6 Inleiding naar biologisch vaderschap, moederschap, ouderschap of andere familierelaties kan worden uitgevoerd wanneer er verschil van mening of twijfel bestaat omtrent de biologische verwantschap. Bijvoorbeeld bij erkenning van vaderschap, ontkenning van vaderschap, rondom alimentatie zaken, bij procedures rond asielaanvragen, gezinshereniging, aanvragen van het Nederlanderschap of andere persoonlijke redenen. De voor het verwantschapsonderzoek noodzakelijke DNA-profielen kunnen worden bepaald uit onder andere bloed, wangslijm, weefsel, haren en nagels. Achtergrond van het Bij het onderzoek naar biologisch vaderschap (of andere familierelaties) wordt gebruik gemaakt van erfelijke kenmerken die vastgelegd zijn in het DNA. Het DNA van mensen is opgeslagen in paar chromosomen, 22 paar autosomale chromosomen en één paar geslachtschromosomen. en hebben twee X-chromosomen en mannen hebben een X- en een Y-chromosoom. Alle erfelijke kenmerken zijn bij ieder individu in duplo aanwezig, waarbij één helft van de genetische informatie afkomstig is van de moeder en de andere helft van de vader. Een groot deel van het erfelijke materiaal, DNA, is bij ieder individu hetzelfde. Sommige stukken van het DNA variëren echter van persoon tot persoon, de zogenaamde DNApolymorfismen. Deze DNA-polymorfismen zijn uitermate geschikt voor het vaststellen van een voor ieder individu karakteristiek DNA-profiel. Bij het vaderschapsonderzoek maken we gebruik van zogenaamde Short Tandem Repeat polymorfismen. Short Tandem Repeats (STR) zijn opgebouwd uit korte stukjes DNA van 4 of 5 nucleotiden die meerdere keren achter elkaar voorkomen. Het aantal keren dat deze 4- of 5-nucleotiden-repeats achter elkaar voorkomen varieert en zorgt dus voor de verschillende varianten of allelen (zie figuur 1). Bij het vaststellen van een DNAprofiel maken we gebruik van meerdere van deze STR-polymorfismen. Daar een kind erfelijke kenmerken van beide biologische ouders erft, moet dit in het DNA-profiel tot uiting komen. Deze DNA-profielen bestaan uit autosomale DNA-polymorfismen. Voor verwantschapsvragen in de mannelijke lijn wordt gebruik gemaakt van Y-STRpolymorfismen. Indien de mannelijke lijn wordt onderbroken, of als de autosomale DNA-polymorfismen onvoldoende informatie leveren, kunnen X-specifieke STR-polymorfismen een bijdrage leveren. Figuur 1: Schematische voorstelling van een Short Tandem Repeat waarbij de 4-nucleotiderepeat ACCT voorgesteld wordt door een blokje. Dit STR-systeem bevat de allelen 3 en 5. ACCT 82 83
autosomaal De DNA-allelen die worden aangetoond bij het kind, zijn afkomstig van beide biologische ouders. Het DNA-allel van het kind dat niet aanwezig is bij de biologische moeder moet afkomstig zijn van de biologische vader. Indien de onderzochte man dit DNA-allel van het kind niet heeft is er sprake van een mismatch. Een uitsluiting van het biologisch vaderschap is gebaseerd op tenminste drie mismatches, aangetoond op drie onafhankelijke DNA-polymorfismen op verschillende chromosomen. (zie figuur 2a). Indien de onderzochte man niet van het biologisch vaderschap kan worden uitgesloten (zie figuur 3a), wordt met behulp van de statistische methode volgens Essen-Möller de vaderschapsindex (I) en de waarschijnlijkheidswaarde (W) berekend. Figuur 3a: Aanwijzing van vaderschap Figuur 2a: Uitsluiting van vaderschap D3S58 vwa DS539 D2S38 D3S58 vwa DS539 D2S38 moeder 20 9 moeder kind 20 9 kind 19 19 vader vader DNA-profielen van vier van moeder, kind en mogelijke vader. Voor het STR-systeem D3S58 heeft het kind de allelen en. De moeder heeft alleen allel dus het kind heeft allel van de moeder gekregen. Allel moet dus van de vader afkomstig zijn. Deze man heeft dit allel niet en kan dus niet de biologische vader zijn van dit kind. Zo ook voor de andere drie systemen. Zie ook de bijbehorende stamboom (figuur 2b). 10 DNA-profielen van vier van moeder, kind en mogelijke vader. Voor het STR-systeem D3S58 heeft het kind de allelen en. Het kind heeft van moeder het allel gekregen en van vader het allel. Zo ook voor de andere drie systemen (figuur 3b). Figuur 3b: Stamboom bij aanwijzing van vaderschap met de typeringen van vier STR-systemen Vader? Figuur 2b: Stamboom bij uitsluiting van vaderschap met de typeringen van vier STR-systemen Vader? D3S58, vwa, DS539 9, D2S38 20, D3S58, vwa, DS539 10, D2S38, Kind D3S58 vwa, DS539, D2S38, Kind D3S58, vwa, DS539, D2S38, D3S58, vwa, DS539 9, D2S38 20, D3S58, vwa,19 DS539 D2S38,19 84 85
