Jaarverslag Rabobank Groep

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Jaarverslag 2008. Rabobank Groep"

Transcriptie

1 Jaarverslag 2008 Rabobank Groep

2 Jaarverslag Kerngegevens 4 Rabobank Groep in het kort Rabobank Groep 6 Bericht van de voorzitter 9 Strategisch Kader 13 Directeuren en commissarissen 16 Profiel Over de Rabobank Groep 6 22 Financiële ontwikkelingen Rabobank Groep 28 Binnenlands retailbankbedrijf 34 Wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf 40 Vermogensbeheer en beleggen 45 Leasing 49 Vastgoed 53 Verzekeren 55 Risicomanagement 65 Verantwoord bankieren voor een duurzame toekomst 71 De medewerker als kritische succesfactor 74 De leden van de coöperatie 76 Sponsoring Verslag raad van bestuur Corporate governance 83 Verslag raad van commissarissen Rabobank Nederland Beheersaspecten Geconsolideerde balans 90 Geconsolideerde winst-en-verliesrekening 91 Geconsolideerd vermogensoverzicht 92 Geconsolideerd overzicht van kasstromen 93 Bedrijfssegmenten 94 Accountantsverklaring Jaarcijfers 88

3 Kerngegevens Tier 1-ratio in % Nettowinst in miljoenen euro s Kredietverlening in miljarden euro s Toevertrouwde middelen in miljarden euro s Rendement eigen vermogen in % Bedragen in miljoenen euro s Omvang dienstverlening Balanstotaal Kredieten aan private cliënten Toevertrouwde middelen Beheerd en bewaard vermogen van klanten Vermogen en solvabiliteit Eigen vermogen Kernvermogen¹ Toetsingsvermogen¹ Risicogewogen activa¹ Resultaatgegevens Baten Bedrijfslasten Waardeveranderingen Belastingen Nettowinst Ratio s Tier 1-ratio¹ 12,7% 10,7% 10,7% 11,6% 10,9% BIS-ratio¹ 13,0% 10,9% 11,0% 11,8% 10,8% Nettowinstgroei 2% 15% 13% 16% 12% Rendement eigen vermogen 9,7% 10,2% 9,4% 9,7% 9,1% Efficiencyratio 65,3% 69,5% 68,5% 66,7% 67,0% Dichtbij Lokale Rabobanken Vestigingen Geldautomaten Leden (x 1.000) Klanttevredenheid particuliere klanten 7,7 7,5 7,5 7,4 7,3 Buitenlandse vestigingsplaatsen Marktaandelen (in Nederland) Hypotheken 30% 28% 26% 23% 25% Sparen 43% 41% 39% 39% 39% Midden- en kleinbedrijf 39% 38% 38% 38% 40% Food & agri 84% 84% 84% 83% 84% Ratings Standard & Poor s AAA AAA AAA AAA AAA Moody s Investor Service Aaa Aaa Aaa Aaa Aaa 1 Vanaf 2008 zijn deze cijfers op basis van de Basel II-vereisten. 2 Deze gegevens hebben, uitgaande van fte, betrekking op respectievelijk 92% en 91% van de Rabobank Groep. 3 Deze gegevens hebben, uitgaande van fte, betrekking op 90% van de Rabobank Groep. 2 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

4 Bedragen in miljoenen euro s Personeelsgegevens Aantal medewerkers (in fte) Medewerkertevredenheid 86% 85% 87% 81% 85% Ziekteverzuim 3,8% 3,8% 3,6% 3,7% 3,8% Vrouwen in dienst 55,1% 55,4% 55,6% 56,3% 55,6% Vrouwen in hogere functies (> schaal 7) 22,1% 20,7% 19,9% 19,0% 17,8% WIA-instroom 0,20% 0,15% 0,18% Opleidingsinvesteringen 99,9 98,0 76,9 68,7 69,0 Opleidingsinvesteringen in euro s per fte Specifiek op duurzaamheid gerichte producten en diensten Beleggen Uitstaand bedrag Rabo Groenobligaties (cumulatief) Robeco omvang duurzaam vermogen Robeco duurzame private equity fondsen Sarasin omvang duurzaam vermogen Sarasin private equity fondsen Duurzame beleggingsproducten van derden (via Schretlen & Co en Rabobank Private Banking) Duurzaam vermogen onder engagement bij Robeco Duurzaam vermogen onder engagement bij Sarasin Rabo duurzaam seed capital, venture capital en private equity Betalen, sparen, lenen Uitstaand bedrag Groenfinanciering Groensparen Klimaathypotheek - aantal bedrag 71,7 19, Stimuleringslening en Groei & Innovatielening (leningen onder Stichting Garantiefonds Rabobank) Leningen met borgstellingsfonds Landbouw BF/BF Niet-commerciële duurzame activiteiten Rabobank foundation, leningen en donaties 17,0 10,6 15,9 10,1 7,4 Projectenfonds, donaties 3,7 1,1 1,3 1,6 2,8 Donaties door lokale Rabobanken 20,4 20, Donaties Rabobank Nederland, Rabobank International en overige groepsonderdelen 3, Bedrijfsvoering CO₂-uitstoot bedrijfsvoering (ton CO₂ x1.000) CO₂ per fte (ton CO₂) 3,0 3, Elektriciteitsgebruik (kwh per fte)² Aandeel groene stroom² 85% 85% 86% 96% 25% Gasverbruik (in m³ per m² brutovloeroppervlak)³ 9,6 8,3 8,1 8,7 8,1 Papiergebruik A4 (kg per fte)⁴ 39,1 45,2 48,7 50,6 46,5 Leaseportefeuille % A, B en C auto s ten opzichte van totaal 73,3% 70,8% Deze gegevens hebben, uitgaande van fte, betrekking op 99% van Rabobank Nederland, de lokale Rabobanken en de groepsonderdelen Nederland, voor wat betreft het gedeelte dat centraal wordt ingekocht. 3 Kerngegevens

5 Rabobank Groep in het kort Nettowinst neemt toe met 2% in miljoenen euro s Kredietportefeuille private cliënten stijgt met 11% in miljarden euro s Als stabiele marktpartij realiseerde Rabobank Groep een stevige groei van de toevertrouwde middelen. Deze namen toe met 10% tot 304,2 miljard euro. De tier 1-ratio kwam uit op 12,7% en het rendement op eigen vermogen op 9,7%. Rabobank Groep De Rabobank Groep is een internationale financiële dienstverlener met een coöperatieve grondslag, die actief is op het gebied van retailbanking, wholesalebanking, vermogensbeheer, leasing, vastgoed en verzekeren. De strategische focus ligt in Nederland op het bereiken van Allfinanz-marktleiderschap en internationaal op het uitbreiden van de leidende positie als food & agribank. De organisatie heeft circa fte in dienst en is actief in 45 landen. De Rabobank Groep bestaat uit zelfstandige lokale Rabobanken en hun centrale organisatie Rabobank Nederland met dochterondernemingen. De Rabobank Groep heeft een 39%-belang in de verzekeraar Eureko. Nettowinst stijgt met 13% in miljoenen euro s Kredietportefeuille private cliënten neemt toe met 10% in miljarden euro s In de turbulentie van de financiële sector wisten de lokale Rabobanken hun marktposities te verbeteren. De leidende positie op de spaarmarkt werd verder uitgebreid. De kredietverlening groeide stevig, met name aan bedrijven. Op de hypotheekmarkt versterkte de Rabobank Groep haar toppositie. Het programma Rabobank 2010, gericht op de verbetering van de klantbediening, is voor alle lokale Rabobanken beschikbaar gekomen. Binnenlands retailbankbedrijf Het binnenlands retailbankbedrijf bestaat uit de lokale Rabobanken, Obvion en Bizner. De 153 zelfstandige lokale Rabobanken hebben ruim vestigingen, circa fte en bijna geldautomaten. De lokale Rabobanken bedienen 7,5 miljoen Nederlandse particuliere en zakelijke klanten met een compleet pakket financiële diensten. Naast de grootste hypotheekbank, spaarbank en verzekeringsintermediair is Rabobank in Nederland ook de nummer 1-bank voor het midden- en kleinbedrijf. Obvion werkt uitsluitend samen met onafhankelijke intermediairs. Op dit terrein is zij de grootste hypotheekverstrekker in Nederland. Bizner is een internetbank waar ondernemers zelf hun bankzaken online kunnen regelen. Nettowinst daalt met 92% in miljoenen euro s Kredietportefeuille private cliënten stijgt met 11% in miljarden euro s Rabobank Groep Jaarverslag De kredietcrisis resulteerde in een afname van het resultaat bij Global Financial Markets en een toename van de kredietverliezen. Als gevolg hiervan nam de winst van Rabobank International af. Rabobank International breidde het internationaal retailbankbedrijf verder uit. Het bestaande belang in de Poolse Bank BGZ werd uitgebreid tot een meerderheidsbelang van 59%. Wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf Rabobank International - het wholesalebankbedrijf en het internationaal retailbankbedrijf - richt zich in het bijzonder op de food & agrisector. Dit groepsonderdeel heeft vestigingen in 27 landen en wereldwijd circa fte in dienst. Rabobank International ontplooit regionale activiteiten en heeft daarnaast wereldwijd opererende onderdelen als Global Financial Markets, Structured Finance, Leveraged Finance, Renewable Energy & Infrastructure Finance, Direct Banking en Trade & Commodity Finance. De retailactiviteiten vinden plaats onder het label Rabobank met uitzondering van de Ierse ACCBank, een 100%-dochter, en de Poolse Bank BGZ, waarin Rabobank International een 59%-belang heeft. Ook heeft Rabobank International belangen in private equity.

6 Nettowinst neemt toe met 21% in miljoenen euro s Beheerd en bewaard vermogen van klanten daalt met 21% in miljarden euro s De afname van het beheerd vermogen door de daling van de aandelenkoersen werd deels gecompenseerd door de instroom van vermogen. Het resultaat nam toe door de goede beleggingsperformance van alternatieve beleggingen bij Robeco en de boekwinst op de verkoop van Alex. Sarasin realiseerde een recordinstroom van vermogen en ontving diverse onderscheidingen vanwege de uitstekende beleggingsperformance. Vermogensbeheer en beleggen De vermogensbeheeractiviteiten van de Rabobank Groep worden uitgevoerd door de wereldwijd opererende vermogensbeheerder Robeco, de Zwitserse private bank Sarasin en de Nederlandse vermogensbank Schretlen & Co. Bij deze onderdelen zijn circa fte in dienst. De Rabobank heeft een 46%-aandelenbelang in Sarasin en 69% van het stemrecht. Nettowinst stabiel in miljoenen euro s Kredietportefeuille neemt toe met 13% in miljarden euro s De Lage Landen realiseerde een bevredigende groei. De marge op nieuwe contracten nam toe. Het aantal leaseauto s in portefeuille steeg met 6% tot De klantgerichtheid van De Lage Landen werd beloond met de Vendor Lessor of the Year Award. Leasing De Lage Landen is verantwoordelijk voor de leaseactiviteiten van de Rabobank Groep. Producten op het gebied van activafinanciering helpen fabrikanten, vendoren en distributeurs bij hun afzet in meer dan 30 landen wereldwijd. Daarnaast is De Lage Landen in acht Europese landen actief met het internationale autoleasebedrijf Athlon Car Lease. Op de Nederlandse thuismarkt biedt De Lage Landen een breed pakket lease- en handelsfinancieringsproducten aan. Ook ondersteunt De Lage Landen de Rabobank Groep in de Nederlandse markt in haar streven marktleider te worden in consumentenkredieten, onder meer via het label Freo. Bij De Lage Landen werken circa fte. Nettoresultaat Rabo Vastgoedgroep daalt met 65% in miljoenen euro s Kredietportefeuille stijgt met 22% in miljarden euro s Door de verslechterde marktomstandigheden verkocht de Rabo Vastgoedgroep minder woningen, ten opzichte van in De kredietportefeuille nam verder toe en de marge op nieuwe financieringen steeg. Het beheerd vermogen in vastgoed nam met 35% toe tot 6,8 miljard euro. Vastgoed De particuliere en zakelijke vastgoedactiviteiten van de Rabobank Groep worden uitgevoerd door de Rabo Vastgoedgroep. Deze vastgoedonderneming richt zich op drie kern activiteiten: ontwikkeling van woningen en commercieel vastgoed, financieren en vermogens beheer. In deze verschillende markten is de Rabo Vastgoedgroep actief met de merken Bouwfonds Property Development, MAB Development, FGH Bank en Bouwfonds REIM. De Rabo Vastgoedgroep heeft meer dan fte in dienst en is met name actief in de Benelux, Duitsland en Frankrijk. 5 Rabobank Groep in het kort

7 Over de Rabobank Groep Bericht van de voorzitter Het jaar 2008 mag met recht historisch worden genoemd. De subprimecrisis in de Verenigde Staten escaleerde tot een diepgaande, wereldwijde, financiële en helaas nu ook economische crisis. Het bankwezen kreeg te kampen met ongekende, ver reikende consequenties. Faillissementen, overheidsingrijpen en nationalisaties waren wereldwijd en ook in ons land aan de orde van de dag. Juist in deze moeilijke tijden komen de sterke punten van de coöperatieve bank duidelijk aan het licht. Onze maatschappijgeoriënteerde Rijnlandse cultuur, onze democratische overlegstructuur, ons prudent risicomanagement, ons duurzaam beloningsbeleid, dit alles in combinatie met een sterke financiële performance en solvabiliteit maken dat de Rabobank Groep stabiel is blijven presteren. Ook bleven we onze klanten op eigen kracht bedienen. Actualisering strategie nodig Duidelijk is dat de ingrijpend veranderende marktomstandigheden een actualisering van onze strategie noodzakelijk maken. Ook de Rabobank zal de groei van de kredietverlening voor een groot deel moeten financieren uit de toename van de toevertrouwde middelen. Sterker nog dan voorheen zullen wij ons focussen op onze kernactiviteiten en specifieke groeimarkten. In Nederland bouwen we waar mogelijk onze positie als grootste Allfinanz-dienstverlener verder uit en wereldwijd claimen we de positie als beste food & agribank. Als maatschappelijk verantwoord opererende bank gaan we extra inzetten op cleantech en duurzame energie. Voor ons MVO-beleid gelden de hoogste eisen en dat zal nog verder in onze kernprocessen worden verankerd. We denken dat de geactualiseerde strategie onze nationale en internationale marktposities zal versterken en een gezonde basis biedt voor de toekomst. Licht stijgende nettowinst in moeilijk jaar In het wereldwijd voor de financiële sector zeer moeilijke jaar 2008 realiseerde de Rabobank Groep een stijging van de nettowinst met 2% tot 2,8 miljard euro. Het rendement op eigen vermogen kwam uit op 9,7% en de liquiditeitspositie bleef onverminderd sterk. De toevertrouwde middelen stegen met 10% tot 304,2 miljard euro. Ook onze goede toegang tot de kapitaalmarkt bleef in stand. Door de stijgende kredietprijzen verbeterde de rentemarge, met name bij Rabobank International. De tier 1-ratio, de vermogensratio waaraan we als coöperatieve bank bijzonder veel waarde hechten, bleef met 12,7% uitermate sterk. De ratingbureaus Standard & Poor s en Moody s herbevestigden in oktober en november jongstleden onze triple A-rating met een stable outlook. 6 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

8 Drs. Bert Heemskerk (H.), voorzitter raad van bestuur Rabobank Nederland. Stevige groei kredietportefeuille en vermogenspositie blijft sterk De kredietportefeuille groeide in 2008 met 11% tot 408,6 miljard euro. De toename van de zakelijke kredietverlening bij de lokale Rabobanken was groter dan in Bij Rabobank International, FGH Bank, De Lage Landen en Obvion nam de kredietverlening eveneens toe. De food & agripositie in het buitenland is verder uitgebreid. Zo breidden we begin 2008 het belang in de Poolse Bank BGZ uit tot een meerderheidsbelang. Deze bank sluit goed aan bij onze ambitie om wereldwijd een leidende food & agribank te zijn. Onder invloed van de financiële crisis liepen de handelsresultaten bij Rabobank International terug. Ook daalden de projectresultaten bij de Rabo Vastgoedgroep en was het resultaat van de deelneming Eureko negatief. Incidentele baten, waaronder de verkoop van Alex en de consolidatie van Bank BGZ, droegen positief bij aan het resultaat. Stijgende kredietverliezen, samenhangend met de verslechterende economische omstandigheden, leidden ertoe dat de kredietverliezen met 31 basispunten van de gemiddelde kredietverlening hoger uitkwamen dan het langjarig gemiddelde van 21 basispunten. Het eigen vermogen nam in het verslagjaar met 7% toe tot 33,5 miljard euro. Daarbij ging een positief effect uit van de ingehouden winst en de uitgifte van hybride vermogen. Marktaandelen uitgebreid Het marktaandeel in de Nederlandse spaarmarkt steeg in 2008 met 2 procentpunt tot 43%. De lokale Rabobanken en Obvion wisten hun aandeel in de krimpende hypotheekmarkt te verstevigen van 28% tot 30%. Door een stevige groei van de kredietverlening aan Nederlandse bedrijven breidde de Rabobank haar positie in de zakelijke markt verder uit. Het marktaandeel in het midden- en kleinbedrijf nam met 1 procentpunt toe tot 39%. Bij De Lage Landen nam de omvang van leaseactiviteiten verder toe. De Rabo Vastgoedgroep verkocht minder woningen dan in 2007, maar de vastgoedfinancieringen en het in vastgoed beheerd vermogen lieten een stijging zien. Overigens daalde het beheerd vermogen op groepsniveau door de negatieve aandelenrendementen. Robeco ondervond een afnemende vraag naar traditionele beleggingsproducten. Onze in Zwitserland gevestigde, duurzame private bank Sarasin realiseerde een recordinstroom van vermogen. De coöperatie is er voor haar klanten In 2008 is de waarde van onze coöperatieve bank duidelijk naar voren gekomen. In de tumultueuze tijden heeft de Rabobank zich in het bancaire veld een uiterst stabiele factor getoond. Als coöperatie dienen wij de belangen van onze leden en klanten met nadrukkelijke aandacht voor de lange termijn. Klanttevredenheid is voor ons een belangrijke richtsnoer. Met het vernieuwingsprogramma Rabobank 2010 gaven de lokale Rabobanken de eerste aanzet tot een betere, eigentijdse klantbediening. Daarbij is het goed om te constateren dat de Rabobank ook in 2008 weer behoorde tot de top 3 van de 7 Over de Rabobank Groep

9 klantvriendelijkste bedrijven, met bovendien het beste imago onder de Nederlands banken. Ook bij de dochters, zoals De Lage Landen, gaven klanten aan tevreden te zijn over de dienstverlening. Maatschappelijk betrokken en verantwoord Als coöperatieve bank hanteert de Rabobank duidelijke duurzaamheids- en verantwoordelijkheidscriteria voor bedrijven die we financieren. De Commissie Ethiek, die adviseert over maatschappelijke en morele vraagstukken, was eind 2008 alweer tien jaar actief. Met onder meer een belang in Econcern hebben we onze duurzame beleggingsactiviteiten uitgebreid. Ook Robeco profileerde zich nadrukkelijker als duurzame belegger. We zijn met stakeholders de dialoog aangegaan over MVO-kwesties en we hebben ons aangesloten bij onder meer de zogenoemde Equatorprinciples en de Round Table on Sustainable Palmoil. Met de Rabobank Foundation stimuleerden we ook in 2008 weer de coöperatieontwikkeling en microfinancieringen in meerdere ontwikkelingslanden. Rabo Development heeft belangen opgebouwd in buitenlandse partnerbanken. Zo werden in 2008 een 40%-belang in de Paraguayaanse Banco Regional en een 35%-belang in Banque Populaire du Rwanda verworven. Ook de lokale Rabobanken keerden weer winst uit ten behoeve van mens en gemeenschap in de vorm van coöperatief dividend. Herstel economie mogelijk pas in 2010 In 2009 kampen vrijwel alle westerse economieën met een recessie en vele opkomende markten met een groeivertraging. Het gelijktijdig optreden van economische teruggang in zoveel landen zal leiden tot een terugval in de internationale handel. De impact van de olieprijsschok in 2008 zal naar verwachting in 2009 worden gevolgd door de consequenties van de aanhoudende onrust op de financiële markten. Dit alles laat een open economie als de Nederlandse uiteraard niet onberoerd. Hoewel Nederland bij aanvang van de recessie een relatief gunstige uitgangspositie had met een hoog bruto binnenlands product en een lage werkloosheid, kwam in het laatste kwartaal van 2008 abrupt een einde aan dit rooskleurige plaatje. Inmiddels is duidelijk dat ook Nederland een recessie doormaakt, met een oplopende werkloosheid in het vooruitzicht. Hoe diep deze recessie zal zijn en hoe lang die zal duren, is moeilijk te voorspellen. Veel zal afhangen van een herstel op de financiële markten. Als een herstel zich voordoet, kan de wereldeconomie zich in 2010 langzaam gaan herstellen. Dan zal ook de Nederlandse economie met een groeiende export als motor de weg naar boven weer kunnen vinden. Gevolgen voor Rabobank Groep in 2009 De Rabobank Groep zal in 2009 ongetwijfeld de gevolgen ondervinden van het ongunstige economische klimaat in Nederland en de slechte vooruitzichten voor de wereldeconomie. De solvabiliteit en liquiditeit blijven naar verwachting goed op peil. In Nederland zal de concurrentie om de spaargelden aanhouden. De recessie zal een impact hebben op de groei van onze krediet verlening en zal leiden tot kredietverliezen die wellicht boven het langjarig gemiddelde liggen. In deze buitengewone omstandigheden vereist coöperatief bankieren een extra zorgvuldige afweging tussen risico en rendement. Behoud van onze solide vermogenspositie is noodzakelijk willen we onze klanten ook op lange termijn goed kunnen blijven bedienen. Ook in 2009 zullen we onze rol als maatschappelijk betrokken en verantwoorde opererende bank vervullen. Bert Heemskerk, voorzitter raad van bestuur Rabobank Nederland 8 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

10 Strategisch Kader De lijnen naar de toekomst van de Rabobank Groep zijn uitgezet in het zogeheten Strategisch Kader De in 2008 ingezette verschuiving binnen het Nederlandse bankenlandschap en de turbulente ontwikkelingen op de internationale financiële markten hebben een actualisering van dit kader noodzakelijk gemaakt. Hiertoe zijn eind 2008 binnen de organisatie voorstellen aan de orde gesteld voor een herzien Strategisch Kader voor de periode 2009 tot Hierin zijn de uitgangspunten aangescherpt, en op een aantal onderdelen is de focus bijgesteld. De Rabobank Groep is ervan overtuigd met dit geactualiseerd Strategisch Kader ook op de langere termijn een sterke nationale en internationale marktpositie te kunnen innemen, en een gezonde basis te kunnen behouden voor continuïteit en het creëren van klantwaarde. Strategische uitgangspunten De Rabobank Groep is sinds haar start in 1898 uitgegroeid van een verzameling kleine coöperatieve plattelandsbanken tot een toonaangevende Allfinanz-dienstverlener in Nederland en een vooraanstaande internationaal opererende food & agribank. Het Strategisch Kader positioneert de Rabobank Groep derhalve als de in Nederland gewortelde mondiale food & agribank en hanteert daarbij de volgende strategische uitgangspunten. Coöperatieve identiteit Om haar onderscheidende coöperatieve identiteit te waarborgen wil de Rabobank als onafhankelijke speler van formaat deelnemen aan het Europese consolidatieproces dat zich naar verwachting op termijn aandient. Voor de Rabobank als coöperatie is het klantbelang leidend, en de structuur en de werkwijze zijn hierop ingericht. Leden leggen door hun invloed en zeggenschap discipline op aan de coöperatie. Sober beheer en efficiency maken integraal deel uit van het coöperatieve karakter. De dienstverlening gaat uit van een langetermijnoriëntatie en is gericht op continuïteit. Nederlandse Allfinanz-dienstverlener Als Allfinanz-dienstverlener biedt de Rabobank Groep een compleet pakket financiële producten en diensten aan. De diversificatie binnen de Groep komt de financiële stabiliteit ten goede. Het brede palet aan kennis en expertise resulteert in innovatie- en synergievoordelen. Marktleiderschap blijft belangrijk voor de Rabobank Groep, maar niet ten koste van ongezonde marges. De coöperatieve opdracht dient immers altijd in het oog gehouden te worden. Mondiale food & agribank Internationale groei is vereist omdat de groeimogelijkheden in de thuismarkt geleidelijk zullen afvlakken. Daarbij vormt food & agri een aantrekkelijke niche vanwege de mondiaal leidende kennispositie van de Rabobank als uitvloeisel van de agrarische ontstaansgeschiedenis. Ook wil de Rabobank Groep wereldwijd toonaangevend zijn op het gebied van duurzame energie en cleantech, mede om zorg te dragen voor duurzame economische ontwikkeling. 9 Over de Rabobank Groep

11 Hoge kredietwaardigheid Het belang van een goede kredietwaardigheid is onder de huidige economische omstandigheden sterk toegenomen. Door de triple A-status heeft de Rabobank een streepje voor als het gaat om de toegang tot financiering tegen een relatief gunstige prijs, juist ook in moeilijke tijden. Om deze uitzonderlijke positie vast te houden zijn een sterke balans, een stabiele winstgroei en een hoge tier 1-ratio vereist. Maatschappelijk verantwoordelijkheid De coöperatieve Rabobank voelt een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid voor het wereldwijd bevorderen van een duurzame economische ontwikkeling. Op mondiaal niveau behoort de bank tot de top 3 van de meest duurzame banken. Aan het MVO-beleid binnen de Rabobank Groep worden de hoogste eisen gesteld, ook waar het de bancaire kernprocessen betreft. Personeel kritische succesfactor De strategische ambities van de Rabobank Groep kunnen alleen door getalenteerde, vitale en gemotiveerde mensen worden gerealiseerd. Met name in hogere managementfuncties en specialismen is er een toenemende vraag naar hoogopgeleide en gekwalificeerde medewerkers. Gezien de structureel krappere arbeidsmarkt is instroom vanuit de externe arbeidsmarkt minder vanzelfsprekend. Daarom is het voor de Rabobank Groep voor de toekomst belangrijk om talent in eigen huis te ontwikkelen en te binden. In het verlengde van het Strategisch Kader loopt een speciaal programma om de opvolging voor het senior kader en het executive kader te garanderen. Het doel is ook om doorstroming tussen groepsonderdelen te vergemakkelijken en de interne mobiliteit te bevorderen. Het voornemen is soortgelijke programma s te ontwikkelen voor het middenkader. Een goed functionerende opleidingsketen met een heldere taak- en rolverdeling moet in het licht van interne ontwikkelingen zoals Rabobank 2010 en Rabo Unplugged, zorgen voor een adequaat opleidingenaanbod dat aansluit bij de behoefte van de organisatie aan goed opgeleide en gekwalificeerde medewerkers. Actualisering strategie De turbulente ontwikkelingen op de financiële markten en het gewijzigde Nederlandse bankenlandschap vormden aanleiding om de aanzet te geven voor een actualisering van het Strategisch Kader. In verband met de gewijzigde omstandigheden zijn eind 2008 binnen de Rabobank Groep aanpassingsvoorstellen aan de orde gesteld voor een herzien Strategisch Kader voor de periode 2009 tot 2012, die nog door de centrale kringvergadering worden vastgesteld. Meer focus op funding Door de gewijzigde marktomstandigheden legt de Rabobank Groep een nog grotere nadruk op gezonde balansverhoudingen. De toename van de kredietverlening is voor een groot deel afhankelijk van de groei van de toevertrouwde middelen. Het is van belang dat de lokale Rabobanken en Rabobank International zelf een belangrijk deel van hun funding verzorgen. Ook de activiteitengroei van de dochters zal worden afgestemd op de beschikbare funding bij de Rabobank Groep. Meer nadruk op bedrijvenmarkt In Nederland wil de Rabobank de grootste en belangrijkste bank worden voor bedrijven.een sterke positie op de bedrijvenmarkt biedt extra mogelijkheden om als private bank ook de ondernemer in privé te bedienen. Ook in het private-bankingsegment wordt een verdere groei nagestreefd door differentiatie in klantbediening, samenwerking met dochters en verbetering van de advieskwaliteit. Implementatie Rabobank 2010 De Rabobank wil zich als coöperatie verder ontwikkelen. Het bestaansrecht ligt in de primaire doelstelling klanten te helpen om hun ambities te realiseren. Het programma Rabobank 2010 stelt lokale Rabobanken in staat optimaal in te spelen op de veranderende klantwensen. Het programma introduceert tegelijkertijd een geoptimaliseerd bedieningsmodel en levert door standaardisering kostenreducties op. Om hun marktleiderschap te behouden moeten de lokale Rabobanken tegen concurrerende prijzen opereren. 10 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

12 Internationaal: focus op food & agri Rabobank International richt zich meer op de kernactiviteiten van de Rabobank Groep. In Nederland betekent dat het ondersteunen van de ambitie om de grootste en belangrijkste bedrijvenbank te worden. In het buitenland zal Rabobank International zich meer richten op food & agri. Daarnaast zal Rabobank International zich nadrukkelijker manifesteren op het gebied van duurzame energie en cleantech. Het onderdeel Global Financial Markets beperkt zich tot klantgerelateerde activiteiten en liquiditeitsmanagement; andere activiteiten worden afgebouwd. Rabo Development zal het aantal minderheidsbelangen in partnerbanken met een food & agrifocus in ontwikkelingslanden geleidelijk verder uitbreiden. De Rabobank Foundation zal zich in het buitenland vooral richten op landen waar Rabobank International en/of Rabo Development actief zijn. Scherpere focus bij dochters De dochters gaan zich ook meer richten op ondersteuning bij het realiseren van de kerndoelstellingen van de Rabobank Groep, te weten het Allfinanz-marktleiderschap in de thuismarkt en profilering als dé mondiale food & agribank. Andere belangrijke hoofdfuncties van de dochters en deelnemingen blijven het optimaal benutten van specialismen en het behalen van een gezond rendement. Strategische en financiële kerndoelstellingen De strategische kerndoelstellingen zijn: - bereiken van Allfinanz-marktleiderschap in Nederland; - uitbreiden van de positie als de leidende internationale food & agribank; - verdere groei van en synergieversterking met de dochters. Voor handhaving van een hoge kredietwaardigheid zijn een adequate tier 1-ratio en een stabiele winstgroei noodzakelijk. Daarom heeft de Rabobank Groep de volgende financiële doelstellingen geformuleerd: - een tier 1-ratio van tenminste 12,5%; - minimaal 10% rendement op het eigen vermogen; - een nettowinstgroei van 10%. De gewijzigde marktomstandigheden en de gemaakte keuzes hebben financiële gevolgen. Omdat op 1 januari 2008 de Basel II-regelgeving van kracht is geworden, is de ondergrens voor de tier 1-ratio verhoogd van 10,0% naar 12,5%. De verschuiving van activiteiten binnen Rabobank International naar activiteiten met een lager risicoprofiel leiden ertoe dat de verwachte jaarlijkse nettowinstgroei afneemt van 12% naar 10%. Realisatie Strategisch Kader Marktleiderschap in Nederland verstevigd De marktaandelen van de Rabobank Groep op de particuliere markt zijn sinds 2004 gestaag toegenomen. Na een aanvankelijke daling tot 23% in 2005 is het marktaandeel van de lokale Rabobanken en Obvion in de hypotheekmarkt in 2008 gestegen tot 30%. In de spaarmarkt liep het marktaandeel van de Rabobank Groep op van 39% in 2004 naar 43% in Het marktaandeel consumptief krediet is mede toegenomen door het online label Freo en de inrichting van een gespecialiseerde eenheid Consumer Finance bij de Lage Landen. Ook in de zakelijke markt zijn de marktaandelen in de meeste segmenten met enkele procentpunten verbeterd. Het ingezette grotestedenbeleid heeft geleid tot een stijging van de marktaandelen van de grotestadsbanken binnen hun werkgebied. Internationale positie als leidende food & agribank uitgebreid Rabobank International heeft haar positie in zowel traditionele als opkomende food & agrimarkten versterkt door investeringen in buitenlandse retailbanken. In de Verenigde Staten zijn de activiteiten de afgelopen jaren uitgebreid door de overname van Community Bank of Central California en Mid-State Bank & Trust. In Polen is in het verslagjaar een meerderheidsbelang verkregen in Bank BGZ. Kleinere acquisities van retailbankactiviteiten vonden in 2007 plaats in Chili en Indonesië. In Brazilië is 11 Over de Rabobank Groep

13 een retailbanknetwerk opgestart met een sterke focus op food & agri. Het op food & agri gerichte Trade & Commodity Finance is autonoom sterk gegroeid. Om optimaal te profiteren van de synergievoordelen zal de Rabobank focussen op de integratie van de gedane overnames. Rabo Development investeerde de afgelopen jaren in partnerbanken in Tanzania, China, Zambia, Mozambique, Paraguay en Rwanda. Dochters: verdere groei en versterking synergie De vermogensbeheeractiviteiten zijn in 2006 uitgebreid door het vergroten van het belang in Sarasin. Op diverse terreinen, zoals de distributie van fondsen, is synergie bereikt. Robeco realiseerde een verbetering van de beleggingsperformance en een verschuiving van haar focus in de richting van alternatieve beleggingsproducten, onder meer door de overname van Transtrend en SAM Groep in In 2007 is besloten internetbroker Alex te verkopen vanwege de toenemende overlap met de dienstverlening door Rabo Direct Beleggen. De beoogde groei bij de Rabo Vastgoedgroep is gerealiseerd door de acquisitie van onderdelen van Bouwfonds in 2006 en de autonome groei bij FGH Bank. De leasingactiviteiten zijn gegroeid, zowel autonoom als ten gevolge van de acquisitie van Athlon Car Lease in De gerealiseerde groei in autoleasing droeg bij aan een versterking van de positie van de Rabobank Groep op de binnenlandse retailmarkt. Op het terrein van verzekeren is de integratie van Interpolis met Eureko gerealiseerd en is het productenpalet uitgebreid met onder meer zorgverzekeringen. 12 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

14 Directeuren en commissarissen Samenstelling raad van bestuur Rabobank Nederland Vlnr. staand: drs. Bert Heemskerk, dr. Piet Moerland. Zittend: ir. Piet van Schijndel, prof. dr. ir. Bert Bruggink, mr. Sipko Schat. Leden raad van bestuur en aandachtsgebieden Drs. Bert Heemskerk (H.) Voorzitter (tot en met 30 juni 2009) - Audit Rabobank Groep - Communicatie - Juridische en Fiscale Zaken - Human Resources, corporate - Toezicht & Compliance - Kennis en Economisch Onderzoek - Bestuurssecretariaat - Rabobank International - Managing Board Rabobank International, voorzitter - Regionaal Management Amerika, Azië en Europa - CFRO-domein Rabobank International - HR-domein Rabobank International Dr. Piet Moerland (P.W.) Voorzitter (vanaf 1 juli 2009) - Coöperatie & Bestuur Aangesloten Banken - Human Resources, Coöperatie & Bestuur - MKB - Bedrijfsmanagement - MVO Prof. dr. ir. Bert Bruggink (A.) CFO - Control Rabobank Groep - Group Risk Management - Kredietrisicomanagement - Bijzonder Krediet Beheer - Treasury - Investor Relations Ir. Piet van Schijndel (P.J.A.) - Particulieren - Private Banking - Groep ICT - De Lage Landen - Robeco Mr. Sipko Schat (S.N.) - Rabobank International - Managing Board Rabobank International, plv. voorzitter - COO-domein Rabobank International - Corporate Clients Nederland - Global Financial Markets - Corporate Finance - Trade & Commodity Finance - Participaties - Rabo Vastgoedgroep Drs. Hans ten Cate (J.C.) De heer Ten Cate ging per 1 juli 2008 met pensioen. Bestuurssecretaris Drs. Rens Dinkhuijsen (L.A.M.) 13 Over de Rabobank Groep

15 Samenstelling raad van commissarissen Rabobank Nederland Leden raad van commissarissen⁵ Naam Functie Jaar eerste benoeming Einde lopende zittingstermijn Prof. dr. Lense Koopmans (L.) voorzitter Ing. Antoon Vermeer (A.J.A.M.) plaatsvervangend voorzitter Prof. mr. Sjoerd Eisma (S.E.) secretaris 2002 (1998)⁶ 2010 Drs. Leo Berndsen (L.J.M.) lid Ir. Bernard Bijvoet (B.) lid Prof. dr. ir. Louise Fresco (L.O.) lid Rinus Minderhoud (M.) lid Mr. Paul Overmars (P.F.M.) lid Ir. Herman Scheffer (H.C.) lid 2002 (1998)⁶ 2010 Prof. dr. ir. Martin Tielen (M.J.M.) plaatsvervangend secretaris Dr. ir. Aad Veenman (A.W.) lid 2002 (1998)⁶ 2010 Prof. dr. Cees Veerman (C.P.) lid Prof. dr. Arnold Walravens (A.H.C.M.) lid De commissies uit de raad van commissarissen staan vermeld in het verslag raad van commissarissen Rabobank Nederland. Directeuren en directievoorzitters Directeuren Rabobank Nederland⁷ Drs. Cor Broekhuyse RA (C.F.) Drs. Ralf Dekker (R.J.) Drs. ing. Ab Gillhaus (A.J.) Mr. drs. Rob ten Heggeler (R.H.L.) Drs. Harold Knebel (H.A.J.M.) Drs. Jos van Lange (J.H.P.M.) Drs. Hans van der Linden (J.A.M.) Drs. Bert Mertens (H.H.J.) Monika Milz (M.R.) Pim Mol (P.W.) Rik Op den Brouw (H.) Mr. Sander Pruijs (J.A.) Harry de Roo RA (J.H.) Karel Schellens (C.A.C.M.) (tot 1 juni 2009) Rutger Schellens (R.V.C.) Gerlinde Silvis (A.G.) Ronald Slaats (R.A.M.) Rinus van der Struis RA (M.) Mr. Jan van Veenendaal (J.) Rabobank International Rabobank International Krediet Risicomanagement Rabobank International Rabo Wielerploegen Rabo Vastgoedgroep Rabo Vastgoedgroep Coöperatie en Bestuur Aangesloten Banken Communicatie Private Banking Particulieren Rabobank International Rabobank International De Lage Landen Rabobank International Human Resources Rabobank De Lage Landen Audit Rabobank Groep / Toezicht a.i. Juridische en Fiscale Zaken 5) Samenstelling op 1 januari In 2009 zijn periodiek aftredend de heren Berndsen, Koopmans en Tielen. De heer Berndsen heeft om persoonlijke redenen besloten zich niet herverkiesbaar te stellen. 6) Jaar eerste benoeming in de raad van toezicht van Rabobank Nederland. Bij de wijziging van de corporate-governancestructuur van Rabobank Nederland in 2002 is de raad van toezicht vervangen door de raad van commissarissen. 7) Per 1 maart Rabobank Groep Jaarverslag 2008

16 Managing Board Rabobank International Drs. Bert Heemskerk (H.), voorzitter Mr. Sipko Schat (S.N.), vice voorzitter Drs. Arjo Blok (A.J.) Drs. Cor Broekhuyse RA (C.F.) Drs. Ralf Dekker (R.J.) Mr. drs. Rob ten Heggeler (R.H.L.) Mr. Sander Pruijs (J.A.) Harry de Roo RA (J.H.) Rutger Schellens (R.V.C.) Directievoorzitters belangrijkste dochters Jacek Bartkiewicz Bank BGZ Drs. Roy van Diem (R.) Obvion Drs. Hans van der Linden (J.A.M.) Rabo Vastgoedgroep Drs. George Möller (G.A.) Robeco Gerbert Mos MBA (G.A.) Schretlen & Co Harry de Roo RA (J.A.) ACCBank Karel Schellens (C.A.C.M.) (tot 1 juni 2009) De Lage Landen Ronald Slaats (R.A.M.) (vanaf 1 juni 2009) De Lage Landen Joachim Straehle (J.H.) Sarasin 15 Over de Rabobank Groep

17 Profiel De Rabobank Groep is een internationale financiële dienstverlener op coöperatieve grondslag die bestaat uit 153 zelfstandige lokale Rabobanken en hun centrale organisatie Rabobank Nederland met haar dochterondernemingen. De Rabobank Groep heeft circa fte in dienst in 45 landen, is actief op het gebied van retailbanking, wholesalebanking, vermogensbeheer, leasing en vastgoed en bedient wereldwijd circa 9,5 miljoen klanten. De nadruk in Nederland ligt op Allfinanz-dienstverlening en internationaal op food & agri. Vanuit de coöperatieve worteling kennen de onderdelen van de Rabobank Groep een sterke onderlinge verwantschap. De Rabobank Groep heeft de hoogste kwalificatie voor kredietwaardigheid, de triple A-rating, van de bekende internationale ratinginstituten Standard & Poor s en Moody s en behoort gemeten naar kernvermogen tot de twintig grootste financiële instellingen ter wereld. Lokale Rabobanken, Rabobank Nederland en Rabobank International De zelfstandige lokale Rabobanken vormen het coöperatieve kernbedrijf van de Rabobank Groep. Midden in de maatschappij, betrokken, dichtbij en toonaangevend, met ieder een eigen werkgebied. Klanten kunnen lid worden van hun lokale Rabobank. Op hun beurt zijn de lokale Rabobanken lid van de overkoepelende coöperatie Rabobank Nederland, die ze ondersteunt en adviseert bij de dienstverlening. Rabobank Nederland oefent ook toezicht uit op de bedrijfsvoering, de uitbesteding, de solvabiliteit en de liquiditeit van de lokale Rabobanken. De lokale Rabobanken, waar bijna fte werken, vormen met circa vestigingen en bijna geldautomaten het dichtste bankennetwerk van Nederland. In Nederland bedienen de lokale Rabobanken ongeveer 7,5 miljoen particuliere en zakelijke klanten met een volledig pakket financiële diensten. Rabobank Nederland fungeert als houdstermaatschappij van een aantal gespecialiseerde dochterondernemingen in Nederland en in het buitenland. Bij Rabobank Nederland zijn meer dan fte in dienst. Rabobank International is het wholesalebankbedrijf en het internationaal retailbankbedrijf van de Rabobank Groep met wereldwijd meer dan fte en vestigingen in 27 landen. Missie en ambitie De Rabobank Groep werkt in het gezamenlijke belang van mensen en gemeenschappen met als doel het realiseren van hun huidige en toekomstige ambities. Dit door het aandragen van de best mogelijke financiële oplossingen en het versterken van onderlinge samenwerking. Vanuit haar betrokkenheid wil de Rabobank Groep een stuwende en vernieuwende kracht zijn die bijdraagt aan een duurzame ontwikkeling van welvaart en welzijn. Vanuit haar missie heeft de Rabobank Groep de ambitie in Nederland de grootste, beste, meest klantgedreven en vernieuwende financiële instelling te zijn. Internationaal wil de Rabobank Groep de beste food & agribank zijn met een sterke aanwezigheid in de belangrijkste food & agrilanden. Daarbij worden kennis en kunde ingezet die jarenlang op dit gebied in Nederland zijn opgedaan. Ook wil de Rabobank Groep, passend bij haar identiteit en maatschappelijke positie, mondiaal excelleren in duurzaam ondernemen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is en wordt verder geïntegreerd in de kernactiviteiten. De waarden van de Rabobank De wijze waarop de Rabobank in de wereld staat, wordt bepaald door kernwaarden die aan de missie en ambitie zijn ontleend: respect, integriteit, professionaliteit en duurzaamheid. Deze kernwaarden worden door alle onderdelen van de Rabobank Groep onderschreven als randvoorwaarden voor het handelen. 16 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

18 - Respect: de Rabobank Groep werkt samen op basis van respect, waardering en betrokkenheid. - Integriteit: de Rabobank Groep wil in haar handelen eerlijk, oprecht, zorgvuldig en betrouwbaar zijn. - Professionaliteit: de Rabobank Groep is haar klanten van dienst met hoogwaardige kennis en faciliteiten. Het is haar streven de kwaliteit op een hoog peil te houden - waar mogelijk te anticiperen op toekomstige behoeften van klanten - en haar diensten op efficiënte wijze ter beschikking te stellen. - Duurzaamheid: de Rabobank Groep wil bijdragen aan een duurzame ontwikkeling van de samenleving in economische, sociale en ecologische zin. Dit doet de Rabobank Groep onder andere met de Rabobank Foundation. Dit fonds van de gehele Rabobank Groep helpt kansarme groepen in binnenen buitenland met als doel ze een perspectief te geven op een zelfstandig bestaan. Daarnaast is Rabo Development in het leven geroepen met als doel de ontwikkeling van partnerbanken in opkomende landen te ondersteunen met mensen en middelen. Op basis van deze kernwaarden biedt de Rabobank Groep klanten in Nederland alle financiële diensten die voor deelname aan het economische verkeer in een moderne samenleving noodzakelijk zijn. Rekening houdend met de eigen doelstellingen, waarden en wet- en regelgeving, respecteert de Rabobank de cultuur en de gebruiken van landen waarin de bank is gevestigd. Rabobank Groep Situatie per 1 januari ,5 miljoen klanten 1,7 miljoen leden 153 lokale Rabobanken Rabobank Nederland Ondersteuning lokale Rabobanken Rabobank International Staffuncties Rabobank Groep Particulieren MKB Private Banking Overige ondersteunende afdelingen Food & agri Wholesalebankbedrijf Internationaal retailbankbedrijf MVO Investor Relations Long Term Funding Overige stafafdelingen Merken Vermogensbeheer Leasing Vastgoed Verzekeren Wonen Zakelijk Robeco Schretlen & Co Sarasin IRIS Orbay De Lage Landen - Athlon - Freo - Crediam Rabo Vastgoedgroep - Bouwfonds Property Development - MAB Development - FGH Bank - Bouwfonds REIM - Fondsenbeheer Nederland Eureko (39%) - Interpolis Obvion Moviq Zoekallehuizen.nl Bizner Rembrandt F & O De lokale Rabobanken en hun leden vormen de kern van het bankbedrijf en zijn de belangrijkste stakeholders van de coöperatie. In het middelste gedeelte van het organisatieschema staat Rabobank Nederland als centrale (juridische) entiteit. In Nederland faciliteert Rabobank Nederland de lokale Rabobanken ondermeer op het gebied van de ontwikkeling van nieuwe producten en in de marktbewerking. Binnen Rabobank Nederland worden staffuncties voor de lokale Rabobanken en voor de gehele Rabobank Groep uitgevoerd, zoals Shared Services & Facilities, Groep ICT en Coöperatie en Bestuur, Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, Investor Relations, Long Term Funding, Personeelszaken, Juridische- en Fiscale Zaken, Kennis en Economisch Onderzoek en Communicatie. Tenslotte bedient Rabobank International met haar expertise een groot aantal corporate en retailklanten wereldwijd. Het onderste deel van het organisatieschema beschrijft de belangrijkste merken binnen de Rabobank Groep die onder hun eigen naam op de verschillende markten opereren. 17 Over de Rabobank Groep

19 Onderdelen Rabobank Groep Lokale Rabobanken Met ruim vestigingen en bijna geldautomaten beschikken de 153 zelfstandige lokale Rabobanken over het dichtste kantorennet van Nederland en zijn zij dé dichtbijbank van Nederland. De lokale Rabobanken zijn zelfstandige entiteiten met ieder een eigen werkgebied en hebben samen bijna fte in dienst. Dichtbij en betrokken bij hun klanten kunnen zij snel reageren en beslissen. De betrokkenheid komt ook tot uiting in de nauwe relaties met plaatselijke verenigingen en instellingen. Gezamenlijk bedienen de lokale Rabobanken ongeveer 7,5 miljoen Nederlandse particuliere en zakelijke klanten met een compleet pakket financiële diensten. Veel particulieren betalen, sparen of beleggen of hebben een hypotheek bij de Rabobank. De lokale Rabobanken zijn van oudsher nauw verbonden met de agrarische sector. Ook financieren zij een breed scala aan bedrijven, van de kleine ondernemer op de hoek tot de beursgenoteerde onderneming. De lokale Rabobanken zijn in Nederland de grootste intermediair op het gebied van verzekeren. Rabobank Nederland Rabobank Nederland is de centrale organisatie die in dienst staat van de lokale Rabobanken en de groepsonderdelen. Rabobank Nederland bestaat uit marktondersteuning voor het midden- en kleinbedrijf, particulieren en private-bankingklanten en voert daarnaast een aantal centrale staffuncties uit voor de Rabobank Groep. Bij Rabobank Nederland werken meer dan fte. Rabobank International Rabobank International - het wholesalebankbedrijf en het internationaal retailbankbedrijf - richt zich in het bijzonder op de food & agrisector. Dit groepsonderdeel heeft vestigingen in 27 landen en wereldwijd circa fte in dienst. De activiteiten zijn onderverdeeld in de regio s Nederland, Europa exclusief Nederland, Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland, en Azië. Daarnaast onderscheidt Rabobank International een aantal wereldwijd opererende onderdelen, te weten: Global Financial Markets, Structured Finance, Leveraged Finance, Renewable Energy & Infrastructure Finance, Direct Banking en Trade & Commodity Finance. Om de klanten en de markten zo goed mogelijk te kunnen bedienen, wordt er nauw samengewerkt tussen de verschillende regio s en de wereldwijd aanwezige onderdelen. De retailactiviteiten vinden plaats onder het label Rabobank, met uitzondering van de Ierse ACCBank, een 100%-dochter, en de Poolse Bank BGZ, waarin Rabobank International een 59%-belang heeft. Ook heeft Rabobank International belangen in private equity. Dochters De Rabobank Groep voert in Nederland meerdere financiële merken op verschillende markten. Deze merken vullen elkaar aan en versterken de Rabobank Groep als één coherent geheel. Dit draagt bij aan het bereiken van de gewenste klantwaarde en continuïteit van de Rabobank Groep. Bizner Bizner is een internetbank voor ondernemers die zelf hun bankzaken online willen regelen. Ondernemers kunnen bij Bizner 24 uur per dag alle financiële basisproducten aanschaffen, beheren en wijzigen. Bij Bizner werken circa 30 fte. De Lage Landen De Lage Landen is de leasedochter binnen de Rabobank Groep. De onderneming biedt flexibele producten aan op het gebied van activafinanciering, die de afzet van fabrikanten, vendoren en distributeurs in meer dan 30 landen wereldwijd bevorderen. Met de innovatieve financieringsprogramma s kan De Lage Landen zich onderscheiden in een concurrerende marktomgeving. In de Nederlandse thuismarkt is De Lage Landen aanbieder van een breed pakket leaseproducten en handelsfinancieringsproducten. Deze worden direct of via de lokale Rabobanken aan klanten aangeboden. Via het internationale autoleasebedrijf Athlon Car Lease is De Lage Landen actief in acht landen in Europa. In de Nederlandse 18 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

20 markt ondersteunt De Lage Landen de Rabobank Groep in haar streven marktleider te worden in consumentenkredieten, onder meer met het label Freo. Bij De Lage Landen werken circa fte. IRIS Het Institute for Research and Investment Services is het researchinstituut van de Rabobank en Robeco en richt zich uitsluitend op de particuliere belegger. IRIS functioneert als interne dienstverlener voor de Rabobank en Robeco op het gebied van publishing en onafhankelijke research. In december 2008 hebben de Rabobank en Robeco het voornemen kenbaar gemaakt om zich op de toekomst van IRIS te beraden in het licht van een nieuwe inrichting van de beleggingsresearch. Er werken bij IRIS circa 30 fte. Moviq Moviq is een online woonplatform voor verhuizende consumenten en aanbieders op de woonmarkt. Als particulier kun je op Moviq een nieuw huis zoeken en alle informatie vinden en delen over kopen, verkopen, verhuizen, verbouwen en inrichten. Voor de zakelijke klant is Moviq een effectief, crossmediaal platform dat bereik, contact en transacties met de verhuizende consument genereert. De Rabobank is op Moviq aanwezig met relevante informatie over financiering, zoals hypotheken, maar ook met de bijbehorende verzekeringen. Obvion Obvion, een samenwerkingsverband van de Rabobank Groep en het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, verstrekt hypotheken en enkele serviceproducten, zoals garanties en overbruggingskredieten. Zij richt zich daarbij uitsluitend op de samenwerking met onafhankelijke intermediairs. Op dit terrein is Obvion met bijna 300 fte de grootste hypotheekverstrekker in Nederland. Orbay Orbay verzorgt business process outsourcing en integreert klantprocessen en individuele workflows naadloos met de frontoffice van haar klanten. Orbay levert een state-of-the-art technologie, een stabiele infrastructuur en uitgebreide expertise in de bancaire sector. Zo wordt de back-office van een groeiend aantal banken en financiële instellingen overgenomen en uitgevoerd. Orbay combineert het beste uit verschillende werelden door schaalgrootte, gedeelde faciliteiten en knowhow om te zetten in kostenvoordeel en een hoge kwaliteit van haar dienstverlening. Op die manier verbindt Orbay haar waardeketen met die van haar klanten. Orbay is gevestigd in Eindhoven en er werken meer dan 90 fte. Rabo Vastgoedgroep De Rabo Vastgoedgroep is een vooraanstaande internationale vastgoedonderneming die behoort tot de grootste van Europa. Er wordt geopereerd op de particuliere en zakelijke markt met drie kernactiviteiten: projectontwikkeling, financiering en vermogensbeheer. Binnen de Rabo Vastgoedgroep is Bouwfonds Property Development verantwoordelijk voor het ontwikkelen van woningen, en MAB Development voor het ontwikkelen van commercieel vastgoed. Het financieren van commercieel vastgoed is in handen van FGH Bank. Bouwfonds REIM is verantwoordelijk voor vastgoedgerelateerde beleggingen. Naast de drie kernactiviteiten wordt via Fondsenbeheer Nederland een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling en financiering van maatschappelijk vastgoed. De Rabo Vastgoedgroep heeft meer dan fte in dienst en is actief in enkele Europese landen. Rembrandt Fusies & Overnames Rembrandt Fusies & Overnames is een organisatie met als kernactiviteit advisering en begeleiding bij koop en verkoop van ondernemingen. Rembrandt Fusies & Overnames richt zich op eigenaren van kleinere en middelgrote familiebedrijven die een oplossing zoeken voor hun opvolging en op ambitieuze ondernemers met uitbreidingsplannen. Er werken circa 30 fte bij Rembrandt Fusies & Overnames Over de Rabobank Groep

21 Robeco Robeco, opgericht in 1929 te Rotterdam, levert wereldwijd beleggingsproducten en -diensten aan ongeveer 700 institutionele en 1,5 miljoen particuliere klanten. Particulieren worden bediend via banken en andere distributiepartners, alsmede via directe kanalen. Het productaanbod bestaat uit aandelenbeleggingen, vastrentende beleggingen, geldmarktfondsen, vastgoedfondsen, duurzaam- en verantwoord beleggen en alternatieve beleggingen, zoals private equity, hedgefondsen en gestructureerde producten. Behalve op de thuismarkten Nederland en de Verenigde Staten is Robeco actief in Europa, Azië en het Midden-Oosten. Wereldwijd zijn er circa fte in dienst. Sarasin De Sarasin Groep, opgericht in 1841, is van oudsher een leidende Zwitserse private bank. Haar aandelen zijn genoteerd aan de SWX, de Zwitserse effectenbeurs. De Rabobank Groep heeft een belang van 46% in Sarasin en bezit 69% van de stemrechten. De Sarasin Groep is een internationale dienstverlener die duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan, vertegenwoordigd is in 13 landen in Europa, het Midden-Oosten en Azië en heeft circa fte in dienst. Sarasin biedt een hoog niveau van dienstverlening en expertise als beleggingsadviseur en vermogensbeheerder voor vermogende particulieren en institutionele klanten. Schretlen & Co Binnen de Rabobank Groep richt vermogensbank Schretlen & Co zich met vermogensbeheer en -advies, gecombineerd met vermogensplanning, op vermogende particulieren en middelgrote instellingen in Nederland. Naast het hoofdkantoor in Amsterdam heeft Schretlen & Co vestigingen in Apeldoorn, Heerenveen, Rotterdam en Waalre. Samenwerking met lokale Rabobanken heeft onder meer geresulteerd in Rabobank Beheerd Beleggen en de Rabobank Effecten Advies Desk. Schretlen & Co heeft ongeveer 300 fte in dienst. Zoekallehuizen.nl Zoekallehuizen.nl is de zoekmachine die dagelijks vrijwel alle websites van makelaars afspeurt. Bovendien neemt zoekallehuizen.nl ook alle websites mee waarop het woningaanbod van particulieren staat. Zoekallehuizen.nl heeft het woningaanbod van zowel NVM makelaars, LMV makelaars, VBO makelaars en makelaars die niet zijn aangesloten bij een makelaarsorganisatie. Deelnemingen Eureko De Rabobank heeft een belang van 39% in Eureko, een internationale financiële dienstverlener op het gebied van verzekeringen en er werken circa fte. Achmea, onderdeel van Eureko, is op de Nederlandse thuismarkt de grootste verzekeringsgroep met labels als Centraal Beheer Achmea, Interpolis, Avéro Achmea, FBTO, Agis Zorgverzekeringen en Zilveren Kruis Achmea. Eureko bedient in Nederland een brede klantengroep van particulieren, overheden en bedrijven. Eureko is ook over de grens actief in twaalf Europese landen. Tussen de Rabobank en Eureko is sprake van hechte samenwerking op het gebied van verzekeren. Het grootste deel van de verzekeringsproducten die de lokale Rabobanken verkopen is afkomstig van Interpolis. Het gaat om een breed assortiment schade-, zorg- en levensverzekeringen voor zowel particulieren als bedrijven. Met meer dan een miljoen particulieren en enkele honderdduizenden bedrijven als klant is Interpolis een van de belangrijkste spelers in de Nederlandse verzekeringsmarkt. In de agrarische sector is Interpolis marktleider Rabobank Groep Jaarverslag 2008

22 Wereldwijd aanwezig Het Rabobank-merk wordt door de lokale Rabobanken en Rabobank International in 27 landen gevoerd. Met de andere groepsonderdelen tezamen is de Rabobank Groep actief in 45 landen, inclusief Nederland, verspreid over 569 vestigingsplaatsen. Daarnaast is Rabo Development actief in 9 landen en de Rabobank Foundation in 26 landen. Noord-Amerika Canada Verenigde Staten Latijns-Amerika Argentinië Brazilië Chili Curaçao Kaaiman Eilanden Mexico Europa België Denemarken Duitsland Finland Frankrijk Groot Brittannië Guernsey Hongarije Ierland Italië Luxemburg Nederland Noorwegen Oostenrijk Polen Portugal Roemenië Rusland Slowakije Spanje Tsjechië Turkije Zweden Zwitserland Azië Bahrein China India Indonesië Japan Korea Maleisië Oman Quatar Singapore Verenigde Arabische Emiraten Australië Australië Nieuw-Zeeland Rabobank merk Groepsonderdelen Rabobank merk en groepsonderdelen Voor verdere informatie over onze vestigingen en kantoren, zoals vestigingsplaats en contactgegevens: 21 Over de Rabobank Groep

23 Verslag raad van bestuur Financiële ontwikkelingen Rabobank Groep Mooi resultaat in turbulente tijden Financiële doelstellingen - Tier 1-ratio komt uit op 12,7% - Rendement eigen vermogen bedraagt 9,7% - Nettowinst neemt toe met 2% Balansgegevens - Kredietportefeuille stijgt met 11% tot 408,6 miljard euro - Toevertrouwde middelen nemen toe met 10% tot 304,2 miljard euro - Eigen vermogen stijgt met 7% tot 33,5 miljard euro Nettoresultaat bedraagt 2,8 miljard euro - Efficiencyratio verbetert met 4,2 procentpunt tot 65,3% - Kredietverliezen bedragen 31 basispunten en liggen boven het langjarig gemiddelde - RAROC bedraagt 12,5% Ondanks alle turbulentie op de financiële markten bleef bij de Rabobank Groep de vermogensratio, de tier 1-ratio, met 12,7% boven het gewenste hoge niveau van 12,5%. Het rendement op eigen vermogen kwam uit op 9,7% en de Rabobank Groep realiseerde een stijging van het nettoresultaat met 2%. Hoewel de tot doel gestelde nettowinstgroei niet werd gehaald, is gezien de marktomstandigheden sprake van een goede prestatie. De groei van de zakelijke kredietverlening in Nederland droeg in belangrijke mate bij aan de toename van de kredietportefeuille private cliënten, die steeg met 11% tot 408,6 miljard euro. De groei van toevertrouwde middelen met 10% tot 304,2 miljard euro was stevig. De keuze voor zekerheid in turbulente tijden leverde veel nieuwe klanten en middelen op. Vooral door een toename van het renteresultaat stegen de baten met 6% tot 11,7 miljard euro. Doordat er meer gestuurd werd op kosten daalden de bedrijfslasten met 1% tot 7,6 miljard euro. De goede prestaties van het Rabobank Pensioenfonds resulteerden in een daling van de pensioenlast. Dankzij deze ontwikkelingen verbeterde de efficiencyratio met 4,2 procentpunt tot 65,3%. Per saldo realiseerde de Rabobank Groep een nettowinst van 2,8 miljard euro. De RAROC kwam uit op 12,5%. 22 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

24 Financiële doelstellingen De Rabobank Groep hanteert drie financiële doelstellingen: de tier 1-ratio, het rendement op het eigen vermogen en de nettowinstgroei. De tier 1-ratio, het kernvermogen gerelateerd aan de risicogewogen activa, kwam per eind 2008 met 12,7% (10,7%⁸) uit boven het gewenste niveau van 12,5%. Deze toename hield verband met de invoering van Basel II. Het rendement op het eigen vermogen, de netto winst gerelateerd aan het kernvermogen, bedroeg 9,7% (10,2%). De nettowinst steeg in 2008 met 2% (15%). Dit is lager dan de doelstelling. Balansontwikkeling Algemeen Gelet op de wijzigingen in IAS 39 en IFRS 7 heeft de Rabobank Groep in 2008 besloten over te gaan tot een herclassificatie van een deel van de financiële activa, 12,0 miljard euro, naar kredieten aan cliënten en vorderingen op andere banken. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de geconsolideerde jaarrekening van de Rabobank Groep onder toelichting 11. Om de trends in dit jaarverslag juist weer te geven, zijn de vergelijkende cijfers per eind 2007 aangepast door rekening te houden met deze herclassificatie. Voor vergelijkings- en analysedoeleinden wordt per eind 2007 een bedrag van 385,7 miljard euro in plaats van 373,0 miljard euro onder kredieten aan cliënten meegenomen. Kredietverlening naar sector in miljarden euro s Food & agri HID Particulieren Kredietverlening naar onderdelen ultimo 2008 Binnenlands retailbankbedrijf 65% Wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf 25% Leasing 5% Vastgoed 4% Overig 1% Toename kredietportefeuille mede door groei zakelijke kredietverlening In het verslagjaar steeg de balanspost kredieten aan cliënten met 11% tot 426,3 (385,7) miljard euro, ondanks de minder gunstige economische omstandigheden. Het overgrote deel hiervan heeft betrekking op de kredietportefeuille private cliënten. Daarnaast bestaan kredieten aan cliënten uit kredieten aan overheidscliënten, vorderingen effectentransacties private cliënten en afdekking renterisico. Aan overheden is 8,8 (5,1) miljard euro verstrekt. De omvang van de post vorderingen effectentransacties private cliënten daalde naar 3,8 (14,4) miljard euro. Voor het afdekken van het renterisico op kredieten aan cliënten gebruikt de Rabobank Groep derivaten. Omdat deze derivaten op marktwaarde worden gewaardeerd en de kredietportefeuille private cliënten op basis van geamortiseerde kostprijs leidt dit tot een tijdelijke asymmetrie in de waardering. Om te voorkomen dat dit verschil in waardering tot onnodige schommelingen leidt in de winst-en-verliesrekening past de Rabobank Groep hedge accounting toe. De verschillen in waardering worden verantwoord in de post afdekking renterisico. Deze post had een omvang van 5,0 (-2,5) miljard euro. De toename van de zakelijke kredietverlening bij het binnenlands retailbankbedrijf en bij Rabobank International droegen in belangrijke mate bij aan de groei van de kredietportefeuille private cliënten met 11% tot 408,6 (368,7) miljard euro. Voor 47% bestaat de kredietportefeuille private cliënten uit leningen verstrekt aan particulieren, voor 36% aan de sector handel, industrie en dienstverlening (HID) en voor 17% aan de food & agrisector. Door de groei van de hypotheekportefeuille in Nederland steeg de omvang van de leningen aan particulieren met 8% tot 194,0 (180,1) miljard euro. De particuliere hypotheekportefeuille had een omvang van 192,7 (177,4) miljard euro. Dit deel van de portefeuille bestaat nagenoeg geheel uit hypotheken en daarnaast uit consumentenkredieten. De kredietportefeuille aan de handel, industrie en dienstverlening (HID) nam met 13% toe tot 146,3 (129,2) miljard euro. De kredieten aan de 8) De getallen tussen haakjes ( ) betreffen de vergelijkende cijfers. Voor resultaatgegevens zijn dit de cijfers over 2007 en voor de balansgegevens zijn dit de cijfers per eind In het geval van voortschrijdend inzicht zijn de vergelijkende cijfers aangepast. 23 Verslag raad van bestuur

25 Kredietportefeuille HID naar sector ultimo 2008 Onroerend goed 20% Financiële instellingen, niet banken 19% Groothandel 10% Industrie 7% Bouw 6% Transport en opslag 6% Detailhandel non-food 4% Gezondheidszorg 3% Zakelijke dienstverlening 3% Informatie en communicatie 3% Kunst, recreatie 1% Nutsbedrijven 1% Overige 17% Kredietverlening food & agri naar sector ultimo 2008 Vlees 19% Zuivel 17% Granen en oliehoudende zaden 13% Groenten en fruit 12% Detailhandel levensmiddelen 7% Food & agri inputs 7% Bloemen 6% Dranken 4% Diverse oogstgewassen 3% Suiker 3% Overig 9% food & agrisector stegen met 15% tot 68,3 (59,4) miljard euro. Het merendeel van de portefeuille heeft betrekking op de primaire agrarische sector. De groei van de kredieten aan de vleessector droeg bij aan de stijging van de kredietverlening aan de primaire agrarische sector met 9% tot 43,8 (40,1) miljard euro. De kredietportefeuille private cliënten is voor 73% verstrekt in Nederland, 11% in Europa exclusief Nederland, 12% in Amerika, 3% in Australië en Nieuw-Zeeland en 1% in overige landen. Verdeling toevertrouwde middelen in miljarden euro s Overige toevertrouwde middelen Terugkooptransacties Zakelijke termijndeposito s Rekening-courant/ vereffeningsrekeningen Spaargelden Verdeling toevertrouwde middelen ultimo 2008 Binnenlands retailbankbedrijf 58% Wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf 37% Vermogensbeheer en beleggen 5% Verdeling spaargelden in miljarden euro s Overig Toename termijndeposito s draagt bij aan groei toevertrouwde middelen Uit de stevige groei van de toevertrouwde middelen blijkt dat de Rabobank Groep wordt gezien als een veilige haven in deze turbulente tijden. De toevertrouwde middelen stegen in 2008 met 10% tot 304,2 (276,6) miljard euro. De spaargelden, de toevertrouwde middelen van particulieren, vormen de grootste categorie binnen de toevertrouwde middelen en stegen met 13% tot 114,7 (101,2) miljard euro. Naast de spaargelden leverden ook de rekening-courantsaldi een bijdrage aan de groei van de toevertrouwde middelen. Toename spaargelden vooral bij lokale Rabobanken Van het spaargeld is 89% toevertrouwd aan de lokale Rabobanken. Als gevolg van de hogere rentevergoeding op termijndeposito s koos een groot aantal particulieren voor dit spaarproduct. Daardoor nam de omvang van de deposito s met een vaste looptijd met 66% toe tot 43,1 (25,9) miljard euro. Bij Roparco, de spaarbank van Robeco, nam Roparco Deposito s met vaste looptijd Rendementsrekening Telesparen Internetsparen de omvang van de spaargelden met 10% toe tot 5,4 (4,9) miljard euro. De verkoop van Alex leidde tot een afname van het spaargeld met 0,6 miljard euro. Dankzij het grote aantal nieuwe internetspaarklanten nam de omvang van de spaargelden bij de buitenlandse internetbanken in Australië, België, Ierland en Nieuw-Zeeland met 30% toe tot 6,6 (5,1) miljard euro. 24 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

26 Eigen vermogen in miljarden euro s Overige belangen van derden Hybride vermogen Rabobank Ledencertificaten Ingehouden winsten en overige reserves Vermogenseisen in miljarden euro s ultimo 2008 Overige risico s Operationeel- en bedrijfsrisico Rente- en marktrisico Krediet- en transferrisico Economic capital Basel II Basel I Eigen vermogen Als gevolg van de inhouding van de winst, de uitgifte van Capital Securities en de toename van het belang van derden steeg het eigen vermogen met 7% tot 33,5 (31,4) miljard euro. De Rabobank Groep emitteerde hybride vermogen in de vorm van Capital Securities in Britse ponden, Israëlische shekels, US dollars en Zwitserse franken. De consolidatie van Bank BGZ droeg bij aan de toename van het belang van derden. Het eigen vermogen bestaat voor 60% uit ingehouden winsten en overige reserves, voor 19% uit Rabobank Ledencertificaten, voor 10% uit hybride vermogen en voor 11% uit overige belangen van derden. Externe vermogenseis De Rabobank Groep berekent sinds de invoering van de Basel II-regelgeving voor nagenoeg de gehele kredietportefeuille de externe vermogenseis voor kredietrisico op basis van de geavanceerde interne ratingbenadering, zoals deze door De Nederlandsche Bank is goedgekeurd. Voor enkele kleinere portefeuilles is de uitrol van deze benadering nog onderhanden en wordt de standaard benadering toegepast. Voor operationeel risico vindt de berekening plaats aan de hand van een goedgekeurd intern model. De externe vermogenseis bedraagt per eind ,0 (21,3) miljard euro, waarbij 91% samenhangt met krediet- en transferrisico. Verder wordt 7% aangehouden voor operationeel risico en 2% voor marktrisico. De lagere externe vermogenseis hangt in belangrijke mate samen met de invoering van Basel II. Het lage risicoprofiel van de kredietportefeuille, in combinatie met de aanwezige zekerheden, vormt hiervoor de belangrijkste reden. Economic capital als interne vermogenseis Economic capital RAROC (in miljarden euro s) dec dec-07 Binnenlands retailbankbedrijf 17,7% 17,3% 8,7 8,9 Wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf 0,5% 6,9% 6,2 4,7 Vermogensbeheer en beleggen 0,8 0,6 Leasing 22,3% 24,2% 1,1 1,1 Vastgoed 1,7 1,4 Overige activiteiten 4,1 3,8 Totaal 12,5% 14,4% 22,3 20,5 Naast de externe vermogenseis berekent de Rabobank Groep een interne vermogenseis op basis van haar economic capitalraamwerk. Dit raamwerk wordt gebruikt om een completer inzicht te krijgen in alle risico s en om een betere afweging tussen risico en rendement te kunnen maken. Binnen het Verdeling economic capital naar groepsonderdelen ultimo 2008 Binnenlands retailbankbedrijf 39% Wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf 28% Vastgoed 7% Leasing 5% Vermogensbeheer 3% Overige activiteiten 18% Verdeling economic capital naar risico ultimo 2008 Krediet- en transferrisico 57% Operationeel en bedrijfsrisico 17% Rente- en marktrisico 16% Overige risico s 10% 25 Verslag raad van bestuur

27 economic capital wordt, overeenkomstig de triple A-status, uitgegaan van een hoger betrouwbaarheidsniveau (99,99%) dan voor Basel II (99,90%) is vereist. Verder wordt voor een breder palet aan risico s een interne vermogenseis vastgesteld. Behalve voor kredietrisico, operationeel risico en marktrisico in de handelsboeken wordt ook voor alle andere geïdentificeerde materiële risico s economic capital aangehouden. Vooral als gevolg van groei van de kredietverlening steeg het economic capital tot 22,3 (20,5) miljard euro per eind Deze interne vermogenseis ligt ruim onder het aanwezige toetsingsvermogen van 30,9 (29,2) miljard euro. Deze omvangrijke buffer onderstreept de soliditeit van de Rabobank Groep. Krediet- en transferrisico is met 57% van het totale economic capital het meest dominante risicotype. Rente- en marktrisico is goed voor 16%, terwijl de niet-financiële risico s (operationeel en bedrijfsrisico) 17% vertegenwoordigen. De resterende 10% is verdeeld over de andere risicotypen. Resultaatontwikkeling Resultaten (in miljoenen euro s) Mutatie Rente % Honoraria en provisies % Overige baten % Totale baten % Personeelskosten % Andere beheerskosten % Afschrijvingen % Totale bedrijfslasten % Brutoresultaat % Waardeveranderingen Bedrijfsresultaat vóór belastingen % Belastingen % Nettowinst % Kredietverliezen (in basispunten) 31 8 Ratio s Efficiencyratio 65,3% 69,5% Rendement eigen vermogen 9,7% 10,2% RAROC 12,5% 14,4% Balansgegevens (in miljarden euro s) 31-dec dec-07 Balanstotaal 612,1 570,5 7% Kredieten aan private cliënten 408,6 368,7 11% Toevertrouwde middelen 304,2 276,6 10% Vermogenseisen (in miljarden euro s) Vermogenseis 19,0 21,3-11% Economic capital 22,3 20,5 9% Vermogensratio s BIS-ratio 13,0% 10,9% Tier 1-ratio 12,7% 10,7% Aantal medewerkers (in fte) % 26 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

28 Baten stijgen met 6% In het verslagjaar namen de totale baten met 6% toe tot (11.022) miljoen euro. De stijging van de inkomsten bij de lokale Rabobanken en de vermogensbeheeractiviteiten droegen hieraan bij. Vooral door het hogere renteresultaat bij Rabobank International nam dit resultaat met 26% toe tot (6.771) miljoen euro. Bij Rabobank International steeg het renteresultaat als gevolg van krediet - groei en hogere marges en bij het binnenlands retailbankbedrijf nam de marge op de toevertrouwde middelen af door de toegenomen concurrentie op de spaarmarkt. De totale provisiebaten namen met 1% toe tot (2.857) miljoen euro. De overige baten daalden met 82% tot 246 (1.394) miljoen euro. Doordat de turbulentie op de financiële markten aanhield daalden de handelsresultaten bij Rabobank International. De fair value-mutaties van activa en passiva hadden per saldo een beperkt effect op het resultaat. Ook daalden de projectresultaten bij de Rabo Vastgoedgroep en was het resultaat van de deelneming Eureko negatief. De verkoop van Alex en de consolidatie van Bank BGZ droegen positief bij aan de baten. In 2007 werden de overige baten positief beïnvloed door opbrengsten uit de verkoop van activiteiten bij Sarasin. Bedrijfslasten dalen met 1% In 2008 namen de totale bedrijfslasten met 1% af tot (7.663) miljoen euro. Mede als gevolg van een daling van de bonussen namen de personeelskosten met 3% af tot (4.400) miljoen euro. Vanaf 2008 worden de medewerkers van Bank BGZ ook meegeteld in de formatie van de Rabobank Groep. Als gevolg hiervan steeg het aantal personeelsleden bij de Rabobank Groep met 11% tot (54.737) fte. Bij de lokale Rabobanken en Robeco nam het aantal medewerkers af. De andere beheerskosten stegen met 1% tot (2.779) miljoen euro. De afschrijvingskosten namen met 8% toe tot 525 (484) miljoen euro, omdat er meer werd afgeschreven op zelfontwikkelde software en immateriële activa. Kredietverliezen bedragen 31 basispunten Vooral door de toename van de post waardeveranderingen bij Rabobank International steeg deze post in het verslagjaar tot (266) miljoen euro. Dit komt overeen met 31 basispunten van de gemiddelde kredietverlening en ligt boven het langjarig gemiddelde van 21 basispunten. Belastingdruk bedraagt 3% De in 2008 verantwoorde belasting bedroeg 98 (397) miljoen euro. Dit correspondeert met een effectieve belastingdruk van 3,4% (12,8%). De onbelaste resultaten uit deelnemingen, zoals de participaties in fondsen van Gilde en de belangen van Rabo Private Equity, dragen bij aan een lagere belastingdruk. Nettowinst stijgt met 2% Mede door de performance van het binnenlands retailbankbedrijf realiseerde de Rabobank Groep een nettowinst van (2.696) miljoen euro. Na aftrek van belang derden en betaling van de vergoeding aan de houders van Rabobank Ledencertificaten, Capital Securities en Trust Preferred Securities III tot en met VI, resteert een bedrag van (1.971) miljoen euro. RAROC RAROC is de afkorting voor de Risk Adjusted Return On Capital oftewel het naar risico gewogen rendement op kapitaal. RAROC ondersteunt het besluitvormingsproces door een consequente afweging tussen de verwachte opbrengsten en de aanwezige risico s. Daarnaast wordt RAROC gebruikt voor de prijsstelling op transactieniveau en bij het kredietfiatteringproces. In 2008 realiseerde de Rabobank Groep een RAROC na belastingen van 12,5% (14,4%)⁹. 9) De RAROC wordt berekend door de nettowinst te relateren aan het gemiddelde economic capital in het jaar. 27 Verslag raad van bestuur

29 Binnenlands retailbankbedrijf winst 2008 ilbankbedrijf 59% Aandeel in nettowinst Rabobank Groep 2008 in % Binnenlands retailbankbedrijf 59% Goede prestaties in turbulente marktomstandigheden Kredietportefeuille private cliënten stijgt met 10% tot 268,3 miljard euro - Groei marktaandeel hypotheken tot 30% - Marktaandeel midden- en kleinbedrijf neemt toe tot 39% - Marktaandeel food & agri stabiel op 84% Groei toevertrouwde middelen met 16% tot 175,6 miljard euro - Toename marktaandeel sparen tot 43% Nettowinst neemt toe met 13% tot 1,6 miljard euro - Efficiencyratio verbetert met 1,7 procentpunt tot 63,2% - Kredietverliezen liggen met 8 basispunten onder langjarig gemiddelde - RAROC bedraagt 17,7% Strategie Rabobank Groep Allfinanz-marktleiderschap in Nederland Mondiale food & agribank Bijdrage aan groepsstrategie - Versterken marktleiderspositie Allfinanz-deelmarkten - Verstevigen positie grote steden - Implementatie programma Rabobank Behoud marktleiderschap food & agri in Nederland Ondanks de grote dynamiek in de financiële sector liet het binnenlands retailbankbedrijf - de lokale Rabobanken, Obvion en Bizner - in 2008 goede prestaties zien. Als stabiele marktpartij mocht de Rabobank veel nieuwe klanten verwelkomen. De dienstverlening werd verder uitgebreid. De kredietportefeuille groeide met 10% tot 268,3 miljard euro. De motor achter deze groei was de kredietverlening aan bedrijven. Het mkb-marktaandeel steeg dan ook naar 39%. In een krimpende hypotheekmarkt verbeterde de Rabobank Groep met een marktaandeel van 30% haar positie als marktleider. De stabiliteit van de Rabobank zorgde voor een grote toestroom van middelen. Het marktaandeel op de spaarmarkt steeg van 41% naar 43%. De primaire focus op klantwaarde werd wederom beloond met een hoge klanttevredenheid bij particulieren, privatebankingklanten en bedrijven. Het programma Rabobank 2010, dat zich richt op verbetering van de klantbediening via verschillende distributiekanalen, is na een verdere optimalisering voortvarend opgepakt. De nettowinst steeg bij het binnenlands retailbankbedrijf met 13% tot 1,6 miljard euro. Doordat de baten harder groeiden dan de bedrijfslasten, verbeterde de efficiencyratio met 1,7 procentpunt tot 63,2%. 28 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

