Loopbanen van geowetenschappers Midden 4 is een grootschalig onderzoek naar de loopbanen van geowetenschappers afgerond. Dit onderzoek is uitgevoerd op initiatief en onder begeleiding van GAIA, het netwerk voor vrouwen met een geowetenschappelijke achtergrond. KNAG en KNGMG ondersteunden het initiatief. Het onderzoek is betaald door UU, VU, TUD, KNGMG, TNO, WL Delft Hydraulics, NIOZ, KNMI, RIZA, NAM en SHELL. NWO en KNAG droegen bij in natura. Fugro en Grontmij participeerden in delen van het onderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd door middel van enquêtes en interviews en vragenlijsten binnen organisaties. Binnen het onderzoek is veel aandacht besteed aan de loopbaanontwikkeling van zowel vrouwelijke als mannelijke geowetenschappers, waardoor het veel gegevens heeft opgeleverd die zowel voor mannen als voor vrouwen interessant zijn. Bijvoorbeeld over de beroepssectoren waar geowetenschappers terecht komen, en waarin deze verschillen. Deze meer algemene gegevens worden hier besproken. Het loopbaanonderzoek concentreerde zich op de verschillen in de loopbaanontwikkeling tussen mannen en vrouwen, hiervoor wordt verwezen naar de onderzoeksrapportage (Van Doorne Huiskes, et al, 4) en de samenvatting van het onderzoek (GAIA, 4). Het onderzoek concentreerde zich op de personen die tussen 19 en 2 zijn afgestudeerd. In deze periode bedraagt het aantal afgestudeerden ongeveer 1 vrouwen en 4 mannen. Via de alumnibureaus zijn enquêtes verstuurd aan 75 vrouwen en 75 mannen. De respons was ca. 3 %. De respondentengroep bestaat uit 39 vrouwen en 191 mannen (circa 3 % resp. 5 % van de totale populatie). Dit is een voldoende grote steekproef om uitspraken zowel over de populatie mannen als over de populatie vrouwen te doen. De resultaten die hier zijn weergegeven zijn de resultaten voor alle respondenten samen, waarin de antwoorden van de vrouwen dus relatief sterk meewegen. De resultaten voor mannen en vrouwen apart per beroepsgroep zijn weergegeven in de onderzoeksrapportage (op. cit.). De respondenten zijn in drie cohorten onderverdeeld op basis van tijd na afstuderen; een junior, een medior en een senior cohort, zie tabel 1. De belangrijkste afstudeerrichtingen in deze cohorten zijn fysische geografie en geologie. mannen vrouwen totaal respondent enquête totaal respondent enquête junior (98 2) 73 52 (7 %) 326 13 (3 %) medior (92 97) 1131 64 (6 %) 425 133 (3 %) senior ( 91) 2352 75 (3 %) 355 69 (18 %) totaal ( 2) 4186 191 (5 %) 119 35 (28 %) Tabel 1. Samenstelling afstudeerpopulatie en respondenten per cohort. In de cijfers zijn de afstudeerjaren 1 2 en 2 3 niet opgenomen. De aantallen voor afstudeerjaren 1991 1992 en 1995 1996 zijn geschat, want deze waren niet bekend bij CBS. CBS afstudeerjaar 1997 1998 is bij het kalenderjaar 1998 geteld. Het merendeel van de geowetenschappers werkt in het eigen vakgebied Ongeveer % van de geowetenschappers werken in hun vakgebied of in een functie waarin de geowetenschappelijke opleiding van belang is. In de eerste baan is voor de helft van de respondenten hun geowetenschappelijke opleiding onmisbaar, en voor 3 % praktisch, maar niet noodzakelijk. Deze percentages nemen iets af gedurende de loopbaan. Dit geldt vooral voor de sectoren overheid en geo adviesbureaus. In bijlage 1 is per beroepssector een overzicht gegeven van de noodzaak van het hebben van een geowetenschappelijke opleiding voor het uitoefenen van een functie. In de sectoren olie & gas, GTI s (inclusief TNO) en universiteit is en blijft de geowetenschappelijke vooropleiding veelal onmisbaar. Bij overheidsfuncties wordt de geo opleiding gedurende de loopbaan steeds meer praktisch, maar niet noodzakelijk. Loopbanen van mannelijke en vrouwelijke geowetenschappers Samenvatting 1
