Beste leerkracht/begeleider In het herfsthol krijgen de kinderen het verhaal te horen van Dappertje, de duif. Bij één van zijn stunts heeft hij z n poot gebroken. Hierdoor kan hij de post niet meer rondbrengen in het bos. Aan de kinderen wordt er gevraagd of zij dit voor hem willen doen. Ze krijgen een tasje waarin 12 briefjes zitten die zij in het park mogen posten. Bij elke brievenbus is een educatieve opdracht voorzien. Wanneer een opdracht volbracht is, mogen ze een puzzelstuk meenemen. Na 12 opdrachten verzamelen de kinderen terug in het herfsthol. De puzzelstukken die ze uit het park meegenomen hebben, mogen ze nu op de grote tekening tegen de muur plakken. Daarna volgt een verrassing... Praktisch Er is materiaal voor 25 leerlingen. Je kan je klas in maximum 4 groepen indelen afhankelijk van het aantal natuurouders/begeleiders die meekomen. Er is GEEN begeleiding voorzien van ons. De duur van de wandeling bepaal je zelf, ze hangt af van hoe lang je bij elke opdracht blijft stilstaan. Elke opdracht is opgebouwd van gemakkelijk naar moeilijk, je bepaalt zelf het niveau van je groep. De spelletjes die aan elke opdracht gekoppeld zijn, kunnen met alle leeftijden gespeeld worden. Tip Breng een fototoestel mee. We wensen jullie veel educatief plezier! De boeren en boerinnen Schoolhoeve De Campagne
LEES DIT VERHAAL AAN DE KINDEREN VOOR Toon het eitje in het potje, weten de kinderen van wie dit eitje is? Het was een mooie lentedag toen in het duivenhok een eitje brak. (krak) Voorzichtig opende Dappertje zijn oogjes en pieptje zachtjes (piep piep). Kunnen jullie dat ook? Rond Dappertje lagen nog wat eitjes Overal begonnen ze open te breken en was er veel gepiep (alle kinderen samen) Het was daar een vrolijke tijd met veel kabaal. Dankzij al het lekkers dat papa en mama duif brachten, werden de kleine jongen snel groot. Het duurde niet lang of de duifjes droomden hoe het er buiten zou uitzien. Dappertje hoorde al veel geluiden, maar wist nog niet van wie ze waren. Hij hoorde: Kukeluku...Wie zou dat zijn? IA,IA;miauw, miauw ; mééeh, méééh; beuh, beuh.. De jonge duifjes konden niet wachten om alles te gaan ontdekken, en vooral Dappertje was bijzonder nieuwsgierig! Morgen is eindelijk dé grote dag, de eerste vliegles! De avond voordien moesten ze allemaal vroeg gaan slapen, maar Dappertje kon geen oog dicht doen. Hij dacht aan zijn nieuwe vriendjes die hij zou ontmoeten, de prachtige plekken die hij voor het eerst zou zien, en stiekem droomde hij ook al van verre landen. Daar had hij zijn oude ooms en tantes al over horen praten Dappertje droomde zaaaalig. De volgende morgen was het heel erg druk, de eerste vliegles verliep met vallen en opstaan. Maar het duurde niet lang of iedereen vloog sierlijk door de lucht. Hou je armen in de lucht, de kindjes mogen meedoen, eerst traag, dan snel, dan naar omhoog, dan naar beneden, weer naar omhoog. Wat was dat een leuk gevoel, Dappertje zweefde echt! Héééérlijk. De volgende dag mochten ze alleen op pad, en dat moest je geen twee keer tegen Dappertje zeggen. Dappertje stond heel vroeg op en vloog als eerste weg. (zoeeefffff) Terwijl hij door de lucht vliegt, haalt hij de gekste toeren uit. Eerst vliegt hij laag, dan pijlsnel naar omhoog, om daarna supersnel terug naar beneden te vliegen, maar eerst nog een achterwaartse koprol naar achteren De andere jonge duifjes keken bewonderend toe. Leerpad Dappertje de duif Schoolhoeve De Campagne Marian Samyn 09/227.60.24 marian.samyn@gent.be
