informatie: schelpen - slakken

Vergelijkbare documenten
Kreeftachtigen hebben meestal kleine ogen, waar ze maar weinig mee zien. Ze kunnen wel bijzonder goed ruiken.

Bijlage VMBO-GL en TL

WIE EET WAT OP HET WAD

informatie: kustdieren

Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 40 tot en met 52. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken.

De Waddenzee - Informatie

Les met werkblad - biologie

LEERLINGENBLAD VAN:... NAAR DE HAAIEN! DOE-HET-ZELF LES BASISONDERWIJS GROEP 7 & 8 EEN WERELD VOL WATER

inh oud 1. Leven onder water 3 2. Dieren en planten 3. Vissen 4. Kwallen 5. Zoogdieren 6. Schaaldieren 7. Stekelhuidigen 8. Zeewier 9.

Eindexamen biologie pilot vwo I

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1. Bijlage met informatie.

Ecologie voedselweb van zoetwater

informatie: schelpen - tweekleppigen

inhoud 1. Slangen 2. Een reptiel 3. Maten 4. Waar? 5. Ruiken 6. Gif 7. Wurgen 8. Hap, slik! 9. Een nieuwe jas 10. Weetjes 11. Filmpje Pluskaarten

IJsbeer. Wetenschappelijke naam ursus maritimus

DE MELKSLANG. Na-aap slang

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 18 februari Beste natuurliefhebber/- ster,

ZEEHONDEN informatiepakket

Voedselweb van strand en zee

De Noordzee HET ONTSTAAN

3 Voedselweb van het wad

Wadden. Wat eet ik vanavond? Spelcircuit - quiz. VO onderbouw

Een vis met vleugels. Dit is een uitgave van: Strandweg 13 (boulevard) 2586 JK Den Haag

Werkstuk Biologie Vissen uit de Noordzee

... Hoe ziet een Rijke Noordzee eruit?

inhoud Zee, strand en duin 1. Zand 2. Zon en wind 3. Het duin 4. Dieren in het duin 5. Eb en vloed 6. De jutter 7. Schelpen 8.

Informatie: zoetwaterdiertjes

Bewoners. Noordzee. Introductie. Als de Noordzee een paspoort zou hebben dan zou het er zo uitzien:

Hoofdstuk 1: Veldkenmerken en voorkomen 3. Hoofdstuk 2: Voedsel en vijanden 4. Hoofdstuk 3: Voortplanting en verwanten 6

Land van wind en water

Sanitair Schelpdier Onderzoek 2015

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 4 juli Beste natuurliefhebber/-ster,

Werkstuk Biologie Zee-otter

Oosterschelde. Doeboekje

Informatie over de zee en de natuur

Leerlijn Waddenzeeschool Basisonderwijs. Algemene uitgangspunten waddenzeeschool

Zwarte weduwe. Inleiding. Woonplaats. Het vrouwtje; giftig gevaar!

Informatie over de versterking van de Noord-Hollandse kust Voor je spreekbeurt of werkstuk

inhoud Herfst 1. Het weer 2. Overal blad 3. Zaden 4. Paddenstoelen 5. De eekhoorn 6. De egel 7. Insecten 8. Vogels op reis 9. Filmpje Pluskaarten

Werkblad - Les 2 - Waterbouw en ecologie

Regenwormen Tijdstip: in september, oktober en november, na een regenbui.

Werkblad slootdiertjes


Schildpadden Alex. Schildpadden. Geschreven door : Alex Groep : 7 Datum : 9 november 2014

Vissoorten Aal Herkenning: Verspreiding: Voedsel: Lengte afgebeelde vis: Lengte tot circa: Snoek Herkenning: Verspreiding: Voedsel:


DE GEWONE ZEEHOND. Huiler

Bijlage VMBO-GL en TL-COMPEX 2006

CALIFORNISCHE ZEELEEUW

GEWONE ZEEHOND. Huiler

Het strand, kwallen en krabben

De waddendijk. Kringgesprek werkblad meten

Piramidetocht. Namen: Colofon. Uitgave 2015 Nationaal Park Weerribben-Wieden Veldopdrachten:

Kim Crabeels & Sebastiaan Van Doninck. De meest eenzame. walvis. ter wereld

Wat impressies van de Plaat van Oude Tonge en de bezochte strekdam

SPEURTOCHT. Groep 5 en 6. Veel plezier!

Het g e h e i m van de w

Kaartenset ongewervelde dieren

inhoud 1. Dieren op reis 2. Waarom dieren reizen 3. Op zoek naar eten 4. Op zoek naar een broedplek 5. Weg uit de kou 6. Filmpje Pluskaarten Bronnen

De indeling van het dierenrijk zie je hieronder in de mindmaps van Brent, Guus en Febe!

DE CALIFORNISCHE ZEELEEUW

Een. hoort erbij! Over dieren uit een ei. groepen 3-5

Slakken. Tijdstip: mei tot en met oktober, slakken houden niet van zon maar zijn in de zomer toch te vinden.

