1734968 Beheerplan Wegen 2015-2018
Colofon Gemeente Delft Cluster Ruimte Postbus 78, 2600 ME Delft Opdrachtgever Opdrachtnemer Programmeren Ruimte, Marjon Bouwkamp en Piet de Dood Ingenieursbureau, Team Advies en Databeheer Opstellers Rob van Beek en Moniek Wibier Datum 4 september 2014 2 Beheerplan wegen 2015-2018
Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 1.1 Terugblik beheerperiode 2011-2014 5 1.2 Doel beheerplan 6 1.3 Beheercyclus en begrippen 6 1.4 Rationeel beheer 7 1.5 Planperiode 7 1.6 Afbakening 7 2 Kader 9 2.1 Wet- en regelgeving 9 2.2 Beleid en ontwikkelingen 9 3 Areaal 13 3.1 Areaalmutaties. 13 4 Kwaliteit 15 4.1 Technische kwaliteit 15 4.2 Beeldkwaliteit 18 5 Maatregelen 21 5.1 Beleid en beheer 21 5.2 Regulier, groot onderhoud en rehabilitatie 22 5.3 Administratieve kosten 23 6 Middelen 25 6.1 Begroting 25 6.2 Dekkingsvoorstel 25 Bijlage 1 Aanbevelingen onderzoek Delftse Rekenkamer 26 Bijlage 2 Overzicht en status LVVP-projecten. 28 Bijlage 3 - Kwaliteit wegen per thema en verhardingstype 29 Bijlage 4 - Beeldkwaliteit elementenverhardingen 30 Beheerplan wegen 2015-2018 3
4 Beheerplan wegen 2015-2018
1 Inleiding De gemeente Delft heeft ca. 450 ha aan openbare wegen. Hiervan is ongeveer 315 ha in eigendom en beheer van de gemeente Delft. Het begrip wegen omvat alle verharde wegen, straten, pleinen, woonerven, rotondes, parkeerplaatsen en parkeerterreinen, verharde fietspaden en fietsstroken, trottoirs, voetgangersgebieden en overige verharde voetpaden. Het belangrijkste doel van het gemeentelijke wegareaal is het veilig en vlot transport van personen en goederen. Een goed ingericht en onderhouden wegareaal is daarom essentieel voor de bereikbaarheid en de sociale en economische ontwikkeling van de stad. Verder is de kwaliteit van de wegen van invloed op het woon- en werkklimaat en op de aantrekkelijkheid van de gemeente om zich te vestigen als burger of bedrijf of als toerist te bezoeken. Als wegbeheerder draagt de gemeente de verantwoordelijkheid dat de openbare wegen in goede staat verkeren en niet sneller degenereren dan op grond van de gemiddelde levensduur mag worden verwacht. Onderdeel van deze verantwoordelijkheid is het periodiek opstellen van een beheerplan voor het wegareaal. De vervangingswaarde van het wegareaal geeft een indicatie van de omvang van deze verantwoordelijkheid. De investering die de gemeente zou moeten doen om het huidige wegareaal opnieuw aan te leggen bedraagt ca. 285 miljoen. 1.1 Terugblik beheerperiode 2011-2014 In het vorige beheerplan zijn een aantal doelen gesteld. Hieronder is kort aangegeven in welke mate deze zijn gerealiseerd. Taakstelling bezuinigingen - De belangrijkste doelstelling in het vorige beheerplan is het realiseren van de bezuinigingstaakstelling, oplopend tot 1.059.000,-- in 2014. Conform het beheerplan komt deze bezuiniging van ruim 21% volledig ten laste van het groot onderhoud. Taakstelling bezuinigingen 2011-2014 Jaar Vastgesteld in 2009 Vastgesteld in 2010 Totaal 2011 250.000 241.000 491.000 2012 165.000 482.000 647.000 2013 165.000 723.000 888.000 2014-1.059.000 1.059.000 Omdat in de voorafgaande planperiode nog 1.000.000,-- is geïnvesteerd in het inlopen van het achterstallig onderhoud, werd in het vorige beheerplan ingeschat dat de kwaliteit van de wegen niet wezenlijk achteruit zou gaan. Uit de laatste kwaliteitsinspecties blijkt echter dat de bezuinigingen toch een negatief effect op de kwaliteit van de wegen hebben gehad. Dit komt doordat het budget te laag is om alle onderhoudsmaatregelen uit de vorige planperiode uit te voeren. De grote bouwprojecten en twee strenge winters hebben ook een negatieve invloed op de kwaliteit van de wegen gehad. Beheergegevens - Een andere belangrijke taakstelling was het verder op orde krijgen van de areaal- en inspectiegegevens in het beheersysteem. Met ingang van de laatste weginspectie worden de wegen volledig conform de CROW-methode geïnspecteerd. Hierdoor is het mogelijk om opeenvolgende weginspecties te vergelijken. In 2014 worden de afzonderlijke (deels verouderde) beheersystemen voor wegen, rioleringen, groen, etc. vervangen door één integraal beheersysteem voor de openbare ruimte. Hiermee wordt invulling gegeven aan twee belangrijke aanbevelingen uit het onderzoek van De Delftse Rekenkamer. Beheerplan wegen 2015-2018 5
1.2 Doel beheerplan In het beheerplan wegen is vastgelegd hoe de openbare wegen in goede staat worden gehouden en welke (financiële) middelen hiervoor nodig zijn. Het gaat hierbij zowel om het regulier klein onderhoud als om het geplande groot onderhoud. Afgezien van de minimale wettelijke en technische eisen waar wegen aan moeten voldoen, biedt het beheerplan ruimte voor het maken van keuzen. Welke kwaliteit moeten de wegen hebben? Hoeveel geld stellen wij daarvoor beschikbaar? Beleidskeuzes die per gebied of wegtype kunnen verschillen. Het beheerplan biedt bestuurders en beheerders de benodigde informatie om een verantwoorde beheervisie en beheerstrategie te bepalen. Het beheerplan speelt ook een belangrijke rol in de beleidsverantwoording van het College van Burgemeester en Wethouders aan de Gemeenteraad. Om de raad in haar kader stellende en controlerende taak te ondersteunen zijn gemeenten verplicht 1 inzicht te geven in de beleidsmatige, financiële en politieke aspecten van het onderhoud van kapitaalgoederen. Deze verantwoording verloopt via de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen van de programmabegroting, op basis van vastgestelde beheerplannen. 1.3 Beheercyclus en begrippen De actuele inrichting van de openbare ruimte is een momentopname van het cyclische proces van stedelijke ontwikkeling (figuur 1). Nadat is besloten om een object (bijvoorbeeld een rijweg, parkeerplaats, wandelpad of fietspad) te realiseren wordt dit ontworpen, technisch uitgewerkt en gerealiseerd. Hierna wordt het object tot aan het eind van zijn levensduur onderhouden. Meestal betreft dit de technische levensduur, maar het komt regelmatig voor dat maatschappelijke ontwikkelingen aanleiding geven om een object eerder te vervangen. Ontwerp & Engineering Realisatie Beleid Veranderen? Onderhoud tot einde levensduur Figuur 1 - Het cyclische proces van stedelijke ontwikkeling. Het eind van de technische levensduur wordt bereikt als de reguliere onderhoudswerkzaamheden niet meer toereikend zijn om het object (tegen acceptabele kosten) aan de functionele en technische eisen te laten voldoen. Het eind van de maatschappelijke levensduur wordt bereikt als het object niet meer aan de maatschappelijke eisen voldoet. Bijvoorbeeld door nieuwe wetgeving, veranderd beleid, wensen van bewoners en bedrijven, etc. 1 Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) 6 Beheerplan wegen 2015-2018
