Vox Progress Programmeerhandleiding
Inhoud 1 Algemeen............................................................. 2 1.1 Wat is programmeren...................................... 2 1.2 Soorten programma s...................................... 2 1.3 Toestelpositie voor de programmering................... 2 1.4 Reset van het systeem...................................... 2 1.5 Over deze handleiding...................................... 3 2 Programmering..................................................... 4 2.1 Algemene programmeerprocedure....................... 4 2.2 Algemene verkortkiezenlijst................................ 5 2.3 Databescherming........................................... 6 2.4 Datum en tijd................................................ 7 2.5 Doorschakelen bij bezet.................................... 7 2.6 Doorschakelen bij niet antwoorden....................... 8 2.7 Gedetailleerde gespreksinformatie afdrukken............ 9 2.8 Toegangscode wijzigen..................................... 9 2.9 Gespreksimpulsen opvragen en afdrukken............... 10 2.10 Signalering van netlijnoproepen/deurtelefoon in dagstand*................................................. 10 2.11 Signalering van netlijnoproepen/deurtelefoon in nachtstand*............................................... 11 2.12 Systeemtoestellen blokkeren voor intercomoproepen... 12 2.13 Toegang tot netlijnen voor uitgaande gesprekken....... 12 2.14 Toegang tot algemene verkortkiezennummers........... 13 2.15 Verkeersklasse van toestellen in dagstand................ 13 2.16 Verkeersklasse van toestellen in nachtstand.............. 14 2.17 Verkeersbeperkingen in dagstand......................... 15 2.18 Verkeersbeperkingen in nachtstand....................... 16 2.19 Volgstand in- uitschakelen.............................. 17 3 Programmacodes................................................... 18 * Tevens programmeren van oproepen van deurtelefoon.
1 Algemeen 1.1 Wat is programmeren Programmeren betekent dat u met behulp van codes de instellingen van de Vox Progress kunt wijzigen en zo het systeem kunt aanpassen aan uw specifieke wensen. In deze programmeerhandleiding staan de programmeringen van de Vox Progress 22 beschreven. Alle instellingen blijven bij netspanningsuitval volledig bewaard. Op pagina 18 treft u een overzicht aan van alle programmacodes. 1.2 Soorten programma s Op een Vox Progress zijn drie soorten programma s beschikbaar: 1. Programma s voor toestelgebruikers. Deze staan beschreven in de toestelhandleidingen (a292 en a293). 2. Programma s voor instellingen door de systeembeheerder. Deze staan beschreven in deze handleiding. 3. Programma s voor instellingen door een PTT-technicus. Deze instellingen worden aan de hand van door u verstrekte gegevens geprogrammeerd (wensenlijst), en zijn niet in deze handleiding beschreven. 1.3 Toestelpositie voor de programmering Programmering door de systeembeheerder geschiedt vanaf een a293-toestel dat is aangesloten op toestelpositie 20. Tijdens het programmeren is toestelpositie 20 bezet en dus niet telefonisch bereikbaar. De overige toestellen zijn normaal te gebruiken. Als u toestel 20 (= hodtoestel) tijdens het programmeren vrij wilt houden voor telefoonafhandeling, kunt u de PTT-technicus verzoeken een andere toestelpositie aan te wijzen voor de programmering. 1.4 Reset van het systeem Het kan nodig zijn om alle programmeringen die u hebt ingevoerd in het systeem ongedaan te maken. Bel indien nodig PTT Telecom. Na een systeemreset krijgen alle systeem- en toestelprogramma s weer hun originele fabrieksinstelling (= defaultwaarde). 2
