Panel Tecnam P 2002-JF 1 Suction indicator (Vacuummeter) 2 Trim keuze schakelaar (Links of rechts) 3 Trim stand aanwijzer 4 Toerenteller (Propeller) 5 VOR 1 (Met glideslope) 6 Urenteller (Hobbsmeter) 7 Snelheidsmeter 8 Kunstmatige horizon 9 Hoogtemeter 10 VOR 2 11 Ventilatie opening 12 Gashandle links 13 Turn and bank indicator 14 Koerstol 15 Stijg- daalsnelheidsmeter (VSI) 16 Klok 17 Cabine verwarming 18 Master en generator schakelaar 19 Brandstofpomp schakelaar 20 Magneten 21 Choke 22 Carburateur voorverwarming 23 Gashandle frictie 24 Gashandle rechts 25 Magnetisch kompas 26 Trim hoofdschakelaar 27 Avionicshoofdschakelaar 28 Flaps positie aanwijzer 29 Generator licht 30 Avionics (Radio s, VOR s en Transponder 31 Flapschakelaar 32 Schakelaar landingslicht 33 Schakelaar strobelight (beacon) 34 Schakelaar navigatielichten 35 Cylinderkop temperatuur 36 Olietemperatuur 37 Oliedruk 38 Tankinhoud links 39 Tankinhoud rechts 40 Voltmeter 41 Brandstofdruk meter 42 Buitentemperatuur 43 Amperemeter 44 Zekeringen (Popup) 45 12 Volt stekkerbus 46 Ventilatie opening Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 7
Hoofdstuk I: Procedures Tecnam P2002 JF Het is aan te bevelen de in rood gedrukte oefeningen op een hoogte van 2500 ft uit te voeren. ALGEMEEN:Voor alle oefeningen geldt het volgende: ORIENTATIE: Bepaal waar je de oefening wilt doen en vlieg daar naar toe, gebruik de evt. bocht als uitkijkbocht. Bij de meeste oefeningen moet de koers constant blijven, dus kijk op de koerstol voor je begint en hou deze koers vast gedurende de oefening en/of neem een oriëntatiepunt buiten. VEILIGHEID: Kijk voor en tijdens de oefening goed om je heen voor ander verkeer. De Tecnam heeft goed zicht door de glazen cockpitkoepel naar alle kanten, zodat puur een uitkijkbocht vaak niet noodzakelijk is.kijk voor je gaat draaien altijd in de richting van de bocht en ga dan pas draaien! HOOGTE: 1500 ft MAX geldt dicht bij ons veld (Schiphol TMA). Overweeg naar het zuiden te vliegen(tma-d) als je hoger wilt, zoals bij overtrekoefeningen. TECHNIEK: Check regelmatig de motorinstrumenten en de tankinhoud(l/r). Check ook elke 15 min. de koerstol en vergelijk met het bolkompas. Terminologie: Neusstand ------------ pitch Neusstand voor hor. vlucht ------------ cruise pitch,(crz.pitch) klim vlucht ------------ climb pitch,(clb.pitch) breng neus omhoog/omlaag ------------ pitch up/down uitrollen: zorgen voor 0 helling ------------ roll out: wings level Foto 1 Horizontale vlucht. 1. cruise pitch (zie foto) 2. wings level, hoogte/richting constant 3. power:2000 RPM, ca.100 kts 4. trim 5. Balletje in het midden. Tijdens de horizontale vlucht beoefenen: haakeffect, het effect van de Carburator voorverwarming(c.v.v.), het vermogen (slipstroom), flaps en trim. Overgaan in de klim(snelheid 100kts---70kts) Foto 2 1. Neus rustig in stand voor de klimvlucht zetten (zie foto) en daar vasthouden. Attitude 2. Bij ca.75 kts vol gas geven. (Rechts voeten!) Power 3. wings level, bal in het midden 4. trim voor 70 kts Trim 5. Blijf uitkijken, controleer snelheid met neusstand 6. Koers vasthouden 7. Na elke 500 ft hoogtewinst, koers ca. 20º-30º naar R en L verleggen, met max. 10º helling om uit te kijken. Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 8
