2016-2019 Beheerplan Speelvoorzieningen Gemeente Haarlemmermeer juni 2015
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Aanleiding... 4 1.2 Doel beheerplan... 4 1.3 Uitgangspunten... 4 1.4 Leeswijzer... 5 2 Kaders en Beleid... 6 2.1 Wettelijk kader... 6 2.2 Technische richtlijnen... 6 2.3 Gemeentelijk beleid en richtlijnen... 6 3 Areaal en kwaliteit... 10 3.1 Kwantitatieve areaalgegevens... 10 3.2 Demografie... 11 3.3 Kwalitatieve areaalgegevens... 13 4 Beheerstrategie... 16 4.1 Inspectie en onderzoek... 16 4.2 Klachten en meldingen... 16 4.3 De uitvoering van het onderhoud... 16 4.4 Meerjarenonderhoudsplan... 17 4.5 Meerjaren vervangingsplan... 18 4.6 De beheerorganisatie... 18 4.7 Beheersysteem... 18 5 Middelen... 20 5.1 Huidig budget... 20 5.2 Benodigd budget... 20 5.3 Beschikbaar versus benodigd budget... 24 5.4 Scenario s... 24 6 Communicatie en afstemming... 26 7 Conclusies en aanbevelingen... 27 7.1 Conclusie... 27 7.2 Aanbevelingen... 27 8 Bijlagen... 30 3
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente heeft zich ten doel gesteld dat inwoners beschikken over voldoende mogelijkheden tot ontspanning en vrijetijdsbesteding. Daarnaast is het doel om de openbare ruimte schoon, heel en veilig te houden. Na een periode van groei van Haarlemmermeer komt de gemeente in een fase waarin het beheer van de bestaande fysieke leefomgeving meer van belang wordt. Goed onderhoud van het bestaande areaal zorgt voor de instandhouding hiervan. 1 De beleidsnota Spelen, sporten en ontmoeten in de buitenruimte dateert uit 2009 en heeft de afgelopen jaren de richting bepaald voor het beheer en onderhoud van de speelvoorzieningen in de gemeente. Deze beleidsnota is nog steeds vigerend. Op basis van deze nota is eenmalig extra geïnvesteerd in een kwaliteitsverbetering van de speelvoorzieningen. Deze impuls is eind 2013/begin 2014 afgerond. Hierop is in 2014 de uitvoering geëvalueerd ( Evaluatie Speelruimteplan 2009-2013). De aanbevelingen uit deze evaluatie zijn aanvullend van toepassing op het beheer en onderhoud van de speelvoorzieningen in de gemeente. Een van de aanbevelingen was het opstellen van een beheerplan om het beheer van de speelvoorzieningen te borgen. Daarnaast zijn ook voor andere beheerdisciplines beheerplannen opgesteld, om de fysieke leefomgeving integraal te benaderen. Dit beheerplan voor speelvoorzieningen is opgesteld in samenwerking met KOAC-NPC. 1.2 Doel beheerplan Voor het beheer van speelvoorzieningen is een beheerplan opgesteld, waarin de onderhoudsmaatregelen voor de komende vier jaar (2016-2019) zijn opgenomen. Meerjarenbeheerplannen vertalen het beleid naar de daadwerkelijke uitvoering en zijn een verbindende schakel tussen visie, beleid en uitvoering. Het beheerplan geeft een actueel inzicht in de kwantiteit en kwaliteit van onderdelen van de openbare ruimte en de benodigde financiën om dit areaal te onderhouden. Op basis van de beheerplannen kunnen het reguliere en groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen voor de komende vier jaar worden vastgesteld, waarmee het beheerplan gebruikt wordt als leidraad voor de uitvoering van het beheer en als basis voor het opstellen van de integrale meerjaren uitvoeringsplannen en jaarplannen. Dit document is, naast het vastleggen van de beheerafspraken bedoeld voor communicatie met bestuurders, burgers en uitvoerders en dient tevens als toetsinstrument voor specifieke beheerkeuzes en onderhoudsactiviteiten. 1.3 Uitgangspunten Dit beheerplan omvat alle speeltoestellen, ondergronden (kunstgras, gietrubber, rubberen tegels en zand) en trapvelden (kunstgras) die in beheer zijn bij de gemeente Haarlemmermeer. Hekwerken, meubilair en knikkertegels zullen buiten beschouwing worden gelaten. Met betrekking tot de beleidsnota (Spelen, sporten en ontmoeten in de buitenruimte) betreft dit beheerplan alleen de formele speelruimte, inclusief de aanwezige speeltoestellen en ondergronden binnen deze formele speelruimte. 1 Bron: Programmabegroting 2015-2018 gemeente Haarlemmermeer 4
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 1 zijn beschreven: de aanleiding, doelstelling en opbouw van het beheerplan. Hoofdstuk 2 geeft een overzicht van de wettelijke kaders en het gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het areaal en de kwaliteit hiervan gegeven. Hoofdstuk 4 beschrijft de beheerstrategie, met daarin de te treffen maatregelen. De financiën worden in hoofdstuk 5 weergeven. Hoofdstuk 6 gaat in op communicatie en in hoofdstuk 7 volgen tenslotte enkele conclusies en aanbevelingen. 5
2 Kaders en Beleid Er bestaan tal van richtlijnen en kaders voor beheer en onderhoud van speeltoestellen. Voor dit beheerplan zijn het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen en de beleidsnota Spelen, sporten en ontmoeten in de buitenruimte de meest relevante kaders. Hierin zijn de belangrijkste zaken vastgelegd voor het beheer en onderhoud van de speelvoorzieningen in Haarlemmermeer. 2.1 Wettelijk kader 2.1.1 Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS) Het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen regelt de veiligheid van attractie- en speeltoestellen. Hierin is de verantwoordelijkheid van de gemeente voor de veiligheid van speeltoestellen vastgelegd. Dit besluit omvat regels voor ontwerp, constructie, beheer en onderhoud van speeltoestellen. Nieuwe speeltoestellen dienen van een certificaat van goedkeuring te zijn voorzien. De eigenaar is verplicht om voor ieder speeltoestel een logboek bij te houden met alle relevante gegevens van het toestel zoals de fabrikant, eventuele importeur, de eigenaar en de beheerder. Alle onderhoudswerkzaamheden, inspectieresultaten, reparaties en eventuele ongevallen moeten ook worden opgenomen. Zo kan de eigenaar aantonen dat zij er alles aan heeft gedaan om de veiligheid van speeltoestellen te waarborgen. De Voedsel- en Warenautoriteit controleert steekproefsgewijs of gemeenten/eigenaren aan deze eisen voldoen. 2.2 Technische richtlijnen Voor de plaatsing het beheer en onderhoud van speeltoestellen gelden technische normen en richtlijnen. De belangrijkste zijn de NEN-normen 1176 en 1177. 2.3 Gemeentelijk beleid en richtlijnen 2.3.1 Collegeprogramma 2014-2018 Het thema in het collegeprogramma Krachtig Samen Werken 2014 2018 voor de kwaliteit van de fysieke omgeving is schoon, heel en veilig, met een belangrijke rol voor duurzaamheid. De subdoelstelling is een goed onderhouden openbare ruimte, die bijdraagt aan een positieve beleving van de openbare ruimte. Schoon heel en veilig blijft het thema voor de openbare buitenruimte. Met betrekking tot duurzaamheid gaat het college de herinrichting van de openbare buitenruimte herijken aan de hand van het gebruik van duurzame materialen. Het is nadrukkelijk de bedoeling om de economie en de omgeving verder te verduurzamen. 2.3.2 Integraal Beheerkwaliteitplan Openbare Ruimte Eind 2009 is het Integraal Beheerkwaliteitplan Openbare Ruimte (BKP) vastgesteld (BW/2009.0019558). De gemeenteraad heeft in 2009 de keuze gemaakt om de openbare buitenruimte op beheerniveau Basis te gaan onderhouden en enkele onderdelen (centrumgebieden, speelvoorzieningen, meubilair in woongebieden, kantoor- en bedrijventerreinen en recreatiegebieden, gras (speelweiden in recreatiegebieden) op niveau Basis+). In 2010 is gestart met het onderhoud van groen, begraafplaatsen, parkmanagement en straatreiniging op beeld uit te voeren. Bij deze onderdelen wordt gewerkt met kwaliteitsniveaus die aan de hand van 6