30 Strategie De actualisering van het Strategisch Kader bevestigt dat de Rabobank marktleiderschap in Nederland nastreeft als Allfinanz-dienstverlener. Ook het hypotheekbedrijf Obvion en de zakelijke internetbank Bizner passen in deze marktleiderstrategie. Door een grotere nadruk te leggen op de zakelijke markt wil de Rabobank de grootste en belangrijkste bedrijvenbank worden. Ook de groeiambities voor de privatebankingmarkt zijn expliciet gemaakt. Vanwege een sterkere focus op gezonde balansverhoudingen gaan de lokale Rabobanken een groot deel van hun kredietgroei financieren met toevertrouwde middelen. De implementatie van het programma Rabobank 2010 vormt een ander belangrijk onderdeel van de geactualiseerde strategie. Programma Rabobank 2010 in volgende fase De Rabobank wil 24 uur per dag, 7 dagen per week voor haar klanten bereikbaar zijn. Het virtuele tijdperk maakt vernieuwing en verbetering van de klantbediening mogelijk tegen lagere kosten. Hiervoor heeft de Rabobank het programma Rabobank 2010 ontwikkeld. Het optimaliseren van de processen is een belangrijk onderdeel daarvan. Kernpunten zijn de strakke sturing op doorloop- en bewerkingstijden en het in-één-keer-goedprincipe. Nadat vijf lokale Rabobanken in 2007 samen met Rabobank Nederland een pilot uitvoerden, hebben negen proefbanken in 2008 het programma verder getest. Nu is het programma beschikbaar voor andere lokale Rabobanken en inmiddels zijn veertien banken van start gegaan. Versteviging marktleiderschap in Nederland De financiële crisis en het ingrijpen van de overheid leidden in 2008 tot grote veranderingen in het Nederlandse bankenlandschap. Mede dankzij haar stabiele karakter kon de Rabobank Groep haar leidende marktposities op een aantal terreinen uitbreiden. Bijvoorbeeld op de spaarmarkt, die als gevolg van het negatieve beurssentiment groeide met 6%, bereikte de Rabobank Groep een verbetering van haar marktpositie. Ondanks de toegenomen concurrentie steeg het marktaandeel inclusief Roparco met 2 procentpunt naar 43%. De lokale Rabobanken verwelkomden een forse toestroom van nieuwe klanten en spaarmiddelen. Hoewel de totale Nederlandse hypotheekmarkt in 2008 met 15% kromp, groeide het marktaandeel van het binnenlands retailbankbedrijf naar 30% (28%). Mede door het succes van de nieuwe Rabo Opbouw- Hypotheek nam het marktaandeel bij de lokale Rabobanken toe tot 23,6% (22,4%). Ondanks een daling van het marktaandeel in de laatste maanden van 2008 steeg het marktaandeel van Obvion over het gehele jaar met 0,7 procentpunt tot 6,0%. De Rabobank was marktleider in alle mkb-sectoren en nam het marktaandeel in de totale mkb-markt toe tot 39% (38%). In de startersmarkt steeg het marktaandeel naar 39% (38%). In de agrarische sector bleef Rabobank met een marktaandeel van 84% (84%) veruit marktleider. De strategie van de afgelopen jaren om vooral aandacht te besteden aan jonge en grotere agrarische ondernemers, vertaalde zich in 2008 in toegenomen marktaandelen onder deze ondernemers. De Rabobank is van oorsprong sterk gepositioneerd in de niet-stedelijke gebieden. Door het in 2007 geïntroduceerde grotestedenbeleid is ook de marktpositie in stedelijke gebieden gegroeid. Hier groeide het marktaandeel mkb naar 29% (27%). Marktaandelen in % Hypotheken Sparen Midden- en kleinbedrijf 29 Verslag raad van bestuur

31 Klanttevredenheid neemt verder toe Als coöperatieve bank stelt de Rabobank het leveren van klantwaarde centraal. Kwalitatief goede dienstverlening moet leiden tot tevreden klanten. Ook in 2008 is de Rabobank daarin weer geslaagd. Uit onderzoek van Blauw Research blijkt dat particuliere klanten het meest tevreden zijn over de Rabobank, met een gemiddeld rapportcijfer van 7,7 (7,5). Deze nummer 1-positie is te danken aan de hoge score op betrouwbaarheid, deskundigheid, reputatie en sympathie. Bij een onderzoek van MarketResponse staat de Rabobank in de top 3 van de meest klantvriendelijke bedrijven van Nederland. Volgens het juryrapport is de Rabobank betrouwbaar, bereikbaar en benaderbaar, vindt men het personeel kundig en klantvriendelijk en de website helder. Internetgebruikers hebben zowel via onlineawards.nl als websitevanhetjaar.nl, uitgeroepen tot beste en populairste financiële site van De klanttevredenheid onder private-bankingklanten werd gewaardeerd met een 7,6 (7,5). Redenen hiervoor waren de hoge betrouwbaarheid en een dienstverlening die volgens klanten op diverse punten is verbeterd. In het onderzoek van het blad Incompany scoort de Rabobank opnieuw zeer goed op klanttevredenheid en staat Rabobank Private Banking bestendig op de tweede plaats. De bovengemiddelde klanttevredenheid van mkb-relaties over de Rabobank is vergeleken met 2007 duidelijk toegenomen. Redenen hiervoor zijn deskundigheid, foutloze afwikkeling van bankzaken en gemak. Volgens Incompany was de Rabobank in 2008 opnieuw de favoriete zakenpartner. Het blad Management Team kwam in een onderzoek tot dezelfde conclusie. Succesvolle introductie banksparen Op 1 januari 2008 is de Wet Banksparen in werking getreden, die het mogelijk maakt om via banken fiscaal vriendelijk te sparen voor huis of pensioen. In dit kader introduceerde de Rabobank als een van de eerste banken twee nieuwe producten: de RaboOpbouwHypotheek en de Rabo ToekomstRekening. De transparantie en de gunstige tarifering dragen bij aan het succes van deze producten. Mede hierdoor is de RaboOpbouwHypotheek een nieuw en aantrekkelijk alternatief voor bestaande hypotheekvormen. De in 2008 geïntroduceerde Rabo Springplankhypotheek won zilver bij de verkiezing tot Hypotheekproduct van het jaar. Door een samenwerking met gemeenten en woningbouwcorporaties kunnen starters op de woningmarkt makkelijker een huis kopen. Dichterbij de klant met multichannelbediening Klanten maken voor bancaire diensten steeds meer gebruik van virtuele kanalen zoals internet en telefoon. In het najaar van 2008 passeerde de Rabobank de mijlpaal van 3 miljoen actieve internetklanten. De Rabobank investeert volop in de verdere ontwikkeling van internetbankieren. Klantbediening via virtuele kanalen is ook een belangrijk onderdeel van het programma Rabobank Lokale Rabobanken zetten steeds meer in om hun klanten virtueel en dichtbij te kunnen bedienen en van informatie te voorzien. De informatie van de lokale Rabobank is voor de klant een stuk dichterbij gekomen door een prominente link op de site. Dit heeft geleid tot een verdubbeling van de bezoekersaantallen op de lokale pagina s. Ook is het gebruiksgemak van verbeterd. In 2008 lanceerde Rabo Mobiel de nieuwe dienst Rabo SMS Betalen. Met de mobiele portemonnee kan per sms geld worden verstuurd en ontvangen. Mobiele bellers kunnen eenvoudig bedragen tot 150 euro aan elkaar overmaken, ongeacht de bank of telecomprovider. Rabo SMS Betalen is begin 2009 door consumenten uitgeroepen tot Product van het Jaar voor het jaar 2009 in de categorie Diensten. Behalve via internet en telefoon is de Rabobank ook bereikbaar via de afstandsbediening van de televisie. Rabobank was de eerste bank in Nederland met TV-bankieren op innovatieve platformen als Windows Media Center en Wii. In steeds meer huishoudens is de Rabo TV-site via de set top-box van het kabelbedrijf te benaderen. Ook Tele2 biedt sinds eind 2008 dit interactieve tv-kanaal met Rabobankinformatie aan. De Rabobank voert een aantal experimenten uit rondom beeldbellen om te bekijken hoe dit nieuwe fenomeen op een goede en persoonlijke manier kan worden ingezet vanuit de bankhal, de spreekkamer of via de internetsite. Private banking met beide benen op de grond Door dichtbij de klant te staan, betrokkenheid te tonen en vertrouwen uit te stralen biedt de Rabobank op een coöperatieve wijze private banking aan. Deze aanpak, in combinatie met de dynamische marktomstandigheden, leidde in 2008 tot een stevige toename van klanten en toevertrouwde middelen. Om de positionering als stabiele private bank verder uit te bouwen, is de vermogenscampagne Private banking met beide benen op de grond gelanceerd. Deze campagne laat zien dat de Rabobank altijd klaarstaat voor de klant en een verantwoord vermogensadvies geeft. De private banking-formule, beschikbaar voor klanten met minimaal euro vermogen, is verder verbeterd door de introductie van klantcontact- 30 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

32 Kredietverlening naar sector in miljarden euro s Food & agri HID Particulieren strategieën. Daarmee krijgt iedere klant de aandacht die nodig is. Ook InternetLoyaalSparen, een spaarproduct voor klanten met meer dan euro spaargeld, is actiever aangeboden. Klanten die hun vermogen willen inzetten om hun maatschappelijke ambities te realiseren, kunnen gebruikmaken van de Rabo CharityDesk, het kenniscentrum van Rabobank Private Banking op het gebied van schenkingen aan goede doelen. Maatwerkdiensten en kennisproducten voor food & agrisector De food & agrisector is van oudsher een belangrijke klantgroep van de Rabobank. Met op maat gesneden financiële diensten en kennisproducten willen lokale Rabobanken agrarische ondernemers optimaal van dienst zijn. In 2008 werden diverse nieuwe diensten ontwikkeld, gericht op de ontwikkeling van ondernemerschap van de klant en de accountmanager. Zo werd het programma Melkveehouderij op Maat geïntroduceerd, dat ondernemers helpt de juiste strategische keuzes te maken en accountmanagers om professioneler als strategische gesprekspartner te fungeren. Het programma bestaat onder meer uit seminars en strategische sessies van accountmanagers met kleine groepen melkveehouders. In de tuinbouw en de fruitteelt draaide analoog daaraan het vervolg op het programma De Wereld van Jip. Veel aandacht is besteed aan de zichtbaarheid van de Rabobank in de agrarische wereld via presentaties, free publicity, advertentiecampagnes, sponsoring en deelnames aan beurzen. Diverse Rabobankstudies vormden een belangrijke kennisbron voor accountmanagers en hun klanten, zoals de studies over de sierteelthandel, de pluimveehouderij, zorgboerderijen en de varkenshouderij. Toename aantal mkb-klanten, succesvolle diensten en campagnes In het verslagjaar boekte de Rabobank goede resultaten in de markt voor het midden- en kleinbedrijf. De dynamische marktomstandigheden hebben geleid tot toename van het aantal klanten en toevertrouwde middelen. Speciaal voor nieuwe zakelijke klanten is de Rabo WelkomService ontwikkeld, die het overstaptraject overzichtelijk en gemakkelijk maakt en waarbij de klant een persoonlijke accountmanager heeft die het gehele proces bewaakt. Door de campagne Financiële APK Haal privé meer voordeel uit je zaak groeide het aantal ondernemer-in-privé-klanten sterk. Om zakelijke klanten snel inzicht te geven in hun financiële prestaties ten opzichte van branchegenoten werd Uw Cijfers en Trends geïntroduceerd. Dit hulpmiddel is een uitbreiding van de vertrouwde Rabobank Cijfers en Trends, die al meer dan 30 jaar actuele kennis over branches in beeld brengt. Enkele lokale Rabobanken zijn in 2008 gestart met een pilot voor een starterscommunity op internet. Op de speciale website kunnen starters snel advies inwinnen en kennis, ervaringen en contacten uitwisselen. Met de campagne Internationaal zakendoen versterkte de Rabobank haar internationale zakelijke imago. Eind 2008 maakten (7.500) klanten gebruik van de diensten van Bizner, de in 2007 opgerichte internetbank voor ondernemers. Bizner introduceerde in het verslagjaar termijndeposito s met een volledig flexibele looptijd en een nieuwsportal met netwerkmogelijkheden, waar ondernemers elkaar kunnen informeren, inspireren en adviseren. Kredietportefeuille groeit door stevige toename van bedrijfskredieten In 2008 realiseerde het binnenlands retailbankbedrijf een groei van de kredietportefeuille private cliënten van 10%. De totale kredietverlening kwam uit op 268,3 (244,1) miljard euro en werd voor 69% verstrekt aan particulieren, 21% aan de handel, industrie en dienstverlening en 10% aan de food & agrisector. De verstrekkingen aan particulieren, nagenoeg geheel bestaande uit hypotheken, stegen met 7% tot 184,5 (172,1) miljard euro, maar door het afkoelen van de hypotheekmarkt was de groei lager dan in Bedrijfsfinancieringen vormden de motor achter de kredietverlening in Door de toename van het aantal klanten in het midden- en kleinbedrijf en door de gestegen vraag nam de kredietverlening aan de handel, industrie en dienstverlening (HID) met 21% toe tot 55,7 (46,1) miljard euro. De kredietverlening aan de food- & agrisector steeg met 9% tot 28,1 (25,8) miljard euro. Het meren deel van deze kredieten heeft betrekking op de primaire agrarische sector. Deze verstrekkingen stegen met 9% toe 23,5 (21,6) miljard euro. Voornamelijk de groente- en fruitsector en de zuivel- en vleessector droegen hieraan bij. 31 Verslag raad van bestuur

33 Ontwikkeling toevertrouwde middelen in miljarden euro s jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec 2008 Stevige toename toevertrouwde middelen De toevertrouwde middelen lieten in het verslagjaar een stevige groei zien van 16% tot 175,6 (150,8) miljard euro door een grote toestroom van nieuwe klanten en middelen. De groei deed zich vooral voor in termijndeposito s, zowel bij particulieren als bedrijven. Met de toename van de toevertrouwde middelen konden de lokale Rabobanken de groei van de kredietverlening in 2008 volledig zelf financieren. Resultaatontwikkeling Resultaten (in miljoenen euro s) Mutatie Rente % Honoraria en provisies % Overige baten % Totale baten % Personeelskosten % Andere beheerskosten % Afschrijvingen % Totale bedrijfslasten % Brutoresultaat % Waardeveranderingen % Bedrijfsresultaat vóór belastingen % Belastingen % Nettowinst % Kredietverliezen (in basispunten) 8 6 Ratio s Efficiencyratio 63,2% 64,9% RAROC 17,7% 17,3% Balansgegevens (in miljarden euro s) 31-dec dec-07 Balanstotaal 309,7 277,7 12% Kredieten aan private cliënten 268,3 244,1 10% Toevertrouwde middelen 175,6 150,8 16% Vermogenseisen (in miljarden euro s) Vermogenseis 6,4 12,2-48% Economic capital 8,7 8,9-2% Aantal medewerkers (in fte) % 32 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

34 Baten nemen toe met 8% In 2008 stegen de totale baten met 8% tot (5.908) miljoen euro, voornamelijk door de groei van het renteresultaat. De stijging van de kredietverlening en de toevertrouwde middelen leidde tot een toename van het renteresultaat met 11% tot (4.504) miljoen euro. De marges op kredietverlening stegen vanwege hogere risico- en fundingkosten, terwijl de marges op toevertrouwde middelen onder druk stonden door de toegenomen concurrentie op de spaarmarkt. De effectenprovisies daalden als gevolg van het negatieve beursklimaat. Ook bleven de verzekeringsprovisies achter ten opzichte van De provisies op treasurydienstverlening en betaaldiensten namen daarentegen toe. Per saldo namen de provisies in het verslagjaar met 2% af tot (1.379) miljoen euro. Bedrijfslasten stijgen met 5% De totale bedrijfslasten stegen in het verslagjaar met 5% tot (3.835) miljoen euro. De personeelskosten lieten een stijging van 9% zien tot (2.072) miljoen euro door hogere kosten voor extern personeel, salarisstijgingen en toegenomen sociale lasten. De personele bezetting bij het binnenlands retailbankbedrijf daalde met 1% naar (29.304) fte. De andere beheerskosten namen met 1% toe tot (1.618) miljoen euro. Kredietverliezen bedragen 8 basispunten De post waardeveranderingen nam in 2008 met 37% toe tot 199 (145) miljoen euro. Als gevolg van de verslechterde economische omstandigheden stegen de kredietverliezen, vooral in de zakelijke kredietportefeuille. De kredietverliezen komen daarmee uit op 8 (6) basispunten van de gemiddelde kredietverlening, terwijl het langjarig gemiddelde 11 basispunten bedraagt. Vermogenseis en RAROC Onder Basel II worden bij de berekening van de vermogenseis de risico s van uitzettingen aan particulieren en bedrijven op basis van eigen risicomodellen ingeschat, waarbij rekening wordt gehouden met het onderpand. De vermogenseis daalde in het verslagjaar met 48% tot 6,4 (12,2) miljard euro, vooral door de invoering van de nieuwe solvabiliteitsregels en reflecteert het lage risicoprofiel. Het economic capital, de interne vermogenseis, bedroeg 8,7 (8,9) miljard euro. Het binnenlands retailbankbedrijf behaalde in 2008 een Risk Adjusted Return On Capital (RAROC) van 17,7% (17,3%). Vooruitblik Het laat zich aanzien dat 2009 een uitdagend jaar wordt. De Rabobank Groep herbevestigt in het geactualiseerde Strategisch Kader de ambitie een Allfinanz-dienstverlener te willen zijn die marktleiderschap in Nederland nastreeft in alle deelmarkten. In 2009 wordt deze ambitie verder ingevuld. Er zal extra worden geïnvesteerd om te groeien in de bedrijvenmarkt, de private-bankingmarkt en de grote steden. Ook zal de samenwerking met Eureko op het gebied van verzekeringsproducten worden geïntensiveerd. Een groot aantal lokale Rabobanken gaat deelnemen aan het programma Rabobank Om gezonde balansverhoudingen te waarborgen moet de groei van de kredietverlening grotendeels worden gefinancierd uit de toename van de toevertrouwde middelen. Door de geïntensiveerde concurrentie in de spaarmarkt zullen de marges op toevertrouwde middelen onder druk blijven staan. Vanuit haar coöperatieve oorsprong richt de Rabobank zich op een langetermijnrelatie met klanten. Ook in moeilijkere tijden blijven klanten toegang houden tot financiële middelen. Wel voorziet de Rabobank in 2009 een lagere kredietgroei, omdat bedrijven door de economische teruggang minder zullen investeren en de vraag naar hypotheken zal verminderen door de afkoelende huizenmarkt. De marges op de kredietverlening verbeteren naar verwachting omdat hogere risico- en fundingkosten worden verdisconteerd. Voor de lange termijn is het van belang de winstgevendheid op peil te houden. Daarom zal in 2009 nog nadrukkelijker op de kosten worden gestuurd. 33 Verslag raad van bestuur

35 Wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf winst 2008 edrijf en tailbankbedrijf 1% Aandeel in nettowinst Rabobank Groep 2008 in % Wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf 1% Nettowinst daalt als gevolg van kredietcrisis Kredietportefeuille private cliënten stijgt met 11% tot 100,7 miljard euro Spaargelden bij Direct Banking-activiteiten groeien met 30% tot 6,6 miljard euro Nettowinst daalt met 92% tot 27 miljoen euro - Efficiencyratio verbetert met 0,7 procentpunt tot 85,5% - Kredietverliezen bedragen 93 basispunten en liggen boven het langjarig gemiddelde - RAROC bedraagt 0,5% Strategie Rabobank Groep Allfinanz-marktleiderschap in Nederland Mondiale food & agribank Bijdrage aan groepsstrategie - Bediening top bedrijvenmarkt in Nederland - Ondersteuning internationaal actieve Nederlandse klanten - Productleverancier via lokale Rabobanken - Verstrekking risicodragend vermogen - Verbreding productenpalet en inzet kennis voor food & agriklanten - Uitbreiding van retailbanknetwerk in belangrijke food & agriregio s - Verdere ontwikkeling van productspecialismen duurzame energie en cleantech Mede door de toename van de kredietverlening bij het internationaal retailbankbedrijf nam de kredietportefeuille in 2008 met 11% toe tot 100,7 miljard euro. Het balanstotaal nam minder sterk toe door het afbouwen van activiteiten op de financiële markten. Het spaargeld bij de Direct Banking-activiteiten steeg met 30% tot 6,6 miljard euro. De omvang van internationale retailbankactiviteiten nam toe door uitbreiding van het belang in de Poolse Bank BGZ tot een meerderheidsbelang van 59%. Door de kredietcrisis daalde de nettowinst van het wholesale- en internationaal retailbankbedrijf van 334 miljoen euro tot 27 miljoen euro. Er was met name sprake van een negatieve invloed op de resultaten bij Global Financial Markets en op de kredietverliezen. Bij de internatio nale retail bankactiviteiten stegen de inkomsten met 34% tot 864 miljoen euro. Strategie De Rabobank wil dé mondiale food & agribank zijn en bovendien aandacht schenken aan duurzame energie en cleantech. Rabobank International gaat hier nog meer op focussen en gaat het productenpalet voor de food & agrimarkt verbreden en verdiepen. Voorbeeld hiervan is de onlangs overeengekomen samenwerking met Rothschild op het gebied van fusie- en overnameadvisering voor de food & agrisector. 34 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

36 Global Financial Markets gaat zich richten op klantgerelateerde activiteiten en liquiditeitsmanagement. Andere activiteiten worden afgebouwd. De dienstverlening zal meer worden toegesneden op kernklanten. Rabobank International gaat de internationale retailbankactiviteiten verder versterken en daarbij prioriteit geven aan de bestaande grote agrifocusgebieden in Australië, Brazilië, Californië en Polen. Duurzame energie en cleantech krijgen meer aandacht met projectfinancieringen en venture capital. Turbulente marktomgeving In 2008 kreeg de financiële crisis een mondiaal karakter en effect op de reële economie. Dit werkte met name negatief door op de resultaten van het onderdeel Global Financial Markets en de kredietverliezen. Vooral de kredietexposuregerelateerde activiteiten kwamen onder druk te staan, maar anderzijds lieten de geldmarktafdelingen en de vastrentendewaardenafdelingen goede resultaten zien. De marges namen toe vanwege een hogere risico-opslag. Ook in de reguliere kredietverlening nam het aantal klanten met betalingsproblemen toe, met name in de Ierse markt. Wereldwijde food & agribank Als leidende food & agribank wil de Rabobank Groep sterk aanwezig zijn in de belangrijkste agrarische landen van de wereld. Rabobank International richt zich voor de groei in food & agri op verbreding van het productenpalet en inzet van kennis voor haar wereldwijde food & agriklanten, en op de uitbreiding van de retailbankactiviteiten in traditionele agrarische landen, zoals de Verenigde Staten en Australië. Verder ligt de focus op opkomende landen met een snelgroeiende food & agrisector, zoals Polen en Brazilië. De food & agrikennis van de Rabobank Groep is gebundeld in de afdeling Food & Agribusiness Research en Advisory (FAR), die opereert vanuit Nederland, Noord- en Zuid-Amerika, Azië en Australië. FAR ondersteunt transacties in diverse stadia, waardeert kredietvoorstellen, draagt bij aan fusie- en overnamevoorstellen en genereert ideeën voor nieuwe producten. In 2008 verschenen onder meer publicaties over de Nieuw-Zeelandse wijnmarkt en de melkmarkt in Brazilië. Om de food & agriklanten zo goed mogelijk te bedienen, zullen de productspecialismen nog intensiever worden ingezet. Expansie internationaal retailbankbedrijf De internationale retailbankactiviteiten zijn de afgelopen jaren sterk uitgebreid, door autonome groei, het opstarten van nieuwe activiteiten en overnames. Rabobank International heeft retailbanken in de regio s Europa, Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland en Azië. Begin 2008 vergrootte Rabobank International het belang van 46% in de Poolse Bank BGZ tot een meerderheidsbelang van 59%. Deze bank heeft ruim medewerkers en bedient haar Poolse klanten vanuit ongeveer 250 kantoren. Door het meerderheidsbelang kan de positie van Bank BGZ als retailbank voor particulieren, het midden- en kleinbedrijf en de food & agriklanten verder worden verstevigd. Samen met Rabobank Polska kan Bank BGZ werken aan verdere versterking van de marktpositie als een van de belangrijkste en grootste spelers in de Poolse food & agrisector. Het kantorennet zal de komende jaren sterk worden uitgebreid. De Poolse staat is minderheidsaandeelhouder in Bank BGZ en was voornemens deze aandelen medio 2008 naar de beurs te brengen. Gegeven de marktomstandigheden is dit uitgesteld. De Ierse ACCBank is van oudsher nauw verbonden met het platteland en heeft een netwerk van circa 40 kantoren. Daarnaast is ACCBank in Ierland actief in de markt voor vastgoedfinancieringen. De ontwikkelingen in de Ierse markt nopen tot een bezinning op aard en omvang van deze activiteiten. In eerste instantie is het belangrijk om in nauw overleg met klanten de bestaande exposure zo goed mogelijk te beheren. In de regio Amerika bedient Rabobank International de overwegend agrarische klanten vanuit de Verenigde Staten, Brazilië en Chili. In Californië onderneemt Rabobank International retailbankactiviteiten vanuit ruim 90 kantoren. De integratie van de overgenomen retailbanken heeft veel aandacht gevraagd. Daarnaast worden agrarische klanten in de Verenigde Staten bediend vanuit een expertise centrum in St. Louis. In 2008 zijn de retailbankactiviteiten in Brazilië verder uitgebreid. In dit land heeft Rabobank International nu meer dan 10 kantoren, die zich voornamelijk op de food & agrisector richten. De retailbankactiviteiten in Chili bevinden zich nog in de opstartfase na de overname in 2007 van HNS Banco met 10 vestigingen. De retailbankactiviteiten in Australië en Nieuw-Zeeland richten zich voornamelijk op de food & agrisector. De Rabobank heeft een marktaandeel van circa 20% in de Australische agribusiness. Behalve om het verstrekken van financieringen aan de agrarische sector gaat het om bankdiensten aan bedrijven in het middensegment die affiniteit hebben met de food & agrisector. Ook worden gecompliceerde financiële producten en diensten aangeboden aan grote coöperaties en ondernemingen in de food & agri-industrie. 35 Verslag raad van bestuur

37 In Azië is in 2008 veel aandacht besteed aan de integratie van de Indonesische Hagabank en Bank Hagakita. Deze banken beschikken over een uitgebreid kantorennetwerk met circa 120 vestigingen op Bali, Java en Zuid-Sumatra. Buitenlandse internetbanken van Rabobank presteren goed De Direct Banking-activiteiten in België, Australië, Ierland en Nieuw-Zeeland leverden goede prestaties in de marktturbulentie. Veel Belgische spaarders besloten in deze onzekere tijden een rekening te openen bij de Rabobank. Ook in Ierland, Australië en Nieuw-Zeeland nam het aantal klanten toe, zij het op een meer beperkte schaal. Per eind 2008 maken ( ) klanten gebruik van de dienstverlening van de vier buitenlandse internetbanken. De ingelegde spaargelden namen bij deze activiteiten met 30% toe tot 6,6 (5,1) miljard euro. Corporate banking: diensten voor internationaal actieve klanten uitgebreid Met Corporate Banking bedient Rabobank International grote Nederlandse ondernemingen en worden de lokale Rabobanken ondersteund bij de bediening van de grootzakelijke markt. Om internationaal actieve Nederlandse mkb-klanten beter van dienst te kunnen zijn, is een project gestart om de dienstverlening uit te breiden en toegankelijker te maken. Hierbij wordt ook samengewerkt met derde partijen. Zo ging Rabobank International in 2008 in zee met Deutsche Bank en de Oostenrijkse Raiffeisen Zentralbank. Deutsche Bank vervult de rol van processor op het gebied van cashmanagement en stelt het netwerk open voor internationaal actieve Rabobank-klanten. De Raiffeisen Zentralbank gaat de totale internationale dienstverlening van lokale Rabobanken in Centraal- en Oost Europese landen beter faciliteren. De dienstverlening aan de internationaal actieve Nederlandse mkb-klanten is inmiddels sterk toegenomen. De verwachting is dat deze toename de komende jaren versterkt zal doorzetten. De activiteiten van Corporate Banking buiten Nederland zijn primair gericht op de food & agrisector. Ook heeft Rabobank International geïnvesteerd in specifieke kennis op het gebied van Trade & Commodity Finance. De wereldwijd opererende afdeling Trade & Commodity Finance bedient klanten die actief zijn in de markt voor agriproducten en op beperkte schaal in andere commodities. Ook biedt deze afdeling de klant een groot aantal producten op het gebied van exportfinanciering. Dit heeft geleid tot een substantiële toename van deze activiteiten in Professional products Global Financial Markets opereert op de internationale financiële markten. Naast klantgerichte activiteiten verzorgt dit onderdeel de handel in geldmarktproducten ten behoeve van het dagelijks management van de liquiditeitspositie, het kredietrisico en het marktrisico van de Rabobank Groep en van klanten. Naast valuta- en geldmarktproducten, obligaties en energieproducten biedt Global Financial Markets ook kapitaalmarktoplossingen, waarbij bepaalde risico s of kasstromen van bedrijven of financiële instituten worden gesecuritiseerd of geherstructureerd. Leveraged Finance is betrokken bij het financieren van overnames door investeringsmaatschappijen. Op de wereldwijde agrarische markt is Leveraged Finance een belangrijke speler, maar het onderdeel is ook actief in andere sectoren. De portefeuille nam toe, maar als gevolg van de kredietcrisis is het aantal transacties in de tweede helft van 2008 verminderd. Structured Finance levert klantspecifieke producten, gericht op zowel de actiefzijde als de passiefzijde van de balans. De afdeling Renewable Energy & Infrastructure Finance is actief in de duurzame sectoren wind, zon, biobrandstof en biomassa. Participaties Rabo Private Equity, de investeringsmaatschappij van de Rabobank Groep, richt zich met de labels Rabo Participaties en Rabo Capital op middelgrote Nederlandse ondernemingen, en met het label Rabo Ventures op jonge cleantechondernemingen Rabo Participaties bedient groeiende ondernemingen in het middensegment en participeert per bedrijf voor een bedrag tussen de 2 miljoen en de 10 miljoen euro. In 2008 nam Rabo Participaties onder andere een belang in Oskomera Group, die complexe gevel- en staalbouwprojecten realiseert en gespecialiseerd is in zonnestroomsystemen. Rabo Capital neemt belangen in grotere ondernemingen en investeert per transactie tussen 20 miljoen euro en 50 miljoen euro. Zo werd in 2008 een participatie genomen in Iddink uit Ede, een toonaangevende speler op het gebied van distributie van schoolboeken in Nederland. Rabo Ventures is een internationaal opererend venture-capitalfonds dat risicodragend vermogen verschaft aan snelgroeiende ondernemingen in de cleantechsector. Cleantech is de verzamelnaam voor innovatieve technologieën op het gebied van milieu en duurzame energie. Rabo Ventures nam onder 36 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

38 Kredietverlening naar sector in miljarden euro s Food & agri HID Particulieren meer een belang in het Nederlandse windtechnologiebedrijf Emergya Wind Technologies, het duurzame-energiebedrijf Econcern en het Amerikaanse Xunlight Corporation. De Rabobank participeert daarnaast in onafhankelijk opererende private-equityondernemingen als Langholm en in een aantal fondsen van Gilde. Groei retailportefeuille draagt bij aan toename kredietportefeuille In het verslagjaar steeg de kredietportefeuille private cliënten met 11% tot 100,7 (90,5) miljard euro. Deze groei is deels afkomstig van het internationaal retailbankbedrijf. De stijging van de US dollarkoers droeg hieraan bij. Hier stond echter een daling van de Australische dollar en het Britse pond tegenover. De portefeuille met financieringen aan Kredietverlening naar regio ultimo 2008 Amerika 37% Europa exclusief Nederland 31% Nederland 16% Australië en Nieuw-Zeeland 12% Azië 4% particulieren nam met 43% toe tot 5,5 (3,8) miljard euro. Mede door de consolidatie van Bank BGZ stegen de verstrekkingen aan de food & agrisector met 22% tot 34,4 (28,1) miljard euro. Daarmee is deze sector goed voor 34% van de private kredietportefeuille. De krediet verlening aan de handel, industrie en dienstverlening (HID) nam met 4% toe tot 60,8 (58,5) miljard euro. Per eind 2008 was 25% (24%) van de kredietportefeuille afkomstig van het internationaal retailbankbedrijf. Deze portefeuille groeide met 15% tot 24,9 (21,6) miljard euro. In Australië en Nieuw- Zeeland nam de omvang van retailleningen met 5% af tot 8,4 (8,8) miljard euro door een waardedaling van deze valuta s met 17%, respectievelijk 21%. Voornamelijk als gevolg van de consolidatie van Bank BGZ stegen de verstrekkingen in Europa met 32% tot 8,5 (6,5) miljard euro. Bij ACCBank in Ierland daalde de kredietportefeuille met 5% tot 6,2 (6,5) miljard euro. De omvang van de Amerikaanse retailportefeuille nam met 27% toe tot 7,6 (6,0) miljard euro. Resultaatontwikkeling Baten stabiel De totale baten bleven in 2008 met (1.989) miljoen euro vrijwel stabiel. Hoewel enkele afdelingen binnen Global Financial Markets goed presteerden in de turbulente financiële markten, namen de inkomsten van dit onderdeel met 413 miljoen euro af tot -145 (268) miljoen euro. De post overige baten, waaronder de baten van Global Financial Markets grotendeels worden verantwoord, nam met miljoen euro af tot (-175) miljoen euro. Ook Leveraged Finance ondervond, zij het in mindere mate, hinder van de turbulentie. Bij dit onderdeel daalden de inkomsten met 1%. Structured Finance zag de inkomsten met 37% toenemen. De provisies kwamen 8% lager uit op 304 (332) miljoen euro onder meer door de daling van de effectenbemiddelingprovisies. Het oplopen van de spreads, de groei van de kredietverlening bij het internationaal retailbankbedrijf en de toename van activiteiten bij Corporate Banking droegen bij aan de toename van het renteresultaat met 72% tot (1.832) miljoen euro. Bij Corporate Banking stegen de inkomsten met 15%. Van de totale baten is 43% (32%) afkomstig van het internationaal retailbankbedrijf. Mede door de consolidatie van Bank BGZ stegen de inkomsten hier met 34% tot 864 (646) miljoen euro. Als gevolg van een verslechtering van de economische omstandigheden in Ierland daalden de inkomsten bij ACCBank. De Australische en Nieuw-Zeelandse retailbanken presteerden goed. Bedrijfslasten op hetzelfde niveau In het verslagjaar bleven de totale bedrijfslasten met (1.715) miljoen euro op nagenoeg hetzelfde niveau als in dezelfde periode vorig jaar. De groei van het aantal personeelsleden is nagenoeg geheel het gevolg van de consolidatie van Bank BGZ. Het aantal medewerkers steeg met 53% tot (9.957) fte. 37 Verslag raad van bestuur

39 Mede door een afname van de bonussen gingen de personeelskosten echter slechts met 2% omhoog naar 909 (890) miljoen euro. De afname van de niet-bancaire lasten door verkoop van enkele belangen bij Participaties droeg bij aan de daling van de andere beheerskosten met 7% tot 715 (772) miljoen euro. Mede omdat er meer werd afgeschreven op zelfontwikkelde software en immateriële activa namen de afschrijvingskosten met 58% toe tot 84 (53) miljoen euro. Kredietverliezen bedragen 93 basispunten Hoewel Rabobank International niet direct werd geraakt door de faillissementen van enkele Amerikaanse banken in 2008, zijn deze gebeurtenissen wel een reflectie van de minder gunstige macro-economische omstandigheden. De Ierse onroerendgoedsector werd in 2008 zwaar getroffen. De financieringen die Rabobank International verstrekte aan deze sector hebben de kredietverliezen in belangrijke mate beïnvloed. De post waardeveranderingen steeg met 770 miljoen euro tot 786 (16) miljoen euro. Dit komt overeen met 93 basispunten van de gemiddelde kredietverlening en ligt daarmee boven het langjarig gemiddelde van 47 basispunten. Vermogenseis en RAROC Bij de berekening van de vermogenseis onder Basel II worden de risico s van Rabobank International nauwkeuriger gewogen. Door de invoering van nieuwe solvabiliteitsregels, de toename van de kredietportefeuille en de gevolgen van de kredietcrisis steeg de vermogenseis in het verslagjaar met 41% tot 8,6 (6,1) miljard euro. Het benodigde economic capital, de interne vermogenseis, bedroeg per eind ,2 (4,7) miljard euro. Rabobank International behaalde een Risk Adjusted Return On Capital (RAROC) van 0,5% (6,9%). Resultaten (in miljoenen euro s) Mutatie Rente % Honoraria en provisies % Overige baten Totale baten % Personeelskosten % Andere beheerskosten % Afschrijvingen % Totale bedrijfslasten % Brutoresultaat % Waardeveranderingen Bedrijfsresultaat vóór belastingen Belastingen Nettowinst % Kredietverliezen (in basispunten) 93 2 Ratio s Efficiencyratio 85,5% 86,2% RAROC 0,5% 6,9% Balansgegevens (in miljarden euro s) 31-dec dec-07 Balanstotaal 420,2 399,9 5% Kredieten aan private cliënten 100,7 90,5 11% Vermogenseisen (in miljarden euro s) Vermogenseis 8,6 6,1 41% Economic capital 6,2 4,7 32% Aantal medewerkers (in fte) % Mid-State Bank & Trust, een Amerikaanse bank, wordt vanaf mei 2007 geconsolideerd in de resultaten van Rabobank International. Door de uitbreiding van het belang in Bank BGZ van 46% naar 59% wordt deze vanaf april 2008 geconsolideerd. 38 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

40 Vooruitblik In 2009 zal food & agri de solide basis vormen voor internationale groei. Rabobank International zal zich nog meer gaan richten op de kernklanten, terwijl de nadruk ook zal liggen op efficiencyverbeteringen en kostenreductie. Voor de groei van de kredietportefeuille is een voldoende aanwas van toevertrouwde middelen noodzakelijk. Rabobank International zal de retailbankactiviteiten verder uitbreiden met een focus op Australië, Brazilië, Californië en Polen. Bank BGZ zal in Polen een groot aantal nieuwe kantoren openen. Global Financial Markets zal in omvang afnemen en zich meer gaan richten op de kernklanten van de Rabobank Groep en liquiditeitsmanagement. Corporate Banking zal in Nederland en Amerika selectief groeien. De dienstverlening aan food & agriklanten wordt uitgebreid. De Telecom Media & Internetactiviteiten worden afgebouwd, behalve voor enkele specifieke klanten in Nederland en Europa. Trade & Commodity Finance en Renewable Energy & Infrastructure Finance gaan verder groeien. Rabobank International gaat meer investeren in private equity. Via Rabo FARM gaat Rabobank International samen met Bouwfonds REIM nieuwe agrarische vastgoedfondsen opzetten. Rabo FARM ondersteunt de internationale food & agriambities door de strategische aankoop van landbouwgronden ten behoeve van of samen met haar klanten. 39 Verslag raad van bestuur

41 Vermogensbeheer en beleggen winst 2008 er en beleggen 16% Aandeel in nettowinst Rabobank Groep 2008 in % Vermogensbeheer en beleggen 16% Winst stijgt, maar beheerd vermogen daalt door negatief beursklimaat Beheerd en bewaard vermogen van klanten neemt af met 21% tot 184 miljard euro - Cashflow 13 miljard euro - Beleggingsresultaat 59 miljard euro Aantal in Nederland uitgevoerde orders stijgt met 5% tot 4,7 miljoen - Nettoresultaat stijgt met 21% tot 438 miljoen euro - Kredietverliezen bedragen 42 miljoen euro Strategie Rabobank Groep Allfinanz-marktleiderschap in Nederland Mondiale food & agribank Bijdrage aan groepsstrategie - Bieden van brede toegang tot beleggingsfondsen en vermogensbeheerdiensten voor elk type klant via verschillende distributiekanalen - Robeco actief op Nederlandse spaarmarkt - Aanbieden van producten op gebied van duurzaamheid en cleantech De turbulentie op de beurzen in 2008 liet Robeco, Sarasin en Schretlen & Co niet onberoerd. Dalende aandelenkoersen leidden tot een afname van het beheerd en bewaard vermogen met 21% tot 184 miljard euro. De totale instroom van vermogen kwam uit op 13 miljard euro. De nettowinst van de vermogensbeheer activiteiten nam met 21% toe tot 438 miljoen euro dankzij de boekwinst op de verkoop van Alex en de goede beleggingsperformance van alternatieve beleggingen bij Robeco. In de Verenigde Staten bouwde Robeco haar fixed-incomeactiviteiten af, terwijl de aanwezigheid in Azië en de distributieactiviteiten in het Midden-Oosten werden versterkt. Sarasin realiseerde een recordinstroom van vermogen, kreeg diverse onderscheidingen voor de uitstekende beleggingsresultaten en breidde de activiteiten in Europa en het Midden-Oosten verder uit. Strategie De vermogensbeheerders Robeco, Sarasin en Schretlen & Co bieden dienstverlening van een hoge kwaliteit aan elke type belegger. Het aanbod van innovatieve producten en diensten zal verder worden verbreed en verdiept. Het distributienetwerk en de institutionele verkoop- en vermogensbeheeractiviteiten worden selectief uitgebreid. Daarbij wil de Rabobank Groep de positie in de markt voor welgestelden en institutionele beleggers versterken en de posities in Nederland en het buitenland handhaven. 40 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

42 Vermogensbeheerdiensten voor alle type klanten In Nederland biedt de Rabobank Groep via meerdere kanalen een breed scala aan beleggingsproducten en -diensten voor particuliere en institutionele beleggers aan. Robeco heeft een groot aantal beleggingsproducten en Robeco Direct biedt particulieren met het Younique-concept maatwerk in vermogensadvies en -beheer. De actieve zelfstandige belegger kan terecht bij Rabo Direct Beleggen. Rabobank Private Banking richt zich op particuliere klanten met een vermogen vanaf euro. Schretlen & Co bedient de vermogende particulier en de middelgrote institutionele belegger met een vermogen vanaf euro. De grote institutionele beleggers kunnen terecht bij Robeco Institutional Asset Management en Sarasin. Via Robeco en Sarasin voorziet de Rabobank Groep ook internationaal in de behoefte van veel beleggers. Uitbreiding dienstverlening Robeco In 2008 breidde Robeco de fiduciary-managementdienstverlening aan pensioenfondsen verder uit. De basis van de fiduciary-managementpropositie van Robeco wordt gevormd door de multimanagerselectiespecialist Corestone, die al eerder in Zwitserland werd opgericht en zelfstandig opereert. Robeco biedt hiermee voor de pensioenfondsen een onafhankelijke selectie van de beste vermogensbeheerders en legt de link tussen het vermogen en de pensioenverplichtingen. Voor China, Hongkong, Taiwan en Singapore heeft Robeco een aparte Greater China -strategie opgesteld. Daarbij is Hongkong gepositioneerd als toegangspoort tot Azië van waaruit de Azië-Pacificgeoriënteerde aandelenfondsen worden beheerd. In 2008 werd een kantoor geopend in Singapore en kwam de vermogensinstroom bij Canara Robeco Asset Management, de in 2007 gestarte joint venture met de Indiase Canara Bank, goed op gang. Enkele lichtpuntjes in negatief beleggingsjaar voor Robeco-klanten In 2008 daalde de waarde van alle aandelenbeleggingen met tientallen procenten. Een schrale troost was dat de daling van 54%¹⁰ van de door Robeco beheerde aandelenportefeuilles minder was dan die van de benchmark. Met een rendement van -39,3% bleef het vlaggenschipfonds Robeco achter bij het benchmarkrendement van -37,2%. Beleggingen in Emerging Markets daalden zelfs meer dan 50% in waarde. Robeco Emerging Markets Equities daalde met 52,1% licht meer dan de benchmark. Belangrijke fondsen die beter presteerden dan de benchmark waren Robeco Hollands Bezit, -47,5% versus een daling van de AEX-index inclusief dividend van 50,3%, en Robeco Chinese Equities, -46,5% versus -49,1%. Robeco s dochter Harbor Capital Advisors versloeg met de vlaggenschipfondsen Harbor International en Harbor Capital Appreciation de benchmark met respectievelijk 2,1% en 2,8%. De managers van het Harbor International Fund wonnen begin 2008 een van de US Fund Manager of the Year Awards van Morningstar. Dit gold eveneens voor de beheerders van het het Harbor Bond Fund. Van de vastrentende fondsen behaalde een ruime meerderheid een positief rendement, maar slechts 31% versloeg de benchmark. Rorento behaalde een rendement van -0,6% en bleef achter bij het benchmarkrendement van 4,9%. Belangrijkste lichtpunt was Robeco Lux-o-rente, dat met een absoluut rendement van 17,2% een outperformance van 6,2% behaalde ten opzichte van de benchmark. Sage International realiseerde bij de alternatives een absoluut rendement van -21,4% in US dollars. Zeer goede resultaten werden behaald door Transtrend. Zo behaalde het Diversified Trend Program -Enhanced Risk USD een absoluut rendement van 29,4% in US dollars. Ook de Robeco Multi Market Obligaties lieten over 2008 positieve dubbele rendementscijfers zien. Nieuwe groei-initiatieven bij Sarasin In het verslagjaar breidde Sarasin haar aanwezigheid verder uit, zowel in haar thuismarkt Zwitserland, als in andere Europese landen en het Midden-Oosten. Onder de naam bank zweiplus hebben Sarasin en AIG Private Bank gezamenlijk een nieuwe bank opgericht voor particuliere klanten met een vermogen tot circa euro. Sarasin heeft in deze nieuwe bank een belang van 57,5%. Eind 2008 beheerde bank zweiplus circa 3,9 miljard euro voor ruim klanten. Met het verkrijgen van een volledige banklicentie en de opening van een nieuw Duits hoofdkantoor in Frankfurt versterkte Sarasin haar positie in Duitsland. Zij startte ook in de Spaanse markt door haar private-bankingdiensten aan te bieden vanuit Madrid en La Coruňa en opende een kantoor in Ierland vanuit haar dochteronderneming in Londen. In het Midden-Oosten kreeg Sarasin banklicenties om te opereren in Qatar en Bahrein, en een advieslicentie voor Oman. 10) Percentages zijn op basis van gewogen vermogen en de performancecijfers zijn vóór aftrek van vermogensbeheerprovisies met uitzondering van alternatives. 41 Verslag raad van bestuur

43 Sarasin ontvangt onderscheidingen voor beleggingsperformance Sarasin ontving in 2008 diverse onderscheidingen voor de uitstekende beleggingsperformance. Gebaseerd op de overall performance van haar wereldwijde fondsenaanbod werd Sarasin door de EDHEC Business School in Frankrijk en door Euro Performance uitgeroepen tot beste vermogensbeheerder van Zwitserland. Voor het zesde jaar op rij werd Sarasin in het Elite Report - the top asset managers van de Duitse financiële krant Handelsblatt, uitgeroepen tot een van de beste private banken in Duitstalige landen. Op de jaarlijkse Banker Middle East Awards Ceremony in Dubai kreeg Bank Sarasin-Alpen voor de tweede keer op rij de prijs voor de Best Private Bank in the Middle East. Schretlen & Co Schretlen & Co ondervond hinder van het negatieve beurssentiment. Sommige klanten besloten zelfs om geheel met beleggen te stoppen. Het aantal klanten nam met 2% af tot (6.091). Hoewel de klanttevredenheid op een hoog peil bleef, werd het niveau van 2008 niet geëvenaard. In een onderzoek van Incompany waardeerden klanten de dienstverlening met een 7,0 (7,3). Hoewel minder tevreden over de prijs-kwaliteitverhouding en de helderheid, waren zij wel uitermate tevreden over de vakkennis van Schretlen & Co. Daling beheerd en bewaard vermogen door slecht beursklimaat Als gevolg van het negatieve beursklimaat daalde het beheerd en bewaard vermogen van klanten in 2008 met 21% tot 184 (232) miljard euro. Robeco beheert een vermogen van 110,7 (145,8) miljard euro, Sarasin van 46,9 (50,2) miljard euro en Schretlen & Co van 6,8 (8,4) miljard euro. Wereldwijd daalden de aandelenindices met tientallen Beheerd en bewaard vermogen van klanten ultimo 2008 naar beleggingstype procenten. De AEX-index ging met 52% omlaag, in de Verenigde Staten daalde de S&P 500-index met 38% en in Japan daalde de NIKKEI 225-index met 42%. Aandelen 36% Deze koersdalingen resulteerden in een beleggingsresultaat Vastrentend 33% van -59 miljard euro. De stijging van de Gemengd 10% US dollar en de Zwitserse frank hadden een Geldmarkt 8% positief effect op het vermogen van 7 miljard euro. Alternatives 7% De totale instroom van vermogen kwam uit op Vastgoed 4% 13 miljard euro en werd voor een belangrijk deel Overig 2% gerealiseerd bij Sarasin waar klanten 9,7 miljard euro inbrachten. De instroom van vermogen van klanten van AIG Private Bank naar de nieuwe gezamenlijke onderneming bank zweiplus resulteerde in een cashflow van 1,3 miljard euro. Voor Robeco resulteerde de stevige instroom van vermogen bij Harbor Capital Advisors en Transtrend in een positieve cashflow. Wel was bij enkele traditionele beleggingsfondsen van Robeco, zoals Robeco Lux-o-rente en Robeco Flex-o-rente, sprake van een uitstroom van vermogen, omdat Nederlandse klanten vaker kozen om te beleggen in deposito s. Begin 2008 besloot Robeco om de fixed-incomeactiviteiten van Robeco Investment Management in de Verenigde Staten (RIM FI USA) te verkopen aan Morgan Stanley Investment Management en Lehman Brothers. Tevens verkocht de Rabobank Groep online broker Alex. Door deze desinvesteringen nam het beheerd en bewaard vermogen met 7 miljard euro af. Ontwikkeling beheerd en bewaard vermogen van klanten in miljarden euro s Cashflow Beleggingsresultaten Valutaresultaten Verkoop Alex Verkoop RIM FI USA Overig Rabobank Groep Jaarverslag 2008

44 Meer beleggingsorders verwerkt in Nederland door negatief beursklimaat Het slechte beursklimaat was ook van invloed op het aantal effectenorders. De Rabobank Groep voerde in Nederland 4,7 miljoen effecten- en huisfondsenorders uit, tegen 4,5 miljoen in 2007, exclusief de 3,7 miljoen uitgevoerde orders van Alex. Bij de lokale Rabobanken daalde het aantal verwerkte orders met 14%. Het totale aantal orders nam bij de Rabobank Groep met 5% toe door een forse stijging van de transactieomvang bij Robeco. Vooral in de laatste maanden 2008 werd er veel gehandeld. Resultaatontwikkeling Resultaten (in miljoenen euro s) Mutatie Rente % Honoraria en provisies % Overige baten % Totale baten % Personeelskosten % Andere beheerskosten % Afschrijvingen % Totale bedrijfslasten % Brutoresultaat % Waardeveranderingen 42 1 Bedrijfsresultaat vóór belastingen % Belastingen % Nettowinst % Aantal orders in Nederland (in miljoenen) 4,7 4,5 5% 31-dec dec-07 Beheerd en bewaard vermogen van klanten (in miljarden euro s) % Aantal medewerkers (in fte) % Transtrend draagt vanaf maart 2007 volledig bij aan het resultaat van de Rabobank Groep. Baten nemen toe met 9% De boekwinst op de verkoop van Alex en de goede beleggingsperformance van het Transtrend Diversified Trend Program waren bepalend voor de stijging van de totale baten met 9% tot (1.479) miljoen euro in Vooral door de stijging van het renteresultaat bij Robeco nam het renteresultaat met 76% toe tot 144 (82) miljoen euro. De daling van het beheerd vermogen beïnvloedde de vermogensbeheerprovisies negatief. Deze daling werd echter gecompenseerd door de goede beleggingsresultaten van het Transtrend Diversified Trend Program. Doordat Alex met ingang van 2008 niet langer werd geconsolideerd, daalden de effectenprovisies sterk. Per saldo bleven de provisiebaten met (1.089) miljoen euro nagenoeg stabiel. De overige baten stegen dankzij de boekwinst op de verkoop van Alex met 27% tot 390 (308) miljoen euro. In 2007 waren de inkomsten uit de desinvestering van Luxemburgse-activiteiten en de brokerageactiviteiten bij Sarasin nog bepalend voor de overige baten. Bedrijfslasten stijgen met 2% De totale bedrijfslasten namen in 2008 met 2% toe tot (991) miljoen euro door de uitbreiding van de activiteiten bij Sarasin. De verkoop van Alex en de afvloeiing van personeel bij Robeco leidden tot een afname van het aantal medewerkers. Door de uitbreiding van de activiteiten bij Sarasin steeg de totale personele bezetting echter met 4% tot (3.468) fte. Door een reorganisatie bij Robeco en een daling van de bonussen namen de personeelskosten met 4% af tot 559 (581) miljoen euro. De andere beheerskosten stegen met 10% tot 352 (320) miljoen euro als gevolg van een uitbreiding van de activiteiten bij Sarasin. Mede door hogere afschrijvingen op immateriële activa namen de afschrijvingslasten met 13% toe tot 102 (90) miljoen euro. 43 Verslag raad van bestuur

45 Kredietverliezen bedragen 42 miljoen euro De turbulentie op de financiële markten resulteerde bij Sarasin in enkele afboekingen op financiële instellingen. Hierdoor steeg de post waardeveranderingen met 41 miljoen euro tot 42 (1) miljoen euro. Vooruitblik De daling van het beheerd vermogen in 2008 heeft naar verwachting een negatieve invloed op de ontwikkeling van de vermogensbeheerprovisies in De inspanningen van Robeco om kosteneffectiever te opereren, zullen naar verwachting leiden tot een verdere reductie van de personele bezetting. Een goede beleggingsperformance blijft bij Robeco centraal staan. Door uitbreiding van het distributienetwerk moeten meer klanten worden bereikt. Verder wil Robeco nieuwe klanten aantrekken door de ontwikkeling van innovatieve beleggingsproducten en -diensten. In de visie van Robeco zal duurzaam en verantwoord beleggen steeds belangrijker worden. Daarom zal de dienstverlening op dit gebied verder worden uitgebreid. De aanwezigheid in Azië zal op selectieve wijze worden vergroot. Sarasin gaat door met het ontplooien van haar groei-initiatieven. Hierbij zal de positie in de huidige markten worden uitgebreid en ook zullen activiteiten worden opgestart in Nederland en een selectief aantal Midden-Europese markten, waardoor een groter deel van de inkomsten afkomstig zal zijn uit landen buiten Zwitserland. Schretlen & Co wil het klantenbestand laten groeien door nog beter te anticiperen op de wensen van vermogende klanten. De samenwerking met de lokale Rabobanken zal verder worden geïntensiveerd en verbeterd, terwijl ook de inspanningen gericht op niet Rabobank-klanten zullen toenemen. 44 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

46 Leasing winst % Groei kredietportefeuille bevredigend Kredietportefeuille stijgt met 13% tot 23,3 miljard euro - Aandeel food & agri in portefeuille neemt toe tot 20% Nettowinst blijft met 235 miljoen euro op peil - Efficiencyratio verbetert met 1,0 procentpunt tot 58,7% - Kredietverliezen bedragen 64 basispunten en liggen onder het langjarig gemiddelde - RAROC bedraagt 22,3% Aandeel in nettowinst Rabobank Groep 2008 in % Leasing 9% Strategie Rabobank Groep Allfinanz-marktleiderschap in Nederland Mondiale food & agribank Bijdrage aan groepsstrategie - Rabobank ondersteunen met leasing- en factoringproducten - Vergroten van marktaandeel in consumentenkredieten - Volgen en begeleiden van food & agrigerelateerde producenten, vendoren en distributeurs van kapitaalgoederen - Uitbreiding aandeel food & agri in portefeuille De leasedochter De Lage Landen kreeg in 2008 te maken met gewijzigde marktomstandigheden. Hierdoor werd de onderneming gedwongen selectiever te zijn in het accepteren van nieuwe financieringsaanvragen. Desalniettemin steeg de kredietportefeuille met 13% tot 23,3 miljard euro. Het aantal leaseauto s in portefeuille steeg met 6% tot De Lage Landen werd in Nederland uitgeroepen tot de meest klantgerichte business-finance-instelling. Internationale waardering kreeg De Lage Landen met de Vendor Lessor of the Year Award. Hogere marges op nieuwe contracten weerspiegelen de schaarste aan funding en de toegenomen risico s. De nettowinst bleef met 235 miljoen euro nagenoeg op het niveau van Strategie De Lage Landen biedt wereldwijd financieringsoplossingen voor producenten en distributeurs van kapitaalgoederen. De Lage Landen blijft alert op mogelijkheden tot schaalvergroting voor haar internationale autoleasebedrijf Athlon Car Lease. De Lage Landen bedient klanten van de Rabobank met een breed pakket leasing- en factoringproducten. De positie van Rabobank Groep in de Nederlandse markt voor consumptieve kredieten wordt verstevigd. 45 Verslag raad van bestuur

47 Stijgende prijs van risico en selectiever acceptatiebeleid De onrust op de financiële markten beïnvloedde alle spelers in de leasemarkt. In 2008 steeg de prijs van financiering door de beperktere beschikbaarheid van kapitaal. De Lage Landen berekende de duurdere funding en de toegenomen prijs van risico door in de marges op nieuwe contracten. Door een stringenter acceptatiebeleid vlakte de groei van de portefeuille af. Bij Athlon Car Lease steeg het aantal autoleasecontracten, maar verliep de verkoop van tweedehands auto s moeizamer. Goed risicomanagement was altijd al een van de speerpunten van De Lage Landen. Binnen het verslechterende economisch klimaat werpt dat zijn vruchten af. Waar mogelijk zal De Lage Landen haar risicobeheer nog verder aanscherpen. Klantgerichte organisatie De klanten van De Lage Landen zijn tevreden over de dienstverlening. De nagestreefde hoge klanttevredenheid werd in 2008 onderstreept door de toekenning van de Vendor Lessor of the Year Award door Leasing Life Asset Finance, het internationaal leidende magazine voor asset finance. In een onderzoek van Incompany kwam De Lage Landen uit de bus als meest klantgerichte business-finance-instelling van Nederland. Klanten waardeerden De Lage Landen met een 7,2 (6,8). De Lage Landen scoorde in dit onderzoek hoog op de onderdelen kennis, service en resultaat. Uit een onderzoek van Heliview bleek dat de algemene tevredenheid van autoleaseklanten over Athlon Car Lease met een 7,2 (7,5) wat afnam. Positie in Europa verstevigd en verdere ontwikkeling Athlon Car Lease Bij de expansie in het buitenland volgt De Lage Landen haar internationaal opererende klanten, maar ook de Rabobank. De positie in Europa werd verder uitgebreid, en dan vooral in de regio Midden- en Oost-Europa. In 2008 werden Siemens Leasing en Siemens Finance in Hongarije overgenomen. Het kantoor in Boedapest functioneert sindsdien als regionaal hoofdkantoor in Midden- en Oost-Europa. Van daaruit zullen zowel autoleaseactiviteiten als vendor-financeactiviteiten in de regio verder worden ontwikkeld. In het verslagjaar werd verder gestart met de verkoop van vendor-financeproducten in Portugal en verder kregen de activiteiten in Rusland een grote impuls door de uitbreiding van de joint venture met opleggerproducent Schmitz Cargobull, Cargobull Finance. In Nederland werd de integratie van Athlon Car Lease en Translease afgerond. De samengevoegde activiteiten gaan verder onder de naam Athlon Car Lease, de nummer twee op de Nederlandse autoleasemarkt. Sinds 2008 is het bedrijf ook actief in Portugal. Uitbreiding samenwerking tussen De Lage Landen en Rabobank International De samenwerking met Rabobank International werd verder verstevigd. De in 2007 gesloten samenwerkingsovereenkomst met de Poolse Bank BGZ leidde in 2008 tot positieve ontwikkelingen. De Lage Landen zette samen met deze bank leasebedrijf BGZ Leasing op. Dit leasebedrijf bedient zowel klanten van Bank BGZ als de Nederlandse klanten van de Rabobank. In de Verenigde Staten werken De Lage Landen en Rabobank International samen bij het structureren van transacties. In België, Duitsland en Groot-Brittannië biedt De Lage Landen lease- en factoringproducten aan Nederlandse klanten van lokale Rabobanken en verzorgt Rabobank International het betalingsverkeer. De samenwerking met Rabobank International droeg in combinatie met de specifieke financieringsoplossingen die Vendor Finance biedt voor food & agriklanten, bij aan het vergroten van het aandeel food & agri in de portefeuille. Specialist op gebied van consumentenkrediet en factoring De Lage Landen is binnen de Rabobank Groep de specialist op het gebied van consumptieve kredieten en factoringproducten. Consumer Finance verstrekt in Nederland consumentkredieten via de lokale Rabobanken en via het label Freo, waar klanten online een lening kunnen afsluiten. Voor de verkoop van persoonlijke, doorlopende en studentenkredieten werken De Lage Landen en de lokale Rabobanken nauw samen. Voorts ondersteunt De Lage Landen de Rabobank Groep met haar Factoring unit. Met behulp van de expertise van deze unit biedt de Rabobank factoringproducten met betrekking tot werkkapitaalfinanciering aan voor het midden- en kleinbedrijf en de grootzakelijke markt. De Lage Landen ondersteunt met haar expertise de lokale Rabobanken bij bedrijfsovernames, financieringen van snelgroeiende bedrijven of handelsbedrijven met seizoenspieken door de debiteurenportefeuille voor te financieren. Factoring liet een sterke groei zien door een toename van het aantal klanten en vergroting van het producten- en dienstenpakket. 46 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

48 Kredietportefeuille in miljarden euro s Overig Consumer finance Transportation Car leasing Technology finance Healthcare Construction & industrial Financial services Office equipment Food & agri Kredietportefeuille naar regio ultimo 2008 Europa 59% Amerika 38% Azië/Pacific 3% Toename food & agri draagt bij aan groei kredietportefeuille De kredietportefeuille van De Lage Landen steeg in het verslagjaar met 13% tot 23,3 (20,7) miljard euro. Voor circa 2 procentpunt was de groei het gevolg van de stijging van de koers van de US dollar. Door de groei van de food & agriportefeuille met 16% steeg het aandeel food & agri met 1% procentpunt tot 20% van de totale kredietportefeuille. Het aantal leaseauto s in portefeuille nam met 6% toe tot ( ¹¹) en de autoleaseportefeuille steeg met 6% tot 2,8 (2,7) miljard euro. De portefeuille consumptieve kredieten bleef met 0,9 (0,9) miljard euro stabiel. Resultaatontwikkeling Resultaten (in miljoenen euro s) Mutatie Rente % Honoraria en provisies % Overige baten % Totale baten % Personeelskosten % Andere beheerskosten % Afschrijvingen % Totale bedrijfslasten % Brutoresultaat % Waardeveranderingen % Bedrijfsresultaat vóór belastingen % Belastingen % Nettowinst % Kredietverliezen (in basispunten) Ratio s Efficiencyratio 58,7% 59,7% RAROC 22,3% 24,2% Balansgegevens (in miljarden euro s) 31-dec dec-07 Kredietportefeuille 23,3 20,7 13% Vermogenseisen (in miljarden euro s) Vermogenseis 1,1 1,7-35% Economic capital 1,0 1,1-9% Aantal medewerkers (in fte) % 11) Aantal leasecontracten eind 2007 is aangepast. Aantal contracten is nu exclusief brandstofcontracten. 47 Verslag raad van bestuur

49 Baten nemen toe met 2% In het verslagjaar namen de totale baten met 2% toe tot (995) miljoen euro. Hoewel de marge op nieuwe contracten verbeterde, nam de marge op de gehele portefeuille af. Het renteresultaat steeg met 2% tot 530 (518) miljoen euro als gevolg van de groei van de kredietportefeuille. Door een stijging van de bemiddelingsprovisies namen de provisies met 17% toe tot 61 (52) miljoen euro. De inkomsten van de autoleaseactiviteiten worden grotendeels verantwoord onder de overige baten. De overige baten bleven met 424 (425) miljoen euro nagenoeg stabiel. Bedrijfslasten blijven op hetzelfde niveau In 2008 bleven de totale bedrijfslasten met 596 (594) miljoen euro nagenoeg op het niveau van dezelfde periode vorig jaar. Door de groei van de activiteiten nam de personele bezetting met 6% toe tot (4.411) fte. Dit droeg bij aan de stijging van de personeelskosten met 2% tot 377 (369) miljoen euro. Vooral als gevolg van de daling van de marketing- en automatiseringskosten namen de andere beheerskosten met 3% af tot 188 (193) miljoen euro. Kredietverliezen bedragen 64 basispunten Door de groei van de kredietportefeuille en de verslechterde economische situatie nam de post waardeveranderingen in 2008 met 18% toe tot 118 (100) miljoen euro. Uitgedrukt in basispunten van de gemiddelde kredietportefeuille, bedragen de kredietverliezen 64 (61) basispunten. Hiermee ligt het niveau van kredietverliezen boven het niveau van 2007 en onder het langjarig gemiddelde van 66 basispunten. Vermogenseis en RAROC Anders dan onder Basel I wordt onder Basel II bij de berekening van de vermogenseis rekening gehouden met de onderliggende waarde van het leaseobject. Hierdoor daalde de vermogenseis in 2008 met 35% tot 1,1 (1,7) miljard euro. Het benodigde economic capital, de interne vermogenseis, bedroeg 1,0 (1,1) miljard euro. De Lage Landen behaalde een Risk Adjusted Return On Capital (RAROC) van 22,3% (24,2%). Vooruitblik Ondanks de huidige onzekere tijden verwacht De Lage Landen in 2009 een verdere groei van de leaseportefeuille. De kapitaalschaarste zal aanhouden en de prijs van risico zal blijven toenemen. Naar verwachting wordt dit weerspiegeld in hogere marges op nieuwe contracten. Het verslechteren van de economische omstandigheden kan resulteren in het oplopen van kredietverliezen. Vendor Finance kan profiteren van de huidige marktomstandigheden nu er minder op prijs wordt geconcurreerd. Een selectiever acceptatiebeleid en een strakkere monitoring van de risico s zullen resulteren in verbetering van de performance van Vendor Finance. In de Nederlandse markt zullen de verschillende onderdelen binnen De Lage Landen meer gezamenlijk optreden in het contact met de klant. Tevens wil De Lage Landen de samenwerking met de Rabobank verder uitbreiden. Consumer Finance zal bijzondere aandacht besteden aan de distributie van leningen via de Rabobank. Daarnaast denkt De Lage Landen te kunnen voorzien in de toegenomen vraag naar factoringproducten. Athlon Car Lease onderzoekt de mogelijkheden om tot verdere schaalvergroting te komen. 48 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

50 Vastgoed winst % Groei kredietportefeuille en beheerd vermogen, en lagere verkoop woningen Aantal verkochte woningen daalt met 34% tot Kredietportefeuille neemt toe met 22% tot 16,5 miljard euro Beheerd vermogen in vastgoed stijgt met 35% tot 6,8 miljard euro Nettoresultaat Rabo Vastgoedgroep neemt af met 65% tot 86 miljoen euro - Kredietverliezen zijn nihil Aandeel in nettowinst Rabobank Groep 2008 in % Vastgoed 3% Strategie Rabobank Groep Allfinanz-marktleiderschap in Nederland Mondiale food & agribank Bijdrage aan groepsstrategie - Behoud en versteviging leidende positie in markt voor koopwoningen en commercieel vastgoed - Verhoging verkoop van Rabobankhypotheken bij nieuwbouwprojecten - Behoud toppositie in markt voor vastgoedfinancieringen - Uitbreiding van vastgoedkennis - Beschikbaar stellen van veelvoud aan verschillende vastgoedgerelateerde fondsen aan klanten van Rabobank - Opzetten en uitbreiden van agrigerelateerde fondsen samen met Rabobank International De Rabo Vastgoedgroep had in 2008 te maken met verslechterde marktomstandigheden. Het vertrouwen van consumenten in de woningmarkt nam af, net als de betaalbaarheid van de woningen, wat een negatief effect had op het aantal verkochte woningen. In 2008 kwam het aantal door Bouwfonds Property Development verkochte woningen uit op 8.746, vergeleken met in Bij FGH Bank nam de kredietportefeuille met 22% toe tot 16,5 miljard euro en bij Bouwfonds REIM steeg het beheerd vermogen met 35% tot 6,8 miljard euro. Al met al zorgde het in het algemeen minder gunstige klimaat voor een daling van het nettoresultaat van de Rabo Vastgoedgroep met 65% tot 86 miljoen euro. Strategie Rabo Vastgoedgroep wil in Nederland in elke fase van de vastgoedketen actief zijn, of het nu gaat om ontwikkelen, financieren of beleggen. Doelstelling van de Rabo Vastgoedgroep is om haar leidende positie in de Nederlandse markt voor koopwoningen en commercieel vastgoed te behouden en te verstevigen. Daarnaast wil de Rabo Vastgoedgroep haar solide positie in de Nederlandse markt voor vastgoedfinancieringen behouden en waar mogelijk uitbreiden. Binnen de Rabobank Groep is de 49 Verslag raad van bestuur

51 Rabo Vastgoedgroep het expertisecentrum voor vastgoedbeleggingen. Het optimaal benutten van de distributiekracht van de Rabobank en het vergroten van kennis op het gebied van vastgoedbeheer zullen bijdragen aan de groei van het beheerd vermogen. De ontwikkeling van woningen, de ontwikkeling van commercieel vastgoed, de financiering van vastgoed en het beleggen in vastgoed zullen in een aantal geselecteerde landen verder worden vormgegeven. Gewijzigde marktomstandigheden in vastgoed Ook in de vastgoedmarkt werden de effecten van de verslechterde economische vooruitzichten zichtbaar. De consument nam als gevolg van de crisis een afwachtende houding aan. Hierdoor ontstond een mismatch tussen vraag en aanbod en nam het aantal te koop staande nieuwbouwwoningen toe. Daarnaast nam de betaalbaarheid van woningen in Nederland af, onder meer door de gestegen hypotheekrente. Deze ontwikkelingen resulteerden bij de ontwikkelingsactiviteiten in een daling van het aantal verkochte woningen en, in mindere mate, in druk op de verkoopmarge. Ook in Frankrijk was sprake van een verslechterende woningmarkt door de economische omstandigheden. De onzekerheid in de vastgoedmarkt bij de financieringsactiviteiten mondde uit in een afnemend aantal transacties. De transacties waren ook van bescheidener omvang. Desondanks heeft de FGH Bank zijn toppositie in de Nederlandse vastgoedfinancieringsmarkt weten te behouden. Omdat voor risico een hogere prijs moet worden betaald, verbeterde bij FGH Bank de rentemarge op nieuwe financieringen. Voorts was in de markt sprake van een afnemende vraag naar traditionele vastgoedbeleggingsproducten, waardoor de resultaten van Bouwfonds REIM onder druk kwamen te staan. Nieuw merkenbeleid De vastgoeddivisie heeft in 2008 haar merkenbeleid aangepast. De naam Rabo Bouwfonds werd veranderd in Rabo Vastgoedgroep en voor de buitenlandse markten in Rabo Real Estate Group. Om de verschillende klantgroepen beter te kunnen bedienen werd de divisie Development gesplitst in Bouwfonds Property Development en MAB Development. Bouwfonds Property Development ontwikkelt integrale woon gebieden en kleinschalige multifunctionele projecten. De commerciële vastgoed ontwikkelaar MAB Development richt zich op de ontwikkeling van winkels, kantoren, hotels en grootschalige multifunctionele projecten. De divisie Finance bedient via FGH Bank professionele vastgoedklanten als beleggers, handelaren, projectontwikkelaars, bouwers en vastgoedfondsen. Naast financieringen biedt FGH Bank, via dochteronderneming FGH Vastgoed Expertise, vastgoedadviesdiensten aan. De divisie Investment Management structureert, plaatst en beheert vooral niet-beursgenoteerde vastgoedfondsen en vastgoedgerelateerde financiële producten. Bouwfonds REIM stelt diensten ter beschikking voor particuliere en institutionele beleggers. Uitbreiding samenwerking met Rabobank In het verslagjaar werd door de Rabo Vastgoedgroep de samenwerking met andere onderdelen van de Rabobank Groep verder geïntensiveerd. Bij de verkoop van nieuwbouwprojecten wordt thans nog nauwer samengewerkt met de lokale Rabobanken. Dit is van belang voor de groei van het marktaandeel in hypotheken van de Rabobank in grote steden. Daarnaast werd voortgebouwd op het in 2007 gestarte project Eigen Steen. Bij dit project ontzorgt de Rabo Vastgoedgroep de lokale Rabobanken op het gebied van eigen vastgoed. Met lokale Rabobanken werd een groot aantal overeenkomsten gesloten met betrekking tot ontwikkelingsprojecten voor nieuwe bankkantoren. Ook via de divisie Investment Management werd een aantal initiatieven met Rabobank opgestart, waaronder het opzetten van beleggingsfondsen met een agrigerelateerd karakter. Na de integratie van de drie arbeidsvoorwaardenpakketten, bereikte de Rabo Vastgoedgroep in 2008 één gezamenlijke cao voor alle medewerkers van de Rabo Vastgoedgroep. De nieuwe cao bevat een pakket arbeidsvoorwaarden dat past bij haar ambitie om een aantrekkelijke vastgoedwerkgever in Nederland te zijn en bevat onder meer de introductie van een nieuwe, groene leaseregeling en studieafspraken over telewerken. In 2008 werd aangifte gedaan tegen een aantal verdachten, waaronder ex-medewerkers, in verband met de vastgoedfraude in de zogenaamde Klim-Op -affaire. In 2008 zijn binnen de Rabo Vastgoedgroep de verschillende bestaande gedragscodes van de divisies, zowel nationaal als internationaal, geharmoniseerd tot één uniforme gedragscode. 50 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

52 Verdeling aantal verkochte woningen in 2008 per land Nederland 68% Frankrijk 23% Duitsland 7% Overig 2% Kredietportefeuille 18 in miljarden euro s Vooral in Nederland minder woningen verkocht Vooral door een behoorlijke afname van verkoop in Nederland, en in mindere mate in Frankrijk, daalde het aantal verkochte woningen bij Bouwfonds Property Development. In het verslagjaar werden (13.173) woningen verkocht, waarvan 68% in Nederland. MAB Development leverde voor ( ) m² commercieel vastgoed op. Door de gewijzigde marktomstandigheden werd in 2008 minder vastgoed in aanbouw genomen. Eind 2008 had MAB Development voor ( ) m² commercieel vastgoed in aanbouw. Groei kredietportefeuille gerealiseerd in eerste maanden 2008 Bij FGH Bank bedroeg de nieuwe productie in het verslagjaar 4,8 miljard euro. De brutokredietportefeuille steeg met 22% tot 16,5 (13,5) miljard euro. Deze groei werd vooral in de eerste maanden van 2008 gerealiseerd. De nettokredietportefeuille, na syndiceringen, nam met 17% toe tot 14,6 (12,5) miljard euro. De omvang van de aflossingen bedroeg 2,2 miljard euro. De portefeuille bestaat voor 76% uit beleggingsfinancieringen. Aankopen leiden tot toename beheerd vermogen Het beheerd vermogen in vastgoed bij Bouwfonds REIM steeg in 2008 met 35% tot 6,8 (5,1) miljard euro. De stijging is onder meer het gevolg van de aankoop van het netwerk van kabelbedrijf CAIW ten behoeve van het Rabo Bouwfonds Dutch Communication Infrastructure Fund en de verwerving van een winkelportefeuille van Unibail-Rodamco door IEF Capital. Ook nam de portefeuille toe als gevolg van de overname van een vastgoedgerelateerde leningenportefeuille. Resultaatontwikkeling Baten nemen af met 31% In 2008 daalden de totale baten met 31% tot 459 (670) miljoen euro. Ondanks de toename van het renteresultaat bij FGH Bank door de groei van de portefeuille nam het renteresultaat met 9% af tot 78 (86) miljoen euro. De provisies namen toe met 74% tot 33 (19) miljoen euro als gevolg van een stijging van de vermogensbeheerprovisies bij Bouwfonds REIM. De gedaalde verkoop van het aantal woningen had een neerwaarts effect op de overige baten. Door een daling van de projectresultaten namen de overige baten met 38% af tot 348 (565) miljoen euro. Bedrijfslasten stijgen met 3% In het verslagjaar namen de totale bedrijfslasten met 3% toe tot 363 (352) miljoen euro. De personele bezetting steeg met 3% tot (1.700) fte. Als gevolg van deze groei namen de personeelskosten met 1% toe tot 220 (217) miljoen euro. Mede door een toename van de automatiseringskosten en de advieskosten stegen de andere beheerskosten met 7% tot 131 (122) miljoen euro. 51 Verslag raad van bestuur

53 Resultaten (in miljoenen euro s) Mutatie Rente % Honoraria en provisies % Overige baten % Totale baten % Personeelskosten % Andere beheerskosten % Afschrijvingen % Totale bedrijfslasten % Brutoresultaat % Waardeveranderingen - 2 Bedrijfsresultaat vóór belastingen % Belastingen % Jaarwinst Rabo Vastgoedgroep¹² % Belang derden Nettoresultaat Rabo Vastgoedgroep¹² % Overige resultaten % Nettowinst vastgoeddivisie % Aantal verkochte woningen % Overige gegevens (in miljarden euro s) 31-dec dec-07 Kredietportefeuille 16,5 13,5 22% Beheerd en bewaard vermogen 6,8 5,1 35% Aantal medewerkers (in fte) % Vooruitblik Door de verslechterde marktomstandigheden voor vastgoed verwacht de Rabo Vastgoedgroep dat 2009 een moeizaam jaar wordt. De onzekerheid op de binnen- en buitenlandse markten blijft. De groei van de kredietportefeuille en het beheerd vermogen zal naar verwachting afvlakken. De organisatie sluit niet uit dat er in de toekomst meer aangiftes volgen in verband met de Klim-Op - affaire. De financiële schade zal de Rabo Vastgoedgroep waar mogelijk verhalen. Helaas zal dat niet gaan met de morele schade voor het bedrijf, onze medewerkers en de vastgoedsector. Rabo Vastgoedgroep verwacht dat 2009 ook een uitdagend jaar wordt, veranderende marktomstandigheden bieden ook kansen om actief en innovatief te opereren. De Rabo Vastgoedgroep wil zich in 2009 verder onderscheiden op het gebied van service, deskundigheid en duurzame innovaties. De Rabo Vastgoedgroep zal verder werken aan haar ambitie om met alle activiteiten in Nederland een vooraanstaande positie in te nemen. Daarnaast wordt een selectief aantal activiteiten ontplooid in enkele Europese landen, met name in Frankrijk en Duitsland. De Rabo Vastgoedgroep gaat de samenwerking met andere onderdelen van de Rabobank Groep uitbreiden. Zo zal Bouwfonds Property Development bij het verkopen van hypotheken nog meer samen met de lokale Rabobanken optrekken. Ook Bouwfonds REIM zal intensiever samenwerken met de lokale Rabobanken in de distributie van vastgoedfondsen. Via de Rabo FARM gaat Bouwfonds REIM samen met Rabobank International wereldwijd agrarische vastgoedfondsen opzetten. Daarnaast zal Bouwfonds REIM meer alternatief vastgoed en producten met een schuldgerelateerd karakter ontwikkelen. 12) De jaarwinst Rabo Vastgoedgroep en het nettoresultaat Rabo Vastgoedgroep komen overeen met de resultaten die de Rabo Vastgoedgroep zelf publiceert. Bij de nettowinst vastgoeddivisie zijn de amortisatie- en financieringslasten en de harmonisatie van de waarderingsgrondslagen door de overname van onderdelen van Bouwfonds in mindering gebracht op het resultaat. 52 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