1.5 Over deze handleiding In deze handleiding worden de programma s die toegankelijk zijn voor operators/systeembeheerders van de Vox Progress stap voor stap toegelicht. Lees voordat u gaat programmeren deze handleiding goed door. Zet de wijzigingen die u wilt gaan invoeren op papier en berg die papieren veilig op. Neem alle nieuwe wijzigingen over in deze documentatie. De samenstellers hebben geprobeerd een zo betrouwbaar en volledig mogelijke uitgave te verzorgen. Niettemin kunnen zij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventueel in deze uitgave voorkomende onjuistheden. PTT Telecom behoudt zich het recht voor wijzigingen in apparatuur en stware aan te brengen zonder voorafgaande kennisgeving. Notatiewijze Opdrachten worden voorafgegaan door >. Toetsen worden weergegeven in blokjes. Displaymeldingen worden tegen een grijze achtergrond weergegeven. Voorbeeld > Kies 70 en de toegangscode. > Kies faciliteitscode 4 (datum en tijd). Display: 10:30 N.B. Bij de programmeringen moet rekening worden gehouden met het volgende: De Vox Progress 22 kent maximaal 6 netlijnen en 16 toestellen (nrs. 20 t/m 35). 3
2 Programmering 2.1 Algemene programmeerprocedure Bij alle programmeringen is de uitgangssituatie een a293-toestel in handsfree-stand (het toestel schakelt automatisch in handsfree als u cijfers intoetst zonder eerst de hoorn op te nemen). Bij het invoeren van niet bestaande programmeercodes niet toegestane gegevens hoort u een onderbroken pieptoon. Als u een procedure niet correct uitvoert, worden de nieuwe gegevens niet geaccepteerd en blijven de oorspronkelijk geprogrammeerde instellingen gelden. Voert u teveel cijfers in, dan accepteert de Vox Progress alleen het maximale aantal toegestane cijfers (bijvoorbeeld 3 cijfers bij het wijzigen van de individuele toegangscode). Let op: bij programma s waarbij toestelnummers moeten worden ingevoerd kunnen worden opgevraagd, krijgen de 16 functietoetsen van uw a293-toestel automatisch de functie toestel... De lampjes naast de toetsen geven aan voor een toestel een faciliteit is in- uitgeschakeld. Een brandend lampje betekent dat de functie aan dat toestel is toegekend. De algemene programmeerprocedure is als volgt: > Kies eerst de beheercode 70 en vervolgens de toegangscode. De beheercode voor de in deze handleiding beschreven programma s is altijd 70. De toegangscode is bij installatie 111, u kunt deze wijzigen met programma-code 0, zie pagina 9. Vervolgens: > Kies één van de programmacodes. Zie pagina 18 voor een overzicht van de programmacodes. > Kies bij bepaalde programma s een netlijn een toestel. Bij bepaalde programma s gaan nu lampjes branden naast lijn-/functietoetsen die corresponderen met de toestelnummers waarvoor de betreffende faciliteit reeds is geactiveerd. > Kies de gewenste cijfers druk op lijn- functie-toetsen. De ingevoerde gegevens verschijnen in het display, > schakel de faciliteit weer uit door op de lijn-/functietoets(en) te drukken van de gewenste toestel(len). > Druk op handsfree om een programma te beëindigen en de programmeerstand 4
> druk éénmaal op / en kies vervolgens een andere netlijn een ander toestel, > druk tweemaal op / om dit programma te beëindigen zonder de programmeerstand te verlaten. U kunt nu meteen een nieuwe programmacode invoeren en dat programma uitvoeren zonder eerst de beheercode en de toegangscode in te voeren. (Of u éénmaal tweemaal op / moet drukken is afhankelijk van het aantal niveaus dat een programma kent. Bij elke programmabeschrijving is dit aangegeven.) 2.2 Algemene verkortkiezenlijst programmeren en/ wijzigen U kunt maximaal 50 algemene verkortkiezennummers (VK-nrs) in het geheugen van de Vox Progress opslaan. Toestelgebruikers kunnen daardoor veelgebruikte telefoonnummers sneller kiezen. De codes waarmee deze nummers gekozen worden zijn 50 t/m 99. Dus code 50 voor verkortkiezennummer 01, code 51 voor verkortkiezennummer 02 enzovoort. Geprogrammeerde VK-nrs. kunt u wijzigen door ze te overschrijven. Door bepaalde nummers op te nemen in de lijst met algemene verkortkiezennummers kunnen toestellen die niet de vereiste verkeersklasse hebben voor bijvoorbeeld internationaal bellen, toch bepaalde internationale nummers kiezen. Zie ook Toegang tot de algemene verkortkiezennummers, pagina 13. U legt een algemeen verkortkiezennummer als volgt vast: > Kies programmacode 5. > Kies een 2-cijferige VK-code (50 t/m 99). Display toont eventueel het bestaande nummer, u kunt dit nummer overschrijven. > Kies het gewenste net- en abonneenummer (maximaal 18 cijfers voor internationaal toegangsnummer, landcode en neten abonneenummer). > Druk op handsfree om het programma te beëindigen en de programmeerstand > kies / en herhaal de procedure vanaf Kies een 2-cijferige VK-code (50 t/m 99), > kies tweemaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. 5