Papa en mama duif waren eerder een beetje bang als dat maar goed afloopt! Omdat Dappertje zo goed kan vliegen mag hij al snel de post in het bos rondbrengen. Dat vindt Dappertje heel leuk, want zo leert hij veel over de natuur en de dieren in het bos. Maar Dappertje weet van geen ophouden, het kriebelt in zijn buikje wanneer hij dubbele salto s maakt. (heeft iemand van jullie al eens kriebeltjes in zijn buik gevoeld?) Elke dag geniet Dappertje van zijn tochtjes. Die nacht kon Dappertje niet slapen, hij had van zijn ooms en tantes gehoord over verre warme landen Hebben jullie daar ook al van gehoord? Kennen jullie namen van deze landen? Dappertje is zo nieuwsgierig, dat hij beslist om s morgens vroeg te vertrekken terwijl iedereen nog aan het slapen is. Terwijl hij aan het vliegen is, droomt hij, en droomt hij, over het mooie strand, de zon, de kokosnoten...enz; Zijn oogjes zakken dicht en daardoor ziet hij de grote schoorsteen voor zich niet en wat gebeurt er. Hij vliegt er tegen... AUW, dat voelt niet zo fijn Dappertje krabbelt recht maar oei, hij kan niet meer zo goed op zijn pootje staan Wat nu gedaan? Toon de tekening van Dappertje (staat beneden aan de houten stoel) Dappertje zit een beetje sip voor zich uit te staren en wacht Gelukkig moet hij niet lang wachten, want daar vliegen zijn vriendjes al, die hem aan het zoeken zijn. Geschrokken komen ze naar hem toe en vragen wat er gebeurd is. Snel vliegt er één van zijn vriendjes naar het duivenhok om hulp te halen. Mama en papa duif komen bij Dappertje en merken al snel dat zijn poot gebroken is. Dat wordt een paar weken gips. Dappertje zal een paar weken in het duivenhok moeten rusten, maar wie zal nu zijn brieven rondbrengen?? Willen jullie dat doen voor hem???? Leerpad Dappertje de duif Schoolhoeve De Campagne Marian Samyn 09/227.60.24 marian.samyn@gent.be
1. De oude boomstronk In het bos staan heel veel bomen, soms groeien er nieuwe, soms vallen er weg. Op deze plaats stond ooit een hele oude, grote boom maar nu zien we slechts nog een klein stukje ervan. Toch is dit voor heel veel dieren de leukste plek van het bos. Waarom? Dit is een hele mooie plaats voor dieren om een nestje te maken. Waarom maken dieren een nestje? Welke dieren maken een nestje? Hoe maken dieren een nestje? Laat kinderen met één hand een snaveltje maken voor hun neus; de andere hand houden ze op hun rug. Met hun snaveltje verzamelen ze materiaal (takjes, blaadjes, sprietjes) om een nestje te maken. Hun voeten (pootjes) mogen ze ook gebruiken. Elk kind zoekt een eigen plekje voor zijn/haar nestje. Info : De koekoek maakt zelf geen nest, maar legt zijn eieren in de nesten van andere vogels. Het geluid dat hij maakt is : Koe koek, koe koek... Er is 1 vogel die zelf geen nest maakt! Ken je hem en kan je het geluid nadoen? 2. Wat horen we hier? Sluit allemaal de ogen en luister Wat horen we? Van waar komen de geluiden, wijs de richting aan. Welke geluiden komen van de dieren van de boerderij, welke geluiden komen van dieren uit het park? Kunnen jullie het geluid van een dier nadoen? Welke dieren horen we hier het meest? Waarom maken zij geluiden? Welke geluiden maken mensen? Mogen wij in de natuur lawaai maken? Horen wij de wind? Maak zelf eens wind! Maak eens geluid met de instrumenten. Vorm een orkest. De begeleider is dirigent. Instrumenten Tip: Je kan de kinderen ook zelf wind laten maken. Laat ze blazen op een blaadje en kijk wat er gebeurt. Info : De wind zelf kunnen we niet horen. We horen wel wat hij laat bewegen, bv. Blaadjes ritselen, deur die dicht waait, kier in het raam, takken die kraken...
