Luchtenwind. BSO bovenbouw

Vergelijkbare documenten
Luchtenwind. BSO onderbouw

Luchtenwind. Dagopvang

De sloot BSO bovenbouw

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS

Waardoor vliegt een vliegtuig?

Laat de kinderen ook opzoeken in een woordenboek en/of spreekwoorden boek

Knutselen met Je knutsel Ei Kwijt

De sloot BSO onderbouw

lesbrieven De ontdekking avonturenpakket de uitvinders en het zonnewiel leerlingenbestand Lesbrief 3: Verhaal deel 1: De laatste ansichtkaart

Hier en daar een bui

Rupsje nooit genoeg. Instructievel Traktaties maken Jumpin

Tips voor activiteiten in de winter, lekker knutselen

Voorbeelden gezonde traktaties

Knutselen met Je knutsel Ei Kwijt

S C I E N C E C E N T E R

Sinterklaas knutselen

Lessuggesties creatieve lessen groep 1-2. Onderwaterwereld tekenen. Over de lessuggesties. Nodig: Voorbereiding: Uitvoering:

Vlinder maken met een koffiefilter

Inspiratie voor gezonde en feestelijke traktaties

Archeologen logboek Namen:....

Voer deze proefjes alleen uit met je juf of meester erbij.

Werkbeschrijvingen. Vakantiebijbelweek Dag 1: Kleuters: Deurhanger Middengroep: Dakpan

luchtdruk opdrachtkaart Onderdeel A - Rond de aanwezigheid van de lucht les 6.6 Opdracht 1 - Slaan op de liniaal Opdracht 2 - Stromend water?

Knutselen met Je knutsel Ei Kwijt

lesbrieven water verzamelen avonturenpakket de uitvinders en de verdronken rivier leerlingen werkblad Lesbrief 1:

Knutselen met Je knutsel Ei Kwijt November

Voorbeelden voor Gezonde en Lekkere Traktaties!

Sinterklaas. BSO onderbouw

Werk niet te snel, een fout is snel gemaakt. Lees de tekst heel goed. Als je iets niet begrijpt vraag je eerst je leerkracht om hulp.

Carnaval. BSO Bovenbouw

Knutselmap 1. De basis


APPELGEZICHTJES BOOTJE. Nodig per kind:

Zo maak je het: KROKODIL BENODIGDHEDEN. * Komkommer. * Prikkertjes. * Kaas. * Worst. * Ogen. Bevat allergenen: gluten, koemelkeiwit

Pasen. Vrolijke paaskaart Leuke kaart om te kleuren die je met Pasen aan iemand kan geven. Bijvoorbeeld je vader, moeder, opa of oma.

Rrrolletjesvliegtuig

De boerderij BSO bovenbouw

1. Het feest van de koning. Slingers maken. Nodig gekleurde strookjes papier touw gekleurde A4 tjes witte A4 tjes kleurpotloden of stiften schaar

Knutselen met. Papier-Maché

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS

Fruit APPELGEZICHTJES. Nodig per kind:

Succes met het maken van jouw traktatie!

Voel je dat ook als je met je hand van boven naar beneden zwaait of cirkels in de lucht maakt?

Weet wat een wiel is en waar die voor wordt gebruikt PILOT. Leert het verschil tussen schuiven, dragen/tillen en rollen

BOUW JE EIGEN WEERSTATION

K 1 Symmetrische figuren

De bliksem. Doel. In deze hoek leer je hoe de bliksem ontstaat. Materiaal. Opdracht. Stap 2: Zet het vergiet boven op het glas.

BSO programma Meivakantie

STRANDBALLEN. Potlodenbakje ZELF SAMENGESTELDE CD

Opdrachtenfiche mijn orkest

BSO onderbouw Pasen. Inhoud

team Avonturijn Beste ouder(s),

Nodig: Het is belangrijk dat het genoemde materiaal gebruikt wordt, zodat de nachtegalen weersbestendig zijn!