2.3 Databescherming (permanent) Een toestel(positie) waaraan bijvoorbeeld een PC een telefax is gekoppeld mag geen maantoon ontvangen omdat dan de dataoverdracht kan worden verstoord. Voor deze toestellen (toestelposities) kunt u met deze procedure permanente databescherming inschakelen uitschakelen. Bij eerste installatie is permanente databescherming voor geen enkel toestel ingeschakeld. U schakelt databescherming als volgt in uit: > Kies programmacode 95. Van toestellen waarvoor reeds databescherming was ingeschakeld lichten de lampjes naast de functietoetsen op. > Kies de toestelnummers waarvoor databescherming moet worden ingeschakeld door op de corresponderende functietoetsen te drukken; in het display ziet u de gekozen toestelnummers, de lampjes naast de functietoetsen gaan branden, > schakel databescherming uit door op de functietoets(en) te drukken waarvan de lampjes branden. De lampjes gaan uit. > kies éénmaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. 2.4 Datum en tijd Datum en tijd kunnen worden getoond in het display van a293- toestellen. Bij eerste installatie is de tijd van de Vox Progress 00:00 en de datum 01-01-93. U kunt tijd en datum als volgt wijzigen: > Kies programmacode 4. Display toont de huidige instelling: 4 14:20 > Kies de gewenste tijd (24-uurs klok, bijvoorbeeld 14:30: kies 1430). Let op: indien u de getoonde tijd niet wilt wijzigen, voert u geen cijfers in maar gaat u meteen verder met de volgende opdracht: > Kies / voor het invoeren van de datum. Display toont de huidige instelling: 4 01-01-93 6
> Kies de gewenste datum (bijvoorbeeld 15 maart 1994: kies 150394). Let op: indien u de getoonde datum niet wilt wijzigen, voert u geen cijfers in maar gaat u meteen verder met de volgende opdracht: > kies éénmaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. 2.5 Doorschakelen bij bezet (permanent) Alle toestelgebruikers kunnen zelf doorschakelen naar een ander toestel in- en uitschakelen (direct, bij bezet en bij niet antwoorden; zie toestelhandleidingen). Als oproepen voor toestel A, bij bezet altijd moeten worden doorgeschakeld naar toestel B is het echter zinvol vanaf toestelpositie 20 een váste doorschakeling bij bezet te programmeren. U legt een vaste doorschakeling als volgt vast: > Kies programmacode 91. > Druk op de functietoets toestelnummer van toestel A (het toestel waarvan oproepen bij bezet moeten worden doorgeschakeld). Let op: als voor toestel A doorschakelen bij bezet reeds is geactiveerd, brandt het lampje naast de functietoets van de bestemming (B). > Druk op de functietoets toestelnummer van een (nieuwe) bestemming (het toestel waarnaar bij bezet moeten worden doorgeschakeld). U kunt een eventueel getoonde bestemming wijzigen door op de functietoets van de nieuwe bestemming te drukken, de getoonde doorschakeling uitschakelen door op de functietoets van de huidige bestemming te drukken, > kies / voor het invoeren van een volgende doorschakeling, > kies tweemaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. 7
2.6 Doorschakelen bij niet antwoorden* (permanent) Alle toestelgebruikers kunnen zelf doorschakelen naar een ander toestel in- en uitschakelen (direct, bij bezet en bij niet antwoorden, zie toestelhandleidingen). Als oproepen voor toestel A, bij niet antwoorden, altijd moeten worden doorgeschakeld naar toestel B is het echter zinvol vanaf toestelpositie 20 een váste doorschakeling bij niet antwoorden te programmeren. U legt een vaste doorschakeling als volgt vast: > Kies programmacode 92. > Druk op de functietoets toestelnummer van toestel A (het toestel waarvoor oproepen bij niet antwoorden moeten worden doorgeschakeld). Let