BOA Basisbekwaamheid

Vergelijkbare documenten
BOA. Basisbekwaamheid

Particulier onderzoeker Wettelijke kaders

Particulier onderzoeker Wettelijke kaders

Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid WKPV I

Persoonsbeveiliger Basis- en wetskennis

WKPV I Lesboek 2018/2019

Verkeersregelaar. ex:pla n. smart educational tools

Beveiliger Vragen- en opdrachtenboek

Handhaver toezicht en veiligheid (HTV)

Toetsmatrijs BOA Basisbekwaamheid rechtskennis 1 januari 2017

WvSr De kandidaat kan aan de hand van een gegeven situatie vaststellen of het om een wet in materiële of formele zin gaat.

opleiding BOA Wetgeving adhv eindtermen

Toetsmatrijs BOA OV Module 4 Rechtskennis 24 mei 2017

Beveiliger Wettelijke kaders

Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 WKPV 2

Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 WKPV 1

Toetsmatrijs Wettelijke Kaders Onderwijs Generiek 1 januari 2018

Toetsmatrijs Wettelijke Kaders Openbare Ruimte Generiek 1 april 2018

Kwalificatiedossier: BOA OV Module 3 Orde, rust en veiligheid Toetsvorm: 20 Gesloten vragen Toetsduur: 45 minuten Cesuur: 68%

Kwalificatiedossier: BOA OV Module 5 Samenwerking en assistentieverlening Toetsvorm: 20 Gesloten vragen Toetsduur: 45 minuten Cesuur: 68%

Wetboek van Strafrecht in het algemeen. Hoofdstuk 15 Lesboek Basisbekwaamheid Buitengewoon Opsporingsambtenaar

Inhoudsopgave. 3 Materieel strafrecht: opzet en schuld Inleiding 45

Samenvatting Maatschappijleer Inleiding recht

Inleiding tot Recht. Uit Praktisch Burgerlijk Recht

Voorwoord. Lawbooks Grondslagen van Recht ( ) Beste student(e),

Algemeen juridische beroepsvorming 4 ALGEMEEN JURIDISCHE BEROEPSVORMING 4 (CJU01.4/CREBO:50109)

Winkelbeveiliging. ex:pla n. smart educational tools

Beveiliger. Wettelijke kaders

Toetsmatrijs Wettelijke Kaders Openbare Ruimte Generiek 1 februari 2020

Samenvatting Maatschappijleer Hoofdstuk 1 en 2

Beveiliger Wettelijke kaders

Beveiliger. Beveiliging Vragen- envan. opdrachtenboek. objecten

WKPV II Lesboek 2018/2019

Prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels Mr. A.G.A. Nijmeijer Mr. J.A.M. van der Velden. Het wetsvoorstel Wabo

Inleiding tot het recht

Introductie in het recht

Havenbeveiliger. ex:pla n. smart educational. educational tools

Toetsmatrijs BOA OV Module 2 Rechtskennis 24 mei 2017

5,7. Begrippenlijst door F. 972 woorden 17 maart keer beoordeeld. Maatschappijleer Thema's maatschappijleer. Paragraaf 1:

Oriëntatie op de particuliere recherchebranche 1 ORIËNTATIE OP DE PARTICULIERE RECHERCHEBRANCHE 1 (CBE16.1/CREBO:52694)

Samenvatting Maatschappijleer Hoofdstuk 1 t/m 4

Toetsmatrijs BOA Basisbekwaamheid Rechtskennis 1 januari 2019

Inhoudsopgave. Voorwoord 13. Aanbevolen literatuur 15. Afkortingenlijst 17. Hoofdstuk 1 Inleiding 19

B-toets Vragenlijst Bejegening Versie voor jongeren

Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht

Inhoud 1 Recht Indelingen in het recht 3 Rechtsbronnen

ARRESTANTENVERZORGING. Juridische aspecten De politie Het strafproces Verzorging Ethiek

Inhoudsopgave. Voorwoord / 5. Lijst van gebruikte afkortingen / 13. Het materiële strafrecht. 1. Inleiding / 17

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1

Veiligheid in de samenleving 1 VEILIGHEID IN DE SAMENLEVING 1 (CBE28.1/CREBO:55031)

Hoofdstuk 1,2, en 4 van het boek Straf(proces)recht begrepen.