Horizontaal komen na de klim(snelheid 70kts---100kts) 1. 20 ft. Vóór gewenste hoogte neus omlaag brengen(zie foto 1), 2. Snelheid loopt op. Attitude 3. Bij 100 kts moet je course-pitch hebben. 4. Even voor 100 kts gas terug naar ca. 2000 RPM (voeten) Power 5. Aftrimmen Trim 6. Blijf uitkijken, controleer neusstand, hoogte, en koers. Overgaan in de glijvlucht. Foto 3 1. Gas rustig dicht - richting houden met voeten, wings level! Power 2. Neus omhoog brengen,hoogte vasthouden. 3. Bij 68 kt neus naar beneden voor glijvlucht (zie foto) Attitude 4. Aftrimmen. Trim 5. Blijf uitkijken, controleer neusstand, snelheid, koers. 6. Bij lange daling elke 1000 ft. de motor doorblazen. (Tijdens oefeningen om de 500ft.) Horizontaal komen uit de glijvlucht. 1. Ca. 100 ft vóór gewenste hoogte c.v.v. koud, en gas bijgeven tot 2000 RPM Power 2. Neus in glijstand houden (rechts voeten!). Snelheid loopt op tot 100 kts. 3. Ongeveer 20 ft vóór gewenste hoogte neus omhoog brengen(crs. pitch) Attitude 4. Aftrimmen. Trim 5. Blijf uitkijken en controleer neusstand, hoogte, snelheid en koers. Overgaan in de daalvlucht. Opmerking: Bij daalvlucht zelf bepalen welke daalsnelheid gewenst is en met welke voorwaartse snelheid; 80kts tot 100kts is normaal. Hoe minder vermogen, hoe groter de daalsnelheid. Daalvlucht met ca. 500 ft /min 1. Gas terug naar ca. 1700 RPM. Power 2. Neus rustig omlaag brengen. (zie foto) Attitude 3. Regel je snelheid nu met pitch 4. Geen trimverandering,snelheid blijft immers gelijk. Trim 5. Neem je nu gas terug, dan moet de neus naar beneden 6. om je snelheid vast te houden en krijg je een hogere 7. daalsnelheid. Foto 4 Overgaan in de horizontale vlucht. 1. ca. 50 ft vóór gewenste hoogte c.v.v. koud. 2. 20 ft vóór gewenste hoogte rustig gas bijgeven tot 2000 RPM. Power 3. Gelijktijdig neus omhoog brengen tot crs. pitch Attitude 4. Blijf uitkijken en controleer koers, snelheid, hoogte. Trim Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 9
Doorblazen van de motor (uitgaande van de glijvlucht) 1. Rustig gas vol open. (Rechts voeten) 2. Houd snelheid op 68 kts, neus omhoog brengen (clb.pitch) 3. Koers vasthouden, rechts voeten. 4. Als gas vol open is met de neus in clb.pitch, gas terug naar idle en rustig de neus laten zakken 5. Snelheid moet 68kts blijven gedurende de hele oefening,motor zal hierdoor opwarmen. Overgang naar lagere snelheid zonder flaps (100-!70kt) 1. CVV on. 2. 1500 RPM,iets links voeten, neus omhoog brengen,snelheid loopt terug. 3. Hoogte constant houden. Neus naar ca. 1 vinger onder de horizon. 4. Net voor je 70 kts hebt, gas bijgeven maar houdt pitch vast(ca.1700rpm) 5. Aftrimmen, controleer hoogte, koers, wings level 6. Houdt pitch constant,zorg dat snelheid 70 kts blijft,met juiste vermogen 7. blijf je op hoogte. Vliegen met minimale snelheid. (MCA = minimum controllable airspeed) 1. c.v.v on / warm. 2. 1200 RPM, (voeten) neus langzaam omhoog brengen,hoogte vasthouden. 3. Hoge neusstand vasthouden, bij 50kts, RPM ca. 1900,(voeten) 4. Hoogte/ snelheid vasthouden (Vst = 39 kts ) Note: vliegtuig kan licht trillen, wellicht af en toe stall-warning Overgang lagere snelheid met flaps (100kts---60Kts) 1. C.V.V. - on 2. Gas 1200 RPM,snelheid loopt terug,hoogte vasthouden 3. Flaps vol, evt. in stappen (check max flap speed 67 kts) note: denk aan ballooning effect van flaps, dus neusstand moet stuk lager. 