Aan het eind van de levensduur wordt op basis van de actuele wensen (beleid) besloten wat er met het object moet gebeuren. Moet het worden verwijderd, gerenoveerd (min of meer in uitgangssituatie terugbrengen) of moet er iets geheel anders worden gemaakt? De reguliere onderhoudswerkzaamheden om een object op het gewenste kwaliteitsniveau in stand te houden worden in dit beheerplan regulier onderhoud genoemd. Een andere veel gebruikte term hier voor is klein onderhoud. De renovatie en vervanging (rehabilitatie) aan het eind van de technische of maatschappelijke levensduur worden groot onderhoud genoemd. 1.4 Rationeel beheer Rationeel beheer is een samenhangend geheel van activiteiten, die uitgevoerd worden om de kwaliteit van het areaal met zo laag mogelijke kosten in stand te houden. Het planmatig inspecteren en uitvoeren van preventief onderhoud vormt de basis voor het rationeel beheer. Deze werkwijze heeft grote voordelen ten opzichte van een werkwijze waarbij pas wordt ingegrepen bij knelpunten of calamiteiten. Deze voordelen zijn: Buitengebruikstelling van objecten geschiedt planmatig en voorspelbaar. Werkzaamheden kunnen optimaal worden afgestemd, ook ten aanzien van verkeershinder en hulpdiensten. Kans op ongelukken wordt verkleind. Geen vervolgschade. Langere levensduur. 1.5 Planperiode De periode waarop op het Beheerplan Wegen betrekking heeft is vier jaar, namelijk van 2015 tot 2018. In het beheerplan wordt dit de planperiode genoemd. Het beheerplan wordt tenminste eens in de vier jaar te herzien. Indien tussentijdse ontwikkelingen daartoe aanleiding geven wordt het beheerplan eerder geactualiseerd. 1.6 Afbakening Het Beheerplan Wegen biedt inzicht in het beheer en onderhoud van de openbare wegen die in eigendom en beheer van de gemeente Delft zijn. Deze wegen worden beheerd en onderhouden ten laste van het product PD05045 Wegen straten en pleinen in de gemeentebegroting. Dit betreft in hoofdlijnen de volgende wegen: Stroomwegen (voor zover in beheer bij de gemeente Delft). Gebieds-, en wijkontsluitingswegen. Erftoegangswegen. Parkeerplaatsen. Fietspaden en stroken. Trottoirs, pleinen en andere verharde wandelgebieden. Het beheerplan beperkt zich tot de werkzaamheden voor het borgen van de technische kwaliteit. De werkzaamheden voor de bestrijden van gladheid, zwerfafval en onkruiden op verhardingen vallen buiten het kader van dit beheerplan. Beheerplan wegen 2015-2018 7
Verder vallen de volgende objecten buiten het kader van dit beheerplan: Wegmeubilair. o (zoals: openbare verlichting, verkeersborden en bewegwijzering). Halfverharde wandelpaden in parken en groenstroken. o Deze worden onderhouden ten laste van product PD05046 Groen op basis van het beheerplan Groen 2012-2015. Recreatiegebied Midden Delfland. o Het beheer en onderhoud van het recreatiegebied Midden Delfland wordt uitgevoerd door Groenservice Zuid-Holland in opdracht van het Recreatieschap Midden Delfland. De bijdrage aan de Gemeenschappelijke Regeling Midden Delfland wordt verrekend via het product PD10016 - Recreatiegebied Midden Delfland. Verhardingen van speeltuinen, schoolpleinen, kinderboerderijen, buitensportaccommodaties en begraafplaatsen. o De verhardingen van deze voorzieningen worden beheerd en onderhouden ten laste van de betreffende producten (budgets). 8 Beheerplan wegen 2015-2018
2 Kader 2.1 Wet- en regelgeving In haar rol van wegbeheerder is gemeente Delft niet volledig vrij in het vaststellen van haar beleid. Het beheer van de wegen dient namelijk te worden uitgevoerd binnen de kaders van de wet- en regelgeving. De belangrijkste wetten en regelingen die van invloed zijn op het wegbeheer zijn: Wegenwet. Burgerlijk wetboek. Arbeidsomstandighedenwet (ARBO-wet). Wet milieubeheer en het Bouwstoffenbesluit. De belangrijkste consequenties voor het wegbeheer zijn hieronder kort toegelicht. De Wegenwet bevat de regelgeving over de openbaarheid, het eigendom, de bestemming en de onderhoudsplicht van een weg. Voor de wegen buiten de bebouwde kom is de gemeente verplicht om de gegevens over de openbaarheid, het eigendom en de onderhoudsplichtige vast te leggen in de wegenlegger, en deze vast te laten stellen door Gedeputeerde Staten. De huidige wegenlegger is vastgesteld in 1961 en dus niet meer actueel. In de planperiode van dit beheerplan zal de legger worden geactualiseerd en vastgelegd in het beheersysteem. In het Burgerlijk wetboek is bepaald dat de wegbeheerder de verantwoordelijkheid draagt voor het in goede staat houden van haar wegen. Als de gemeente niet aan haar zorgplicht voldoet kan zij aansprakelijk worden gesteld voor de hieruit voortvloeiende schade. Indien de gemeente aansprakelijk wordt gesteld dient zij tenminste aan te kunnen tonen dat: De wegen conform de wettelijke voorschriften zijn aangelegd. Reguliere inspecties worden uitgevoerd. Preventief en correctief onderhoud wordt uitgevoerd. Klachten en meldingen adequaat worden afgehandeld. De waterstaatswetgeving bestaat uit de Waterwet en de Keur van het Waterschap. Aanleg of reconstructie van civiele constructies die een raakvlak hebben met (oppervlakte)water, moeten getoetst worden door het Hoogheemraadschap Delfland. Voorschriften uit de legger kunnen aanleiding geven voor een andere inrichting of wijzigingen in de planning en leveren dus een risico op extra kosten. 2.2 Beleid en ontwikkelingen 2.2.1 Beleidsdoelstellingen De beleidsdoelstellingen voor voorgaande planperiode zijn vastgelegd in het Bestuursprogramma 2011-2014. Het gemeentebestuur zette in op de volgende ambities: Een vitale, aantrekkelijke en economisch gezonde stad. Een stad die voorop loopt, als proeftuin voor duurzame technologie (innovatie). Een bereikbare stad. Een leefbare en duurzame stad waar Delftenaren met plezier wonen. In 2050 is Delft een klimaat neutrale stad. Beheerplan wegen 2015-2018 9
Deze ambities zijn vertaald in de volgende maatschappelijke effecten en streefcijfers: Maatschappelijke effecten Nulmeting 2010 Streefcijfer 2014 Een goede openbare ruimte Indicator: oordeel Delftenaren over openbare ruimte* Doelmatige beeldkwaliteit openbare ruimte Indicator: beeldkwaliteit woonwijken en binnenstad. Doelmatige technische kwaliteit openbare ruimte Indicator: beheerplannen. Doelmatige dienstverlening Indicator: servicenorm heel en schoon. Delft is bereikbaar Indicator: oordeel Burger over bereikbaarheid Delft is klimaatneutraal in 2050 83% niet ontevreden Min. 50% niet ontevreden Binnenstad A Rest van de stad B Doelmatig beheer op basis van actueel beheerplan 0,5 punt hoger dan 2010 Binnenstad B Rest van de stad C Doelmatig beheer op basis van actueel beheerplan Afhandeltermijn heel (reparaties) = 10 dagen 80% van de meldingen binnen de afhandeltermijn Voldoende (cijfer 6) * Dit betreft het totaaloordeel over de openbare ruimte - dus niet alleen de technische kwaliteit van de wegen In hoofdstuk 4 Kwaliteit, is aangegeven in hoeverre deze beleidsdoelstellingen zijn gerealiseerd. De beleidsdoelstellingen voor de planperiode van dit beheerplan zijn vastgelegd in het Bestuursprogramma 2014-2018. Het gemeentebestuur bouwt hierin voort op de ambities van het vorige college: Stad van innovatie het stimuleren van werk door optimaal gebruik te maken van de innovatieve kracht van Delft. Stad van participatie Delft zoekt als regiegemeente de samenwerking met bewoners, bedrijven, instellingen en andere overheden. Leefbare stad Waar de nadruk ligt op het goed afronden van de grote projecten, zoals: de spoortunnel, het nieuwe stadskantoor en tramlijn 19. Een duurzame, bereikbare, aantrekkelijke en economisch gezonde stad - waar Delftenaren met plezier wonen en werken. In het kader van het beheerplan gaat het om de toegevoegde waarde van een goed ingericht en onderhouden wegareaal voor de bereikbaarheid en de sociale en economische ontwikkeling van de stad. Een ander belangrijk aandachtpunt is het beperken van de (verkeers)hinder bij de uitvoering van wegwerkzaamheden. De ambities voor duurzaamheid en innovatie worden ingevuld door voortdurend te onderzoeken of het wegbeheer beter, duurzamer en/of goedkoper kan worden uitgevoerd door het toepassen van innovatieve materialen en uitvoeringsmethoden. Zoals bijvoorbeeld: Beperken geluidshinder > toepassing geluid reducerend asfalt. Beperken afvoer naar waterzuivering > verminderen en afkoppelen verhard oppervlak, waterdoorlatende verhardingen, infiltratievoorzieningen, etc. Beperken openbare verlichting reflecterend asfalt. Duurzaamheid - duurzaam als criterium bij het inkopen van materialen en aanbesteding. Duurzaamheid - wegmarkering in thermoplast en gekleurd bestratingsmateriaal i.p.v. wegenverf. 10 Beheerplan wegen 2015-2018