ABC voor Raadsleden INKIJKEXEMPLAAR

Voorwoord. Materieel strafrecht. Inleiding. 2 Bronnen van strafrecht 3 Voorwaarden voor strafbaarheid. De menselijke gedraging

Rechtsstaat Hfdst. 1. Idee een oorsprong van de rechtsstaat 1. Wat verstaan we onder een rechtsstaat?(par. 1.1)

6,9. Samenvatting door een scholier 1543 woorden 5 augustus keer beoordeeld. Maatschappijleer

Samenvatting Maatschappijleer Rechtsstaat

Inleiding. 1 Strafrecht

Toetsmatrijs Wettelijke Kaders Milieu Specifiek

1 Inleiding recht. 1.1 Inleiding. 1.2 Omschrijving en doel

Wet op de bijzondere opsporingsdiensten Geldend van t/m heden

2.3.3 Overeenkomst is in strijd met de wet, goede zeden of openbare orde 58

Persoonsbeveiliger Basis- en wetskennis

Examencommissie Milieu Status: Vastgesteld. Kennisonderdeel Toetsvorm Hulpmiddelen Duur Cesuur

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING

Samenvatting Maatschappijleer Maatschappijleer hoofdstuk 1.1 en

De rechtsstaat is een soort sociaal contract tussen burgers en bestuurders. Beiden hebben plichten.

Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat?

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

Proeftoets E2 vwo4 2016

Opsporingsbevoegdheden

Samenvatting Maatschappijleer Rechtstaat

TOEZICHT OPSPORING. Jan Willem van Veenendaal MEC.

8,7. Samenvatting door een scholier 1406 woorden 29 november keer beoordeeld. Maatschappijleer Thema's maatschappijleer

Bijlage. Antwoorden op de vragen Wetsartikelenregister Jurisprudentieregister

1.21 Verkeer: dood/zwaar lichamelijk letsel door schuld in het verkeer (art. 6 WVW 1994)

Samenvatting Maatschappijleer Rechtstaat 1 t/m 9

Onderwerp Begrip/Artikel Toetsterm I. Het functioneren binnen en als onderdeel van de organen van de strafrechtspleging

Toetsmatrijs BOA Basisbekwaamheid Rechtskennis 1 januari 2017

Rechtstaat: Waarin burgers met grondrechten worden beschermd tegen machtsmisbruik door de overheid.

Onderzoek als project

Beroepshouding. module 2. Sport, dienstverlening en veiligheid

DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN

Toetsmatrijs BOA OV Module Openbaar Vervoer 1 januari 2017

Handboek PROCES VERBAAL 2018

PrOmotie. Cultuur en Maatschappij. Werkboek Regels en wetten

Als er sprake is van een incident op heterdaad (tijdens of kort na plegen) en het gaat om een mishandeling of een bedreiging met mishandeling:

Beginselen van de democratische rechtsstaat

Mr Henk van Asselt. Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal. Strafrechtadvocaat. Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Exameneisen Beveiliger (Crebonummer 25407)

Handleiding Eetmeter. Aan de slag. in beroep en bedrijf. Handleiding Eetmeter. februari 2007

Samenvatting Maatschappijleer Politiek - Democratie en rechtstaat

Transcriptie:

BOA Basisbekwaamheid

Mannelijk/vrouwelijk Er bestaat in Nederland een dilemma als het gaat over het gebruik van woorden die als mannelijk en vrouwelijk geïnterpreteerd kunnen worden. We zouden consequent kunnen werken met hij/zij en zijn/haar, maar dat geeft een gedwongenheid die wij stilistisch niet verantwoord vinden. Het werkt storend en afleidend op de leesbaarheid. Daarom is er voor de mannelijke variant gekozen. : wanneer u deze vakjes ziet, volgen er belangrijke zinnen. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No parts of this book may be reproduced in any form by print, photo print, microfilm or any other means without written permission from the Publisher. Samenstellers en uitgever zijn zich volledig bewust van hun taak een zo betrouwbaar mogelijke uitgave te verzorgen. Niettemin kunnen zij geen aansprakelijkheid aanvaarden op onjuistheden die eventueel in deze uitgave voorkomen. De uitgever meent alle rechten van afbeeldingen te bezitten of daar afspraken over te hebben gemaakt. Indien rechthebbenden toch een opmerking hebben, kunnen zij zich tot de uitgever wenden. Adresgegevens ex:plain Disketteweg 6 Postbus 1230 3800 BE Amersfoort www.explain.nl Mei 2017