4. Gas bijgeven (flaps veroorzaken veel weerstand) ca.1900rpm 5. Koers vasthouden, wings level, aftrimmen. Overgang naar hogere snelheid (60---100Kt), flaps ophalen 1. Vol gas, C.V.V -- OFF (voeten!) 2. Flaps 15º 3. Neus langzaam omlaag brengen, snelheid loopt op 4. Flaps op, ( check max flap speed 67 kts) 5. Neus weer terug naar crz-pitch, gas terug naar 1900 RPM (voeten!) 6. Trim, controleer hoogte, koers, snelheid Normale bochten. 1. Uitkijken, check koers/oriëntatiepunt 2. Rol helling aan tot 30º, beetje voeten. Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 10
3. Eenmaal in bocht, neusstand iets hoger 4. Blijf uitkijken en controleer neusstand, helling hoogte, bal in het midden. 5. ca. 10º voor beginkoers weer uitrollen 6. (neus weer iets lager, geen voeten meer) Klimmende bochten. (Eerst klimvlucht inzetten) 1. Als normale bocht, echter met maximaal 15º helling. 2. Het vliegtuig heeft de neiging door te rollen (rollen afstoppen). 3. Blijf uitkijken en controleer snelheid, helling, hoogte en bal in het midden. Glijdende bochten. (Eerst glijvlucht inzetten) 1. Als normale bochten, helling tot maximaal 30 0. 2. Het vliegtuig heeft de neiging af te rollen (afstoppen met rolroer). 3. Blijf uitkijken en controleer snelheid, helling en bal in het midden. Dalende bochten. (Eerst daalvlucht inzetten) Zie glijdende bochten, echter nu met gewenst vermogen. CHECK GEDURENDE DE BOCHTEN OOK UW VSI, JAAG NIET ACHTER DE NAALD AAN!!!! CORRIGEER OP NEUSSTAND EN ZORG DAT DE HELLING CONSTANT BLIJFT! De overtrek. VSI = Vertical Speed Indicator Voor de overtrek controleer: Binnen de cockpit. Fuel pump on (benzinepomp aan). Magnetos both (magneten op beide). C.V.V. - on (c.v.v. warm). Motorinstrumenten - groene indicatie. Flaps - up. Selecteer volste tank. Geen losse voorwerpen. Riemen vast. Buiten de cockpit A P O S A = Altitude (Dbo: hersteld boven 2000 ft. -Solo: hersteld boven 3000 ft.!!!) Indien onder Schilhol TMA 1 niet hoger dan 1500 ft!! P = Positie niet boven: - bebouwde kommen steden en dorpen. - industriegebieden en kunstwerken. - mensenverzamelingen. - bevolkte stranden. - vliegvelden. - in de buurt van andere vliegtuigen. - boven of tussen meer dan 4/8 bewolking. - open water Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 11
O =Orientation S = Skyclear Bepaal je koers voor de oefening en/of oriëntatiepunt nemen Kijk goed uit voor ander verkeer, uitkijkbocht indien nodig. Ingaan van de overtrek 1) Check koers, wings level. 2) C.v.v. on, gas dicht, (voeten!, koers vasthouden). 3) Neus langzaam omhoog brengen, hoogte vasthouden. 4) Note : zie ook oefening: Overgang naar lagere snelheid. 5) Snelheid loopt terug naar stall-speed. N.B. stall-warning, trillingen Ga verder met: HERSTEL VAN DE OVERTREK NOTE: overtrekken van een vliegtuig. is het overschrijden van de kritieke invalshoek. Dus de eerste actie moet altijd zijn: NOSE DOWN! Herstel van de overtrek zonder vermogen (FULL STALL) Hoogteverlies ca. 400ft. 1) Stall-warning komt eerst aan, dan op het moment dat de neus wil wegvallen of het vliegtuig gaat 2) trillen/schudden: NOSE DOWN, invalshoek verkleinen 3) Eventuele WINGDIP tegengaan met voeten, NIET met rolroer! 4) Breng neus onder de horizon, snelheid gaat oplopen; stall is hersteld. 