STUDIEHANDLEIDING MODULE Methodiek: Plancyclus ing: MWD Hogeschool Rotterdam Instituut Sociale Opleidingen Opleiding Modulecode Studiebelasting : 2 ECTS : Pedagogiek : PEDM1P01RV Bestemd voor Versie : november 2012 Modulebeheerder: Marleen Bravenboer : jaar 2, voltijd; jaar 1, versnelde route, voltijd
Inhoudsopgave 1. Algemene omschrijving van de module 2 1.1 Inleiding 1.2 Relatie met andere onderwijseenheden 1.3 Kwalificaties/competenties en leerdoelen, 1.4 Inhoud 1.5 Verplicht studiemateriaal 2. Programmaoverzicht 4 2.1 Wekenschema 2.2 Verantwoording studielast 3. Toetsing en beoordeling 7 3.1 Deelnamevereisten toetsing 3.2 Toetsprocedure 3.3 Toetsvereisten o Technische vereisten o Inhoudelijke vereisten 3.4 Beoordeling o Beoordelingscriteria o Vaststellen cijfer en toekenning studiepunten o Inzage in toetsresultaat 3.5 Herkansing 3 Nadere beschrijving van de lessen en lesopdrachten per week 9 4 Bijlagen 11 1
1. Algemene omschrijving van de module 1.1 Inleiding De HBO pedagoog moet in staat zijn methodisch te werken. Een ervaren pedagoog heeft haar of zijn eigen methode of manier van werken ontwikkeld. Deze past in de setting van de organisatie waar zij of hij werkt. Deze eigen methode is ontstaan op basis van theoretische kennis, ervaring en kennis van methodisch werken. In de module Methodiek: Plancyclus leer je wat methodisch werken is. Wij gebruiken hier voor de plancyclus. Dit is een methode om methodisch te werken in uiteenlopende werksettings. 1.2 Relatie met andere onderwijseenheden Deze module staat in de kennisgestuurde lijn en heeft een conceptuele en vaardigheids component. Jaar 2 staat in het teken van methodisch werken met de doelgroep. Je leert volgens een aantal methodes werken of leert welke methodes gebruik worden in het werkveld van de HBO pedagoog. Je komt ook te weten welke verschillende stromingen er in de psychologie zijn en hoe deze als grondslag dienen voor verschillende methodes. Zo zijn er de modulen Modellen en stromingen; Werken in en met systemen 1 en 2; Oudergesprekken en Motivationele gespreksvoering. In dit jaar leer je ook hoe je methodisch kunt werken. Dit gebeurt niet alleen in de module Methodiek: Plancyclus, maar ook in de module Participerend jeugdonderzoek internationaal. Hierin leer je hoe je methodisch een onderzoek doet. Je zult al je kennis van de ontwikkelings- en opvoedingsmodules uit jaar 1 nodig hebben op de eindopdracht te kunnen maken. Zoek de boeken maar vast op. Methodiek: Plancyclus vormt een eerste kennismaking met de manier waarop wij in de opleiding Pedagogiek vorm en inhoud geven aan methodisch werken. Je leert in deze module hoe je methodisch en planmatig kan werken. Je krijgt tijdens de lessen theoretische begrippen aangereikt die je je aan de hand van casussen eigen maakt. In jaar 3, in de module Methodiekontwikkeling 2, besteden we aandacht aan verschillende methodes en methodieken, aan evidence en practice based methoden en aan de theoretische onderbouwing van methoden en methodieken. In de module Handelingsplan in dat zelfde jaar besteden we vooral aandacht aan het opstellen van handelingsplannen. Let op. Voor de klassen die de versnelde route doorlopen geldt alleen het stuk over het methodisch werken, over de andere vakken niet. Een deel van de ondersteunende vakken krijgen jullie nog in de loop van dit jaar. 1.3 Kwalificaties /competenties en leerdoelen In de module werk je aan de volgende kerntaken en prestatie indicatoren van het competentie profiel van de HBO pedagoog: Kerntaak 2.1 Professioneel mede-opvoeden en ontwikkeling stimuleren in dagelijkse zin 2.e) Past de plancyclus toe in het creëren van een aanbod voor het kind/de jongere Kerntaak 3.1 Opvoeders en mede-opvoeders ondersteunen om kinderen en jongeren op te voeden in dagelijkse situaties 2.h) Past de plancyclus toe bij het verzorgen van ondersteuningsaanbod voor ouders/opvoeders m.b.t. (specifieke) opvoedings-/ ontwikkelings-vraagstukken 2
