Oplossingen Biologie van 2000

Vergelijkbare documenten

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Biologie: Erfelijke informatie in de cel 6/29/2013. dr. Brenda Casteleyn

Biologie (jaartal onbekend)

3.Mitose. 2.Mitose. Hoeveel chromatiden bevat een menselijke cel maximaal tijdens te mitose?

4 HAVO thema 4 Erfelijkheid EXAMENTRAINER OEFENVRAGEN

Juli blauw Biologie Vraag 1

Juli geel Biologie Vraag 1

Samenvatting Biologie Erfelijkheid & Evolutie (Hoofdstuk 7 & 8.1)

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Biologie: evolutieleer 6/29/2013. dr. Brenda Casteleyn

3. Eén gen kan vele allelen hebben. Hoeveel allelen van één gen heeft ieder individu?

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 3 + 4

Verslag Biologie Drosophila Melanogaste

Biologie Vraag 1 <A> <B> <C> <D> Vraag 1. Dit zijn een aantal gegevens over een nucleïnezuur.

6,4. Samenvatting door E woorden 6 december keer beoordeeld. Biologie voor jou

3 Rundveefokkerij Melkproductiecontrole Selectie Fokwaardeschatting Inseminatieplannnen 69 3.

Copyright 2008 Pearson Education Inc., publishing as Pearson Benjamin Cummings

6,1. Samenvatting door een scholier 1949 woorden 7 februari keer beoordeeld. Biologie voor jou

S e k S u e l e v o o r t p l a n t i n g r e d u c t i e d e l i n g o f m e i o S e e n g e n e t i S c h e v a r i a t i e

Samenvatting door een scholier 1681 woorden 19 juni keer beoordeeld. Genetica

ERFELIJKHEID. 1 N i e t a l l e m a a l h e t z e l f d e Afbeelding 17-2

2 Voortplanten met organen Bouw en werking van geslachtsorganen Werking van geslachtshormonen Afsluiting 31

AVL-nascholing NW02. KU Leuven

Mitose is een ander woord voor gewone celdeling. Door gewone celdeling blijft het aantal chromosomen in lichaamscellen gelijk (46 chromosomen).

8,6. Samenvatting door Jasmijn 2032 woorden 9 januari keer beoordeeld. Biologie voor jou. Biologie samenvatting hoofdstuk 4 Genetica

Het genotype van een individu staat in de chromosomen. Daar staat namelijk de erfelijke informatie in van alle eigenschappen die erfelijk zijn.

Antwoorden Biologie Thema 4

Begrippenlijst Biologie DNA

Biologie 1997 Augustus

Jongetje of meisje? hv12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

1 Antwoorden Monohybride Kruisingen

HAVO 5 Begrippenlijst Erfelijkheid allel Allelen zijn verschillende vormen van een gen. Zij liggen in homologe chromosomen op precies dezelfde

Door recombinatie ontstaat een grote vescheidenheid in genotypen binnen een soort. (genetische

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Biologie: Erfelijkheid 6/29/2013. dr. Brenda Casteleyn

Genetische Selectie. Eindwerk: hondenfokker 2 de jaar. Sabine Spiltijns


Level 1. Vul het juiste woord in

Copyright 2008 Pearson Education Inc., publishing as Pearson Benjamin Cummings

Samenvattingen. Samenvatting Thema 4: Erfelijkheid. Basisstof 1. Basisstof 2. Erfelijke eigenschappen:

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Biologie voortplanting 6/29/2013. dr. Brenda Casteleyn

Newsletter April 2013

Samenvatting Biologie Thema 4: DNA t/m paragraaf 6

6.7. Werkstuk door een scholier 1654 woorden 17 april keer beoordeeld. Biologie voor jou. Erfelijkheidsmateriaal

Periode 9 - deel 1 MOLECULAIRE GENETICA

Voortplanting en celdeling

Dan is de waarde van het recessieve allel q dus 0,87, vanwege het feit dat p + q = 1.

Welke van de bovenstaande celorganellen of levensprocessen kunnen zowel in prokaryote, als in eukaryote cellen voorkomen?