Examentrainer. Vragen. De iep. De medicinale bloedzuiger

CALIFORNISCHE ZEELEEUW

inhoud 1. Dolfijnen 2. De bouw van een dolfijn 3. De zintuigen 4. De school 5. Voedsel 6. Sprongen en spel 8. Gevaar! 9.

Bewoners van de Noordzee

Uitsterven of wegwezen

Voedselweb van strand en zee

Eindexamen biologie vmbo gl/tl II

Op het strand. Ben jij ook wel eens aan zee geweest? En heb je toen ook schelpen gezocht? Waar was jij in de vakantie? Ik was. mesheft.

[datum woensdag 15 april, auteur Guido Keijl, gepubliceerd op

TOETS BIODIVERSITEIT

,:,- ::s (\') ., - n. -==-. (\) ==} (\) (\) (ih. (\) (h. b,. (\)

Amfibieën. Les 1 Kenmerken amfibieën en de kikker. 1. De leerkracht vertelt dat de les gaat over hoe je amfibieën kunt herkennen.

Verzorging van de Afrikaanse reuzenslak

Voor vele mensen zijn haaien gemene en angstaanjagende dieren. Haaien zijn roofdieren, maar de meeste zijn voor de mens ongevaarlijk.

Flamingo. infoblad. Phoenicopterus ruber

De leerlingen lopen langs het strand en zoeken naar organismen uit zee.

Leuke weetjes, puzzels, een kleurplaat en meer!

Beach Clean-up Naam: Klas: Mentor: Vakgroep Biologie ( ) Penta college CSG Scala Rietvelden

Vlinders kijken. op Landgoed Schothorst

Werkboekje Boerderijles Groep 5/6. Naam..

Lespakket Strandvondsten

Panter. Ook wel luipaard genoemd

De leeuw. De geschiedenis van de leeuw. Kenmerken van de leeuw

1. De cocons van de Gewone Knuffelbijen (Rosse metselbijen) komen nog niet uit. Hoe kan dat?

Dieren in de Noordzee

Lesbrief Slakkenevolutiespel 1

Lesbrief Bodemdiertjes favoriete voedsel

In de ecologie bestudeert men de relatie tussen de organismen en het milieu waar ze voorkomen.

inhoud blz. 1. Prikken en steken 2. De bij 3. De brandenetel 4. De mug 5. De kwal 6. De pieterman 7. De rode mier 8.

De levensreis van de groene zeeschildpad

Kijk uit! Pas OP! LEERlingenblad van:... speurles. basisonderwijs groep 4, 5 & 6

Opdrachten Oevergroep

inhoud blz. Inleiding 1. De bouw van haaien 2. Drijven 3. De zintuigen 4. Bedreigingen 5. Haaien en mensen 6. Soorten haaien Pluskaarten

Bijlage VMBO-GL en TL

Transcriptie:

informatie: schelpen - slakken Er leven tientallen soorten slakken op het wad en op de bodem van de Noordzee. Hun huisjes vind je vaak als schelpen op het strand. Er zijn slakjes die vooral grazend door het leven gaan, zoals de wadslakjes en de alikruiken. Anderen zijn echte rovers, zoals de tepelhorens en de wulk. Immigranten zijn er ook: het muiltje is een gast uit warme wateren. En misschien wel de mooiste dieren uit zee zijn ook slakken, maar die hebben geen huisje: de zeenaaktslakken. gevlochten fuikhoren De gevlochten fuikhoren is voornamelijk een aaseter, maar deze kleine slak eet ook wel dieren die nog niet helemaal dood zijn. Hij kan goed ruiken. Vaak ligt hij ingegraven in het zand, en komt alleen zijn adembuisje boven het zand uit. Zodra hij een dood dier ruikt gaat hij er op af. Soms zie je tientallen fuikhorentjes op het aas zitten. Je weet pas wat de slakjes aan het doen zijn als je ze van hun dode maaltje afveegt. In brak water blijven de fuikhorentjes kleiner dan in zee. De dikke schelp heeft een hokjespatroon vanwege de horizontale en verticale ribbels.

alikruik Alikruiken kun je langs de hele kust vooral op de dijken vinden. Wanneer een alikruik over een hard oppervlak kruipt laat hij slijmsporen achter. In dit slijm blijven algen plakken. Andere slakjes, bijvoorbeeld wadslakjes, maken hier gebruik van en begrazen de slijmsporen van de alikruik. Als je een alikruik oppakt, verstopt hij zich in zijn huisje. Als je er een paar tegelijk pakt en ze in je hand tegen elkaar schudt, komen ze tevoorschijn. Ze denken dan dat het hoogwater is en ze in het water terecht zijn gekomen. glanzende tepelhoren De glanzende tepelhoren is een roofslakje, dat ingegraven in de zeebodem leeft. Eenmaal aangespoeld lijkt de glanzende tepelhoren heel erg op de gewone tepelhoren, maar hij is veel kleiner. Levende glanzende tepelhorens spoelen zelden aan. De lege schelpen spoelen soms wel bij duizenden aan, vaak tussen Den Helder en Hoek van Holland. Vroeger waren glanzende tepelhorens een zeldzame strandvondst. Nu zijn ze dankzij zandsuppleties steeds vaker op het strand te vinden. noordhoren De noordhoren is een roofslak van de koudere zeeën, die vooral in noordelijke delen van de Noordzee voorkomt. De schelp van de noordhoren kan vele vormen en kleuren hebben en wordt vaak verward met de schelp van de wulk. Lege schelpen van de noordhoren zijn vrij zeldzaam op de waddeneilanden, zuidelijker zijn ze nog zeldzamer. Ook worden wel fossiele schelpen gevonden. Net als de wulk is de noordhoren gevoelig voor vervuiling en het omwoelen van de bodem, door bijvoorbeeld visserij.

