Prof.dr. Cees Langeveld

Vergelijkbare documenten
Economie van het theater

Cultuur en sport Betalingsbereidheid voor het gebruik van cultuur- en sportgoederen

2.1 De vraag naar spijkerbroeken

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Samenvatting Economie Vervoer

Commerciële calculaties

Samenvatting Economie Lesbrief Vervoer

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-I

Commerciële calculaties

Evenementen, voorstellingen en concerten alle VSCD podia (x1000)

Eerste resultaten cultuursurvey Maastricht 2017 versie mei 2018

Samenvatting onderzoek cultuurparticipatie 2010

Eindexamen economie 1 vwo 2007-I

Hoofdstuk 9. Gemeentelijke website

Samenvatting Economie Hoofdstuk 3/7 samenvatting

Eindexamen economie havo I

Aanvraagformulier Incidentele subsidie cultureel klimaat

Eindexamen economie havo I

Effecten van de BTW-verhoging bij de vrije theaterproducenten

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I

De slag om de vrije tijd

UIT grafische elasticiteiten

Correctievoorschrift HAVO en VHBO. Economie

Domein D: markt (module 3) havo 5

Dynamic Pricing in de Podiumkunsten De kaartverkoop in de schijnwerpers

Samenvatting Economie Hoofdstuk 1

Onderzoeksdoelstelling en probleemstelling

Eindexamen economie 1-2 vwo 2004-II

Te weinig verschil Verschil tussen de hoogte van uitkeringen en loon is belangrijk. Het moet de moeite waard zijn om te gaan werken.

Eindexamen economie 1 havo 2004-II

Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties

Inleiding. Inleiding. Overzicht TRENDS IN INTERNATIONAAL VERGELIJKEND PERSPECTIEF. Waarom Trends in participatie? Participatiesurveys

Katern 2 Markten en welvaart

TRENDS IN INTERNATIONAAL VERGELIJKEND PERSPECTIEF

Voor amateurkunstverenigingen geldt dat de aanvraag geen betrekking mag hebben op de verplichte jaarlijkse voorstelling.

Over waardebepaling en ticketprijzen. Zet mij in CC 22 mei 2012

Effecten van de economische crisis in de cultuursector

UIT deel 2 elasticiteiten. H2 elasticiteiten. H2.1 drie kenmerken van elasticiteiten (verbanden)

Grafiek 23.1a Bezoek aan culturele voorstellingen en voorzieningen de afgelopen 12 maanden, % 26% 26% 26% 19% 17% 12% 10%

Constante kosten - Kosten die niet afhangen van de productieomvang. Bv. Verzekeringskosten & afschrijvingskosten.

Eindexamen economie 1-2 vwo II

Remediëringstaak: Vraag en aanbod

ALGEMENE ECONOMIE /03

De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p).

Dynamic pricing in de podiumkunsten

Bijlage I: Woningmarktcijfers 1 e kwartaal 2009

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-II

Cultuurbeleidsplan

De (prijs)vraaglijn geeft het verband weer tussen de prijs en de gevraagde hoeveelheid.

2. wat nog belangrijker is welke wensen je bovenaan je lijstje zet. Je moet je wensen op volgorde zetten: wat het meest belangrijk is bovenaan.

T3: Niet-competitieve en onvolkomen competitieve markten


Bijlage Specifieke toetsingscriteria per doelstelling

Samenvatting Economie Module 1: hoofdstuk 1 t/m 3

Bijlage I: Woningmarktcijfers 1 e kwartaal 2008

1 Volledige of volkomen competitieve markten Om te spreken van volkomen concurrentie moeten er 4 voorwaarden vervuld zijn:

Eindexamen economie pilot vwo II

Verkoop door woningcorporaties

Kaarten module 4 derde klas

Onderzoek Marktbeschrijving Podiumkunsten 2006

Stichting Koepeltjesfestival. Beleidsplan

Eindexamen economie pilot vwo I

Toekomst van de binnenstad en vraaggericht denken

Samenvatting Economie Micro-economie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Nieuwe schattingen van de prijsgevoeligheid van het bezoek aan culturele sectoren

EEN ONVERGETELIJKE REIS DOOR DE MAGISCHE WERELD VAN KERSTCIRCUS AHOY HOOGGEËERD PUBLIEK

Bijlage I: Woningmarktcijfers 4 e kwartaal 2007

Huizenmarkt stagneert door tekort aan betaalbare woningen

Persbericht. Prijzen industrie hoger door dure aardolie. Centraal Bureau voor de Statistiek

NOTARISBAROMETER VASTGOED AAN DE KUST OVERZICHT

Samenvatting Economie Module1, H2 en H3

Hoofdstuk 2: Wat produceert een onderneming?

Eindexamen economie 1-2 havo 2007-II

Transcriptie:

Prof.dr. Cees Langeveld

Product Innovatie bijv uitvoeringspraktijk Verkoop beleving, culturele + sociale waarde Ontwikkel aanvullende dienstverlening Communicatie Spreek elke doelgroep en individu op eigen manier aan Gebruik sociale media, discussiegroepen Binding Bevorder loyaliteit Prijsbeleid

1) Keuze: wel of niet gaan hangt af van educatie smaak 2) frequentie bereidheid voorstellingen te bezoeken hangt af van kosten en tijd kosten voor reizen, parkeren, oppas, entree en consumpties (prijs entreekaart niet in alle gevallen belangrijk) tijd voor het verzamelen van informatie, het kopen van entreekaarten en reistijd tijd is net zo schaars als geld

