Taal op maat - spelling



Vergelijkbare documenten
Taal op maat - spelling

Taal op maat - spelling

Afspraak 31 weetwoord. Afspraak 30 regelwoord. liniaal, actueel. thermometer. Afspraak 32a weetwoord. Afspraak 32b weetwoord. team.

haas poes beer slak wesp staart worst struik schaap geit slang Korte klank lange klank Zeg het woord hardop. Schrijf wat je hoort.

bangerd lieverd rijkaard dikkerd gierigaard valsaard engerd grijsaard sufferd lelijkerd gulzigheid viezerd leukerd luiaard stommerd

Woordenlijst groep 7 Week 1 Is de klank lang, dan staat er eentje op de gang. Is de klank kort, dan liggen er twee op m n bord.

Woordpakket 21 Groep 6

Categorie 9a Woorden met ng Thema 1 groep 8. Ik hoor n. Ik schrijf ng. tong. Taal actief Groep 8 Categoriekaarten Malmberg s-hertogenbosch

Woorden waarin je /ie/, /i/ of /j/ hoort en y schrijft. Meer uitleg vind je bij woordpakket 2 op bladzijde 8 van het leerlingenboek.

instapkaarten spelling

Werkwoordpakket thema 1 (Taal Actief 3 groep 7) roepen beginnen begrijpen breken buigen drinken duiken klimmen kruipen roepen ruiken

Blok 1 les 1 en 2. Toren: hoor je aan het eind van een klankgroep een lange klank (aa,ee,oo,uu) dan schrijf je maar één a,e,o,u.

KAPSTOK SPELLING WERKWOORDEN

Woordpakket 31 Groep 6. Onthoud woorden

Extra oefeningen voor werkwoordspelling

WOORDPAKKET 6.2 i in een tweeklank hoofdletter

schrijf je meestal ch, behalve bij hij ligt, hij legt en hij zegt dan schrijf je ij dan schrijf je ij

Thema 10. We ruilen van plek

Hieronder volgt een gedeelte uit mijn boek voor een eerste indruk. Het leerboek telt 64 pagina s, het antwoordenboek 47 pagina s

Rekenen Groep 7-2e helft schooljaar.

Spellingsregels groep 7

instapkaarten spelling

Spellingchecker .?. Voor de juiste spelling. Nicole Neels. hoorwoorden. net als woorden. weetwoorden. regelwoorden

Visuele Leerlijn Spelling

1. poes Luisterweg Ik luister goed naar het woord, Dan schrijf ik het zoals het hoort.

Overzicht categorieën Taal actief groep 7

Onthoudschrift spelling groep 8:

Lees U laat uw kind de eerste set woorden van de week voorlezen. Deze woorden staan rechtsboven op iedere uitlegkaart.

Na de uitslag moest Rob onmiddellijk een Europese bestemming noemen. Razendsnel dacht hij na.

instapkaarten spelling

Rekenen Groep 6-2e helft schooljaar.

instapkaarten spelling

Ezel- en kikkerwoorden Groep 7 Week 1

Jaarplanning spelling

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

Wij willen u vragen niet vooruit te gaan werken/oefenen. Er kan dan verwarring ontstaan bij het kind. Wij willen dit graag voorkomen!

Lesdoelen De kinderen herkennen het werkwoord in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal. Lesduur 25 minuten

Nederlands. Woord/zin. Voor 1F Deel 2 van 3

Rekenen Groep 6-1e helft schooljaar.

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel

inhoud 1. Groeien 2. In de buik 3. De baby 4. De peuter 5, De kleuter 6. Het schoolkind 7. De puber 8. Volwassen 9. Bejaard 10. Filmpje Pluskaarten

schrijf je meestal ch, behalve bij hij ligt, hij legt en hij zegt. Hoor je /ie/ aan het eind van een klankgroep, dan schrijf je i. Dan schrijf je ij.

Antwoorden Rekenen Groep 5-1e helft schooljaar

Inleiding 7. Deel 1 BASISVAARDIGHEDEN SPELLING 9

kietelen becijferen beoefenen rammelen etteren narekenen cirkelen peperen lijfeigenen roddelen slenteren vereffenen schommelen luieren volwassenen

Rekenen Groep 4-1e helft schooljaar.

Rekenen Groep 4-2e helft schooljaar.

Rekenen Groep 4-2e helft schooljaar.