op: als voor toestel A doorschakelen bij niet antwoorden reeds is geactiveerd, brandt het lampje naast de functietoets van de bestemming (B). > Druk op de functietoets toestelnummer van toestel B (het toestel waarnaar oproepen bij niet antwoorden moeten worden doorgeschakeld). U kunt een eventueel getoonde bestemming wijzigen door op de functietoets van de nieuwe bestemming te drukken, de getoonde doorschakeling uitschakelen door op de functietoets van de huidige bestemming te drukken, de doorschakeling zo laten door / te kiezen en een volgende doorschakeling in te voeren. > kies / voor het invoeren van een volgende doorschakeling, > kies tweemaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. * Indien doorschakelen bij niet antwoorden is geactiveerd, worden onbeantwoorde oproepen na 11 seconden doorgeschakeld. PTT Telecom kan deze doorschakeltijd op uw verzoek wijzigen. 8
2.7 Gedetailleerde gespreksinformatie afdrukken * Nadat deze faciliteit is ingeschakeld, drukt de printer na beëindiging van elk gesprek, per toestel de relevante gespreksinformatie af (zie ook het voorbeeld): INK UIT (inkomend uitgaand), datum en tijd, 25/03/92 16:20:52 gespreksduur, 01:00:13 gebruikte netlijn, N01 betrokken toestelnummer(s), T23 (dit kunnen er twee zijn, omdat een extern gesprek kan zijn doorverbonden), telimpulsen (aantal tikken, alleen bij uitgaand),123 het gekozen abonneenummer (alleen bij uitgaand), 040564768 Uitvoervoorbeeld UIT 25/03/92 16:20:52 00:00:13 N01 T23 123 040564768 U schakelt de printer als volgt in uit: > Kies programmacode 99. > Kies 1 om de printer in te schakelen, > kies 0 om de printer uit te schakelen. > kies éénmaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. 2.8 Toegangscode wijzigen Met de toegangscode kunt u voorkomen dat onbevoegden de programmeerbare instellingen gaan wijzigen. Indien u uw code vergeet kunt u PTT Telecom vragen de default toegangscode weer te herstellen. U wijzigt uw individuele toegangscode als volgt: > Kies programmacode 0. > Kies de nieuwe toegangscode. > kies éénmaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. Let op: bij het onjuist invoeren van een nieuwe code blijft de oorspronkelijke code geldig. * Voor deze faciliteit moet een aparte hardwarevoorziening worden getrfen. 9
2.9 Gespreksimpulsen opvragen en afdrukken Indien de benodigde voorzieningen voor impulstelling op uw systeem zijn geïnstalleerd, kunt u het aantal impulsen via uw printer (aangesloten op de V.24 poort) afdrukken. Nadat u onderstaande procedure hebt gekozen, wordt per toestel en per netlijn het totaal aantal impulsen van (bijvoorbeeld) een week afgedrukt. Na het afdrukken van de impulsen worden de tellers weer op nul gezet en start het systeem opnieuw met tellen. De V.24 poort wordt automatisch uitgeschakeld. U schakelt deze faciliteit als volgt in: > Kies programmacode 94. > kies éénmaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. Voor een optimale registratie van het telefoonverkeer in uw organisatie is het aan te bevelen eenmaal per week de geregistreerde impulsen af te drukken. Uitvoervoorbeeld N01 009675 voor netlijn 01 zijn 9675 impulsen geregistreerd N06 003456 voor netlijn 06 zijn 3456 impulsen geregistreerd T20 000567 voor toestel 20 zijn 567 impulsen geregistreerd T35 000987 voor toestel 35 zijn 987 impulsen geregistreerd 2.10 Signalering van netlijnoproepen en deurtelefoon in dagstand Bij installatie van de Vox Progress worden netlijnoproepen en deurtelefoon alleen gesignaleerd op toestel 20. U kunt met onderstaande procedure aangeven op welke toestellen (maximaal 10 voor de Vox Progress 22) en/ de centrale bel deze oproepen, in dagstand moeten worden gesignaleerd. U activeert de signalering in dagstand per netlijn als volgt: > Kies programmacode 1. > Kies een netlijn met een cijfer 1-6, 7 voor de deurtelefoon. Van de toestellen waarop de geselecteerde netlijn de deurtelefoon in dagstand reeds wordt gesignaleerd gaat het lampje naast de functietoets branden. > Kies de toestellen waarop de geselecteerde netlijn de deurtelefoon moeten worden gesignaleerd, door op de corresponderende functietoetsen te drukken; van de geselecteerde toestellen gaat het lampje naast de functietoets branden, 10
