Rabobank Groep Jaarverslag 2004



Vergelijkbare documenten
Rabobank Groep Jaarverslag 2005

Rabobank Groep Jaarverslag 2006

Rabobank Groep Jaarverslag 2006

Rabobank Groep Jaarverslag 2003

Strategische review mei 2013

Rabobank boekt 2,0 miljard euro nettowinst in 2013

Op weg naar een bestuursmodel met een ledenraad. Rabobank Ridderkerk Midden-IJsselmonde. Een bank die anders is. Gezocht: leden met een mening

Gaat u met ons de uitdaging aan? Neem plaats in de ledenraad! Rabobank Sint-Oedenrode Schijndel

Triodos Bank Private Banking

SNS REAAL tekent overeenkomst voor overname Bouwfonds Property Finance

Selectie commissarissen

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken

Halfjaarbericht eerste helft 1997 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 21 PROCENT

Internationale vorderingen Nederlandse banken onder druk

GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES

Jaarverslag Rabobank Groep

Persbericht Aantal pagina s: 4

Corporate Governance verantwoording

Feiten & cijfers. Banking for Food. Februari 2015

Werken met commissies

Profielschets van de Raad van Commissarissen van FMO

Rabobank Utrechtse Heuvelrug, de bank die ambities waarmaakt... Het is tijd voor de Rabobank.

Rabo Foundation Klantenfonds

De Raad van Toezicht voert tenminste jaarlijks met de Raad van Bestuur een functionering en beoordelingsgesprek. (in de maand september)

REGLEMENT RISK- EN AUDITCOMMISSIE N.V. NEDERLANDSE SPOORWEGEN

Profielschets voorzitter Raad van Toezicht

Profielschets Raad van Toezicht

AEGON STELT WIJZGINGEN IN CORPORATE GOVERNANCE VOOR OM ZEGGENSCHAP AANDEELHOUDERS TE VERSTERKEN

Implementatie Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2011 bij BNG

PROFIELSCHETS. Philips Pensioenfonds NIET UITVOEREND BESTUURDER 1/5. Stichting Philips Pensioenfonds

COMPLIANCE MET DE NEDERLANDSE CORPORATE GOVERNANCE CODE

RFM Regulated Fund Management BV Registratiedocument (als bedoeld in artikel 4:48 lid 1 Wet op het financieel toezicht)

Willem de Zwijger College

PERSBERICHT. Versterking kapitaalpositie ING met 10 miljard euro

Halfjaarcijfers Henk Bierstee, CEO Jan Slootweg, CFO. Agenda. 1 e halfjaar Ambitie. Financieel overzicht. -pag 2-

SNS Securities Small & Midcap Seminar Amsterdam

-1- AGENDA. 1. Opening en mededelingen.

De Vries Robbé Groep NV: stijging bedrijfsopbrengsten in 2005 door acquisities

Jaarverslag Rabobank Groep

REGLEMENT VOOR DE AUDIT, COMPLIANCE EN RISICO COMMISSIE VAN PROPERTIZE B.V.

Jaarverslag Stichting Achmea Rechtsbijstand (SAR) 2012 Raad van Toezicht, april 2013

Profiel. Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV. Voorzitter Raad van Commissarissen

Jaarverslag Rabobank Groep

Governancestructuur WonenBreburg. januari 2012, geactualiseerd augustus 2015

Reglement, werkwijze en taakverdeling RVC

Van Lanschot versterkt positie als onafhankelijke wealth manager door focus, vereenvoudiging en groei

Profielschets lid Raad van Toezicht SMO Traverse Tilburg

Netto-omzet Kostprijs van de omzet (61.047) (640) Bruto-omzetresultaat EBITDA Bedrijfsresultaat 1.

VERKORT JAARVERSLAG. Onderlinge Levensverzekering-Maatschappij s-gravenhage U.A.

Reglement Raad van Toezicht. Diabetes Fonds

Reglement commissies raad van commissarissen Ymere 1

Reglement audit committee

Een nieuw Bestuursmodel. Dat is de gedachte. Dat is het idee. Rabobank Staphorst-Rouveen. Een bank met ideeën.

Delta Lloyd Groep. Duurzaam ondernemen bij Delta Lloyd Groep. Nyenrode Business Universiteit, 28 mei 2010

Reglement audit committee van de raad van commissarissen

Halfjaarverslag 2010 Rabobank Groep Augustus Halfjaarverslag Rabobank Groep

REGLEMENT AUDITCOMMISSIE RAAD VAN COMMISSARISSEN KWH Water B.V.

RAPPORT STICHTING ING AANDELEN

Financiering van innovaties

3. Dit directiereglement kan - na overleg met de directeur - worden aangevuld en gewijzigd bij besluit van de raad van toezicht.

Rabo Foundation Klantenfonds

Rabobank. Een bank met ideeën.

HUNTER DOUGLAS RESULTATEN EERSTE HALFJAAR 2015

Reglement Raad van Toezicht

Reglement Bestuur HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

FUNCTIEPROFIEL. VOORZITTER RAAD VAN TOEZICHT EN LID RAAD VAN TOEZICHT (profiel bedrijfsvoering)

Jaarbericht 1996 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 39 PROCENT

De kredietverzekering

Transcriptie:

Rabobank Groep Jaarverslag 2004

2 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Kerngegevens 3 Profiel 6 Voorwoord 7 Bestuurders en toezichthouders Rabobank Nederland 9 Verslag raad van commissarissen Rabobank Nederland 10 Belangrijke ontwikkelingen 13 Strategie 15 Financiële doelstellingen en vooruitzichten 19 International Financial Reporting Standards 20 Klantwaarde 22 Ledenbeleid 24 Medewerkers 26 Kernactiviteiten 29 - Binnenlands retailbankbankbedrijf 30 - Wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf 35 - Vermogensbeheer en beleggen 39 - Verzekeren 42 - Leasing 45 - Vastgoed 47 Organisatiebesturing en risicomanagement 50 - Corporate governance 51 - Risicomanagement 55 Maatschappelijk verantwoord ondernemen 61 Geconsolideerde balans 63 Geconsolideerde winst- en verliesrekening 64 Kasstroomoverzicht 65 Mutaties eigen vermogen 66 Toelichting op de belangrijkste balansgegevens 67 Toelichting op de belangrijkste winst- en verliesrekeningposten 69 Accountantsverklaring 71 Personalia Rabobank Groep 72 Verklarende woordenlijst 74 Overzicht binnen- en buitenlandse vestigingen 76 Profielen groepsonderdelen 77 Organigram 80 Colofon 81 Verslag raad van bestuur Jaarcijfers 2004 Aanvullende gegevens

3 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kerngegevens Kerngegevens 2004-2000 2004 2003 2002 2001 2000 Omvang dienstverlening (in miljoenen euro s) Balanstotaal 475.089 403.305 374.720 363.679 342.920 Kredieten aan private sector 252.996 235.425 212.323 197.262 179.137 Toevertrouwde middelen 192.123 172.571 171.632 172.174 146.705 Beheerd vermogen 1 195.000 184.000 168.000 194.400 166.100 Premieomzet verzekeringen 4.012 3.893 3.660 3.926 3.417 Vermogen en solvabiliteit (in miljoenen euro s) Eigen vermogen 2 18.143 15.233 14.261 12.380 1 12.458 Kernkapitaal 22.621 19.660 17.202 15.092 1 14.653 Toetsingsvermogen 22.586 19.892 17.414 15.542 1 15.093 Totaal gewogen posten 198.552 182.820 165.843 152.812 142.278 Solvabiliteitseis 15.887 14.626 13.268 12.225 11.382 Tier 1-ratio (kernvermogen) 11,4 10,8 10,3 9,9 1 10,3 BIS-ratio (toetsingsvermogen) 11,4 10,9 10,5 10,2 1 10,6 Resultaatgegevens (in miljoenen euro s) Totaal baten 2, 3 10.055 9.018 8.518 8.388 7.714 Bedrijfslasten 6.732 6.243 5.839 5.965 5.459 Waardeveranderingen van vorderingen 525 575 500 480 360 Waardeveranderingen van financiële vaste activa 3-11 -148 252 59 9 Toevoeging aan fonds voor algemene bankrisico s 0 0 0 0 52 Bedrijfsresultaat vóór belastingen 2.809 2.348 1.927 1.884 1.834 Nettowinst 1.536 1.370 1.222 1.178 1.166 Ratio s Rendement op eigen vermogen 10,1% 9,6% 9,9% 9,5% 10,4% Efficiencyratio 67,0% 69,2% 68,5% 71,1% 70,8% Dichtbij Lokale Rabobanken 288 328 349 369 397 Vestigingen: - kantoren 1.299 1.378 1.516 1.648 1.727 - contactpunten 2.965 2.800 2.697 2.618 2.693 Geldautomaten 3.062 2.981 2.979 2.889 2.676 Buitenlandse vestigingsplaatsen 244 222 169 137 142 Medewerkers - aantallen 56.324 57.055 58.096 58.120 55.098 - mensjaren 50.216 50.849 51.867 52.173 49.711 Medewerkerstevredenheid 85% 85% 84% 83% 82% Klantgegevens Leden (x 1.000) 1.456 1.360 1.108 825 550 Leden-klantenratio 16,7% 16,0% 13,2% 9,7% 6,1% Rating Standard & Poor s AAA AAA AAA AAA AAA Moody s Investor Service Aaa Aaa Aaa Aaa Aaa SAM-rating (maatschappelijk verantwoord ondernemen) 4 74% 64%

4 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kerngegevens Kerngegevens 1999-1995 1999 1998 1997 1996 1995 Omvang dienstverlening (in miljoenen euro s) Balanstotaal 281.218 249.718 194.222 152.068 133.192 Kredieten aan private sector 161.074 129.554 117.569 99.717 86.115 Toevertrouwde middelen 127.527 114.826 98.307 79.854 74.139 Beheerd vermogen 1 139.800 124.100 83.700 32.800 26.800 Premieomzet verzekeringen 2.867 2.485 2.168 1.656 1.542 Vermogen en solvabiliteit (in miljoenen euro s) Eigen vermogen 2 11.217 10.381 9.708 8.791 7.938 Kernkapitaal 13.007 11.817 11.113 10.280 9.427 Toetsingsvermogen 13.650 12.660 11.947 10.973 10.026 Totaal gewogen posten 129.801 114.445 107.163 96.095 82.976 Solvabiliteitseis 10.384 9.156 8.573 7.688 6.638 Tier 1-ratio (kernvermogen) 10,0 10,3 10,4 10,6 9,5 BIS-ratio (toetsingsvermogen) 10,5 11,1 11,1 11,3 12,0 Resultaatgegevens (in miljoenen euro s) Totaal baten 2, 3 6.801 5.832 5.280 4.375 3.906 Bedrijfslasten 4.826 4.099 3.730 2.921 2.583 Waardeveranderingen van vorderingen 350 340 254 381 381 Waardeveranderingen van financiële vaste activa 3 0 0 0 0 0 Toevoeging aan fonds voor algemene bankrisico s 100 0 0 0 0 Bedrijfsresultaat vóór belastingen 1.525 1.393 1.296 1.073 942 Nettowinst 1.017 936 865 741 648 Ratio s Rendement op eigen vermogen 9,8% 9,6% 9,8% 9,3% 8,8% Efficiencyratio 70,9% 70,3% 70,6% 66,8% 66,1% Dichtbij Lokale Rabobanken 424 445 481 510 547 Vestigingen: - kantoren 1.795 1.797 1.823 1.854 1.879 - contactpunten 2.719 2.727 2.750 2.798 2.793 Geldautomaten 2.546 2.430 2.268 2.056 1.873 Buitenlandse vestigingsplaatsen 147 150 112 87 77 Medewerkers - aantallen 53.147 49.465 44.667 40.275 37.437 - mensjaren 48.224 45.310 40.927 36.828 34.019 Medewerkerstevredenheid 80% Klantgegevens Leden (x 1.000) 510 515 525 585 595 Leden-klantenratio Rating Standard & Poor s AAA AAA AAA AAA AAA Moody s Investor Service Aaa Aaa Aaa Aaa Aaa SAM-rating (maatschappelijk verantwoord ondernemen) 4

5 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kerngegevens Marktaandelen in procenten 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 2000 2001 2002 2003 2004 Hypotheken Sparen Midden- en kleinbedrijf Agrarisch Totale baten naar activiteiten Binnenlands retailbankbedrijf 54% Wholesale en internationaal retailbankbedrijf 21% Vermogensbeheer en beleggen 7% Verzekeren 10% Leasing 6% Vastgoed 1% Overig 1% Kredietverlening naar regio Nederland 80% Rest Europa 9% Amerika 7% Australië/Nieuw Zeeland 3% Azië 1% Algemeen: Bij groepsonderdelen genoemde bedragen tellen vanwege consolidatie-effecten niet altijd op tot het totaal van de Rabobank Groep. Procentuele mutaties kunnen als gevolg van afrondingen afwijken. 1) Bij de stand van het vermogen en de berekening van de tier 1-ratio en de BIS-ratio per 31 december 2001 is rekening gehouden met de gevolgen van de per 1 januari 2002 doorgevoerde stelselwijzigingen pensioenen. 2) De cijfers zijn aangepast naar aanleiding van de stelselwijziging met betrekking tot de verantwoording van de Trust Preferred Securities. 3) De cijfers van 2003 zijn aangepast naar aanleiding van de stelselwijziging met betrekking tot de verantwoording van beleggingsresultaten van de verzekeringsactiviteiten. 4) De SAM-rating wordt iedere twee jaar berekend.

6 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Profiel Rabobank Groep Profiel Rabobank Groep De Rabobank Groep is een financiële dienstverlener op coöperatieve grondslag met een zeer breed aanbod van financiële producten en totaalconcepten. Zij vindt haar oorsprong in de lokale kredietcoöperaties die ruim honderd jaar geleden in Nederland werden opgericht door ondernemende mensen die nagenoeg geen toegang hadden tot de kapitaalmarkt. De lokale Rabobanken die hieruit zijn voortgekomen, hebben een lange traditie in de agrarische sector en het midden- en kleinbedrijf. De Rabobank Groep bestaat uit 288 zelfstandige lokale coöperatieve Rabobanken in Nederland en hun centrale organisatie Rabobank Nederland met haar (internationale) dochterondernemingen. De Rabobank bedient ruim 9 miljoen particuliere en zakelijke klanten in Nederland en een groeiend aantal in het buitenland, heeft 56.324 medewerkers en is vertegenwoordigd in 37 landen. De Rabobank Groep heeft de hoogste kwalificatie voor kredietwaardigheid (Triple A) van de bekende internationale ratinginstituten Moody s en Standard & Poor s. Gemeten naar kernvermogen behoort de organisatie tot de vijftien grootste financiële instellingen ter wereld. Ambitie De Rabobank Groep wil in Nederland de grootste, beste en meest innovatieve Allfinanzdienstverlener zijn. Met hun coöperatieve structuur met inmiddels bijna 1,5 miljoen leden staan de lokale Rabobanken midden in de maatschappij. De Rabobank mag zich in Nederland met recht betrokken, dichtbij en toonaangevend noemen. Internationaal wil de Rabobank Groep de beste food & agribank zijn met een sterke aanwezigheid in de belangrijkste food & agrilanden in de wereld. Daarbij wordt de jarenlange ervaring op dit gebied in Nederland ingezet. De groep wil daarnaast mondiaal excelleren op het gebied van duurzaam ondernemen en bankieren, passend bij haar identiteit en maatschappelijke positie. De komende jaren zal maatschappelijk verantwoord ondernemen verder worden geïntegreerd in de kernactiviteiten. Onze waarden De Rabobank Groep biedt alle financiële diensten die voor deelname aan het economische verkeer in een moderne samenleving noodzakelijk zijn. De groep wil haar diensten op eigentijdse wijze vormgeven voor mensen en ondernemingen. Wij vinden dat een duurzame ontwikkeling van welvaart en welzijn een zorgvuldige omgang met natuur en leefmilieu vergt. Hieraan willen we met onze activiteiten bijdragen. We respecteren de cultuur en de gebruiken van het land van vestiging voorzover die niet strijdig zijn met onze doelstelling en waarden. De lokale Rabobanken en hun klanten vormen het coöperatieve kernbedrijf van de Rabobank Groep. De banken zijn lid en aandeelhouder van de overkoepelende coöperatie Rabobank Nederland. Deze adviseert en ondersteunt ze op haar beurt bij hun lokale dienstverlening. Daarnaast opereert Rabobank Nederland als (internationale) wholesalebank en als bankers bank van de groep. Rabobank Nederland fungeert tevens als houdstermaatschappij van een groot aantal gespecialiseerde dochterondernemingen. In ons handelen staat het belang van de klant voorop. Het creëren van klantwaarde realiseren we door: het bieden van de best mogelijke financiële diensten die klanten als passend ervaren; het bieden van continuïteit van onze dienstverlening, overeenkomstig het langetermijnbelang van de klant; betrokkenheid van de bank bij de klant en zijn omgeving, waardoor realisatie van ambities mede mogelijk wordt gemaakt. De Rabobank Groep combineert het beste van twee werelden: de lokale betrokkenheid en persoonlijke bediening van de lokale Rabobanken en de deskundigheid en schaalvoordelen van Rabobank Nederland en haar dochterondernemingen.

7 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Voorwoord Voorwoord Als Rabobank Groep hebben we onze wortels in de Nederlandse agrarische sector. Meer dan honderd jaar geleden opgericht, zijn we intussen op tal van terreinen onbetwist marktleider. Maar we willen meer. We hebben ook de ambitie wereldwijd de nummer één in food & agri te zijn. Het thema van dit jaarverslag maakt die ambitie letterlijk zichtbaar. Het illustreert de rol die wij vandaag de dag wereldwijd spelen als (financiële) schakel in de voedselketen. Diverse nieuwe, concrete initiatieven zijn genomen om die rol te versterken: van Polen tot Utrecht, van China tot het westen van de Verenigde Staten. Het zijn stappen die 2004 voor de Rabobank Groep tot een bijzonder jaar hebben gemaakt. Een jaar tussen hoop en vrees Het jaar 2004 valt wellicht het best te omschrijven als een jaar tussen hoop en vrees. Vrees heerste op de financiële markten vanwege de onvoorspelbare gevolgen voor de wereldeconomie van het grillige verloop van de olieprijzen ten gevolge van de crisis in Irak. Rampspoed trof niet alleen grote delen van Azië na de tsunami, maar ook Afrika en het Midden-Oosten, smeulende en oplaaiende politieke brandhaarden die maar niet willen doven. Toch gloorde er hoop. Ondanks alle somberheid nam de wereldhandel flink toe. Ook leek de economie in Europa de weg terug omhoog gevonden te hebben. De groei was echter zowel bij onze Europese buren als in ons eigen Nederland nog pover en leunde grotendeels op de sterk toegenomen export. Geconfronteerd met het al te strenge en slecht getimede bezuinigingsbeleid, hield de Nederlandse consument ook in 2004 de hand nog op de knip, al gaf hij wel iets meer uit dan in 2003. Een succesvol resultaat Te midden van al die wisselvalligheden behaalde de Rabobank Groep een succesvol resultaat. De nettowinst steeg met 12%. Dit is conform de langetermijndoelstelling. Over de hele breedte van de groep werd goed gepresteerd. Het binnenlands retailbankbedrijf - voor het overgrote deel gevormd door de lokale Rabobanken - bleef ondanks de kwakkelende economie goed overeind. Het wholesalebankbedrijf, inclusief het daarin opgenomen internationale retailbankbedrijf, liet opnieuw een duidelijke resultaatverbetering zien. Ook het verzekeringsbedrijf noteerde, net als in 2003, een duidelijke resultaatgroei vóór belastingen. De resultaten uit vermogensbeheer, leasing en vastgoed lieten eveneens een fraaie groei zien. Marktleiderschap in Nederland De behaalde prestaties hebben het fundament onder onze ambities verder verstevigd. In Nederland wil de Rabobank Groep marktleider zijn op het gebied van Allfinanz. Om onze spelbepalende positie nog verder te versterken, zijn in het verslagjaar belangrijke stappen gezet. Zo werden intern de krachten gebundeld om ons aandeel in de markt van vermogende particulieren te vergroten, de basis voor succesvol opereren op de grootzakelijke markt is versterkt en er is een gerichte campagne begonnen om het marktaandeel in de grote steden te verbeteren, met name onder allochtonen. Marktleiderschap in Allfinanz vergt ook een leidende positie in de verzekeringsmarkt. Een eerste stap in die richting werd gezet via de samenwerkingsovereenkomst van de Rabobank Groep met Eureko/Achmea, die begin 2004 werd gesloten. Die overeenkomst kreeg gestalte door een deelname van 5% in het kapitaal van de Eureko Groep en door de start van een intensieve samenwerking tussen onze verzekeraar Interpolis en Zilveren Kruis Achmea op het gebied van zorgverzekeringen. Wereldwijd nummer één in food & agri De investeringen om wereldwijd de nummer één in food & agri te zijn werden in het verslagjaar opgevoerd. Zo hebben we eind 2004 voor een bedrag van circa EUR 150 miljoen een 35%-belang genomen in de Poolse Bank Gospodarki Zywnosciowej (BGZ). Met 300 kantoren verspreid over het gehele land is dit de belangrijkste bank in de Poolse agrarische sector. De wens om in de VS versneld te groeien ondervond een terugslag, omdat de voorgenomen overname van Farm Credit Services of America uiteindelijk niet doorging. Onze doelstelling blijft echter onverkort om in de VS in de komende vijf jaar, via organische groei en kleinere acquisities, een van de belangrijkste financiers van de Amerikaanse farmers en ranchers te worden. Maatschappelijk verantwoord ondernemen Om wereldwijd leidend te zijn op het gebied van duurzame ontwikkeling, wil de Rabobank Groep maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) nog meer profiel geven. Het komt erop aan fraaie principes in de alledaagse werkelijkheid te verankeren. Dit betekent onder meer de invoering van relevante MVO-maatstaven in de kredietverlening en bij andere vormen van dienstverlening, het duurzamer maken van onze bedrijfsvoering, vergroting van ons marktaandeel in duurzame financiële producten en stimulering van de maatschappelijke inzet van Rabobankmedewerkers. De maatschappelijke betrokkenheid krijgt over de grens vorm via het Rabobank Development Program (RDP), een

8 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Voorwoord programma dat gestart is in het afgelopen jaar en waarbij verschillende, soms al langer bestaande, activiteiten en nieuwe initiatieven werden gebundeld. Al meer dan 30 jaar - in 2004 werd het zesde lustrum gevierd - ondersteunt de Rabobank Foundation tal van projecten in ontwikkelingslanden om de plaatselijke bevolking op weg te helpen naar economische zelfstandigheid. Dit heeft nieuwe impulsen gekregen. Na de tsunami is via de Foundation actie ondernomen om getroffen gebieden weer op te bouwen. Daarnaast is een nieuw initiatief ontwikkeld, dat erop gericht is via deelname in bestaande kredietcoöperaties in een beperkt aantal ontwikkelingslanden de toegankelijkheid van financiële diensten voor de lokale bevolking te verbeteren. Het is de bedoeling in het kader van het RDP ook Rabobankmedewerkers in te zetten. Grotere en meer geprofessionaliseerde lokale Rabobanken De aangesloten Rabobanken vervullen een sleutelrol bij het realiseren van het doel om marktleider in Nederland te zijn. Om die rol met succes te kunnen spelen, is het noodzakelijk de kwaliteit en de professionaliteit bij de lokale banken te versterken. In 2004 is een omvangrijk opschalingsproces gestart om via onderlinge fusies te komen tot een kleiner aantal lokale banken, die voldoende omvang hebben om zelfstandig complexe financiële diensten te verlenen. Dat is van groot belang om onze ambities aan de bovenkant van de particuliere en de zakelijke markt - meer marktaandeel - te kunnen waarmaken. De beweging naar een kleiner aantal banken met meer omvang zal niet ten koste gaan van het beleid om de dichtbijbank van Nederland te zijn - en te blijven. Dankzij gebruikmaking van innovatieve distributieformules zal de opschaling juist gepaard gaan met een uitbreiding van het aantal klantencontactpunten. belangrijk, aan de aangesloten Rabobanken - via een betere service op een nog hoger niveau vanuit het centrale apparaat. Het is mijn wens, en die van mijn collega s in de raad van bestuur, dat 2005 het jaar wordt waarin het woord service binnen de gehele Rabobank Groep met grote, dikke letters wordt geschreven. Met dezelfde inzet als die waarmee onze 56.000 medewerkers en managers hun bijdrage aan het succesvol verlopen verslagjaar hebben geleverd, moet dat kunnen lukken. De toewijding van de ruim 3.000 bestuurders en toezichthouders van onze lokale banken is daarbij onmisbaar. Medewerkers, managers en bestuurders verdienen dank voor de vele inspanningen die zij zich in het verslagjaar hebben getroost. De leden van de lokale banken verdienen respect voor de betrokkenheid die zij aan de dag hebben gelegd. Hun inbreng en die van onze andere klanten houden ons scherp. Hun gezamenlijke oordeel over onze dienstverlening bepaalt uiteindelijk of 2005 het jaar van service zal worden. Gematigd positief over 2005 We zijn gematigd positief over het lopende jaar 2005. We verwachten een verdere, zij het lichte groei van de economie, met een afvlakkende stijging van de export en een gematigd verder aantrekken van de binnenlandse bestedingen. De Rabobank Groep kan daarvan profiteren, mits het verschil tussen de lange en de korte rente niet veel verder zal afnemen. In 2005 zal er voor het eerst volgens de International Financial Reporting Standards worden gerapporteerd, waardoor de resultaten volatieler worden. Niettemin, verwacht de Rabobank Groep, onvoorziene omstandigheden daargelaten, dat de opgaande lijn van de structurele resultaatontwikkeling kan worden vastgehouden. Operatie Service De beweging naar een hoger serviceniveau bij de lokale banken bleef niet zonder gevolgen voor Rabobank Nederland. Om de ondersteuning nog beter toe te spitsen op de servicebehoefte van een kleiner aantal geprofessionaliseerde lokale banken, is bij het centrale ondersteuningsapparaat een omvangrijke reorganisatie in gang gezet. Deze reorganisatie - Operatie Service - beoogt een besparing van EUR 200 miljoen, onder meer via een personeelsreductie van 1.200 fte s. De uitkomst van Operatie Service voor de lokale banken zal een betere, efficiëntere en transparantere service vanuit Rabobank Nederland zijn, tegen - per saldo - lagere kosten. 2005: het jaar van service Het afgelopen jaar stond in het teken van veranderingen. Veranderingen die slechts één doel hadden: de basis leggen voor een nóg betere dienstverlening aan onze klanten. In de eerste plaats natuurlijk aan onze cliëntele in binnen- en buitenland, maar ook, en dat is zeker zo Bert Heemskerk, voorzitter van de raad van bestuur van Rabobank Nederland

9 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Bestuurders en toezichthouders Rabobank Nederland Bestuurders en toezichthouders Rabobank Nederland * Raad van bestuur (met aandachtsgebieden) drs. Bert Heemskerk (H.), voorzitter Personeel Toezicht Audit Juridische en Fiscale Zaken Communicatie Bestuurssecretariaat Kennis en Economisch Onderzoek drs. Rik baron van Slingelandt (D.J.M.G. ) Rabobank International Network Global Financial Markets Corporate Finance Wholesale Support drs. Hans ten Cate (J.C.) Rabobank Nederland Corporate Clients Kredietrisicomanagement (fiattering) Bijzonder Beheer Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen prof.dr.ir. Bert Bruggink (A.) Accounting & Control Risicomanagement Treasury ir. Piet van Schijndel (P.J.A.) Particulieren Private Banking Groep ICT dr. Piet Moerland (P.W.) Coöperatie & Bestuur MKB Shared Services & Facilities Bestuurssecretaris drs. Rens Dinkhuijsen (L.A.M.) Raad van commissarissen prof. dr. Lense Koopmans (L.), voorzitter ing. Antoon Vermeer (A.J.A.M.), plaatsvervangend voorzitter mr. Sjoerd Eisma (S.E.), secretaris drs. Leo Berndsen (L.J.M.) ir. Bernard Bijvoet (B.) dr. ir. Teun de Boon (T.) dr. Wim Duisenberg (W.F.) Marinus Minderhoud (M.) ir. Hans van Rossum (J.A.A.M.) ir. Herman Scheffer (H.C.) prof. dr. ir. Martin Tielen (M.J.M.) dr. ir. Aad Veenman (A.W.) prof. dr. Arnold Walravens (A.H.C.M.) Raad van advies drs. Jan Brouwer (J.G.B.) Wout Dekker (W.) drs. Derk Haank (D.) Herman Hazewinkel RA (H.J.) ir. Hans Huis in t Veld (J.C.) Dick van Hedel (T.J.M.) mr. Roelof Hendriks (R.R.) ir. Rokus van Iperen (R.L.) Leonor Lindner (L.) drs. Dick Sluimers (D.M.) drs. Claudia Zuiderwijk (C.J.G.) * Per 1 april 2005

10 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Verslag raad van commissarissen Rabobank Nederland Verslag raad van commissarissen Rabobank Nederland Samenstelling van de raad van commissarissen In de profielschets van de raad van commissarissen zijn eisen met betrekking tot deskundigheid en samenstelling opgenomen. Naast een brede en deskundige samenstelling van de raad is het van belang dat de raad van commissarissen onafhankelijk is en dat het ontstaan van ook maar een schijn van belangenverstrengeling wordt voorkomen. Zowel bij de benoeming als bij de herbenoeming van commissarissen bestaat uitgebreid aandacht voor het onafhankelijkheidsaspect. De algemene vergadering van Rabobank Nederland van 16 juni 2004 heeft dr. W.F. Duisenberg en prof.dr. A.H.C.M. Walravens als nieuwe leden van de raad van commissarissen benoemd. De laatstgenoemde benoeming vloeide voort uit de uitbreiding van de strategische samenwerking die Rabobank Nederland en Eureko/Achmea nastreven. Daarbij werd afgesproken om over te gaan tot de wederzijdse benoeming van een commissaris. De algemene vergadering van 16 juni 2004 herbenoemde dr.ir. T. de Boon en ir. B. Bijvoet in de raad van commissarissen. De raad van commissarissen kent sinds 24 juni 2004 de volgende samenstelling (zie hieronder). Commissies van de raad van commissarissen De raad van commissarissen kent vier commissies. Deze commissies stellen adviezen op aan de raad van commissarissen, die op zijn beurt mede op basis hiervan besluiten neemt. De samenstelling van deze vier commissies is sinds 2 december 2004 als volgt (zie volgende pagina). Werkwijze Om goed toegerust te zijn voor de vervulling van zijn taken, laat de raad van commissarissen zich regelmatig informeren over bancaire en nietbancaire onderwerpen. In 2004 werd specifiek aandacht besteed aan de activiteiten die gericht zijn op het in control zijn, de invoering van de IFRS-regels, de code-tabaksblat en de door de interne accountantsdienst ingestelde onderzoeken naar complexe financieringen en garanties. De raad van commissarissen kwam in 2004 achtmaal in vergadering bijeen, de audit committee en de commissie voor coöperatieve aangelegenheden vijfmaal, de benoemings- en honoreringscommissie viermaal en de beroepscommissie driemaal. De voorzitter van de raad van commissarissen onderhoudt minimaal op maandbasis contact met de voorzitter van de raad van bestuur en overlegt maandelijks met de interne accountant. Verder vindt minimaal vier keer per jaar een gesprek plaats tussen de voorzitter van de raad van commissarissen, de voorzitter van de audit committee, de externe accountant en de interne accountantsdienst. Raad van commissarissen prof.dr. Lense Koopmans (L.) ing. Antoon Vermeer (A.J.A.M. ) mr. Sjoerd Eisma (S.E.) drs. Leo Berndsen (L.J.M.) ir. Bernard Bijvoet (B.) dr.ir. Teun de Boon (T.) dr. Wim Duisenberg (W.F.) Rinus Minderhoud (M.) ir. Hans van Rossum (J.A.A.M.) ir. Herman Scheffer (H.C.) prof.dr.ir. Martin Tielen (M.J.M.) dr.ir. Aad Veenman (A.W.) prof.dr. Arnold Walravens (A.H.C.M.) voorzitter plaatsvervangend voorzitter secretaris lid lid lid lid lid lid lid lid lid lid Samenstelling van de raad van bestuur Op 15 november 2004 is prof.dr.ir. A. Bruggink als Chief Financial Officer (CFO) toegetreden tot de raad van bestuur. De taken behorende bij deze functie werden eerder waargenomen door de voorzitter van de raad van bestuur. De heer Bruggink was tot 15 november 2004 binnen Rabobank Nederland hoofd Control Rabobank Groep. De heer J.J. Verhaegen is op 1 juli 2004 teruggetreden uit de raad van bestuur vanwege zijn pensionering. We danken de heer Verhaegen voor zijn jarenlange toewijding en inzet voor de Rabobank Groep en voor de belangrijke bijdrage die hij heeft geleverd aan de ontwikkeling van het betalingsverkeer in Nederland.

11 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Verslag raad van commissarissen Rabobank Nederland Commissie en taakomschrijving Audit committee Bereidt besluitvorming voor van de raad van commissarissen betreffende financiële aangelegenheden. Commissie voor coöperatieve aangelegenheden Bereidt besluitvorming voor van de raad van commissarissen betreffende beleidsvoornemens van de raad van bestuur inzake de coöperatieve inrichting van de aangesloten banken en Rabobank Nederland. Benoemings- en honoreringscommissie Bereidt besluitvorming voor van de raad van commissarissen betreffende benoeming, schorsing en ontslag van de leden van de raad van bestuur, alsmede het beleid inzake hun remuneratie. Beroepscommissie Fungeert als beroepsinstantie bij geschillen tussen aangesloten banken, of tussen een of meer aangesloten banken en Rabobank Nederland. Samenstelling Rinus Minderhoud (M.) drs. Leo Berndsen (L.J.M.) prof.dr. Lense Koopmans (L.) dr. Wim Duisenberg (W.F.) mr. Sjoerd Eisma (S.E.) dr.ir. Aad Veenman (A.W.) ing. Antoon Vermeer (A.J.A.M.) ing. Antoon Vermeer (A.J.A.M.) prof.dr. Lense Koopmans (L.) prof.dr.ir. Martin Tielen (M.J.M.) dr.ir. Teun de Boon (T.) ir. Bernard Bijvoet (B.) ir. Hans van Rossum (J.A.A.M.) ir. Herman Scheffer (H.C.) prof.dr. Arnold Walravens (A.H.C.M.) prof.dr. Lense Koopmans (L) ir. Herman Scheffer (H.C.) dr.ir. Aad Veenman (A.W.) ing. Antoon Vermeer (A.J.A.M.) prof.dr. Arnold Walravens (A.H.C.M.) mr. Sjoerd Eisma (S.E.) ir. Hans van Rossum (J.A.A.M.) prof.dr.ir. Martin Tielen (M.J.M.) voorzitter vast lid vast lid roulerend lid roulerend lid roulerend lid roulerend lid voorzitter vast lid vast lid roulerend lid roulerend lid roulerend lid roulerend lid roulerend lid voorzitter lid lid lid lid voorzitter lid lid Besloten is de benoemings- en honoreringscommissie in 2005 te splitsen in twee afzonderlijke commissies. Corporate governance De corporate governance van Rabobank Nederland wordt behandeld in het hoofdstuk Corporate governance. De raad van commissarissen onderschrijft volledig de inhoud van dit hoofdstuk. Reflectie op eigen functioneren De raad van commissarissen heeft zich in 2004 gebogen over het eigen functioneren, zowel van het collectief als van de individuele commissarissen. Zo is onder andere gekeken naar de aanwezigheid van commissarissen bij de vergaderingen van de raad en naar de mate waarin de raad voldoet aan het gewenste profiel, de samenstelling en de vereiste competenties van de raad van commissarissen. Het doel van deze evaluatie is om waar mogelijk verbeteringen aan te brengen in het functioneren van de raad door doelgericht te investeren in het kennisniveau van de leden van de raad. Besloten is deze evaluatie jaarlijks uit te voeren. Vervulling van de toezichthoudende rol De raad van commissarissen heeft in 2004 zoals gebruikelijk ook het functioneren van de raad van bestuur en dat van de individuele bestuurders beoordeeld en daaraan conclusies verbonden. Ook is toezicht gehouden op de algemene gang van zaken bij Rabobank Nederland en de daarmee verbonden ondernemingen. Daarnaast was de raad van commissarissen geregeld klankbord voor de raad van bestuur. In 2004 stonden enkele onderwerpen waarover al eerder besluiten waren genomen opnieuw op de agenda, zoals Visie Rabobank 2005+. Bij de reguliere onderwerpen zijn de strategie en de aan de onderneming verbonden risico s besproken, alsmede de opzet en de werking van de interne risicobeheersing- en controlesystemen en significante wijzigingen daarin. De intensivering van de samenwerking met Eureko/ Achmea heeft veel aandacht gekregen.