Traktatieboek. Peuterspeelzalen Stichting Netwerk

De boerderij BSO onderbouw

Elektriciteit en stroom, wat is het? Proefjes met stroom en electriciteit


Proefjes: overzicht. Dit doe je beter buiten. Doe dit niet zonder de juf/meester.

S C I E N C E C E N T E R

Windturbine. Bouwplan

De planeten Reis door het zonnestelsel

Werkbeschrijvingen. Vakantiebijbelweek Dag 1: Kleuters: Trommel Middengroep: Rainpipe

Welke supermens vliegt het verst?

De lente in met foam!

Regen en het weer voorspellen

Krachtpatsers. Primair Onderwijs. Oosterdok VX Amsterdam tel ( 0,10 p/min.) info info@e-nemo.

Opdracht 1 Werkblad Tekenen met Tape. Opdracht 2 Werkblad Make your own Mondriaan. Opdracht 3 Werkblad Hands in tape

Vrolijke fruitspiesjes. Nodig: - Stateprikkers - Uitsteekvormpjes - Fruit naar keuze

LESMODULE OVER WINDENERGIE

De Techniek en de praktijk

BSO onderbouw Kabouters

LESSENSERIE VLIEGTUIGEN GROEP 3/4

Sprookjes. BSO Bovenbouw

Natuurtentoonstelling

LEPELGANZEN HOE GA JE TE WERK:

het grote bijbelse knutsel boek Fiona Hayes

In de volgende les gaan de cursisten met de gemaakte figuurtjes/objecten een paastak versieren in een vaas/pot en creëren daarmee een sfeerhoekje.

bedoeld wordt met hoeveelheidbegrippen als: alle, geen, niets, veel, weinig, meer, minder, evenveel. Ordent hoeveelheden om ze te Groep 1 Groep 2

Knutselen thema herfst

bij vraag 2 Hoeveel munten er in het glas passen ligt aan de grootte van de munten en aan het glas.

Carnaval. BSO onderbouw

Je snijdt de grilworst in plakken van ca. 1 cm. Daarna haal je 2 driehoekjes aan de bovenzijde weg, zodat je een tulp-vormin krijgt.

Opvouwbare kubus (180 o )

lesbrieven werkbladen Lesbrief 3: avonturenpakket de uitvinders en het

Sinterklaas. BSO bovenbouw

Dieren vouwen met Origami

Werkbladen In de klas. Proefjes. Naam. groep 7-8. School. Klas. Versie A

LESBRIEF. Er ligt een krokodil onder mijn bed

MAAK ZELF JE EIGEN MUZIEKINSTRUMENT VOOR 10 MAART

Lesbrief. beeldende opdracht. Voor groep 5/6

KOKO Kinderopvang Traktatiefolder

Werkbeschrijvingen werkjes VBW Kleuters: Herinneringsdoosje Midden: Memobord. Dag 2: Kleuters en midden: Slingerballetje

Pak de jas! Werkvorm: Spel. Materiaal: Dobbelsteen Zes gekleurde jasjes. Verloop:

Knutselen met Je knutsel Ei Kwijt December

De leerling: weet wat luchtdruk is weet dat je met een barometer de luchtdruk kunt meten

S C I E N C E C E N T E R

WETENSCHAPPERS IN DE DOP

Transcriptie:

Luchtenwind BSO bovenbouw

BSO bovenbouw lucht en wind Inhoud Opening thema... 3 Aankleding lokaal... 4 Knutselen... 5 1. Luchtballon... 5 2. Vliegtuig... 6 3. Verftekening lucht... 7 4. Windmolen tangram... 8 5. Vlot... 9 6. Vliegtuigjes vouwen... 10 Eetideeën... 11 Proefjes en spelletjes... 15 Bezoektip... 20 Afsluiting... 21 2