Bij de geo adviesbureaus is voor de helft van de respondenten de geo opleiding onmisbaar, en voor % praktisch maar niet noodzakelijk. Het loopbaanverloop in relatie tot beroepssectoren In figuur 1 is het loopbaanverloop voor het senior cohort weergegeven (zie tabel 1 voor toelichting cohorten). De relatief lange loopbanen van de senior groep zijn bekeken om inzicht te krijgen in het gemiddelde verloop van de loopbanen van geowetenschappers. Gedurende de loopbaan werkt een groot deel van de respondenten bij de universiteiten (1 %), de overheid (1 35 %) en de advies/consultancy wereld ( %). In de olie en gassector werkt ca. 5 % van de respondenten, bij de onderzoeksinstellingen en GTI s is dit eveneens ca. 5 %. In de sectoren onderwijs en overig geowetenschappelijk bedrijfsleven zijn enkele procenten van de respondenten werkzaam. Iets groter is de groep die in het niet geowetenschappelijke bedrijfsleven werkt (1 15 %). Binnen de senior groep valt op dat vrouwen naarmate de loopbaan vordert meer bij de overheid gaan werken, van 9 % net na afstuderen tot 36 % 11 jaar na afstuderen. De deelname van mannen binnen de overheid neemt ook toe, maar slechts van 1 % tot % (11 jaar na afstuderen). Hoewel meer vrouwen dan mannen hun loopbanen op de universiteiten beginnen zijn er na verloop van tijd steeds minder vrouwen daadwerkelijk werkzaam. Hun participatie in de Nederlandse universitaire wereld neemt af van 19 naar 7 %, van de mannen werkt ongeveer 6 % na 11 jaar nog bij een universiteit. Bij de mannen valt op dat hun participatie in de consultancy sector toeneemt van 24 tot 36 %, terwijl het percentage vrouwen in de consultancy rond de % blijft. Figuur 1. Loopbaanverloop van het senior cohort In bijlage 2 is een overzicht gegeven van het werkveld waarin de respondenten werken bij de verschillende beroepssectoren. Hierin zijn geen grote verrassingen zichtbaar: bij de geo adviesbureaus worden vooral consultancy werkzaamheden gedaan; bij de GTI's ook, maar hier is toegepast onderzoek ook een belangrijk werkveld. Bij de overheid zijn beleidsfuncties het belangrijkst, en bij de universiteiten wordt met name wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd. Bij de meeste sectoren zijn de verschuivingen in het werkveld gedurende de loopbaan klein; alleen het uitvoeren van toegepast en wetenschappelijk onderzoek neemt af bij de olie&gas industrie, de geoadviesbureaus en de overheden. Bij de universiteit neemt het werken in het onderwijs toe. Functieverwerving Functies worden op verschillende manieren verworven; sollicitatie op een vacature, open sollicitatie, via stage, via netwerken, door rechtstreeks gevraagd te worden of door te groeien in een organisatie In figuur 2 is dat voor de hele respondentengroep weergegeven, verdeeld over mannen en vrouwen, en in bijlage 3 voor de beroepssectoren. Sollicitatie op een vacature blijkt gemiddeld genomen slechts in 3 % tot een functie te leiden. Dit verschilt sterk per beroepssector. Bij de overheid is voor meer dan de helft van de functies formeel gesolliciteerd. Bij universiteiten geldt dit voor minder dan 3 % van de functies. Open sollicitaties zijn binnen de olie&gas sector vooral in het begin van de loopbaan belangrijk. In het begin van de loopbaan speelt verder functieverwerving via stage nog een zeer kleine rol. Loopbanen van geowetenschappers Samenvatting 2
Gemiddeld genomen levert netwerken of gevraagd worden het merendeel van de functies op. Ook hier zijn er grote verschillen per beroepssector. Bij de overheid is dit minder dan %. Bij universiteiten is dit juist wel heel belangrijk, hier heeft % van de mannen de functie via netwerken verkregen of is rechtstreeks gevraagd, voor vrouwen is dit ongeveer de helft. Naarmate de loopbaan vordert zijn nieuwe functies ook vaak een logische vervolgstap binnen dezelfde organisatie. Figuur 2. Functieverwerving Leidinggeven In bijlage 4 is een overzicht gegeven van de percentages van de respondenten die een leidinggevende functie hebben per beroepssector. Hier is te zien dat met name bij de geoadviesbureaus gedurende de loopbaan door steeds meer respondenten een leidinggevende functie wordt verworven: 12 jaar na afstuderen geeft meer dan de helft leiding. Bij de GTI's en de overheid heeft na 12 jaar slechts ca. % een leidinggevende functie. Functieniveau In bijlage 5 is per beroepssector een overzicht gegeven van het functieniveau dat de respondenten hebben gedurende de loopbaan. Met name bij geo adviesbureaus en de overheid komen de respondenten wat sneller