DSM-5 interview autismespectrumstoornis



Vergelijkbare documenten
DSM-5 interview autismespectrumstoornis

Op naar de DSM 5! Autismespectrumstoornis. J. Wolthaus, GZ-psycholoog en C. Schoenmakers, GZ-psycholoog

Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1

DSM IV interview. Semi-gestructureerd anamnestisch interview ter beoordeling of er sprake is van een autismespectrumstoornis.

DSM IV interview. Semi-gestructureerd anamnestisch interview ter beoordeling of er sprake is van een autismespectrumstoornis.

Autismespectrumstoornis. SPV REGIOBIJEENKOMST MIDDEN NEDERLAND Mandy Bekkers

Lezing voor de NVA. Door Harmke Nygard-Smith Klinisch psycholoog. Ontwikkelingsstoornissen Dimence

Autisme Spectrum Stoornissen Van DSM IV naar DSM 5

Autisme en de gevolgen Els Ronsse / MDR

Autisme en depressie. Congres Nijcare 14 juni 2018 Katelijne Robbertz & Cees Kan

Overzicht Autisme net ff anders. Herkennen van autisme in contact. Autisme Specifieke Communicatie. Vragen

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door

Ieder kind is uniek, maar vooral dat van mij. Kinderen en psychiatrie Dr. Pieter De Kimpe Kinder- en Jeugdpscychiater

Voorstellen en vragen 1. Hoe wordt de diagnose autisme gesteld?

Autisme en psychose. Phrenos-congres Zwolle WS Do.8 december 2016 Ernst Wentink psychiater (KJ, VW)

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door

Vroegdetectie van een autismespectrumstoornis bij jonge kinderen. Dr. Jo Wellens, kinder- en jeugdpsychiater TheA

GEWOON ANDERS ASS BIJ JONGE KINDEREN. AutismeTeam Noord-Nederland, Jonx Lentis

Asperger en werk. Een dynamisch duo

JGZ-richtlijn Autismespectrumstoornissen Januari 2015

Nederlands Interview ten behoeve van Diagnostiek Autismespectrumstoornis bij volwassenen (NIDA)

Inzicht in Autisme. Lezing

Deel VI Verstandelijke beperking en autisme

De cliënt vult dit eventueel samen met de jobcoach in Maak er werk van

Leerlijn Sociaal-emotionele ontwikkeling

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

Vrouwen en autisme. Lezing 26 mei 2016 bij autismecafé i.o.v Carrefour NOP Emmeloord. Mariëlle Witteveen Mieke Bellinga.

Autisme begeleiding of aansturing? Workshop Platformdag gehandicapten 9 april 2015 Chul Joo Ro

Autisme (ASS) begeleiding of aansturing? Platformdag Passend Onderwijs 3 december 2015 Chul Joo Ro

Mindfulness bij ASS en arbeidsparticipatie. Annelies Spek Klinisch psycholoog / Senior onderzoeker GGZ Eindhoven

Welkom. Voorstellen. Programma. Inleiding en voorstellen Wat is autisme, oorzaak en hoe herken je het? Autisme vanuit eigen ervaring

Hebben jongeren met autisme een verhoogd risico op psychose?

Autisme spectrum conditie

houd altijd de specifieke leerling met zijn individuele hulpvraag in het achterhoofd

AUTISME EN MONDZORG. Informatie en tips voor mondzorgverleners

Ontwikkelingslijnen 0-4 jaar (ZONDER extra doelen) - versie januari Naam kind. Sociaal-emotionele ontwikkeling Betrokkenheid

ASS en ouder worden. praten. met een professional op het gebied van ASS.

Omgaan met kinderen met autismespectrumstoornissen. Rob Neyens

Welke moeilijkheden kunnen optreden bij mensen met afasie?