54 Verzekeren ntieprovisies in % 89% Groei aantal schade- en zorgpolissen en minder levensverzekeringen Aantal Alles in één Polissen stijgt met 2% tot Aantal Bedrijven Compact Polissen neemt toe met 5% naar Aantal ZorgActief Polissen loopt met 24% op tot Totale assurantieprovisie lokale Rabobanken neemt af met 6% naar 354 miljoen euro Verdeling assurantieprovisies in 2008 in % Leven 11% Schade 89% Strategie Rabobank Groep Allfinanz-marktleiderschap in Nederland Mondiale food & agribank Bijdrage aan groepsstrategie - Versterken marktleiderspositie door aanbieden schade-, zorg- en levensverzekeringen van Interpolis via lokale Rabobanken - Behoud verzekeringsmarktleiderschap in Nederlandse food & agrisector via marktleider Interpolis - Bij internationale expansie Eureko waar mogelijk aansluiten op bestaande Rabobank-operaties De lokale Rabobanken verkopen schade-, zorg- en levenszorgverzekeringen die voor het grootste deel door Interpolis worden geleverd. Mede als gevolg van de goede samenwerking met Eureko nam het aantal Alles in één Polissen, Bedrijven Compact Polissen en ZorgActief Polissen verder toe. De assurantieprovisies daalden met 6% tot 354 miljoen euro doordat minder levensverzekeringen werden verkocht. De provisie voor schadeverzekeringen steeg met 5% tot 314 miljoen euro. In 2008 startte de nieuwe Glashelder -campagne Helder Moment waarmee de Rabobank en Interpolis klanten bewuster willen maken van wat wel en wat niet moet worden verzekerd. De nieuwe verzekeringsoplossing InterpolisZekerVanJeZaak voor kleine ondernemers is succesvol gelanceerd. De Rabobank droeg begin 2009 voor 400 miljoen euro bij aan de kapitaalversterking van Eureko. Hiermee kwam de solvabiliteit van Eureko wederom op het gewenste niveau. Strategie Het aanbieden van verzekeringen vormt een belangrijk onderdeel van de Allfinanz-strategie van de Rabobank Groep in Nederland. Het 39%-belang van de Rabobank in de verzekeraar Eureko onderbouwt deze ambitie. Eureko heeft in Nederland leidende posities in alle verzekeringsdeelmarkten. De strategie voor de nagenoeg verzadigde Nederlandse markt is groei te bereiken door het aanbieden van nieuwe en innovatieve, vraaggedreven producten en diensten. Eureko opereert met verschillende distributiekanalen 53 Verslag raad van bestuur

55 en labels, waarbij Interpolis specifiek staat opgesteld voor het bancaire kanaal. De lokale Rabobanken verkopen veelal schade-, zorg- en levensverzekeringen van Interpolis aan zowel particulieren als bedrijven. Interpolis is voor de Rabobank de grootste leverancier en beide bedrijven werken nauw samen bij de innovatie van producten en diensten. Ook in het geactualiseerde Strategisch Kader blijft de samenwerking met Eureko een van de strategische pijlers. Rabobank grootste verzekeringsintermediair, hoge klanttevredenheid Interpolis De lokale Rabobanken vormen in Nederland de grootste intermediair van verzekeringen. Ten minste één op de vijf particuliere Rabobank-klanten heeft een Interpolis-verzekering. Bij de zakelijke klanten is dat één op de vier. In 2008 startte Interpolis een nieuwe Glashelder -campagne, getiteld Helder Moment. De focus ligt hierbij op preventie. Interpolis en de Rabobank willen samen met de klant de risico s in kaart brengen, waarna de klant een bewuste afweging kan maken van wat wel en niet moet worden verzekerd. Hiermee wordt ook voorkomen dat de klant zich dubbel verzekert. Daarnaast wil Interpolis zich onderscheiden door in geval van schade het probleem echt op te lossen in plaats van alleen de schade te vergoeden. De lokale Rabobanken en Interpolis streven naar een hoge klanttevredenheid. Voor een goede en snelle klantbediening zijn de systemen van lokale Rabobanken en Interpolis met elkaar verweven. Interpolis ontvangt een hoge waardering voor klanttevredenheid, met name door een snelle en accurate schadeafhandeling. Voor de wijze waarop zij haar klantcontact organiseert, ontving Interpolis de Customer Contact Award 2008, een initiatief van het Customer Contact Magazine. Particuliere markt Hoewel er in de markt voor schadeverzekeringen sprake was van felle concurrentie, steeg het aantal Alles in één Polissen bij lokale Rabobanken in 2008 met 2% naar tot ( ). Het percentage klanten met drie of meer rubrieken binnen deze polis nam toe van 52,6% naar 54,4%. Het aantal verkochte motorrijtuigen- en rechtsbijstandverzekeringen binnen de Alles in één Polis waren hoger dan in 2007, terwijl er minder vraag was naar de doorlopende reisverzekering. De in 2007 geïntroduceerde Partner & Kind verzekeringen lieten, als onderdeel van de Alles in één Polis een groei zien. Schadeverzekeringen worden overigens steeds vaker afgesloten via directe kanalen, zoals telefoon en internet. De behoefte van klanten aan beleggingsverzekeringen liep in 2008 terug door de discussie rondom de kostentransparantie van deze producten en door het negatieve beursklimaat. Ook als gevolg van de introductie van bankspaarproducten bij lokale Rabobanken nam de verkoop van levensverzekeringen af. Het aantal verzekerden met een ZorgActief Polis, de zorgverzekering van Interpolis, steeg met 24% naar ( ). De premiekorting voor Rabobankleden droeg hieraan bij alsmede de eind 2008 geïntroduceerde StudentenZorgverzekering, een zorgpolis tegen een scherp tarief met extra aanvullingen speciaal voor studenten. Bedrijvenmarkt De concurrentie in de verzekeringsmarkt voor ondernemers in het midden- en kleinbedrijf was ongekend fel. Toch groeide het aantal door lokale Rabobanken afgesloten Bedrijven Compact Polissen met 5% tot ( ). Als onderdeel van het Rabo OndernemersPakket krijgen startende ondernemers de eerste twee jaar korting op de belangrijkste verzekeringen van Interpolis. Hierdoor namen meer starters verzekeringsproducten af. Voor de kleine ondernemer werd in 2008 een nieuwe verzekeringsoplossing gelanceerd: Interpolis ZekerVanJeZaak. Met dit verzekeringspakket kunnen alle ondernemersrisico s snel in één keer worden afgedekt en ontvangen klanten hun polissen digitaal. Behalve via een adviesgesprek kunnen ondernemers via internet informatie inwinnen over risico s en verzekeringsproducten. Met online adviesmodules, berekeningen en scans kunnen zij snel en helder hun bedrijfsrisico s in kaart brengen. Zo geeft de RisicoScan Verzekeren voor 75 branches de meest voorkomende risico s en de maatregelen die de ondernemer kan treffen om deze af te dekken. Vooruitblik In Nederland is sprake van een volwassen verzekeringsmarkt, waardoor de groeimogelijkheden relatief beperkt zijn. In de markt voor schadeverzekeringen is sprake van grote prijsconcurrentie. De verkoop en de dienstverlening via directe kanalen, telefoon en internet, neemt naar verwachting nog sterker toe. De markt voor levensverzekeringen blijft onder druk staan vanwege de transparantiediscussie en het alternatief van banksparen. Ook de Rabobank zal in haar advisering sterker gaan focussen op bankspaarproducten en biedt bepaalde levensverzekeringsproducten niet meer aan als daar een vergelijkbaar bancair product voor bestaat. De Rabobank wil de samenwerking met Eureko op het gebied van verzekeren verder intensiveren. Om de marktpositie te behouden en mogelijk te versterken focussen de Rabobank en Interpolis vooral op het bieden van innovatieve en transparante kwaliteitsproducten. 54 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

56 Risicomanagement Vermogenspositie uitermate sterk Ruime liquiditeitspositie Voor 20 miljard euro langetermijnfunding aangetrokken Afwaarderingen van stressvolle activa bedragen 570 miljoen euro na belastingen Impact van waardeaanpassingen van indirect exposure op monoline-verzekeraars op nettowinst 653 miljoen euro negatief De kredietcrisis heeft nog eens bevestigd dat risicomanagement een kerncompetentie van bankieren is. De Rabobank Groep voert een prudent risicobeleid waaruit een gematigd risicoprofiel voortvloeit. Hierdoor heeft de Rabobank Groep zichzelf ook in de turbulente omstandigheden van 2008 goed staande kunnen houden en haar vermogensratio s op een hoog niveau gehandhaafd. Na het verkrijgen van toestemming van De Nederlandsche Bank maakt de Rabobank Groep sinds 1 januari 2008 gebruik van de meest geavanceerde methodes voor het berekenen van de vermogenseis voor krediet- en marktrisico s en operationele risico s. Organisatie risicomanagement Binnen de Rabobank Groep vindt het risicomanagement plaats op diverse niveaus. Op het hoogste niveau stelt de raad van bestuur onder toezicht van de raad van commissarissen de te volgen risicostrategie, beleidsuitgangspunten en limieten vast. Dit gebeurt op advies van de Balans en Risico Management Commissie Rabobank Groep en de Kredietbeleidscommissie Rabobank Groep. De raad van commissarissen evalueert regelmatig de risico s die verbonden zijn aan de activiteiten en de portefeuille van de Rabobank Groep. De CFO is verantwoordelijk voor de implementatie van het risicobeleid binnen de Rabobank Groep. De verantwoordelijkheid voor het risicobeleid is verdeeld over twee directoraten. Group Risk Management is verantwoordelijk voor het beleid betreffende rente-, markt-, liquiditeits- en valutarisico en operationeel risico, evenals voor het beleid inzake de kredietrisico s op portefeuilleniveau. Het directoraat Kredietrisicomanagement is verantwoordelijk voor het acceptatiebeleid van kredietrisico s op postniveau. Binnen de groepsonderdelen vindt risicomanagement plaats door onafhankelijke risicocontrolafdelingen. Principes risicomanagement De primaire doelstelling van risicomanagement van de Rabobank Groep is het beschermen van de financiële soliditeit. Door het beheersen van de risico s beperkt de Rabobank Groep de impact van potentiële ongewenste ontwikkelingen op zowel het kapitaal als het resultaat. De bereidheid risico te nemen moet in verhouding staan tot het aanwezige kapitaal. Om dit te kwantificeren is een economic- 55 Verslag raad van bestuur

57 capitalraamwerk ontwikkeld. Binnen de Rabobank Groep is ook een uitgebreid stelsel van limieten en controls geïmplementeerd om alle risico s te beheersen. Het risicomanagement is gebaseerd op de volgende principes: - Bescherming van de reputatie: voor het uitoefenen van het bankiersvak is de reputatie van wezenlijk belang. Hier moet prudent mee worden omgegaan. - Risicotransparantie: het in kaart brengen van alle risico s is van groot belang om goed inzicht te hebben in de posities van de Rabobank Groep. Om de juiste commerciële afwegingen te kunnen maken moeten de risico s zo zuiver mogelijk worden meegewogen. - Managementverantwoordelijkheid: de diverse bedrijfsonderdelen van de Rabobank Groep zijn verantwoordelijk voor zowel de resultaten als de risico s die voortvloeien uit de bedrijfsactiviteiten. Risico en rendement moeten in een evenwichtige verhouding tot elkaar staan, uiteraard binnen de risicolimieten. - Onafhankelijke risicocontrol: dit is het gestructureerde proces van identificeren, meten, monitoren en rapporteren van risico s. De risicocontrolafdelingen opereren onafhankelijk van de commerciële activiteiten om de integriteit te waarborgen. Implicaties financiële turbulentie Algemeen In het eerste halfjaar van 2008 heeft de kredietcrisis zich in volle omvang doorgezet, waarna in de tweede helft van het jaar een scherpe verslechtering volgde. Nagenoeg alle sectoren binnen de financiële markten worden hierdoor geraakt, evenals de bredere economie. Zo was 2008 het slechtste jaar ooit voor de AEX, en zijn er grote zorgen om de vooruitzichten voor de wereldwijde economieën. Nationaal en internationaal hebben overheden ingegrepen in de financiële sector door nationalisaties, kapitaalinjecties en het verlenen van allerlei garanties. De kredietcrisis heeft niet alleen zijn effect op de reële economie, de gevolgen ervan zijn ook zichtbaar in de marktprijzen van diverse financiële activa. Ook indien er geen twijfels bestaan over de kredietwaardigheid van bepaalde activa, worden prijzen sterk negatief beïnvloed door het algehele marktsentiment en doordat er op veel momenten en in veel markten nog altijd meer verkopers dan kopers zijn. Voor een deel, 12,0 miljard euro, van de financiële activa is dan ook geconstateerd dat er op dit moment geen actieve markt meer bestaat, waardoor ook de boekhoudkundige verwerking is aangepast. Omdat alle financiële activa op fair value moeten worden gewaardeerd, komt dit direct tot uitdrukking in de herwaardering van deze activa. De totale negatieve herwaardering van de voor verkoop beschikbare financiële activaportefeuille met schuldinstrumenten, die direct in het eigen vermogen is verantwoord, bedroeg per eind miljoen euro na belastingen. Binnen Rabobank International lieten de activiteiten van Global Financial Markets een verdeeld beeld zien. Bepaalde activiteiten hebben verliezen geleden, terwijl andere activiteiten een zeer succesvol jaar achter de rug hebben. Mede als gevolg van de voortdurende kredietcrisis en de daaraan gekoppelde verwachtingen zijn er in het eerste halfjaar van 2008 enkele wijzigingen doorgevoerd binnen Global Financial Markets, waarbij met name niet-klantgerelateerde activiteiten zijn teruggebracht. Ook zijn in het verslagjaar binnen de Rabobank Groep aanpassingsvoorstellen aan de orde gesteld voor de actualisering van het Strategisch Kader. Asset-Backed Commercial Paper (ABCP) conduits In het eerste kwartaal van 2008 is een tweetal Asset Backed Commercial Paper (ABCP) structuren - geldmarktbeleggingsvehikels met onderpand - afgebouwd, mede vanwege de introductie van de nieuwe Basel II-regelgeving die per 1 januari 2008 voor de Rabobank Groep van kracht is geworden. Hierdoor is het uitstaande ABCP per eind 2008 afgenomen tot 17,5 (23,0) miljard euro, voornamelijk voor het financieren van eigen leningen en vorderingen van klanten. Al sinds de introductie van IFRS zijn deze structuren opgenomen in de geconsolideerde groepsbalans en ze worden daarnaast ook meegenomen in het liquiditeitsrisicomanagement van de bank. In het vierde kwartaal is er voor een beperkt gedeelte gebruikgemaakt van de Commercial Paper Funding Facility welke door de Amerikaanse Federal Reserve in het leven is geroepen om de commercial-papermarkt te ondersteunen. 56 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

58 Type Programma Oprichting Uitstaand bedrag (in miljarden euro s) 31-dec-08 Onderliggende portefeuille Solvency management Atlantis ,8 Eigen leningen Neptune ,1 Client facilitation Erasmus ,5 Voornamelijk vorderingen Nieuw Amsterdam ,7 van klanten AAA en AA Asset Backed Securities arbitrage Tempo ,4 Totaal 17,5 Securities Reeds in het eerste kwartaal van 2008 zijn, door het opdrogen van de financieringsmogelijkheden voor Structured Investment Vehicles - buitenbalansbeleggingsvehikels - de resterende activa van de SIV Tango waarvan de Rabobank manager was, op de balans genomen. Hiermee is er een einde gekomen aan het actieve bestaan van deze SIV. Sinds de opname is de omvang van deze portefeuille door valutaeffecten en verkopen afgenomen tot 3,8 miljard euro per eind Voor het overige heeft de Rabobank geen investeringen meer in SIV s. Structured credit Een belangrijk onderdeel in het liquiditeitsrisicomanagement van de bank is het aanhouden van een ruime portefeuille met liquide en/of beleenbare beleggingen, die kunnen worden gebruikt om, indien nodig, zeer snel liquiditeiten te genereren. In de handels- en beleggingsportefeuilles van de Rabobank Groep is er een beperkte exposure op meer gestructureerde beleggingen. Dit structured-credit exposure heeft een omvang van 9 miljard euro, die voor het overgrote deel van de allerhoogste kwaliteit is en over een AAA-rating beschikt. Vanwege verdere verslechtering van de Amerikaanse huizenmarkt zijn enkele daaraan gerelateerde beleggingen, Residential Mortgage Backed Securities (RMBS en) en Collateralized Debt Obligations (CDO s), ten laste van het resultaat afgewaardeerd. Voor geheel 2008 betrof dit een bedrag van 418 miljoen euro na belasting. Uit hoofde van een verstrekte liquiditeitsfaciliteit, gedeeltelijk gedekt door subprimegerelateerde activa, is een aanvullende voorziening getroffen van 152 miljoen euro, na belasting. Structured credit exposure in miljarden euro s ultimo 2008 Niet-subprime RBMS 4,3 CDO/CLO en overige corporate exposures 2,5 Commercieel vastgoed 1,3 Overig ABS 0,9 ABS CDO 0,3 US subprime 0,2 Ratingverdeling structured credit exposure ultimo 2008 AAA 90% AA 5% A 1% Lager dan A 4% Monolineverzekeraars In een aantal gevallen zijn monolineverzekeraars de tegenpartij van credit default swaps die het kredietrisico afdekken van bepaalde beleggingen. In de meeste gevallen zijn het solvabiliteitsdoeleinden die de belangrijkste reden vormen voor het hebben van deze afdekkingen, niet de kredietkwaliteit van deze beleggingen. Door verdere verslechtering van de Amerikaanse hypotheekmarkt is ook de kredietwaardigheid van deze monolineverzekeraars in 2008 verder verslechterd, wat ook tot uitdrukking is gekomen in het verlagen van de ratings van deze instellingen. Er ontstaat tegenpartijrisico op deze monolineverzekeraars doordat de waarde van credit default swaps met deze tegenpartijen toeneemt omdat de fair value van de onderliggende beleggingen daalt, of doordat andere verzekerde beleggingen tot een betalingsclaim bij deze verzekeraars kunnen leiden. In onderstaande tabel wordt hiervan een overzicht gegeven. In het eerste halfjaar is reeds een waardeaanpassing van 245 miljoen euro na belasting gedaan. In het tweede halfjaar is een aanvullende waardeaanpassing van 148 miljoen euro gedaan, die door de winst-en-verliesrekening wordt geleid. Daarnaast is nog een generieke voorziening van 260 miljoen euro na belastingen getroffen. Hierdoor resteert per eind 2008 een tegenpartijrisico van miljoen euro. 57 Verslag raad van bestuur

59 Nominaal Tegenpartijrisico voor Waardeaanpassing ten Tegenpartijrisico na bedrag waardeaanpassing laste van het resultaat waardeaanpassing In miljoenen euro s Rating monoline-verzekeraar 31-dec dec-08 (vóór belasting) dec-08 US RMBS gerelateerd AAA / AA A en lager Niet US RMBS gerelateerd AAA / AA A en lager Totaal Generieke waarde aanpassing Totale waarde aanpassing Na belasting 653 Op basis van de posities per eind 2008, zoals weergegeven in bovenstaande tabel, zou een verdere downgrade tot CCC van de monoline-verzekeraars met een huidige A rating en lager een impact hebben van 355 miljoen euro na belasting, het in default raken van de monoline-verzekeraars met een CCC-rating zou een impact hebben van 64 miljoen euro na belasting. Deze potentiële impact wordt grotendeels opgevangen door de reeds getroffen generieke voorziening. Voor de genoemde exposures geldt dat er pas een werkelijke exposure op een monolineverzekeraar ontstaat als de beleggingen ook daadwerkelijk in default raken en er aanspraak moet worden gemaakt op de verzekering afgegeven door de monolineverzekeraar. Daadwerkelijke verliezen ontstaan pas als zowel de belegging als de betreffende monolineverzekeraar in default raakt. Leveraged finance De leveraged finance-portefeuille binnen Rabobank International had per eind 2008 een omvang van 3,4 (3,2) miljard euro. Dit betreft een gediversifieerde portefeuille, bestaande uit een groot aantal kleinere posities in met name Nederlandse en andere West-Europese ondernemingen. De primaire focus van de leveraged-financeactiviteiten is gericht op Rabobank-klanten en de food & agrisector. Kredietrisico Kredietbeleid Kredietrisico is het risico dat een tegenpartij niet in staat is om een financiële of een andere contractuele verplichting na te komen. De Rabobank Groep beschikt over een robuust raamwerk van beleid en processen om kredietrisico s te meten, te managen en te mitigeren. De Rabobank Groep hanteert een prudent kredietacceptatiebeleid. Daardoor heeft de kredietportefeuille een relatief laag risicoprofiel. Over de grotere aanvragen voor kredieten wordt in commissieverband besloten. Daarbij is een structuur aangebracht van commissies op diverse niveaus, waarbij de hoogte van de financiering bepalend is voor de vraag welke commissie bevoegd is. Over de grootste financieringsaanvragen besluit de raad van bestuur zelf. Een belangrijk uitgangspunt in het acceptatiebeleid voor zakelijke kredieten is het ken uw klant - principe. Dit houdt in dat alleen kredieten worden verstrekt aan bedrijfscliënten waarvan de Rabobank Groep het management kent en dit integer en deskundig acht. Daarnaast is de Rabobank Groep uitstekend op de hoogte van de ontwikkelingen in de bedrijfstak van de klant en in staat de financiële prestaties van de klant goed te beoordelen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen betekent ook maatschappelijk verantwoord financieren. Daarom zijn MVO-richtlijnen van toepassing op het kredietproces. De Rabobank Groep heeft drie Krediet Beleids Commissies (KBC s): de KBC Rabobank Groep en de KBC s Wholesale en Retail. De KBC Rabobank Groep stelt het kredietrisicobeleid op groepsniveau vast. Binnen dit kader werken de groepsonderdelen het eigen kredietbeleid uit en stellen dit vervolgens zelf vast. De KBC Retail doet dit voor het binnenlands retailbankbedrijf en de KBC Wholesale voor het wholesalebankbedrijf en het internationaal retailbankbedrijf. De CFO is voorzitter van de KBC Rabobank Groep, waarin de raad van bestuur met drie leden vertegenwoordigd is. Ook het voorzitterschap van de KBC Wholesale en de KBC Retail berust bij de CFO. 58 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

60 Kredietrisico en Basel II EAD (Exposure at Default), PD (Probability of Default) en LGD (Loss Given Default) zijn belangrijke Basel IIparameters die inmiddels in het kader van kredietrisico intensief worden gebruikt. Mede op basis daarvan worden het economic capital en de Risk Adjusted Return On Capital (RAROC) bepaald. Een belangrijk voordeel van het gebruik van het economic capital is een gestroomlijnd en efficiënt goedkeuringsproces. Kredietbeoordelaars en kredietcommissies worden door het gebruik van de Basel II-parameters en RAROC nog beter in staat gesteld om afgewogen kredietbesluiten te nemen. Ieder bedrijfsonderdeel binnen de Rabobank Groep heeft een doelstelling voor de RAROC vastgesteld op klantniveau waaraan elke aanvraag wordt getoetst. Dat is naast de kredietkwaliteit een belangrijke factor bij het nemen van besluiten over specifieke kredietaanvragen. De EAD wordt gedefinieerd als de verwachte exposure van de bank op de klant op het moment dat een tegenpartij in gebreke zou blijven. Per eind 2008 bedraagt de EAD van de kredietportefeuille van de Rabobank Groep 515 (465) miljard euro. De EAD is inclusief toekomstige benutting van kredietruimte. De Rabobank Groep hanteert in het goedkeuringsproces de Rabobank Risk Rating waarmee de faalkans ofwel PD van een kredietrelatie binnen een termijn van één jaar wordt weergegeven. De kredietrelaties zijn ingedeeld in 25 ratingklassen, waarvan vier defaultratings. Deze categorieën worden gehanteerd als de klant in gebreke blijft, variërend van 90 dagen achterstallige betaling tot faillissement. De gemiddelde met de uitzettingen gewogen PD van de private kredietportefeuille van de Rabobank Groep is per eind ,46% (1,55%). Van de totale kredietportefeuille van de Rabobank Groep is de gewogen gemiddelde PD 1,30% (1,39%). Deze lagere PD is niet alleen het gevolg van een gewijzigde faalkans van de debiteuren, maar ook van beleidswijzigingen en de implementatie van nieuwe modellen. Een kanttekening hierbij is dat de PD alleen weergeeft in hoeverre cliënten naar verwachting aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Het zegt niets over het mogelijke verlies, omdat de Rabobank Groep veelal heeft gezorgd voor een aanvullende dekking. Dit vindt zijn weerslag in de LGD waarin ook de herstructureringsperspectieven zijn meegenomen. De LGD kan worden gedefinieerd als de beste schatting van het verlies als de debiteur in gebreke blijft, en wordt uitgedrukt in een percentage van de EAD. Per eind 2008 was het LGD-percentage van de totale portefeuille van de Rabobank Groep 21,6% (21,4%). Voorzieningen voor kredietverliezen 31-dec-08 Onvolwaardige kredieten 31-dec-07 Onvolwaardige kredieten In miljoenen euro s Voorziening Voorziening Binnenlands retailbankbedrijf Wholesalebankbedrijf en inter nationaal retailbankbedrijf Leasing Overige Rabobank Groep Nadat een krediet is verstrekt, vindt doorlopend kredietbeheer plaats waarbij nieuwe informatie, zowel financiële als niet-financiële, wordt beoordeeld. Nagegaan wordt of de cliënt de gemaakte afspraken nakomt en of dit naar verwachting ook in de toekomst het geval zal zijn. Als dit niet het geval is, wordt het kredietbeheer geïntensiveerd. De frequentie van monitoring wordt verhoogd en kredietcondities worden scherper bewaakt. In het geval van grotere en meer complexe financieringen waarbij de bedrijfscontinuïteit in het geding is, vindt veelal begeleiding plaats vanuit een speciale afdeling binnen de Rabobank Groep. Als het waarschijnlijk is dat de debiteur niet in staat is om in overeenstemming met de contractuele voorwaarden alle verschuldigde bedragen aan de Rabobank Groep te voldoen, is er sprake van een zogeheten impairment en wordt een voorziening getroffen ten laste van het resultaat. De voorziening voor kredietverliezen bestaat uit drie componenten: - De specifieke voorziening die op individuele basis wordt vastgesteld voor onvolwaardige zakelijke kredieten die qua omvang significant zijn. De omvang van deze voorziening is gelijk aan de exposure op de cliënt verminderd met de contante waarde van de toekomstige te ontvangen kasstromen. - De collectieve voorziening wordt vastgesteld voor onvolwaardige kredieten die individueel qua omvang niet significant zijn, met name op particuliere en kleinzakelijke vorderingen. Hierbij wordt de voorziening vastgesteld op portefeuilleniveau met behulp van Basel II-parameters. 59 Verslag raad van bestuur

61 - Tenslotte is er de algemene voorziening voor kredieten die per balansdatum de facto wel impaired, maar nog niet als zodanig geïdentificeerd zijn (IBNR: Incurred But Not Reported). Ook hier worden Basel II-parameters gebruikt voor het vaststellen van de voorziening. De kredieten waarvoor een voorziening is getroffen worden aangemerkt als onvolwaardige kredieten en bedroegen per eind (3.470) miljoen euro. De voorziening voor kredietverliezen bedraagt per eind (2.355) miljoen euro wat neerkomt op een dekking van 50% (68%). Kanttekening hierbij is dat de Rabobank Groep voorzieningen treft in een vroegtijdig stadium. Daarbij wordt uitgegaan van het one obligor -principe, wat inhoudt dat de exposure op alle met de debiteur verbonden tegenpartijen wordt meegenomen. Voorts wordt de volledige exposure op de cliënt als onvolwaardig aangemerkt, ook als voor een deel daarvan toereikende dekking aanwezig is in de vorm van zeker heden. De onvolwaardige kredieten uitgedrukt in procenten van de private kredietverlening lagen per eind 2008 op 1,6% (1,0%). Landenrisico Risico op niet OESO-landen (in miljoenen euro s) 31-dec-08 In Latijns In Azië/ In % van het Regio s In Europa In Afrika Amerika Pacific Totaal balanstotaal Economisch landenrisico (exclusief derivaten)¹³ ,1% Risicoverlagende componenten: - uitzettingen in lokale valuta door derden gedragen landenrisico aftrek voor verlaagde weging van transacties met lager risico Netto landenrisico vóór voorzieningen ,2% In % van de totale voorziening Totaal voorzieningen voor economisch landenrisico ,9% Bij landenrisico wordt een onderscheid gemaakt tussen transferrisico en collectief debiteurenrisico. Transferrisico betreft de mogelijkheid dat een buitenlandse overheid beperkingen oplegt aan de overmaking van gelden door debiteuren in het betreffende land aan crediteuren in het buitenland. Collectief debiteurenrisico is het risico dat een groot aantal debiteuren in een land niet aan de verplichtingen kan voldoen als gevolg van dezelfde oorzaak in verband met oorlog, politieke en sociale onrust, natuurrampen, maar ook als sprake is van overheidsbeleid dat er niet in slaagt macroeconomische en financiële stabiliteit te realiseren. De Rabobank Groep hanteert een landenlimietensysteem ter beheersing van het transferrisico en het collectief debiteurenrisico. Relevante landen krijgen na zorgvuldig onderzoek een interne landenrisicorating, waarna transferlimieten en algemene limieten worden vastgesteld. De transferlimieten zijn ingesteld op het zogenoemde nettotransferrisico dat gelijk is aan de totale uitzettingen verminderd met de uitzettingen in lokale valuta, de verkregen garanties en andere dekkingen voor het transferrisico en een aftrek voor verlaagde weging van bepaalde producten. De limieten zijn toegewezen aan de kantoren, die vervolgens zelf verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse bewaking van de uitzettingen en daarover rapporteren aan Group Risk Management. Op het niveau van de Rabobank Groep wordt per kwartaal het uitstaande landenrisico, inclusief additioneel kapitaalbeslag en landenrisicovoorziening, gerapporteerd aan de Balans- en Risico Management Commissie en aan de Landenlimietencommissie. Berekening van het additionele kapitaalbeslag en de landenrisicovoorziening vindt plaats op grond van interne richtlijnen en heeft betrekking op landen waar sprake is van een verhoogd transferrisico. Eind 2008 bedroeg het netto transferrisico vóór voorzieningen op niet-oeso-landen 1,2% (1,2%) van het balanstotaal. 13) Totaal activa, vermeerderd met gestelde garanties, borgtochten en onbenutte kredietfaciliteiten. 60 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

62 Renterisico Renterisico houdt in dat het financiële resultaat en/of de economische waarde van de bank, gegeven de balanssamenstelling van de bank, kan dalen door ongunstige ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. Het renterisico van de Rabobank Groep vloeit voornamelijk voort uit het verschil in de looptijden van uitzettingen en aangetrokken middelen. Bij renteschommelingen zal het tarief van bepaalde passiva, bijvoorbeeld spaarmiddelen, direct kunnen worden aangepast. Veel activa, zoals hypotheken, hebben daarentegen een langere rentevastperiode, waardoor het tarief pas op de eerstvolgende renteherzieningsdatum kan worden aangepast. Daarnaast heeft ook klantgedrag invloed op de renterisicopositie. Zo kunnen leningen vervroegd worden afgelost en kan spaargeld eerder dan verwacht worden opgenomen. De renterisicopositie wordt met behulp van afdektransacties bijgestuurd. De mate waarin en het moment waarop wordt overgegaan tot afdekking zijn onder meer afhankelijk van de rentevisie en de verwachte balansontwikkeling. Bij het beheer, de sturing en de limitering van het renterisico gebruikt de Rabobank Groep drie indicatoren. Dit zijn de basispuntgevoeligheid (BPV), de Equity at Risk (EatR) en de Income at Risk (IatR). Deze indicatoren geven het potentiële verlies als gevolg van renteveranderingen aan. De BPV is het absolute verlies aan marktwaarde van het eigen vermogen bij een parallelle stijging van de gehele rentecurve met 1 basispunt. De BPV is in 2008 niet hoger geweest dan 25 miljoen euro. De EatR geeft aan met welk percentage de marktwaarde van het eigen vermogen zal dalen wanneer de rentecurve met 1 procentpunt (parallel) stijgt. De EatR is in het verslagjaar niet hoger geweest dan 8%. De IatR is, met een bepaalde betrouwbaarheid, het maximale verlies aan rentewinst als gevolg van een sterke stijging of daling van de geld- en kapitaalmarktrente in de eerstkomende twaalf maanden. De IatR is in 2008 niet hoger geweest dan 150 miljoen euro. De maximale waarden van deze indicatoren zijn gedurende het verslagjaar ruimschoots binnen de gestelde normen gebleven. Tevens wordt er economic capital berekend en aangehouden voor renterisico s. Maandelijks voert de Rabobank Groep aanvullende scenarioanalyses uit, waarbij onder meer een inschatting wordt gemaakt van de impact van veranderingen in het klantgedrag of in de economische omgeving. Liquiditeitsrisico en funding Liquiditeitsrisicobeleid gebaseerd op drie pijlers Onder liquiditeitsrisico wordt verstaan het risico dat de bank niet tijdig aan alle (terug)betalingsverplichtingen kan voldoen, maar ook het risico dat de bank de groei van de activa op enig moment niet, of niet tegen een redelijke prijs, kan financieren. Dit kan ontstaan als klanten of professionele partijen plotseling meer geld opvragen dan verwacht, terwijl de bank niet genoeg geld in kas heeft en ook het verkopen of belenen van activa of het lenen van geld van derden geen uitkomst biedt. Sinds de start van de kredietcrisis in de zomer van 2007 is liquiditeitsrisico nadrukkelijk aanwezig geweest in de financiële markten en is het een van de grootste risico s voor banken. Door gebrek aan vertrouwen konden markten niet goed meer functioneren. Banken vielen om en centrale banken en overheden moesten ingrijpen en soms overgaan tot nationalisering om verdere problemen te voorkomen. Het behoud van vertrouwen van zowel de professionele marktpartijen als de particulieren klanten is cruciaal gebleken. De Rabobank Groep heeft liquiditeitsrisico altijd onderkend als een belangrijk risicotype. Het beleid is dan ook dat de looptijd van de funding is afgestemd op de looptijd van de verstrekkingen. Langlopende kredietverlening wordt gefinancierd met stabiele retailfunding, toevertrouwde middelen van klanten en met langetermijnfunding van de professionele markten. De drie pijlers die de Rabobank Groep hanteert voor het beheersen van dit risico hebben in 2008 hun nut bewezen. De turbulentie op de financiële markten heeft op geen enkel moment geleid tot liquiditeitsproblemen voor de Rabobank Groep. De eerste pijler stelt strikte limieten aan de maximale uitgaande kasstromen binnen het wholesalebankbedrijf. Hierdoor wordt een te grote afhankelijkheid van de professionele markt voorkomen. Onder meer wordt er dagelijks gemeten en gerapporteerd welke inkomende en uitgaande kasstromen de eerste dertig dagen te verwachten zijn. Voor deze uitgaande kasstromen zijn ook, per valuta en per locatie, limieten bepaald. Om voorbereid te zijn op mogelijke crisissituaties zijn gedetailleerde noodplannen opgesteld. Via de tweede pijler wordt een omvangrijke buffer van liquide activa aangehouden. Als het nodig is, kunnen met deze activa onmiddellijk liquiditeiten worden gegenereerd door belening bij centrale banken, gebruik in repotransacties of directe verkoop in de markt. In 2008 hebben verschillende 61 Verslag raad van bestuur

63 centrale banken de criteria voor het te accepteren onderpand verruimd. De afgelopen jaren heeft de Rabobank Groep een gedeelte van de leningenportefeuille (intern) gesecuritiseerd, waardoor deze beleenbaar is bij de centrale bank en dus functioneert als extra liquiditeitsbuffer. Omdat dit interne securitisaties betreft, alleen voor liquiditeitsdoeleinden, hebben ze geen invloed op de bedrijfseconomische balans, maar tellen ze wel mee in de aanwezige liquiditeitsbuffer. Als derde pijler wordt het liquiditeitsrisico beperkt door een prudent fundingbeleid, gericht op het tegen aanvaardbare kosten voorzien in de financieringsbehoefte van de groepsonderdelen. Hierbij spelen de diversificatie van financieringsbronnen en valuta s, de flexibiliteit van de gebruikte fundinginstrumenten en een actieve investor-relationsfunctie een belangrijke rol. Hierdoor wordt voorkomen dat de Rabobank Groep te veel afhankelijk is van één bepaalde financieringsbron. Beheersing liquiditeitsrisico Er zijn verschillende methoden ontwikkeld om het liquiditeitsrisico te meten en te beheersen. Zo wordt onder meer gebruikgemaakt van de kernactiva/kernpassiva-methode. Het startpunt van deze analyse is de liquiditeitstypische vervalkalender van alle activa en passiva. Vervolgens wordt berekend welke activa, niet-benutte faciliteiten en passiva waarschijnlijk nog op de balans staan of komen te staan na veronderstelde en nauwkeurig gedefinieerde stressscenario s. Hierbij worden verschillende periodes gehanteerd. De resterende activa en passiva worden gedefinieerd als respectievelijk de kernactiva en de kernpassiva en de onderlinge verhouding als de liquiditeitsratio. Gegeven de gekozen uiterst conservatieve wegingen wordt een ratio onder de 1,2 afdoende geacht. Ook in 2008 was dit voor de gehanteerde scenario s het geval. Ook de toezichthouder geeft uitgebreide richtlijnen voor het meten en rapporteren van de liquiditeitspositie door de Rabobank Groep. Ook naar deze richtlijnen blijkt de liquiditeitspositie alleszins ruim. De aanwezige liquiditeiten overschreden de eis gemiddeld met 20%. Rating en funding De Rabobank Groep heeft al jaren de hoogste rating van vooraanstaande ratinginstituten, zoals Moody s en Standard & Poor s, die eind 2008 weer is herbevestigd. Dankzij deze toprating heeft de Rabobank Groep, ook onder moeilijke omstandigheden, toegang tot de Langetermijnfunding naar valuta in 2008 geld- en kapitaalmarkt. In 2008 werd voor 20 miljard euro aan langetermijnfunding aangetrokken op de Amerikaanse dollar 37% internationale financiële markten. De behoefte aan Euro 35% langetermijnfunding uit de kapitaalmarkt werd Japanse yen 8% beperkt door de grote instroom van spaargelden Australische dollar 6% in het retailbankbedrijf. De dynamiek op de Zwitserse frank 4% financiële markten heeft ook gezorgd voor een Britse pond 3% forse instroom van kortetermijnmiddelen van Overig 7% grotere en meer professionele tegenpartijen, waarbij de triple A-rating van de Rabobank Groep een belangrijke rol vervult. Het aantrekken van langetermijnfunding binnen de Rabobank Groep is gecentraliseerd, maar een intern transfer-pricingsysteem zorgt ervoor dat alle gebruikers van langetermijnfunding ook de kosten hiervan dragen. Informeren van beleggers en kapitaalverschaffers De Rabobank hecht aan goede en transparante communicatie met institutionele beleggers en andere geld- en kapitaalverschaffers. De afdeling Investor Relations informeert beleggers en kapitaalverschaffers via een speciaal voor deze doelgroep ingerichte website en via een elektronische nieuwsbrief over de ontwikkelingen bij de Rabobank Groep. Deze afdeling staat tevens opgesteld om alle door beleggers gevraagde relevante informatie te verstrekken en toe te lichten. Daarnaast worden institutionele beleggers en andere geld- en kapitaalverschaffers via presentaties geïnformeerd over de financiële gang van zaken bij de Rabobank Groep. Sinds het uitbreken van de kredietcrisis zijn de inspanningen op dit gebied vergroot, omdat beleggers meer dan ooit overtuigd willen zijn van het lage risicoprofiel van de Rabobank. Marktrisico Het marktrisico betreft de waardeveranderingen van de handelsportefeuille als gevolg van prijswijzigingen in de markt. De waardemutaties hebben onder andere betrekking op rentes, aandelen, creditspreads, valuta s en sommige goederen. Dit risico wordt binnen de Rabobank Groep met name gelopen binnen 62 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

64 Rabobank International en Robeco. Deze groepsonderdelen hebben dan ook een specifieke afdeling die het marktrisico dagelijks berekent en erover rapporteert. Voor de beheersing van dit risico is een passend limietenstelsel ontwikkeld. Op geconsolideerd niveau wordt het risico weergegeven door de zogenaamde Value at Risk. Op basis van één jaar historische marktontwikkelingen geeft deze maatstaf aan wat het maximale verlies is bij een gegeven betrouwbaarheidsniveau onder normale marktomstandigheden. Om daarnaast de risico s onder niet-normale marktomstandigheden mee te wegen, worden ook de gevolgen van bepaalde extreme gebeurtenissen - event risks - berekend. Hierbij vindt analyse plaats van zowel historische scenario s, bijvoorbeeld de crash van de aandelenmarkten in 1987, als hypothetische scenario s, bijvoorbeeld de veronderstelling dat alle rentes sterk dalen. Ook wordt gebruikgemaakt van gevoeligheidsanalyses. Voor deze event risks zijn limieten vastgesteld die bij overschrijding leiden tot ingrijpen door het management. De Value at Risk bewoog zich in 2008 tussen 31 miljoen euro en 58 miljoen euro, met een gemiddelde van 39 miljoen euro. Dit betekent dat onder normale omstandigheden met een betrouwbaarheid van 97,5% het verwachte verlies op één dag maximaal 58 miljoen euro bedroeg. Door de wijze van berekenen is de hoogte van de Value at Risk het gevolg zowel van historische marktontwikkelingen als van de ingenomen posities. Hoewel er sprake was van gereduceerde posities, hebben de extreme omstandigheden op de financiële markten in de tweede helft van 2008 wel gezorgd voor een forse stijging van de Value at Risk. Value at Risk 70 in miljoenen euro s in jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec De Value at Risk kan worden onderverdeeld in een aantal componenten, waarvan veranderingen in creditspreads en rente de belangrijkste zijn. Met name de posities die gevoelig zijn voor veranderingen van de creditspreads hebben sinds het begin van de kredietcrisis negatieve waardeontwikkelingen laten zien. Het elkaar deels opheffen van tegengestelde posities van verschillende boeken leidt wel tot een diversificatievoordeel en een reductie van het totale risico. Per eind 2008 kwam de geconsolideerde Value at Risk uit op 45,1 miljoen euro. Opsplitsing Value at Risk (in miljoenen euro s) 31-dec-08 Creditspread 33,8 Valuta 0,6 Aandelen 1,9 Rente 27,8 Diversificatie -19,0 Totaal 45,1 Operationeel risico Operationeel risico is een risicocategorie die in elke organisatie een rol speelt. De afgelopen jaren is meer en meer duidelijk geworden dat operationele risico s tot grote schades kunnen leiden, zoals de Société Génerale-case en de Madoff-case in 2008 hebben laten zien. De Rabobank Groep heeft ervoor gekozen om operationeel risicomanagement groepsbreed aan te sturen vanuit Group Risk Management. Dit onderdeel bepaalt het beleid en de kaders voor alle entiteiten binnen de groep. De verantwoordelijkheid voor het managen van de specifieke operationele risico s is belegd bij het senior management van de afzonderlijke groepsonderdelen, aangezien de risico s sterk verschillen per onderdeel en de beheersing van risico s zo dicht mogelijk bij de bron dient plaats te vinden. Group Risk Management ziet er vervolgens op toe dat de kaders worden gevolgd en dat de risico s en de wijze van beheersing groepsbreed inzichtelijk zijn. 63 Verslag raad van bestuur

65 Ten aanzien van het solvabiliteitsbeslag voor operationele risico s maakt de Rabobank gebruik van een model dat voldoet aan de eisen van de Advanced Measurement Approach en dat is goedgekeurd door De Nederlandsche Bank. In dit model wordt rekening gehouden met gerealiseerde verliezen en met de mogelijke gevolgen van bepaalde scenario s. De Rabobank Groep hanteert hierbij een conservatieve benadering. Verder wordt in de berekening van het solvabiliteitsbeslag rekening gehouden met de kwaliteit van risicobeheersing. Valutarisico Valutarisico is het risico dat valutakoersveranderingen negatief inwerken op het resultaat of de waarde van het vermogen. Bij het beheersen van het valutarisico wordt onderscheid gemaakt tussen posities in de handelsboeken en die in de bankenboeken. In de handelsboeken is valutarisico een onderdeel van het marktrisico en wordt dit risico net als andere marktrisico s beheerst op basis van Value at Risklimieten. In de bankenboeken is alleen sprake van translatierisico voor de niet-euro netto-investeringen in buitenlandse eenheden en voor de niet in euro genoteerde hybride vermogensinstrumenten. Voor het bewaken en beheersen van het translatierisico hanteert de Rabobank Groep een tweesporenbeleid gericht op bescherming van de vermogenspositie. Met de hedgestrategie wordt enerzijds voorzien in het afdekken van de niet-euro netto-investeringen in buitenlandse eenheden en anderzijds in het zoveel mogelijk beschermen van de vermogensratio s voor effecten van valutakoersbewegingen. Dat laatste vindt plaats via de niet tot de reserves gerekende componenten van het toetsingsvermogen, met name de tot het tier 1-vermogen gerekende Trust Preferred Securities. Deze zijn enkele jaren terug uitgegeven in meerdere vreemde valuta s, zodanig dat de valutasamenstelling van het toetsingsvermogen overeenkwam met de risicogewogen activa. Door de Trust Preferred Securities uit te geven in Amerikaanse dollars (3.250 miljoen), Australische dollars (500 miljoen) en Britse ponden (350 miljoen) werd een natuurlijke hedge gerealiseerd. 64 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

66 Verantwoord bankieren voor een duurzame toekomst Een van de uitgangspunten van het Strategisch Kader van de Rabobank Groep is een hoogwaardig beleid op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. In 2008 zijn het beleid en de activiteiten op het gebied van MVO verder ontwikkeld. Zo zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid en verduurzaming beter geïntegreerd in de financiële dienstverlening. Voor de MVO-activiteiten zijn vier kernthema s gedefinieerd met concrete prestatie-indicatoren. Het maken van bewuste keuzes op MVO-gebied, het opstellen van thema s en alles wat daarmee samenhangt zorgen voor een verdere versterking van de stabiliteit en het coöperatieve profiel van de Rabobank. Hoogwaardig MVO-beleid is strategische keuze Voor de Rabobank is het voeren van hoogwaardig MVO-beleid een expliciete strategische keuze. Het streven is een mondiale topdriepositie onder de duurzame banken. Het beleid krijgt invulling aan de hand van vier kernthema s gericht op verdergaande integratie van MVO in de dagelijkse financiële dienstverlening. De Rabobank gaat proactief om met onderwerpen die van invloed zijn op de MVOprestaties. Over kwesties die de bank raken of waarop de bank invloed kan uitoefenen, wordt op onderscheidende wijze de dialoog met stakeholders gezocht. Focus op vier MVO-kernthema s Om de strategische keuze voor een hoogwaardig MVO-beleid verder uit te werken, heeft de Rabobank Groep in 2008 vier kernthema s vastgesteld: verduurzaming van food & agri, stimulering van nieuwe productiemethoden en gebruik van duurzame energie, bevordering van economische participatie en diversiteit en bevordering van sociale cohesie en solidariteit. Deze thema s vloeien logisch voort uit de maatschappelijke worteling van de Rabobank en sluiten aan bij de kernwaarden integriteit, respect, professionaliteit en duurzaamheid, die mede ten grondslag liggen aan de Gedrags code Rabobank Groep. Ook zijn de thema s gerelateerd aan belangrijke maatschappelijke trends en marktontwikkelingen. Zo onderkent de Rabobank de volgende trends, mede op basis van gesprekken met stakeholders: grondstoffenschaarste, klimaatverandering, voedselzekerheid, stijgende welvaart, vergrijzing en verstedelijking en de toenemende druk van belangengroepen. Marktontwikkelingen die het MVObeleid raken zijn vertrouwen in de financiële sector, toezicht, transparantie van diensten, zorgplicht, de 24-uurseconomie en autonome, mondige en kritische klanten. Verduurzamen van food & agriketens De Rabobank Groep streeft naar verduurzaming van food & agriketens door het toepassen van vijf Food & Agribusiness Principles: voldoende en veilige voedselproductie, verantwoord omgaan met natuurlijke hulpbronnen, een verantwoordelijke maatschappij om welzijn te bevorderen, verantwoord omgaan met dieren en bewustwording bij consumenten en burgers. Stimuleren van nieuwe productiemethoden en gebruik duurzame energie De Rabobank Groep streeft naar innovatie van productiemethoden en het ontwikkelen en gebruiken van duurzame energie. Daardoor wordt een lager voorschot genomen op de natuurlijke hulpbronnen van toekomstige generaties. Als verantwoord ondernemer wil de Rabobank Groep dat ook de eigen bedrijfsprocessen hieraan voldoen. Alle kernactiviteiten dienen in het teken te staan van dit thema, dat tevens het innovatieve hart vormt van de financiële dienstverlening aan klanten. Voorbeelden liggen op het gebied van cleantech, duurzaam bouwen, duurzame mobiliteit en maatschappelijk verantwoord beleggen en vermogensbeheer. 65 Verslag raad van bestuur

67 Bevorderen van economische participatie en diversiteit De Rabobank Groep wil gelijke kansen voor en economische participatie van iedereen bevorderen. Dit kernthema komt voort uit de coöperatieve wortels van de Rabobank. Participatie en diversiteit worden bijvoorbeeld bevorderd door het ontwikkelen van financiële diensten voor specifieke doelgroepen zoals jongeren, ouderen of mensen met een beperking. Bevorderen van sociale cohesie en solidariteit De Rabobank Groep streeft naar het bevorderen van goed leven en goede zaken. De lokale Rabobanken keren jaarlijks coöperatief dividend uit aan maatschappelijke groepen en projecten. Ook is de Rabobank actief met maatschappelijke fondsen als de Rabobank Foundation en het Share4Moremedewerkersfonds. Rabobank Development ontwikkelt internationaal commerciële bancaire activiteiten in regio s waar weinig banken zijn. Medewerkers worden aangemoedigd hun kennis en kunde in te zetten voor vrijwilligerswerk, voor Rabo Development of de Rabobank Foundation. Daarnaast wordt community investment door de afzonderlijke groepsonderdelen gestimuleerd. Integratie in de financiële dienstverlening Het integreren van MVO in de financiële dienstverlening van alledag is de andere pijler onder het hoogwaardig MVO-beleid van de Rabobank. Er is hier sprake van een verder toegenomen commitment dat blijkt uit verschillende ontwikkelingen bij de diverse groepsonderdelen. De Rabo Vastgoedgroep formuleerde een MVO-statuut waarbinnen de divisies het MVO-beleid verder vormgeven. Obvion verankerde MVO expliciet in de kernwaarden en een nieuw missiestatement. In lijn met de Principles for Responsible Investment van de Verenigde Naties, nam Robeco een conceptambitiestatement aan dat toeziet op de verdere integratie van MVO-principes in het beleggingsproces. De uitwerking vormt het belangrijkste onderdeel van de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2009 en Ook Sarasin en Schretlen & Co besteden meer aandacht aan MVO-ambities in hun doelen voor de komende jaren. De Lage Landen versterkte de MVO-managementstructuur. Sturen op kernprestatie-indicatoren De Rabobank Groep heeft in 2008 per kernthema een of meerdere kernprestatie-indicatoren vastgesteld. Hiermee wordt niet allen richting gegeven aan de voortgang op de thema s, maar kunnen ook de integratie in de kernprocessen en het resultaat van de MVO-inspanningen worden gemeten. De indicatoren omvatten slechts een deel van het brede MVO-terrein en geven aan dat de Rabobank Groep focust op zaken die ertoe doen. Deze prestatie-indicatoren worden in 2009 verder uitgewerkt en van doelstellingen voorzien, waarop met ingang van 2010 gestuurd gaat worden. Belangrijke MVO-resultaten in 2008 In het verslagjaar zijn enkele belangrijke resultaten geboekt met de verdere verankering van MVO in de kernprocessen. Verduurzaming ketens via Food & Agribusiness Principles In 2008 werd het initiatief genomen tot het opstellen van Food & Agribusiness Principles die aangeven hoe de Rabobank Groep zakendoet in de internationale food & agrimarkt. Het betreft voldoende en veilige voedselproductie, verantwoord omgaan met natuurlijke hulpbronnen, een verantwoordelijke maatschappij om welzijn te bevorderen, verantwoord omgaan met dieren, en bewustwording bij consumenten en burgers. De principes komen voort uit de grote betrokkenheid van de Rabobank bij klanten in de landbouw, tuinbouw en veehouderij. In het verslagjaar ontstond wereldwijd behoefte aan een snellere verduurzaming van food & agriketens, omdat de grondstofprijzen naar een hoogtepunt werden gedreven door de consumptiegroei en de vraag naar biobrandstoffen. Verduurzaming productieketens door verantwoorde kredietverlening De Rabobank heeft voor diverse MVO-gevoelige sectoren beleid opgesteld om maatschappelijk verantwoord om te gaan met de mogelijke consequenties van kredietverlening. Dit sectorbeleid wordt verder intern afgestemd, waarna een externe consultatieronde plaatsvindt met verschillende stakeholders, waaronder klanten, NGO s en wetenschappers. 66 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

68 Verduurzaming food & agriketens - Besluitvorming door de Krediet Beleids Commissie Rabobank Groep over food & agrisectorbeleid. - Toepassing van food & agrisectorbeleid in vermogensbeheer. Vernieuwing productiemethoden en duurzame energie - De omvang van duurzame kredieten in miljarden euro s en als percentage van de totale kredietverlening. - De omvang van duurzaam vermogensbeheer in miljarden euro s, en als percentage van het totale vermogensbeheer. - CO₂-footprint in ton CO₂ per fte. Bevorderen economische participatie en diversiteit - Miljoenen euro s microfinancieringen in het buitenland (portefeuille Rabobank Foundation en Rabo Development) en als % van het totaal aan financieringen in het buitenland. - Miljarden euro s microfinancieringen voor starters in mkb en op de huizenmarkt, alsmede garantieregelingen voor ondernemers in Nederland, tevens als % van het totaal aan financieringen in het binnenland. Bevorderen sociale cohesie en solidariteit - Aantal medewerkers betrokken bij en aantal uren besteed aan vrijwilligerswerk en aan de werkzaamheden in het kader van zowel de Rabobank Foundation als Rabobank Development. - Miljoenen euro s coöperatief dividend en donaties door heel de Rabobank Groep. Resultaat - Score mondiale MVO-rating. Stakeholderdialoog voor duurzame productie In 2008 nam Rabobank actief deel aan sectorbreed internationaal overleg, zoals de Round Table on Responsible Soy, de Round Table on Sustainable Palmoil, het Better Cotton Initiative, het Better Sugar Initiative en de Round Table on Sustainable Biofuels. Op initiatief van zowel de Rabobank als van stakeholders zijn daarnaast gesprekken georganiseerd met de belangrijkste betrokken partijen rondom diverse MVO-issues. Zo werd bijvoorbeeld over het nieuwe palmoliebeleid van gedachten gewisseld met internationale wetenschappers, Milieudefensie, Oxfam Novib en het Wereld Natuur Fonds. Commissie Ethiek In 2008 bestond de Commissie Ethiek tien jaar. Dit raadgevend college - onder voorzitterschap van de bestuursvoorzitter - adviseert de hele Rabobank Groep over morele dilemma s. In dit decennium toetste de commissie meer dan 150 praktijkcases aan ethische criteria. In 2008 werden 14 praktijkgevallen behandeld. Aan de orde kwamen onder andere het faciliteren van een aanbieder van kortlopende kredieten, een particuliere bosbouwmaatschappij die als aanbieder van beleggingen in robinaplantages actief is en dierenwelzijn van over lange afstand vervoerde schapen ten behoeve van halal slachten. Engagement in vermogensbeheer en beleggen De Rabobank Groep werkt aan het verbeteren van de duurzaamheid bij bedrijven door de dialoog aan te gaan en door op aandeelhoudersvergaderingen MVO-voorstellen te bespreken of ingebrachte voorstellen te steunen. Zo vertegenwoordigt Robeco met de Engagement Service meerdere partijen, waardoor daadwerkelijk invloed uitgeoefend kan worden. In 2008 heeft Robeco op aandeelhoudersvergaderingen gestemd en is contact gelegd met 86 ondernemingen over duurzaamheid en corporate governance. Rabobank Private Banking werkt aan het transparanter maken van de MVOinformatie over beleggingsproducten in het vermogensbeheer. Duurzame energie In 2008 ontplooide de Rabobank een breed scala aan initiatieven op het gebied van duurzame energie. Zo is er door Rabo Ventures geïnvesteerd in de duurzame Europese energiegroep Econcern en ook heeft Rabobank het Prinses Amaliawindpark op de Noordzee medegefinancierd. Rabobank Nederland is sterk betrokken bij initiatieven tot toepassing van aardwarmte in de glastuinbouw, en Rabobank Westland stelde 10 miljoen euro beschikbaar voor diverse duurzame energieprojecten. Rabo Groen Bank en Rabobank Oost-Achterhoek financierden Haagwinden, het grootste windpark op het land in Nederland. 67 Verslag raad van bestuur

69 In 2008 zag Rabo Groen Bank de uitstaande leningen, waarvan een groot deel samenhangt met duurzame energie, verder toenemen tot ruim 3,4 miljard euro. Athlon Car Lease kwam met duurzame mobiliteitsprogramma s en intensiveerde de samenwerking met NS omtrent de NS Business Card. Sarasin, Robeco en Rabobank International publiceerden diverse studies over duurzame energie en klimaatimpact. Op de Duisenberglezing tijdens de vergaderingen van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank werd een Rabobank-rapport gepresenteerd over waterschaarste en investeringen in efficiënt agrarisch watergebruik. Gedragscode en integer handelen In 2008 is de Gedragscode Rabobank Groep, waarin de samenhang en legitimatie van de MVOactiviteiten is terug te vinden, verankerd in diverse HR-instrumenten, zoals performancemanagement, het standaardfunctieprofiel en het leiderschapsprofiel. De Rabo Vastgoedgroep heeft in 2008 de bestaande gedragscodes van de bedrijfsonderdelen geharmoniseerd tot een nieuwe gedragscode. In 2009 zal de code onder de aandacht van alle medewerkers worden gebracht. In de code staan drie uitgangspunten voor integer handelen: het voorkomen van belangenconflicten en de schijn daarvan, het vermijden van fraude en het voorkomen van de schijn van elke vorm daarvan, corruptie en omkoping en tactvol en bedachtzaam omgaan met vertrouwelijke informatie. Medewerkers steeds meer betrokken bij MVO Medewerkers van de Rabobank zijn wereldwijd betrokken bij de samenleving waarin ze wonen en werken. De lokale Rabobanken besteedden circa uur aan vrijwilligerswerk, Rabobank International uur, en de overige groepsonderdelen uur. Het aantal lokale Rabobanken dat vrijwilligerswerk bevordert, is in 2008 gestegen met 14 procentpunt tot 61 procent. Ook hebben 25 lokale Rabobanken in 2008 met in totaal medewerkers voor ruim uur meegedaan aan de landelijke vrijwilligersdagen MADD, Make a Difference Day, waarvan de Rabobank sinds 2005 partner is. Economische participatie en diversiteit Als bank voor alle mensen vindt de Rabobank het belangrijk dat iedereen toegang heeft tot de financiële dienstverlening. In ontwikkelingslanden dragen Rabo Development en de Rabobank Foundation bij aan de ontwikkeling van het bankwezen en het opzetten van spaar- en kredietcoöperaties. Rabo Development helpt bestaande plattelandsbanken in ontwikkelingslanden te transformeren tot professionele, moderne financiële instellingen. Via een strategische minderheidsparticipatie gaat ze een samenwerking aan met partnerbanken, die worden ontwikkeld naar het voorbeeld van de Rabobank in Nederland. Daarbij gaat het om de langetermijnontwikkeling: de winstgevendheid op korte termijn is ondergeschikt. De partnerbanken onderscheiden zich van andere banken doordat ze nadrukkelijk het platteland als hun marktgebied beschouwen. De partnerbank blijft zelfstandig en profiteert van kapitaal, expertise, producten, netwerk en managementcapaciteit van de Rabobank. Daarvoor gebruikt Rabo Development de kennis en ervaring van medewerkers uit alle geledingen van de organisatie. Regelmatig worden experts op het gebied van kredietmanagement, risicomanagement, productontwikkeling, distributie, ICT en HR uitgezonden. In 2008 zijn er in totaal ruim 250 uitzendingen geweest. Door de strategische allianties wordt de financiële dienstverlening van de partnerbanken bereikbaar voor een groot deel van de bevolking. Tegelijkertijd versterken ze de wereldwijde positie van de Rabobank in de food & agrimarkt. In totaal zijn er zes partnerbanken. In 2008 heeft Rabo Development een minderheidsparticipatie genomen in Banco Regional in Paraguay en in Banque Populaire du Rwanda. Eerder werden belangen genomen in de National Microfinance Bank in Tanzania, Zambia National Commercial Bank, United Rural Cooperative Bank of Hangzhou in China en Banco Terra in Mozambique. Maar ook in Nederland is toegang tot financiële diensten niet voor iedereen vanzelfsprekend, bijvoorbeeld door fysieke beperkingen of door een gebrek aan kennis. Ook voor deze groepen wil de Rabobank echter de dichtbijbank zijn. Daarom besteedt de Rabobank bijvoorbeeld extra aandacht aan starters en andere kwetsbare groepen op de woningmarkt. De Rabo Vastgoedgroep heeft regelingen ontwikkeld om woningen voor starters bereikbaar en betaalbaar te houden. Ook vergroot de Rabobank de toegang tot krediet met diverse producten die gebaseerd zijn op garanties of borgstellingen van de overheid en op garanties van de Stichting Garantiefonds Rabobanken. 68 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

70 Voor kwetsbare klantgroepen zijn spaar- en betaaldiensten toegankelijker gemaakt. Zo vergemakkelijkt de Random Reader Comfort het internetbankieren voor senioren, mensen met een visuele beperking en motorisch gehandicapten. Ook zijn voor consumenten met een visuele handicap en laaggeletterden 750 geldautomaten uitgerust met een spraakfunctie. Verder waren er trainingen voor 60-plussers om kennis te maken met Rabo Mobiel, de pratende chipknip en internetbankieren. Via het Thuisadministratieproject helpt de Rabobank mensen die door omstandigheden hun administratie niet op orde hebben. MVO-strategie van Rabobank Groep In de samenleving: trends en issues - Duurzaam gedrag als norm voor financiële diensten - Schaarste aan natuurlijke hulpbronnen draagt bij aan financiële en sociale instabiliteit - Milieudegradatie vanwege vervuiling en klimaatverandering - Toenemende behoefte productie duurzamer in te richten - Sterke groei in duurzame energiebronnen - In bedrijven meer oog voor alle stakeholders In het bedrijf: missie en kernwaarden - Rabobank Groep heeft als doel het dienen van de economische belangen van haar leden en klanten - Dat doet Rabobank Groep op basis van de vier kernwaarden: respect, integriteit, professionaliteit en duurzaamheid - Rabobank Groep wil bijdragen aan een duurzame ontwikkeling van de samenleving in economische, sociale en ecologische zin Resultaten MVO Strategie Rabobank Groep Integratie in financiële producten en diensten, en vastgoed - Duurzame innovaties in food & agri, mkb en grootbedrijf - Microfinance in ontwikkelingslanden - Duurzame eigen bedrijfsvoering op HR- en milieugebied - Betrokken personeel - Donaties en sponsoring als dividend voor de samenleving - Hoge ratings op MVO-gebied - Coöperatieve identiteit - Allfinanz-marktleiderschap in Nederland - Mondiale food & agribank - Hoge kredietwaardigheid - Hoogwaardig MVO-beleid MVO-kernthema s voor Verduurzamen van food- & agriketens - Nieuwe productiemethoden en duurzame energie - Economische participatie en diversiteit - Sociale cohesie en solidariteit Hoogwaardig MVO-beleid - Focus op vier MVO-kernthema s - Integratie van MVO in de kernbusiness en de bedrijfsvoering - Debat en dialoog over issues en cases, in- en extern - Integratie van maatschappelijk en financieel jaarverslag 69 Verslag raad van bestuur

71 In 2008 hebben lokale Rabobanken en Robeco geparticipeerd in cursussen waarin jongeren en scholieren leren met geld en schulden om te gaan. De Lage Landen en Obvion hebben informatieve boekjes gemaakt waarmee consumenten zich goed kunnen informeren over diverse aspecten van consumptief lenen en hypotheken. Fondsen bevorderen cohesie en solidariteit Een deel van de winst van de Rabobank vloeit terug naar de maatschappij in de vorm van coöperatief dividend. Het coöperatief dividend dat de Rabobank uitkeerde aan de maatschappij bedroeg in totaal 41,5 miljoen euro. Hiervan werd 20,4 miljoen euro uitgekeerd door de coöperatiefondsen van de lokale Rabobanken, 17 miljoen euro door de Rabobank Foundation, 3,7 miljoen euro door het Projectenfonds, euro door de Herman Wijffels Innovatieprijs, en de medewerkers van de Rabobank droegen euro bij via het Share4More fonds. De Rabobank Foundation steunt kwetsbare en kansarme groepen in de Nederlandse samenleving en is daarnaast actief in 25 ontwikkelingslanden. Het Projectenfonds stimuleert innovatieve, duurzame projecten met een economisch en maatschappelijk belang en met de Herman Wijffels Innovatieprijs onderstreept de Rabobank het belang van innovatie en duurzaamheid. Het medewerkersfonds Share4More helpt bij de verbetering van de positie van kinderen, vrouwen en gehandicapten in ontwikkelingslanden. De landelijke fondsen zoeken in het buitenland steeds meer aansluiting bij de commerciële activiteiten van Rabobank Development en Rabobank International. Rabobank Nederland, Rabobank International en de overige groepsonderdelen besteedden 3,8 miljoen euro aan community investment. De Rabo Vastgoedgroep stelt via Fondsenbeheer Nederland zonder winstoogmerk faciliteiten, kennis en personele capaciteit beschikbaar voor maatschappelijke fondsen. Deze onafhankelijke fondsen met maatschappelijke doelen zijn gerelateerd zijn aan maatschappelijk vastgoed en de kwaliteit van de omgeving, op het gebied van monumenten (Nationaal Restauratiefonds), groen (Nationaal Groenfonds), volkshuisvesting (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland) en industrieel erfgoed (Nationale Maatschappij tot Behoud, Ontwikkeling en Exploitatie van Industrieel Erfgoed). 70 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

72 De medewerker als kritische succesfactor Mensen zijn ons kapitaal. Zonder de juiste mensen zijn we niet in staat om onze strategische doelen te bereiken. Ze vormen onze kritische succesfactor. Daarom investeert de Rabobank veel in haar medewerkers. Natuurlijk met arbeidsvoorwaarden, maar ook in opleiding, ontwikkeling, zorg voor gezondheid en een goede balans tussen werk en privé. Haar personeelsbestand vergrijst. In een veranderende en innovatieve omgeving als de Rabobank is het belangrijk dat medewerkers inzetbaar blijven. Ook in de toekomst, waarin de Rabobank meer en meer overgaat op plaats- en tijdonafhankelijk werken om tegemoet te komen aan de wensen van haar klanten. Daarnaast vindt de Rabobank talentontwikkeling, diversiteit en het MVO-bewustzijn van haar medewerkers belangrijk. In 2008 is opnieuw gebleken dat het HR-beleid zijn vruchten afwerpt: medewerkers zijn tevreden en extern scoort de Rabobank zeer hoog als werkgever. Nieuwe manier van werken Plaats- en tijdonafhankelijk werken wordt binnen Rabobank dé nieuwe manier van werken. De medewerker bepaalt zelf, meer dan voorheen, waar, hoe en wanneer hij zijn werkzaamheden uitvoert. Vertrouwen, eigen verantwoordelijkheid en flexibiliteit zijn de uitgangspunten bij deze manier van werken, met een juiste balans tussen werk en privé. De systematiek van Performance Management sluit hierbij aan: het stellen van doelen, hierop coachen, beoordelen en belonen. Rabo Unplugged en Rabobank 2010 passen de nieuwe manier van werken toe. Rabobank 2010 vraagt om andere competenties en vaardigheden Het programma Rabobank 2010 vraagt om een andere manier van werken en samenwerken, met meer nadruk op flexibiliteit, resultaatgerichtheid en ondernemerschap. Ook de inhoud van functies verandert; dit vraagt om andere competenties en vaardigheden van medewerkers. Zij worden hierop met intensieve scholing en begeleiding voorbereid. Rabo Unplugged: minder regels, meer verantwoordelijkheden Onder de naam Rabo Unplugged geeft Rabobank Nederland vorm aan de nieuwe manier van werken. Leidraad binnen Rabo Unplugged is: minder regels en meer verantwoordelijkheden voor de individuele mede werker. Medewerkers kunnen in en buiten het kantoor werken, ook buiten reguliere kantoortijden. Door de invoering van een uniforme werkstijl en gestandaardiseerde hulpmiddelen kunnen de medewerkers makkelijker met elkaar samenwerken. Ze hebben keuzevrijheid bij het uitvoeren van taken, net als de verantwoordelijkheid om voldoende ontspanning op te zoeken. Leidinggevenden beoordelen medewerkers niet op aanwezigheid maar op hun resultaten. Daarom speelt vertrouwen een belangrijke rol in de stijl van leidinggeven, evenals het geven van ruimte aan medewerkers om te kunnen ondernemen. Sinds oktober 2008 werken 500 medewerkers van Rabobank Nederland in een nieuwe locatie volgens de Unplugged-werkwijze. Het gaat om een pilot. De ervaringen uit deze pilot worden gebruikt in het definitieve concept voor het nieuwe bestuurscentrum in Utrecht. Diversiteit stimuleert ondernemend gedrag De Rabobank Groep benadrukt in haar HR-beleid de positieve benadering van verschillen in mensen. Diversiteit in mensen stimuleert ondernemend gedrag en gevarieerde teamsamenstellingen bevorderen de kwaliteit en de creativiteit. In 2008 had 20% van het aantal stagiairs bij de Rabobank een dubbele 71 Verslag raad van bestuur

73 culturele achtergrond. Het gewenste percentage is 25%. Daarom is voor 2009 HR-beleid vastgesteld dat mede gericht is op het aantrekken en ontwikkelen van talent met een dubbele culturele achtergrond. Met ingang van 2009 worden ook in het senior kader van de Rabobank Groep doelstellingen opgenomen om culturele diversiteit te bevorderen. Vrouwen in topfuncties In 2008 heeft de Rabobank Groep actief deelgenomen aan een aantal initiatieven om de brede discussie over het vergroten van het aantal vrouwen in topposities te stimuleren en te steunen. Het percentage vrouwen in het senior management (senior kader en executive kader) bedroeg ruim 10%. Het streven voor 2009 is 15%. Het percentage vrouwen in het executive kader kwam uit op ruim 7%, waarmee de doelstelling voor 2008 niet gehaald is. Rabobank scoort hoog als werkgever In het Intermediair Imago Onderzoek 2008 is de Rabobank als financiële dienstverlener op de hoogste plaats geëindigd. Voor vrouwelijke hoogopgeleiden, hbo ers en starters is zij dé favoriete werkgever. Uit dit onderzoek is ook gebleken dat de mogelijkheid tot thuiswerken gezien wordt als een belangrijke secundaire arbeidsvoorwaarde. Met Unplugged en Rabobank 2010 speelt de Rabobank hierop in. Groepsbrede talentontwikkeling Management & Talent Ontwikkeling spoort talenten binnen de groep op, leidt ze op tot hogere managementposities en ontwikkelt resultaatgerichte programma s voor het zittende senior management. Met de talentontwikkelprogramma's en de directieprogramma s brengt de Rabobank talenten naar een hogere of bredere leidinggevende positie binnen de Rabobank Groep. Loopbaanadviseurs begeleiden individuele medewerkers in het duidelijk krijgen van hun ambities, competenties en mogelijkheden. In 2008 hebben binnen Rabobank Nederland 244 (254) medewerkers een loopbaantraject door lopen. Zij hebben de gelegenheid benut om zich te verdiepen in hun talenten en om vast te stellen in welke richting zij zich verder willen ontwikkelen. Lokale Rabobanken hebben Rabobank TOPtalent ontwikkeld. Bij dit ontwikkeltraject, dat bedoeld is voor professionals en leidinggevenden, ligt de nadruk op kruisbestuiving van externe toptalenten die instromen en eigen talenten die kunnen doorstromen. Rabobank TOPtalent gebruikt het groepsbrede leiderschapsprofiel. Daarmee is het een kweekvijver voor de zwaardere managementposities binnen de Rabobank Groep. Permanente educatie en ervaringscertificaten Bij steeds meer functies is permanente educatie vereist om deskundigheid en een goede performance te borgen. Permanente educatie is ook belangrijk voor een blijvende inzetbaarheid. In 2008 is door Rabobank Opleidingen de Opleidingswijzer ontwikkeld. Hierin kan de medewerker competentie- en functiegericht zoeken naar een geschikte opleiding. Voor lokale Rabobanken wordt het opleidingsaanbod grotendeels gepresenteerd in de vorm van leerplanners per kernfunctie. Deze leerplanners waarborgen de deskundigheid van de medewerkers en voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, zoals de Wet op het financieel toezicht. De Rabobank loopt voorop in het stimuleren van medewerkers om hun werkervaring om te zetten in een diploma. Dat blijkt uit de eerste cijfers rond ervaringscertificaten (EVC). Via dit traject kunnen medewerkers versneld een MBO4-diploma halen. In 2008 meldden zich hiervoor in totaal ruim medewerkers aan van lokale Rabobanken en Rabobank Nederland. Uit onderzoek blijkt dat ervaringscertificaten van betekenis kunnen zijn om ervaren medewerkers voor een organisatie te behouden. Daarnaast bevorderen ze de mobiliteit van medewerkers op de arbeidsmarkt. Rabobank zet in op blijvende inzetbaarheid Medewerkers werken in een voortdurend innoverende en veranderende omgeving. Om daarin blijvend inzetbaar te zijn én om de strategische doelen van de Rabobank te realiseren, is het nodig dat zij zich persoonlijk en professioneel ontwikkelen. Daarin investeert de Rabobank dan ook veel. Concrete invulling aan Integraal Gezondheidsmanagement Een goede gezondheid en een goede inzetbaarheid vormen samen de sleutel voor een vitale loopbaan. Door middel van verzuimbegeleiding en reïntegratie-inspanningen wil de Rabobank de arbeidsongeschikte medewerker zo snel mogelijk weer geheel of gedeeltelijk aan het werk krijgen. Zowel leiding- 72 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

74 gevenden als medewerkers zijn tevreden over de verzuimbegeleiding¹⁴. In 2008 is concreet invulling gegeven aan Integraal Gezondheidsmanagement. Het accent ligt hierbij op het bevorderen van de vitaliteit. Zo verstrekt het bedrijfsrestaurant van Rabobank Nederland gratis fruit en wordt er door middel van een kies bewust -logo aandacht gevestigd op gezonde producten. Arbodienst onderneemt acties tegen ziekteverzuim Het ziekteverzuim was in 2008 gelijk aan dat van 2007, namelijk 3,8%. De directe kosten van verzuim, oftewel de kosten van doorbetaling van loon tijdens ziekte, bedroegen in 2008 ongeveer 140 (144) miljoen euro. Om stijging van het ziekteverzuim te verminderen, heeft de Arbodienst in 2008 diverse acties ondernomen. Zo heeft de dienst aandacht besteed aan de mismatch van functie-eisen en belastbaarheid. De vernieuwde workshop Verzuim in Balans gaat in op het voorkomen van verzuim door te leren uiteenlopende risicofactoren te herkennen en zo nodig tijdig in te grijpen. In 2008 bedroeg het percentage medewerkers met verhoogde kans op uitval door werkdruk 9%. Medewerkers tevreden over Rabobank De Rabobank houdt periodiek een medewerkerstevredenheidsonderzoek¹⁵. In 2008 heeft ruim 43% van de medewerkers daaraan deelgenomen. Dit onderzoek participeert in een benchmark met veertig andere grote Nederlandse bedrijven. De Rabobank scoort op het punt van tevreden medewerkers met 86% (85%) beter dan het gemiddelde van de andere bedrijven (73%). Ook bij de diverse groepsonderdelen zijn de medewerkers tevreden. Beoordeling en beloning topmanagement In 2008 bedroeg de bezoldiging van de leden en oud-leden van de raad van bestuur 9,0 miljoen euro. Bezoldiging raad van bestuur (in miljoenen euro s) Salarissen 6,7 7,1 Pensioenlasten 1,1 1,2 Prestatie gebonden uitkeringen 1,0 2,3 Overige 0,2 0,2 Totaal 9,0 10,8 In reactie op de kredietcrisis en de maatschappelijke discussie daaromtrent, onderzoekt de raad van commissarissen in 2009 of het remuneratiebeleid van de Rabobank met betrekking tot het executive management aangepast moet worden. 14) Het onderzoek heeft betrekking op Rabobank Nederland en Schretlen & Co. 15) Volgens een onderzoek dat is uitgevoerd bij Rabobank Nederland en de lokale Rabobanken. 73 Verslag raad van bestuur

75 De leden van de coöperatie In 2008 zijn de betrokkenheid en de invloed van de leden bij de lokale Rabobanken verder verdiept. Het aantal ledenraden steeg van 104 naar 112. Het ledenmagazine Dichterbij ontving een Customer Media Award in de categorie Meest vernieuwend. Ook het coöperatief dividend kreeg meer inhoud en diepgang. Door een bijdrage aan meer dan duizend initiatieven hebben mensen hun economische, sociale en culturele omgeving kunnen versterken. In het verslagjaar is gezocht naar nieuwe mogelijkheden om effectieve invloed mogelijk te maken voor een grotere groep leden. De inzet van interactieve virtuele middelen is veelbelovend. Meerdere lokale Rabobanken hebben een aparte website voor interactie met hun leden geopend. Het belang van betrokken leden De uitoefening van invloed en zeggenschap door betrokken leden is belangrijk voor een coöperatieve organisatie om klantwaarde te kunnen blijven leveren. Het lidmaatschap geeft de klantrelatie een extra dimensie. Leden zijn trouwe klanten die in de praktijk een meer dan gemiddeld aantal diensten en producten afnemen. De Rabobank werft meer leden en wil de ledenbetrokkenheid verder vergroten. In 2008 is het ledental van de 153 (174) lokale Rabobanken met opgelopen naar ruim 1,7 miljoen. Een gemiddelde lokale Rabobank telt daarmee ongeveer leden. Zij kunnen hun stem laten horen over de koers van de bank of over het distributiebeleid en de dienstverlening. Ook kunnen leden bij veel lokale Rabobanken meebepalen welke maatschappelijke projecten ondersteuning krijgen. Voordeel van lidmaatschap Leden kunnen niet alleen invloed en zeggenschap uitoefenen, maar kunnen tijdens workshops en seminars kennis delen en netwerken. Zij hebben verder de mogelijkheid om te beleggen in Rabobank Ledencertificaten en ontvangen een hogere rente op Rabo LevensloopSparen. Leden krijgen vier keer per jaar het magazine Dichterbij met financiële artikelen, lokale informatie en speciale aanbiedingen. Daarnaast ontwikkelen lokale Rabobanken in toenemende mate initiatieven waarbij leden korting krijgen bij bedrijven in het werkgebied. Het ledenvoordeelsysteem wordt geleidelijk verder uitgebreid. Lokale ledenraden Eind 2008 hadden 100 (88) lokale Rabobanken het directiemodel met een verplichte ledenraad. Daarnaast waren er 12 (16) lokale Rabobanken met het partnershipmodel die eveneens een ledenraad hadden ingevoerd. Een ledenraad bestaat uit 30 tot 50 leden en bespreekt doorgaans onderwerpen als de koers van de bank, het distributiebeleid en de dienstverlening aan de klanten. Een ledenraad fungeert als belangrijke gesprekspartner van de directie bij het ontwikkelen van strategisch beleid, stelt formeel de jaarrekening van een lokale Rabobank vast en benoemt de leden van de raad van commissarissen. Ook is de raad betrokken bij selectie van lokale projecten die in aanmerking komen voor coöperatief dividend. In 2008 is een landelijke speeddate geïntroduceerd. Daarbij zijn leden van ledenraden uit het hele land met elkaar in contact gebracht. De bijeenkomsten zijn bedoeld om ervaringen te delen, kennis uit te wisselen en een indruk te krijgen van bijzondere aspecten van de coöperatie en het reilen en zeilen bij Rabobank Nederland. Verdeeld over drie bijeenkomsten hebben tien ledenraden elkaar in het verslagjaar op deze wijze leren kennen en kennis met elkaar gedeeld. Raden van commissarissen bij lokale Rabobanken De toenemende omvang en complexiteit van lokale Rabobanken stellen steeds hogere eisen aan de individuele leden van de raden van commissarissen. In toenemende mate zijn de raden samengesteld uit 74 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