Leerdoel. Aan het eind van deze module: - ken je de fasen van de plancyclus, - kan je de oriëntatie en diagnostische fasen van de cyclus toepassen op een praktijksituatie. Dit wil zeggen dat je - een pedagogische analyse kunt maken, aan de hand van de definiëring en herkenning van problemen, op micro, meso en macro niveau - aan de hand van het biopsychosociale model onderbouwde hypothesen kunt formuleren - gericht methoden kunt toepassen voor het verzamelen van informatie - concrete en meetbare doelen kan formuleren. 1.4 Inhoud Zoals hier boven beschreven, staat de plancyclus in deze module centraal. De fasen oriënteren en diagnosticeren worden uitgebreid behandeld. Hierbinnen komen aan de orde: observeren, hypothesen stellen, concrete doelen formuleren, theoretische onderbouwing en verantwoording. Aan de overige fasen wordt kort aandacht besteed. In de module Handelingsplanning komen deze uitgebreider aan de orde. 1.5 Verplicht studiemateriaal Fontaine, B. (2010). De plancyclus in het soicaal-agogisch werk. Houten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum. Bil, de P. (2009). Observeren, registreren, rapporteren en interpreteren. Soest, Nederland: Uitgeverij Nelissen. 3
2. Programmaoverzicht 2.1. Wekenschema Week Werkvorm / Tijdsduur Onderwerp/Thema Voorbereiding/ Opdrachten Studiemateriaal/ Aanwijzingen 1 hoorcollege 1x 50 min werkcollege 2x 50 min Kennismaken, uitleg module, introductie plancyclus. Lees de modulehandleiding, neem het boek De plancyclus mee. We stellen groepjes samen die gedurende de hele module samen kunnen werken. 2 hoorcollege 1x50 min werkcollege 2x50 min 3 hoorcollege 1x50 min werkcollege 2x50 min 4 hoorcollege 1x50 min werkcollege 2x50 min Oriënteren Diagnosticeren: het stellen van hypothesen en onderzoeken hier van. Diagnosticeren: observeren met een plan. Lees hoofdstuk 1, 3 en 4 uit het boek De plancyclus in het sociaal-agogisch werk. Bereid vragen voor uit hoofdstuk 1 en 3 voor je klasgenoten. Lees hoofdstuk 4 (nog een keer) en 5 van De Plancyclus in het sociaal-agogisch werk. Bereid vragen voor je groepsgenoten voor over hoofdstuk 4. Onderzoek op je stageplek of en op welke manier je de eindopdracht zal kunnen uitvoeren. Let op: voor degenen die de versnelde route volgend geldt dat zij een casus zoeken uit een van hun stages op het MBO. Maak de opdracht voor het formuleren van de hypothesen en het plan om deze te toetsen individueel af. Lees hoofdstuk 7 en 8 van het boek Observeren, rapporteren en interpreteren. Zorg dat je dit boek bij je hebt voor deze les. Tijdens het werkcollege wordt in kleine groepen gewerkt aan een probleemdefinitie van een door de docent ingebrachte casus. Tijdens het werkcollege werken we aan het formuleren van hypothesen naar aanleiding van de in les 2 geformuleerde probleemdefinitie. Aan het eind van deze les bespreken we de eindopdracht. Tijdens het werkcollege werken we aan twee opdrachten uit dit boek. 5 hoorcollege 1x50 min werkcollege 2x50 min Diagnosticeren: interpreteren, geldigheid en betrouwbaarheid. Lees hoofdstuk 6 en 7 van De plancyclus in het sociaalagogisch werk. Vanaf deze les werk je in de groepjes aan je eindopdracht. 6 hoorcollege 1x50 min werkcollege 2x50 min Plannen en doelen benoemen Lees hoofdstuk 8 van het boek De plancyclus in het sociaalagogisch werk. Zie boven. 7 hoorcollege 1x50 min werkcollege 2x50 min 8 werkcollege 3x50 min Verantwoorden, legitimeren en professionaliseren. Elevator pitch presentaties, feedback en consult. 9 Inleveren eindopdracht Lees hoofdstuk 9 van het boek De plancyclus in het sociaalagogisch werk en hoofdstuk 10 van het boek Observeren, rapporteren en interpreteren. Formuleer je eigen mening over wat er in deze hoofdstukken staat. Maak hier een poster van. Maak een heel korte presentatie van de stand van zaken van je eindopdracht (hoe ver ben je?) De posters worden opgehangen en met de hele groep besproken Je krijgt van mede studenten een kritische vraag naar aanleiding van je presentatie. Na de presentaties is er tijd voor individueel consult. 4