Opening thema Ga met de kinderen in een kring zitten en zet in het midden een ventilator of föhn neer. Zet de ventilator aan en laat de kinderen de wind voelen. Wie kan vertellen wat hij voelt, hoe heeft dat? Waar voel je nog meer de wind/lucht? Op de fiets, als het waait, enz. Wat gebeurt er als het waait buiten? De bomen gaan heen en weer, je moet harder trappen op de fiets of je gaat juist sneller, enz. Voer met de kinderen een proefje uit om te laten zien dat lucht ook gewicht heeft. Alles om ons heen heeft een gewicht/ weegt iets. Zou dat met lucht ook zo zijn? Maak aan een rietje twee ballonnen vast, aan ieder kant een. Meet uit wat het midden van het rietje is en leg het rietje ergens overheen, denk aan een stokje of op de zijkant van een liniaal. Nu kun je zien dat het rietje horizontaal blijft hangen omdat de ballonnen even zwaar zijn. Wie weet wat er gebeurt als er één ballon opgeblazen is? Blijft het rietje horizontaal hangen, gaat de opgeblazen ballon naar boven of juist naar beneden? Blaas nu één ballon op en hang het rietje weer terug. De opgeblazen ballon zal naar beneden gaan. Vraag aan de kinderen of ze weten hoe dit komt. De opgeblazen ballon gaat naar beneden omdat de ballon met lucht zwaarder is dan de ballon zonder lucht. Als je loopt, zit of speelt lijkt het net of er niets om je heen is, maar overal is lucht. Lucht kan bewegen, dat voel je als wind en lucht heeft ook gewicht. Wij hebben met dit proefje lucht gewogen door in de ene ballon lucht te blazen en in de andere ballon niet. De ballon met lucht is zwaarder door de lucht die erin zit en gaat dus naar beneden. Vertel de kinderen dat ze de komende tijd een aantal proefjes gaan doen die met lucht te maken hebben. Alle kinderen krijgen een boekje, zie bijlage 1, waarin ze op kunnen schrijven en tekenen wat ze zien tijdens het uitvoeren van de proefjes. Deel de boekjes uit en lees samen met de kinderen wat ze in moeten vullen. Het boekje mist alleen nog een kaft. De kinderen ontwerpen zelf een kaft die met het thema te maken heeft. Op deze manier krijgen ze een eigen boekje dat ze na afloop van het thema als aandenken mee naar huis kunnen nemen! 3

Aankleding lokaal Maak in het lokaal een grote ontdekhoek. In deze ontdekhoek kunnen de kinderen zelf aan de slag met lucht. Denk hierbij aan - ballonnen - papier om vliegtuigjes van te vouwen, zie knutselidee 2 - lege flessen met en zonder bodem, zie proefje 1 en 2 - veertjes die de kinderen naar beneden kunnen laten dwarrelen - bellenblaas - een bak met water waarin het vlot kan varen, zie knutselidee 5 - een ventilator of föhn (wanneer er toezicht is) om bijvoorbeeld watjes en veertjes vooruit te blazen. Hang wolken op in het lokaal aan het plafond. Knip uit wit karton grote wolken en hang ze met een draadje op. Als het raam open staat bewegen de wolken op de wind. 4

Knutselen 1. Luchtballon Blaas een ballon een klein beetje op en maak hem vast op een wc-rolletje. De kinderen plakken met glutofix of behanglijm stoken krantenpapier op de ballon en het wc-rolletje. Laat het goed drogen. De kinderen knippen het wc-rolletje eraf, er blijft nog 3 cm over. Nu kunnen de kinderen de luchtballon verven. Als de verf droog is plakken ze met sterke lijm vier touwtjes over de luchtballon en hangen aan de onderkant een mandje. Het mandje maken de kinderen door stroken papier te weven en daarna tot een mandje te vouwen. Je kunt ook een strook gekleurd karton in een bakje vouwen en vastplakken aan de touwtjes. Materiaal Ballonnen wc-rolletjes Stroken krantenpapier Glutofix of behanglijm Touw Schaar Gekleurde stroken papier of karton 5