76 mensen met een gedegen brede ervaring, die samen een optimale mix van aansluitende competenties hebben. Dat verbetert de checks and balances binnen de lokale Rabobanken en zorgt voor een goed evenwicht tussen bankprofessionals en maatschappelijke professionals. Om hun functioneren te optimaliseren, inspireert en enthousiasmeert Rabobank Nederland de ruim 900 commissarissen continu met interactieve kennisverhogende programma s. Dit geldt overigens ook voor de gekozen bestuurders en statutair directeuren bij lokale Rabobanken. In 2008 hebben ruim van hen een introductieprogramma of een kennisverdiepende workshop gevolgd. Ledenblad Dichterbij en ledensites Sinds medio 2008 kunnen lokale Rabobanken het ledenmagazine Dichterbij voor een groot deel zelf invullen en van hun eigen signatuur voorzien. Via dit blad informeren lokale Rabobanken hun leden en geven zij mede inhoud aan de merkwaarden dichtbij en betrokken. Hoewel er sprake is van een lokale stempel, weerspiegelt het blad één Rabobank. Het concept combineert algemene financiële informatie met achtergrondinformatie over klanten, leden, de lokale gemeenschap en de eigen bank. Ledenaanbiedingen in het blad hebben steeds meer een duurzaam karakter. In 2008 kreeg Dichterbij een Customer Media Award in de categorie Meest vernieuwend. Het ledenblad zit volgens de jury goed in elkaar en dicht op de huid van de doelgroep. Een toenemend aantal lokale Rabobanken maakt voor wisselwerking met de leden ook gebruik van een interactieve ledensite met componenten als een poll, een documentenarchief, ledenaanbiedingen, nieuwsitems en een weblog, waar ledenraadsleden met elkaar kunnen bloggen. De ledensite is een etalage voor het lokale ledenbeleid. De Rabobank en coöperatief dividend Eind 2008 had 95% van de lokale Rabobanken een coöperatiefdividendfonds, al dan niet in combinatie met regionale duurzaamheidsfondsen. Op landelijk niveau wordt zelfhulp, zelforganisatie en innoverend ondernemerschap gestimuleerd via de Rabobank Foundation, het Projectenfonds en de Herman Wijffels Innovatieprijs. De Rabobank gebruikt het begrip coöperatief dividend als verzamelterm voor haar betrokkenheid en bijdrage aan maatschappelijke activiteiten. Het omvat alle bestedingen en investeringen ter verbetering van de economische, sociale en culturele omgeving, inclusief initiatieven op het terrein van duurzaamheid. Lokale Rabobanken keren coöperatief dividend uit in geld en/of in de vorm van vrijwilligerswerk door medewerkers, of door het beschikbaar stellen van vergaderruimtes, kopieermachines, communicatiemiddelen en dergelijke. 75 Verslag raad van bestuur

77 Sponsoring De Rabobank is de grootste sponsor van Nederland. Vooral sport en cultuur profiteren daarvan. Sponsoring van sport en cultuur biedt de Rabobank mogelijkheden om niet alleen haar maatschappelijke betrokkenheid, maar tegelijkertijd ook haar naamsbekendheid te vergroten. Wielrennen, hockey en paardensport vormen de speerpunten van het centrale sportsponsorbeleid. Het samenwerkingsverband met NOC*NSF benadrukt de rol die de Rabobank speelt in de sport. Het cultuursponsorbeleid krijgt onder meer invulling door sponsoring van het Van Gogh Museum. In 2008 werd de tentoonstelling GoChina! ondersteund. Lokaal ondersteunen de lokale Rabobanken veel sporters, sportorganisaties en culturele evenementen. De juiste combinatie Hoewel commerciële overwegingen een belangrijke rol spelen bij het aangaan van een sponsorrelatie, is de maatschappelijke oriëntatie van de Rabobank altijd richtinggevend geweest. De Rabobank kiest voor langdurige en structurele samenwerkingsverbanden met wederzijds voordeel. Essentieel is dat de sponsorprojecten aansluiten bij de merkwaarden: betrokken, dichtbij en toonaangevend. Daarnaast zijn marktleiderschap en maatschappelijk verantwoord ondernemen begrippen die dienen terug te komen in de verschillende sponsorprojecten. Het jaar 2008 stond in het teken van China met de druk bezochte tentoonstelling GoChina! met bijna een half miljoen bezoekers en de deelname van veel Rabosporters aan de Olympische Spelen in Beijing. Ook de lokale Rabobanken haakten hierop in met verschillende marketing- en communicatieactiviteiten. Wielersport De Rabobank investeert in wielrennen. De ambities van de bank, uiteengezet in het Rabo Wielerplan, komen naar voren in het Rabo ProTeam, het Rabo Continental Team en de Rabo Veldrijders met in totaal zo n 50 rijders, maar ook door een structurele bijdrage aan de breedtesport. De bank is hoofdsponsor van de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie en ondersteunt de Nederlandse Toer Fiets Unie. De lokale Rabobanken sponsoren tal van wieleractiviteiten in de regio en steunen evenementen voor jeugd en talenten. De Rabobank is een van de drijvende krachten achter de toerversie van de Amstel Gold Race, de Go Biking Tour, de Rabo Dikke Bandenraces en diverse wielerclinics. De professionele Rabo Wielerploeg is in 2008 een nieuwe weg ingeslagen. De Rabobank stond en staat voor een schone wielersport en stelt alles in het werk om dat te bereiken, binnen en buiten de eigen wielerploeg. Hockey In de twaalf jaar dat de Rabobank hoofdsponsor is van de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond, heeft de hockeysport een enorme groei doorgemaakt. In 2008 zijn internationaal en nationaal successen geboekt. Beide nationale teams namen deel aan de Olympische Spelen in Beijing en de dames wonnen zelfs de gouden medaille. Ook lokaal gebeurde veel op hockeygebied. Maar liefst 190 hockeyverenigingen hebben een sponsorrelatie met een lokale Rabobank. Deze samenwerkingsverbanden zijn bijzonder waardevol en geven invulling aan de verbondenheid met de lokale hockeygemeenschap. Met de Rabobank Hockey Bonus kunnen verenigingen hun kunstgras of clubhuis tegen concurrerende tarieven financieren bij de lokale Rabobank. Voor de jeugd worden talrijke clinics georganiseerd onder begeleiding van internationals. 76 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

78 Paardensport Vanuit haar betrokkenheid bij de agrarische sector heeft de Rabobank een historische band met de paardensport. In 2002 werd de Rabobank hoofdsponsor van de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie. Dit contract is in 2008 verlengd tot en met De paardensportsponsoring krijgt invulling in de top- en de breedtesport. Via het Rabo Talentenplan krijgen snel ontdekte talenten structurele en professionele begeleiding. Ambassadrice is Anky van Grunsven. Voor de lokale Rabobanken is een actiepakket ontwikkeld om het paardrijden onder jongeren te stimuleren. De jaarlijkse activiteiten rondom Indoor Brabant, het CHIO Rotterdam en Jumping Amsterdam zijn gericht op de behoeften van de lokale Rabobanken op het gebied van relatiemarketing. NOC*NSF Om de positie als dé bancaire dienstverlener van sportend Nederland uit te bouwen is de Rabobank sinds juni 2005 Official Supplier van NOC*NSF. Hiermee deelt de Rabobank haar kennis en kunde op het terrein van sponsoring, communicatie, bankwezen en begeleiding van bonden en topsporters. Als grootste sportsponsor van Nederland heeft de Rabobank in 2008 op weg naar de Olympische Spelen van Beijing initiatieven ontplooid om de Nederlandse sport op een hoger plan te brengen. Met de Rabobank Topsportdesk is de bank de financiële coach van topsportend Nederland. Aan verschillende topsporters wordt de mogelijkheid geboden om tijdens hun actieve carrière bij de Rabobank te werken. 1% FairShare en museumbus De Rabobank ondertekende in 2007 het convenant 1% FairShare. Bedrijven die dat doen, verplichten zich 1% van hun sportsponsorbudget te spenderen aan gehandicaptensport. De Rabobank - onder meer sponsor van de Special Olympics - voldoet hier al jaren aan. In 2008 is ook het project (S)Cool on Wheels ondersteund. Via lokale clinics kunnen schoolkinderen kennismaken met bewegen en sporten in een rolstoel. In het kader van cultuursponsoring stellen de lokale Rabobanken schoolkinderen ook in staat met een Amerikaanse schoolbus een educatief schoolreisje te maken naar het Van Gogh Museum. Een van de doelstellingen van de samenwerking met het Van Gogh Museum is meer mensen te interesseren voor het museum. De vrijdagavondopenstellingen dragen daar ook aan bij. Sportzomer De Rabosporten hebben in 2008 weer goed gescoord met als hoogtepunt de Olympische Spelen in Beijing. De Rabobank uitte haar betrokkenheid in de tv-commercial Rabobank Sponsor van Dromen. Het eigen internetvideokanaal deed intensief verslag van de verrichtingen van de Rabosporters. In 2008 zijn op deze site 2,3 miljoen items bekeken. Climax was de Rabofandag, de Olympische afterparty, in het Olympisch stadion op 30 augustus Alle topsporters met een Olympische medaille werden op het grote podium gehuldigd. Duizenden jonge klanten van acht tot vijftien jaar konden hun sporthelden ontmoeten. Anky van Grunsven liet haar kür zien, kinderen konden sprinten tegen Theo Bos en meedoen aan hockeyclinics met Fatima Moreira de Melo. Ook waren er kinderpersconferenties georganiseerd om de idolen vragen te kunnen stellen. GoChina! In 2008 was de Rabobank presenting partner van de manifestatie GoChina! in het Groninger Museum en het Drents Museum. Doel was zoveel mogelijk mensen te laten kennismaken met de Chinese cultuur en de bestedingen in de noordelijke regio een impuls te geven. Gedurende acht maanden kwamen bijna een half miljoen mensen naar de vijf tentoonstellingen over de veelzijdige oude Chinese cultuur en avant-garde en hedendaagse Chinese kunst. Met de Rabo GoChina Cultuurbus bezochten duizenden basisscholieren een speciaal educatief programma in beide musea. De Rabobank heeft als presenting partner wederom invulling gegeven aan haar missie met cultuursponsoring: Rabobank brengt cultuur dichterbij. Voor iedereen. 77 Verslag raad van bestuur

79 Beheersaspecten Corporate governance De corporate governance van organisaties heeft de afgelopen jaren nadrukkelijk in de publieke belangstelling gestaan. Ook de Rabobank blijft aandacht schenken aan haar corporate governance. Voor velen is de governance van een van de oudste coöperaties van Nederland wellicht nog niet zo inzichtelijk als die van een beursgenoteerde onderneming. Toch kent de Rabobank een aantal unieke checks and balances die in veel opzichten een corporate governance in alle geledingen oplevert die nog stringenter is dan bij beursgenoteerde ondernemingen. Uniek is bijvoorbeeld de centrale kringvergadering, het parlement van Rabobank Nederland, die viermaal per jaar bijeenkomt. Daar klinkt de invloed van de leden, de lokale Rabobanken, door tot in nagenoeg alle strategische besluiten. Gegeven de diepe worteling van de Rabobank in de Nederlandse samenleving en de prominente aanwezigheid op de internationale kapitaalmarkten, voldoet de corporate governance van Rabobank Nederland in grote lijnen aan de Nederlandse corporate governance code, de code- Tabaksblat. Rabobank Nederland onderschrijft dan ook de uitgangspunten van deze code, ook al is deze niet op haar van toepassing, omdat de Rabobank namelijk een coöperatieve grondslag heeft en niet beursgenoteerd is. Rabobank Nederland heeft kennisgenomen van de door de Monitoring Commissie Corporate Governance aangepaste code-tabaksblat. In 2009 wordt bekeken welke gevolgen deze aanpassingen hebben voor Rabobank Nederland. Kruislingse garantieregeling binnen Rabobank Groep De Rabobank Groep bestaat uit de zelfstandige lokale Rabobanken, hun centrale organisatie Rabobank Nederland en de met haar verbonden (dochter)ondernemingen. Diverse rechtspersonen binnen de Rabobank Groep vormen door hun onderlinge financiële verbondenheid één geheel. Er bestaat tussen deze rechtspersonen een interne verhouding van aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 3:111 van de Wet op het financieel toezicht. Deze verhouding ligt besloten in een interne zogeheten kruislingse garantieregeling. Deze regeling houdt in dat, als een aan de regeling deelnemende instelling een tekort aan middelen heeft om haar verplichtingen tegenover haar crediteuren na te komen, de overige deelnemers de middelen van die instelling moeten aanvullen om haar in staat te stellen deze verplichtingen wel na te komen. 78 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

80 Raad van bestuur De raad van bestuur van Rabobank Nederland is verantwoordelijk voor het besturen van Rabobank Nederland en de met haar verbonden ondernemingen. Dit omvat de verantwoordelijkheid voor de realisatie van de doelstellingen van de Rabobank Groep als geheel, voor het strategische beleid, de resultatenontwikkeling, de synergie binnen de Rabobank Groep, de naleving van alle relevante weten regelgeving, de beheersing van de ondernemingsrisico s en de financiering van de Rabobank Groep. De raad van bestuur legt over dit alles verantwoording af aan de raad van commissarissen, de centrale kringvergadering en de algemene vergadering van Rabobank Nederland, gevormd door de leden, de lokale Rabobanken. De besturing van de Rabobank Groep is mede gebaseerd op de samenhang tussen risico, rendement en kapitaal. Krachtens de Wet op het financieel toezicht en de daarop gebaseerde lagere wetgeving en regels van de toezichthouders, De Nederlandsche Bank, en de Autoriteit Financiële Markten, worden eisen gesteld aan financiële instellingen. Toezicht op de soliditeit en stabiliteit - prudentieel toezicht - wordt uitgeoefend door De Nederlandsche Bank en gedragstoezicht door de Autoriteit Financiële Markten. Uiteraard vormen deze regels voor de Rabobank Groep het kader voor de inrichting van de organisatie en de beheersing van de activiteiten. Leden van de raad van bestuur worden voor een periode van vier jaar benoemd door de raad van commissarissen, maar hebben een arbeidscontract voor onbepaalde tijd. Herbenoemingen geschieden eveneens voor een periode van vier jaar. De raad van commissarissen kan bestuurders tevens ontslaan of schorsen. De raad van commissarissen bepaalt de bezoldiging van de leden van de raad van bestuur en legt daarover verantwoording af aan de vertrouwenscommissie uit de centrale kringvergadering. De centrale kringvergadering stelt, op voorstel van de raad van commissarissen, de uitgangspunten vast van het beloningsbeleid van de raad van bestuur. Tot slot beoordeelt de raad van commissarissen periodiek het functioneren van de raad van bestuur en verbindt hieraan conclusies. Raad van commissarissen De raad van commissarissen houdt toezicht op het beleid van de raad van bestuur en op de algemene gang van zaken van Rabobank Nederland en de met haar verbonden ondernemingen. Dit houdt onder andere in dat de realisatie van de groepsdoelstellingen, evenals de strategie, de ondernemingsrisico s, de opzet en de werking van de interne risicobeheersing- en controlesystemen, het financiële verslaggevingproces en de naleving van de wet- en regelgeving uitgebreid worden besproken en regelmatig worden getoetst. Voorts vervult de raad van commissarissen een adviserende rol voor de raad van bestuur. Bij de vervulling van hun taak richten de commissarissen zich op het belang van alle stakeholders van Rabobank Nederland en de met haar verbonden ondernemingen. Bepaalde belangrijke besluiten van de raad van bestuur zijn onderworpen aan goedkeuring van de raad van commissarissen, zoals besluiten over strategische samenwerking met derden, belangrijke investeringen en acquisities, en de jaarlijkse vaststelling van de beleidsplannen en de begroting. De leden van de raad van commissarissen worden benoemd door de algemene vergadering op voordracht van de raad van commissarissen. Daarbij vormt onder andere het aspect onafhankelijkheid van de individuele leden een belangrijke overweging. De vertrouwenscommissie uit de centrale kringvergadering bepaalt de bezoldiging van de commissarissen en heeft bovendien inspraak in de profielschets van de leden van de raad van commissarissen. De raad van commissarissen evalueert jaarlijks het eigen collectieve functioneren en dat van de individuele commissarissen. Er worden regelmatig initiatieven ontplooid om de kennis van de commissarissen te toetsen met betrekking tot de ontwikkelingen in de institutionele en juridische omgeving van de bank en op het terrein van het up-to-date houden van risicobeheersingssystemen. Ledeninvloed Een belangrijke voorwaarde voor een goede corporate governance van Rabobank Nederland is de aanwezigheid van een open cultuur met een duidelijk kenbare verantwoording over het gevoerde bestuur en het gehouden toezicht. Zonder transparantie zijn verantwoording door Rabobank Nederland aan de lokale Rabobanken over het gevoerde bestuur en het gehouden toezicht en een beoordeling daarvan niet mogelijk. De lokale Rabobanken zijn lid van de coöperatie Rabobank Nederland. Aan dit lidmaatschap zijn rechten en plichten verbonden. Invloed en zeggenschap van de lokale Rabobanken manifesteren zich via vertegenwoordiging in twee organen: de centrale kringvergadering en de algemene vergadering. In 2008 zijn op basis van adviezen van een interne commissie de financiële verhoudingen tussen Rabobank Nederland en de lokale Rabobanken geactualiseerd. Als uitvloeisel hiervan is ook het dividendbeleid van Rabobank Nederland aangepast en zijn onder meer de stemverhoudingen tussen de 79 Beheersaspecten

81 lokale Rabobanken opnieuw gedefinieerd. De lokale Rabobanken kunnen volgens een nieuwe verdeelsleutel hun stem uitbrengen in de algemene vergadering en via een getrapte vertegenwoordiging in de centrale kringvergadering. De lokale Rabobanken zijn behalve lid tevens aandeelhouder van Rabobank Nederland. Centrale kringvergadering De lokale Rabobanken zijn geografisch georganiseerd in twaalf kringen, die ieder een bestuur van zes personen hebben. De kringbesturen vormen gezamenlijk de centrale kringvergadering (CKV). Via de vertegenwoordiging van de lokale bestuurs- en toezichtorganen in de kringbesturen zijn de leden van de lokale Rabobanken vertegenwoordigd in de CKV die viermaal per jaar in Utrecht bijeenkomt. De CKV is onder meer bevoegd regels vast te stellen die alle lokale Rabobanken moeten naleven. Tevens stelt de CKV het Strategisch Kader vast. De uitkomst daarvan bepaalt mede de koers van de Rabobank Groep. Voorts keurt de CKV de begroting goed van de activiteiten van Rabobank Nederland ten behoeve van de lokale Rabobanken. In de CKV vinden indringende inhoudelijke discussies plaats. Deze discussies zijn niet alleen ingegeven door de specifieke taken en bevoegdheden van de CKV, maar ook door het streven naar commitment van de lokale Rabobanken en consensus tussen de lokale Rabobanken en Rabobank Nederland. De verantwoording die Rabobank Nederland aan haar leden aflegt over het beleid, gaat daarmee aanmerkelijk verder dan die welke gebruikelijk is bij een beursgenoteerde naamloze vennootschap jegens haar aandeelhouders. Door de bijzondere relatie tussen Rabobank Nederland en haar leden is de opkomst bij de CKV bijzonder hoog. Om slagvaardig te kunnen optreden, heeft de CKV uit haar midden drie commissies benoemd die belast zijn met specifieke taken. De vertrouwenscommissie adviseert over benoemingen in de raad van commissarissen, stelt de hoogte van de vergoeding van de raad van commissarissen vast en beoordeelt de toepassing van het remuneratiebeleid door de raad van commissarissen. De CKV-coördinatiecommissie stelt de CKV-agenda vast en toetst de te agenderen stukken aan formele vereisten. De commissie voor spoedzaken adviseert in spoedeisende en vertrouwelijke gevallen over majeure (des)investeringen namens de CKV aan de raad van bestuur. Algemene vergadering De algemene vergadering is het orgaan waarin alle lokale Rabobanken, als leden van Rabobank Nederland, directe zeggenschap kunnen uitoefenen. In de algemene vergadering komen belangrijke zaken aan de orde, zoals de vaststelling van de jaarrekening, het verlenen van decharge, de wijziging van statuten en de benoeming van de leden van de raad van commissarissen. De centrale kringvergadering brengt voorafgaand advies uit over alle onderwerpen die in de algemene vergadering zijn geagendeerd. Door deze procedure is gewaarborgd dat voorafgaand aan de algemene vergadering een inhoudelijke discussie over deze onderwerpen heeft plaatsgevonden op lokaal, regionaal en centraal niveau. Door de bijzondere relatie tussen Rabobank Nederland en haar leden is de opkomst hier nagenoeg honderd procent. Medezeggenschap De Groepsondernemingsraad Aangesloten Banken (GOR AB) is een medezeggenschapsorgaan dat voor vraagstukken die het sociale beleid van alle lokale Rabobanken aangaan, de belangen van de medewerkers van de lokale Rabobanken vertegenwoordigt. De GOR AB laat de positie van de ondernemingsraad van Rabobank Nederland en van de ondernemingsraden van de lokale Rabobanken ongemoeid. Deze treden op als volwaardig medezeggenschapsorgaan in de zin van de Wet op de ondernemingsraden. Corporate governance lokale Rabobanken Alleen banken die een coöperatieve structuur hebben en waarvan de statuten door Rabobank Nederland zijn goedgekeurd, kunnen lid zijn van Rabobank Nederland. Op hun beurt hebben ook de lokale Rabobanken leden, die voortkomen uit hun lokale klantenkring. De lokale Rabobanken hebben jegens Rabobank Nederland en ook onderling nauwkeurig gedefinieerde rechten en plichten. Uit hoofde van de Wet op het financieel toezicht oefent Rabobank Nederland in het prudentieel toezicht krachtens haar statuten en de statuten van de lokale Rabobanken controle uit op de lokale Rabobanken ten aanzien van de beheerste en integere bedrijfsvoering, solvabiliteit en liquiditeit. Daarnaast is krachtens de Wet op het financieel toezicht in het gedragstoezicht Rabobank Nederland door het ministerie van Financiën aangewezen als houder van een collectieve vergunning die mede strekt ten behoeve van de lokale Rabobanken. Hierdoor wordt het gedragstoezicht door de Autoriteit Financiële Markten via Rabobank Nederland uitgeoefend. 80 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

82 Bestuur en toezicht lokale Rabobanken Voor de lokale Rabobanken zijn twee bestuursmodellen mogelijk: een partnershipmodel en een directiemodel. In 2009 zal het functioneren van beide modellen worden geëvalueerd. In beide bestuursmodellen zijn effectieve ledeninvloed en -zeggenschap gewaarborgd, zodat de besturing van de lokale Rabobanken niet alleen op een adequate en professionele, maar bovendien op een bij de coöperatie passende wijze wordt ingevuld. Bij alle lokale Rabobanken hebben de leden belangrijke bevoegdheden, zoals het vaststellen van de jaarrekening, het wijzigen van de statuten, het benoemen van commissarissen en het verlenen van decharge. Bovendien wordt aan de leden verantwoording afgelegd over het gevoerde bestuur en het gehouden toezicht. Partnershipmodel In het partnershipmodel heeft de lokale Rabobank een bestuur, bestaande uit door en uit de leden gekozen personen, en een algemeen directeur die door de raad van commissarissen wordt benoemd. De algemeen directeur houdt zich primair bezig met de dagelijkse leiding van het bankbedrijf. De raad van commissarissen oefent toezicht uit op het bestuur. Daarnaast is er een algemene vergadering. Steeds meer banken met een partnershipmodel hebben ook een ledenraad. Een ledenraad is een afvaardiging van het totale ledenbestand, die door en uit de leden wordt gekozen. De ledenraad neemt de bevoegdheden van de algemene vergadering van leden grotendeels over en bevordert en structureert de ledeninvloed en de ledenbetrokkenheid. Directiemodel In het directiemodel heeft de lokale Rabobank een door de raad van commissarissen benoemde meerhoofdige directie, die functioneert onder toezicht van de raad van commissarissen. Er zijn geen door en uit de leden gekozen bestuurders, zoals in het partnershipmodel. Lokale Rabobanken met een directiemodel zijn gehouden een ledenraad in te stellen om de ledenzeggenschap en de ledeninvloed stevig en structureel te verankeren. De algemene vergadering blijft bestaan, maar beslist alleen nog over majeure kwesties die het voortbestaan van de lokale Rabobank raken. Beheersing van financiële verslaggeving De Rabobank Groep streeft voortdurend naar verbetering van de corporate governance en de interne beheersing, mede op grond van de richtlijnen uit de code-tabaksblat. De Rabobank Groep streeft naar een open, transparante cultuur van verantwoording over het gevoerde beleid en het uitgeoefende toezicht, en wil gelijke tred houden met toonaangevende, internationaal gehanteerde risicomanagementstandaarden. In de markt groeit het besef van mondiale best practices op het gebied van bestuur en interne beheersing, en de Rabobank Groep is een groot voorstander van het bij de bedrijfsvoering in acht nemen van ethische normen, transparantie en verantwoording. In het licht van het voorgaande heeft de Rabobank Groep op vrijwillige basis haar beheersing van de financiële verslaggeving onderzocht en geëvalueerd. De Rabobank Groep heeft dit onderzoek uitgevoerd op een wijze die vergelijkbaar is met de manier waarop in de Verenigde Staten gevestigde bedrijven Sarbanes-Oxley 404 plegen toe te passen. De Rabobank Groep is daartoe niet verplicht, want ze is geen registrant bij de Amerikaanse Securities and Exchange Commission en is daarom niet onderworpen aan de daarvoor geldende regelgeving en het bijbehorende toezicht. De Rabobank Groep is van mening dat onderzoek naar de interne beheersing van de financiële verslaggeving de effectiviteit ervan heeft verbeterd en mogelijkheden biedt om eventuele tekortkomingen eerder te identificeren en op te lossen. Dit leidt voor alle belanghebbenden tot meer transparantie van de kwaliteit van de financiële verslaggeving van de Rabobank Groep. Als gevolg van het onderzoek zijn gebieden vastgesteld waarop bepaalde bedrijfsprocessen verder kunnen worden verbeterd, vereenvoudigd en gestandaardiseerd. Interne beheersingsmaatregelen De Rabobank Groep hanteert een uitgebreid systeem van interne beheersingsmaatregelen om te waarborgen dat transacties worden verricht zoals ze zijn goedgekeurd, dat de financiële verslaggeving juist en betrouwbaar is, en dat de activa worden bewaakt. De Rabobank Groep heeft een proces ingevoerd op grond waarvan financiële en operationele managers binnen de Rabobank Groep de juistheid van de financiële gegevens beoordelen en certificeren, en zich uitspreken over de toereikendheid en de werking van de interne beheersing van de financiële verslaggeving. Procedures en maatregelen zijn ingevoerd die: 81 Beheersaspecten

83 - betrekking hebben op het voeren van een administratie waarin transacties en verkopen van activa nauwkeurig, juist en redelijk gedetailleerd worden gedocumenteerd; - een redelijke mate van zekerheid verschaffen dat transacties zodanig worden vastgelegd dat de jaarrekening kan worden opgemaakt in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie, en dat inkomsten en uitgaven slechts plaatsvinden met de goedkeuring van het management; - een redelijke mate van zekerheid verschaffen omtrent het voorkomen en tijdig ontdekken van ongeoorloofde verwerving, gebruik of verkoop van activa die van materiële betekenis zouden kunnen zijn voor de jaarrekening. Het interne beheersingskader voor de organisatie en de beheersing van de activiteiten van de Rabobank Groep zijn gebaseerd op het raamwerk van de Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission (COSO). Zoals opgenomen in de verklaring bij de jaarrekening is de raad van bestuur van mening dat de interne risicobeheersings- en controlesystemen toereikend en doeltreffend zijn en een redelijke mate van zekerheid geven dat de financiële verslaggeving van de Rabobank Groep geen onjuistheden van materieel belang bevat. De financiële verslaggeving van de Rabobank Groep is in overeenstemming met de uitgangspunten zoals vastgesteld door COSO. Verklaring getrouw beeld De raad van bestuur van de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. (Rabobank Nederland) verklaart dat, voor zover hem bekend: - de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de activa, de passiva, de financiële positie en de winst van Rabobank Nederland en de gezamenlijk in de consolidatie opgenomen ondernemingen; - het jaarverslag een getrouw beeld geeft omtrent de toestand op de balansdatum, de gang van zaken gedurende het boekjaar van Rabobank Nederland en van de met haar verbonden ondernemingen waarvan de gegevens in haar jaarrekening zijn opgenomen en dat in het jaarverslag de wezenlijke risico's waarmee de uitgevende instelling wordt geconfronteerd, zijn beschreven. Drs. Bert Heemskerk, voorzitter Dr. Piet Moerland, lid Prof. dr. ir. Bert Bruggink, CFO Mr. Sipko Schat, lid Ir. Piet van Schijndel, lid Risicobeheersing De besturing van de Rabobank Groep is gebaseerd op haar strategische uitgangspunten en in het verlengde daarvan op de samenhang tussen risico, rendement en kapitaal. Voor de organisatie en beheersing van de Rabobank Groep zijn eisen geformuleerd door zowel de bank zelf als De Nederlandsche Bank. Krachtens de Wet op het financieel toezicht en de daarop gebaseerde lagere wetgeving en regels van de toezichthouders, De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten, worden eisen gesteld aan de organisatie en beheersing van de Rabobank Groep. Deze wettelijke regels en regels van de toezichthouders vormen voor de Rabobank Groep het kader voor de inrichting van de organisatie en de beheersing van de activiteiten. Informatie corporate governance op internet Op geeft Rabobank Nederland informatie over haar corporate governance. Daar is ook een volledig overzicht te vinden van de punten waarop Rabobank Nederland afwijkt van de code-tabaksblat. 82 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

84 Verslag raad van commissarissen Rabobank Nederland De Rabobank heeft in 2008 onder moeilijke omstandigheden een goed resultaat behaald. De economische turbulentie heeft geen financiële instelling waar ook ter wereld onberoerd gelaten. De Rabobank bleek relatief minder kwetsbaar dan vele beursgenoteerde bancaire instellingen. Eens te meer is gebleken dat de Rabobank dankzij haar gedegen coöperatieve structuur met strikte checks and balances zorg kan dragen voor rust en zekerheid bij haar leden en klanten. Dit uitte zich in een hoge klant- en medewerkerstevredenheid. Voorstel aan algemene vergadering In lijn met wat de statuten van Rabobank Nederland bepalen, heeft de raad van commissarissen het jaarverslag en de jaarrekening 2008 onderzocht. De raad van commissarissen besprak deze stukken met de externe accountant Ernst & Young Accountants LLP en nam kennis van de verklaring van Ernst & Young Accountants LLP bij de jaarrekening Op grond hiervan stelt de raad van commissarissen de algemene vergadering van Rabobank Nederland voor om de jaarrekening 2008 vast te stellen. Corporate governance De corporate governance van Rabobank Nederland komt in dit jaarverslag in een apart hoofdstuk aan de orde. De drie pijlers van deze governance zijn slagvaardig bestuur, effectieve ledeninvloed en sterk en onafhankelijk toezicht. De raad van commissarissen onderschrijft de inhoud van dit hoofdstuk. Functioneren raad van commissarissen De raad van commissarissen van Rabobank Nederland houdt toezicht op het beleid van de raad van bestuur, op de algemene gang van zaken bij Rabobank Nederland en de met haar verbonden ondernemingen, alsmede op de naleving van wet- en regelgeving. Daarnaast is de raad van commissarissen verantwoordelijk voor de benoeming, het ontslag en de beloning van de leden van de raad van bestuur van Rabobank Nederland. Ook staat de raad van commissarissen de raad van bestuur met advies ter zijde. Informatie over de samenstelling van de raad van commissarissen is elders in het jaarverslag opgenomen. Herbenoemingen en benoemingen Op 19 juni 2008 besloot de algemene vergadering van Rabobank Nederland de heren Bijvoet, Eisma en Overmars in de raad van commissarissen te herbenoemen voor een periode van maximaal 4 jaar. De heer De Boon was in 2008 eveneens periodiek aftredend, maar besloot zich niet herkiesbaar te stellen. De raad van commissarissen dankt hem zeer voor zijn bijdrage aan het functioneren van de raad gedurende de afgelopen jaren. Onafhankelijkheid en deskundigheid Het is van belang dat de raad van commissarissen zijn taken onafhankelijk kan vervullen. Zelfs de schijn van belangenverstrengeling moet worden vermeden. Daarnaast zijn deskundigheid en een brede ervaring belangrijk. In de, in 2008 herziene, profielschets voor de raad van commissarissen zijn hiervoor eisen opgenomen. Bij zowel de benoeming als de herbenoeming van commissarissen wordt aan deze aspecten uitgebreid aandacht geschonken. 83 Beheersaspecten

85 Op de hoogte blijven van ontwikkelingen De voorzitter van de raad van commissarissen onderhoudt intensief contact met de voorzitter van de raad van bestuur en overlegt maandelijks met de interne accountant en de directeur Toezicht. Verder vindt minstens viermaal per jaar een gesprek plaats tussen de voorzitter van de raad van commissarissen, de voorzitter van het audit & compliance committee, de externe accountant en de interne accountant. De leden van de raad van commissarissen zijn gedurende het jaar regelmatig als toehoorder aanwezig bij vergaderingen van de ondernemingsraad van Rabobank Nederland, bij vergaderingen van de kringen en bij de centrale kringvergaderingen. Hierdoor houdt de raad van commissarissen goed voeling met wat er leeft bij de belangrijkste stakeholders van Rabobank Nederland. De leden van de raad van commissarissen hebben zich in het kader van de periodieke bijscholing laten informeren over kredietbeleid en -risicomanagement. Vergaderfrequentie De raad van commissarissen kwam in 2008 zesmaal bijeen. Geen enkele commissaris is herhaaldelijk bij deze vergaderingen afwezig geweest. De raad van commissarissen kent vijf commissies. Het audit & compliance committee kwam elfmaal bijeen, de commissie voor coöperatieve aangelegenheden driemaal, de benoemingscommissie viermaal en de remuneratiecommissie viermaal. De beroepscommissie kwam in 2008 niet bijeen. Commissies uit de raad van commissarissen Audit & compliance committee Taakomschrijving Het audit & compliance committee bereidt besluitvorming voor van de raad van commissarissen betreffende het toezicht op het bestuur in het kader van ondermeer financiële aangelegenheden, ICT en compliancegerelateerde activiteiten. Leden M. Minderhoud, voorzitter Drs. L.J.M. Berndsen, vast lid Prof. dr. L. Koopmans, vast lid Ir. B. Bijvoet Dr. ir. A.W. Veenman Prof. dr. C.P. Veerman Ing. A.J.A.M. Vermeer Commissie voor coöperatieve aangelegenheden Taakomschrijving De commissie voor coöperatieve aangelegenheden bereidt besluitvorming voor van de raad van commissarissen betreffende beleidsvoornemens van de raad van bestuur inzake de coöperatieve beleids- en structuurdimensie van de lokale Rabobanken en Rabobank Nederland en over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Leden Ing. A.J.A.M. Vermeer, voorzitter Prof. dr. L. Koopmans, vast lid Prof. dr. ir. M.J.M. Tielen, vast lid Prof. mr. S.E. Eisma Prof. dr.ir. L.O. Fresco Mr. P.F.M. Overmars Ir. H.C. Scheffer Prof. dr. A.H.C.M. Walravens Benoemingscommissie Taakomschrijving De benoemingscommissie bereidt besluitvorming voor van de raad van commissarissen betreffende de samenstelling van en (her)benoemingen in de raad van commissarissen en de raad van bestuur. Leden Prof. dr. L. Koopmans, voorzitter Prof. dr. ir. L.O. Fresco Ir. H.C. Scheffer Dr. ir. A.W. Veenman Ing. A.J.A.M. Vermeer Prof. dr. A.H.C.M. Walravens 84 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

86 Remuneratiecommissie Taakomschrijving De remuneratiecommissie bereidt besluitvorming voor van de raad van commissarissen betreffende de remuneratie van de leden van de raad van bestuur. Leden Prof. dr. A.H.C.M. Walravens, voorzitter Prof. dr. ir. L.O. Fresco Prof. dr. L. Koopmans Ir. H.C. Scheffer Dr. ir. A.W. Veenman Ing. A.J.A.M. Vermeer Beroepscommissie Taakomschrijving De beroepscommissie fungeert als adviserende beroepsinstantie bij geschillen tussen lokale Rabobanken, of tussen een of meer lokale Rabobanken en Rabobank Nederland. Leden Prof. mr. S.E. Eisma, voorzitter Prof. dr. ir. M.J.M. Tielen Mr. P.F.M. Overmars Reflectie op eigen functioneren De raad van commissarissen beoordeelt doorlopend het eigen functioneren. Periodiek wordt ook het functioneren van individuele commissarissen beoordeeld. Voor zover noodzakelijk worden op basis van deze reflectie verbeteringen in het functioneren van de raad aangebracht. Belangrijke aandachtspunten zijn de aanwezigheid bij, en de bijdragen van commissarissen aan de vergaderingen van de raad, de mate waarin de raad voldoet aan het gewenste profiel, de samenstelling en de vereiste competenties van de raad van commissarissen. Waar nodig worden de vertegenwoordigde competenties uitgebreid door nieuwe benoemingen. Ook het audit & compliance committee heeft in het verslagjaar zijn samenstelling en functioneren tegen het licht gehouden en op grond daarvan enkele verbeteringen in zijn werkwijze doorgevoerd. Vervulling toezichthoudende rol De raad van commissarissen heeft ook in 2008 het functioneren van de raad van bestuur en van de individuele bestuurders beoordeeld. Er is toezicht gehouden op de algemene gang van zaken bij Rabobank Nederland en de met haar verbonden ondernemingen. Daarnaast was de raad van commissarissen met enige regelmaat klankbord voor de raad van bestuur. Als regulier terugkerende onderwerpen zijn de jaar- en halfjaarcijfers, de strategie, maatschappelijk verantwoord ondernemen, ICT en de aan de onderneming verbonden risico s besproken. Tot dit laatste behoren de beoordeling door de raad van bestuur van de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen en significante wijzigingen daarin. Daarnaast werden het functioneren van de compliance-organisatie binnen de Rabobank Groep alsmede de overnamemogelijkheden en desinvesteringsvoorstellen besproken. De commissies uit de raad van commissarissen hebben gedurende het verslagjaar op actieve en alerte wijze uitvoering gegeven aan hun taakopdracht. Hiermee werd een belangrijke kwalitatieve bijdrage geleverd aan de vervulling van de taakopdracht van de toezichthoudende rol van de raad van commissarissen. Onderwerpen die bijzondere aandacht kregen in 2008 Jaarrekening 2007, halfjaarverslag 2008 en begroting 2009 De raad van commissarissen heeft het jaarverslag 2007 van de Rabobank Groep uitvoerig besproken, inclusief het verslag van de raad van bestuur, het begeleidende accountantsrapport, de jaarrekening en het voorstel tot winstbestemming. Ook de management letter, inclusief de management response, werd in aanwezigheid van de interne en de externe accountant gedetailleerd besproken. Ten behoeve van de toetsing van de jaarrekening 2007 verrichtte het audit & compliance committee intensief voorwerk. De raad van commissarissen heeft tevens het halfjaarverslag 2008 van de Rabobank Groep uitvoerig besproken. Mede gelet op de Basel II-regels, heeft de raad van commissarissen met de raad van bestuur gesproken over het gewenste niveau van de solvabiliteit en het beleid dat hiertoe gevoerd dient te worden. Conform de statuten is de begroting voor 2009 door de raad van commissarissen besproken en goedgekeurd. Ook hier heeft het audit & compliance committee belangrijk voorwerk verricht. 85 Beheersaspecten

87 Kredietcrisis De Rabobank Groep opereerde in 2008 in een turbulente omgeving. De hypotheekcrisis in de Verenigde Staten escaleerde tot een mondiale kredietcrisis. De financiële markten lieten een ongekende schokreactie zien. Wereldwijd is het beleid van banken en andere financiële instellingen op scherp gezet. Het nationale en internationale bankenlandschap is in hoog tempo veranderd. Ook in de reële economie zijn de gevolgen merkbaar. Het toezicht door de raad van commissarissen en de effectiviteit ervan zijn in 2008 als gevolg van de financiële crisis beproefd. De raad van commissarissen heeft, na voorbereiding door het audit & compliance committee, de ontwikkelingen op de voet gevolgd. In de eerste helft van het jaar is het audit & compliance committee zeer nauw betrokken geweest bij het bewaken van de positie van de Rabobank Groep door onder andere regelmatige en intensieve discussies te voeren met de raad van bestuur. In dit verband werd frequent aandacht besteed aan de situatie op de financiële markten in het algemeen, de solvabiliteits- en liquiditeitsontwikkeling van de Rabobank Groep, de effecten op de winst-en-verliesrekening, de werking van de control- en beheersmechanismen, het concentratierisico en het systeemrisico. De raad van commissarissen heeft de situatie grondig geanalyseerd en geconstateerd dat door de raad van bestuur lering is getrokken uit de gebeurtenissen en dat de aangescherpte inzichten inmiddels zijn geïncorporeerd in de organisatie. Voorbeelden hiervan zijn de beperkingen van het balansgebruik door Rabobank International en het relateren van de bonus van medewerkers bij bepaalde bedrijfsonderdelen aan een langere resultaatperiode. Lokale Rabobanken De raad van commissarissen constateert met genoegen dat de lokale Rabobanken in 2008 verdere voortgang hebben geboekt met het programma Rabobank Met dit programma, dat nu beschikbaar is voor alle lokale Rabobanken, wordt de klantbediening nog verder verbeterd door het optimaliseren van de processen. In de vergaderingen van de raad van commissarissen is de opdrachtformulering van de interne commissie Evaluatie Bestuursmodellen uitgebreid besproken. De evaluatie richt zich op het functioneren van het directiemodel en het partnershipmodel bij lokale Rabobanken in termen van governancevraagstukken, zoals collegiaal bestuur, de taken en verantwoordelijkheden van de lokale raden van commissarissen en de verbinding van de lokale met de centrale governance, en op het functioneren van de ledenraden. De nadruk zal liggen op de best practices van de bestuursmodellen en op eventuele mogelijkheden ter verbetering. Herschikking portefeuilles raad van bestuur Op de algemene vergadering van 19 juni 2008 is afscheid genomen van de heer Ten Cate, lid van de raad van bestuur, die per 1 juli 2008 met pensioen ging. De raad van commissarissen dankt hem voor zijn constructieve bijdrage aan het functioneren van de raad van bestuur en roemt hem om zijn voortrekkersrol op het gebied van duurzaamheid en in het bijzonder om het uitbreiden van de dienstverlening aan bedrijven. Na zorgvuldige bestudering door de raad van bestuur en de raad van commissarissen is besloten vooralsnog geen opvolger te benoemen, maar over te gaan tot herschikking van de portefeuilles binnen de raad van bestuur. De heer Heemskerk is per 1 juli 2008 benoemd tot voorzitter van de Managing Board Rabobank International. Voor de overige leden van de raad van bestuur zijn de portefeuilleveranderingen relatief beperkt. Bijzonder Beheer is toegevoegd aan het takenpakket van de heer Bruggink, terwijl de heer Moerland de verantwoordelijkheid voor MVO-vraagstukken is toebedeeld. In de portefeuilles van de heren Schat en Van Schijndel traden geen wijzigingen op. De raad van commissarissen heeft zich intensief gebogen over de wijze waarop medio 2009, wanneer de heer Heemskerk de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, moet worden voorzien in het voorzitterschap en de samenstelling van de raad van bestuur. Begin 2009 werd het besluit van de raad van commissarissen bekendgemaakt dat de heer Moerland, na de pensionering van de heer Heemskerk, de functie van bestuursvoorzitter zal gaan bekleden. Over de opvolging van de heer Moerland en verdere portefeuilleverdelingen moet de raad van commissarissen nog beslissen. Strategische ontwikkelingen In het licht van de sterk veranderde marktomstandigheden is de toekomstige activiteitengroei van de Rabobank Groep opnieuw beoordeeld. In 2008 is door een groepsbrede werkgroep met onder meer vertegenwoordigers van lokale Rabobanken, dochterondernemingen, Rabobank International en Rabobank Nederland intensief nagedacht over een actualisering van het Strategisch Kader. 86 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

88 In de vergaderingen van de raad van commissarissen is hierover uitgebreid gediscussieerd, alsmede over de financiële consequenties van de voorgestelde keuzes. De raad van commissarissen constateert dat het geactualiseerde Strategisch Kader uitstekende kansen biedt om de Rabobank in de komende jaren een sterke nationale en internationale marktpositie te garanderen. De raad van commissarissen heeft tevens stilgestaan bij de activiteiten van Rabo Development. Met het afronden van een acquisitie van een 40%-aandelenbelang in Banco Regional in Paraguay en een 35%-belang in Banque Populaire du Rwanda heeft Rabo Development in totaal zes partnerbanken in Tanzania, China, Zambia, Mozambique, Paraguay en Rwanda. Enkele commissarissen hebben in 2008 deelgenomen aan een studiereis met mkb-klanten naar Tanzania. In 2008 heeft de Rabobank Groep haar belang in de Poolse Bank BGZ uitgebreid tot een meerderheidsbelang en werd de verkoop van beleggersbank Alex afgerond. Met Rothschild is eind 2008 een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor wereldwijde advisering op het gebied van fusies, overnames en kapitaaldeelnemingen in de voedingsmiddelensector en de agrarische sector. Op het terrein van verzekeren is de integratie van Interpolis in Eureko gerealiseerd en is het productenpalet van het verzekeringsaanbod van lokale Rabobanken uitgebreid met zorgverzekeringen. Het bewaken van de samenhang en de besluitvorming rond voorgenomen deelnemingen, acquisities of desinvesteringen en van hun gevolgen voor de financiële ratio s krijgt de volle aandacht van de raad van commissarissen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen Het stemt de raad van commissarissen tevreden dat maatschappelijk verantwoord ondernemen in 2008 verder is geïntegreerd in de kredietverlening. Sectorbeleidsdocumenten voor kwetsbare sectoren als soja en palmolie en adviezen van de interne commissie Ethiek bieden nieuwe handvatten voor de toekomst. Gedurende het verslagjaar heeft de commissie voor coöperatieve aangelegenheden zich in een adviserende hoedanigheid over diverse MVO-gerelateerde thema s gebogen en daarover met de raad van bestuur van gedachten gewisseld. Statuten en reglementen De algemene vergadering van Rabobank Nederland heeft op 19 juni 2008 besloten tot een wijziging van de statuten van Rabobank Nederland, verhoging van het aandelenkapitaal van Rabobank Nederland door uitgifte van nieuwe aandelen, een wijziging van het reglement van de centrale kringvergadering en een wijziging van het reglement van de kringen. Deze statutenwijziging en de verhoging van het aandelenkapitaal door uitgifte van nieuwe aandelen vloeiden voort uit het rapport van een interne commissie. Het betreft hier een modernisering van de financiële verhoudingen tussen de lokale Rabobanken en Rabobank Nederland en een actualisering van interne regelgeving. Ook wordt hiermee de interne transparantie bevorderd. Goede prestaties De mondiale kredietcrisis laat bij de Rabobank Groep en in het bijzonder bij Rabobank International, onvermijdelijk sporen na. Fundamenteel blijft de Rabobank Groep echter goed presteren. Dit geldt zowel voor de lokale Rabobanken als voor de groepsonderdelen. De posities in de particuliere en de zakelijke markt zijn zelfs versterkt. Het kostenniveau bij Rabobank Nederland en bij de lokale Rabobanken blijft wel een punt van voortdurende aandacht, evenals het belang van toevertrouwde middelen als belangrijke bron van financiering. De raad van commissarissen constateert met tevredenheid dat de kracht van de coöperatieve organisatiestructuur zich in 2008 ten volle bewezen heeft. De Rabobank bleek relatief minder kwetsbaar dan vele beursgenoteerde financiële instellingen. Ook kwam het internationale coöperatieve netwerk van banken in actie. Zeven Europese coöperatieve banken zetten zich in om de onderlige leenmarkt weer op gang te krijgen. De raad van commissarissen is tevreden over de algehele gang van zaken en over de wijze waarop de raad van bestuur de gevolgen van de wereldwijde kredietcrisis heeft weten op te vangen. De raad wil het management en medewerkers bedanken voor hun getoonde inzet en professionele aanpak. Utrecht, 4 maart 2009 Raad van commissarissen 87 Beheersaspecten

89 Jaarcijfers Geconsolideerde balans In miljoenen euro s Activa Geldmiddelen en kasequivalenten Vorderingen op andere banken Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa Overige financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening Derivaten Kredieten aan cliënten Voor verkoop beschikbare financiële activa Tot einde looptijd aangehouden financiële activa Investeringen in geassocieerde deelnemingen Immateriële vaste activa Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen Vastgoedbeleggingen Acute belastingvorderingen Uitgestelde belastingvorderingen Overige activa Totaal activa Rabobank Groep Jaarverslag 2008

90 In miljoenen euro s Verplichtingen Schulden aan andere banken Toevertrouwde middelen Uitgegeven schuldpapieren Derivaten en overige handelsverplichtingen Overige schulden Overige financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Voorzieningen Acute belastingverplichtingen Uitgestelde belastingverplichtingen Personeelsbeloningen Achtergestelde schulden Totaal verplichtingen Eigen vermogen Eigen vermogen Rabobank Nederland en lokale Rabobanken Rabobank Ledencertificaten uitgegeven door groepsmaatschappij Capital Securities en Trust Preferred Securities III tot en met VI Overige belangen van derden Totaal eigen vermogen Totaal verplichtingen en eigen vermogen Jaarcijfers

91 Geconsolideerde winst-en-verliesrekening Jaar eindigend op 31 december In miljoenen euro s Rentebaten Rentelasten Rente Baten uit hoofde van honoraria en provisies Lasten uit hoofde van honoraria en provisies Honoraria en provisies Resultaat van geassocieerde deelnemingen Resultaat uit financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa Overige Baten Personeelskosten Andere beheerskosten Afschrijvingen Bedrijfslasten Waardeveranderingen Bedrijfsresultaat vóór belastingen Belastingen Nettowinst Waarvan toekomend aan Rabobank Nederland en lokale Rabobanken Waarvan toekomend aan houders Rabobank Ledencertificaten Waarvan toekomend aan Capital Securities Waarvan toekomend aan Trust Preferred Securities III tot en met VI Waarvan toekomend aan overige belangen van derden Nettowinst van het jaar Rabobank Groep Jaarverslag 2008

92 Geconsolideerd vermogensoverzicht Eigen vermogen Rabobank Capital Overige In miljoenen euro s Rabobank Nederland en lokale Rabobanken Leden- certificaten Securities en TPS belangen derden Totaal Stand per 1 januari Voortvloeiend in de periode (na belastingen): Netto reëlewaardemutaties voor verkoop beschikbare financiële activa Netto reëlewaardemutaties deelnemingen Netto reëlewaardemutaties kasstroomafdekkingen Valutaomrekeningsverschillen Overgedragen naar nettowinst voor verkoop beschikbare financiële activa Kosten van uitgifte Capital Securities Totale baten en lasten over het boekjaar direct opgenomen in het eigen vermogen Nettowinst Totaal baten en lasten Betalingen op Rabobank Ledencertificaten en Trust Preferred Securities III tot en met VI (TPS) Uitgifte van Capital Securities Omwisseling staatsleningen in achtergestelde leningen aan Rabobank Nederland Overige Stand per 31 december Stand per 1 januari Voortvloeiend in de periode (na belastingen): Netto reëlewaardemutaties voor verkoop beschikbare financiële activa Netto reëlewaardemutaties deelnemingen Netto reëlewaardemutaties kasstroomafdekkingen Valutaomrekeningsverschillen Overgedragen naar nettowinst voor verkoop beschikbare financiële activa Kosten van uitgifte capital securities Totale baten en lasten over het boekjaar direct opgenomen in het eigen vermogen Nettowinst Totaal baten en lasten Betalingen op Rabobank Ledencertificaten, Trust Preferred Securities III tot en met VI (TPS) en Capital Securities Uitgifte van Capital Securities Agiostorting Overige Stand per 31 december Jaarcijfers

93 Geconsolideerd overzicht van kasstromen Jaar eindigend op 31 december In miljoenen euro s Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten Bedrijfsresultaat vóór belastinglasten Aangepast voor: Niet-geldelijke posten opgenomen in winst Afschrijvingen Waardeveranderingen Resultaat op verkoop van materiële vaste activa Resultaat uit deelnemingen en resultaat op verkoop van dochterondernemingen Reële waarde resultaten op vastgoedbeleggingen 2-6 Reële waarde resultaten uit financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa Nettomutatie in operationele bedrijfsmiddelen: Vorderingen en schulden op andere banken Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa Derivaten Nettomutatie in niet voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Kredieten aan cliënten Dividend ontvangen van geassocieerde deelnemingen en financiële activa Nettomutatie in verplichtingen uit hoofde van operationele activiteiten: Derivaten en overige handelsverplichtingen Toevertrouwde middelen Uitgegeven schuldpapier Overige schulden Betaalde belastingen Overige mutaties Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten Kasstromen uit investeringsactiviteiten Overname van dochterondernemingen, na aftrek van overgenomen geldmiddelen Afstoting van dochterondernemingen, na aftrek van overgenomen geldmiddelen 1 18 Verwerving van onroerende zaken, bedrijfsmiddelen en vastgoedbeleggingen Ontvangsten uit verkoop van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen Verwerving van voor verkoop beschikbare en tot einde looptijd aangehouden financiële activa Ontvangsten uit verkoop en aflossing van voor verkoop beschikbare en tot einde looptijd aangehouden financiële activa Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten Kasstromen uit financieringsactiviteiten Ontvangsten uit uitgifte van Capital Securities Betalingen op Rabobank Ledencertificaten, Trust Preferred Securities III tot en met VI en Capital Securities Aflossingen van achtergestelde schulden Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten Nettomutatie in geldmiddelen en kasequivalenten Geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van het jaar Geldmiddelen en kasequivalenten aan het eind van het jaar In de nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten zijn begrepen kasstromen uit hoofde van rente. Rente-inkomsten Rente-uitgaven Rabobank Groep Jaarverslag 2008

94 Bedrijfssegmenten Wholesale- bankbedrijf en Binnenlands internationaal Vermogens - In miljoenen euro s retailbankbedrijf retailbankbedrijf beheer en beleggen Leasing Vastgoed Overige¹⁶ Totaal Over het jaar eindigend op 31 december 2008 Externe baten Baten uit andere segmenten Totaal baten Segmentlasten Bedrijfsresultaat vóór belastingen Belastingen Nettowinst Over het jaar eindigend op 31 december 2007 Externe baten Baten uit andere segmenten Totaal baten Segmentlasten Bedrijfsresultaat vóór belastingen Belastingen Nettowinst ) Inclusief eliminatie tussen segmenten voor winst-en-verliesrekening. 93 Jaarcijfers

95 Accountantsverklaring Aan de raad van bestuur en de raad van commissarissen van Rabobank Nederland Opdracht Wij hebben gecontroleerd of de in dit verslag op pagina 88 tot en met 93 opgenomen geconsolideerde balans per 31 december 2008, geconsolideerde winst-en-verliesrekening, geconsolideerde vermogensoverzicht, geconsolideerde resultaatverdeling naar bedrijfssegmenten en het geconsolideerd overzicht van kasstromen over 2008 hierna jaarcijfers van Coöperatieve Centrale Raiffeisen- Boerenleenbank B.A. (Rabobank Nederland) te Amsterdam op de juiste wijze zijn ontleend aan de door ons gecontroleerde geconsolideerde jaarrekening 2008 van Rabobank Nederland. Bij die jaarrekening hebben wij op 2 maart 2009 een goedkeurende accountantsverklaring verstrekt. De raad van bestuur van Rabobank Nederland is verantwoordelijk voor het opstellen van de jaarcijfers in overeenstemming met de grondslagen zoals gehanteerd in de geconsolideerde jaarrekening 2008 van Rabobank Nederland. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de jaarcijfers te verstrekken. Werkzaamheden Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht. Dienovereenkomstig dienen wij onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarcijfers op de juiste wijze zijn ontleend aan de jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Oordeel Naar ons oordeel zijn de jaarcijfers in alle van materieel belang zijnde aspecten op de juiste wijze ontleend aan de jaarrekening. Toelichting Wij vestigen er de aandacht op dat voor het inzicht dat vereist is voor een verantwoorde oordeelsvorming omtrent de financiële positie en de resultaten van Rabobank Groep en voor een toereikend inzicht in de reikwijdte van onze controle de jaarcijfers dienen te worden gelezen in samenhang met de volledige jaarrekening, waaraan deze zijn ontleend, alsmede met de door ons daarbij op 2 maart 2008 verstrekte goedkeurende accountantsverklaring. Deze toelichting doet geen afbreuk aan ons oordeel. Utrecht, 2 maart 2009 Ernst & Young Accountants LLP Mr. drs. G.H.C. de Méris RA 94 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

96 95 Accountantsverklaring

97 Colofon Uitgave Rabobank Nederland, Directoraat Communicatie Materiaalgebruik Bij de vervaardiging van het drukwerk werd gebruik gemaakt van minder milieubelastende materialen. Bij de druk is Novavit Bio mineraalolievrije inkt gebruikt op 130 grams en 300 grams Arctic the Volume (FSC-gecertificeerd). Publicatie Deze publicatie vormt samen met de Geconsolideerde jaarrekening 2008 en de Jaarrekening Rabobank Nederland 2008 het jaarverslag, de jaarrekening en de overige gegevens van de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. Openbaarmaking Het jaarverslag, de jaarrekening en de overige gegevens worden na vaststelling gedeponeerd ten kantore van het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nummer Jaarberichtgeving De Rabobank Groep publiceert de volgende jaarverslagberichtgeving in het Nederlands en Engels: Jaarbericht 2008 (maart 2009) Jaarverslag 2008 (april 2009) Geconsolideerde jaarrekening 2008 (april 2009) Maatschappelijk jaarverslag 2008 (april 2009) Jaarrekening Rabobank Nederland 2008 (april 2009) Halfjaarverslag 2009 (augustus 2009) Alle jaarberichtgeving van de Rabobank Groep is online beschikbaar op: en Contact Fotografie Op de omslagen van de jaarberichtgeving en op pagina 7 en 13 van dit verslag zijn bewerkte foto's afgebeeld. Het idee voor deze fotografie bestaat uit twee lagen: een laag met omgeving en een laag met mensen. De mensen staan op de voorgrond en overlappen links en rechts met de verschillende leef- en werkomgevingen. Het onderstreept de diversiteit aan mensen en werelden, maar ook de onderlinge samenhang ertussen. Binnen deze diversiteit en samenhang opereert de Rabobank: betrouwbaar voor mensen en betrokken bij de leefwereld van mensen. 96 Rabobank Groep Jaarverslag 2008

98 Rabobank Groep Jaarverslag

99 Geconsolideerde jaarrekening 2008 Rabobank Groep Algemene informatie 3 Geconsolideerde balans 4 Geconsolideerde winst-en-verliesrekening 6 Geconsolideerd vermogensoverzicht 7 Geconsolideerd overzicht van kasstromen 8 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening 9 1 Consolidatiegrondslag 9 2 Grondslagen voor financiële verslaggeving 9 3 Solvabiliteit 22 4 Risicopositie uit hoofde van financiële instrumenten 23 5 Bedrijfssegmenten 39 6 Geldmiddelen en kasequivalenten 42 7 Vorderingen op andere banken 42 8 Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa 42 9 Overige financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Derivaten en overige handelsverplichtingen Kredieten aan cliënten Voor verkoop beschikbare financiële activa Tot einde looptijd aangehouden financiële activa Investeringen in geassocieerde deelnemingen Immateriële vaste activa Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen Vastgoedbeleggingen Overige activa Schulden aan andere banken Toevertrouwde middelen Uitgegeven schuldpapieren Overige schulden Overige financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Voorzieningen Uitgestelde belastingen Personeelsbeloningen Achtergestelde schulden Niet in de balans opgenomen voorwaardelijke verbintenissen en verplichtingen Eigen vermogen Rabobank Ledencertificaten uitgegeven door groepsmaatschappij Capital Securities en Trust Preferred Securities III tot en met VI Overige belangen van derden Rente Honoraria en provisies Resultaat van geassocieerde deelnemingen Resultaat uit financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in de winst-en-verliesrekening Overige Personeelskosten Andere beheerskosten Afschrijvingen Waardeveranderingen Belastingen Overnames en afstotingen Transacties tussen verbonden partijen Kosten dienstverlening conform artikel 2:382a BW Raad van commissarissen en raad van bestuur Belangrijkste dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen Kooptransacties met terugkoopverplichting en effecteninleningen Terugkooptransacties en effectenuitleningen Securitisaties Managementverklaring inzake interne beheersing van de financiële verslaggeving Goedkeuring raad van commissarissen 74 Accountantsverklaring 75 Assurancerapport van de externe accountant 77 Colofon 80

100

101 Algemene informatie De Rabobank Groep ( Rabobank ) is een coöperatieve organisatie met als kern 153 lokale Rabobanken en ruim vestigingen in Nederland. De Rabobank bestaat uit de lokale coöperatieve Rabobanken in Nederland, de centrale organisatie Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. (Rabobank Nederland) en een aantal gespecialiseerde dochterondernemingen. De Rabobank levert in verschillende landen over de hele wereld diensten op het gebied van leningen aan de publieke sector, corporate banking, investmentbanking, assetmanagement en leasing. De Rabobank stelt het gezamenlijke belang van mensen en gemeenschappen voorop. Internationaal wil de Rabobank de beste food & agribank zijn met een sterke aanwezigheid in de belangrijkste food & agrilanden in de wereld. De Rabobank is actief in 45 landen en heeft circa fte in dienst. Rabobank Nederland is een coöperatieve entiteit met aandelen en is voornamelijk voortgevloeid uit de fusie van de twee grootste coöperatieve entiteiten in Nederland, die op 1 december 1972 werd geëffectueerd. Rabobank Nederland heeft haar statutaire zetel in Amsterdam en is voor onbepaalde tijd opgericht naar Nederlands recht. Rabobank Nederland is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer Lidmaatschap van Rabobank Nederland is voorbehouden aan coöperatieve banken wier statuten door Rabobank Nederland zijn goedgekeurd. De activiteiten van Rabobank Nederland kunnen grofweg in twee categorieën worden verdeeld: ten eerste haar rol als centrale bank voor de lokale Rabobanken waarbij zij de oprichting, het voortbestaan en de ontwikkeling van coöperatieve banken stimuleert, en haar rol als centrale bank voor al haar leden waarbij zij overeenkomsten sluit met leden, onderhandelt over rechten voor haar leden en verplichtingen aangaat namens haar leden, voor zover deze verplichtingen voor alle leden dezelfde gevolgen hebben en, ten tweede, haar eigen bankbedrijf, dat zowel een aanvulling is op als onafhankelijk is van het bedrijf van de lokale Rabobanken. De lokale Rabobanken maken deel uit van een organisatie van coöperatieve entiteiten naar Nederlands recht, het merendeel van de leden bestaat uit klanten. Op 31 december 2008 hadden de lokale Rabobanken in totaal circa 1,7 miljoen leden. Adres: Croeselaan 18 Postbus HG Utrecht Nederland Internet: 3 Algemene informatie

102 Geconsolideerde balans In miljoenen euro s per 31 december per 31 december Toelichting Activa Geldmiddelen en kasequivalenten Vorderingen op andere banken Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa Overige financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Derivaten Kredieten aan cliënten Voor verkoop beschikbare financiële activa Tot einde looptijd aangehouden financiële activa Investeringen in geassocieerde deelnemingen Immateriële vaste activa Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen Vastgoedbeleggingen Acute belastingvorderingen Uitgestelde belastingvorderingen Overige activa Totaal activa Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

103 In miljoenen euro s per 31 december per 31 december Toelichting Verplichtingen Schulden aan andere banken Toevertrouwde middelen Uitgegeven schuldpapieren Derivaten en overige handelsverplichtingen Overige schulden Overige financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Voorzieningen Acute belastingverplichtingen Uitgestelde belastingverplichtingen Personeelsbeloningen Achtergestelde schulden Totaal verplichtingen Eigen vermogen Eigen vermogen Rabobank Nederland en lokale Rabobanken Rabobank Ledencertificaten uitgegeven door groepsmaatschappij Capital Securities en Trust Preferred Securities III tot en met VI Overige belangen van derden Totaal eigen vermogen Totaal verplichtingen en eigen vermogen

104 Geconsolideerde winst-en-verliesrekening Jaar eindigend op 31 december In miljoenen euro s Toelichting Rentebaten Rentelasten Rente Baten uit hoofde van honoraria en provisies Lasten uit hoofde van honoraria en provisies Honoraria en provisies Resultaat van geassocieerde deelnemingen Resultaat uit financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa Overige Baten Personeelskosten Andere beheerskosten Afschrijvingen Bedrijfslasten Waardeveranderingen Bedrijfsresultaat vóór belastingen Belastingen Nettowinst Waarvan toekomend aan Rabobank Nederland en lokale Rabobanken Waarvan toekomend aan houders Rabobank Ledencertificaten Waarvan toekomend aan Capital Securities Waarvan toekomend aan Trust Preferred Securities III tot en met VI Waarvan toekomend aan overige belangen van derden Nettowinst van het jaar Zie bijgaande toelichting op de geconsolideerde jaarrekening. 6 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

105 Geconsolideerd vermogensoverzicht Eigen vermogen Rabobank Capital Overige Rabobank Nederland Leden- Securities belangen In miljoenen euro s en lokale Rabobanken certificaten en TPS derden Totaal Stand per 1 januari (Toelichting: 29) Voortvloeiend in de periode (na belastingen): Netto reëlewaardemutaties voor verkoop beschikbare financiële activa Netto reëlewaardemutaties deelnemingen Netto reëlewaardemutaties kasstroomafdekkingen Valutaomrekeningsverschillen Overgedragen naar nettowinst voor verkoop beschikbare financiële activa Kosten van uitgifte Capital Securities Totale baten en lasten over het boekjaar direct opgenomen in het eigen vermogen Nettowinst Totaal baten en lasten Betalingen op Rabobank Ledencertificaten, Trust Preferred Securities III tot en met VI (TPS) en Capital Securities Uitgifte van Capital Securities Omwisseling staatsleningen in achtergestelde leningen aan Rabobank Nederland Overige Stand per 31 december Stand per 1 januari (Toelichting: 29) Voortvloeiend in de periode (na belastingen): Netto reëlewaardemutaties voor verkoop beschikbare financiële activa Netto reëlewaardemutaties deelnemingen Netto reëlewaardemutaties kasstroomafdekkingen Valutaomrekeningsverschillen Overgedragen naar nettowinst voor verkoop beschikbare financiële activa Kosten van uitgifte Capital Securities Totale baten en lasten over het boekjaar direct opgenomen in het eigen vermogen Nettowinst Totaal baten en lasten Betalingen op Rabobank Ledencertificaten, Trust Preferred Securities III tot en met VI (TPS) en Capital Securities Uitgifte van Capital Securities Agiostorting Overige Stand per 31 december

106 Geconsolideerd overzicht van kasstromen Jaar eindigend op 31 december In miljoenen euro s Toelichting Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten Bedrijfsresultaat vóór belastinglasten Aangepast voor: Niet-geldelijke posten opgenomen in winst Afschrijvingen Waardeveranderingen Resultaat op verkoop van materiële vaste activa Resultaat uit deelnemingen en resultaat op verkoop van dochterondernemingen Reële waarde resultaten op vastgoedbeleggingen 2-6 Reële waarde resultaten uit financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa Nettomutatie in operationele bedrijfsmiddelen Vorderingen en schulden op andere banken Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa Derivaten Nettomutatie in niet voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Kredieten aan cliënten Dividend ontvangen van geassocieerde deelnemingen en financiële activa Nettomutatie in verplichtingen uit hoofde van operationele activiteiten Derivaten en overige handelsverplichtingen Toevertrouwde middelen Uitgegeven schuldpapier Overige schulden Betaalde belastingen Overige mutaties Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten Kasstromen uit investeringsactiviteiten Overname van dochterondernemingen, na aftrek van overgenomen geldmiddelen Afstoting van dochterondernemingen, na aftrek van overgenomen geldmiddelen 1 18 Verwerving van onroerende zaken, bedrijfsmiddelen en vastgoedbeleggingen Ontvangsten uit verkoop van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen 16, Verwerving van voor verkoop beschikbare en tot einde looptijd aangehouden financiële activa Ontvangsten uit verkoop en aflossing van voor verkoop beschikbare en tot einde looptijd aangehouden financiële activa Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten Kasstromen uit financieringsactiviteiten Ontvangsten uit uitgifte van Capital Securities Betalingen op Rabobank Ledencertificaten, Trust Preferred Securities III tot en met VI en Capital Securities 30, Aflossingen van achtergestelde schulden Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten Nettomutatie in geldmiddelen en kasequivalenten Geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van het jaar Geldmiddelen en kasequivalenten aan het eind van het jaar In de nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten zijn begrepen kasstromen uit hoofde van rente. Rente-inkomsten Rente-uitgaven Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

107 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening 1 Consolidatiegrondslag De Rabobank Groep ( Rabobank ) bestaat uit de lokale Rabobanken ( Leden ) in Nederland, de centrale coöperatie Rabobank Nederland en overige gespecialiseerde dochterondernemingen. Samen vormen zij de Rabobank Groep. Rabobank Nederland adviseert de Leden en ondersteunt hen bij hun dienstverlening. Tevens adviseert Rabobank Nederland de Leden namens De Nederlandsche Bank. De coöperatieve structuur van de Rabobank kent meerdere uitvoerende niveaus, elk met zijn eigen taken en verantwoordelijkheden. In het kader van IFRS heeft Rabobank Nederland control over de lokale Rabobanken. De geconsolideerde jaarrekening van de Rabobank omvat de financiële gegevens van Rabobank Nederland, alsmede de financiële gegevens van de Leden en de overige groepsmaatschappijen. 2 Grondslagen voor financiële verslaggeving De belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opstellen van deze geconsolideerde jaarrekening zijn toegepast worden hieronder vermeld. 2.1 Algemeen De geconsolideerde jaarrekening van de Rabobank wordt opgesteld volgens International Financial Reporting Standards ( IFRS ) zoals goedgekeurd door de Europese Unie. In 2008 heeft de Rabobank IFRIC 11 en de wijzigingen in IAS 39/IFRS 7 Reclassificatie van financiële activa toegepast. IFRS 8 Operating Segments is van toepassing voor boekjaren beginnend op of na 1 januari 2009 en gaat in op de wijze waarop in de financiële verslaggeving segmenten moeten worden gedefinieerd. Daarnaast vraagt de standaard toelichting over de producten en diensten die een onderneming aanbiedt, de geografische gebieden waarin de onderneming opereert en haar belangrijkste afnemers. Deze standaard zou invloed kunnen hebben op de wijze waarop de gesegmenteerde informatie wordt gepresenteerd. De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld op basis van de hierna opgenomen grondslagen. De overige activa en passiva worden voor zover niet anders vermeld op basis van de historische kosten verantwoord. Tenzij anders aangegeven, worden bedragen in de geconsolideerde jaarrekening vermeld in miljoenen euro s Veranderingen in waarderingsgrondslagen en presentatie Actuariële winsten en verliezen voortvloeiend uit aanpassingen aan de feitelijke ontwikkelingen of actuariële aannames worden verwerkt in de corridor. Voor zover eventuele niet-opgenomen cumulatieve actuariële winsten of verliezen meer bedragen dan 10% van de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling, dan wel van de reële waarde van de fondsbeleggingen indien deze hoger is, wordt vanaf 1 januari 2008 dat gedeelte in de winst-enverliesrekening opgenomen over een periode van twee jaren. Tot 2008 werd een en ander opgenomen over de verwachte gemiddelde resterende diensttijd van de werknemers die aan de regeling deelnemen. Ultimo 2007 is voor het eerst de 10%-grens sterk overschreden als gevolg van een grote toename van de niet-verantwoorde actuariële resultaten. Ultimo 2007 bedroegen de niet-verantwoorde actuariële resultaten (winst) 1,9 miljard. Overwegende dat bij niet-verantwoorde actuariële resultaten 9 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

108 geen goed inzicht wordt gegeven in resultaat en vermogen, is besloten tot de stelselwijziging. De stelselwijziging is in overeenstemming met IAS 19 paragraaf 93 waarin is bepaald: Het is entiteiten echter toegestaan om een andere systematische methode te hanteren die leidt tot een snellere opname van actuariële winsten en verliezen, op voorwaarde dat dezelfde basis wordt toegepast op zowel winsten als verliezen, en dat de basis consistent wordt toegepast op elke periode. De stelselwijziging heeft een positieve invloed (na belasting) gehad op het resultaat van circa 240. De vergelijkende cijfers zijn dienovereenkomstig aangepast en het positieve effect op het resultaat (na belasting) en vermogen over 2007 bedraagt 34. Er is geen effect op het beginvermogen van De vergelijkende cijfers zijn aangepast aangezien met ingang van 2008 de schulden aan centrale banken voor een bedrag van 23 (2007: 27) miljard worden verantwoord onder Toevertrouwde middelen in plaats van onder Schulden aan andere banken. Tevens is 963 (2007: 477) aan bijzondere waardeveranderingen van voor verkoop beschikbare financiële activa geherrubriceerd naar Resultaat uit financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. Voor zover overige voortschrijdende inzichten noopten tot herrubricering, zijn de vergelijkende cijfers aangepast Gebruik van schattingen Het opstellen van de jaarrekening vereist dat het management schattingen doet en aannames hanteert die van invloed zijn op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen, op de rapportering van voorwaardelijke activa en verplichtingen op de datum van de jaarrekening en op de gerapporteerde bedragen van baten en lasten gedurende de verslagperiode. Het betreft met name het vaststellen van de voorziening op debiteuren, het bepalen van reële waarden van activa en passiva en het vaststellen van bijzondere waardeverminderingen. Hierbij worden de situaties beoordeeld, gebaseerd op beschikbare financiële gegevens en informatie. Hoewel deze schattingen worden gedaan op basis van de meest zorgvuldige beoordeling door het management van actuele gebeurtenissen en acties, kunnen de daadwerkelijke resultaten afwijken van deze schattingen. 2.2 Groepsjaarrekening Dochterondernemingen Dochterondernemingen, dat wil zeggen die ondernemingen en overige entiteiten (inclusief voor een bijzonder doel opgerichte entiteiten - special purpose entities - waarbij de Rabobank, direct of indirect, zeggenschap heeft over het financiële en operationele beleid) zijn geconsolideerd. De activa, verplichtingen en resultaten van deze ondernemingen zijn volledig geconsolideerd. Dochterondernemingen worden geconsolideerd per de datum waarop de effectieve zeggenschap overgaat op de Rabobank en worden niet langer geconsolideerd per de datum waarop deze zeggenschap eindigt. Alle onderlinge transacties, saldi en ongerealiseerde winsten en verliezen op transacties tussen bedrijfsonderdelen van de Rabobank Groep zijn bij de consolidatie geëlimineerd Joint ventures Het belang van de Rabobank in entiteiten waarover de zeggenschap wordt gedeeld, wordt proportioneel geconsolideerd. Bij deze methode neemt de Rabobank in de relevante onderdelen van de jaarrekening ook haar aandeel op in de baten en lasten, activa en verplichtingen en kasstromen van de afzonderlijke joint ventures Investeringen in geassocieerde deelnemingen Investeringen in geassocieerde deelnemingen worden verantwoord op basis van de equitymethode. Hierbij wordt het aandeel van de Rabobank in de winsten of verliezen, met inachtneming van de Rabobank grondslagen, na de verwerving, van deelnemingen verantwoord in de winst-enverliesrekening, en haar aandeel in de mutaties in reserves na de verwerving wordt verantwoord in reserves. De cumulatieve mutaties na de verwerving worden aangepast in de kostprijs van de investering. Geassocieerde deelnemingen zijn entiteiten waarop de Rabobank invloed van betekenis heeft en waarin ze normaliter tussen de 20% en 50% van de stemrechten houdt, maar waarover ze geen zeggenschap heeft. Ongerealiseerde winsten op transacties tussen de Rabobank en haar deelnemingen worden geëlimineerd overeenkomstig de omvang van het belang van de Rabobank in de geassocieerde deelnemingen; ongerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd tenzij de transactie aanwijzingen oplevert voor een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief. 10 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

109 De investering van de Rabobank in geassocieerde deelnemingen omvat mede goodwill bij de verwerving. Indien het aandeel van de Rabobank in de verliezen van een deelneming gelijk is aan of groter dan haar belang in de deelneming, verantwoordt de Rabobank geen verdere verliezen tenzij de Rabobank verplichtingen is aangegaan of betalingen heeft gedaan ten behoeve van de deelnemingen. 2.3 Afgeleide financiële instrumenten en hedging Algemeen Afgeleide financiële instrumenten (derivaten) omvatten over het algemeen vreemdevalutacontracten, valuta- en rentefutures, forward rate agreements, valuta- en renteswaps en valuta- en renteopties (zowel geschreven als verworven). Afgeleide financiële instrumenten kunnen hetzij aan een beurs verhandeld worden of over the counter (OTC) tussen de Rabobank en een cliënt worden verhandeld. Alle derivaten worden gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waarde wordt bepaald aan de hand van genoteerde marktprijzen, door handelaren aangeboden prijzen, modellering van contant gemaakte kasstromen en optiewaarderingsmodellen op basis van de actuele marktprijzen en contractuele prijzen voor de onderliggende instrumenten, alsmede de tijdswaarde van geld, rendementscurves en de volatiliteit van de onderliggende activa of verplichtingen. Alle derivaten worden opgenomen als activa wanneer hun reële waarde positief is en als verplichtingen wanneer hun reële waarde negatief is. Derivaten die zijn besloten in overige financiële instrumenten worden als afzonderlijke derivaten behandeld indien de risico s en kenmerken ervan niet nauw samenhangen met die van het basiscontract en het basiscontract niet tegen reële waarde is opgenomen waarbij ongerealiseerde winsten en verliezen in de resultaten worden opgenomen Niet als afdekking gebruikte instrumenten Wanneer de Rabobank derivaten voor handelsdoeleinden aangaat, worden gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen verantwoord in Baten uit handelsactiviteiten Afdekkingsinstrumenten De Rabobank maakt tevens gebruik van afgeleide financiële instrumenten als onderdeel van haar balansbeheer teneinde renterisico s, kredietrisico s en valutarisico s te beheersen. De Rabobank maakt gebruik van de mogelijkheden die de EU heeft geboden door de carve-out in IAS 39. Door de carve-out kan op bepaalde posities wel fair value portfolio hedgeaccounting worden toegepast. Bij de effectiviteitsmeting wordt gebruikgemaakt van buckets. Op de datum dat zij een afgeleid contract aangaat kan de Rabobank bepaalde derivaten aanwijzen als (1) een afdekking van de reële waarde van een op de balans opgenomen actief of verplichting (reëlewaardeafdekking); (2) een afdekking van een toekomstige kasstroom toe te rekenen aan een op de balans opgenomen actief of verplichting, een verwachte transactie of vaste verplichting (kasstroomafdekking); of (3) een afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit (netto-investeringsafdekking). Hedge accounting kan, voor op deze wijze aangewezen derivaten, worden gebruikt indien aan bepaalde criteria is voldaan. De criteria waaraan een afgeleid financieel instrument moet voldoen voor verantwoording als afdekkingsinstrument omvatten mede: - Formele documentatie van het afdekkingsinstrument, de afgedekte positie, de doelstelling van de afdekking, de strategie en de afdekkingsrelatie wordt opgesteld voordat hedgeaccounting wordt toegepast; - De afdekking is naar verwachting zeer effectief (binnen een bandbreedte van 80% tot 125%) in het bereiken van compensatie van aan het afgedekte risico toe te rekenen veranderingen in reële waarde of kasstromen van de afgedekte positie gedurende de hele verslagperiode; en - De afdekking is vanaf het begin en continu zeer effectief. Wijzigingen in de reële waarde van derivaten die worden aangemerkt als reëlewaardehedge en die zeer effectief blijken in relatie tot het afgedekte risico, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening, samen met de overeenkomstige wijziging in reële waarde van de afgedekte activa of verplichtingen die worden toegerekend aan die specifieke afgedekte risico s. Wanneer de afdekking niet langer voldoet aan de criteria voor hedge-accounting (reëlewaardehedgemodel), wordt de aanpassing van de boekwaarde van een afgedekt rentedragend financieel instrument geamortiseerd ten gunste of ten laste van de winst-en-verliesrekening over de periode tot einde van de gehedgde periode. De aanpassing van de boekwaarde van een afgedekt eigenvermogensinstrument wordt verantwoord onder het eigen vermogen tot de afstoting van het eigenvermogensinstrument. 11 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