2.2.2 Onderzoek Delftse Rekenkamer (DRK) In 2013 heeft de Delftse Rekenkamer (DRK) een onderzoek uitgevoerd naar het beheer en onderhoud van de wegen, straten en pleinen. Het onderzoek richt zich ook op de tevredenheid van de Delftse burger en de sturing en controle door de gemeenteraad. De aanbevelingen van de DRK en de wijze waarop deze zijn/worden geïmplementeerd zijn opgenomen in bijlage 1. Consequenties wegbeheer: Het belangrijkste advies van de DRK (Aanbeveling 1) is om door te gaan met de huidige werkwijze waarbij op basis van vierjaarlijkse inspecties wordt vastgesteld of het budget voor onderhoud van de wegen nog toereikend is voor het realiseren van de vastgestelde beleidsambities en kwaliteitsniveaus. In het Beheerplan wegen 2015-2018 wordt deze inmiddels standaardwerkwijze voortgezet. 2.2.3 Visie Openbare Ruimte Delft (VORD) In de VORD zijn de sectorale beleidsambities samengevat tot een samenhangende visie op de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. De visie geeft een aantal leidende principes voor de inrichting van de ruimtelijke structuren, stadsdelen en bijzondere parken en pleinen van Delft. De VORD doet ook uitspraken over de gewenste onderhoudsniveaus. Consequenties wegbeheer: De maatregelen en veranderingen die uit de VORD voortvloeien hebben gevolgen voor het inrichtingsniveau en het beheer van o.a. de wegen. Hoogwaardig ingerichte ruimtes en een hogere onderhoudsniveau resulteren in het algemeen tot structureel hogere onderhoudskosten. In het vorige college is besloten om, omwille van bezuinigingen, het ambitieniveau (tijdelijk) te verlagen. 2.2.4 Lokale Verkeers en Vervoer Plan 2005-2020 (LVVP) Het Delftse verkeers- en vervoersbeleid heeft als doelstelling een gezonde leefomgeving in een bereikbare, economische florerende en verkeersveilige stad, die behoort tot de beste fietssteden van Nederland. In 2011 is een update van het LVVP opgesteld waarin is aangegeven hoe invulling wordt gegeven aan de bezuinigingsopgave uit het bestuursprogramma 2010-2014. De nog niet gerealiseerde LVVP-projecten zijn opnieuw geprioriteerd, waarbij de nog resterende middelen zijn bestemd voor projecten waarvan de bouw kan starten voor 2015. De projecten die de bouwambities in Delft zuidoost mogelijk maken hebben hierbij prioriteit gekregen. Bijlage 2 geeft inzicht in de huidige status van de geselecteerde LVVP-projecten. Voor alle andere LVVPprojecten is vooralsnog geen budget beschikbaar. Consequenties wegbeheer: De LVVP-projecten zijn van invloed op de omvang en samenstelling van het wegareaal. Verder wordt bij het opstellen van de meerjarenplanning groot onderhoud rekening gehouden met de LVVP-projecten. Waar mogelijk wordt werk met werk gemaakt. Inmiddels zijn 5 van de 10 geselecteerde projecten gerealiseerd en 4 in voorbereiding. De realisatie van de Gelatinebrug is langdurig uitgesteld. 2.2.5 Fietsactieplan De gemeentelijke visie op de ontwikkeling en inrichting van het fietsnetwerk is vastgelegd in het Fietsactieplan II (FAPII)- Delft fietst! De maatregelen in het FAPII zijn gericht op het realiseren van een goed functionerend netwerk van veilige (verkeers- en sociaalveilig) herkenbare en comfortabele fietsverbindingen en goede fietsparkeervoorzieningen. De laatste projecten uit FAP II zijn in 2011 gerealiseerd. Beheerplan wegen 2015-2018 11
Consequenties wegbeheer: De FAPII-projecten zijn van invloed op de omvang en samenstelling van het wegareaal. Het belangrijkste effect betreft de hogere onderhoudskosten van de rode fietsstroken en fietspaden. De toplaag van gekleurd asfalt is ca. driemaal zo duur als zwart asfalt. In het Handboek Inrichting Openbare Ruimte zijn afspraken vastgelegd over een kostenbewuste en doelmatige materialisatie van het fietsnetwerk. Het uitgangspunt is dat alleen rood asfalt wordt aangelegd als dit een duidelijke meerwaarde heeft voor de veiligheid en herkenbaarheid. Een specifiek aandachtpunt zijn de fietsstroken die tussen 1999 en 2004 (FAP I) versneld rood zijn gemaakt door middel van een dunne coating met een beperkte levensduur. Deze snelle slag gaat er vanuit dat bij de eerst volgende renovatie alsnog wordt geïnvesteerd in een toplaag van rood asfalt. Als de cofinanciering vanuit het FAP-budget wegvalt biedt het reguliere onderhoudsbudget geen ruimte om deze uitgestelde investering te financieren. 2.2.6 Verordening Ondergrondse Infrastructuur Op 19 februari 2009 heeft de raad de verordening ondergrondse infrastructuren vastgesteld. Deze verordening heeft betrekking op alle ondergrondse infrastructuren van netbeheerders, welke niet in beheer zijn van de gemeente. Consequenties wegbeheer: De verordening regelt hoe de beheerders van ondergrondse infrastructuren hun werkzaamheden moeten melden en op welke manier de kosten voor het (her)straatwerk worden verrekend. Deze verordening biedt de gemeente meer mogelijkheden om te sturen op de locatie en planning van de werkzaamheden, zodat onnodige overlast en kosten worden voorkomen. 2.2.7 Bevolkingsontwikkeling De bevolking in Nederland is langzaam aan het vergrijzen. Het beleid van de rijksoverheid is om ouderen steeds langer zelfstandig te laten wonen. De gemeente Delft speelt hierop in door het realiseren van woonservicezones. In deze woonservicezones kent de woonomgeving een verhoogd niveau van toegankelijkheid. Consequenties wegbeheer: Dit betekent dat bij de inrichting en het onderhoud van de woonomgeving meer rekening moet worden gehouden met de specifieke eisen en wensen van de oudere inwoners. Met name in de omgeving van woonservicezones en de looproutes naar openbaar vervoer, winkels of gezondheidscentra. Aanpassing of herinrichting van dergelijke routes is niet opgenomen in de onderhoudsbegroting omdat dit (her)inrichting betreft. De financiering komt uit een andere bron. 2.2.8 Integraal onderhoud openbare ruimte Vanuit het oogpunt van bereikbaarheid, kostenreductie en het beperken van overlast wordt de planning van het groot onderhoud wegen zo goed mogelijk afgestemd op andere (onderhouds) projecten. Hierbij valt te denken aan (bouw)projecten als Spoorzone en Tramlijn 19 en groot onderhoud aan rioleringen, bomen, bruggen, kades en waterkeringen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met projecten van derden zoals de Provincie, het Hoogheemraadschap, TU- Delft en de netbeheerders. Bij het vervangen van rioleringen worden vaak graafwerkzaamheden uitgevoerd waarbij ook de verharding wordt verwijderd. Het herstraten van de betreffende wegvakonderdelen wordt dan gefinancierd vanuit het Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP). De doorbelasting aan het GRP bedraagt 306.000,-- per jaar. 12 Beheerplan wegen 2015-2018
