DYSCALCULIEPROTOCOL DYSCALCULIEPROTOCOL

Vergelijkbare documenten
Dyscalculieprotocol Het volgen van - en begeleiding bij

Protocol Dyscalculie

PROTOCOL Ernstige Rekenwiskundeproblemen

Dyscalculie én meer. Het protocol ERWD, een praktische aanpak voor ernstige rekenwiskunde problemen en dyslaculie

Stappenplan groep 1-2

Protocol Dyscalculie. De Stelberg

Dyscalculieprotocol Cluster Jenaplan

Protocol Dyscalculie

Protocol Ernstige Reken-Wiskunde problemen en Dyscalculie (samenvatting)

Protocol Dyscalculie

Programma ERWD. Dyscalculie. ERWD-presentatie Mieke van Groenestijn, HU, Utrecht 1

Protocol ernstige rekenwiskundeproblemen. dyscalculie. St. Antoniusschool Klein Zundert

Visie en uitgangspunten

Protocol ernstige rekenhulpvragen en/ of dyscalculie

Protocol dyscalculie januari 2016 DYSCALCULIE PROTOCOL

Dyscalculie protocol Rotterdamse Montessorischool

PROTOCOL DYSCALCULIE ANNIE M.G. SCHMIDTSCHOOL, DEN HAAG. 1.Inleiding

Persoonsgegevens leerling Naam leerling: Geboortedatum: Geslacht: jongen meisje. Groepsverloop: Huidige groep: Huidige leerkracht: School:

Protocol dyscalculie en ernstige rekenproblemen: Van signalering naar diagnose

Visie en uitgangspunten

Tips voor het diagnostische gesprek. Marisca Milikowski Rob Milikowski

Dr. Mieke van Groenestijn 1

Plan passend rekenonderwijs. Invoering ERWD-protocol. Trivium

PARAGRAAF Protocol bij ernstige rekenwiskunde-problemen en/of dyscalculie 1. Doel van het protocol. 2. Signalering

:Monique Hoeijmakers Datum :

REKENPROTOCOL DE ZONNEWIJZER


Diagnostiek rekenen in de school; hoe pak je dat aan?

Dr. Mieke van Groenestijn 1

Protocol ERWD en dyscalculie

HCO Werkwijze dyscalculieonderzoek. Informatie voor intern begeleiders/rekencoördinatoren


Ernstige RekenWiskunde-probl


Vroegtijdig signaleren en preventie van rekenwiskunde problemen.

Protocol ERWD voor VO en MBO - Mieke van Groenestijn en Jaap Vedder MBO-bijeenkomsten Rotterdam, Assen, Eindhoven (oktober 2011)

Protocol Dyscalculie. Christelijk College de Noordgouw Heerde. oktober dhr. J.M. de Vries. mw. H. Bezuijen. rector-bestuurder.

Protocol ernstige rekenproblemen en dyscalculie

Protocol Ernstige rekenproblemen. Dyscalculie. Signalering, ondersteuning en begeleiding van leerlingen met ernstige rekenproblemen en dyscalculie.

WORKSHOP DYSCALCULIE. SSgN studiedag 21 maart 2014

Toetsen en evalueren in het rekenonderwijs op de basisschool? Miniconferentie,26 maart 2013 Wilmad Kuiper Anneke Noteboom

Protocol Ernstige RekenWiskunde- problemen en Dyscalculie Elde College (in het VO wordt meestal alleen gesproken over rekenen). Esumrt.

Workshop Dyscalculie. Startopdracht. Doel. Opdracht 1 Placemat

Het protocol Ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie: Van plank naar praktijk. Lunteren maart 2016 Ine van de Sluis

Presentatie ernstige rekenproblemen & Dyscalculie 22 oktober 2014; Johanna Jager & Annelie van Harten

Protocol Ernstige Reken Wiskunde Problemen en dyscalculie (ERWD) Inleiding

Het protocol ERWD. Rekenproblemen voorkomen door te werken aan betekenisverlening. Cathe No<en 6 maart 2015

Cursus rekendidactiek. Bijeenkomst 6 26 februari 2013 monica wijers, vincent jonker Freudenthal Instituut

MBO. Protocol ERWD3 - MBO. Programma. Uitgangspunten ERWD3 ERWD. Doelgroepen in MBO. ERWD3 - MBO 5 en 7 juni Mieke van Groenestijn, HU 1

Zwakke rekenaars sterk maken. Bijeenkomst monica wijers, ceciel borghouts Freudenthal Instituut

Rekenen in het VO. 9 december 2013

RID, daar kom je verder mee. Jelle wil net als zijn vriendjes naar de havo. Dyscalculie houdt hem niet tegen. Dyscalculiebehandeling

Het advies voor school is om te handelen volgens het protocol Ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie (ERWD, 2011).