beeldmeetlatten worden gemeten. Het hoogste kwaliteitsbeeld is aangeduid met A+, het laagste met een D. 2.3.3 Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) Begin 2014 is de DIOR (Duurzame Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) vastgesteld door de gemeenteraad. In de DIOR zijn voorschriften opgenomen voor een duurzame en beheerbare openbare ruimte, zodat het spanningsveld tussen planvorming en (duurzaam) beheer gedicht wordt. Daarbij zijn gebiedsgerichte invullingen en kwaliteitsverschillen mogelijk. Door het vastleggen van processtappen, inrichtingsprincipes en eisen in de DIOR, wordt voorkomen dat na de oplevering van de openbare ruimte technische, contractuele of financiële problemen ontstaan bij het beheer en onderhoud. 2.3.4 Beleidsnota Spelen sporten en ontmoeten in de buitenruimte (2009) Sinds juni 2009 is de beleidsnota Spelen, sporten en ontmoeten in de buitenruimte (2009-2013) het vigerende beleid voor speel-, sport- en ontmoetingsruimte én het beheer en onderhoud van de speelvoorzieningen. Met deze beleidsnota wordt een eerlijke en evenredige verdeling van speel-, sport-, en ontmoetingsruimte over de wijken en kernen voor de verschillende leeftijdscategorieën beoogd. Het aanbod dient zo goed mogelijk afgestemd te zijn op de huidige en toekomstige bevolkingssamenstelling. Met het voorstel van 2009 beoogde de gemeenteraad de huidige speel- en ontmoetingsplekken in Haarlemmermeer te verbeteren en nieuwe plekken te creëren en daarbij in de uitvoering 5 prioriteiten te stellen: meer sporten en ontmoeten voor 12 t/m 18-jarigen; een eigen plek voor 6 t/m 11 -jarigen (niet delen met 0-5-jarigen); kwaliteit boven kwantiteit (aansprekend voor de jeugd en uitdagen tot spel); meer aandacht voor avontuurlijk en natuurlijk spelen; aandacht voor urgente wijken en kernen. De nota Spelen, sporten en ontmoeten in de buitenruimte is nog steeds het kader voor het beheerplan speelvoorzieningen. De nota hanteert de volgende beleidsuitgangspunten. Gelijkmatige kwaliteit verdeeld over de wijken en kernen afgestemd op het aantal kinderen, tieners en jongeren in die wijk of kern. Rekening houden met het doorgroeimodel en de toekomstige ontwikkeling van kinderen tieners en jongeren: speelvoorzieningen groeien mee met de leeftijd van de doelgroep. Komende jaren wordt er een piek in het aantal jongeren (12-18) verwacht. Eerlijke verdeling van speelvoorzieningen. Niet pas herinrichten als men er om vraagt, maar het totaalbeeld in de gaten houden en hierop anticiperen. Combineren van leeftijdsgroepen op een plek mits er voldoende ruimte is. Aanleg nieuwe speelplekken aan de hand van 6 vragen: Genoeg informele speelruimte in de buurt? Informele speelruimte verbeteren? Kwaliteit formele speelplekken in de buurt? Voldoende kinderen in actieradius? Hoe zijn toekomstige demografische ontwikkeling? Financiële consequenties? Meer variatie in aanbod; toestellen en speelprikkels die zoveel mogelijk speltypen stimuleren. Toepassen flexibele vervanging: Bij goede kwaliteit na afschrijvingstermijn vervanging uitstellen. Vervanging vervroegen bij slechte kwaliteit. Demografische gegevens en speelruimte per wijk/kern tegen elkaar afzetten. Zoeken naar juiste onderlinge verhouding budget aanleg, beheer, onderhoud en vervanging. Anders stijgende onderhoudskosten. Naast eenmalige kosten, zorgdragen voor structurele kosten. 7
Basis+ niveau (75% A-kwaliteit en 25% B-kwaliteit) aanhouden als onderhoudsniveau en daar het onderhoudsbudget op baseren. Geld reserveren voor vervanging speelvoorzieningen is essentieel. Hierbij gemiddelde afschrijftijd van 10 jaar aanhouden. Jaarlijks bedrag opzij, zodat na tien jaar een nieuwe voorziening aangeschaft kan worden. Met de beleidsnota Spelen, sporten en ontmoeten in de buitenruimte is tevens de keuze gemaakt om een eenmalige investering van 2.3 miljoen te doen ten behoeve van een inhaalslag, waar het gaat om een kwalitatief, op de bevolkingsopbouw en leeftijd van de jeugd afgestemd voorzieningenniveau voor spelen, sporten en ontmoeten in de buitenruimte. De kwaliteit van een groot aantal speelplekken werd op grond van een onderzoek door een extern bureau als onvoldoende beschouwd. Daarnaast was er onvoldoende flexibiliteit mogelijk bij de vervanging van speeltoestellen en werd er onvoldoende rekening gehouden met de leeftijdswijzigingen in een buurt/wijk. Er waren klachten over onvoldoende onderhoud, aanwezigheid van hondenpoep, en het plaatsen van toestellen die niet bij de leeftijd van de kinderen in de buurt hoort. Om die reden is in 2009 besloten behalve een visie en beleidsuitgangspunten voor de toekomst ook een eenmalige investering te plegen. De gemeenteraad heeft bij de bespreking van het voorstel een motie aangenomen (motie speelruimte 2009/75621) om te bewerkstelligen dat het college zou toewerken naar een meer maximale variant. Om die reden is besloten het krediet op te hogen naar 2.808.000,- (verder: 2.8 min.). De besteding en uitwerking van deze eenmalige investering wordt aangeduid als het Speelruimteplan 2009-2013. Naast de kosten voor de eenmalige investering en de uitvoeringskosten, is voor het beheer en onderhoud vanaf 2013 structureel extra 52.864 gereserveerd. 2.3.5 Evaluatie speelruimteplan 2009-2013 (2014) In 2014 heeft de evaluatie plaatsgevonden van de uitvoering van het Speelruimteplan. Met de eenmalige investering is de afgelopen jaren de kwaliteit van bestaande speelplekken verbeterd en zijn nieuwe plekken gecreëerd. Er is gekozen voor een wijkgerichte aanpak. Een enkele speelplek is verwijderd, omdat er al ruim voldoende aanbod was of er geen of weinig kinderen meer woonden. Over het algemeen betrof het kleine speelplekjes met weinig speelwaarde. Deze keuzes zijn bepaald op basis van demografische gegevens, prognoses van de desbetreffende wijken, andere speelplekken in de buurt en de bebouwingsstructuur. Doel was de speelplekken te laten aansluiten bij de doelgroep, nu en in de toekomst. Er zijn in totaal circa 250 speelplekken aangepakt/aangelegd, In het kader van de evaluatie is een onderzoek uitgevoerd naar de mening en ervaringen van gebruikers over de gehele uitvoeringsperiode van 2009 tot 2013. Samengevat zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek: 1. bezoekers geven veelal aan dat nieuwe en heringerichte speelplekken goed worden gewaardeerd. Dit geldt vooral voor de ruim opgezette speelplekken; 2. de kunstgrasvelden zijn bijzonder populair en voldoen goed in een behoefte van een groep 6 tot 18 jarigen. Meisjes en jongeren die gewoon willen 'hangen' zijn daar echter nauwelijks aangetroffen; die hebben waarschijnlijk een andere behoefte en ontmoeten elkaar op andere plekken (winkelcentra, parken, onder afdakjes); 3. behalve de populariteit van de kunstvelden komen ook andere populaire speelvoorzieningen en praktische uitvoeringskwesties in beeld. Dit dient meegenomen te worden bij het beheer van de voorzieningen via het meerjarenonderhoudsplan. 8
In de evaluatie werd het van belang geacht dat naast de eenmalige investering in 2014 een meerjarenbeheerplan tot stand zou komen voor het beheer, onderhoud en vervanging van de speelvoorzieningen en de daarvoor beschikbare middelen. In bijlage C van de evaluatie is de waardering voor de speelplekken uitgewerkt in plus- en minpunten. Met name deze bijlage biedt inzicht in de successen en verbeterpunten. Deze vormen belangrijke input voor het beheer en onderhoud van de speelplekken in de toekomst. Onderdeel van de evaluatie was om deze aanbevelingen te betrekken bij het meerjarenbeheerplan. Daarnaast is bij de evaluatie besloten door het college om de aanbevelingen ten aanzien van het monitoren van demografische ontwikkelingen in met name Floriande en Getsewoud door te laten werken in de aanpassingen van speelplekken in de toekomst. 9