Indien je de regels uit dit bestand kunt toepassen en je kent de stappen die je in het schema moet maken, dan beheers je de werkwoordspelling goed.

Inhoud De inhoud van het computerprogramma is hetzelfde als die van het foliomateriaal.

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit

apen gratis rekening beloning helaas ruzie boten koning scholen daken leraar zaterdag enorm noten zowel

Invulschema aanpassen activiteit

Uitprobeerpakket. Toetsboek 4 groep 4 blok 6

Leerdoelen groep 8. Pluspunt rekenen

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere

instapkaarten taal verkennen

v.t. jij, hij, v.t. v.t. v.t. jij, hij, v.t. wij, jullie v.t. v.t. jij, hij, v.t. wij, jullie v.t. v.t. jij, hij, v.t. wij, jullie v.t. v.t.

TAALVERZORGING BK 2 SPORTIEF PERRON 2

Maandbrief groep 7/8 april / mei 2016

werkwoorden op frekwentie

Nederlands voor Arabisch taligen A0 A1/A2

Deel 1: Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Luisteren: muziek (A2 nr. 7)

Opdracht 1 Vul de juiste vorm van het werkwoord in tegenwoordige tijd / 20. (slapen) De man.. lang uit in het weekend. Ik mijn verjaardag vandaag.

Gewoon zo! WONEN: HOE ONTMOET JE BUURTBEWONERS?

bruin bruin de kuil de ui de uil de muis het huis de tuin de fluit het fruit de huid a/aa, e/ee, o/oo, u/uu, i/ ie, ij/ei, oe, ui, eu, au/ou

Klankgroep en lettergreep

Praten leer je niet vanzelf


Wijzer. door het verkeer

5 Uitspraak en spelling

Brunelleschi. De Dom van Florence

NEDERLANDS Taalverzorging 1F Woord/zin Deel 1 van 3

Klankzuivere werkwoorden vervoegen Methode voor beelddenkers Juf Kitty 2016

Geen fabriekswerk. Roeien met de wind mee en de stroom tegen. Jac Willekens

Luisteren: muziek (A2 nr. 5)

Basis. letter a b c hoofdletter A B C woord appel banaan citroen zin Ik eet een appel. cijfer getal

woorden met eer (heer) De /r/ is een plaagletter bij /eer/. volgwoord woorden met oor (oor) De /r/ is een plaagletter bij /oor/.

ISK Leerlijn. Alfabetisering. zitten. een twee drie vier vijf zes zeven acht negen tien


Benodigde voorkennis spelling groep 5

Grammatica. Inhoud. 1. De en het. 2. Meervoud. 3. Werkwoord. 4. Vraagwoorden. 5. Zinnen maken Zinnen maken 2. 7.

Lesdoelen De kinderen herkennen voorzetsels in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal. Lesduur 25 minuten

Het verwoorden van de spellingsregel is belangrijk (bewustwording waarom je iets op een bepaalde manier schrijft).

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

1. Van je juf of meester krijg je een plaatje. Bekijk je plaatje goed. 3. Zoek samen nog vier klasgenoten met een ander plaatje.

Soms gebeurt er wel eens iets wat jij niet wilt. Dit noemen wij onvrijwillige zorg. Onvrijwillige zorg mag alleen als jij in gevaar bent, of als jouw

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design

instapkaarten spelling

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema:

PV? tt of vt stam+t? of + niets. PV? tt of vt te/ten of de/den ( t ex kofschip) PV? VD? t of d ( t ex kofschip)

In de vrije tijd houd ik van hardlopen en squashen.

Woordsoorten. Lidwoord Bijvoeglijk naamwoord Zelfstandig naamwoord Voorzetsels Werkwoorden

ZINDELIJKHEIDS- TRAINING EN BENCHTRAINING MIJN PERFECTE PUPPY

Transcriptie:

Taal op maat - spelling (huis)werkbladen groep 8 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Vermenigvuldiging van de kopieerbladen voor eigen gebruik (vrij van kopieerrechten) is uitsluitend toegestaan aan scholen die werken met deze methode. Auteur: Paul van den Wijngaart 2006, Wolters-Noordhoff BV, Groningen / Houten Versie 1.0 september 2006

inhoud: bladzijde: behorend bij: grondwoord: blok: les: 3 1 1-2 t.t. v.t. 4 1 3-4 herhaling 5 1 5-6 v.t. voltooid deelwoord 6 2 1-2 herhaling 7 2 3-4 chocola 8 2 5-6 herhaling 9 3 1-2 honderd 10 3 3-4 liniaal 11 3 5-6 thermometer 12 4 1-2 herhaling 13 4 3-4 herhaling 14 4 5-6 t.t. v.t. 15 5 1-2 citroen - clown 16 5 3-4 journaal 17 5 5-6 telefonisch 18 6 1-2 herhaling 19 6 3-4 liniaal 20 6 5-6 team 21 7 1-2 t.t. v.t. 22 7 3-4 chocola - thermometer 23 7 5-6 bloemenvaas 24 8 1-2 t.t. - -v.t. 25 8 3-4 herhaling 26 8 5-6 rugby 2