> druk op de functietoetsen van de toestellen waarvan het lampje brandt en waarop de gekozen netlijn de deurtelefoon niet meer moet worden gesignaleerd. > Geef aan de geselecteerde netlijn deurtelefoon (tevens) via de centrale bel moet worden gesignaleerd door?1 te kiezen schakel signalering via de centrale bel uit door?0 te kiezen. > kies / en een volgende netlijn, > kies tweemaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. 2.11 Signalering van netlijnoproepen en deurtelefoon in nachtstand Bij installatie van de Vox Progress 22 worden netlijnoproepen en deurtelefoon alleen gesignaleerd op toestel 20. U kunt met onderstaande procedure aangeven op welke toestellen (maximaal 10 voor de Vox Progress 22) en/ de centrale bel deze oproepen, in nachtstand moeten worden gesignaleerd. U activeert de signalering in nachtstand per netlijn als volgt: > Kies programmacode 2. > Kies een netlijn met een cijfer 1-6, 7 voor de deurtelefoon. Van de toestellen waarop de geselecteerde netlijn de deurtelefoon in nachtstand reeds wordt gesignaleerd gaat het lampje naast de functietoets branden. > Kies de toestellen waarop de geselecteerde netlijn de deurtelefoon moeten worden gesignaleerd, door op de corresponderende functietoetsen te drukken; van de geselecteerde toestellen gaat het lampje naast de functietoets branden, > druk op de functietoetsen van de toestellen waarvan het lampje brandt en waarop de gekozen netlijn de deurtelefoon niet meer moet worden gesignaleerd. > Geef aan de geselecteerde netlijn deurtelefoon (tevens) via de centrale bel moet worden gesignaleerd door?1 te kiezen schakel signalering via de centrale bel uit door?0 te kiezen. > kies / en een volgende netlijn, > kies tweemaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. 11
2.12 Systeemtoestellen blokkeren voor intercomoproepen Per systeemtoestel (a292- en a293-toestellen) kunt u aangeven intercomoproepen wel niet mogen binnenkomen. Het kan bijvoorbeeld nuttig zijn om een toestel in de vergaderruimte te blokkeren voor intercomoproepen. Bij installatie is geen enkel systeemtoestel geblokkeerd voor het ontvangen van intercomoproepen. U (de-)blokkeert intercomoproepen voor systeemtoestellen als volgt: > Kies programmacode?2. Van de toestellen waarvoor intercomoproepen zijn geblokkeerd gaat het lampje naast de functietoets branden. > Kies de toestellen die moeten worden geblokkeerd voor intercomoproepen, > hef de blokkering voor toestellen op door op de functietoets(en) te drukken waarvan het lampje brandt. > kies éénmaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. 2.13 Toegang tot netlijnen voor uitgaande gesprekken Met deze procedure bepaalt u welke toestellen van welke netlijnen gebruik mogen maken om uitgaand te telefoneren. Bij eerste installatie hebben alle toestellen toegang tot alle netlijnen. > Kies programmacode 8. > Kies een netlijn met een cijfer 1-6. Van de toestellen die reeds toegang hebben tot de geselecteerde netlijn gaat het lampje naast de functietoets branden. > Kies de toestellen die toegang moeten hebben tot de geselecteerde netlijn door op de corresponderende functietoetsen te drukken; van de geselecteerde toestellen gaat het lampje naast de functietoets branden, > druk op de functietoetsen van de toestellen waarvan het lampje brandt en waarvoor de toegang tot de geselecteerde netlijn moet vervallen. > kies / en een volgende netlijn, > kies tweemaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. 12