5
2.2. Studielast van de module Schrijftijd Uren Contacttijd Leestijd Opdrachten Toetstijd = 23 uur = 14 uur = 21 uur Overig totaal module 58 uur 6
3. Toetsing en beoordeling 3.1 Deelnamevereisten toetsing Voldoende en actieve deelname aan de lessen is een voorwaarde voor beoordeling van het eindwerkstuk. 3.2 Toetsprocedure In week 9 lever je de eindopdracht in via n@tschool. Te laat ingeleverde opdrachten worden in de herkansingsweek nagekeken. 3.3 Toetsvereisten Technische vereisten Het stuk moet in correct Nederlands geschreven zijn, heeft een voorblad met naam, studentnummer en naam module. Het bevat minimaal 4000 en maximaal 5000 woorden. Gebruikte bronnen zijn volgens APA vermeld. Let op: als er meer dan 5 schrijffouten op de eerste pagina van het werkstuk staan, kijkt de docent het niet verder na en krijg je een onvoldoende. Inhoudelijke vereisten Pas de fasen oriënteren en diagnosticeren van de Plancyclus toe op een casus uit je stage (MBO traject, je stage van vorig jaar of als je er nu nog werkt, van die werkplek). Bepaal de doelen waar je aan wilt werken. In het stuk komen aan de orde: - beschrijving van de casus - de probleemdefinitie - de onderbouwing vanuit het doorlopen van de oriëntatie fase en relevante theorieën - de hypothesen die je kunt stellen - de hypothesen die je wilt onderzoeken en de verantwoording hier van - je diagnose en de onderbouwing er van vanuit het onderzoek van de hypothesen en relevante theorieën. - de doelen die je stelt. Je voegt de poster (of een foto er van), die je voor les 8 gemaakt hebt, als bijlage toe aan dit verslag. 3.4 Beoordeling Het werkstuk wordt beoordeeld op de volgende onderdelen (zie ook het beoordelingsformulier); - heldere omschrijving van de casus (inclusief de context) - een duidelijke en onderbouwde probleemdefinitie - een onderbouwde diagnose - concrete handelingsdoelen. 3.5 Herkansing Bij een onvoldoende beoordeling maakt de student een verbeterde versie. De fase(n) die met een onvoldoende beoordeeld zijn, moeten herschreven worden. Deze versie wordt in de herkansingsweek van dat kwartaal ingeleverd. 7
Beoordelingsformulier Onderdeel Beoordeling Opmerkingen Omschrijving casus Probleemdefinitie Onderbouwing probleemdefinitie Diagnose Onderbouwing diagnose Handelingsdoelen Poster aanwezig Algemene indruk 8
4. Beschrijving lessen en opdrachten, per week Week 1 : Kennismaken en introductie van de plancyclus Kennismaken, uitleg module, ervaringen van studenten met methodisch werken/planmatig werken. Algemene introductie Plancyclus, we maken een vergelijking met ander cycli in onze sector: de regulatieve cyclus, de empirische cyclus, de diagnostische cyclus. De plancyclus is een metamethode, dat wil zeggen een methode waarmee je methodisch kunt werken. In het werkcollege oefenen we in het gebruiken van de cyclus aan de hand van een casus. In kleine groepjes proberen de studenten de fasen te herkennen en benoemen. Huiswerk. Lees hoofdstuk 1, 3 en 4 uit het boek De plancyclus in het sociaal-agogisch werk. Bereidt vragen voor uit hoofdstuk 1 en 3 voor je klasgenoten. Week 2 : Oriënteren Terugblik op les 1 aan de hand van de vragen die studenten gemaakt hebben. Daarna gaan we aan de slag met Oriënteren. Dit is de eerste fase in de cyclus waarin je van signaal tot probleemdefinitie komt. Belangrijke begrippen zijn: signaleren en problematiseren; subjectiviteit en