3. Wat ligt hier op de grond? Hier staan heel veel beuken. Vinden jullie een blaadje van de beuk? Liggen er nog nootjes? Neem Erik, de eekhoorn uit de kist. Erik vraagt: Wat doet een eekhoorn allemaal? Spring op en neer als een eekhoorn. Wie durft, ga op de boomstronk staan en spring eraf. Eekhoorns verstoppen hun voorraden met eten, maar moeten goed onthouden waar ze die gelaten hadden. Dat is niet altijd gemakkelijk. Zoek nu zelf 5 voorwerpen (kleuters), of 10 voorwerpen (1ste -2de ljr). Bv. Takjes, bladeren, noten, Leg ze op een doek. Leg er vervolgens een ander doek over. De kinderen moeten proberen zoveel mogelijk dezelfde voorwerpen te vinden. (memoryspel) handpop eekhoorn prent beuk doeken In de herfst stopt de eekhoorn allerlei vruchten weg. In de grond, maar ook in holten van een boom. Als het winter is, zoekt hij die plekjes weer op, ook al vindt hij ze niet altijd terug. Hij eet vooral zaden, noten en bessen. 4. Wie zit hier verstopt? Ga allemaal voor de put staan voor de boom. Wat zien we? Neem een takje en draai eens in de aarde? Woont hier iemand? Doe een schep aarde in de witte bak, en kijk of er iets beweegt. Geef de kinderen een vergrootglas en laat hen zoeken naar kleine diertjes. Doe de diertjes voorzichtig in een loeppotje en bekijk ze aandachtig. Laat ze daarna weer vrij. Knijp eens in de aarde en ruik eraan. Neem Jerom de regenworm. Waar verstopt hij zich? Wat eet hij? loeppotjes, vergrootglazen, handpop regenworm schopjes, witte bakken Wriemelbeestjes die je kan vinden zijn: oorwormen, duizendpoten, miljoenpoten, regenwormen... Regenwormen zorgen voor verluchting van de grond en eten bladeren op.
.Verschillende vormen Neem de houten bladeren uit de kist. Leg ze op de grond. Zijn ze allemaal hetzelfde? Zoek blaadjes met dezelfde vorm. Voel eens aan de rand van de bladeren. Sommige bladeren hebben de vorm van een hand (esdoorn, wilde kastanje), anderen zijn net een veer (tamme kastanje) of een hartje (linde). Er zijn bladeren waarvan de rand stekels (hulst) of golfjes (eik) heeft. Het blad van de lijsterbes is samengesteld uit kleine blaadjes. Weet je van welke boom/struik deze bladeren zijn? houten vormen Hulst verliest, net zoals naaldbomen, zijn bladeren niet tijdens de herfst. Hulstblaadjes worden vaak gebruikt als decoratie met Kerstmis. Bijvoorbeeld om kerststukjes mee te maken. Vind je een struik waarvan de blaadjes prikken? Ken je zijn naam? 6. Rarara, wie ben ik? Laat de kinderen voorzichtig aan een bolster voelen. Open hem en kijk wat erin zit. Wie lust graag kastanjes? Hoe ziet de kastanje eruit? Welke kleur heeft hij? Neem een wilde kastanje uit de kist en vergelijk hem met de tamme. Hoe zien we nu welke we mogen opeten. Snij een kastanje in stukjes en laat de kinderen proeven. Zoek het blad van de tamme kastanje. Voel aan de rand. Vergelijk het met het blad van de wilde kastanje (zie kist). Het woord tam betekent het tegenovergestelde van wild. Laat de kinderen afwisselend wild zijn (rondlopen, springen) en vervolgens tam (stil, niet bewegen) ) mes blad van wilde kastanje + vrucht Een tamme kastanje herken je gemakkelijk aan het witte puntje.