2. Vliegtuig Ieder kind krijgt een keukenrol. Van deze keukenrol maken ze een vliegtuig. Ze beginnen met het verven van de keukenrol. Daarna kiezen ze een kleur voor de vleugels. Bijlage 2 trekken ze over op het gekozen vel karton en knippen het uit. Om de vleugels en de staart vast te maken aan de keukenrol maken de kinderen met een mesje een aantal sneetjes in de rol. Twee tegenover elkaar waar de vleugels moeten komen, twee tegenover elkaar aan de achterkant voor de kleine vleugels en de laatste bovenop voor het staartstuk. Het karton kan er nu ingeschoven worden en hoeft niet meer met lijm vastgemaakt te worden. Om een leeg danoontje bakje of de punt aan de binnenkant van een eierdoos wikkelen de kinderen aluminiumfolie. Maak er wel een gaatje in voordat de kinderen dit doen voor de splitpen. Anders gaat de folie scheuren. Maak de propeller met een splitpen en kraaltje vast aan het bakje. Druk nu het bakje in de keukenrol en het vliegtuig is klaar voor vertrek! Zie bijlage 2 Materiaal Keukenrollen Verschillende kleuren verf Kwasten Gekleurd karton Mesje Danoontje bakje of een punt van de binnenkant van een eierdoos Aluminiumfolie Splitpennen Kraaltjes 6

3. Verftekening lucht De kinderen maken een drieluik verftekening met als thema lucht. Voordat ze gaan schilderen kiezen ze een voorwerp uit dat door de lucht vliegt. Dit kan bijvoorbeeld een vogel, vliegtuig, luchtballon of zeppelin zijn. Op de eerste tekening is de lucht mooi blauw en zie je een klein stukje van het gekozen voorwerp. Het voorwerp vliegt aan de rechterkant van de tekening af. Op de tweede tekening ontstaan er wolken en zie je het gekozen voorwerp helemaal. Op de laatste tekening is de lucht donker en gaat het bijna regenen. Het gekozen voorwerp komt aan de linkerkant de tekening ingevlogen. Hang de drie schilderijen dicht en naast elkaar op om een leuk effect te krijgen. Materiaal Wit, stevig papier Verf, in ieder geval blauw, wit en zwart Kwasten 7

4. Windmolen tangram Op een gekleurd vel karton plakken de kinderen een zwart strookje papier, dit is de stok van de windmolen. Op de stok komt een vierkant vouwblaadje dat een beetje gedraaid opgeplakt wordt. Nu knippen de kinderen bijlage, de wieken van de windmolen, uit en trekken deze 4 keer over. De wieken bestaan uit een aantal stukjes. Ieder stukje krijgt een andere kleur en worden ze als een tangrampuzzel in elkaar geplakt. De kinderen kunnen er ook voor kiezen om de wieken uit één stuk over te trekken en dan op te plakken, zie foto s. Zie bijlage 3 Materiaal Gekleurd karton Vierkante vouwblaadjes Gekleurd papier voor de wieken Schaar Potlood Lijm 8

5. Vlot De kinderen maken van ijslollystokjes en kurken een vlot. De kinderen leggen horizontaal twee ijsstokjes neer en plakken hierop naast elkaar ijsstokjes. Laat het vlot goed drogen voordat de kinderen verder gaan. Wanneer het vlot droog is plakken de kinderen aan de onderkant in iedere hoek een kurk. Nu blijft het vlot drijven. Laat de bovenkant van het vlot verven. In het midden plakken de kinderen een stukje kurk waar ze straks het zeil in kunnen prikken. Uit een vel stevig papier knippen de kinderen een rechthoek, het zeil. Door het papier prikken ze een satéprikker en prikken het vast in de kurk. Op een vlot hoort natuurlijk ook iemand te varen. Ieder kind krijgt een champagne kurk, een gewone kurk kan eventueel ook. Op de kurk plakken ze twee wiebelogen en tekenen ze een mond. Nu nog een paar draadjes wol als haren en het vlot kan vertrekken! Materiaal IJsstokjes Lijm Kurken Champagnekurk Stevig papier Satéprikkers Schaar Wol Wiebeloogjes Zwarte stift Verf Kwasten 9