Bij de vraag naar theater kan gerelateerd aan smaak, verschil worden gemaakt tussen laag- en hoogdrempelige voorstellingen Throsby: de notie van een bewust verkregen smaak speelt een beslissende rol, in het bijzonder in het verklaren van het consumentengedrag bij hogere kunsten en vormen van experimentele kunst hoe meer smaak benodigd hoe minder belangrijk de entreeprijs gek dat repertoiretoneel nu juist vaak zo goedkoop is

Ouderen nemen minder risico dan jongeren Ouderen hebben hogere prijsbereidheid Ouderen zoeken meer comfort Jongeren zijn eerder bereid risico te nemen dan ouderen, experimenteel toneel trekt meer jongeren bij opera en klassieke muziek is sprake van minder risico, dus meer ouderen afgezien van bijzondere manifestaties leiden lage prijzen tot jongere bezoekers bij elke vorm van podiumkunsten leidt stijging van entreeprijzen tot stijging van de gemiddelde leeftijd van het publiek

Frequente bezoekers Incidentele bezoeker theater geen substituut (veel) substituten reserveren meer kaarten tegelijkertijd enkele kaarten motief moeten het zien plezier doel culturele behoefte sociale contacten prijs belangrijk minder belangrijk referentieprijs gebaseerd op verleden gebaseerd op doel consumptie periode voor een seizoen eenmalig

hoogopgeleiden kopen meer kaartjes zijn vaak hogere inkomens maar hoeft niet sommige onderzoeken: hogere inkomens kopen niet meer maar duurdere kaartjes algehele inkomensstijging leidt tot toename van publiek

determinant Invloed op prijsbereidheid Omvang productie + Internationale reputatie + Populariteit genre + Mate van vernieuwing + Decor, visuele effecten + Schaarste + Lengte van de voorstelling + In house productie + Bekendheid/relatie met artiest + Bekendheid producent +

determinant Bekendheid regisseur/schrijver/componist + Relatie met andere artiest (voorprogramma, samen optreden) Imago theater + Prijsdifferentiatie + Capaciteit theater + Locatie theater Particulier/gesubsidieerd theater Invloed op prijsbereidheid + niet niet

Prijselasticiteit, inkomenselasticiteit, kruiselasticiteit Prijselasticiteit = - procentuele verandering gevraagde hoeveelheid/procentuele verandering van de prijs Voorbeeld: de prijs van goed A stijgt van 2,- naar 2,20, daardoor daalt de gevraagde hoeveelheid van 200 kg naar 150 kg. De prijselasticiteit wordt dan (-) -25%/10% = 2,5 Veel podiumkunsten e p 0,5 D.w.z. prijsstijging 5%, daling bezoek 2,5%. Opbrengsten nemen toe

prijsstijgingen leiden niet tot een significante daling van publiek; lage prijselasticiteit geringe prijsdaling leidt niet tot sterke toename van publiek maar e p verschilt per inkomensgroep, soort voorstelling en niveau prijzen prijsniveau van substitutiegoederen is gemiddeld van geringe invloed op de vraag naar podiumkunsten; lage kruiselasticiteit bij populair aanbod kruiselasticiteit hoger dan bij moeilijk aanbod

gerelateerd aan de vraag naar podiumkunsten zijn prijs- en inkomenselasticiteit en invloed van prijzen van substitutiegoederen laag de invloed van tijdbesteding, kwaliteit en smaak is groot risico schrikt ouderen af en jongeren niet hoe meer smaak benodigd hoe minder belangrijk de prijs

Differentiatie is verschil in prijs als gevolg van verschil in diensten/beleving Discriminatie is verschil per doelgroep

relatief weinig rangen in de theaters/culturele centra vroeger en elders veel meer veel theaters één rang, aanbodgericht denken prijsverschil tussen de verschillende rangen is beperkt Rolling Stones 2006: VS 50 381 euro Europa 79-129 euro

meer differentiatie leidt tot hogere recette en meer bezoekers bij grote prijsverschillen moet de bezoeker snappen dat er een aantoonbare reden is waarom zijn stoel duurder is dan een andere stoel

Veiling van kaarten Dynamisch prijsbeleid Pay what you want

Nu statisch: prijzen voor heel seizoen vaststellen Ontwikkeling: prijzen variëren in tijd prijzen tot 1 september bepalen daarna afhankelijk stellen van de marktsituatie bij hypes en goed ontvangen voorstellingen stijgt de prijs, bij tegenvallende voorstellingen daalt de prijs prijzen vanaf.. Stop met aanbiedingenmarketing, beloon vroegboeken weekendprijzen hoger dan weekprijzen dynamic pricing ontwikkelen Van pre commitment naar post reward

Experimenten (Ro, Tilburg, Sittard, Venlo) Geen wetenschappelijke analyse Publicitaire aandacht Opbrengst circa de helft van de entreeprijs Niet echt extra publiek Imago: staat sympathiek Maar ook: zal wel een slechtlopende voorstelling zijn Leuk voor een keer

centrum Vroegboek- differentiatie Korting/ loyaliteit tijdreductie korting discriminatie Westrand ja nee <26, >55 Leraren Gezinsbond groepen nee formulier De Ploter ja nee Vrijwel idem nee formulier Vondel ja nee Vrijwel idem nee formulier en internet De meent ja nee Vrijwel idem nee internet

Verkoop beleving in plaats van producten Pas prijsbeleid toe waarbij bezoekersaantal en opbrengsten worden gemaximaliseerd Pas prijsdifferentiatie toe Pas prijsdiscriminatie toe Bevorder dynamische prijssystemen Bevorder loyaliteit, werk op gevoel