110 Wijzigingen in de reële waarde van derivaten die worden aangemerkt en kwalificeren als kasstroomafdekkingen en die zeer effectief blijken in relatie tot het afgedekte risico, worden verantwoord in de afdekkingsreserve in het eigen vermogen (zie toelichting onder 10), het niet-effectieve deel van wijzigingen in de reële waarde van de derivaten wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Als de verwachte transactie of de vaste verplichting resulteert in de verantwoording van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, worden winsten en verliezen die voorheen uitgesteld waren in het eigen vermogen overgedragen uit het eigen vermogen en opgenomen in de initiële waardering van de kostprijs van het actief of de verplichting. Voor het overige worden in het eigen vermogen uitgestelde bedragen overgebracht naar de winst-en-verliesrekening en gerubriceerd als baten of lasten in de periodes waarin de afgedekte vaste verplichting of de verwachte transactie van invloed is op de winst-en-verliesrekening. Bepaalde afgeleide transacties, die weliswaar als economische afdekkingen fungeren in het kader van de risicobeheersposities van de Rabobank, kwalificeren zich niet voor hedgeaccounting volgens de specifieke regels in IFRS en worden derhalve behandeld als voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten. De reële waarde van voor handelsdoeleinden en voor hedging aangehouden afgeleide financiële instrumenten wordt vermeld in toelichting 10: Derivaten (en overige handelsverplichtingen). 2.4 Handelsverplichtingen en overige verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Handelsverplichtingen Handelsverplichtingen bestaan voornamelijk uit alle negatieve reële waarden van derivaten en leveringsverplichtingen uit shortverkopen van effecten. Effecten worden short verkocht om winst te genereren uit hoofde van kortetermijnprijsschommelingen. De effecten benodigd voor de afwikkeling van shortverkopen worden verkregen door effectenuitleningsovereenkomsten of effectenterugkoopovereenkomsten. Short verkochte effecten worden opgenomen tegen reële waarde per balansdatum Overige verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Overige verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening omvatten bepaalde financiële verplichtingen die de Rabobank niet voornemens is te verhandelen, maar die zij bij de initiële opname tegen reële waarde heeft verantwoord. Wijzigingen in de reële waarde van deze financiële verplichtingen worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening in de periode waarin zij zich voordoen. 2.5 Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa zijn financiële activa die zijn verworven om winst te genereren uit kortetermijnfluctuaties in prijzen of marges van handelaren, of financiële activa die onderdeel zijn van een portefeuille die een patroon van kortetermijnwinstneming kent. Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa worden gewaardeerd tegen reële waarde op basis van genoteerde biedprijzen. Alle gerelateerde gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen worden opgenomen onder Resultaat uit handelsactiviteiten. Rente verdiend op voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa wordt verantwoord als rentebaten. Dividenden ontvangen op voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa worden verantwoord onder Resultaat uit handelsactiviteiten. Alle aankopen en verkopen van voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa die levering vereisen binnen een door regelgeving of marktconventie voorgeschreven tijdslimiet, worden verantwoord op de transactiedatum. Overige handelstransacties worden verantwoord als derivaten totdat zij worden afgewikkeld. 2.6 Niet voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening De Rabobank heeft ervoor geopteerd om als financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening financiële instrumenten aan te wijzen die niet worden verworven of aangegaan om winst te genereren uit kortetermijnfluctuaties in prijzen of marges van handelaren. Deze financiële instrumenten, waaronder venture capital, worden gewaardeerd tegen reële waarde. 12 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

111 Financiële activa en verplichtingen zijn door het management in deze categorie geclassificeerd bij eerste verwerking indien wordt voldaan aan (een van de) volgende criteria: - Deze aanwijzing elimineert of vermindert significant een inconsistente behandeling die anders zou zijn ontstaan bij het waarderen van de activa of verplichtingen of bij het erkennen van winsten of verliezen op verschillende waarderingsgrondslagen; of - De activa en verplichtingen zijn onderdelen van een groep van financiële activa en/of financiële verplichtingen die gemanaged en beoordeeld worden op basis van de reële waarde in overeenstemming met een gedocumenteerde risicomanagementstrategie of investeringsstrategie; - Het financieel instrument bevat een embedded derivaat, tenzij het embedded derivaat geen significante impact heeft op de kasstromen of indien het evident is dat, met een beperkte of geen analyse, het niet apart hoeft te worden opgenomen. Rente verdiend of te betalen op deze activa en verplichtingen wordt verantwoord als rentebaten of - lasten. Alle overige gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen bij herwaardering van deze financiële instrumenten tegen reële waarde worden opgenomen onder Resultaat uit overige financiële activa en verplichtingen. 2.7 Day 1 profit Als er op het moment van afsluiten gebruikgemaakt wordt van waarderingstechnieken dan kan er een verschil ontstaan tussen de transactieprijs en de reële waarde. Een eventueel verschil hiertussen wordt de Day 1 profit genoemd. De Rabobank verantwoordt deze winst onmiddellijk onder Resultaat uit handelsactiviteiten, indien de waarderingstechniek gebaseerd is op waarneembare data (van actieve markten). Als gebruikgemaakt is van niet-waarneembare data dan wordt de Day 1 profit geamortiseerd over de looptijd van de transactie. De winst wordt alsnog genomen als het betreffende financiële instrument verkocht is of de gegevensinvoer alsnog waarneembaar is geworden. 2.8 Voor verkoop beschikbare financiële activa Het management bepaalt de geëigende rubricering van financiële activa op de datum van verwerving. Financiële activa die zijn bedoeld om voor onbepaalde tijd te worden aangehouden en die kunnen worden verkocht om te voorzien in liquiditeitsbehoeften of als reactie op wijzigingen in het rentetarief, wisselkoersen of aandelenkoersen, worden gerubriceerd als voor verkoop beschikbaar. Voor verkoop beschikbare financiële activa worden bij eerste waardering verantwoord tegen kostprijs en direct geherwaardeerd tegen reële waarde op basis van genoteerde biedprijzen of bedragen afgeleid uit kasstroommodellen. De reële waarde voor niet-genoteerde eigenvermogensinstrumenten wordt geschat op basis van geëigende koers-winstverhoudingen, aangepast om de specifieke omstandigheden van de emittent te weerspiegelen. Ongerealiseerde winsten en verliezen voortvloeiend uit wijzigingen in de reële waarde van als voor verkoop beschikbaar gerubriceerde financiële activa worden verantwoord in het eigen vermogen, tenzij het geamortiseerde rente betreft. Als de financiële activa worden afgestoten of als bijzondere waardevermindering plaatsvindt, worden de aanpassingen van de reële waarde opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Het management beoordeelt op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen bestaan dat voor verkoop beschikbare activa een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. Een investering wordt geacht een bijzondere waardevermindering te hebben ondergaan indien de kostprijs de realiseerbare waarde duurzaam overtreft, dat wil zeggen dat de reële waarde langdurig of significant lager is dan de kostprijs. Voor de investeringen in de vorm van niet-genoteerde eigen vermogensinstrumenten wordt de realiseerbare waarde bepaald door toepassing van erkende waarderingstechnieken. Voor genoteerde financiële activa wordt de realiseerbare waarde bepaald aan de hand van de marktprijs. Deze genoteerde activa worden geacht een bijzondere waardevermindering te hebben ondergaan indien er objectieve aanwijzingen zijn dat de daling van de marktprijs zodanig is dat het niet redelijk is om te veronderstellen dat de waarde in de voorzienbare toekomst zal herstellen tot het niveau van de boekwaarde. Indien in een periode daarna de bijzondere waardevermindering van voor verkoop beschikbare activa afneemt en de afname objectief kan worden toegeschreven aan een gebeurtenis die zich na de afwaardering heeft afgespeeld, wordt de bijzondere waardevermindering teruggenomen via de winst-en-verliesrekening. Dit geldt niet voor beleggingen in eigen vermogensinstrumenten, waarbij een waardevermeerdering na een duurzame waardevermindering als een herwaardering wordt behandeld. Alle aankopen en verkopen volgens standaardmarktconventies van voor verkoop beschikbare financiële activa worden verantwoord op de transactiedatum. Alle overige aankopen en verkopen worden verantwoord op de datum van afwikkeling. 13 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

112 2.9 Tot einde looptijd aangehouden financiële activa Financiële activa waarvan het einde van de looptijd en de kasstromen vaststaan worden - indien het management zowel het voornemen als het vermogen heeft deze tot het einde van de looptijd aan te houden - gerubriceerd als tot einde looptijd aangehouden financiële activa. Het management bepaalt op de transactiedatum de geëigende rubricering van zijn investeringen. Tot einde looptijd aangehouden financiële activa worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectiefrendementmethode, na aftrek van eventuele voorzieningen voor bijzondere waardevermindering. Rente verdiend op tot einde looptijd aangehouden financiële activa wordt verantwoord als rentebaten. Alle aankopen en verkopen volgens standaardmarktconventies van tot einde looptijd aangehouden financiële activa worden verantwoord op de datum van afwikkeling. Alle overige aankopen en verkopen worden verantwoord als afgeleide termijntransacties tot de datum van afwikkeling Terugkoopovereenkomsten en omgekeerde terugkoopovereenkomsten Financiële activa die zijn verkocht onder voorbehoud van een gerelateerde terugkoopovereenkomst ( terugkoopovereenkomsten ) worden in de jaarrekening opgenomen als Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en Voor verkoop beschikbare financiële activa. De verplichting ten aanzien van de tegenpartij is opgenomen in Schulden aan andere banken en Toevertrouwde middelen al naar gelang van toepassing. Financiële activa verworven in het kader van terugverkoopovereenkomsten ( omgekeerde terugkoopovereenkomsten ) worden opgenomen als Vorderingen op andere banken of Kredieten aan cliënten, al naar gelang van toepassing. Het verschil tussen verkoopprijs en terugkoopprijs wordt verantwoord als rentebaten of rentelasten over de duur van de overeenkomsten op basis van de effectiefrendementmethode Securitisatie en overige regelingen voor verwijdering van de balans De Rabobank securitiseert, verkoopt en onderhoudt verschillende financiële activa, waarbij sprake kan zijn van een verkoop van deze activa aan special purpose entities ( SPE s ) die op hun beurt effecten uitgeven aan beleggers. De Rabobank kan een belang houden in de vertitelde en verkochte financiële activa in de vorm van achtergestelde interest-only strips, achtergestelde effecten, spread accounts, servicingrechten, garanties, put- en callopties en overige regelingen. Een financieel actief (of een deel van een financieel actief) wordt van de balans verwijderd als: - De rechten op de kasstromen uit het actief aflopen; - De rechten op de kasstromen uit het actief en nagenoeg alle risico s en voordelen van het eigendom van het actief worden overgedragen; - Een verplichting om de kasstromen uit het actief over te dragen verondersteld wordt en nagenoeg alle risico s en voordelen worden overgedragen; - Een verplichting om de kasstromen uit het actief over te dragen verondersteld wordt; - Niet alle economische risico s en voordelen worden overgedragen of behouden maar de zeggenschap over het actief wordt overgedragen. Tot op heden heeft bij de Rabobank nog geen verwijdering plaatsgevonden. Indien de Rabobank de zeggenschap over het actief behoudt maar niet nagenoeg alle risico s en voordelen, wordt het actief verantwoord overeenkomstig de mate van de aanhoudende betrokkenheid van de Rabobank. Een gerelateerde verplichting wordt eveneens verantwoord overeenkomstig de mate van aanhoudende betrokkenheid. De verantwoording van de wijziging in de waarde van de verplichting geschiedt in overeenstemming met de verantwoording van wijzigingen in de waarde van het actief. Wanneer een transactie niet aan de bovenstaande voorwaarden voldoet voor verwijdering van de balans, wordt zij verantwoord als een lening met zekerheidsstelling. Voor zover een overdracht van een financieel actief zich niet kwalificeert voor verwijdering van de balans, worden de contractuele rechten van de Rabobank in verband met de overdracht niet afzonderlijk verantwoord als derivaten indien verantwoording van zowel het afgeleide als het overgedragen actief, danwel de verplichting voortvloeiend uit de overdracht zou resulteren in dubbele verantwoording van dezelfde rechten of verplichtingen. Winsten of verliezen op securitisatie of verkooptransacties hangen voor een deel af van de vorige boekwaarde van de financiële activa die bij de overdracht zijn betrokken. De boekwaarde van deze activa wordt toegerekend aan de verkochte en de aangehouden belangen op basis van de relatieve reële waarde van deze belangen op de datum van verkoop. Winsten of verliezen worden verantwoord op het tijdstip van de overdracht en worden verantwoord in het resultaat. 14 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

113 De bepaling van de reële waarde van de verkochte en de aangehouden belangen geschiedt op basis van genoteerde marktprijzen of door bepaling van de contante waarde van verwachte kasstromen op basis van prijsmodellen die rekening houden met verschillende aannames, zoals kredietverliezen, rekenrente, rendementscurves, betalingssnelheid en overige factoren. De Rabobank bepaalt of de SPE in de geconsolideerde jaarrekening moet worden opgenomen. De Rabobank voert daartoe een beoordeling uit van de SPE door een reeks van factoren te overwegen, waaronder de activiteiten, besluitvormingsbevoegdheden en de toerekening van voordelen en risico s van de activiteiten van de SPE Geldmiddelen en kasequivalenten Kasequivalenten zijn zeer liquide investeringen voor de korte termijn die worden aangehouden om te kunnen voldoen aan kortetermijnverplichtingen in geldmiddelen en niet zozeer voor investeringen of andere doeleinden, met een resterende looptijd van minder dan negentig dagen vanaf de aankoopdatum, die eenvoudig converteerbaar zijn in vaststaande geldbedragen en die onderhevig zijn aan een verwaarloosbaar risico van waardeveranderingen Saldering van financiële activa en verplichtingen Financiële activa en financiële verplichtingen worden gesaldeerd en het nettobedrag wordt in de balans opgenomen indien er een juridisch afdwingbaar recht is om de verantwoorde bedragen te salderen en indien het voornemen bestaat om de verwachte toekomstige kasstromen op nettobasis te verrekenen, of tegelijkertijd het actief te realiseren en de verplichting af te wikkelen Vreemde valuta Buitenlandse entiteiten Posten opgenomen in de jaarrekening van elke entiteit in de Rabobank Groep worden gewaardeerd op basis van de valuta die het best de economische realiteit van de onderliggende gebeurtenissen en omstandigheden weergeeft die relevant zijn voor die entiteit ( de functionele valuta ). De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in euro s, de functionele valuta van de moedermaatschappij. Winst-en-verliesrekeningen en kasstromen van buitenlandse entiteiten worden omgerekend in de presentatievaluta van de Rabobank tegen de koers op transactiedata die te benaderen is door middel van gemiddelde koersen, en hun balans wordt omgerekend tegen de wisselkoersen op 31 december. Valutakoersverschillen voortvloeiend uit de omrekening van de netto-investering in buitenlandse entiteiten en van leningen en overige valuta-instrumenten aangemerkt als hedges van dergelijke investeringen, worden verwerkt in het eigen vermogen. Wanneer een buitenlandse entiteit is verkocht, worden dergelijke valutakoersverschillen verantwoord in de winst-en-verliesrekening als deel van de winst of verlies op verkoop. Goodwill en reëlewaardeaanpassingen voortvloeiend uit de overname van een buitenlandse entiteit worden verantwoord als activa en verplichtingen van de buitenlandse entiteit en omgerekend tegen de slotkoers Transacties in vreemde valuta Transacties in vreemde valuta worden omgerekend in de waarderingsvaluta op basis van de wisselkoersen op de transactiedatum. Omrekeningsverschillen die ontstaan bij afwikkeling van dergelijke transacties en bij omrekening van monetaire activa en verplichtingen luidend in buitenlandse valuta, worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening, behalve wanneer zij worden verantwoord in het eigen vermogen, als kwalificerende netto-investeringsafdekkingen. Omrekeningsverschillen op schuldpapieren en overige monetaire financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde worden opgenomen onder valutakoerswinsten en verliezen. Omrekeningsverschillen op niet-monetaire posten, zoals voor handelsdoeleinden aangehouden eigenvermogensinstrumenten, worden verantwoord als deel van reëlewaardewinsten of -verliezen. Omrekeningsverschillen op voor verkoop beschikbare niet-monetaire posten worden opgenomen onder de herwaarderingsreserve in het eigen vermogen Rente Rentebaten en -lasten worden op basis van het toerekeningsbeginsel verantwoord in de winst-enverliesrekening voor alle rentedragende instrumenten waarbij de effectiefrendementmethode wordt gehanteerd. Rentebaten omvatten mede coupons met betrekking tot vastrentende financiële activa en 15 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

114 voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en geaccumuleerd agio en disagio op schatkistpapier en overige contant gemaakte instrumenten. Indien leningen onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering, worden zij afgewaardeerd tot hun realiseerbare bedragen en rentebaten worden vervolgens verantwoord op basis van het rentetarief dat is gehanteerd om de toekomstige kasstromen contant te maken teneinde het realiseerbare bedrag te bepalen Honoraria en provisies Inkomsten uit hoofde van vermogensbeheeractiviteiten bestaan voornamelijk uit unit trust, fondsenbeheer en administratie. Baten uit vermogensbeheer en assurantiebemiddeling worden verantwoord als verdiend wanneer de dienst is geleverd. Honoraria en provisies worden over het algemeen verantwoord op basis van het toerekeningsbeginsel. Honoraria en provisies voortvloeiend uit het onderhandelen of deelnemen aan het onderhandelen van een transactie voor een derde, bijvoorbeeld de overname van leningen, aandelen of overige effecten of de aankoop of verkoop van ondernemingen, worden verantwoord bij afronding van de onderliggende transacties Kredieten aan cliënten en vorderingen op andere banken Kredieten aan cliënten en vorderingen op andere banken zijn niet-afgeleide financiële activa met vaste of bepaalbare betalingen, die niet op een actieve markt zijn genoteerd, met uitzondering van dergelijke activa die door de Rabobank geclassificeerd zijn als aangehouden voor handelsdoeleinden of bij eerste opname in de balans aangemerkt zijn als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening of als beschikbaar voor verkoop. Deze leningen en vorderingen worden gewaardeerd op basis van de geamortiseerde kostprijs inclusief transactiekosten. De leningen worden onderworpen aan een individuele dan wel een collectieve impairmentanalyse. Een waarderingscorrectie, voorziening voor verliezen op leningen, wordt gemaakt als er objectieve aanwijzingen zijn dat de Rabobank niet alle ingevolge de oorspronkelijke contractuele bepalingen verschuldigde bedragen zal kunnen innen. Het bedrag van de voorziening is het verschil tussen de boekwaarde en het realiseerbare bedrag, zijnde de contante waarde van verwachte kasstromen, inclusief bedragen realiseerbaar uit garanties en waarborgen, contant gemaakt tegen het oorspronkelijke effectieve rentetarief van leningen. De voorziening voor leningen omvat verliezen wanneer er objectieve aanwijzingen zijn dat er op de balansdatum sprake is van verliezen in onderdelen van de leningenportefeuille. Objectieve aanwijzingen voor een mogelijke waardevermindering kunnen zijn: - Significante financiële problemen bij de kredietnemer; - In gebreke blijven of nalatigheid van kredietnemers bij de betaling van interest en/of aflossing; - Heronderhandeling van een lening; - Kans op faillissement of financiële reorganisatie bij de kredietnemer; - Veranderende betalingsstatus van kredietnemers; - Veranderingen in economische omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot het in gebreke blijven van de kredietnemer. De verliezen worden geschat op basis van historische patronen voor verliezen bij elk afzonderlijk onderdeel, de kredietwaardigheidsbeoordeling van de leners en rekening houdend met de actuele economische omstandigheden waarin de leners hun activiteiten ontplooien. De boekwaarde van de leningen wordt verminderd door gebruik te maken van een voorzieningenrekening, en het bedrag van het verlies wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Blijkt een lening oninbaar, dan wordt zij afgeschreven van de gerelateerde voorziening voor verliezen op leningen; alsnog geïnde bedragen worden ten gunste gebracht van de post Waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Immateriële vaste activa Goodwill Goodwill vertegenwoordigt het bedrag waarmee de kostprijs van een overname de reële waarde te boven gaat van het aandeel van de Rabobank in de nettoactiva en de voorwaardelijke verplichtingen van de verworven dochteronderneming of deelneming op de overnamedatum. Jaarlijks, of vaker als er aanwijzingen zijn, wordt er een impairmenttest uitgevoerd om vast te stellen of een bijzondere waardevermindering heeft plaatsgevonden. 16 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

115 Ontwikkelingskosten van software Kosten in verband met de ontwikkeling of instandhouding van software worden verantwoord als een last wanneer zij worden gemaakt. Kosten die direct worden gemaakt in verband met identificeerbare en unieke softwareproducten waarover de Rabobank de zeggenschap heeft en die waarschijnlijk gedurende een periode langer dan een jaar economische voordelen zullen opleveren die de kosten te boven gaan, worden verantwoord als immateriële activa. Directe kosten omvatten mede personeelskosten van het softwareontwikkelingsteam en een geëigend deel van de relevante overhead. Uitgaven die de prestaties van software verbeteren ten opzichte van hun oorspronkelijke specificaties worden aan de oorspronkelijke kostprijs van de software toegevoegd. Softwareontwikkelingskosten worden verantwoord als activa en lineair afgeschreven over hun gebruiksduur van maximaal vijf jaar Verzekeringscontracten verworven in een bedrijfscombinatie of bij portefeuilleoverdracht en overige immateriële vaste activa De reële waarde (netto contante waarde van de verwachte kasstromen) van de contractuele verzekeringsrechten en verzekeringsverplichtingen wordt geactiveerd onder immateriële activa en afgeschreven over de looptijd van het contract, die in het algemeen ligt tussen twee en vijf jaar. De overige immateriële vaste activa worden afgeschreven overeenkomstig de looptijd van de activa. De activa worden jaarlijks beoordeeld op bijzondere waardevermindering, op basis van verwachte toekomstige cashflows. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt opgenomen als verwachte toekomstige winsten de waarde van het actief niet ondersteunen Bijzondere waardevermindering van goodwill Goodwill wordt jaarlijks aan het eind van het jaar getoetst op bijzondere waardevermindering door vergelijking van de opbrengstwaarde van kasstroomgenererende eenheden met hun boekwaarde. De hoogste van de waarde in gebruik enerzijds en de reële waarde verminderd met verkoopkosten anderzijds bepaalt de opbrengstwaarde. Het type van overgenomen onderneming is bepalend voor de definiëring van kasstroomgenererende eenheden. Binnen Rabobank zijn thans alle kasstroomgenererende eenheden gedefinieerd als een (juridische) entiteit. De realiseerbare waarde van een kasstroomgenererende eenheid wordt bepaald door berekening van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen van die kasstroomgenererende eenheid. De belangrijkste aannames die zijn gebruikt in het kasstroommodel zijn afhankelijk van de inputgegevens die verschillende financiële en economische variabelen weerspiegelen, zoals de risicovrije rente in een land en een premie die het inherente risico van de betreffende entiteit weergeeft. Deze variabelen worden bepaald op basis van een beoordeling door het management Bijzondere waardevermindering van immateriële vaste activa Telkens op de balansdatum beoordeelt de Rabobank of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van de overige immateriële activa. Is er sprake van dergelijke aanwijzingen, dan wordt een analyse uitgevoerd om te beoordelen of de boekwaarde van de overige immateriële activa volledig realiseerbaar is. Afwaardering vindt plaats wanneer de boekwaarde hoger is dan het realiseerbare bedrag. Voor de goodwill en de software in ontwikkeling wordt jaarlijks per balansdatum, of vaker indien er een aanwijzing is, een impairmenttest uitgevoerd om vast te stellen of een bijzondere waardevermindering heeft plaatsgevonden Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen Apparatuur (voor eigen gebruik) wordt verantwoord tegen historische kosten na aftrek van geaccumuleerde afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Vaste activa, terreinen en gebouwen (voor eigen gebruik) bestaan hoofdzakelijk uit kantoren en worden eveneens verantwoord tegen kostprijs, na aftrek van geaccumuleerde afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Afschrijvingen worden als volgt lineair berekend ter afwaardering van de kostprijs van dergelijke activa tot hun restwaarde over hun geschatte gebruiksduur. - Terreinen Niet afgeschreven - Gebouwen jaar Apparatuur, waaronder - Computerapparatuur 1 5 jaar - Overige apparatuur en motorvoertuigen 3 8 jaar 17 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

116 De Rabobank beoordeelt jaarlijks of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen. Wanneer de boekwaarde van een actief groter is dan het geschatte realiseerbare bedrag, wordt deze onmiddellijk afgewaardeerd naar het realiseerbare bedrag. Winsten en verliezen op afstoting van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen worden bepaald ten opzichte van hun boekwaarde en worden verwerkt bij de bepaling van het bedrijfsresultaat. Herstelwerkzaamheden en instandhouding worden ten laste gebracht van de winst-en-verliesrekening wanneer de uitgave ervoor is gedaan. Uitgaven die de voordelen van terreinen en gebouwen verlengen of vergroten ten opzichte van hun oorspronkelijke gebruik worden geactiveerd en vervolgens afgeschreven Vastgoedbeleggingen Vastgoedbeleggingen, voornamelijk bestaand uit kantoorgebouwen, worden aangehouden voor de langetermijnhuurbaten en worden niet gebruikt door de Rabobank of haar dochterondernemingen. Vastgoedbeleggingen worden verantwoord als langetermijnbelegging en opgenomen tegen kostprijs na aftrek van geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De vastgoedbeleggingen worden afgeschreven overeenkomstig de looptijd van de onderliggende leasecontracten Onderhanden werk Het onderhanden werk is verantwoord onder de balanspost Overige activa. Onderhanden werk betreft commercieelvastgoedprojecten, alsmede verkochte en onverkochte woningbouwprojecten in aanbouw of voorbereiding, en wordt gewaardeerd tegen gemaakte kosten vermeerderd met toegerekende rente en verminderd met eventueel noodzakelijke voorzieningen. Aan kopers en opdrachtgevers gefactureerde termijnen worden in mindering gebracht op onderhanden werk. Indien voor een project het saldo negatief is (de gefactureerde termijnen bedragen meer dan de geactiveerde kosten), wordt het saldo op dat project overgeboekt naar Overige schulden. Winsten en verliezen worden genomen op basis van de voortgang van het project ( percentage of completion -methode) Leasing Rabobank is de lessee Leaseovereenkomsten van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen waarbij nagenoeg alle risico s en voordelen van het eigendom worden overgedragen aan de Rabobank worden gerubriceerd als financiële leaseovereenkomsten. Financiële leaseovereenkomsten worden geactiveerd bij aanvang van de leaseovereenkomst tegen de reële waarde van de geleasde vaste activa of tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen indien de contante waarde lager is. Elke leasebetaling wordt zodanig toegerekend tussen de verplichting en financieringskosten dat dit resulteert in een constante rente over het resterende saldo van de verplichting. De corresponderende huurverplichtingen worden, na aftrek van financieringskosten, opgenomen onder Overige leningen. De rentecomponent van de financieringskosten wordt ten laste gebracht van de winst-en-verliesrekening over de leaseperiode. Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen verworven in het kader van financiële leaseovereenkomsten worden afgeschreven over de gebruiksduur van het actief of, indien korter, de leasetermijn. Leaseovereenkomsten waarbij een aanzienlijk deel van de risico s en voordelen van de eigendom wordt behouden door de lessor, worden gerubriceerd als operationele leaseovereenkomsten. Betalingen uit hoofde van operationele leaseovereenkomsten worden (na aftrek van eventuele kortingen door de lessor) lineair ten laste gebracht van de winst-en-verliesrekening over de leaseperiode Rabobank is de lessor Financiële leaseovereenkomsten Indien activa worden geleasd in het kader van een financiële leaseovereenkomst, wordt de contante waarde van de leasebetalingen verantwoord als een vordering onder Vorderingen op andere banken of Kredieten aan cliënten. Het verschil tussen de brutovordering en de contante waarde van de vordering wordt verantwoord als onverdiende financieringsbaten. Lease-inkomsten worden verantwoord als rentebaten over de leaseperiode op basis van de netto-investeringsmethode, die een constante periodieke rente weergeeft. Operationele leaseovereenkomsten Activa geleasd in het kader van operationele leaseovereenkomsten worden in de balans opgenomen onder Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen. Zij worden afgeschreven over hun verwachte 18 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

117 gebruiksduur in overeenstemming met die voor vergelijkbare onroerende zaken en bedrijfsmiddelen. Huurinkomsten worden (na aftrek van aan lessees verstrekte kortingen) verantwoord in Overige baten op lineaire basis over de leaseperiode Voorzieningen Voorzieningen worden verantwoord als de Rabobank een actuele juridische of feitelijke verplichting heeft uit hoofde van gebeurtenissen in het verleden, als het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen nodig is om die verplichting af te wikkelen, en als een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van het bedrag. Indien de Rabobank vergoeding verwacht van een voorziening, bijvoorbeeld in het kader van een verzekeringscontract, wordt de vergoeding verantwoord als een afzonderlijk actief maar alleen als de vergoeding nagenoeg zeker is. De voorzieningen worden gewaardeerd op de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen Herstructurering Herstructureringsvoorzieningen bestaan uit boetes voor beëindiging van leaseovereenkomsten, betalingen uit hoofde van afvloeiingsregelingen en overige direct aan de herstructureringsprogramma s toe te rekenen kosten. Deze kosten worden verantwoord in de periode waarin voor de Rabobank een juridische of feitelijke betalingsverplichting ontstaat en voor afvloeiing een gedetailleerd plan is opgesteld. Voor kosten in verband met de lopende bedrijfsactiviteiten van de Rabobank worden vooraf geen voorzieningen getroffen Verlof en langdurig dienstverband Rechten van personeel op verlof en op verlof uit hoofde van langdurig dienstverband worden verantwoord op het moment dat zij aan personeel toekomen. Een voorziening wordt getroffen voor de geschatte verplichting voor jaarlijks verlof en verlof uit hoofde van langdurig dienstverband als gevolg van de diensttijd van personeel op de balansdatum Juridische voorzieningen Juridische voorzieningen worden verantwoord voor de geschatte verplichting die per de balansdatum aanwezig is Personeelsbeloningen De Rabobank heeft verschillende pensioenregelingen op basis van de lokale omstandigheden en praktijken in de landen waar zij activiteiten ontplooit. De regelingen worden over het algemeen gefinancierd door betalingen aan verzekeringsmaatschappijen of trustee-administered funds zoals bepaald door periodieke actuariële berekeningen. Een toegezegdpensioenregeling is een pensioenregeling die een bedrag aan te betalen pensioenuitkeringen toezegt, gewoonlijk in relatie tot een of meer factoren als leeftijd, dienstjaren of beloning. Een toegezegdebijdrageregeling is een pensioenregeling in het kader waarvan de Rabobank vaste bijdragen betaalt aan een afzonderlijke entiteit (een fonds) en geen juridische of feitelijke verplichting heeft als het fonds onvoldoende activa heeft om alle uitkeringen aan personeel te betalen in verband met diensttijd van personeel in de actuele en voorgaande periodes Pensioenverplichtingen De verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen is de contante waarde van de toegezegdpensioenverplichting op de balansdatum na aftrek van de reële waarde van fondsbeleggingen, tezamen met aanpassingen voor niet in aanmerking genomen actuariële winsten/ verliezen en kosten voor verstreken diensttijd. De toegezegdpensioenverplichting wordt jaarlijks berekend door onafhankelijke actuarissen op basis van de projected unit credit -methode. De contante waarde van de toegezegdpensioenverplichting wordt bepaald door de geschatte toekomstige uitstroom van geldmiddelen op basis van rentetarieven van hoogwaardige bedrijfsobligaties met looptijden welke die van de gerelateerde verplichting benaderen. De meeste pensioenregelingen zijn middelloonregelingen en de kosten van dergelijke regelingen, dat wil zeggen de nettopensioenlasten voor de periode na aftrek van werknemersbijdragen, worden opgenomen in Personeelskosten. Actuariële winsten en verliezen voortvloeiend uit aanpassingen aan de feitelijke ontwikkelingen of actuariële aannames worden verwerkt in de corridor. Voor zover eventuele niet-opgenomen cumulatieve actuariële winsten of verliezen meer bedragen dan 10% van de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling, dan wel van de reële waarde van de 19 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

118 fondsbeleggingen indien deze hoger is, wordt dat gedeelte in de winst-en-verliesrekening opgenomen over een periode van twee jaren Toegezegde-bijdrageregelingen Voor toegezegdebijdrageregelingen betaalt de Rabobank bijdragen aan openbaar of privaat beheerde pensioenverzekeringsplannen op een verplichte, contractuele of vrijwillige basis. Zodra de bijdragen zijn voldaan, heeft de Rabobank geen verdere betalingsverplichtingen. De reguliere bijdragen zijn netto periodieke kosten over het jaar waarin zij betaalbaar worden en zij worden als zodanig opgenomen onder Personeelskosten Overige verplichtingen na uitdiensttreding Sommige onderdelen van de Rabobank bieden hun werknemers overige tegemoetkomingen na uitdiensttreding aan. Voor het recht op deze uitkeringen is gewoonlijk vereist dat de werknemer tot de pensioenleeftijd in dienst blijft en een minimumaantal dienstjaren heeft. De verwachte kosten van deze uitkeringen worden over de diensttijd opgebouwd, op basis van een systematiek die vergelijkbaar is met toegezegdpensioenregelingen. Deze verplichtingen worden ieder jaar gewaardeerd door onafhankelijke actuarissen Belasting Acute en latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd als zij voortkomen uit dezelfde fiscale groep en betrekking hebben op dezelfde belastingautoriteit. Tevens vindt er saldering plaats als er een wettelijk recht op saldering bestaat en als simultane afwerking of verrekening wordt verwacht. Volledige voorzieningen worden getroffen voor uitgestelde belasting, op basis van de liabilitymethode, op tijdelijke verschillen tussen de fiscale waarde van activa en verplichtingen en hun boekwaardes in de jaarrekening. De belangrijkste tijdelijke verschillen komen voort uit afschrijvingen van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen, herwaardering van bepaalde financiële activa en verplichtingen inclusief afgeleide contracten, voorzieningen voor pensioenen en overige uitkeringen na uitdiensttreding, voorzieningen voor kredietverliezen en overige bijzondere waardeverminderingen en belastingverliezen en - in verband met overnames - het verschil tussen de reële waarden van de overgenomen nettoactiva en hun fiscale waarde. De per de balansdatum vigerende of nagenoeg vigerende belastingtarieven worden gehanteerd om de uitgestelde belastingen te bepalen. Bij de verantwoording van latente belastingvorderingen wordt rekening gehouden met de mate waarin het waarschijnlijk is dat in de toekomst een belastbare winst beschikbaar is voor aanwending van de tijdelijke verschillen. Voorzieningen worden getroffen voor tijdelijke verschillen voortvloeiend uit investeringen in dochterondernemingen, deelnemingen en joint ventures, behalve wanneer de timing van de omkering van het tijdelijke verschil gestuurd kan worden en als het waarschijnlijk is dat het verschil niet in de overzienbare toekomst wordt omgekeerd. Belastingen op de winst worden op basis van de toepasselijke belastingwetgeving in iedere jurisdictie verantwoord als een last in de periode waarin de winst ontstaat. De belastingeffecten van verrekenbare compensabele verliezen worden verantwoord als een actief als het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn voor aanwending van deze verliezen. Voor herwaarderingen van voor verkoop beschikbare financiële activa en kasstroomafdekkingen die direct ten laste of ten gunste worden gebracht van het eigen vermogen, worden uitgestelde belastingvorderingen, danwel uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen. Bij realisatie wordt dit vervolgens, samen met de uitgestelde winst of het verlies, verantwoord in de winst-en-verliesrekening Schulden aan andere banken, toevertrouwde middelen en uitgegeven schuldpapieren Deze opgenomen gelden worden bij eerste opname verantwoord tegen kostprijs, dat wil zeggen hun uitgiftebaten na aftrek van direct toerekenbare en incidentele transactiekosten. Vervolgens worden leningen opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs, en eventuele verschillen tussen nettobaten en de aflossingswaarde worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening over de periode van de leningen op basis van de effectiefrendementmethode. Indien de Rabobank eigen schuldinstrumenten aankoopt, worden deze uit de balans verwijderd en wordt het verschil tussen de boekwaarde van een verplichting en de betaalde vergoeding verantwoord onder de baten of lasten. 20 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

119 2.27 Rabobank Ledencertificaten Dit betreft de in 2000, 2001, 2002 en 2005 uitgegeven certificaten van aandelen in het kapitaal van respectievelijk Rabobank Ledencertificaten N.V., Rabobank Ledencertificaten II N.V. en Rabobank Ledencertificaten III N.V. Op 30 december 2008 is de juridische fusie tussen RLC (als verkrijgende vennootschap), RLC I en RLC II in werking getreden (de Fusie ). Ten gevolge van de Fusie heeft RLC (na Fusie geheten: Rabobank Ledencertificaten N.V.) het gehele vermogen van RLC I en RLC II onder algemene titel verkregen en hebben RLC I en RLC II opgehouden te bestaan. Omdat de opbrengst van de emissie perpetueel en sterk achtergesteld (ook ten opzichte van de Trust Preferred Securities) ter beschikking staat van de Rabobank Groep en omdat betaling van de vergoeding in beginsel niet plaatsvindt indien de Rabobank Groep blijkens de geconsolideerde winsten-verliesrekening in enig jaar verlies maakt, wordt de opbrengst van de emissie voor zover deze is doorgeleend aan Rabobank Nederland voor het deel van de Ledencertificaten dat in bezit is van leden en personeelsleden verantwoord onder het Eigen vermogen. In verband hiermee worden de vergoedingen verantwoord via de winstbestemming Trust Preferred Securities en Capital Securities Trust Preferred Securities, die een verplichte coupon hebben en aflosbaar zijn per een specifieke datum of tegen de optie van de houder van het waardepapier, worden gerubriceerd als financiële verplichtingen en worden opgenomen onder overige leningen. De dividenden op deze preferente aandelen worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening als rentelasten op basis van geamortiseerde kostprijs op basis van de effectiefrendementmethode. De overige Trust Preferred Securities en Capital Securities worden verantwoord onder het Eigen vermogen omdat er geen formele verplichting bestaat tot (terug)betaling van de hoofdsom en de vergoeding Financiële garanties Financiële garantiecontracten worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde. Vervolgens wordt de garantie gewaardeerd voor het hoogste van twee bedragen, namelijk ofwel het bedrag dat de Rabobank in redelijkheid zou moeten betalen om de verplichting op de balansdatum te voldoen of aan een derde over te dragen, ofwel het bedrag van de intiële waardering minus de afschrijvingen Wissels Wissels bestaan uit toezeggingen door de Rabobank om wissels op cliënten te voldoen. De Rabobank verwacht dat de meeste wissels tegelijkertijd worden voldaan met ontvangst van de vergoeding door cliënten. Wissels worden verantwoord als niet op de balans opgenomen transacties en vermeld als voorwaardelijke verplichtingen en verbintenissen Gesegmenteerde informatie Een segment is een identificeerbaar onderdeel van de Rabobank dat actief is in het verschaffen van producten of diensten (bedrijfssegment), dat onderhevig is aan risico s en voordelen die afwijken van die van overige segmenten. Segmenten waarvan het grootste deel van de baten wordt verdiend door verkopen aan cliënten en waarvan de baten, resultaten of activa 10% of meer vertegenwoordigen van alle segmenten gezamenlijk, worden afzonderlijk gerapporteerd. Het primaire rapportageformat van de Rabobank is het bedrijfssegment, secundair is het geografisch segment Kasstroomoverzicht Onder geldmiddelen en kasequivalenten worden verstaan de aanwezige kasmiddelen, geldmarktuitzettingen en de tegoeden bij de centrale banken. Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte berekeningsmethode en geeft inzicht in de herkomst van deze liquide middelen die gedurende het jaar beschikbaar zijn gekomen en de wijze waarop de liquide middelen gedurende het jaar zijn aangewend. Bij de nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten wordt het bedrijfsresultaat vòòr belastinglasten gecorrigeerd voor posten in de winst-en-verliesrekening en mutaties in balansposten die niet daadwerkelijk leiden tot kasstromen in het boekjaar. De kasstromen worden gesplitst naar bedrijfs-, investerings- en financieringsactiviteiten. Mutaties in kredieten en vorderingen en interbancaire deposito s zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Investeringsactiviteiten omvatten aan- en verkopen en aflossingen inzake financiële beleggingen, alsmede de aan- en verkopen van dochterondernemingen en van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen. De ontvangsten, uitgiften en betalingen op Ledencertificaten en 21 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

120 achtergestelde schulden worden als financieringsactiviteit aangemerkt. Mutaties uit hoofde van valutaomrekeningsverschillen worden, evenals de consolidatie-effecten bij de verwerving van deelnemingen, geëlimineerd. 3 Solvabiliteit Op 1 januari 2008 is het nieuwe kapitaalakkoord Basel II van kracht geworden voor de Rabobank Groep. Vanaf 2008 zijn de tier 1-ratio en de BIS-ratio berekend op basis van het Basel II akkoord. De door De Nederlandsche Bank gestelde normen voor de belangrijkste vermogensratio s zijn afgeleid van de solvabiliteitsrichtlijnen van de Europese Unie en het Bazelse Comité voor het Bankentoezicht. Deze ratio s vergelijken het toetsingsvermogen en het kernvermogen van de bank met het totaal van de naar risicocategorie gewogen activa en buitenbalansposten en het marktrisico van de handelsportefeuilles. De minimaal vereiste percentages voor toetsingsvermogen en kernvermogen zijn 8% respectievelijk 4% van de naar risico gewogen activa. De volgende tabel geeft een overzicht van het aanwezige vermogen en het volgens de normen van toezichthouders minimaal vereiste vermogen. De marktrisicobenadering dekt het algemene marktrisico af en het risico van open posities in valuta en schulden en eigenvermogenspapieren. Activa worden gewogen naar brede categorieën van fictief risico, waaraan een risicoweging wordt toegekend overeenkomstig het kapitaalbedrag dat nodig geacht wordt om deze activa te ondersteunen. Vier categorieën van risicoweging worden toegepast (0%, 20%, 50%, 100%); bijvoorbeeld geldmiddelen en geldmarktinstrumenten hebben een risicoweging van nul wat betekent dat geen kapitaal benodigd is om het aanhouden van deze activa te ondersteunen. Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen hebben een risicoweging van 100%, wat betekent dat kapitaal ter hoogte van 8% van de boekwaarde moet worden aangehouden ter ondersteuning. Niet in de balans opgenomen verplichtingen in verband met kredieten en termijncontracten en forwards en opties op basis van afgeleide financiële instrumenten worden verantwoord onder toepassing van verschillende categorieën van conversiefactoren, bedoeld om deze posten in balansequivalenten om te zetten. De resulterende equivalente bedragen worden vervolgens eveneens naar risico gewogen. Ratio s voor de Rabobank In miljoenen euro s Kernvermogen en toetsingsvermogen zijn als volgt samengesteld: Ingehouden winsten (toelichting: 29) Rabobank Ledencertificaten (toelichting: 30) Trust Preferred Securities III tot en met VI (toelichting: 31) Trust Preferred Securities II (toelichting: 27) Capital Securities (toelichting: 31) Deel van het belang van derden aangemerkt als toetsingsvermogen Aftrekposten Kernvermogen Deel van de reserves aangemerkt als toetsingsvermogen Aftrekposten Deel van de achtergestelde schulden aangemerkt als toetsingsvermogen Toetsingsvermogen Risicogewogen activa Ratio s Kernvermogen (tier 1-ratio) 12,7% 10,7% Toetsingsvermogen (BIS-ratio) 13,0% 10,9% De berekening van de ratio s voor 2007 zijn gebaseerd op het Basel I kapitaalakkoord. 22 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

121 4 Risicopositie uit hoofde van financiële instrumenten 4.1 Risico governance Binnen de Rabobank Groep vindt het risicomanagement plaats op diverse niveaus. Op het hoogste niveau stelt de raad van bestuur de te volgen risicostrategie, beleidsuitgangspunten en limieten vast, onder toezicht van de raad van commissarissen en op advies van de Balans en Risico Management Commissie Rabobank Groep en de Kredietbeleidscommissie Rabobank Groep. De raad van commissarissen evalueert regelmatig de risico s die verbonden zijn aan de activiteiten en de portefeuille van de Rabobank Groep. De Chief Financial Officer, tevens lid van de raad van bestuur, is verantwoordelijk voor de implementatie van het risicobeleid binnen de Rabobank Groep. Binnen de Rabobank Groep is de verantwoordelijkheid voor het risicobeleid verdeeld over twee directoraten. Group Risk Management is verantwoordelijk voor het beleid omtrent rente-, markt-, liquiditeits-, valuta- en operationeel risico, evenals voor het beleid omtrent de kredietrisico s op portefeuilleniveau. Kredietrisicomanagement is verantwoordelijk voor het acceptatiebeleid van kredietrisico s op postniveau. Daarnaast heeft ook binnen de groepsonderdelen risicomanagement haar plaats. Onafhankelijke risicocontrolafdelingen managen die risico s, die voor het betreffende onderdeel relevant zijn. 4.2 Strategie voor het gebruik van financiële instrumenten Naar hun aard zijn de activiteiten van de Rabobank gerelateerd aan het gebruik van financiële instrumenten, waaronder ook derivaten. De Rabobank neemt deposito s van cliënten in bewaring tegen zowel vaste als variabele rente voor verschillende periodes en streeft ernaar bovengemiddelde rentemarges te verdienen door belegging van deze middelen in hoogwaardige activa. De Rabobank streeft ernaar deze marges te vergroten door consolidering van kortlopende middelen en leningen voor langere periodes tegen hogere tarieven, en door tegelijkertijd voldoende liquiditeit aan te houden om alle bedragen die eventueel opeisbaar worden te kunnen voldoen. De Rabobank streeft er tevens naar om haar rentemarges te vergroten door bovengemiddelde marges te verkrijgen, na aftrek van voorzieningen en door leningen te verstrekken aan commerciële en retail-leningnemers met verschillende kredietwaardigheidsbeoordelingen. Dergelijke risico s betreffen niet alleen op de balans verantwoorde kredieten; de Rabobank gaat tevens garanties aan, zoals letters of credit en performance, en overige verplichtingen. De Rabobank handelt tevens in financiële instrumenten wanneer zij posities inneemt in ter beurze verhandelde contracten en niet ter beurze verhandelde (OTC-)contracten, waaronder derivaten, om te profiteren van kortetermijnbewegingen in de aandelen en obligatiemarkten en in valuta- en rentetarieven en in goederenprijzen. 4.3 Renterisico Uit hoofde van haar activiteiten is de Rabobank blootgesteld aan renterisico vanuit haar kernbedrijf. Hierbij geldt dat renterisico in de financiële marktenomgeving onderdeel is van marktrisico. Renterisico is het risico dat het financiële resultaat en/of de economische waarde van de bank kan dalen door ongunstige ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. Dit risico kan ontstaan door een rentetypische mismatch tussen activa en passiva (mismatchrisico), doordat in producten rentegerelateerde opties zijn verwerkt die de kasstromen kunnen beïnvloeden (optierisico), doordat de vorm van de rentecurve kan veranderen (yieldcurverisico) en doordat de relatie tussen verschillende rentecurves verandert (basisrisico). Het eventuele renterisico dat klanten lopen doordat hun verplichtingen door rentestijgingen toenemen, heeft geen impact op de renterisicopositie van de Rabobank. Eventueel negatieve effecten die hieruit voortvloeien worden beschouwd als kredietrisico. Het accepteren van een bepaalde mate van renterisico is een wezenlijk onderdeel van het bankieren en kan een belangrijke bron van resultaat en waardecreatie zijn. Onder toezicht van de raad van commissarissen, stelt de raad van bestuur de risicobereidheid en daarbij behorende limieten jaarlijks vast. Maandelijks wordt over de actuele renterisicopositie gerapporteerd aan de respectievelijke risicomanagementcommissies. De dagelijkse monitoring wordt uitgevoerd door de verschillende treasuryafdelingen binnen de groepsonderdelen. Ook wordt op kwartaalbasis gerapporteerd aan de toezichthouder, De Nederlandsche Bank. Het meten van renterisico wordt niet alleen gedaan op basis van de contractueel vastgelegde gegevens, maar ook wordt rekening gehouden met klantgedrag in het gehanteerde interne renterisicomodel. Zo wordt rekening gehouden met vervroegde aflossingen bij hypotheken, en worden 23 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

122 balansposten zonder contractueel vastgelegde looptijd, zoals spaargelden en rekening-courantgelden, gemodelleerd op basis van de zogenaamde replicating portfoliotechniek. Hierbij wordt gezocht naar portefeuilles van geld-en kapitaalmarktinstrumenten die het gedrag van deze posten het best repliceren. Voor de bepaling van het renterisico wordt gebruikgemaakt van gapanalyse, durationbepaling en simulaties. Er zijn limieten gesteld aan zowel de inkomstengevoeligheid (income at risk) als de marktwaardegevoeligheid (equity at risk). Daarnaast is de basispuntgevoeligheid (BPV) van de renterisicopositie een belangrijke risico-indicator. De BPV is het absolute verlies aan marktwaarde van het eigen vermogen dat optreedt bij een parallelle stijging van de gehele rentecurve met 1 basispunt. De BPV is in het verslagjaar niet hoger geweest dan 25. Het IFRS vermogen wijkt af van de marktwaarde van het vermogen zoals gebruikt wordt bij het analyseren van de impact van renteveranderingen op de marktwaarde van het eigenvermogen. Aangezien een groot gedeelte van de balans in termen van IFRS geen waardeveranderingen ondergaan bij renteveranderingen, zullen eventuele effecten grotendeels beperkt blijven tot het impact op het renteresultaat (zie hieronder) Income at risk De onderstaande tabel geeft de gevoeligheid van het renteresultaat (ontvangen rente minus betaalde rente, vóór belasting) voor de komende twee jaren weer bij een gelijkblijvende balanssamenstelling en zonder managementinterventie. Hierbij is een opdeling gemaakt naar de impact in het eerste jaar en de impact in het tweede jaar. Hierbij wordt verondersteld dat de rente gedurende de eerste 12 maanden gelijkmatig en parallel stijgt/daalt met 200 basispunten, en daarna gedurende de maanden 13 tot en met 24 op datzelfde niveau blijft. De simulatie van de mogelijke ontwikkeling van het renteresultaat is gebaseerd op een intern ontwikkeld renterisicomodel, waarin bepaalde aannames gemaakt worden met betrekking tot de rentegevoeligheid van producten waarvan het rentetarief niet direct gekoppeld is aan een bepaald geld- of kapitaalmarkttarief, zoals particuliere spaargelden. Een minder grote stijging of daling zal naar rato een vergelijkbare impact hebben. De genoemde impact op het renteresultaat werkt via de resultatenrekening door in het vermogen conform IFRS en is zeer gering. Income at risk 31 dec dec 2007 In miljoenen euro s 200 bp stijging 200 bp daling 200 bp stijging 200 bp daling 1-12 maanden maanden Equity at risk De onderstaande tabel geeft de gevoeligheid aan van de economische waarde van het eigen vermogen voor renteveranderingen. Hierbij is de economische waarde van het eigen vermogen gedefinieerd als de contante waarde van de activa minus de contante waarde van de passiva plus de contante waarde van de derivatenpositie. Er is verondersteld dat de gehele rentecurve in één keer met 200 basispunten stijgt c.q. daalt. De weergegeven percentages zijn afwijkingen van de huidige economische waarde van het eigen vermogen. Equity at risk 31 dec dec 2007 In % 200 bp stijging 200 bp daling 200 bp stijging 200 bp daling Economische waarde van het eigen vermogen -11% +11% -12% +14% De hiervoor genoemde methoden worden ondersteund door diverse scenarioanalyses. De uitkomsten van deze scenarioanalyses zijn onderdeel van het integrale renterisicobeheer en worden opgenomen in de rapportages aan het senior management. 4.4 Kredietrisico Kredietrisico is het risico dat een tegenpartij niet in staat is om een financiële of andere contractuele verplichting jegens de bank te voldoen. Kredietrisico is inherent aan het verlenen van kredieten. Posities in verhandelbare activa zoals obligaties en aandelen zijn eveneens onderhevig aan kredietrisico. Voor de implicaties van de financiële crisis op het kredietrisico wordt verwezen naar hoofdstuk Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

123 De Rabobank beperkt het kredietrisico door het stellen van limieten op de kredietverlening aan een individuele tegenpartij, of aan een groep van tegenpartijen en op de kredietverlening aan landen. Een belangrijk uitgangspunt bij de kredietverlening is het vier ogen principe. Over de grotere kredietaanvragen wordt in commissieverband besloten. Daarbij is een structuur aangebracht van commissies op diverse niveaus, waarbij de hoogte van de financiering bepalend is voor de vraag welke commissie bevoegd is. Over de grootste financieringsaanvragen besluit de raad van bestuur zelf. Het kredietrisico op afzonderlijke leningnemers kan verder worden beperkt door sublimieten die al dan niet op de balans verantwoorde risico s afdekken en dagelijkse leveringslimieten in relatie tot handelsposten zoals valutatermijncontracten. Daadwerkelijke risico s worden grotendeels dagelijks getoetst aan de limieten. Nadat een krediet is verstrekt, vindt doorlopend kredietbeheer plaats waarbij nieuwe informatie, zowel financiële als niet-financiële wordt beoordeeld. Zonodig worden de kredietlimieten aangepast. Bij de kredietverlening verkrijgt de Rabobank veelal zekerheden of garanties. Per 1 januari 2008 is het nieuwe kapitaalakkoord - Basel II - van kracht geworden voor de Rabobank Groep. De Nederlandsche Bank heeft goedkeuring gegeven aan de Rabobank Groep om de Basel IIvermogenseisen volgens de meest geavanceerde benaderingen, de zogenoemde Advanced Internal Ratings Based approach, te bepalen. Hiertoe zijn in de afgelopen jaren eigen risicomodellen ontwikkeld Maximaal kredietrisico De volgende tabel geeft voor de verschillende categorieën het maximale kredietrisico weer waaraan de Rabobank op balansdatum is blootgesteld, zonder rekening te houden met eventuele zekerheidsstellingen of andere vormen van kredietrisicoreductie. De onderstaande bedragen wijken in een aantal gevallen af van de balanswaarden, aangezien de uitstaande eigen vermogensinstrumenten geen onderdeel vormen van het maximale kredietrisico. De bedragen zijn gebaseerd op reële waarde en geven het huidige kredietrisico weer en kunnen afwijken van het maximale kredietrisico dat in de toekomst kan ontstaan als gevolg van veranderingen in parameters. Bruto maximale kredietrisico In miljoenen euro s Geldmiddelen en kasequivalenten Vorderingen op andere banken Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa Overige financiële activa tegen reële waarde via de winst-en-verliesrekening Derivaten Kredieten aan cliënten Voor verkoop beschikbare financiële activa Tot einde looptijd aangehouden financiële activa Overige activa (incl. acute belastingvorderingen) Totaal Kredietgerelateerde en voorwaardelijke verplichtingen Totaal Kredietverlening Afgezien van de vorderingen op andere banken (34 miljard ofwel 6% van het balanstotaal) heeft de Rabobank alleen een aanzienlijke risicoconcentratie bij de particulieren; kredieten aan particulieren maken 47% uit van de totale kredieten aan cliënten. Het risicoprofiel van deze kredieten is zeer laag, blijkens de werkelijke geleden verliezen in voorgaande jaren. Het aandeel van de food & agrisector in het totaal van de kredietportefeuille komt in 2008 uit op 17%. Het aandeel van handel, industrie en dienstverlening in het totaal van de kredietportefeuille is eind %. Zowel de kredieten aan handel, industrie en dienstverlening als de kredieten aan food & agri zijn gespreid over een groot aantal bedrijfstakken in een groot aantal landen. Geen enkele van deze aandelen is groter dan 10% van de omvang van de totale kredieten aan cliënten. 25 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

124 In miljoenen euro s Totaal kredieten aan cliënten Waarvan: aan overheidscliënten terzake vorderingen effectentransacties private cliënten afdekking renterisco (hedgeaccounting) Kredieten aan private cliënten Dit is als volgt verdeeld over geografische gebieden: Nederland % % Overige landen in de EU-zone % % Noord-Amerika % % Latijns-Amerika % % Azië % % Australië % % Overige landen 800 0% 834 0% Totaal % % Risicoverdeling per economische sector in de kredietportefeuille Particulieren % % Handel, industrie en dienstverlening % % Food & agri % % Totaal % % Derivaten De Rabobank hanteert stringente limieten op open afgeleide posities, zowel qua bedrag als qua looptijd. Indien ISDA (International Swaps and Derivatives Association) van toepassing is of een gelijkwaardige overkoepelende overeenkomst met de tegenpartij en als de jurisdictie van de tegenpartij saldering toestaat, dan wordt de netto open positie bewaakt. Te allen tijde wordt het bedrag dat onderhevig is aan kredietrisico beperkt tot de reële waarde van transacties plus toevoegingen voor potentiële toekomstige risico s. Dit kredietrisico wordt beheerst als onderdeel van de algehele leninglimieten ten aanzien van cliënten. Er worden in vergaande mate zekerheden of overige waarborgen verkregen voor kredietrisico s bij deze transacties. Het kredietrisico vertegenwoordigt de actuele reële waarde van alle uitstaande afgeleide contracten met een positieve marktwaarde, rekening houdend met in rechte afdwingbare masternettingovereenkomsten Zekerheden en kredietbeheersingstechnieken Het kredietrisico dat de Rabobank loopt wordt mede beperkt doordat de bank daar waar nodig zekerheid heeft verkregen. De aard en de omvang van de vereiste zekerheden hangen mede af van de beoordeling van het kredietrisico van de financiering aan de tegenpartij. De Rabobank hanteert richtlijnen ten aanzien van de acceptatie en waardering van de verschillende soorten zekerheden. De belangrijkste verkregen zekerheden zijn: - Hypothecaire zekerheid op woonhuizen; - Hypothecaire zekerheid op onroerend goed, verpanding van voorraden en vorderingen voor voornamelijk zakelijke kredietverstrekkingen; - Geldmiddelen en waardepapieren voor voornamelijk securities lending -activiteiten en kooptransacties met terugkoopverplichting. De bank gebruikt eveneens kredietderivaten om het kredietrisico te managen. Het management houdt de marktwaarde van de verkregen zekerheden in beeld en vereist, indien nodig aanvullende zekerheid. De Rabobank beperkt kredietrisico verder door masternettingovereenkomsten aan te gaan met tegenpartijen, hetgeen zij doet voor een aanzienlijk volume aan transacties. Masternettingovereenkomsten resulteren over het algemeen niet in een saldering van op de balans opgenomen activa en verplichtingen aangezien transacties gewoonlijk op brutobasis worden afgewikkeld. Het kredietrisico wordt echter verminderd door een masternettingovereenkomst in zoverre dat indien een gebeurtenis of uitval plaatsvindt, alle bedragen met die tegenpartij worden beëindigd en op nettobasis worden afgewikkeld. Rekening houdend met salderingsovereenkomsten, bedraagt de positieve reële waarde van de derivaten (2007: 9.052). 26 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

125 Het totale kredietrisico voor de Rabobank op afgeleide financiële instrumenten waarop salderingsovereenkomsten van toepassing zijn kan aanzienlijk wijzigen door het aangaan van nieuwe transacties, vervallen van bestaande transacties en fluctuaties van marktrentetarieven en wisselkoersen Niet op de balans opgenomen financiële instrumenten De garanties en standby letters of credit die de Rabobank verleent aan derden voor het geval dat een cliënt niet aan zijn verplichtingen jegens deze derden voldoet, zijn aan kredietrisico onderhevig. Bij documentaire en commerciële kredietbrieven en schriftelijke toezeggingen door de Rabobank namens een cliënt wordt een derde geautoriseerd om wissels te trekken op de Rabobank tot een vastgesteld bedrag in het kader van specifieke voorwaarden. Deze transacties worden afgedekt door de onderliggende leveringen van goederen waarop zij betrekking hebben en zijn derhalve aan minder risico onderhevig dan een directe lening. Verplichtingen om leningen tegen een specifiek rentetarief uit te geven gedurende een vaststaande periode worden opgenomen als kredietverstrekkingsverplichtingen en als zodanig verantwoord tenzij deze verplichtingen niet voortduren na de periode die naar verwachting nodig is om geëigende acceptatieprocedures uit te voeren, in welk geval zij als transacties volgens standaardmarktconventies worden behandeld. Bij toezeggingen om krediet te verlenen loopt de bank kredietrisico. De omvang van dit risico is echter lager dan het totaal van de niet-gebruikte toezeggingen aangezien de meeste toezeggingen om krediet te verlenen worden gedaan op voorwaarde dat cliënten voldoen aan bepaalde eisen voor kredieten. De Rabobank bewaakt de resterende looptijd van krediettoezeggingen aangezien langetermijntoezeggingen over het algemeen met een groter risico gepaard gaan dan kortetermijntoezeggingen Kredietkwaliteit financiële activa De Rabobank Groep hanteert bij het goedkeuringsproces van kredieten de Rabobank Risk Rating die de faalkans ofwel probability of default (PD) van de kredietrelatie weerspiegelt over een termijn van één jaar. Onderstaande tabel geeft de kredietkwaliteit (na aftrek van de voorziening voor oninbaarheid) weer van de leninggerelateerde balansposten. Kredietkwaliteit financiële activa In miljoenen euro s (Vrijwel) geen risico Adequaat tot en met goed Kwetsbaar Impaired Totaal Per 31 december 2008 Vorderingen op andere banken Kredieten aan cliënten Kredieten aan overheidscliënten Kredieten aan private cliënten: - debetstanden hypotheken leasing vorderingen ter zake van effectentransacties overige Totaal Per 31 december 2007 Vorderingen op andere banken Kredieten aan cliënten Kredieten aan overheidscliënten Kredieten aan private cliënten: - debetstanden hypotheken leasing vorderingen ter zake van effectentransacties overige Totaal Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

126 Op basis van haar rol als relatiebankier zal de Rabobank door adequaat kredietbeheer, periodiek overleg met haar cliënten en het tijdig nemen van maatregelen mogelijke wanbetaling door de cliënt trachten te voorkomen. Indien ondanks die inspanningen een cliënt toch in default raakt, probeert de Rabobank, zolang zij continuïteitsperspectieven ziet, de lening te herstructureren in plaats van het onderpand uit te winnen. Dit kan ertoe leiden dat de betalingsafspraken worden verlengd, nieuwe voorwaarden voor de lening worden afgesproken of aanvullende dekking wordt verkregen. Zodra het continuïteitsperspectief is hersteld, wordt de lening niet langer als impaired (onvolwaardig) beschouwd. Het management beoordeelt continu de heronderhandelde leningen om er zeker van te zijn dat aan alle criteria is voldaan en dat de toekomstige kasstromen naar verwachting gaan plaatsvinden. In de onderstaande tabel wordt een analyse weergegeven van de ouderdom van financiële activa die vervallen zijn (een betalingsachterstand hebben) maar geen waardevermindering hebben ondergaan. Ouderdomsanalyse In miljoenen euro s < 30 dagen 30 tot 60 dagen 61 tot 90 dagen > 90 dagen Totaal Per 31 december 2008 Vorderingen op andere banken Kredieten aan cliënten Kredieten aan overheidscliënten Kredieten aan private cliënten: - debetstanden hypotheken leasing vorderingen ter zake van effectentransacties overige Totaal Per 31 december 2007 Vorderingen op andere banken Kredieten aan cliënten Kredieten aan overheidscliënten Kredieten aan private cliënten: - debetstanden hypotheken leasing vorderingen ter zake van effectentransacties overige Totaal De reële waarde van de zekerheden die de bank heeft verkregen voor activa die vervallen zijn maar geen waardevermindering hebben ondergaan, bedraagt (2007: 4.315). 4.5 Valutarisico De Rabobank is blootgesteld aan het effect van fluctuaties in de valutakoersen op haar financiële positie en kasstromen. In de handelsboeken wordt het valutarisico net als andere marktrisico s beheerst op basis van door de raad van bestuur vastgestelde, value-at-risk limieten en wordt dit risico dagelijks bewaakt. Het beleid is erop gericht om open posities zoveel mogelijk te voorkomen. In de niethandelsboeken is alleen sprake van translatierisico op in buitenlandse activiteiten geïnvesteerd kapitaal en op de niet in euro s genoteerde uitgiftes van hybride vermogensinstrumenten. Ten aanzien van het bewaken en beheersen van het translatierisico hanteert de Rabobank een beleid dat erop gericht is de vermogenspositie van de bank te beschermen tegen valutakoersschommelingen. 28 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

127 4.6 Liquiditeitsrisico De Rabobank is blootgesteld aan liquiditeitsrisico, dat wil zeggen het risico dat de bank niet tijdig aan alle (terug)betalingsverplichtingen kan voldoen, maar ook het risico dat de bank groei van de activa op enig moment niet, en niet tegen een redelijke prijs, kan financieren. Dit kan bijvoorbeeld als klanten of professionele tegenpartijen plotseling meer geld opvragen dan verwacht, terwijl de bank niet genoeg geld in kas heeft en ook het verkopen of belenen van activa of het lenen van geld bij derden geen uitkomst biedt. Binnen de Rabobank is liquiditeitsrisico reeds lang onderkend als een belangrijk risicotype. Het beleid binnen de Rabobank is dan ook dat de looptijd van de funding is afgestemd op de looptijd van de verstrekkingen. Langlopende kredietverlening dient te worden gefinancierd met stabiele retailfunding, toevertrouwde middelen van klanten, of langetermijnfunding van de professionele markten. De drie pijlers die de Rabobank Groep hanteert voor het beheersen van dit risico hebben in 2008 haar nut bewezen. De eerste pijler stelt strikte limieten aan de maximale uitgaande kasstromen binnen het wholesalebankbedrijf. Onder meer wordt er dagelijks gemeten en gerapporteerd welke inkomende en uitgaande kasstromen de eerste dertig dagen te verwachten zijn. Voor deze uitgaande kasstromen zijn ook, per valuta en per locatie, limieten bepaald. Om voorbereid te zijn op mogelijke crisissituaties zijn er gedetailleerde noodplannen opgesteld. Via de tweede pijler wordt een omvangrijke buffer van liquide activa aangehouden. Als het nodig is, kunnen deze activa worden aangewend om te belenen bij centrale banken, om te gebruiken in repotransacties of om direct te verkopen in de markt, om op deze wijze onmiddellijk liquiditeiten te genereren. In 2008 hebben verschillende centrale banken de criteria verruimd van het door hen geaccepteerde onderpand. De afgelopen jaren heeft de Rabobank Groep een gedeelte van de leningenportefeuille (intern) gesecuritiseerd, waardoor deze beleenbaar is bij de centrale bank en daarmee functioneert als extra liquiditeitsbuffer. Omdat dit interne securitisaties betreft, alleen voor liquiditeitsdoeleinden, zijn deze niet zichtbaar op de bedrijfseconomische balans maar tellen deze wel mee in de aanwezige liquiditeitsbuffer. Als derde pijler wordt het liquiditeitsrisico beperkt door het prudente fundingbeleid, dat erop gericht is om tegen aanvaardbare kosten te voorzien in de financieringsbehoefte van de groepsonderdelen. Hierbij spelen de diversificatie van financieringsbronnen en valuta s, de flexibiliteit van de gebruikte fundinginstrumenten en een actieve investor-relationsfunctie een belangrijke rol. Hierdoor wordt voorkomen dat de Rabobank Groep te veel afhankelijk is van één bepaalde financieringsbron. Mede door deze drie pijlers heeft de turbulentie op de financiële markten op geen enkel moment tot problemen voor de Rabobank Groep geleid. Daarnaast worden maandelijks, door middel van scenarioanalyse, de mogelijke gevolgen van een breed scala aan stress-scenarios gesimuleerd. Hierbij worden niet alleen marktspecifieke scenario s geanalyseerd, maar ook Rabobankspecifieke. Ook wordt er maandelijks gerapporteerd aan De Nederlandsche Bank over de groepsbrede liquiditeitspositie, op basis van de door de toezichthouder opgestelde richtlijnen. De tabel op de volgende pagina groepeert de niet-gedisconteerde verplichtingen van de Rabobank naar liquiditeitstypische looptijd op basis van de resterende periode per balansdatum tot de eerst redelijke contractuele vervaldatum. De totaalbedragen sluiten niet volledig aan op de waarden in de geconsolideerde balans, aangezien in deze tabel alles gebaseerd is op kasstromen op nietgedisconteerde basis, gerelateerd aan zowel de hoofdsom als aan alle toekomstige rentebetalingen. De derivaten en overige handelsverplichtingen bestaan voor het grootste gedeelte uit verplichtingen in de handelsportefeuille en aangezien de verplichtingen in de handelsportefeuille typisch voor de korte termijn worden aangehouden, is de balanspost derivaten en overige handelsverplichtingen niet geanalyseerd op basis van de contractuele vervaldatum. De onderliggende waarde van de trading- en hedgingderivaten kunnen overigens wel een langere looptijd hebben. 29 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

128 Contractuele vervaldatum In miljoenen euro s Opeisbaar Minder dan 3 maanden 3 maanden tot 1 jaar 1-5 jaar Langer dan 5 jaar Geen vervaldatum Totaal Per 31 december 2008 Verplichtingen Schulden aan andere banken Toevertrouwde middelen Uitgegeven schuldpapieren Overige schulden (inclusief acute belastingverplichtingen) Overige financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Achtergestelde schulden Totaal financiële verplichtingen Per 31 december 2007 Verplichtingen Schulden aan andere banken Toevertrouwde middelen Uitgegeven schuldpapieren Overige schulden (incl. acute belastingverplichtingen) Overige financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Achtergestelde schulden Totaal financiële verplichtingen De tabel hieronder groepeert de activa en verplichtingen van de Rabobank op basis van de resterende periode per balansdatum tot de contractuele vervaldatum. Deze bedragen sluiten aan met de balans. Contractuele vervaldatum In miljoenen euro s Minder dan 1 jaar Meer dan 1 jaar Totaal Per 31 december 2008 Geldmiddelen en kasequivalenten Vorderingen op andere banken Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa Overige financiële activa tegen reële waarde via de winst-en-verliesrekening Derivaten Kredieten aan cliënten Voor verkoop beschikbare financiële activa Tot einde looptijd aangehouden financiële activa Overige activa (incl. acute belastingvorderingen) Totaal financiële activa Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

129 Contractuele vervaldatum In miljoenen euro s Minder dan 1 jaar Meer dan 1 jaar Totaal Per 31 december 2008 Schulden aan andere banken Toevertrouwde middelen Uitgegeven schuldpapieren Derivaten en overige handelsverplichtingen Overige schulden (incl. acute belastingverplichtingen) Overige financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Achtergestelde schulden Totaal financiële passiva Netto liquiditeitssaldo Per 31 december 2007 Totaal financiële activa Totaal financiële passiva Netto liquiditeitssaldo Het bovenstaande overzicht is samengesteld op basis van contractuele informatie. Hierbij wordt geen rekening gehouden met het werkelijke gedrag van de verschillende balansposten. In het dagelijkse beheer van het liquiditeitsrisico wordt hiermee wel rekening gehouden. Een voorbeeld hiervan zijn de particuliere spaargelden. Contractueel zijn deze direct opvraagbaar, de ervaring leert echter dat dit een zeer stabiele financieringsbron is, die de bank lang ter beschikking staat. Ook in de regelgeving van de toezichthouder wordt hiermee rekening gehouden. Op basis van de liquiditeitsrichtlijnen van De Nederlandsche Bank is er per 31 december 2008 een ruim liquiditeitsoverschot. Dit was in geheel 2008 het geval. De liquiditeitsbehoefte om opnames in het kader van garanties en standby letters of credit is aanzienlijk lager dan het bedrag van de verplichting aangezien de Rabobank over het algemeen niet verwacht dat de derde in het kader van de overeenkomst middelen zal opnemen. Het totale uitstaande bedrag aan contractuele verplichtingen om krediet te verlenen, vertegenwoordigt niet noodzakelijkerwijs in de toekomst benodigde kasmiddelen, aangezien vele van deze verplichtingen zullen vervallen of eindigen zonder gefinancierd te zijn. 4.7 Marktrisico De Rabobank staat bloot aan marktrisico s. Marktrisico ontstaat uit hoofde van open posities ten aanzien van rentetarieven, valuta, creditspreads en aandelenproducten, die alle beïnvloed worden door algemene en specifieke marktwijzigingen. Rabobank past een value-at-risk ofwel VAR-methode toe voor de schatting van het marktrisico van aangehouden posities en de maximaal verwachte verliezen, op basis van een aantal aannames voor verschillende wijzigingen in de marktomstandigheden. Om ook het risico onder niet-normale marktomstandigheden te kunnen inschatten, wordt daarnaast ook het effect berekend van bepaalde extreme gebeurtenissen ( event risk ) op de waardeontwikkeling van de portefeuilles. De raad van bestuur stelt jaarlijks de risicobereidheid en de daarbij behorende VAR-limieten en eventrisklimieten vast. Deze limieten zijn doorvertaald naar limieten op boekniveau, en worden dagelijks bewaakt door de afdeling marktrisicomanagement. De risicopositie wordt dagelijks gerapporteerd aan het senior management, en maandelijks in de diverse risicomanagementcommissies besproken. Naast de VAR-limieten geldt een zeer uitgebreid stelsel van trading controls per boek, zoals rotatierisico, deltalimieten per bucket, nominale limieten, maximumaantal contracten. Op deze wijze worden ook risico s die in de VAR -systematiek elkaar kunnen compenseren gelimiteerd. Het interne VAR-model is een integraal onderdeel van het risicomanagement raamwerk van de Rabobank. Dit interne model is ook goedgekeurd door De Nederlandsche Bank voor het bepalen van de solvabiliteitseis voor marktrisico. De Rabobank heeft gekozen voor het hanteren van een VAR op basis van historische simulatie waarbij één jaar historische data wordt gebruikt. De VAR wordt berekend over een tijdshorizon van zowel één dag als van tien dagen. Voor het interne risicomanagement heeft de Rabobank gekozen voor het hanteren van een betrouwbaarheidsniveau van 97,5%. Daarnaast wordt ook de VAR met een betrouwbaarheid van 99% dagelijks berekend. 31 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

130 Het grote voordeel van een VAR-model op basis van historische simulatie is dat er geen veronderstellingen hoeven te worden gedaan met betrekking tot verdelingen van mogelijke waardemutaties van de diverse financiële instrumenten. Een nadeel is dat een keuze gemaakt moet worden met betrekking tot de periode van historische marktbewegingen die van invloed kan zijn op de hoogte van de berekende VAR. Op basis van de eisen van de toezichthouder en na eigen onderzoek is gekozen voor het gebruik van een historische periode van één jaar. Door middel van backtesting worden de daadwerkelijke uitkomsten regelmatig getoetst om de validiteit van de bij de VAR-berekening gehanteerde aannames en parameters/factoren vast te stellen. Naast het VAR-model is er ook een stresstestingprogramma opgesteld. Hierbij wordt het effect berekend van extreme, doch plausibele gebeurtenissen die niet in het normale VAR-model zijn opgenomen. Naast hypothetische scenario s worden ook historische scenario s doorgerekend, zoals de aandelencrash van 1987 en de credit market turbulance van Door het complementeren van het VAR-model met de stresstestresultaten wordt een completer beeld van de risicoposities verkregen. Alle uitkomsten uit het stresstestingsprogramma bleven binnen de daarvoor geldende limieten. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de VAR weergegeven. Hierbij wordt de VAR onderverdeeld in een aantal componenten. Er wordt een diversificatievoordeel behaald doordat tegengestelde posities van verschillende boeken elkaar deels opheffen. Analyses van het renterisico binnen het kernbedrijf zijn opgenomen onder paragraaf 4.3 Renterisico. De gemiddelde VAR is het afgelopen jaar, als gevolg van de extreme volatiliteit op de financiële markten vergeleken met het voorgaande jaar gestegen met ruim 50%. Het afbouwen van posities heeft geresulteerd in een minder sterke stijging van de VAR dan uit hoofde van de marktontwikkeling zou kunnen worden verondersteld. VAR (1 dag, 97,5%) In miljoenen euro s Rente Credit Valuta Aandelen Diversificatie Totaal december gemiddeld Nvt hoogste Nvt laagste Nvt december gemiddeld Nvt hoogste Nvt laagste Nvt Operationeel risico Operationeel risico is een risicocategorie die in elke organisatie een rol speelt. De afgelopen jaren is meer en meer duidelijk geworden dat operationele risico s tot grote schades kunnen leiden, zoals de Société Génerale-case en de Madoff-case in 2008 hebben laten zien. De Rabobank Groep heeft ervoor gekozen om operationeel risicomanagement groepsbreed aan te sturen vanuit Group Risk Management. Dit onderdeel bepaalt het beleid en de kaders voor alle entiteiten binnen de groep. De verantwoordelijkheid voor het managen van de specifieke operationele risico s is belegd bij het senior management van de afzonderlijke groepsonderdelen, aangezien de risico s sterk verschillen per onderdeel en de beheersing van risico s zo dicht mogelijk bij de bron dient plaats te vinden. Group Risk Management ziet er vervolgens op toe dat de kaders worden gevolgd en dat de risico s en de wijze van beheersing groepsbreed inzichtelijk zijn. Ten aanzien van het solvabiliteitsbeslag voor operationele risico s maakt de Rabobank gebruik van een model dat voldoet aan de eisen van de Advanced Measurement Approach en dat is goedgekeurd door De Nederlandsche Bank. In dit model wordt rekening gehouden met gerealiseerde verliezen en met de mogelijke gevolgen van bepaalde scenario s. De Rabobank Groep hanteert hierbij een conservatieve benadering. Verder wordt in de berekening van het solvabiliteitsbeslag rekening gehouden met de kwaliteit van risicobeheersing. 4.9 Reële waarden van financiële activa en verplichtingen De volgende tabel geeft de reële waarde weer van financiële instrumenten op basis van de volgende waarderingsmethodes en aannames. Deze tabel wordt opgenomen omdat niet alle financiële instrumenten in de jaarrekening worden opgenomen tegen reële waarde. De reële waarde is het bedrag 32 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