6. Vliegtuigjes vouwen De kinderen vouwen in tweetallen verschillende vliegtuigjes van papier. Laat de kinderen voordat ze gaan vouwen een ontwerp maken, naam en logo voor op het vliegtuig, en bepalen welke kleuren ze hun vliegtuig willen geven. Wanneer het ontwerp klaar is gaan de kinderen op zoek op bijvoorbeeld internet naar het snelste vliegtuig. Via google, zoeken op afbeeldingen, zijn er verschillende soorten vliegtuigen te vinden om te vouwen. Vertel de kinderen dat er straks een wedstrijd is welk team zijn vliegtuig het verste kan laten vliegen, zie spelletjes verderop in dit thema. Tip: Laat de kinderen een vliegveld met landingsbaan maken om de vliegtuigen op te zetten. Materiaal Papier om vliegtuigen mee te vouwen Materiaal om het papier mee te versieren Internet Eventueel materiaal om een vliegveld en landingsbaan mee te maken 10

Eetideeën Vliegtuig Snijd uit een blok kaas twee vleugels en de staart van een vliegtuig. Je kunt ze ook uit een plakje worst snijden. Maak de vleugels en de staart met een stukje satéprikker vast aan een augurk of snoepkomkommer. Leg alle vliegtuigen gezellig bij elkaar op een bord. Het is natuurlijk helemaal leuk als je op een vel karton een landingsbaan tekent en daar de vliegtuigen op zet. Ingrediënten Blok kaas of plakjes worst Satéprikkers Mesje Augurk of snoepkomkommer 11

Zeilboot Snijd een eierkoek doormidden, leg de helften op elkaar en snijd nog een klein randje af van de ronde kant. Plak de twee helften met glazuur aan elkaar vast. Maak ramen op de zeilboot met smarties en steek een lange satéprikker met een velletje snoeppapier als zeil in de eierkoek. Tip: Leg de eierkoek plat neer als je de smarties vast plakt met glazuur en laat het even drogen voordat je de boot rechtop zet. Anders schuiven de smarties naar benenden. Ingrediënten Eierkoek Smarties Snoeppapier Lange satéprikker Glazuur, poedersuiker met een héél klein beetje water Mesje 12

Luchtballon met bekertje en rietjes Blaas een ballon op en plak rondom de ballon rietjes. Zorg dat de rietjes een flink stuk aan de onderkant uitsteken. Plak onder de luchtballon een bekertje vast aan de rietjes. Vul de bekertjes met bijvoorbeeld stukjes fruit en smullen maar! Tip: de kinderen kunnen van te voren hun eigen bekertje versieren. Ingrediënten/materiaal Ballonnen Rietjes Lijm en plakband Bekertjes Iets lekkers om in de bekertjes te stoppen, bijvoorbeeld stukjes fruit 13

Wolkenboterham met gestampte muisjes of hagelslag, donderwolk Snijd of knip (met een schone schaar) uit een witte boterham wolken. Maak verschillende soorten wolken; een witte wolk met gestampte muisjes en donderwolken met hagelslag. Je kunt met hagelslag de wolken nog een gezichtje geven. Ingrediënten Witbrood Mes of schone schaar Boter Gestampte muisjes Hagelslag 14