op medior en senior niveau terecht. Bij de universiteiten blijven de respondenten lang op junior niveau 'hangen'. Vaste en tijdelijke functies In bijlage 6 is aangegeven per beroepssector de mate aangegeven waarin respondenten een tijdelijke of juist vaste functie bekleden. Opvallend is dat bij de olie en gasindustrie en bij de geoadviesbureaus relatief weinig tijdelijke functies zijn. Bij de GTI s en de overheid worden met name in de eerste vier jaar nog wel tijdelijke functies bekleed. Bij de universiteiten valt het grote aantal tijdelijke functies op. Pas na 1 jaar heeft ongeveer de helft van de respondenten een vaste functie. Waarom is de functie verlaten? De belangrijkste reden om een functie te verlaten is dat een logische vervolgstap wordt gemaakt naar een andere functie, of dat er een mogelijkheid was voor positieverbetering. Bij de universiteit is de beëindiging van het arbeidscontract de belangrijkste reden. Deze laatste reden wordt opvallend weinig genoemd bij de geo adviesbureaus. Hier worden wel, evenals bij de overheid, regelmatig functieinhoudelijke redenen genoemd. Arbeidsconflicten vormen bij alle beroepssectoren maar enkele procenten van de vertrekredenen. Zie bijlage 7. Ambities De huidige loopbaanambities zijn voor de mannen en vrouwen uit de respondentengroep ongeveer gelijk: 7 % zegt inhoudelijk interessant werk te ambiëren, een kwart ambieert tevens een (zware) projectleidersfunctie, eveneens een kwart ambieert een leidinggevende functie op middelmanagement niveau en % ambieert een hoge leidinggevende positie. Meer mannen (17 %) dan vrouwen (9 %) ambiëren een baan op topniveau. Oordeel over de functie De waardering voor een tal functieaspecten, gecategoriseerd naar inhoud, salaris, carrièrekansen, ontwikkeling, cultuur en werktijden, verschilt per beroepssector, zie bijlage 8. Voor een overzicht van de functiekenmerken die als 'goed' worden gewaardeerd per sector, zie figuur 3. Loopbanen van geowetenschappers Samenvatting 3
De inhoud van de functie wordt met name binnen de geo sectoren (olie/gas, GTI s en universiteiten) zeer gewaardeerd. Carrièrekansen worden het laagst gewaardeerd binnen de universiteit. De bedrijfscultuur scoort vooral laag bij universiteit en overheid. Mogelijkheden om in deeltijd of met flexibele werktijden te werken worden binnen overheid en GTI s het meest gewaardeerd, en het minst in de olie en gassector. functiekenmerken scores 'goed' 6 inhoud functie salaris carrierekansen ondersteuning loopbaan cultuur deeltijd Olie en gas Geo advies GTI's Universiteit Overheid Figuur 3. Waardering functiekenmerken uitgedrukt in het percentage respondenten dat goed gescoord heeft. De waardering voor bepaalde functieaspecten hangt ook af van de soort functies die gedurende een loopbaan vervuld zijn. Als er tijdens de loopbaan vooral leidinggevende en voltijds functies vervuld zijn is de tevredenheid over werktijden kleiner, maar de tevredenheid over carrièrekansen hoger. Een loopbaan waarin vooral inhoudelijke, zgn. 'geo functies' vervuld zijn, levert meer tevredenheid op over de inhoud en het niveau van het werk. Het vervullen van senior functies gedurende de loopbaan levert tevredenheid op met betrekking tot zelfstandigheid, externe contacten en status van de functie. Werkweek De meeste mannen werken 36 uur of meer (zie figuur 4). Dit geldt ook (al is het in iets mindere mate) voor de vrouwen. Het grootste deel van de junior en medior vrouwen werkt meer dan 36 uur, bij de senior vrouwen is dit nog ca. een derde. Nog eens ruim 1 % van de mannen en ruim % van de vrouwen werkt 32 uur of meer. 9 7 6 5 mannen cohort 19 1991 cohort 1992 1997 cohort na 1997 percentage 9 7 6 5 vrouwen cohort 19 1991 cohort 1992 1997 cohort na 1997 3 3 1 1 >36 uur 32 35 uur 28 31 uur 24 27 uur <24 uur duur werkweek >36 uur 32 35 uur 28 31 uur 24 27 uur <24 uur duur werkweek Figuur 4. Duur werkweek van mannen en vrouwen voor verschillende cohorten. Het gezin Een belangrijke reden voor het verschil in arbeidsduur tussen mannen en vrouwen is de verzorging van kinderen (zie figuur 5). Kinderen worden meestal 5 tot 1 jaar na het afstuderen geboren. Senior Loopbanen van geowetenschappers Samenvatting 4