Voor de vaderschapsindex geldt de formule I = X/Y, waarbij X aangeeft hoe groot de kans is voor de onderzochte man om het allel door te geven aan het kind gegeven de onderzochte moeder en Y de kans aangeeft dat een willekeurige man het getypeerde allel heeft. Vanuit I wordt W berekend via de formule W = (I/I+1) * 100%. W geeft aan hoe groot de kans is dat de onderzochte man de biologische vader is. De W-waarde wordt uitgedrukt in de volgende categorieën: Het Y-STR DNA-profiel dat bij een mannelijke persoon wordt aangetoond, moet afkomstig zijn van zijn biologische vader. Indien het Y-STR DNA-profiel bij twee mannen niet identiek is, dan is bij de onderzochte mannen het bloedverwantschap in de mannelijke lijn uitgesloten. Tevens geldt dat de onderzochte mannen niet dezelfde biologische vader hebben. (zie figuur 5a). W tussen 99 en 99,9% W tussen 99,9 en 99,99% W groter dan 99,99% vaderschap zeer waarschijnlijk vaderschap hoogst waarschijnlijk vaderschap met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid Figuur 5a: DNA profiel van vier Y-DNA polymorfismen, uitsluiting biologisch bloedverwantschap in de mannelijke lijn DYS456 DYS3891 DYS390 DYS389 Y-chromosomaal Het Y-chromosoom wordt in principe onveranderd overgeërfd van vader op zoon (zie figuur 4). Figuur 4: Overerving Y-STR DNA-profiel van vader op zoon man 1 29 29 man 2 21 21 Indien het bloedverwantschap in de mannelijke lijn tussen twee mannen niet kan worden uitgesloten (zie figuur 5b), wordt statistisch de verwantschapsindex in de mannelijke lijn (I) berekend. Figuur 5b: DNA profiel van vier Y-DNA polymorfismen, aanwijzing biologisch bloedverwantschap in de mannelijke lijn DYS456 DYS3891 DYS390 DYS389 man 1 man 2 Statistische Methode Voor de berekening van de biologische bloedverwantschapsindex in de mannelijke lijn, met behulp van Y-chromosomaal, geldt de formule I = 1/p, waarbij p aangeeft de Y-haplotype frequentie in de onderzochte populatie. Hiervoor wordt eerst de 86 87
frequentie van het bepaalde Y-haplotype bepaald door toetsing aan de YHRD-database (The institute of Legal Medicine, Charity University Medicine, Berlin). Vervolgens wordt de p berekend aan de hand van de volgende formule: p = (k+1)/(n+1) p = frequentie k = aantal observaties in de database n = aantal haplotypes in de database Vervolgens wordt de p berekend aan de hand van de volgende formule: p = (k+1)/(n+1) p = frequentie k = aantal observaties in de database n = aantal haplotypes in de database Vervolgens wordt de biologische bloedverwantschapsindex (I) berekend. Vervolgens wordt de biologische bloedverwantschapsindex (I) berekend. I = 1/p X-chromosomaal I = 1/p De I-waarde wordt uitgedrukt in de volgende categorieën: 100 < I < 1.000 biologisch bloedverwantschap zéér waarschijnlijk 1.000 < I < 10.000 biologisch bloedverwantschap hoogst waarschijnlijk I > 10.000 biologisch bloedverwantschap met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid Indien de mannelijke lijn wordt onderbroken, of als de autosomale DNA-polymorfismen onvoldoende informatie leveren, kunnen X-specifieke STR-polymorfismen een bijdrage leveren aan het verwantschapsonderzoek. Met behulp van het DNA van twee vrouwen afkomstig van verschillende biologische moeders kan met behulp van X-chromosomaal worden onderzocht of zij afkomstig zijn van dezelfde