Proefjes en spelletjes Alle kinderen krijgen hun eigen onderzoekboekje die ze in kunnen vullen tijdens het uitvoeren van de proefjes. Propje in een fles blazen Voor dit proefje heb je een doorzichtige fles nodig en een (plastic) fles zonder bodem. Leg een propje papier in de hals van de fles met bodem. Vraag aan de kinderen wat er gebeurt als je tegen het propje blaast. Het propje schiet uit de fles. Wie weet hoe het kan dat het propje uit de fles schiet? Je blaast tegen het propje aan. Je blaast dus lucht in de fles, maar er zit al lucht in de fles. Omdat er niet nog meer lucht in de fles kan komt er ook weer lucht uit. De lucht die eruit komt duwt het propje naar buiten. Leg nu het propje in de hals van de fles zonder bodem. Wat zal er nu gaan gebeuren? Omdat er geen bodem in de fles zit kan de lucht die je in de fles blaast er aan de achterkant weer uit. Het propje valt nu dus wel in de fles. Ballon opblazen Voor dit proefje heb je een doorzichtige fles nodig en een (plastic) fles zonder bodem. Vraag aan de kinderen wie een ballon op kan blazen in de fles met bodem. Laat het een aantal kinderen proberen. Wie weet hoe het komt dat je de ballon maar een klein stukje op kan blazen? De fles zit al vol met lucht, er kan dus niet veel lucht meer bij. Als je de ballon op gaat blazen blaas je via de ballon extra lucht in de fles. Als de fles helemaal vol zit met lucht kan je de ballon niet meer verder opblazen. Laat de kinderen nu de ballon opblazen in de fles zonder bodem. Wie kan vertellen hoe het komt dat je de ballon nu wel op kan blazen? Als je de ballon opblaast komt er extra lucht in de fles. Omdat er geen bodem in de fles zit duwt de lucht in de ballon de lucht die al in de fles zat er aan de onderkant weer uit. Er is dan voldoende plaats in de fles om de ballon op te blazen. 15

Water in het glas Voer het volgende proefje met de kinderen uit om nog eens extra duidelijk te maken dat lucht ruimte inneemt. Zet in een diep bord of in een doorzichtige bak een laagje water. Pak een glas en vraag aan de kinderen wat er in het glas zit. Het antwoord is lucht. Leg aan de kinderen uit dat vuur lucht nodig heeft om te kunnen branden. Wij gaan nu de lucht in het glas verbranden, de lucht raakt op in het glas. Houd het glas met de opening naar beneden en houd een brandende lucifer in het glas. Zet het glas nadat de lucifer gedoofd is direct in het water. De opening van het glas moet helemaal onderwater staan! Het water zal in het glas gezogen worden omdat er nog maar weinig lucht in het glas zit. Het water neemt de ruimte van de lucht in. De lucht die op het water in het bord drukt duwt het water het glas in totdat het water tegen de lucht die nog in het glas zit botst en niet meer verder omhoog kan. Ballon laten schieten Span een glad touw tussen twee stoelen in hang daar een stukje van een rietje aan. Maak twee opstellingen naast elkaar. Ieder kind krijgt een ballon. Laat ze de ballon opblazen maar geen knoop in de ballon leggen! Vraag aan de kinderen wat er in de ballon zit. In de ballon zit lucht. Wat gebeurt er als je de ballon los laat? De lucht buiten de ballon drukt tegen de lucht in de ballon. Hierdoor wil de lucht in de ballon er graag weer uit. De lucht gaat dus uit de ballon en schiet door het lokaal weg. Wie weet nog een manier om de lucht uit de ballon te laten lopen? Je kunt de blaasopening ook strak trekken, de lucht loopt er nu langzamer uit en maakt samen met de ballon een piepend geluid. Wie weet wat er gebeurt als je, je ballon aan het rietje vastmaakt en dan de ballon los laat? Het rietje schiet over het touw naar de overkant. Wij gaan nu een wedstrijdje houden wie zijn rietjes het verste weg kan schieten. Twee kinderen blazen hun ballon op en plakken deze (met een beetje hulp) vast aan het rietje. Ze laten de ballon los, welk rietje komt het verst? 16