VRAGENLIJST SCHOOL IN GEVAL VAN VERMOEDEN DYSCALCULIE

VOORBEELD: UITSPRAAK: AUTOMATISEREN EN MEMORISEREN TEMPO TOETS AUTOMATISEREN

Rekenen in het MBO. 11 maart 2014

Ondersteuning van leerlingen bij complexere problematiek

Protocol (Ernstige) RekenWiskunde-problemen. en dyscalculie

Protocol dyscalculie en ernstige rekenproblemen

Dyscalculie gediagnostiseerd. En dan? MBO conferentie Dyscalculie

Dyscalculieprotocol (locatie mavo-havo-atheneum; versie januari 2015)

Doorstroomgegevens groep 1 tot en met 8 Inhoud

4 Checklist rekenen 4

ERWD protocol (Ernstige Reken- en Wiskundeproblemen en Dyscalculie)

Workshop Gebruik stappenplannen ERWD VO en MBO

Vrije Basisschool de Regenboog, Mimosaplein 1, 5643 CJ Eindhoven, Tel: , Fax:

Elke rekencoach een VIP bij de implementatie het van het ERWD Protocol. 11 december Henk Logtenberg

Protocol Ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie

Rekenverbeterplan Basisschool Crescendo: algemeen

Protocol Ernstige Reken-Wiskundeproblemen en Dyscalculie

De Nederlandse Dyscalculie Screener in het mbo

Aan de slag met rekenproblemen

Beschrijving van de leerlingenzorg van RK. Bs. De Achtsprong

Protocol ernstige rekenproblemen en dyscalculie Valentijnschool

Zwakke rekenaars sterk maken

handleiding handleiding Real Life Rekenen Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg - *

4 Checklist rekenen 4

Intake vragenlijst bij onderzoek naar rekenproblemen/dyscalculie

DECEMBER 2017 Lisa Jansen-Scheepers HET DRIESLAGMODEL

Dyscalculie. Linette van Oijen

Ernstige RekenWiskunde-proble

Protocol bij ernstige reken- en wiskundeproblemen en dyscalculie

Ernstige RekenWiskunde-proble

2. Spelen met de vier hoofdfasen per leerlijn Dagelijks observeren met het drieslagmodel Signaleren: zelf blokdoelen beoordelen 36

Zorg voor kinderen met specifieke instructie- of ondersteuningsbehoeften

Dyscalculiebehandeling

ZORGGids CBS TOERMALIJN FRANEKER

Groepsplan voor rekenen

Dyslexie protocol en stappenplan

Agenda. 1. Externen 2. Taken IB-er 3. Zorgstructuur nu 4. Zorgstructuur toekomst 5. Vragen 6. Zorgmarkt

Rekenen in VO. BOOR, CVO, LMC

parate rekenvaardigheden

plusbeleid CBS de Vrijenburg inhoud

Rekenen-Wiskunde 3.0. Groep 5

Welkom bij de workshop

Transcriptie:

DYSCALCULIEPROTOCOL DYSCALCULIEPROTOCOL Februari 2017

Protocol Ernstige Rekenwiskundeproblemen en Dyscalculie 1. Visie Het protocol Ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie is ontwikkeld in het kader van Passend Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs. Passend onderwijs heeft als doel elke leerling onderwijs te bieden dat aansluit bij zijn onderwijsbehoefte en de mogelijkheden, die een kind heeft. Centraal staat dus de onderwijsbehoefte, waarbij gekeken wordt naar de leerling, de leerkracht en de leerstof. Elke leerling heeft recht op onderwijs dat goed is afgestemd op zijn mogelijkheden. Wanneer er problemen ontstaan in het zich eigen maken van de lesstof, zal de noodzaak tot een goede afstemming toenemen. Passend onderwijs begint bij goed onderwijs. De leerkracht dient kennis te hebben van de ontwikkeling van kinderen en, in het kader van dit protocol, de rekenkundige ontwikkeling van kinderen. De school heeft de taak om goed af te stemmen op zijn leerlingen. Daar waar er problemen ontstaan, dient de school extra inspanning te verrichten om het onderwijs optimaal af te stemmen. Ouders en kinderen worden actief en vroegtijdig betrokken in het optimaal afstemmen van de onderwijsbehoefte. 2. Doel van het rekenwiskunde-onderwijs Het doel van het rekenwiskunde-onderwijs is het bereiken van functionele gecijferdheid. Functionele gecijferdheid is het adequaat kunnen handelen in functionele, dagelijkse situaties. Dit omvat meer dan goed kunnen rekenen. Rekenen is altijd ingebed in een functionele situatie. Rekenen is dus een vaardigheid om in de maatschappij goed te kunnen functioneren. 3. Definitie In het protocol ernstige rekenwiskunde diagnostiek (ERWD) van Van Groenestijn, Borghouts en Janssen wordt uitgegaan van de volgende definitie. Deze willen wij graag overnemen in dit protocol. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige rekenwiskunde-problemen en dyscalculie. Hieronder volgen beide definities. Ernstige rekenwiskunde-problemen Ernstige rekenwiskunde-problemen ontstaan wanneer het gedurende langere tijd niet lukt om de juiste afstemming te realiseren van het onderwijsaanbod op de onderwijsbehoefte van de leerling. Dyscalculie Er wordt van dyscalculie gesproken als ernstige rekenwiskunde-problemen ontstaan ondanks tijdig ingrijpen, deskundige begeleiding en zorgvuldige

pogingen tot afstemming. De problemen blijken hardnekkig te zijn. De rekenwiskundige ontwikkeling van de leerling wordt waarschijnlijk belemmerd door kindfactoren. 4. Doel van het protocol Het voorkomen van rekenwiskunde-problemen, de preventie, is een belangrijk aspect van het protocol. Daarnaast is het bieden van passende en effectieve begeleiding in situaties, waarin toch problemen ontstaan, erg belangrijk. Het goed afstemmen op de onderwijsbehoefte van de leerling is noodzakelijk. Dit protocol geeft handvatten om het rekenwiskunde-onderwijs zo goed mogelijk te kunnen afstemmen op de ontwikkeling van kinderen en zoveel mogelijk problemen te voorkomen. Tevens geeft het de weg aan naar onderzoek door een extern deskundige. Om het doel te specificeren zijn er hieronder een aantal subdoelen opgenomen. - Het bieden van passend rekenwiskunde-onderwijs aan alle leerlingen - Het bieden van handreikingen voor de preventie van rekenwiskundeproblemen - Het bieden van handreikingen en richtlijnen om problemen in de rekenwiskundige ontwikkeling vroegtijdig te signaleren en te verhelpen door de goede interventies te plegen - Het verhogen van de kwaliteit van de begeleiding van leerlingen met (ernstige) rekenwiskunde-problemen of dyscalculie en het verzamelen van de gegevens voor aanmelding voor extern onderzoek - Iedere leerling te brengen tot een passend, acceptabel niveau van functionele gecijferdheid. 5. Modellen voor goed rekenonderwijs Handelingsmodel Kinderen leren van volwassenen en van elkaar op vier verschillende niveaus van handelen.

Deze schematische weergave geeft het handelingsmodel weer van de rekenwiskundige ontwikkeling. Aan de hand van dit model kan de leerkracht gericht observeren en signaleren hoe de rekenkundige ontwikkeling verloopt. Het biedt ook aanknopingspunten voor het goed afstemmen op de onderwijsbehoefte van de leerling. Drieslagmodel Leerlingen hebben er baat bij de problemen die in de contextopdrachten verwerkt zijn op een systematische en gestructureerde wijze aan te pakken en op te lossen. Het drieslagmodel (Van Groenenstijn, 2002) biedt een duidelijke aanpak voor het probleemoplossend handelen. De drie kernwoorden zijn plannen, uitvoeren en reflecteren. Het is van belang om de kinderen te leren hoe zij met behulp van dit model opgaven leren oplossen. Dit protocol is bedoeld voor kinderen van groep 1 t/m groep 8. Een dyscalculieverklaring kan pas afgegeven worden vanaf groep 6.

