Convenant Kindcentra 2015 2018 1
Partijen: 1. Dak Kindercentra, vertegenwoordigd door mevrouw Briedé, voorzitter Raad van Bestuur; 2. Lucas Onderwijs, vertegenwoordigd door de heer van Vliet, voorzitter College van Bestuur; 3. Xtra Welzijn, vertegenwoordigd door de heer Lemstra, voorzitter Raad van Bestuur; Overwegende dat: - partijen vertegenwoordigd zijn in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) en dat door een samenwerking tussen de Gemeente Den Haag en het OOGO, de Haagse Educatie Agenda 2014 2018 (HEA) tot stand is gekomen; - de HEA 2014 2018 de ambitie heeft om meer brede buurtscholen/integrale kindcentra in het leven te roepen; - uit onderzoek 1 blijkt dat gebundelde arrangementen van kinderopvang, onderwijs, welzijn en andere voorzieningen voor kinderen en hun ouders een positief effect hebben; - partijen het wenselijk achten dat ieder kind zich op een zo optimaal mogelijke manier kan ontwikkelen en op kan groeien en hierbij gelijke kansen moet krijgen; - partijen een ongedeelde basisvoorziening willen realiseren voor alle kinderen van 0 13 jaar, waarin een doorgaande ontwikkel- en leerlijn van kinderen is geïntegreerd en dat vraagt om inhoudelijk op elkaar afgestemde dienstverlening; - partijen in dit kader als gelijkwaardige partners verregaande samenwerking met elkaar aan gaan, ten behoeve van een kwalitatief hoge en op elkaar afgestemde voorziening. Komen partijen als volgt overeen: Artikel 1. Definities In dit convenant wordt verstaan onder: Kindcentrum Een kindcentrum is een wijkgericht netwerk voor alle kinderen van 0-13 jaar en hun ouders en bestaat uit verschillende basisvoorzieningen zoals onderwijs, voorschool, kinderopvang en welzijn. Een kindcentrum biedt hiermee een totaalpakket op het gebied van educatie, ontwikkeling en kinderopvang, waarbij er wel functionele specialismen zijn (inclusief taakverdeling), maar er geen institutionele en organisatorische verdeling is. Een kindcentrum heeft één pedagogisch-didactische visie, één team en één leiding. Zij treden als één organisatie naar buiten, daarmee is er sprake van een eenduidige en gezamenlijke communicatie met ouders en andere stakeholders. In de samenwerking tussen deze voorzieningen staat de ontwikkel- en leerlijn van het kind centraal. Door deze samenwerking ontstaat er een bundeling van expertise die het kind en ouders ten goede komt. Alle kinderen krijgen gelijke kansen. Kinderen kunnen gedurende de hele dag, het hele jaar door, spelen, ontwikkelen, leren en ontmoeten. Er is sprake van een kwalitatief hoogwaardig en breed aanbod gericht op ontwikkelingsstimulering (pedagogische en educatieve kwaliteit) en talentontwikkeling. Alle ontwikkelingsterreinen van het kind komen aan bod. Hierbij wordt maatwerk geleverd afgestemd op de mogelijkheden, wensen en behoeften van het kind en ouders. Kinderen die dat nodig hebben, krijgen binnen het kindcentrum de lichte ondersteuning en extra aandacht die nodig is. 1 Onderwijsraad (2002). Spelenderwijs. Den Haag; Onderwijsraad (2006). Een vlechtwerk van opvang en onderwijs. Den Haag; WRR (2013). Naar een lerende economie. Den Haag. 2
Artikel 2. Doel a) Het doel van dit convenant is verregaande samenwerking realiseren tussen onderwijs, voorschool, kinderopvang en welzijn. De partijen in dit convenant leveren hiervoor de kernactiviteiten. Daarnaast wordt er per locatie samengewerkt met partners in de wijk (zoals buurthuizen, verenigingen en bijvoorbeeld zelforganisaties). De partners in de wijk leveren aanvullende (facultatieve) activiteiten. De samenwerking gaat de versnippering in het aanbod van voorzieningen voor de jeugd tegen en zorgt voor een kwalitatief hoogwaardige en op elkaar afgestemde pedagogische omgeving, waar het kind zich optimaal kan ontwikkelen. Kortom, een optimale verbinding tussen kindcentrum, omgeving en de thuissituatie, ten gunste van de ontwikkeling van het kind. b) Het kindcentrum is een middel (en geen doel op zich) om samenhang en integraliteit in onderwijs, kinderopvang en welzijn te realiseren. Artikel 3. Eén visie, één team, één leiding a) Er worden in een pilot jaarlijks 1 á 2 locaties ondersteund om zich tot kindcentrum te ontwikkelen, (onderwijs, voorschool, kinderopvang en welzijn) voor kinderen van 0 13 jaar en hun ouders. De partijen in dit convenant werken op deze locaties als één organisatie. Binnen ieder kindcentrum wordt een plan geschreven waarin kwaliteitscriteria zijn vastgesteld om samen te werken. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij wat er al is aan locaties, aanbod en bestaande initiatieven. b) In ieder kindcentrum wordt gewerkt volgens één pedagogische en educatieve visie. Daarnaast is er sprake van één team, dat werkt volgens één beleidsplan. Ieder kindcentrum heeft één directie 2. Op basis van functieprofielen word gekeken welke persoon, werkzaam bij één van de partijen uit dit convenant, het beste bij de functie past. De directie geeft leiding aan het kindcentrum en de daarbij horende dienstverlening. De directie is in dit kader bevoegd om vanuit de gezamenlijke visie besluiten te nemen, welke van invloed kunnen zijn op de werkzaamheden van álle werknemers binnen het kindcentrum, ook als directie en werknemer niet dezelfde moederorganisatie hebben 3. c) Elk kindcentrum vraagt om een eigen gezicht. Dit wil zeggen dat ieder kindcentrum haar eigen analyse van trends en ontwikkelingen kent. Ieder kindcentrum creëert helderheid over doelen en resultaten, geeft helderheid over rol en taakverdeling; de financieringsafspraken worden in een plan vastgelegd. d) De huisvesting van ieder kindcentrum (onder één dak of in elkaars nabijheid) ondersteunt zoveel mogelijk de integraliteit van werken en maakt het concept van één visie, één team en één leiding mogelijk. Artikel 4. Inhoudelijke uitgangspunten a) Binnen de kindcentra wordt er uitgegaan van de volgende uitgangspunten: 1. Ontwikkeling van het kind staat centraal; 2. Betrokkenheid van ouders; 3. Levert hoge kwaliteit van dienstverlening; 2 Per kindcentrum kan de samenstelling van de directie in aantal personen verschillen. 3 Zie ook artikel 6 D. 3
4. Er wordt binnen dit convenant samengewerkt over organisatiegrenzen heen, als waren het één organisatie; 5. Het kindcentrum positioneert zich in de wijk als een maatschappelijke verbindende schakel. b) Samen met de bestuurlijke kaders vormen deze inhoudelijke uitgangspunten de basis voor de uit te werken visie per kindcentrum. Artikel 5. Expertise a) De kindcentra hebben een breed aanbod dat op elkaar aansluit. Er is sprake van bundeling van expertise, waarbij: 1. Lucas Onderwijs met het primair onderwijs (groep 1 t/m 8) voor educatie en brede vorming van kinderen verantwoordelijk is; 2. Xtra verantwoordelijk is voor het voorschool peuterspeelzaalwerk en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) gericht op de brede ontwikkeling (taal, sociaal- emotionele en cognitieve ontwikkeling) van het jonge kind, de participatie van ouders en de begeleiding en ondersteuning van het gezin in de thuissituatie. 3. Dak Kindercentra verantwoordelijk is voor dagopvang van 0-4 jaar en voor- en vroegschoolse educatie (VVE), gericht op de brede ontwikkeling van het jonge kind (taal, sociaal, emotionele en cognitieve ontwikkeling). En de buitenschoolse opvang van kinderen, die hier sociale ervaringen, kennis en vaardigheden opdoen en hun talenten kunnen ontdekken en ontwikkelen. Daarnaast worden er begeleidende activiteiten aangeboden die hierop aansluiten. b) Alle dienstverlening aangaande de kindcentra wordt geleverd door deelnemende partijen. Artikel 6. Organisatiestructuur a) De stuurgroep bestaat uit de bestuurders van partijen uit dit convenant en is eindverantwoordelijk voor alle kindcentra. Zij neemt besluiten over de voortgang van dit convenant, (financiële) investeringen en onderhoudt contact met de gemeente Den Haag over de samenwerking. De stuurgroep beslist uiteindelijk welke locaties zich zullen (door)ontwikkelen tot kindcentra. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande initiatieven. b) De projectgroep, bestaat uit leidinggevende managers 4 van de partijen uit dit convenant en vormt het dagelijks bestuur van de kindcentra. De projectgroep legt verantwoording af aan de stuurgroep. Zij geeft leiding aan de directie van ieder kindcentrum. c) De kindcentra en de totstandkoming ervan worden inhoudelijk begeleid en ondersteund door één of meerdere projectleider(s), al dan niet met ondersteuners. Hiervoor wordt er intern en extern gekeken naar geschikte projectleider(s) en ondersteuners met expertise en ervaring. Kosten voor inhoudelijke ondersteuning bij de vormgeving van de kindcentra, worden door partijen in gezamenlijkheid naar rato (afhankelijk van de inbreng in begroting en soort werkzaamheden) gedragen, tenzij partijen met betrekking tot specifieke kosten anders overeen zijn gekomen. d) Binnen de kindcentra werken partijen samen als één organisatie (front-office). Tot en met 2018 is er sprake van een back-office bestaande uit een netwerk van deelnemende partijen. Ten tijde de 4 In het geval van Xtra kunnen dit ook de directeuren van de werkmaatschappijen zijn en in het geval van Lucas Onderwijs kunnen dit de clusterdirecteuren zijn. 4
uitvoering van dit convenant zal door partijen gekeken worden welke organisatiestructuur het best passend is voor de langere termijn. Mocht er een andere organisatievorm wenselijk worden, dienen partijen hier eerst nader afspraken met elkaar over te maken (zie ook artikel 7). e) In expertisegroepen wordt opgedane ervaring en kennis tussen de kindcentra uitgewisseld. Partijen praten mee op landelijk niveau en volgen ontwikkelingen. Dit met het oog op leren en verbeteren. Artikel 7. Inspanningsverplichtingen a) Met behoud van de eigen verantwoordelijkheden geven partijen uitvoering aan de afspraken binnen dit convenant. Samenwerking is gebaseerd op consensus. b) Partijen hebben een informatieplicht naar elkaar, over zaken die te maken hebben met of van invloed zijn op de samenwerking, en voor zover de informatie noodzakelijk is voor het intern of extern verantwoording afleggen. c) Behoudens voor zover wettelijk vereist of voor zover door partijen expliciet toestemming is gegeven, zullen partijen de wederzijds als gevolg van deze overeenkomst verkregen informatie niet (in)direct publiceren, vrijgeven of anderszins voor derden toegankelijk maken. d) Wanneer er door gewijzigde wet- en/of regelgeving (beleid en/of financiering) een overheveling van taken en verantwoordelijkheden tussen partijen binnen dit convenant plaatsvindt, geldt in beginsel het principe van mens volgt werk, indien en voor zover dat op grond van de wet van toepassing is. Mocht op grond van de wet dit principe niet van toepassing zijn, komen partijen overeen dit principe zoveel mogelijk na te leven, tenzij naleving van dit principe in redelijkheid niet van de betreffende partij kan worden verwacht. De betreffende partij informeert hierover de andere partijen tijdig, onder overlegging van daartoe relevante (financiële) documentatie. Partijen overleggen alsdan over een alternatief. Artikel 8. Wijziging convenant a) Indien er sprake is van omstandigheden die naar het oordeel van één der partijen zouden moeten leiden tot herziening van dit convenant, wordt hierover overleg gevoerd tussen alle partijen. b) Wijziging van dit convenant en aanvullingen daarop zijn slechts geldig voor zover zij schriftelijk tussen alle partijen zijn overeengekomen. Artikel 9. Werkingsduur en evaluatie a) Dit convenant treedt in werking met ingang van de datum dat het door alle partijen is ondertekend en eindigt op 1 januari 2019. b) Tussentijds vinden er evaluaties plaats (minimaal twee maal per jaar) waarin doelstellingen en samenwerking centraal staan. Zo nodig worden uitgangspunten en afspraken bijgesteld. c) Partijen voeren tijdig voor de afloop overleg over de vraag of en in welke vorm voortzetting van dit convenant gewenst is. d) Alle partijen zullen zelf bekendheid geven aan de afspraken naar hun eigen achterban. 5