3 Areaal en kwaliteit Het areaal aan openbare speel-, sport- en ontmoetingsvoorzieningen in Haarlemmermeer is de laatste jaren enorm toegenomen, met name als gevolg van de grote uitbreidingswijken. In dit hoofdstuk worden de kwantitatieve en kwalitatieve areaalgegevens van de speelvoorzieningen weergegeven. Tevens worden de demografische ontwikkeling van de gemeente behandeld, aangezien deze van invloed is op het areaal speeltoestellen en eisen stelt aan de samenstelling ervan. 3.1 Kwantitatieve areaalgegevens 3.1.1 Areaalgegevens In tabel 3.1 zijn de huidige areaalgegevens opgenomen. Het aantal m2 natuurlijk gras is onbekend. Onderdeel Stuks/ m2 Formele speelplekken 619 stuks Speeltoestellen 2910 stuks Zandbakken aantal 15 stuks inhoud zand 500 m3 Ondergrond zand 2140 m2 kunstgras 11353 m2 (giet)rubber 16668 m2 houtsnippers 8175 m2 Trapvelden (kunstgras) 24987 m2 Tabel 3.1 Areaalgegevens formele speelvoorzieningen Haarlemmermeer Indien een speeltoestel op gemeentelijke grond wordt geplaatst door bijvoorbeeld een particulier, school of speeltuinvereniging, wordt het toestel automatisch eigendom van de gemeente. De juridische term hiervoor is natrekking. De gemeente kan bij ongevallen medeaansprakelijk worden gesteld. Daarom kan de gemeente de plaatsing van toestellen door derden op gemeentelijk eigendom niet gedogen zonder dat de aansprakelijkheid goed geregeld is. 3.1.2 Leeftijdsopbouw speeltoestellen In onderstaande grafieken is een overzicht weergegeven van de leeftijdsopbouw van het areaal speeltoestellen aan de hand van het jaar van plaatsing. 10
Hieruit is de kwaliteitsimpuls in het areaal speeltoestellen vanuit het beleidsplan Spelen, sporten en ontmoeten zichtbaar in de jaren 2011 tot en met 2013. Tevens blijkt dat een groot deel van het areaal ouder is dan tien jaar. 3.2 Demografie De demografische samenstelling en ontwikkeling van een wijk is van belang voor het areaal speelvoorzieningen. De jeugd, die uit verschillende leeftijdsgroepen bestaat, stelt uiteenlopende eisen 11
aan de woonomgeving. Het aanbod speelvoorzieningen dient zo goed mogelijk afgestemd te zijn op de huidige en toekomstige bevolkingssamenstelling. 3.2.1 Huidige situatie Op 1 januari 2015 telde de gemeente Haarlemmermeer 144.192 inwoners. Circa een kwart hiervan is onder de 18 jaar. Het grootste gedeelte van de jongeren bevindt zich in de basisschoolleeftijd (5-11 jaar). Een kleiner gedeelte bevindt zich in de middelbare schoolleeftijd (12-17 jaar) en het kleinste gedeelte is jonger dan 5 jaar. Figuur 3.1 Leeftijdsverdeling Haarlemmermeer 2015 (bron: gemeente Haarlemmermeer) 3.2.2 Toekomstige ontwikkelingen Leeftijdsverdeling Een percentage van 45% van de jeugd in Haarlemmermeer heeft momenteel de basisschoolleeftijd van 6 tot 12 jaar (figuur 3.2). Over vijf jaar heeft deze groep de middelbare schoolleeftijd bereikt en daarmee zal ook de speelbehoefte veranderen. Dit zou een positief effect kunnen hebben op de kosten voor speelvoorzieningen. Middelbare scholieren maken doorgaans in kleinere mate gebruik van formele speelvoorzieningen zoals speeltoestellen en kennen een grotere actieradius. 12
Figuur 3.2 Leeftijdsverdeling Jeugd Haarlemmermeer 2015 (bron: gemeente Haarlemmermeer) Bevolkingsontwikkeling In de bevolkingsprognose Haarlemmermeer 2013 wordt een bevolkingsgroei voorspeld van 144.063 inwoners in 2014 naar 150.000 inwoners in 2019 en 160.000 inwoners in 2035. Dat komt overeen met een groei van circa 800 inwoners per jaar. Het aandeel jongeren zal echter afnemen, waardoor uiteindelijk het absolute aantal jongeren de komende jaren niet veel zal veranderen. De gemiddelde leeftijd in nieuwbouwwijken is vaak lager. Nieuwbouwwijken kennen veelal een groter aandeel jongeren, waardoor de behoefte aan speelvoorzieningen in nieuwbouwwijken gemiddeld groter zal zijn. Het is van belang om hier met de toekomstige spreiding van speelvoorzieningen rekening mee te houden, zeker gezien de nieuwbouwprognose van gemiddeld 400 woningen per jaar in de gemeente. Haarlemmermeer is en blijft een jonge gemeente met relatief veel kinderen en jongeren. In figuur 3.3 is de voorspelde toename van het aantal inwoners en aantal woningen inzichtelijk gemaakt. Figuur 3.3 Bevolkingsprognose Haarlemmermeer (2013) 3.3 Kwalitatieve areaalgegevens 3.3.1 Technische kwaliteit Speelvoorzieningen moeten voldoen aan de bepalingen van het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen en de NEN normen 1176 en 1177. Om aan de gestelde eisen te kunnen voldoen is een aantal handelingen noodzakelijk, waaronder de inspectie van speeltoestellen en de registratie van relevante gegevens in een logboek. Overal waar tijdens inspectierondes of via een melding gebreken geconstateerd worden, vindt direct onderhoud plaats waardoor de technische kwaliteit gelijkmatig op peil blijft. Hiermee worden onveilige situaties zoveel mogelijk uitgesloten en blijft de technische kwaliteit op peil. De Voedsel- en Warenautoriteit (WA) onderzoekt of de beheerder (gemeente) zich houdt aan de eisen en de verplichtingen die de wet stelt. Zij controleert dit steekproefsgewijs. De wijze van onderhoud moet ervoor zorgen dat de plek en het toestel schoon, heel en veilig zijn. Dit houdt in dat en een onderhoudsniveau van 100% wordt gescoord, zolang het toestel altijd schoon is, goed in de verf zit, goed functioneert en voldoet aan de geldende veiligheidseisen. De 13
gemeente streeft dit percentage echter niet na. De gemeente gaat ervan uit dat de werkzaamheden die ervoor zorgen dat een toestel altijd veilig is, ook zorgen voor een bepaalde mate van heelheid en schoonheid. Daarnaast treft de gemeente een aantal extra maatregelen om het toestel heel en schoon te houden. De gemeente Haarlemmermeer hanteert daarom een percentage van 75%, wat overeenkomt met het schoon-heel-veilig-principe. Dit percentage is tevens het landelijk gemiddelde. De gemiddelde theoretische levensduur van speeltoestellen bedraagt tien jaar. Vervanging vindt in Haarlemmermeer pas plaats zodra een speelvoorziening daadwerkelijk het einde van de technische levensduur bereikt. Vervanging vindt hierdoor niet gepland plaats, maar op basis van noodzaak. Een speeltoestel kan na de gestelde theoretische afschrijvingstermijn nog één of meer jaren veilig functioneren, de kosten van onderhoud zijn in deze periode relatief hoog. Na het einde van de (technische) levensduur gaat de technische kwaliteit snel achteruit en kan de veiligheid, afhankelijk van de intensiteit van het gebruik, in het geding komen. 3.3.2 Functionaliteit Bij de vervanging van speelvoorzieningen wordt gekeken naar de behoefte in de directe omgeving aan de hand van de uitgangspunten van de nota Spelen, sporten en ontmoeten in de buitenruimte. Zo zal er waar nodig rekening worden gehouden met variatie in het speelaanbod, waarbij leeftijdsgroepen gecombineerd worden. Tijdens de beheerfase worden de kwaliteit en de demografische gegevens echter tussentijds niet afgezet tegen de speelplekken per wijk en kern. Hierdoor bestaat de kans dat de speelvoorzieningen na verloop van tijd niet meer voldoen aan de behoeftevraag. Als kinderen de wipveer ontgroeid zijn, dan moet de plek kunnen worden omgezet in een speelplek met een groot combinatietoestel of een voetbalveldje. Het budget voor vervangingen is hiervoor ontoereikend, ondanks dat de nota Spelen, sporten en ontmoeten in de buitenruimte het zogenaamde doorgroeimodel als uitgangspunt hanteert, waarbij speelvoorzieningen meegroeien met de leeftijd van de doelgroep. 3.3.3 Beeldkwaliteit Om te werken met beeldkwaliteit is het beheerniveau of ambitieniveau bepaald, een vastgesteld (beeld)kwaliteitsniveau waaraan de openbare ruimte in een bepaald gebied moet voldoen. Het ambitieniveau, het gewenste kwaliteitsniveau, voor het beheer van de openbare ruimte is vastgelegd in het integraal Beheerkwaliteitplan (BKP). Voor de beheercategorie speelvoorzieningen is gekozen voor het beheerniveau basis+. Dit komt overeen met 75% van de speeltoestellen op A-kwaliteit en 25% op B-kwaliteit. Doordat er tijd zit tussen het moment van beschadiging en herstel daarvan, kan bij een Basis+ niveau C-kwaliteit nooit 100% uitgesloten worden. In figuur 3.4 is dit principe visueel gemaakt. Basis+ 75% A 25% B 10% A+ 80% A 10% B 10% A 80% B 10% C Figuur 3.4 De opbouw van het beheerniveau Basis+ 14
De beheerinspanningen die worden gepleegd moeten ervoor zorgen dat het gekozen beheerniveau wordt gehaald. Dit ambitieniveau wordt met name gebruikt voor communicatie en rapportage. Voor het beheer van de speelvoorzieningen is met name de technische kwaliteit (de veiligheid) van belang. In bijlage 1 zijn de beeldmeetlatten voor speelvoorzieningen weergegeven. 15
