HANDLEIDING Wie ben jij? Korte omschrijving lesactiviteit Iedereen legt vijf vingers op tafel. Om de beurt vertel je iets over jezelf, waarvan je denkt dat het uniek is. Als het inderdaad uniek is, dan mag je een vinger van tafel weghalen. Is het niet uniek, dan mag je geen vinger weghalen. Doel van de werkvorm is om zo snel mogelijk al je vingers figuurlijk weg te spelen. Hierdoor leren jongeren spelenderwijs meer over hun eigen identiteit en die van hun medeleerlingen. Leerdoel(en) Leerlingen weten enkele kenmerken van hun eigen identiteit te benoemen. Leerlingen snappen dat hun identiteit veranderlijk is. Leerlingen snappen dat de groepen waar je deel vanuit maakt niet uitsluitend je identiteit bepalen. Leerlingen weten dat enkele aspecten van hun identiteit vast staan. Leerlingen (her)kennen verschillen en overeenkomsten tussen elkaar. Voorbereidingstijd 30 minuten (handleiding doornemen en printen benodigdheden) Duur 50 minuten + begin volgend lesuur voor korte presentaties (optioneel) Voorbereiding Lees de docentenhandleiding. Vul de werkbladen die de leerlingen gebruiken in. Dit maakt het gemakkelijker om de opdracht uit te leggen. Print genoeg werkbladen uit om in de klas te gebruiken. Let op: print de werkbladen in afdrukstand liggend.
Wat doe jij? Inleiding Je geeft aan dat je het vandaag gaat hebben over identiteit. Bekijk 1 A. 1a 1b Werkblad uitdelen Laat jouw eigen voorbeeld klassikaal zien, maar doe dit voor. Geef daarna de mogelijke categorieën nogmaals aan. Ook categorieën die eventueel niet belangrijk zijn voor je eigen identiteit. Je kunt bijvoorbeeld de volgende categorieën laten zien: nationaliteit religie geslacht hobby s achtergrond familie - werk - uiterlijke kenmerken, etc. Leg het werkblad en de opdracht uit Stel groepjes samen van 4 personen. Gezamenlijk gaan zij de opdracht uitvoeren. Bekijk het werkblad. Iedereen vult eerst zijn of haar naam in op het armbandje. De opdracht mijn vingers zijn uniek. Wanneer is iets unieks? En zijn je leerlingen daar bewust van? Om de beurt vertellen zij iets over henzelf, waarvan zij denken dat het hen uniek maakt. Iets is uniek als alle andere leerling binnen het groepje dit kenmerk niet heeft. Als iets inderdaad een uniek kenmerk is, mogen zij een vinger van tafel weghalen. Is het niet uniek, dan mogen zij geen vinger weghalen. Doel van de werkvorm is om zo snel mogelijk alle vingers figuurlijk weg te spelen. Hierdoor leren jongeren spelenderwijs meer over hun eigen identiteit en die van anderen. In de nabespreking kun je alles nog een keer klassikaal bespreken, zie daarvoor 2. Het doel van 1A en 1B is om mogelijke verschillen te ontdekken. Dit kan in 15 minuten gedaan worden. Variatietip I Onze vingers doen hetzelfde Je kunt ook afspreken om op zoek te gaan naar overeenkomsten tussen leerlingen. Je mag dan enkel een vinger weghalen als datgene wat je zegt ook op of voor iemand anders van toepassing is.
Variatietip II Ik ook In plaats van vijf vingers op tafel te leggen, kan je leerlingen ik ook laten roepen als wat gezegd werd ook op hen van toepassing is. Ga nu niet op zoek naar unieke kenmerken, maar laat jouw groep overeenkomsten zoeken. Doe deze opdracht klassikaal. 2 Klassikale reflectie van de werkbladen Dit deel van de oefening maakt leerlingen bewust van de verschillende eigenschappen die zij op het werkblad hebben genoteerd. Laat hen de werkbladen erbij pakken en reflecteer het werkblad met de volgende vijf vragen: 1. Wat schreef je als eerst op? En wat schreef je als laatste op? 2. Was het moeilijk/makkelijk om alles weg te spelen? 3. Welke overeenkomsten heb je ontdekt? 4. Was er iets op de andere handen te zien wat heel ver weg van je stond? 5. Heb je iets verrassends op de andere handen gezien? Het doel van deze interactie is om stil te staan bij de opdracht. Wat gebeurde er nu eigenlijk precies? En wat heb je daarvan geleerd? Dit kan in 15 minuten gedaan worden. Wie ben jij? Vul hier jouw belangrijkste kenmerk in. 1... UNIEK
3 Gesprek + presentatie over identiteit Als de leerlingen het werkblad hebben ingevuld, kun je dat laten uitwisselen. Je kunt dit, afhankelijk van de klas, in tweetallen of in groepjes doen. De woorden op de hand hebben een diepere betekenis of laag. Je kunt de woorden op het werkblad aan de hand van vijf invalshoeken bespreken. Elk groepje moet de handen vanuit een andere invalshoek kort bespreken en later hierover een korte presentatie geven. Het betreft de volgende vijf invalshoeken: 1 Vaste / gekozen identiteit Welke eigenschappen kies jij zelfstandig? Welke kun je niet kiezen? Welke zijn belangrijker? 2 Veranderende identiteit Welke eigenschappen krijgen we bij onze geboorte? Welke krijgen / kiezen we later in ons leven? Zijn alle eigenschappen altijd even belangrijk? Hoe ziet jouw hand er bijvoorbeeld over 5 á 10 jaar uit? 3 Zichtbare / onzichtbare vormen van identiteit Welke eigenschappen zijn zichtbaar? Welke eigenschappen zijn onzichtbaar? Waarom houden sommige mensen een gedeelte van hun identiteit geheim?
4 Meervoudige situatie / afhankelijke identiteit Wanneer doet je geslacht er toe? Wanneer niet? Wanneer doet je leeftijd er toe? En wanneer religie, handicap, seksuele voorkeur, etc.? Doen deze verschillen er altijd toe? Waarom wel / niet? Achtergrondkennis Wil je meer weten over groepsidentiteit en de werking van stereotypen en vooroordelen? Lees dan hoofdstuk 5 in: Begin bij jezelf! Kleine uiteenzetting over stereotypen en vooroordelen, geschreven door Jaap Tanja, Anne Frank Stichting, 2013. 5 Ervaring van de identiteit Waar ben je trots op? Waarom? Wat vind je moeilijk? In welke situaties? Denk je dat sommige mensen het makkelijker hebben? Wat maakt het gemakkelijker? En zijn er mensen die het moeilijker hebben? Zo ja, waarom? Het doel van deze interactie is om de facetten achter identiteit inzichtelijk te maken. Dit kan in 20 minuten gedaan worden. Je kunt de presentaties ook in een volgend lesuur laten plaatsvinden. Tip nabespreking Als je alle handen bij elkaar ziet: wat zegt dat over de klas? In de nabespreking is het van belang dat je de nadruk legt op de overeenkomsten tussen leerlingen: ook al verschillen we individueel van elkaar, toch zijn er veel en sterke overeenkomsten. Daarnaast kun je benoemen dat unieke eigenschappen als een kracht gezien moeten worden. Ze kunnen je verder helpen in het leven.