131 waarvoor een actief geruild of een verplichting afgewikkeld zou kunnen worden tussen voldoende geïnformeerde bereidwillige partijen in een zakelijke transactie. De Rabobank hanteert de marktprijs om de reële waarde te bepalen wanneer een actieve markt voorhanden is (zoals een aandelenbeurs), aangezien dit de beste maatstaf is voor de reële waarde van een financieel instrument. Voor een groot aantal van de door de Rabobank aangehouden of uitgegeven financiële activa en verplichtingen zijn marktprijzen niet beschikbaar. Voor financiële instrumenten waarvoor geen marktprijs beschikbaar is, zijn de in de onderstaande tabel opgenomen reële waarden daarom geschat op basis van de contante waarde of andere schattings- en waarderingsmethodes op basis van de marktomstandigheden op de balansdatum. De waarden die resulteren na toepassing van deze technieken worden aanzienlijk beïnvloed door de onderliggende aannames die worden gehanteerd ten aanzien van zowel de bedragen als de timing van toekomstige kasstromen, toegepaste rekenrentes en eventuele illiquiditeit in de markt. De volgende methodes en aannames zijn gebruikt. Geldmiddelen en kasequivalenten. De reële waarde van liquide middelen wordt geacht nagenoeg gelijk te zijn aan hun boekwaarde. Deze aanname wordt toegepast voor liquide middelen en de kortetermijncomponent van alle andere financiële activa en verplichtingen. Vorderingen op andere banken. Vorderingen op andere banken omvatten mede interbankplaatsingen en posten die worden geïnd. De reële waarde van floatingrateplaatsingen en overnightdeposito s is hun boekwaarde. De geschatte reële waarde van vastrentende deposito s wordt gebaseerd op contant gemaakte kasstromen met gebruik van toepasselijke geldmarktrentepercentages voor schulden met een vergelijkbaar kredietrisico en resterende looptijd. Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en derivaten. Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en derivaten worden gewaardeerd tegen reële waarde op basis van genoteerde marktprijzen wanneer deze beschikbaar zijn. Zijn genoteerde marktprijzen niet beschikbaar, dan wordt de reële waarde geschat op basis van modellen van contant gemaakte kasstromen en optiewaarderingsmodellen zoals van toepassing. Overige financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. Deze financiële activa worden gewaardeerd tegen reële waarde bepaald aan de hand van in een actieve markt genoteerde prijzen indien deze beschikbaar zijn, of geschat op basis van waarderingsmethodes, waaronder vergelijkbare activa in de markt, modellen voor contant gemaakte kasstromen en optiewaarderingsmodellen. Kredieten aan cliënten. Uitgegeven leningen worden geschat op basis van berekeningen van de contant gemaakte kasstromen aan de hand van actuele markttarieven voor soortgelijke leningen. Voor variabelrentende leningen die frequent worden herzien en geen significante wijziging van het kredietrisico tot gevolg hebben, wordt de reële waarde bepaald op basis van de boekwaarde tot einde looptijd. Voor verkoop beschikbare/tot einde looptijd aangehouden financiële activa. Voor verkoop beschikbare/ tot einde looptijd aangehouden financiële activa worden gewaardeerd tegen reële waarde op basis van genoteerde marktprijzen indien deze beschikbaar zijn. Zijn genoteerde marktprijzen niet beschikbaar, dan wordt de reële waarde geschat op basis van modellen van contant gemaakte kasstromen en optiewaarderingsmodellen. Overige financiële activa. Voor vrijwel alle andere financiële activa benadert de boekwaarde de reële waarde. Schulden aan andere banken. Schulden aan andere banken omvatten mede interbankplaatsingen, posten die worden geïnd en deposito s. De reële waarde van floatingrateplaatsingen en overnightdeposito s is hun boekwaarde. De geschatte reële waarde van vastrentende deposito s is bepaald op basis van contant gemaakte kasstromen op basis van heersende geldmarktrentetarieven voor schulden met een vergelijkbaar kredietrisico en een vergelijkbare resterende looptijd. Handelsverplichtingen. De reële waarde van handelsverplichtingen wordt bepaald aan de hand van genoteerde marktprijzen indien deze beschikbaar zijn. Zijn genoteerde marktprijzen niet beschikbaar, dan wordt de reële waarde geschat op basis van waarderingsmodellen. Overige financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. De reële waarde van deze verplichtingen wordt bepaald aan de hand van genoteerde marktprijzen indien deze beschikbaar zijn. Zijn genoteerde marktprijzen niet beschikbaar, dan wordt de reële waarde geschat op basis van modellen van contant gemaakte kasstromen en optiewaarderingsmodellen zoals van toepassing. 33 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

132 Toevertrouwde middelen. Toevertrouwde middelen omvatten mede rekening-courantsaldi en deposito s. De reële waarde van spaargelden en rekeningen-courant zonder specifieke einddatum voor de looptijd wordt verondersteld het bedrag te zijn dat op de balansdatum opeisbaar is, dat wil zeggen hun boekwaarde op die datum. De reële waarde van deze deposito s wordt geschat op basis van berekeningen van de contant gemaakte kasstromen op basis van actueel aangeboden rentetarieven voor soortgelijke contracten met looptijden in overeenstemming met de te waarderen posten. De boekwaarde van variabelrentende deposito s benadert hun reële waarde op de balansdatum. Schuldpapieren en andere uitgegeven instrumenten. De reële waarde wordt berekend op basis van genoteerde marktprijzen. Voor notes waarvoor geen genoteerde marktprijzen beschikbaar zijn, wordt een model voor de contant gemaakte kasstroom gebruikt op basis van een actuele rendementscurve die geëigend is voor de resterende looptijd In miljoenen euro s Boekwaarde Reële waarde Boekwaarde Reële waarde Activa Geldmiddelen en kasequivalenten Vorderingen op andere banken Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa Overige financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Derivaten Kredieten aan cliënten Voor verkoop beschikbare financiële activa Tot einde looptijd aangehouden financiële activa Totaal financiële activa Verplichtingen Schulden aan andere banken Toevertrouwde middelen Uitgegeven schuldpapieren Derivaten en overige handelsverplichtingen Overige financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Achtergestelde schulden Totaal financiële verplichtingen De hiervoor vermelde gegevens vertegenwoordigen de best mogelijke schatting door het management op basis van een reeks methodes en aannames. Indien beschikbaar, geven genoteerde marktprijzen de beste indicatie van de reële waarde. Indien geen genoteerde marktprijzen beschikbaar zijn voor effecten met een vaste looptijd, eigen vermogensinstrumenten, derivaten of goederen, maakt de Rabobank de verwachte kasstromen contant op basis van marktrentetarieven in overeenstemming met de kredietkwaliteit en duur van de investering. Er kan ook een prijs op basis van modellen gehanteerd worden om een geëigende reële waarde te bepalen. Het is het beleid van de Rabobank dat alle modellen die worden gehanteerd ten behoeve van waarderingen van financiële instrumenten worden gevalideerd door deskundig personeel dat onafhankelijk is van diegenen die de reële waarde van die financiële instrumenten bepalen. Bij de bepaling van marktwaarde of reële waarde worden verschillende factoren in aanmerking genomen, waaronder de tijdswaarde en volatiliteitsfactoren, onderliggende opties, warrants en derivaten; liquiditeit, kredietkwaliteit van de tegenpartij en andere factoren. Hierbij is het waarderingsproces zodanig vormgegeven dat op een gestructureerde wijze gebruik wordt gemaakt van periodiek beschikbare marktprijzen. Dit gestructureerde waarderingsproces heeft zijn nut bewezen in de kredietcrisis. Wijzigingen in aannames kunnen van invloed zijn op de reële waarde van voor handelsdoeleinden en niet voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en verplichtingen. De tabel op de volgende pagina geeft een samenvatting van waarderingsmethodes die worden gebruikt ter bepaling van de reële waarde van financiële activa en verplichtingen, behalve van kortlopende 34 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

133 financiële instrumenten en van vorderingen en crediteuren die voortvloeien uit de normale bedrijfsactiviteiten. Deze benaderen hun reële waarde vanwege de betrekkelijk korte periode tussen hun ontstaan en de verwachte realisering. De volgende indeling wordt gemaakt. - Categorie 1: Genoteerde marktprijzen in een actieve markt - Categorie 2: Waarderingsmethodes op basis van aannames die volledig onderbouwd worden door aantoonbare marktprijzen of tarieven in een actieve markt - Categorie 3: Waarderingsmethodes op basis van aannames die niet of niet geheel onderbouwd worden door aantoonbare marktprijzen of tarieven in een actieve markt In miljoenen euro s Categorie 1 Categorie 2 Categorie 3 Totaal Per 31 december 2008 Activa Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa Overige financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Derivaten Voor verkoop beschikbare financiële activa Verplichtingen Derivaten en overige handelsverplichtingen Overige financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Per 31 december 2007 Activa Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa Overige financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Derivaten Voor verkoop beschikbare financiële activa Verplichtingen Derivaten en overige handelsverplichtingen Overige financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Het potentiële effect indien er andere redelijke aannames gebruikt worden voor de waardering van financiële instrumenten volgens de waarderingsmethode op basis van aannames die niet onderbouwd worden door aantoonbare martkprijzen of tarieven, bedraagt 174 (2007: 64). Het ongerealiseerde bedrag opgenomen in de winst-en-verliesrekening van deze financiële instrumenten is 226. De tabel hieronder geeft de mutatie weer van de uitgestelde winst van financiële instrumenten die bij een eerste opname zijn gewaardeerd tegen een waarde die bepaald wordt aan de hand van een waarderingstechniek op basis van een gegevensinput die niet onderbouwd wordt door marktprijzen. Voorziening Day 1 profit In miljoenen euro s Openingssaldo Amortisatie Mutaties Eindsaldo Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

134 4.10 Implicaties financiële crisis In het eerste halfjaar van 2008 heeft de kredietcrisis zich sterk doorgezet, waarna in de tweede helft van het jaar nogmaals een scherpe verslechtering volgde. Nagenoeg alle sectoren binnen zowel de financiële markten, alsook de bredere economie werden hier door geraakt. Zo was 2008 het slechtste jaar ooit voor de AEX en zijn er grote zorgen om de vooruitzichten voor de wereldwijde economieën. Wereldwijd hebben overheden ingegrepen in de financiële sector door nationalisaties, kapitaalinjecties en het verlenen van allerlei garanties. Naast de effecten op de reële economie, zijn de gevolgen van de kredietcrisis ook zichtbaar in de marktprijzen van diverse financiële activa. Ook indien er geen twijfels bestaan over de kredietwaardigheid van bepaalde activa, worden prijzen sterk negatief beïnvloed door het algehele marktsentiment en doordat er op veel momenten en in veel markten nog altijd meer verkopers dan kopers zijn. Voor een deel van de financiële activa is dan ook geconstateerd dat er op dit moment geen actieve markt meer bestaat, waardoor ook de boekhoudkundige waardering is aangepast. Omdat alle financiële activa op fair value moeten worden gewaardeerd, komt dit direct tot uitdrukking in de herwaardering van deze activa. De totale negatieve herwaardering van de voor verkoop beschikbare financiële activa portefeuille met schuldinstrumenten, die direct in het eigen vermogen is geboekt, bedroeg in na belastingen. Binnen Rabobank International lieten de activiteiten van Global Financial Markets een verdeeld beeld zien. Bepaalde activiteiten hebben verliezen geleden, terwijl andere activiteiten een zeer succesvol jaar achter de rug hebben. Mede als gevolg van de voortdurende kredietcrisis en de daaraan gekoppelde verwachtingen, zijn er in 2008 enkele wijzigingen doorgevoerd binnen Global Financial Markets, waarbij met name niet-klantgerelateerde activiteiten zijn teruggebracht. Asset-backed commercial paper conduits In het eerste kwartaal van 2008 zijn, mede door de introductie van de nieuwe Basel II-regelgeving welke per 1 januari 2008 voor de Rabobank Groep van kracht is geworden, een tweetal Asset Backed Commercial Paper (ABCP) structuren - geldmarktbeleggingsvehikels met onderpand - afgebouwd. Hierdoor is het uitstaande ABCP per eind 2008 afgenomen tot 17,5 (2007: 23,0) miljard, voornamelijk voor het financieren van eigen leningen en vorderingen van klanten. Al sinds de introductie van IFRS zijn deze structuren opgenomen in de geconsolideerde groepsbalans en worden daarnaast ook meegenomen in het liquiditeitsrisicomanagement van de bank. In het vierde kwartaal is er voor een beperkt gedeelte gebruik gemaakt van de Commercial Paper Funding Facility welke door de Amerikaanse Federal Reserve in het leven is geroepen om de commercial paper markt te ondersteunen. Type Programma Oprichting Uitstaand bedrag (in miljarden euro s) 31-dec-08 Onderliggende portefeuille Solvency management Atlantis ,8 Eigen leningen Neptune ,1 Client facilitation Erasmus ,5 Voornamelijk vorderingen Nieuw Amsterdam ,7 van klanten Securities arbitrage Tempo ,4 Totaal 17,5 AAA en AA Asset Backed Securities Reeds in het eerste kwartaal van 2008 zijn, door het opdrogen van de externe financieringsmogelijkheden voor Structured Investment Vehicles - buitenbalans beleggingsvehikels - de resterende activa van de SIV Tango waarvan de Rabobank manager was, op de balans genomen. Hiermee is er een einde gekomen aan het actieve bestaan van deze SIV. Sinds de opname is de omvang van deze portefeuille door valuta-effecten en verkopen afgenomen tot een omvang van 3,8 miljard per eind Voor het overige heeft de Rabobank geen investeringen meer in SIV s. Structured credit exposure Een belangrijk onderdeel in het liquiditeitsrisicomanagement van de bank is het aanhouden van een ruime portefeuille met liquide en/of beleenbare beleggingen, welke kunnen worden gebruikt om, indien nodig, zeer snel liquiditeiten te genereren. De Rabobank Groep heeft een beperkt direct exposure op meer gestructureerde beleggingen. Dit structured credit-exposure heeft een omvang van 9,4 miljard, die voor het overgrote deel van de hoogste kwaliteit is en over een AAA-rating beschikt. Doordat de Amerikaanse overheid in september de controle bij Freddie Mac en Fannie Mae over heeft genomen, worden deze beleggingen niet langer als structured credit exposure aangemerkt. 36 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

135 Structured credit exposure in miljarden euro s ultimo 2008 Niet-subprime RBMS 4,3 CDO/CLO en overige corporate exposures 2,5 Commercieel vastgoed 1,3 Overig ABS 0,9 ABS CDO 0,3 US subprime 0,2 Ratingverdeling structured credit exposure ultimo 2008 AAA 90% AA 5% A 1% Lager dan A 4% De navolgende tabel geeft weer hoe de structured credit exposures in de balans zijn geclassificeerd. Exposure type In miljoenen euro s per 31 december 2008 Voor verkoop beschikbare financiële activa Kredieten Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en overige financiële verplichtingen tegen reële waarde ABS CDO Overig ABS Commercieel vastgoed Niet-subprime RMBS CDO/CLO en overige corporate exposure US subprime Totaal Structured credit exposures opgedeeld naar rating categorie. Totaal Sector Rating categorie In miljoenen euro s per 31 december 2008 Exposure AAA AA A Lager dan A ABS CDO Overig ABS Commercieel vastgoed Niet-subprime RMBS CDO/CLO en overige corporate exposure US subprime Totaal % 5% 1% 4% Structured credit exposure opgedeeld naar regio. Sector In miljoenen euro s per 31 december 2008 Exposure West Europa Noord-Amerika Azië/Pacific Afrika/ Midden-Oosten ABS CDO Overig ABS Commercieel vastgoed Niet-subprime RMBS CDO/CLO en overige corporate exposure US subprime Totaal % 26% 7% 0% Vanwege verdere verslechtering van de Amerikaanse huizenmarkt is een aantal daaraan gerelateerde beleggingen, waaronder Residential Mortgage Backed Securities (RMBS en) en Collateralized Debt Obligations (CDO s), ten laste van het resultaat afgewaardeerd. Voor geheel 2008 betrof dit een bedrag van 418 na belasting. Uit hoofde van een verstrekte liquiditeitsfaciliteit, gedeeltelijk gedekt door subprime gerelateerde activa, is een aanvullende voorziening van 152, na belasting, getroffen. 37 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

136 Monoline-verzekeraars In een aantal gevallen zijn monoline-verzekeraars de tegenpartij van credit default swaps die het kredietrisico afdekken van bepaalde beleggingen. In de meeste gevallen is de belangrijkste reden voor het hebben van deze afdekkingen niet de kredietkwaliteit van deze beleggingen, maar solvabiliteitsdoeleinden. Door verdere verslechtering van de Amerikaanse hypothekenmarkt is ook de kredietwaardigheid van een aantal van deze monoline-verzekeraars in 2008 verder verslechterd, wat ook tot uitdrukking is gekomen in het verlagen van de ratings van deze instellingen. Er ontstaat tegenpartijrisico op deze monoline-verzekeraars doordat de waarde van credit default swaps met deze tegenpartijen toeneemt omdat de fair value van de onderliggende beleggingen daalt, of doordat andere verzekerde beleggingen tot een betalingsclaim bij deze verzekeraars kunnen leiden. In onderstaande tabel wordt hiervan een overzicht gegeven. In het eerste halfjaar is reeds een bijzondere waardeverandering van 245 na belasting gedaan. In het tweede halfjaar is een bijzondere waardeverandering van 148 gedaan, welke door de winst-en-verliesrekening wordt geleid. Daarnaast is nog een generieke voorziening van 260 na belastingen getroffen. Hierdoor resteert per eind 2008 een tegenpartijrisico van Nominaal Tegenpartijrisico voor Waardeaanpassing ten Tegenpartijrisico na bedrag waardeaanpassing laste van het resultaat waardeaanpassing In miljoenen euro s Rating monoline-verzekeraar 31-dec dec-08 (vóór belasting) dec-08 US RMBS gerelateerd AAA / AA A en lager Niet US RMBS gerelateerd AAA / AA A en lager Totaal Generieke waarde aanpassing Totale waarde aanpassing Na belasting 653 Op basis van de posities per eind 2008, zoals weergegeven in bovenstaande tabel, zou een verdere downgrade tot CCC van de monoline-verzekeraars met een huidige A rating en lager een impact hebben van 355 na belasting, het in default raken van de monoline-verzekeraars met een CCC-rating zou een impact hebben van 64 na belasting. Deze potentiële impact wordt grotendeels opgevangen door de reeds getroffen generieke voorziening. Ten aanzien van genoemde exposures geldt dat er pas een werkelijk exposure op een monoline-verzekeraar ontstaat als de beleggingen ook daadwerkelijk in default raken, en er aanspraak moet worden gemaakt op de verzekering afgegeven door de monolineverzekeraar. Daadwerkelijke verliezen ontstaan pas als zowel de belegging alsook de betreffende monoline-verzekeraar in default raakt. Leveraged finance De leveraged finance-portefeuille binnen Rabobank International had per eind 2008 een omvang van 3,4 (2007: 3,2) miljard. Dit betreft een gediversifieerde portefeuille, bestaande uit een groot aantal kleinere posities in met name Nederlandse en andere West-Europese ondernemingen. De primaire focus van de Leveraged Finance-activiteiten is gericht op Rabobank-klanten en de food & agrisector Trustactiviteiten De Rabobank verleent diensten op het gebied van bewaarneming, trusteeactiviteiten, bedrijfsadministratie, beleggingsbeheer en adviesdiensten aan derden, waarbij de Rabobank beslissingen over toerekening, aankoop en verkoop moet nemen met betrekking tot een grote verscheidenheid aan financiële instrumenten. Activa die worden aangehouden uit hoofde van zaakwaarneming zijn niet in deze jaarrekening opgenomen. Bij sommige van deze regelingen aanvaardt de Rabobank doelstellingen voor beoogde rendementen voor door de Rabobank beheerde activa. Bij deze diensten kan er sprake zijn van een risico dat de Rabobank beschuldigd zal worden van inadequaat beheer of een inadequate prestatie. 38 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

137 5 Bedrijfssegmenten De door de Rabobank te rapporteren segmenten zijn gedefinieerd op basis van de managementbenadering, dat wil zeggen de segmenten die door het management worden beoordeeld ten behoeve van het strategische management van de Rabobank en om bedrijfsbeslissingen te nemen en verschillende risks en returns kennen. De Rabobank kent vijf grote bedrijfssegmenten: Binnenlands retailbankbedrijf, Wholesalebankbedrijf en internationaal retailbankbedrijf, Vermogensbeheer en beleggen, Leasing en Vastgoed. Het bedrijfssegment binnenlands retailbankbedrijf betreft voornamelijk de kernactiviteiten van de lokale Rabobanken, Bizner en Obvion. De dienstverlening van het wholesalebankbedrijf richt zich voornamelijk op de food- en agribusiness, Telecom, Media & Internet en Trade & Commodity Finance. De internationale retailactiviteiten van de Rabobank worden ontplooid in de regio s Europa, Noord- en Latijns Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland en Azië. Daarnaast worden klanten bediend via een viertal internetbanken. De kernactiviteiten van het vermogensbeheer zijn ondergebracht bij de Robeco Groep, Sarasin en Schretlen & Co. De leasingactiviteiten zijn ondergebracht bij De Lage Landen. De vastgoeddivisie heet vanaf nu Rabo Vastgoedgroep en bestaat onder meer uit FGH Bank, Rabo Vastgoed en onderdelen van Bouwfonds. Overige bedrijfsactiviteiten van de Rabobank bestaan uit diverse segmenten, waarvan geen enkel segment afzonderlijk vermeld dient te worden. Transacties tussen de bedrijfssegmenten vinden plaats tegen normale commerciële voorwaarden en marktomstandigheden. Er zijn geen andere materiële baten of lasten tussen de bedrijfssegmenten. De activa en verplichtingen van een segment bestaan uit bedrijfsmiddelen en verplichtingen, dat wil zeggen een groot deel van de balans maar exclusief posten zoals belasting. De voor de segmenten gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving van de segmenten zijn dezelfde als die welke in de samenvatting van belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving worden beschreven. In miljoenen euro s Binnenlands retailbankbedrijf Wholesale bank bedrijf en internationaal retailbankbedrijf Vermogensbeheer en beleggen Leasing Vastgoed Overige* Totaal Over het jaar eindigend op 31 december 2008 Externe baten Baten uit andere segmenten Totaal baten Segmentlasten Bedrijfsresultaat vóór belastingen Belastingen Nettowinst Activa van het bedrijfsonderdeel Deelnemingen Totaal activa Verplichtingen van het bedrijfsonderdeel Totaal verplichtingen Investeringen in onroerende zaken en bedrijfsmiddelen Afschrijvingen inclusief afschrijvingen op software Waardeveranderingen * Inclusief eliminatie tussen segmenten voor winst-en-verliesrekening. 39 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

138 In miljoenen euro s Binnenlands retailbankbedrijf Wholesale bank bedrijf en internationaal retailbankbedrijf Vermogensbeheer en beleggen Leasing Vastgoed Overige* Totaal Verloop waardeveranderingen voor kredieten aan cliënten Stand per 1 januari Additionele bijzondere waardevermindering voor kredietverliezen Terugboeking van bijzondere waardevermindering voor kredietverliezen Gedurende het jaar als oninbaar afgeschreven leningen Oprentingen en overige mutaties Eindsaldo Individuele waardeverandering (specifieke voorziening) Collectieve waardeverandering (collectieve voorziening) Algemene voorziening (IBNR) In miljoenen euro s Binnenlands retailbankbedrijf Wholesale bank bedrijf en internationaal retailbankbedrijf Vermogensbeheer en beleggen Leasing Vastgoed Overige* Totaal Over het jaar eindigend op 31 december 2007 Externe baten Baten uit andere segmenten Totaal baten Segmentlasten Bedrijfsresultaat vóór belastingen Belastingen Nettowinst Activa van het bedrijfsonderdeel Deelnemingen Totaal activa Verplichtingen van het bedrijfsonderdeel Totaal verplichtingen Investeringen in onroerende zaken en bedrijfsmiddelen Afschrijvingen inclusief afschrijvingen op software Waardeveranderingen * Inclusief eliminatie tussen segmenten voor winst-en-verliesrekening. 40 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

139 In miljoenen euro s Binnenlands retailbankbedrijf Wholesale bank bedrijf en internationaal retailbankbedrijf Vermogensbeheer en beleggen Leasing Vastgoed Overige* Totaal Verloop waardeveranderingen voor kredieten aan cliënten Stand per 1 januari Additionele bijzondere waardevermindering voor kredietverliezen Terugboeking van bijzondere waardevermindering voor kredietverliezen Gedurende het jaar als oninbaar afgeschreven leningen Oprentingen en overige mutaties Eindsaldo Individuele waardeverandering (specifieke voorziening) Collectieve waardeverandering (collectieve voorziening) Algemene voorziening (IBNR) In miljoenen euro s Activa Verplichtingen Baten van externe cliënten Investeringen in onroerende zaken en bedrijfsmiddelen en immateriële activa Voorwaardelijke verplichtingen en verbintenissen (incl. herroepelijke verplichtingen) Per 31 december 2008 Nederland Overige landen in de EU-zone Rest Europa (niet-eu-zone) Noord-Amerika Latijns-Amerika Azië Australië Overige en consolidatie-effecten Totaal Per 31 december 2007 Nederland Overige landen in de EU-zone Rest Europa (niet-eu-zone) Noord-Amerika Latijns-Amerika Azië Australië Overige en consolidatie-effecten Totaal * Inclusief eliminatie tussen segmenten voor winst-en-verliesrekening. 41 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

140 6 Geldmiddelen en kasequivalenten In miljoenen euro s Geldmiddelen Geldmarktuitzettingen Tegoeden bij centrale banken anders dan verplichte reservedeposito s Geldmiddelen en kasequivalenten Verplichte reservedeposito s bij centrale banken Totaal geldmiddelen en kasequivalenten Verplichte reservedeposito s bestaan uit tegoeden bij De Nederlandsche Bank in het kader van haar beleid inzake minimumreserves. Deze tegoeden zijn niet beschikbaar voor gebruik bij de dagelijkse bedrijfsuitoefening van de Rabobank. 7 Vorderingen op andere banken In miljoenen euro s Tegoeden bij andere banken Overgedragen activa met terugkoopverplichting Kredieten Overige Af: waarderingscorrecties Gereclassificeerde activa Totaal vorderingen op andere banken Nadere toelichting waarderingscorrecties Stand per 1 januari Additionele bijzondere waardevermindering voor kredietverliezen Terugboeking van bijzondere waardevermindering voor kredietverliezen Waardeveranderingen van vorderingen 68-6 Gedurende het jaar afgeboekte bedragen - 3 Overige mutaties Stand per 31 december De waardeveranderingen van vordering op banken zijn in de winst-en-verliesrekening opgenomen onder waardeveranderingen. 8 Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa In miljoenen euro s Overgenomen leningen Kortlopend overheidspapier Staatsobligaties Andere schuldpapieren Eigenvermogeninstrumenten Andere financiële activa Totaal Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

141 9 Overige financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening In miljoenen euro s Kortlopend overheidspapier Staatsobligaties Andere schuldpapieren Venture capital Eigenvermogensinstrumenten Andere financiële activa Totaal Het maximale kredietrisico van de overige financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedraagt (2007: ). De cumulatieve verandering in de reële waarde van de financiële activa die toe te rekenen is aan de veranderingen in het kredietrisico is beperkt en de veranderingen in het kredietrisico voor het huidige jaar zijn eveneens beperkt. 10 Derivaten en overige handelsverplichtingen 10.1 Door de Rabobank gebruikte derivaattypen Valuta- en rentetermijncontracten zijn contractuele verplichtingen tot ontvangst dan wel betaling van een nettobedrag op basis van veranderingen in valutakoersen of rentetarieven of tot koop dan wel verkoop van vreemde valuta of een financieel instrument op een datum in de toekomst tegen een gespecificeerde, in een georganiseerde financiële markt vastgestelde prijs. Aangezien termijncontracten door liquide middelen of courante effecten van zakelijke zekerheid worden voorzien en waardeveranderingen van termijncontracten dagelijks worden vereffend, is het kredietrisico verwaarloosbaar. Forward rate agreements zijn individueel afgesproken rentetermijncontracten waarbij het verschil tussen een contractueel vastgelegd rentetarief en het actuele markttarief op een datum in de toekomst in contanten moet worden vereffend op basis van een fictieve hoofdsom. Valuta- en renteswaps zijn verplichtingen om een groep kasstromen te ruilen tegen een andere. Swaps resulteren in een economische ruil van valuta s of rentetarieven (bijvoorbeeld, vaste rente tegen variabele rente) of een combinatie daarvan (dat wil zeggen cross-currency renteswaps). Behalve bij bepaalde valutaswaps vindt geen uitwisseling van de hoofdsom plaats. Het kredietrisico van de Rabobank vertegenwoordigt de potentiële vervangingskosten van de swapcontracten indien tegenpartijen hun verplichtingen niet nakomen. Dit risico wordt voortdurend bewaakt aan de hand van de actuele reële waarde, een deel van de nominale waarde van de contracten en de liquiditeit van de markt. Bij de beheersing van het kredietrisiconiveau hanteert de Rabobank dezelfde technieken voor het beoordelen van tegenpartijen als voor het beoordelen van haar eigen kredietverleningsactiviteiten. Valuta- en renteopties zijn contractovereenkomsten waarbij de verkoper (writer) de koper (holder) het recht geeft, maar niet de plicht, om op of uiterlijk op een vastgestelde datum of tijdens een vastgestelde periode een specifiek, in vreemde valuta luidend bedrag of een financieel instrument tegen een van tevoren bepaalde koers te kopen (calloptie) of te verkopen (putoptie). Ter vergoeding voor het op zich nemen van het valuta- of renterisico ontvangt de verkoper een premie van de koper. Opties kunnen op de beurs worden verhandeld of tussen de Rabobank en een klant worden verhandeld (OTC). De Rabobank loopt alleen kredietrisico bij gekochte opties en dan alleen voor de boekwaarde ervan, die tevens de reële waarde is. Credit default swaps ( CDS ) zijn instrumenten waarbij de verkoper van de CDS de koper belooft een bedrag te betalen dat gelijk is aan het verlies dat als gevolg van een specifiek omschreven credit event (het al dan niet optreden van een risico) zou worden geleden bij aanhouding van een onderliggend referentieactief. De koper is niet verplicht om het onderliggende referentieactief aan te houden. De koper betaalt de verkoper een kredietbeschermingsvergoeding die wordt uitgedrukt in basispunten en waarvan het bedrag afhankelijk is van de kredietspreiding van het referentieactief. 43 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

142 10.2 Voor handelsdoeleinden aangehouden of uitgegeven derivaten De Rabobank handelt in financiële instrumenten waarbij zij posities inneemt in al dan niet ter beurze verhandelde instrumenten, inclusief derivaten, om te kunnen profiteren van marktbewegingen op de korte termijn in aandelen- en obligatiemarkten en in valutakoersen en rentetarieven. Er worden handelslimieten gesteld aan het te nemen risiconiveau met betrekking tot marktposities zowel aan het eind van de dag ( overnight ) als in de loop van de dag ( intraday ). Met uitzondering van specifieke afdekkingsregelingen worden met deze derivaten samenhangende valuta- en renterisico s normaliter gecompenseerd door het innemen van tegenwicht vormende posities, waardoor de variabiliteit wordt beheerst van de netto bedragen die nodig zijn voor het liquideren van marktposities Voor afdekkingsdoeleinden aangehouden derivaten De Rabobank gaat verschillende financiële derivaten aan die als afdekking van reële waarde, kasstroom of netto-investeringen zijn bestemd en zich als zodanig kwalificeren. De Rabobank gaat tevens derivaattransacties aan als afdekking van economische risico s die geen hedge-accountingverantwoording krijgen. Reëlewaarde hedge De reëlewaardehedge van de Rabobank bestaat in hoofdzaak uit rente- en cross-currency renteswaps die dienen ter bescherming tegen een potentiële daling van de reële waarde van vastrentende activa of een stijging van de reële waarde van in zowel lokale als vreemde valuta s luidende termijndeposito s van cliënten. De netto reële waarde van deze swaps per 31 december 2008 was (2007: -223). De Rabobank dekt een deel van haar bestaande valutarisico van voor verkoop beschikbare aandelen af door middel van reëlewaardeafdekkingen in de vorm van valutafutures. De netto reële waarde van de valutatermijncontracten per 31 december 2008 was (2007: -251). Over het jaar eindigend op 31 december 2008 verantwoordde de Rabobank een resultaat van 98 (2007: 207) als gevolg van het deel van de reëlewaardeafdekkingen dat als ineffectieve afdekkingen was gerubriceerd. Over het jaar eindigend op 31 december 2008 verantwoordde de Rabobank een verlies van (2007: ) op het afdekkingsinstrument. De totale winst op de afgedekte positie toe te rekenen aan het afgedekte risico bedraagt (2007: ). Kasstroomafdekkingen De Rabobank maakt nagenoeg geen gebruik van kasstroomafdekkingen. Netto-investeringsafdekkingen De Rabobank dekt door middel van valutatermijncontracten een deel van het valutaomrekeningsrisico van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten af. De netto reële waarde van deze valutatermijncontracten per 31 december 2008 was -60 (2007: 2). Per 31 december 2008 waren termijncontracten met een nominaal bedrag van (2007: 2.762) bestemd als netto-investeringsafdekkingen. Deze leidden tot valutawinsten van 211 over het jaar (2007: 143), die in het eigen vermogen uitgesteld zijn. Tijdens het jaar zijn geen bedragen aan het eigen vermogen onttrokken (2007: 0). Over het jaar eindigend op 31 december 2008 verantwoordde de Rabobank geen ineffectiviteit als gevolg van de netto-investeringsafdekkingen. 44 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

143 10.4 Nominale waarde en reële waarden De nominale waarde van bepaalde typen financiële instrumenten verschaft een basis voor vergelijking met instrumenten die op de balans worden verantwoord maar geeft niet noodzakelijkerwijs de bedragen van de betreffende toekomstige kasstromen of de actuele reële waarde van de instrumenten aan en derhalve niet de blootstelling van de Rabobank aan krediet- of koersrisico s. De nominale waarde is het bedrag van het onderliggende actief of referentietarief of index van een derivaat en vormt de basis waarop waardeveranderingen van derivaten worden gemeten. Het geeft een indicatie van het volume van de door de Rabobank verrichte transacties maar is geen risicomaatstaf. Sommige derivaten zijn qua nominaal bedrag en afwikkelingsdatum gestandaardiseerd en zijn bestemd om in actieve markten te worden gekocht of verkocht (op de beurs verhandeld). Andere zijn specifiek voor individuele klanten samengesteld en worden niet op de beurs verhandeld, al kunnen zij tegen door onderhandeling tot stand gekomen prijzen tussen tegenpartijen worden gekocht en verkocht (OTC-instrumenten). De positieve reële waarde vertegenwoordigt de kosten die de Rabobank zou moeten maken om alle transacties met een te ontvangen bedrag te vervangen als alle tegenpartijen in gebreke zouden blijven. Deze methode is de industriestandaard voor de berekening van het actuele kredietrisico. De negatieve reële waarde vertegenwoordigt de kosten van alle transacties van de Rabobank met een verplichting als de Rabobank in gebreke zou blijven. De totale positieve en negatieve reële waarden worden afzonderlijk in de balans opgenomen. De derivaten worden gunstig (actief) of ongunstig (passief) als gevolg van schommelingen in marktrentetarieven of valutakoersen ten opzichte van hun contractwaarden. De totale contractwaarde of de nominale waarde van aangehouden financiële derivaten, de mate waarin instrumenten gunstig of ongunstig zijn en dus de totale reële waarde van afgeleide financiële activa en verplichtingen kunnen soms aanzienlijk fluctueren. De navolgende tabel vermeldt de nominale waarde en de positieve en negatieve reële waarden van de derivaattransacties (inclusief daarin besloten derivaten) van de Rabobank. 45 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

144 In miljoenen euro s Contract-/fictief bedrag Reële waarden Stand per 31 december 2008 Actief Verplichting Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten Voor afdekking aangehouden derivaten Shortpositie aandelen en obligaties Totaal verantwoorde, afgeleide financiële activa/verplichtingen Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten Valutaderivaten Niet ter beurze verhandelde (OTC-)contracten Valutatermijncontracten Valutaswaps OTC-valutaopties gekocht en verkocht Ter beurze verhandelde contracten Valutafutures Opties gekocht en verkocht Totaal valutaderivaten Rentederivaten Niet ter beurze verhandelde (OTC) contracten Renteswaps Cross-currency renteswaps Forward rate agreements OTC-renteopties Totaal OTC-contracten Ter beurze verhandelde contracten Renteswaps Totaal rentederivaten Kredietderivaatcontracten Credit default swaps Totaal return swaps Totaal kredietderivaatcontracten Eigenvermogensinstrument/indexderivaten Niet ter beurze verhandelde (OTC) contracten Opties gekocht en verkocht Ter beurze verhandelde contracten Futures Opties gekocht en verkocht Totaal eigenvermogensinstrument/indexderivaten Overige derivaten Totaal voor handelsdoeleinden aangehouden, afgeleide financiële activa/verplichtingen Voor afdekking aangehouden derivaten Derivaten aangemerkt als reële waarde hedges Valutaswaps Renteswaps Cross-currency renteswaps Totaal als reëlewaardehedges aangemerkte derivaten Als kasstroomafdekkingen aangemerkte derivaten Renteswaps Totaal voor afdekking aangehouden, afgeleide financiële activa/verplichtingen Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

145 In miljoenen euro s Contract-/fictief bedrag Reële waarden Stand per 31 december 2007 Actief Verplichting Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten Voor afdekking aangehouden derivaten Shortpositie aandelen en obligaties Totaal verantwoorde, afgeleide financiële activa/verplichtingen Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten Valutaderivaten Niet ter beurze verhandelde (OTC-)contracten Valutatermijncontracten Valutaswaps OTC-valutaopties gekocht en verkocht Ter beurze verhandelde contracten Valutafutures Opties gekocht en verkocht Totaal valutaderivaten Rentederivaten Niet ter beurze verhandelde (OTC-)contracten Renteswaps Cross-currency renteswaps Forward rate agreements OTC-renteopties Totaal OTC-contracten Ter beurze verhandelde contracten Renteswaps Totaal rentederivaten Kredietderivaatcontracten Credit default swaps Totaal return swaps Totaal kredietderivaatcontracten Eigenvermogensinstrument/indexderivaten Niet ter beurze verhandelde (OTC-)contracten Opties gekocht en verkocht Ter beurze verhandelde contracten Futures Opties gekocht en verkocht Totaal eigenvermogensinstrument/indexderivaten Overige derivaten Totaal voor handelsdoeleinden aangehouden, afgeleide financiële activa/verplichtingen Voor afdekking aangehouden derivaten Derivaten aangemerkt als reëlewaardehedges Valutaswaps Renteswaps Cross-currency renteswaps Totaal als reëlewaardehedges aangemerkte derivaten Als kasstroomafdekkingen aangemerkte derivaten Renteswaps Totaal voor afdekking aangehouden, afgeleide financiële activa/verplichtingen Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

146 11 Kredieten aan cliënten In miljoenen euro s Door de Rabobank geïnitieerde leningen: Kredieten aan overheidscliënten: - leasing overige Kredieten aan private cliënten: - debetstanden hypotheken leasing vorderingen ter zake van effectentransacties overige Brutokredieten aan cliënten Af: waardeveranderingen kredieten aan cliënten Gereclassificeerde activa Totaal kredieten aan cliënten De bijzondere waardevermindering van gereclassificeerde activa bedraagt 317 en is in de winst-enverliesrekening opgenomen onder Resultaat uit financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. In miljoenen euro s Waardeveranderingen kredieten aan cliënten Mutaties in waarderingscorrectie kredieten aan cliënten, zijn als volgt: Stand per 1 januari Additionele bijzondere waardevermindering voor kredietverliezen Terugboeking van bijzondere waardevermindering voor kredietverliezen Gedurende het jaar als oninbaar afgeschreven leningen Oprenting en overige mutaties Totaal waardeveranderingen kredieten aan cliënten Individuele waardeverandering (specifieke voorziening) Collectieve waardeverandering (collectieve voorziening) Algemene voorziening (IBNR) Totaal waardeveranderingen kredieten aan clienten Brutoboekwaarde van kredieten waarvan de waardeverandering op individuele basis is bepaald De reële waarde van de zekerheden die de bank heeft verkregen voor activa waarvan individueel is vastgesteld dat ze op verslagdatum een waardeverandering hebben ondergaan bedraagt (2007: 2.397) De Rabobank heeft gedurende het jaar financiële en niet-financiële activa verworven door bezit te nemen van een onderpand dat tot zekerheid wordt gehouden met een geschatte waarde van 18 (2007: 12). Het beleid van de Rabobank is er over het algemeen op gericht deze activa op een redelijke korte termijn te verkopen. De opbrengsten worden gebruikt ter aflossing van het uitstaande bedrag. Amendementen bij IAS 39 en IFRS 7, Reclassificatie van financiële activa Op basis van de amendementen bij IAS 39 en IFRS 7, Reclassificatie van financiële activa, heeft de Rabobank een aantal voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en voor verkoop beschikbare financiële activa gereclassificeerd naar kredieten aan cliënten en vordering op banken. De Rabobank heeft activa geïdentificeerd die in aanmerking komen onder dit amendement waarbij er een duidelijke verandering in de intentie is om stukken aan te houden voor de nabije toekomst in plaats 48 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

147 van op korte termijn te verkopen of te verhandelen. De reclassificaties zijn gemaakt vanaf 1 juli 2008 tegen de reële waarde op dat moment. Onderstaande toelichting geeft de details weer van de impact van de reclassificaties bij de Rabobank. De volgende tabel geeft de boekwaarde en de reële waarde weer van de gereclassificeerde activa. Reclassificatiedatum 31 december 2008 In miljoenen euro s Boekwaarde Reële waarde Boekwaarde Reële waarde Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa gereclassificeerd naar kredieten per 1 juli Voor verkoop beschikbare financiële activa gereclassificeerd naar kredieten per 1 juli Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa gereclassificeerd naar kredieten per 10 december Totale financiële activa gereclassificeerd naar kredieten Vanaf de datum van reclassificatie varieerde de effectieve rente op gereclassificeerde financiele activa aangehouden voor handelsactiviteiten tussen de 5% en 11% met te verwachten terug te krijgen kasstromen van 4,7 miljard. De effectieve rente op gereclassificeerde financiele activa voor verkoop beschikbaar varieerde tussen de 5% en 21% met te verwachten terug te krijgen kasstromen van 12,2 miljard. Het effect van reclassificatie op de winst-en-verliesrekening is tegengesteld voor financiële activa aangehouden voor verkoop en activa aangehouden voor handelsdoeleinden. Het effect van reclassificatie op de nettowinst voor de activa aangehouden voor handelsdoeleinden was positief, omdat ongerealiseerde reële waarde verliezen van 393 niet zijn opgenomen. Bij de activa aangehouden voor verkoop leidde reclassificatie daarentegen tot een additionele bijzondere waardevermindering van 203. De eigenvermogenspositie zou in lager zijn uitgekomen als de reclassificatie niet zou zijn gedaan. Na reclassificatie, hebben de gereclassificeerde financiële activa het volgende bijgedragen aan opbrengsten voor belasting in Tweede halfjaar 2008 Netto rentebaten 86 Waardeveranderingen - Resultaat voor belasting op gereclassificeerde financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden 86 Netto rentebaten 115 Waardeveranderingen -317 Resultaat voor belasting op gereclassificeerde financiële activa voor verkoop beschikbaar -202 In het eerste halfjaar 2008 is 201 aan ongerealiseerde reële waarde verliezen van de gereclassificeerde financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en 326 aan bijzondere waardevermindering op de gereclassificeerde financiële activa voor verkoop beschikbaar opgenomen in de winst-enverliesrekening. Tevens zijn ongerealiseerde reële waarde verliezen van 349 op gereclassificeerde financiele activa voor verkoop beschikbaar opgenomen in het vermogen. Per 30 juni 2008 is een bedrag van 1,9 miljard aan ongerealiseerde reële waarde verliezen van financiële activa voor verkoop beschikbaar opgenomen in het vermogen. Dit bedrag zal vrijvallen uit het vermogen en worden toegevoegd aan de boekwaarde van de gereclassificeerde financiële activa voor verkoop beschikbaar op basis van de effectieve rentemethode. Financiële leaseovereenkomsten De kredieten aan cliënten omvatten mede vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten, die als volgt kunnen worden geanalyseerd: 49 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

148 In miljoenen euro s Bruto-investering in financiële leaseovereenkomsten, vorderingen: Niet langer dan 1 jaar Langer dan 1 jaar en niet langer dan 5 jaar Langer dan 5 jaar Totaal bruto-investering in financiële leaseovereenkomsten, vorderingen Niet-verdiend toekomstig financieel resultaat uit financiële leaseovereenkomsten Netto-investering in financiële leaseovereenkomsten De netto-investering in financiële leaseovereenkomsten kan verder als volgt worden geanalyseerd: Niet langer dan 1 jaar Langer dan 1 jaar en niet langer dan 5 jaar Langer dan 5 jaar Netto-investering in financiële leaseovereenkomsten De mede in de waardeverandering opgenomen voorzieningen voor financiële leaseovereenkomsten bedragen per 31 december (2007: 226). De ongegarandeerde restwaarden die de lessor toekomen bedragen 95 (2007: 68). De voorwaardelijke leasebetalingen die in 2008 als baat zijn opgenomen bedragen nihil. 12 Voor verkoop beschikbare financiële activa In miljoenen euro s Kortlopend overheidspapier Staatsobligaties Overige schuldinstrumenten Eigenvermogensinstrumenten Overige financiële activa voor verkoop beschikbaar Totaal voor verkoop beschikbare financiële activa De bijzondere waardevermindering van voor verkoop beschikbare financiële activa bedraagt 646 (477) en is in de winst-en-verliesrekening opgenomen onder Resultaat uit financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. Winsten en verliezen uit voor verkoop beschikbare financiële activa omvatten: In miljoenen euro s Niet langer opgenomen, voor verkoop beschikbare financiële activa De mutatie in voor verkoop beschikbare financiële activa kan als volgt worden samengevat: In miljoenen euro s Openingssaldo Valutakoersverschillen op monetaire activa Toevoegingen Afstotingen (verkoop en aflossing) Wijzigingen in reële waarde Gereclassificeerde activa Overige mutaties Eindsaldo Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

149 13 Tot einde looptijd aangehouden financiële activa In miljoenen euro s Staatsobligaties Overige schuldinstrumenten Totaal tot einde looptijd aangehouden financiële activa De mutatie in tot einde looptijd aangehouden financiële activa kan als volgt worden samengevat: In miljoenen euro s Openingssaldo Toevoegingen Aflossing Bijzondere waardeverminderingen -2-5 Eindsaldo Investeringen in geassocieerde deelnemingen In miljoenen euro s Openingssaldo Aankopen Verkopen Aandeel in resultaten van geassocieerde deelnemingen Uitgekeerde dividenden In consolidatie begrepen deelnemingen Herwaardering en overige Totaal De belangrijkste geassocieerde deelnemingen zijn opgenomen onder noot 47 Belangrijkste dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen. 51 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

150 15 Immateriële vaste activa In miljoenen euro s Goodwill Zelf ontwikkelde software Overige immateriële activa Totaal Jaar eindigend op 31 december 2008 Netto-openingsboekwaarde Valutakoersverschillen Toevoegingen Overname/afstoting van dochterondernemingen Overige Afschrijvingen Bijzondere waardeverminderingen Nettosluitingsboekwaarde Kostprijs Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Nettoboekwaarde Jaar eindigend op 31 december 2007 Netto-openingsboekwaarde Valutakoersverschillen Toevoegingen Overname/afstoting van dochterondernemingen Overige Afschrijvingen Bijzondere waardeverminderingen Nettosluitingsboekwaarde Kostprijs Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Nettoboekwaarde In miljoenen euro s Overnamedatum Percentage verworven eigenvermogeninstrumenten met stemrecht Koopprijs Reële waarde Goodwill Jaar eindigend op 31 december 2008 Bank BGZ 4 april ,87% Overige 30 Totaal 337 De goodwill is toe te schrijven aan synergievoordelen die niet afzonderlijk kunnen worden geïdentificeerd en aan immateriële vaste activa (merknaam en klantenbestanden) die in de goodwill zijn opgenomen omdat de omvang van de desbetreffende bedragen gering is. Deze acquisities zijn een belangrijke strategische stap voor de Rabobank en dragen direct bij aan het resultaat van de Rabobank. In 2008 hebben er geen bijzondere waardeverminderingen op goodwill plaatsgevonden. De verschillen tussen de boekwaardes van de activa en passiva komen, voor de acquisities bij de verworven entiteiten, in belangrijke mate overeen met de fair values die bij de eerste waardering in de jaarrekening van de Rabobank zijn verantwoord. De belangrijkste verschillen betreffen afzonderlijk nieuw gewaardeerde immateriële vaste activa (klantenbestanden en andere immateriële vaste activa voor 169), en een positieve herwaardering van de materiële vaste activa met 76. De bijdrage van de nieuw verworven entiteiten in het resultaat over 2008, vanaf de acquisitiedatum, bedraagt 25. Indien de verworven entiteiten het gehele jaar zouden worden meegeconsolideerd bedraagt de bijdrage in de baten 36 en als rekening wordt gehouden met financieringslasten dan bedraagt de bijdrage in het resultaat van de Rabobank Groep Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

151 16 Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen In miljoenen euro s Terreinen en gebouwen Bedrijfsmiddelen Totaal Jaar eindigend op 31 december 2008 Netto-openingsboekwaarde Valutakoersverschillen Aankopen Overname van dochterondernemingen Afstotingen Afschrijvingslast en waardeveranderingen Overige (inclusief afschrijvingslast bedrijfsmiddelen operational lease) Nettosluitingsboekwaarde Kostprijs Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Nettoboekwaarde In miljoenen euro s Terreinen en gebouwen Bedrijfsmiddelen Totaal Jaar eindigend op 31 december 2007 Netto-openingsboekwaarde Valutakoersverschillen Aankopen Overname van dochterondernemingen Afstotingen Afschrijvingslast en bijzondere waardeverminderingen Overige (inclusief afschrijvingslast bedrijfsmiddelen operational lease) Nettosluitingsboekwaarde Kostprijs Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Nettoboekwaarde Vastgoedbeleggingen In miljoenen euro s Netto-openingsboekwaarde Aankopen Overname van dochterondernemingen - 17 Verkopen Afschrijvingen Overige Nettosluitingsboekwaarde De reële waarde en de boekwaarde zijn nagenoeg aan elkaar gelijk. Kostprijs Geaccumuleerde afschrijvingen Nettoboekwaarde Specificatie huurbaten en afschrijvingen vastgoedbeleggingen: Nettohuurbaten vastgoedbeleggingen Afschrijving vastgoedbeleggingen De resterende looptijd van de vastgoedbeleggingen is maximaal 15 jaar. 53 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

152 18 Overige activa In miljoenen euro s Vorderingen en vooruitbetalingen Te ontvangen rente Edelmetalen, goederen en opslagbewijzen Onderhanden werk Overige activa Totaal overige activa Schulden aan andere banken In miljoenen euro s Overige leningen Geldmarktdeposito s Termijndeposito s Overige deposito s Terugkooptransacties Totaal schulden aan andere banken Toevertrouwde middelen In miljoenen euro s Spaargelden Rekeningen-courant/vereffeningsrekeningen Termijndeposito s Terugkooptransacties Overige toevertrouwde middelen Totaal toevertrouwde middelen Onder toevertrouwde middelen zijn ook beleggingen van centrale banken voor een bedrag van 23 (2007: 27) miljard begrepen. 21 Uitgegeven schuldpapieren In miljoenen euro s Depositobewijzen Geldmarktpapier Obligatie-uitgiften Overige schuldpapieren Totaal uitgegeven schuldpapieren Overige schulden In miljoenen euro s Crediteuren Uit te keren dividenden Opgelopen rente Overige Totaal overige schulden Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

153 23 Overige financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening De verandering in de reële waarde van de overige financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening die toe te rekenen is aan veranderingen in het kredietrisico van de Rabobank bedraagt 736 na belasting (2007: 0). Dit bedrag is tevens de cumulatieve verandering in de reële waarde die toe te rekenen is aan veranderingen in het kredietrisico van de Rabobank vanaf de uitgifte van structured notes. De verandering in de reële waarde die toe te rekenen is aan veranderingen in het kredietrisico is berekend door een relatie te leggen met de verandering in de kredietopslag van de door de Rabobank uitgegeven structured notes. Het bedrag dat de Rabobank contractueel verplicht is terug te betalen verdisconteerd tegen de effectieve rente is 1,6 (2007: 1,0) miljard hoger dan de boekwaarde. In miljoenen euro s (Structured) notes Overige schuldpapieren Termijndeposito s Totaal overige financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Voorzieningen De Rabobank heeft de volgende voorzieningen over het boekjaar opgenomen. In miljoenen euro s Herstructureringsvoorziening Juridische voorziening Overige Totaal voorzieningen Herstructureringsvoorziening Openingssaldo Oprenting 11 - Toevoegingen ten laste van resultaat Onttrekkingen Vrijval Eindsaldo Juridische voorziening Openingssaldo Oprenting 7 - Toevoegingen ten laste van resultaat Onttrekkingen Vrijval Eindsaldo Overige Openingssaldo Toevoegingen ten laste van resultaat Onttrekkingen Vrijval Eindsaldo Totaal voorzieningen Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

154 Onder Overige zijn voorzieningen begrepen ten behoeve van verlieslatende overeenkomsten, kredietverplichtingen en fiscale claims. Looptijden voorzieningen Rabobank Groep (exclusief personeelsbeloningen en debiteurenvoorzieningen) In miljoenen euro s Tot 1 jaar 1-5 jaar Langer dan 5 jaar Totaal Per 31 december Per 31 december Uitgestelde belastingen Uitgestelde belastingen worden berekend op alle tijdelijke verschillen in het kader van de liability - methode op basis van een, in Nederland, effectief belastingtarief van 25,5% (2007: 25,5%). Er is geen uitgestelde belastingvordering opgenomen voor verrekenbare verliezen van in totaal circa 275 (2007: 835). De verrekenbare verliezen hebben betrekking op meerdere belastingautoriteiten en hebben een verschillende vervaltermijn. De mutatie op de rekening uitgestelde winstbelasting is als volgt: In miljoenen euro s Uitgestelde belastingvorderingen Openingssaldo Ten (laste)/gunste van de winst-en-verliesrekening: - door tariefwijziging overige tijdelijke verschillen Voor verkoop beschikbare financiële activa: - nieuwe bepaling reële waarde Valutakoersverschillen Overname/(afstoting) van dochterondernemingen -1 5 Overige Eindsaldo Uitgestelde belastingverplichtingen Openingssaldo Ten laste/(gunste) van de winst-en-verliesrekening: - door tariefwijziging overige tijdelijke verschillen Voor verkoop beschikbare financiële activa Valutakoersverschillen Overname/(afstoting) van dochterondernemingen Overige Eindsaldo Uitgestelde belastingvorderingen Pensioenen en andere tegemoetkomingen na uittreding Bijzondere waardeverminderingen Overige voorzieningen Afdekking renterisico Voorwaartse verliescompensatie Immateriële vaste activa AFS-reserve Overige tijdelijke verschillen Totaal uitgestelde belastingvorderingen Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

155 In miljoenen euro s Uitgestelde belastingverplichtingen Immateriële vaste activa Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen inclusief lease AFS-reserve Overige tijdelijke verschillen Totaal uitgestelde belastingverplichtingen De uitgestelde belastinglast in de winst-en-verliesrekening omvat de volgende tijdelijke verschillen: In miljoenen euro s Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen Pensioenen en andere tegemoetkomingen na uittreding Bijzondere waardeverminderingen, voorzieningen en verliezen op financiële activa Voorwaartse verliescompensatie Overige tijdelijke verschillen -3-6 Totale uitgestelde belastinglast in de winst-en-verliesrekening Uitgestelde belastingvorderingen en verplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om actuele belastingvorderingen te salderen met actuele belastingverplichtingen en wanneer de uitgestelde belastingen betrekking hebben op dezelfde fiscale autoriteit. 26 Personeelsbeloningen In miljoenen euro s Pensioenregelingen Overige personeelsbeloningen Totale pensioenverplichting Pensioenregelingen De Rabobank heeft een aantal pensioenregelingen ingesteld, dat een aanzienlijk percentage van haar medewerkers bestrijkt. In de meeste gevallen gaat het om al dan niet in een fonds ondergebrachte toegezegd-pensioenregelingen op basis van middelloon. De activa van de in een fonds ondergebrachte regelingen worden onafhankelijk van de Rabobankactiva aangehouden in afzonderlijke, door trustees beheerde fondsen. Deze regelingen worden elk jaar op basis van de door IFRS voorgeschreven methode door onafhankelijke actuarissen gewaardeerd. De meest recente actuariële waarderingen zijn verricht ultimo De gewogen gemiddelden van de belangrijkste actuariële veronderstellingen ten behoeve van de waardering van de voorziening voor pensioenen (toegezegd-pensioenregelingen) zijn per 31 december (in % per jaar): Disconteringsfactor 5,75 5,5 Verwachte salarisontwikkelingen 3 3 Consumentenprijsinflatie (indexatie) 2,25 2,25 Verwacht rendement beleggingen 6,25 6,0 Het verwachte langetermijnrendement van de portefeuille van het Rabobank Pensioenfonds wordt voor een belangrijk deel bepaald door de verdeling van de beleggingen over de verschillende categorieën: vastrentende waarden, aandelen, vastgoed en alternatieven, omdat voor iedere categorie specifieke rendementsverwachtingen worden gehanteerd. De Nederlandsche Bank, als toezichthouder voor de pensioensector, heeft maxima gesteld aan de rendementsverwachtingen die, in het kader van de continuïteitsanalyse, mogen worden gehanteerd voor de verschillende beleggingscategorieën. Op basis van de actuele verdeling van de portefeuille van het Rabobank Pensioenfonds over de verschillende beleggingscategorieën, en gebaseerd op de door De Nederlandsche Bank vastgestelde parameters, wordt het verwachte langetermijnrendement ingeschat op 6,25%. 57 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

156 In miljoenen euro s Contante waarde van in een fonds ondergebrachte verplichtingen Reële waarde van planactiva Contante waarde van niet in een fonds ondergebrachte verplichtingen Niet-verantwoorde actuariële winsten (verliezen) Niet-verantwoorde backservicekosten Nettoverplichting In miljoenen euro s Contante waarde van in een fonds ondergebrachte verplichtingen Contante waarde aanspraken 1 januari Overgenomen aanspraken Interest Toename aanspraken in het boekjaar Uitkeringen Waardeoverdracht Wijziging pensioenregeling 1 1 Overig Verwachte contante waarde aanspraken 31 december Actuarieel resultaat Contante waarde aanspraken 31 december Reële waarde van planactiva Reële waarde activa 1 januari Overgenomen planactiva Verwachte opbrengst beleggingen Premiebijdrage werkgever Premiebijdrage werknemer Uitkeringen Waardeoverdrachten en kosten 3 6 Overig Verwachte reële waarde activa 31 december Actuarieel resultaat Reële waarde activa 31 december De verwachte premiebijdrage aan de regeling voor 2009 zal naar schatting 610 bedragen. De fondsbeleggingen zijn als volgt belegd: Aandelen en alternatives 51,6% 47,2% Vastrentende waarden 38,1% 43,0% Vastgoed 6,9% 7,3% Liquiditeiten 3,4% 2,5% Totaal 100% 100% Minder dan 5% van de fondsbeleggingen worden aangehouden in eigen middelen van de Rabobank. Dit betreffen voornamelijk liquiditeiten aangehouden bij de Rabobank. Werkelijke opbrengst beleggingen Verwachte opbrengst beleggingen Actuarieel resultaat Werkelijke opbrengst beleggingen Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

157 De in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening over het boekjaar verantwoorde bedragen zijn als volgt: In miljoenen euro s Kosten op basis van diensttijd gedurende het jaar Rente over verplichting Verwacht rendement op planactiva Kosten verstreken diensttijd 1 1 Amortisatie van actuariële (winsten)/verliezen Verliezen/(winsten) op kortingen/(vereffeningen)/kosten 7 1 Totale kosten toegezegd-pensioenregelingen Overige personeelsbeloningen De overige personeelsverplichtingen bestaan voornamelijk uit VUT-verplichtingen/niet-actieve regeling voor een bedrag van 362 (2007: 462) en verplichtingen voor toekomstige jubilea-uitkeringen voor een bedrag van 73 (2007: 71). 27 Achtergestelde schulden In miljoenen euro s Trust Preferred Securities II Rabobank Nederland ACC Bank - 63 FGH Bank Overige 23 1 Totaal achtergestelde schulden Het verloop van de Trust Preferred Securities II is in onderstaande tabel weergegeven. In miljoenen euro s Trust Preferred Securities II Stand 1 januari Valutaverschillen en overige Stand 31 december In 2003 zijn door Rabobank Capital Funding Trust II te Delaware, een groepsmaatschappij van Rabobank Nederland, 1,75 miljoen niet-cumulatieve Trust Preferred Securities uitgegeven. De verwachte vergoeding bedraagt 5,26% tot en met 31 december Daarna is de verwachte vergoeding gelijk aan driemaands USD LIBOR plus 1,6275%. De totale opbrengst van deze emissie bedroeg USD Het recht bestaat om, na voorafgaande schriftelijke toestemming van De Nederlandsche Bank, vanaf 31 december 2013 op iedere betaaldatum van de vergoeding (in casu ieder kwartaal) deze Trust Preferred Securities terug te kopen. Rabobank Nederland heeft in 2005 een lening uitgegeven van met een vast rentepercentage van 4,74% en vervallend in De achtergestelde schuld is op groepsniveau lager, aangezien een gedeelte is geplaatst bij groepsmaatschappijen. De achtergestelde schuld van FGH Bank NV bedraagt 40 en heeft een vast rentepercentage van 6% en vervalt in Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

158 28 Niet in de balans opgenomen voorwaardelijke verbintenissen en verplichtingen Kredietgerelateerde verplichtingen Kredietverstrekkingsverplichtingen vertegenwoordigen niet-gebruikte delen van machtigingen tot het verstrekken van kredieten in de vorm van leningen, garanties, kredietbrieven of andere leninggerelateerde financiële instrumenten. Wat betreft het kredietrisico van kredietverstrekkings verplichtingen, staat de Rabobank potentieel bloot aan verliezen voor een bedrag dat gelijk is aan het totaal van de niet-gebruikte verplichtingen. Het waarschijnlijke verliesbedrag is echter lager dan het totaal van de niet-gebruikte verplichtingen omdat de meeste kredietverstrekkingsverplichtingen gebonden zijn aan handhaving door cliënten van specifieke kredietstandaarden. Garanties vertegenwoordigen onherroepelijke waarborgen dat, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, de Rabobank tot betaling overgaat indien de cliënt zijn verplichting jegens derden niet nakomt. De Rabobank gaat ook kredietverstrekkingsverplichtingen aan in de vorm van kredietfaciliteiten die beschikbaar zijn om de liquiditeitsbehoeften van onze cliënten veilig te stellen, maar die nog niet zijn aangesproken. In miljoenen euro s Garanties Kredietverstrekkingsverplichting Letters of credit Overige voorwaardelijke verplichtingen Totaal kredietgerelateerde en voorwaardelijke verplichtingen Verplichtingen uit hoofde van operationele leaseovereenkomsten De Rabobank is diverse operationele leaseovereenkomsten als lessee aangegaan. De toekomstige netto minimum leasebetalingen in het kader van niet-opzegbare operationele leaseovereenkomsten zijn als volgt: In miljoenen euro s Niet langer dan 1 jaar Langer dan 1 jaar en niet langer dan 5 jaar Langer dan 5 jaar Totaal verplichtingen uit hoofde van operationele leaseovereenkomsten Ontvangsten uit hoofde van operationele leaseovereenkomsten De Rabobank is diverse operationele leaseovereenkomsten als lessor aangegaan. De toekomstige minimum leasebetalingsontvangsten in het kader van niet-opzegbare operationele leaseovereenkomsten zijn als volgt: In miljoenen euro s Niet later dan 1 jaar Later dan 1 jaar en niet later dan 5 jaar Later dan 5 jaar Totaal operationele leaseovereenkomstontvangsten Er zijn geen voorwaardelijke leasebetalingen als bate in het boekjaar opgenomen. 60 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

159 Boekwaarde van financiële activa die als zekerheid zijn verstrekt voor (voorwaardelijke) verplichtingen Boekwaarde financiële activa verstrekt als zekerheid In miljoenen euro s Vorderingen op andere banken Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa Overige financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Kredieten aan cliënten Voor verkoop beschikbare financiële activa De activa zijn als zekerheid verstrekt voor (voorwaardelijke) verplichtingen met als doelstelling het verschaffen van zekerheid ten behoeve van de tegenpartij. Indien de bank in gebreke blijft, kan de tegenpartij het onderpand gebruiken om de schuld te vereffenen. 29 Eigen vermogen Eigen vermogen Rabobank Nederland en lokale Rabobanken In miljoenen euro s Omrekeningsreserves vreemde valuta Herwaarderingsreserve voor verkoop beschikbare beleggingen in financiële activa Herwaarderingsreserve deelnemingen Afdekkingsreserve kasstroomafdekkingen Ingehouden winsten Totaal reserves en ingehouden winsten per jaareinde De mutaties in reserves waren als volgt: In miljoenen euro s Omrekeningsreserve vreemde valuta Openingssaldo Valutaomrekeningsverschillen voortvloeiend gedurende het jaar Eindsaldo Herwaarderingsreserve voor verkoop beschikbare financiële activa Openingssaldo Wijzigingen in reële waarde Naar nettowinst overgebrachte resultaten Overige - - Eindsaldo In de wijzigingen in reële waarde zijn begrepen de ongerealiseerde resultaten van de voor verkoop beschikbare financiële activa van deelnemingen voor een bedrag van -416 (2007: 573). In miljoenen euro s Herwaarderingsreserve deelnemingen Openingssaldo Wijzigingen in reële waarde Eindsaldo Een belang kan zodanig worden uitgebreid dat sprake is van consolidatie. In dat geval wordt het oorspronkelijke belang geherwaardeerd tegen de reële waarde op het moment van uitbreiding van het belang. 61 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

160 In miljoenen euro s Afdekkingsreserve kasstroomafdekkingen Openingssaldo 1-14 Wijzigingen in reële waarde Naar nettowinst overgeboekte winsten/(verliezen) - 3 Eindsaldo Ingehouden winsten Openingssaldo Nettowinst toekomend aan Rabobank Nederland en lokale banken Overige Eindsaldo Totaal reserves en winstreserve Rabobank Ledencertificaten uitgegeven door groepsmaatschappij Het ledenkapitaal betreft de in 2000, 2001, 2002 en 2005 uitgegeven certificaten van aandelen ( Rabobank Ledencertificaten ) in het kapitaal van respectievelijk Rabobank Ledencertificaten N.V. ( RLC I ), Rabobank Ledencertificaten II N.V. ( RLC II ) en Rabobank Ledencertificaten III N.V. ( RLC ) (RLC I, RLC II en RLC hierna tezamen de RLC vennootschappen ). In 2000 zijn door RLC I 40 miljoen aandelen uitgegeven. De totale opbrengst van de emissie bedroeg Door RLC I is in 2000 voor 900 een diep achtergestelde lening met een looptijd van 31 jaar verstrekt aan Rabobank Nederland. In 2001 zijn aanvullend door RLC I 60 miljoen aandelen uitgegeven. De totale opbrengst hiervan bedroeg Door RLC I is in 2001 voor een diep achtergestelde lening met een looptijd van 30 jaar verstrekt aan Rabobank Nederland. Door RLC I is in 2007 voor 250 een derde diep achtergestelde lening met een looptijd van 24 jaar verstrekt aan Rabobank Nederland. In 2002 zijn door RLC II 17 miljoen aandelen uitgegeven. De totale opbrengst hiervan bedroeg Door RLC II is in 2002 voor een diep achtergestelde lening met een looptijd van 32 jaar verstrekt aan Rabobank Nederland. In 2007 is door RLC II voor 165 een tweede diep achtergestelde lening met een looptijd van 27 jaar verstrekt aan Rabobank Nederland. In 2005 zijn door RLC 40 miljoen aandelen uitgegeven. De totale opbrengst hiervan bedroeg Door RLC is in 2005 voor een diep achtergestelde lening met een looptijd van 35 jaar verstrekt aan Rabobank Nederland. Met ingang van 30 september 2008 zijn de voorwaarden van de Rabobank Ledencertificaten gewijzigd. O.a. is de resterende looptijd van de achtergestelde leningen van RLC I en RLC II aan Rabobank Nederland door deze wijziging aangepast aan de resterende looptijd van de achtergestelde lening die door RLC aan Rabobank Nederland is verstrekt (29 september 2040). Op 30 december 2008 is de juridische fusie tussen RLC (als verkrijgende vennootschap), RLC I en RLC II in werking is getreden (de Fusie ). Ten gevolge van de Fusie heeft RLC (na Fusie geheten: Rabobank Ledencertificaten N.V.) het gehele vermogen van RLC I en RLC II onder algemene titel verkregen en hebben RLC I en RLC II opgehouden te bestaan. Na de inwerkingtreding van de Fusie zijn op 30 december 2008 de tussen de RLC vennootschappen en Rabobank Nederland bestaande overeenkomsten van lening samengevoegd. Ten gevolge van deze samenvoeging zijn de bestaande achtergestelde leningen samengevoegd tot één achtergestelde lening, welke lening, mits met toestemming van De Nederlandsche Bank N.V. ( DNB ) op 29 september 2040 wordt afgelost (de Achtergestelde Lening ). Het recht bestaat om de Achtergestelde Lening, mits met toestemming van DNB, op 29 september 2035 vervroegd af te lossen en daarna op elke 29ste van de derde maand van elk volgend kwartaal. Omdat de opbrengst van de emissie perpetueel en sterk achtergesteld (ook ten opzichte van de Trust Preferred Securities) ter beschikking staat van de Rabobank Groep en omdat betaling van de vergoeding in beginsel niet plaatsvindt indien de Rabobank Groep blijkens de geconsolideerde winst-en-verliesrekening in enig jaar verlies maakt, wordt de opbrengst van de emissie voor zover deze is doorgeleend aan Rabobank Nederland voor het deel van de aandelen dat in bezit is van leden en personeelsleden verantwoord onder het eigen vermogen. 62 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

161 In de samengevoegde overeenkomst van lening is opgenomen dat met ingang van 19 maart 2009 en indien noodzakelijk naar het oordeel van DNB, de aanspraken van RLC onder de Achtergestelde Lening, beperkt zullen zijn tot aanspraken in geval van ontbinding, noodregeling of faillissement van Rabobank Nederland, met dien verstande dat (i) deze aanspraken alsdan gelijkgesteld zijn in rangschikking met de aanspraken van de houders van aandelen, gehouden door de lokale Rabobanken als lid van Rabobank Nederland, als genoemd in artikel 73 lid 7 van de statuten van Rabobank Nederland (derhalve achtergesteld bij alle andere achtergestelde en niet-achtergestelde crediteuren van Rabobank Nederland) en (ii) het (eventuele) restant liquidatieoverschot nadat alle achtergestelde en nietachtergestelde crediteuren van Rabobank Nederland zijn voldaan, naar evenredigheid van de aanspraken zal worden gedeeld met de bovengenoemde houders van aandelen, zonder dat RLC een restvordering overhoudt indien dat overschot niet toereikend zou zijn. Het voorgaande geldt niet langer indien de aanleiding tot de inwerkingstelling van deze bepaling is ontvallen, mits DNB haar schriftelijke voorafgaande goedkeuring daartoe heeft gegeven. Tevens is opgenomen dat, met ingang van 19 maart 2009, in geval van een eventuele uitgifte door Rabobank Nederland van nieuwe instrumenten teneinde het eigen vermogen te versterken, met DNB overleg zal worden gevoerd in het licht van de alsdan geldende wet- en regelgeving, over de vraag in welke mate het nieuw aan te trekken kapitaal al dan niet deelt in het opvangen van verliezen die zijn geleden in de periode voorafgaande aan het aantrekken van dit kapitaal. De in 2008 uitbetaalde vergoeding per certificaat bedroeg 1,36 voor RLC I, 5,44 voor RLC II en 2,44 voor RLC. Het recht bestaat om de vergoeding niet te betalen. Ultimo 2008 bedroeg het aantal aandelen herrekend naar de nieuwe nominale waarde dat in bezit is van leden en personeelsleden stuks met een intrinsieke waarde van Ultimo 2007 bedroeg het aantal aandelen herrekend naar de nieuwe nominale waarde dat in bezit is van leden en personeelsleden stuks met een intrinsieke waarde van 2.533, stuks met een intrinsieke waarde van en stuks met een intrinsieke waarde van Rabobank Ledencertificaten In miljoenen euro s Mutatie gedurende het jaar: Openingssaldo Agio 154 Omwisseling staatsleningen in achtergestelde leningen aan Rabobank Nederland Gedurende het jaar uitgegeven en teruggenomen Rabobank Ledencertificaten en overige Eindsaldo Capital Securities en Trust Preferred Securities III tot en met VI De Capital Securities zijn als volgt onder te verdelen: In miljoenen euro s Capital Securities uitgegeven door Rabobank Nederland Trust Preferred Securities III tot en met VI uitgegeven door groepsmaatschappijen Eindsaldo Capital Securities Rabobank Nederland heeft in 2008 voor USD 130 miljoen, GBP 250 miljoen, CHF 350 miljoen, ILS 323 miljoen en USD 225 miljoen aan Capital Securities uitgegeven. De Capital Securities zijn eeuwigdurend en hebben geen vervaldatum. De vergoeding op de Capital Securities is voor iedere uitgifte als volgt: 63 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

162 Uitgifte USD 130 miljoen De vergoeding bedraagt 7% per jaar en wordt vanaf de uitgiftedatum (6 juni 2008) halfjaarlijks achteraf betaalbaar gesteld, voor het eerst op 6 december Uitgifte GBP 250 miljoen De vergoeding bedraagt 6,567% per jaar en wordt vanaf de uitgiftedatum (10 juni 2008) halfjaarlijks achteraf betaalbaar gesteld, voor het eerst op 10 december Vanaf 10 juni 2038 wordt de vergoeding halfjaarlijks betaalbaar gesteld op basis van de 6 maands GBP LIBOR plus een opslag van 2,825% per jaar. Uitgifte CHF 350 miljoen De vergoeding bedraagt 5,50% per jaar en wordt vanaf de uitgiftedatum (27 juni 2008) jaarlijks achteraf betaalbaar gesteld, voor het eerst op 27 juni Vanaf 27 juni 2018 wordt de vergoeding halfjaarlijks betaalbaar gesteld op 27 juni en 27 december van ieder jaar op basis van de 6 maands CHF LIBOR plus een opslag van 2,80% per jaar. Uitgifte ILS 323 miljoen De vergoeding bedraagt 4,15% per jaar en wordt vanaf de uitgiftedatum (14 juli 2008) jaarlijks achteraf betaalbaar gesteld, voor het eerst op 14 juli Vanaf 14 juli 2018 wordt de vergoeding jaarlijks betaalbaar gesteld op basis van een Index die gerelateerd is aan de rente op de Israelische staats obligaties met een looptijd van tussen de vier en een half en vijf en een half jaar plus een opslag van 2,0% per jaar. Uitgifte USD 225 miljoen De vergoeding bedraagt 7,375% per jaar en wordt vanaf de uitgiftedatum (24 september 2008) halfjaarlijks achteraf betaalbaar gesteld, voor het eerst op 24 maart De hoogte van de winst van de Rabobank Nederland kan van invloed zijn op de uitbetaling van de rente op de Capital Securities. De Capital Securities zijn ingeval van insolventie van Rabobank Nederland achtergesteld bij de rechten van alle andere (huidige en toekomstige) schuldeisers van Rabobank Nederland tenzij de inhoud van het recht van die andere schuldeisers anders bepaalt. Trust Preferred Securities III tot en met VI uitgegeven door groepsmaatschappijen In 2004 is een viertal tranches niet-cumulatieve Trust Preferred Securities uitgegeven: - Rabobank Capital Funding Trust III te Delaware, een groepsmaatschappij van Rabobank Nederland, heeft 1,50 miljoen niet-cumulatieve Trust Preferred Securities uitgegeven. De verwachte vergoeding bedraagt 5,254% tot en met 21 oktober Voor de periode vanaf 21 oktober 2016 tot en met 31 december 2016 is de verwachte vergoeding gelijk aan het voor die periode geïnterpoleerde USD LIBOR tarief plus 1,5900%. Het recht bestaat om de vergoeding niet te betalen. Daarna is de verwachte vergoeding gelijk aan 3-maands USD LIBOR plus 1,5900%. De totale opbrengst van deze emissie bedroeg USD miljoen. Het recht bestaat om, na voorafgaande schriftelijke toestemming van De Nederlandsche Bank, vanaf 21 oktober 2016 op iedere betaaldatum van de vergoeding (in casu ieder kwartaal) deze Trust Preferred Securities terug te kopen. - Rabobank Capital Funding Trust IV te Delaware, een groepsmaatschappij van Rabobank Nederland, heeft 350 duizend niet-cumulatieve Trust Preferred Securities uitgegeven. De verwachte vergoeding bedraagt 5,556% tot en met 31 december Daarna is de verwachte vergoeding gelijk aan 6-maands GBP LIBOR plus 1,4600%. Het recht bestaat om de vergoeding niet te betalen. De totale opbrengst van deze emissie bedroeg GBP 350 miljoen. Het recht bestaat om, na voorafgaande schriftelijke toestemming van De Nederlandsche Bank, vanaf 31 december 2019 op iedere betaaldatum van de vergoeding (in casu ieder halfjaar) deze Trust Preferred Securities terug te kopen. - Rabobank Capital Funding Trust V te Delaware, een groepsmaatschappij van Rabobank Nederland, heeft 250 duizend niet-cumulatieve Trust Preferred Securities uitgegeven. De verwachte vergoeding bedraagt driemaands BBSW plus 0,6700% tot en met 31 december Daarna is de verwachte vergoeding gelijk aan driemaands BBSW plus 1,6700%. Het recht bestaat om de vergoeding niet te betalen. De totale opbrengst van deze emissie bedroeg AUD 250 miljoen. Het recht bestaat om, na voorafgaande schriftelijke toestemming van De Nederlandsche Bank, vanaf 31 december 2014 op iedere betaaldatum van de vergoeding (in casu ieder kwartaal) deze Trust Preferred Securities terug te kopen. 64 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