4 Beheerstrategie De speel-, sport- en ontmoetingsplekken in de openbare ruimte zijn in beheer bij de gemeente. Het beheer bestaat uit het aansturen van het onderhoud en waarborgen van de veiligheid, het beheren van gegevens en het afhandelen van klachten. Het onderhoud bestaat uit de werkzaamheden die fysiek aan het toestel en de omgeving moeten worden uitgevoerd. 4.1 Inspectie en onderzoek Twee maal per jaar worden de speelvoorzieningen in Haarlemmermeer geïnspecteerd. Eén maal per jaar vindt een grote inspectie plaats, waarbij alle speelplekken inclusief ondergronden geheel geïnspecteerd worden. Daarnaast vindt één maal per jaar een kleine inspectie plaats, waarbij enkel de speeltoestellen op technische gebreken geïnspecteerd worden. Bij het inspecteren wordt geen gedetailleerde kwaliteitsscore bijgehouden maar worden enkel de technische gebreken vastgesteld. Bij een voldoende score zijn er geen technische gebreken die om onderhoud vragen en bij een onvoldoende score wordt het gebrek gemeld en wordt het onderhoud zo snel mogelijk uitgevoerd. 4.2 Klachten en meldingen Via de telefoon, de gemeentelijke website en via een mobiele applicatie kunnen bewoners/ gebruikers melding doen van gebreken in de openbare ruimte. Hierbij is het mogelijk om via een categorisering gericht melding te doen van gebreken aan speelvoorzieningen. Daarnaast is het ook mogelijk om schriftelijk melding te doen van een gebrek. De meldingen worden beoordeeld en waar nodig wordt direct onderhoud uitgevoerd. 4.3 De uitvoering van het onderhoud Het onderhoud aan speelvoorzieningen bestaat uit klein onderhoud, vervanging en het onderhoud aan ondergronden. 4.3.1 Klein onderhoud Het klein (regulier) onderhoud van de speelvoorzieningen in Haarlemmermeer omvat alle reparaties die uitgevoerd worden naar aanleiding van gebreken die tijdens inspecties en via meldingen geconstateerd worden. De gebreken worden beoordeeld en reparaties worden waar nodig direct uitgezet. De reparaties worden bijgehouden in het logboek. Het klein onderhoud wordt niet vooruit gepland. In de praktijk is er vooralsnog genoeg budget beschikbaar geweest om alle reparaties ad hoc uit te voeren. 4.3.2 Vervanging Speeltoestellen en veiligheidsondergronden hebben een theoretische levensduur van tussen de acht en twintig jaar, afhankelijk van het soort toestel of ondergrond. Het landelijk gemiddelde ligt op tien jaar, het gemiddelde in de gemeente Haarlemmermeer ook. Het moment van de daadwerkelijke vervanging van een toestel wordt mede bepaald door de staat van het toestel. Wanneer blijkt dat een toestel na de gestelde afschrijvingstermijn nog één of meer jaren veilig kan functioneren, kan de vervanging worden uitgesteld. Indien blijkt dat een toestel voor de gestelde afschrijvingstermijn niet meer veilig is of wanneer de 16
onderhoudskosten te hoog worden, bijvoorbeeld door vandalisme, dan moet de vervanging vervroegd worden uitgevoerd (flexibele vervanging). Op het moment dat een toestel daadwerkelijk (technisch) is afgeschreven, wordt per situatie de oplossing bepaald. Zo kan het zijn dat het toestel verwijderd wordt zonder dat er iets voor in de plaats komt of dat het toestel vervangen wordt door een zelfde of een ander type toestel. Dit hangt af van het moment waarop de locatie wordt heringericht en de demografische opbouw van de inwoners die in de buurt van de speelvoorziening wonen. Zodra een speelplek of -toestel aan vervanging toe is, worden (in overeenstemming met de beleidsnota Spelen sporten en ontmoeten in de buitenruimte ) achtereenvolgens de volgende vragen gesteld: - Hoe zijn de formele speeltoestellen in de buurt en voldoen deze? - Wonen er voldoende kinderen binnen de actieradius van de plek? - Hoe zijn de huidige en toekomstige demografische gegevens? - Wat zijn de financiële consequenties? Aan de hand hiervan wordt uiteindelijk beslist of er een nieuw type speelvoorziening komt en wat voor speelvoorziening er komt. Bij vervanging wordt dus geen rekening gehouden met de theoretische afschrijvingstermijn van tien jaar, maar met de daadwerkelijke levensduur van het toestel. Vervangingen worden om deze reden ook niet vooruit gepland. Jaarlijks wordt er binnen het beschikbare budget ruimte vrijgehouden voor vervanging van speeltoestellen en herinrichting van bestaande locaties bij einde levensduur. 4.3.3 Onderhoud aan ondergronden De ondergronden worden niet apart beoordeeld en onderhouden maar in combinatie met het onderhoud van de speeltoestellen. Tijdens de inspecties worden de ondergronden automatisch meegenomen en worden gebreken net als bij de speeltoestellen direct gemeld en waar nodig hersteld. Wat financiën betreft zijn ondergronden en speeltoestellen wel gescheiden. Het budget voor het onderhoud van ondergronden is namelijk samengevoegd met het budget voor de inspectieronden. Vooralsnog is het beschikbare budget voor onderhoud aan ondergronden in de praktijk voldoende gebleken. 4.4 Meerjarenonderhoudsplan In bijlage 2 zijn overzichten opgenomen van de benodigde budgetten voor de komende jaren voor het onderhoud van speeltoestellen en ondergronden, inclusief de kengetallen (eenheidsprijzen, aantallen) waarop deze bedragen gebaseerd zijn. 17
4.5 Meerjaren vervangingsplan In bijlage 2 zijn overzichten opgenomen van de benodigde budgetten voor de komende jaren voor het vervangen van speeltoestellen en kunstgras, inclusief de kengetallen (eenheidsprijzen, aantallen) waarop deze bedragen gebaseerd zijn. 4.6 De beheerorganisatie De beheeractiviteiten omvat onder andere de organisatie van de onderhoudswerkzaamheden. Functie Fte Team Beheerder (WV) 0,60 BGV Toezichthouder (WV) 0,15 BGV Medewerker revisie 0,33 BGV Projectleider 0,05 IB Werkvoorbereider 0,10 IB Toezichthouder (WV) 0,05 IB Medewerker beleid 0,10 MEO Communicatie 0,10 IB/Extern Totaal 1.48 1 fte = 1.465 productieve uren Afstemming werkzaamheden Bij de uitvoering wordt gestreefd naar een integrale aanpak, waarbij werkzaamheden op elkaar afgestemd worden om deze zo efficiënt en effectief mogelijk, tegen de laagst mogelijke kosten en met zo min mogelijk overlast uit te kunnen voeren. Voor het onderhoud van speelvoorzieningen geldt dit met name als een hele wijk wordt opgeknapt. Lopende verplichtingen Voor het vervangen van speelvoorzieningen heeft de gemeente Haarlemmermeer een overeenkomst met aannemers gesloten. Het contract voor reparaties aan speeltoestellen naar aanleiding van meldingen/inspecties zal in 2015 worden aanbesteed. 4.7 Beheersysteem De gemeente Haarlemmermeer beschikt over logboeken van alle speeltoestellen. Hierin zijn de noodzakelijke gegevens van de speeltoestellen vastgelegd zoals de locatie, type, omschrijving, leverancier, plaatsingsjaar, vervangingsjaar en de nieuwprijs. Daarnaast worden voor alle speeltoestellen en ondergronden alle inspecties bijgehouden in een apart logboek. Alle gesignaleerde gebreken uit inspecties en meldingen worden genoteerd en ook de reparaties worden bijgehouden. Op deze wijze voldoet de gemeente Haarlemmermeer aan de wettelijke eisen van behoorlijk beheer, zoals vastgesteld in het Attractiebesluit. Men kan via de logboeken aantonen dat er wordt gecontroleerd op veiligheid en functionaliteit en dat gebreken direct worden opgelost. Gegevens als beeldkwaliteit, restlevensduur en ondergronden van speeltoestellen worden niet vastgelegd. Hoewel er bij plaatsing van nieuwe speelvoorzieningen wel wordt gekeken naar 18
omgevingsfactoren, wordt er gedurende de beheerfase geen koppeling gemaakt met de demografische gegevens, bevolkingsprognoses en toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Kort samengevat bestaat het gegevensbeheer van speelvoorzieningen in Haarlemmermeer uit het vastleggen van areaalgegevens en direct uit te voeren onderhoud. De gegevens worden niet gebruikt om inzicht te krijgen in de kwaliteit en de toekomstige onderhoudsbehoefte. 19