12 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Verslag raad van commissarissen Rabobank Nederland De navolgende onderwerpen kregen bijzondere aandacht. 1) Jaarrekening 2003 Ten behoeve van de toetsing van de jaarrekening 2003 heeft de audit committee intensief voorwerk verricht. Dit betrof onder andere een gedetailleerde bespreking van de managementletter en het accountantsrapport met de raad van bestuur in aanwezigheid van de interne accountantsdienst en de externe accountant. 2) Begroting 2005 Conform de statuten is de begroting voor 2005 door de raad van commissarissen besproken en goedgekeurd. Ook hier heeft de audit committee belangrijk voorwerk geleverd. 3) Ledenvoordeelsysteem Al enige tijd wordt binnen de Rabobank indringend aandacht besteed aan de vraag of een ledenvoordeelsysteem wenselijk en haalbaar is. De impact van een eventuele introductie van zo n systeem is groot, niet alleen in termen van organisatie, maar ook in financiële zin. De commissie voor coöperatieve aangelegenheden heeft dit onderwerp in 2004 intensief gevolgd. De raad van commissarissen heeft de wens van de raad van bestuur onderschreven om hierover uitvoerig met de lokale banken van gedachten te wisselen. De verwachting is dat hieruit in de loop van 2005 definitieve conclusies kunnen worden getrokken. 4) Operatie Service De commissarissen hebben het doorlichten van Rabobank Nederland op de gewenste en noodzakelijke activiteiten ten behoeve van de lokale Rabobanken kritisch gevolgd. De ingezette reorganisatie met herschikking van activiteiten en de vermindering van de personeelsbezetting van 1.200 fte s zijn door de raad van commissarissen goedgekeurd. De raad is ervan overtuigd dat Rabobank Nederland hierdoor in staat is om meer klantgericht te handelen ten behoeve van de lokale banken en om de kosten te verminderen die aan de lokale banken worden doorbelast. Nadrukkelijk hebben de commissarissen hierbij geconstateerd dat de bijbehorende cultuurverandering bij Rabobank Nederland van groot belang is. 5) Strategische bewegingen De raad van commissarissen heeft zich met regelmaat gebogen over voorgenomen deelnemingen en acquisities. Internationaal vinden deze bewegingen vaak plaats in het licht van de buitenlandse retailbankingstrategie. Het bewaken van de samenhang, de besturing van de voorgenomen deelnemingen of acquisities en het solvabiliteitsbeslag krijgen hierbij de nodige aandacht. De beoogde uitbouw van de samenwerking met Eureko/Achmea is een regelmatig terugkerend onderwerp en wordt door de raad van bestuur zorgvuldig vormgegeven en intensief met de raad van commissarissen besproken. 6) Wijziging lokaal bestuursmodel In 2004 kreeg de wijziging van het bestuursmodel van lokale banken haar definitieve beslag. Behalve voor het sinds 1998 bestaande partnershipmodel konden lokale banken kiezen voor het directiemodel: benoemde professionele bestuurders in combinatie met gekozen toezichthoudende commissarissen en een ledenraad. De raad van commissarissen van Rabobank Nederland heeft nauwkeurig gevolgd hoe het nieuwe model naast het bestaande werd vormgegeven in herziene statuten, reglementen en profielen en hoe het werd geïntroduceerd in de organisatie. Voorstel aan de algemene vergadering In lijn met het bepaalde in de statuten van Rabobank Nederland heeft de raad van commissarissen het jaarverslag en de jaarrekening 2004 onderzocht. Een bespreking van deze stukken met de externe accountant maakte hiervan deel uit. Mede op grond van de goedkeurende accountantsverklaring van Ernst & Young Accountants en gelet op het bepaalde in artikel 20 sub i van de statuten stelt de raad van commissarissen de algemene vergadering van Rabobank Nederland voor om de jaarrekening 2004 vast te stellen en de winst te bestemmen overeenkomstig het gedane voorstel.

13 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Belangrijke ontwikkelingen Belangrijke ontwikkelingen De Rabobank Groep heeft in het verslagjaar aansprekende successen geboekt. Om verder invulling te geven aan de groepsstrategie zijn belangrijke stappen voorwaarts gezet. De diensten en producten van de groepsonderdelen vielen meermalen in de prijzen en behaalden in diverse onderzoeken hoge rapportcijfers. Niet alles verliep echter even goed. Er is dan ook nog zeker ruimte voor verbetering. De groep wist het eigen vermogen te versterken met omgerekend EUR 2 miljard aan tier 1-kapitaal. Dat gebeurde via een succesvolle emissie van Trust Preferred Securities. De uitgifte vond plaats in drie verschillende valuta s en werd meerdere keren overtekend. Australische beleggers riepen de emissie uit tot Hybrid deal of the year en Euroweek, het magazine voor de financiële markten, tot Best Financial Bond in 2004. Begin 2004 werd een samenwerkingsovereenkomst met Eureko/Achmea ondertekend. De overeenkomst kreeg in het verslagjaar onder meer gestalte via een deelname van 5% in het kapitaal van de Eureko Groep en de start van een intensieve samenwerking tussen Interpolis en Zilveren Kruis op het gebied van zorgverzekeringen. In het laatste kwartaal van 2004 nam de Rabobank Groep een belang van 35% in de Poolse bank BGZ en kondigde zij aan een strategische samenwerking te willen starten met de Turkse Sekerbank. Het medio 2004 aangekondigde voornemen tot overname van Farm Credit Services (FCSA) of America kon helaas niet worden gerealiseerd door de politieke druk op FCSA om het Amerikaanse Farm Credit System niet te verlaten. Het in 2004 gestarte opschalingsproces om via onderlinge fusies van de lokale banken te komen tot een kleiner aantal krachtiger banken zonder dat dit ten koste gaat van de wens de dichtbijbank te zijn en te blijven, verliep voorspoedig. Het aantal lokale Rabobanken nam in het verslagjaar met 40 af tot 288. Deze opschalingsbeweging naar meer deskundigheid en professionaliteit is met name nodig voor een adequate bediening van het topsegment van de particuliere en de zakelijke markt. In lijn hiermee is bij Rabobank Nederland de Operatie Service in gang gezet, om de ondersteuning nog beter toe te spitsen op de servicebehoefte van de geprofessionaliseerde banken. Deze reorganisatie beoogt een kostenbesparing van EUR 200 miljoen, onder meer via een personeelsreductie van 1.200 fte s en levert voor de lokale banken behalve een betere service vanuit Rabobank Nederland ook een lagere kostendruk op. Eind 2004 was bij Rabobank Nederland al een reductie van 400 van de 1.200 te reduceren arbeidsplaatsen gerealiseerd. De lokale banken zijn er niet in geslaagd het tempo vast te houden van de al enige jaren geleden in het kader van een strak kostenmanagement ingezette lokale personeelsreductie. Deze bleef beperkt tot 934 fte s in 2004 tegenover 1.921 in 2003 en 1.643 in 2002. De spaarmarkt in Nederland groeide het afgelopen jaar met 8%. De Rabobank Groep is erin geslaagd in die groeiende markt haar aandeel met 1 procentpunt te laten stijgen tot 39%. Een uitstekend resultaat, gezien de nog steeds toenemende concurrentie op de spaarmarkt en tegen de achtergrond van het dalende marktaandeel in de afgelopen jaren. Het doel om in de al even concurrerende hypotheekmarkt het aandeel van de Rabobank Groep minimaal op het niveau van 2003 te houden, werd niet gehaald. Het totale marktaandeel daalde met 1 procentpunt tot 25%.

14 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Belangrijke ontwikkelingen De Rabobank Groep streeft naar een (wereldwijd) leidende positie op het gebied van duurzaam ondernemen. In dat kader passen hoge marktaandelen in duurzame financiële producten. Een voorbeeld daarvan vormen groenfinancieringen, waarin de Rabobank met een aandeel van 50% in Nederland op afstand marktleider is. De Rabo Groen Bank, die deze financieringen verstrekt, bereikte net voor het einde van 2004 een mijlpaal. Het balanstotaal overschreed de twee miljard euro. Bij maatschappelijk verantwoord ondernemen hoort ook het duurzamer maken van de eigen bedrijfsvoering. In dat kader werd in 2004 een raamcontract afgesloten, om vanaf 2005 meer dan 1.300 locaties binnen de Rabobank Groep in Nederland van 100% groene stroom te voorzien. De doelstelling om het papierverbruik binnen de Rabobank Groep in 2004 met 10% te verminderen werd niet gehaald. De papierreductie in het verslagjaar kwam uit op 7%. De Rabobanksite www.rabobank.nl werd in het verslagjaar uitgeroepen tot beste financiële website van het jaar en Alex tot de beste dienstverlener op het gebied van online beleggen. In een op de sector business finance gericht onderzoek van het nieuwe zakenblad Incompany scoorde de Rabobank als absolute nummer één onder de grootbanken. Het blad Management Team ondervroeg topmanagers naar de kwaliteit van de financiële dienstverlening. Volgens het blad kwam de Rabobank Groep hieruit naar voren als de glorieuze winnaar. Bij de tien financiële bedrijven met de hoogste score (drie sterren) waren maar liefst vijf groepsdochters.

15 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Strategie Strategische lijnen naar de toekomst De Rabobank Groep - de lokale Rabobanken, Rabobank Nederland en haar dochterondernemingen - heeft in 2004 belangrijke stappen voorwaarts gezet op de marsroute die leidt naar de realisatie van haar strategische doelstellingen. In Nederland wil de Rabobank Groep de grootste, beste en meest innovatieve Allfinanzdienstverlener zijn en wereldwijd de onbetwiste nummer één als food & agribusinessbank. Daarnaast wil de groep mondiaal ook leidend zijn op het gebied van duurzaam ondernemen. De kerndoelstelling van de Rabobank Groep is en blijft het realiseren van een zo hoog mogelijke klantwaarde bij een gezonde bedrijfseconomische ontwikkeling. Zij wil die doelstelling bereiken door diensten en producten aan te bieden met de best mogelijke prijs-kwaliteitverhouding. Onder klantwaarde wordt verstaan het samenspel van handelen uit klantbelang, de tevredenheid van klanten met de dienstverlening en de mate waarin klanten de merkwaarden van de Rabobank onderschrijven. De klantwaarde wordt ieder jaar gemeten in de zogeheten klantwaardemonitor (zie pagina 22). De leidende Allfinanzdienstverlener in Nederland Dichtbij, betrokken en toonaangevend Het merk Rabobank staat voor dichtbij, betrokken en toonaangevend. De Rabobank is door haar coöperatieve oorsprong stevig geworteld in de lokale samenleving. Als de dichtbijbank van Nederland kent de Rabobank haar klanten en marktmogelijkheden als geen ander. De Rabobank onderscheidt zich in Nederland van andere financiële instellingen doordat klanten lid kunnen worden van de organisatie. Het lidmaatschap biedt een unieke gelegenheid om een langdurige en betekenisvolle relatie met klanten aan te gaan. Door de zeggenschap die zij kunnen uitoefenen op het beleid, kunnen leden zich structureel betrokken voelen bij de continuïteit en toekomst van de Rabobank en die toekomst zelf mede helpen vormgeven. Met de vorig jaar gecreëerde statutaire mogelijkheid tot het installeren van ledenraden bij de lokale banken, is de weg geopend om de ledenzeggenschap nog hechter in de Rabobankorganisatie te verankeren (zie het hoofdstuk Corporate Governance op pagina 51). Het succes van het ledenbeleid kwam in 2004 onder meer tot uiting in een stijging van het aantal leden met 7% tot bijna 1,5 miljoen. De Rabobank is een toonaangevende en innovatieve speler en wil door klanten ook als zodanig worden gezien. Om dit te bereiken wordt gestreefd naar marktleiderschap op alle terreinen van financiële dienstverlening, inclusief verzekeren. Marktleiderschap: waarom? Marktleider zijn is geen doel op zich, maar een middel om een zo hoog mogelijke klantwaarde te kunnen realiseren. Substantiële marktposities zijn noodzakelijk om: gezien en ervaren te worden als de nummer één in financiële dienstverlening; de benodigde kennis en kunde in huis te kunnen halen en te kunnen houden; efficiënt en kosteneffectief in de markt te kunnen opereren; de vereiste omvangrijke investeringen te kunnen doen in productén procesinnovatie; de mate van innovativiteit wordt immers steeds belangrijker. Om als de nummer één op het gebied van financiële dienstverlening beschouwd te kunnen worden, wil de Rabobank voor klanten de eerste keus en de beste koop zijn. Dit kan betekenen dat de lokale Rabobanken ook producten van derden verkopen. Dit past in de trend van open architecture die erop gericht is zowel eigen producten als die van derden aan te bieden, zodat de klant kan kiezen uit een zo breed mogelijk assortiment. Zo bieden de lokale banken vanaf september 2004, naast de beleggingsfondsen van Robeco, ook fondsen aan van ABN AMRO, ING, Delta Lloyd, Fortis, Fidelity en Merrill Lynch. Klanten wensen zich in toenemende mate onafhankelijk van hun financiële dienstverlener op te stellen. Het blijft juist daarom de ultieme uitdaging om eigen producten te leveren die superieur zijn aan die van de concurrentie.

16 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Strategie Het behouden en verstevigen van de leidende marktpositie vraagt ook om een voortdurende verbetering van de prestaties. Dit wordt bereikt door een combinatie van hogere toegevoegde waarde en lagere kosten. Per saldo zal dit moeten resulteren in een hogere bancaire productiviteit. Deze beweging is noodzakelijk in verband met de structurele verkrapping van rentemarges, toenemende concurrentie van nieuwe, ook niet-financiële spelers, toenemende (prijs)transparantie van financiële producten en technologische ontwikkelingen als internetbankieren. In de komende jaren zijn de ambities van de Rabobank Groep in Nederland primair gericht op het bereiken van marktleiderschap via de lokale Rabobanken. De dochterbedrijven en productie-eenheden van de Rabobank Groep leveren hieraan een bijdrage via multidistributie en white labelling. Om de leidende en grootste Allfinanzdienstverlener in Nederland te kunnen zijn, wordt de komende tijd vooral gestreefd naar verdere versterking van de positie in de verzekeringsmarkt. Primair via lokale banken De Rabobank Groep neemt via de lokale banken in veel sectoren van de financiële retailmarkt in Nederland een spelbepalende en dominante positie in. Deze positie vloeit rechtstreeks voort uit meer dan honderd jaar dicht bij de klanten staan en het tonen van een grote mate van klantbetrokkenheid. Het behouden en uitbreiden van die positie gaat niet vanzelf. Het is zaak scherp te blijven om de toenemende concurrentie en andere marktontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden. Zo is in het verslagjaar een adequaat antwoord geformuleerd op de snel veranderende wensen van klanten met betrekking tot de distributiekanalen via welke zij financiële diensten wensen af te nemen. Differentiatie in kanalen én optimalisering van het vestigingennetwerk vormen hiervan de kern. Een juiste mix van beide zal leiden tot vergroting van het aantal contactpunten met de klant en een daling van de kosten voor kantoorruimte. Op deze wijze kan de Rabobank zich blijvend onderscheiden als de dichtbijbank in Nederland. In samenhang hiermee ligt ook een verdere uitbouw van de virtuele bank in het verschiet. De klant ervaart de Rabobank immers ook als dichtbij omdat ze 24 uur per dag, 7 dagen per week via telefoon of internet bereikbaar is. Niet voor niets is www.rabobank.nl in 2004 door het publiek uitgeroepen tot de beste financiële website van Nederland. Marktleiderschap via de lokale Rabobanken is binnen sommige klantgroepen en geografische gebieden en op sommige productmarkten nog niet bereikt. De komende jaren zullen de lokale Rabobanken daarom streven naar: versterking van de positie aan de bovenkant van de particuliere en zakelijke markt; versteviging van de marktposities in de grootstedelijke gebieden, en wel bij particulieren, allochtonen en het MKB; groei van het marktaandeel in verzekeringen, consumptief krediet en vastgoed; verdediging van het hoge marktaandeel in de agrarische sector. Complementair via multidistributie, white labelling en cost sharing In aanvulling op de activiteiten van de lokale Rabobanken kunnen multidistributie, white labelling en cost sharing bijdragen aan het gewenste marktleiderschap in Nederland. In de afgelopen jaren zijn concrete multidistributieactiviteiten ondernomen. Zo is in april 2002 samen met het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds de hypothekendochter Obvion opgericht, om het hoofd te bieden aan de toegenomen populariteit van intermediairs in de hypotheekmarkt. Voorts is in 2003 de bekende internetbroker Alex overgenomen van Dexia. Deze acquisitie leidde niet alleen tot een substantiële uitbreiding van het klantenbestand met actieve, prijsbewuste beleggers, maar ook tot een aanzienlijke toename van het aantal effectentransacties. De kosten per order konden hierdoor belangrijk dalen. Ook de in 2002 gestarte afhandeling van effectentransacties voor de Friesland Bank - een voorbeeld van white labelling - draagt bij aan de gewenste kostendaling. Een voorbeeld van cost sharing op effectengebied is het in 2004 samen met het Belgische KBC opgerichte grensoverschrijdende platform voor de afwikkeling van effectentransacties. Het doel van deze joint venture is een aanzienlijke verlaging van de kostprijs van effectentransacties, die uiteindelijk ten goede komt aan klanten. Toegevoegde waarde van de dochters De dochters van Rabobank Nederland moeten een belangrijke bijdrage leveren aan de realisatie van de marktleiderschapsambitie van de Rabobank Groep. Naast het behalen van een aantrekkelijk rendement uit de eigen autonome activiteiten hebben ze tot doel de strategische positie en het imago van de Rabobank in binnen- en buitenland te versterken en het algehele risicoprofiel te verbeteren. De dochters vervullen de rol van competentiecentrum voor de lokale banken. Bovendien bedienen ze vrijwel allemaal een eigen klantenkring buiten die van de aangesloten lokale Rabobanken. Identiteit als kracht De Rabobank maakt bewust gebruik van haar coöperatieve karakter bij het realiseren van marktleiderschap in Nederland. De leden van de lokale Rabobanken zijn het tastbare bewijs dat de Rabobank een andere bank is. Dankzij het lidmaatschap ontstaat een unieke gelegenheid voor de bank om de binding met de markt te versterken. Als klanten de bank daadwerkelijk als betrokken, dichtbij en toonaangevend ervaren, biedt dit tal van mogelijkheden. Het is aan de lokale banken om hier nader invulling aan te geven. Bijvoorbeeld door optimaal gebruik te

17 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Strategie maken van de mogelijkheid om vertegenwoordigers van het leden- en klantenbestand in ledenraden, klankbordgroepen en panels te raadplegen. Ook kunnen lokaal zogeheten communities worden opgezet, discussiegroepen rond bepaalde thema s. De nieuwe Rabobank De lokale Rabobanken ontwikkelen zich versneld tot grotere en meer zelfbewuste entiteiten die ook de bovenkant van de markt kunnen bestrijken. In het verslagjaar werd samen met de lokale banken consensus bereikt over de contouren van de nieuwe Rabobank. Het is de uitkomst van de discussie met de lokale banken over de najaar 2003 gezamenlijk vastgestelde uitgangspunten in het kader van de toekomstverkenning Visie Rabobank 2005+. De nieuwe Rabobank is een lokale bank die voldoende omvang en kwaliteit heeft om klanten zelfstandig complexe financiële diensten te kunnen verlenen en die tegelijkertijd klein genoeg is om de klantbeloften dichtbij en betrokken te kunnen blijven waarmaken. Opschaling via onderlinge fusies gericht op kwaliteitsverhoging en efficiencyverbetering is daarbij een voorwaarde. Getuige de vele lopende fusies van lokale Rabobanken wordt dit model breed onderschreven. Deze beweging zal zich voltrekken in lijn met de in het verslagjaar door de lokale Rabobanken geaccordeerde nieuwe Rabokaart van Nederland, bestaande uit 150 werkgebieden en evenzoveel grotere lokale banken. De beweging naar een kleiner aantal lokale banken met een grotere omvang zal echter niet ten koste gaan van de dichtbij -belofte, maar dankzij gebruikmaking van innovatieve distributieformules juist gepaard gaan met een uitbreiding van het aantal klantencontactpunten. Verwacht wordt dat het aantal contactpunten in de komende jaren met 10% zal toenemen tot 3.200. Schaalvergroting en professionalisering betekenen ook dat de lokale Rabobanken in de toekomst meer manoeuvreerruimte krijgen. Zij krijgen maximale ruimte om lokaal ondernemerschap te tonen. Zelfstandige bediening van steeds grotere zakelijke klanten met een complexere financiële behoefte vormt hiervan een voorbeeld. Wereldwijd nummer één in food & agrimarkt Internationale ambities Internationaal bouwt de Rabobank Groep voort op haar intrinsieke kracht. Die ligt in belangrijke mate opgesloten in de uitgebreide kennis van en ervaring met retailbankieren en de food & agribusiness. De internationale strategie van de Rabobank Groep is daarom primair gericht op het bereiken van een wereldwijd leidende positie als internationale food & agribank, waar mogelijk in samenhang met retailactiviteiten in de niet-stedelijke gebieden van veelbelovende landen. Mondiale food & agristrategie Deze internationale nichestrategie is gericht op aanwezigheid in de belangrijkste food & agrilanden van de wereld en het verwerven van een belangrijke financiële schakelfunctie binnen de internationale agrarische handelsstromen. De strategie wordt uitgevoerd door Rabobank International, de internationale corporate en investmentbank van de Rabobank Groep. Rabobank International streeft in dit kader naar een wereldwijd leidende positie in de bediening van de agri- en voedingsmiddelenindustrie, alsmede van de internationale agrarische handelshuizen. Om voor deze klanten concurrerend te kunnen zijn, heeft Rabobank International ook grote multinationals buiten de food & agrisector en financiële instellingen als klant. Leidend voor de verdere ontwikkeling van het internationale bedrijf is echter het zeker stellen van het vermogen om op continue basis in de financiële behoeften van kernklanten in de food & agribusiness te kunnen voorzien en om te kunnen voldoen aan de groepsbehoeften op het gebied van funding en van solvabiliteits- en liquiditeitsmanagement. Dankzij haar mondiale nichestrategie heeft Rabobank International inmiddels goede posities verworven in met name Australië/Nieuw- Zeeland en de VS, waar via selectieve acquisities ook aan food & agri gerelateerde retailactiviteiten zijn ontwikkeld. In opkomende food & agrilanden eerst focussen op retailactiviteiten Ook in opkomende landen met een groot food & agripotentieel wil de Rabobank een positie opbouwen. Kenmerkend voor deze landen is dat de agrarische sector aan de vooravond van een aantal consolidatieslagen staat. Dit betekent dat het merendeel van de daarin opererende food & agribedrijven aanvankelijk nog klein van omvang zal zijn. Daarom is Rabobank International in opkomende landen in eerste instantie geïnteresseerd in het verwerven van, of deelnemen in banken die een sterke retailpositie hebben buiten de grote steden bij particulieren, het MKB en in de primaire agrarische sector. Rabobank International kijkt in dit verband met name naar landen als China, India, Indonesië en Brazilië en naar enkele landen in Centraal- en Oost-Europa en Turkije. Eind 2004 nam Rabobank International een belang van 35,3% in de Poolse bank BGZ en werd een intentieverklaring getekend voor het verkrijgen van een meerderheidsbelang in de Turkse Sekerbank. De stap in Polen werd gezet in samenwerking met de EBRD, die een aandeel nam van 15%. Gezamenlijk zijn ze de nieuwe meerderheidsaandeelhouder van BGZ, waarin voordien de Poolse staat de meerderheid had. Eenmaal uitgegroeid tot volwassen economieën, bieden de opkomende landen nieuwe kansen. Partijen die zich tegen die tijd zullen hebben ontwikkeld tot grote spelers in de food- en agri-industrie, maar ook agrarische exporteurs kunnen dan vanuit het corporate- en investmentbankingnetwerk van Rabobank International worden bediend.

18 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Strategie De internationale retailactiviteiten, inclusief de aan food & agri gerelateerde retailactiviteiten, maken inmiddels een zeer sterke groei door. In 2004 kwam de belangrijkste groei voor rekening van de in 2002 overgenomen ACC Bank in Ierland, die haar kredietverlening met meer dan de helft zag toenemen. De doelstelling is erop gericht dat de internationale retailactiviteiten op lange termijn 50% van het resultaat van Rabobank International zullen uitmaken. Europese samenwerking Binnen Europa richt de Rabobank zich op intensivering van de samenwerking met de (coöperatieve) partners in de Groupement Européen des Banques Coopératives en de Unico Banking Group, die al in 1977 door de Rabobank en een aantal Europese coöperatieve zusterbanken werd opgericht. Unico Banking Group heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de toentertijd nog praktisch afwezige internationale oriëntatie bij de Rabobank. Vandaag de dag rekent de Rabobank het tot haar taak de mogelijkheden te verkennen om de samenwerking met de Unico-partners, die deels van commerciële, deels van operationele aard is, verder vorm te geven en uit te bouwen. Mondiaal ook leidend op het gebied van duurzaamheid Verankering van duurzaamheid Behalve als de onbetwiste nummer één in food & agri wil de Rabobank wereldwijd ook worden gezien als leidend op het gebied van duurzaam ondernemen. Deze ambitie sluit naadloos aan bij de identiteit en de maatschappelijke positionering van de bank. Om haar doel te bereiken gaat de Rabobank het beleid op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) verder integreren in haar dagelijkse activiteiten. Het gaat daarbij onder meer om: de invoering van relevante MVO-criteria in reguliere kredietverleningsprocessen en overige diensten; het bestendigen en waar mogelijk uitbouwen van het marktaandeel in duurzame financiële producten, zoals groenfondsen en groenobligaties, alsmede van de betrokkenheid bij de handel in CO 2 - en NO x - emissierechten; verbetering van een duurzame bedrijfsvoering; het stimuleren van de mogelijkheid voor Rabobankmedewerkers om zich maatschappelijk in te zetten. hands on -begeleiding van de betreffende instellingen, waarbij gebruikgemaakt wordt van de unieke Rabobankervaring op dit gebied. Dit gebeurt vanuit de overtuiging dat de coöperatie een belangrijke bijdrage kan leveren aan de economische ontwikkeling van de betreffende landen en aan de financiële emancipatie van hun bevolking. Het RDP zal nauw samenwerken met de Rabobank Foundation, die al meer dan 30 jaar tal van projecten in ontwikkelingslanden ondersteunt die erop gericht zijn de lokale bevolking economisch onafhankelijk te maken. De ambities voor 2005 In 2005 zullen de lokale Rabobanken in hoog tempo blijven fuseren in lijn met de beleidsuitgangspunten van Visie Rabobank 2005+. De verdere schaalvergroting en verhoging van professionaliteit en deskundigheid van de lokale banken zal onder meer moeten leiden tot versterking van de positie aan de bovenkant van de particuliere en de zakelijke markt. De ondersteuning door Rabobank Nederland van de lokale banken zal in 2005 verder worden aangepast aan de veranderende behoefte die deze schaalvergroting met zich meebrengt. Daartoe is in het verslagjaar Operatie Service van start gegaan. Deze leidt tot een afslanking van de ondersteunende activiteiten die gepaard gaat met een reductie van de personeelsbezetting met 1.200 fte s. Daarnaast zal samen met Eureko/Achmea worden onderzocht, hoe verder invulling kan worden gegeven aan de groeiambities op het gebied van verzekeren. Internationaal zal fors worden geïnvesteerd in groei op het gebied van dienstverlening aan food & agriklanten. Verder zal actief worden gezocht naar interessante acquisitiekandidaten in opkomende landen met een groot food & agripotentieel. Het Rabobank Development Program zal naar verwachting zijn eerste investering in coöperatieve kredietinstellingen in ontwikkelingslanden doen. Daarmee wordt invulling gegeven aan de overtuiging dat de Rabobank een belangrijke bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van de economie van deze landen. Rabobank Development Program Daarnaast is in 2004 het Rabobank Development Program (RDP) opgezet om buitenlandse kredietcoöperaties in een beperkt aantal ontwikkelingslanden te helpen bij het uitgroeien naar volwaardige coöperatieve banken. Deze betrokkenheid krijgt gestalte door financiële participaties en een

19 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Financiële doelstellingen en vooruitzichten Financiële doelstellingen en vooruitzichten Met een winstgroei van 12% heeft de Rabobank Groep in 2004 een goed resultaat behaald. De tier 1-ratio steeg mede dankzij de uitgifte van Trust Preferred Securities tot 11,4 (10,8) en het rendement op het eigen vermogen kwam uit op 10,1%. Hiermee heeft de Rabobank Groep voldaan aan haar financiële doelstellingen voor de lange termijn. Financiële hoofddoelstellingen De Rabobank Groep streeft naar het realiseren van een zo hoog mogelijke klantwaarde met handhaving van gezonde financiële ratio s alsmede van medewerkerswaarde. Daarbij wordt gestreefd naar een gelijkmatige ontwikkeling van een drietal financiële ratio s: de tier 1-ratio, het rendement op het eigen vermogen en de nettowinstgroei. De Rabobank Groep heeft ten aanzien van deze ratio s de volgende langjarige doelstellingen geformuleerd: - jaarlijks een tier 1-ratio van 10,0; - een nettowinststijging van 12,0% per jaar; - ieder jaar een rendement op het eigen vermogen van 10,0%. Tier 1-ratio ruim boven de doelstelling De tier 1-ratio die inzicht geeft in de solvabiliteitspositie nam in het verslagjaar toe van 10,8 naar 11,4. Dit is ruim boven de langetermijndoelstelling van 10,0. De tier 1-ratio geeft de verhouding weer tussen het kernvermogen en het totaal van de gewogen posten. Het kernvermogen nam in het verslagjaar toe met EUR 2,9 miljard tot EUR 22,6 miljard, met name door de uitgifte van Trust Preferred Securities (TPS) en door de toevoeging van de nettowinst aan de reserves. Hiermee kwam het gemiddelde kernvermogen uit op EUR 21,1 miljard. Het totaal van de gewogen posten groeide met 9% tot EUR 199 miljard. Nettowinst stijgt met 12% De nettowinst nam met EUR 166 miljoen toe tot EUR 1.536 (1.370) miljoen. Dit is een stijging van 12%. Daarmee is voldaan aan de doelstelling van een jaarlijkse stijging vande nettowinst met tenminste 12%. De baten stegen met 11% en de bedrijfslasten met 8%. De waardeveranderingen van vorderingen, die inzicht geven in de debiteurenverliezen, daalden met 9%. Per saldo resteerde een nettowinstgroei van 12%. De nettowinst over 2003 is neerwaarts bijgesteld met EUR 33 miljoen tot EUR 1.370 miljoen. Dit is het gevolg van het besluit om uitgiftes van de TPS vóór 2004 conform de International Financial Reporting Standards (IFRS) niet langer onder het eigen vermogen te verantwoorden, maar als achtergestelde schulden. Op grond daarvan is de vergoeding aan beleggers niet als dividend maar als rentelast verantwoord, met als gevolg een daling van het resultaat. Rendement op eigen vermogen conform langetermijndoelstelling In 2004 bedroeg het rendement op het eigen vermogen 10,1%. Ook hiermee voldoet de Rabobank aan haar doelstelling van minimaal 10%. Vooruitzichten De Rabobank Groep verwacht een verdere, zij het zeer lichte groei van de economie, met een afvlakkende stijging van de export en een licht verder aantrekken van de binnenlandse bestedingen. De Rabobank Groep kan daarvan profiteren, mits het verschil tussen de lange en de korte rente niet veel verder zal afnemen. In 2005 zal er voor het eerst volgens de International Financial Reporting Standards worden gerapporteerd, waardoor de resultaten volatieler worden. Niettemin, verwacht de Rabobank Groep, onvoorziene omstandigheden daargelaten, dat de opgaande lijn van de structurele resultaatontwikkeling kan worden vastgehouden.

20 Rabobank Groep jaarverslag 2004 International Financial Reporting Standards International Financial Reporting Standards De Rabobank Groep zal met ingang van het jaar 2005 rapporteren conform de door de Europese Commissie goedgekeurde International Financial Reporting Standards (IFRS). Deze standaarden komen voor beursgenoteerde ondernemingen in de plaats van de huidige Nederlandse Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ), alsmede van Titel 9 van van het Burgerlijk Wetboek (BW 2). De IFRS-standaarden beogen grotere transparantie en betere internationale vergelijkbaarheid van ondernemingsresultaten. Ook aan de toezichthouder moet worden gerapporteerd met IFRS als uitgangspunt. De veranderingen hebben niet alleen betrekking op de waarderingsgrondslagen, maar ook op de te verstrekken additionele informatie in de toelichting op de jaarrekening. De Rabobank Groep heeft vanaf 2002 veel aandacht besteed aan de implementatie van IFRS en de daarbijbehorende training van de financiële staf. Voor de Rabobank Groep waren de belangrijkste onderwerpen in het kader van IFRS: - software - onroerende zaken - eigen versus vreemd vermogen - goodwill - Fonds voor algemene bankrisico s - consolidatiekring - beleggingsportefeuille obligaties - personeelsbeloningen - voorziening voor kredietverliezen - derivaten en hedgeaccounting Software Onder IFRS worden investeringen in software verwerkt als immaterieel vast actief en niet langer als materieel vast actief. De omvang van de geactiveerde bedragen zal onder IFRS toenemen. Onroerende zaken Tot en met 2004 werden de gebouwen gewaardeerd tegen actuele waarde, afgeleid uit de vervangingswaarde op basis van continuïteit en functionaliteit. Onder IFRS zullen de onroerende zaken in eigen gebruik gewaardeerd worden tegen kostprijs. Eigen versus vreemd vermogen De in 1999 en 2003 uitgegeven Trust Preferred Securities I en II classificeren onder IFRS niet als eigen vermogen. Onder IFRS vindt rubricering plaats onder de (achtergestelde) schulden en de vergoeding op de Trust Preferred Securities I en II wordt verantwoord via de winst-enverliesrekening. Bezien vanuit de toezichthouders blijven Trust Preferred Securities I en II deel uitmaken van het kernvermogen. Goodwill Goodwill wordt in de geconsolideerde jaarrekening niet langer direct ten laste van het vermogen gebracht. Vanaf 2004 betaalde goodwill wordt geactiveerd. Op geactiveerde goodwill wordt niet afgeschreven. Ten minste eenmaal per jaar wordt een goodwill-impairmenttest uitgevoerd. Fonds voor algemene bankrisico s Het Fonds voor algemene bankrisico s, dat diende ter dekking van de algemene risico s verbonden aan het bankbedrijf, voorzover dat geboden was om redenen van voorzichtigheid, is onder IFRS niet toegestaan. Consolidatiekring De overgang op IFRS heeft ertoe geleid dat met name enkele participaties die voorheen niet meegeconsolideerd werden, onder IFRS wel worden meegeconsolideerd. Het omgekeerde komt ook voor. Een beperkt aantal belangen die tot en met 2004 werden meegeconsolideerd, zal onder IFRS niet meer worden geconsolideerd. Beleggingsportefeuille obligaties Tot 2005 werden de resultaten bij de verkoop van obligaties en andere rentedragende waardepapieren verantwoord onder het eigen vermogen, rekening houdend met latente belasting. Deze resultaten worden, op basis van de resterende looptijd van de betreffende stukken, in de winst-en-verliesrekening volgtijdelijk als rentebaten verantwoord. Onder IFRS worden de resultaten verantwoord op het moment van verkoop van de stukken.

