Handleiding Yealink T48G qebble Bezoekadres: Keulenstraat 6B, 7418 ET Deventer Postadres: Postbus 190, 7400 AD Deventer T. 085 760 6600 E. info@qebble.nl I. www.qebble.nl
Inhoud 1. Toestel aansluiten... 3 2. Beschrijving telefoontoestel... 4 2.1 Beschrijving knoppen... 4 2.2 Navigatietoets... 5 3. Beschrijving display... 6 3.1 Symbolen op het display... 6 4. Telefoneren... 7 4.1 Oproep tot stand brengen... 7 4.2 Terugbellen starten... 7 4.3 Anoniem bellen... 8 4.4 Oproep beantwoorden... 8 5. Microfoon uitschakelen, handsfree telefoneren... 8 5.1 Microfoon uitschakelen... 8 5.2 Handsfree in-/uitschakelen... 8 5.3 Het volume van de hoorn, headset of luidspreker wijzigen... 9 6. Oproeplijsten... 9 6.1 Telefoonnummer uit de oproeplijst kiezen... 10 6.2 Vermelding uit de oproeplijst kopiëren naar het lokale telefoonboek... 10 7. Telefoonboek... 10 7.1 Telefoonnummer kiezen... 11 7.2 Nieuw contact aanmaken... 11 8. Telefoneren met meerdere deelnemers... 12 8.1 Ruggespraak... 12 8.2 Wisselgesprek... 12 8.3 Conferentie... 12 8.4 Oproep doorverbinden... 13 8.5 Wisselgesprek (aankloppen)... 13 8.6 Oproep omleiden... 14 2
1. Toestel aansluiten Bureaustandaard bevestigen: Bevestig het klepje in de daarvoor bestemde uitsparingen op de gewenste hoogte. Op deze manier kunt u uw telefoontoestel rechtop in een hoek van 45 op uw bureau laten staan voor een groter gebruiksgemak. Hoorn en eventuele headset aansluiten: Bevestig het uiteinde van het snoer van de hoorn in de daarvoor bestemde aansluiting aan de achterzijde van het toestel. Maakt u gebruik van een headset, bevestig dan ook het uiteinde van het snoer van de headset in de aansluiting aan de achterzijde van het toestel. Sluit tevens de adapter en Bluetooth USB-dongel voor de headset aan. 3
Toestel aansluiten op PC: Bevestig een uiteinde van de Ethernet-kabel in de daarvoor bestemde aansluiting aan de achterzijde van het telefoontoestel. Bevestig het andere uiteinde in een van de poorten van uw switch of rechtstreeks in uw router. 2. Beschrijving telefoontoestel 2.1 Beschrijving knoppen 4
1 LED-indicator Geeft telefoonstatus weer. 2 7 Touchscreen Display Laat informatie zien over oproepen, berichten, context-toetsen, tijd, datum en andere relevante items. 3 Headset-toets Headset in- en uitschakelen. 4 Microfoon uit Microfoon in- en uitschakelen. 5 Wachtstand Oproepen in de wachtstand plaatsen of uit de wachtstand nemen. 6 Doorverbindtoets Oproepen doorverbinden. 7 Luidsprekertoets Handsfree-functie in- en uitschakelen. 8 Berichtentoets Toegang tot voicemailberichten. 9 Redial-toets Eerder gedraaide nummers opnieuw kiezen. 10 Navigatie-toets Gemakkelijk door verschillende functies scrollen; acties/instellingen bevestigen/annuleren. 11 Volumetoets Het volume van de hoorn, headset, microfoon en het oproepsignaal aanpassen. 12 Toetsenbord Nummers, letters en speciale tekens voor tekst- en nummerinvoer. 2.2 Navigatietoets Met de navigatietoetsen kunt u door het menu navigeren, de cursor verplaatsen en velden in- en uitschakelen. In het hoofdscherm: Menu Oproeplijsten Telefooninstellingen Zoeken in het centrale telefoonboek 5
3. Beschrijving display 3.1 Symbolen op het display Netwerk niet beschikbaar. Registratie succesvol. Registratie mislukt. Knippert: aan het registreren. Handsfree-functie ingeschakeld. Handset-functie ingeschakeld. Headset aangesloten. Kleine letters input modus. Hoofdletters input modus. Alpha-numerieke input modus. Numerieke input modus. Hoofdletters en kleine letters input modus. Voicemailbericht. AutoAnswer ingeschakeld. Functie Niet storen (DND) ingeschakeld. Oproepdoorschakeling ingeschakeld. Gesprek in de wacht. Microfoon uitgeschakeld. Oproepsignaal uitgeschakeld. Ontvangen oproepen. Uitgaande oproepen. Gemiste oproepen. Doorgeschakelde oproepen. Opname box is vol. Gesprek wordt niet opgenomen. Gesprek wordt opgenomen. Gespreksopname kan niet worden gestart. Gespreksopname kan niet worden gestopt. Bluetooth ingeschakeld. Bluetooth headset is gekoppeld en verbonden. Default contact foto. 6