intersubjectiviteit; context; systemisch werken; verzamelen van informatie. Na de uitleg over wat belangrijk is in deze fase, gaan jullie oefenen. In kleine groepjes proberen jullie uit een casus een probleemdefinitie te halen en deze concreet te beschrijven. Huiswerk. Lees hoofdstuk 4 (nog een keer) en 5 van De Plancyclus in het sociaal-agogisch werk. Bereidt vragen voor je groepsgenoten voor over hoofdstuk 4. Onderzoek al vast op je stageplek of en op welke manier je de eindopdracht zal kunnen uitvoeren. Voor de studenten die het verkorte traject volgen geldt dat zij al vast nadenken of zij een casus uit een vorige stage kunnen halen. Week 3: Diagnosticeren, hypothesen opstellen en onderzoeken We komen terug op de eerst fase van de plancyclus aan de hand van de vragen die de studenten gemaakt hebben. Daarna aan de slag met het diagnosticeren. We staan eerst even stil bij het feit dat HBO pedagogen geen diagnoses mogen stellen, dit doen de orthopedagogen. HBO pedagogen moeten wel een goede en onderbouwde analyse van de situatie kunnen maken. Dit heet in de plancyclus de diagnostische fase. In deze les behandelen we het eerste deel van deze fase. Hierin gaan we onderzoeken wat er aan de hand zou kunnen zijn door hypothesen op te stellen. Hierbij maken we gebruik van het biopsychosociale model dat ook in de module Modellen en Stroming aan de orde komt en het micro, meso en macro niveau dat we van Bronfenbrenner kennen. Belangrijke begrippen: probleemniveaus; soorten hypothesen; deductief versus inductief. Na de uitleg gaan de studenten in kleine groepjes verder met de casus van de week er voor. Nu worden de hypothesen geformuleerd. Aan het eind van de les bespreken we hoe de eindopdracht er uit ziet. Studenten die de verkorte route volgen, kijken of zij een casus op een vroegere stageplek kunnen vinden. Als dat lukt, neem dan contact op met deze organisatie zodat je je onderzoek er ook kunt doen. Huiswerk. Als je nog niet tot hypothesen gekomen bent, maak je dat thuis af. Lees hoofdstuk 7 en 8 van het boek Observeren, rapporteren en interpreteren. Week 4: Diagnosticeren, observeren met een plan We beginnen met de bespreking van de hypothesen. De individuele uitwerking worden in dezelfde groepjes besproken. Onderzoek gezamenlijk waar de verschillen vandaan komen. Daarna maken we de overstap naar een belangrijk onderdeel van dit onderzoek: het observeren. In de module Kijken naar kinderen hebben jullie al kennis gemaakt met observeren en interpreteren. We gaan hier de komende twee lessen nader op in. Deze les gaat het over het opstellen van een observatieplan, aan de hand van een onderzoeksvraag en over het interpreteren van de gegevens die uit de observatie verkregen zijn. Bij het opstellen van het observatieplan is het belangrijk te weten wat voor soort onderzoeksvraag je hebt. Bij het interpreteren moet je je bewust zijn van je persoonlijke en theoretische referentiekaders. Na een korte toelichting op de verschillende begrippen, kijken we naar hoofdstuk 6 op de Cd-rom bij het boek Observeren, registreren, rapporteren en interpreteren. In kleine groepjes worden de 9
opdrachten op blz. 60 en 74 gemaakt. De groepjes presenteren de plannen aan het eind van de les. Waar komen de verschillen vandaan? Tijdens het werkcollege is er tijd om de casus voor je eindopdracht in je groepje te bespreken. Je bespreekt ook hoe je de oriëntatie fase wilt uitvoeren. Gebruik de checklists uit de bijlage. Huiswerk. Lees hoofdstuk 6 en 7 van De plancyclus in het sociaal-agogisch werk. Week 5: Observeren en interpreteren Allereerst inventariseren we op welke manier iedere student in staat is op de stageplek de eindopdracht uit te voeren. We gaan verder met observeren en besteden deze les vooral aandacht aan het interpreteren, aan verschillende