Sociale/pedagogische vragenlijst

Hersenstichting Nederland. Autismespectrumstoornissen

Autisme en een verstandelijke beperking 20 september 2016

Stoornissen in het autistisch spectrum

Vragenlijst voor ouders / verzorgers

Signalen van autismespectrumstoornissen (ASS) bij baby s en peuters

Autismespectrumstoornis bij volwassenen: een spectrum in diversiteit

DSM 5: Ontwikkelingsstoornissen. Stephan Gemsa Katinka Franken

Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling - Relatie met andere kinderen

Ouderen en AutismeSpectrumStoornissen. Rosalien Wilting, klinisch psycholoog - psychotherapeut

HTS Report SRS-A. Screeningslijst voor autismespectrumstoornissen bij volwassenen. Profielvergelijking. Hogrefe Uitgevers BV, Amsterdam

SRS-A. Screeningslijst voor autismespectrumstoornissen bij volwassenen. HTS Report. Jeroen de Vries ID Datum

toont enthousiasme (lacht, kirt, trappelt met de beentjes)

Voel jij wat ik bedoel? 17/5/2008

Autismespectrumstoornissen (ASS)

Autisme en een visuele of visuele én verstandelijke beperking

Omgaan met Autisme. Handout workshop 27 mei 2016

ASS in de verzekeringsgeneeskundige praktijk

Inleiding psycho-educatie ASS bij volwassenen

Bijlage 2 Competentieprofiel leerling

Naam: geb.datum: id.no.:

Checklijst voor Cognitieve en Emotionele problemen na een Beroerte (CLCE-24)

Leerjaar 4, 8 jaar. Leerjaar 5, 9 Jaar

30/05/2018. ASS en gedrag WELKOM. Kennismaking en verwachtingen. Studiedag Kansrijk Onderwijs dinsdag 29 mei 2018

ZORGELOOS OP UITJE, VOOR OUDERS EN BEGELEIDING VAN AUTISTISCHE KINDEREN

Volledig mee eens. Volledig mee oneens. Enigszins mee oneens. Enigszins mee eens

1. Gedrag. Au3sme. UMCG Publiekslezing Au3sme. Els M.A. Blijd- Hoogewys. Overzicht presenta3e. Wat is au3sme? Drie probleemgebieden

Structuur! Voorstellen Autisme anders bekijken Theorie (en ervaringen!) over autisme Kennis maken met workshop Autisme Anders Ervaren

1. Waarneming: omgevingsinformatie wordt waargenomen aan de hand van de verschillende zintuigen.

Inleiding. Wat is afasie?

Het stimuleren van sociaalcommunicatieve vaardigheden bij jonge kinderen met een autismespectrumstoornis

Dansen zonder SDN beperkingen

Autisme Spectrum Stoornissen

Ontwikkelingslijnen 0-4 jaar (MET extra doelen) - versie januari Naam kind. Sociaal-emotionele ontwikkeling Betrokkenheid

klantgerichtheid klanteninzicht groepsdynamica omgaan met diversiteit stemgebruik taalvaardigheid

Kwaliteit van leven Een hulpmiddel bij de voorbereiding van een zorgplan

Hoe Yulius jongeren met autisme kan helpen

SRS-A. Screeningslijst voor autismespectrumstoornissen bij volwassenen. HTS Report. Elizabeth Smit ID Datum Zelfrapportageversie

Functioneringsinstrument NAH (FINAH)

Whitepaper ASS en/of Dwangmatigepersoonlijkheidsstoornis.

AMIGA4LIFE. Hooggevoelig, wat is dat? T VLAARDINGEN

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Vrouwen met ASS, bijzondere vrouwen. Annelies Spek Klinisch psycholoog / senior onderzoeker GGZ Eindhoven

Repetitive Behavior Questionnaire 1. Bedankt dat u de tijd neemt om deze vragenlijst in te vullen

Mindfulness bij volwassenen met een autismespectrumstoornis. Gezonde coping. Mindfulness 14/11/2012. Lijdensdruk. Verschillende meditatietechnieken

Autisme en de DSM-5 symposium autismenetwerk Zuid- Holland Zuid Autismeweek

Mindfulness bij volwassenen met een autismespectrumstoornis. Annelies Spek Klinisch psycholoog / Senior onderzoeker GGZ Eindhoven

Verbindingsactietraining

1 Wat is autismespectrumstoornis?

Autisme. Is mijn diagnose wel terecht? Over de zoektocht naar de juiste diagnose Titel in voettekst te wijzigen in menu Beeld

Autisme voor beginners.

maakt meedoen mogelijk Workshop Wennen aan de brugklas 2014

4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel.