3 Areaal In de Gemeente Delft ligt in totaal ca. 450 ha aan openbare wegen. De Gemeente Delft heeft ca. 315 ha verharding in eigen beheer. De overige verhardingen zijn in beheer bij Rijkswaterstaat, provincie Zuid-Holland, TU Delft, Hoogheemraadschap van Delfland, Groenservice Zuid-Holland en diverse particulieren. Bij het wegbeheer wordt gebruikt gemaakt van de CROW-methode voor wegbeheer (publicatie 147). De CROW-methode is opgezet om op de verschillende niveaus van besluitvorming inzicht te geven in: De omvang en samenstelling van het wegareaal. De kwaliteit van het wegareaal. De noodzakelijke onderhoudsmaatregelen. De hiervoor benodigde financiële middelen. Voor het bepalen van de beheerstrategieën hanteert het CROW een onderverdeling in 7 wegtypen (gebruiksfuncties) en 3 verhardingstypen waarvan het onderhoud een gelijksoortig gedrag vertoont (asfalt, cementbeton en elementenverharding). In onderstaande tabel is aangeven hoe het wegareaal over deze weg- en verhardingstypen is verdeeld. Verdeling areaal over gebruiksfuncties en verhardingstypen Verhardingstype Asfalt Cementbeton Elementen Totaal Nr Wegtype 1 Hoofdwegennet - - - - 2 Zwaar belaste weg 41.090 12 439 41.541 3 Gemiddeld belaste weg 97.479 24 5.822 103.325 4 Licht belaste weg 106.191 5 20.428 126.624 5 Weg in woongebied 360.544 11.281 1.165.223 1.537.048 6 Weg in verblijfsgebied 26.759 5.277 1.035.880 1.067.916 7 Fietspaden 212.627 104 59.261 271.992 Totaal 844.690 16.703 2.287.053 3.148.446 3.1 Areaalmutaties. De openbare ruimte in een stad is onderhevig aan veranderingen. Hierdoor treden er voortdurend verschuivingen op in de omvang en samenstelling van de te beheren arealen, wegen, groen, water, etc. Beheerplan wegen 2015-2018 13
Bij areaalverandering gaat het om het om kleinschalige verandering in de samenstelling van de arealen. Bijvoorbeeld door het versmallen van een weg of het omzetten van groenstrook in een parkeerplaats. Bij areaaluitbreidingen of verminderingen gaat het om wezenlijke veranderingen in de omvang van het areaal. Hierbij moet gedacht worden aan areaaluitbreiding door stadsuitleg of areaal vermindering door binnenstedelijke verdichting. Bij grote areaalmutaties is het noodzakelijk om vooraf voldoende budgetruimte te creëren, zodat op het moment van overdracht voldoende budget beschikbaar is. Bijvoorbeeld voor de uitvoering van het reguliere onderhoud, afhandeling van klachten en meldingen, etc. Bij kleinschalige mutaties worden pas na de realisatie en de overdracht aan beheer in de betreffende beheersystemen en beheerplannen verwerkt. Binnen de planperiode worden de volgende grote areaaluitbreidingen verwacht: Areaaluitbreidingen planperiode 2015-2018 Totaal m2 2015 2016 2017 2018 2019 > Harnaschpolder 80.000 35.000 15.000 15.000 15.000 Spoorzone 11.000 5.000 3.000 3.000 Gebiedsontwikkeling Spoorzone 56.500 15.000 41.500 Delfgauwseweg (overdracht door Provincie) 6.500 6.500 Technopolis 60.000 60.000 Watertuinen 10.000 10.000 Totaal 224.000 40.000 24.500 18.000 30.000 111.500 Ad Harnaschpolder Op dit moment is ca. 35.000 m2 van de wegen definitief ingericht. Deze wegen zijn in gebruik genomen maar nog niet overgedragen aan de beherende afdelingen. Dit betekent dat schades door gebruik of bouwactiviteiten nog vanuit de projectorganisatie worden hersteld. Het tempo waarin de wegen in de komende jaren in beheer worden overgedragen is afhankelijk van de voortgang van de bouwprojecten. Het benodigde budget voor het schoon heel en groen houden van deze nieuwe wijk bedraagt ca. 200.000,-- en zal door middel van één afzonderlijke begrotingswijziging worden aangevraagd. Ad Spoorzone Na oplevering van de openbare ruimte komen de verhardingen in het project Spoorzone weer in gemeentelijk beheer. Hoewel het areaal aan wegverhardingen afneemt met ca. 7.000 m2, nemen de beheerkosten toe met ca. 25.000,--. Dit komt doordat in de nieuwe inrichting conform het plan Busquets veel bijzondere (duurdere) verhardingsmaterialen worden toegepast, zoals hardsteen, gekleurd asfalt en metalen sierstrips. Ad Technopolis Het is nog niet duidelijk door wie de ontsluitingswegen in Technopolis in de toekomst zullen worden beheerd (TU-delft, beheerorganisatie en/of gemeente Delft). 14 Beheerplan wegen 2015-2018
4 Kwaliteit 4.1 Technische kwaliteit De technische kwaliteit heeft betrekking op de functionele eisen die aan de wegen worden gesteld, zodat deze duurzaam de functie kunnen vervullen waarvoor ze zijn aangelegd. Het comfortabele, veilig en vlot transport van personen en goederen. 4.1.1 Gewenste technische kwaliteit De technische kwaliteit van de wegen wordt regulier visueel geïnspecteerd en getoetst aan de richtlijnen van het CROW. Deze richtlijnen zijn de onderkant van verantwoord wegbeheer. Het is daarom niet toegestaan om de richtlijn minder streng te maken. Het is wel toegestaan om strengere richtlijnen en waarschuwingsgrenzen te hanteren. De gemeente Delft hanteert de standaard (minimum) richtlijn. De bij de visuele inspecties vastgestelde schades (zoals: oneffenheden, scheurvorming, etc.) worden naar ernst en omvang ingedeeld in de schadeklassen, Goed, Licht, Matig en Ernstig. De ernst van het schadebeeld is bepalend voor het planjaar, het uitvoeringsjaar waarin groot onderhoud moet worden uitgevoerd. Dit resulteert in een kwaliteitsoordeel uitgedrukt in Voldoende, Matig en Onvoldoende. Het resultaat van de methode is een goed onderhouden wegennet met wegen van verschillende kwaliteit en levensduurverwachting. Dit betekent dat het wegennet niet uitsluitend bestaat uit wegen in topconditie. De CROW-norm gaat hierbij uit van de volgende verdeling. Algemeen kwaliteitsbeeld wegen Voldoende Matig Onvoldoende Achterstallig Streefbeeld CROW 79-89% 8-13% 3-8% 0% 4.1.2 Verwachting op basis van vorige beheerplan In de planperiode van het vorige beheerplan is een bezuiniging doorgevoerd op het product Wegen straten en pleinen, oplopend tot 1.059.000,-- in 2014. In de voorafgaande jaren was nog 1.000.000,-- extra geïnvesteerd in het wegwerken van achterstallig onderhoud. Hierdoor werd in het vorige beheerplan - ondanks de forse bezuiniging - slechts een beperkte daling in kwaliteit verwacht. Uit de laatste kwaliteitsinspecties blijkt echter dat de bezuinigingen toch een negatief effect op de kwaliteit van de wegen hebben gehad. In de volgende paragraven wordt dit nader toegelicht. 4.1.3 Actuele technische kwaliteit De CROW-methode is het meest betrouwbaar als de wegen jaarlijks worden geïnspecteerd. Dit geeft een actueel inzicht in het kwaliteitsverloop en meer mogelijkheden om tussentijds bij te sturen. Om de inspectiekosten te beperken worden de wegen in Delft eens in de 4 jaar geïnspecteerd, voorafgaand aan de actualisatie van het beheerplan. Dit geeft voldoende inzicht om het effect van de maatregelen uit de vorige planperiode te evalueren en de maatregelen voor de komende planperiode vast te stellen. Bij laatste weginspectie (2013/2014) is het wegennet voor het eerst volledig conform de CROWmethode geïnspecteerd. In het vorige beheerplan waren alleen nog de asfaltverhardingen en de rijbanen in elementenverharding volgens de CROW-methode geïnspecteerd. Vanaf dit beheerplan wordt nog uitsluitend gebruik gemaakt van de CROW-methode. Beheerplan wegen 2015-2018 15