Samenvatting Biologie Thema 3 en 4

Erfelijkheidsschema's deel 1.

Samenvatting Biologie H7 erfelijkheid

1. Mendeliaanse overerving - koppelingsanalyse

Praktische opdracht ANW Biochemie

Level 1. Vul het juiste woord in


Fenotype nakomelingen. donker kort 29 donker lang 9 wit kort 31 wit- lang 11

Welke van de onderstaande beweringen is correct met betrekking tot het zenuwstelstel?

Welke van de onderstaande beweringen is correct met betrekking tot het zenuwstelstel?

Samenvatting Erfelijkheid Vmbo 3a Biologie voor Jou. Erfelijke informatie ligt in de celkern in de chromosomen. Chromosomen bestaan weer uit DNA.

Tussen de trofoblast en de kiemschijf wordt de navelstreng gevormd.

Erfelijkheid. Examen VMBO-GL en TL. biologie CSE GL en TL. Bij dit examen hoort een bijlage.

Celdeling vmbo-kgt12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Samenvatting Biologie Biologie Thema 3; Voortplanting

Klinische Genetica. Geslachtsgebonden (X-chromosoom gebonden) recessieve overerving

Welke van de bovenstaande celorganellen of levensprocessen kunnen zowel in prokaryote, als in eukaryote cellen voorkomen?

Jongetje of meisje? vmbo-kgt12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Antwoorden Biologie Thema 4 erfelijkheid

Welke van de bovenstaande celorganellen of levensprocessen kunnen zowel in prokaryote, als in eukaryote cellen voorkomen?

<A> Thymine is een pyrimidinebase en vormt 3 waterstofbruggen met adenine. <B> Adenine is een purinebase en vormt 2 waterstofbruggen met thymine.

<A> Adenine is een purinebase en vormt 2 waterstofbruggen met thymine. <B> Guanine is een pyrimidinebase en vormt 2 waterstofbruggen met cytosine.

De volgende vragen testen je kennis van de meest voorkomende vaktermen in de klassieke genetica. Welk woord ontbreekt in de volgende zinnen?

Paragraaf Homologe chromosomen

Basisstof 7 Genetische variatie

Dialogen voor conceptcartoons. Verband genotype/fenotype, dominant/recessief

2. Erfelijkheid en de ziekte van Huntington

Een modificatie is een verandering in je fenotype, je geeft dit echter niet door aan volgende generaties het is dus geen genotype.

Samenvatting Biologie DNA

Concept cartoons zijn meerkeuzevragen in de vorm van een dialoog met plaatje. Dat ziet er bijvoorbeeld zo uit:

Welke combinatie van twee celorganellen en hun respectievelijke functies is correct?

V6 Oefenopgaven oktober 2009

Tentamen Van Mens tot Cel

7,7. Samenvatting door een scholier 2258 woorden 15 januari keer beoordeeld. H6 Voortplanting

9, Samenvatting door een scholier 1855 woorden 27 november keer beoordeeld. Hoofdstuk 2 Biologie bedrijven

Vererving Toegepast bij Europese vogels. Door Ben Cretskens

Monohybride en dihybride kruisingen vmbo-kgt34

Biologie. L. Standaert

Waarom er tweelingen geboren worden

Welke van de onderstaande structuren maakt spiercontractie mogelijk?

Welke van de onderstaande structuren maakt spiercontractie mogelijk?

Alles door elkaar 1. a) b) c) 2. a) b) c) a) b) BIOLOGIE 2017/18 WERKBOEK

Begrippenlijst Biologie Thema 4 DNA, paragraaf 1 t/m 9

5,5. Samenvatting door een scholier 2004 woorden 30 maart keer beoordeeld. Hoofdstuk 5: Seksualiteit

Keuzeopdracht Biologie Leertaken Hoofdstuk 5 en 7

Let er op dat je voor iedere vraag een uitwerking maakt met kruisingsschema en/of berekening.

5.6. Samenvatting door een scholier 3491 woorden 31 mei keer beoordeeld

Welke combinaties tussen een celorganel en zijn functie zijn correct?