Afasie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

ZML SO Leerlijn Sociale en emotionele ontwikkeling: zelfbeeld en sociaal gedrag

23 oktober Wat betekent autisme voor jou? Waaraan denk je spontaan? Vroeger hoorde je daar toch niet zoveel over?

Andy van den Berg Vakleerkracht bewegingsonderwijs op een praktijkschool en op een school voor z.m.l.k.

Verlies, verdriet en rouw

Emotieregulatie en mindfulness bij adolescenten met ASS. Annelies Spek Klinisch psycholoog / Senior onderzoeker GGZ Eindhoven

Transcriptie:

DSM-5 interview autismespectrumstoornis Semi-gestructureerd anamnestisch interview ter beoordeling of er sprake is van een autismespectrumstoornis. A.A. Spek Klinisch psycholoog/senior onderzoeker Autisme Kenniscentrum, Bosman GGZ

Inleiding Doel Dit semi-gestructureerde interview is gebaseerd op de criteria van de DSM-5 en is één van de instrumenten op basis waarvan een autismespectrumstoornis vastgesteld kan worden. Het interview is ontwikkeld door dr. A.A. Spek, Klinisch psycholoog en hoofd van het Autisme Kenniscentrum. Instructie Bij dit interview wordt elk criterium eerst apart weergegeven, gevolgd door enkele voorbeeldvragen aan de hand waarvan men kan toetsen of iemand voldoet aan het betreffende criterium. Uiteindelijk bepaalt de diagnosticus of iemand voldoet aan een criterium. Wanneer de cliënt bijvoorbeeld geen bijzonderheden rapporteert in de nonverbale communicatie, maar uit het dossier of qua observaties blijkt dit anders te zijn, scoor dan datgene waarvan u denkt dat het overeen komt met de werkelijkheid. Om aan een criterium te voldoen hoeft men dus niet te voldoen aan alle onderstreepte kenmerken. Het gaat erom of iemand in zijn algemeenheid voldoet aan het criterium. Verder is het van belang om bij alle items ook te vragen naar de kindertijd. Ook is het goed om te beseffen dat de lijdensdruk niet altijd bij de client zelf ligt, maar soms ook bij mensen in de omgeving. Kijk hierbij naar de verschillende levensgebieden (bijv. wonen, werk/opleiding, relatie/gezin, sociale contacten, dagbesteding, gezondheid en financiën). Vraag vooral ook naar voorbeelden (in de tekst vb. genoemd). Interpretatie Er is sprake van een autismespectrumstoornis als men voldoet aan de drie criteria van criteriumgroep A (Sociale communicatie) en aan twee van de vier criteria van criteriumgroep B (Beperkte, repetitieve gedragspatronen). Daarnaast moet worden voldaan aan voorwaarden C, D en E, zoals geformuleerd in dit interview. Bij het vaststellen van een autismespectrumstoornis dient men van beide criteriumgroepen ook de ernst van de beperkingen te specificeren. Hiervoor kan men de twee ingevoegde tabellen gebruiken en aankruisen welke mate van ernst momenteel van toepassing is. Verder kan, zo nodig, bijkomende problematiek worden gespecificeerd. Hierbij gaat het om: * Verstandelijke beperking * Taalstoornis * Samenhangend met een bekende somatische of genetische aandoening of omgevingsfactor (zoals syndroom van Rett, epilepsie of foetaal alcoholsyndroom). * Samenhangend met een andere neurobiologische ontwikkelings- psychische of gedragsstoornis (zoals ADHD, stoornis in de impulsbeheersing, tics en voedingsstoornis). * Katatonie Overgang DSM-IV naar DSM-5 zoals beschreven in de DSM-5 Mensen met een goed vastgestelde DSM-IV diagnose autistische stoornis, stoornis van Asperger of PDD-NOS, dienen de classificatie ASS te krijgen binnen de DSM-5. Mensen met opvallende tekortkomingen in de sociale communicatie, die verder niet voldoen aan de criteria van ASS, moeten worden onderzocht op de aanwezigheid van een sociale communicatiestoornis. Vroeger of nu? Het is mogelijk om de classificatie ASS te stellen wanneer criterium B (beperkt, repetitief gedrag) in de kindertijd aanwezig was, maar in de volwassenheid niet meer (Handboek DSM p 116). Ook kan ASS worden vastgesteld wanneer de symptomen in de kindertijd aanwezig waren, maar de lijdensdruk pas later is ontstaan (zie crit. C). Verdere informatie Mocht u, naar aanleiding van het interview, nog verdere vragen hebben over de afname of de ontwikkeling, dan kunt u contact opnemen met Annelies Spek: anneliesspek@hotmail.com