Onderstaande tabel en grafiek geven inzicht in het actuele kwaliteitsoordeel van het wegennet ten opzichte van het streefbeeld en de weginspectie van 2009. Hierin is tevens een prognose gegeven van de kwaliteit in 2015, na uitvoering van het onderhoudsprogramma 2014. Algemeen kwaliteitsbeeld wegen Voldoende Matig Onvoldoende Achterstallig Streefbeeld CROW 79-89% 8-13% 3-8% 0% Streefbeeld CROW 84% 10,5% 5,5% 0% Weginspectie 2009 88% 4% 6% 2,5% Weginspectie 2014 76% 4% 2% 18% Prognose begin 2015 79% 4% 2% 15% Kwaliteitsoordeel algemeen 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Streefbeeld CROW Weginspectie 2009 Weginspectie 2014 Prognose begin 2015 Voldoende Matig Onvoldoende Achterstallig Van de 20% die bij de weginspectie in 2014 het kwaliteitsoordeel onvoldoende heeft gekregen kan 18% worden aangemerkt als achterstallig, omdat de richtlijn met meer dan één schade klasse is overschreden. Dit betekent dat er eigenlijk al eerder onderhoud had moeten worden uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het algemene kwaliteitsoordeel bij de weginspectie in 2014 niet aan het streefbeeld van de CROW-methode voldoet. Door het geplande onderhoud in 2014 zal het percentage met het kwaliteitsoordeel voldoende aan het begin van de planperiode 2015-2018 weer aan het streefbeeld voldoen. Het percentage met de score onvoldoende ( 15,5%) is dan echter nog te hoog ten opzichte van het percentage matig (4%). Dit wordt veroorzaakt doordat het onderhoudsbudget ontoereikend is om het achterstallig onderhoud volledig aan te pakken. Naast het algemene kwaliteitsoordeel kan er worden beoordeeld vanuit de beleidsthema s: duurzaamheid, veiligheid, comfort en aanzien. De waardering van het kwaliteitsniveau is afhankelijk van de relatie tussen het schadebeeld en het beleidsthema. 16 Beheerplan wegen 2015-2018
Beleidsthema Omschrijving relatie Schadebeeld Duurzaamheid Heeft betrekking op de technische instandhouding van de verharding (asfaltverhardingen) Scheurvorming Veiligheid Geeft aan in hoeverre het gebruik van de weg veilig is Ernstige oneffenheden en dwarsonvlakheid Comfort Aanzien Wordt bepaald door de mate waarin de weggebruiker hinder ondervindt van de onderhoudstoestand van de weg Wordt in hoge mate bepaald door de (visuele) onderhoudstoestand Dwarsonvlakheid en oneffenheden Divers Kwaliteitsoordeel per beleidsthema Beleidsthema Voldoende Matig Onvoldoende Duurzaamheid 2009 92% 4% 4% Duurzaamheid 2014 85% 2% 13% Veiligheid 2009 97% 1% 2% Veiligheid 2014 90% 2% 8% Comfort 2009 96% 2% 2% Comfort 2014 93% 1% 6% Aanzien 2009 93% 3% 5% Aanzien 2014 91% 2% 8% Kwaliteitsoordeel per beleidsthema Duurzaamheid 2009 92% 4% 4% Duurzaamheid 2014 85% 2% 13% Veiligheid 2009 97% 1% 2% Veiligheid 2014 90% 2% 8% Comfort 2009 96% 2% 2% Comfort 2014 93% 1% 6% Aanzien 2009 93% 3% 5% Aanzien 2014 91% 2% 8% 50% 55% 60% 65% 70% 75% 80% 85% 90% 95% 100% Voldoende Matig Onvoldoende Uit de nadere analyse in bijlage 3 blijkt dat de asfaltwegen vooral onvoldoende scoren op de thema s aanzien (21%) en duurzaamheid (19%). Dit wordt in hoofdzaak veroorzaakt door de rafeling (slijtage) van deklagen (5% matig, 13% ernstig). De onvoldoende score op comfort (7%) en veiligheid (5%) houden verband met randschade (5% matig, 8%ernstig) en scheurvorming (8% matig, 7% ernstig). Bij elementenverhardingen scoort ca. 20% van de wegen onvoldoende op de beleidsthema s veiligheid, comfort en aanzien. Deze wordt voornamelijk veroorzaakt door de oneffenheden (34% matig en 17% ernstig). Uit de voorgaande analyse blijkt dat de kwaliteit van de wegen in de afgelopen planperiode sterker achteruit is gegaan dan in het vorige beheerplan werd aangenomen. Beheerplan wegen 2015-2018 17
Deze achteruitgang wordt veroorzaakt door de volgende factoren: Bezuinigingen In de vorige planperiode 2011-2014 is een bezuiniging doorgevoerd op het product wegen, straten en pleinen, oplopend tot 1.059.000,-- in 2014. Deze bezuiniging van ca. 20% van het budget is van invloed op het tempo waarin de geconstateerde schades kunnen worden hersteld. Doordat er onvoldoende budget is om alle schades aan te pakken is het achterstallig onderhoud opgelopen tot ruim 21%. De invloed van de bezuinigingen op de kwaliteit van de wegen is dus groter dan in het vorige beheerplan werd aangenomen. Grote bouwprojecten en strenge winterperioden - Het is mogelijk dat de wegen hierdoor wat sneller zijn gedegenereerd dan op grond van de gemiddelde gedragsmodellen werd aangenomen. Andere beoordelingssystematiek De kwaliteitsbeoordelingen in het oude beheerplan kunnen niet 1 op 1 worden vergeleken met de scores uit de nieuwe CROW-methode. 4.2 Beeldkwaliteit De beeldkwaliteit heeft betrekking op de visueel waarneembare kwaliteitscriteria voor de openbare ruimte. 4.2.1 Gewenste beeldkwaliteit. De Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (CROW) kent 5 onderhoudsniveaus uiteenlopend van zeer goed (A+) tot slecht (D). Deze onderhoudsniveaus zijn vastgelegd in referentiebeelden, kwaliteits-beschrijvingen en prestatie-eisen. In het bestuursprogramma 2011-2014 zijn de ambities voor de beeldkwaliteit neerwaarts bijgesteld. Maatschappelijke effect: Nulmeting 2010 Streefcijfer 2014 Doelmatige beeldkwaliteit openbare ruimte Indicator: beeldkwaliteit woonwijken en binnenstad Binnenstad A Rest van de stad B Binnenstad B Rest van de stad C 4.2.2 Actuele beeldkwaliteit Het meten van de beeldkwaliteit gebeurt door middel van visuele inspecties op 625 vaste meetpunten. De Gemeente Delft maakt hierbij gebruik van de Delftse Schouwgids 3.0, een praktische selectie uit de beeldmeetlatten van de CROW Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte. Voor de inspecties van de beeldkwaliteit wordt in Delft alleen gekeken naar de verblijfsgebieden en woonstraten. Deze bestaan voornamelijk uit elementenverharding. De beeldkwaliteit wordt gemeten op twee criteria. Beschadigde en ontbrekende elementen en mate opdruk boomwortels (zie bijlage 4). De grafiek op de volgende bladzijde geeft inzicht in de gemiddelde inspectiescores in 2013. Hieruit blijkt dat de beeldkwaliteit op de gemeten criteria ruim aan de beleidsdoelstellingen voldoet. In de binnenstad voldoet 66% aan de beleidsdoelstelling (B) en heeft 32% een hogere beeldkwaliteit (A). In de rest van de stad scoort 97% een hogere beeldkwaliteit (A of B) dan de beleidsdoel stelling (C). Hierbij wordt opgemerkt dat deze bovengemiddelde score alleen betrekking heeft op de twee hiervoor genoemde criteria. De overige kwaliteitscriteria worden niet gemeten. 18 Beheerplan wegen 2015-2018