5) Nu bij veilige snelheid, neus omhoog, vol gas en terugklimmen naar uitgangshoogte 6) Check configuratie en instruments, CVV and fuel pump off. Herstel van de overtrek met vermogen (FULL STALL) Hoogteverlies ca. 100ft. 1) Op het moment dat de neus wil wegvallen, NOSE DOWN, invalshoek verkleinen neus ongeveer op de horizon) 2) Eventuele wingdip tegengaan met voeten, NIET met rolroer. 3) Vol gas, CVV --off (voeten!) 4) Neus omhoog brengen,(check speed), terug klimmen naar uitgangshoogte 5) Check configuratie en instruments, CVV en fuel pump off Ingaan van de overtrek met full flaps (FULL STALL) 1) Check koers, wings level 2) Reduceer snelheid met RPM ca.1500 tot 3) Selecteer full flaps, hoogte vasthouden (ballooning effect) 4) Flaps full, dan gas dicht, houd richting met voeten. 5) Hoogte vasthouden tot de overtrek, stall-warning klinkt. Herstel van de overtrek ( full flaps) met vermogen. Hoogteverlies ca. 100 ft. 1) Op het moment dat de neus wil wegvallen: NOSE DOWN, breng neus iets onder de horizon 2) Mogelijke wingdip opvangen met voeten, NIET met rolroer 3) Vol gas, CVV - off (Voeten!). 4) Check speed: bij oplopende snelheid neus langzaam omhoog brengen en flaps in stappen ophalen 15 0 bij 55 kts UP bij 65 kts 5) Klim terug naar uitgangshoogte en accelereer naar kruissnelheid. 6) Check configuratie en instruments, CVV en fuel pump off Approach to Stall in naderings configuratie. Hoogteverlies 0 ft (zo klein mogelijk) Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 12
1) (Configuratie zoals op downwind/baseleg) 2) Checks zoals bij de overtrek. 3) Check voor ander verkeer. 4) Gas naar 1300 RPM, CVV --ON, (voeten), snelheid loopt terug, blijf op hoogte. 5) Flaps 15º bij <67 kts. 6) Herstel bij stallwarning: NOSE DOWN, vol gas, CVV --OFF N.B. neus niet te laag zetten, denk aan voeten! 7) Check speed, indien oplopend, flaps UP 8) Check hoogte, evt terugklimmen naar beginhoogte 9) Terug naar kruisvlucht, 2000RPM, 100 kts 10) Check configuratie, instruments, CVV en fuel pump off. Approach to stall in een dalende bocht met een helling van 20. 1. Checks zoals bij de overtrek. 2. Check voor ander verkeer. 3. Gas naar 1300 RPM, CVV --ON, (voeten), snelheid loopt terug, blijf op hoogte. 4. Flaps 40º bij <67 kts. 5. Rustig helling aanrollen tot 20º, gas dicht en blijven trekken. 6. Herstel bij stallwarning: neus laten zakken en helling afrollen met voeten, 7. vol gas, CVV --OFF 8. N.B. neus niet te laag zetten, denk aan voeten! 9. Check speed, indien oplopend, flaps UP 10. Check hoogte, evt terugklimmen naar beginhoogte. 11. Terug naar kruisvlucht, 2000 RPM, 100 kts 12. Check configuratie, instruments, CVV en fuel pump off. Wingdip. 1) Interne checks zoals bij de overtrek 2) A P O S! 3) Ga vliegen met minimum controllable airspeed. (MCA) 4) De instructeur zal dmv. richtingsroeruitslag een wingdip veroorzaken. In de meeste gevallen zal het vliegtuig zelf een wingdip vertonen. 5) Breng het vliegtuig weer wings level door tegenvoeten te geven en gelijktijdig de neus te laten zakken. Geen rolroer gebruiken! Pas op, niet tegenvoeten blijven geven want dan rolt het vliegtuig net zo hard de andere kant op! Herstel uit de spiraalduik. 1) A P O S! 2) Zet een steile bocht in en rol door tot 60º helling. 3) Tijdens het doorrollen niet aan de stick trekken. 4) Het vliegtuig zal nu met toenemende snelheid in een spiraalduik komen. 5) Herstel door het vliegtuig wings level te rollen, tegelijk gas dicht en CVV --ON 6) Voorzichtig optrekken uit duikvlucht. 7) Check speed, gele band is 110-138 (Vne) 8) Klim weer naar de uitgangshoogte. Steile bochten. (Bepaal koers en check in de richting van de bocht, sky free!) Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 13