21 Rabobank Groep jaarverslag 2004 International Financial Reporting Standards Personeelsbeloningen In 2002 is de Rabobank Groep voor de verwerking van pensioenen overgegaan op een stelsel dat gebaseerd was op de uitgangspunten van IFRS. In 2005 gaat de Rabobank Groep de pensioenen volledig in overeenstemming met IAS 19 verwerken. De nog niet in aanmerking genomen winsten/verliezen (corridor) worden bij de overgang op nihil gesteld. Onder IFRS wordt een voorziening gevormd voor toekomstige jubileum- en afscheidsuitkeringen en voor de bijdrage die oud-werknemers krijgen voor ziektekostenverzekeringen. Voorziening voor kredietverliezen De noodzakelijk geachte dotatie aan de waardeveranderingen van vorderingen werd tot en met 2004 op een dynamische wijze bepaald. IFRS staat een dergelijk stelsel niet meer toe. Onder IFRS worden de verstrekte kredieten beoordeeld op impairment en wordt ten laste van het resultaat een voorziening getroffen. Dit gebeurt als regel op individuele basis; de vordering wordt daarbij afgewaardeerd tot de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen. Voor bepaalde deelportefeuilles van kleinere vorderingen, zoals woninghypotheken, consumptieve kredieten en kleinzakelijke kredieten, geschiedt deze bijzondere waardevermindering op collectieve basis. Daarnaast wordt een algemene voorziening getroffen voor kredieten die nog niet als impaired zijn aangemerkt, maar waarvan op basis van ervaringen uit het verleden wel vastgesteld kan worden dat een deel ervan per balansdatum de facto wel impaired is. De jaarlijkse dotaties zullen als gevolg hiervan naar verwachting wel wat grotere schommelingen te zien geven dan onder het huidige stelsel. Derivaten en hedgeaccounting Onder IFRS moeten alle derivaten worden gewaardeerd tegen actuele waarde. Ook de derivaten die gebruikt worden voor hedgingdoeleinden. Zonder passende maatregelen zou een en ander de resultaten veel volatieler maken. Hedgeaccounting is de door IFRS toegestane methode om deze volatiliteit te verminderen en een juist beeld te geven van de hedgingactiviteiten van de Rabobank. Dit gebeurt door relaties te leggen tussen activa/passiva enerzijds en derivaten anderzijds. Indien de relaties aan diverse criteria voldoen mag hedgeaccounting worden toegepast. Dit houdt de facto in dat waardeveranderingen van activa/passiva en derivaten beide door de winst-enverliesrekening lopen. Hierdoor ontstaat een juist beeld van de risico s en de afdekking ervan in de balans en de resultatenrekening. Verwacht wordt dat het balanstotaal, het eigen vermogen en de resultaten door de overgang naar IFRS in beperkte mate beïnvloed zullen worden. De rubricering van de actiefzijde van de balans wordt primair gericht op de aard van de portefeuilles (voorheen tegenpartijen). De te verstrekken additionele informatie in de toelichting op de jaarrekening zal sterk worden uitgebreid.

22 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Klantwaarde Klantwaarde De Rabobank Groep laat zich primair leiden door het belang van haar klanten. Kerndoelstelling is het realiseren van een zo hoog mogelijke klantwaarde. Dat is een samenspel van handelen uit klantbelang, de tevredenheid van klanten met de dienstverlening en de mate waarin klanten de merkwaarden van de Rabobank onderschrijven. Sinds 2001 wordt klantwaarde gemeten met behulp van de klantwaardemonitor. Jaarlijks worden per onderscheiden klantengroep van de lokale Rabobanken, Interpolis en Robeco duizenden Nederlanders ondervraagd over de prestaties van deze bedrijfsonderdelen. Sinds 2002 zijn ook de prestaties van Alex toegevoegd. Tegelijkertijd worden klanten van concurrerende instellingen bevraagd, zodat een onderlinge vergelijking (benchmarking) mogelijk is. Klantloyaliteit en klantbelang Uit de klantwaardemonitor blijkt dat klanten van de Rabobank zich van klanten van de concurrentbanken onderscheiden door een hoge loyaliteit en een sterke identificatie met hun bank. De loyaliteit van particuliere klanten steeg van 73% naar 76%. Het percentage ondervraagde particuliere klanten, dat vindt dat de Rabobank primair in hun belang handelt en niet vanuit het financiële belang van de bank (gemeten klantwaarde) kwam in 2004 uit op 38 (43)%. Dit percentage ligt bij de concurrenten lager, de benchmark zit op 33 (35)%. De daling bij particulieren laat zien, dat er op dit punt extra inspanningen moeten worden verricht. Ook bij ondernemers scoort de Rabobank op de gemeten klantwaarde boven de benchmark: 40 (38)% voor de Rabobank tegen 30 (35)% voor de concurrenten. De loyaliteitsscore van de Rabobank bij ondernemers steeg in het verslagjaar met 1%-punt tot 70%. Tevredenheid 2004 2003 2002 2001 Rabobank particulieren 7,7 7,7 7,4* 7,5 benchmark 7,7 7,6 7,4* 7,4 Rabobank ondernemers 7,5 7,4 7,1* 7,4 benchmark 7,3 7,2 7,0* 7,3 Interpolis 7,7 7,8 7,6 7,6 benchmark 7,6 7,6 7,6 7,5 Robeco Direct 7,5 7,6 7,7 8,1 benchmark 7,5 7,4 7,4 7,6 Alex 7,8 8,0 7,7 - benchmark 7,5 7,4 7,4 - * meting voor 2003 geschiedde telefonisch, daarna via internet. Merkwaarden De Rabobank wil gezien worden als een bank die dichtbij, betrokken en toonaangevend is. In 2003 zijn deze drie waarden geformuleerd als de merkwaarden van de Rabobank. Deze waarden worden via een merkwaardemonitor gemeten. In de merkwaardemonitor wordt aan particulieren en ondernemers (beide zowel klanten als niet klanten) gevraagd bij welke van de vijf grote banken zij deze merkwaarden het beste vinden passen. De Rabobank scoorde daarbij in 2004 het hoogst op alle drie aspecten. Bovendien zijn de scores aanzienlijk toegenomen, waardoor de Rabobank nu ook bij de typering toonaangevend als eerste uit de bus komt. De Rabobank kan dan ook met recht een betrokken en toonaangevende dichtbijbank worden genoemd. De tabel geeft aan hoeveel ondervraagden de drie typeringen het meest op de Rabobank van toepassing vinden. Klanttevredenheid Uit de klantwaardemonitor blijkt ook steevast dat de Rabobank hoog scoort qua klanttevredenheid met de dienstverlening. In 2004 bleef de klanttevredenheid bij particulieren stabiel (op 7,7) en steeg de tevredenheid bij ondernemers licht (van 7,4 naar 7,5). De gespecialiseerde dochters binnen de Rabobank Groep doen het traditioneel beter dan de naaste concurrenten. Deze voorsprong is in 2004 iets teruggelopen, richting het gemiddelde van ieder marktsegment. Alex, Interpolis en Robeco Direct scoren respectievelijk een 7,8, een 7,7 en een 7,5 qua klanttevredenheid.

23 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Klantwaarde Vraagstelling: bij welke van de 5 grote banken passen de volgende typeringen het best? Merkwaarden 2004 2003 % positie Rabobank % positie Rabobank Particulieren Dichtbij 56 1 48 1 Betrokken 44 1 41 1 Toonaangevend 42 1 36 2 Ondernemers Dichtbij 60 1 53 1 Betrokken 47 1 39 1 Toonaangevend 44 1 33 2 Bron: onderzoeksbureau Millward Brown Centrum Klachtenmanagement Goed klachtenmanagement past bij een organisatie die dichtbij en betrokken wil zijn. De klant die bereid is moeite te doen om zijn ongenoegen kenbaar te maken, geeft daarmee de bank een kans om te zoeken naar een oplossing. Uit onderzoek in het verslagjaar is gebleken dat de klant er het grootste belang aan hecht serieus te worden genomen en erkenning te krijgen voor zijn klacht. Een klacht is altijd terecht, het is immers de uiting van het ongenoegen of de teleurstelling die de klant werkelijk voelt. Het is belangrijk daar aandacht aan te schenken, en vervolgens in te gaan op de zakelijke inhoud van de klacht. In lang niet alle gevallen zullen de klant en de bank het eens zijn. Toch kan het met respect uitwisselen van elkaars standpunten en argumenten bijdragen aan begrip en herstel van de relatie. De klant die niet tevreden is over de afhandeling van zijn klacht door de lokale Rabobank kan terecht bij Klachtenservice Rabobank Nederland. In 2004 zijn bij Klachtenservice 3.246 (2.730) klachten ingediend. Klachtenservice heeft waar mogelijk de lokale bank in de afhandeling betrokken. Hierdoor is circa eenderde deel van de klachten alsnog in de eerste lijn behandeld, waar nodig voorzien van advies. De stijging van het aantal klachten valt niet terug te voeren op bepaalde oorzaken. Wel vielen enkele zaken op. Zo waren klanten niet te spreken over de manier waarop zij werden geconfronteerd met de nieuwe voorwaarden voor elektronische dienstverlening. Dat was aanleiding om de acceptatieprocedure aan te passen. Ook de onregelmatige en late ontvangst van rekeningafschriften was vaak aanleiding tot het indienen van een klacht. Door recente capaciteitsuitbreiding zal dat laatste probleem worden opgelost. Klachtenservice heeft in het verslagjaar een nieuw registratiesysteem in gebruik genomen waarin de klant- en klachtgegevens worden vastgelegd. Bij het rubriceren van klachten is aansluiting gezocht bij de onderwerpentabel die door lokale banken wordt gebruikt. Dat levert de volgende top-5 van onderwerpen op: 1. Rabobank Internetbankieren /-Telebankieren (314) 2. Betwiste opnamen in Nederland met gestolen of zoekgeraakte bankpas (292) 3. Te late ontvangst rekeningafschriften (118) 4. Bediening en service (102) 5. Opname in het incidentenregister (95)

24 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Ledenbeleid Ledenbeleid Het ledenbeleid is gericht op versterking van de ledenbetrokkenheid bij de lokale Rabobanken en op het verankeren van ledeninvloed en ledenzeggenschap. Tijdens de algemene vergadering van Rabobank Nederland in 2004 werd onderschreven dat alle Rabobanken een steviger invulling zullen geven aan ledeninvloed en -zeggenschap. De lokale Rabobanken zijn stuk voor stuk coöperaties van en met leden. Samenwerken met elkaar zit van oudsher in de genen. Leden zijn dan ook op tal van manieren bij de lokale Rabobank betrokken. Ze zijn - voor zover verkozen - bestuurslid, lid van de ledenraad of lid van de raad van commissarissen. Ze nemen deel aan discussiegroepen rond bancaire of maatschappelijke thema s, aan kennisgerichte seminars of wonen de bijeenkomsten bij die de mogelijkheid geven invloed uit te oefenen op het beleid van de bank. Het distributiebeleid, steun aan maatschappelijke projecten, de ontwikkeling van de bancaire dienstverlening, klantsegmentering of de invulling van het lidmaatschap zijn thema s die de revue kunnen passeren. Hogere waardering voor het lidmaatschap Tal van lokale Rabobanken hebben zich ook in 2004 weer ingezet om leden op basis van doelgroepen of gezamenlijke interesses aan elkaar en aan de bank te binden. Zo werden jongerenraden, businessclubs voor jonge ondernemers en seniorenplatforms gefaciliteerd. Ook zijn bij veel lokale banken discussiebijeenkomsten met de leden gehouden over de sociaal-economische ontwikkelingen in de regio en de consequenties voor de dienstverlening, en over de spreiding van kantoren in relatie tot de vele onderlinge fusies. Dat het lidmaatschap door de jaren heen aan betekenis en inhoud gewonnen heeft, blijkt uit een ledentevredenheidsonderzoek dat in 2004 gehouden is. Gaven de leden in 1999 nog een waardering van 6,8 voor het lidmaatschap, in 2004 is dit cijfer gestegen tot 7,2. Aantal leden flink gestegen Het aantal leden van de Rabobank is in 2004 opnieuw flink gestegen: van 1,36 miljoen ultimo 2003 tot 1,46 miljoen eind 2004. Leden zijn belangrijk voor de bank. Zij helpen met hun adviezen de dienstverlening te verbeteren, ze blijken loyaler en nemen dus meer producten en diensten af dan gewone klanten. Particuliere leden namen in 2004 gemiddeld 3,63 diensten af, terwijl dit cijfer bij niet-leden op 2,31 lag. Ook bedrijfsleden nemen gemiddeld meer diensten af dan bedrijfsklanten, die geen lid zijn: 3,98, tegenover 1,97. Coöperatief dividend De lokale Rabobanken danken hun ontstaan aan de lokale gemeenschappen waarin ze door ondernemende mensen zijn opgericht. Die afkomst brengt met zich mee dat ze ook iets willen teruggeven aan de gemeenschap waarin ze actief zijn. Dat gebeurt al sinds de eerste lokale banken meer dan honderd jaar geleden zijn opgericht. Het aantal lokale sociaal-culturele initiatieven, die in de loop der jaren met een bijdrage uit de nettowinst van de lokale banken werden ondersteund, is niet te tellen. In het kader van de stimulering van de ledenbetrokkenheid wordt dit coöperatieve dividend in toenemende mate ook besteed aan lokale communities, projecten, onderzoek en andere initiatieven die bedoeld zijn voor hulp aan en/of (economische) ontwikkeling van groepen leden/klanten. Het coöperatieve dividend kan worden gezien als het maatschappelijk voordeel dat de coöperatie de gemeenschap biedt. De meerwaarde voor de individuele leden bestaat uit de mogelijkheid om binnen hun lokale bank maximale invloed en zeggenschap uit te oefenen op de bestemming van deze collectieve voordelen. De afgelopen jaren is uitvoerig onderzocht, of de leden van de lokale banken daarnaast via een ledenvoordeelsysteem ook individueel materieel voordeel zou moeten worden geboden. De impact van de eventuele introductie van zo n systeem is groot, niet alleen in termen van organisatie, maar ook in financiële zin. Besloten is met de lokale Rabobanken nader van gedachten te wisselen over de commerciële mogelijkheden hiervan ter versterking van de loyaliteit van klanten en leden. De verwachting is dat hieruit in de loop van 2005 definitieve conclusies kunnen worden getrokken.

25 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Ledenbeleid Ratio s maken betrokkenheid zichtbaar Nog niet alle Rabobanken liggen op koers met het verankeren van ledeninvloed en ledenzeggenschap. Wel is men het erover eens dat op dit punt van alle banken een serieuze inspanning verwacht mag worden en dat ze zich blijvend zullen inzetten om aan ledeninvloed en ledenzeggenschap een stevige invulling te geven. Met name onderwerpen die voor de leden van direct belang zijn, zoals de aard en de kwaliteit van de dienstverlening, de invulling van het lokale ledenbeleid en de maatschappelijke betrokkenheid van de bank, zullen in het overleg met de leden ter sprake komen. Banken gaan ook ratio s hanteren voor het vaststellen van de mate van ledenbetrokkenheid en ledenparticipatie. De streefwaarden voor deze ratio s worden door de banken zelf bepaald. De ratio s zijn een middel om de toenemende betrokkenheid van leden zichtbaarder te maken. Ledenbank van het jaar In 2004 is ook de competitie Ledenbank van het jaar gehouden. Maandelijks is de ledenbank gekozen met het beste initiatief op het gebied van ledeninvloed. Uit die winnaars is de beste ledenbank van het jaar gekozen: Rabobank Land van Cuijk Noord. Deze bank zocht de leden op en organiseerde 15 bijeenkomsten in 15 verschillende kernen. Ruim 500 leden lieten horen wat ze vonden van de bank en dit werd vertaald in een actielijst, waar de leden de bank aan konden houden. Alle lokale initiatieven die ingestuurd zijn voor de ledenbankcompetitie zijn gebundeld in het boek Leren van leden, dat op de algemene vergadering in juni 2004 aan de banken is overhandigd. www.rabobankgroep.nl/leden Hulpmiddelen voor banken Op centraal niveau is in 2004 een aantal hulpmiddelen ontwikkeld om de lokale banken te helpen bij het behalen van hun ledendoelstellingen. In december 2004 hebben de lokale Rabobanken de eerste Themarapportage Leden ontvangen. Deze rapportage informeert de banken over de ontwikkeling van een aantal indicatoren inzake het ledenbeleid. Hiermee kunnen de banken: objectief meten of hun doelstellingen uit het jaarplan worden gerealiseerd; concrete verbeteracties formuleren aan de hand van de historische ontwikkeling; benchmarken met andere lokale banken; het belang en de ontwikkeling van het ledenbeleid bij medewerkers onder de aandacht brengen.

26 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Medewerkers Medewerkers De Rabobank Groep is volop in beweging. De lokale Rabobanken en Rabobank Nederland maken een ingrijpende transformatieperiode door. Als gevolg van de veranderende klantenwensen en markten passen de banken hun distributie- en kantoorformules aan. Daar komen de vele onderlinge fusies nog bij. Op haar beurt heeft Rabobank Nederland via Operatie Service een reorganisatie in gang gezet om beter te kunnen inspelen op de servicebehoefte van een kleiner aantal grote, geprofessionaliseerde banken. Dit alles heeft onlosmakelijke consequenties voor de medewerkers. Met het oog op de vele veranderingen heeft de Rabobank in 2004 haar personeelsbeleid herijkt. Het beleid is verwoord in het document Mensen maken de bank. Daarin staan de belangrijkste eisen die we aan onze medewerkers stellen: klantfocus, bereidheid tot samenwerken en resultaatgerichtheid. Vakkennis is daarbij essentieel. Werken bij de Rabobank betekent je vak verstaan en ook zelf in je vakkennis investeren door het volgen van opleidingen en door kennisuitwisseling en onderlinge coaching. Managers moeten worden ervaren als gedreven ondernemers. Ze hebben elan, weten anderen op natuurlijke wijze te inspireren en enthousiasmeren en stellen hun medewerkers in staat om te scoren. Om dat alles te bereiken stoelt het personeelsbeleid van de Rabobank op drie pijlers: prestatie, ontwikkeling en plezier. Presteren is nodig om samen de ambities van de bank en haar klanten te realiseren. Persoonlijke ontwikkeling in gedrag en kennis is vereist om te kunnen blijven presteren. En wie zijn werk leuk vindt, met plezier met klanten bezig is en een goede relatie met zijn collega s en manager heeft, boekt betere resultaten en blijft langer mentaal en fysiek gezond. Operatie Service Het groter en professioneler worden van de lokale Rabobanken heeft grote consequenties voor de ondersteuning door Rabobank Nederland en voor de daarbij betrokken medewerkers. Onder de naam Operatie Service is in het verslagjaar in kaart gebracht hoe de organisatie van het centrale apparaat beter op de lokale banken kan worden afgestemd. Dit heeft per 1 januari 2005 geleid tot een nieuwe organisatorische inrichting, die nauw aansluit op de structuur bij lokale banken. Operatie Service levert een kostenbesparing op van EUR 200 miljoen, die resulteert uit een efficiencyslag binnen Rabobank Nederland en een verwachte vermindering van de personeelsbezetting met 1.200 fte s. In het kader van de operatie zijn in totaal zestig verbeterpunten vastgesteld, zoals vermindering van overlap in activiteiten, terugdringing van de administratieve lastendruk, beperking van projecten, centralisatie van activiteiten en uitbesteding van diensten, zoals catering en postverspreiding. De verbeterpunten moeten in 2006 zijn gerealiseerd. Voor de lokale Rabobanken betekent Operatie Service een lagere kostenbelasting, een betere service en een transparantere ondersteuning. Geen gedwongen ontslagen De personeelsreductie bij Rabobank Nederland uit hoofde van Operatie Service wordt gerealiseerd door natuurlijk verloop, het niet verlengen van tijdelijke contracten, opzegging van contracten met externen en een vervroegde uittreding van medewerkers. Er vinden geen gedwongen ontslagen plaats en er zal naar verwachting ook geen grote boventalligheid ontstaan. Van de 1.200 fte s krimp bij Rabobank Nederland waren er eind 2004 400 gerealiseerd. In 2005 verdwijnen 600 arbeidsplaatsen, mede door uitbesteding van activiteiten als catering en postverzorging. Bij deze uitbestedingen verhuizen de desbetreffende medewerkers grotendeels met de werkzaamheden naar de nieuwe werkgever. Bij een financiële achteruitgang kunnen ze rekenen op een tijdelijke suppletieregeling. De overige 200 arbeidsplaatsen vervallen in de loop van 2006.

27 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Medewerkers Personeelsbestand Rabobank Groep gedaald Het personeelsbestand van de Rabobank Groep is in 2004 gedaald met 731 medewerkers. De arbeidsplaatsen vervielen met name bij lokale Rabobanken. In 2004 stroomden per saldo 1.047 medewerkers uit. Dat kwam vooral door het verder uitvoeren van lopende efficiencyprogramma s, door de toenemende digitalisering en de daarmee verbonden populariteit van elektronisch bankieren en door de lokale fusies. Bij Rabobank Nederland vervielen banen in het kader van Operatie Service. Ook bij Interpolis en Robeco nam het aantal arbeidsplaatsen af. Bij Obvion en De Lage Landen groeide het personeelsbestand als gevolg van een uitbreiding van activiteiten. Dat geldt ook voor het internationale bankbedrijf. Ook volop instroom van medewerkers Ondanks de uitstroom en de personele krimp zijn er in 2004 ook ruim 2.000 nieuwe medewerkers in dienst getreden van de Rabobank Groep. Bij alle groepsonderdelen zijn hoger opgeleide talenten binnengestroomd. Ook zijn weer twee traineeprogramma s van start gegaan, met elk ongeveer 20 deelnemers. Een duurzame relatie, geen baan voor het leven Uitgangspunt in het vernieuwde personeelsbeleid is een duurzame relatie met medewerkers, gebaseerd op een evenwichtige ruil. Medewerkers zetten zich met succes en plezier en met hun talenten in voor de bank en haar klanten. De bank verwacht van haar managers en medewerkers een rendabele bijdrage. Ze moeten natuurlijk hun vak verstaan, maar bovenal hebben ze klantfocus, werken ze samen en zijn ze resultaatgericht. Is een medewerker niet meer geschikt voor zijn/haar functie, maar zijn de talenten op een lager functie- en salarisniveau nog wel waardevol voor de bank, dan is demotie mogelijk. Als er geen plek meer is binnen de organisatie, dan kan de betreffende medewerker rekenen op veel steun bij het vinden van een nieuw perspectief buiten de organisatie. In ruil voor de inspanningen van medewerkers investeert de Rabobank fors in coaching en opleiding en in een prima salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden. Op dit laatste terrein mag het wel ietsje minder zijn. Het huidige pakket scoort in de vergelijking met andere bedrijven uitmuntend. Een geleidelijke overgang naar zeer goed voorkomt dat de arbeidsvoorwaarden een gouden kooi vormen die de mobiliteit belemmert. Investeren in inzetbaarheid een must In deze tijd is werken aan de eigen inzetbaarheid een must voor iedereen binnen de Rabobank Groep. In een Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP) leggen manager en medewerker samen vast wat nodig is om ook morgen met plezier goed te kunnen presteren. In 2004 had 72% van de medewerkers van Rabobank Nederland en de lokale banken een POP, tegenover 58% in 2003. Hiertegenover staat dat het POP nog te vaak alleen een opleidingsplaatje oplevert, terwijl ontwikkeling ook geboden kan worden door collega s op te leiden en te coachen, deelname in een project, een stage of een nieuwe baan. Spectaculaire groei e-learning De Rabobank maakt in haar opleidingsaanbod onderscheid tussen functionele opleidingen en carrièregerichte en managementopleidingen. Van pure kennisoverdracht is de koers de afgelopen jaren verlegd naar verbetering van de managementkwaliteit en verhoging van de Verdeling aantal medewerkers Rabobank Groep Nederland Buitenland Totaal 2004 Totaal 2003 Binnenlands retailbankbedrijf 33.855-33.855 34.871 Wholesale- en internationaal retailbankbedrijf 1.189 4.386 5.575 5.289 Vermogensbeheer en beleggen 1.493 535 2.028 2.136 Verzekeren 5.783 40 5.823 5.996 Leasing 788 2.056 2.844 2.495 Vastgoed 302-302 232 Overig 5.897-5.897 6.036 Rabobank Groep 49.307 7.017 56.324 57.055 Ziekteverzuim 3,8% 4,1% Medewerkerstevredenheid 85,0% 85,0% Opleidingsinvesteringen (in miljoenen euro s) 76,7 79,9

28 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Medewerkers commerciële slagkracht. Kennis van het vak en van de markt is weliswaar een noodzakelijke voorwaarde voor het realiseren van de bedrijfsambities, maar doorslaggevend voor het succes is hoe medewerkers in hun gedrag die kennis toepassen ten behoeve van de klant. In 2004 volgden medewerkers 90.000 opleidingen. Hiermee was een bedrag van EUR 76,7 miljoen gemoeid (in 2003: EUR 79,9 miljoen). Dit is 2,8% van de loonsom (2003: 3,1%). Steeds vaker studeren medewerkers via internet. Het aantal gebruikers van e-learning is in 2004 spectaculair gegroeid. In totaal werden er 55.000 cursussen via internet gevolgd en werden er 34.000 digitale examens afgelegd. Het aantal contactdagen voor vaktechnische opleidingen is daardoor met zo n 45% gedaald. Ook Rabobank International ontwikkelde in 2004 de eerste e-learningprogramma s. Hiervan maken medewerkers over de hele wereld gebruik. Performance Management in nieuwe CAO De Rabobank en de vakorganisaties sloten op 29 april 2004 een nieuwe CAO voor de periode 1 juli 2004 tot 1 mei 2005. Daarin is onder meer een nieuwe beoordelings- en beloningssystematiek afgesproken. De nieuwe systematiek, Performance Management, is op 1 januari 2005 ingegaan en bevordert resultaatgericht (samen)werken door het afspreken van heldere en meetbare doelstellingen en het daaraan koppelen van het salaris. Begin 2005 zijn de doelen voor 2005 met alle individuele medewerkers afgesproken. In 2006 volgt de eerste beloning op basis van de nieuwe systematiek. Binnen de Rabobank Groep werken meer onderdelen met een vorm van prestatiebeoordeling en variabele beloning, zoals Robeco, Stroeve en Alex. Goed gewaardeerd intern, toonaangevend extern De algemene tevredenheid met het arbeidsklimaat heeft zich in 2004 op een hoog niveau gestabiliseerd. Net als in 2003 was in de Periodieke Opiniepeiling Identiteit en Arbeidsklimaat 85% van alle medewerkers het (helemaal) eens met de stelling alles overwegend ben ik als medewerker tevreden over het werken bij de Rabobank. Een goed resultaat, zeker gezien de vele interne ontwikkelingen. Met 85% doet de Rabobank het beter dan de externe benchmark bestaande uit veertig grote bedrijven (75%) en de benchmark van bedrijven in de financiële sector (70%). De hoge tevredenheid met het arbeidsklimaat uit zich ook in het lage ziekteverzuim, dat in 2004 daalde van 4,1% naar 3,8%. Uit een aantal onderzoeken van externe partijen kwam de Rabobank in 2004 opnieuw naar voren als een van de toonaangevende werkgevers van Nederland. In het Arbeidsvoorwaardenonderzoek van Intermediair eindigde de Rabobank op de derde plaats en in een imago-onderzoek van hetzelfde blad onder schoolverlaters stond de bank op plaats vier. www.rabobankgroep.nl/werken

29 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Kernactiviteiten het geheel is meer dan de som der delen De Rabobank Groep is een financiële dienstverlener op coöperatieve grondslag die uitgaat van het Allfinanzconcept. Aan de basis hiervan staat het retailbedrijf van de lokale Rabobanken. Het concept wordt gecompleteerd door de specialistische kennis en activiteiten van andere groepsonderdelen. De activiteiten van deze onderdelen hebben betrekking op: wholesalebankieren - in Nederland en wereldwijd - met een speciale focus op de (internationale) food & agriwereld; internationaal retailbankieren; vermogensbeheer en beleggen; verzekeren, pensioenen en bedrijfszorg; leasing; vastgoed. Dankzij nauwe samenwerking tussen de groepsonderdelen is er sprake van een grote mate van synergie binnen de Rabobank Groep: het geheel is meer dan de som der delen. Binnenlands retailbankbedrijf Wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf Vermogensbeheer en beleggen Verzekeren Leasing Vastgoed

30 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Kernactiviteiten Lokale Rabobanken en Obvion Binnenlands retailbankbedrijf Gang van zaken Ondanks de beperkte groei van de economie kende het binnenlands retailbankbedrijf een goed jaar. De baten groeiden met 4%, maar door een stijging van de dotaties aan kredietvoorzieningen stond het resultaat onder druk. Het resultaat steeg met 3%. Op de belangrijke hypothekenmarkt hebben de lokale banken marktaandeel moeten inleveren. Obvion won wel terrein, maar dit kon niet voorkomen dat het totale marktaandeel van de groep daalde tot 25,2%. De afgelopen jaren zijn steeds meer klanten gaan bankieren via internet. De website www.rabobank.nl kreeg in 2004 niet alleen de meeste bezoekers, maar werd in december van het verslagjaar door de gebruikers ook uitgeroepen tot de beste financiële website van het jaar. De veranderende behoeften van de klant - meer gebruik van directe kanalen en persoonlijk contact als het de klant uitkomt - hebben geresulteerd in een strategische wijziging van het vestigingenbeleid. Het aantal vestigingen zal in de toekomst afnemen als gevolg van de veranderende vraag. Dit zal echter meer dan volledig worden gecompenseerd door een stijging van het aantal contactpunten, zoals geldautomaten. Markt en klanten De concurrentie op het gebied van financiële dienstverlening in Nederland bleef onverminderd hevig. Dit heeft tot gevolg dat de winstmarges op financiële producten klein zijn en dat de marktaandelen onder druk staan. De economie groeide in 2004 licht, vooral dankzij de gestegen export. Het consumentenvertrouwen dat nodig is voor het doorzetten van de groei was echter onvoldoende. De onzekere consument hield de hand op de knip. Hierdoor namen de besparingen fors toe. Ondanks de kwakkelende economie ontwikkelde de hypotheekmarkt zich positief. De totale kredietverlening van het binnenlands retailbankbedrijf steeg het afgelopen jaar met 10% tot EUR 184,1 (167,7) miljard. Van de kredietverlening is 69% afkomstig van particulieren, 20% van handel, industrie en dienstverlening en 11% van de agrarische sector. Kredietverlening naar sector Particulier 69% HID 20% Agrarisch 11% Particuliere klanten De lokale Rabobanken bieden de particuliere klant een compleet pakket financiële diensten. De klant kan een hypotheek afsluiten, betalen en sparen, maar ook beleggen en verzekeringen afsluiten. Op het gebied van beleggen wordt nauw samengewerkt met Robeco. Schretlen & Co verzorgt het vermogensbeheer voor vermogende klanten van de lokale banken. Interpolis draagt zorg voor de verzekeringsproducten, zowel levensverzekeringen als schadeverzekeringen, zoals de Alles in één Polis. De particuliere kredietverlening steeg het afgelopen jaar met 12% tot EUR 126,3 (113,2) miljard. Marktaandeel hypotheken onder druk Dankzij de lage kapitaalmarktrente en ondanks de zwakke conjunctuur groeide de totale hypothekenmarkt in Nederland, met name door oversluitingen. De hypothecaire kredietverlening van het binnenlands retailbankbedrijf nam in het verslagjaar met 12% toe tot EUR 124,9 (111,2) miljard. De lokale Rabobanken konden de groei van de markt niet bijbenen: het marktaandeel hypotheken daalde van 21,6% in 2003 naar 20,6% in 2004. Obvion, een joint venture van de Rabobank en het ABP die hypotheken via het intermediair verkoopt, zag het marktaandeel wel stijgen, van 4,1% naar 4,6%. Obvion is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Opgeteld kwam het marktaandeel van de lokale Rabobanken en Obvion in 2004 uit op 25,2% (25,7%). Daarmee blijft de Rabobank Groep veruit marktleider op de hypothekenmarkt. Strategie en doelstellingen Streven naar marktleiderschap in alle sectoren van de financiële dienstverlening in Nederland. De dichtbij-bank van Nederland zijn en blijven, zowel fysiek als virtueel. Rapportcijfer klanttevredenheid minimaal 7,5 Uitbreiden fysieke contactpunten naar circa 3.200 Efficiencyratio van 67%

31 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Marktaandeel sparen vergroot De spaarmarkt in Nederland groeide het afgelopen jaar met 8% tot EUR 199,7 miljard. Marktleider Rabobank breidde haar marktaandeel in 2004 uit tot 39%. Een uitstekend resultaat, gezien de sterke concurrentie op de spaarmarkt en het dalende marktaandeel van de afgelopen jaren. Dit is mede te danken aan de introductie van Rabo InternetBonusSparen. Dit product biedt een hogere rente, mits het saldo een heel kwartaal op de rekening blijft staan. Het marktaandeel van de lokale banken bedroeg 36,1% en van Roparco 2,5%. Het totale bedrag aan spaargelden bij de Rabobank Groep bedroeg ultimo 2004 EUR 77,7 (71,6) miljard. Dit is een stijging van 9%. Hiervan is EUR 72,0 (65,8) miljard afkomstig van de lokale Rabobanken. Internetsparen heeft de afgelopen jaren een grote vlucht genomen. Bediening van beleggingsklanten verbeterd Om beleggende klanten beter van dienst te kunnen zijn heeft de Rabobank eind 2003 een reorganisatie van de effectendienstverlening in gang gezet. Er zijn zes serviceconcepten ontwikkeld, die variëren van compleet vermogensbeheer en regelmatig advies tot het geheel zelfstandig beleggen zonder advies. Klanten kiezen het concept dat het best bij hen past. In de loop van het verslagjaar hebben de meeste beleggingsklanten hun keuze gemaakt. Ongeveer de helft koos voor zelfstandig beleggen zonder advies. Klanten gaven aan dat zij bij de Rabobank naast Robecofondsen ook andere beleggingsfondsen willen kunnen afnemen. Daarom is in 2004 het aanbod van fondsbeleggen aanzienlijk uitgebreid. Klanten kunnen nu ook fondsen afnemen van ABN AMRO, ING, Delta Lloyd, Fortis, Fidelity en Merrill Lynch. De helft van de Nederlandse huishoudens bankiert bij lokale Rabobanken De helft van alle huishoudens in Nederland neemt bankdiensten af van de lokale Rabobanken. Dat blijkt uit onderzoek onder 4.000 huishoudens dat het bureau GfK op het gebied van financiële diensten heeft gehouden. Dit is nagenoeg gelijk aan de uitkomsten van het vorige onderzoek in 2002. Gemiddeld bezien hebben huishoudens een relatie met meer dan twee banken. In de jongerenmarkt (0 t/m 17 jaar) onderhoudt meer dan 31% een relatie met de Rabobank. Dit betekent een lichte daling ten opzichte van 2 jaar geleden. Daar staat een stijging tegenover van het percentage welgestelden die de lokale banken als hun primaire bank zien. Dit percentage steeg tot ruim 28% tegenover 26% twee jaar geleden. Daarmee komen de lokale Rabobanken in de markt van welgestelden op de tweede plaats. Zakelijke klanten De lokale Rabobanken werken bij de bediening van hun zakelijke klanten nauw samen met de relatiemanagers en productspecialisten van het wholesalebankbedrijf Rabobank Nederland Corporate Clients (RNCC) en Rabobank International en met Interpolis en De Lage Landen. Voor de grotere zakelijke klanten is, in samenwerking met RNCC, een op maat gesneden allfinanzpakket beschikbaar. Samen met Interpolis zijn de lokale banken leverancier van schade- en inkomensverzekeringen voor het MKB en de agrarische sector. Voor handelsfinanciering kunnen klanten profiteren van de samenwerking tussen de lokale Rabobanken en De Lage Landen. Voor treasuryactiviteiten en dienstverlening in het buitenland, via de zogeheten Dutch Desks, werken de lokale banken samen met Rabobank International. De zakelijke kredietverlening nam in 2004 toe met 6% tot EUR 57,8 (54,5) miljard. Ultimo 2004 was voor EUR 37,7 (35,8) miljard aan kredieten verstrekt aan de sector handel, industrie en dienstverlening. Dit betekent een stijging van 5%. De sterkste groei vond plaats bij de kredietverlening aan non-profitorganisaties en de bouwnijverheid. Aan bedrijven in de gezondheidszorg werden minder kredieten verstrekt. Aan de agrarische sector werd voor in totaal EUR 20,1 (18,7) miljard aan krediet verstrekt. Dit is een groei van 8%. Met name de kredietverlening aan de tuinbouwsector steeg in 2004. Rabobank, dé bank in het midden- en kleinbedrijf Het midden- en kleinbedrijf (MKB) is niet alleen cruciaal voor de Nederlandse economie, maar ook voor het bankbedrijf van de lokale Rabobanken. Zij slaagden er in het verslagjaar niet alleen om de onbetwiste marktleider in het Nederlandse MKB te blijven, maar zelfs om hun marktaandeel nog uit te breiden tot gemiddeld 40% (39%). Die stijging deed zich met name voor bij de eenmansbedrijven, waar het marktaandeel met 2 procentpunt steeg tot 36%. In het middensegment van het MKB (2-9 werkzame personen) steeg het marktaandeel licht tot ruim 43%. In het grootzakelijke MKB (10-99 werkzame personen) bleef het marktaandeel stabiel op 37%. De Rabobank handhaafde ook haar positie als marktleider in alle deelsectoren van het Nederlandse MKB. In de bouw bijvoorbeeld, waar de lokale Rabobanken in 2004 de sterkste kredietgroei boekten, is het marktaandeel meer dan 53%. Deze voor de Rabobank belangrijke bedrijfstak was de afgelopen jaren de sterkst groeiende sector van het MKB. De bouw bestaat uit ruim 73.000 MKB-bedrijven. Dat is 12% van het totale MKB. Het beleid om de marktaandelen van de Rabobank in de grote steden te versterken werpt vruchten af. De lokale banken daar hebben hun MKB-marktaandeel in 2004 vergroot tot ruim 26%. Marktaandeel in het MKB in procenten 50 40 30 20 10 0 eenmanszaak 2-9 werkzame personen 10-99 werkzame personen 2002 2003 2004