soorten observaties en aan de geldigheid en betrouwbaarheid van de observaties. Dit zijn dan ook de centrale begrippen in deze les. Deze les beginnen we in de kleine groepjes met het bespreken van de huiswerkopdracht. Hierbij leggen jullie de nadruk op het uitwisselen van de verbanden en referentiekaders die ieder gebruikt heeft. Waar komen deze verschillen vandaan? Na een plenaire bespreking van deze verschillen ronden we het onderdeel observeren af met de bespreking van de verschillende vormen van observaties, en de begrippen betrouwbaarheid en geldigheid in dit kader. Huiswerk. Lees hoofdstuk 8 van het boek De plancyclus in het sociaal-agogisch werk. Week 6: Een plan maken en doelen formuleren We vervolgen de plancyclus met de fase van het maken van plannen (handelingsplannen, plannen voor activiteiten etc.). Als je een goede analyse gemaakt hebt, moeten hier uit concrete en werkbare doelen geformuleerd worden. Dus als we weten wat er echt aan de hand is, moeten we kunnen zeggen wat het doel van de interventie is. Om later te bepalen of je interventie of actie succes gehad heeft, zal je de doelen SMART moeten formuleren. Wat zijn SMART handelingsdoelen? Hier stopt het werken met de plancyclus voor dit jaar. In jaar 3 pakken we de draad op in de module Handelingsplanning. Huiswerk. Lees hoofdstuk 9 van het boek De plancyclus in het sociaal-agogisch werk en hoofdstuk 10 van het boek Observeren, rapporteren en interpreteren. Formuleer je eigen mening over wat je in deze hoofdstukken gelezen hebt, Maak hier een poster van. Week 7: De context, verantwoorden en legitimeren Het gaat nu over de context waarin een plancyclus, met observeren als onderdeel er van, gebruikt wordt. Waarom is het belangrijk volgens een plancyclus te werken en zo objectief en transparant mogelijk te observeren? Waarom kan je niet gewoon aan de slag gaan. In deze les staan we stil bij de begrippen: verantwoorden, legitimeren, professionaliseren. Alle posters worden opgehangen. De docent maakt ook een poster waarin zij of hij de onderwerpen uit hoofdstuk 9 en 10 verwerkt. Hiermee maken we als klas het kader waarbinnen de HBO pedagoog methodisch werkt. Het laatste deel van de les bespreken de studenten in kleine groepjes de stand van zaken van hun eindopdracht. Huiswerk. Werk aan een heel korte presentatie van de stand van zaken van je eindopdracht. Week 8 : Presentaties, feedback en consultatie Ieder presenteert in maximaal 2 minuten de stand van zaken van de eindopdracht tot dan toe. De groepsgenoten stellen kritische en ondersteunende vragen. Als ze je verder helpen, neem je ze mee. Na afloop van de presentaties is er tijd voor individueel consult bij de docent. 10
Bijlage. Checklist oriëntatiefase Context instelling beschreven? Signaal beschreven? Eigen indruk onderzocht en beschreven? Voorlopige probleemdefinitie geformuleerd? Is het een probleem? Informatie uit dossiers, rapportage, zorgplan en/of observatie aanwezig? Probleemomschrijving bijgesteld en nieuwe probleemdefinitie geformuleerd? 11
Checklist diagnostische fase Hypothes(n) is passend bij definitieve probleemdefinitie: Medisch-biologisch niveau Sociaal niveau Individueel psychologisch niveau is passend bij definitieve probleemdefinitie Hypothes(n) concreet en gedetailleerd opgeschreven op: Medisch-biologisch niveau? Sociaal niveau? Individueel psychologisch niveau? Gedrag binnen hypothes(n) concreet beschreven op: Medisch-biologisch niveau? Sociaal niveau? Individueel psychologisch niveau? Beargumenteerde keus gemaakt welke hypothese(n) nader onderzocht worden Onderzoeksdoel/observatiedoel geformuleerd 12
Observatievragen zijn geoperationaliseerd en passen bij het doel Observatieplan gemaakt Gegevens geordend en beschreven Geanalyseerd en geïnterpreteerd Conclusie/diagnose 13