5 Middelen De gemeente krijgt ieder jaar een vast budget voor de onderhoudskosten van de speelvoorzieningen. De inschatting van dit budget is gebaseerd op daadwerkelijke uitgaven aan onderhoud van speelvoorzieningen in voorgaande jaren. 5.1 Huidig budget Jaarlijks is circa 700.000 aan budget beschikbaar voor het onderhoud van alle speelvoorzieningen. Dit is voldoende om de bij de inspectie geconstateerde gebreken op te lossen. Er is geen garantie dat dit budget ook in de toekomst voldoende zal zijn. Toekomstige ontwikkelingen zoals nieuwbouwwijken, bevolkingsgroei en veranderende speelbehoeften beïnvloeden het areaal en de kosten voor speelvoorzieningen in de toekomst. Onderdeel Kosten per jaar Onderhoud trapvelden natuurlijk- en kunstgras (geen vervanging) 60.000 Onderhoud speelvoorzieningen (naar aanleiding melding/inspectie) 150.000 Herinrichting locaties (bij einde levensduur) 318.400 Inspectierondes (2 per jaar) + onderhoud ondergronden 185.400 totaal 713.800 Tabel 5.1 Gemeentelijke raming onderhoudskosten speelvoorzieningen Haarlemmermeer.. 5.2 Benodigd budget 5.2.1 Kostenberekening op basis van areaalgegevens Om meer inzicht te krijgen in de onderhoudskosten van de speelvoorzieningen is een theoretische berekening gemaakt op basis het huidige areaal en eenheidsprijzen. Daarnaast is inzicht gegeven in de toekomstige ontwikkelingen en de te verwachten invloed hiervan op de onderhoudskosten. Bij deze berekeningen wordt uitgegaan van behoud van het huidige areaal aan speelvoorzieningen. 5.2.2 Theoretische kosten regulier onderhoud Voor de kostenberekening van het reguliere onderhoud zijn de eenheidsprijzen van Haarlemmermeer uit 2010 (Werkpakketten met kwaliteitsniveaus) vermenigvuldigd met het aantal toestellen (2910, exclusief zandbakken). Om tot het prijspeil voor 2015 te komen is een jaarlijkse prijsindex van 2% toegepast op de eenheidsprijzen. Tot slot zijn de totale onderhoudskosten omgerekend naar het Basis+ niveau dat overeenkomt met 75% A- en 25% B-kwaliteit. Hiermee zijn de kosten voor onderhoud aan speeltoestellen en de inspecties berekend, exclusief ondergronden. Het onderhoud aan de ondergronden en zandbakken is apart berekend. Per soort ondergrond is het areaal vermenigvuldigd met recente kengetallen ( per m2 per jaar) die gelden voor onderhoud op 75% A-niveau en 25% B-niveau, horend bij die desbetreffende ondergrond. Het aantal van 15 zandbakken in de gemeente is eveneens vermenigvuldigd een recent kengetal ( per stuk per jaar) dat ook gebaseerd is op 75% A-niveau en 25% B-niveau. 20
Voor kunstgras is het areaal vermenigvuldigd met een recente eenheidsprijs die gebaseerd is op eenheidsprijzen zoals andere gemeenten deze toepassen, omdat hier nog geen ervaringscijfers van de gemeente Haarlemmermeer voor voorhanden zijn. Bij kunstgras wordt uitgegaan van 100% onderhoud en er vindt geen berekeningen naar Basis+ niveau plaats. In tabel 5.2 zijn de berekende theoretische onderhoudskosten inzichtelijk gemaakt. In bijlage 2 zijn de toegepaste eenheidsprijzen en berekeningen voor reguliere onderhoudskosten bijgevoegd. Onderdeel Kosten Basis+ Beschikbaar budget Onderhoud/ reparaties speeltoestellen 243.200 Onderhoud/ reparaties zandbakken (15 st.) (inclusief verversen zand) 6.000 Inspecties 60.800 Onderhoud ondergronden zand 3.000 Onderhoud ondergronden houtsnippers 15.900 Onderhoud ondergronden kunstgras 27.200 Onderhoud ondergronden (giet)rubber 21.700 150.000 185.400 Onderhoud Kunstgras trapvelden 50.000 60.000 totaal 427.800 395.400 Tabel 5.2 Berekende reguliere onderhoudskosten speelvoorzieningen Haarlemmermeer. Voor het reguliere onderhoud (exclusief herinrichting) is volgens de berekeningen jaarlijks een bedrag van 427.800,- nodig. Dat is 32.400,- meer dan het beschikbare budget. Het grootste verschil zit in het onderhoud en reparatie van speeltoestellen. Zo zijn de berekende kosten bijna 100.000 hoger dan het beschikbare budget. Een ander groot verschil zit in de inspecties en het onderhoud aan ondergronden. Deze onderhoudskosten bedragen volgens de berekeningen 128.500,-. Dat is 56.900,- minder dan het beschikbare budget van 185.400.-. De kosten voor onderhoud aan kunstgras trapvelden berekend op 50.000,-, wat 10.000,- minder is dan het beschikbaar budget. Dit is te verklaren door het feit dat met dit budget ook trapvelden van natuurlijk gras onderhouden worden. Natuurlijke trapvelden zijn niet in de berekeningen opgenomen. Het onderhoud aan de zandbakken inclusief verversing van zand kost de gemeente volgens de berekeningen jaarlijks circa 6.000,-, 5.2.3 Theoretische vervangingskosten speeltoestellen Voor de vervangingskosten is gekeken naar de nieuwwaarde van de speeltoestellen en het theoretische moment van afschrijving zoals de gemeente deze nu hanteert. Per speelvoorziening is een gemiddelde nieuwwaarde berekend. Vervolgens zijn voor ieder jaar de nieuwwaarden van de in dat jaar afgeschreven speelvoorzieningen bij elkaar opgeteld. Op deze manier ontstaat er een beeld van de theoretische vervangingskosten per jaar. Vervanging van ondergronden en arbeidskosten zijn hierbij buiten beschouwing gelaten omdat hier niet voldoende gegevens voor beschikbaar zijn. In figuur 5.1 zijn de te verwachten vervangingskosten per jaar voor de speeltoestellen inzichtelijk gemaakt. 21
Theoretische vervangingskosten Speeltoestellen 1000000 800000 600000 400000 200000 0 Reeds afgeschreven Nog af te schrijven Figuur 5.1 te verwachten vervangingskosten speeltoestellen De werkelijke levensduur van de speelvoorzieningen is gemiddeld langer dan in theorie. Circa 1 miljoen euro aan speelvoorzieningen is volgens de berekeningen al afgeschreven, maar is in praktijk nog steeds in functie. In de komende jaren wordt een groot aantal speelvoorzieningen in theorie afgeschreven. De gemiddelde vervangingskosten tussen 2014 en 2024 bedragen circa 500.000,- per jaar. Dat is 180.000,- meer dan het jaarlijkse beschikbare budget van 318.400,- voor vervanging. De lichte piek van 500.000,- aan vervangingskosten in 2016 en 2017 en de grote piek in 2022 van bijna 900.000,- aan vervangingskosten geven een indicatie, maar zijn niet betrouwbaar genoeg om planningen en begrotingen op te baseren. Voor de circa 1 miljoen aan reeds afgeschreven speeltoestellen zal in theorie jaarlijks gemiddeld 100.000 extra nodig zijn tussen 2014 en 2024. Ook zal er extra geld nodig zal voor vervanging van ondergronden. 5.2.4 Theoretische vervangingskosten Kunstgras Voor de nieuwwaarde van de kunstgrasvelden is de huidige nieuwprijs van 50,- per m2 vermenigvuldigd met het aantal afgeschreven m2 per jaar. Op deze manier ontstaat er een beeld van de theoretische vervangingskosten per jaar. In figuur 5.2 zijn de theoretische vervangingskosten per jaar voor de kunstgrasvelden inzichtelijk gemaakt. 500.000,00 400.000,00 300.000,00 200.000,00 100.000,00 - Theoretische vervangingskosten kunstgras 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 Figuur 5.2 te verwachten vervangingskosten Kunstgras 22