Gebruik de regels van de persoonsvormen. Vul de volgende kolommen in: t.t. v.t. voltooid deelwoord opletten ik ik vastpakken ik ik neerzetten ik ik afmaken ik ik invallen ik ik klaarzetten ik ik voorstellen ik ik opbellen ik ik aanwijzen ik ik aanpakken ik ik opsturen ik ik meenemen ik ik voorlezen ik ik inmaken ik ik opstellen ik ik aangeven ik ik uiteenzetten ik ik oplichten ik ik inzetten ik ik aantasten ik ik voorlichten ik ik afstoten ik ik uitwassen ik ik opvallen ik ik aangeven ik ik uitpakken ik ik opeten ik ik oprichten ik ik aansturen ik ik weglopen ik ik insturen ik ik 3

Gebruik de regels van de persoonsvormen. In sommige woorden hoor je ies, maar schrijf je isch. Deze woorden moet je langer maken. Leenwoorden uit het Frans moet je onthouden. Woorden met isch. Sommige woorden schrijf je met isch. Je schrijft isch als je er een e achter kunt zetten. Herhaal groep 6 blok 8 les 3 en 4 Woorden uit het Frans. Hoor je z, dan schrijf je g of soms j. Hoor je e dan schrijf je é. Herhaal groep 7 blok 6 les 1 en 2 4

Gebruik de regels van de persoonsvormen. Bij voltooid deelwoorden gebruik je de gewone regels! Maak voltooid deelwoorden van de volgende werkwoorden en schrijf ze in de goede kolom: belanden leren spotten raden lachen hoesten noemen praten voeden barsten rekenen slachten verspreiden roeien beven proeven betalen besteden haperen spiegelen vernielen verspreiden verraden verprutsen schilderen baden halen stuiten stuiteren verzorgen leveren braden controleren voetballen spoelen invullen weggooien luisteren bedanken ontmoeten uitrusten versieren bekennen vertellen eindigt op d eindigt op t eindigt op en 5

Deze les gaat over spellingsmoeilijkheden die je al eens gehad hebt. Bekijk de woorden goed en denk aan de regels die erbij horen. Het trema en het liggend streepje worden gebruikt om je te helpen bij het lezen van woorden met een paar klinkers achter elkaar. Het trema wordt gebruikt om klanken in een woord te splitsen. Het liggend streepje wordt gebruikt om woorden die met klinkers aan elkaar komen te verbinden. Herhaal groep 7 blok 8 les 3 en 4 Maak van de volgende werkwoorden een bijvoeglijk naamwoord en zet er een zelfstandig naamwoord achter: vluchten de verbranden de bakken de rammelen de bestellen de bellen de fietsen de maken de nemen de halen de rijden de kopen de snijden de malen de roepen de berekenen de lopen de zoeken de 6

Denk steeds aan de regels die erbij horen. Je hoort sj, maar schrijft ch! Woorden met ch. In deze woorden hoor je sj, maar schrijf je ch. Chinees chantage champagne marcheren chauffeur chocola machinist douche rechercheur chirurg Schrijf de volgende woorden zonder fout over: broche champignon chauffeur chimpansee chocolade douche chips machine machinist rechercheur chanteren lunch hachee chef Vul de verschillende vormen in: verleden tijd voltooid deelwoord bijvoeglijk naamwoord eten wij ik heb denken wij ik heb breken wij ik heb praten wij ik heb fietsen wij ik heb lopen wij ik heb storten wij ik heb verwachten wij ik heb zetten wij ik heb uitrusten wij ik heb nemen wij ik heb laden wij ik heb bedenken wij ik heb dansen wij ik heb missen wij ik heb bellen wij ik heb verwoesten wij ik heb vissen wij ik heb 7

