankelijke patiënten van low care afdelingen worden mogelijk eerst in een opvangcentrum opgevangen; Zo nodig worden speciale voorzieningen getroffen voor verstandelijk gehandicapte slachtoffers; Bezorgde verwanten van cliënten/patiënten bellen massaal op naar de zorgaanbieder/instelling en hulpdiensten voor informatie, maar men kan nog niet veel zeggen totdat de slachtofferregistratie op orde is; T: Dg +1 Lokale bestuurders willen hun medeleven tonen en komen de volgende dag op bezoek bij de zorginstellingen waar de brandwondenslachtoffers en overige patiënten zijn opgenomen; Follow-up Er wordt onderzoek ingesteld naar de oorzaak van de brand, de verzekering gaat na of er sprake is van verwijtbare feiten en er ontstaat mogelijk opnieuw discussie over de brandveiligheid van de zorg. Intern MKA: De MKA moet vanwege een brand worden ontruimd en is voor langere tijd onbruikbaar, bijvoorbeeld door bluswaterschade, of na brand in de computerruimte; Ambulancedienst: Een uitrukpost brandt s nachts uit. Daarbij gaan diverse ambulances verloren, afhankelijk van de grootte van de standplaats; HAP: Brand maakt de receptie, behandel- en wachtruimten gedurende enkele weken onbruikbaar en/of beschadigt het centrale computersysteem. De hulpvoertuigen zijn ook een zorgpunt; Ziekenhuis: Enkele verdiepingen, waar ook IC s en/of OK s zijn gevestigd moeten vanwege een brand acuut worden ontruimd; GGD: Bij een brand worden de afdelingen met cliëntcontacten (behandel- en wachtruimten) getroffen en/of valt de centrale computer met patiëntendossiers uit. De TBC-bus met mobiel röntgenapparaat blijft gelukkig behouden; GGZ-instelling: Enkele verdiepingen moeten vanwege een brand acuut worden ontruimd. De meeste aandacht gaat uit naar de eventueel aanwezige gesloten afdelingen. 71
Impacts Algemene kenmerken van een brand zijn dat er geen vooraankondiging plaatsvindt, een brand zich veelal snel ontwikkelt, er veel materiële en financiële schade kan zijn en er eventueel veel doden en gewonden kunnen vallen. Papierendossiers en locale ICT-gegevens kunnen verloren gaan of brandschade oplopen. Verwanten zijn zwaar aangedaan. Er kunnen schadeclaims komen en de zorginstelling kan aansprakelijk worden gesteld. De buurt ondervindt overlast tijdens brand en herstel, en er kan maatschappelijke onrust ontstaan. Als de getroffen zorgaanbieder/instelling niet snel weer van start kan, is marktverlies te verwachten. Rampenopvang Uitgangspunt voor dit scenario is dat er diverse doden en vele tientallen gewonden vallen, met name met rookintoxicatie en brandwonden. Ook kan er sprake van mechanisch letsel zijn, door valincidenten, verdrukking of een sprong van hoogte. Verder zijn er tot enige 100en patiënten die moeten worden geëvacueerd en vervoerstrauma kunnen oplopen. Intern MKA: De meldkamer kan voor langere tijd buiten dienst zijn. De buddy meldkamer moet in de tussentijd inspringen. De brand kan ook een nieuw aangrijpingspunt zijn voor nieuwe fusiegesprekken; Ambulancedienst: Een standplaats kan s nachts volledig uitbranden Alsdan is er vervanging voor alle gestalde ambulances nodig; HAP: De HAP kan weken buiten dienst zijn, gedurende welke tijd collega HAP s moeten inspringen; Ziekenhuis: Enkele verdiepingen kunnen uitbranden, waaronder IC s en/of OK s, en gedurende weken onbruikbaar zijn. Diverse IC- en OK-patiënten zijn daarbij in levensgevaar. Ook loopt men ook risico op clientèleverlies op langere termijn; GGD: Een deel van het gebouw brandt af, waarin mogelijk ook wacht- en spreekkamers en patiëntendossiers zijn. Een deel van de (patiënt- en onderzoeks)gegevens kan definitief verloren zijn gegaan. Er kunnen alternatieve werkruimten nodig zijn en bijstand van andere GGDen; GGZ-instelling: Er kan een geforceerde ontruiming nodig zijn van enkele verdiepingen. Ook kunnen er doden en gewonden vallen. De discussie over de kwaliteit van zorg kan weer oplaaien. 72