De afgelopen jaren (2010 2014) is er veel nieuw kunstgras aangelegd. Gezien de theoretische levensduur van 15 jaar worden de komende 10 jaar nog weinig vervangingskosten voor kunstgras verwacht. Pas vanaf 2023 raken de kunstgrasvelden aan het einde van hun theoretische levensduur en kunnen vervangingskosten worden verwacht met de piek rond 2026. De cijfers uit figuur 5.2 zijn enkel gebaseerd op theoretische cijfers. Het is nog onduidelijk hoe lang de kunstgrasvelden daadwerkelijk mee gaan en wat de uiteindelijke kosten zullen zijn. 5.2.5 Totaalbeeld De kosten voor het reguliere onderhoud en de vervangingskosten bij elkaar opgeteld, geeft een totaalbeeld van de theoretische onderhoudskosten in de komende jaren. In figuur 5.3 is dit totaalbeeld inzichtelijk gemaakt. Figuur 5.3 Totaalbeeld theoretische onderhoudskosten Haarlemmermeer Er zit een groot verschil tussen de huidige praktijk en de theoretische cijfers zoals deze zijn vastgelegd. In de praktijk blijkt dat gemeente Haarlemmermeer met een jaarlijks budget van circa 713.000,- het onderhoud aan de speelvoorzieningen kan doen, inclusief vervanging. Volgens de berekeningen zou tussen 2014 en 2024 jaarlijks gemiddeld 940.000,- nodig zijn voor het onderhoud, nog exclusief natuurlijke trapvelden, vervanging van ondergronden en vervanging van reeds afgeschreven speeltoestellen. Doordat de berekeningen te ver afstaan van de huidige praktijk, geven deze geen goede indicatie van de daadwerkelijk te verwachten kosten. Wel kan geconcludeerd worden dat er twee piekmomenten zijn in de onderhoudskosten om rekening mee te houden, met de hoogste piek rond 2022. Door onzekerheid over de werkelijke levensduur is het echter moeilijk vast te stellen wanneer deze piekmomenten zullen zijn en hoe hoog de kosten zijn. Daarbij zijn de kunstgrasvelden recent aangelegd waardoor, bij normaal onderhoud, vervanging pas op lange termijn aan bod komt en de kosten hiervoor buiten de scope van dit beheerplan vallen. 23
5.2.6 Natuurlijke en informele speelvoorzieningen De speelbehoefte en het aanbod aan speelvoorzieningen verandert. Momenteel is er een ontwikkeling bezig waarbij jongeren worden uitgedaagd door middel van speelprikkels in de openbare ruimte en/of extensief ingerichte natuurgebieden. Als gevolg van deze trend zullen er in de toekomst meer informele en natuurlijke speelvoorzieningen zijn en minder formele speelvoorzieningen/ speeltoestellen. Dit vraagt om een andere manier van aanleg en beheren. Minder speeltoestellen en formele speelplekken zouden ook minder onderhoudskosten betekenen. Daarbij zal deze ontwikkeling ook invloed uitoefenen op het budget voor groenbeheer. De vraag is echter welke invloed deze ontwikkeling heeft op de onderhoudskosten van groenvoorzieningen en informele speelruimte en op welke wijze de gemeente dit organiseert. Op basis van de huidige gegevens is het echter nog niet mogelijk om dit in cijfers vast te leggen. 5.3 Beschikbaar versus benodigd budget In onderstaand overzicht zijn de kosten voor benodigde kosten voor onderhoud en vervanging afgezet tegen het beschikbare budget. Speelvoorzieningen Klein en groot onderhoud 2016 2017 2018 2019 Benodigd, klein onderhoud 312.722 287.114 261.537 235.928 Benodigd, groot onderhoud 127.980 102.371 76.794 25.609 Benodigd, totaal 440.702 389.485 338.331 261.537 Beschikbaar 405.400 405.400 405.400 405.400 Verschil -35.302 15.915 67.069 143.863 Vervangingen/renovaties 2016 2017 2018 2019 Benodigd 1.219.371 1.203.280 1.135.085 869.058 Beschikbaar 318.400 318.400 318.400 318.400 Verschil -900.971-884.880-816.685-550.658 5.4 Scenario s Huidig In het huidige onderhoudsregime worden de speeltoestellen twee keer per jaar geïnspecteerd. De toestellen worden alleen gereinigd als er kwetsende en aanstootgevende teksten op staan. Ook vindt geen vraaggestuurd onderhoud plaats. Bij de vervanging wordt geen rekening gehouden met de afschrijvingstermijn van tien jaar. Vervanging vindt plaats op grond van de daadwerkelijke technische levensduur. Het achterwege laten van het vervangen van speeltoestellen aan het einde van de theoretische afschrijvingstermijn in plaats van het vervangen van speeltoestellen aan het einde van de technische levensduur zorgt ervoor dat er in de periode 2016 t/m 2019 resp. 900.971, 884.880, 816.685 en 550.658 minder uitgegeven wordt Daarnaast wordt tussentijds geen rekening gehouden met demografische gegevens. Doordat alleen bij nieuwe speelvoorzieningen wordt gekeken naar de speelbehoefte en de demografische gegevens, bestaat de kans dat de speelvoorzieningen na verloop van tijd niet meer 24
voldoen aan de behoeftevraag. Zowel de kwaliteit als de demografische gegevens worden tussentijds niet afgezet tegen de speelplekken per wijk en kern waardoor er geen totaalbeeld is. Intensief Extra inspecties, vraaggestuurd onderhoud en extra reiniging van speeltoestellen Vervanging speeltoestellen rekening houdend met de afschrijvingstermijn van tien jaar. Kosten voor de periode 2016 t/m 2019 resp. 900.971, 884.880, 816.685 en 550.658. Tussentijds op grond van demografische gegevens controleren of de speelplek nog past bij de buurt/wijk. Wanneer dit als uitgangspunt gehanteerd wordt, dan zullen er budgetten voor tussentijdse vervanging gereserveerd moeten worden. Extensief Het bestaande beleid aanpassen, wat kan leiden tot minder speelvoorzieningen. Mogelijkheid uitbreiden tot natuurlijk spelen, mogelijk in combinatie met groenonderhoud/aanleg. Wel brengt dit voor groen extra beheerkosten met zich mee. 25
6 Communicatie Communicatie Over alle projecten die worden uitgevoerd wordt gecommuniceerd. De manier van communicatie en participatie hangt af van de aard en grootte van het project. Dit traject gaat altijd in goed overleg met de cluster Gebiedsmanagement. Afstemming Momenteel wordt bij de cluster Beheer en Onderhoud een nieuw beheersysteem geïmplementeerd. Dit beheersysteem is fundamenteel anders dan het oude beheersysteem en gericht op integraliteit. Deze grote vooruitgang zal er voor zorgen dat projecten beter op elkaar zijn afgestemd. Ook wordt binnen Beheer en Onderhoud gewerkt aan gebiedskaarten. Deze kaarten laten zien welke projecten er binnen gebieden zijn, en zijn voor een ieder via internet (www.haarlemmermeer.nl) in te zien. In de toekomst komen ook projecten van externe partijen op de gebiedskaarten te staan waardoor ook deze projecten beter op elkaar afgestemd kunnen worden. 26
7 Conclusies en aanbevelingen 7.1 Conclusie Het beheer en onderhoud van de speelvoorzieningen in de gemeente Haarlemmermeer is voornamelijk reactief. Er wordt ingegrepen wanneer het nodig is en alles wat er gebeurt omtrent het onderhoud van speelvoorzieningen wordt bijgehouden in een logboek. Hiermee voldoet Haarlemmermeer aan haar beheertaak en aan de wettelijke eisen, zoals vastgesteld in het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. De kwaliteit van de speelvoorzieningen is hiermee gemiddeld voldoende. Buiten het feit dat alle gebreken en onderhoudswerkzaamheden aan de speelvoorzieningen worden vastgelegd, worden er geen exacte kwaliteitsscores bijgehouden van de speelvoorzieningen waarmee de levensduur bepaald kan worden en onderhoud verder vooruit gepland kan worden. Bij aanschaf van speelvoorzieningen is de theoretische afschrijfperiode bekend, maar er wordt tijdens de gebruiksfase niet bijgehouden wat de daadwerkelijke kwaliteit is en wat de feitelijke restlevensduur van de speeltoestellen is. Bij vervanging van een speelvoorziening wordt gekeken naar demografische gegevens en omgevingsfactoren. Tijdens de beheerfase van de speelvoorzieningen wordt hier geen rekening mee gehouden en bestaat de kans dat na verloop van tijd geen overeenstemming is met actuele speelbehoefte. Er is geen totaalbeeld van de gehele gemeente wat betreft de verdeling van speelvoorzieningen. Wat het budget betreft blijkt dat gemeente Haarlemmermeer op dit moment het onderhoud van de speelvoorzieningen kan doen voor circa 713.000,- De theoretische onderhoudskosten vallen echter veel hoger uit. Dit verschil is ontstaan doordat de daadwerkelijke restlevensduur van de speeltoestellen en de onderhoudskosten die daarmee samenhangen onbekend zijn. Een groot aantal speeltoestellen is op papier al afgeschreven, maar is nog steeds in gebruik. Daarnaast zijn de theoretische berekeningen gebaseerd op het basis+ niveau (75% A- en 25% B-kwaliteit). In praktijk wordt enkel onderhoud gepleegd bij beschadiging, wat meer neigt naar een basiskwaliteit dan naar basis+ kwaliteit. Ook hierdoor kunnen de werkelijke onderhoudskosten lager uitvallen dan de berekeningen. Een grote piek in vervangingskostenkosten wordt in theorie verwacht rond 2021 en een kleine piek rond 2017. Gezien het grote aantal kunstgrasvelden dat de afgelopen jaren is aangelegd, wordt vanaf 2026 een piek verwacht in afschrijvingen van kunstgras. Deze cijfers geven een indicatie, maar zijn te onbetrouwbaar om de planning en begroting op te baseren. Er dient een aantal stappen gemaakt te worden door de gemeente om tot betrouwbare cijfers te komen waarmee vooruit gepland en begroot kan worden. 7.2 Aanbevelingen 7.2.1 Organisatorisch - Het direct uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden bij gebreken en het vastleggen van alle toestelgegevens, inspecties en reparaties is positief. Om aan de wetgeving te blijven voldoen wordt aanbevolen om dit in de toekomst vast te houden. 27