Oefen Repetitie thema Erfelijkheid

Mogelijke combinaties van genotypen. Mogelijke combinaties van fenotypen. Deze kruising levert 2 X 2 = 4 fenotypen.

2 Leg uit hoe de verschillende subtypes van Chlamydia trachomatis zijn ontstaan. Beschrijf de rol van antibioticagebruik hierin.

SZH voor levend erfgoed

Transcriptie:

www. Oplossingen Biologie van 2000 Disclaimer: Alle uitwerkingen zijn onder voorbehoud van eventuele fouten. Er is geen enkele aansprakelijkheid bij de auteur van deze documenten. Vraag 1 Om deze vraag op te lossen moet je de celorganellen kennen en de verschillende stadia tijdens de celdeling. Het juiste antwoord op deze vraag is centromeer. Je kan dit eventueel gemakkelijker onthouden als je de echte betekenis van het woord kent; het is Grieks en céntron betekent middelpunt en méros deel. Op deze figuur zien we dat het centromeer aangeduid is met een rood puntje. Het is belangrijk te beseffen dat hier twee chromatiden te zien zijn deze zijn genetisch identiek- omdat de cel gaat delen. het antwoord is B Centromeer: http://nl.wikipedia.org/wiki/centromeer Centriool: http://nl.wikipedia.org/wiki/centriool

Vraag 2 www. De kennis die je moet hebben om deze vraag op te lossen: -Je moet weten wat de eigenschappen van een spermacel zijn -Je moet weten wat het begrip metafase inhoud. In de opgave wordt gegeven dat de spermacel 3 miljard baseparen bevat. Als we de eigenschappen van een spermacel nagaan, weten we dat deze haploïd is. Haploïd betekent dat al het genetisch materiaal slechts 1 maal aanwezig is. Als we dat weten, weten we ineens ook dat ook de eicel 3 miljard baseparen heeft, want deze is ook haploïd. Tijdens een bevruchting komen de spermacel en eicel samen en vormen een zygote (een bevruchte eicel). Dit houdt in dat het individu diploïd is (van elk chromosoom bestaat er een equivalent een van de moeder en een van de vader). Het laatste gegeven is dat het karyogram wordt opgenomen tijdens de metafase. Als je dit begrip kent, weet je dat het genetisch materiaal van de cel dan gekopieerd is, verdubbeld is zeg maar. Als we dan even een sommetje maken: 3 miljard baseparen haploid 6 miljard baseparen diploïd 12 miljard baseparen tijdens metafase Opmerking: deze vraag heeft betrekking tot de mens! Eventuele vragen kunnen ook gaan over planten. Bij planten bestaan ook situaties als triploïd, tetraploïd, Het antwoord is dus A, 12 miljard. Haploïd: http://nl.wikipedia.org/wiki/haplo%c3%afde Diploïd: http://nl.wikipedia.org/wiki/diplo%c3%afd Karyogram: http://nl.wikipedia.org/wiki/karyogram

Vraag 3 www. Om deze vraag op te lossen moet je weten wat meiose is. Dit is sowieso altijd een belangrijk onderwerp, dus zorg zeker dat je dit kent! De oplossing van deze vraag kan best worden gezocht aan de hand van onderstaand schema. Eerst moeten we de opgave analyseren. Er staat dat de cel in het begin van de meiose 4 chromosomen heeft. Tijdens de eerste meiotische deling gaan de homologe chromosomen uit elkaar worden gehaald. Wat betekent dit concreet? Homologe chromosomen zijn chromosomen met dezelfde genen, maar met andere allelen. Met andere woorden: 1 van de homologen is van de vader afkomstig, en 1 van de moeder. Op een gen van zo een chromosoom kan bijvoorbeeld de informatie staan voor blauwe ogen, en op het homoloog bruine ogen. Deze homologe chromosomen worden willekeurig uit elkaar gehaald; de cel houdt geen rekening of dit chromosoom van de moeder danwel de vader afkomstig is. Nu zitten we aan het einde van de eerste meiotische deling. Tijdens de tweede meiotische deling worden de chromatiden uit elkaar getrokken, en bekomen we 4 haploïde cellen. Toegepast op deze oefening kunnen we zeggen dat de eerste meiotische deling de reductiedeling is, het aantal chromosomen halveert. De tweede deling is eigenlijk een soort mitotische deling; de hoeveelheid genetisch materiaal wijzigt niet. Tijdens de eerste meiotische deling is het aantal chromosomen gehalveerd tot 4. Van elk chromosoom is er nu nog maar 1 versie, en aangezien de verdeling van de homologen willekeurig gebeurde, kunnen we niet weten welke cel welke chromosomen heeft. Het juiste antwoord is dus D