1) Tot 30º helling als een normale bocht. 2) Bij 30º helling door blijven rollen tot 45º, meer voetenstuur en tegelijk 50 RPM gas bijgeven en neus iets omhoog brengen (meer back-pressure). 3) Blijf uitkijken en controleer snelheid, helling, hoogte, neusstand en bal in het midden. 4) 20º voor gewenste richting beginnen met uitrollen. 5) Verminder voetenstuur en verminder geleidelijk de back-pressure 6) Terugrollend door 30º helling, gas 50 RPM terug. De start. 1. Check final clear and runway clear 2. Rijd naar het midden van de baan, recht oplijnen. 3. Check koerstol (juiste baanrichting) en windrichting. 4. Neem een oriëntatiepunt richting het eind van de baan 5. Geef rustig, maar gedecideerd vol gas, rechts voeten! check RPM min 2100. 6. Stuur met voeten, bij cross-wind: stick in the wind! 7. Bij 35 kts neuswiel ontlasten (bij grasbanen ) 8. Bij 45 kts (Vr) roteren, neus omhoog en vltg. vliegt zichzelf los 9. Na het loskomen even remmen en neus iets drukken, laat snelheid oplopen tot 65 kts, 10. overgaan in klimvlucht, trimmen voor 65 kts 11. 300 ft Flaps UP 12. Fuel pomp - OFF (In het circuit pomp aan laten staan.) 13. CVV - OFF (check) 14. Klim uit met 70 kts, check slip (bal in het midden) 15. Op 680 ft neus rustig in geschatte positie zetten voor de horizontale vlucht (circuit op 700 ft). 16. Bij een snelheid van 75 kt gas terug naar 1700 RPM. 17. Aftrimmen. 18. Check neusstand, snelheid, hoogte, richting, bal in het midden, wings level Het circuit: 1. Uitkijken is in het circuit zeer belangrijk, linkerbochten zijn standaard. 2. Klim na de start door naar 700 ft. Indien het circuitgebied krap is, maak klimmende bocht, (Zie voorschriften en de VFR gids) 3. Op 700 ft. Horizontaal komen (75 kt, ca 1600 rpm) 4. Uitkijken en draai in naar crosswind met 30º helling. 5. Uitkijken en draai in naar downwind met 30º helling. 6. Kijk op downwind naar evt. invoegend verkeer. Downwindverkeer heeft voorrang. 7. Downwindchecks: -Remmen op normale tegendruk controleren. -Benzinepomp aan. -CVV ON (iets gas bijgeven) -Instrumenten controleren. 8. Flaps 15º, eerst wachten tot < 80 kts ) Snelheid 65 kts 9. Indraaien naar baseleg met 30º helling. 10. Op baseleg gas terug naar ca 1200 RPM en met 65 kts zakken naar 500 ft. Trim neus iets omhoog. 11. draai tijdig in naar final met 25º à 30º helling zodat u recht voor de baan komt. 12. Op final, full flaps, speed 55 kts. (check snelheid in white arc!!). 13. Vlieg een stabiel glijpad, mikpunt iets voor de baandrempel. 14. Correcties met vermogen en neusstand FLAPS NOOIT TERUG HALEN. INDIEN AANVLIEGEN NIET GOED GAAT: Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 14
MAAK OVERSHOOT = WAVE-OFF = NEUS NAAR KLIMSTAND, VOLGAS EN FLAPS 15 o. De landing 1) Houd glijpad en snelheid vast tot ca 1 meter boven de baan. 2) Gas nu langzaam dicht, neus ophouden terwijl speed afneemt(afronden/afhouden) 3) LANDING ATTITUDE vasthouden! Niet de neus laten zakken voor correcties 4) Houd de richting vast met voeten. 5) Touch-down op de hoofdwielen, dan neuswiel landen, stick getrokken houden Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 15