7. Hoeveel kleuren vinden we in het bos? Kijk eens goed rond. Welke kleuren zien we allemaal? Raap allerlei dingen op zonder iets af te kraken of kapot te maken. Leg dit allemaal samen en probeer dezelfde kleuren bij elkaar te leggen. Wanneer alles samen ligt gaan we er rond staan en kijken we naar het kleurenpallet. Was het gemakkelijk om dezelfde kleuren bij elkaar te leggen? Zijn alle groene, gele, bruine... kleuren hetzelfde? Maak samen met de kinderen een kunstwerk van blaadjes en takjes. Tip: Loofbomen verliezen hun blaadjes in de herfst. Er bestaan ook bomen die hun blaadjes niet verliezen. Kijk eens in de omgeving (hulst, naaldbomen) Maak eerst een kader van takken om het kunstwerk in te leggen. 8. Wat kunnen we voelen? In dit stuk van het bos staan heel veel verschillende soorten bomen. Zijn alle stammen gelijk? Wat voelen en zien we? Laat de kinderen nu aan de stammen van de bomen voelen. Het voelt (glad, hard, ruw ). Ruik er ook eens aan. Maak samen met de kinderen een afdruk van de stam met een vetkrijtje. Blinddoek een kind bij de bank. Een ander kind laat hem/ haar voelen aan de schors van 2 bomen. Ga terug naar de bank, doe de blinddoek af en vraag of het de boom kan terugvinden. papier, vetkrijt Tip: blinddoek eventueel ook eens de begeleider De schorsafdrukken mag je meenemen naar de klas.
9. De spin Wat zien we hier? Wie heeft dit gemaakt? Hoeveel pootjes hebben spinnen? Toon dit op je vingers? Waarom maken spinnen een web? Wat eten ze? Spinnen kriebelen. Kriebel eens in je hand, kriebel eens naar elkaar. Zoek iets waarmee je kan kriebelen. Kijk eens goed rond. Vind je in de buurt een echt spinnenweb? Speel spin: laat de kinderen door het web kruipen zonder de draden te raken. Wie een draad raakt, wordt opgegeten door de spin. Spinnenweb, spinnen Spinnen zijn geen insecten. Ze hebben 8 poten (insecten hebben er maar 6). Spinnen maken een web van kleverige draden, spinrag genaamd. Ze gebruiken hun web om insecten te vangen. 10. Op een grote paddenstoel Wat vinden we hier op en naast deze boomstronk? Welke kleuren hebben ze? Ruik er eens aan. Mogen wij deze zomaar plukken? Geef een spiegeltje aan de kinderen en laat ze eens naar zichzelf kijken. Vergelijk met de andere kinderen en de paddenstoelen. Kijk eens met een spiegeltje naar de onderkant van de paddenstoel, wat zie je? Zing samen het liedje: Op een grote paddenstoel. spiegeltjes, tekst van het lied Paddenstoelen zijn de vuilnismannen van het bos. Zij ruimen dode takken en blaadjes op. Praat met de kinderen over kabouters. Waarom denken we dat kabouters in paddenstoelen wonen. Is dat zo? Kunnen we ze zien?
11. Hoe sterk zijn bomen? Ga naar de plek met de oude beuken. Neem dit kaartje mee. Probeer de boom maar eens om te duwen. Probeer maar eens, lukt het? Vallen bomen snel om? Wie van jullie is zo sterk als een boom? Zoek de dikste beuk. Hoeveel kinderen zijn er nodig om volledig rond de boom te kunnen? Meet eens met jullie handen. Bomen staan stevig in de grond dankzij hun wortels. Via deze wortels halen zij water uit de grond waardoor de boom kan groeien. Nu gaan we boom spelen. Eerst is er weinig wind, maar daarna begint de wind harder en harder te waaien. Laat de kinderen op het einde zoveel mogelijk blaadjes verzamelen in hun handen en door de lucht gooien. 12. Winterslaap Sommige dieren starten in de herfst met een winterslaap. Weten jullie wat dit is? De egel, de vleermuis, de schildpad, al deze dieren slapen ongeveer van oktober tot en met maart. Op het einde van de zomer eten deze dieren heel veel, zodat ze een hele lange tijd geen honger hebben. Nu gaan wij een winterslaap houden. Leg de jute open. Eerst mag je iets lekkers zoeken in de kist en opeten (zodat ze geen honger krijgen tijdens hun winterslaap) Laat de kinderen nu heel hard lopen. Wanneer ze stilstaan, klopt hun hart zeer snel. Om aan je winterslaap te beginnen, moet je heel rustig zijn. Ga allemaal op de jute zitten en kom tot rust. Laat de kinderen in slaap vallen, maak ze wakker, laat ze slapen, maak ze wakker, enz... Materiaal Jute koekjes Bij een winterslaap slapen dieren voor een langere periode. Sommige dieren houden een winterrust. Deze dieren doen het gewoon kalmer aan en slapen veel, maar niet aan één stuk door. Bv. de eekhoorn