Vraag 4 www. Deze vraag leunt gedeeltelijk aan bij de vorige. Wat je hier nog wel moet weten, is het proces van oögenese (het ontstaan van de eicellen). In de onderstaande figuur wordt het antwoord dan al snel duidelijk. Het is zo dat meestal 1 van de eicellen bijna al het cytoplasma krijgt, en de andere bijna niets. Zo gaat het rijpingsproces van de oöcyt. Deze kleine eicellen sterven af en vervullen verder geen functie. Merk op dat bij de spermatogenese dit niet het geval is! Je kan dit gemakkelijk onthouden door volgend feit: uit 1 eierstok komt 1 eicel, dus als de eicel die aan het rijpen is tijdens de delingen zijn cytoplasma zou verdelen, zou je met 4 gerijpte eicellen zitten! Begrijp je het principe van de verdeling van de homologe chromosomen nog niet goed? Klik dan op de meer weten links onderaan. Conclusie Het juiste antwoord is B Meiose: http://nl.wikipedia.org/wiki/meiose

Vraag 5 www. Om deze vraag op te lossen moet je een beetje kennis hebben van de menstruatiecyclus bij de vrouw. Het is zo dat de hersenen de rijping (groei) van een follikel gaan stimuleren via FSH. Dit kan je gemakkelijker onthouden als je de betekenis van deze afkorting kent: Follikel Stimulerend Hormoon. Als de eierstok deze hormonen krijgt, gaan er dus follikels beginnen groeien. Er mogen ook niet te veel follikels rijpen, want er moet toch maar 1 eicel worden vrijgelaten. Daarom geven de groeiende follikels een hormoon af dat ervoor zorgt dat de hypofyse geen FSH meer afgeeft. Dit hormoon is oestrogeen. Anders geformuleerd kunnen we ook zeggen het oestrogeen voor een negatieve feedback zorgt. Als je deze informatie kent weet je genoeg om de vraag op te lossen. Zulke vragen staan dikwijls op de examens! Zorg ervoor dat je weet waarvoor de verschillende hormonen dienen! Het juiste antwoord is A Menstruatiecyclus: http://nl.wikipedia.org/wiki/menstruatiecyclus

Vraag 6 www. Om deze vraag te kunnen oplossen moet je de basis kennen van dominante en recessieve allelen. Meer hierover kan je eventueel te weten komen op de links onderaan deze pagina. Analyse van het vraagstuk Gegeven: geen van de ouders heeft het kenmerk. Wat kunnen we hieruit concluderen? Dat het allel al zeker niet dominant is, want de ouders moeten drager zijn om het kenmerk aan het kind door te geven. Als het allel dominant was, zouden de ouders het kenmerk ook vertonen. We weten dus dat het allel recessief is, en dat de zoon het kenmerk vertoont. Een recessief allel komt tot uiting als je er homozygoot voor bent. Hieruit weten we dat de ouders dus al zeker niet homozygoot zijn. Dan blijft er nog maar 1 optie open: beide ouders zijn heterozygote dragers van het recessieve kenmerk. Ze hebben elk hun recessief kenmerk aan het kind doorgegeven, waardoor deze homozygoot is en het kenmerk dus vertoont. Het antwoord is D Homozygoot: http://nl.wikipedia.org/wiki/homozygoot Heterozygoot: http://nl.wikipedia.org/wiki/heterozygoot Dominant: http://nl.wikipedia.org/wiki/dominant_%28genetica%29 Recessief: http://nl.wikipedia.org/wiki/recessief_%28genetica%29