4. Telefoneren 4.1 Oproep tot stand brengen Pak de hoorn op. Kies het gewenste nummer op het toetsenbord op het touchscreen. Bevestig het nummer met, of met de context-toets Kiezen. Oproep beëindigen: Druk op de Beëindigen context-toets of leg de hoorn op de haak. 4.2 Terugbellen starten U probeert een persoon intern te bereiken. Deze persoon is echter niet bereikbaar. Het volgende bericht verschijnt op uw scherm: Door op OK te drukken, wordt de functie Call Completion geactiveerd en keert uw telefoonscherm weer terug naar de ruststand. Zodra de persoon die u wilde bereiken weer beschikbaar is, verschijnt een melding of u opnieuw een gesprek wilt starten. Door op OK te drukken, wordt het nummer opnieuw gedraaid. 7
4.3 Anoniem bellen Ga naar Menu. Kies vervolgens de optie Features Anonymous Call. Druk op de of toets of de Switch context-toets om Enabled te selecteren in het Anonymous Call veld. Eventueel voert u de on en off codes in de daarvoor bestemde velden in. Druk op de Save context-toets om de wijzigingen op te slaan of op de Back context-toets om te annuleren. 4.4 Oproep beantwoorden Er komt een oproep binnen. Om deze te beantwoorden, neemt u de hoorn van de haak of drukt u op de Beantwoorden context-toets. Druk op de handsfree toets om de oproep handsfree te beantwoorden. Als een headset aangesloten is, drukt u op de met de beller. headset-toets. U bent nu verbonden 5. Microfoon uitschakelen, handsfree telefoneren 5.1 Microfoon uitschakelen Om tijdens een gesprek de microfoon uit te schakelen, drukt u op de microfoon uit-toets. Uw gesprekspartner kan u nu niet meer horen. Om de microfoon weer in te schakelen, drukt u nogmaals op dezelfde toets. 5.2 Handsfree in-/uitschakelen Om tijdens een gesprek over te schakelen op handsfree bellen, drukt u op de handsfreetoets. Uw gesprekspartner staat nu op de luidspreker. Om de functie handsfree weer uit te schakelen, drukt u nogmaals op dezelfde toets. Opmerking: laat uw gesprekspartner weten dat hij of zij op de luidspreker staat. 8
5.3 Het volume van de hoorn, headset of luidspreker wijzigen Met de volumetoets kunt u eenvoudig het volume van de hoorn, headset of luidspreker wijzigen. Om het volume te verlagen, drukt u op de linkerkant van de toets (-). Om het volume te verhogen, drukt u op de rechterkant van de toets (+). 6. Oproeplijsten De oproeplijsten bevatten 4 soorten oproepen: gemiste oproepen, uitgaande oproepen, ontvangen oproepen en doorgeschakelde oproepen. Elke lijst bevat maximaal 100 vermeldingen. Oproeplijsten inschakelen: Druk op. Kies vervolgens de optie Call Features General. Druk op de On optie in het History Record veld. Druk op de Save context-toets om de configuratie op te slaan. Oproeplijsten openen: Om de oproeplijsten te openen, druk op. Druk op de of of de of toets om de gewenste lijst te selecteren. 9
6.1 Telefoonnummer uit de oproeplijst kiezen Open de gewenste oproeplijst. Druk op de of toets om de gewenste vermelding te selecteren. Druk op de Kiezen context-toets. 6.2 Vermelding uit de oproeplijst kopiëren naar het lokale telefoonboek Open de gewenste oproeplijst. Druk op de of toets om de gewenste vermelding te selecteren. Druk op en selecteer de optie Add. Voer de juiste contactgegevens in van het contactpersoon in de daarvoor bestemde velden. Druk op de Save context-toets om het contact op te slaan. 7. Telefoonboek In het lokale telefoonboek kunnen 1000 contacten en 48 groepen worden opgeslagen. Er zijn 4 standaard groepen: Alle contacten, Werk, Familie en Vrienden. Daarnaast kunt u desgewenst zelf nog extra groepen aanmaken. Om het telefoonboek te openen, drukt u op. 10