- Momenteel besteedt Haarlemmermeer een nieuw beheersysteem aan. Dit is een goed moment voor een update van alle speelvoorzieningen in het beheersysteem, zodat de gegevens wat betreft levensduur weer overeenkomen met de situatie buiten. - Een beheersysteem is een goed hulpmiddel voor het plannen en begroten van het onderhoud van speelvoorzieningen. Met een beheersysteem kan het overzicht behouden worden, kunnen gegevens vergeleken worden en kunnen er met relatief weinig moeite planningen en begrotingen gemaakt worden. Complete en correcte data zijn hierbij essentieel. 7.2.2 Beheerdata - Het verschil in theorie en praktijk zit voornamelijk in de vervangingskosten. De gemiddelde levensduur lijkt in praktijk langer te zijn dan in theorie. Het is daarom raadzaam om de levensduur te herzien. Door vast te leggen hoe lang speelvoorzieningen daadwerkelijk meegaan kunnen er betrouwbaardere planningen en begrotingen worden gemaakt. - Het is aan te raden om ook tijdens de beheerfase de link met demografische gegevens te leggen en de speelbehoefte te bewaken. Zo kan de gemeente op tijd inspelen op toekomstige ontwikkelingen. Speelvoorzieningen die niet meer functioneel zijn, kunnen op tijd vervangen worden. Toestellen die niet functioneel meer zijn, maar nog wel in goede staat kunnen worden bewaard en geplaatst worden op meer geschikte locaties. Hergebruik van speeltoestellen gebeurt al door de gemeente. 7.2.3 Beleid - Om het beleid door te kunnen voeren in het dagelijkse beheer, is het aan te bevelen om eerst een goed beeld te krijgen van de daadwerkelijke kwaliteit en levensduur van de speelvoorzieningen (inclusief ondergronden). Pas als de daadwerkelijke kwaliteit en restlevensduur bekend zijn en de relatie wordt gelegd met bevolkingssamenstelling en de speelbehoefte in de gemeente, kan er worden gestuurd op beleid. 7.2.4 Inspecties - Door bij inspecties en meldingen de link te leggen met CROW-kwaliteitsniveaus, zoals omschreven in CROW-publicatie 323 Kwaliteitscatalogus Openbare ruimte, wordt het om te sturen op Basis+ kwaliteit (75% A- en 25% B-kwaliteit) Bovendien kan de link met andere beheerdisciplines gemaakt worden wat integraal plannen makkelijker maakt evenals de communicatie op beleidsniveau. 7.2.5 Financieel - Aanbevolen wordt om in ieder geval te investeren in het vastleggen van de juiste gegevens en het maken van betrouwbare planningen en begrotingen. Hiervoor kunnen extra kosten verwacht worden bovenop de reguliere kosten. - Het is aan te raden om rekening te houden met de piek aan vervangingskosten voor speeltoestellen. De hoogte van het bedrag en het piekmoment zijn met de huidige gegevens moeilijk in te schatten. Zodra de theoretische levensduur van speelvoorzieningen klopt met de werkelijkheid zal hier meer duidelijkheid over zijn. 28
- Het is aan te raden om geld te reserveren voor de piek aan vervangingskosten voor kunstgrasvelden. Hier geldt hetzelfde als bij speeltoestellen. De hoogte van het bedrag en het piekmoment zijn met de huidige gegevens moeilijk in te schatten. Zodra de theoretische levensduur van speelvoorzieningen klopt met de werkelijkheid zal hier meer duidelijkheid over zijn. Daarbij zal pas op lange termijn geld nodig zijn voor kunstgrasvelden, waardoor de prioriteit op dit moment nog niet hoog is. 29
8 Bijlagen Bijlage 1 Kwaliteitscatalogus CROW 2013 Speelvoorzieningen Meubilair-recreatieve voorziening-speelvoorziening-beplakking en graffiti (Verrekenen op beeld via RAWwerkcategorie 50) A+ A B C D De speelvoorziening is niet beplakt of beklad. mate van beplakking en graffiti De speelvoorziening is beplakt met een enkele kleine sticker en is niet beklad. mate van beplakking en graffiti De speelvoorziening is beplakt door grotere stickers of affiches of is beklad met een kleine tekening. mate van beplakking en graffiti Een groot deel van de speelvoorziening is beplakt door een affiche/affiches of is beklad met een tekening. mate van beplakking en graffiti Een zeer groot deel van de speelvoorziening is beplakt door een affiche/affiches of is beklad met een forse tekening. mate van beplakking en graffiti 2 % 5 % 10 % > 10 % 0 % per speelvoorziening per speelvoorziening per speelvoorziening per speelvoorziening per speelvoorziening racisme/aanstootgevend racisme/aanstootgevend racisme/aanstootgevend racisme/aanstootgevend racisme/aanstootgevend nee nee nee nee ja Meubilair-recreatieve voorziening-speelvoorziening-besmeuring (Verrekenen op beeld via RAW-werkcategorie 50) A+ A B C D Op de speelvoorziening zit geen vloeibaar of kleverig afval. besmeurd nee Op de speelvoorziening zit geen vloeibaar of kleverig afval. besmeurd nee Op de speelvoorziening zit geen vloeibaar of kleverig afval. besmeurd nee Op de speelvoorziening zit geen vloeibaar of kleverig afval. besmeurd nee Op de speelvoorziening zit vloeibaar of kleverig afval. besmeurd ja Meubilair-recreatieve voorziening-speelvoorziening-dekking van de coating/folie en krassen (Verrekenen op frequentie via RAW-werkcategorie 71) A+ A B C D De dekking is zeer goed. De speelvoorziening wordt volledig en gelijkmatig door de coating/folie bedekt en is niet bekrast. De dekking is goed. De speelvoorziening wordt volledig door de coating/folie bedekt. Op enkele plaatsen is de coating/folie dunner of bekrast. De dekking is voldoende. De speelvoorziening is grotendeels door de coating/folie bedekt. Op enkele plaatsen is de coating/folie afwezig, in matige conditie of bekrast. Zeer lichte roestvorming komt voor. De dekking is matig. Op grotere delen van de speelvoorziening is de coating/folie afwezig, in een slechte conditie of bekrast. Roestvorming komt in enige mate voor. De dekking is slecht. Op de gehele speelvoorziening is de coating/folie afwezig, in een zeer slechte conditie of bekrast. Ernstige roestvorming komt voor. dekkingsgraad dekkingsgraad dekkingsgraad dekkingsgraad dekkingsgraad 30
100 % per speelvoorziening 98 % per speelvoorziening 95 % per speelvoorziening 80 % per speelvoorziening < 80 % per speelvoorziening Meubilair-recreatieve voorziening-speelvoorziening-deuken en gaten (Verrekenen op frequentie via RAWwerkcategorie 71) A+ A B C D Er zitten geen deuken en gaten in de speelvoorziening. deuken + gaten 0 % per speelvoorziening Er zitten weinig deuken en gaten in de speelvoorziening. deuken + gaten 0,1 % per speelvoorziening Er zitten in beperkte mate deuken en gaten in de speelvoorziening. deuken + gaten 1 % per speelvoorziening Er zitten redelijk veel deuken en gaten in de speelvoorziening. deuken + gaten 5 % per speelvoorziening Er zitten veel deuken en gaten in de speelvoorziening. deuken + gaten > 5 % per speelvoorziening Meubilair-recreatieve voorziening-speelvoorziening-kleurechtheid (Verrekenen op frequentie via RAWwerkcategorie 71) A+ A B C D De speelvoorziening is niet verkleurd. verkleuring 0 % per speelvoorziening De speelvoorziening is weinig verkleurd. verkleuring 10 % per speelvoorziening De speelvoorziening is in beperkte mate verkleurd. verkleuring 20 % per speelvoorziening De speelvoorziening is redelijk erg verkleurd. verkleuring 50 % per speelvoorziening De speelvoorziening is erg verkleurd. verkleuring > 50 % per speelvoorziening Meubilair-recreatieve voorziening-speelvoorziening-natuurlijke aanslag (Verrekenen op beeld via RAWwerkcategorie 50) A+ A B C D De speelvoorziening is niet bevuild door aanslag. mate van aanslag 0 % per speelvoorziening De speelvoorziening is weinig bevuild door aanslag. mate van aanslag 5 % per speelvoorziening De speelvoorziening is in beperkte mate bevuild door aanslag. mate van aanslag 10 % per speelvoorziening De speelvoorziening is redelijk erg bevuild door aanslag. mate van aanslag 20 % per speelvoorziening De speelvoorziening is erg bevuild door aanslag. mate van aanslag > 20 % per speelvoorziening Meubilair-recreatieve voorziening-speelvoorziening-scheefstand (Verrekenen op beeld via RAW-werkcategorie 71) A+ A B C D De speelvoorziening staat recht. De speelvoorziening staat licht scheef. De speelvoorziening staat duidelijk waarneembaar scheef. De speelvoorziening staat fors scheef. De speelvoorziening staat zo scheef dat dit gevaar oplevert en/of 31