Criteriumgroep A: Persisterende deficiënties in de sociale communicatie en sociale interactie in uiteenlopende situaties. Criterium 1: Deficiënties in de sociaal-emotionele wederkerigheid. Beperkingen in over en weer gesprekken Lukt het u om een sociaal gesprekje aan te gaan? Kunt u zo n gesprekje gaande houden? Kunt u van sociale gesprekken genieten of kost het veel energie? Vraagt u ook door bij iets wat een ander vertelt? Vermijdt u sociale situaties (feestjes, borrels)? Hebt u de neiging om dingen die anderen zeggen letterlijk op te pakken? Gaat u in gesprekken teveel in op details? Geeft dit problemen (vb.)? Initiatief tot contact en manier van contact zoeken Hoe vaak neemt u het initiatief tot (1-op-1)contact met anderen? Geeft het weleens problemen dat u weinig initiatief neemt, hebt u daar weleens negatieve feedback over gekregen? (vb.) Voelt u goed aan hoe u andere mensen kunt benaderen? Voelt u aan wat u wel en niet kunt zeggen? Als een ander het initiatief neemt, lukt het u dan om daar adequaat op te reageren? Delen van interesses, gevoelens of affect Praat u met anderen over uw interesses? Kunt u hierbij aanvoelen wanneer de ander dit prettig vindt en wanneer niet? Deelt u gevoelens met anderen? Krijgt u weleens de opmerking dat u te weinig deelt? Geeft dit problemen? Aanvoelen en troosten Kunt u andere mensen troosten, kunt u aanvoelen wat een ander prettig vindt en wat niet? Doet u dit op gevoel of beredeneert u dit? Geeft dit weleens problemen? (vb.) Bent u soms te eerlijk, lukt het u om dingen op een tactische manier zeggen? Kwetst u weleens onbedoeld andere mensen?

Criterium 2: Deficiënties in het non-verbale communicatieve gedrag dat gebruikt wordt voor sociale interactie. Oogcontact Kijkt u anderen aan en kijkt u dan naar de ogen? Heb u moeite met het maken van oogcontact? Kunt u inschatten wanneer oogcontact gepast is? Vind u oogcontact prettig? Kunt u informatie halen uit hoe iemand kijkt? Heeft u ooit commentaar gehad over hoe u oogcontact maakt? Hebt u oogcontact maken moeten leren? Zo ja: hoe heeft u dit geleerd? Heeft dit ooit problemen gegeven? (vb.) Lichaamstaal / mimiek Begrijpt u meestal wat andere mensen met lichaamstaal zoals gebaren en gezichtsuitdrukkingen willen zeggen? Gebruikt u zelf lichaamstaal in contact met anderen? Krijgt u weleens commentaar dat u moeilijk leesbaar bent in uw gezichtsuitdrukkingen? Geeft dit problemen? Integratie van verbale en non-verbale communicatie Hoe is het voor u als iemand verbaal iets anders zegt dan non-verbaal? Bijvoorbeeld wanneer de gezichtsuitdrukking niet lijkt te passen bij wat diegene zegt? (voorbeeld: als iemand huilt uit blijdschap of lachen uit ongemak) Geeft dit problemen? (vb.) (Observeer/bevraag of er tijdens de communicatie sprake is van: gebrek aan intonatie en gezichtsuitdrukkingen; overdreven, vreemde of houterige lichaamstaal; bijzondere lichaamshouding; afwijkend oogcontact)