BOA Geschreven door: Dirk van den Heuvel, Rob van der Lans

Inhoud Hoofdstuk 1 Nederlands recht 9 Het Recht 9 Normen 9 Godsdienstige normen 10 Zedelijke normen 10 Fatsoensnormen 10 Normen niet toereikend 10 Rechtsnormen 10 Recht 11 Ongeschreven recht (gewoonterecht) 11 Geschreven recht 11 Privaatrecht 11 Publiekrecht 12 Staatsrecht 12 Strafrecht 13 Hoofdstuk 2 Nederlandse staat 17 Inleiding 17 Staat 17 Eenheidsstaat 18 De Regeringsvorm 18 Monarchie 18 Democratie 19 Rechtsstaat 19 Rechten 20 De Regering 21 Staten-Generaal 22 Kiesrecht 24 Wetten en algemene maatregelen van bestuur 25 Wetten in formele en materiële zin 25 Totstandkoming van een wet in formele zin 26 Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) 28 Decentralisatie van bestuur 29 Provincie 30 Gemeente 33 Waterschappen 36 Hoofdstuk 3 Rechterlijke macht 39 De drie machten van de staat 39 Trias Politica in Nederland 39 De Rechterlijke macht 40 Taken en bevoegdheden 43 Absolute competentie 44 Relatieve competentie 52 Openbaar ministerie 53 Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen 61 4

Procedure in strafzaken 62 Rechter-commissaris (RC) 64 Raadsheer-commissaris 66 Het onderzoek ter terechtzitting 67 Hoofdstuk 4 Politie 77 De politie 77 Wie behoren tot de politie? 77 Taak en gezag over de politie 80 Politiebevoegdheden 84 Toezicht op de politie 85 De organisatie van de politie 86 Territoriale bevoegdheden van de politie 88 Inhoudsopgave Hoofdstuk 5 Buitengewoon opsporingsambtenaar 91 De Buitengewoon opsporingsambtenaar 91 Functionele bevoegdheid 91 Aanvullende opsporingsbevoegdheden 95 Besluit BOA (BBOA) 96 Instructie aan BOA 101 Legitimatie BOA 102 Eisen proces-verbaal BOA 104 Aanwijzingen opvolgen 104 Toezicht op BOA s 105 Klachten BOA s 108 Intrekken, vervallen of beëindigen opsporingsbevoegdheid 109 Samenwerking met politie 110 Domeinlijsten 112 Hoofdstuk 6 Burgerlijk recht 117 Inleiding 117 Identiteitsgegevens 117 Rechtspersonen 120 Vermogensrecht 121 Hoofdstuk 7 Materieel recht 125 Inleiding 125 Omvang en werking van de Strafwet 126 Strafbaar feit 129 Straffen 132 Strafuitsluitingsgronden 135 Deelneming aan strafbare feiten 142 Uitlokken 144 Daders van rechtspersonen 147 Voltooiing strafbare feit 149 Strafverzwaringsgronden 153 Bijzondere bepaling 153 Slotbepalingen eerste boek 154 Misdrijven die gepleegd kunnen worden door een ambtenaar 155 5

Hoofdstuk 8 Formeel recht 173 Inleiding 173 Algemene bepalingen 174 Verdachte 174 Gradaties van verdenking 176 Heterdaad 176 Opsporingsonderzoek 178 Opsporingsambtenaren 178 Bevoegdheden 182 Opsporen van strafbare feiten 186 Dwangmiddelen persoonlijke vrijheid 192 Staande houden 192 Inzage vorderen identiteitsbewijs 193 Toonplicht identiteitsbewijs 195 Aangewezen identiteitsbewijzen 195 Identificatiefouillering 196 Niet voldoen aan identificatieplicht 197 Aanhouden 199 Identiteitsvaststelling verdachte 202 Voorgeleiding 205 Ophouden voor onderzoek 206 Verhoor verdachte 207 Bijstand van een raadsman 208 Ophouden voor vaststellen identiteit 209 Jeugdige verdachten 210 Inverzekeringstelling en verlenging inverzekeringstelling 210 Inbewaringstelling 211 Gevangenhouding 213 Rechten van de verdachte 215 Onderzoek aan lichaam en kleding 221 Onderzoek aan kleding ter vaststelling identiteit 223 Onderzoek aan kleding ter afwending van gevaar (veiligheidsfouillering) 224 Inbeslagneming 225 Binnentreden 233 Hoofdstuk 9 Proces-verbaal 249 Inleiding 249 Het instellen van vervolging 249 Het afzien van vervolging (seponeren) 250 Discretionaire bevoegdheid 251 De Combibon 254 Invulformulier 254 Bronvermelding 260 6