7.1 Telefoonnummer kiezen Open het telefoonboek. Selecteer het gewenste contact. Als er voor dat contact één nummer is ingevoerd, wordt het nummer direct gekozen. Als er meerdere nummers zijn, verschijnt er een popup-scherm met de ingevoerde telefoonnummers. Selecteer het gewenste telefoonnummer. 7.2 Nieuw contact aanmaken Open het telefoonboek en de gewenste contactengroep. Selecteer Add. Voer de naam en het telefoonnummer/de telefoonnummers van het contact in de daarvoor bestemde velden in en selecteer de gewenste opties. Druk op de Save context-toets om het contact op te slaan. 11
8. Telefoneren met meerdere deelnemers 8.1 Ruggespraak U bent in gesprek met een deelnemer. U wilt tijdens het gesprek ruggespraak voeren met een andere deelnemer. Druk op de toets om het huidige gesprek in de wacht te zetten. Druk op de New Call context-toets om een nieuw gesprek te starten. Toets het telefoonnummer van de nieuwe deelnemer in. Druk op, of de Send context-toets. Om tussen de gesprekken te schakelen, kunt u de of toets gebruiken. Om terug te keren naar het gesprek drukt u op de Resume context-toets. 8.2 Wisselgesprek U spreekt met een deelnemer. Een andere deelnemer staat in de wacht, omdat u bijvoorbeeld een tweede gesprek hebt aangenomen of een gesprek in de wachtstand hebt geplaatst. Druk op de of toets om tussen de gesprekken heen en weer te schakelen. Om weer terug te keren naar het gesprek drukt u op de Resume context-toets. U kunt ook op de gewenste lijntoets drukken om direct terug te keren naar het gesprek. 8.3 Conferentie U kunt een conferentie starten met maximaal 3 deelnemers, inclusief uzelf. Start een gesprek met de eerste deelnemer. Zodra deze opneemt, drukt u op de context-toets Conferentie. De deelnemer wordt in de wacht geplaatst. Start een gesprek met de tweede deelnemer. Zodra er ook met de tweede deelnemer verbinding is, drukt u weer op de Conferentie context-toets. De eerste deelnemer wordt aan de conferentie toegevoegd. 12
Opties tijdens de conferentie: Druk op de Hold context-toets of op om de conferentie in de wacht te plaatsen; Druk op de Split context-toets om de conferentie in twee aparte telefoongesprekken te splitsen; Druk op om de gewenste deelnemer te verwijderen; Druk op of om de microfoon uit te schakelen; Druk op de End call context-toets om de conferentie te beëindigen. 8.4 Oproep doorverbinden U spreekt met een deelnemer en wilt het gesprek doorverbinden naar een andere deelnemer. Bij doorverbinden zonder ruggespraak, wordt de oproep direct doorverbonden. Doorverbinden met ruggespraak stelt u in staat de oproep aan te kondigen bij de nieuwe deelnemer. Doorverbinden zonder ruggespraak: Druk tijdens uw gesprek op de toets of de Transfer context-toets. Toets het nummer in van de persoon waarnaar u wilt doorverbinden. Druk nogmaals op de Transfer context-toets. De oproep wordt doorverbonden. Doorverbinden met ruggespraak: Druk tijdens uw gesprek op de toets of de Transfer context-toets. Toets het nummer in van de persoon waarnaar u wilt doorverbinden. Druk op de of toets. De nieuwe deelnemer wordt gebeld. Zodra de nieuwe deelnemer heeft opgenomen, en u eventueel een kort gesprek met hem of haar hebt gevoerd, drukt u op de toets of de Transfer context-toets om de oproep door te verbinden. 8.5 Wisselgesprek (aankloppen) Tijdens een extern gesprek hoort u de wisselgesprektoon (aankloptoon) en er verschijnt een symbool in het display. U kunt ervoor kiezen de oproep aan te nemen of te weigeren. Als u de oproep aan wilt nemen, drukt u op de Beantwoorden context-toets. Uw huidige gesprek wordt in de wacht gezet. Als u de oproep wilt weigeren, drukt u op de Afwijzen context-toets. 13
8.6 Oproep omleiden Druk op. Kies vervolgens de optie Call Featurse Call Forward. Ook kunt u in ruststand op de drukken. toets Gebruik de of toets om de gewenste omleiding te selecteren: Alle oproepen Geen antwoord Bij bezet Alle oproepen worden doorgeschakeld. Oproepen worden doorgeschakeld als na meerdere belsignalen niet wordt opgenomen. Oproepen worden doorgeschakeld als uw toestel bezet is. Voer het telefoonnummer in waarnaar moet worden doorgeschakeld. Druk op de Save context-toets om de oproepdoorschakeling op te slaan. In het display verschijnt het icoon. 14