Vraag 7 www. Om deze vraag op te lossen moet je de basis kennen van dominant en recessief. Meer hierover vind je in voorgaande vraag. In onderstaand schema zijn de letters in het rood weergegeven de gegevens die we direct met zekerheid kunnen zeggen. Elke linkshandige heeft het genotype rr aangezien een recessief kenmerk enkel zichtbaar is als de drager er homozygoot voor is. We weten dus al dat dochter 1 het genotype rr heeft. Het genotype van de grootmoeder kunnen we afleiden, omdat we zien dat de grootmoeder en grootvader voor een zoon zorgen die linkshandig is, en dus rr heeft. Dit is enkel mogelijk als de grootmoeder één r heeft, en geen twee rr (dan zou ze linkshandig zijn) of geen RR (dan zou de zoon met 100% zekerheid rechtshandig zijn). Het genotype van de grootmoeder is dus Rr. Dochter 2 heeft met zekerheid een R, want anders zou ze niet rechtshandig zijn. Ze heeft bovendien met zekerheid ook een r, die heeft ze van haar linkshandige vader gekregen. Het juiste antwoord is C Dominant: http://nl.wikipedia.org/wiki/dominant_%28genetica%29 Recessief: http://nl.wikipedia.org/wiki/recessief_%28genetica%29

Vraag 8 www. Om deze vraag op te lossen moet je even goed opletten. Je krijgt een tekeningetje te zien met daarop de situatie van het diploïd organisme. Je moet wel weten dat voor tijdens de meiose elk chromosoom zijn genetische informatie gaat verdubbelen! En dan krijg je wat weergegeven is op tekening 1. Zo zien de chromosomen er uit als de meiose gaat plaatsvinden. Het rode bolletje stelt het centromeer voor ( zie vraag 1). Als we dan in de opgave gaan kijken, en we lezen dat er 1 keer crossing-over gaat plaatsvinden, dan krijgen we de situatie die weergegeven is in figuur 2. Het juiste antwoord is B Crossing-over: http://nl.wikipedia.org/wiki/crossing-over

Vraag 9 www. De kennis die je hiervoor moet hebben: transcriptie en translatie gebeuren in de richting 5 3. De code die je dus op het mrna krijgt, zoals ze van het DNA wordt overgeschreven: mrna: 3 - CGC/GGG/CCC 5 Dit wordt vervolgens van 5 naar 3 gelezen tijdens de transcriptie. Je moet dus de codes van het mrna opzoeken in de gegeven tabel! mrna: 5 CCC/GGG/GCG 3 Als je dit opzoekt komt dit overeen met volgende aminozuurcode: Proline Glycine Arginine Het juiste antwoord is D Transcriptie: http://nl.wikipedia.org/wiki/transcriptie_%28biologie%29 Translatie: http://nl.wikipedia.org/wiki/translatie_%28biologie%29

Vraag 10 www. Om deze vraag op te lossen moet je het artikel over de evolutietheorie eens doornemen. Kort kan ik zeggen: In een populatie (een hoeveelheid organismen van een bepaalde soort in een bepaald gebied, dus een bepaald milieu) is variatie (genetisch en fenotypisch). Bepaalde organismen hebben eigenschappen die hen in staat stelt beter te overleven in die heersende omgeving. Beter overleven betekent meer energie om voort te planten. Hierdoor gaat die genetische variantie van die populatie wijzigen in de richting van de best aangepaste. Als het milieu wijzigt zal er weer een ander genotype/fenotype zijn dat het best is aangepast, en zal dit meer nageslacht leveren. Dit is eigenlijk de evolutie door natuurlijke selectie, zeer kort uitgelegd. Als je meer wil weten kan je nog informatie lezen door op de link onderaan deze pagina te klikken. Evolutietheorie: http://nl.wikipedia.org/wiki/evolutietheorie ALGEMENE OPMERKING Heb je nu nog vragen, of heb je problemen met bepaalde vraagstukken? Geen probleem! Log in met je accountgegevens op www.. Hier vind je altijd meer informatie die je kan gebruiken om je slaagkansen te verhogen!