32 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Extra focus op starters De Rabobank heeft door haar jarenlange samenwerking met starters een goed inzicht in de vraagstukken en de problematiek waarmee startende ondernemingen te maken krijgen. Om starters op weg te helpen heeft de Rabobank in 2004 een informatieve website ontwikkeld en de Rabo Opstart Lening in het leven geroepen. Het gaat om een lening van maximaal EUR 100.000, waarop een speciale rentekorting wordt gegeven. De Rabo Opstart Lening wordt gesubsidieerd door de Stichting Garantiefonds Rabobanken, die in het leven is geroepen om bedrijfsactiviteiten van de leden van de aangesloten lokale Rabobanken te stimuleren. Daarnaast is er de Rabo Stimuleringslening. Dit is een achtergestelde lening voor doorstartende ondernemingen die wordt verstrekt, als er geen mogelijkheden zijn om op normale bancaire voorwaarden een passende financiering te krijgen. Een ander initiatief voor starters dat de Rabobank in 2004 lanceerde, is Money Meets Ideas. Dit initiatief brengt innovatieve starters en jonge bedrijven die op zoek zijn naar risicodragend kapitaal samen met potentiële investeerders. Samenwerking met koepel- en brancheorganisaties Om te onderstrepen dat het MKB een belangrijke partner is, werkt de Rabobank op diverse terreinen nauw samen met de koepel- en brancheorganisaties. Een mooi voorbeeld is het in het verslagjaar uitgewerkte initiatief tot oprichting van de Stichting Bodemcentrum, waarin de Rabobank samenwerkt met de meest betrokken organisaties in het MKB om de bodemverontreiniging van bedrijventerreinen aan te pakken. Het initiatief wordt beleidsmatig en financieel ondersteund vanuit de overheid, die het probleem van de bodemverontreiniging graag uit de wereld wil helpen. Bedrijven die saneren komen in aanmerking voor overheidssubsidie. De Rabobank heeft veel van deze bedrijven als klant en heeft ook al de nodige ervaring opgedaan met de financiering van bodemsaneringen. Een ander voorbeeld is het MKB-stedenprogramma dat de Rabobank samen met MKB Nederland heeft opgezet. Doel is de komende vier jaar het ondernemersklimaat in veertig steden te verbeteren via concrete aanbevelingen aan de lokale overheden. Ook bracht de Rabobank in samenwerking met MKB Nederland en de Metaalunie de Rabobank Industriemonitor uit. Om de verschillende sectoren binnen het MKB te ondersteunen werden in 2004 diverse marktstudies uitgegeven. Tevens zijn op vele plaatsen in het land tal van bijeenkomsten georganiseerd voor MKB-relaties over onderwerpen als vergrijzing, bedrijfsoverdracht, innovatie en internationalisering. Uitgebreid aandacht voor internationalisering in het MKB Toenemende internationalisering was ook het centrale thema van de jaarlijkse publicatie Cijfers & Trends waarin de Rabobank 75 branches uit het MKB onder de loep neemt. Daarin stelt de bank dat ook het MKB over de grenzen heen moet kijken. Uit onderzoek blijkt dat bedrijven die hiervoor openstaan hun concurrentiepositie verbeteren en doorgaans ook sneller groeien dan bedrijven die alleen op de binnenlandse markt actief zijn. De lokale Rabobanken zetten regionaal International Business Consultants in om bedrijven te voorzien van algemene buitenlandinformatie en om te adviseren over internationaal betalingsverkeer en cashmanagement, internationaal risicobeheer en investeringsplanning. In de voor het Nederlandse MKB belangrijkste landen van Europa bedient de Rabobank klanten vanuit speciale Dutch Desks met Nederlandstalige medewerkers die de lokale gewoonten en regelgeving kennen. Meer dan 100 jaar onbetwist marktleider in de agrarische sector De wortels van de Rabobank liggen in de Nederlandse agrarische sector. Met een marktaandeel van 84% is de bank hierin al meer dan 100 jaar de onbetwiste marktleider. Ook is de Rabobank marktleider als financier van de internationalisering van de Nederlandse food & agribusiness. Deze door haar afkomst bepaalde positie brengt met zich mee dat de Rabobank de Nederlandse boeren en tuinders en het hele food & agricomplex daaromheen beschouwt als een belangrijke strategische doelgroep, die recht heeft op een zeer toegespitste benadering. Verdere clustering van food & agri-expertise Met het oog daarop heeft in 2004 een verdere clustering van de food & agri-expertise plaatsgevonden binnen Rabobank Nederland. Eerder al werden de regie van de agrarische marktondersteuning van de lokale Rabobanken en de marktbewerking van het food & agricomplex vanuit Rabobank Nederland Corporate Clients in één hand gebracht. In het verslagjaar is daar nog aan toegevoegd de eenheid food & agriresearch van Rabobank International. Door alle binnen de Rabobank Groep beschikbare food & agri-expertise te bundelen, is een optimaal werkend kenniscentrum ontstaan, waarvan zowel de klanten van de lokale Rabobanken als die van het wereldwijde netwerk van Rabobank International kunnen profiteren. Versterkte aandacht voor boer en tuinder Om aan de toegespitste benadering van de Nederlandse boer en tuinder verder invulling te geven, heeft de Rabobank het afgelopen jaar veel energie gestoken in de ondersteuning van agrarische ondernemers bij het vormen van een visie op de toekomstmogelijkheden van hun bedrijf. Met inzet van een heel scala aan eigen mensen, van sectorspecialisten en -onderzoekers tot en met leden van de raad van bestuur, heeft de Rabobank in een groot aantal bijeenkomsten, vaak gevolgd door landelijke publiciteit, agrarische ondernemers gestimuleerd zich te oriënteren op hun toekomst. De onderwerpen daarbij varieerden van agrarisch ondernemerschap in een veranderend Europees perspectief, via voorlichting over de mogelijkheden van de vernieuwde aardappeltermijn-

33 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten markt tot bedrijfsovername en bedrijfsbeëindiging. In het oog sprong daarbij de in 2004 gepubliceerde, zowel landelijk als lokaal ingezette, studie over de economisch voor Nederland en de Rabobank zeer belangrijke melkveehouderij. In deze studie met als titel Tussen passie en pressie concludeert de Rabobank dat vooral de factor arbeid een knellend punt zal zijn in het overigens positieve perspectief voor de melkveehouderij in Nederland. De Rabobank heeft zich in 2004 ook ingezet voor een positieve beeldvorming rond de agrarische sector. Daartoe werden landelijke initiatieven ondersteund, zoals Vrienden van het Platteland en Kom in de Kas, maar ook bedrijfsmatige vernieuwingsprojecten als Agro & Co en het Gesloten Kas Project. In het najaar van 2004 heeft de Rabobank - zowel financieel als inhoudelijk - intensief meegewerkt aan het verrassend goed bekeken tv-programma Nederland in Bedrijf, waarin de verworvenheden van de agrarische sector bij een groot publiek onder de aandacht werden gebracht. In goede en slechte tijden De versterkte aandacht voor de agrarische sector werd mede ingegeven door de slechte prijsvorming over de hele breedte van de land- en tuinbouw. De Rabobank wil een bank van en voor de agrarische ondernemers zijn in goede tijden, maar ook in slechte tijden. Als zich financiële problemen voordoen, wordt samen met de klant voortdurend gezocht naar de beste oplossingen. Vanwege haar uitzonderlijke positie als agrarische kennisbank kan de Rabobank daarbij maatwerkoplossingen bieden, die specifiek zijn toegesneden op de ondernemer en zijn bedrijf. Deze benadering oogst met name waardering in de context van de daling van het aantal agrarische bedrijven. De daling bedroeg 2% in 2004, waarbij gemengde bedrijven en tuinbouwbedrijven de negatieve uitschieters waren. De klanttevredenheid in de agrarische sector is dan ook uitzonderlijk hoog. Meer dan driekwart van de agrarische klanten is tevreden over de door de Rabobank aangeboden dienstverlening. De klantloyaliteit is in deze economisch onzekere tijd zelfs toegenomen tot 66%. Kredietverlening steeg opnieuw De kredietverlening aan de land- en tuinbouw is in het verslagjaar opnieuw gegroeid. Opvallend was dat de vraag naar groene financiering voor duurzame investeringen verder is toegenomen. Het betrof vooral investeringen in de zogenaamde Groen Label Kassen, windenergie en agrarisch natuurbeheer. De vraag naar groenfinanciering voor de biologische sector bleef stabiel. Nieuw vestigingenbeleid De klantbehoeften zijn de afgelopen jaren sterk veranderd. Klanten stellen persoonlijk contact en maatwerkadvies nog steeds op prijs, maar maken voor de dagelijkse bankzaken grotendeels gebruik van de directe kanalen, zoals internet, telefoon en automaat. Het aantal persoonlijke contactmomenten is de afgelopen 25 jaar drastisch verminderd: van 260 miljoen in 1980 tot naar verwachting 10 miljoen in 2005. Met het oog daarop heeft de Rabobank in 2004 een nieuw vestigingenbeleid geformuleerd. De lokale Rabobanken zullen, naast een beperkter aantal kantoren waar klanten terechtkunnen voor specialistisch advies en voor meer gestandaardiseerde adviesproducten zoals hypotheken en levensverzekeringen, in toenemende mate gaan beschikken over servicepunten voor eenvoudige geldhandelingen en standaardproducten. Als gevolg van de verder toenemende populariteit van elektronische bankcontacten zal het aantal kantoren de komende jaren verder afnemen. Dit zal echter worden gecompenseerd door een stijging van het aantal geldautomaten op openbare locaties, Rabobank GeldPunten in winkels en het aantal plaatsen waar de Rabobank aanwezig is in ServiceWinkels. Dat zijn multifunctionele loketten voor gemeentelijke diensten en diensten op het gebied van financiën, post, wonen, werken en gezondheidszorg. Het totale aantal contactpunten waaronder vestigingen, ServiceWinkels en geldautomaten op openbare locaties nam toe met 165 tot 2.965. Dit aantal zal de komende jaren verder stijgen, naar verwachting met 10% tot circa 3.200. Op deze manier blijft de Rabobank ook in de toekomst de dichtbijbank. Contactmomenten Rabobank in miljoenen 500 400 300 Totale bankcontacten 200 Gebruik directe kanalen 100 Bezoek vestiging 0 10 miljoen in 2005 80 85 90 95 00 05 10 Klanttevredenheid blijft op hoog niveau In een onderzoek naar de klanttevredenheid kregen de de lokale Rabobanken van particuliere klanten wederom het mooie rapportcijfer van 7,7 (7,7). Met name de betrouwbaarheid, de kennis en het persoonlijke advies werden door de klant gewaardeerd. De zakelijke klanten waardeerden de dienstverlening het afgelopen jaar met een rapportcijfer van 7,5 (7,4). Deze cijfers zijn niet onverdienstelijk tegen de achtergrond van geluiden in de samenleving als zou de dienstverlening van banken steeds verder verschralen. Met betrekking tot de lokale Rabobanken is dit zeker niet het geval. Klanten van de Rabobank kunnen pinnen binnen een straal van gemiddeld 1,5 kilometer. Voor basisdiensten kunnen klanten terecht binnen een straal van gemiddeld 3 kilometer en voor meer complexe financiële diensten binnen een straal van gemiddeld 10 kilometer. Daarnaast voorziet de Rabobank structureel in een aantal diensten die haar klanten in staat stellen om zo lang en zo goed mogelijk, zelfstandig aan het betalingsverkeer deel te blijven nemen.

34 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Dichtbij ook via de directe kanalen De Rabobank wil niet alleen fysiek dichtbij zijn, maar ook via de directe distributiekanalen van de virtuele Rabobank. De gebruikers daarvan blijken die virtuele bereikbaarheid zeer te waarderen. Het Nederlandse publiek verkoos www.rabobank.nl in december 2004 tot de financiële website van het jaar. Met maandelijks bijna twee miljoen unieke bezoekers is de Rabobanksite veruit de meest bezochte financiële internetsite van Nederland. Financieel Stijging van het resultaat Het binnenlands retailbankbedrijf realiseerde in 2004 een bedrijfsresultaat voor belastingen van EUR 1.524 (1.479) miljoen. Dit is een stijging met 3%. De baten stegen met 4% tot EUR 5.398 (5.173). De batenstijging blijft daarmee achter in vergelijking met voorgaande jaren en in vergelijking met de groei van de kredietverlening. De belangrijkste verklaring hiervoor is een duidelijk krappere rentemarge. Als gevolg van de lage kapitaalmarktrente hebben klanten de afgelopen jaren veel hypotheken vervroegd afgelost of opnieuw gefinancierd tegen een lagere rente. Op korte termijn betekent dit extra baten maar op langere termijn vertaalt dit zich in lagere rentebaten. De stijging van de rentewinst bleef mede hierdoor beperkt tot 3% tot EUR 4.309 (4.193) miljoen. De provisies stegen met 9% tot EUR 1.022 (935) miljoen door hogere effecten- en assurantieprovisies en provisies uit hoofde van het betalingsverkeer. De bedrijfslasten namen met EUR 95 miljoen toe tot EUR 3.575 (3.480) miljoen. Dit is een stijging van 3%. De personeelskosten daalden met 1% tot EUR 1.666 (1.680) miljoen. De loonsverhogingen en een eenmalige uitkering konden meer dan volledig worden gecompenseerd door een daling van het aantal fte s met 904. De andere bedrijfslasten stegen met 6% tot EUR 1.909 (1.800) miljoen. Deze stijging wordt grotendeels veroorzaakt door investeringen in een nieuw marketingsysteem. De efficiencyratio bedroeg in het verslagjaar 66,2% (67,3%). Hiermee voldoet het binnenlands bankbedrijf aan de meerjarige doelstelling. De post waardeveranderingen van vorderingen steeg met EUR 85 miljoen tot EUR 299 miljoen. Deze stijging is het resultaat van de nog steeds matige economische omstandigheden en het hoge aantal faillissementen in Nederland. De dotatie in procenten van de gemiddelde risicogewogen activa bedroeg 25 (19) basispunten. IFRS De impact van de invoering van IFRS op het resultaat zal naar verwachting beperkt zijn. De belangrijkste wijzigingen zijn het anders verantwoorden van resultaten op derivatenposities. Ook het balanstotaal zal als gevolg van de overgang naar IFRS niet veel veranderen. Aangezien het renterisico op groepsniveau wordt afgedekt, heeft dit nauwelijks consequenties voor het resultaat van het binnenlands retailbankbedrijf. Ambities en vooruitzichten voor 2005 Behalve op behoud van haar bestaande dominante marktaandelen zal de Rabobank zich in 2005 vooral toeleggen op een versterking van de positie in de grote steden en op de bovenkant van de particuliere en zakelijke markt. De op kwaliteitsverhoging en efficiencyverbetering gerichte schaalvergroting van de lokale Rabobanken via onderlinge fusies zal in 2005 onverminderd doorgaan. De verwachting is dat het aantal lokale banken - 288 ultimo 2004 - in het jaar 2005 met 15-20% zal afnemen. Dit staat echter los van het aantal bedieningspunten, dat de komende jaren alleen maar zal groeien. Indien de groei van de kredietverlening in lijn blijft met de groei van 2004 is een resultaatsverbetering van 10% mogelijk ondanks een te verwachten lagere rentemarge. www.rabobank.nl en www.obvion.nl Resultaten (in miljoenen euro s) 2004 2003 Mutatie Rente 4.309 4.193 3% Provisie 1.022 935 9% Overige baten 67 45 49% Totale baten 5.398 5.173 4% Personeelskosten 1.666 1.680-1% Andere bedrijfslasten 1.909 1.800 6% Totale lasten 3.575 3.480 3% Brutoresultaat 1.823 1.693 8% Waardeveranderingen van vorderingen 299 214 40% Bedrijfsresultaat vóór belastingen 1.524 1.479 3% Balansgegevens (in miljarden euro s) Balanstotaal 201,8 183,8 10% Omvang kredietverlening 184,1 167,7 10% Spaargeld 71,9 65,8 9% Totaal gewogen posten 124,7 116,1 7% Klanttevredenheid Klanttevredenheid particulieren 7,7 7,7 - Klanttevredenheid bedrijven 7,5 7,4 - Risicokosten (in basispunten) 25 19 32% Aantal fte s 28.970 29.874-3% Marktaandelen Hypotheken 25% 26% - Agrarische sector 84% 85% - Handel, Industrie en Dienstverlening 40% 39% - Sparen 39% 38% -

35 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Kernactiviteiten Rabobank International, Rabobank Nederland Corporate Clients Wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf Gang van zaken Het wholesalebankbedrijf (in Nederland en internationaal) van de Rabobank Groep, inclusief het daarin opgenomen internationale retailbankbedrijf, kan tevreden terugzien op het afgelopen jaar. Dit bedrijfsonderdeel, bestaande uit Rabobank International en Rabobank Nederland Corporate Clients, is voorspoedig gegroeid. Rabobank International is verantwoordelijk voor het wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf, Rabobank Nederland Corporate Clients tekent voor de wholesaleactiviteiten in de Nederlandse grootzakelijke markt. Het balanstotaal van het wholesalebedrijf, inclusief internationaal retailbedrijf nam toe met 28%. Het resultaat vóór belastingen steeg met 40% tot EUR 908 miljoen. Met het nemen van een belang van 35% in de Poolse bank BGZ en het uitspreken van de intentie om een meerderheidsbelang te nemen in de Turkse Sekerbank heeft de Rabobank Groep in 2004 belangrijke stappen gezet om haar internationale retailgroeiambities verder in te vullen. De stap in Polen werd gezet in samenwerking met de EBRD, die voor 15% deelneemt. Het medio 2004 aangekondigde voornemen tot overname van Farm Credit Services of America kon helaas niet worden gerealiseerd. Markt en klanten In 2004 trok de wereldwijde economie verder aan. De internationale ontwikkelingen werden voor een groot deel beheerst door de stijging van de olieprijzen en een daling van de dollar. Als gevolg van de lage dollar-eurokoers is de kredietverlening in Amerika in euro s gemeten licht gedaald. In dollars gemeten was er sprake van een lichte groei. De kredietvraag in de VS nam minder toe door de gestegen kapitaalmarktrente. Dit neemt niet weg dat de kredietverlening van Rabobank International in de VS aan de grote bedrijven in de food & agribusiness het afgelopen jaar flink is toegenomen. De klantenportefeuille van het food & agri-wholesalebedrijf in de VS noteerde een recordgroei van 15%. Totale kredietverlening licht gedaald De totale kredietverlening daalde met EUR 0,5 miljard tot EUR 46,8 (47,3) miljard. Dit komt overeen met een afname van 1%. De daling is toe te schrijven aan wisselkoersmutaties. In lokale valuta s was sprake van een lichte stijging. De toename van de kredietverlening in lokale valuta s is hoofdzakelijk te danken aan de groei van de internationale retailactiviteiten. De kredietverlening van Structured Finance en van Global Financial Markets daalde. De kredietverlening aan de agrarische sector bleef met EUR 15,2 miljard gelijk aan 2003. Deze sector neemt hiermee 32% van de totale kredietverlening voor haar rekening. De kredietverlening aan handel, industrie en dienstverlening daalde met 4% tot EUR 29,2 (30,5) miljard. Van de kredietverlening is 33% afkomstig uit Nederland. De rest van Europa is verantwoordelijk voor 25% tegenover 20% eind 2003. De stijging in Europa is grotendeels toe te schrijven aan de toegenomen kredietverlening bij ACCBank. Kredietverlening naar regio Nederland 33% Rest van Europa 25% Amerika 18% Australië 18% Azië 6% Strategie en doelstellingen Versterken van de wholesaleactiviteiten in de belangrijkste food & agrilanden van de wereld via autonome groei. Versterken van de internationale retailactiviteiten gericht op food & agrimarkt, MKB en particulieren, via deelneming in en/of acquisitie van kleinere partijen met een sterke positie in de niet-stedelijke gebieden en/of agrarische sectoren van veelbelovende landen. Versterken van de positie in de Nederlandse grootzakelijke markt. Op lange termijn maken de internationale retailactiviteiten 50% uit van het resultaat van Rabobank International Jaarlijkse verbetering van het bedrijfsresultaat vóór belastingen van 10-15%

36 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Kredietverlening naar sector HID 63% Agrarisch 32% Particulier 5% Het (internationale) wholesalebedrijf Organisatie gewijzigd De organisatie van het wholesalebedrijf is in 2004 gewijzigd met als doel de klantenfocus te vergroten en de marktpositie te verbeteren. De voorheen afzonderlijk opererende Group Treasury is grotendeels opgegaan in Rabobank International, die op haar beurt de samenwerking met Rabobank Nederland Corporate Clients (RNCC) heeft geïntensiveerd. Waar bij Rabobank International de focus voornamelijk is gericht op het buitenland, ligt de focus bij RNCC op de Nederlandse markt en op het ondersteunen van de lokale Rabobanken op de grootzakelijke markt. RNCC richt zich op ondernemingen met meer dan 20 werknemers en een omzet van meer dan EUR 10 miljoen in Nederland en maakt daarbij gebruik van de financiële producten die Rabobank International in huis heeft. Rabobank International De wholesaleactiviteiten van Rabobank International in het buitenland zijn geografisch verdeeld in verschillende regio s. Qua producten wordt een aantal global productgroepen onderscheiden, zoals Corporate Finance, Global Financial Markets en Equities. Elke regio is daarnaast zelf verantwoordelijk voor de producten kredietverlening en handelsfinanciering. De portefeuille van Rabobank International bestaat voorts uit participaties in de fondsen van Gilde, de venture-capitaldochter van de Rabobank Groep. Corporate Finance De kredietverlening van de Rabobank wordt aangevuld met een breed scala aan corporate finance producten zoals structured finance, leveraged finance en project finance. Hierbij wordt nauw samengewerkt met andere dochterondernemingen en de lokale Rabobanken. Structured Finance levert op maat gestructureerde transancties gericht op zowel de actief- als passiefzijde van de balans. Leveraged finance is internationaal gezien een grote speler op de agrarische markt, maar ook in andere sectoren is de Rabobank actief. In 2004 is de portefeuille gegroeid in het bijzonder door transacties voor Advanta en Milk Link. De Rabobank hecht veel waarde aan duurzaam en verantwoord ondernemen. In 2004 is vanuit project finance een aantal transacties afgesloten voor klanten van de lokale Rabobanken, gericht op duurzame energie (windmolenparken) en groen gelabelde glastuinbouw, waarbij de financiering door Rabobank Groenbank is verstrekt. Global Financial Markets Global Financial Markets (GFM), waarin alle activiteiten van het voormalige Group Treasury zijn opgegaan, met uitzondering van de langetermijnfundingactiviteiten, opereert zoals de naam al zegt op de internationale financiële markten. GFM is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het liquiditeitsbeleid van de Rabobank Groep en adviseert bedrijven bij de uitgifte van obligaties, schuldbewijzen en andere financieringsconstructies zoals kredietderivaten. Verder dekt GFM de krediet-, renteen valutarisico s af voor klanten en voor de Rabobank Groep. Speciaal voor de klanten van de lokale Rabobanken heeft GFM in 2004 een Asset Backed Inflatie Obligatie geplaatst. De totale omvang bedroeg EUR 535 miljoen. Dit product biedt beleggers compensatie voor het inflatierisico, doordat zowel de rentebetalingen, als de hoofdsom zijn gekoppeld aan een Europese inflatiemaatstaf. GFM ontwikkelt ook regelmatig producten voor dochterondernemingen van de Rabobank Groep, zoals Obvion en Stroeve. Zo heeft GFM een deel van Obvions hypothekenportefeuille gesecuritiseerd. Equities Equities is het competentiecentrum van de Rabobank Groep voor aandelenproducten en -diensten, die zowel voor de klanten van de lokale Rabobanken worden ontwikkeld als voor internationale retailklanten en vermogensbeheerders. Voorbeelden van deze producten en diensten zijn aandelenemissies, mergers & acquisitions, aandelensales & aandelentrading, aandelenderivaten en aandelenresearch. De vraag naar aandelenproducten nam in het verslagjaar weer toe. Met name de vraag naar garantieproducten stond sterk in de belangstelling. Zo werd speciaal voor retailklanten van ACCBank in Ierland het beleggingsproduct SolidWorld Bonds geplaatst voor een totaalbedrag van EUR 334 miljoen. Dit product heeft een gegarandeerde hoofdsom en het rendement is gekoppeld aan de waardeontwikkeling van een twaalftal grote aandelenfondsen. Rabobank Nederland Corporate Clients Naast de bediening van de eigen klantengroep, bestaande uit de grote Nederlandse corporates, heeft Rabobank Nederland Corporate Clients (RNCC) ook tot taak de lokale Rabobanken te ondersteunen bij de bediening van de grootzakelijke markt. Daartoe werkt RNCC ook nauw samen met productleverancier Rabobank International, die zowel in Nederland als internationaal actief is op de financiële markten en op het gebied van corporate finance, alsmede met haar dochter Rabo

37 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Securities die zich richt op de Nederlandse aandelenmarkt. Mede dankzij de inspanningen van RNCC is het marktaandeel van de Rabobank Groep in het grootzakelijke segment de afgelopen vijf jaar sterk gestegen. RNCC richt zich in lijn met de wereldwijde nichestrategie van de Rabobank op de grote Nederlandse food- & agribedrijven en is tevens belast met de regie van de marktbewerking van het gehele food & agridomein in Nederland. De Rabobank heeft vanouds een bijzondere focus op instellingen in de gezondheidszorg, onderwijsinstellingen en overheidsorganisaties en is daarnaast zeer actief in de voor Nederland traditionele sectoren binnen handel, industrie & dienstverlening. RNCC is actief op alle hiervoor genoemde speelvelden van de Rabobank en vervult hierbij een sterk ondersteunende rol voor de lokale Rabobanken met behulp van regioteams die gespecialiseerd zijn in de diverse klantengroepen. RNCC heeft in 2004 een sterke verdere ontwikkeling laten zien als innovatief bankier op terreinen als acquisitiefinanciering, financiële logistiek, weerderivaten en CO 2 -emissierechten. Het internationale retailbankbedrijf De internationale retailbankactiviteiten hebben in 2004 een sterke groei doorgemaakt. De kredietverlening van het internationale retailbankbedrijf steeg met 30% tot EUR 13,2 (10,1) miljard. De belangrijkste groei komt voor rekening van ACCBank, die haar kredietverlening met meer dan de helft zag toenemen. De retailactiviteiten in Australië/Nieuw- Zeeland en de Verenigde Staten groeiden met respectievelijk 16% en 22%. Van de totale kredietverlening van het internationale bankbedrijf is 28% afkomstig uit retailactiviteiten. De verwachting is dat dit percentage de komende jaren verder zal stijgen. Ontwikkeling kredietverlening internationale retailbankactiviteiten in miljarden euro s 6 5 4 3 2 1 0 Australië/ Nieuw-Zeeland Europa Verenigde Staten 2003 2004 Nieuwe samenwerking met banken in Polen en Turkije De uitbreiding van het internationale retailbankbedrijf is een belangrijk onderdeel van de internationale (groei)strategie van de Rabobank Groep. Deze strategie wordt uitgevoerd door Rabobank International, die ook verantwoordelijk is voor de participaties en acquisities die in dit verband plaatsvinden. De Rabobank Groep richt zich bij de internationale expansie op retailgebied op kleinere financiële spelers in veelbelovende landen, die buiten de grote steden een sterke positie hebben in de agrarische sector of in het midden- en kleinbedrijf en op particulieren. Het afgelopen jaar is hieraan verder invulling gegeven via autonome groei en acquisities. Het medio 2004 aangekondigde voornemen tot overname van Farm Credit Services of America (FCSA) kon helaas niet worden gerealiseerd als gevolg van de grote politieke druk die op deze coöperatieve landbouwbank werd uitgeoefend om het door de Amerikaanse overheid gecontroleerde Farm Credit System niet te verlaten. In Europa had de Rabobank Groep het afgelopen jaar meer succes. Eind 2004 werd een belang van 35% in de Poolse bank BGZ genomen. BGZ heeft 300 kantoren verspreid over het land en is de belangrijkste bank in Polen in de agrarische sector. Het is de bedoeling op de langere termijn een meerderheidsbelang in BGZ te verwerven. Eind 2004 kondigde de Rabobank Groep ook aan een strategische samenwerking te starten met de Turkse Sekerbank. De Sekerbank is opgericht als bank van suikercoöperaties, maar biedt buiten de Turkse agrarische sector inmiddels ook financiële diensten aan particulieren en het MKB. De Sekerbank heeft 200 kantoren verspreid over heel Turkije. De intentie is om ook in de Sekerbank een meerderheidsbelang te nemen. Financieel Resultaat +40% Het bedrijfsresultaat vóór belastingen steeg in 2004 met 40% tot EUR 908 (649) miljoen. Dit uitstekende groeicijfer was behalve aan een stijging van de baten met name te danken aan de forse daling van de post waardeveranderingen van vorderingen. De totale baten namen met EUR 208 miljoen toe tot EUR 2.162 (1.954) miljoen. Dit is een stijging van 11%. Goede resultaten van de verkoop van een aantal participaties door Gilde stuwden de opbrengsten uit effecten en deelnemingen omhoog. Ongeveer 27% van de baten is afkomstig uit Nederland, 33% is gerealiseerd in de rest van Europa, 24% in Amerika en de overige 16% in de rest van de wereld. De baten van Corporate Finance daalden met EUR 4 miljoen tot EUR 294 miljoen. De inkomsten van Global Financial Markets namen met 12% toe tot EUR 531 (476) miljoen mede dankzij gestructureerde producten zoals de Asset Backed Inflatie Obligatie. De baten van de productgroep Equities stegen met EUR 27 miljoen tot EUR 105 miljoen. Na enkele moeilijke jaren verbeterde het aandelenklimaat weer licht. Bovendien heeft Equities met het aanbieden van garantieproducten goed ingespeeld op de veranderende behoefte van de beleggende retailklant.

