Appendix 3. Attitude - Vragenlijst (B-versie) Inleiding Met deze vragenlijst proberen wij na te gaan, hoe je tegen je toekomstige beroep en beroepsuitoefening aankijkt. Ook zijn wij geïnteresseerd in je mening over wat een ideale arts zou zijn. Probeer iedere vraag vanuit dit perspectief te lezen. Lees iedere vraag zorgvuldig. De precieze betekenis is op het eerste gezicht misschien niet meteen duidelijk. Probeer je eigen opvattingen en gevoelens weer te geven in je antwoord. Wanneer een vraag slaat op een situatie die je niet kent, tracht je dan in die situatie in te denken. Probeer je voor te stellen wat jouw mening zou zijn en vul het toepasselijke antwoord in. Het is niet de bedoeling dat je een mening geeft over hoe het idealiter zou moeten zijn; geef zoveel mogelijk je eigen mening. Wanneer een vraag je in verwarring brengt of wanneer het moeilijk is om je standpunt in te nemen, vul dan "neutraal" in. Wanneer je zowel voor als tegen een uitspraak bent, vul dan ook "neutraal" in. Het invullen van de vragenlijst duurt ongeveer 10 minuten.
246 Appendix 3 B Vul hier s.v.p. je geboortedatum in: VUL S.V.P. DE VOLGENDE VRAGEN IN DOOR MIDDEL VAN AANKRUISEN 1. Ben je man of vrouw? M V 2. Hoe oud ben je? jonger dan 20 jaar tussen 20 en 25 jaar tussen 25 en 30 jaar ouder dan 30 jaar 3. a) Hoe was je gemiddelde eindexamencijfer (middelbare school) natuur- en scheikunde? heel goed goed middelmatig zwak slecht b) Hoe was je gemiddelde eindexamencijfer (middelbare school) voor de talen? heel goed goed middelmatig zwak slecht 4. Hoe vaak ben je voor geneeskunde uitgeloot? 0x 1x 2x 3x 5. Heb je vóór je studie geneeskunde nog een andere opleiding gevolgd (hoeft niet voltooid te zijn)? fysiotherapie verpleegkunde overige HBO, nl.: een exacte wetenschap een sociale wetenschap overig univ. nl.: overige opleid. nl.: nee
Attitude - Vragenlijst 247 6. Heb je naast je studie nog regelmatig andere aktiviteiten (gehad), zoals (on)betaald werk in de gezondheidszorg, in verenigingen, instellingen, het onderwijs? ja nee 7. Hoe is je gemiddeld niveau tijdens je studie geneeskunde? heel goed goed middelmatig zwak slecht 8. Naar welke specialisatie gaat je belangstelling op dit moment het meeste uit? interne geneeskunde kindergeneeskunde neurologie psychiatrie heelkunde gynecologie/ verloskunde huisartsgeneeskunde sociale geneeskunde med. biologisch ond. overig, namelijk: 9. In welke fase van de studie ben je nu? propedeuse doc-1 doc-2 doc-3 ALCO I ALCO II 10. Op grond van welke redenen ben je in Utrecht gaan studeren? toeval praktische redenen persoonlijke redenen voorkeur voor het Utrechtse curriculum
248 Appendix 3 OMCIRKEL BIJ IEDERE UITSPRAAK HET WOORD DAT JOUW MENING HET BESTE WEERGEEFT Voorbeeld: Legbatterijen moeten bij de wet verboden worden. neutraal niet mee 1. In de huisartsgeneeskunde kun je als arts vaak een psychotherapeutische werkwijze toepassen. neutraal niet mee 2. Bij beslissingen over de behandeling moet de patiënt het laatste woord hebben. neutraal niet mee 3. De onderwijstijd van alle klinische vakken in de eerste vier jaar moet verminderd worden zodat er ruimte vrij komt voor training in interpersoonlijke relaties. neutraal niet mee 4. Wanneer een patiënt meer dan de gebruikelijke tijd nodig heeft tijdens een afspraak, moet hij extra tijd krijgen, ook al gaat dat ten koste van andere patiënten. neutraal niet mee 5. Standaardprogramma s en protocollen moeten bij de behandeling van ziekten en symptomen op veel grotere schaal toegepast worden dan nu het geval is. neutraal niet mee 6. Als een patiënt klaagt over de houding van de arts dan komt dat meestal voort uit een gebrek aan inzicht in de verantwoordelijkheden en plichten van het artsenberoep. neutraal niet mee 7. Als een patiënt niet meewerkt aan een behandeling dan is de arts ook niet verder verantwoordelijk voor de resultaten. neutraal niet mee 8. Medische bekwaamheid berust vooral op kennis en vaardigheden en in veel mindere mate op attitude. neutraal niet mee 9. Wetgeving waarbij de rechten van de patiënt tegenover de arts zijn vastgelegd, is ongewenst en doet afbreuk aan de arts-patiënt relatie. neutraal niet mee