6 Stappenplan protocol Gebaseerd op het stappenplan van het ERWD Fase Signalering Diagnostiek Begeleiding Fase 1 groen Leerling ontwikkelt zich gemiddeld of goed en functioneert in de grote groep. Resultaat: -: naar fase geel spoor 1 De leraar observeert de leerlingen volgens aanwijzingen in de methode. spoor 1 De leerkracht analyseert de resultaten op de bloktoetsen en het LOVS en stelt een groepsplan op. minimaal spoor 1 De begeleiding vindt plaats volgens aanwijzingen in de methode. Bij te weinig aantoonbare vorderingen gaat de leerling naar fase 1 geel. Fase 1 geel De leerling ervaart geringe rekenwiskundeproblemen op deelgebieden. Resultaat: +: naar fase groen -: naar fase oranje spoor 2 De leraar observeert dagelijks op specifieke onderdelen, houdt de vorderingen op toetsen en LOVS bij en analyseert de resultaten. spoor 2 De leerkracht analyseert de resultaten op de bloktoetsen en het LOVS en stelt een groepsplan op. De leerkracht stelt eventueel extra doelen op voor leerlingen met de verlengde instructie. spoor 2 De leerling krijgt extra begeleiding in de verlengde instructie Bij te weinig of geen aantoonbare vorderingen gaat de leerling naar fase 2 oranje. Een leerling met V of E moet door naar fase 2 Fase 2 oranje De leerling ervaart ernstige rekenwiskunde problemen op enkele of alle deelgebieden. Resultaat: +: naar fase geel -: naar fase rood spoor 3 De leraar observeert dagelijks op specifieke onderdelen, houdt de vorderingen op toetsen en LOVS bij en analyseert samen met de intern begeleider of rekencoördinator de resultaten. spoor 3 De leraar/intern begeleider voert een diagnostisch gesprek (handleiding na de toets van WIG) met de leerling, analyseert samen met de interne begeleider of rekencoördinator het resultaat en stelt een individueel handelingsplan op of vermeldt de leerling individueel in het groepsplan. spoor 3 De begeleiding wordt uitgevoerd door een rekenspecialist, IBer of ervarende leerkracht. De leerstof en de instructie worden afgestemd op de onderwijsbehoeften van de individuele leerling. Bij te weinig of geen aantoonbare vorderingen wordt de leerling aangemeld voor extern onderzoek. Vanaf E5 kan aanmelding onderzoek plaatsvinden. De leerling wordt vooraf besproken in het ondersteuningsteam SWV de Meierij. Er kan geen dyscalculie vastgesteld worden als er sprake is van co-morbiditeit of een lage intelligentie(<85) Eind fase oranje zijn papieren voor onderzoek ingestuurd. Fase 3 rood Extern Extern/intern Intern evt. extern De problemen zijn ernstig De externe onderzoeker De externe onderzoeker De begeleiding wordt uitgevoerd Het opstarten van een ontwikkelings-

en hardnekkig. De leerling wordt aangemeld voor extern onderzoek. Resultaat: +: naar fase oranje -: bijstellen handelingsplan en dyscalculieverklaring, naar fase 1. verzamelt informatie over de leerling en stelt verslag op. voert het diagnostisch onderzoek en geeft adviezen. De leerkracht stelt samen met de intern begeleider of de rekencoördinator een individueel handelingsplan op of vermeldt de leerling individueel in het groepsplan. door een rekenspecialist, IBer of een ervarende leerkracht. De leerstof en de instructie worden afgestemd op de onderwijsbehoeften van de individuele leerling. perspectief indien nodig. Extern: 7. Signalering Ernstige Reken-Wiskunde problemen en Dyscalculie Groep 1-2 okt-nov-dec-jan. jan/febr febr-mrt-apr-mei Juni Observeren en werken aan beginnende gecijferdheid Cito M1 M2 observatielijst KIJK! Observeren en werken aan beginnende gecijferdheid Cito E1 E2 observatielijst KIJK! Zijn de resultaten op niveau D/E of IV en V dan volgt diagnostisch onderzoek door IB-er en leerkracht of rekencoördinator, na analyse van de leerkracht en hulpvraag van de leerkracht. IB-er kan gebruik maken van Utrechtse Getalsbegrip Toets. Groep 3 sept-okt-nov jan Juni Observeer, automatiseer en toets Kennis telrij tot 20 Kennis van rekensymbolen Kennis van rekentaal Signaleer of kinderen kunnen vertellen wat ze doen en of ze hierin concreet kunnen handelen. Cito M3 Signaleer 1. Getallen en getalrelaties - Positiewaarde en positioneren - Tellen en samenstellen - Structureren in parten - Vergelijken 2. Hoofdrekenen - Optellen t/m 10 - Aftrekken t/m 10 - Vermenigvuldigen in context - Delen in context - Complexere toepassingen (combinatie bewerking) 3. Meten - Begrip van meten Cito E3 Signaleer 4. Getallen en getalrelaties - Positiewaarde en positioneren - Tellen en samenstellen - Structureren in parten - Vergelijken 5. Hoofdrekenen - Optellen t/m 20 - Aftrekken t/m 20 - Vermenigvuldigen in context - Delen in context - Complexere toepassingen (combinatie bewerking) 6. Meten - Begrip van meten en wegen