38 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten De inkomsten uit de internationale retailactiviteiten bedroegen het afgelopen jaar EUR 370 (285) miljoen, hetgeen overeenkomt met 17% van de totale baten. Van de totale inkomsten is 43% afkomstig uit de food & agrisector. Baten naar regio Nederland 27% Rest van Europa 33% Amerika 24% Australië 10% Azië 6% Ambities en vooruitzichten voor 2005 Het komende jaar zal verder worden gebouwd aan de verbreding van de mondiale food & agri franchise. De beoogde uitbreiding van de internationale retailpositie is daaraan mede instrumenteel. De Rabobank Groep wil haar positie in dit verband versterken in de VS en in Centraalen Oost-Europa. Het is eveneens de bedoeling dat in 2005 de meerderheid in de Turkse Sekerbank wordt verworven. De activiteiten gericht op versterking van de positie in de Nederlandse grootzakelijke markt zullen met kracht worden voortgezet. De vooruitzichten van het internationale wholesale- en retailbedrijf zijn goed. Gestreefd wordt naar een resultaatverbetering van minimaal 10%. De totale lasten namen met 16% toe tot EUR 1.120 (967) miljoen. De stijging is met name toe te schrijven aan hogere personeelskosten en hogere andere bedrijfslasten als gevolg van de sterke groei van de internationale retailactiviteiten. Het aantal fte s steeg van 5.252 naar 5.499. www.rabobank.com Door het wereldwijde economische herstel en een vrijval van voorzieningen daalde de post waardeveranderingen van vorderingen met EUR 146 miljoen tot EUR 138 miljoen. Gerelateerd aan de gemiddelde risicogewogen activa komen de risicokosten uit op 35 (76) basispunten. IFRS Het balanstotaal zal door de overgang naar IFRS licht stijgen. Dit is het gevolg van het feit dat alle derivatenposities op de balans tegen marktwaarde zijn opgenomen in plaats van alleen de posities in de handelsportefeuille. De volatiliteit van het resultaat zal naar verwachting toenemen. In vergelijking met Dutch GAAP zal de resultatenrekening op enkele posten substantieel veranderen. Onder IFRS moeten enkele participaties van Gilde geconsolideerd moeten worden, hetgeen zal resulteren in een stijging van de niet-bancaire baten en lasten. Ook dient een aantal structuren anders verantwoord te worden in de resultatenrekening. Als gevolg hiervan zullen de baten en het belang van derden per saldo lager uitvallen in vergelijking met Dutch GAAP. Het gaat hier met name om verschuivingen in de resultatenrekening. De invloed op de nettowinst zal daardoor relatief beperkt zijn. Resultaten (in miljoenen euro s) 2004 2003 Mutatie Rente 1.115 1.120 0% Provisie 376 315 19% Overige baten 671 519 29% Totale baten 2.162 1.954 11% Personeelskosten 675 598 13% Andere bedrijfslasten 445 369 21% Totale lasten 1.120 967 16% Brutoresultaat 1.042 987 6% Waardeveranderingen van vorderingen 138 284-51% Waardeveranderingen van financiële vaste activa -4 54-107% Bedrijfsresultaat vóór belastingen 908 649 40% Balansgegevens (in miljarden euro s) Balanstotaal 329,1 257,6 28% Omvang kredietverlening 46,8 47,3-1% Totaal gewogen posten 42,3 38,8 9% Risicokosten (in basispunten) 35 76-54% Aantal fte s 5.499 5.252 5%

39 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Kernactiviteiten Robeco Groep, Schretlen & Co, Effectenbank Stroeve, Alex, International Private Banking & Trust Vermogensbeheer en beleggen Gang van zaken De vermogensbeheeractiviteiten van de Rabobank Groep hadden aan 2004 een goed jaar, ondanks de matige koersstijgingen op de effectenbeurzen. Het beheerd en bewaard vermogen steeg met 6% tot EUR 195 miljard en het bedrijfsresultaat vóór belastingen met 15% tot EUR 197 miljoen. Alex stond het afgelopen jaar volop in de belangstelling. Het bedrijf werd uitgeroepen tot de beste dienstverlener op het gebied van online beleggen en wist daarnaast nog twee aansprekende prijzen te winnen. De performance van de beleggingsfondsen van Robeco liet een gemengd beeld zien. De vastrentende fondsen deden het uitstekend in vergelijking met concurrerende fondsen. Het belangrijkste aandelenfonds, Robeco, wist de benchmark niet te verslaan. Met het Belgische KBC werd medio 2004 een samenwerking gestart op het gebied van de verwerking van effectentransacties. Markt en klanten Van spectaculaire koersstijgingen was in 2004 geen sprake. De koersen op de aandelenbeurzen stegen licht. Het beursklimaat werd in negatieve zin beïnvloed door een daling van de koers van de Amerikaanse dollar en een stijging van de olieprijs. Aangezien het Nederlandse bedrijfsleven in hoge mate gevoelig is voor koersdalingen van de dollar, bleef de Nederlandse beursindex achter bij andere internationale indices. Voor beleggers in obligaties en vastgoed was 2004 een goed jaar. De dalende kapitaalmarktrente had een positieve invloed op de koersen van obligatie- en vastgoedproducten. De belangstelling voor beleggen is het afgelopen jaar weer licht toegenomen. Niettemin zijn particuliere beleggers nog voorzichtig, gezien de forse koersdalingen in het recente verleden. Speciaal voor deze klanten werden garantieproducten ontwikkeld. Deze producten stellen klanten in staat positieve rendementen te behalen, terwijl het neerwaartse risico wordt beperkt of uitgesloten. Veel particuliere klanten hebben deze producten in het verslagjaar afgenomen. Beheerd en bewaard vermogen toegenomen Het beheerd en bewaard vermogen van de Rabobank Groep nam in 2004 met EUR 11 miljard toe tot EUR 195 (184) miljard. Het bestaat voor EUR 55 (52) miljard uit de eigen beleggingsportefeuille. Het klantenvermogen heeft voor ruim EUR 20 (19) miljard betrekking op het door Interpolis beheerd vermogen van pensioenfondsen van derden en voor EUR 120 (113) miljard op klantenvermogen dat beheerd en bewaard wordt door de lokale Rabobanken en de overige dochterondernemingen van Rabobank Nederland, zoals de Robeco Groep. De toename van het klantenvermogen is het saldo van EUR 8 miljard aan beleggingsresultaten plus EUR 3 miljard aan instroom van nieuw vermogen, verminderd met EUR 3 miljard als gevolg van de daling van de dollarkoers en het restant betreft overige mutaties, waaronder dividend- en rentebetalingen. Ontwikkeling beheerd en bewaard vermogen van klanten in miljarden euro s 144 140 136 132 128 124 120 31 december 2003 Bruto cashflow Beleggingsresultaten Valutaresultaten Interest, dividend en overig 31 december 2004 Lichte daling aantal orders Het aantal uitgevoerde orders van de Rabobank Groep daalde in het verslagjaar met 2% tot 5,6 (5,7) miljoen. In 2004 was een duidelijke verschuiving zichtbaar van effecten naar huisfondsen. Bij de lokale banken nam het aantal effectenorders af met 16%, wat gecompenseerd werd door een stijging van het aantal huisfondsenorders met 18%. Alex liet een daling van het aantal orders zien met 5%, met name door minder Strategie en doelstellingen Streven naar een hoge kwaliteit van dienstverlening voor alle typen beleggingsklanten. Versterken van de positie van de Rabobank Groep op de markt voor welgestelden via de dochters. In het buitenland de positie consolideren en het distributienetwerk op selectieve wijze uitbreiden. 60% van de beleggingsfondsen verslaat de benchmark Jaarlijkse stijging van het bedrijfsresultaat vóór belastingen van 15% Verbreden aanbod van innovatieve producten en diensten

40 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten futurestransacties. Robeco Groep zag het aantal transacties in Nederland met 14% groeien door toenemende belangstelling voor de huisfondsen. Joint venture met KBC Bank De Rabobank Groep en de Belgische KBC Bank hebben in juni 2004 bekend gemaakt dat zij hun krachten gaan bundelen bij de verwerking van effectentransacties van particulieren. De samenwerking, in de vorm van een joint venture, beoogt meer kwaliteit en flexibiliteit te bieden en kosten te besparen. De joint venture zal medio 2005 operationeel worden. In de loop van 2005 zal ook de verwerking van effectenorders binnen de Rabobank Groep worden gecentraliseerd. Nu gebeurt dit apart bij Robeco Groep, Alex, Effectenbank Stroeve en Schretlen & Co. Bediening van de markt De Rabobank Groep richt zich zowel op particuliere als op institutionele beleggers. De kleinere institutionele klanten kunnen terecht bij Schretlen & Co. Grotere institutionele klanten worden bediend door Robeco. De klanten van de lokale banken kunnen via serviceconcepten aangeven op welke manier ze willen beleggen. De actieve particuliere onlinebelegger kan terecht bij Alex. Bij Robeco kan in fondsen belegd worden, maar ook in individuele aandelen. Effectenbank Stroeve richt zich op de actieve belegger die minimaal over een vrij belegbaar vermogen beschikt van EUR 150.000. Het topsegment (vanaf EUR 500.000) wordt bediend door Schretlen & Co. In het buitenland worden internationale private-bankingklanten bediend via de Zwitserse Bank Sarasin & Cie, waarin de Rabobank Groep een 28%-belang heeft en via derdendistributie van de producten van Robeco en haar Amerikaanse dochters. Robeco Groep Gemengde resultaten Het beheerd vermogen van Robeco Groep steeg in 2004 met 5% tot EUR 113 (108) miljard. Meer dan de helft van het beheerd vermogen van Robeco is van institutionele klanten, waaronder ook Interpolis. Ongeveer 33% is afkomstig van de Amerikaanse dochters Robeco USA en Harbor Capital Advisors. Met name Harbor Capital Advisors was het afgelopen jaar zeer succesvol. Dankzij de goede performance van zijn fondsen realiseerde Harbor Capital Advisors een cashflow van 7% en nam het beheerd vermogen met 12% toe. Daarentegen waren de ontwikkelingen bij Robeco USA teleurstellend. In het verslagjaar was sprake van een outflow van EUR 2 miljard ondermeer door beëindiging van activiteiten. De totale netto cashflow van Robeco bedroeg in 2004 ruim EUR 1 miljard. Opvallend is de opmars van de alternatieve producten, waaronder private equity, hedgefondsen en gestructureerde producten, zoals Collateral Debt Obligation (CDO). Het beheerd vermogen in deze producten nam met 15% toe tot EUR 14 miljard. Beheerd vermogen Robeco Groep naar fondstype Aandelen 39% Vastrentend 33% Alternatives 12% Money market 9% Gemengd 7% Gemengde resultaten bij performance van beleggingsfondsen De vastrentende fondsen van Robeco kunnen terugkijken op een goede periode. Over een driejaarsperiode genomen waren de resultaten uitstekend in vergelijking met de benchmark en met de concurrentie. Het gerenommeerde ratingbureau Morningstar, dat de rendementen van fondsen vergelijkt over een periode van drie jaar, rekent de vastrentende fondsen van Robeco tot de best presterende fondsen in Europa. Dat geldt niet voor de aandelenfondsen. Rolinco noteerde weliswaar een outperformance van de benchmark, maar het fonds Robeco slaagde hier niet in. In vergelijking met andere wereldwijd beleggende fondsen scoorden Robeco en Rolinco het afgelopen jaar gemiddeld. Inmiddels wordt alles in het werk gesteld om de beleggingsresultaten te verbeteren. In samenwerking met de Rabobank heeft Robeco het afgelopen jaar een nieuw groen beleggingsproduct geïntroduceerd: de Robeco CDO Groen Obligatie. Deze innovatieve obligatie die recht geeft op fiscaal voordeel, belegt in bedrijfsobligaties en -leningen van duurzame ondernemingen. Robeco maakt gebruik van stemrecht Met ingang van het boekjaar 2004 is Robeco actief gebruik gaan maken van haar stemrecht op de aandeelhoudersvergaderingen van bedrijven. Het is de eerste Nederlandse aanbieder van beleggingsfondsen die dit doet. Robeco is van mening dat een goede corporate governance van bedrijven op termijn zal resulteren in een hogere beurswaarde. Door actief van haar stemrecht gebruik te maken wil Robeco onder meer transparantie van de informatievoorziening en gelijke zeggenschap van aandeelhouders bij ondernemingen bevorderen. Alex Alex beste onlinebelegger Alex kan terugkijken op een uitstekend jaar. Het aantal klanten steeg in het verslagjaar met 10% tot 82.000 en het bewaarde vermogen met 15% tot EUR 2,3 (2,0) miljard. De klanttevredenheid van 7,8 (8,0) was in 2004 onverminderd hoog. Volgens een onderzoek van Belegger.nl in 2004 biedt Alex de beste dienstverlening aan op het gebied van online beleggen. Alex onderscheidde zich met name door uitstekende prestaties op het gebied van advies en ondersteuning, portefeuillebeheer,

41 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten orderapplicatie en handelsmogelijkheden. Alex won in 2004 de Business Engineering Award, een prijs die eens in de twee tot drie jaar wordt uitgereikt door de Associate Business Engineers aan bedrijven en organisaties die op een aansprekende wijze een veranderingsproces hebben afgerond. Daarnaast werd de directeur uitgeroepen tot Marketeer of the Year door het Platform Informatie in Marketing. Het kostenbeheersingsbeleid wierp zijn vruchten af. Zo kwamen de andere bedrijfslasten 9% lager uit op EUR 191 (210) miljoen, onder andere door lagere automatiseringskosten. In de cijfers is een incidentele last van EUR 10 miljoen genomen die betrekking heeft op behaalde spreadresultaten van Robeco Groep in 2003. Met de AFM is afgesproken dat spreadresultaten ten gunste van de beleggingsfondsen komen. Schretlen & Co Na enkele moeilijke jaren heeft Schretlen & Co de weg omhoog weer gevonden. Mede dankzij een fraaie cashflow van meer dan EUR 900 miljoen steeg het beheerd vermogen tot EUR 5,9 (4,7) miljard. De instroom van vermogen werd zowel gerealiseerd bij institutionele klanten als bij vermogende particuliere klanten. Nieuwe programma s met specifieke aandacht voor kinderen en kleinkinderen van vermogenden en voor vermogenszorg waren succesvol en werden door klanten zeer gewaardeerd. Dit resulteerde ondanks de sterke concurrentie ook in een toename van het aantal klanten. Effectenbank Stroeve Het beheerd en bewaard vermogen van Effectenbank Stroeve steeg in 2004 met 22% tot EUR 3,0 (2,4) miljard. De bank profiteerde van haar sterke klant- en marktfocus en van de constante outperformance van haar vermogensbeheerportefeuille. De groei werd met name gerealiseerd bij het remisierbedrijf (tussenpersonen). Deze dienstverlening aan professionele klanten, zoals onafhankelijke vermogensbeheerders, steeg met meer dan EUR 500 miljoen tot EUR 2,2 miljard. Van het totale vermogen is circa 75% afkomstig uit het remisierbedrijf. Effectenbank Stroeve is in Nederland marktleider in deze dienstverlening. Beheerd en bewaard vermogen Effectenbank Stroeve Remisierbedrijf 75% Vermogensadvies 15% Vermogensmanagement 5% Overig 5% Financieel Het bedrijfsresultaat vóór belastingen uit vermogensbeheer en beleggen steeg het afgelopen jaar met 15% tot EUR 197 (172) miljoen. De baten namen met 3% toe tot EUR 673 (654) miljoen. De stijging is te danken aan hogere provisies. Dit werd deels teniet gedaan door lagere resultaten uit financiële transacties en opbrengsten uit effecten en deelnemingen. De bedrijfslasten daalden met 2% tot EUR 476 (484) miljoen. De personeelskosten stegen met 4% tot EUR 285 (274) miljoen. IFRS De toepassing van de IFRS-richtlijnen zal een beperkte invloed hebben op het resultaat van de vermogensbeheeractiviteiten. Ambities en vooruitzichten voor 2005 De Rabobank Groep verwacht dat de opmars van alternatieve producten zoals garantiefondsen zal doorzetten. De groep zal dan ook nieuwe innovatieve producten op de markt brengen. Iris, het onafhankelijke researchbureau van de Rabobank en van Robeco, verwacht dat de wereldwijde economie in 2005 verder zal groeien. Indien het beleggingsklimaat in 2005 verder verbetert, zijn de vooruitzichten voor het bedrijfsonderdeel Vermogensbeheer en beleggen goed. In 2005 zal opnieuw sterk op kosten worden gestuurd. De doelstelling is het bedrijfsresultaat vóór belastingen met minimaal 15% te verbeteren. www.robeco.nl, www.alex.nl, www.schretlen.com en www.stroeve.nl Resultaten (in miljoenen euro s) 2004 2003 Mutatie Rente 87 89-2% Provisie 512 445 15% Overige baten 74 120-38% Totale baten 673 654 3% Personeelskosten 285 274 4% Andere bedrijfslasten 191 210-9% Totale lasten 476 484-2% Brutoresultaat 197 170 16% Waardeveranderingen van vorderingen 1 1 - Waardeveranderingen van financiële vaste activa - 2- - Bedrijfsresultaat vóór belastingen 196 171 15% Beheerd en bewaard vermogen 195 184 6% (in miljarden euro s) Voor derden 140 132 6% Beleggingsportefeuille 55 52 6% Aantal orders in Nederland (in miljoenen) 5,6 5,7-2% Lokale Rabobanken 2,7 2,8-4% Alex 1,9 2,0-5% Robeco Groep 0,9 0,8 14% Overig 0,1 0,1 - Aantal fte s 1.886 1.988-5%

42 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Kernactiviteiten Interpolis Verzekeren Gang van zaken Interpolis kan terugkijken op een uitstekend jaar. Het bedrijfsresultaat vóór belastingen steeg met 29% tot EUR 308 (238) miljoen. In 2004 zijn de eerste stappen gezet naar een intensieve samenwerking tussen Interpolis en Achmea op het gebied van zorgverzekeren. Samen met Zilveren Kruis Achmea ontwikkelde Interpolis het nieuwe product ZorgActief. Daarnaast zijn nog meer nieuwe producten op de markt gebracht, zoals de No-Claim garantie bij autoverzekeringen. Bij de arboen reïntegratieactiviteiten was sprake van teleurstellende ontwikkelingen. Markt en klanten Interpolis is met name actief op het terrein van toekomstvoorzieningen (levensverzekeringen en pensioenverzekeringen), schadeverzekeringen en bedrijfszorg. In de strategie van Interpolis staan klantwaarde en marktleiderschap centraal. Door veranderingen in de sociale zekerheid, zoals toekomstvoorzieningen en door de toenemende vergrijzing veranderen de wensen van klanten. Interpolis wil daarop zo goed mogelijk inspelen met een gevarieerder en meer op maat gesneden product. Dat het bedrijf hierin in 2004 goed geslaagd is, blijkt uit de gestegen omzet. Ook de klanttevredenheid blijft hoog, met een rapportcijfer van 7,7 (7,8). Het marktaandeel kwam in 2004 uit op 7%. Verzekeringsproducten Omzet levensverzekeringen in Nederland licht gestegen De afgelopen jaren heeft de overheid het sparen voor toekomstvoorzieningen voor particulieren fiscaal minder aantrekkelijk gemaakt. Pensioengaten vullen wordt steeds moeilijker, waardoor de animo afneemt om daarin eigen verantwoordelijkheid te nemen. Met de Toekomstplanner biedt Interpolis hiervoor een eenvoudige en glasheldere oplossing. De veranderingen hebben grote consequenties voor de markt van levensverzekeringen. Niettemin realiseerde Interpolis in deze veranderende marktomstandigheden een fraaie omzetstijging in Nederland van 11% tot EUR 2.008 (1.807) miljoen. Als gevolg van het besluit om de activiteiten in het buitenland te beperken daalde de omzet hiervan met EUR 326 miljoen tot EUR 80 miljoen. De totale omzet voor levensverzekeringen bestaande uit koopsompolissen, periodieke premies en pensioenen, daalde met 5% tot EUR 2.319 (2.436) miljoen. De premieomzet van koopsompolissen nam door de afnemende omzet in het buitenland met 13% af tot EUR 1.141 (1.315) miljoen. De periodieke premies stegen met 5% tot EUR 947 (898) miljoen. Het marktaandeel van levensverzekeringen bleef gelijk op 15,5%. De klanten waardeerden de dienstverlening van Interpolis op het gebied van levensverzekeringen met een 7,3. Interpolis biedt bedrijven en pensioenfondsen collectieve toekomstvoorzieningen. De premieomzet van collectieve pensioenverzekeringen steeg in 2004 met 4% tot EUR 231 (223) miljoen. Omzet van levensverzekeringen in miljoenen euro s 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200 0 Koopsompolissen Periodieke premies Pensioenverzekeringen 2002 2003 2004 Interpolis in topvijf van schadeverzekeraars Door het aanbieden van integrale oplossingen en nieuwe producten wil Interpolis blijven inspelen op de veranderende klantbehoeften. Een goed voorbeeld van productinnovatie is de No-Claim garantie voor Strategie en doelstellingen Profilering in de markt door glasheldere oplossingen die door de klant als passend worden ervaren. Streven naar partnerschap in distributie: behalve via het Rabobankkanaal ook substantieel groeien via het intermediair, directe kanalen en samenwerkingsverbanden. Scherper sturen op risico en rendement. Profilering door operational excellence. Op termijn een marktaandeel van minimaal 20% voor verzekeren Rendement op het eigen vermogen van minimaal 10%

43 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten particulieren. Met dit product kan de klant zich verzekeren tegen de mogelijkheid zijn no-claim te verliezen bij schade aan zijn voertuig. Met een marktaandeel van circa 11% op het gebied van particuliere schadeverzekeringen behoort Interpolis tot de topvijf van Nederlandse schadeverzekeraars. De klanttevredenheid in het schadebedrijf bleef het afgelopen jaar stabiel op 7,5. De totale omzet van de schadeverzekeringsactiviteiten steeg met 17% tot EUR 1.498 (1.278) miljoen. Naast de verzekeringen tegen verlies van en/of schade aan producten, biedt Interpolis particulieren en bedrijven de mogelijkheid zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid en ziekte. Interpolis biedt deze producten aan in combinatie met de daarbij behorende reïntegratiedienstverlening, zodat de klant zoveel mogelijk zorg op dit gebied uit handen genomen wordt. Via de Alles in één Polis kunnen particulieren zich verzekeren tegen schade. In 2004 steeg het aantal polissen met 7% tot 1,2 (1,1) miljoen. De premieomzet nam met EUR 63 miljoen toe tot EUR 634 (571) miljoen. Voor bedrijven in het MKB en agrarische bedrijven is er de Bedrijven Compact Polis tegen schade. Ondanks de matige economische omstandigheden voor het MKB en het doorvoeren van noodzakelijke premieverhogingen steeg het aantal afgesloten polissen met 5% tot 215.000. De totale premieomzet bedroeg EUR 499 (432) miljoen. Dit is een stijging van 16%. In de agrarische sector heeft Interpolis een marktaandeel van 50%. De premieomzet van Mens & Werk (arbeidsongeschiktheids- en loondoorbetalingsverzekeringen) kwam het afgelopen jaar uit op EUR 365 (275) miljoen. Van de totale premieomzet van schadeverzekeringen is 78% afkomstig van de lokale Rabobanken. Premieomzet schadeverzekeringen in miljoenen euro s 700 600 500 400 300 200 100 0 Mens & Werk Schade bedrijven Schade particulieren 2003 2004 Samenwerking met Zilveren Kruis Achmea Na een afwezigheid van enkele jaren op het gebied van zorgverzekeringen heeft Interpolis eind 2004 met het product ZorgActief deze markt opnieuw betreden. ZorgActief is het resultaat van de in 2004 gestarte samenwerking met Zilveren Kruis Achmea. De verzekering is speciaal ontwikkeld voor ondernemers en hun werknemers. Ondernemers krijgen de garantie dat werknemers bij ziekte snel een beroep kunnen doen op een specialist. ZorgActief kent zowel een ziekenfondsverzekering als een particuliere ziektekostenverzekering. Dienstverlening Omzetstijging bij pensioenservices Het pensioen is de afgelopen jaren veelvuldig in het nieuws geweest. Niet alleen door gewijzigde wetgeving, maar ook door de versobering van de pensioenregelingen als gevolg van de afgenomen dekkingsgraad van de beleggingen. Dit stelt steeds hogere eisen aan de informatievoorziening. Ook willen de klanten meer keuzemogelijkheden. Om aan de toegenomen wensen van klanten tegemoet te kunnen komen, heeft Interpolis in 2004 een begin gemaakt met het optimaliseren van haar bedrijfsprocessen (operational excellence). De omzet van pensioenservices steeg met 8% tot EUR 127 (118) miljoen. Met een marktaandeel van 20% op dit gebied behoort Interpolis tot de grootste partijen in Nederland. Moeilijk jaar voor arbo- en reïntegratieactiviteiten De arbo- en reïntegratieactiviteiten stonden in 2004 onder druk als gevolg van wijzigingen in de regelgeving, de moeilijke economische situatie en een lager ziekteverzuim. Dit resulteerde in een omzetdaling van 23% tot EUR 98 (128) miljoen. Ook de klanttevredenheid bij deze activiteiten scoorde met een 5,6 veel lager dan de interne norm. Uitbreiding distributienetwerk Voor Interpolis zijn de lokale Rabobanken het belangrijkste distributiekanaal. In 2004 werd 76% van de premieomzet gerealiseerd door de lokale banken. Het onafhankelijke intermediair is echter ook een belangrijk distributiekanaal. Het directe kanaal (de internetsites en call-centers) is sterk in opkomst. Het onafhankelijke intermediair was in 2004 goed voor 5% van de premieomzet. Deze stijging is onder meer te danken aan de goede dienstverlening gericht op het intermediair, zoals systeemondersteuning en accountmanagement. De omzet uit het directe kanaal was in 2004 nog relatief beperkt met EUR 107 (97) miljoen maar neemt wel sterk toe, met name voor de eenvoudige producten. Financieel Interpolis heeft in 2004 een bedrijfsresultaat vóór belastingen behaald van EUR 308 (238) miljoen. Dit resultaat bestaat voor EUR 241 (118) miljoen uit operationeel resultaat en voor EUR 67 (120) miljoen uit beleggingsresultaat. Operationeel resultaat sterk gestegen Het operationele resultaat steeg het afgelopen jaar met 104% tot EUR 241 (118) miljoen. Deze stijging is met name te danken aan de uitstekende resultaten van EUR 108 (36) miljoen in het schadebedrijf (exclusief Mens & Werk). Lagere schadelasten, vooral als gevolg van gunstige weersom-

44 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten standigheden, positieve schaderesultaten van voorgaande jaren en hogere premies in de bedrijvensector leidden tot deze fraaie resultaten. Het operationele resultaat uit levensverzekeringen (exclusief pensioenverzekeringen) steeg met EUR 23 miljoen tot EUR 94 miljoen. Beleggingen Tot 2004 verantwoordde Interpolis de resultaten uit beleggingen in aandelen en onroerend goed op basis van de structureel-rendementmethode (indirect rendement). Een belangrijk kenmerk van deze methode is dat het verantwoorde resultaat op beleggingen gebaseerd is op langjarige gemiddelde rendementen. Met ingang van 2004 verantwoordt Interpolis de gerealiseerde resultaten op beleggingen in aandelen en onroerend goed direct in de winst-en-verliesrekening. De nieuwe methode is in lijn met de International Financial Reporting Standards (IFRS). De stelselwijziging heeft geen invloed op het vermogen. De gevolgen manifesteren zich alleen in de resultatenrekening in de zin van herrubriceringen. De invloed op de nettowinst van 2003 is nihil. De cijfers over 2003 zijn ter vergelijking aangepast. De resultaten op beleggingen in aandelen en onroerend goed bedroegen in 2004 EUR 67 miljoen tegenover EUR 120 miljoen in 2003. Het grote verschil ten opzichte van 2003 komt niet door een matige beursontwikkeling in 2004, maar heeft vooral nog te maken met het ingezette beursherstel in 2003. Eind 2002 waren de actuele koersen lager dan de kostprijs. Dit verschil is ten laste van het resultaat gebracht. Koerswinsten in 2003 tot de kostprijs zijn vervolgens weer ten gunste van het resultaat gekomen. Dit resulteerde uiteindelijk in een hoog resultaat uit beleggingen in 2003. Interpolis had ultimo 2004 EUR 12 (11) miljard aan beleggingen voor eigen rekening en risico uitstaan. Het grootste deel daarvan, circa 90%, is uitgezet in vastrentende waarden, 8% is in aandelen belegd en 2% in vastgoed. In 2004 bedroeg het gemiddelde rendement op de gehele portefeuille bijna 9%. Interpolis heeft het beheer van de beleggingen in belangrijke mate uitbesteed aan Robeco. IFRS De toepassing van IFRS heeft met name gevolgen voor de waardering van en de resultaatbepaling op beleggingen. Wat de beleggingen in aandelen betreft zijn de wijzigingen met betrekking tot de resultaatbepaling in 2004 deels al doorgevoerd. Verder zullen de beleggingen in 2005 hoofdzakelijk op marktwaarde worden gewaardeerd. Ook zal een groot gedeelte van de verzekeringsverplichtingen niet langer tegen een vaste rekenrente worden berekend maar tegen actuele rentepercentages. In het schadeverzekeringsbedrijf is de catastroferisicovoorziening onder IFRS niet meer toegestaan. Deze voorziening valt vrij ten gunste van het eigen vermogen. De verwachting is dat de resultaten onder de nieuwe regelgeving een grotere volatiliteit zullen laten zien. Ambities en vooruitzichten voor 2005 Het jaar 2005 zal voor Interpolis in het teken staan van een aantal speerpunten. Zij zal haar focus het komende jaar nadrukkelijk leggen op product- en procesvernieuwing. De resultaten zijn in 2003 en 2004 goed hersteld. De veranderde omgeving vereist alertheid. Om die reden blijft Interpolis zich op de korte termijn richten op verdere schadelastbeheersing en kostenbeheersing. Ook zal 2005 in het teken staan van het breder in de markt zetten van het nieuwe product ZorgActief. Voor de langere termijn staan groei, innovatieve oplossingen, dienstverlening op maat en waardering van klanten, kortom marktleiderschap, centraal. Gezien de te verwachten grotere volatiliteit van het operationele resultaat en de beleggingen doet de verzekeraar geen uitspraak over het resultaat in 2005. www.interpolis.nl Eigen vermogen en solvabiliteit Het eigen vermogen van Interpolis bedroeg eind 2004 EUR 1,5 miljard tegenover EUR 1,3 miljard ultimo 2003. De stijging vindt enerzijds haar oorzaak in de positieve resultaten in het verslagjaar en anderzijds in de waardestijgingen van de beleggingen in aandelen en onroerend goed. Vooral de ontwikkelingen op de effectenbeurzen buiten Nederland hebben hieraan bijgedragen. Door de toename van het eigen vermogen is de solvabiliteitspositie eind 2004 verbeterd tot 189% (174%) van de eis die De Nederlandsche Bank hieraan stelt. Een adequate solvabiliteitspositie in het verzekeringsbedrijf is gewenst, om ook op de langere termijn aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Resultaten (in miljoenen euro s) 2004 2003 mutatie Bedrijfsresultaat vóór belastingen 308 238 29% Operationeel resultaat 241 118 104% Resultaat uit beleggingen 67 120-44% Premieomzet verzekeren 4.012 3.893 3% Leven 2.319 2.436-5% Schade 1.498 1.278 17% Herverzekering 195 179 9% Omzet dienstverlening 265 279-5% Pensioenservices 127 118 8% Arbo- en reïntegratie 98 128-23% Overig 40 33 21% Solvabiliteit 189% 174% - Klantwaarde 7,7 7,8 - Marktaandeel 7% 7% - Aantal fte s 5.173 5.328-3%

45 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Kernactiviteiten Leasing Gang van zaken De Lage Landen kon in 2004 opnieuw een fraaie stijging van zowel het resultaat als van de leaseportefeuille noteren. In Scandinavië versterkte het bedrijf zijn positie met de acquisitie van Telia Finans. De vastgoedfinancieringsactiviteiten werden overgenomen door FGH Bank. Om haar internationale klanten mondiaal een uniforme dienstverlening te kunnen aanbieden en om te voldoen aan verzwaarde internationale regelgeving heeft De Lage Landen in 2004 besloten haar bedrijfsprocessen wereldwijd te gaan standaardiseren. Markt en klanten De Lage Landen Na vele jaren van groei werd de lease-industrie in 2004 wereldwijd geconfronteerd met negatieve groeicijfers. Desondanks wist De Lage Landen de sterke groei van de afgelopen jaren (10-15 %) te handhaven. De leaseportefeuille nam met EUR 0,7 miljard toe tot EUR 13,0 (12,3) miljard. Deze groei werd neerwaarts beïnvloed door de daling van de dollarkoers. Gecorrigeerd hiervoor zou de groei 15% zijn geweest. Van de totale leaseportefeuille is 54% afkomstig uit Europa, 45% uit Noord- en Zuid-Amerika en 1% uit Azië, Australië en Nieuw-Zeeland. Door de expansie van de afgelopen jaren behoort De Lage Landen inmiddels tot de grootste internationale leasebedrijven van Europa. In de Verenigde Staten is zij zelfs de grootste buitenlandse leasemaatschappij en staat ze op basis van verkoopvolume in de toptien van alle leasemaatschappijen. Overname Telia Finans AB Begin 2004 heeft De Lage Landen Telia Finans overgenomen van het Zweedse Telia Sonera. Met deze overname heeft het bedrijf een stevige voet aan de grond gekregen in Scandinavië. Telia Finans AB is in Scandinavië marktleider op het gebied van leasing van IT en office equipment. De leaseportefeuille bedraagt bijna EUR 500 miljoen. Telia Finans opereert nu onder de naam De Lage Landen Finans. De vastgoedfinancieringsactiviteiten (portefeuille EUR 1,1 miljard) van De Lage Landen zijn in het afgelopen jaar verkocht aan FGH Bank. Groei in alle sectoren De Lage Landen concentreert zich internationaal op de bedrijfstakken food & agriculture, healthcare, office equipment, IT, telecommunications, materials handling & construction equipment en bank outsourcing. In het verslagjaar is het activiteitenniveau in alle sectoren uitgebouwd, vooral in food & agri, office equipment en healthcare. In Nederland biedt het bedrijf een breed pakket leasing- en handelsfinancieringsproducten aan. Tot haar productenpakket behoren equipmentlease, auto- en bedrijfswagenlease, ICT-lease, consumer finance en handelsfinanciering. Leaseportefeuille naar sector Office equipment 22% Food & agri 21% Bank outsourcing 13% Materials handling & construction 12% Healthcare 10% IT 10% Translease 4% Overig 8% Leaseportefeuille naar regio Europa 54% Noord- en Zuid-Amerika 45% Azië, Australië en Nieuw-Zeeland 1% Standaardisering bedrijfsprocessen De Lage Landen heeft in 2004 besloten wereldwijd haar bedrijfsprocessen te standaardiseren. Klanten stellen steeds hogere eisen aan de dienstverlening en verwachten wereldwijd op uniforme wijze te worden bediend. Bovendien is de internationale regelgeving de afgelopen jaren aanzienlijk verzwaard. Ook dit vraagt om aanpassing van de bedrijfsprocessen. De implementatie zal naar verwachting enkele jaren in beslag nemen. Strategie en doelstellingen Het wereldwijd aanbieden van financieringsoplossingen gericht op de afzetbevordering van vendoren (fabrikant of distributeur) via gestructureerde internationale samenwerking op basis van partnership. Jaarlijkse verbetering van het bedrijfsresultaat vóór belastingen van 10-15%

46 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Europese leaseportefeuille blijft stabiel In Europa bleef de leaseportefeuille het afgelopen jaar stabiel op EUR 7,0 miljard. Rekening houdend met de acquisitie van Telia Finans en de overdracht van de vastgoedfinancieringsactiviteiten aan FGH Bank bedroeg de groei 11%. In 2004 is De Lage Landen ook in Europa gestart met leaseactiviteiten op het gebied van healthcare, een sector waarbinnen het bedrijf in Amerika al een prominente positie inneemt. Het aantal internationale vendorprogramma s is verder toegenomen. Zo werden in Europa nieuwe programma s uitgerold voor McCormick en Cisco. Daarnaast is het aantal global programmes ook toegenomen met onder meer Steelcase, IBM en Microsoft. In Nederland is samenwerking met andere onderdelen van de Rabobank Groep zeer belangrijk. In 2004 introduceerde De Lage Landen samen met de lokale Rabobanken het product Consumer Finance. Daarbij gaat het om een via de lokale Rabobanken te betrekken leasevorm die bedrijven aan consumenten kunnen aanbieden bij de afzet van gebruiksgoederen, zoals trapliften, beveiligingsinstallaties en rolstoelen. Verder zijn de eerste stappen gezet op het gebied van remarketing. Bij deze nieuwe vorm van dienstverlening aan de lokale Rabobanken worden objecten die uit financieringen vrijkomen, getaxeerd en eventueel doorverkocht. De Lage Landen treedt hierbij op als intermediair. De samenwerking met de lokale banken verliep in 2004 uitstekend. In totaal werd voor een recordbedrag van EUR 600 miljoen aan nieuwe contracten afgesloten via de lokale Rabobanken. Activiteiten in Amerika uitgebreid De activiteiten in Amerika zijn het afgelopen jaar sterk uitgebreid. De leaseportefeuille groeide daar, ondanks de koersdaling van de US dollar met ruim 13% tot EUR 5,9 miljard. De business units Healthcare en Office Equipment mochten aansprekende klanten als Bayer Healthcare en Carl Zeiss verwelkomen. In Brazilië waar De Lage Landen actief is in de food & agrisector groeide de leaseproductie sterker dan verwacht. In Canada bewoog de leaseproductie zich min of meer op hetzelfde niveau als het voorgaande jaar. Nieuwe kantoren in Azië De activiteiten in Zuidoost-Azië, Australië en Nieuw-Zeeland zijn nog relatief beperkt. Om internationale klanten wereldwijd te kunnen bedienen, opende De Lage Landen in 2004 kantoren in Zuid-Korea en Singapore. De vestiging in Singapore fungeert als hoofdkantoor voor de hele regio. De Lage Landen had al een kantoor in Australië van waaruit ook Nieuw-Zeeland wordt bediend. Financieel Bedrijfsresultaat stijgt met 12% Met een stijging van het bedrijfsresultaat vóór belastingen van 12% tot EUR 212 (189) miljoen liet De Lage Landen in 2004 een fraaie resultaatverbetering zien. De baten stegen met EUR 72 miljoen tot EUR 641 (569) miljoen. Dit is een stijging van 13%. Het renteresultaat, goed voor ruim 80% van de totale baten, nam met 6% toe tot EUR 520 (491) miljoen. De bedrijfslasten stegen in het verslagjaar met 17% tot EUR 358 (305) miljoen, vooral door een toename van de personeelskosten met 20%. Het aantal fte s nam met 13% toe tot 2.749. De post waardeveranderingen van vorderingen, die inzicht geeft in de risicokosten, nam met EUR 4 miljoen af tot EUR 71 (75) miljoen. Dat komt overeen met 56 basispunten van de gemiddelde leaseportefeuille. Beperkte consequenties IFRS Verwacht wordt dat de commerciële effecten van de invoering van de nieuwe boekhoudregels volgens IFRS voor De Lage Landen beperkt zullen zijn. Ambities en vooruitzichten voor 2005 De Lage Landen denkt ook in 2005 financieel en commercieel goed te kunnen presteren. Indien de dollarkoers stabiel blijft, wordt wederom gerekend op een resultaatverbetering van 10-15%. De Lage Landen wil haar internationale netwerk verder uitbreiden. Verwacht wordt dat in 2005 een vestiging in Japan kan worden geopend en wellicht ook in China. De Lage Landen onderzoekt ook of het landennetwerk naar Centraal- en Oost-Europa kan worden uitgebreid. De Lage Landen voert een selectief acquisitiebeleid. Er wordt alleen geacquireerd als dit ook op lange termijn waarde toevoegt. www.delagelanden.nl Resultaten (in miljoenen euro s) 2004 2003 Mutatie Rente 520 491 6% Provisie 36 34 6% Overige baten 85 44 93% Totale baten 641 569 13% Personeelskosten 212 176 20% Andere bedrijfslasten 146 129 13% Totale lasten 358 305 17% Brutoresultaat 283 264 7% Waardeveranderingen van vorderingen 71 75-5% Bedrijfsresultaat vóór belastingen 212 189 12% Kredietportefeuille (in miljarden euro s) 13,0 12,3 6% Europa 7,0 7,0 0% Amerika 5,9 5,2 13% Rest van de wereld 0,1 0,1 - Risicoposten (in basispunten) 56 64-12% Aantal fte s 2.749 2.424 13%