Gebruik de regels van de werkwoorden. Leenwoorden uit het Engels moet je uit je hoofd leren. Leenwoorden uit het Engels. Je moet ze uit het hoofd leren. Herhaal groep 7 blok 4 les 1 en 2 De tussen-s en tussen-n. Hoor je een s, dan schrijf je die ook. Eindigt het eerste woord in het meervoud op en, dan schrijf je die n. Herhaal groep 7 blok 7 les 5 en 6 t.t. ik stam een ander stam + t wij/anderen hele werkwoord Het hele werkwoord is:.. De stam is : (ik).... is een ander, dus komt er een t achter de stam Herhaal groep 6 blok 3 les 1 en 2 8

Woorden die eindigen op erd en aard krijgen achteraan een d. Woorden die eindigen op erd en aard krijgen achteraan een d. dikkerd grijsaard goeierd gierigaard flauwerd sufferd engerd lafaard viezerd lelijkerd valsaard Spanjaard Maak de woorden af. Ze eindigen op erd of -aard en schrijf ze in de goede rij: bang dik dom eng gierig grijs knap lui lief stom rijk vals gulzig vies knap lelijk leuk -erd: -aard: Vul de volgende kolommen in: t.t. v.t. voltooid deelwoord fietsen ik hij spelen ik hij denken ik hij eten ik hij schilderen ik hij zwemmen ik hij kneden ik hij klagen ik hij schaatsen ik hij tuinieren ik hij voetballen ik hij 9

Woorden met iaal, -ieel en ueel. Bij deze woorden hoor je een j of een w, maar die schrijf je niet. Woorden met iaal, -ieel en ueel. Bij deze woorden hoor je een j of een w, maar die schrijf je niet. Welk woord hoort erbij? De woorden eindigen op -ieel, -iaal of -ueel. individu provincie dictator familie notaris procent president materiaal genie essentie bacterie industrie financiën minister Vul de volgende kolommen goed in: t.t. v.t. voltooid deelwoord vinden ik hij zingen ik hij snijden ik hij vertalen ik hij inspreken ik hij sturen ik hij vragen ik hij blijven ik hij vervelen ik hij typen ik hij zingen ik hij uitlaten ik hij bedenken ik hij autorijden ik hij bakken ik hij baden ik hij koken ik hij drinken ik hij vissen ik hij 10

Woorden met th. in sommige woorden hoor je een t, maar je schrijft th. Woorden met th. In sommige woorden hoor je een t, maar je schrijft th. Schrijf de volgende woorden zonder fout over: althans theoretisch apotheek thema Athene therapeut atheneum thermometer bibliotheek thuis discotheek videotheek enthousiast theezakje hypotheek thans theedoek katholiek mediatheek theologie Vul de onderstaande kolommen in: bedriegen ik hij begrijpen ik hij besluiten ik hij bewegen ik hij bieden ik hij drijven ik hij fluiten ik hij glimmen ik hij komen ik hij lezen ik hij lijden ik hij staan ik hij stelen ik hij vangen ik hij werpen ik hij wijzen ik hij zien ik hij zoeken ik hij zwerven ik hij 11

Gebruik de regels van de werkwoorden. Bij voltooid deelwoorden gebruik je de gewone regels. Woorden met th. in sommige woorden hoor je een t, maar schrijf je th. Herhaal groep 7 blok 3 les 1 en 2 Woorden uit het Frans. hoor je z, dan schrijf je g of soms j. hoor je e dan schrijf je é. Die woorden moet je goed onthouden. Herhaal groep 7 blok 6 les 1 en 2 Woorden met een x, -y of q. het zijn moeilijke woorden die je moet onthouden. Herhaal groep 7 blok 5 les 1 en 2 Maak van de volgende werkwoorden een voltooid deelwoord: beschermen constateren gebeuren herkennen onderhandelen overtuigen praten schakelen schamen stimuleren verbazen verbeelden vergaderen verheugen verhuizen vervoeren zetten 12

Deze les gaat over spellingsmoeilijkheden die je al eens hebt gehad. Bekijk de woorden goed en denk aan de regels die erbij horen. Woorden met isch. Sommige woorden schrijf je met isch. Je schrijft isch als je er een e achter kunt zetten. Herhaal groep 6 blok 8 les 3 en 4 Woorden uit het Frans. hoor je z, dan schrijf je g of soms j. hoor je e dan schrijf je é. Die woorden moet je goed onthouden. Herhaal groep 7 blok 6 les 1 en 2 13