Operationele bijzonderheden Respons Rampenopvang T: 15 30 min De ambulancedienst schaalt snel op T: 30 min + De ziekenhuizen krijgen al snel de eerste slachtoffers binnen, na globaal een ½ - ¾ u; Er zijn maar weinig brandwondenbedden vrij en nog minder beademingsbedden. De slachtoffers worden in eerste instantie vooral in algemene ziekenhuizen opgevangen; De GHOR coördineert de slachtofferregistratie; T: 2u + Het CBT van de getroffen zorginstelling heeft een zware taak: om het personeel op te vangen, de overdracht van patiënten af te regelen, de verwanteninformatie te regelen; de autoriteiten, verzekering te woord te staan, eventueel onderzoek te faciliteren etc. T: Dg +1 Het CBT van de getroffen zorginstelling neemt richtinggevende besluiten voor de nabije toekomst en presenteert deze zo nodig op een alternatieve locatie aan het personeel; Binnen 24u komen triageteams en worden de slachtoffers herverdeeld. Een deel van hen wordt bij plaatsgebrek in Nederland naar buitenlandse centra vervoerd, waar sommigen weken of maanden moeten verblijven; Collega-instellingen met overgenomen patiënten hebben mogelijk nog vragen over deze patiënten; moeten bezoek van bestuurders regelen; gegevens voor de slachtofferregistratie aanleveren; verwanten opvangen; nieuwsgierige pers op afstand houden; communicatiebeleid (in/extern) bepalen en uitvoeren etc. Follow-up Mogelijk is een aparte poli voor slachtoffers met ontsierende littekens zinvol en mogelijk ontstaat er een lotgenotengroep; Intern MKA: Men moet terugvallen op buddy meldkamers en probeert zo snel mogelijk vervangende voorzieningen te realiseren; Ambulancedienst: Als de uitval van ambulances niet valt op te vangen binnen de eigen dienst of regio, is bijstand uit andere regio s nodig. Vervanging van ambulances kost maanden; HAP: Men moet op collega s terugvallen of alternatieve of noodvoorzieningen treffen; Ziekenhuis en GGZ: Er is een geforceerde ontruiming nodig. Daarbij zijn de liften over het algemeen niet te gebruiken. Geëvacueerde patiënten moeten worden overgeplaatst en hun EPD s doorgestuurd naar collega s in andere ziekenhuizen. Papieren dossiers worden zo mogelijk in veiligheid gebracht. Afspraken worden verzet of afgezegd en nieuwe patiënten voorlopig niet aangenomen; GGD: Veel personeel kan tijdelijk thuiswerken, maar spreekuren en andere afspraken moeten worden afgezegd of verplaatst. Acute zaken zullen tijdelijk op andere wijze of door een andere GGD moeten worden afgehandeld. De gemeente kan mogelijk elders tijdelijke huisvesting regelen. Voormalige zorgcentra - waar bewoners nu ieder voor zich zorg moeten inkopen zijn een opkomende groep kwetsbare objecten, maar dit komt nog niet tot uiting in de risicoprofielen; Uitgangspunt is dat de meeste zorgaanbieders/instellingen een automatische brandmeldinstallatie hebben, die is aangesloten op de meldkamer van de brandweer; s Nachts of door andere omstandigheden kan de personeelsbezetting laag zijn (vakantie, griep); Uitgangspunt is dat er voldoende horizontale en verticale rookcompartimenten in het gebouw aanwezig zijn en goed functioneren (b.v. geen open deuren); Tijdige opvang voor alle patiënten elders is een uitdaging en van IC en OK-patiënten helemaal. Afspraken vooraf helpen; De weersomstandigheden bepalen mede in hoeverre de verzamelplaats buiten bruikbaar is bij de ontruiming; Verwanteninformatie wordt door de gemeente verstrekt, zo nodig ondersteund door het Nederlandse Rode Kruis (afspraken verschillen per gemeente); De psychische hulpbehoefte kan gezien de aard van de doelgroep relatief hoog zijn; Aanwezigheid en vrijkomen van asbest (mogelijk in gebouwen van <1993) bij de brand bemoeilijkt de ontruiming. 73