47 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Kernactiviteiten FGH Bank en Rabo Vastgoed Vastgoed Gang van zaken Het vastgoedbedrijf van de Rabobank Groep, bestaande uit FGH Bank en Rabo Vastgoed, heeft een goed jaar achter de rug. FGH Bank verstrekte in moeilijke marktomstandigheden een recordbedrag aan nieuwe leningen. Rabo Vastgoed breidde haar grond- en orderportefeuille aanzienlijk uit. Het bedrijfsresultaat vóór belastingen van de vastgoeddivisie bedroeg EUR 85 miljoen. Markt en klanten De Nederlandse markt voor commercieel vastgoed en met name de kantorenmarkt was ook in 2004 in mineur. Wel kwam na enkele jaren de stijging van het aanbod van kantoorruimtes tot stilstand. De winkelmarkt ontwikkelde zich stabiel. Het aanbod in de winkelmarkt was gering, de verhuur van nieuwbouwprojecten verliep nog steeds goed. Voor beleggers was de vastgoedmarkt ook in 2004 weer interessant, mede door de nog steeds onder de maat presterende aandelenmarkt. Het verslagjaar liet dan ook een sterke opkomst van vastgoedmaatschappen en CV s (commanditaire vennootschappen) zien. FGH Bank profiteerde het afgelopen jaar van de terugtreding van enkele (buitenlandse) banken van de Nederlandse markt. De woningmarkt wist zich in 2004 aan de economische recessie te onttrekken. Zowel de prijs- als de volumeontwikkeling viel in 2004 hoger uit dan in 2003. Dat de woningmarkt zich relatief goed heeft gehouden, komt met name door de lage kapitaalmarktrente en de achterblijvende nieuwbouwproductie. Een vastgoeddivisie op komst De Rabobank Groep is via haar dochters FGH Bank, Rabo Vastgoed en Interpolis Vastgoed actief op de vastgoedmarkt. Eind 2004 is besloten alle vastgoedactiviteiten binnen de Rabobank Groep zoveel mogelijk samen te voegen in een vastgoeddivisie. Daardoor ontstaat één expertisecentrum en een optimale samenwerking. Bovendien kan de Rabobank Groep zich op deze wijze beter profileren op de markt. De vastgoeddivisie zal in 2005 totstandkomen. FGH Bank FGH Bank is gespecialiseerd in het financieren van commercieel vastgoed. Met haar landelijk dekkende kantorennetwerk opereert de bank niet alleen dicht bij de klant maar daardoor is ze ook goed op de hoogte van de regionale en lokale ontwikkelingen. FGH Bank richt zich primair op institutionele en particuliere beleggers in commercieel vastgoed en op projectontwikkelaars. Begin 2004 nam FGH Bank De Lage Landen Vastgoedfinanciering over van De Lage Landen. FGH Bank realiseerde een recordproductie van EUR 2,4 miljard ondanks het feit dat het aantal transacties in 2004 in de totale markt in Nederland niet bijzonder hoog was vanwege het schaarse aanbod van hoogwaardig vastgoed. De kredietportefeuille van FGH Bank nam in het verslagjaar met EUR 2,4 miljard toe tot EUR 6,5 (4,1) miljard. Hiervan is EUR 1,1 miljard afkomstig van De Lage Landen Vastgoedfinanciering. Op het gebied van projectfinancieringen bleef de groei achter, omdat er in 2004 als gevolg van de marktsituatie weinig projecten werden ontwikkeld. Circa 69% van de portefeuille van FGH Bank heeft betrekking op beleggingsfinancieringen, 10% op financieringen voor zakelijk eigen gebruik, 8% op uitpondfinancieringen en 13% op overige kredietverlening (project-, grond- en handelsfinancieringen). Strategie en doelstellingen Verstevigen van de positie op de vastgoedmarkt in Nederland. Verwerven van een toppositie in commercieelvastgoedfinancieringen en de ontwikkeling van woningbouw. Verwerven van een selectieve positie in de markt voor commercieelvastgoedontwikkeling, met de nadruk op de ontwikkeling van winkelcentra. Jaarlijkse groei van minimaal 20% van het marktaandeel in projectmatige koopwoningen Jaarlijkse groei van de kredietportefeuille van minimaal 10%

48 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Uitsplitsing naar type financiering Beleggingsfinancieringen 69% Zakelijk eigen gebruik 10% Uitpondfinancieringen 8% Overig 13% Grondportefeuille in hectare 2.000 1.600 1.200 800 400 0 2001 2002 2003 2004 De dienstverlening van FGH Bank beperkt zich niet alleen tot het financieren van vastgoed. Voor zaken als advies, portefeuille-analyse, marktonderzoek en planbeoordeling en voor taxaties op het gebied van commercieel vastgoed kan de klant terecht bij FGH Vastgoed Expertise. FGH Asset Management acquireert Nederlands vastgoed en beheert vastgoedfondsen en -objecten. FGH Asset Management is inmiddels betrokken bij zes particuliere fondsen, waaronder CV Winkelcentrum Ypenburg. Dit fonds is in samenwerking met Schretlen & Co in het najaar van 2004 bij circa 800 particuliere beleggers geplaatst. Het winkelcentrum is ontwikkeld door de ontwikkelingscombinatie RaFo VOF, bestaande uit Rabo Vastgoed (woningen) en Foruminvest BV (winkels). Rabo Vastgoed Rabo Vastgoed is de vastgoedontwikkelaar van de Rabobank Groep. Dankzij een goede samenwerking met overheden, bouwondernemers, woningbouwcorporaties en andere stakeholders heeft Rabo Vastgoed haar activiteiten de afgelopen jaren sterk weten uit te breiden. Zo is de grondportefeuille van het bedrijf gegroeid van 740 hectare in 2001 tot 1.790 hectare in 2004. Rabo Vastgoed koopt de grond om een strategische positie op te bouwen voor toekomstige projecten. Door regionalisering is het werkterrein van Rabo Vastgoed vergroot van de Randstad tot heel Nederland. Hierdoor is een sterke groei gerealiseerd. De grondportefeuille heeft een potentie van 28.675 woningen en 915.000 m 2 bedrijfsruimte. Dit zijn stijgingen van respectievelijk 38% en 12% ten opzichte van 2003. De omzet van Rabo Vastgoed steeg in 2004 met 7% tot EUR 283 (264) miljoen. De orderportefeuille, bestaande uit goedgekeurde en lopende projecten, nam met 9% toe tot EUR 3,6 (3,3) miljard. De ontwikkelingsportefeuille bestaat uit meer dan 11.000 woningen en 254.000 m 2 bedrijfsruimte. Het aantal verkochte woningen daalde met ruim 600 tot 1.144. Dit is een incidentele daling die samenhangt met de opbouw van de portefeuille. In 2005 zal de woningverkoop naar verwachting weer op het niveau van 2003 liggen. Woningbouw met inspraak van lokale bevolking Rabo Vastgoed ontwikkelt projecten met oog voor de omgeving. Het bedrijf wil woningen ontwikkelen op plaatsen die aantrekkelijk en veilig zijn en waarover de gebruikers langjarig enthousiast blijven. Om dit te bereiken werkt Rabo Vastgoed nauw samen met de lokale Rabobanken. Door goed te luisteren naar de behoeften en wensen van leden en klanten van de lokale banken en via het meedoen aan gemeentelijke prijsvragen heeft Rabo Vastgoed de afgelopen jaren een aantal fraaie woningprojecten kunnen afronden. Naast koopwoningen ontwikkelt Rabo Vastgoed ook (sociale) huurwoningen in overleg met of in opdracht van beleggers en woningcorporaties. Financieel Het vastgoedbedrijf van de Rabobank Groep realiseerde in 2004 een bedrijfsresultaat vóór belastingen van EUR 85 miljoen. Door de overname van FGH Bank in oktober 2003 is een goede resultaatvergelijking niet mogelijk. Dankzij het uitstekende jaar voor FGH Bank was er sprake van een hoog aantal nieuw verstrekte leningen en Rabo Vastgoed rondde met succes een aantal projecten af. Daardoor steeg het renteresultaat, waarin ook het projectresultaat is verantwoord. De baten, die voor meer dan 90% bestaan uit renteresultaat, bedroegen EUR 117 miljoen. De bedrijfslasten kwamen in het verslagjaar uit op EUR 32 miljoen. IFRS De nieuwe richtlijnen voor de jaarverslaggeving hebben vooralsnog een gering effect op de resultaten van FGH Bank. Het is nog onduidelijk hoe de markt zal reageren op de gewijzigde jaarverslaggevingsregels inzake leasing en huur en welke effecten dit mogelijk zal hebben op de resultaatontwikkeling van FGH Bank. De grondposities van Rabo Vastgoed zullen ook onder IFRS gewaardeerd worden op verkrijgingswaarde. De volatiliteit van het resultaat van Rabo Vastgoed zou zelfs kunnen afnemen. Dit heeft te maken met het grote projectmatige karakter van de activiteiten. In plaats van de resultaten pas te nemen bij oplevering van het project zullen onder IFRS de resultaten gerelateerd worden aan de voortgang van het project.

49 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Ambities en vooruitzichten voor 2005 De Rabobank Groep is gematigd positief over de vastgoedmarkt in 2005. Zelfs in tijden van economische laagconjunctuur is sprake van een dynamische markt. Dat is in alle deelsegmenten zichtbaar. De vraag naar kwalitatief hoogwaardig vastgoed zal onveranderd hoog blijven, terwijl het aanbod daarvan ver achterblijft bij de vraag. Daardoor vinden er relatief weinig transacties plaats en komen de beleggingsfinancieringen onder druk te staan. Hetzelfde geldt voor de vastgoedfondsen, die ook een vraag naar kwalitatief hoogwaardig vastgoed genereren. Vanwege het verwachte economisch herstel zullen de bouwactiviteiten in de tweede helft van 2005 aantrekken. Daardoor kunnen ook de projectfinancieringen toenemen. Ondanks de stabiele huizenprijzen zal de woningmarkt naar verwachting verder groeien. FGH Bank heeft zich dan ook tot doel gesteld zich in 2005 meer te gaan richten op woningbouwcorporaties. De Rabobank Groep wil in 2005 haar marktpositie in vastgoed verstevigen en streeft naar een resultaatsverbetering van 15%. www.rabovastgoed.nl en www.fgh.nl Resultaten (in miljoenen euro s) 2004 2003 Mutatie Rente 110 23 Overige baten 7 9 Totale baten 117 32 Personeelskosten 20 4 Andere bedrijfslasten 12 5 Totale lasten 32 9 Brutoresultaat 85 23 Waardeveranderingen van vorderingen - - Bedrijfsresultaat vóór belastingen 85 23 Overige gegevens Kredietportefeuille (in miljarden euro s) 6,5 4,1 58% Grondportefeuille (in hectare) 1.790 1.694 6% Aantal fte s 291 225 29%

50 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Organisatiebesturing en risicomanagement Organisatiebesturing en risicomanagement In een financiële instelling is vertrouwen de spil waar alles om draait. Vertrouwen is het fundament onder de relatie met klanten en andere stakeholders, een randvoorwaarde in het contact met toezichthouders en de basis onder de interne verhoudingen tussen de marktgeoriënteerde, de controlerende en de bestuurlijke onderdelen van het bedrijf. Vertrouwen vereist niet alleen goed ondernemingsbestuur, maar ook daarvan afgeleid een adequate beheersing van de verschillende risico s die financiële instellingen lopen. Een open cultuur met een duidelijk kenbare verantwoording over het gevoerde bestuur en het gehouden toezicht kenmerkt de corporate governance van de Rabobank Groep. Een prudent risicobeleid waaruit een bescheiden risicoprofiel voortvloeit is de inzet van het risicomanagement. Corporate governance Risicomanagement

51 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Organisatiebesturing en risicomanagement Organisatiebesturing en risicomanagement Corporate governance Een aantal beursschandalen in de afgelopen jaren was de aanleiding voor een mondiale maatschappelijke discussie over corporate governance. Deze discussie leidde tot de ontwikkeling van algemene principes waarop goed ondernemingsbestuur dient te rusten. In diverse landen werd wet- en regelgeving ontwikkeld die nieuwe financiële schandalen moet voorkomen, zoals de Sarbanes-Oxley Act in de Verenigde Staten en de Corporate Governance Code in Nederland. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de corporate governance bij de Rabobank. Dit thema zal de komende tijd onderwerp van nader intern overleg zijn. Rabobank Groep De Rabobank Groep heeft zich gedurende het afgelopen decennium bij voortduring beraden op haar eigen corporate governance. Dit heeft in 2002 geleid tot een ingrijpende herziening van de bestuursstructuur van Rabobank Nederland. De permanente aandacht binnen de Rabobank Groep voor corporate governance impliceert dat zij zich vanzelfsprekend ook rekenschap geeft van het mondiale debat over dit onderwerp. Financiële instellingen, zoals de Rabobank Groep, zijn al jaren vertrouwd met veel van de moderne governanceprincipes. Dit komt doordat de financiële sector vanwege zijn maatschappelijke en economische functie altijd al strak gereguleerd is geweest. Gegeven haar diepe worteling in de Nederlandse samenleving en haar prominente aanwezigheid op de internationale kapitaalmarkten onderschrijft de Rabobank Groep de uitgangspunten van de door de commissie-tabaksblat ontwikkelde Nederlandse Corporate Governance Code. Deze code is echter niet van toepassing op de besturing van de Rabobank Groep. De Rabobank Groep heeft immers een coöperatieve grondslag en is niet beursgenoteerd. Dit neemt niet weg dat, waar mogelijk, uitvoering aan de code zal worden gegeven. Kruislingse garantieregeling De Rabobank Groep bestaat uit de lokale Rabobanken, hun centrale organisatie Rabobank Nederland en de met haar verbonden (dochter)- ondernemingen. Het is van belang te weten dat diverse onderdelen van de Rabobank Groep door hun onderlinge financiële verbondenheid één geheel vormen. Er bestaat tussen deze rechtspersonen een interne verhouding van aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 12 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk). Deze verhouding ligt opgesloten in een interne zogeheten kruislingse garantieregeling. Deze regeling houdt in dat, als een aan de regeling deelnemende instelling een tekort aan middelen heeft om haar verplichtingen tegenover haar crediteuren na te komen, de overige deelnemers de middelen van die instelling moeten aanvullen, om haar in staat te stellen haar verplichtingen jegens crediteuren wel na te komen. Corporate governance Rabobank Nederland Raad van bestuur De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het besturen van Rabobank Nederland en de met haar verbonden ondernemingen. Dit omvat de verantwoordelijkheid voor de realisatie van de doelstellingen van de Rabobank Groep als geheel, het strategisch beleid, de resultatenontwikkeling, de synergie binnen de groep, de naleving van alle relevante wet- en regelgeving, de beheersing van de ondernemingsrisico s en de financiering van de Rabobank Groep. De raad van bestuur legt over dit alles verantwoording af aan de raad van commissarissen, de centrale kringvergadering (het parlement van de organisatie met beslissingsbevoegdheid voor de daarin vertegenwoordigde lokale Rabobanken) en de algemene vergadering van Rabobank Nederland, gevormd door de leden, zijnde de lokale Rabobanken. De besturing van de Rabobank Groep is mede gebaseerd op de samenhang tussen risico, rendement en kapitaal. Door toezichthouders, De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten, zijn eisen geformuleerd ten aanzien van financiële instellingen. De eisen van De Nederlandsche Bank zijn onder meer vastgelegd in de Regeling Organisatie en Beheersing (ROB) die het kader vormt voor de organisatie en beheersing van de activiteiten van de Rabobank Groep. Daarnaast is het gedragstoezicht van de Autoriteit Financiële Markten op de Rabobank Groep van toepassing. De leden van de raad van bestuur worden voor onbepaalde tijd benoemd door de raad van commissarissen. De raad van commissarissen kan tevens bestuurders ontslaan en schorsen. De raad van commissarissen bepaalt ook de bezoldiging van de leden van de raad van bestuur en legt daarover verantwoording af aan de vertrouwenscommissie van de

52 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Organisatiebesturing en risicomanagement centrale kringvergadering. De raad van commissarissen beoordeelt periodiek het functioneren van de raad van bestuur, aan welke beoordeling conclusies worden verbonden. Raad van commissarissen De toezichthoudende taak wordt binnen Rabobank Nederland uitgeoefend door de raad van commissarissen. Dit betekent dat de raad van commissarissen toezicht houdt op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken van Rabobank Nederland en de met haar verbonden ondernemingen. Dit houdt onder meer in dat de realisatie van de groepsdoelstellingen, de strategie, de ondernemingsrisico s, de opzet en de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen, het financiële verslaggevingsproces en de naleving van de wet- en regelgeving uitgebreid worden besproken en geregeld worden getoetst. Voorts staat de raad van commissarissen de raad van bestuur met raad ter zijde. Bij de vervulling van hun taak richten de commissarissen zich naar het belang van Rabobank Nederland en de daarmee verbonden ondernemingen. Bepaalde belangrijke besluiten van de raad van bestuur zijn onderworpen aan verplichte goedkeuring van de raad van commissarissen, zoals bijvoorbeeld besluiten inzake strategische samenwerking met derden, belangrijke investeringen en acquisities alsmede de jaarlijkse vaststelling van de beleidsplannen en de begroting. De lokale Rabobanken zijn geografisch georganiseerd in 20 kringen. De kringbesturen vormen de 120 leden tellende centrale kringvergadering. De leden/klanten van de lokale Rabobanken zijn, via de vertegenwoordiging van de lokale bestuurs- en toezichtorganen in de kringbesturen, eveneens vertegenwoordigd in de centrale kringvergadering. De centrale kringvergadering is onder andere bevoegd regels vast te stellen die alle aangesloten banken moeten naleven. Tevens keurt de centrale kringvergadering het jaarplan en de begroting van het aangesloten bankenbedrijf goed. De uitkomst daarvan bepaalt mede de koers van Rabobank Nederland. In de centrale kringvergadering vinden voorts inhoudelijke discussies plaats, die met name het bedrijf van de lokale Rabobanken betreffen. Deze discussies zijn niet alleen ingegeven door de specifieke taken en bevoegdheden van de centrale kringvergadering, maar ook door het streven naar commitment en consensus tussen de lokale Rabobanken en Rabobank Nederland. De verantwoording die Rabobank Nederland aan haar leden aflegt over het beleid gaat daarmee verder dan gebruikelijk is bij een beursgenoteerde naamloze vennootschap jegens haar aandeelhouders. Door de bijzondere relatie tussen Rabobank Nederland en haar leden is de opkomst bij de centrale kringvergadering nagenoeg honderd procent. Om slagvaardig te kunnen optreden heeft de centrale kringvergadering uit haar midden commissies benoemd die belast zijn met bijzondere taken. De leden van de raad van commissarissen worden benoemd door de algemene vergadering, op voordracht van de raad van commissarissen. Daarbij staat de zorg voor de onafhankelijkheid van de individuele leden voorop. De vertrouwenscommissie uit de centrale kringvergadering bepaalt de bezoldiging van de commissarissen en heeft bovendien inspraak in de profielschets van de leden van de raad van commissarissen. De raad van commissarissen evalueert jaarlijks het eigen collectieve functioneren en dat van de individuele commissarissen. Er is een programma ontworpen om de kennis van de commissarissen met betrekking tot de ontwikkelingen in de institutionele en juridische omgeving van de bank en op het terrein van risicobeheersingssytemen up-to-date te houden. De raad van commissarissen telt vier commissies: de commissie voor coöperatieve aangelegenheden, de audit committee, de benoemings- en honoreringscommissie en de beroepscommissie. Centrale kringvergadering Invloed en zeggenschap van de lokale Rabobanken, zijnde de leden (en aandeelhouders) van Rabobank Nederland, voltrekken zich via (al dan niet directe) vertegenwoordiging in een tweetal organen, de centrale kringvergadering en de algemene vergadering. Algemene vergadering De algemene vergadering is het orgaan waarin alle lokale Rabobanken, als lid van Rabobank Nederland, directe zeggenschap kunnen uitoefenen. In de algemene vergadering komen majeure kwesties aan de orde, zoals de vaststelling van de jaarrekening, de wijziging van statuten en reglementen en de benoeming van de leden van de raad van commissarissen. De centrale kringvergadering brengt voorafgaand advies uit over alle onderwerpen die in de algemene vergadering zijn geagendeerd. Een inhoudelijke discussie over deze onderwerpen tussen de lokale Rabobanken en Rabobank Nederland heeft dan al plaatsgevonden. De lokale Rabobanken hebben stemrecht in de algemene vergadering naar rato van hun balanstotaal. Door de bijzondere relatie tussen Rabobank Nederland en haar leden is de opkomst ook hier nagenoeg honderd procent. Corporate governance lokale Rabobanken Alleen banken die een coöperatieve structuur hebben en waarvan de statuten door Rabobank Nederland zijn goedgekeurd, kunnen lid van Rabobank Nederland zijn. Op hun beurt hebben ook de lokale Rabobanken leden. De leden van de lokale Rabobanken komen voort uit hun lokale klantenkring. De lokale Rabobanken hebben jegens Rabobank Nederland en ook onderling nauwkeurig gedefinieerde rechten en plichten.

53 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Organisatiebesturing en risicomanagement Bestuur en toezicht De algemene vergadering van Rabobank Nederland heeft in juni 2004 de weg vrijgemaakt voor een aanpassing van het bestuursmodel van de aangesloten Rabobanken. Directe aanleiding hiervoor was de wens tegemoet te komen aan veranderingen, zoals de volop in gang zijnde lokale schaalvergroting, een veranderende markt en toenemende wet- en regelgeving. Besloten werd het bestaande bestuursmodel, het partnershipmodel, aan te scherpen en daarnaast een tweede bestuursmodel te introduceren: het zogenoemde directiemodel (zie kaderteksten). Beide bestuursmodellen zijn erop gericht een slagvaardig bestuur en een professioneel en onafhankelijk toezicht te verzekeren. Ze blijven de komende jaren volwaardig naast elkaar bestaan. In dit kader is het tevens van groot belang dat effectieve ledeninvloed en zeggenschap voldoende zijn geborgd, zodat de besturing van de lokale Rabobanken ook in de toekomst niet alleen op een adequate en professionele, maar ook op een bij de coöperatie passende wijze wordt ingevuld. Bij alle lokale Rabobanken hebben de leden bepaalde majeure bevoegdheden, zoals het vaststellen van de jaarrekening, het wijzigen van de statuten, het benoemen van commissarissen en het verlenen van decharge. Bovendien wordt aan de leden verantwoording afgelegd over het gevoerde bestuur en het gehouden toezicht. het bevorderen en structureren van de ledeninvloed en ledenbetrokkenheid. De algemene vergadering blijft bestaan, maar beslist alleen nog over majeure kwesties. Transparantie Een belangrijke voorwaarde voor een goede corporate governance van de Rabobank Groep is de aanwezigheid van een open cultuur met een duidelijk kenbare verantwoording over het gevoerde bestuur en het gehouden toezicht. Zonder transparantie is verantwoording door Rabobank Nederland aan de lokale Rabobanken over het gevoerde bestuur en toezicht en een beoordeling daarvan niet mogelijk. Investor relations Rabobank Nederland hecht behalve aan goede communicatie met haar leden ook aan goede communicatie met haar overige stakeholders. Zo worden institutionele beleggers uitgenodigd voor telefonische conferenties op de dag van publicatie van de (half)jaarcijfers. De eenheid investor relations informeert beleggers via een speciaal voor hen ingerichte website en via een elektronische nieuwsbrief over de ontwikkelingen bij de Rabobank Groep en staat tevens opgesteld om alle door beleggers gevraagde relevante informatie te verstrekken en toe te lichten. Partnershipmodel In het partnershipmodel hebben de lokale Rabobanken een bestuur, bestaande uit door en uit de leden gekozen personen én een algemeen directeur die door de raad van commissarissen (voorheen raad van toezicht) wordt benoemd. De algemeen directeur houdt zich primair bezig met de dagelijkse leiding van het bankbedrijf. De raad van commissarissen oefent toezicht uit op het bestuur. Dit model is in 2004 aangescherpt. Rollen en taken van de benoemde en gekozen bestuurders zijn opnieuw beschreven, de informatievoorziening is verbeterd en de toezichthoudende rol van de raad van commissarissen is steviger verankerd. Ook banken met een partnershipmodel kunnen een ledenraad instellen. Directiemodel In het directiemodel hebben de lokale Rabobanken een door de raad van commissarissen benoemde meerhoofdige directie, die functioneert onder toezicht van de raad van commissarissen. Er zijn geen door en uit de leden gekozen bestuurders meer, zoals in het partnershipmodel. Om de ledenzeggenschap en -invloed stevig en structureel te verankeren, stellen banken met het directiemodel een ledenraad in. Dit is een afvaardiging van het totale ledenbestand die door en uit de leden wordt gekozen. De ledenraad neemt de bevoegdheden van de algemene vergadering van leden grotendeels over en zorgt daarnaast voor Communicatie met de lokale Rabobanken Voor de lokale Rabobanken is een gesloten internetverbinding gecreeerd, die voor snelle en goede informatievoorziening zorgt voor de lokale Rabobanken en tot een grote betrokkenheid bij Rabobank Nederland leidt. Informatie corporate governance op internet Op haar voor iedereen toegankelijke internetsite geeft de Rabobank Groep informatie over haar corporate governance en haar activiteiten. Daar is ook een volledige toelichting op de afwijkingen van de Code- Tabaksblat te vinden. Hoewel de Rabobank Groep de uitgangpunten van de code onderschrijft en er, waar mogelijk, ook uitvoering aan geeft, kan een aantal principes en best practice -bepalingen geen toepassing vinden op de Rabobank Groep, vanwege haar coöperatieve structuur. Risicobeheersing De besturing van de Rabobank Groep is gebaseerd op haar strategische uitgangspunten en in het verlengde daarvan op de samenhang tussen risico, rendement en kapitaal. Over de organisatie en beheersing van de Rabobank zijn eisen geformuleerd door zowel de bank als De Nederlandsche Bank. De eisen van De Nederlandsche Bank zijn onder meer vastgelegd in de Regeling Organisatie en Beheersing (ROB), die

54 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Organisatiebesturing en risicomanagement het kader vormt voor de organisatie en beheersing van de activiteiten van de Rabobank Groep. Voor een verdere toelichting zij verwezen naar de desbetreffende passages in dit jaarverslag, waaronder in het bijzonder het hoofdstuk Risicomanagement. In het licht van het voorgaande is de raad van bestuur van mening dat de interne risicobeheersings- en controlesystemen van de Rabobank Groep voldoen aan de daaraan gestelde eisen en adequaat en effectief zijn. Een toelichting op de afwijkingen van de Code Tabaksblat vindt u op: www.rabobankgroep.nl/ corporategovernance

55 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Organisatiebesturing en risicomanagement Organisatiebesturing en risicomanagement Risicomanagement Bankieren is het bewust aangaan van verantwoorde risico s. De Rabobank Groep voert een prudent risicobeleid waaruit een bescheiden risicoprofiel voortvloeit. De eerste becijferingen op basis van de nieuwe kapitaalvereisten, zoals geformuleerd in het zogenoemde BIS II-akkoord, tonen dit ook aan. Naast de externe vermogensvereisten is voor het risicobeheer en kapitaalallocatie de interne vermogenseis, het zogenaamde economisch kapitaal, leidend. In 2004 zijn grote stappen voorwaarts gezet om een volledig economischkapitaalframework binnen de Rabobank Groep te implementeren. Organisatie risicobeheer Risicobeheer vindt plaats op diverse niveaus binnen de organisatie. De raad van bestuur stelt, onder toezicht van de raad van commissarissen en op advies van de Balans en Risico Management Commissie (BRMC), de te volgen risicostrategie, beleidsuitgangspunten en limieten vast. De raad van commissarissen evalueert regelmatig de risico s die verbonden zijn aan de activiteiten en de portefeuille van de Rabobank Groep. De CFO, lid van de raad van bestuur, is verantwoordelijk voor de implementatie van het risicobeleid binnen de Rabobank Groep; tevens is hij voorzitter van de BRMC. Risicobeheer binnen de Rabobank Groep vindt met name plaats binnen Groep Risico Management en Krediet Risico Management. Groep Risico Management is verantwoordelijk voor het beleid met betrekking tot rente-, liquiditeits-, markt-, valutarisico en operationeel risico, alsmede voor de kredietrisico s op portefeuilleniveau. Krediet Risico Management is verantwoordelijk voor het beheer van kredietrisico s op postniveau. Daarnaast worden binnen de groepsonderdelen door onafhankelijke risicocontrol afdelingen de risico s gemonitord die voor het betreffende onderdeel relevant zijn. Risicobeheer principes De primaire doelstelling van risicomanagement is het beschermen van de financiële soliditeit van de Rabobank Groep. De bank streeft een beperkt risicoprofiel na, zodat de invloed van onverwachte gebeurtenissen op zowel het kapitaal als het resultaat beperkt blijft. Binnen de Rabobank Groep is een uitgebreid stelsel van limieten en controls geïmplementeerd om de onderscheiden risico s te beheersen. Daarmee wordt ook de reputatie van de bank beschermd. Het in kaart brengen van alle risico s is van groot belang om goed inzicht te hebben in de posities van de bank. Om de juiste commerciële afwegingen te kunnen maken moeten de risico s volledig worden meegewogen. De bedrijfsonderdelen van de Rabobank Groep zijn ieder voor zich verantwoordelijk voor zowel de commerciële resultaten als de risico s die daarmee samenhangen. Risico en rendement dienen in evenwicht te zijn, uiteraard binnen de daarvoor vanuit de groep opgestelde risicolimieten. Economisch kapitaal De nieuwe BIS II regelgeving Het nieuwe Bazelse kapitaalakkoord ( Bazel II ) vormt een integraal raamwerk voor het toezicht op banken en bestaat uit drie pijlers. Er gelden minimumvermogenseisen voor kredietrisico, marktrisico en operationeel risico. De regels uit pijler 1 gelden voor elke bank. Binnen elke risico-categorie kunnen banken kiezen uit een menu van benaderingen, variërend van eenvoudig tot geavanceerd. Daarnaast kunnen regelgevers aanvullende vermogenseisen en kwalitatieve eisen stellen voor andere risicocategorieën. In pijler 2 verzekert de toezichthouder zich ervan dat de bank alle relevante risico s identificeert, kwantificeert en beheerst. De derde pijler is gericht op marktdiscipline. Banken dienen risico-informatie openbaar te maken aan investeerders om marktwerking te stimuleren. Het BIS-II akkoord wordt door de Europese Commissie gebruikt als basis voor de opstelling van de derde Richtlijn inzake Kapitaaltoereikendheid (Capital Adequacy Directive/CAD3). Het zal leiden tot een verfijnder systeem van risicogewichten en daarmee tot meer risicogevoelige kapitaalseisen. Bovendien moet niet alleen vermogen worden aangehouden voor het kredietrisico en het marktrisico, zoals onder Basel I al het geval is, maar ook voor het operationele risico. Banken mogen onder voorwaarden hun interne ratingmodellen gaan gebruiken ter bepaling van de hoeveelheid kapitaal die zij moeten aanhouden. De Rabobank Groep kiest voor deze optie. Zowel voor het kredietrisico als voor het operationele risico heeft de bank geavanceerde interne modellen ontwikkeld, volgens de richtlijnen van de toezichthouder. Het ziet ernaaruit dat in Europese landen het toezicht langs de lijnen van de interne ratingbenadering per 1 januari 2008 van start zal gaan. Het relatief lage risicoprofiel van de Rabobank Groep wordt binnen de Bazel II regelgeving gehonoreerd met duidelijk lagere kapitaalseisen en daardoor een significant hogere solvabiliteit.