Inhoudsopgave 7

Nederlands recht

Hoofdstuk 1 Nederlands recht Alle onderwerpen in deze opleiding zijn onverbrekelijk verbonden met de begrippen recht en wet. Voordat wij de voor uw beroep Het Recht Het woord recht komt in de dagelijkse spreektaal (Nederlandse taal) in verschillende betekenissen voor. Zo kennen we recht als tegenstelling tot krom, bochtig, scheef of schuin, in zinnen als: een rechte lijn, iets recht hangen of rechtzetten. Maar datzelfde rechtzetten kan ook een iets andere betekenis hebben, bijvoorbeeld als we zeggen: "ik moet toch wel enkele zaken uit dat verhaal rechtzetten". Hier betekent het rechtzetten in feite corrigeren (verbeteren), dat wil zeggen proberen iets wat fout is weer goed te maken. Tenslotte komen we zeer dichtbij als we spreken over het recht met voeten treden. Want nu hebben we het al over het recht als een zelfstandig begrip. Dat zelfstandige begrip vinden we overigens ook terug in zinnen als zijn recht als eigenaar of ik kom op voor mijn recht. U kunt wel aanvoelen dat zijn en mijn recht toch nog iets anders moet zijn dan het recht, bijvoorbeeld in de zin het recht moet zijn loop hebben. Want mensen zijn zeer verschillend in hun denken en doen. Wat de één voor recht houdt, hoeft dat nog niet te zijn in de ogen van anderen. De vraag rijst daarom, of we dan wel over het recht kunnen spreken. van belang zijnde onderwerpen gaan bespreken, zullen wij eerst enige aandacht besteden aan deze begrippen. Waar we toch van hét recht spreken, ligt de veronderstelling voor de hand dat daarmee toch iets anders wordt bedoeld dan het persoonlijk gevoel van de mensen voor recht of onrecht ondanks dat het er nauw mee is verbonden. Wel is het zo dat overal waar we het woord recht als een zelfstandig begrip gebruiken, dat toch altijd iets te maken heeft met een oordeel over goed of kwaad (recht of onrecht), respectievelijk met ons doen en laten, ons gedrag jegens anderen (goed of verkeerd). Het duidt dan op de grondslag voor een leef- of gedragsregel. Over het recht in juridische zin spreken we, wanneer de overgrote meerderheid in een gemeenschap het eens is over het al dan niet goed of fout zijn van bepaalde zaken of gedragingen. Zo zijn in de loop der tijd min of meer algemeen aanvaarde leef en gedragsregels ontstaan. Tenslotte zijn al die regels van land tot land samengebundeld tot voorschriften, waarnaar de gehele gemeenschap zich heeft te richten. In zo'n samenstel van voorschriften is dus het recht vastgelegd en we duiden die voorschriften zelf daarom ook aan als Het Recht. Het woord recht is afkomstig van het Latijnse woord rectus, wat is afgeleid van het werkwoord regeren, dat besturen, regelen betekent. En daarmee zijn we dan precies gekomen bij de betekenis waar het ons hier om gaat, namelijk Het Recht als samenstel van voor iedereen bindende voorschriften. Nederlands recht Normen De voorschriften vonden hun oorsprong in reeds van oudsher algemeen erkende leef en gedragsregels of normen voor de samenleving. Voor de onderlinge samenleving en maatschappelijke orde zijn deze normen, deze algemeen erkende leef en gedragsregels, onontbeerlijk. We onderscheiden daarbij drie groepen, te weten: - godsdienstige normen; - zedelijke normen; - fatsoensnormen. 9