Vliegtuigjes laten vliegen De kinderen hebben bij knutselidee 6 een aantal verschillende vliegtuigjes gevouwen. Maak op een groot vel papier een overzicht van de verschillende vliegtuigjes. Geef ieder model bijvoorbeeld een nummer. Op dit overzicht komt er achter het nummer te staan hoe ver het vliegtuigje kan vliegen. Laat de kinderen van te voren bedenken welk vliegtuigje volgens hen gaat winnen. De kinderen vullen de gegevens in op het schema. Welk model heeft er gewonnen? Wie blaast de ballon op? Voor dit proefje heb je een bak met heet water, een bak met koud water (of een kraan met koud water), een fles en een ballon nodig. Blaas een ballon een klein beetje op en maak hem vast op de fles. Wie weet wat er gaat gebeuren als we de fles in de bak met heet water zetten? Houd de fles ongeveer twee minuten in het hete water. Wie weet hoe het komt dat de ballon opgeblazen wordt? Als lucht warmer wordt zet de lucht uit, de lucht heeft meer ruimte nodig. De lucht die nu teveel in de fles zit komt in de ballon, de ballon wordt opgeblazen. Houd nu de fles onder de kraan of zet de fles in de bak met koud water. Hoe komt het dat de ballon leeg loopt? Als de lucht afkoelt krimpt de lucht weer en heeft dus geen extra ruimte nodig. De lucht past weer in de fles en loopt uit de ballon terug in de fles. 17

Wie verschuift het glas? Zet om dit proefje te kunnen uitvoeren een tafeltje met een glad oppervlak een beetje schuin. Laat de kinderen een glas zien. Wat gebeurt er als wij het glas omdraaien en op tafel zetten? Houd het glas onder de koude kraan en zet het Houd het glas nu onder de warme kraan en zet het met de opening naar beneden bovenaan de tafel. Het glas schuift snel naar beneden. Wie weet hoe dit komt? Door het glas met koud water om te spoelen krimpt de lucht en staat het glas stevig op de tafel. Als het glas warm is, is de lucht ook warm en zet de lucht uit. De lucht tilt het glas een klein stukje van de tafel en schuift daardoor makkelijk naar beneden. Vlot varen Tijdens knutselidee 5 hebben de kinderen een vlot gemaakt. Zet een grote bak met water buiten, denk aan een babybadje of een klein zwembadje. De kinderen leggen hun vlot in het water en laten het (als het waait) door de wind varen. Als er geen wind staat kunnen de kinderen zelf tegen het zeil blazen om hun vlot te laten varen. Laat de kinderen met verschillende voorwerpen lucht verplaatsen, wind maken, en ontdekken wanneer hun vlot het beste vooruit komt. Een aantal ideeën om wind te maken zijn: - ballonenpompje - Fietspomp - Blazen - Een ballon leeg laten lopen - Met een doek wapperen Na alles uitgeprobeerd te hebben kiezen de kinderen hun favoriete voorwerp en houden een wedstrijdje. Wie kan zijn vlot het snelste naar de overkant krijgen? 18

Watje blazen Dit is een spel om binnen te spelen. Ieder kind krijgt een wattenbolletje, ze spelen dit spel in tweetallen. De kinderen staan tegenover elkaar achter een tafel en leggen hun watje voor zich neer. Op de tafel is een doel afgetekend. Nog leuker is het als er een echt klein doeltje op tafel staat! Ieder kind krijgt een föhn en probeert zijn watje in het doel van de tegenstander te blazen. Tip: zet de föhn op koud blazen en op de laagste stand. Varianten: - De kinderen blazen zelf tegen het watje. - De kinderen blazen met een ballonnenpompje tegen het watje. 19