Het is niet mogelijk om de inspectiescores met de voorgaande jaren te vergelijken omdat destijds op basis van andere criteria is geïnspecteerd 2. Gemiddelde inspectiescore 2013 - Staat elementenverharding A+ Binnenstad 2013 Binnenstad 2012 Rest van de stad 2013 Rest van de stad 2012 0% 1% 12% 1% 2% 21% 16% 32% 80% 71% 76% 66% 11% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 7% 2% 3% A B C D 4.2.3 Burgertevredenheid In het bestuursprogramma 2011-2014 wordt ingezet op een goede openbare ruimte. Het college heeft hiervoor de volgende streefcijfers gedefinieerd: Maatschappelijke effect Nulmeting 2010 Streefcijfer 2014 Een goede openbare ruimte 83% niet ontevreden Min. 50% niet ontevreden Deze doelstelling heeft betrekking op de totale openbare ruimte. Dus niet alleen de wegen, maar ook groenvoorzieningen, fietspaden, speelvoorzieningen, afvalbakken en watergangen. De tevredenheid van de burgers over het onderhoud van de openbare ruimte wordt gemeenten door middel van het Delft Internet Panel (DIP). Het meest recente rapport geeft inzicht in de ontwikkeling van de burgertevredenheid over periode 2010-2013. Voor dit beheerplan is vooral de tevredenheid over het technisch onderhoud van stoepen, straten en fietspaden van belang. Mening over het onderhoud van wegen 2013 Onderhoud stoepen en straten 27% 32% 41% Onderhoud fietspaden 15% 37% 48% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Ontevreden Neutraal Tevreden Bij de toetsing aan het streefcijfer voor 2014 gaat het om de burgers die niet ontevreden zijn. Dit omvat de groep die de beoordelingen tevreden of neutraal heeft gegeven. Hieruit blijkt dat er ruimschoots aan het streefcijfer wordt voldaan. Uit onderstaande grafiek blijkt echter dat er vanaf 2011 wel sprake is van een daling van de burgertevredenheid. 2 De Delftse schouwgids 2.03 omvatte afzonderlijke beeldmeetlatten voor asfalt en elementenverharding. De beeldkwaliteit van de elementenverharding werd destijds bepaald op voegwijdte, oneffenheden en dwarsonvlakheid. Beheerplan wegen 2015-2018 19
Trend tevreden over het onderhoud van wegen 2010-2013 Onderhoud stoepen en straten Onderhoud fietspaden 41% 42% 46% 43% 48% 46% 48% 51% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 2013 2012 2011 2010 20 Beheerplan wegen 2015-2018
5 Maatregelen Dit hoofdstuk geeft inzicht in de noodzakelijke maatregelen om de gemeentelijke wegen op het gewenste kwaliteitsniveau te onderhouden. De maatregelen lopen uiteen van het operationeel houden van het wegbeheersysteem tot de werkzaamheden die in het kader van het regulier en groot onderhoud worden uitgevoerd. Uitvoering van werkzaamheden vindt plaats met inachtneming van het gemeentelijk aanbestedingsbeleid. 5.1 Beleid en beheer De post beleid en beheer omvat de volgende maatregelen: Advisering Deze maatregelen bestaan uit het vierjaarlijks opstellen van het beheerplan wegen en de jaarlijkse kosten voor het opstellen van specialistische adviezen ten behoeve van bestuur, beleidsontwikkeling en projecten, het bijhouden van kennis en ontwikkelingen, beantwoording van vragen van het college, gemeenteraad en bewoners (VJV), etc. Rationeel beheer De vaste beheer- en inspectiegegevens worden momenteel vastgelegd in het beheersysteem ViaView. Dit wegbeheersysteem is sterk verouderd en wordt niet meer door de leverancier ondersteund. In 2014 wordt er geïnvesteerd in de aanschaf van een integraal beheersysteem voor de openbare ruimte. Hiermee kan het onderhoud aan wegen, rioleringen, groen, etc. beter op elkaar worden afgestemd. Het nieuwe beheersysteem wordt ook gebruikt voor het vastleggen van de informatie uit de wegenlegger. Inspecties en onderzoek Het voor weginspecties geraamde bedrag is gebaseerd op de huidige inspectiefrequentie van 1x per 4 jaar. De inspectie wordt uitgevoerd in het jaar voorafgaand aan het opstellen van het beheerplan. Vanuit de weginspecties kan blijken dat er nader onderzoek noodzakelijk is. Bijvoorbeeld naar de kwaliteit of samenstelling van asfaltwegen (asbest, TAG). Vergunnnigen K&L / WION - Dit betreft de vergunningverlening op basis van de Verordening Ondergrondse Infrastructuren Delft (VOID) en de uitvoering van de wettelijke taken van de Wet Informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) IOR algemeen planvoorbereiding - Kleinschalige (niet projectgebonden) werkzaamheden in de openbare ruimte, meldingen en verzoeken worden integraal afgestemd in het overleg Inrichting Openbare Ruimte. De hiermee verband houdende urenbesteding komt ten laste van het product PD05045 wegen, straten en pleinen. Overige organisatiekosten Dit betreft de doorbelasting van de vaste salariskosten van Ruimte Strategie, Ruimte Programmeren en Stadsbeheer aan het product PD05045 - Wegen, straten en pleinen. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de hiermee verband houdende kosten. 1. Beleid en beheer 2015 2016 2017 2018 1.1 Advies 75.000 75.000 75.000 75.000 1.2 Rationeel beheer 50.000 50.000 50.000 50.000 1.3 Inspecties en monitoring 50.000 50.000 50.000 50.000 1.4 Vergunningen K&L / WION 100.000 100.000 100.000 100.000 1.5 IOR algemeen planvoorbereiding 15.000 15.000 15.000 15.000 1.6 Overige organisatiekosten 170.000 170.000 170.000 170.000 Totaal 460.000 460.000 460.000 460.000 Beheerplan wegen 2015-2018 21
5.2 Regulier, groot onderhoud en rehabilitatie Bij het wegbeheer wordt onderscheid gemaakt in de volgende soorten onderhoud: Regulier onderhoud Dit zijn kleinschalige herstelwerkzaamheden, onderhoud n.a.v. meldingen van burgers en calamiteiten. Groot onderhoud Dit omvat het planmatig herstraten van elementenverharding en grootschalig reparatiewerk aan asfaltwegen. Rehabilitatie of reconstructie- Het vernieuwen van de gehele wegconstructie, inclusief fundering, na het verstrijken van de technische levensduur, waarbij het profiel van de weg gelijk blijft. Deze maatregel wordt bij voorkeur afgestemd op andere werkzaamheden, bijvoorbeeld vervanging van riolering of herinrichting. 5.2.1 Regulier (klein) onderhoud Regulier onderhoud omvat alle schades die ernstig zijn, maar qua omvang te gering zijn om in het beheersysteem te noteren en niet door middel van een groot onderhoudsmaatregel zijn te herstellen. Het benodigde bedrag voor klein onderhoud wordt berekend als een percentage van het cyclusbedrag. De theoretisch berekende gemiddelde kosten om het wegareaal tot in lengte van jaren op het gewenste onderhoudsniveau te onderhouden. Het cyclusbedrag is niet gebaseerd op de actuele kwaliteit van de wegen, maar het resultaat van de geprognotiseerde onderhoudscycli/-kosten voor de verschillende wegtypen en verhardingssoorten. De cycluskosten omvatten de kosten voor groot onderhoud, rehabilitatie na de levensduur, administratieve kosten en de post beleid en beheer. Het theoretisch berekende cyclusbedrag voor het langdurig in stand houden van het geïnspecteerde wegareaal bedraagt 3.150.000,--. De hierop geraamde kosten voor klein onderhoud bedragen 600.000,--. Hiervan wordt 155.000,-- uitgevoerd als planmatig regulier onderhoud en 445.000,-- door de wijkserviceteams. Naast de beheerkosten die vanuit het beheersysteem worden berekend moet binnen het product wegen rekening worden gehouden met 35.000,-- voor het reguliere onderhoud van gehandicaptenvoorzieningen, straatnaamgeving en het verwijderen van graffiti. De kosten van regulier onderhoud kunnen als volgt worden samengevat: 2. Regulier onderhoud 2015 2016 2017 2018 Planmatig regulier onderhoud 155.000 155.000 155.000 155.000 Wijkservice 445.000 445.000 445.000 445.000 Gehandicaptenvoorzieningen 15.000 15.000 15.000 15.000 Straatnaamgeving 15.000 15.000 15.000 15.000 Graffiti verwijderen 5.000 5.000 5.000 5.000 Totaal 635.000 635.000 635.000 635.000 5.2.2 Groot onderhoud en rehabilitatie Op basis van de schadebeelden die bij de weginspectie zijn vastgesteld wordt door de inspecteur aangegeven welke onderhoudsmaatregelen noodzakelijk zijn om de schade te herstellen. De ernst van de geconstateerde schade schadeklasse - is bepalend voor het planjaar waarin de onderhoudsmaatregel moet worden uitgevoerd. 22 Beheerplan wegen 2015-2018