okt/nov jan/febr maart/april juni Groep 4-8 TTR: M4 M8 TTR of Cito basisbewerkingen: M4-M8 TTR: E4-E7 TTR of Cito basisbewerkingen: E4-E7 Leerlingen met een OPP vanaf E5 Citotoets 3.0 M/E versie of citotoets uit een lagere jaargroep Citotoets 3.0 M/E of citotoets uit een lagere jaargroep *Onvoldoende resultaten bij methodetoetsen: analyse door leerkracht met plan van aanpak. *Onvoldoende resultaten bij citotoetsen: Analyse halen uit Cito door leerkracht Aanvullende analyse met Cito en/of Maatwerk/Op weg naar rekenen/rekensprint door IB na hulpvraag van de leerkracht. 8. Dyscalculieonderzoek 8.1 Aanmelding Een aanmelding moet aan drie voorwaarden voldoen: - Uit het leerlingdossier blijkt dat de leerling op de laatste drie achtereenvolgende meetmomenten Cito E-scores of D-scores(nieuwe indeling V- scores)behaald heeft. (Bij hoogbegaafde leerlingen geldt dit criterium niet). - Er is sprake van een ernstige achterstand ten opzichte van leeftijd- en opleidingsgenoten. Er is bij dyscalculie sprake van een leerrendement lager dan 67%. - Er is gedurende minimaal 6 onderwijsmaanden planmatige en gespecialiseerde RT geweest. Deze hulp moet minstens twee keer per week gedurende minimaal een half uur per keer zijn geboden. Wanneer geen specifieke hulp aangeboden is, zal de diagnose dyscalculie niet direct na afloop van het diagnostisch onderzoek kunnen worden gesteld. Er kan tot een uitgestelde diagnose worden besloten. 8.2 Leerlingdossier dyscalculie Wanneer een leerling aangemeld wordt voor onderzoek dan wordt door de leerkracht /intern begeleider of rekencoördinator het leerlingdossier dyscalculie ingevuld. Dit dossier is te vinden op www.rekenstoornissen.nl. Voer in bij de zoekmachine: leerlingdossier dyscalculie. Bij te voegen documenten zijn: - Uitdraai leerlingvolgsysteem: compleet overzicht van alle vakgebieden vanaf M3 en kleutertoetsen. - Scores op methodegebonden toetsen met vermelding gebruikte methode. - Rapport met cijfers of niveaus van afgelopen schooljaren. - Handelingsplannen en overzichten extra hulp op het gebied van rekenen. - Eventuele handelingsplannen en overzichten extra hulp op andere gebieden. - Eventueel uitslag entreetoetsen - Eventueel andere onderzoeksverslagen

8.3 Kosten In overleg wordt er gekeken wie de kosten van het dyscalculie onderzoek betalen. In eerste instantie zijn de kosten (via de verzekering) voor de ouders of worden betaald uit de wijkgelden van de school. Incidenteel kan dit ook door het SWV. 9 Dyscalculiekaart Als eenmaal bij een leerling dyscalculie is vastgesteld krijgt hij/zij een dyscalculieverklaring. Op het moment dat de school in het bezit is van deze verklaring wordt er een dyscalculiekaart gemaakt voor deze leerling. Op deze kaart staan de faciliteiten waarvan de leerling gebruik mag maken. Deze kaart wordt bewaard in de leerlingenmap op de w-schijf bij de desbetreffende leerling en ook in Parnassys. 10. Extra begeleiding Behalve een dyscalculieverklaring heeft de leerling die in het bezit is van een geldige verklaring ook recht op extra begeleiding. Met de ouders zal besproken worden hoe de school daaraan tegemoet kan komen. 11. Nuttige naslagwerken - Protocol Ernstige RekenWiskundeproblemen- Mieke van Groenestijn, Ceciel Borghouts, Christien Janssen - Maatwerk - Op weg naar rekenen map behorend bij UGT Nuttige naslagwerken voor kinderen Wat staat er op Rekenhulpkaart 1F? De Rekenhulpkaart 1F biedt weetjes op de volgende gebieden: - Deel van een geheel - Lastige begrippen - Tijd - Meten - Tafels - Wegen - Inhoud www.tbraams.nl is een opzoekboekje Tipblad Wereld in getallen