Criterium 3: Deficiënties in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties Ontwikkelen van vriendschappen en relaties Hebt u vrienden, hoe vaak ziet u hen? Voelt u een behoefte aan vriendschappen en een relatie? Lukt het u om zelf vriendschappen te ontwikkelen of moet hierbij het initiatief van de ander komen? Lukt het u om vriendschappen te onderhouden? Kost sociaal contact u veel energie of geeft het juist energie? Moet u bij contact met anderen erg nadenken over wat gepast gedrag is? Geeft dit problemen? (vb.) Hebt u liefst contact met veel jongere of oudere mensen? Zo ja, waarom? Zijn uw vriendschappen vooral gebaseerd op gemeenschappelijke interesses of meer op het delen van emoties en ervaringen? Doet u liever dingen alleen? Aanpassen aan sociale contexten Voelt u aan hoe u zich moet gedragen in bepaalde sociale situaties? Bijvoorbeeld in situaties waarin hiërarchie een rol speelt of tijdens een sollicitatie? Zo nee, leidt dit tot problemen? Kun u uw manier van praten aanpassen aan het niveau van de ander, bijvoorbeeld aan een kind? Geeft dit problemen? (vb.) Fantasiespel Lukte het u als kind om met andere kinderen fantasiespel te spelen? Kon u daarbij goed mee in de fantasie van de ander of moest het vooral op uw manier? Was het echt samenspel of vooral naast elkaar spelen? Taalgebruik in sociale situaties Herkent u het wanneer andere mensen sarcasme of ironie gebruiken? Zo niet, geeft dit problemen? Kunt u een leugentje om bestwil vertellen wanneer dit nodig is? Zo niet, geeft dit problemen?

Criteriumgroep B: Beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten Criterium 1: Stereotiepe of repetitieve motorische bewegingen, gebruik van voorwerpen of spraak. Eenvoudige motorische stereotypieën Zijn er bepaalde bewegingen die u vaak en op een dwangmatige manier herhaalt? (Bijvoorbeeld wiegen, rondjes draaien met het lichaam, fladderen met armen en handen, klikken met de vingers). Stereotiepe gebruik van voorwerpen Had u als kind de neiging om speelgoed op een rij te zetten? Hebt u nu de neiging om voorwerpen op volgorde te leggen? Is het voor u belangrijk dat voorwerpen recht liggen of synchroon aan de tafelrand? Geeft dit weleens problemen? Stereotiepe spraak Zijn er bepaalde woorden of zinnen die u altijd, op precies dezelfde manier in bepaalde situaties gebruikt? (vb.) Wat is de reden hiervan? Krijgt u hier weleens commentaar op van anderen? Voelt u aan wanneer u hierin moet variëren? Gebruikt u weleens zinnen van andere mensen omdat u zelf niet goed weet wat u moet zeggen in een bepaalde situatie? Gebruikt u zelfverzonnen woorden of uitdrukkingen? Zegt u vaak 'jij of je' als u het over uzelf hebt?