2.14 Toegang tot algemene verkortkiezennummers Per toestel kunt u aangeven dat toestel toegang heeft tot de algemene verkortkiezenlijst. Deze toegang is onafhankelijk van de verkeersklasse van een toestel. Op deze wijze kan een toestel dat is geblokkeerd voor bijvoorbeeld internationaal verkeer (verkeersklasse 2) toch bepaalde internationale nummers die opgenomen zijn in de algemene verkortkiezenlijst kiezen. U geeft toestellen als volgt toegang tot de algemene verkortkiezenlijst: > Kies programmacode 96. Van de toestellen die reeds toegang hebben tot de algemene verkortkiezenlijst gaat het lampje naast de functietoets branden. > Kies de toestellen die toegang moeten hebben tot de algemene verkortkiezenlijst door op de corresponderende functietoetsen te drukken; van de geselecteerde toestellen gaat het lampje naast de functietoets branden, > druk op de functietoetsen van de toestellen waarvan het lampje brandt en waarvoor de toegang tot de algemene verkortkiezenlijst moet vervallen; het lampje naast de betreffende functietoetsen gaat uit. > kies éénmaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. 2.15 Verkeersklasse van toestellen in dagstand Elk toestel heeft bij eerste installatie verkeersklasse 2. Dat wil zeggen alle toestellen kunnen intern, lokaal en nationaal bellen. Internationaal verkeer is echter geblokkeerd. De Vox Progress kent de volgende verkeersklassen: Verkeersklasse toegestane verbindingen 1 intern, lokaal, nationaal, internationaal. 2 intern, lokaal, nationaal. 3 intern, lokaal. 4 intern. Naast deze 4 verkeersklassen is er nog een vijfde, waarin bepaalde blokkeringen kunnen worden aangegeven, bijvoorbeeld 06-nummers. Zie Verkeersbeperkingen op pagina 15 en 16. 13
Verkeersklassen in dagstand toewijzen gaat als volgt: > Kies programmacode 6. > Kies een verkeersklasse met cijfertoets 1-4. Van de toestellen die reeds de geselecteerde verkeersklasse hebben gaat het lampje naast de functietoets branden. > Kies de toestellen die de geselecteerde verkeersklasse moeten krijgen; het lampje naast de functietoets gaat branden, > druk op de functietoetsen waarvan het lampje brandt om voor deze toestellen de verkeersklasse uit te schakelen; het lampje naast de betreffende toetsen gaat uit. Indien u voor een toestel een bepaalde verkeersklasse uitschakelt zonder een nieuwe verkeersklasse toe te kennen, krijgt dit toestel automatisch verkeersklasse 2. > kies éénmaal / en een andere verkeersklasse, > kies tweemaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. 2.16 Verkeersklasse van toestellen in nachtstand Elk toestel heeft bij eerste installatie verkeersklasse 2. Dat wil zeggen alle toestellen kunnen intern, lokaal en interlokaal bellen. Internationaal verkeer is echter geblokkeerd. De Vox Progress kent de volgende verkeersklassen: Verkeersklasse toegestane verbindingen 1 intern, lokaal, nationaal, internationaal. 2 intern, lokaal, nationaal. 3 intern, lokaal. 4 intern. Naast deze 4 verkeersklassen is er nog een vijfde, waarin bepaalde blokkeringen kunnen worden aangegeven, bijvoorbeeld 06-nummers. Zie Verkeersbeperkingen op pagina 15 en 16. Verkeersklassen in nachtstand toewijzen gaat als volgt: > Kies programmacode 7. > Kies een verkeersklasse met cijfertoets 1-4. Van de toestellen die reeds de geselecteerde verkeersklasse hebben gaat het lampje naast de functietoets branden. 14
> Kies de toestellen die de geselecteerde verkeersklasse moeten krijgen; het lampje naast de functietoets gaat branden, > druk op de functietoetsen waarvan het lampje brandt om voor deze toestellen de verkeersklasse uit te schakelen; het lampje naast de betreffende toetsen gaat uit. Indien u voor een toestel een bepaalde verkeersklasse uitschakelt zonder een nieuwe verkeersklasse toe te kennen, krijgt dit toestel automatisch verkeersklasse 2. > kies éénmaal / en een andere verkeersklasse, > kies tweemaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. 2.17 Verkeersbeperkingen (extra) in dagstand U kunt voor toestellen met verkeersklasse 1, 2 3 bepaalde telefoonnummers blokkeren door aan die toestellen tevens verkeersklasse 5 toe te kennen. Bij installatie zijn in deze verkeersklasse alle telefoonnummers die beginnen met 06-3, 06-5, 06-8 en 06-9, de zogenaamde 06-koopnummers opgenomen. In overleg met PTT Telecom kan deze lijst worden gewijzigd. Verkeersbeperkingen in dagstand toewijzen gaat als volgt: > Kies programmacode 6. > Kies verkeersklasse 5 met cijfertoets 5. Van de toestellen waarvoor de verkeersbeperkingen van verkeersklasse 5 reeds zijn ingeschakeld gaat het lampje naast de functietoets branden. > Kies de toestellen die de geselecteerde verkeersklasse moeten krijgen; het lampje naast de functietoets gaat branden, > druk op de functietoetsen waarvan het lampje brandt om voor deze toestellen de verkeersklasse uit te schakelen; het lampje naast de betreffende toetsen gaat uit. > kies tweemaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. 15