Bezoektip De wieken van een molen draait door de wind (lucht). Bezoek met de kinderen een molen. Klik op onderstaande link om een molen in de buurt te zoeken. Wanneer u een molen gevonden heeft en op het kopje informatie klikt ziet u wanneer en of de molen te bezichtigen is. http://www.molens.nl/site/molenlocator.php Ga met de kinderen als er voldoende wind staat naar een open veld om te vliegeren. Wie kan er al zelf zijn vlieger in de lucht houden? Breng met de kinderen een bezoek aan een vliegveld. Klik op onderstaande link voor een overzicht van alle vliegvelden in Nederland. http://nl.wikipedia.org/wiki/lijst_van_vliegvelden_in_nederland 20

Afsluiting Bekijk de aflevering van het Klokhuis over lucht, luchtdruk. Hierin worden veel proefjes voorgedaan en uitgelegd die met lucht en luchtdruk te maken hebben. Een aantal proefjes die de kinderen zelf gedaan hebben komen zien ze nog eens voorbij komen. http://www.ntr.nl/player?id=10616179&ssid=269 Nodig aan het eind van de middag de ouders uit om samen met hun kinderen een aantal proefjes te komen doen. Op deze manier kunnen de kinderen zelf aan hun ouders vertellen en laten zien wat ze allemaal geleerd hebben over lucht. Bij ieder proefje is een letter te verdienen. Schrijf de letters op een blaadje en deel deze uit als het proefje uitgevoerd is. Alle letters samen vormen een woord, met als thema natuurlijk lucht. Laat de kinderen die zonder ouders meedoen in tweetallen de proefjes doen. Op deze manier kunnen ze elkaar helpen en is het gezelliger voor de kinderen. Als het woord gevonden is mogen de kinderen het woord inleveren en ruilen voor een traktatie, zie eetideeën 21

Hallo! Wat leuk dat je mee gaat doen met de proefjes die je tegenkomt in dit boekje. Je gaat een aantal proefjes uitvoeren die allemaal te maken hebben met lucht. Voordat je een proefje gaat uitvoeren is het belangrijk dat je goed luistert naar de opdracht. Alleen dan weet je precies hoe je het proefje uit moet voeren. Voordat je aan een proefje gaat beginnen beantwoord je de vragen Welke materialen staan er klaar? en Wat denk je dat er gaat gebeuren? Daarna voer je het proefje uit en kijk je goed naar wat je allemaal ziet gebeuren. Dit vul je na het uitvoeren in bij de vraag Wat zie je tijdens het uitvoeren van het proefje? Als laatste vul je in of je voorspelling klopte. Je mag ook tekenen wat je ziet! Veel plezier met het uitvoeren van de proefjes!!

Welke materialen staan er klaar? Wat denk je dat er gaat gebeuren? Wat zie je tijdens uitvoeren van het proefje? Klopt je voorspelling?

Welke materialen staan er klaar? Wat denk je dat er gaat gebeuren? Wat zie je tijdens uitvoeren van het proefje? Klopt je voorspelling?

Welke materialen staan er klaar? Wat denk je dat er gaat gebeuren? Wat zie je tijdens uitvoeren van het proefje? Klopt je voorspelling?

Welke materialen staan er klaar? Wat denk je dat er gaat gebeuren? Wat zie je tijdens uitvoeren van het proefje? Klopt je voorspelling?

Welke materialen staan er klaar? Wat denk je dat er gaat gebeuren? Wat zie je tijdens uitvoeren van het proefje? Klopt je voorspelling?

Welke materialen staan er klaar? Wat denk je dat er gaat gebeuren? Wat zie je tijdens uitvoeren van het proefje? Klopt je voorspelling?

Welke materialen staan er klaar? Wat denk je dat er gaat gebeuren? Wat zie je tijdens uitvoeren van het proefje? Klopt je voorspelling?

Welke materialen staan er klaar? Wat denk je dat er gaat gebeuren? Wat zie je tijdens uitvoeren van het proefje? Klopt je voorspelling?

Welke materialen staan er klaar? Wat denk je dat er gaat gebeuren? Wat zie je tijdens uitvoeren van het proefje? Klopt je voorspelling? invul

Bijlage 2

Bijlage 3