mannelijke lijn. Dit onderzoek, bij afwezigheid van de man, is niet mogelijk met behulp van autosomaal, omdat hiermee het biologisch vaderschap, niet kan worden uitgesloten. Indien er geen sprake is van een overeenkomstig X-profiel bij de onderzochte vrouwen, kan worden uitgesloten dat zij afkomstig zijn van dezelfde mannelijke lijn en kan worden geconcludeerd dat de onderzochte vrouwen niet dezelfde biologische vader hebben. Kwaliteit De I-waarde wordt uitgedrukt in de volgende categorieën: 100 < I < 1.000 biologisch bloedverwantschap zéér waarschijnlijk 1.000 < I < 10.000 biologisch bloedverwantschap hoogst waarschijnlijk I > 10.000 biologisch bloedverwantschap met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid De geleverde diensten van het laboratorium Vaderschapsonderzoek van Sanquin Diagnostiek betreffende de afname, identificatie, analyse, interpretatie en rapportage van rechtsgeldig vaderschaps- moederschaps-, ouderschaps- en ander familierelatie onderzoek, wordt uitgevoerd volgens:. het besluit 2009 Staatsblad van het koninkrijk der Nederlanden 2009, 4. de aanbevelingen van de Paternity Testing Commission of the International Society of Forensic Genetics (FSI, 2002 en 2007). De gevolgde werkwijze van het laboratorium Vaderschapsonderzoek van Sanquin Diagnostiek is geaccrediteerd door:. Raad voor Accreditatie (RvA) ISO 025/9. Coördinatie Commissie ter bevordering van Kwaliteitsbeheersing op het gebied van Laboratorium onderzoek in de gezondheidszorg (CCKL). Indien de twee vrouwen afkomstig zijn van dezelfde biologische moeder, kan het X-chromosomaal alleen worden uitgevoerd indien ook het DNAmateriaal van de moeder kan worden onderzocht. Praktische informatie Een afspraak voor een rechtmatig verwantschapsonderzoek kunt u telefonisch maken (tijdens kantooruren) via telefoonnummer 020 5 38 of 020 5 39. Indien het bloedverwantschap afkomstig van dezelfde mannelijke lijn tussen twee vrouwen niet kan worden uitgesloten, wordt statistisch de verwantschapsindex (I) berekend. Statistische Methode Voor de berekening van de biologische bloedverwantschapsindex van de mannelijke lijn, met behulp van X-chromosomaal, geldt de formule I = 1/p, waarbij p aangeeft de X-haplotype frequentie van vier linkage groepen in de onderzochte populatie. Hiervoor wordt eerst de frequentie van het bepaalde X-haplotype bepaald door toetsing aan de X ChrX-STR.org database (Insitut für Rechtsmedizin Magdenburg, Leipzig en Dresden). De afname. De afname kan uitgevoerd worden door een hiervoor gekwalificeerd afnameteam op vier locaties van Sanquin verspreid over Nederland (Amsterdam, Rotterdam, Groningen en Nijmegen);. Partijen kunnen afzonderlijk een afspraak maken;. Bij de afname moet u zich legitimeren met een geldig legitimatiebewijs. Ter plekke wordt van alle betrokkenen een foto gemaakt.. Zodra van alle betrokkenen materiaal aanwezig is, wordt met het begonnen; de uitslag zal binnen circa werkdagen bekend zijn; 88 89
. Bij voorkeur wordt het rapport verstuurd naar een door partijen zelf aan te wijzen contactpersoon (bijvoorbeeld huisarts, advocaat of maatschappelijk werker). In overleg is het mogelijk het rapport zelf te ontvangen;. Indien het verwantschap wordt uitgesloten, wordt dit met 100% zekerheid aangetoond. Indien het verwantschap niet kan worden uitgesloten, dan wordt dit met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid (> 99,99%) aangetoond;. In de rapportage worden de systemen en de bijbehorende resultaten genoemd, evenals de conclusie inclusief de uitleg. Aan het rapport wordt een identiteitsverklaring toegevoegd. Op de website www.vaderschapsonderzoek.nl kunt u aanvullende informatie vinden over het verwantschapsonderzoek. Hierop is ook de informatie te vinden betreffende het niet rechtmatig van Sanquin. Extra informatie Met het DNA-profiel is het niet mogelijk om genetisch bepaalde ziekten op te sporen. 90 91