2.18 Verkeersbeperkingen (extra) in nachtstand U kunt voor toestellen met verkeersklasse 1, 2 3 bepaalde telefoonnummers blokkeren door aan die toestellen tevens verkeersklasse 5 toe te kennen. Bij installatie zijn in deze verkeersklasse alle telefoonnummers die beginnen met 06-3, 06-5, 06-8 en 06-9, de zogenaamde 06-koopnummers opgenomen. In overleg met PTT Telecom kan deze lijst worden gewijzigd. Verkeersbeperkingen in nachtstand toewijzen gaat als volgt: > Kies programmacode 7. > Kies verkeersklasse 5 met cijfertoets 5. Van de toestellen waarvoor de verkeersbeperkingen van verkeersklasse 5 reeds zijn ingeschakeld gaat het lampje naast de functietoets branden. > Kies de toestellen die de geselecteerde verkeersklasse moeten krijgen; het lampje naast de functietoets gaat branden, > druk op de functietoetsen waarvan het lampje brandt om voor deze toestellen de verkeersklasse uit te schakelen; het lampje naast de betreffende toetsen gaat uit. > kies tweemaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. Wilt u verkeersklasse 5 voor zowel dag- als nachtstand in één keer aan alle toestellen toevoegen, dan gaat u als volgt te werk: > Kies programmacode?0 > Kies cijfer 1 > Druk op handsfree om het programmeren te beëindigen, > kies / en kies een nieuwe programmacode, > kies tweemaal /om het programmeren te beëindigen. Wilt u verkeerklasse 5 in één keer voor alle toestellen opheffen, dan handelt u als hiervoor, maar kiest u het cijfer 0 in plaats van 1. 16
2.19 Volgstand in- uitschakelen (permanent) Toestelgebruikers kunnen zelf volgstand (Follow me Go ahead) inschakelen. Het is echter mogelijk volgstand voor toestellen vanaf het hodtoestel in- en uit te schakelen te wijzigen. Volgstand voor een toestel in- uitschakelen wijzigen gaat als volgt: > Kies programmacode 90. > Druk op de functietoets toestelnummer van toestel A (het toestel waarvoor volgstand moet worden ingeschakeld). Let op: als voor toestel A volgstand reeds is geactiveerd, brandt het lampje naast de functietoets van de bestemming (B). > Druk op de functietoets toestelnummer van toestel B (het toestel waarnaar oproepen moeten worden doorgeschakeld). U kunt een eventueel getoonde bestemming wijzigen door op de functietoets toestelnummer van de nieuwe bestemming te drukken, de getoonde volgstand uitschakelen door op de functietoets van de huidige bestemming te drukken, de volgstand zo laten door / te kiezen en een volgende doorschakeling in te voeren. > kies / voor het invoeren van een volgende doorschakeling, > kies tweemaal / om het programma te beëindigen zonder de programmeerstand en kies een nieuwe programmacode. 17
3 Programmacodes Programma- Omschrijving Pagina code 0 Individuele toegangscode 9 1 Signalering van netlijnoproepen en 10 deurtelefoon in dagstand 2 Signalering van netlijnoproepen en 11 deurtelefoon in nachtstand 4 Datum en tijd 7 5 Algemene verkortkiezenlijst 5 6 Verkeersklassen/-beperkingen 15 in dagstand 7 Verkeersklassen/-beperkingen 16 in nachtstand 8 Toegang tot netlijnen voor 12 uitgaand verkeer 90 Volgstand in- uitschakelen 17 wijzigen 91 Doorschakelen bij bezet 7 92 Doorschakelen bij niet antwoorden 8 94 Gespreksimpulsen afdrukken 10 95 Databescherming (permanent) 6 96 Toegang tot de algemene 13 verkortkiezenlijst 18
Programma- Omschrijving Pagina code 99 Gedetailleerde gespreksinformatie 9 afdrukken?0 Extra-verkeersbeperking alle 16 toestellen in één keer?2 Systeemtoestellen blokkeren 12 voor intercomoproepen Beheercode voor alle programma s: 70 Individuele toegangscode (default): 111 19