planjaar 1-2 jaar Schade heeft de richtlijn overschreden. planjaar 3-5 jaar Schade heeft de waarschuwingsgrens overschreden, maar de richtlijn nog niet. planjaar > 5jaar Schade heeft de waarschuwingsgrens nog niet overschreden. De CROW-methode gaat uit van het meest optimale moment voor het uitvoeren onderhoud. Voor een efficiënte besteding van de financiële middelen is het van belang om de voorgestelde maatregelen zo veel mogelijk binnen de aangegeven termijnen uit te voeren. Als de schade de richtlijn met meer dan 1 klasse heeft overschreden zet de methode het groot onderhoud vast in planjaar 1. Omdat er al eerder onderhoud had moeten worden uitgevoerd is er sprake van achterstallig onderhoud. Verder uitstellen van het onderhoud is technisch gezien niet acceptabel. Te laat uitgevoerd onderhoud betekent dat er verkeersonveilige situaties kunnen ontstaan, die de kans op ongelukken en aansprakelijkheid verhogen. Bij asfalt verhardingen resulteert te laat uitgevoerd onderhoud bovendien in kapitaalvernietiging. Er is dan een zwaardere/duurdere maatregel nodig om de schade te herstellen. Door de geplande onderhoudsmaatregelen binnen de planperiode te verschuiven worden de jaarlijkse onderhoudskosten zoveel mogelijk geëgaliseerd. Onderstaande tabel geeft inzicht in de op deze wijze opgestelde basisbegroting groot onderhoud. Dit omvat de maatregelen die binnen de planperiode van dit beheerplan moeten worden uitgevoerd. De geraamde kosten zijn inclusief 82.500,-- voor het onderhoud van wegmarkeringen. 3. Groot onderhoud 2015 2016 2017 2018 Groot onderhoud conform basisbegroting 1.849.343 1.245.015 2.019.885 1.935.030 Geëgaliseerd over planperiode 1.762.318 1.762.318 1.762.318 1.762.318 Fluctuaties in de werkelijke uitgaven kunnen worden opgevangen door middel van stortingen en onttrekkingen in de reserve openbare ruimte. 5.3 Administratieve kosten Dit betreft een aantal vaste kosten, zoals de kapitaalslasten van eerdere investeringen, heffingen en belastingen, vaste bijdragen, schade-afhandeling, etc. De administratieve kosten voor de planperiode zijn samengevat in de tabel op de volgende bladzijde. Beheerplan wegen 2015-2018 23
4. Administratieve kosten 2015 2016 2017 2018 4.1 Kapitaallasten wegen en straten 481.537 460.336 416.985 780.300 4.2 Kapitaallasten Tramlijn 19-905.896 905.896 905.896 4.3 Vaste kosten wegen (huisvesting terreinen) Onderhoud werkzaamheden 17.000 17.000 17.000 17.000 Huisvesting terreinen 8.000 8.000 8.000 8.000 4.4 Dijk- en polderlasten O.R.T.B. en div. 160.000 160.000 160.000 160.000 4.5 Bijdrage spoorwegonderdoorgangen 25.000 25.000 - - 4.6 Afhandelen schades OR 35.000 35.000 35.000 35.000 4.7 Bijdrage wegonderhoud vanuit PD05055 Riolering -306.000-306.000-306.000-306.000 4.8 Tractiekosten 115.000 115.000 115.000 115.000 Totaal 535.537 1.420.232 1.351.881 1.715.196 De toename van de kapitaalslasten tussen 2015 en 2016 houden verband met de investeringen in de aanleg van tramlijn 19. De toename tussen 2017 en 2018 wordt veroorzaakt door de investeringen in de herinrichting van de Reinier de Graafweg en de ontsluiting van Poptahof. 24 Beheerplan wegen 2015-2018
6 Middelen 6.1 Begroting In hoofdstuk 5 is aangegeven welke maatregelen noodzakelijk zijn om de gemeentelijke wegen op het gewenste kwaliteitsniveau te onderhouden. In onderstaande tabel zijn de bijbehorende beheerkosten samengevat en is aangegeven hoe deze zich verhouden tot het beschikbare budget. Samenvatting maatregelen en beheerkosten 2015 2016 2017 2018 1 Beleid en beheer 460.000 460.000 460.000 460.000 2 Regulier onderhoud wegen 635.000 635.000 635.000 635.000 3 Groot onderhoud en rehabilitatie 1.762.318 1.762.318 1.762.318 1.762.318 4 Administratieve kosten 535.537 1.420.232 1.351.881 1.715.196 Totaal 3.392.855 4.277.551 4.209.199 4.572.514 Budget conform MJB 2015-2018 2.977.936 3.860.521 3.817.526 4.176.137 Tekort/overschot -414.919-417.029-391.673-396.377 Gemiddeld -405.000 Hieruit blijkt dat de geraamde kosten gemiddeld 405.000,-- hoger zijn dan het beschikbare budget. Dit wordt veroorzaakt door de volgende factoren: Verhoging dijk- en polderlasten 130.000,-- Onderhoud wegen 275.000,-- Om alle noodzakelijk beheermaatregelen conform het Beheerplan wegen 2015-2018 uit te kunnen voeren is het noodzakelijk om de begroting van het product PD05045 Wegen, straten en pleinen structureel te verhogen met een bedrag van 405.000,--. Er wordt verwacht dat het wegareaal hiermee weer op het gewenste kwaliteitsniveau (streefbeeld) kan worden gebracht. 6.2 Dekkingsvoorstel Voor de financiering van het beheer en onderhoud van de wegen conform beheerscenario 1 is onderstaande begroting en dekkingsvoorstel opgesteld. De tekorten zijn afgerond op 0,-- door (geringe) bijstellingen van post 3. Groot onderhoud. Dekkingsvoorstel beheerkosten wegen 2015 2016 2017 2018 1 Beleid en beheer 460.000 460.000 460.000 460.000 2 Regulier onderhoud wegen 635.000 635.000 635.000 635.000 3 Groot onderhoud en rehabilitatie 1.752.399 1.750.289 1.775.645 1.770.941 4 Administratieve kosten 535.537 1.420.232 1.351.881 1.715.196 Totaal 3.382.936 4.265.521 4.222.526 4.581.137 Budget conform MJB 2015-2018 2.977.936 3.860.521 3.817.526 4.176.137 Budgetverhoging conform beheerplan 405.000 405.000 405.000 405.000 Tekort/overschot 0 0 0 0 Beheerplan wegen 2015-2018 25