mannen met kinderen werken veel minder in deeltijd (< 32 uur) dan vrouwen; deze verschillen worden kleiner bij de medior groep. Figuur 5. Relatie duur werkweek en het hebben van kinderen Taakinvulling Gemiddeld geven respondenten aan dat hun takenpakket voor 3 % door henzelf wordt bepaald, voor 45 % door hun leidinggevenden en door 25 % door hun collega s. Het uitvoeren van nieuwe, risicovolle en zichtbare taken, zogenaamde ontwikkelingstaken, is van belang voor het toekomstige functieniveau. De mate waarin ontwikkelingstaken onderdeel uitmaken van het werkpakket hangt samen met persoonlijkheidsfactoren als een positief zelfbeeld en ambitie, een op leren gerichte doeloriëntatie (versus een op prestatie gerichte doeloriëntatie) en met de motivatie om de eigen capaciteiten te laten zien (versus risico mijden). Hoewel vaak gedacht wordt dat mannen meer risico durven nemen en dat vrouwen onzekerder zijn, blijkt uit het onderzoek dat ze nauwelijks (niet significant) verschillen in deze persoonlijkheidskenmerken, en ook niet in de mate waarin ze ontwikkelingstaken aantrekkelijk vinden en uitvoeren. Conclusies Geowetenschappers blijven veelal in hun vakgebied werken, vooral in de geo sectoren, bij de overheid wordt de geowetenschappelijke opleiding gedurende de loopbaan steeds minder noodzakelijk.geo adviesbureaus en de overheid zijn de belangrijkste werkgevers, de eerste meer voor mannen, de tweede meer voor vrouwen. Bij de olie en gasindustrie en de GTI s (inclusief TNO) werken ieder ongeveer 5 % van de respondenten. Functies worden vooral verworven door netwerken of door gevraagd worden, hoewel dit sterk verschilt per beroepssector. Bij de universiteit geldt dit het sterkst, terwijl bij de overheid de meeste functies wel door formele sollicitaties worden verworven. Geowetenschappers waarderen de inhoud van hun functie het meest bij de geo sectoren. Carrièrekansen worden het hoogst gewaardeerd in de olie en gassector. In deze sector is het echter moeilijk om in deeltijd te werken. De bedrijfscultuur wordt het minst gewaardeerd bij overheid en universiteit. Tevredenheid over de carrièrekansen in de loopbaan gaat samen met ontevredenheid over de mogelijkheid in deeltijd te werken. Mannen werken meestal 36 uur of meer, vrouwen meestal 32 uur of meer. Literatuur Van Doorne Huiskes, A., I.E. de Pater, A.E.M. van Vianen, M.L.M. Brouns, 4. Loopbanen van vrouwelijke en mannelijke geowetenschappers. GAIA, 4. Loopbanen van vrouwelijke en mannelijke geowetenschappers. Samenvatting. Loopbanen van geowetenschappers Samenvatting 5
Bijlage 1: Belang van geowetenschappelijke opleiding voor uitoefenen functie Loopbanen van geowetenschappers Samenvatting 6
Bijlage 2: Type werkveld waarin gewerkt wordt Loopbanen van geowetenschappers Samenvatting 7
Bijlage 3: Wijze waarop functie verworven is Loopbanen van geowetenschappers Samenvatting 8
Bijlage 4: Percentage respondenten dat een leidinggevende functie heeft Loopbanen van geowetenschappers Samenvatting 9
Bijlage 5: Functieniveau gedurende de loopbaan Loopbanen van geowetenschappers Samenvatting 1
Bijlage 6: Percentage respondenten dat een vaste of een tijdelijke functie heeft Loopbanen van geowetenschappers Samenvatting 11
Bijlage 7: Reden waarom de functie verlaten is Loopbanen van geowetenschappers Samenvatting 12
Bijlage 8: Percentage respondenten met oordeel goed over verschillende functiekenmerken per beroepssector "inhoud en carriere" percentage (%) 6 inhoud niveau zelfstandigheid externe contacten salaris carrierekansen Olie en gas Geo advies GTI's Universiteit Overheid 'ontwikkeling' percentage (%) 6 ondersteuning loopbaan ontplooiingsmogelijkheden opleidingsmogelijkheden erkenning relatie leidinggevende steun collega's Olie en gas Geo advies GTI's Universiteit Overheid 'werksfeer en status' percentage (%) 6 werksfeer cultuur status bedrijf status functie Olie en gas Geo advies GTI's Universiteit Overheid "werktijden" percentage (%) 6 werktijden deeltijd verlof kinderopvang wonen werken Olie en gas Geo advies GTI's Universiteit Overheid Loopbanen van geowetenschappers Samenvatting 13