Godsdienstige normen Godsdienstige normen worden door gelovigen beschouwd als bevelen van een goddelijke macht, waarnaar men heeft te leven. Voor wat onze christelijke beschaving betreft, vinden we deze bijvoorbeeld in de Tien Geboden. Zedelijke normen Vele van die godsdienstige normen worden ook door niet gelovigen wel erkend. Niet omdat zij bij niet nakoming de straf Gods vrezen, maar omdat deze hun worden ingegeven door het geweten en omdat niet naleving zelfverwijt en wroeging, een gevoel van schuld, tot gevolg heeft. Voor hen gelden die normen dan als zedelijke normen. We noemen enkele als voorbeeld, zoals: Gij zult niet doden; niet stelen; geen valse getuigenis afleggen. Dit zijn normen die we stellig als algemeen aanvaard kunnen beschouwen. Het zondigen hiertegen wordt dan ook, ongeacht wettelijke voorschriften, algemeen als ernstig beschouwd; het gaat in tegen ieders rechtsgevoel. Fatsoensnormen Naast de godsdienstige en zedelijke normen kennen we nog een aantal ongeschreven leef en gedragsregels, die veel minder duidelijk zijn. Zij zijn veelal afhankelijk van wat in een bepaalde gemeenschap in een bepaalde periode leeft. Dat zijn dan de fatsoensnormen, die hun weerslag vinden in gezegdes als: Zoiets kun je toch niet doen. of Het is niet meer dan fatsoenlijk dat je zoiets doet. Normen niet toereikend Dat besef van wat men behoort te doen, is helaas voor een geordende samenleving niet voldoende gebleken. Hoe nodig en nuttig deze normen ook mogen zijn, er blijkt meer nodig om de samenleving mogelijk te maken. Het zijn en blijven immers slechts regels der moraal (moraal is zedenleer), die men desgewenst naast zich neer kan leggen, zolang er geen dwingende bepalingen bestaan. Rechtsnormen Er zijn dus dwingende leef- en gedragsregels nodig, die moeten worden nagekomen. Deze regels dienen om aan te geven hoe men zich moet gedragen, of wat men te doen en te laten heeft. Aan het niet naleven, overtreden van die regels zullen bepaalde onaangename of schadelijke gevolgen verbonden zijn. Zulke dwingende leef en gedragsregels noemt men rechtsnormen. Het kenmerk van de rechtsnormen is dus de afdwingbaarheid door middel van een sanctie op overtreding van die normen. De sancties kunnen onderscheiden worden in: - vrijheidsstraffen (gevangenisstraf, hechtenis); - geldboetes; - erestraffen (ontzetting uit bepaalde rechten, bijvoorbeeld uit het kiesrecht). Samenvatting Leefregels zijn onderverdeeld in: 1. godsdienstige normen; 2. zedelijke normen; 3. fatsoensnormen. 10