Criterium 2: Hardnekkig vasthouden aan hetzelfde, inflexibel gehecht zijn aan routines of geritualiseerde patronen van verbaal of non-verbaal gedrag. Moeite met veranderingen en overgangen Hebt u (meer dan anderen) moeite met veranderingen? (vb.) Kunt u een voorbeeld geven? Hoe lang heeft u last van deze verandering? Geeft dit problemen? (Vraag naar veranderingen in afspraken, in huis, op het werk, reactie wanneer er onverwacht iemand voor de deur staat). Hebt u moeite met overgangssituaties, bijvoorbeeld seizoenswisseling of verhuizing? Rigide denkpatronen Vindt u het moeilijk om een plan in uw hoofd aan te passen als dit nodig is? Blijft u vaak hangen in een bepaalde gedachte of overtuiging. Vindt u het moeilijk om van uw standpunt af te wijken? Houdt u erg vast aan regels en afspraken? Geeft dit problemen? (vb.) Gedragsrituelen Zijn er dagelijkse gewoontes waar u moeilijk van afwijkt? (Vraag bijvoorbeeld naar eetgewoontes, manier van begroeten, volgorde van activiteiten gedurende de dag, patronen mbt kleding, vaste routes, vaste tijden voor eten en andere activiteiten). Geeft het problemen wanneer u hiervan af moet wijken? Op welke manier? Probeert u deze gewoontes ook vast te houden als u op vakantie gaat? Vinden anderen u inflexibel en zo ja, waarom? Moeten anderen (bijv gezin) zich erg aanpassen aan uw planning?

Criterium 3: Zeer beperkte, gefixeerde interesses die abnormaal intens of gefocust zijn. Zeer beperkte of verregaande interesses Verliest u zich gemakkelijk in activiteiten of interesses zoals werk, sport en hobby s? Zeggen anderen weleens dat u teveel tijd besteedt aan bepaalde activiteiten of interesses? Waarom zeggen ze dat? Was dit vroeger ook al het geval? Hoeveel tijd besteedt u per dag aan deze interesse/activiteit? Houdt u hier informatie over bij? Hebt u verzamelingen? Bent u hier intensiever mee bezig dan andere mensen met hun verzameling? Moet uw verzameling compleet zijn en hoe ver gaat u hierin? Gaan er weleens andere dingen mis doordat u zich zo in uw interesse verliest? Bijvoorbeeld doordat u niet op tijd eet, te laat naar bed gaat of op een andere manier slecht voor uzelf zorgt? Vindt u het lastig om gestoord te worden als u met uw interesse bezig bent? Zo ja, waarom? Geeft dit problemen? Gehechtheid aan of preoccupatie met ongewone voorwerpen Hebt u hobby s of verzamelingen (gehad) die andere mensen vreemd vinden? Hebt u die ooit gehad? Heeft dit ooit problemen veroorzaakt?

Criterium 4: Hyper- of hyporeactiviteit op zintuiglijke prikkels of ongewone belangstellingen voor de zintuiglijke aspecten van de omgeving. N.B.: vraag bij alle zintuigen ook naar de kindertijd, om goed te kunnen differentiëren met een burn-out. Horen Stoort u zich sneller aan geluiden dan anderen? (vb.) Geeft dit problemen (bijv. met concentreren)? Vermijdt u hierdoor situaties, gebruikt u oordoppen of andere hulpmiddelen? Zien Hebt u weleens last van visuele prikkels zoals licht of bepaalde kleuren of patronen? Geeft dit problemen? Vermijdt u hierdoor visuele prikkels en zo ja, hoe? (gordijnen gesloten houden, etc). Voelen/tast Vindt u aanrakingen vaak onprettig? Bent u overgevoelig voor hoe dingen aanvoelen op de huid (zoals bepaalde stoffen)? Geeft deze gevoeligheid weleens problemen? (vb.) Ruiken Hebt u weleens last van geuren? Geeft dit problemen? Vermijdt u bepaalde situaties omdat u de geur onprettig vindt? Proeven Bent u gevoelig voor hoe dingen smaken of aanvoelen in de mond? Geeft dit problemen, bijvoorbeeld bij uit eten gaan? Vermijdt u hierdoor bepaalde situaties? Ondergevoeligheid voor prikkels Voelt u pijn en signalen van ziekte (koorts) goed aan? Zo nee: geeft dit problemen (bijv. over grenzen gaan)? Hebt u een normale gevoeligheid voor kou en warmte? Geeft dat weleens problemen? Voelt u het goed aan wanneer u honger hebt en wanneer u verzadigd bent? Zo nee: geeft dit problemen? Ongewone belangstelling voor prikkels Bent u gefascineerd door bepaalde prikkels zoals geuren of hoe dingen voelen? Hoe uit zich dat?