56 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Organisatiebesturing en risicomanagement Economisch kapitaal Naast de minimum vermogenseisen van de toezichthouder, hanteert de Rabobank ook een interne vermogenseis, economisch kapitaal. Economisch kapitaal wordt gedefinieerd als de hoeveelheid kapitaal die de bank moet aanhouden om eventuele onverwachte verliezen te kunnen opvangen zonder insolvabel te worden, binnen de periode van één jaar met een door Rabobank gewenste betrouwbaarheidsgraad. Omdat de Rabobank Groep de huidige hoogste rating (AAA) wil behouden, wordt voor de betrouwbaarheidsgraad 99,99% gehanteerd. De Rabobank Groep bepaalt de omvang van dit aan te houden economisch kapitaal aan de hand van de meest geavanceerde statistische methoden. Om onverwachte verliezen op te vangen blijkt de Rabobank Groep meer dan voldoende gekapitaliseerd. De Rabobank Groep legt de lat zo hoog omdat ze er buitengewoon veel waarde aan hecht de hoogste rating (AAA) te behouden. Deze rating impliceert immers dat ratinginstituten de kans dat de bank failleert vrijwel uitgesloten achten. Bij de berekening van het economisch kapitaal speelt ook de spreiding van de risico s een belangrijke rol. Bij een betere spreiding is minder economisch kapitaal nodig. De kans dat de onderscheiden verliezen zich tegelijkertijd voordoen is dan immers geringer. Het totale economisch kapitaal voor de Rabobank Groep is voor 2004 becijferd op EUR 13 miljard, licht lager dan in 2003. Dit is ruim onder het aanwezige tier 1-kapitaal (kernvermogen) van EUR 22,6 miljard. De omvangrijke kapitaalbuffer onderstreept des te meer de soliditeit van de Rabobank Groep. Allocatie van economisch kapitaal Het concept van economisch kapitaal stelt de bank in staat om de verschillende risico s binnen de bank te kwantificeren en in kaart te brengen en vervolgens te beheren. Het kredietrisico blijft de relatief omvangrijkste risicocategorie. Een kwart van het economisch kapitaal is bestemd voor het operationele risico en het bedrijfsrisico. Het renterisico ontstaat door de verschillende looptijden van activa en passiva in de balans en de mate waarin dit risico wordt afgedekt. Marktrisico vloeit voort uit de handelsportefeuille-effecten en de aandelenpositie van Interpolis. Het feitelijke assurantierisico van de verzekeraar wordt apart onderscheiden. Het kapitaal voor operationeel risico is vooralsnog becijferd op basis van de standaardbenadering (opgeschaald tot AAAniveau) uit het Bazels akkoord. Het bedrijfsrisico omvat de effecten van veranderde marktomstandigheden en weerspiegelt de spanning tussen de grote marktdynamiek en de mate van flexibiliteit waarmee hierop kan worden gereageerd. Verdeling economisch kapitaal naar risico Kredietrisico 43% Renterisico 17% Bedrijfsrisico 14% Operationeel risico 12% Marktrisico 8% Assurantierisico 5% Landenrisico 1% Verdeling economisch kapitaal naar bedrijfsonderdelen Retailbankbedrijf 50% Wholesalebankbedrijf 27% Deelnemingen 23% Naar bedrijfsonderdelen bezien is het retailbankbedrijf verantwoordelijk voor de helft van het benodigde economisch kapitaal op groepsniveau. Daarbij moet worden bedacht dat het renterisico van de groep centraal wordt beheerd door de Treasury dat deel uitmaakt van het retailbankbedrijf. RAROC: 13% Door de winst van een bepaalde activiteit te relateren aan het daarvoor benodigde kapitaal resulteert de RAROC: risk adjusted return on capital. De in 2004 gerealiseerde RAROC (na belastingen) van de Rabobank Groep bedroeg 13%. Hiermee heeft de bank in belangrijke mate voldaan aan een van haar kerndoelstellingen: het creëren van economische waarde. Ook blijkt dat de behaalde RAROC voor het retailbedrijf en die voor het wholesalebankbedrijf en het totaal van de deelnemingen elkaar weinig ontlopen, wat duidt op een evenwichtige inzet van het economisch kapitaal. Kredietrisico De Rabobank voert een prudent acceptatiebeleid, dat wordt gekenmerkt door een zorgvuldige beoordeling van de klant en van zijn terugbetalingscapaciteit. De Rabobank gaat alleen over tot het verstrekken van een krediet wanneer zij verwacht dat de klant volledig aan zijn betalingsverplichtingen zal kunnen voldoen. De portefeuille van de Rabobank is verdeeld over een groot aantal bedrijfstakken. Hierdoor is sprake van een grote en evenwichtige spreiding van het risico waar-

57 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Organisatiebesturing en risicomanagement door de kwaliteit van de financieringsportefeuille niet sterk verslechtert wanneer het in één of enkele bedrijfstakken minder gaat of wanneer er sprake is van een economische teruggang. Over de grotere financieringsaanvragen wordt in commissieverband besloten. Daarbij is een structuur aangebracht van diverse niveaus waarbij de hoogte van de gevraagde financiering bepalend is. Over de grootste financieringsaanvragen besluit de raad van bestuur zelf. Een belangrijk onderdeel van het goedkeuringsproces van financieringsaanvragen is het toekennen van een rating die aangeeft hoe groot de kans is dat de klant de lening niet meer kan terugbetalen. Deze kans wordt aangeduid met de term faalkans of probability of default (PD). De Rabobank Groep heeft in 2003 de Rabobank Risk Rating (RRR) geïntroduceerd die de faalkans over de termijn van 1 jaar van de tegenpartij weerspiegelt en van toepassing is op alle grotere bedrijfscliënten. Deze systematiek bestaat uit 25 ratings. Bij de ratings van R0 tot en met R20 wordt voldaan aan de financieringsverplichtingen. R0 houdt in dat er geen risico is en R20 betekent dat de financiële positie als zeer zwak wordt beoordeeld. Bij D1 tot en met D4 wordt in principe niet meer aan de betalingsverplichtingen voldaan en is sprake van onvolwaardige kredieten. D4 houdt faillissement in of een daarmee vergelijkbare situatie. Het gemiddelde van de portefeuille heeft een rating tussen R11 tot R14. Bij 2% van de portefeuille wordt niet volledig aan de verplichtingen voldaan. Voor dat deel van de portefeuille is een adequate voorziening getroffen. Opgemerkt dient te worden dat de verdeling alleen weergeeft in hoeverre wordt verwacht dat de cliënten al dan niet aan hun verplichtingen zullen voldoen. Veelal heeft de bank voldoende zekerheden verkregen, die kunnen worden uitgewonnen wanneer de cliënt niet meer aan zijn financieringsverplichtingen voldoet en waarmee de financiering alsnog geheel of gedeeltelijk kan worden terugbetaald. Bij de Rabobank Groep is derhalve sprake van een gezonde financieringsportefeuille voor bedrijven. Die kwalificatie geldt des te meer als de totale kredietportefeuille in ogenschouw wordt genomen. De helft van de kredietportefeuille bestaat immers uit woninghypotheken, waarbij het verliesrisico historisch gezien zeer laag is. De ratio waardeveranderingen van vorderingen/private kredietverlening geeft inzicht in het aandeel van feitelijk gerealiseerde kredietverliezen. Op groepsniveau komt het gemiddelde over de periode 2000 tot en met 2004 uit op 23 basispunten, hetgeen een afspiegeling is van het gunstige kredietrisicoprofiel van de Rabobank Groep. Deze ratio is bij het wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf en bij leasing hoger en bedroeg in 2004 respectievelijk 30 en 59 basispunten. Bij het binnenlands retailbankbedrijf is de ratio met 17 basispunten aanzienlijk lager. Waardeveranderingen van vorderingen in basispunten van de private kredietverlening 80 70 60 50 40 Binnenlands retailbankbedrijf 30 Wholesale en internationaal 20 retailbankbedrijf 10 Leasing 0 Rabobank Groep 2000 2001 2002 2003 2004 Landenrisico Bij landenrisico kan een onderscheid worden gemaakt tussen transferrisico en collectief debiteurenrisico. Transferrisico betreft de mogelijkheid dat een buitenlandse overheid beperkingen oplegt aan de overmaking Verdeling van uitzettingen van bedrijven over de Rabobank Risk Rating Rating PD (basispunten) Omschrijving Uitzettingen in % van totaal R0 0-0 Geen risico 0 R1 0-1,6 Buitengewoon sterk 2 R2 - R4 1,6-4,5 Zeer sterk 1 R5 - R7 4,5-12 Sterk 3 R8 - R10 12-40 Adequaat 10 R11 - R14 40-210 Aanvaardbaar 63 R15 - R19 210-1.600 Kwetsbaar - aan verplichtingen wordt voldaan 18 R20 1.600-10.000 Zeer zwak 1 D1 - D4 10.000 Onvolwaardig krediet - aan verplichtingen wordt niet voldaan 2 Totaal 100

58 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Organisatiebesturing en risicomanagement van gelden van debiteuren in het desbetreffende land aan crediteuren in een ander land. Van collectief debiteurenrisico is sprake indien een groot aantal debiteuren in een land niet aan de verplichtingen kan voldoen als gevolg van dezelfde oorzaak (bijvoorbeeld oorlog, politieke en sociale onrust, natuurrampen, maar ook overheidsbeleid dat er niet in slaagt macro-economische en financiële stabiliteit te realiseren). De transferlimieten zijn ingesteld op het zogenoemde netto-transferrisico dat gelijk is aan de totale uitzettingen verminderd met de uitzettingen in lokale valuta, verminderd met verkregen garanties en andere dekking voor het transferrisico en verminderd met een aftrek voor verlaagde weging van bepaalde producten. De limieten zijn gealloceerd naar de kantoren, die vervolgens zelf verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse bewaking van de uitzettingen. Op Rabobank Groepsniveau wordt per kwartaal het uitstaande landenrisico, inclusief additioneel kapitaalbeslag en landenrisicovoorziening, gerapporteerd aan BRMC en aan de Landenlimietencommissie. Berekening van het additionele kapitaalbeslag en de landenrisicovoorziening vindt plaats op grond van richtlijnen van De Nederlandsche Bank en heeft betrekking op landen waar sprake is van een verhoogd landenrisico. Het netto transferrisico vóór voorzieningen op niet-oeso-landen bedraagt doorgaans minder dan 1% van het balanstotaal. Renterisico Een van de belangrijkste risicocomponenten bij de Rabobank Groep is het renterisico. Onder renterisico wordt verstaan het risico in de niethandelsomgeving dat het renteresultaat en/of de marktwaarde van het vermogen afwijken door veranderingen in de marktrentes. Dit renterisico vloeit voornamelijk voort uit het uiteenlopen van de looptijden van uitzettingen en middelen. Bij rentestijgingen is het tarief van de passiva, bijvoorbeeld de spaargelden, direct aanpasbaar. Dat is niet het geval bij het merendeel van de activa, zoals hypotheken, die immers een langere rentevastperiode kennen. gevoeligheid van de marktwaarde van het vermogen voor veranderingen in de rente. De maximale Equity at Risk bedroeg in het verslagjaar 7,5%. Zowel Income at Risk als Equity at Risk wordt maandelijks berekend en gerapporteerd aan de BRMC. Jaarlijks worden limieten vastgesteld voor beide risico-indicatoren. Funding en liquiditeitsrisico Onder liquiditeitsrisico wordt verstaan het risico dat de groei van de activa op enig moment niet, of niet tegen een redelijke prijs, kan worden gefinancierd of dat niet aan alle (terug)-betalingsverplichtingen kan worden voldaan. Dit kan doordat klanten of andere professionele tegenpartijen plotseling meer geld opvragen dan verwacht, terwijl de bank niet genoeg geld in kas heeft en ook het verkopen van activa of het lenen van geld bij derden geen uitkomst biedt. Om het liquiditeitsrisico te meten, wordt onder andere gebruik gemaakt van de CA/CL- methode (Core Asset / Core Liabilities). Het startpunt van deze analyse is de liquiditeitstypische vervalkalender van activa en passiva. Vervolgens wordt becijferd welke activa (en niet-benutte faciliteiten) en passiva waarschijnlijk nog op de balans staan of komen te staan na veronderstelde en nauwkeurig gedefinieerde stress-scenario s. De alsdan resterende activa en passiva worden gedefinieerd als respectievelijk de kernactiva (core assets; CA) en de kernpassiva (core liabilities; CL). De verhouding CA/CL is de liquiditeitsratio. Gegeven de gekozen uiterst conservatieve wegingen wordt het afdoende geacht als de ratio onder 1,2 blijft. In het verslagjaar was dat voor de gehanteerde scenario s inderdaad het geval. Ook de groepsbrede liquiditeitspositie gemeten aan de hand van de richtlijnen van de toezichthouder bleek alleszins ruim; de aanwezige liquiditeiten overschreden de eis gemiddeld met 8%. De ruime liquiditeitspositie van de Rabobank Groep wordt op de balans weerspiegeld in de omvangrijke actiefpost rentedragende waardepapieren ad EUR 92 miljard. Deze gelden zijn in situaties van liquiditeitscrises in beginsel direct opvraagbaar. Het beheer en de sturing van de renterisicopositie van de Rabobank Groep vindt centraal plaats. Voor het meten en beheren van het renterisico worden verschillende methoden gebruikt, waaronder gapanalyse, scenario-analyse en marktwaardelimieten. Voor simulatie- en analysedoeleinden worden klantgedrag en rentebewegingen gemodelleerd. Het renterisico op korte termijn wordt gemonitord aan de hand van de Income at Risk. Dat is het bedrag aan rentewinst dat met een betrouwbaarheidsgraad van 97,5% op jaarbasis maximaal in de waagschaal wordt gesteld. In het verslagjaar bedroeg het maximale risico ongeveer EUR 200 miljoen. Het langetermijnrenterisico wordt gemeten en beheerst aan de hand van de Equity at Risk. De Equity at Risk is de Het fundingbeleid van de Rabobank Groep is erop gericht tegen aanvaardbare kosten in de financieringsbehoefte van de groepsonderdelen te voorzien. Het beleid kenmerkt zich door diversificatie van financieringsbronnen, flexibiliteit van de gebruikte fundinginstrumenten en actieve investor relations. De Rabobank Groep heeft de hoogste rating van vooraanstaande ratinginstituten. Deze toprating stelt de Rabobank Groep in staat om relatief goedkoop funding aan te trekken. In 2004 werd voor bijna EUR 20 miljard langetermijnfunding opgehaald in de internationale financiële markten.

59 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Organisatiebesturing en risicomanagement Langetermijnfunding in 2004 naar valuta Euro 47% Amerikaanse dollar 28% Canadese dollar 7% Britse pond 6% Australische dollar 4% Zwitserse franc 3% Overig 5% Een separate eenheid Investor Relations staat opgesteld om de beleggers in Rabobank optimaal te informeren over het risicoprofiel en de financiële en strategische ontwikkelingen van het bedrijf. www.rabobank.com Marktrisico Het marktrisico betreft de waardeveranderingen van de handelsportefeuille als gevolg van prijswijzigingen in de markt. De prijsveranderingen hebben onder andere betrekking op de prijzen van renteproducten (rente), aandelen, valuta, sommige goederen en derivaten. De Rabobank Groep berekent en consolideert het risico dagelijks en limiteert dit via een verfijnd stelsel van limieten. Op geconsolideerd niveau wordt het risico weergegeven door de zogenaamde Value at Risk. Deze maatstaf geeft, op basis van historische marktontwikkelingen aan wat het maximaal mogelijke verlies is bij een gegeven betrouwbaarheidsniveau onder normale marktomstandigheden. De hoogte van de Value at Risk is het gevolg van marktontwikkelingen en van de zelf ingenomen posities. Om ook gevoel te krijgen voor het maximale potentiële risico wordt ook het effect berekend van bepaalde extreme gebeurtenissen ( event risk ) op de waardeontwikkeling van de portefeuilles. Hierbij worden zowel historische als hypothetische scenario s geanalyseerd. Ook wordt er gebruik gemaakt van gevoeligheidsanalyses. In de bijgaande grafiek is het verloop van de Value at Risk gedurende het verslagjaar weergegeven. De Value at Risk bewoog in 2004 tussen EUR 11 (11) miljoen en EUR 22 (18) miljoen, met een gemiddelde van EUR 17 (14) miljoen. Dit betekent dat met een betrouwbaarheid van 97,5% onder normale omstandigheden het verlies op één dag maximaal EUR 22 miljoen bedroeg in 2004. Value at risk in miljoenen euro s 25 20 15 10 5 0 jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec De samenstelling van de Value at Risk van de handelsportefeuilles wordt onderverdeeld in een aantal componenten. De waarde van de handelsportefeuilles is voornamelijk gevoelig voor veranderingen in de rente, aandelenkoersen en credit spreads. Doordat tegengestelde posities van verschillende boeken elkaar in enige mate opheffen wordt er een diversificatievoordeel behaald, dat het totale risico reduceert. Ultimo 2004 was de geconsolideerde Value at Risk EUR 14,6 miljoen. Risico in niet-oeso-landen in miljoenen euro s Regio s in Europa In Afrika In Latijns Amerika In Azië/ Pacific Totaal In % van het balanstotaal Economisch landenrisico (exclusief derivaten) 1) 1.385 262 3.742 4.492 9.881 2,1 Risicoverlagende componenten: - uitzettingen in lokale valuta 13 0 798 868 1.679 - door derden gedragen landenrisico 378 135 1.630 569 2.712 - aftrek voor verlaagde weging van transacties met lager risico 787 37 432 569 1.825 Nettolandenrisico vóór voorzieningen 207 90 882 2.486 3.665 0,8 In % van de totale voorzieningen Totaal voorzieningen voor economisch landenrisico 2 2 121 61 186 8,9 1) totaal activa, vermeerderd met gestelde garanties, borgtochten en onbenutte kredietfaciliteiten

60 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Organisatiebesturing en risicomanagement Risicotype in miljoenen euro s Ultimo 2004 Credit spread 10,1 Vreemde valuta 0,1 Aandelen 8,1 Rente 2,2 Diversificatie -6,0 Totaal Value at Risk 14,6 Valutarisico Valutarisicoposities komen voor in de handelsboeken en de niet-handelsboeken. Het valutarisico in de handelsboeken wordt evenals andere marktrisico s beheerst op basis van Value at Risk-limieten. In de niet-handelsboeken heeft het valutarisico uitsluitend betrekking op translatierisico op in buitenlandse activiteiten geïnvesteerd kapitaal en de niet in euro s genoteerde uitgiftes van Trust Preferred Securities. Voor het bewaken en beheersen van het translatierisico hanteert de Rabobank Groep een samenhangend tweesporenbeleid dat erop gericht is de vermogenspositie van de bank te beschermen tegen valutakoersschommelingen. Enerzijds voorziet de hedgestrategie in het afdekken van de reserves die in het buitenland belegd zijn, anderzijds in het immuniseren van de tier 1-ratio voor effecten van valutakoersbewegingen. Dat laatste vindt plaats via de niet tot de reserves gerekende componenten van het toetsingsvermogen, met name de Trust Preferred Securities. Deze werden in 2003 en 2004 uitgegeven in zodanige vreemde valuta, dat de valutasamenstelling van het toetsingsvermogen overeenkomt met die van de naar risicograad gewogen activa. Deze natuurlijke hedge is gerealiseerd door de tot het tier 1-vermogen gerekende Trust Preferred Securities II (in 2003) en III tot en met VI (in 2004) uit te geven in Amerikaanse dollars (USD 3.250 miljoen), Australische dollars (AUD 500 miljoen) en Britse ponden (GBP 350 miljoen). Operationeel risico Operationeel risico is een risicotype dat binnen het bankwezen een duidelijke eigen plaats heeft verworven. Als definitie geldt het risico van verlies door falende interne processen, mensen of systemen of door externe gebeurtenissen. In het moderne internationale bankwezen is in de recente decennia meerdere malen aangetoond dat het niet goed beheersen van de operationele risico s tot enorme verliezen kan leiden. Volgens het Bazel II-akkoord worden banken verplicht om er vermogen voor aan te houden. De Rabobank onderkent operationeel risico vanouds als een risico waarop een passend beheer wordt toegepast. Voorbeelden van operationeel-risico-incidenten zijn zeer divers: fraude, claims in verband met ontoereikende producten, verliezen door slechte arbo-omstandigheden, fouten in transactieverwerking, overtreding van wetgeving en systeemuitval. Door Groep Risico Management wordt richting en inhoud gegeven aan het groepsbrede beleidsprogramma voor operationeel risicobeheer. Uiteindelijk is het lijnmanagement verantwoordelijk voor het daadwerkelijk sturen en beheren van operationele risico s binnen het eigen domein. De ambitie van de Rabobank Groep is gericht op een zodanig evenwichtig beheersen van de operationele risico s dat daarbij voldaan wordt aan de hoogste eisen van de relevante regelgeving. Voor het identificeren van risico s hanteert de Rabobank twee benaderingsniveaus. In de eerste plaats worden op jaarbasis de belangrijkste risico s per bedrijfsonderdeel in beeld gebracht. Dit is de zogenaamde top-down risico-identificatiemethode. Daarnaast worden voor specifieke processen, afdelingen of risico s Control Risk Self Assessments uitgevoerd. Hierbij worden de specifieke risico s in workshops met de direct betrokkenen geïdentificeerd en geanalyseerd. Binnen alle groepsonderdelen van de Rabobank worden de operationele verliezen van meer dan EUR 10.000 en incidenten geregistreerd en op kwartaalbasis gerapporteerd. De validatie en analyse van de verliezen vinden zo dicht mogelijk bij de bron plaats. Voorts wordt ieder kwartaal door de resultaatverantwoordelijke groepsonderdelen gerapporteerd over de status en kwaliteit van risicobeheersing. Daarnaast worden de belangrijkste risico s en controls gemonitord, waarbij zo veel mogelijk gebruik zal gaan worden gemaakt van waarschuwingssignalen middels sleutelindicatoren voor risico s en controls. Het vermogensbeslag voor de Rabobank Groep wordt berekend aan de hand van een eigen model. Momenteel wordt getoetst of dit model voldoet aan de eisen van de Advanced Measurement Approach uit de BIS-regelgeving. Assurantierisico Bij Interpolis is het risicobeheer met name gericht op het assurantierisico. Door middel van de daarvoor geëigende technieken worden de risico s van (nieuwe) producten en de ontwikkeling van risico s ingeschat. Daarmee bewaakt de verzekeraar ook dat met voldoende zekerheid aan toekomstige verplichtingen kan worden voldaan en dat calamiteiten financieel kunnen worden opgevangen. Ook binnen Interpolis wordt het principe van economisch kapitaal geïmplementeerd.

61 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Maatschappelijke betrokkenheid Maatschappelijk verantwoord ondernemen De Rabobank Groep heeft de ambitie haar vooraanstaande positie op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen te behouden en uit te bouwen. Daarvoor is het nodig dat het MVO-denken een rol speelt bij beslissingen op alle niveaus en in alle bedrijfsprocessen. De monitoring van MVO laat zien dat dit doel in 2004 weer dichterbij gekomen is. Meer onderdelen van de groep hebben in beleid en activiteiten meer aandacht aan MVO besteed dan in de jaren daarvoor. Als klanten en stakeholders MVO als een zichtbaar onderdeel beschouwen van de identiteit van de Rabobank Groep, draagt dit ook bij aan haar reputatie. Reputatiemanagement in het kader van MVO gebeurt enerzijds door het beheersen van risico s en anderzijds door het toevoegen van waarde aan de onderneming. Risicobeheer vindt plaats via transparante corporate governance, door conform externe MVO-richtlijnen en interne codes te opereren en door MVO-criteria een plaats te geven in de financiële dienstverlening en bedrijfsinterne milieuzorg. In 2004 zijn voorbereidingen getroffen om in de kredietbeoordeling expliciet de toetsing op MVO-gebied op te nemen. Het toevoegen van waarde gebeurt bijvoorbeeld door nieuwe markten aan te boren, of nieuwe, duurzamere producten en diensten aan te bieden. Een goede reputatie creëert uiteindelijk ook waarde. Zo wordt de Rabobank gezien als een aantrekkelijke werkgever. Opnieuw succesvol jaar voor Rabo Groen Bank Rabo Groen Bank heeft opnieuw een uitstekend jaar achter de rug. Net voor het jaareinde overschreed het balanstotaal de grens van twee miljard euro. De bruto verstrekkingen groeiden in 2004 met zo n 534 miljoen euro. De bruto funding, via de uitgifte van Rabo Groen Obligaties, bedroeg EUR 482. De uitgifte van Robeco CDO Groen Obligaties bedroeg EUR 30 miljoen. De Rabobank is met afstand marktleider op het gebied van groenfinancieringen, met een marktaandeel van zo n 50%. In de biologische landbouw, het agrarisch natuurbeheer, de windenergie en de Groen Label Kassen laat de Rabobank de concurrentie ver achter zich. Deze positie heeft zij vooral te danken aan de ondersteuning door de lokale Rabobanken. Nagenoeg alle Rabobanken verkopen groenobligaties aan particuliere relaties. Bij de verstrekking van groenfinancieringen is ruim driekwart van de banken betrokken. Handelsplatform voor CO 2 -emissierechten opgericht Begin 2004 heeft New Values, een initiatief van de Rabobank, een elektronisch platform gelanceerd voor de handel in CO 2 -emissierechten, groencertificaten en NO x -emissierechten. Via dit platform kunnen bedrijven wereldwijd en anoniem in deze rechten handelen. De Europese handel in CO 2 -emissierechten is op 1 januari 2005 van start gegaan. Rabobank Nederland werkt binnen New Values samen met TenneT-dochter APX (de Amsterdamse stroombeurs). De Rabobank heeft het initiatief tot New Values genomen, omdat haar klanten in de zakelijke markt in toenemende mate te maken krijgen met wettelijke emissieplafonds. Bedrijven kunnen daaraan voldoen door hun eigen emissies te verminderen of door emissierechten in te kopen van bedrijven die hun emissies tegen lagere kosten kunnen beperken. Bodemverontreiniging van bedrijfsterreinen te lijf Samen met zes koepel- en brancheorganisaties, waaronder de werkgeversorganisaties MKB Nederland en VNO-NCW, gaat de Rabobank de bodemverontreiniging van bedrijfsterreinen te lijf. Het ministerie van VROM steunt het initiatief beleidsmatig en financieel. Er komt één organisatie waar bedrijven met alle vragen en problemen betreffende bodemverontreiniging en bodemsanering kunnen aankloppen. Deze organisatie gaat werken onder de naam Bodemcentrum. In 2003 en 2004 vonden de voorbereidingen plaats voor de opzet van het centrum.

62 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Maatschappelijke betrokkenheid In januari 2005 tekenden de betrokken partijen een intentieverklaring. Uit onderzoek is gebleken dat bij 12.000 tot 15.000 bedrijven de bodem moet worden gesaneerd. Voor 2030 moet dit zijn afgerond. Dat komt neer op circa 500 bodemsaneringen per jaar. Gemiddeld gaat het om een investering van EUR 100.000 tot EUR 150.000. Coöperatief bankieren in ontwikkelingslanden In 2004 is het label Rabobank Development Program gelanceerd waarmee de Rabobank als maatschappelijk verantwoordelijke en betrokken coöperatieve bank bijdraagt aan de stimulering van plattelandseconomieën in ontwikkelingslanden. In het kader van het Rabobank Development Program zullen in 2005 Rabobankmedewerkers naar projecten worden uitgezonden. Onder het label vallen Rabo Financial Institutions Development BV en de Rabobank Foundation. Rabo Financial Institutions Development BV is opgericht voor de ondersteuning van en deelname in plattelandsbanken in 15 ontwikkelingslanden. Zij beschikte bij de start over een investeringskapitaal van 25 miljoen euro. Inmiddels zijn 10 van de 15 ontwikkelingslanden bekend. Het zijn Brazilië, Bolivia, China, Egypte, India, Indonesië, Mozambique, Peru, Tanzania en Vietnam. De consultancydienst RIAS vormt een onderdeel van deze nieuwe entiteit. De Rabobank Foundation, die op 12 mei 2004 haar 30-jarig bestaan vierde, helpt met advies en financiële middelen bij het opzetten van spaar- en kredietcoöperaties. Ook verstrekt zij handelsfinancieringen aan agrarische coöperaties. Doelstellingen 2005 Voor 2005 staan onder meer de volgende doelstellingen op het programma: - De positionering verstevigen van een bank die MVO hoog in het vaandel heeft staan, door de inzet van duurzame producten en diensten optimaal te benutten. - Verdere invoering van MVO-criteria in het kredietproces in de gehele organisatie. - Maatschappelijke betrokkenheid verder versterken in de vorm van vrijwilligerswerk, corporate citizenship en, waar relevant, een actieve stakeholdersdialoog. - Programma s invoeren gericht op duurzame bedrijfsvoering, zoals 100% groene stroom, opnieuw 10% papierreductie, verduurzaming van de mobiliteit en een duurzaam inkoopbeleid. - Herziening van het autoleasebeleid waarbij alleen auto s geleased kunnen worden indien ze voldoen aan criteria voor energiezuinige auto s. Meer informatie over het MVO-beleid en MVO-activiteiten van de Rabobank Groep staat in het maatschappelijk jaarverslag 2004. Dit verslag is op internet beschikbaar. De internetversie volgt de richtlijnen van het Global Reporting Initiative. Op internet staan ook aansprekende voorbeeldprojecten van lokale banken en groepsonderdelen. Zie www.rabobankgroep.nl/duurzaamheid. Papierreductie blijft achter bij doelstelling Een gemiddelde kantoormedewerker verbruikt één boom per jaar aan papier, zo berekende het Wereld Natuur Fonds. Dat betekent voor de hele Rabobank Groep 55.000 bomen per jaar. De doelstelling van een papierreductie van 10% is in 2004 niet gehaald. In het verslagjaar bedroeg de reductie 7%. Inkoop groene energie In 2004 is een raamcontract afgesloten voor Nederlandse vestigingen van de Rabobank Groep, waardoor vanaf 2005 meer dan 1.300 locaties binnen de Rabobank Groep 100% groene stroom krijgen. De stroomopwekking vindt plaats bij windmolens in Nederland, die door de Rabobank gefinancierd zijn. Het afgesloten raamcontract betekent een minder grote belasting van het milieu. Bovendien zorgt de gemeenschappelijke inkoop voor een fikse kostenbesparing.

63 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Jaarcijfers (bedragen in miljoenen euro s) 2004 2003 Activa Kasmiddelen 7.204 7.117 Kortlopend overheidspapier 4.132 3.211 Professionele effectentransacties 26.134 30.199 Overige bankiers 14.454 11.720 Bankiers 40.588 41.919 Kredieten aan de overheid 2.201 2.161 Kredieten aan de private sector 252.996 235.425 Professionele effectentransacties 20.973 13.211 Kredieten 276.170 250.797 Rentedragende waardepapieren 91.889 71.141 Aandelen 15.168 10.093 Deelnemingen 510 201 Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen 3.927 3.964 Overige activa 5.468 4.984 Overlopende activa 30.033 9.878 Totaal activa 475.089 403.305 Geconsolideerde balans per 31 december 2004 (na winstbestemming) Passiva Professionele effectentransacties 22.898 20.180 Overige bankiers 73.368 62.676 Bankiers 96.266 82.856 Spaargelden 77.737 71.559 Professionele effectentransacties 4.119 3.309 Overige toevertrouwde middelen 110.267 97.703 Toevertrouwde middelen 192.123 172.571 Schuldbewijzen 92.578 80.695 Overige schulden 12.447 11.907 Overlopende passiva 34.314 12.513 Voorzieningen 20.752 19.177 448.480 379.719 Fonds voor algemene bankrisico s 1.756 1.679 Achtergestelde schulden 2.091 2.211 3.847 3.890 Ledenkapitaal 3.841 3.853 Herwaarderingsreserves 136 222 Overige reserves 12.287 11.158 Trust Preferred Securities 1.879 - Eigen vermogen 18.143 15.233 Belang van derden 4.619 4.463 Aansprakelijk groepsvermogen 26.609 23.586 Totaal passiva 475.089 403.305 Voorwaardelijke schulden 7.612 6.435 Onherroepelijke faciliteiten 30.114 26.117

64 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Jaarcijfers (bedragen in miljoenen euro s) 2004 2003 Baten Rentebaten 18.773 17.794 Rentelasten 12.524 11.838 Rente 6.249 5.956 Opbrengsten uit effecten en deelnemingen 482 353 Provisiebaten 2.458 2.146 Provisielasten 346 294 Provisie 2.112 1.852 Resultaat uit financiële transacties 312 170 Overige baten 900 687 Totaal baten 10.055 9.018 Geconsolideerde winsten-verliesrekening over 2004 Lasten Personeelskosten 4.029 3.770 Andere beheerskosten 2.335 2.101 Personeels- en andere beheerskosten 6.364 5.871 Afschrijvingen 368 372 Bedrijfslasten 6.732 6.243 Waardeveranderingen van vorderingen 525 575 Waardeveranderingen van financiële vaste activa -11-148 Totaal lasten 7.246 6.670 Bedrijfsresultaat vóór belastingen 2.809 2.348 Belastingen bedrijfsresultaat 957 712 Bedrijfsresultaat/groepswinst na belastingen 1.852 1.636 Belang van derden 316 266 Nettowinst 1.536 1.370

65 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Jaarcijfers (bedragen in miljoenen euro s) 2004 2003 Kasstroom uit operationele activiteiten Bedrijfsresultaat/groepswinst na belastingen 1.852 1.636 Aanpassingen voor: - afschrijvingen 368 372 - waardeveranderingen van vorderingen 525 575 - waardeveranderingen van financiële vaste activa -11-148 - mutatie technische voorziening verzekeringsbedrijf 1.363 1.119 - mutatie overige voorzieningen 212-280 - mutatie overlopende posten 1.646 1.729 4.103 3.367 Kasstroom uit bedrijfsoperaties 5.955 5.003 Kasstroomoverzicht Mutatie kortlopend overheidspapier -921-1.398 Mutatie effecten handelsportefeuille -19.723 2.665 Mutatie vertitelde vorderingen -963-50 Mutatie bankiers 14.741 633 Mutatie kredieten -25.898-26.120 Mutatie toevertrouwde middelen 19.552 939 Overige mutaties uit operationele activiteiten -1.550 4.609-14.762-18.722 Totaal kasstroom uit operationele activiteiten -8.807-13.719 Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen en aankopen - beleggingsportefeuille -24.469-24.222 - deelnemingen -321-45 - materiële vaste activa -534-686 -25.324-24.953 Desinvesteringen, aflossingen en verkopen - beleggingsportefeuille 20.575 19.900 - deelnemingen 11 15 - materiële vaste activa 239 227 20.825 20.142 Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten -4.499-4.811 Kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie Ledenkapitaal en Trust Preferred Securities III, IV, V en VI 1.867 2 Mutatie achtergestelde leningen -120 1.450 Mutatie schuldbewijzen 11.883 18.956 Vergoeding Ledenkapitaal en Trust Preferred Securities III, IV, V en VI -237-215 Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten 13.393 20.193 Nettokasstroom/Mutatie kasmiddelen 87 1.663 Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de nettomutaties uit operationele, investeringsen financieringsactiviteiten

66 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Jaarcijfers (bedragen in miljoenen euro s) 2004 2003 Het eigen vermogen is als volgt opgebouwd: Ledenkapitaal 3.841 3.853 Herwaarderingsreserves 136 222 Overige reserves 12.287 11.158 Trust Preferred Securities III, IV, V en VI 1.879-18.143 15.233 Het verloop was als volgt: Ledenkapitaal Stand 1 januari 3.853 3.851 Mutatie inzake marktonderhoud -12 2 Stand 31 december 3.841 3.853 Mutaties eigen vermogen Herwaarderingsreserves Stand 1 januari 222 246 Herwaardering 156 32 Naar/van overige reserves -11 16 Vrijval naar de winst-en-verliesrekening -231-72 Stand 31 december 136 222 Hieronder zijn mede begrepen herwaarderingsreserves uit hoofde van onroerende zaken, aandelen en deelnemingen. Overige reserves Stand 1 januari 11.158 10.164 Van/naar herwaarderingsreserves 11-16 Goodwill -172-213 Overige mutaties -9 68 Vergoedingen Ledenkapitaal en Trust Preferred Securities III, IV, V en VI -237-215 Nettowinst 1.536 1.370 Stand 31 december 12.287 11.158 De in 2004 betaalde goodwill heeft betrekking op Telia Finans AB en BGZ SA Trust Preferred Securities III, IV, V en VI Stand 1 januari - - Uitgifte 1.879 - Herwaardering - - Stand 31 december 1.879 -

67 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Toelichting op de belangrijkste balansgegevens Toelichting op de belangrijkste balansgegevens In 2004 steeg het geconsolideerde balanstotaal van de Rabobank Groep met 18% tot EUR 475 miljard. De kredietverlening aan de private sector nam met 7% toe. De spaargelden groeiden met 9%. Totale kredietverlening De totale kredietverlening van de Rabobank Groep steeg in 2004 met 10% tot EUR 276,2 (250,8) miljard. Dit totaal bestaat uit: - kredietverlening aan overheden; - professionele effectentransacties; - kredietverlening aan de private sector. De kredietverlening aan de overheid bleef in het verslagjaar nagenoeg onveranderd op EUR 2,2 miljard. De omvang van de professionele effectentransacties kwam uit op EUR 21,0 (13,2) miljard. De kredietverlening aan de private sector, goed voor 53% van het balanstotaal, steeg met EUR 17,6 miljard tot EUR 253,0 miljard. Dit is een stijging van 7%. Het grootste deel van de kredietverlening (80%) heeft betrekking op het binnenland. In de rest van Europa werd 9% verstrekt, in Amerika 7%, in Australië en Nieuw-Zeeland 3% en in Azië 1%. De kredietverlening aan de private sector wordt onderverdeeld naar particulieren, handel, industrie en dienstverlening en food & agri. Kredietverlening naar sectoren - Particulieren De totale kredietverlening aan particulieren bedroeg ultimo 2004 EUR 131,6 (117,5) miljard. Dit is een stijging van 12%. Het leeuwendeel van de kredieten aan particulieren wordt in Nederland verstrekt. Alhoewel in omvang nog relatief gering, steeg de buitenlandse kredietverlening aan particulieren het afgelopen jaar explosief met 46%. - Handel, industrie en dienstverlening Aan bedrijven in handel, industrie en dienstverlening was eind 2004 EUR 1,8 miljard meer krediet verstrekt dan eind 2003. Dat is een stijging van 2%. De totale kredietverlening aan deze sector kwam daarmee uit op EUR 83,1 miljard. In de sectoren bouwnijverheid en onroerend goed was sprake van een stijging van de kredietverlening. Daarentegen werden minder kredieten verstrekt aan bedrijven in de gezondheidszorg en aan de chemische industrie. - Food & agri De totale kredietverlening aan de food & agrisector bedroeg eind 2004 EUR 38,4 (36,6) miljard. Dit is een stijging van 5%. De groei vond met name plaats in het binnenland, de kredietverlening in het buitenland bleef nagenoeg onveranderd, mede door de daling van de dollarkoers. In de tuinbouw en graan-/rijstsector is de kredietverlening toegenomen. Kredietverlening naar sectoren in miljarden euro s 140 120 100 80 60 2001 40 2002 20 2003 0 2004 Food & agri HID Particulieren Kredietverlening naar groepsonderdelen Van de totale kredietverlening aan de private sector van EUR 253,0 miljard werd EUR 184,1 (167,7) miljard verstrekt door het binnenlands retailbankbedrijf. Dat neemt hiermee 73% van de totale kredietverlening voor zijn rekening. Het wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf verstrekte EUR 46,8 (47,3) miljard aan kredieten, wat