Gebruik de regels van de persoonsvormen. Bij voltooid deelwoorden gebruik je de gewone regels! Vul de volgende kolommen in: t.t. v.t. voltooid deelwoord opletten ik ik vastpakken ik ik neerzetten ik ik afmaken ik ik invallen ik ik klaarzetten ik ik voorstellen ik ik opbellen ik ik aanwijzen ik ik meenemen ik ik aanpakken ik ik opsturen ik ik voorlezen ik ik inmaken ik ik opstellen ik ik aangeven ik ik uiteenzetten ik ik oplichten ik ik inzetten ik ik aantasten ik ik voorlichten ik ik afstoten ik ik uitwassen ik ik opvallen ik ik aangeven ik ik uitpakken ik ik opeten ik ik oprichten ik ik aansturen ik ik weglopen ik ik insturen ik ik 14

Gebruik de schema s van de werkwoorden. Bij voltooid deelwoorden gebruik je de gewone regels! Woorden met een c. In deze woorden hoor je een s, maar schrijf je een c. Herhaal groep 6 blok 3 les 5 en 6 Woorden met een c. In deze woorden hoor je een k, maar schrijf je een c. Herhaal groep 6 blok 4 les 3 en 4 Vul de volgende kolommen in: werkwoord: voltooid deelwoord: bijvoeglijk naamwoord: lopen benoemen overtuigen vertellen verwijderen erkennen voorspellen herhalen besparen betalen vangen varen werpen zuchten zwemmen stralen starten inzetten zingen plaatsen 15

Woorden uit het Frans. Bij een aantal woorden hoor je oe, maar je schrijft ou. Bij andere woorden hoor je oo, maar je schrijft eau. Woorden uit het Frans. Bij een aantal woorden hoor je oe, maar je schrijft ou. Bij andere woorden hoor je oo, maar je schrijft eau. Schrijf de volgende woorden foutloos over: bureau cadeau niveau plateau blouse bouillon coureur courgette douane douche gourmetten gouverneur jeu de boules journaal journalist patrouille retour route routine souvenir tour 16

Woorden uit het -isch. Sommige woorden schrijf je met isch. Dat is wanneer je er een e achter kunt zetten. Woorden met isch. Sommige woorden schrijf je met isch. Je schrijft isch, als je er een e achter kunt zetten. Maak de volgende woorden af met ies of isch: advertent alfabet allerg atlet automat contribut democrat econom explos fantast felicitat funct garant histor olymp operat port prakt prestat react realist ritm techn trop - vakant -ies -isch Vul de volgende kolommen in: werkwoord: voltooid deelwoord: bijvoeglijk naamwoord: begroeien draaien landen leren schakelen starten studeren uitrusten verdienen vluchten voeren 17

Woorden die eindigen op heid krijgen achteraan een d. Die hoor je als je het woord langer maakt. Herhaal groep 6 blok 6 les 3 en 4 Woorden die eindigen op teit. Deze woorden hebben niets met tijd te maken. Daarom schrijf je teit. Herhaal groep 6 blok 7 les 3 en 4 Het trema en het liggend streepje worden gebruikt om je te helpen bij het lezen van woorden met een paar klinkers achter elkaar. Het trema wordt gebruikt om klanken in een woord te splitsen. Het streepje wordt gebruikt om woorden die met klinkers aan elkaar komen te verbinden. Herhaal groep 7 blok 8 les 3 en 4 Gebruik de regels van de persoonsvormen. Bij voltooid deelwoorden gebruik je de gewone regels! Herhaal groep 7 blok 8 les 1 en 2 18

Woorden met iaal, -ieel en ueel. Bij deze woorden hoor je een j of een w, maar die schrijf je niet. speciaal financieel commercieel eventueel joviaal liniaal officieel geniaal sociaal provinciaal principieel visueel collegiaal actueel Zet de volgende woorden in de goede rij: actueel initiaal financieel industrieel materieel procentueel joviaal koloniaal sensueel ritueel familiaal materiaal visueel eventueel presidentieel principieel notarieel cruciaal dictatoriaal speciaal mondiaal individueel commercieel filiaal -iaal -ieel -ueel 19