Glijlanding vanaf circuithoogte Downwind checks zoals gewoonlijk, alleen flaps ingetrokken laten. Methode 1 1. Vlieg zodanig dicht op het veld, dat het begin van de baan achter de vleugel zichtbaar wordt op de plaats waar rolroer in flaps overgaat. 2. Draai naar baseleg en als hoogte en afstand voldoende zijn, gas dicht! Snelheid 65 kts. 3. Draai naar final, als je zeker de baan gaat halen, geef dan full flaps, druk de neus en mik dan op begin van de baan. 4. Daalsnelheid is nu hoger, dus iets eerder beginnen met afvangen. Methode 2 Indien het circuit het niet toe laat om dichter op het veld te vliegen dan als volgt handelen: 5. Downwind checks exclusief flaps. 6. Vlieg het normale circuit af, maar blijf op 700 ft met 1600 RPM (ook op baseleg) 7. Vlieg op final horizontaal naar het veld. 8. Zo gauw het begin van de baan onder de neus verdwijnt; gas dicht, 65 kts, 9. Verder als hierboven. Flapless landing. 1. Downwind checks (geen flaps) 2. Op baseleg zonodig iets minder dan 1200 RPM (snelheid 70 kts) om ca 100 ft lager dan normaal op final te komen. 3. Final 70 kts 4. Mikpunt is begin van de baan, vlieg een stabiele pitch, weinig vermogen nodig door de verminderde weerstand. 5. U moet te allen tijde het begin van de baan kunnen zien. Voorkom te lage nadering, u kunt dan de baan niet meer zien. 6. Vroegtijdig gas dicht, vliegtuig zweeft lang door, lage neusstand! 7. Laat de kist naar de baan zakken. In tegenstelling tot de normale landing wordt niet vol doorgetrokken om te voorkomen dat de staart de grond raakt. De kist moet met het neuswiel vrij van de grond geland worden. Na de landing blijven trekken zodat het neuswiel ontlast blijft. Storing na de start EFATO (< 500 ft). Zie onder EMERGENCY PROCEDURES (EFATO) De noodlanding. 1. Neus ophouden tot 68 kts (snelheid voor de beste glijhoek) en aftrimmen. 2. Zoek geschikte landingsplaats,houd rekening met wind en obstakels, 3. manoeuvreer naar downwind 4. Trouble checks: -Pomp aan, check fuel -Magneten (links / rechts) -Carburateur verwarming aan. -Tankschakelaar andere tank, tenzij leeg. Manoeuvreer om je 1000 ft-punt op downwind te bereiken, indien mogelijk Deze eerste drie punten moeten zeer snel uitgevoerd worden (binnen 15 sec) Het hoogteverlies is dan slechts 100ft indien men de overspeed tot 68 kt benut. Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 16
5 Houd de gekozen landingsplaats in zicht, leg downwind niet te ver weg, check voortdurend hoogte en afstand, speed 68 kt 6 - Check dan: -Masterswitch ON. -Indien propeller stil staat: motor starten. -Bij windmillen: magneten - check magneet 1 en 2 afzonderlijk. -Riemen vast. Passagier waarschuwen. 7 - Radio Noodoproep; -op de frequentie die actief is, of 121,5 MHz. 8 - Voor de landing: Crash-drill: -Benzinekraan dicht. -Fuel pump -- OFF -Magneten af. -Riemen vast / Noodhouding passagier -Kap niet ontgrendelen (niet openen!). 9 - Na het selecteren van de flaps ; masterswitch -- OFF 10 - Na de landing het vliegtuig zo snel mogelijk verlaten en blijf op voldoende afstand, tot je er zeker van bent dat er geen brand is of kan ontstaan. 11 - Sluit het vliegtuig af en waarschuw:politie, - I.V.W., -Vliegschool Hilversum. Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 17