163 - Rabobank Capital Funding Trust VI te Delaware, een groepsmaatschappij van Rabobank Nederland, heeft 250 duizend niet-cumulatieve Trust Preferred Securities uitgegeven. De verwachte vergoeding bedraagt 6,415% tot en met 31 december Daarna is de verwachte vergoeding gelijk aan driemaands BBSW plus 1,6700%. Het recht bestaat om de vergoeding niet te betalen. De totale opbrengst van deze emissie bedroeg AUD 250 miljoen. Het recht bestaat om, na voorafgaande schriftelijke toestemming van De Nederlandsche Bank, vanaf 31 december 2014 op iedere betaaldatum van de vergoeding (in casu ieder kwartaal) deze Trust Preferred Securities terug te kopen. Op de onder achtergestelde schulden opgenomen Trust Preferred Securities die in 1999 en 2003 zijn uitgegeven is een vergoeding verschuldigd indien: (i) de Rabobank Groep in het voorafgaande jaar een nettowinst heeft geboekt (na belasting en buitengewone lasten), zoals blijkt uit de recentste, gecontroleerde en vastgestelde jaarrekening van Rabobank Nederland op geconsolideerde basis; of (ii) indien een vergoeding wordt uitgekeerd op stukken met een meer achtergesteld karakter (zoals de Rabobank Ledencertificaten), of op stukken van gelijke rang (pari passu); met dien verstande dat geen vergoeding is verschuldigd indien De Nederlandsche Bank NV zich hiertegen verzet (bijvoorbeeld wanneer de solvabiliteitsratio van de Rabobank Groep lager is dan 8%). In het geval van de Trust Preferred Securities die in 2004 zijn uitgegeven geldt het hierboven onder (i) gestelde niet; de overige voorwaarden zijn gelijk. Indien de Rabobank Groep winst maakt, dan heeft de Rabobank de discretie om al dan niet een vergoeding uit te keren op deze stukken. Trust Preferred Securities In miljoenen euro s Mutatie gedurende het jaar: Openingssaldo Valutaverschillen en overige Eindsaldo Overige belangen van derden Deze post heeft betrekking op de door derden aangehouden aandelen in het kapitaal van dochterondernemingen en andere groepsondernemingen. De mutatie in de overige belangen van derden wordt grotendeels veroorzaakt door (de-)consolidatie-effecten van structured finance deals en conduits met derden investeerders. In miljoenen euro s Openingssaldo Nettowinst Valutaomrekeningsverschillen Omwisseling staatsleningen in achtergestelde leningen aan Rabobank Nederland In consolidatie opgenomen deelnemingen Mutatie AFS-herwaarderingsreserve Overige Eindsaldo Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

164 33 Rente In miljoenen euro s Rentebaten Geldmiddelen en kasequivalenten Vorderingen op andere banken Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa Overige financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Kredieten aan cliënten Voor verkoop beschikbare financiële activa Tot einde looptijd aangehouden financiële activa Opgelopen rentebaten op financiële activa die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan - 22 Overige Totaal rentebaten In miljoenen euro s Rentelasten Schulden aan andere banken Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële passiva Toevertrouwde middelen Uitgegeven schuldpapieren Overige schulden Overige Totaal rentelasten Rente Honoraria en provisies In miljoenen euro s Baten uit hoofde van honoraria en provisies Vermogensbeheer Assurantieprovisie Trust of zaakwaarnemende activiteiten 12 8 Kredietbedrijf Aan- en verkoop van andere financiële activa Betalingsdiensten Bewaringsprovisies en effectendiensten Bemiddelingsprovisie Overige transacties in financiële instrumenten Overige provisiebaten Totaal baten uit hoofde van honoraria en provisies Lasten uit hoofde van honoraria en provisies Vermogensbeheer Aan- en verkoop van andere financiële activa Betalingsdiensten 6 6 Bewaringsprovisies en effectendiensten Bemiddelingsprovisies Overige provisielasten Totaal lasten uit hoofde van honoraria en provisies Honoraria en provisies Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

165 35 Resultaat van geassocieerde deelnemingen In miljoenen euro s Resultaat van geassocieerde deelnemingen De geassocieerde deelnemingen kunnen als volgt worden samengevat: Totaal activa ultimo boekjaar Totaal verplichtingen ultimo boekjaar Totaal opbrengsten Nettoresultaat Aandeel Rabobank in resultaat van geassocieerde deelnemingen Beëindigde/afgestoten belangen Totaal resultaat van geassocieerde deelnemingen Resultaat uit financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening In miljoenen euro s Vreemdvermogeninstrumenten en rentederivaten Eigenvermogensinstrumenten Buitenlandse valuta en overige handelswinsten Resultaat uit handelsactiviteiten Resultaat uit overige financiële activa en verplichtingen Totaal resultaat uit financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening De nettobaten uit valutahandel omvatten mede winsten en verliezen uit spot- en termijncontracten, opties, futures en omgerekende, in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen. Het handelsresultaat is negatief beïnvloed als gevolg van het uitlopen van creditspreads, alsmede mark-to-market resultaten op diverse posities. 37 Overige De post Overige bestaat uit non-bancaire baten zoals baten uit vastgoedactiviteiten voor 265 (2007: 397), nettobaten uit hoofde van operationele leaseovereenkomsten voor 329 (2007: 319) en baten als gevolg van de verkoop van Alex Beleggersbank voor 376. Daarnaast uit resultaten die betrekking hebben op effecten die per definitie niet zijn toe te rekenen aan individuele, andere categorieën in de winst-enverliesrekening. 67 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

166 38 Personeelskosten In miljoenen euro s Lonen en salarissen Sociale premies en verzekeringskosten Pensioenkosten - toegezegde-bijdrageregelingen Pensioenkosten - toegezegd-pensioenregelingen Overige tegemoetkomingen na uittreding Overige personeelskosten Totaal personeelskosten Het gemiddelde aantal werknemers omgerekend naar fulltime-equivalenten van de Rabobank gedurende het jaar was (52.655). 39 Andere beheerskosten Onder dit hoofd zijn opgenomen kantoorbehoeften, reiskosten, automatiseringskosten, IT-kosten, porti, publiciteit, huren, onderhoud gebouwen etc. In miljoenen euro s Andere beheerskosten Afschrijvingen In miljoenen euro s Overige afschrijvingen Waardeveranderingen In miljoenen euro s Vorderingen op andere banken 68-6 Kredieten aan cliënten Ontvangsten na afboeking Kredietgerelateerde verplichtingen 17 1 Overige activa 8-1 Totaal waardeveranderingen Belastingen In miljoenen euro s Actuele winstbelasting Verslagjaar Voorgaande jaren Uitgestelde belastingen Totaal belastingen De belasting op winst vóór belastingen van de Rabobank wijkt als volgt af van het nominale bedrag dat op basis van het Nederlandse winstbelastingtarief zou ontstaan: 68 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

167 In miljoenen euro s Winst vóór belastingen Fiscaal vrijgestelde inkomsten Fiscaal niet aftrekbare lasten Gebruik van voorheen niet-verantwoorde belastingverliezen Overige Belasting, berekend bij een belastingtarief van 25,5% (2007: 25,5%) Effect tariefwijziging buitenland -5 - Effect van afwijkende belastingtarieven in andere landen en overige incidentele belastingresultaten Winstbelastingen Overnames en afstotingen Overnames en afstotingen van dochterondernemingen In 2008 zijn er geen belangrijke afstotingen van dochterondernemingen geweest. De belangrijkste in 2008 gedane overname betreft de uitbreiding van het belang in Bank BGZ. De reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van Bank BGZ luidt als volgt: In miljoenen euro s Bank BGZ Opgenomen bij acquisitie tegen reële waarde Boekwaarde Financiële activa Immateriële vaste activa Nieuw geidentificeerde immateriële vaste activa Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen Overige activa Totaal identificeerbare activa Verplichtingen aan banken Overige verplichtingen Totaal identificeerbare verplichtingen Totaal nettovermogen Transacties tussen verbonden partijen Partijen worden geacht verbonden te zijn als de ene partij overwegende zeggenschap over de andere partij heeft of aanzienlijke invloed op de andere partij heeft bij het nemen van financiële of operationele besluiten. In het kader van de normale bedrijfsuitoefening gaat de Rabobank uiteenlopende transacties met gelieerde ondernemingen aan, waaronder uiteenlopende leningen, deposito s en transacties in vreemde valuta. Transacties tussen verbonden partijen omvatten mede transacties met dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen, joint ventures, aandeelhouders, het topmanagement en transacties tussen dochterondernemingen. Deze transacties worden op commerciële voorwaarden en tegen markttarieven gedaan. Conform IAS 24.4 wordt in de geconsolideerde jaarrekening geen melding gemaakt van transacties binnen de Rabobank Groep. In het kader van de normale bedrijfsuitoefening wordt met verbonden partijen een aantal banktransacties aangegaan. Deze omvatten mede leningen, deposito s en transacties in vreemde valuta. Deze transacties zijn op commerciële voorwaarden en tegen markttarieven gedaan. De volumes van transacties tussen verbonden partijen, per jaareinde uitstaande saldi en daarmee verband houdende inkomsten en uitgaven over het jaar zijn als volgt: 69 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

168 Geassocieerde deelnemingen Overige verbonden partijen In miljoenen euro s Kredieten Uitstaand begin van het jaar Verstrekt gedurende het jaar Afgelost gedurende het jaar Kredieten per 31 december Schulden aan bankiers en toevertrouwde middelen Uitstaand aan het begin van het jaar Ontvangen gedurende het jaar Terugbetaald gedurende het jaar Schulden per 31 december Overige verplichtingen Door de Rabobank afgegeven garanties/kredietverplichtingen Baten Rentebaten Provisiebaten Handelsresultaten Overig Totaal baten uit transacties tussen verbonden partijen Lasten Rentelasten Provisielasten Totaal lasten uit transacties tussen verbonden partijen Kosten dienstverlening conform artikel 2:382a BW In miljoenen euro s Jaarrekeningcontrole Andere controleopdrachten 2 1 Totaal Raad van commissarissen en raad van bestuur De leden van de raad van commissarissen en de raad van bestuur worden vermeld op bladzijde 74 van de geconsolideerde jaarrekening. In 2008 bedroeg de bezoldiging van de leden en de oud-leden van de raad van bestuur 9,0 (2007: 10,8). Dit bedrag is begrepen onder het hoofd personeelskosten. Dit bedrag bestaat uit: In miljoenen euro s Salarissen 6,7 7,1 Pensioenlasten 1,1 1,2 Prestatiegebonden uitkeringen 1,0 2,3 Overig 0,2 0,2 Totaal 9,0 10,8 70 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

169 De pensioenregeling van de leden van de raad van bestuur is aan te merken als een toegezegde pensioenregeling. De totale vergoeding voor leden en oud-leden van de raad van commissarissen heeft in totaal belopen 1,6 (2007: 1,4). Aan het eind van 2008 bedroegen de aan leden van de raad van commissarissen en de raad van bestuur verstrekte leningen en voorschotten 4,6 (2007: 4,9) respectievelijk 3,9 (2007: 4,0). 47 Belangrijkste dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen Naam Belang Stemrecht Dochterondernemingen Nederland De Lage Landen International B.V. 100% 100% Rabo Vastgoedgroep N.V. 100% 100% OWM Rabobanken B.A. 100% 100% Obvion N.V. 50% 70% Rabohypotheekbank N.V. 100% 100% Rabobank Ledencertificaten N.V. 100% 100% Rabo Merchant Bank N.V. 100% 100% Rabo Wielerploegen B.V. 100% 100% Raiffeisenhypotheekbank N.V. 100% 100% Robeco Groep N.V. 100% 100% Schretlen & Co N.V. 100% 100% Overige landen in de Eurozone ACC Bank Plc 100% 100% Rest Europa Bank Sarasin & Cie S.A. 46% 69% B.G.Z. S.A. 59% 59% Noord-Amerika Rabobank Capital Funding LCC II tot en met VI 100% 100% Rabobank Capital Funding Trust II tot en met VI 100% 100% Utrecht America Holdings Inc. 100% 100% Australië (Nieuw-Zeeland) Rabobank Australia Limited 100% 100% Rabobank New Zealand Limited 100% 100% Geassocieerde deelnemingen Nederland Eureko B.V. 39% 39% Equens N.V. 17% 17% Gilde Venture Capital fondsen Divers Divers De Rabobank heeft minder dan 20% van de stemrechten in Equens, maar heeft een significante invloed in Equens. Zo nemen twee vertegenwoordigers van de Rabobank zitting in de raad van commissarissen en levert de Rabobank de voorzitter van het Audit & Compliance Committee. Vanwege de significante invloed van de Rabobank in Equens is dit belang aan te merken als een geassocieerde deelneming. 71 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

170 48 Kooptransacties met terugkoopverplichting en effecteninleningen Door de Rabobank aangegane omgekeerde terugkooptransacties en effecteninleningen zijn opgenomen onder Vorderingen op andere banken dan wel Kredieten aan cliënten en bedroegen per 31 december: In miljoenen euro s Vorderingen op andere banken Kredieten aan cliënten Totaal omgekeerde terugkooptransacties en effecteninleningen In het kader van omgekeerde terugkooptransacties en effecteninleningen verkrijgt de Rabobank zakelijke zekerheid op voorwaarden die haar in de gelegenheid stellen om de zakelijke zekerheid aan derden te herverpanden of te herverkopen. De reële waarde van op deze voorwaarden geaccepteerde effecten was per 31 december 2008 en per 31 december Krachtens de overeenkomst is een deel als zakelijke zekerheid herverpand of verkocht. Deze transacties zijn aangegaan onder de voorwaarden die gebruikelijk zijn bij standaard kooptransacties met terugkoopverplichting en effecteninleningen. 49 Terugkooptransacties en effectenuitleningen Door de Rabobank aangegane terugkooptransacties en effectenuitleningen zijn opgenomen onder Schulden aan andere banken, Toevertrouwde middelen en Overige leningen en bedroegen per 31 december: In miljoenen euro s Schulden aan andere banken Toevertrouwde middelen Totaal terugkooptransacties en effectenuitleningen Per 31 december 2008 en 2007, zijn rentedragende waardepapieren met een boekwaarde van respectievelijk en , in onderpand gegeven in het kader van terugkoop- en soortgelijke overeenkomsten. Deze effecten kunnen in het algemeen door de tegenpartij worden herverkocht of herverpand. Deze transacties zijn aangegaan onder de voorwaarden die gebruikelijk zijn bij standaard terugkooptransacties en effectenuitleningen. 50 Securitisaties In het kader van de financieringsactiviteiten van de Rabobank Groep en de vermindering van het kredietrisico worden de kasstromen uit bepaalde financiële activa aan derden overgedragen. De financiële activa die onderwerp zijn van deze transacties, betreffen in essentie hypotheek- of andere kredietportefeuilles. Na securitisatie blijven de activa opgenomen op de balans van de Rabobank Groep onder Kredieten aan clienten. De boekwaarde van deze financiële activa bedraagt (2007: ) en de daaraan gerelateerde verplichting bedraagt bij benadering (2007: ). 72 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

171 51 Managementverklaring inzake interne beheersing van de financiële verslaggeving Het management van de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. (Rabobank Nederland) is verantwoordelijk voor de opzet en instandhouding van een toereikende interne beheersing van de financiële verslaggeving. Het management is tevens verantwoordelijk voor het opmaken van de geconsolideerde jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven. De interne beheersing van de financiële verslaggeving van Rabobank Nederland is een proces dat is bedoeld om een redelijke mate van zekerheid te verschaffen omtrent de betrouwbaarheid van de financiële verslaggeving en de opmaak en getrouwe weergave van de jaarrekening voor externe doeleinden in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie. Alle interne beheersingssystemen, hoe goed van opzet dan ook, hebben inherente beperkingen. Vanwege deze inherente beperkingen is de interne beheersing van de financiële verslaggeving geen garantie voor het voorkomen of ontdekken van afwijkingen. Tevens gaan toekomstgerichte uitspraken op basis van een beoordeling van de werking van de interne beheersing gepaard met het risico dat de beheersingsmaatregelen ontoereikend worden als gevolg van gewijzigde omstandigheden, of dat de mate waarin het beleid of de procedures worden nageleefd, afneemt. Het management heeft de werking van de interne beheersing van de financiële verslaggeving van Rabobank Nederland per 31 december 2008 beoordeeld op grond van het raamwerk van de Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission (COSO) zoals vastgelegd in Internal Control Integrated Framework. Op basis van die beoordeling is het management van mening dat de interne beheersing van de financiële verslaggeving van Rabobank Nederland per 31 december 2008 met een redelijke mate van zekerheid doeltreffend is op grond van de COSO-criteria. Ernst & Young Accountants LLP, die de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2008 van Rabobank Nederland heeft gecontroleerd, heeft tevens een onderzoek verricht naar de beoordeling door het management van de werking van de interne beheersing van de financiële verslaggeving van Rabobank Nederland en de werking van de interne beheersingsmaatregelen ten aanzien van de financiële verslaggeving van Rabobank Nederland; het verslag van Ernst & Young Accountants LLP is opgenomen op pagina 75. Drs. Bert Heemskerk (H.) Prof. dr. ir. Bert Bruggink (A.) 73 Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

172 52 Goedkeuring raad van commissarissen Deze jaarrekening is door de raad van commissarissen voor publicatie goedgekeurd op 2 maart De Algemene Vergadering stelt deze jaarrekening vast in juni Namens de raad van bestuur; Drs. Bert Heemskerk (H.), voorzitter Prof. dr. ir. Bert Bruggink (A.) Dr. Piet Moerland (P.W.) Mr. Sipko Schat (S.N.) Ir. Piet van Schijndel (P.J.A.) Namens de raad van commissarissen; Prof. dr. Lense Koopmans (L.), voorzitter Ing. Antoon Vermeer (A.J.A.M.), plaatsvervangend voorzitter Prof. mr. Sjoerd Eisma (S.E.), secretaris Drs. Leo Berndsen (L.J.M.) Ir. Bernard Bijvoet (B.) Prof. dr. ir. Louise Fresco (L.O.) Marinus Minderhoud (M.) Mr. Paul Overmars (P.F.M.) Ir. Herman Scheffer (H.C.) Prof. dr. ir. Martin Tielen (M.J.M.) Dr. ir. Aad Veenman (A.W.) Prof. dr. Cees Veerman (C.P.) Prof. dr. Arnold Walravens (A.H.C.M.) 74 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

173 Accountantsverklaring Aan de raad van bestuur en de raad van commissarissen van Rabobank Nederland Verklaring betreffende de geconsolideerde jaarrekening Wij hebben de geconsolideerde jaarrekening 2008 van Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. (Rabobank Nederland) te Amsterdam bestaande uit de geconsolideerde balans per 31 december 2008, geconsolideerde winst-en-verliesrekening, geconsolideerde vermogensoverzicht en geconsolideerde overzicht van kasstromen over 2008 alsmede uit belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving en overige toelichtingen gecontroleerd. Verantwoordelijkheid van de raad van bestuur De raad van bestuur van Rabobank Nederland is verantwoordelijk voor het opmaken van de geconsolideerde jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie en met Titel 9 Boek 2 BW, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW. Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de geconsolideerde jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn. Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de geconsolideerde jaarrekening van vermogen en resultaat relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die de raad van bestuur van Rabobank Nederland heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. 75 Accountantsverklaring

174 Oordeel Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Rabobank Nederland per 31 december 2008 en van het resultaat en de kasstromen over 2008 in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie en met Titel 9 Boek 2 BW. Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder f BW melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de geconsolideerde jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW. Utrecht, 2 maart 2009 Ernst & Young Accountants LLP w.g. mr. drs. G.H.C. de Méris RA 76 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

175 Assurancerapport van de externe accountant Aan de raad van bestuur en de raad van commissarissen van Rabobank Nederland Assurancerapport Wij hebben een assuranceopdracht uitgevoerd ter zake van de interne beheersing van de financiële verslaggeving. De interne beheersing door een onderneming van haar financiële verslaggeving is een proces dat is gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid omtrent de betrouwbaarheid van de financiële verslaggeving en de opstelling van de jaarrekening overeenkomstig algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving. De interne beheersing door een onderneming van haar financiële verslaggeving heeft betrekking op haar grondslagen en procedures die: 1 zien op het voeren van een administratie die, met een redelijke mate van detaillering, een juist en getrouw beeld geeft van de transacties en de beschikking over de activa van die onderneming; 2 een redelijke mate van zekerheid bieden dat transacties zodanig worden vastgelegd dat de jaarrekening kan worden opgesteld in overeenstemming met algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en dat de ontvangsten en uitgaven van de onderneming uitsluitend worden verricht met goedkeuring van het management van die onderneming; en 3 een redelijke mate van zekerheid bieden dat de ongeoorloofde verwerving en aanwending van, dan wel beschikking over activa van de onderneming die van materiële invloed zou kunnen zijn op de jaarrekening, wordt voorkomen dan wel tijdig wordt gesignaleerd. Inherente beperkingen Vanwege haar inherente beperkingen zal de interne beheersing van de financiële verslaggeving niet alle onjuistheden kunnen voorkomen of signaleren. Daarnaast zijn schattingen omtrent de effectiviteit van de controlemaatregelen in de toekomst onderhevig aan het risico dat die maatregelen ontoereikend worden als gevolg van veranderde omstandigheden, of dat het beleid en de procedures in toekomstige tijdvakken minder goed worden nageleefd. Verantwoordelijkheid van de raad van bestuur Het is de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur van Rabobank Nederland te zorgen voor een effectieve interne beheersing van de financiële verslaggeving en voor de beoordeling van de effectiviteit van de interne beheersing van de financiële verslaggeving. Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het verstrekken van een conclusie omtrent het oordeel van de raad van bestuur en omtrent de effectiviteit van de interne beheersing door Rabobank Nederland van de financiële verslaggeving, op basis van de werkzaamheden die in het kader van onze assuranceopdracht zijn verricht. Wij hebben onze assuranceopdracht verricht in overeenstemming met Nederlands recht waaronder begrepen Standaard 3000 Assuranceopdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie gebruikmakend van de criteria zoals die zijn vastgesteld in Internal Control Integrated Framework, uitgegeven door de Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission (de COSO-criteria). 77 Assurancerapport van de externe accountant

176 Dienovereenkomstig zijn wij gehouden de assuranceopdracht zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat er in alle materiële opzichten sprake is geweest van effectieve interne beheersing van de financiële verslaggeving. Onze assuranceopdracht omvatte onder meer het verwerven van inzicht in de interne beheersing van de financiële verslaggeving, een evaluatie van de beoordeling door de raad van bestuur van Rabobank Nederland, het testen en evalueren van opzet en werking van de interne beheersingsmaatregelen en het verrichten van alle overige werkzaamheden die wij gezien de omstandigheden noodzakelijk achtten. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie. Conclusie Op basis van de door ons verrichte werkzaamheden concluderen wij dat het oordeel van de raad van bestuur dat per 31 december 2008 de interne beheersing door Rabobank Nederland van de financiële verslaggeving effectief is op basis van de COSO-criteria, in alle materiële opzichten juist is. Daarnaast concluderen wij dat de interne beheersing door Rabobank Nederland van de financiële verslaggeving per 31 december 2008 op basis van COSO-criteria in alle materiële opzichten effectief was. Utrecht, 2 maart 2009 Ernst & Young Accountants LLP w.g. mr. drs. G.H.C. de Méris RA 78 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

177 79 Assurancerapport van de externe accountant

178 Colofon Uitgave Rabobank Nederland, Directoraat Communicatie Materiaalgebruik Bij de vervaardiging van het drukwerk werd gebruik gemaakt van minder milieubelastende materialen. Bij de druk is Novavit Bio mineraalolievrije inkt gebruikt op 130 grams en 300 grams Arctic the Volume (FSC-gecertificeerd). Publicatie Deze publicatie, de jaarrekening en de afzonderlijke uitgave Rabobank Groep Jaarverslag 2008 vormen het jaarverslag, de jaarrekening en de overige gegevens van de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. Openbaarmaking De geconsolideerde jaarrekening 2008, het jaarverslag en de overige gegevens worden na vaststelling gedeponeerd ten kantore van het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nummer Jaarberichtgeving De Rabobank Groep publiceert de volgende jaarverslagberichtgeving in het Nederlands en Engels: - Jaarbericht 2008 (maart 2009) - Jaarverslag 2008 (april 2009) - Geconsolideerde jaarrekening 2008 (april 2009) - Maatschappelijk jaarverslag 2008 (april 2009) - Jaarrekening Rabobank Nederland 2008 (april 2009) - Halfjaarverslag 2009 (augustus 2009) Alle jaarberichtgeving van de Rabobank Groep is online beschikbaar op: en Contact [email protected] Fotografie Op de omslagen van de jaarberichtgeving zijn bewerkte foto s afgebeeld. Het idee voor deze fotografie bestaat uit twee lagen: een laag met omgeving en een laag met mensen. De mensen staan op de voorgrond en overlappen links en rechts met de verschillende leef- en werkomgevingen. Het onderstreept de diversiteit aan mensen en werelden, maar ook de onderlinge samenhang ertussen. Binnen deze diversiteit en samenhang opereert de Rabobank: betrouwbaar voor mensen en betrokken bij de leefwereld van mensen. Hier FSC logo plaatsen 80 Rabobank Groep Geconsolideerde jaarrekening 2008

179 Jaarrekening 2008 Rabobank Nederland Balans Rabobank Nederland (voor winstbestemming) 2 Winst-en-verliesrekening Rabobank Nederland 4 Toelichting op de jaarrekening Rabobank Nederland 5 1 Algemeen 5 2 Grondslagen voor financiële verslaggeving 5 3 Risicopositie uit hoofde van financiële instrumenten 17 Toelichting balans Rabobank Nederland 22 1 Kasmiddelen 22 2 Kortlopend overheidspapier 22 3 Bankiers 22 4 Kredieten 23 5 Rentedragende waardepapieren 24 6 Aandelen 24 7 Deelnemingen in groepsmaatschappijen 25 8 Overige deelnemingen 25 9 Materiële vaste activa Immateriële activa Overige activa Derivaten Overlopende activa Bankiers Toevertrouwde middelen Schuldbewijzen Overige schulden Derivaten Voorzieningen Achtergestelde schulden Eigen vermogen Voorwaardelijke schulden Onherroepelijke faciliteiten Transacties tussen verbonden partijen Belangrijkste dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen Beloning leden raad van bestuur en raad van commissarissen Rabobank Nederland Kosten dienstverlening conform artikel 2:382a BW Goedkeuring raad van commissarissen 37 Overige gegevens 38 Accountantsverklaring 40 Colofon 42

180 Balans Rabobank Nederland (voor winstbestemming) Per 31 december Per 31 december In miljoenen euro s Toelichting Activa Kasmiddelen Kortlopend overheidspapier Professionele effectentransacties Overige bankiers Bankiers Kredieten aan de overheid Kredieten aan de private sector Professionele effectentransacties Kredieten Rentedragende waardepapieren Aandelen Deelnemingen in groepsmaatschappijen Overige deelnemingen Materiële vaste activa Immateriële activa Overige activa Derivaten Overlopende activa Totaal activa Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

181 Per 31 december Per 31 december In miljoenen euro s Toelichting Passiva Professionele effectentransacties Overige bankiers Bankiers Spaargelden Professionele effectentransacties Overige toevertrouwde middelen Toevertrouwde middelen Schuldbewijzen Overige schulden Derivaten Overlopende passiva Voorzieningen Achtergestelde schulden Kapitaal Capital Securities Herwaarderingsreserve en omrekeningsverschillen Wettelijke reserve niet-uitgekeerde winsten Overige reserves Resultaat boekjaar Eigen vermogen Aansprakelijk vermogen Totaal passiva Voorwaardelijke schulden Onherroepelijke faciliteiten Balans Rabobank Nederland

182 Winst-en-verliesrekening Rabobank Nederland Jaar eindigend op 31 december In miljoenen euro s Resultaat deelnemingen na belastingen Overig resultaat na belastingen Nettowinst Opgesteld in overeenstemming met artikel 2: 402 BW. 4 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

183 Toelichting op de jaarrekening Rabobank Nederland 1 Algemeen De jaarrekening van Rabobank Nederland, een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, is opgesteld in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaglegging en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW. De hierbij gehanteerde grondslagen komen, behoudens twee uitzonderingen, overeen met de grondslagen die gebruikt zijn bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van de Rabobank Groep, die is opgesteld op basis van IFRS. De uitzonderingen betreffen de waardering van deelnemingen en de waardering van interne derivaten. De terminologie in de onderstaande grondslagen is eveneens ontleend aan de geconsolideerde jaarrekening. Deelnemingen worden gewaardeerd tegen nettovermogenswaarde en de interne derivaten worden gewaardeerd conform het aangroeibeginsel (zie toelichting 2.3). De Rabobank Groep bestaat uit de lokale Rabobanken ( Leden ) in Nederland, de centrale coöperatie Rabobank Nederland en overige gespecialiseerde dochterondernemingen. Rabobank Nederland is statutair gevestigd in Amsterdam. Hieronder zijn de waarderingsgrondslagen en de grondslagen voor resultaatbepaling opgenomen die gelden voor de jaarrekening van Rabobank Nederland. Rabobank Nederland vormt samen met enkele dochterondernemingen en de daarbij aangesloten banken een fiscale eenheid. 2 Grondslagen voor financiële verslaggeving De belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opstellen van deze jaarrekening zijn toegepast, worden hieronder vermeld. 2.1 Algemeen Tenzij anders aangegeven, worden bedragen in de jaarrekening vermeld in miljoenen euro s Veranderingen in waarderingsgrondslagen en presentatie Actuariële winsten en verliezen voortvloeiend uit aanpassingen aan de feitelijke ontwikkelingen of actuariële aannames worden verwerkt in de corridor. Voor zover eventuele niet-opgenomen cumulatieve actuariële winsten of verliezen meer bedragen dan 10% van de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling, dan wel van de reële waarde van de fondsbeleggingen indien deze hoger is, wordt vanaf 1 januari 2008 dat gedeelte in de winst-enverliesrekening opgenomen over een periode van twee jaren. Tot 2008 werd een en ander opgenomen over de verwachte gemiddelde resterende diensttijd van de werknemers die aan de regeling deelnemen. Ultimo 2007 is voor het eerst de 10%-grens sterk overschreden als gevolg van een grote toename van de niet-verantwoorde actuariële resultaten. Ultimo 2007 bedroegen de niet-verantwoorde actuariële resultaten (winst) 1,9 miljard. Overwegende dat bij te omvangrijke niet-verantwoorde actuariële resultaten geen goed inzicht wordt gegeven in resultaat en vermogen, is besloten tot de stelselwijziging. De stelselwijziging is in overeenstemming met IAS 19 paragraaf 93 waarin is bepaald: Het is entiteiten echter toegestaan om een andere systematische methode te hanteren die leidt tot een snellere opname van actuariële winsten en verliezen, op voorwaarde dat dezelfde basis wordt toegepast op zowel winsten als verliezen, en dat de basis consistent wordt toegepast op elke periode. De stelselwijziging 5 Toelichting op de jaarrekening Rabobank Nederland

184 heeft een positieve invloed (na belasting) gehad op het resultaat van circa 240. De vergelijkende cijfers zijn dienovereenkomstig aangepast en het positieve effect op het resultaat (na belasting) en vermogen over 2007 bedraagt 34. Er is geen effect op het beginvermogen van De vergelijkende cijfers zijn aangepast aangezien met ingang van 2008 de schulden aan centrale banken voor een bedrag van 23 (2007: 27) miljard worden verantwoord onder Toevertrouwde middelen in plaats van onder Schulden aan andere banken. De Rabobank heeft in 2008 IFRIC 11 en de wijzigingen in IAS 39/IFRS 7 Reclassificatie van financiële activa toegepast. Voor zover overige voortschrijdende inzichten noopten tot herrubricering, zijn de vergelijkende cijfers aangepast Gebruik van schattingen Het opstellen van de jaarrekening vereist dat het management schattingen doet en aannames hanteert die van invloed zijn op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen en op de rapportering van voorwaardelijke activa en verplichtingen en op de datum van de jaarrekening en op de gerapporteerde bedragen van baten en lasten gedurende de verslagperiode. Het betreft met name het vaststellen van de voorziening op debiteuren, het bepalen van reële waarden van activa en passiva en het vaststellen van bijzondere waardeverminderingen. Hierbij worden de situaties beoordeeld, gebaseerd op beschikbare financiële gegevens en informatie. Hoewel deze schattingen worden gedaan op basis van de meest zorgvuldige beoordeling door het management van actuele gebeurtenissen en acties, kunnen de daadwerkelijke resultaten afwijken van deze schattingen. 2.2 Kapitaalbelangen Dochterondernemingen Dochterondernemingen, dat wil zeggen die ondernemingen en overige entiteiten, inclusief voor een bijzonder doel opgerichte entiteiten - special purpose entities- waarbij de Rabobank, direct of indirect, zeggenschap heeft over het financiële en operationele beleid, zijn gewaardeerd tegen nettovermogenswaarde. Dochterondernemingen worden verwerkt per de datum waarop de effectieve zeggenschap overgaat op de Rabobank en worden niet langer verwerkt per de datum waarop deze zeggenschap eindigt. Alle onderlinge transacties, saldi en ongerealiseerde winsten en verliezen op transacties tussen bedrijfsonderdelen van de Rabobank Groep zijn geëlimineerd Joint ventures Het belang van de Rabobank in entiteiten waarover de zeggenschap wordt gedeeld, is gewaardeerd tegen nettovermogenswaarde Investeringen in geassocieerde deelnemingen Investeringen in geassocieerde deelnemingen worden gewaardeerd op basis van de equitymethode. Hierbij wordt het aandeel van de Rabobank in de winsten of verliezen, met inachtneming van de Rabobank grondslagen, na de verwerving van deelnemingen verantwoord in de winst-en-verliesrekening, en haar aandeel in de mutaties in de reserves na de overname wordt verantwoord in reserves. De cumulatieve mutaties na de verwerving worden aangepast in de kostprijs van de deelneming. Geassocieerde deelnemingen zijn entiteiten waarop de Rabobank invloed van betekenis heeft en waarin ze normaliter tussen de 20% en 50% van de stemrechten houdt, maar geen zeggenschap heeft. De investering van de Rabobank in geassocieerde deelnemingen omvat mede goodwill bij de verwerving. Indien het aandeel van de Rabobank in de verliezen van een deelneming gelijk is aan of groter dan haar belang in de deelneming, dan verantwoordt de Rabobank geen verdere verliezen tenzij de Rabobank verplichtingen is aangegaan of betalingen heeft gedaan ten behoeve van de deelnemingen. 2.3 Afgeleide financiële instrumenten en hedging Algemeen Afgeleide financiële instrumenten (derivaten) omvatten over het algemeen vreemdevalutacontracten, valuta- en rentefutures, forward rate agreements, valuta- en renteswaps en valuta- en renteopties (zowel geschreven als verworven). Afgeleide financiële instrumenten kunnen hetzij aan een beurs verhandeld worden of over the counter (OTC) tussen de Rabobank en een cliënt worden verhandeld. Alle derivaten worden bij eerste opname verantwoord tegen kostprijs in de balans en vervolgens, tenzij 6 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

185 het interne derivaten betreft die gebruikt worden voor hedging binnen de Rabobank Groep, tegen reële waarde geherwaardeerd. De reële waarde wordt bepaald aan de hand van genoteerde marktprijzen, door handelaren aangeboden prijzen, modellering van contant gemaakte kasstromen en optiewaarderingsmodellen op basis van de actuele marktprijzen en contractuele prijzen van de onderliggende instrumenten, alsmede aan de hand van de tijdswaarde van geld, rendementscurves en de volatiliteit van de onderliggende activa of verplichtingen. Alle derivaten worden opgenomen als activa wanneer hun reële waarde positief is en als verplichtingen wanneer hun reële waarde negatief is. Derivaten die zijn besloten in overige financiële instrumenten worden als afzonderlijke derivaten behandeld indien de risico s en kenmerken ervan niet nauw samenhangen met die van het basiscontract en het basiscontract niet tegen reële waarde is opgenomen waarbij ongerealiseerde winsten en verliezen in de resultaten worden opgenomen Niet als afdekking gebruikte instrumenten Wanneer de Rabobank derivaten voor handelsdoeleinden aangaat, worden gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen verantwoord in de winst-en-verliesrekening Afdekkingsinstrumenten De Rabobank maakt tevens gebruik van afgeleide financiële instrumenten als onderdeel van haar balansbeheer teneinde renterisico s, kredietrisico s en valutarisico s te beheersen. De Rabobank maakt gebruik van de mogelijkheden die de EU heeft geboden door de carve-out in IAS 39. Door de carve-out kan op bepaalde posities wel fair value portfolio hedgeaccounting worden toegepast. Bij de effectiviteitsmeting wordt gebruikgemaakt van buckets. Op de datum dat zij een afgeleid contract aangaat kan de Rabobank bepaalde derivaten aanwijzen als (1) een afdekking van de reële waarde van een op de balans opgenomen actief of verplichting (reëlewaardeafdekking); (2) een afdekking van een toekomstige kasstroom toe te rekenen aan een op de balans opgenomen actief of verplichting, een verwachte transactie of vaste verplichting (kasstroomafdekking); of (3) een afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit (netto-investeringsafdekking). Hedge accounting kan, voor op deze wijze aangewezen derivaten, worden gebruikt indien aan bepaalde criteria is voldaan. De criteria waaraan een afgeleid financieel instrument moet voldoen voor verantwoording als afdekkingsinstrument omvatten mede: - Formele documentatie van het afdekkingsinstrument, de afgedekte positie, de doelstelling van de afdekking, de strategie en de afdekkingsrelatie wordt opgesteld voordat hedgeaccounting wordt toegepast; - De afdekking is naar verwachting zeer effectief (binnen een bandbreedte van 80% tot 125%) in het bereiken van compensatie van aan het afgedekte risico toe te rekenen veranderingen in reële waarde of kasstromen van de afgedekte positie gedurende de hele verslagperiode; en - De afdekking is vanaf het begin en continu zeer effectief. Wijzigingen in de reële waarde van derivaten die worden aangemerkt als reëlewaardehedge en die zeer effectief blijken in relatie tot het afgedekte risico, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening, samen met de overeenkomstige wijziging in reële waarde van de afgedekte activa of verplichtingen die worden toegerekend aan die specifieke afgedekte risico s. Wanneer de afdekking niet langer voldoet aan de criteria voor hedge-accounting (reëlewaardehedgemodel), wordt de aanpassing van de boekwaarde van een afgedekt rentedragend financieel instrument geamortiseerd ten gunste of ten laste van de winst-en-verliesrekening over de periode tot einde van de gehedgde periode. De aanpassing van de boekwaarde van een afgedekt eigenvermogensinstrument wordt verantwoord onder het eigen vermogen tot de afstoting van het eigenvermogensinstrument. Wijzigingen in de reële waarde van derivaten die worden aangemerkt en kwalificeren als kasstroomafdekkingen en die zeer effectief blijken in relatie tot het afgedekte risico, worden verantwoord in de afdekkingsreserve in het eigen vermogen (zie toelichting onder 10), het niet-effectieve deel van wijzigingen in de reële waarde van de derivaten wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Als de verwachte transactie of de vaste verplichting resulteert in de verantwoording van een nietfinancieel actief of een niet-financiële verplichting, worden winsten en verliezen die voorheen uitgesteld waren in het eigen vermogen overgedragen uit het eigen vermogen en opgenomen in de initiële waardering van de kostprijs van het actief of de verplichting. Voor het overige worden in het eigen vermogen uitgestelde bedragen overgebracht naar de winst-en-verliesrekening en gerubriceerd als baten of lasten in de periodes waarin de afgedekte vaste verplichting of de verwachte transactie van invloed is op de winst-en-verliesrekening. 7 Toelichting op de jaarrekening Rabobank Nederland

186 Bepaalde afgeleide transacties, die weliswaar als economische afdekkingen fungeren in het kader van de risicobeheersposities van de Rabobank, kwalificeren zich niet voor hedgeaccounting volgens de specifieke regels in IFRS en worden derhalve behandeld als voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten. De reële waarde van voor handelsdoeleinden en voor hedging aangehouden afgeleide financiële instrumenten wordt vermeld in toelichting 10: Derivaten (en overige handelsverplichtingen) van de geconsolideerde jaarrekening. 2.4 Handelsverplichtingen en overige verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Handelsverplichtingen Handelsverplichtingen bestaan voornamelijk uit alle negatieve reële waarden van derivaten en leveringsverplichtingen uit shortverkopen van effecten. Effecten worden short verkocht om winst te genereren uit hoofde van kortetermijnprijsschommelingen. De effecten benodigd voor de afwikkeling van shortverkopen worden verkregen door effectenuitlenings- of effectenterugkoopovereenkomsten. Short verkochte effecten worden opgenomen tegen reële waarde per balansdatum Overige verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Overige verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening omvatten bepaalde financiële verplichtingen die de Rabobank niet voornemens is te verhandelen, maar die zij bij de initiële opname tegen reële waarde heeft verantwoord. Wijzigingen in de reële waarde van deze financiële verplichtingen worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening in de periode waarin zij zich voordoen. 2.5 Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa zijn financiële activa die zijn verworven om winst te genereren uit kortetermijnfluctuaties in prijzen of marges van handelaren, of financiële activa die onderdeel zijn van een portefeuille die een patroon van kortetermijnwinstneming kent. Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa worden gewaardeerd tegen reële waarde op basis van genoteerde biedprijzen. Alle gerelateerde gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen worden opgenomen onder Resultaat uit handelsactiviteiten. Rente verdiend op voor handelsdoel einden aangehouden financiële activa wordt verantwoord als rentebaten. Dividenden ontvangen op voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa worden verantwoord als Resultaat uit handelsactiviteiten. Alle aankopen en verkopen van voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa die levering vereisen binnen een door regelgeving of marktconventie voorgeschreven tijdslimiet, worden verantwoord op de transactiedatum. Overige handelstransacties worden verantwoord als derivaten totdat zij worden afgewikkeld. 2.6 Niet voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening De Rabobank heeft ervoor geopteerd om als financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening financiële instrumenten aan te wijzen die niet worden verworven of aangegaan om winst te genereren uit kortetermijnfluctuaties in prijzen of marges van handelaren. Deze financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde. Financiële activa en verplichtingen zijn door het management in deze categorie geclassificeerd bij eerste verwerking indien wordt voldaan aan een van de volgende criteria: - Deze aanwijzing elimineert of vermindert significant een inconsistente behandeling die anders zou zijn ontstaan bij het waarderen van de activa of verplichtingen of bij het erkennen van winsten of verliezen op verschillende waarderingsgrondslagen; - De activa en verplichtingen zijn onderdelen van een groep van financiële activa, financiële verplichtingen of beiden die gemanaged en beoordeeld worden op basis van de reële waarde in overeenstemming met een gedocumenteerde risicomanagementstrategie of investeringsstrategie; - Het financiel instrument bevat een embedded derivaat, tenzij het embedded derivaat geen significante impact heeft op de kasstromen of indien het evident is dat, met een beperkte of geen analyse, het niet apart hoeft te worden opgenomen. 8 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

187 Rente verdiend of te betalen op deze activa en verplichtingen wordt verantwoord als rentebaten of -lasten. Alle overige gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen bij herwaardering van deze financiële instrumenten tegen reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. 2.7 Day 1 profit Als er op het moment van afsluiten gebruik gemaakt wordt van waarderingstechnieken dan kan er een verschil ontstaan tussen de transactieprijs en de reële waarde. Een eventueel verschil hiertussen wordt de Day 1 profit genoemd. De Rabobank verantwoordt deze winst onmiddellijk onder Resultaat uit handelsactiviteiten, indien de waarderingstechniek gebaseerd is op waarneembare data (van actieve markten). Als gebruik gemaakt is van niet-waarneembare data dan wordt de Day 1 profit geamortiseerd over de looptijd van de transactie. De winst wordt alsnog genomen als het betreffende financiële instrument verkocht is of de gegevensinvoer alsnog waarneembaar is geworden. 2.8 Voor verkoop beschikbare financiële activa Het management bepaalt de geëigende rubricering van financiële activa op de datum van verwerving. Financiële activa die zijn bedoeld om voor onbepaalde tijd te worden aangehouden en die kunnen worden verkocht om te voorzien in liquiditeitsbehoeften of als reactie op wijzigingen in het rentetarief, wisselkoersen of aandelenkoersen, worden gerubriceerd als voor verkoop beschikbaar. Voor verkoop beschikbare financiële activa worden bij eerste waardering verantwoord tegen kostprijs (die mede transactiekosten omvat). Voor verkoop beschikbare financiële activa worden vervolgens geherwaardeerd tegen reële waarde op basis van genoteerde biedprijzen of bedragen afgeleid uit kasstroommodellen. De reële waarde voor niet-genoteerde eigenvermogensinstrumenten wordt geschat op basis van geëigende koers-winstverhoudingen, aangepast om de specifieke omstandigheden van de emittent te weerspiegelen. Ongerealiseerde winsten en verliezen voortvloeiend uit wijzigingen in de reële waarde van als voor verkoop beschikbaar gerubriceerde financiële activa worden verantwoord in het eigen vermogen, tenzij het geamortiseerde rente betreft. Als de financiële activa worden afgestoten of als bijzondere waardevermindering plaatsvindt, worden de aanpassingen van de reële waarde opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Het management beoordeelt op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen bestaan dat voor verkoop beschikbare activa een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. Een investering wordt geacht een bijzondere waardevermindering te hebben ondergaan indien de kostprijs de realiseerbare waarde duurzaam overtreft, dat wil zeggen dat de reële waarde langdurig of significant lager is dan de kostprijs. Voor de investeringen in de vorm van niet-genoteerde eigen vermogensinstrumenten wordt de realiseerbare waarde bepaald door toepassing van erkende waarderingstechnieken. Voor genoteerde financiële activa wordt de realiseerbare waarde bepaald aan de hand van de marktprijs. Deze genoteerde activa worden geacht een bijzondere waardevermindering te hebben ondergaan indien er objectieve aanwijzingen zijn dat de daling van demarktprijs zodanig is dat het niet redelijk is om te veronderstellen dat de waarde in de voorzienbare toekomst zal herstellen tot het niveau van de boekwaarde. Indien in een periode daarna de bijzondere waardevermindering van een voor verkoop beschikbare activa afneemt en de afname objectief kan worden toegeschreven aan een gebeurtenis die zich na de afwaardering heeft afgespeeld, wordt de bijzondere waardevermindering teruggenomen via de winst-en-verliesrekening. Dit geldt niet voor beleggingen in eigen vermogensinstrumenten, waarbij een waardevermeerdering na een duurzame waardevermindering als een herwaardering wordt behandeld. Alle aankopen en verkopen volgens standaardmarktconventies van voor verkoop beschikbare financiële activa worden verantwoord op de transactiedatum. Alle overige aankopen en verkopen worden verantwoord op de datum van afwikkeling. 2.9 Tot einde looptijd aangehouden financiële activa Financiële activa waarvan het einde van de looptijd en de kasstromen vaststaan worden - indien het management zowel het voornemen als het vermogen heeft deze tot het einde van de looptijd aan te houden - gerubriceerd als tot einde looptijd aangehouden financiële activa. Het management bepaalt op de transactiedatum de geëigende rubricering van zijn investeringen. Tot einde looptijd aangehouden financiële activa worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectiefrendementmethode, na aftrek van eventuele voorzieningen voor bijzondere waardevermindering. 9 Toelichting op de jaarrekening Rabobank Nederland

188 Rente verdiend op tot einde looptijd aangehouden financiële activa wordt verantwoord als rentebaten. Alle aankopen en verkopen volgens standaardmarktconventies van tot einde looptijd aangehouden financiële activa worden verantwoord op de datum van afwikkeling. Alle overige aankopen en verkopen worden verantwoord als afgeleide termijntransacties tot de datum van afwikkeling Terugkoopovereenkomsten en omgekeerde terugkoopovereenkomsten Financiële activa die zijn verkocht onder voorbehoud van een gerelateerde terugkoopovereenkomst ( terugkoopovereenkomsten ) worden in de jaarrekening opgenomen als Voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa of Voor verkoop beschikbare financiële activa. De verplichting ten aanzien van de tegenpartij is opgenomen in Schulden aan andere banken of Toevertrouwde middelen al naar gelang van toepassing. Financiële activa verworven in het kader van terugverkoopovereenkomsten ( omgekeerde terugkoopovereenkomsten ) worden opgenomen als Vorderingen op andere banken of Kredieten aan cliënten al naar gelang van toepassing. Het verschil tussen verkoopprijs en terugkoopprijs wordt verantwoord als rentebaten of rentelasten over de duur van de overeenkomsten op basis van de effectieve rendementsmethode Securitisatie en overige regelingen voor verwijdering van de balans De Rabobank securitiseert, verkoopt en onderhoudt verschillende financiële activa, waarbij sprake kan zijn van een verkoop van deze activa aan special purpose entities ( SPE s ) die op hun beurt effecten uitgeven aan beleggers. De Rabobank kan een belang houden in de vertitelde en verkochte financiële activa in de vorm van achtergestelde interest-only strips, achtergestelde effecten, spread accounts, servicingrechten, garanties, put- en callopties en overige regelingen. Een financieel actief (of een deel van een financieel actief) wordt van de balans verwijderd als: - De rechten op de kasstromen uit het actief aflopen; - De rechten op de kasstromen uit het actief en nagenoeg alle risico s en voordelen van het eigendom van het actief worden overgedragen; - Een verplichting om de kasstromen uit het actief over te dragen verondersteld wordt en nagenoeg alle risico s en voordelen worden overgedragen; - Een verplichting om de kasstromen uit het actief over te dragen verondersteld wordt; - Niet alle economische risico s en voordelen worden overgedragen of behouden maar de zeggenschap over het actief wordt overgedragen. Indien de Rabobank de zeggenschap over het actief behoudt maar niet nagenoeg alle risico s en voordelen, wordt het actief verantwoord overeenkomstig de mate van de aanhoudende betrokkenheid van de Rabobank. Een gerelateerde verplichting wordt eveneens verantwoord overeenkomstig de mate van aanhoudende betrokkenheid. De verantwoording van de wijziging in de waarde van de verplichting geschiedt in overeenstemming met de verantwoording van wijzigingen in de waarde van het actief. Wanneer een transactie niet aan de bovenstaande voorwaarden voldoet voor verwijdering van de balans, wordt zij verantwoord als een lening met zekerheidsstelling. Voor zover een overdracht van een financieel actief zich niet kwalificeert voor verwijdering van de balans, worden de contractuele rechten van de Rabobank in verband met de overdracht niet afzonderlijk verantwoord als derivaten indien verantwoording van zowel het afgeleide als het overgedragen actief, danwel de verplichting voortvloeiend uit de overdracht zou resulteren in dubbele verantwoording van dezelfde rechten of verplichtingen. Winsten of verliezen op securitisatie of verkooptransacties hangen voor een deel af van de vorige boekwaarde van de financiële activa die bij de overdracht zijn betrokken. De boekwaarde van deze activa wordt toegerekend aan de verkochte en de aangehouden belangen op basis van de relatieve reële waarde van deze belangen op de datum van verkoop. Winsten of verliezen worden verantwoord op het tijdstip van de overdracht en worden verantwoord in het resultaat. De bepaling van de reële waarde van de verkochte en de aangehouden belangen geschiedt op basis van genoteerde marktprijzen of door bepaling van de contante waarde van verwachte kasstromen op basis van prijsmodellen die rekening houden met verschillende aannames, zoals kredietverliezen, rekenrente, rendementscurves, betalingssnelheid en overige factoren. 10 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

189 2.12 Saldering van financiële activa en verplichtingen Financiële activa en financiële verplichtingen worden gesaldeerd en het nettobedrag wordt in de balans opgenomen indien er een juridisch afdwingbaar recht is om de verantwoorde bedragen te salderen en indien het voornemen bestaat om de verwachte toekomstige kasstromen op nettobasis te verrekenen, of tegelijkertijd het actief te realiseren en de verplichting af te wikkelen Vreemde valuta Buitenlandse entiteiten Posten opgenomen in de jaarrekening van elke entiteit binnen Rabobank Nederland worden gewaardeerd op basis van de valuta die het best de economische realiteit van de onderliggende gebeurtenissen en omstandigheden weergeeft die relevant zijn voor die entiteit ( de functionele valuta ). De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro s, de waarderingsvaluta van de moeder maatschappij. Winst-en-verliesrekeningen en kasstromen van buitenlandse entiteiten worden omgerekend in de presentatievaluta van de Rabobank tegen de koers op transactiedata die te benaderen is door middel van gemiddelde koersen, en hun balans wordt omgerekend tegen de wisselkoersen op 31 december. Valutakoersverschillen voortvloeiend uit de omrekening van de netto-investering in buitenlandse entiteiten en van leningen en overige valuta-instrumenten aangemerkt als hedges van dergelijke investeringen, worden verwerkt in het eigen vermogen. Wanneer een buitenlandse entiteit is verkocht, worden dergelijke valutakoersverschillen verantwoord in de winst-en-verliesrekening als deel van de winst of verlies op verkoop. Goodwill en reëlewaardeaanpassingen voortvloeiend uit de overname van een buitenlandse entiteit worden verantwoord als activa en verplichtingen van de buitenlandse entiteit en omgerekend tegen de slotkoers Transacties in vreemde valuta Transacties in vreemde valuta worden omgerekend in de waarderingsvaluta op basis van de wisselkoersen op de transactiedatum. Omrekeningsverschillen die ontstaan bij de afwikkeling van dergelijke transacties en bij de omrekening van monetaire activa en verplichtingen luidend in buitenlandse valuta, worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening, behalve wanneer zij worden verantwoord in het eigen vermogen, als kwalificerende netto-investeringsafdekkingen. Omrekeningsverschillen op schuldpapieren en overige monetaire financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde worden opgenomen onder valutakoerswinsten en verliezen. Omrekeningsverschillen op non-monetaire posten, zoals voor handelsdoeleinden aangehouden eigenvermogensinstrumenten, worden verantwoord als deel van reëlewaardewinsten of -verliezen. Omrekeningsverschillen op voor verkoop beschikbare non-monetaire posten worden opgenomen onder de herwaarderingsreserve in het eigen vermogen Rente Rentebaten en -lasten worden op basis van het toerekeningsbeginsel verantwoord in de winst-enverliesrekening voor alle rentedragende instrumenten waarbij de effectiefrendementmethode wordt gehanteerd. Rentebaten omvatten mede coupons met betrekking tot vastrentende financiële activa en voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en geaccumuleerd agio en disagio op schatkistpapier en overige contant gemaakte instrumenten. Indien leningen onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering, worden zij afgewaardeerd tot hun realiseerbare bedragen en rentebaten worden vervolgens verantwoord op basis van het rentetarief dat is gehanteerd om de toekomstige kasstromen contant te maken teneinde het realiseerbare bedrag te bepalen Honoraria en provisies Inkomsten uit hoofde van vermogensbeheeractiviteiten bestaan voornamelijk uit unit trust, fondsenbeheer en administratie. Baten uit vermogensbeheer en verzekeringsactiviteiten worden verantwoord als verdiend wanneer de dienst is geleverd. Honoraria en provisies worden over het algemeen verantwoord op basis van het toerekeningsbeginsel. Honoraria en provisies voortvloeiend uit het onderhandelen of deelnemen aan het onderhandelen van een transactie voor een derde, bijvoorbeeld de overname van leningen, aandelen of overige effecten of de aankoop of verkoop van ondernemingen, worden verantwoord bij afronding van de onderliggende transacties. 11 Toelichting op de jaarrekening Rabobank Nederland

190 2.16 Kredieten aan cliënten en vorderingen op andere banken Kredieten aan cliënten en vorderingen op andere banken zijn niet-afgeleide financiële activa met vaste of bepaalbare betalingen, die niet op een actieve markt zijn genoteerd, met uitzondering van dergelijke activa die door de Rabobank geclassificeerd zijn als aangehouden voor handelsdoeleinden of bij eerste opname in de balans aangemerkt zijn als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening of als beschikbaar voor verkoop. Deze leningen en vorderingen worden gewaardeerd op basis van de geamortiseerde kostprijs inclusief transactiekosten. De leningen worden onderworpen aan een individuele dan wel een collectieve impairmentanalyse. Een waarderingscorrectie, voorziening voor verliezen op leningen, wordt gemaakt wanneer er objectieve aanwijzingen zijn dat de Rabobank niet alle ingevolge de oorspronkelijke contractuele bepalingen verschuldigde bedragen zal kunnen innen. Het bedrag van de voorziening is het verschil tussen de boekwaarde en het realiseerbare bedrag, zijnde de contante waarde van verwachte kasstromen, inclusief bedragen realiseerbaar uit garanties en waarborgen, contant gemaakt tegen het oorspronkelijke effectieve rentetarief van leningen. De voorziening voor leningen omvat verliezen wanneer er objectieve aanwijzingen zijn dat er op de balansdatum sprake is van verliezen in onderdelen van de leningenportefeuille. Objectieve aanwijzingen voor een mogelijke waardevermindering kunnen zijn: - Significante financiële problemen bij de kredietnemer; - In gebreke blijven of nalatigheid van kredietnemers bij de betaling van interest en/of aflossing; - Heronderhandeling van een lening; - Kans op faillissement of financiële reorganisatie bij de kredietnemer; - Veranderende betalingsstatus van kredietnemers; - Veranderingen in economische omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot het in gebreke blijven van de kredietnemer. De verliezen worden geschat op basis van historische patronen voor verliezen bij elk afzonderlijk onderdeel, de kredietwaardigheidsbeoordeling voor de leners en rekening houdend met de actuele economische omstandigheden waarin de leners hun activiteiten ontplooien. De boekwaarde van de leningen wordt verminderd door gebruik te maken van een voorzieningenrekening, en het bedrag van het verlies wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Blijkt een lening oninbaar, dan wordt zij afgeschreven van de gerelateerde voorziening voor verliezen op leningen; alsnog geïnde bedragen worden ten gunste gebracht van de post Waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Immateriële activa Goodwill Goodwill vertegenwoordigt het bedrag waarmee de kostprijs van een overname de reële waarde te boven gaat van het aandeel van de Rabobank in de nettoactiva en de voorwaardelijke verplichtingen van de verworven dochteronderneming of deelneming op de overnamedatum. Jaarlijks wordt er een impairmenttest uitgevoerd om vast te stellen of een bijzondere waardevermindering heeft plaatsgevonden Ontwikkelingskosten van software Kosten in verband met de ontwikkeling of instandhouding van software worden verantwoord als een last wanneer zij worden gemaakt. Kosten die direct worden gemaakt in verband met identificeerbare en unieke softwareproducten waarover de Rabobank de zeggenschap heeft en die waarschijnlijk gedurende een periode langer dan een jaar economische voordelen zullen opleveren die de kosten te boven gaan, worden verantwoord als immateriële activa. Directe kosten omvatten mede personeelskosten van het software-ontwikkelingsteam en een geëigend deel van de relevante overhead. Uitgaven die de prestaties van software verbeteren ten opzichte van hun oorspronkelijke specificaties worden aan de oorspronkelijke kostprijs van de software toegevoegd. Software-ontwikkelingskosten verantwoord als activa worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur van maximaal vijf jaar Verzekeringscontracten verworven in een bedrijfscombinatie of bij portefeuilleoverdracht en overige immateriële vaste activa De reële waarde (netto contante waarde van de verwachte kasstromen) van de contractuele verzekeringsrechten en verzekeringsverplichtingen wordt geactiveerd onder immateriële activa en afgeschreven over de looptijd van het contract, die in het algemeen ligt tussen twee en vijf jaar. De overige immateriële vaste activa worden afgeschreven overeenkomstig de looptijd van de activa. 12 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

191 De activa worden jaarlijks beoordeeld op bijzondere waardevermindering, op basis van verwachte toekomstige cashflows. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt opgenomen wanneer verwachte toekomstige winsten de waarde van het actief niet ondersteunen Bijzondere waardevermindering van goodwill Goodwill wordt jaarlijks aan het eind van het jaar getoetst op bijzondere waardevermindering door vergelijking van de opbrengstwaarde van kasstroomgenererende eenheden met hun boekwaarde. De hoogste van de waarde in gebruik enerzijds en de reële waarde verminderd met verkoopkosten anderzijds bepaalt de opbrengstwaarde. Het type van overgenomen onderneming is bepalend voor de definiering van kasstroomgenererende eenheden. Binnen Rabobank zijn thans alle kasstroomgenererende eenheden gedefinieerd als een (juridische) entiteit. De realiseerbare waarde van een kasstroomgenererende eenheid wordt bepaald door berekening van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen van die kasstroomgenererende eenheid. De belangrijkste aannames die zijn gebruikt in het kasstroommodel zijn afhankelijk van de inputgegevens die verschillende financiële en economische variabelen weerspiegelen, zoals de risicovrije rente in een land en een premie die het inherente risico van de betreffende entiteit weergeeft. Deze variabelen worden bepaald op basis van een beoordeling door het management Bijzondere waardevermindering van immateriële activa Telkens op de balansdatum beoordeelt de Rabobank of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardevermindering van immateriële activa. Is er sprake van dergelijke aanwijzingen, dan wordt een analyse uitgevoerd om te beoordelen of de boekwaarde van immateriële activa volledig realiseerbaar is. Afwaardering vindt plaats wanneer de boekwaarde hoger is dan het realiseerbare bedrag. Voor de software in ontwikkeling en de overige immateriële vaste activa wordt jaarlijks per balansdatum, of vaker indien er een aanwijzing is, een impairmenttest uitgevoerd om vast te stellen of een bijzondere waardevermindering heeft plaatsgevonden Materiële vaste activa Apparatuur (voor eigen gebruik) wordt verantwoord tegen historische kosten na aftrek van geaccumuleerde afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Vaste activa, terreinen en gebouwen (voor eigen gebruik) bestaan hoofdzakelijk uit kantoren en worden eveneens verantwoord tegen kostprijs, na aftrek van cumulatieve afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Afschrijvingen worden als volgt lineair berekend ter afwaardering van de kostprijs van dergelijke activa tot hun restwaarde over hun geschatte gebruiksduur: - Terreinen Niet afgeschreven - Gebouwen jaar Apparatuur, waaronder - Computerapparatuur 1 5 jaar - Overige apparatuur en motorvoertuigen 3 8 jaar De Rabobank beoordeelt jaarlijks of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen. Wanneer de boekwaarde van een actief groter is dan het geschatte realiseerbare bedrag, wordt deze onmiddellijk afgewaardeerd naar het realiseerbare bedrag. Winsten en verliezen op afstoting van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen worden bepaald ten opzichte van hun boekwaarde en worden verwerkt bij de bepaling van het bedrijfsresultaat. Herstelwerkzaamheden en instandhouding worden ten laste gebracht van de winst-en-verliesrekening wanneer de uitgave ervoor is gedaan. Uitgaven die de voordelen van terreinen en gebouwen verlengen of vergroten ten opzichte van hun oorspronkelijke gebruik worden geactiveerd en vervolgens afgeschreven Vastgoedbeleggingen Vastgoedbeleggingen, voornamelijk bestaand uit kantoorgebouwen, worden aangehouden voor de langetermijnhuurbaten en worden niet gebruikt door de Rabobank of haar dochterondernemingen. Vastgoedbeleggingen worden verantwoord als langetermijnbeleggingen en opgenomen tegen kostprijs na aftrek van cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De vastgoedbeleggingen worden afgeschreven overeenkomstig de looptijd van de onderliggende leasecontracten. 13 Toelichting op de jaarrekening Rabobank Nederland

192 2.20 Onderhanden werk Het onderhanden werk is verantwoord onder de balanspost Overige activa. Onderhanden werk betreft commerciële vastgoedprojecten, alsmede verkochte en onverkochte woningbouwprojecten in aanbouw of voorbereiding, en wordt gewaardeerd tegen gemaakte kosten vermeerderd met toegerekende rente en verminderd met eventueel noodzakelijke voorzieningen. Aan kopers en opdrachtgevers gefactureerde termijnen worden in mindering gebracht op onderhanden werk. Indien voor een project het saldo negatief is (de gefactureerde termijnen bedragen meer dan de geactiveerde kosten), wordt het saldo op dat project overgeboekt naar Overige schulden. Winsten en verliezen worden genomen op basis van de voortgang van het project ( percentage of completion -methode) Leasing Rabobank is de lessee Leaseovereenkomsten van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen waarbij nagenoeg alle risico s en voordelen van het eigendom worden overgedragen aan de Rabobank worden gerubriceerd als financiële leaseovereenkomsten. Financiële leaseovereenkomsten worden geactiveerd bij aanvang van de leaseovereenkomst tegen de reële waarde van de geleasde vaste activa of tegen de contante waarde van de minimumleasebetalingen indien de contante waarde lager is. Elke leasebetaling wordt zodanig toegerekend tussen de verplichting en financieringskosten dat dit resulteert in een constante rente over het resterende saldo van de verplichting. De corresponderende huurverplichtingen worden, na aftrek van financieringskosten, opgenomen onder Overige leningen. De rentecomponent van de financieringskosten wordt ten laste gebracht van de winst-en-verliesrekening over de leaseperiode. Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen verworven in het kader van financiële leaseovereenkomsten worden afgeschreven over de gebruiksduur van het actief of, indien korter, de leasetermijn. Leaseovereenkomsten waarbij een aanzienlijk deel van de risico s en voordelen van de eigendom wordt behouden door de lessor, worden gerubriceerd als operationele leaseovereenkomsten. Betalingen uit hoofde van operationele leaseovereenkomsten worden (na aftrek van eventuele kortingen door de lessor) lineair ten laste gebracht van de winst-en-verliesrekening over de leaseperiode Rabobank is de lessor Financiële leaseovereenkomsten Indien activa worden geleasd in het kader van een financiële leaseovereenkomst, wordt de contante waarde van de leasebetalingen verantwoord als een vordering onder Vorderingen op andere banken of Kredieten aan cliënten. Het verschil tussen de brutovordering en de contante waarde van de vordering wordt verantwoord als onverdiende financieringsbaten. Lease-inkomsten worden verantwoord als rentebaten over de leaseperiode op basis van de nettoinvesteringsmethode, die een constante periodieke rente weergeeft. Operationele leaseovereenkomsten Activa geleased in het kader van operationele leaseovereenkomsten worden in de balans opgenomen onder Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen. Zij worden afgeschreven over hun verwachte gebruiksduur in overeenstemming met die voor vergelijkbare onroerende zaken en bedrijfsmiddelen. Huurinkomsten worden (na aftrek van aan lessees verstrekte kortingen) verantwoord in Overige baten op lineaire basis over de leaseperiode Voorzieningen Voorzieningen worden verantwoord als de Rabobank een actuele juridische of feitelijke verplichting heeft uit hoofde van gebeurtenissen in het verleden, als het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen nodig is om die verplichting af te wikkelen, en als een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van het bedrag. Indien de Rabobank vergoeding verwacht van een voorziening, bijvoorbeeld in het kader van een verzekeringscontract, wordt de vergoeding verantwoord als een afzonderlijk actief maar alleen als de vergoeding nagenoeg zeker is. De voorzieningen worden gewaardeerd op de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen Herstructurering Herstructureringsvoorzieningen bestaan uit boetes voor beëindiging van leaseovereenkomsten, betalingen uit hoofde van afvloeiingsregelingen en overige direct aan de herstructureringsprogramma s toe te rekenen kosten. Deze kosten worden verantwoord in de periode waarin voor de Rabobank een 14 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

193 juridische of feitelijke betalingsverplichting ontstaat en voor afvloeiing een gedetailleerd plan is opgesteld. Voor kosten in verband met de lopende bedrijfsactiviteiten van de Rabobank worden vooraf geen voorzieningen getroffen Verlof en langdurig dienstverband Rechten van personeel op verlof en op verlof uit hoofde van langdurig dienstverband worden verantwoord op het moment dat zij aan personeel toekomen. Een voorziening wordt getroffen voor de geschatte verplichting voor jaarlijks verlof en verlof uit hoofde van langdurig dienstverband als gevolg van de diensttijd van personeel op de balansdatum Juridische voorzieningen Juridische voorzieningen worden verantwoord voor de geschatte verplichting die per de balansdatum aanwezig is Personeelsbeloningen De Rabobank heeft verschillende pensioenregelingen op basis van de lokale omstandigheden en praktijken in de landen waar zij activiteiten ontplooit. De regelingen worden over het algemeen gefinancierd door betalingen aan verzekeringsmaatschappijen of trustee-administered funds zoals bepaald door periodieke actuariële berekeningen. Een toegezegd pensioenregeling is een pensioenregeling die een bedrag aan te betalen pensioenuitkeringen toezegt, gewoonlijk in relatie tot een of meer factoren als leeftijd, dienstjaren of beloning. Een toegezegde bijdrageregeling is een pensioenregeling in het kader waarvan de Rabobank vaste bijdragen betaalt aan een afzonderlijke entiteit (een fonds) en geen juridische of feitelijke verplichting heeft als het fonds onvoldoende activa heeft om alle uitkeringen aan personeel te betalen in verband met diensttijd van personeel in de actuele en voorgaande periodes Pensioenverplichtingen De verplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen is de contante waarde van toegezegdpensioenverplichting op de balansdatum na aftrek van de reële waarde van fondsbeleggingen, tezamen met aanpassingen voor niet in aanmerking genomen actuariële winsten/ verliezen en backservicekosten. De toegezegdpensioenverplichting wordt jaarlijks berekend door onafhankelijke actuarissen op basis van de projected unit credit -methode. De contante waarde van de toegezegd-pensioenverplichting wordt bepaald door de geschatte toekomstige uitstroom van geldmiddelen op basis van rentetarieven van overheidspapieren met looptijden welke die van de gerelateerde verplichting benaderen. De meeste pensioenregelingen zijn middelloonregelingen en de kosten van dergelijke regelingen, dat wil zeggen de nettopensioenlasten voor de periode na aftrek van werknemersbijdragen, worden opgenomen in Personeelskosten. Actuariële winsten en verliezen voortvloeiend uit aanpassingen aan de feitelijke ontwikkelingen of actuariële aannames en wijzigingen van de pensioenregelingen worden conform IFRS verwerkt in de corridor. Voor zover eventuele nietopgenomen cumulatieve actuariële winsten of verliezen meer bedragen dan 10% van de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling, dan wel van de reële waarde van de fondsbeleggingen indien deze hoger is, wordt dat gedeelte in de winst-en-verliesrekening opgenomen vanaf 1 januari 2008 over een periode van twee jaren Toegezegde-bijdrageregelingen Voor toegezegdebijdrageregelingen betaalt de Rabobank bijdragen aan openbaar of privaat beheerde pensioenverzekeringsplannen op een verplichte, contractuele of vrijwillige basis. Zodra de bijdragen zijn voldaan, heeft de Rabobank geen verdere betalingsverplichtingen. De reguliere bijdragen zijn netto periodieke kosten over het jaar waarin zij betaalbaar worden en zij worden als zodanig opgenomen onder Personeelskosten Overige verplichtingen na uitdiensttreding Sommige onderdelen van de Rabobank bieden hun werknemers bepaalde tegemoetkomingen na uitdiensttreding aan. Voor het recht op deze uitkeringen is gewoonlijk vereist dat de werknemer tot de pensioenleeftijd in dienst blijft en een minimumaantal dienstjaren heeft. De verwachte kosten van deze uitkeringen worden over de diensttijd opgebouwd, op basis van een systematiek die vergelijkbaar is met toegezegdpensioenregelingen. Deze verplichtingen worden ieder jaar gewaardeerd door onafhankelijke actuarissen. 15 Toelichting op de jaarrekening Rabobank Nederland

194 2.24 Belasting Acute en latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd als zij voortkomen uit dezelfde fiscale groep en betrekking hebben op dezelfde belastingautoriteit, als er een wettelijk recht op saldering bestaat en als simultane afwerking of verrekening wordt verwacht. Volledige voorzieningen worden getroffen voor uitgestelde belasting, op basis van de liabilitymethode, op tijdelijke verschillen tussen de fiscale waarde van activa en verplichtingen en hun boekwaarden in de jaarrekening. De belangrijkste tijdelijke verschillen komen voort uit afschrijvingen van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen, herwaardering van bepaalde financiële activa en verplichtingen inclusief afgeleide contracten, voorzieningen voor pensioenen en overige uitkeringen na uitdiensttreding, voorzieningen voor kredietverliezen en overige bijzondere waardeverminderingen en belastingverliezen en - in verband met overnames - het verschil tussen de reële waarden van de overgenomen nettoactiva en hun fiscale waarde. De per de balansdatum vigerende of nagenoeg vigerende belastingtarieven worden gehanteerd om de uitgestelde belastingen te bepalen. Bij de verantwoording van latente belastingvorderingen wordt rekening gehouden met de mate waarin het waarschijnlijk is dat in de toekomst een belastbare winst beschikbaar is voor aanwending van de tijdelijke verschillen. Voorzieningen worden getroffen voor tijdelijke verschillen voortvloeiend uit investeringen in dochterondernemingen, deelnemingen en joint ventures, behalve wanneer de timing van de omkering van het tijdelijke verschil gestuurd kan worden en als het waarschijnlijk is dat het verschil niet in de overzienbare toekomst wordt omgekeerd. Belastingen op de winst worden op basis van de toepasselijke belastingwetgeving in iedere jurisdictie verantwoord als een last in de periode waarin de winst ontstaat. De belastingeffecten van verrekenbare compensabele verliezen worden verantwoord als een actief als het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn voor aanwending van deze verliezen. Uitgestelde belasting met betrekking tot herwaardering op basis van reële waarde van voor verkoop beschikbare financiële activa en kasstroomafdekkingen die direct ten laste of ten gunste worden gebracht van het eigen vermogen, wordt vervolgens verantwoord in de winst-en-verliesrekening samen met de uitgestelde winst of het verlies Schulden aan andere banken, toevertrouwde middelen en uitgegeven schuldpapieren Deze opgenomen gelden worden bij eerste opname verantwoord tegen kostprijs, dat wil zeggen de uitgifteprijs onder aftrek van direct toerekenbare en incidentele transactiekosten. Vervolgens worden leningen opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs, en eventuele verschillen tussen nettobaten en de aflossingswaarde worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening over de periode van de leningen op basis van de effectiefrendementmethode. Indien de Rabobank eigen schuldinstrumenten aankoopt, worden deze uit de balans verwijderd en wordt het verschil tussen de boekwaarde van een verplichting en de betaalde vergoeding verantwoord onder de baten of lasten Financiële garanties Financiële garantiecontracten worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde. Vervolgens wordt de garantie gewaardeerd voor het hoogste van twee bedragen, namelijk ofwel het bedrag dat de Rabobank in redelijkheid zou moeten betalen om de verplichting op de balansdatum te voldoen of aan een derde over te dragen, ofwel het bedrag van de intiële waardering minus de afschrijvingen Wissels Wissels bestaan uit toezeggingen door de Rabobank om wissels op cliënten te voldoen. De Rabobank verwacht dat de meeste wissels tegelijkertijd worden voldaan met ontvangst van de vergoeding door cliënten. Wissels worden verantwoord als niet op de balans opgenomen transacties en vermeld als voorwaardelijke verplichtingen en verbintenissen Capital Securities De Capital Securities worden verantwoord onder het Eigen vermogen omdat er geen formele verplichting bestaat tot (terug)betaling van de hoofdsom en de vergoeding. 16 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

195 2.29 Geldmiddelen en kasequivalenten Kasequivalenten zijn zeer liquide investeringen voor de korte termijn die worden aangehouden om te kunnen voldoen aan kortetermijnverplichtingen in geldmiddelen en niet zozeer voor investeringen of andere doeleinden, met een resterende looptijd van minder dan negentig dagen vanaf de aankoopdatum, die eenvoudig converteerbaar zijn in vaststaande geldbedragen en die onderhevig zijn aan een verwaarloosbaar risico van waardeveranderingen. 3 Risicopositie uit hoofde van financiële instrumenten 3.1 Risico governance In de geconsolideerde jaarrekening is een uitgebreidere toelichting te vinden op het risicomanagement van de Rabobank Groep aangezien het risicomanagement en de kwantificering van de risico s plaatsvindt op groepsniveau en niet op het niveau van Rabobank Nederland. Op het hoogste niveau stelt de raad van bestuur de te volgen risicostrategie, beleidsuitgangspunten en limieten vast, onder toezicht van de raad van commissarissen en op advies van de Balans en Risico Management Commissie Rabobank Groep en de Kredietbeleidscommissie Rabobank Groep. De raad van commissarissen evalueert regelmatig de risico s die verbonden zijn aan de activiteiten en de portefeuille van de Rabobank Groep. De Chief Financial Officer, tevens lid van de raad van bestuur, is verantwoordelijk voor de implementatie van het risicobeleid binnen de Rabobank Groep. Binnen de Rabobank Groep is de verantwoordelijkheid voor het risicobeleid verdeeld over twee directoraten. Group Risk Management is verantwoordelijk voor het beleid omtrent rente-, markt-, liquiditeits-, valuta- en operationeel risico, evenals voor het beleid omtrent de kredietrisico s op portefeuilleniveau. Krediet risico management is verantwoordelijk voor het acceptatiebeleid van kredietrisico s op postniveau. Daarnaast heeft ook binnen de groepsonderdelen risicomanagement haar plaats. Onafhankelijke risicocontrolafdelingen managen die risico s, die voor het betreffende onderdeel relevant zijn. 3.2 Strategie voor het gebruik van financiële instrumenten Naar hun aard zijn de activiteiten van de Rabobank gerelateerd aan het gebruik van financiële instrumenten, waaronder ook derivaten. De Rabobank neemt deposito s van cliënten in bewaring tegen zowel vaste als variabele rente voor verschillende periodes en streeft ernaar bovengemiddelde rentemarges te verdienen door belegging van deze middelen in hoogwaardige activa. De Rabobank streeft ernaar deze marges te vergroten door consolidering van kortlopende middelen en leningen voor langere periodes tegen hogere tarieven, en door tegelijkertijd voldoende liquiditeit aan te houden om alle bedragen die eventueel opeisbaar worden te kunnen voldoen. De Rabobank streeft er tevens naar om haar rentemarges te vergroten door bovengemiddelde marges te verkrijgen, na aftrek van voorzieningen en door leningen te verstrekken aan commerciële en retailleningnemers met verschillende kredietwaardigheidsbeoordelingen. Dergelijke risico s betreffen niet alleen op de balans verantwoorde kredieten; de Rabobank gaat tevens garanties aan, zoals letters of credit en performance, en overige verplichtingen. De Rabobank handelt tevens in financiële instrumenten wanneer zij posities inneemt in ter beurze verhandelde contracten en niet ter beurze verhandelde (OTC-)contracten, waaronder derivaten, om te profiteren van kortetermijnbewegingen in de aandelen en obligatiemarkten en in valuta- en rentetarieven en in goederenprijzen. 3.3 Renterisico Uit hoofde van haar activiteiten is de Rabobank blootgesteld aan renterisico in haar niet-handelsboeken. Hierbij geldt dat renterisico in de handelsboeken onderdeel is van marktrisico. Renterisico is het risico dat het financiële resultaat en/of de economische waarde van de bank kan dalen door ongunstige ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. Dit risico kan ontstaan door een rentetypische mismatch tussen activa en passiva (mismatchrisico), doordat in producten rentegerelateerde opties zijn verwerkt die de kasstromen kunnen beïnvloeden (optierisico), doordat de vorm van de rentecurve kan veranderen (yield curve risico) en doordat de relatie tussen verschillende rentecurves verandert (basisrisico). Het eventuele renterisico dat klanten lopen doordat hun verplichtingen door rentestijgingen toenemen, heeft geen impact op de renterisicicopositie van de Rabobank. Eventueel negatieve effecten die hieruit voortvloeien worden beschouwd als kredietrisico. 17 Toelichting op de jaarrekening Rabobank Nederland