68 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Toelichting op de belangrijkste balansgegevens overeenkomt met 18% van het totaal. De resterende 9% van de kredietverlening ter grootte van 22,0 (20,4) miljard kwam voor rekening van de overige groepsonderdelen, waaronder De Lage Landen en FGH Bank. Kredietverlening naar groepsonderdelen Retailbankbedrijf 73% Wholesalebankbedrijf 18% Overig 9% Toevertrouwde middelen In 2004 stegen de toevertrouwde middelen, bestaande uit spaargelden, professionele effectentransacties en overige toevertrouwde middelen met 11% tot EUR 192,1 (172,6) miljard. De professionele effectentransacties bedroegen ultimo 2004 EUR 4,1 (3,3) miljard. De overige toevertrouwde middelen namen met 13% toe tot EUR 110,3 (97,7) miljard. De stijging is grotendeels toe te schrijven aan de stijging van deposito s. Spaargeld De spaargelden stegen in het verslagjaar met EUR 6,1 miljard tot EUR 77,7 (71,6) miljard. Dit is een stijging van 9%. De economische onzekerheid zorgde ervoor dat veel consumenten de hand op de knip hielden. Hierdoor namen de spaargelden wederom relatief fors toe. Het aandeel van internetsparen in het totale spaargeld steeg het afgelopen jaar van 33% tot 43%. Dit ging met name ten koste van de traditionele rendementsrekening en Telesparen. Het aandeel daarvan daalde met respectievelijk 5% en 4% tot 22% en 17%. Verdeling spaargelden Rabobank Groep Eigen vermogen Om de groei van de internationale retail- en wholesaleactiviteiten in USdollars, Britse ponden en Australische dollars op een natuurlijke wijze te hedgen, heeft de Rabobank Groep in het laatste kwartaal van 2004 voor een tegenwaarde van EUR 1,9 miljard aan nieuw eigen vermogen in deze drie valuta aangetrokken in de vorm van Trust Preferred Securities. De succesvolle uitgifte bestond uit 1,5 miljard US-dollars, 350 miljoen Britse ponden en 500 miljoen Australische dollars, waarvan 250 miljoen met vaste en 250 miljoen met variabele coupon. De belangstelling van institutionele beleggers om in deze uitbreiding met tier 1-vermogen te investeren was enorm. De uitgifte was meerdere keren overtekend. Australische institutionele beleggers riepen de emissie in het tijdschrift Insto uit tot de Hybrid deal of the Year. Euroweek gaf de emissie het predicaat Best Financial Institution Bond in 2004. In de verslagperiode is op basis van de meest recente International Financial Reporting Standards (IFRS) geconcludeerd dat de Trust Preferred Securities die in 2003 en 1999 voor een bedrag van EUR 2,0 miljard zijn uitgegeven, niet als eigen vermogen te kwalificeren zijn. Om die reden is besloten deze Trust Preferred Securities reeds met ingang van 1 januari 2004 te rubriceren onder de achtergestelde schulden. Dit geldt niet voor de uitgifte in 2004. Deze Trust Preferred Securities mogen vanwege andere voorwaarden wel tot het eigen vermogen gerekend worden. De Nederlandsche Bank blijft voor toezichtsdoeleinden de Trust Preferred Securities van 2003 en 1999 ook na de overgang in 2005 naar IFRS erkennen als kernvermogen. De stelselwijziging heeft dan ook geen invloed op de tier 1-ratio (11,4) en de BIS-ratio (11,4). Het ledenkapitaal ad EUR 3,8 miljard kwalificeert ook onder IFRS als volwaardig eigen vermogen. Eind 2004 bestond 68% van het eigen vermogen uit overige reserves (met name ingehouden winsten), 21% uit Ledenkapitaal, 10% Trust Preferred Securities en minder dan 1% herwaarderingsreserve. Internetsparen 43% Rendementsrekening 22% Telesparen 17% Deposito s met vaste looptijd 7% Roparco 6% Overig 5% Verdeling eigen vermogen Overige reserves 68% Ledenkapitaal 21% Trust Preferred Securities 10% Herwaarderingsreserve 1% Schuldbewijzen Het bedrag aan schuldbewijzen steeg in het verslagjaar met EUR 11,9 miljard tot EUR 92,6 miljard. Naast Medium Term Notes zijn ook meer Certificates of Deposits uitgegeven ter financiering van de groeiende kredietverlening en voor handhaving van de goede liquiditeitspositie.

69 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Toelichting op de belangrijkste winst-en-verliesrekeningposten Toelichting op de belangrijkste winst-enverliesrekeningposten De nettowinst van de Rabobank Groep steeg in 2004 met 12% tot EUR 1.536 miljoen. In voorgaande jaren was de groei van het renteresultaat vaak de belangrijkste motor achter de resultaatsverbetering. In het verslagjaar stond het renteresultaat juist onder druk en werd de resultaatstijging met name gerealiseerd uit de overige baten en daarnaast uit een daling van de post waardeveranderingen van vorderingen. Baten +11% De totale baten namen in het verslagjaar toe met 11% tot EUR 10.055 (9.018) miljoen. Het groeipercentage werd positief beïnvloed door acquisities en de stelselwijziging bij Interpolis. De autonome batenstijging bedroeg 7%. Rentewinst +5% De rentewinst steeg in 2004 met 5% tot EUR 6.249 (5.956) miljoen. De stijging is lager dan voorgaande jaren en ook lager dan de groei van de kredietverlening van de private sector met 7%. De afvlakkende groei van de rentewinst is toe te schrijven aan een lagere rentemarge. De rentemarge verkrapte door felle concurrentie op de hypotheken en spaarmarkt en als gevolg van een afnemend verschil tussen de korte en lange rente. Daarnaast hebben klanten in voorgaande jaren als gevolg van de lage kapitaalmarktrente veel hypotheken vervroegd afgelost en deze vervolgens opnieuw gefinancierd tegen een lagere rente. Dit betekent op korte termijn extra baten maar op langere termijn lagere rentebaten. Deze effecten worden nu zichtbaar. Provisieresultaat +14% Het totale provisieresultaat nam in het verslagjaar met EUR 260 miljoen toe tot EUR 2.112 (1.852) miljoen. Dit is een stijging van 14%. Effectenprovisie De effectenprovisies stegen in 2004 met 15% tot EUR 342 (297) miljoen. Het grootste deel van de stijging is afkomstig van Alex. Ondanks het feit dat het aantal orders daalde stegen de provisies bij Alex. Daarnaast namen ook de provisiebaten toe bij de lokale Rabobanken. Provisie vermogensbeheer De provisies voor vermogensbeheer bestaan voor het merendeel uit ontvangen beheervergoedingen van de beleggingsfondsen. Daarnaast maken ook de plaatsingsfees hier deel van uit. De provisies voor vermogensbeheer namen met 18% toe tot EUR 456 (385) miljoen. Provisieresultaat in miljoenen euro s 2.250 2.000 1.750 1.500 1.250 1.000 750 500 250 0 Assurantie Dienstverlening Effecten Vermogensbeheer Betalingsverkeer en deviezen Overig 2000 2001 2002 2003 2004 Resultaat uit financiële transacties +84% Het resultaat uit financiële transacties steeg in het verslagjaar met EUR 142 miljoen tot EUR 312 (170) miljoen. Dit is een stijging van 84%. Het resultaat uit financiële transacties wordt vooral gerealiseerd door het wholesalebedrijf. De stijging is met name te danken aan gunstige resultaten op de handelsportefeuille. 2

70 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Toelichting op de belangrijkste winst-en-verliesrekeningposten Bedrijfslasten +8% De bedrijfslasten stegen in 2004 met EUR 489 miljoen tot EUR 6.732 (6.243) miljoen. Dit is een stijging met 8%. Gecorrigeerd voor de incidentele lasten uit hoofde van voorzieningen en acquisities bedroeg de autonome groei 4%. Personeelskosten +7% De personeelskosten stegen in 2004 met EUR 259 miljoen tot EUR 4.029 (3.770) miljoen. Dit is een toename van 7%. Naast reguliere loonsverhogingen en een eenmalige uitkering is 3 procentpunt van de toename toe te rekenen aan hogere pensioendotaties. De personeelsbezetting van de Rabobank Groep daalde met 633 fte s tot 50.216 fte s. Het aantal arbeidsplaatsen nam vooral af bij de lokale Rabobanken, Rabobank Nederland, Robeco en Interpolis. Hier stond een stijging tegenover bij onder meer De Lage Landen, de wholesale activiteiten en internationale retailactiviteiten. Andere beheerskosten +11% De andere beheerskosten stegen met 11% tot EUR 2.335 (2.101) miljoen. De stijging is in belangrijke mate toe te schrijven aan voorzieningen. Het grootste deel van de dotaties aan de voorzieningen heeft betrekking op de herstructureringen binnen Rabobank Nederland. Dit betreft een bedrag van EUR 120 miljoen. Bedrijfsresultaat vóór belastingen Het bedrijfsresultaat vóór belastingen steeg in 2004 met 20% tot EUR 2.809 (2.348) miljoen. Nettoresultaat +12% De post belastingen bedroeg in 2004 EUR 957 (712) miljoen. De belastingdruk kwam uit op 34,1%. Samenhangend met de verlaging van de vennootschapsbelasting in 2005 van 34,5% naar 31,5%, zijn de actieve belastinglatenties (belastingvorderingen), onder andere uit hoofde van het Fonds voor algemene bankrisico s, aangepast. Na aftrek van belastingen en een belang van derden van EUR 316 miljoen resteert een nettowinst van EUR 1.536 miljoen. Dit is 12% hoger dan in 2003. Winstbestemming Het nettoresultaat is toegevoegd aan het eigen vermogen, na betaling van de vergoeding aan houders van Rabobank Ledenkapitaal en Trust Preferred Securities, voorzover ze tot het eigen vermogen worden gerekend. Hiermee werd de financiële basis verhoogd voor de verdere ontwikkeling van de Rabobank Groep en het realiseren van klantwaarde in de toekomst. Daling waardeveranderingen van vorderingen Onder de post waardeveranderingen van vorderingen worden de debiteurenverliezen verantwoord. Deze post wordt door de Rabobank Groep dynamisch bepaald op basis van een langjarig gewogen gemiddelde van de werkelijke verliezen, in procenten van de uitstaande kredietverlening. Daarbij wegen de meest recente jaren het zwaarst. De post waardeveranderingen van vorderingen daalde in het verslagjaar met EUR 50 miljoen tot EUR 525 miljoen. De daling komt bijna geheel voor rekening van de internationale wholesale- en retailactiviteiten als gevolg van het internationale economische herstel. De dotatie uit hoofde van het binnenlands retailbankbedrijf noteerde daarentegen een relatief grote stijging door onder meer een toename van het aantal faillissementen. De dotatie in procenten van de naar gemiddelde risicogewogen activa van de bancaire activiteiten verbeterde met 6 basispunten tot 29 (35).

71 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Accountantsverklaring Wij hebben de geconsolideerde balans, winst-en-verliesrekening, het kasstroomoverzicht en het mutatieoverzicht eigen vermogen 2004 - hierna jaarcijfers - van de Rabobank Groep 1, zoals in dit verslag opgenomen op pagina 63 tot en met 66, gecontroleerd. Deze jaarcijfers zijn ontleend aan de door ons gecontroleerde jaarrekening 2004 van de Rabobank Groep. Bij die jaarrekening hebben wij op 7 maart 2005 een goedkeurende accountantsverklaring verstrekt. De jaarcijfers zijn opgesteld onder verantwoordelijkheid van de raad van bestuur van Rabobank Nederland. Het is onze verantwoordelijkheid hierbij een accountantsverklaring te verstrekken. Wij hebben vastgesteld dat de jaarcijfers in overeenstemming zijn met de jaarrekening waaraan deze zijn ontleend. Voor een vollediger inzicht in de financiële positie en de resultaten van de Rabobank Groep en de reikwijdte van onze controle dienen de jaarcijfers te worden gelezen in samenhang met de volledige jaarrekening, waaraan deze zijn ontleend, alsmede met de door ons daarbij verstrekte accountantsverklaring. Utrecht, 7 maart 2005 Ernst & Young Accountants 1) De Rabobank Groep bestaat uit de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. te Amsterdam, de bij haar aangesloten Rabobanken, Interpolis NV te Tilburg, Robeco Groep NV te Rotterdam, De Lage Landen International BV te Eindhoven, Schretlen & Co NV te Amsterdam, Effectenbank Stroeve NV te Amsterdam, FGH Bank NV te Utrecht, Rabohypotheekbank NV te Amsterdam, Onderlingen Waarborgmaatschappij Rabobanken BA te Amsterdam en hun groepsmaatschappijen.

72 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Personalia Rabobank Groep Personalia Rabobank Groep * Directeuren Onderdirecteuren drs. Ralf Dekker (R.J.) Jan Dijkstra (J.D.) Henn Geukers (H.M.) drs. André van Iersel (A.A.J.M.) drs. Wouter Kolff (W.J.) drs. Jos van Lange (J.H.P.M.) drs. Hans van der Linden (J.A.M.) drs. Bert Mertens (H.H.J.) Monika Milz MBA (M.R.) Rik Op den Brouw (H.) mr. Hanno Riedlin (H.W.E.) mr. Thomas van Rijckevorsel (T.C.A.M.) Harry de Roo RA (J.H.) mr. Sipko Schat (S.N.) Karel Schellens (C.A.C.M.) Rutger Schellens (R.V.C.) Jaap Slotema (J.) mr. Jan van Veenendaal (J.) drs. Ad Bakermans (A.W.F.J.) drs. Aad Balm (A.M.A.W.) mr. Robin Bargmann (R.K.) drs. Wim Boonstra (W.W.) dr. Jan Bos (J.J.) Jacqueline van den Brink (J.C.) Cor Broekhuyse RA (C.F.) Evert Broekmans (E.A.H.G.) drs. Edwin Brouwers RA (E.A.J.) Ben Christiaanse (B.J.) drs. Marc Cootjans (M.A.W.) Henk Datema MBA (H.J.) Bruce Dick (B.) drs. Roy van Diem (R.) drs. Haijo Dijkstra (H.H.J.) ir. Walter van Dinther (W.H.M.M.) mr. Wim Dufourné (G.W.) drs. Dick Duit RA RO (D.) mr. Gerard Fransen MBA (G.J.) René Frijters (R.J.A.) drs. Ab Gillhaus (A.J.) drs. Jan Hageraats (J.M.J.) mr. Mirjam Halverhout (M.A.) Rob Hartog (D.R.) Floris Henning (F.J.) mr. Machiel Jansen Schoonhoven (E.M.) mr. Cilian Jansen Verplanke (C.A.) Gerard van Kaathoven (G.J.C.M.) drs. Rob Kemna (R.A.C.) Jacob Klompien MFE (J.) drs. Rob Klomps (R.F.) drs. Peter Knuvers RA RE (P.M.) mr. drs. Jan Kool RA (J.) Bart Jan Krouwel (B.J.) drs. Bram Kruimel (B.J.) drs. ing. Sjors Kruiper (S.J.) drs. Arnold Kuijpers (A.J.A.M.) Willem Lageweg (L.W.) drs. Jaap Lammers (J.C.) drs. Mariëlle Lichtenberg (M.P.J.) mr. Vincent Lokin (V.E.C.) Theo Martens (Th.H.) Adri Meijdam RA RO (A.J.) Christian Mol (C.H.A.M.) ir. Jan Molenaar (J.B.J.M) Hans van de Molengraft RA RO (J.C.) Rob Niesert (R.P.J.) Peter Norrie (P.) drs. Harrie de Poot RA (H.J.W.) Maarten Rosenberg (M.F.) drs. Jos Rovers MSc (J.A.M.M.) mr. Marike Schaafsma (M.A.) mr. Cees Schakelaar (C.G.) Jan Schinkelshoek (J.) ir. Annemarie Scholtis-van den Berg MBA (A.) Jan Schonewille (J.) mr. Jan Schuchard (J.) drs. Hans Siebelink (A.J.F.) Ronald Slaats (R.A.M.) drs. ing. Frits Swinkels RE RA (G.J.P.) Jan van Teeffelen (J.G.J) Cees van Tiggelen (C.A.V.) Ben Vergouw (G.J.) drs. Niek Vogelaar (N.) Guido Vos (G.J.) drs. Willem Wagner (W.) ir. Fred Weenig (F.) drs. Alfons de Weerdt (A.L.) ing. Pieter Wetselaar (P.) mr. drs. Ruurd Weulen Kranenberg (R.) Hans van Zanten (J.) * Per 15 maart 2005

73 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Personalia Rabobank Groep Directies niet Rabo - gelabelde dochters Rabobank Groep* ACCBank plc Ralf Dekker (R.), voorzitter drs. Pieter van der Weijden (P.P.M.) Colm Darling (C.) Padraic O Connor (P.) Hidzer Kiewiet de Jonge (H.) Alex René Frijters (R.J.A.), directeur De Lage Landen International BV Karel Schellens (C.A.C.M.), voorzitter Gerard van Kaathoven (G.J.C.M.) mr. Ronald Slaats (R.A.M.) Rolf Westmijse RA (R.) FGH Bank Peter Keur (P.C.), voorzitter Frans Overdijk RA (F.B.) Gilde Investment Management BV ir. Boudewijn Molenaar (B.T.), voorzitter drs. Bas Wiersma (J.S.) Interpolis NV dr. Kick van der Pol (C.), voorzitter Huub Hannen MFE (H.A.J.) plaatsvervangend voorzitter dr. Roel Wijmenga (R.Th.) Obvion NV drs. Roy van Diem (R.), voorzitter Robeco Groep NV drs. George Möller (G.A.), voorzitter mr. Stefan Bichsel (S.T.) drs. Leni Boeren (L.M.T.) drs. Sander van Eijkern (S.) drs. Constant Korthout (C.T.L.) drs. Niek Molenaar (N.F.) Schretlen & Co NV drs. Harold Knebel (H.A.J.M.), voorzitter Jan Smits (J.W.M.) drs. Bert Wenker (G.J.M.) Effectenbank Stroeve NV drs. Cees Haasnoot RBA (C.), voorzitter Nico van den Haak AA (N.W.), financieel directeur VIB Cor Broekhuyse RA (C.F.), voorzitter Henk Adams (H.) Guillermo Bilbao (G.) Richard Foss (R.D.) Richard Henderson (R.) Dennis Kern (D.L.) Bill Padula (W.A.) Pete Penner (P.J.) drs. Rik baron van Slingelandt (D.J.M.G.) * Per 15 maart 2005

74 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Verklarende woordenlijst Verklarende woordenlijst BIS-ratio Verhoudingsgetal dat de mate van gezondheid (solvabiliteit) weergeeft van een bank. Hoe hoger het getal hoe beter het weerstandsvermogen van de bank is. Deze ratio wordt als percentage berekend door het toetsingsvermogen te delen door de gewogen posten. Externe toezichthouders hanteren een minimumeis van 8,0. CDO s Collaterized debt obligations. Dit is een financiële constructie waarbij de hoofdsom en rente van effecten afhangen van de kasstroom die voorkomt uit de onderliggende waardes van de effecten. Bij CDO s bestaat de onderliggende waarde meestal uit een portefeuille van hoogrentende obligaties en bedrijfsleningen. Corporate governance De inrichting van de besturing van een onderneming en het toezicht daarop. Economisch kapitaal Dit is de vermogenseis volgens interne maatstaven voor het opvangen van onverwachte verliezen binnen een gegeven betrouwbaarheidsinterval en een gegeven tijdshorizon (1 jaar). De Rabobank hanteert een 99,99% betrouwbaarheidsinterval, wat overeenkomt met de AAA-rating van onze bank. Efficiencyratio Bedrijfslasten als percentage van de baten. Dit is een maatstaf voor bancaire productiviteit, hoe lager het percentage hoe hoger de efficiency. Equity at Risk De maatstaf voor renterisico op de lange termijn. Dit meet de procentuele verandering van de marktwaarde van het eigen vermogen bij 1% renteverandering. Gewogen posten Alle balans- en off-balance sheetposten berekend op basis van de door de toezichthouder bepaalde risicograad. Income at Risk Maatstaf voor de renterisicopositie op de korte termijn (< 1 jaar). Dit is de maximaal mogelijke (met een betrouwbaarheid van 97,5%) rentewinstderving in de eerstkomende twaalfmaandsperiode als gevolg van een maximale stijging van de geld- en kapitaalmarktrente. Joint venture Samenwerkingsverband tussen twee of meer juridisch los van elkaar staande bedrijven. Kernkapitaal Het kernkapitaal van de Rabobank Groep bestaat uit het ledenkapitaal, de Trust Preferred Securities, de overige reserves, Fonds voor algemene bankrisico s en een deel van het belang van derden. Leasing Een overeenkomst waarbij de eigenaar van een zaak voor een bepaalde periode en tegen een bepaald bedrag aan huur die zaak ter beschikking stelt aan een ander. Rendement eigen vermogen Nettowinst als percentage van het eigen vermogen per jaarultimo van het voorgaande jaar. Securitisatie Herstructurering van kredieten in de vorm van verhandelbare effecten. Tier 1-ratio Verhoudingsgetal tussen kernkapitaal en gewogen posten. Externe toezichthouders hanteren een minimumeis van 4,0. Toetsingsvermogen De som van het kernkapitaal en het aanvullende kapitaal. Het aanvullende kapitaal bestaat uit herwaarderingsreserves, een deel van de achtergestelde schulden minus aftrekposten volgens de richtlijnen van De Nederlandsche Bank.

75 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Verklarende woordenlijst Triple A rating Dit is de hoogste credit rating die door rating agencies wordt toegekend. Een triple A rating betekent dat de kredietwaardigheid van de onderneming zo hoog is dat de kans dat het bedrijf failleert minimaal is. Uitpondfinanciering Financiering van verhuurde woningen met de intentie van de klant om de woningen bij leegkomen vrij en leeg per stuk te verkopen. Value at Risk Een maatstaf voor het marktrisico uit hoofde van de handelsportefeuille, welke op basis van historische gegevens het maximaal mogelijke verlies dat de Rabobank Groep kan lijden met een waarschijnlijkheid van 99% binnen één dag meet. Vendor finance Het aanbieden van verkoopondersteunende financieringsproducten (waaronder leasing) via de distributiekanalen van een producent of distributeur van kapitaalgoederen.

76 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Overzicht binnen- en buitenlandse vestigingen Overzicht binnen- en buitenlandse vestigingen Vestigingen Nederland Voor verdere informatie over onze vestigingen en kantoren, zoals vestigingsplaats en contactgegevens, zie www.rabobankgroep.nl/vestigingen

77 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Rabobank Groep Rabobank Groep De Rabobank Groep is een ACCBank, in 1927 opgericht als Alex is van geavanceerde De Lage Landen is een inter- brede financiële dienstverlener Agricultural Credit Corporation, handelssystemen uitgegroeid nationale aanbieder van op coöperatieve grondslag. is een sterk merk op het Ierse tot digitale beleggersbank. hoogwaardige activa financie- Ze bestaat uit 288 zelfstandige platteland. De bank richt zich Alex Beleggersbank bestaat ringsproducten, vendor finance lokale Rabobanken in Nederland, behalve op agrariërs ook op sinds 1999 en is marktleider en commercial finance produc- de centrale organisatie Rabobank het midden- en kleinbedrijf en op het gebied van online ten. Met een netwerk van meer Nederland en een groot aantal particuliere klanten. De bank beleggen en de grootste dan 20 landen in Europa, gespecialiseerde dochteronder- streeft daarbij naar langdurige aanbrenger van particuliere Noord- en Zuid Amerika, nemingen. De kerndoelstelling relaties met haar klanten, door orders op zowel de Euronext Zuidoost Azië, Australië en van de groep is het genereren klantwaarde te leveren. effectenbeurs en de Euronext Nieuw Zeeland concentreert van een zo hoog mogelijke ACCBank heeft een goede uit- derivatenbeurs. Alex richt zich het bedrijf zich internationaal klantwaarde. Daartoe biedt de gangspositie voor verdere groei op de optimale bediening van op de bedrijfstakken: Food & organisatie haar klanten alle op de Ierse markt. De bank en een groeiend aantal beleggers, Agriculture, Healthcare, Office mogelijke financiële producten haar klanten kunnen daarbij die afhankelijk van hun eigen Equipment, Information en diensten. De Rabobank profiteren van het uitgebreide doelstellingen, zelfstandig wil- Technology, Telecommunication Groep bedient meer dan de productaanbod van de len beleggen. Daarnaast biedt en Materials Handling & helft van de Nederlanders en Rabobank Groep op de Neder- Alex allerlei ondersteunende Construction Equipment. In de Nederlandse bedrijven. In landse markt, bestaande uit en educatieve mogelijkheden, Nederland biedt het bedrijf een Nederland is zij marktleider bankproducten, verzekeringen, waaronder professionele breed pakket aan leasing-, en op vrijwel alle gebieden van employment benefits, leasing analyses, nieuwsberichten, handelsfinancieringsproducten financiële dienstverlening: en beleggingsproducten. beleggingsexperts, seminars aan dat vooral via de lokale woninghypotheken, spaarmid- www.accbank.com en het opleidingsinstituut de Rabobanken, maar ook recht- delen, midden- en kleinbedrijf Alex Academy. streeks wordt afgezet. Tot haar en agrarische sector. In de www.alex.nl productenpakket behoren grootzakelijke markt is de positie equipmentlease, auto- en inmiddels aanzienlijk versterkt. bedrijfswagenlease, ICT-lease, Wereldwijd focust de Rabobank consumer finance en handels- Groep via Rabobank International financiering. primair op de financiering van www.delagelanden.nl de internationale food & agribusiness, een niche waarin zij een leidende positie bekleedt. De Rabobank Groep heeft de hoogste kwalificatie voor kredietwaardigheid (Triple A) en is buiten Nederland met 244 vestigingsplaatsen vertegenwoordigd in 37 landen. www.rabobankgroep.nl

78 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Rabobank Groep FGH Bank is gespecialiseerd Gilde Investment Management Interpolis is de verzekeraar Obvion is een hypotheekbedrijf in het financieren van is een verschaffer van risico- binnen de Rabobank Groep. dat zich richt op de markt van commercieel vastgoed. De dragend vermogen. Gilde Het bedrijf biedt een breed het onafhankelijke intermediair. vastgoedbank heeft hoog- beheert gespecialiseerde assortiment schade- en Het bedrijf is een samenwer- waardige kennis op het funds waaronder de Gilde levensverzekeringen en is kingsverband van de Rabobank gebied van financierings- Buy-Out Funds, de Gilde IT- een belangrijke aanbieder Groep en het Algemeen Burgelijk en beleggingsvraagstukken, Funds, Gilde Participaties en van bedrijfszorg (arbodienst- Persioenfonds. De strategie van waardebepaling, technische het Biotech & Nutrition Fund. verlening en reïntegratie) en Obvion is gestoeld op vijf belang- vastgoedanalyse, fiscale en Gilde Participaties is een van de pensioenen. Met meer dan rijke pijlers: onafhankelijkheid, juridische aspecten en risi- leidende partijen in de Neder- een miljoen particulieren en snelheid en flexibiliteit, samen cobeheer. Om de regionale landse markt voor grote en mid- enkele honderdduizenden ondernemen, individuele aan- marktontwikkelingen van delgrote buy-outs. Het bedrijf bedrijven als klant is Interpolis dacht en professionele kennis. dichtbij te kunnen volgen, richt zich vooral op situaties van een van de grootste verze- Dit wordt in de praktijk vertaald beschikt de bank over een bedrijfsopvolging, verzelfstandi- keringsmaatschappijen in in een snelle en betrouwbare landelijk dekkend netwerk, ging en groei. Om te komen tot Nederland. In de agrarische levering, deskundigheid en het waarbij relatiemanagers de optimale prestaties biedt Gilde sector is Interpolis marktleider. streven naar een volledig en contacten met de relaties Participaties een netwerk van Het bedrijf heeft een coöpe- concurrerend productaanbod. onderhouden. De klanten- ondernemers, sparringpartners ratieve inslag: dit betekent Het kantoor van Obvion staat in kring bestaat voornamelijk en adviseurs. samenwerken aan continuïteit Heerlen. uit projectontwikkelaars, en www.gilde.nl en zekerheid voor klanten. www.obvion.nl institutionele en particuliere Winst is daarbij niet het beleggers in commercieel belangrijkste doel. Interpolis vastgoed, van midden- en is hoofdzakelijk actief op kleinbedrijf tot grote onder- de Nederlandse markt. Het nemingen en beursgeno- hoofdkantoor staat in Tilburg. teerde vastgoedfondsen. www.interpolis.nl www.fghbank.nl

79 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Rabobank Groep Robeco, opgericht in 1929, Schretlen & Co is binnen de Effectenbank Stroeve is VIB Corp is een bancaire is een vermogensbeheerder Rabobank Groep de specialist specialist op het gebied houdstermaatschappij die via pur sang. Wereldwijd voor- in vermogensmanagement. van beleggen. Stroeve richt haar dochteronderneming ziet Robeco 700 institutio- Het bedrijfsonderdeel richt zich zich op het realiseren van Valley Independent Bank met nele en circa 1,5 miljoen primair op vermogende parti- vermogensgroei voor name in Californië financiële particuliere klanten van culieren en middelgrote insti- particuliere beleggers. diensten aanbiedt. VIB is beleggingsproducten en tutionele beleggers. Onder de Daarnaast verricht het een netwerk van kleinere -diensten. Particulieren klanten van Schretlen bevin- bedrijf effectengerelateerde lokale banken gericht op worden zowel bediend via den zich veel directeurengroot- diensten voor zelfstandige persoonlijke klantenservice. banken en andere distribu- aandeelhouder en ex-onder- vermogensbeheerders. Haar 24 vestigingen beslaan tiepartners als via directe nemers. Vaak zijn zij via de Als bewarende en uitvoe- een gebied dat zich uitstrekt kanalen. Het productaanbod lokale Rabobank bij Schretlen rende instelling biedt van de Imperial Valley aan omvat vastrentende en aan- terecht gekomen. De kern- Effectenbank Stroeve de Mexicaans-Californische delenbeleggingen alsmede activiteit van Schretlen bestaat bancaire activiteiten zoals grens tot aan Fresno in de alternative investments. uit vermogensmanagement. het uitvoeren van beurs- Central Valley. VIB heeft een Behalve de thuismarkten de Dit is een doordacht concept transacties, het bewaren breed aanbod aan diensten Benelux en de Verenigde voor de langere termijn waarin van gelden en stukken en op het gebied van retail Staten is Robeco actief in vermogensplanning volledig het verzorgen van banking, waaronder leningen Frankrijk, Zwitserland, geïntegreerd is met vermo- rapportages. Effectenbank aan particulieren en aan Duitsland, Spanje, het gensbeheer of -advies. Stroeve opereert vanuit één bedrijven, depositorekenin- Midden-Oosten en Japan. Naast het hoofdkantoor in vestiging in Amsterdam. gen, creditcards en overige Het beheerd vermogen Amsterdam heeft Schretlen www.stroeve.nl bankdiensten. De cliënten bedraagt circa EUR 113 vestigingen in Amsterdam, van VIB zijn particulieren, miljard (eind 2004). Robeco Apeldoorn, Heerenveen, waaronder veel boeren en heeft wereldwijd ruim 1.600 Maastricht, Rotterdam en ranchehouders, en het medewerkers, verspreid over Waalre. midden- en kleinbedrijf. negen landen. www.schretlen.com www.vibcorp.com www.robeco.nl

80 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Organigram Rabobank Groep Organigram Rabobank Groep 9 miljoen klanten 1,46 miljoen leden 288 lokale banken Rabobank Nederland Wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf Corporate Clients Rabobank International Marktondersteuning binnenlands retailbankbedrijf Particulieren MKB Private Banking Groepsfuncties Coöperatie en Bestuurszaken Groep ICT Kredieten Shared Services & Facilities Overige staven en diensten Verzekeringen Pensioenen Bedrijfszorg Vermogensbeheer Beleggen Leasing Vastgoed Overige groepsonderdelen Interpolis Robeco Groep Schretlen & Co Effectenbank Stroeve Alex De Lage Landen Rabo Vastgoed FGH Bank Gilde Obvion

81 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Kernactiviteiten Colofon Uitgave Rabobank Nederland, Directoraat Communicatie Redactie Andries van der Bruggen (jaarrekening), Jan Dost, Sandra van Gils, Mario van der List, Marc van de Ven Art-direction en vormgeving Eden Design & Communication, Amsterdam Borghouts Design, Haarlem, Fotografie Omslag, Tjeerd Fonk, Portretten bestuursleden, Joost Guntenaar en Iwan Baan, Amsterdam Beeldverhalen, Getreide AG, AFFCO, Vasse Felix, Bioflora, GRUMA, River Ranch, Provimi, Tereos, Hannaeng, PTPN XI, De Beeldkuil, Getty Images Tekstcorrecties Mary Pranger, Amsterdam Internet Info.nl, Amsterdam SiteManagement C&F Report Amsterdam Coördinatie grafische productie Kobalt BV Media Services, Amstelveen Lithografie NEROC VGM, Amsterdam Druk Thieme, Amsterdam Materiaalgebruik Bij de vervaardiging van het drukwerk werd gebruikgemaakt van minder milieubelastende materialen. Bij de druk werd Reflecta ECO mineraalolievrije inkt gebruikt op 250 en 135 grams PhoeniXmotion Xantur. Publicatie Deze publicatie en de afzonderlijke uitgave Rabobank Groep Jaarrekening 2004 en overige gegevens vormen het jaarverslag, de jaarrekening en de overige gegevens van de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. Openbaarmaking De uitgave Rabobank Groep Jaarrekening 2004 en overige gegevens wordt na vaststelling gedeponeerd ten kantore van het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nummer 30.046.259. Jaarverslagen De Rabobank Groep publiceert de volgende jaarverslagen: Jaarverslag 2004 (Nederlands en Engels); Jaarrekening 2004 en overige gegevens (Nederlands en Engels); Maatschappelijk jaarverslag 2004 (Nederlands en Engels) Halfjaarverslag 2005 (Nederlands en Engels, verschijnt september 2005) Exemplaren van deze verslagen zijn op te vragen bij Rabobank Nederland, Directoraat Communicatie. Croeselaan 18, 3521 CB Utrecht Postbus 17100, 3500 HG Utrecht Telefoon 030-216 22 98 Fax 030-216 19 16 E-mail jaarverslagen@rn.rabobank.nl Alle jaarverslagen zijn raadpleegbaar en te downloaden via internet: www.rabobankgroep.nl/jaarverslagen