purperslak De purperslak is een geducht roofdier, hoewel hij er niet gevaarlijk uitziet. De slak raspt met zijn tong een gaatje in het huis van een ander dier, bijvoorbeeld een tweekleppige of andere slak. Daarna spuit hij, net als een spin, een goedje naar binnen waardoor de prooi oplost. Het sappige slachtoffer 'drinkt' hij op. Zo'n maaltijd kost heel wat voorbereiding en duurt tussen de 6 en de 10 uur. Deze slak was bijna verdwenen als gevolg van het gebruik van verf met tributyltin (TBT) op schepen. ruwe alikruik Er zijn verschillende ondersoorten ruwe alikruiken die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. De 'echte' ruwe alikruik komt algemeen voor langs de kusten van de Noordzee. Ze hebben duidelijk groeven en ribbels op de schelp. Soms zijn deze wat donkerder dan de rest waardoor het lijkt of ze streepjes hebben. De vorm en kleur is niet altijd hetzelfde: er zijn stompe en meer spitse exemplaren, grauwe en kleurrijke. stompe alikruik De stompe alikruik is kleiner dan de gewone alikruik, maar kan toch opvallen vanwege zijn mooie kleuren. Er zijn stompe alikruiken met gele, oranje en groene huisjes, maar soms kun je zelfs blauwgrijze fossielen vinden. Van alle alikruiken kan deze soort het minst goed tegen uitdroging. Hij leeft ook wat dieper dan andere soorten, om te voorkomen dat hij droogvalt tijdens laagwater. Als dat toch gebeurt kruipt hij met zijn snelste slakkengangetje onder een wierplant of een steen.

tepelhoren De tepelhoren komt aan zijn naam doordat hij van bovenaf gezien op een tepel lijkt. Het zijn roofslakken die het voorzien hebben op andere weekdieren. Slachtoffers van de tepelhoren kun je goed herkennen. De tepelhoren raspt met zijn tong een gaatje in de schelp van zijn prooi. Door het raspen is het gaatje aan de ene kant breder dan aan de andere kant. Je vindt bijna nooit een levende tepelhoren op het strand. Lege schelpen zijn op alle stranden te vinden in de vloedlijn. wadslak Wadslakjes zijn klein maar belangrijk. Ze worden door veel dieren gegeten. De ontlasting van deze slakjes kit het zand en slik aan elkaar en zorgt ervoor dat de bodem niet wegspoelt. Wadslakjes kunnen kruipen en bij hoogwater drijven met behulp van een slijmbelletje aan de onderkant van het dier waarmee het ondersteboven aan het oppervlak met de wind en golven mee drijft. penhoren De penhoren heeft rustig water nodig en komt daarom voor in zee dat meestal dieper dan 20 meter is. De penhoren leeft voor het grootste deel van zijn tijd ingegraven in de bodem op één plaats. De dieren zijn vaak in grote aantallen tegelijk aanwezig. Het voedsel wordt naar binnen gezogen waarbij de voedseldeeltjes door de kieuwen uit het water gefilterd worden

wenteltrap Wenteltrapjes zijn klein maar fijn. De naam komt van de verticale ribbels op de schelp, die aan traptreden doen denken. De wenteltrap is een roofdier, dat zich voedt met anemonen. In het voorjaar komen deze slakjes dicht onder de kust om eiersnoeren af te zetten. wulk Waarschijnlijk heb je nog nooit een levende wulk in het echt gezien. Toch is de wulk een grote zeeslak die behoort tot de normale bodemfauna van de Noordzee. Ze leven wat dieper in zee, en je ziet ze meestal als een leeg slakkenhuis op het strand, of als het huis van een heremietkreeftje. Deze slak is heel gevoelig voor overbevissing, voor het omwoelen van de zeebodem en voor giftige stoffen zoals tributyltin. Door een combinatie van deze oorzaken is de wulk zo goed als verdwenen uit het Nederlandse kustgebied en de Waddenzee. muiltje Muiltjes lijken op pantoffels ('muiltjes'). Ze leven van plankton dat ze uit het zeewater filteren. Vaak zitten er meerdere muiltjes, tot twaalf stuks, bovenop elkaar, een heuse muiltjesflat. De bovenste, jongere muiltjes op het torentje zijn altijd mannetjes, de middelste veranderen van geslacht en de onderste, oudere slakken zijn vrouwtjes. Het muiltje is in het begin van de vorige eeuw ingevoerd uit Noord-Amerika, met oestertransporten.