scheefstand 0 graden per speelvoorzieni ng scheefstand 1 graad per speelvoorzieni ng scheefstand 3 graden per speelvoorzieni ng scheefstand 6 graden per speelvoorzieni ng het functioneren hindert. scheefstand > 6 graden per speelvoorzieni ng Meubilair-recreatieve voorziening-speelvoorziening-volledig (Verrekenen op frequentie via RAWwerkcategorie 71) A+ A B C D De speelvoorziening is volledig. Er ontbreken geen onderdelen. volledig ja De speelvoorziening is volledig. Er ontbreken geen onderdelen. volledig ja De speelvoorziening is volledig. Er ontbreken geen onderdelen. volledig ja De speelvoorziening is volledig. Er ontbreken geen onderdelen. volledig ja De speelvoorziening is onvolledig of afwezig. Er ontbreken een of meer onderdelen. volledig nee Meubilair-recreatieve voorziening-speelvoorziening-warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS) (Alleen geschikt voor beleid) A+ A B C D De speelvoorziening voldoet aan het attractiebesluit (WAS). voldoet aan WAS ja De speelvoorziening voldoet aan het attractiebesluit (WAS). voldoet aan WAS ja De speelvoorziening voldoet aan het attractiebesluit (WAS). voldoet aan WAS ja De speelvoorziening voldoet aan het attractiebesluit (WAS). voldoet aan WAS ja De speelvoorziening voldoet niet aan het attractiebesluit (WAS). voldoet aan WAS nee 32
Bijlage 2, Eenheidsprijzen/ rekencijfers Regulier onderhoud Kosten onderhoud speeltoestellen en ondergronden per jaar A+ A B C D Inspecties Functionele Inspectie 32.072,74 32.072,74 32.072,74 32.072,74 32.072,74 Veligheids inspectie 28.843,30 28.843,30 28.843,30 28.843,30 28.843,30 Totaal 60.916,03 60.916,03 60.916,03 60.916,03 60.916,03 Onderhoud speeltoestellen Kleine herstelwerkzaamheden 153.556,53 127.979,53 102.371,02 76.794,02 51.185,51 Reparaties (groot onderhoud) 127.979,53 127.979,53 102.371,02 76.794,02 25.608,50 Totaal 281.536,06 255.959,05 204.742,04 153.588,03 76.794,02 Onderhoud zandbakken 6.000,00 6.000,00 Onderhoud ondergrond Zand - 2.996,00 2.996,00 - - Houtsnippers 15.941,25 15.941,25 Kunstgras 27.247,20 27.247,20 (Giet)rubber 21.668,40 21.668,40 Totaal - 67.852,85 67.852,85 - - Onderhoud kunsgras trapvelden 49.974,00 49.974,00 Aantal speeltoestellen: Aantal zandbakken Inhoud Areaal ondergronden: Zand Houtsnippers Kunstgras (Giet)rubber Kunstgras velden 2910 stuks 15 stuks 500 m3 2140 m2 8175 m2 11353 m2 16668 m2 24987 m2 33
Vervanging Speeltoestellen (alleen toestellen) jaar kosten vervanging 2006 2.220 2007 21.500 2008 30.800 2009 70.220 2010 105.865 2011 104.675 2012 190.620 2013 317.555 2014 379.950 2015 341.970 2016 517.560 2017 510.730 2018 481.785 2019 368.870 2020 590.130 2021 733.755 2022 889.739 2023 554.770 2024 39.900 2025 4.350 2026 4.200 2027 14.500 2028 8.310 2029-2030 2.800 gemiddelde nieuwwaarden Voetbaldoel 1400,00 Combinatietoestel Klein Jong 5000,00 Combinatietoestel Groot Oud 10000,00 Evenwichtsbalk 700,00 Schommel 1800,00 Meerdelig Duikelrek 750,00 Wip 1800,00 Speelaanleiding/Toestel/Fantasie 500,00 Basketbalpaal 1655,00 Meerpersoons Wipveer 1500,00 Wipveer 950,00 Enkel Duikelrek 500,00 Glijbaan Groot 3300,00 Draaitoestel Groot 3000,00 Glijbaan Klein 2000,00 Schommel Mini 1500,00 Bokspringpaal 1200,00 Ballenvanger 3300,00 Tafeltennistafel 1600,00 Balanceertoestellen 1270,00 Klimelement 3200,00 Speelhuisje Laag 2300,00 Combinatietoestel Klein Oud 5000,00 Draaitoestel Klein 1500,00 Combinatietoestel Groot 10000,00 Loopton 2000,00 Schommel Speciaal 3300,00 Combinatietoestel Groot Jong 10000,00 Combinatietoestel Klein 5000,00 Picknickset 750,00 Volleybalset 1200,00 Speelaanleiding/Poef/Betonelement 500,00 Voetbaldoel/Basketbalpaal 1500,00 Speelelement Jongeren/Overkapping 8000,00 Skateboard Middel 3400,00 Panna Kooi/Veld 8000,00 Brug 1310,00 Ruimtenet 10000,00 Kabelbaan 7000,00 Skateboard Klein 3500,00 Fitness Toestel 1400,00 Zandbak 3500,00 34
Vervanging Speeltoestellen inclusief ondergrond en aanleg jaar kosten vervanging 30% 60% Percentage Percentage aanlegkosten 22% valondergrond 65% Totaal 2006 2.220 813 2.198 5.230 2007 21.500 7.869 21.285 50.654 2008 30.800 11.273 30.492 72.565 2009 70.220 25.701 69.518 165.438 2010 105.865 38.747 104.806 249.418 2011 104.675 38.311 103.628 246.614 2012 190.620 69.767 188.714 449.101 2013 317.555 116.225 314.379 748.160 2014 379.950 139.062 376.151 895.162 2015 341.970 125.161 338.550 805.681 2016 517.560 189.427 512.384 1.219.371 2017 510.730 186.927 505.623 1.203.280 2018 481.785 176.333 476.967 1.135.085 2019 368.870 135.006 365.181 869.058 2020 590.130 215.988 584.229 1.390.346 2021 733.755 268.554 726.417 1.728.727 2022 889.739 325.644 880.842 2.096.225 2023 554.770 203.046 549.222 1.307.038 2024 39.900 14.603 39.501 94.004 2025 4.350 1.592 4.307 10.249 2026 4.200 1.537 4.158 9.895 2027 14.500 5.307 14.355 34.162 2028 8.310 3.041 8.227 19.578 2029 - - - - 2030 2.800 1.025 2.772 6.597 35
Vervanging Kunstgras trapvelden Locatie afm. opp. M2 jaar aanleg: jaar afschrijving: nieuwwaarde Hoofddorp Willem Pijperlaan 20x40 800 2011 2026 40.000,00 Schuilenburg 20x40 800 2010 2025 40.000,00 Fe Mullerstraat 20x40 800 2012 2027 40.000,00 Annie Manke Zernikestraat 20x40 800 2011 2026 40.000,00 Elspeterbos 30x15 800 2011 2026 40.000,00 Puttersbos 20x40 800 2012 2027 40.000,00 Saltholmpad 20x40 800 2012 2027 40.000,00 Gvv Naast school 20x40 800 2011 2026 40.000,00 Waddenweg 167 20x40 800 2011 2026 40.000,00 Deltaweg 51 20x40 800 2011 2026 40.000,00 Lutulistraat 20x40 800 2012 2027 40.000,00 Zandbos Doelgebied 4x4 16 2011 2026 1.600,00 Lauwers 70 10x20 200 2012 2027 10.000,00 Zalkerbos 20x40 800 2013 2028 40.000,00 Westhove 5 Doelgebied 4x4 16 2012 2027 1.600,00 Dijkwater 22 Doelgebied 4x4 16 2012 2027 1.600,00 Heveringen 30 Doelgebied 4x4 16 2012 2027 1.600,00 Statendam 12 Doelgebied 4x4 16 2012 2027 1.600,00 Henry Didonweg 1 Doelgebied 4x4 16 2012 2027 1.600,00 San Marco 10 Doelgebied 4x4 16 2012 2027 1.600,00 Navona 24 Doelgebied 4x4 16 2012 2027 1.600,00 Merkenburg Doelgebied 4x4 16 2012 2027 1.600,00 Nieuw Vennep Winterpark 20x40 800 2011 2026 40.000,00 Weleveld/Ilperveld 20x40 800 2011 2026 40.000,00 Bolwerksepoort 20x40 800 2009 2024 40.000,00 Regulierspoort 20x40 800 2009 2024 40.000,00 Wageningenstraat 20x40 800 2012 2027 40.000,00 Vagerveld 20x40 800 2010 2025 40.000,00 Zichtweg 20x40 800 2012 2027 40.000,00 dr van Haeringenplantsoen 20x40 800 2012 2027 40.000,00 Beurtschipper 20x40 800 2011 2026 40.000,00 Kraaijensteinpark 20x40 800 2011 2026 40.000,00 Rijsenhout Pampusstraat 10x20 200 2010 2025 10.000,00 Schouwstraat 20x40 800 2012 2027 40.000,00 Badhoevedrop Einsteinlaan 17x35 595 2011 2026 29.750,00 Leliestraat 17x35 595 2013 2028 29.750,00 Spechtstraat 20x40 800 2013 2028 40.000,00 Rijstvogelstraat 20x40 800 2014 2029 40.000,00 Zwanenburg Banne 20x40 800 2013 2028 40.000,00 Kinheim 20x40 800 2013 2028 40.000,00 Populierenlaan 20x40 800 2014 2029 40.000,00 Vijfhuizen Dyserinckweg 20x10 200 2013 2028 10.000,00 Redoute 15x30 450 2008 2023 22.500,00 Totaal 24784 nieuwprijs per m2 50,00 onderhoudsprijs per jaar per m2 2,00 (op 100%) Onderhoudskosten per jaar 49.568,00 Afschrijvingen per jaar jaar bedrag 2023 22.500,00 2024 80.000,00 2025 90.000,00 2026 431.350,00 2027 342.800,00 2028 199.750,00 2029 80.000,00 36