Recht Definitie: Recht is een samenhangend geheel van elkaar aanvullende nationale en internationale gedragsregels, die voor een samenleving (gemeenschap) gelden en die door de overheid dwingend gehandhaafd kunnen worden. Ongeschreven recht (gewoonterecht) Ongeschreven recht is vaag, men kan het vaak niet terugvinden. Het is mondeling van de een op de ander overgedragen en betreft in feite in Men kan recht ook onderverdelen in geschreven en ongeschreven recht. de samenleving gegroeide gewoonten. Het ligt niet vast in wettelijke regels. Nederlands recht Geschreven recht Artikel 107 GW 1. De wet regelt het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk en strafprocesrecht in algemene wetboeken, behoudens de bevoegdheid tot regeling van bepaalde onderwerpen in afzonderlijke wetten. Het geschreven recht daarentegen is nauwkeurig vastgelegd, het is terug te vinden in wetten en wettelijke voorschriften. Wetten en wettelijke voorschriften worden gemaakt door de daartoe in de Grondwet aangewezen organen, aan te duiden als de overheid. Wetten worden gemaakt door de regering en Staten Generaal, verordeningen door lagere overheidsorganen zoals Provinciale Staten, gemeenteraden of besturen van andere publiekrechtelijke lichamen. We onderscheiden in het geschreven recht twee hoofdgroepen namelijk: - het privaatrecht; - het publiekrecht. Privaatrecht Het privaatrecht regelt de rechtsverhouding tussen burgers onderling (met inbegrip van overheidsorganen, wanneer deze niet als overheid, maar als particulier optreden). We spreken ook wel van burgerlijk recht of civiel recht. Zo regelt dit bijvoorbeeld de verhouding koper/verkoper, huurder/verhuurder, familiebetrekkingen, vermogensverhoudingen, overeenkomsten (waaronder bijvoorbeeld ook arbeidsovereenkomsten) enz. De overheid heeft hier slechts een regelende functie om het individuele belang van haar onderdanen te behartigen. De overheid geeft de richtlijnen, maar indien een private persoon niet leeft naar deze richtlijnen zal diezelfde overheid niet uit eigen initiatief optreden. Indien de private persoon, door niet naar de richtlijnen te handelen, daarmee het recht van een ander persoon aantast of schendt, zal deze laatste zelf initiatieven moeten nemen om zijn recht te halen. In het uiterste geval zal de civiele rechter (dat is de rechter die beslist in geschillentussen personen) om een beslissing worden gevraagd. De uitspraak van deze rechter is bindend. Het privaatrecht is te onderscheiden in: 1. materieel privaatrecht Het materiële privaatrecht geeft de regels waaraan de burgers zich onderling te houden hebben in het maatschappelijke verkeer. Het is dus gedragsrecht. Het materiële privaatrecht vinden we in het Burgerlijk Wetboek, in het Handelsrecht (bijvoorbeeld het Wetboek van Koophandel) en nog vele andere Bijzondere Wetten. Men noemt deze de bronnen van het materiële privaatrecht. 11

2. formeel privaatrecht Het formele privaatrecht geeft antwoord op de vraag hoe iemand moet handelen als een regel uit het materiële privaatrecht niet wordt nageleefd. Het geeft procesrecht. Antwoorden op vragen als: Hoe moet ik handelen als een koopcontract niet volgens de overeengekomen regels wordt uitgevoerd? of: Hoe moet ik handelen als na een echtscheiding de alimentatie niet betaald wordt? zijn te vinden in het formele privaatrecht. Het formele privaatrecht vinden we in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en in vele andere Bijzondere Wetten. Men noemt deze de bronnen van het formele privaatrecht. Rijdende Rechter Rijdende Rechter is een Nederlands televisieprogramma waarbij mensen en organisaties geschillen voorleggen aan een rechter die een bindende uitspraak doet. Bij De Rijdende Rechter wordt niet officieel recht gesproken. Beide partijen tekenen een contract waarin zij aangeven akkoord te gaan met de uitspraak van een bindend adviseur (de rijdende rechter). Veel van de voorgelegde geschillen zijn hoog opgelopen burenruzies die vaak betrekking hebben op geluidsoverlast, bomen die te dicht op de erfgrens staan, bomen die overlast veroorzaken door vallende bladeren en vruchten, schuttingen, schuurtjes en garages die niet precies op de erfgrens staan en blokkade/misbruik van het recht van overpad. Ook consumentenrecht komt vaak aan de orde. De rijdende rechter brengt een bezoek aan de betreffende locatie en houdt een hoorzitting in een nabijgelegen wijkcentrum of buurthuis. Vaak heeft hij een deskundige uitgenodigd (bijvoorbeeld een medewerker van het kadaster). De uitspraak volgt later in de studio. Bron: Wikipedia Publiekrecht Het publiekrecht regelt de verhouding tussen staten onderling (inter-nationaal staatsrecht of wel staatsrecht in ruime zin), het bestuur van de staat en zijn organen en onderdelen (nationaal staatsrecht of wel staatsrecht in enge zin, de feitelijke staatsinrichting) en de verhouding overheid - burger (strafrecht). Tot publiekrecht behoren onder andere: - het staatsrecht; - het strafrecht. Staatsrecht Het staatsrecht regelt de staatsvorm en de organisatie, taken en bevoegdheden van de staatsorganen. De staatsorganen in Nederland zijn o.a.: 1. de regering; 2. de Eerste en Tweede kamer der Staten- Generaal; 3. de provincies; 4. de gemeenten; 5. de waterschappen. In hoofdstuk 2 wordt hier uitgebreider op ingegaan. 12