Bijlage 1 Aanbevelingen onderzoek Delftse Rekenkamer In 2013 heeft de Delftse Rekenkamer (DRK) een onderzoek uitgevoerd naar het beheer en onderhoud van de wegen, straten en pleinen. Het onderzoek richt zich ook op de tevredenheid van de Delftse burger en de sturing en controle door de gemeenteraad. Op basis van haar onderzoek heeft de DRK de onderstaande acht aanbevelingen geformuleerd. In dit overzicht is aangeven op welke manier de aanbevelingen zijn/worden geïmplementeerd. Aanbeveling 1 Houd vast aan de huidige werkwijze waarbij gewerkt wordt vanuit opgestelde doelstellingen en stel na de vierjaarlijkse inspectie vast of het benodigde budget voor onderhoud wegen, gegeven de vastgestelde doelstellingen, nog overeenkomt met het in de meerjarenraming opgenomen bedrag. Houd deze werkwijze ook vast in tijden van financiële krimp. Leg zo nodig een keuze voor aan de Raad voor het na te streven beeldkwaliteitsniveau en daarvoor benodigde budget. Status: Het nieuwe college zal de huidige werkwijze voortzetten. In 2014 is het nieuwe beheerplan 2014-2017 opgesteld. De inspecties hiervoor zijn begin 2014 afgerond. In het beheerplan is aangegeven of het beschikbare budget toereikend is voor het behouden van het vastgestelde kwaliteitsniveau. Waar blijkt dat dit niet past wordt een keuze aan de Raad voorgelegd. Aanbeveling 2 - Maak de systematiek voor de afweging van werkzaamheden aan wegen en riolering expliciet, bijvoorbeeld door wegingscriteria aan te geven. Status: Zoals in het rapport is aangegeven wordt de keuze goed gemaakt, maar is te weinig zichtbaar welke criteria aan deze keuze ten grondslag liggen. Om dit zichtbaarder te maken is in 2014 als gestart met het opstellen van een integrale beheervisie. Deze vormt de basis voor wat we willen bereiken op het gebied van onderhoud en beheer van de stad. Daarnaast wordt in 2014 één integraal beheersysteem aangeschaft en geïmplementeerd. Hierdoor ontstaat een automatische samenhang tussen de verschillende onderdelen van de openbare ruimte. Aanbeveling 3: Verzamel de realisatie van uitgevoerde projecten op één plaats/in één overzicht en rapporteer hierover aan het College en de Raad in het kader van de P&C-cyclus. Status: Door invoering van het nieuwe beheersysteem ontstaat een centrale database waarin de gegevens van de uitgevoerde werken aan wegen en riolering worden bijgehouden. Naast deze onderdelen zijn worden o.a. ook de kademuren, oevers en kunstwerken hierin opgenomen zodat een totaaloverzicht ontstaat. Aanbeveling 4 - Rapporteer in het jaarverslag zodanig over de uitvoering dat de Raad een helder beeld heeft van de mate waarin geplande onderhoudswerken zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld aan de hand van een percentage. Status: Dit is opgenomen in het overdrachtsdossier aan het nieuwe College. 26 Beheerplan wegen 2015-2018
Aanbeveling 5 (bijgesteld) - Stuur periodiek, tenminste jaarlijks, de rapportage externe melding beeldkwaliteit over wegenonderhoud en beheer naar de raad. Deze rapportage, samen met de uitkomsten van het Delft Internet Panel en de omnibus-enquête, biedt de raad de gelegenheid om te bepalen of de beeldkwaliteit van de openbare ruimte in de binnenstad inderdaad harder vermindert vanwege de huidige bezuinigingen en of dit effect niet ongewenst groot wordt. Status: De resultaten van de laatste externe meting zijn in januari 2014 binnengekomen. Deze worden als eerste met de verantwoordelijk wethouder besproken, waarna ze ter informatie naar de commissie wordt gestuurd. Aanbeveling 6 - Gebruik de uitkomsten van de ondervraging (aanbeveling 5) bij het opstellen van de doelstelling voor de openbare ruimte. Status: Dit vindt al plaats. Het geheel van uitkomsten met betrekking tot een oordeel over de openbare ruimte wordt halfjaarlijks besproken met de verantwoordelijke wethouder. Aan de hand hiervan wordt bekeken of aanpassingen wenselijke / of noodzakelijk zijn. Aanbeveling 7 - Betrek bij het meten van de beeldkwaliteit het oordeel van weggebruikers. Stel het percentage van burgers dat niet ontevreden is zo vast dat dit past bij de ambities van de gemeente voor de openbare ruimte. Status: Dit is meegenomen in het overdrachtsdossier aan het nieuwe College. Aanbeveling 8 (Aan de raad) - Raad: Evalueer als Raad de eigen rol bij dit onderwerp. Zorg ervoor dat het beheerplan wordt vastgesteld in het eerste jaar van de nieuwe Raad. Status: Het nieuwe beheerplan wegen wordt dit najaar vastgesteld. Dit is in het eerste jaar van het nieuwe College. Beheerplan wegen 2015-2018 27
Bijlage 2 Overzicht en status LVVP-projecten. Het Delftse verkeers- en vervoersbeleid heeft als doelstelling een gezonde leefomgeving in een bereikbare, economisch florerende en verkeersveilige stad, die behoort tot de beste fiets-steden van Nederland. In 2011 is een update van het LVVP opgesteld waarin is aangegeven hoe invulling wordt gegeven aan de bezuinigingsopgave uit het bestuursprogramma 2010-2014. Dit betekent dat de nog niet gerealiseerde LVVP-projecten opnieuw zijn geprioriteerd, waarbij de nog resterende middelen zijn bestemd aan projecten waarvan de bouw kan starten voor 2015. De projecten die de bouwambities in Delft zuidoost mogelijk maken hebben hierbij prioriteit gekregen. De huidige status van de geselecteerde LVVP-projecten is samengevat in onderstaande tabel. Maatregel Bijdrage LVVP Status Zuidplantsoen herinrichting 357.500 Gereed Rotterdamseweg: oversteek Van Barenstraat 85.000 Gereed Schoemakerstraat: oversteek Aula TU-Delft 28.000 Gereed Schoemakerstraat-Kruithuisweg VRI 525.000 Gereed Kruithuisplein VRI en markering 10.000 Gereed Mijnbouwstraat twee richtingen 550.000 In voorbereiding Poortlandplein rotonde 450.000 In voorbereiding Westlandseweg-Papsouwselaan 645.000 In voorbereiding Schoemakerstraat Zuidplantsoen VRI 175.000 In voorbereiding Gelatinefietsbrug 332.000 Langdurig uitgesteld Voor alle andere LVVP-projecten is vooralsnog geen budget beschikbaar. Verder wordt in de update van het LVVP aandacht gevraagd voor de volgende verkeersmaatregelen. Aanpassingen wegcategorisering Dit betreft de noodzakelijke aanpassingen om de weginrichting in overeenstemming te brengen met de wegcategorisering in het LVVP. Vooralsnog is er geen LVVP-budget beschikbaar. Bij de voorbereiding van groot onderhoud aan wegen en riolering wordt per project bekeken of er middelen beschikbaar zijn om de gewenste aanpassingen door te voeren. Reinier de Graafweg - De gemeente Midden Delfland treft voorbereidingen voor het doortrekken van de Reinier de Graafweg naar de A4. Hiervoor moet ook de Reinier de Graafweg worden gereconstrueerd. De start van deze werkzaamheden staat gepland voor 2017 Rotonde Schoemakerstraat-Watertuinen - De noodzaak en financiering van deze rotonde heeft een relatie met het project Watertuinen. Zodra de realisatie van het project Watertuinen start, wordt de rotonde noodzakelijk. Poptahof - De herinrichting van de Martinus Nijhofflaan en de aansluiting op de Provincialeweg ten behoeve van de ontwikkelingen in de Poptahof en winkelcentrum in de Hoven. Deze werkzaamheden zijn vooralsnog langdurig uitgesteld. 28 Beheerplan wegen 2015-2018
Bijlage 3 - Kwaliteit wegen per thema en verhardingstype Kwaliteitsoordeel - Asfalt per beleidsthema - 2014 Beleidsthema Voldoende Matig Onvoldoende Veiligheid 93% 3% 5% Duurzaamheid 78% 3% 19% Comfort 90% 3% 7% Aanzien 75% 5% 21% Kwaliteit Asfalt per beleidsthema - 2014 Veiligheid Duurzaamheid Comfort Aanzien 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Voldoende Matig Onvoldoende Kwaliteitsoordeel - Elementenverharding per beleidsthema - 2014 Beleidsthema Voldoende Matig Onvoldoende Veiligheid 80% 2% 18% Duurzaamheid 100% 0% 0% Comfort 80% 2% 18% Aanzien 80% 2% 18% Kwaliteit Elementenverharding per beleidsthema - 2014 Veiligheid Duurzaamheid Comfort Aanzien 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Voldoende Matig Onvoldoende Beheerplan wegen 2015-2018 29
Bijlage 4 - Beeldkwaliteit elementenverhardingen Beeldmeetlat inspecties vanaf 2012 Conform Delftse Schouwgids 3.0 Beeldmeetlatten inspecties voor 2012 Conform Delftse Schouwgids 2.03 30 Beheerplan wegen 2015-2018
Beheerplan wegen 2015-2018 31