Bijlage 1: observatielijst effectieve instructie tijdens rekenles

Bijlage 2: Dyscalculiekaart van Compensatie Ik mag gebruik maken van een strategieboekje. Ik mag gebruik maken van visuele ondersteuning.(bijv. kladpapier/ tafelkaart/ honderdveld/ MAB-materiaal/ kralensnoer) Ik mag gebruik maken van een rekenmachine. gebruik maken van een rekenmachine om deelstappen uit Ik krijg extra tijd bij toetsen. Meer toetstijd = 25% van de totale toetstijd Dispensatie Vermindering van het aantal opgaven bij methodetoetsen Bij toetsen wordt niet alleen de uitkomst, maar ook de berekening meegewogen. Bijzonderheden n.a.v. het onderzoek die belangrijk zijn:

Bijlage 3: toetsen voor Rekenen-Wiskunde Naam van de toets Schoolvaardigheidstoets Hoofdrekenen (SVT HR) T.de Vos Meetpretentie gr 3-8 Cotan genormeerd Met de Schoolvaardigheidstoets Hoofdrekenen (SVT HR) kunt u het niveau van de hoofdrekenvaardigheid van de leerling vaststellen. De SVT Hoofdrekenen is een cumulatieve toets en bestaat dus voor alle leerjaren uit hetzelfde rekenblad. Naarmate de schooljaren vorderen, komen de leerlingen steeds verder. U hebt dus slechts één toets nodig voor alle leerlingen. Schoolvaardigheidstoets Rekenen-Wiskunde T. de Vos en M. Milikowski Tempo Test Automatiseren Teije de Vos 3DM dyscalculie L.Blomert Nederlandse Dyscalculie Screener (NDS) M. Milikowski Cito toets Rekenen- Basisbewerkingen gr 3-8 Cotan genormeerd. bedoeld om rekenniveau vast te stellen. De Schoolvaardigheidstoetsen zijn de opvolgers van de voormalige DLE-tests. gr 3-8 2-8 3DM Dyscalculie is volledig computergestuurd; zowel de testafname als de scoring van de resultaten verloopt geautomatiseerd. Voor wie? 3DM Dyscalculie is bedoeld voor kinderen van groep 2 tot en met groep 8 van het basisonderwijs. Waarop verschilt de TTA van de Tempo Test Rekenen? De TTA is de opvolger van de Tempo Test Rekenen (T.T.R.). De TTA verschilt op de volgende punten van de T.T.R.: de TTA is een geheel nieuwe test, alle items zijn nieuw de TTA is opnieuw genormeerd de TTA is uitgerust met een analyseprogramma elke hoofdbewerking (plus, min, keer, deel) van de TTA staat op een apart blad de afname van de TTA duurt 2 minuten per hoofdbewerking in plaats van 1 minuut, waardoor de leerling meer opgaven kan maken. 3DM Dyscalculie: een cognitieve analyse van het rekenen test niet alleen de rekenvaardigheid van een kind, maar kijkt daarnaast vooral naar de cognitieve voorwaarden die belangrijk zijn bij het leren rekenen. De analyse en beoordeling van de cognitieve voorwaarden voor rekenen maakt het mogelijk de test te gebruiken voor een evaluatie van rekenproblemen in het algemeen en meer specifiek voor een indicatie van dyscalculie. 6-7-8 Wat is de NDS? Met de Nederlandse Dyscalculie Screener (NDS), voorheen bekend als Screeningsinstrument Dyscalculie (SID), kunt u leerlingen opsporen die een verhoogd risico op dyscalculie hebben. De uitslag kan aanleiding geven tot verder diagnostisch onderzoek. De NDS is ontworpen door dr. Marisca Milikowski en drs. Stephan Vermeire, specialisten in reken- en dyscalculieonderzoek. De NDS is een tempotest, bestaande uit 8 subtests die elk één minuut duren. Deze testjes onderzoeken het gemak en de snelheid waarmee eenvoudige numerieke taken worden verricht, zoals tellen en getallen op grootte vergelijken. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat dergelijke elementaire vaardigheden goede voorspellers zijn van meer complexe rekenvaardigheid. 3-8 Digitaal In groep 3 en 4 maken de leerlingen alleen opgaven in de categorieën optellen en aftrekken. Vanaf groep 5 komen daar vermenigvuldigen en delen bij.