Attitude - Vragenlijst 249 10. In ieder ziekenhuis moet een ombudsman zijn bij wie de patiënten hun klachten kwijt kunnen. neutraal niet mee 11. Een patiënt met psycho-somatische klachten moet doorverwezen worden naar een psycholoog. neutraal niet mee 12. Als er meer met computers gewerkt zou worden in de geneeskunde, zou de gezondheidszorg er een stuk op vooruitgaan. neutraal niet mee 13. Een hoge kwaliteit van medische zorg heeft een direct verband met de hoeveelheid tijd die er aan een individuele patiënt besteed wordt. neutraal niet mee 14. De gigantische kostenstijging in de gezondheidszorg kan het beste tegengegaan worden door het bevorderen van epidemiologie, patiëntenvoorlichting, preventie en eerstelijnszorg en door het beperken van ziekenhuiszorg. neutraal niet mee 15. De arts moet pijnstillers voorschrijven op grond van diens eigen beoordeling van de werkelijke behoefte van de patiënt. neutraal niet mee 16. Alle artsen moeten getraind worden om patiënten te stimuleren, zich bewust te worden van hun beleving en gevoelens van hun gezondheidsproblemen. neutraal niet mee 17. De gigantische kostenstijging in de gezondheidszorg kan het beste beteugeld worden door vermindering van extra-murale zorgverlening en door efficiëntere organisatie van de ziekenhuiszorg. neutraal niet mee 18. De patiënt moet te allen tijde telefonisch contact kunnen opnemen met de behandelende arts of diens waarnemer. neutraal niet mee 19. Alternatieve geneeskunde moet zorgvuldig bekeken worden op mogelijkheden om de reguliere geneeskunde te verruimen en nieuwe inzichten te verschaffen. neutraal niet mee
250 Appendix 3 20. "Vage klachten" zijn een belangrijk aandachtsveld voor iedere arts. neutraal niet mee 21. De arts, met uitzondering van de psychiater, moet zich beperken tot datgene waartoe hij is opgeleid: het behandelen van de lichamelijke toestand van een patiënt. neutraal niet mee 22. De arts kan het beste beoordelen welke informatie over de ziekte het bevattingsvermogen van een patiënt te boven gaat. neutraal niet mee 23. Bij de behandeling van een patiënt moet de arts het laatste woord hebben. neutraal niet mee 24. Een ziekenhuisarts moet speciale training krijgen in stervensbegeleiding. neutraal niet mee 25. Als iemand ziek wordt, dan berust dat meestal op een toevallige samenloop van somatische factoren. neutraal niet mee 26. Bij de meeste ziekten spelen psychosociale factoren een rol in het ontstaan en verloop. neutraal niet mee 27. Het huidige medische instrumentarium (diagnostiek en therapie) biedt de juiste methode om problemen van een patiënt op te lossen. neutraal niet mee 28. Psychologische en filosofische benaderingen van ziekte boeien mij bijzonder. neutraal niet mee 29. Ziek-zijn geeft een patiënt ook de kans, zich beter te ontplooien. neutraal niet mee
Attitude - Vragenlijst 251 DE IDEALE ARTS Welke kenmerken heeft volgens jou DE IDEALE ARTS? Omcirkel bij iedere uitspraak die plaats op de lijn, die jouw mening het beste weergeeft. Voorbeeld: Kort Lang 1. Leidend Volgend 2. Objectiverend Invoelend 3. Terughoudend Mededeelzaam 4. Psychosociaal Somatisch 5. Generalist Specialist 6. Teamlid Solist 7. Gericht op de Gericht op de zieke ziekte 8. Verstandelijk Emotioneel 9. Nuchter Gevoelig
252 Appendix 3