Leenwoorden uit het Engels. Je moet ze uit het hoofd leren. mountainbike dealer scooter trainingspak jeans jack show videoclip fans race finish shirt penalty sticker cockpit speech Schrijf de volgende woorden foutloos over: aftershave chartervlucht bungalow cake computer manager cracker smoking clown keeper checken rails fax partner caravan shirt plastic jeep spray cowboy stick carport trainer barbeque weekend camping Vul het volgende schema goed in: gebruik de volgende werkwoorden: scoren shoppen faxen downloaden lunchen t.t. v.t. voltooid deelwoord: ik ik heb hij hij heeft wij wij hebben _ 20

Vul onderstaand schema in; doe dit voor al deze werkwoorden en gebruik hierbij een apart vel papier: maken draaien roepen antwoorden kijken zien hebben zijn vinden zeggen horen ik ik ik heb _ hij hij hij heeft wij wij wij hebben of ik ik ik ben _ hij hij hij is wij wij wij zijn_ 21

Woorden met th-. In sommige woorden hoor je een t, maar je schrijft th. Schrijf de volgende woorden zonder fout over: Athene bibliotheek thermometer mediatheek apotheek discotheek theezakje thee theedoek thema thuis hypotheek thans katholiek theoretisch videotheek Woorden met ch. In deze woorden hoor je sj, maar schrijf je ch. Schrijf de volgende woorden zonder fout over: broche champignon chauffeur chimpansee chocolade douche chips machine machinist rechercheur chanteren lunch hachee chef 22

De tussen-s en tussen-n. Hoor je een s, dan schrijf je die ook. Eindigt het eerste woord in het meervoud op en, dan schrijf je de n. Maak van deze twee woorden één woord: berk + boom _ kaars + pit kok + muts _ pen + bak _ pijp + krullen _ boek + bon _ dorp + kerk _ stad + wal _ eik + laan _ kanon + kogel kapper + zaak _ man + broek _ tand + borstel _ dame + jas visser + boot _ woord + boek_ paard + kop _ hoed + plank stad + tuin _ bakker + knecht dokter + assistent _ kar + spoor schoen + doos _ boek + kast krant + bak _ pan + koek stoel + dans _ najaar + zon plant + spuit _ schaap + kooi_ schilder + ezel _ training + pak_ hond + hok _ jongen + naam redding + boei _ meisje + stem_ 23

Vul de goede vorm in: t.t. v.t. lopen ik ik ik heb hij hij hij heeft wij wij wij hebben branden ik ik ik heb hij hij hij heeft wij wij wij hebben fietsen ik ik ik heb hij hij hij heeft wij wij wij hebben dragen ik ik ik heb hij hij hij heeft wij wij wij hebben denken ik ik ik heb hij hij hij heeft wij wij wij hebben eten ik ik ik heb hij hij hij heeft wij wij wij hebben merken ik ik ik heb hij hij hij heeft wij wij wij hebben voorstellen ik ik hij hij wij wij ik heb hij heeft wij hebben 24

Leenwoorden uit het Engels. je moet ze uit het hoofd leren. Herhaal groep 7 blok 4 les 1 en 2 Herhaal groep 7 blok 4 les 5 en 6 Woorden uit het Frans. Hoor je sj, dan schrijf je g of soms j. Hoor je e, dan schrijf je é. Herhaal groep 7 blok 6 les 1 en 2 Woorden met x, -y of q. Het zijn moeilijke woorden die je moet onthouden. Herhaal groep 7 blok 5 les 1 en 2 Maak werkwoordrijen: opeten ik ik ik heb _ hij hij hij heeft wij wij wij hebben meedenken ik ik ik heb _ hij hij hij heeft wij wij wij hebben afgeven ik ik ik heb _ hij hij hij heeft wij wij wij hebben 25

Woorden met x, -y of q. Het zijn moeilijke woorden die je moet onthouden. Herhaal groep 7 blok 5 les 1 en 2 Vul de volgende werkwoordrijen goed in: buigen ik ik ik heb _ hij hij hij heeft wij wij wij hebben schenken ik ik ik heb _ hij hij hij heeft wij wij wij hebben ontmoeten ik ik ik heb _ hij hij hij heeft wij wij wij hebben opletten ik ik ik heb _ hij hij hij heeft wij wij wij hebben stoten ik ik ik heb _ hij hij hij heeft wij wij wij hebben verlichten ik ik ik heb _ hij hij hij heeft wij wij wij hebben zwerven ik ik ik heb _ hij hij hij heeft wij wij wij hebben schrijven ik ik ik heb _ hij hij hij heeft wij wij wij hebben vinden ik ik ik heb _ hij hij hij heeft wij wij wij hebben 26