196 Het accepteren van een bepaalde mate van renterisico is een wezenlijk onderdeel van het bankieren en kan een belangrijke bron van resultaat en waardecreatie zijn. Onder toezicht van de raad van commissarissen, stelt de raad van bestuur de risicobereidheid en daarbij behorende limieten jaarlijks vast. Maandelijks wordt over de actuele renterisicopositie gerapporteerd aan de respectievelijke risicomanagementcommissies. De dagelijkse monitoring wordt uitgevoerd door de verschillende treasuryafdelingen binnen de groepsonderdelen. Ook wordt op kwartaalbasis gerapporteerd aan de toezichthouder, De Nederlandsche Bank. Het meten van renterisico wordt niet alleen gedaan op basis van de contractueel vastgelegde gegevens, maar ook wordt rekening gehouden met klantgedrag in het gehanteerde interne renterisicomodel. Zo wordt rekening gehouden met vervroegde aflossingen bij hypotheken, en worden balansposten zonder contractueel vastgelegde looptijd, zoals spaargelden en rekeningcourantgelden, gemodelleerd op basis van de zogenaamde replicating portfoliotechniek. Hierbij wordt gezocht naar portefeuilles van geld-en kapitaalmarktinstrumenten die het gedrag van deze posten het beste repliceert. Voor de bepaling van het renterisico wordt gebruik gemaakt van gapanalyse, durationbepaling en simulaties. Er zijn limieten gesteld aan zowel de inkomstengevoeligheid (Income at Risk) als aan de marktwaardegevoeligheid (Equity at Risk). Daarnaast is de basispuntgevoeligheid (BPV) van de renterisicopositie een belangrijke risico-indicator. De BPV is het absolute verlies aan marktwaarde van het eigen vermogen dat optreedt bij een parallelle stijging van de gehele rentecurve met 1 basispunt. De BPV is in het verslagjaar niet hoger geweest dan 25. Het IFRS vermogen wijkt af van de marktwaarde van het vermogen zoals gebruikt wordt bij het analyseren van de impact van renteveranderingen op de marktwaarde van het eigenvermogen. Aangezien een groot gedeelte van de balans in termen van IFRS geen waardeveranderingen ondergaan bij renteveranderingen zullen eventuele effecten grotendeels beperkt blijven tot de impact op het renteresultaat. 3.4 Kredietrisico Het kredietrisico is het verlies dat de Rabobank zou lijden indien een tegenpartij of emittent in gebreke zou blijven bij haar contractuele verplichtingen in alle vormen. Kredietrisico is inherent aan traditionele bankproducten. Posities in verhandelbare activa zoals obligaties en aandelen zijn eveneens onderhevig aan kredietrisico. Voor de implicaties van de financiële crisis op het kredietrisico wordt verwezen naar hoofdstuk 4.10 van de geconsolideerde jaarrekening. Het management van het kredietrisico vindt op groepsniveau plaats en niet op het niveau van Rabobank Nederland. De Rabobank staat bloot aan kredietrisico s, dat wil zeggen het risico dat een tegenpartij niet in staat zal zijn bedragen volledig te voldoen wanneer deze opeisbaar worden. De Rabobank structureert het kredietrisiconiveau waaraan zij blootstaat door het bedrag aan risico te limiteren dat aanvaard wordt met betrekking tot een lenende partij, of een groep lenende partijen, en aan landen. Dergelijke risico s worden bewaakt op een revolverende basis en zijn onderhevig aan periodieke beoordeling. Voor de besluitvorming over individuele kredieten wordt een intern getrapt autorisatiesysteem gehanteerd dat - beneden het niveau van de raad van bestuur - voorziet in kredietcommissies en op lager gelegen niveaus in beoordeling door een tweede paar ogen. Kredietrisico s worden beheerst door regelmatige analyses van het vermogen van leningnemers en potentiële leningnemers om te voldoen aan hun verplichte aflossingen op rente en hoofdsommen en door deze kredietlimieten waar nodig aan te passen. Kredietrisico wordt voor een deel tevens beheerst door convenanten en/of door verkrijging van zekerheden en bedrijfs- en persoonlijke garanties. Het kredietrisico bij iedere afzonderlijke leningnemer wordt verder beperkt door sublimieten die al dan niet op de balans verantwoorde risico s afdekken en dagelijkse leveringsrisicolimieten in relatie tot handelsposten zoals valutatermijncontracten. Daadwerkelijke risico s worden grotendeels dagelijks getoetst aan de limieten. Nadat een krediet is verstrekt, vindt doorlopend kredietbeheer plaats waarbij nieuwe informatie, zowel financiële als niet-financiële wordt beoordeeld. Zonodig worden de kredietlimieten aangepast. Bij de kredietverlening verkrijgt de Rabobank veelal zekerheden of garanties Derivaten De Rabobank heeft stringente limieten op open afgeleide posities, zowel qua bedrag als qua looptijd. Indien ISDA (International Swaps and Derivatives Association) van toepassing is of een gelijkwaardige overkoepelende overeenkomst met de tegenpartij en als de jurisdictie van de tegenpartij saldering toestaat, dan wordt de open positie bewaakt. Te allen tijde is het bedrag dat onderhevig is aan kredietrisico beperkt tot de reële waarde van transacties plus toevoegingen voor potentiële toekomstige risico s voor de Rabobank (op basis van een betrouwbaarheidsniveau van 97,5%), die in 18 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

197 relatie tot derivaten slechts een fractie is van de nominale waarde (hoofdsom) is die wordt gebruikt om de omvang van uitstaande transacties aan te geven. Dit kredietrisico wordt beheerst als onderdeel van de algehele leninglimieten ten aanzien van cliënten. Er worden in vergaande mate zekerheden of overige waarborgen verkregen voor kredietrisico s bij deze transacties voor de Rabobank. Het kredietrisico vertegenwoordigt de actuele reële waarde van alle uitstaande afgeleide contracten met een winstpositie, rekening houdend met in rechte afdwingbare masternettingovereenkomsten Zekerheden en kredietbeheersingstechnieken De Rabobank beperkt haar blootstelling aan kredietverliezen verder door masternettingovereenkomsten aan te gaan met tegenpartijen, hetgeen zij doet voor een aanzienlijk volume aan transacties. Masternettingovereenkomsten resulteren over het algemeen niet in een saldering van op de balans opgenomen activa en verplichtingen aangezien transacties gewoonlijk op brutobasis worden afgewikkeld. Het kredietrisico uit hoofde van gunstige contracten wordt echter verminderd door een masternettingovereenkomst in zoverre dat indien een gebeurtenis of uitval plaatsvindt, alle bedragen met die tegenpartij worden beëindigd en op nettobasis worden afgewikkeld. Het totale kredietrisico voor de Rabobank op afgeleide financiële instrumenten waarop salderingsovereenkomsten van toepassing zijn kan aanzienlijk wijzigen door het aangaan van nieuwe transacties, vervallen van bestaande transacties en marktbewegingen ten aanzien van rentetarieven en wisselkoersen. Een additionele methode om het kredietrisico uit hoofde van afgeleide transacties en verkoop en terugkoopovereenkomsten te beheersen is het gebruik van zekerheidsstellingsregelingen. Het bedrag en de aard van de vereiste zekerheden hangt af van de beoordeling van het kredietrisico van de tegenpartij. De Rabobank hanteert richtlijnen ten aanzien van de acceptatie en waardering van de verschillende soorten zekerheden. De belangrijkste verkregen zekerheden zijn: - Hypothecaire zekerheid op woonhuizen voor voornamelijk de retailportefeuille; - Hypothecaire zekerheid op onroerend goed, voorraden en vorderingen voor voornamelijk zakelijke kredietverstrekkingen; - Geldmiddelen en waardepapieren voor voornamelijk security lending -activiteiten en kooptransacties met terugkoopverplichting. De bank gebruikt eveneens kredietderivaten om het kredietrisico te managen. Het management houdt de marktwaarde van de verkregen zekerheden in beeld en vraagt, indien nodig in overeenstemming met het onderliggende contract, aanvullende zekerheden op en bepaalt mede op basis hiervan de hoogte van de voorziening voor kredietverliezen Niet op de balans opgenomen financiële instrumenten Het voornaamste doel van deze instrumenten is het zekerstellen dat middelen voor cliënten beschikbaar zijn zoals benodigd. Garanties en standby letters of credit, die onherroepelijke verplichtingen vertegenwoordigen dat de Rabobank betalingen zal doen indien een cliënt niet aan zijn verplichtingen ten aanzien van derden kan voldoen, zijn aan hetzelfde kredietrisico onderhevig als leningen. Documentaire en commerciële kredietbrieven en schriftelijke toezeggingen door de Rabobank namens een cliënt die een derde autoriseren om wissels te trekken op de Rabobank tot een vastgesteld bedrag in het kader van specifieke voorwaarden, worden gezekerd door de onderliggende leveringen van goederen waarop zij betrekking hebben en zijn derhalve aan minder risico onderhevig dan een directe lening. Verplichtingen om leningen tegen een specifiek rentetarief uit te geven gedurende een vaststaande periode worden opgenomen als derivaten en als zodanig verantwoord tenzij deze verplichtingen niet voortduren na de periode die naar verwachting nodig is om geëigende acceptatieprocedures uit te voeren, in welk geval zij als transacties volgens standaardmarktconventies worden behandeld. Toezeggingen om krediet te verlenen vertegenwoordigen niet-gebruikte deelautorisaties om krediet te verlenen in de vorm van leningen, garanties of letters of credit. Met betrekking tot kredietrisico op toezeggingen om krediet te verlenen, is de Rabobank potentieel blootgesteld aan verliezen tot een bedrag gelijk aan niet-gebruikte toezeggingen. Het waarschijnlijke bedrag van deze verliezen is echter minder dan het totaal van de niet-gebruikte toezeggingen aangezien de meeste toezeggingen om krediet te verlenen worden gedaan op voorwaarde dat cliënten voldoen aan bepaalde eisen voor kredieten. De Rabobank bewaakt de resterende looptijd van krediettoezeggingen aangezien langetermijntoezeggingen over het algemeen met een groter risico gepaard gaan dan kortetermijntoezeggingen. 19 Toelichting op de jaarrekening Rabobank Nederland

198 Op basis van haar rol als relatiebankier, zal de Rabobank door adequaat kredietbeheer, periodiek overleg met haar klanten en het tijdig nemen van maatregelen, mogelijke wanbetaling door de cliënt trachten te voorkomen. Indien ondanks die inspanningen een klant toch in default raakt, probeert de Rabobank, zolang zij continuïteitsperspectieven ziet, de lening te herstructureren in plaats van het onderpand uit te winnen. Dit kan ertoe leiden dat de betalingsafspraken worden verlengd, nieuwe voorwaarden voor de lening worden afgesproken of aanvullende dekking wordt verkregen. Zodra het continuïteitsperspectief is hersteld, wordt de lening niet langer als impaired (onvolwaardig) beschouwd. Het management beoordeelt continu de heronderhandelde leningen om er zeker van te zijn dat aan alle criteria is voldaan en dat de toekomstige kasstromen naar verwachting gaan plaatsvinden. 3.5 Valutarisico De Rabobank is blootgesteld aan het effect van fluctuaties in de valutakoersen op haar financiële positie en kasstromen. In de handelsboeken wordt het valutarisico, net als andere marktrisico s beheerst op basis van, door de raad van bestuur vastgestelde, value at risk limieten en wordt dit risico dagelijks bewaakt. Het beleid is er op gericht om open posities zoveel mogelijk te voorkomen. In de niethandelsboeken is alleen sprake van translatierisico op in buitenlandse activiteiten geïnvesteerd kapitaal en op de niet in euro s genoteerde uitgiftes van Trust Preferred Securities. Ten aanzien van het bewaken en beheersen van het translatierisico hanteert de Rabobank een beleid dat erop gericht is de vermogenspositie van de bank te beschermen tegen valutakoersschommelingen. 3.6 Liquiditeitsrisico De Rabobank is blootgesteld aan liquiditeitsrisico, dat wil zeggen het risico dat de bank niet tijdig aan alle (terug)betalingsverplichtingen kan voldoen, maar ook het risico dat de bank groei van de activa op enig moment niet, of niet tegen een redelijke prijs, kan financieren. Dit kan bijvoorbeeld als klanten of professionele tegenpartijen plotseling meer geld opvragen dan verwacht, terwijl de bank niet genoeg geld in kas heeft en ook het verkopen of belenen van activa of het lenen van geld bij derden geen uitkomst biedt. Binnen de Rabobank is liquiditeitsrisico reeds lang onderkend als een belangrijk risicotype. Het beleid binnen de Rabobank is dan ook dat de looptijd van de funding is afgestemd op de looptijd van de verstrekkingen. Langlopende kredietverlening dient te worden gefinancierd met stabiele retailfunding, toevertrouwde middelen van klanten, of langetermijnfunding van de professionele markten. De drie pijlers die de Rabobank Groep hanteert voor het beheersen van dit risico hebben in 2008 haar nut bewezen. De eerste pijler stelt strikte limieten aan de maximale uitgaande kasstromen binnen het wholesalebankbedrijf. Hierdoor wordt een te grote afhankelijkheid van de professionele markt voorkomen. Onder meer wordt er dagelijks gemeten en gerapporteerd welke inkomende en uitgaande kasstromen de eerste dertig dagen te verwachten zijn. Voor deze uitgaande kasstromen zijn ook, per valuta en per locatie, limieten bepaald. Om voorbereid te zijn op mogelijke crisissituaties zijn er gedetailleerde noodplannen opgesteld. Via de tweede pijler wordt een omvangrijke buffer van liquide activa aangehouden. Als het nodig is, kunnen deze activa worden aangewend om te belenen bij centrale banken, om te gebruiken in repotransacties of om direct te verkopen in de markt, om op deze wijze onmiddellijk liquiditeiten te genereren. In 2008 hebben verschillende centrale banken de criteria verruimd van het door hen geaccepteerde onderpand. De afgelopen jaren heeft de Rabobank Groep een gedeelte van de leningenportefeuille (intern) gesecuritiseerd, waardoor deze beleenbaar is bij de centrale bank en daarmee functioneert als extra liquiditeitsbuffer. Omdat dit interne securitisaties betreft, alleen voor liquiditeitsdoeleinden, zijn deze niet zichtbaar op de bedrijfseconomische balans maar tellen deze wel mee in de aanwezige liquiditeitsbuffer. Als derde pijler wordt het liquiditeitsrisico beperkt door het prudente fundingbeleid, dat erop gericht is om tegen aanvaardbare kosten te voorzien in de financieringsbehoefte van de groepsonderdelen. Hierbij spelen de diversificatie van financieringsbronnen en valuta s, de flexibiliteit van de gebruikte fundinginstrumenten en een actieve investor-relationsfunctie een belangrijke rol. Hierdoor wordt voorkomen dat de Rabobank Groep te veel afhankelijk is van één bepaalde financieringsbron. Mede door deze drie pijlers heeft de turbulentie op de financiële markten op geen enkel moment tot problemen voor de Rabobank Groep geleid. Daarnaast worden maandelijks, door middel van scenarioanalyse, de mogelijke gevolgen van een breed scala aan stress-scenarios gesimuleerd. Hierbij worden niet alleen marktspecifieke scenario s geanalyseerd, maar ook Rabobankspecifieke. Ook wordt er maandelijks gerapporteerd aan De Nederlandsche Bank over de groepsbrede liquiditeitspositie, op basis van de door de toezichthouder opgestelde richtlijnen. 20 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

199 3.7 Marktrisico De Rabobank staat bloot aan marktrisico s. Marktrisico ontstaat uit hoofde van open posities ten aanzien van rentetarieven, valuta credit spreads en aandelenproducten, die allen blootstaan aan algemene en specifieke marktwijzigingen. Rabobank past een value at risk ofwel VAR-methode toe voor de schatting van het marktrisico van aangehouden posities en de maximaal verwachte verliezen, op basis van een aantal aannames voor verschillende wijzigingen in de marktomstandigheden. Om ook het risico onder niet-normale marktomstandigheden te kunnen inschatten, wordt daarnaast ook het effect berekend van bepaalde extreme gebeurtenissen ( event risk ) op de waardeontwikkeling van de portefeuilles. De raad van bestuur stelt jaarlijks de risicobereidheid en de daarbij behorende VAR-limieten en eventrisklimieten vast. Deze limieten zijn doorvertaald naar limieten op boekniveau, en worden dagelijks bewaakt door de afdeling marktrisicomanagement. De risicopositie wordt dagelijks gerapporteerd aan het senior management, en maandelijks in de diverse risicomanagementcommissies besproken. Naast de VAR limieten geldt een zeer uitgebreid stelsel van trading controls per boek, zoals bijvoorbeeld rotatierisico, deltaprofiellimieten per bucket, nominale limieten, maximum aantal contracten. Op deze wijze wordt voorkomen dat risico s over het hoofd worden gezien die in de VAR systematiek elkaar compenseren. Het interne VAR-model is een integraal onderdeel van Rabobanks risicomanagementraamwerk. Dit interne model is ook goedgekeurd door De Nederlandsche Bank en wordt tevens gebruikt voor het bepalen van de solvabiliteitseis voor marktrisico. De Rabobank heeft gekozen voor het hanteren van een VAR op basis van historische simulatie waarbij één jaar historische data wordt gebruikt. De VAR wordt berekend over een tijdshorizon van zowel 1 dag als van 10 dagen. Voor het interne risicomanagement heeft de Rabobank gekozen voor het hanteren van een betrouwbaarheidsniveau van 97,5%. Daarnaast wordt ook de VAR met een betrouwbaarheid van 99% dagelijks berekend. Het grote voordeel van een VAR-model op basis van historische simulatie is dat er geen veronderstellingen hoeven te worden gedaan met betrekking tot verdelingen van mogelijke waardemutaties van de diverse financiële instrumenten. Een nadeel is dat een keuze gemaakt moet worden met betrekking tot de periode van historische marktbewegingen die van invloed kan zijn op de hoogte van de berekende VAR. Op basis van de eisen van de toezichthouder en na eigen onderzoek is gekozen voor het gebruik van een historische periode van 1 jaar. Door middel van backtesting worden de daadwerkelijke uitkomsten regelmatig getoetst om de validiteit van de bij de VAR-berekening gehanteerde aannames en parameters/factoren vast te stellen. Naast het VAR-model is er ook een stresstestingprogramma opgesteld. Hierbij wordt het effect berekend van extreme, doch plausibele gebeurtenissen, die niet in het normale VAR-model zitten. Naast hypothetische scenario s worden ook historische scenario s doorgerekend, zoals de aandelencrash van 1987 en de credit market turbulance van Door het complementeren van het VAR-model met de stresstestresultaten wordt een completer beeld van de risicoposities verkregen. Alle uitkomsten bleven binnen de daarvoor geldende limieten. 3.8 Operationeel risico Operationeel risico is een risicocategorie die in elke organisatie een rol speelt. De afgelopen jaren is meer en meer duidelijk geworden dat operationele risico s tot grote schades kunnen leiden, zoals de Société Génerale-case en de Madoff-case in 2008 hebben laten zien. De Rabobank Groep heeft ervoor gekozen om operationeel risicomanagement groepsbreed aan te sturen vanuit Group Risk Management. Dit onderdeel bepaalt het beleid en de kaders voor alle entiteiten binnen de groep. De verantwoordelijkheid voor het managen van de specifieke operationele risico s is belegd bij het senior management van de afzonderlijke groepsonderdelen, aangezien de risico s sterk verschillen per onderdeel en de beheersing van risico s zo dicht mogelijk bij de bron dient plaats te vinden. Group Risk Management ziet er vervolgens op toe dat de kaders worden gevolgd en dat de risico s en de wijze van beheersing groepsbreed inzichtelijk zijn. Ten aanzien van het solvabiliteitsbeslag voor operationele risico s maakt de Rabobank gebruik van een model dat voldoet aan de eisen van de Advanced Measurement Approach en dat is goedgekeurd door De Nederlandsche Bank. In dit model wordt rekening gehouden met gerealiseerde verliezen en met de mogelijke gevolgen van bepaalde scenario s. De Rabobank Groep hanteert hierbij een conservatieve benadering. Verder wordt in de berekening van het solvabiliteitsbeslag rekening gehouden met de kwaliteit van risicobeheersing. 21 Toelichting op de jaarrekening Rabobank Nederland

200 Toelichting balans Rabobank Nederland Alle bedragen luiden in miljoenen euro s, tenzij anders is vermeld. 1 Kasmiddelen Hieronder zijn opgenomen wettige betaalmiddelen, onmiddellijk opeisbare tegoeden bij buitenlandse centrale banken van landen waar de Rabobank is gevestigd, alsmede een vordering op De Nederlandsche Bank inzake de minimumreserveregeling. 2 Kortlopend overheidspapier Dit betreft schatkistpapier, discontabel dan wel beleenbaar bij de centrale bank van het land van uitgifte, waarvan de oorspronkelijke looptijd niet langer is dan twee jaar. De verkrijgingsprijs en de marktwaarde van het kortlopend overheidspapier is nagenoeg gelijk Opgenomen in de handelsportefeuille Opgenomen in de beleggingsportefeuille Totaal kortlopend overheidspapier Bankiers Hieronder zijn opgenomen vorderingen op bankiers voorzover niet belichaamd in rentedragende waardepapieren. In 2008 is vanuit de handels- en beleggingsportefeuille 2,6 miljard activa gereclassificeerd naar bankiers Onder het totaal is begrepen: - Vorderingen op groepsmaatschappijen Waarvan achtergesteld Verpande activa Geaccepteerd onderpand waarbij Rabobank vrij is dit te verkopen of te verpanden De looptijden van de vorderingen op bankiers niet zijnde groepsmaatschappijen zijn als volgt: Direct c.q. onbepaald maanden > 3 maanden 1 jaar > 1 jaar 5 jaar > 5 jaar Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

201 4 Kredieten Hieronder zijn opgenomen de met de bedrijfsuitoefening samenhangende vorderingen voorzover het niet betreft vorderingen op kredietinstellingen en voorzover niet belichaamd in rentedragende waardepapieren. In 2008 is vanuit de handels- en beleggingsportefeuille 5,5 miljard activa gereclassificeerd naar kredieten De vorderingen bestaan uit: - Kredieten aan de overheid Kredieten aan de private sector Professionele effectentransacties Totaal kredieten Onder het totaal is begrepen: - Achtergestelde vorderingen op overige deelnemingen Geaccepteerd onderpand in de vorm van schuldbewijzen Overige hypotheken Het totaal van de woninghypotheken beloopt 6 10 Totaal kredieten Waarvan aan groepsmaatschappijen Waarvan opgenomen in de handelsportefeuille Waarvan opgenomen in de beleggingsportefeuille De looptijden van de kredieten niet zijnde aan groepsmaatschappijen zijn als volgt: Direct c.q. onbepaald maanden > 3 maanden 1 jaar > 1 jaar 5 jaar > 5 jaar De kredieten (exclusief die aan de overheid) kunnen als volgt worden gespecificeerd naar concentratie van bedrijfstak: - Agrarische sector 31% 33% - Handel, industrie en dienstverlening 69% 66% - Particulieren 0% 1% Amendementen bij IAS 39 en IFRS 7, Reclassificatie van financiële activa Op basis van de amendementen bij IAS 39 en IFRS 7, Reclassificatie van financiële activa, heeft de Rabobank een aantal voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en voor verkoop beschikbare financiële activa gereclassificeerd naar kredieten aan cliënten en vordering op banken. De Rabobank heeft activa geïdentificeerd die in aanmerking komen onder dit amendement waarbij er een duidelijke verandering in de intentie is om stukken aan te houden voor de nabije toekomst in plaats van op korte termijn te verkopen of te verhandelen. De reclassificaties zijn gemaakt vanaf 1 juli 2008 tegen de reële waarde op dat moment. Onderstaande toelichting geeft de details weer van de impact van de reclassificaties bij de Rabobank. Het effect van reclassificatie op de winst-en-verliesrekening is tegengesteld voor financiële activa aangehouden voor verkoop en activa aangehouden voor handelsdoeleinden. Het effect van reclassificatie op de nettowinst voor de activa aangehouden voor handelsdoeleinden was positief, omdat ongerealiseerde reële waarde verliezen van 393 niet zijn opgenomen. Bij de activa aangehouden voor verkoop leidde reclassificatie daarentegen tot een additionele bijzondere waardevermindering van 203. De eigenvermogenspositie zou in lager zijn uitgekomen als de reclassificatie niet zou zijn gedaan. Na reclassificatie, hebben de gereclassificeerde financiële activa -116 bijgedragen aan opbrengsten voor belasting in Toelichting balans Rabobank Nederland

202 In het eerste halfjaar 2008 is 201 aan ongerealiseerde reële waarde verliezen van de gereclassificeerde financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en 326 aan bijzondere waardevermindering op de gereclassificeerde financiële activa voor verkoop beschikbaar opgenomen in de winst-enverliesrekening. Tevens zijn ongerealiseerde reële waarde verliezen van 349 op gereclassificeerde financiele activa voor verkoop beschikbaar opgenomen in het vermogen. Per 30 juni 2008 is een bedrag van 1,9 miljard aan ongerealiseerde reële waarde verliezen van financiële activa voor verkoop beschikbaar opgenomen in het vermogen. Dit bedrag zal vrijvallen uit het vermogen en worden toegevoegd aan de boekwaarde van de gereclassificeerde financiële activa voor verkoop beschikbaar op basis van de effectieve rentemethode. 5 Rentedragende waardepapieren Dit betreft rentedragende verhandelbare obligaties en andere rentedragende waardepapieren, niet zijnde kortlopend overheidspapier Rentedragende waardepapieren van: - Publiekrechtelijke emittenten Andere emittenten Totaal rentedragende waardepapieren Waarvan aangemerkt als: - Beleggingsportefeuille Beleggingsportefeuille met waardeveranderingen door winst-en-verliesrekening Handelsportefeuille Vertitelde vorderingen De portefeuille omvat mede: - Waardepapieren uitgegeven door groepsmaatschappijen Van de portefeuille is ter beurze genoteerd Niet ter beurze genoteerd/groepsmaatschappijen Aandelen Hieronder zijn begrepen aandelen en andere niet-rentedragende waardepapieren, alsmede participaties Hiervan is aangemerkt als: - Beleggingsportefeuille Beleggingsportefeuille met waardeveranderingen door winst-en-verliesrekening Handelsportefeuille Van de portefeuille is ter beurze genoteerd Niet ter beurze genoteerd Onder het totaal is begrepen aan participaties Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

203 7 Deelnemingen in groepsmaatschappijen Hieronder zijn begrepen de directe aandelenbelangen in groepsmaatschappijen Aandelenbelangen in: - Kredietinstellingen Overige Totaal deelnemingen in groepsmaatschappijen Mutatieoverzicht: Boekwaarde 1 januari Aankopen/kapitaalstortingen in het boekjaar Verkopen in het boekjaar (voornamelijk mutaties binnen de Groep) Resultaat Herwaardering en overige mutaties Boekwaarde 31 december Overige deelnemingen Hieronder zijn begrepen de aandelenbelangen in overige deelnemingen Aandelenbelangen in: - Kredietinstellingen Overige Totaal overige deelnemingen Waarvan ter beurze genoteerd - - Mutatieoverzicht: Boekwaarde 1 januari Aankopen in het boekjaar In consolidatie begrepen Resultaat Herwaardering, ontvangen dividend en overige mutaties Boekwaarde 31 december Materiële vaste activa Hieronder zijn opgenomen bedrijfsgebouwen en -terreinen, machines, installaties en andere vaste bedrijfsmiddelen, alsmede niet aan het productieproces dienstbare materiële vaste activa, zoals ingekochte onderpanden Terreinen en gebouwen in eigen gebruik Terreinen en gebouwen niet in eigen gebruik - 13 Bedrijfsmiddelen Totaal materiële vaste activa Toelichting balans Rabobank Nederland

204 Mutatieoverzicht Terreinen en gebouwen in eigen gebruik Terreinen en gebouwen niet in eigen gebruik Bedrijfsmiddelen Totaal Boekwaarde 1 januari Aankopen in het boekjaar Verkopen in het boekjaar Afschrijving en waardevermindering Koersverschillen en overige Boekwaarde 31 december Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen Immateriële activa Goodwill 7 4 Software Overige immateriële activa Totaal immateriële activa Mutatieoverzicht Goodwill Software Overige Totaal Boekwaarde 1 januari Aankopen in het boekjaar Verkopen in het boekjaar (aan groepsmaatschappijen) Afschrijving en waardevermindering Koersverschillen en overige Boekwaarde 31 december Overige activa Dit betreft edelmetalen, certificaten die edelmetalen vertegenwoordigen, uit edelmetalen vervaardigde munten en penningen (voorzover geen wettig betaalmiddel), goederen en celen, alsmede niet elders te rubriceren activa Hieronder zijn begrepen: Acute belastingvorderingen Latente belastingvorderingen Rabobank Nederland vormt samen met enkele dochterondernemingen en de daarbij aangesloten banken een fiscale eenheid. Uit hoofde hiervan is iedere tot de fiscale eenheid behorende rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de rechtspersonen die deel uitmaken van de fiscale eenheid. 26 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

205 12 Derivaten Hieronder zijn begrepen: Derivaten derden Derivaten met groepsmaatschappijen Totaal derivaten Samenstelling handelsportefeuille en beleggingsportefeuille Handelsportefeuille inclusief groepsmaatschappijen Kortlopend overheidspapier Kredieten Rentedragende waardepapieren Vertitelde vorderingen Aandelen In 2008 is 3,5 miljard activa vanuit de handelsportefeuille gereclassificeerd naar bankiers en kredieten. Beleggingsportefeuille Kortlopend overheidspapier Kredieten - 36 Rentedragende waardepapieren Aandelen In de beleggingsportefeuille opgenomen van groepsmaatschappijen Mutatieoverzicht beleggingsportefeuille Stand per 1 januari Aankopen in het boekjaar Verkopen in het boekjaar Waardevermindering en terugneming daarvan Gereclassificeerde activa Stand per 31 december Beleggingsportefeuille met waardeveranderingen door winst-en-verliesrekening inclusief groepsmaatschappijen Rentedragende waardepapieren Aandelen Overlopende activa Hieronder is voornamelijk de opgelopen rente opgenomen. 27 Toelichting balans Rabobank Nederland

206 14 Bankiers Hieronder zijn opgenomen schulden aan kredietinstellingen voorzover niet belichaamd in een schuldbewijs of een achtergestelde schuld, waarvan: Groepsmaatschappijen Overige deelnemingen De looptijden van de bankiers niet zijnde groepsmaatschappijen zijn als volgt: Direct c.q. onbepaald maanden > 3 maanden 1 jaar > 1 jaar 5 jaar > 5 jaar Toevertrouwde middelen Hieronder zijn opgenomen de toevertrouwde middelen van cliënten voorzover niet belichaamd in een schuldbewijs. Onder toevertrouwde middelen zijn ook beleggingen van centrale banken voor een bedrag van 23 (2007: 27) miljard begrepen Groepsmaatschappijen Overige deelnemingen Als spaargelden worden beschouwd alle deposito s en spaarrekeningen van natuurlijke personen, verenigingen en stichtingen zonder zakelijk doel, alsmede niet-overdraagbare spaarbrieven. De looptijden van de toevertrouwde middelen niet zijnde van groepsmaatschapijen zijn als volgt: Direct c.q. onbepaald maanden > 3 maanden 1 jaar > 1 jaar 5 jaar > 5 jaar Schuldbewijzen Dit betreft obligaties en andere rentedragende waardepapieren, zoals depositocertificaten, voorzover niet achtergesteld, waarvan groepsmaatschappijen 252 (2007: 311). 28 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

207 17 Overige schulden Hieronder zijn opgenomen passiva die niet onder de overige posten kunnen worden gerubriceerd, zoals baisseposities van waardepapieren, alsmede schulden uit hoofde van gesecuritiseerde vorderingen. Onder overige zijn ook schulden ter zake van personeelslasten, belastingen en premies van sociale verzekering opgenomen. Eind 2008 is voor ruim aan hypothecaire leningen van lokale Rabobanken gesecuritiseerd Hieronder zijn begrepen: Schulden uit hoofde van gesecuritiseerde vorderingen Acute belastingverplichtingen - 28 Overige schulden Totaal overige schulden Derivaten Hieronder zijn begrepen: Derivaten met derden Derivaten met groepsmaatschappijen Totaal derivaten Voorzieningen Voorziening voor pensioenen en overige tegemoetkomingen na uitdiensttreding Voorziening voor latente belastingverplichtingen Overige voorzieningen Totaal voorzieningen Voorziening voor pensioenen De voorziening voor pensioenen en overige tegemoetkomingen na uitdiensttreding bestaat uit voorziening voor pensioenen -196 (2007: 309) en overige personeelsbeloningen 160 (2007: 151). Voor de Rabobank Groep bedraagt de voorziening voor pensioenen -185 (2007: 341). De in de geconsolideerde balans en toelichting op de balans van de Rabobank Groep over het boekjaar opgenomen gegevens met betrekking tot deze voorziening zijn als volgt: Pensioenregelingen De Rabobank heeft een aantal pensioenregelingen ingesteld, die een aanzienlijk percentage van haar medewerkers bestrijkt. In de meeste gevallen gaat het om al dan niet in een fonds ondergebrachte toegezegdpensioenregelingen op basis van middelloon. De activa van de in een fonds ondergebrachte regelingen worden onafhankelijk van de Rabobankactiva aangehouden in afzonderlijke, door trustees beheerde fondsen. Deze regelingen worden elk jaar op basis van de door IFRS voorgeschreven methode door onafhankelijke actuarissen gewaardeerd. De meest recente actuariële waarderingen zijn verricht ultimo De gewogen gemiddelden van de belangrijkste actuariële veronderstellingen ten behoeve van de waardering van de voorziening voor pensioenen (toegezegdpensioenregelingen) zijn per 31 december (in % per jaar): 29 Toelichting balans Rabobank Nederland

208 Disconteringsfactor 5,75 5,5 Verwachte salarisontwikkelingen 3 3 Consumentenprijsinflatie (indexatie) 2,25 2,25 Verwacht rendement beleggingen 6,25 6,0 Het verwachte langetermijnrendement van de portefeuille van het Rabobank Pensioenfonds wordt voor een belangrijk deel bepaald door de verdeling van de beleggingen over de verschillende categorieën: vastrentende waarden, aandelen, vastgoed en alternatieven, omdat voor iedere categorie specifieke rendementsverwachtingen worden gehanteerd. De Nederlandsche Bank, als toezichthouder voor de pensioensector, heeft maxima gesteld aan de rendementsverwachtingen die, in het kader van de continuïteitsanalyse, mogen worden gehanteerd voor de verschillende beleggingscategorieën. Op basis van de actuele verdeling van de portefeuille van het Rabobank Pensioenfonds over de verschillende beleggingscategorieën, en gebaseerd op de door De Nederlandsche Bank vastgestelde parameters, wordt het verwachte langetermijnrendement ingeschat op 6,25 procent Contante waarde van in een fonds ondergebrachte verplichtingen Reële waarde van planactiva Contante waarde van niet in een fonds ondergebrachte verplichtingen Niet-verantwoorde actuariële winsten (verliezen) Niet-verantwoorde backservicekosten Nettoverplichting Contante waarde van in een fonds ondergebrachte verplichtingen Contante waarde aanspraken 1 januari Overgenomen aanspraken Interest Toename aanspraken in het boekjaar Uitkeringen Waardeoverdracht Wijziging pensioenregeling 1 1 Overig Verwachte contante waarde aanspraken 31 december Actuarieel resultaat Contante waarde aanspraken 31 december Reële waarde van planactiva Reële waarde activa 1 januari Overgenomen planactiva Verwachte opbrengst beleggingen Premiebijdrage werkgever Premiebijdrage werknemer Uitkeringen Waardeoverdrachten en kosten 3 6 Overig Verwachte reële waarde activa 31 december Actuarieel resultaat Reële waarde activa 31 december De verwachte premiebijdrage aan de regeling voor 2009 zal naar schatting 610 bedragen. 30 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

209 De fondsbeleggingen zijn als volgt belegd: Aandelen en alternatives 51,6% 47,2% Vastrentende waarden 38,1% 43,0% Vastgoed 6,9% 7,3% Liquiditeiten 3,4% 2,5% Totaal 100% 100% Minder dan 5% van de fondsbeleggingen worden aangehouden in eigen middelen van de Rabobank. Dit betreffen voornamelijk liquiditeiten aangehouden bij de Rabobank Werkelijke opbrengst beleggingen Verwachte opbrengst beleggingen Actuarieel resultaat Werkelijke opbrengst beleggingen De in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening over het boekjaar verantwoorde bedragen zijn als volgt: Kosten op basis van diensttijd gedurende het jaar Rente over verplichting Verwacht rendement op planactiva Kosten verstreken diensttijd 1 1 Amortisatie van actuariële (winsten)/verliezen Verliezen/(winsten) op kortingen/(vereffeningen)/kosten 7 1 Totale kosten toegezegd-pensioenregelingen Overige voorzieningen De overige voorzieningen bestaan uit een herstructureringsvoorziening, voorziening voor aan leningen gerelateerde credit verplichtingen, voorzieningen voor overige risico s en verplichtingen en voorziening voor lopende juridische claims Mutatieoverzicht overige voorzieningen: Stand per 1 januari Toevoegingen ten laste van resultaat Onttrekkingen en vrijval Overige mutaties 29-3 Stand per 31 december Achtergestelde schulden Dit betreft de leningen samenhangend met de uitgifte van Rabobank Ledencertificaten en de uitgifte van Trust Preferred Securities Leningen samenhangend met de uitgifte van Rabobank Ledencertificaten Leningen samenhangend met de uitgifte van Trust Preferred Securities II Leningen samenhangend met de uitgifte van Trust Preferred Securities III, IV, V en VI Achtergestelde lening Rabobank Nederland heeft in 2005 een lening uitgegeven van met een vast rentepercentage van 4,74% vervallend in Op de achtergestelde lening heeft een aflossing plaatsgevonden. 31 Toelichting balans Rabobank Nederland

210 21 Eigen vermogen Hieronder zijn begrepen: Kapitaal Capital Securities Herwaarderingsreserve en omrekeningsverschillen Wettelijke reserve niet-uitgekeerde winsten Overige reserves Resultaat boekjaar Totaal eigen vermogen Kapitaal Onder dit hoofd is opgenomen het aandelenkapitaal dat geheel is geplaatst en volgestort. Alle aandelen zijn geplaatst bij lokale banken. Het aandelenkapitaal is in 2008 verhoogd tot Per 1 juli 2008 zijn de geplaatste aandelen met een nominale waarde van 455 euro komen te vervallen en gelijktijdig zijn aandelen uitgegeven met een nominale waarde van euro per aandeel Het verloop was als volgt: Stand per 1 januari Uitbreiding aandelen Stand per 31 december Capital Securities Het verloop was als volgt: Stand per 1 januari Uitgifte Capital Securities Stand per 31 december Rabobank Nederland heeft in 2008 voor USD 130 miljoen, GBP 250 miljoen, CHF 350 miljoen, ILS 323 miljoen en USD 225 miljoen aan Capital Securities uitgegeven. De Capital Securities zijn eeuwigdurend en hebben geen vervaldatum. De vergoeding op de Capital Securities is voor iedere uitgifte als volgt: Uitgifte USD 130 miljoen De vergoeding bedraagt 7% per jaar en wordt vanaf de uitgiftedatum (6 juni 2008) halfjaarlijks achteraf betaalbaar gesteld, voor het eerst op 6 december Uitgifte GBP 250 miljoen De vergoeding bedraagt 6,567% per jaar en wordt vanaf de uitgiftedatum (10 juni 2008) halfjaarlijks achteraf betaalbaar gesteld, voor het eerst op 10 december Vanaf 10 juni 2038 wordt de vergoeding halfjaarlijks betaalbaar gesteld op basis van de 6 maands GBP LIBOR plus een opslag van 2,825% per jaar. Uitgifte CHF 350 miljoen De vergoeding bedraagt 5,50% per jaar en wordt vanaf de uitgiftedatum (27 juni 2008) jaarlijks achteraf betaalbaar gesteld, voor het eerst op 27 juni Vanaf 27 juni 2018 wordt de vergoeding halfjaarlijks betaalbaar gesteld op 27 juni en 27 december van ieder jaar op basis van de 6 maands CHF LIBOR plus een opslag van 2,80% per jaar. Uitgifte ILS 323 miljoen De vergoeding bedraagt 4,15% per jaar en wordt vanaf de uitgiftedatum (14 juli 2008) jaarlijks achteraf betaalbaar gesteld, voor het eerst op 14 juli Vanaf 14 juli 2018 wordt de vergoeding jaarlijks betaalbaar gesteld op basis van een Index die gerelateerd is aan de rente op de Israelische staatsobligaties met een looptijd van tussen de vier en een half en vijf en een half jaar plus een opslag van 2,0% per jaar. 32 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

211 Uitgifte USD 225 miljoen De vergoeding bedraagt 7,375% per jaar en wordt vanaf de uitgiftedatum (24 september 2008) halfjaarlijks achteraf betaalbaar gesteld, voor het eerst op 24 maart De hoogte van de winst van de Rabobank Nederland kan van invloed zijn op de uitbetaling van de rente op de Capital Securities. De Capital Securities zijn ingeval van insolventie van Rabobank Nederland achtergesteld bij de rechten van alle andere (huidige en toekomstige) schuldeisers van Rabobank Nederland tenzij de inhoud van het recht van die andere schuldeisers anders bepaalt. Herwaarderingsreserve en omrekeningsverschillen Dit betreft verschillen tussen de verkrijgingsprijs en de waarde van activa die worden geherwaardeerd, verminderd met de daarmee samenhangende voorziening voor latente belastingverplichtingen De herwaarderingsreserve en omrekeningsverschillen kunnen als volgt worden gespecificeerd: - Kasstroomafdekkingen Rentedragende waardepapieren Deelnemingen Aandelen en niet-rentedragende waardepapieren Totaal herwaarderingsreserve Omrekeningsverschillen Totaal Het verloop was als volgt: Stand per 1 januari Valuta Herwaarderingen Overige Dotatie via winst-en-verliesrekening Stand per 31 december Wettelijke reserve niet-uitgekeerde winsten Het verloop was als volgt: Stand per 1 januari Naar respectievelijk van overige reserves Stand per 31 december Overige reserves Het verloop was als volgt: Stand per 1 januari Resultaat vorig boekjaar Vergoeding derden Van respectievelijk naar wettelijke reserve niet-uitgekeerde winsten Overige mutaties Stand per 31 december De reserves mogen niet onder de leden worden verdeeld. De geconsolideerde jaarrekening van de Rabobank omvat de financiële gegevens van Rabobank Nederland, alsmede de financiële gegevens van de Leden en de overige groepsmaatschappijen. Het eigen vermogen van de Rabobank Groep bedraagt en de nettowinst bedraagt Het eigen vermogen van Rabobank Nederland bedraagt en de nettowinst De verschillen ad en betreffen de eigen vermogens en resultaten van lokale banken en Rabohypotheekbank, die niet verwerkt zijn in de enkelvoudige jaarrekening en de belangen van derden die in de geconsolideerde jaarrekening gepresenteerd worden als onderdeel van het eigen vermogen. 33 Toelichting balans Rabobank Nederland

212 Beheer en bemiddeling De werkzaamheden op het terrein van beheer en bemiddeling voor derden zijn van belang voor het geheel van de werkzaamheden. Voorts beheert de bank, afgescheiden van de eigen activa, vermogens op eigen naam voor rekening van derden. 22 Voorwaardelijke schulden Dit betreft transacties waarbij Rabobank Nederland zich garant heeft gesteld voor verplichtingen van derden Dit betreft voorwaardelijke schulden uit hoofde van: - Garanties en dergelijke Letters of credit Overige voorwaardelijke schulden 4 4 Totaal voorwaardelijke schulden Waarvan: - Voorwaardelijke schulden groepsmaatschappijen Aansprakelijkstelling Rabobank Nederland heeft zich in het kader van artikel 2: 403 BW aansprakelijk gesteld voor de uit rechtshandelingen voortvloeiende schulden van de volgende groepsmaatschappijen: - B.V. Bewaarbedrijf Rabobank Nederland - International Rental Services B.V. - B.V. Bewaarbedrijf Schretlen & Co - Manu-Rent B.V. - Bodemgoed B.V. - Mercantile Company Ireland B.V. - Broekhuis Finance B.V. - Mercantile Company Marienhage B.V. - DAF Credit B.V. - N.V. Handelmaatschappij Het Zuiden - De Lage Landen America Holdings B.V. - N.V. Onroerend Goed Maatschappij Gebeka - De Lage Landen Corporate Finance B.V. - Rabo Capital B.V. - De Lage Landen Facilities B.V. - Rabo Financial Products B.V. - De Lage Landen Financial Services B.V. - Rabo Groen Bank B.V. - De Lage Landen Financiering B.V. - Rabo Investments B.V. - De Lage Landen Funding Services B.V. - Rabo Merchant Bank N.V. - De Lage Landen Incasso B.V. - Rabo Participaties B.V. - De Lage Landen International B.V. - Rabo International Holding B.V. - De Lage Landen Retail Finance B.V. - Rabobank Nederland Participatie Maatschappij B.V. - De Lage Landen Technology Finance B.V. - Rabobank Overname Financiering B.V. - De Lage Landen Trade Finance B.V. - Rem-Rent B.V. - De Lage Landen US Participations B.V. - RI Corporate Finance B.V. - De Lage Landen Vendorlease B.V. - Schretlen & Co N.V. - FGH Bank N.V. - Unisys Lease B.V. Interne aansprakelijkstelling (kruislingse garantieregeling) Er bestaat tussen een aantal rechtspersonen die behoren tot de Rabobank Groep een interne verhouding van aansprakelijkstelling als bedoeld in de Wet Financieel Toezicht (Wft). De regeling houdt in dat in geval van een tekort aan middelen van een deelnemende instelling om haar verplichtingen tegenover haar crediteuren na te komen, de overige deelnemers de middelen van die instelling moeten aanvullen om deze instelling in staat te stellen haar verplichtingen jegens haar crediteuren na te komen. 34 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

213 De deelnemers zijn: - De lokale Rabobanken, leden van de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. - Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. (Rabobank Nederland) te Amsterdam - Rabohypotheekbank N.V. te Amsterdam - Raiffeisenhypotheekbank N.V. te Amsterdam - Schretlen & Co N.V. te Amsterdam - De Lage Landen International B.V. te Eindhoven - De Lage Landen Financiering B.V. te Eindhoven - De Lage Landen Trade Finance B.V. te Eindhoven - De Lage Landen Financial Services B.V. te Eindhoven 23 Onherroepelijke faciliteiten Dit betreft alle onherroepelijke faciliteiten die tot kredietverlening kunnen leiden Niet-opgenomen kredietfaciliteiten Overige Totaal onherroepelijke faciliteiten Waarvan groepsmaatschappijen Derivaten Het in de toelichting op de geconsolideerde jaarrekening opgenomen derivatenoverzicht heeft vrijwel geheel betrekking op Rabobank Nederland. Werknemers Het gemiddelde aantal werknemers bedraagt (2007: ), waarvan in het buitenland (2007: 2.413).Het gemiddelde aantal werknemers omgerekend naar fulltime-equivalent bedraagt (2007: 9.856) Lonen en salarissen Sociale lasten Transacties tussen verbonden partijen In het kader van de normale bedrijfsuitoefening wordt met verbonden partijen een aantal banktransacties aangegaan. Deze omvatten mede leningen, deposito s en transacties in vreemde valuta. Deze transacties zijn op commerciële voorwaarden en tegen markttarieven gedaan. 35 Toelichting balans Rabobank Nederland

214 25 Belangrijkste dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen Naam Belang Stemrecht Dochterondernemingen Nederland De Lage Landen International B.V. 100% 100% Rabo Vastgoedgroep N.V. 100% 100% OWM Rabobanken B.A. 100% 100% Obvion N.V. 50% 70% Rabohypotheekbank N.V. 100% 100% Rabobank Ledencertificaten N.V. I tot en met III 100% 100% Rabo Merchant Bank N.V. 100% 100% Rabo Wielerploegen B.V. 100% 100% Raiffeisenhypotheekbank N.V. 100% 100% Robeco Groep N.V. 100% 100% Schretlen & Co N.V. 100% 100% Overige landen in de eurozone ACC Bank Plc 100% 100% Rest Europa Bank Sarasin & Cie S.A. 46% 69% B.G.Z. S.A. 59% 59% Noord-Amerika Rabobank Capital Funding LCC II tot en met VI 100% 100% Rabobank Capital Funding Trust II tot en met VI 100% 100% Utrecht America Holdings Inc. 100% 100% Australië (Nieuw-Zeeland) Rabobank Australia Limited 100% 100% Rabobank New Zealand Limited 100% 100% Geassocieerde deelnemingen Nederland Eureko B.V. 39% 39% Equens N.V. 17% 17% Gilde Venture Capital fondsen Divers Divers De Rabobank heeft minder dan 20% van de stemrechten in Equens, maar heeft een significante invloed in Equens. Zo nemen twee vertegenwoordigers van de Rabobank zitting in de raad van commissarissen en levert de Rabobank de voorzitter van het Audit & Compliance Committee. Vanwege de significante invloed van de Rabobank in Equens is dit belang aan te merken als een geassocieerde deelneming. 36 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

215 26 Beloning leden raad van bestuur en raad van commissarissen Rabobank Nederland In 2008 bedroeg de bezoldiging van de leden en oud-leden van de raad van bestuur 9,0 (2007: 10,8). Dit bedrag is begrepen onder het hoofd personeelskosten. Dit bedrag bestaat uit: Salarissen 6,7 7,1 Pensioenlasten 1,1 1,2 Prestatiegebonden uitkeringen 1,0 2,3 Overig 0,2 0,2 Totaal 9,0 10,8 De totale vergoeding voor leden en oud-leden van de raad van commissarissen heeft in totaal belopen 1,6 (2007: 1,4). Aan het eind van 2008 bedroegen de aan leden van de raad van commissarissen en de raad van bestuur verstrekte leningen en voorschotten 4,6 (2007: 4,9) respectievelijk 3,9 (2007: 4,0). 27 Kosten dienstverlening conform artikel 2:382a BW Jaarrekeningcontrole Andere controleopdrachten 2 1 Totaal Goedkeuring raad van commissarissen Deze jaarrekening is door de raad van bestuur en de raad van commissarissen voor publicatie goedgekeurd op 2 maart De Algemene Vergadering stelt deze jaarrekening vast in juni Namens de raad van bestuur; Drs. Bert Heemskerk (H.), voorzitter Prof. dr. ir. Bert Bruggink (A.) Dr. Piet Moerland (P.W.) Mr. Sipko Schat (S.N.) Ir. Piet van Schijndel (P.J.A.) Namens de raad van commissarissen; Prof. dr. Lense Koopmans (L.), voorzitter Ing. Antoon Vermeer (A.J.A.M.), plaatsvervangend voorzitter Prof. mr. Sjoerd Eisma (S.E.), secretaris Drs. Leo Berndsen (L.J.M.) Ir. Bernard Bijvoet (B.) Prof. dr. ir. Louise Fresco (L.O.) Marinus Minderhoud (M.) Mr. Paul Overmars (P.F.M.) Ir. Herman Scheffer (H.C.) Prof. dr. ir. Martin Tielen (M.J.M.) Dr. ir. Aad Veenman (A.W.) Prof. dr. Cees Veerman (C.P.) Prof. dr. Arnold Walravens (A.H.C.M.) 37 Toelichting balans Rabobank Nederland

216 Overige gegevens A. Statutaire regeling omtrent bijdrage in tekorten Indien bij gerechtelijke of buitengerechtelijke vereffening van Rabobank Nederland blijkt dat haar bezittingen ontoereikend zijn om aan haar verbintenissen te voldoen, zijn zij die bij de ontbinding leden waren en zij wier lidmaatschap in het daaraan voorafgaande jaar een einde heeft genomen, verplicht tot dekking van het tekort. Wanneer Rabobank Nederland wordt ontbonden door haar insolventie nadat zij in staat van faillissement is verklaard, delen in de aansprakelijkheid, behalve de leden, allen die in het jaar voorafgaande aan de faillietverklaring of daarna hebben opgehouden lid te zijn. Het bedrag dat ieder lid of oud-lid uit hoofde van zijn aansprakelijkheid moet voldoen, is gelijk aan het percentage van zijn verdeelsleutel vermenigvuldigd met het bedrag van het tekort, met dien verstande dat voor een oud-lid de ten tijde van zijn uittreden geldende verdeelsleutel bepalend is. Kan op één of meer van de aansprakelijke leden of oud-leden zijn of hun aandeel in het tekort niet worden verhaald, dan zijn voor het ontbrekende de overige aansprakelijke leden en oud-leden in dezelfde verhouding aansprakelijk. In geval van buitengerechtelijke vereffening, wordt het geval dat op een van de leden of oud-leden zijn aandeel in het tekort niet kan worden verhaald, ook geacht aanwezig te zijn wanneer de vereffenaars, met voorafgaande goedkeuring van de raad van commissarissen, besluiten tot het afzien van het uitoefenen van verhaalsrecht op grond dat door de uitoefening van dit recht een bate niet zou worden verkregen. In geen geval bedraagt de hiervoor bedoelde aansprakelijkheid meer dan 3% van het balanstotaal volgens de laatst vastgestelde balans van het aansprakelijk lid of oud-lid. Het aansprakelijke oud-lid dat een bedrag heeft betaald op grond van vermogenstekorten kan dit in mindering brengen op hetgeen bij vereffening te zijnen laste wordt gebracht. Deze statutaire bepaling laat onverlet dat de lokale banken, leden van de Coöperative Raiffeisen- Boerenleenbank B.A., met andere rechtspersonen binnen de Rabobank Groep zich hebben verplicht om, collectief via de kruislingse garantieregeling, zonder geldelijke limitering als beschreven in voorgaande alinea, ten bedrage van hun hele vermogen, over en weer elkaars tekorten aan te vullen in geval zij een tekort aan middelen zouden hebben om aan hun verplichtingen jegens crediteuren te voldoen. De kruislingse garantieregeling is nader toegelicht in de toelichting op de balans van Rabobank Nederland. 38 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

217 B. Statutaire bepalingen inzake winstbestemming en voorstel winstbestemming Coöperatieve Centrale Raiffeisen Boerenleenbank B.A. (Rabobank Nederland) Statutaire bepalingen inzake winstbestemming Uit de winst kan op de aandelen een dividend worden uitgekeerd waarvan de hoogte wordt vastgesteld door de algemene vergadering op voorstel van de raad van bestuur. Het overblijvende deel van de winst zal door de algemene vergadering op voorstel van de raad van bestuur worden aangewend tot versterking van de solvabiliteit van Rabobank Nederland. De reserves mogen gedurende het bestaan van Rabobank Nederland noch geheel noch gedeeltelijk tussen de leden worden verdeeld. Indien Rabobank Nederland te eniger tijd mocht besluiten zich te ontbinden teneinde haar zaken te doen voortzetten door een andere rechtspersoon of instelling, zullen deze reserves toekomen aan die andere rechtspersoon of instelling. Voorstel bestemming beschikbare winst Rabobank Nederland Voorgesteld wordt om een bedrag ad 342 uit te keren als dividend en het restant toe te voegen aan de overige reserves. Dit voorstel is nog niet in de jaarrekening verwerkt. 39 Overige gegevens

218 Accountantsverklaring Aan de raad van bestuur en de raad van commissarissen van Rabobank Nederland Verklaring betreffende de enkelvoudige jaarrekening Wij hebben de enkelvoudige jaarrekening 2008 die deel uitmaakt van de jaarrekening van Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. (Rabobank Nederland) te Amsterdam bestaande uit de balans per 31 december 2008 en de winst-en-verliesrekening over 2008 alsmede uit belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen gecontroleerd. Verantwoordelijkheid van de raad van bestuur De raad van bestuur van Rabobank Nederland is verantwoordelijk voor het opmaken van de enkelvoudige jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW. Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de enkelvoudige jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn. Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de enkelvoudige jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de enkelvoudige jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de enkelvoudige jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de enkelvoudige jaarrekening van vermogen en resultaat relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controle werkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de entiteit. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die de raad van bestuur van Rabobank Nederland heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de enkelvoudige jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. 40 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

219 Oordeel Naar ons oordeel geeft de enkelvoudige jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Rabobank Nederland per 31 december 2008 en van het resultaat over 2008 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW. Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder f BW melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de enkelvoudige jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW. Utrecht, 2 maart 2009 Ernst & Young Accountants LLP w.g. mr. drs. G.H.C. de Méris RA 41 Accountantsverklaring

220 Colofon Uitgave Rabobank Nederland, Directoraat Communicatie Materiaalgebruik Bij de vervaardiging van het drukwerk werd gebruik gemaakt van minder milieubelastende materialen. Publicatie Deze publicatie, de geconsolideerde jaarrekening en de afzonderlijke uitgave Rabobank Groep Jaarverslag 2008 vormen het jaarverslag, de jaarrekening en de overige gegevens van de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. Openbaarmaking De jaarrekening 2008, het jaarverslag en de overige gegevens worden na vaststelling gedeponeerd ten kantore van het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nummer Jaarberichtgeving De Rabobank Groep publiceert de volgende jaarverslagberichtgeving in het Nederlands en Engels: - Jaarbericht 2008 (maart 2009) - Jaarverslag 2008 (april 2009) - Geconsolideerde jaarrekening 2008 (april 2009) - Maatschappelijk jaarverslag 2008 (april 2009) - Jaarrekening Rabobank Nederland 2008 (april 2009) - Halfjaarverslag 2009 (augustus 2009) Alle jaarberichtgeving van de Rabobank Groep is online beschikbaar op: en Contact [email protected] Fotografie Op de omslagen van de jaarberichtgeving zijn bewerkte foto s afgebeeld. Het idee voor deze fotografie bestaat uit twee lagen: een laag met omgeving en een laag met mensen. De mensen staan op de voorgrond en overlappen links en rechts met de verschillende leef- en werkomgevingen. Het onderstreept de diversiteit aan mensen en werelden, maar ook de onderlinge samenhang ertussen. Binnen deze diversiteit en samenhang opereert de Rabobank: betrouwbaar voor mensen en betrokken bij de leefwereld van mensen. 42 Rabobank Nederland Jaarrekening 2008

Jaarverslag 2008. Rabobank Groep

Jaarverslag 2008. Rabobank Groep Jaarverslag 2008 Rabobank Groep Jaarverslag 2008 2 Kerngegevens 4 Rabobank Groep in het kort Rabobank Groep 6 Bericht van de voorzitter 9 Strategisch Kader 13 Directeuren en commissarissen 16 Profiel Over

Nadere informatie

Rabobank boekt 2,0 miljard euro nettowinst in 2013

Rabobank boekt 2,0 miljard euro nettowinst in 2013 Persbericht 27 februari 2014 Rabobank boekt 2,0 miljard euro nettowinst in 2013 De Rabobank Groep boekte in 2013 een nettowinst van 2.012 miljoen euro. Dit is 46 miljoen euro of 2% minder dan in 2012.

Nadere informatie

Rabobank Utrechtse Heuvelrug, de bank die ambities waarmaakt... Het is tijd voor de Rabobank.

Rabobank Utrechtse Heuvelrug, de bank die ambities waarmaakt... Het is tijd voor de Rabobank. Rabobank Utrechtse Heuvelrug, de bank die ambities waarmaakt... Het is tijd voor de Rabobank. Een dynamische bank in een dynamische regio De Rabobank is één van de grootste financiële dienstverleners van

Nadere informatie

Halfjaarverslag 2010 Rabobank Groep Augustus 2010 www.rabobank.com/jaarverslagen. Halfjaarverslag 2010. Rabobank Groep

Halfjaarverslag 2010 Rabobank Groep Augustus 2010 www.rabobank.com/jaarverslagen. Halfjaarverslag 2010. Rabobank Groep Augustus 2010 www.rabobank.com/jaarverslagen Halfjaarverslag 2010 Rabobank Groep Kerngegevens Kredietportefeuille in miljarden euro s Bedragen in miljoenen euro s 30-jun-10 31-dec-09 30-jun-09 31-dec-08

Nadere informatie

Jaarverslag 2007. Rabobank Groep

Jaarverslag 2007. Rabobank Groep Jaarverslag 2007 Rabobank Groep Kerngegevens 2007 2006 2005 2004 Omvang dienstverlening (bedragen in miljoenen euro s) Balanstotaal 570.503 556.455 506.573 483.574 Kredieten aan private cliënten 355.973

Nadere informatie

Financiering van innovaties

Financiering van innovaties Financiering van innovaties Volgorde en taak van financiers en de financiële opties Mark Poldner, directeur Commerciële Zaken Rabobank Noord-Holland Noord 1 Inhoud 2 I Introductie Rabobank Groep 3 Rabobank

Nadere informatie

Rabobank Groep Jaarverslag 2006

Rabobank Groep Jaarverslag 2006 Rabobank Groep Jaarverslag 2006 Kerngegevens 1 2006 2005 2004 2004 2003 2002 Omvang dienstverlening (bedragen in miljoenen euro s) Balanstotaal 556.455 506.573 483.574 475.089 403.305 374.720 Kredieten

Nadere informatie

Rabobank Groep Jaarverslag 2006

Rabobank Groep Jaarverslag 2006 Rabobank Groep Jaarverslag 2006 Kerngegevens 1 2006 2005 2004 2004 2003 2002 Omvang dienstverlening (bedragen in miljoenen euro s) Balanstotaal 556.455 506.573 483.574 475.089 403.305 374.720 Kredieten

Nadere informatie

Rabobank Groep Jaarbericht 2009 maart 2010 www.rabobank.com/jaarverslagen

Rabobank Groep Jaarbericht 2009 maart 2010 www.rabobank.com/jaarverslagen Jaarbericht 2009 maart 2010 www.rabobank.com/jaarverslagen Rabobank Groep Jaarbericht 2009 2 Kerngegevens 4 Rabobank Groep in het kort 6 Bericht van de voorzitter 9 Bankieren in een veranderende omgeving

Nadere informatie

Jaarverslag 2009. Rabobank Groep

Jaarverslag 2009. Rabobank Groep Jaarverslag 2009 Rabobank Groep Jaarverslag 2009 2 Kerngegevens 4 Rabobank Groep in het kort 6 Bericht van de voorzitter 9 Bankieren in een veranderende omgeving 11 Financiële ontwikkelingen 17 Binnenlands

Nadere informatie

Triodos Bank Private Banking

Triodos Bank Private Banking Triodos Bank Private Banking Triodos Bank Private Banking biedt een breed pakket van financiële en niet-financiële diensten aan voor vermogende particulieren, stichtingen, verenigingen en religieuze instellingen.

Nadere informatie

Halfjaarverslag 2012. Rabobank Groep

Halfjaarverslag 2012. Rabobank Groep Halfjaarverslag 2012 Rabobank Groep Kerngegevens Kredietportefeuille in miljarden euro s 500 400 300 200 100 0 Toevertrouwde middelen 400 300 200 100 0 Nettowinst in miljoenen euro s 2.000 1.600 1.200

Nadere informatie

Rabobank Dommel en Aa Een introductie. Rabobank. Een bank met ideeën.

Rabobank Dommel en Aa Een introductie. Rabobank. Een bank met ideeën. Rabobank Dommel en Aa Een introductie Rabobank. Een bank met ideeën. Rabobank Dommel en Aa Postadres Rabobank Dommel en Aa Postbus 210 5270 AE Sint-Michielsgestel Particulieren (0411) 660 660 [email protected]

Nadere informatie

Strategische review 2013-2017. 14 mei 2013

Strategische review 2013-2017. 14 mei 2013 Strategische review 2013-2017 14 mei 2013 Samenvatting Duidelijke keuze voor positionering als gespecialiseerde, onafhankelijke wealth manager Ons doel is behoud en opbouw van vermogen voor klanten Wij

Nadere informatie

SNS REAAL tekent overeenkomst voor overname Bouwfonds Property Finance

SNS REAAL tekent overeenkomst voor overname Bouwfonds Property Finance SNS REAAL tekent overeenkomst voor overname Bouwfonds Property Finance Utrecht, 10 oktober 2006. - SNS REAAL heeft vandaag bekendgemaakt de overeenkomst te hebben getekend tot verwerving van aandelen voor

Nadere informatie

Feiten & cijfers. Banking for Food. Februari 2015

Feiten & cijfers. Banking for Food. Februari 2015 Feiten & cijfers Banking for Food Februari 2015 Banking for Food: overzicht in feiten & cijfers De Rabobank wil nu en in de toekomst ondernemers in de landbouw en voedselketen ondersteunen en faciliteren

Nadere informatie

Halfjaarverslag 2013. Rabobank Groep

Halfjaarverslag 2013. Rabobank Groep Halfjaarverslag 2013 Rabobank Groep Halfjaarverslag 2013 Bericht van de voorzitter 2 Kerngegevens 4 Rabobank Groep in het kort 5 Financiële ontwikkelingen 8 Klantbelang Centraal 15 Coöperatie en duurzaamheid

Nadere informatie

Halfjaarcijfers 2004. Henk Bierstee, CEO Jan Slootweg, CFO. Agenda. 1 e halfjaar 2004. Ambitie. Financieel overzicht. -pag 2-

Halfjaarcijfers 2004. Henk Bierstee, CEO Jan Slootweg, CFO. Agenda. 1 e halfjaar 2004. Ambitie. Financieel overzicht. -pag 2- Halfjaarcijfers 2004 Henk Bierstee, CEO Jan Slootweg, CFO Agenda 1 e halfjaar 2004 Ambitie Financieel overzicht -pag 2- Samenstelling groep Nederland België / Luxemburg Athlon Car Lease Nederland Wagenplan

Nadere informatie

Rabobank Groep Jaarverslag 2005

Rabobank Groep Jaarverslag 2005 Rabobank Groep Jaarverslag 2005 2 Inhoudsopgave Kerngegevens 10 jaar 3 Profiel Rabobank Groep 6 Voorwoord 7 Bestuurders en toezichthouders Rabobank Nederland 10 Verslag raad van commissarissen Rabobank

Nadere informatie

Van Lanschot versterkt positie als onafhankelijke wealth manager door focus, vereenvoudiging en groei

Van Lanschot versterkt positie als onafhankelijke wealth manager door focus, vereenvoudiging en groei PERSBERICHT Van Lanschot versterkt positie als onafhankelijke wealth manager door focus, vereenvoudiging en groei Strategische keuze voor activiteiten gericht op behoud en opbouw van vermogen van klanten;

Nadere informatie

Visie op belonen. Rabobank Groep

Visie op belonen. Rabobank Groep Visie op belonen Rabobank Groep 2014 1 Contactgegevens: Human Resources Rabobank [email protected] 2 Visie op belonen Intentieverklaring De Rabobank Groep hanteert een zorgvuldig, beheerst

Nadere informatie

Via Rabobank Foundation ondersteunt Rabobank. Financieringen met positieve maatschappelijke impact 214,5mln. Enschede-Haaksbergen

Via Rabobank Foundation ondersteunt Rabobank. Financieringen met positieve maatschappelijke impact 214,5mln. Enschede-Haaksbergen Onze maatschappelijke impact Een aandeel in duurzame ontwikkeling 1 Bankieren voor Nederland stimuleren welvaart en welzijn in Nederland 2 Banking for Food stimuleren duurzame voedselvoorziening wereldwijd

Nadere informatie

Jaarbericht 2013. Rabobank Groep

Jaarbericht 2013. Rabobank Groep Jaarbericht 2013 Rabobank Groep Inhoudsopgave Bericht van de voorzitter 2 Kerngegevens 6 Rabobank Groep in het kort 8 Financiële ontwikkelingen 11 Strategie 22 Coöperatie en governance 26 Duurzaamheid

Nadere informatie

Jaarcijfers 2012. 6 maart 2013

Jaarcijfers 2012. 6 maart 2013 Jaarcijfers 2012 6 maart 2013 Overzicht Klantbelang gediend met stevig financieel fundament Resultaat 255 miljoen Dividendvoorstel 88 miljoen Solvabiliteit 293% Kosten verder verlaagd met 6% Eigen Vermogen

Nadere informatie

PERSBERICHT. Versterking kapitaalpositie ING met 10 miljard euro

PERSBERICHT. Versterking kapitaalpositie ING met 10 miljard euro PERSBERICHT Versterking kapitaalpositie ING met 10 miljard euro Op 19 oktober 2008 is bekend gemaakt dat ING haar kapitaal verder heeft versterkt met behulp van de Nederlandse overheid. De solvabiliteit,

Nadere informatie

PERSBERICHT. Propertize op koers met afbouw. Utrecht, 3 juli 2015

PERSBERICHT. Propertize op koers met afbouw. Utrecht, 3 juli 2015 PERSBERICHT Propertize op koers met afbouw Utrecht, 3 juli 2015 Propertize heeft op 3 juli 2015 zijn Jaarverslag 2014 gepubliceerd. Uit de cijfers blijkt dat de netto omvang van de portefeuille aan vastgoedfinancieringen

Nadere informatie

ICP Corporate Finance

ICP Corporate Finance ICP Corporate Finance Corporate Finance Adviseurs Bedrijfsprofiel Januari 2013 Profiel ICP Corporate Finance Corporate Finance Adviseur van management en aandeelhouders bij complexe Corporate Finance vraagstukken

Nadere informatie

Persbericht Aantal pagina s: 4

Persbericht Aantal pagina s: 4 Persbericht Aantal pagina s: 4 Brunel: sterke groei omzet en winst Kernpunten verslagjaar 2004 Omzet 313 miljoen; 27% groei EBIT 11,0 miljoen; toename van 8,1 miljoen Nettowinst 7,3 miljoen; toename van

Nadere informatie

Van belang. Het verhaal van de Nederlandse Vereniging van Banken

Van belang. Het verhaal van de Nederlandse Vereniging van Banken Van belang Het verhaal van de Nederlandse Vereniging van Banken De som der delen De uitdagingen van de sector Door de NVB Van belang De nieuwe realiteit In Nederland zijn ruim tachtig Nederlandse en buitenlandse

Nadere informatie

Algemene vergadering van Aandeelhouders. 15 mei 2014

Algemene vergadering van Aandeelhouders. 15 mei 2014 Algemene vergadering van Aandeelhouders 15 mei 2014 Agendapunt 2a Bericht van de Raad van Commissarissen Agendapunt 2b Jaarverslag van de Raad van Bestuur over 2013 2013 hoofdpunten Winstherstel in 2013

Nadere informatie

Hoe we samen met klanten duurzaam bankieren in Walcheren/Noord-Beveland. Financieringen met positieve maatschappelijke impact. 112 mln.

Hoe we samen met klanten duurzaam bankieren in Walcheren/Noord-Beveland. Financieringen met positieve maatschappelijke impact. 112 mln. Onze maatschappelijke impact Een aandeel in duurzame ontwikkeling 2015 1 Bankieren voor Nederland stimuleren welvaart en welzijn in Nederland 2 Banking for Food stimuleren duurzame voedselvoorziening wereldwijd

Nadere informatie

Rabobank Groep Jaarverslag 2004

Rabobank Groep Jaarverslag 2004 Rabobank Groep Jaarverslag 2004 2 Rabobank Groep jaarverslag 2004 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Kerngegevens 3 Profiel 6 Voorwoord 7 Bestuurders en toezichthouders Rabobank Nederland 9 Verslag raad van commissarissen

Nadere informatie

Samen met vertrouwen naar de toekomst

Samen met vertrouwen naar de toekomst Samen met vertrouwen naar de toekomst Als integraal dienstverlener op het gebied van comfort, veiligheid, gezondheid en duurzaamheid slaagde Unica er voor het tweede jaar op rij in om een forse groei te

Nadere informatie

Onze maatschappelijke impact Een aandeel in duurzame ontwikkeling

Onze maatschappelijke impact Een aandeel in duurzame ontwikkeling Onze maatschappelijke impact Een aandeel in duurzame ontwikkeling 1 Bankieren voor Nederland stimuleren welvaart en welzijn in Nederland Versterken lokale economie Verstrekte leningen en kredieten Rabobank

Nadere informatie

Halfjaarbericht eerste helft 1997 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 21 PROCENT

Halfjaarbericht eerste helft 1997 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 21 PROCENT Amsterdam, 11 juli 1997 Halfjaarbericht eerste helft 1997 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 21 PROCENT Totaal vermogen beheerd door ABN AMRO Asset Management wereldwijd in

Nadere informatie

Jaarverslag 2012. Rabobank Groep

Jaarverslag 2012. Rabobank Groep Jaarverslag 2012 Rabobank Groep Jaarverslag 2012 Bericht van de voorzitter 2 Kerngegevens 4 Financiële ontwikkelingen 6 Strategie 12 Coöperatie en duurzaamheid 15 Hoogwaardig duurzaamheidsbeleid 21 Milieu

Nadere informatie

Rabobank Groep Jaarverslag 2003

Rabobank Groep Jaarverslag 2003 Rabobank Groep Jaarverslag 2003 Profiel Rabobank Groep De Rabobank Groep is een brede financiële dienstverlener op coöperatieve grondslag. Ze bestaat uit 328 zelfstandige lokale coöperatieve Rabobanken

Nadere informatie

PERSBERICHT. Van Lanschot: solide resultaten eerste zes maanden 2014

PERSBERICHT. Van Lanschot: solide resultaten eerste zes maanden 2014 PERSBERICHT Van Lanschot: solide resultaten eerste zes maanden 2014 Uitvoering strategie ligt op koers, basis gelegd voor verdere ontwikkeling en groei Client assets gestegen naar 56,1 miljard (ultimo

Nadere informatie

Alternatieve financieringsvormen voor bankkrediet. Bart P.M. Joosen

Alternatieve financieringsvormen voor bankkrediet. Bart P.M. Joosen Alternatieve financieringsvormen voor bankkrediet Bart P.M. Joosen 30 januari 2014 Aanbodzijde van de financieringsmarkt 2 Aanbodzijde van de financieringsmarkt Banken Institutionele beleggers Beurs (public

Nadere informatie

Rabobank Rotterdam Verkort Jaarverslag 2008. Thuis in Rotterdam

Rabobank Rotterdam Verkort Jaarverslag 2008. Thuis in Rotterdam Rabobank Rotterdam Verkort Jaarverslag 2008 Thuis in Rotterdam Rabobank Rotterdam - Verkort Jaarverslag 2008 Inhoud 3 4 6-9 10-11 12 12 13 14 15 16-17 18 Kerncijfers Profiel Rabobank Rotterdam Voorwoord

Nadere informatie

SNS Securities Small & Midcap Seminar Amsterdam

SNS Securities Small & Midcap Seminar Amsterdam SNS Securities Small & Midcap Seminar Amsterdam 15 november 2012 Organisatieoverzicht Groene segment Industriële segment DEELNEMING Kamps de Wild Reesink Staal THR (36%) Reesink Technische Handel Nederlandse

Nadere informatie

Delta Lloyd Groep. Duurzaam ondernemen bij Delta Lloyd Groep. Nyenrode Business Universiteit, 28 mei 2010

Delta Lloyd Groep. Duurzaam ondernemen bij Delta Lloyd Groep. Nyenrode Business Universiteit, 28 mei 2010 Delta Lloyd Groep Duurzaam ondernemen bij Delta Lloyd Groep Nyenrode Business Universiteit, 28 mei 2010 Aanwezige leden van de Raad van Bestuur Niek Hoek CEO Emiel Roozen CFO Voorzitter van de Raad van

Nadere informatie

Kosten kredietverliezen (in basispunten) 24 60-60%

Kosten kredietverliezen (in basispunten) 24 60-60% Resultaatonwikkeling Rabobank Groep en segmenten Resultaatontwikkeling Rabobank Groep Resultaten in miljoenen euro's 2015 2014 Mutatie Rente 9.139 9.118 0% Provisies 1.892 1.879 1% Overige resultaten 1.983

Nadere informatie

Jaarbericht 1996 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 39 PROCENT

Jaarbericht 1996 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 39 PROCENT Amsterdam, 21 januari 1997 Jaarbericht 1996 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 39 PROCENT Totaal vermogen beheerd door ABN AMRO Asset Management wereldwijd in 1996 gegroeid

Nadere informatie

Belfius. Gisteren, vandaag, morgen. Jos Clijsters, Voorzitter Raad van Bestuur Belfius. 18 december 2014

Belfius. Gisteren, vandaag, morgen. Jos Clijsters, Voorzitter Raad van Bestuur Belfius. 18 december 2014 Belfius Gisteren, vandaag, morgen. Jos Clijsters, Voorzitter Raad van Bestuur Belfius 18 december 2014 Wat was. 2008-2011 2008 2011 20,8 A+ 11,9 2002 2008 BBB- 2008 2011 ICELAND 30 A 12 2002 2008 Vertrouwen

Nadere informatie

De Vries Robbé Groep NV: stijging bedrijfsopbrengsten in 2005 door acquisities

De Vries Robbé Groep NV: stijging bedrijfsopbrengsten in 2005 door acquisities PERSBERICHT PERSBERICHT PERSBERICHT PERSBERICHT PERSBERICHT Schiedam, 19 april 2006. De Vries Robbé Groep NV: stijging bedrijfsopbrengsten in 2005 door acquisities Highlights 2005 De bedrijfsopbrengsten

Nadere informatie

Financieren anno 2015 BDO M&A - Debt Advisory Strategisch financieringsadvies

Financieren anno 2015 BDO M&A - Debt Advisory Strategisch financieringsadvies Financieren anno 2015 BDO M&A - Debt Advisory Strategisch financieringsadvies drs. Roel van der Sar RC RV Manager Corporate Finance Debt Advisory Introductie drs. Roel van der Sar RC RV Senior Manager

Nadere informatie

Bankieren met de menselijke maat. Jaarverslag 2015

Bankieren met de menselijke maat. Jaarverslag 2015 Bankieren met de menselijke maat Jaarverslag 2015 42 SNS Bank N.V. Jaarverslag 2015 > Verslag van de Directie 4.3 IN GESPREK MET STAKEHOLDERS Ons succes valt of staat met de mate waarin we kunnen voldoen

Nadere informatie

Rabobank Breda Een aandeel in elkaar

Rabobank Breda Een aandeel in elkaar Feiten en cijfers 2015 Rabobank Breda Een aandeel in elkaar Online, telefonisch of fysiek op een van onze kantoren: onze adviseurs zijn altijd dichtbij. Eén Rabobank: sterker en dichtbij Al meer dan 115

Nadere informatie

Nettowinst gestegen met 53%, sterke prestaties in met name Duitsland en Nederland

Nettowinst gestegen met 53%, sterke prestaties in met name Duitsland en Nederland Nettowinst gestegen met 53%, sterke prestaties in met name Duitsland en Nederland Kernpunten tweede kwartaal 2005 Stijging met 52% van de verwaterde winst per gewoon aandeel (WPA) in Q2 tot 0,47 (Q2 2004:

Nadere informatie

Stern Groep N.V. Analistenbijeenkomst 19 augustus 2015

Stern Groep N.V. Analistenbijeenkomst 19 augustus 2015 Stern Groep N.V. Analistenbijeenkomst 19 augustus 2015 Agenda Belangrijke gebeurtenissen 2015 Samen Sterker! Resultaten H1-2015 Financiële positie 30 juni 2015 Prognose 2015 1 Belangrijke gebeurtenissen

Nadere informatie

Vastgoed en vastgoedfinancieringen

Vastgoed en vastgoedfinancieringen Vastgoed en vastgoedfinancieringen Dé strategisch vastgoedpartner voor pensioenfondsen Syntrus Achmea Real Estate & Finance is dé strategisch vastgoedpartner voor pensioenfondsen. Dankzij onze unieke

Nadere informatie

Vastgoed en vastgoedfinancieringen

Vastgoed en vastgoedfinancieringen Vastgoed en vastgoedfinancieringen Dé strategisch vastgoedpartner voor pensioenfondsen is dé strategisch vastgoedpartner voor pensioenfondsen. Dankzij onze unieke combinatie van pensioenexpertise en vastgoedexpertise

Nadere informatie

Score Ram Mobile Data BV

Score Ram Mobile Data BV Score Ram Mobile Data BV Visie Missie Strategie Doelen: financieel Doelen: organisatieontwikkeling Doelen: marktbenadering Doelen: producten en dienst-ontwikkeling Rendementsverbetering Versterken en uitbouwen

Nadere informatie

Lease. Service op maat

Lease. Service op maat Lease Service op maat Leasen via Santander Consumer Finance Het leasen van een auto is een uitstekende manier om werkkapitaal vrij te houden of vrij te maken. Maar bijvoorbeeld ook om de operationele zaken

Nadere informatie