De voorzorgslanding. Een short-field landing met normaal werkende motor buiten een vliegveld 1 - Zoek een geschikt veld,zet daling in en doe approach/downwind checks,nog geen flaps 2 Veldinspectie:vlieg upwind rechts langs het veld op ca.200 ft. - Veld liefst tegen de wind in. - Geen obstakels. - Vrije in- en uitvliegstrook. - Koers onthouden. 3 - Indien mogelijk terugklimmen naar 700 ft. 4 - Vlieg een normaal circuit, maar blijf binnen zichtafstand van het veld. 5 - Op downwind ook de kap unlocken, schouderriem vast, geen losse voorwerpen in de cockpit. 6 - Op final full flaps en lage snelheid, 50 kts, hoger vermogen dan normaal (Tijdens training en examen: snelheid 55 kts) 7- Voorkom een te kleine daalhoek. Vlak voor de landing snelheid naar 45 kts. 8 Houd snelheid vast met vermogen, ca 1200RPM, tot vlak boven de grond. 9 - Gas dicht en stick goed doortrekken, houdt richting met voeten! 10 Hard remmen voor korte landing roll, terwijl de stick naar achter getrokken blijft. 11 - Vliegtuig verlaten, afsluiten en waarschuw: - Politie. - IVW. - Vliegschool Hilversum. 14 - Indien u met een passagier vliegt, zet dan altijd iemand op wacht. De doorstart na de landing. (Touch and Go) 1 Na landing, neuswiel op de grond: flaps 15 0, dan vol gas en CVV --OFF koud. (bij wat late landing: eerst volgas, dan CVV -- OFF en flaps 15 0 ) 2 Richting houden met voeten!!! (Slipstroom!!!) 3 - Houd de neus licht getrokken maar houd het vliegtuig op de grond. 4 Roteer bij 45 kts, verder als normale start. De Overshoot. ( wave off vlak voor de landing) 1 - Neus in lichte klimstand. 2 - Geef vol gas en CVV -- OFF (voeten!) 3 - Flaps 15 0. (4 sec. van 40 naar 15)) 5 - Verder normale after take off checks, op 300 ft flaps up en 400 ft pomp af, RPM 2000 De GO-around. (beslissing op final / short final) Als de overshoot plus: 1 - Klim terug met 70 kts naar 700 ft 3 - Indien er geen goed zicht is op een evt. startend vliegtuig onder u mag de koers verlegd worden om alsnog goed zicht op hem te houden 4 Volg verder de circuitprocedures. Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 18
De Crosswind landing. ( X-wind ) Algemene regel: Bij veel X-wind of turbulentie, minder flaps en hogere snelheid op final 1 - Op final moet je opsturen voor de wind om recht op de baan aan te vliegen.bij indraaien naar final is je initieele mikpunt re. of li. van de middellijn van de baan 2 - Tijdens afronden met voeten de neus recht trappen en tegelijk helling aanrollen naar de wind toe om de drift tegen te gaan. 3 - Tijdens het afronden scherp opletten of de neus nog wel evenwijdig met de baanas ligt en het vliegtuig midden op de baan blijft. 4 Land eerst op het upwind hoofdwiel, dan andere wiel, dan neuswiel en hou de stick naar de wind toe (stick in the wind) tot aan taxi-snelheid. 7 - Draai van de baan af en doe de after landing checks. 8 - Tijdens taxiën de juiste stick handling. Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 19
Hoofdstuk V Vlieggegevens. Algemeen: A. Symptomen van ijsafzetting in de carburateur Bij vochtige lucht is de carburateur gevoelig voor ijsafzetting, hetgeen te constateren is door: -Teruglopen van toerental. - Ruw lopende motor. - Bij ralenti toeren (taxiën, landing) neiging tot afslaan van de motor. -Als de aanwijzing op de mengselinlaat temperatuurmeter minder dan 5 0 C is (onder extreme condities minder dan 10 0 C). - Daling van de cilinderkop temperatuur. B. Gebruik van de carburateur voorverwarming In geval van te verwachten of reeds