Inschatting ernst van de beperkingen (inschatten op gebied A en B, dit kan door de tijd heen variëren) Mate van ernst (A) Sociale communicatie Kruis aan Niveau 3 Vereist zeer substantiële Ernstige deficiënties in de verbale en non-verbale sociale-communicatievaardigheden veroorzaken ernstige beperkingen in het functioneren, zeer beperkte initiatieven tot sociale interacties en een minimale reactie op sociale-toenaderingspogingen van anderen. De betrokkene spreekt bijvoorbeeld slechts enkele verstaanbare woorden en neemt zelden het initiatief tot sociale interactie, en als hij of zij dat wel doet, benadert hij of zij de ander op een ongewone manier, alleen om aan eigen behoeften te voldoen, en reageert hij of zij alleen op zeer directe sociale toenadering. Niveau 2 Vereist substantiële Niveau 1 Vereist Duidelijke deficiënties in de verbale en non-verbale socialecommunicatievaardigheden; duidelijk zichtbare sociale beperkingen, ondanks aanwezige ; beperkte initiatieven tot sociale interacties; en verminderde of abnormale reacties op sociale-toenaderingspogingen van anderen. De betrokkene spreekt bijvoorbeeld alleen in eenvoudige zinnen, de interactie blijft beperkt tot zeer gelimiteerde interesses en de betrokkene vertoont een duidelijk vreemde non-verbale communicatie. Zonder veroorzaken de deficiënties in de sociale communicatie merkbare beperkingen. De betrokkene heeft moeite met het initiëren van sociale interacties en er zijn duidelijke voorbeelden van atypische of onsuccesvolle reacties op de sociale-toenaderingspogingen van anderen. De betrokkene kan verminderde belangstelling hebben voor sociale interacties. Hij of zij kan bijvoorbeeld volzinnen uiten en deelnemen aan de communicatie, maar slaagt er niet in om een over-enweergesprek met anderen te voeren, en zijn of haar pogingen om vriendschap te sluiten zijn vreemd en blijven zonder resultaat. Mate van ernst (B) Beperkt, repetitief gedrag Kruis aan Niveau 3 Vereist zeer substantiële Er is sprake van inflexibel gedrag, extreme moeite met het omgaan met veranderingen, of ander beperkt, repetitief gedrag dat duidelijk het functioneren op alle levensgebieden belemmert. De betrokkene heeft verhoogde stress door of grote moeite met het veranderen van de focus of de handeling. Niveau 2 Vereist substantiële Niveau 1 Vereist Inflexibel gedrag, moeite om met verandering om te gaan of ander beperkt, repetitief gedrag komt vaak genoeg voor om de toevallige waarnemer op te vallen en verstoort het functioneren in verschillende situaties. De betrokkene heeft verhoogde stress door of grote moeite met het veranderen van de focus of de handeling. Inflexibel gedrag vormt een significante verstoring in het functioneren in één of meer situaties. De betrokkene heeft moeite met het overschakelen op andere activiteiten. Problemen met organiseren en plannen staan onafhankelijkheid in de weg. (C) De symptomen moeten aanwezig zijn in de vroege ontwikkelingsperiode (maar kunnen soms pas volledig manifest worden wanneer de sociale eisen de begrensde vermogens overstijgen, of kunnen worden gemaskeerd door op latere leeftijd aangeleerde strategieën). (D) De symptomen veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen. (E) De symptomen kunnen niet beter worden verklaard door een verstandelijke beperking of een globale ontwikkelingsachterstand.