geconstateerde ijsafzetting c.v.v. op warm zetten gedurende 30 seconden. Na deze handeling het toerental nauwkeurig observeren. De volgende mogelijkheden kunnen zich voordoen: - Het toerental loopt 100 tot 150 RPM terug en blijft daarna op dit lagere toerental staan. In dit geval heeft er geen ijsafzetting plaatsgevonden en kan derhalve de c.v.v, weer op koud gezet worden. - Het toerental blijft constant, in dit geval heeft er wel ijsafzetting plaatsgevonden, zij het weinig. De c.v.v. zover uit laten staan dat de mengselinlaat temperatuur boven de ca.10 0 C komt. (alleen van toepassing bij carburateur temperatuur meter) - Het toerental wordt hoger dan het oorspronkelijke (evt. na eerst even iets te zijn teruggelopen). Er heeft nu veel ijsafzetting plaatsgevonden. Na verwijdering ervan de c.v.v. indien nodig op warm laten staan om verdere ijsafzetting te voorkomen. Opmerking 1.Als met de c.v.v. constant op warm gevlogen wordt, moet het mengsel armer gemaakt worden, zodat de motor regelmatig blijft lopen 2. Indien er gevlogen wordt met een buitenlucht temperatuur van ca. 0 0 C, is het niet raadzaam de c.v.v gedeeltelijk te gebruiken. IJs in kristalvorm zal smelten, waardoor de vochtigheidsgraad sterk oploopt. Als er nu ijsvorming optreedt, zal deze zo zwaar zijn dat gedeeltelijke c.v.v. niet voldoende is. 3. Het gebruik van de c.v.v. op de grond moet zoveel mogelijk vermeden worden, aangezien met de c.v,v. op warm geselecteerd, de lucht niet gefilterd wordt, wat de kans op beschadiging van de motor kan geven. 4. Bij vluchten in zware regen moet de c.v.v. op warm gezet worden, om te voorkomen dat er te veel water binnenkomt, waardoor de motor af kan slaan. Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 24
HOOFDSTUK VIII Speciale Procedures. A. Crosswind Take-off Knuppel naar de wind Richting met voetenstuur Neuswiel op de grond houden tot snelheid 50 kt Lostrekken zodanig dat de wielen de grond niet meer raken. Landing Flaps niet meer dan 15º. Krab-methode: aanvliegen met opstuurhoek en pas op het laatste moment de kist recht trappen en knuppel naar de wind. B. Vliegen in turbulent weer Na de landing: houdt neuswiel op de grond. Snelheid maximaal 110 kt. Aanbevolen snelheid is 96 kt.(maneuvering speed) Riemen vast. De eerste start van de dag (koude start) met de Tecnam P2002-JF) Bij temperaturen onder de 10ºC, wordt aanbevolen volledig choke te geven en het gas volledig te sluiten. (Anders werkt de choke niet). Dan starten met startsleutel en deze vasthouden tot dat de motor echt loopt. Laat u de sleutel te vroeg los slaat de motor weer af. Boven de ± 10ºC minder choke b.v. ½ of ¾. Als de motor nog een beetje warm is dan de choke dichtlaten. Het gas op ¼ cm (voor 1000 RPM) en starten. De motor zal dan gelijk aanslaan. D. Short-field take-off 1-15º Flaps. 2 -Voeten op de rem. 3 -Vol vermogen. 4 -Remmen los. 5 -Neus lostrekken bij 27 kt. 6 -Uitklimmen bij 45 kt 7 -Snelheid op laten lopen tot 65 kt en dan op 300 ft. flaps up. E. Soft-field take-off 1-15º Flaps 2 -Voeten op de rem. 3 -Vol vermogen. 4 -Remmen los en neuswiel ontlasten met de knuppel. 5 -Bij 30 kt vol flaps en neuswiel vrij van de grond trekken. 6 -Vlak boven de grond acceleren naar ca. 55 kt. 7 -flaps terug naar 15º (4 sec), acceleren naar 65 kt. 8-300 ft - acceleren 70 kt, flaps up...etc. Januari 2012 VLIEGSCHOOL HILVERSUM 34