Creditmanagement Trendmeter 12



Vergelijkbare documenten
Creditmanagement Trendmeter 13

Nederlands bedrijfsleven: maak faillissementsfraude snel openbaar

Nederlands bedrijfsleven: maak faillissementsfraude snel openbaar

Creditmanagement Trendmeter 14

Iedereen is manager! Managerstitels voor alledaagse beroepen

Creditmanagement Trendmeter 14

Wat wil jij dat er echt verandert? onderzoek naar verandering

De bekendheid van R-net in de Randstad

Kinderen en Energie Hoe energiebewust zijn kinderen en tieners?

De hel onder vuur. Resultaten opinieonderzoek onder christenen. april De hel onder vuur B14516 / april 2012 Pag. 1

Eindrapportage verantwoord lenen Onderzoek naar houding en gedrag consumenten

Nederland en de Islam: onbegrepen en moeizaam

Rapportage Onderzoek betaaltermijnen en betaalgedrag MKB Uitgevoerd door Direct Research In opdracht van Betaalme.

Ondernemers staan open voor bedrijfsverkoop, maar moeten mentaal nog een drempel over

Brancheonderzoek Stand van zaken onder exporterende bedrijven.

Rapportage Onderzoek MKB en ZZP. Uitgevoerd door Direct Research in opdracht van Betaalme.nu Mei 2017

Rapportage. Peiling onder mkb ers en zzp ers. 20 april 2017

COUNTRY PAYMENT REPORT 2015

Rekenen Groep 4-1e helft schooljaar.

WERKNEMERS EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID

Branche onderzoek Stand van zaken in de groothandel.

Branche onderzoek Stand van zaken in de bouw.

Onderzoek finance & sales Bedrijven laten (onnodig) geld liggen.

CLIËNTTEVREDENHEIDSONDERZOEK OVAL December 2014 Marij Tillmanns GfK 2014 CTO Oval December 2014

DE IMAGO BLAUWDRUK ICT & ARBEIDSMARKT 2013

Openingstijden Stadswinkels 2008

Kredietverzekeringen: de feiten op een rij

Gemeente Roosendaal. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Onderzoeksrapportage. 26 juni 2017

Stand van zaken op de energiemarkt

Life event: Een nieuwe baan

EFFECTIVITEITSONDERZOEK PROFESSIONAL ORGANIZING. NBPO Oktober Oktober 2014

RAPPORTAGE SPORT EN GELUK

Marktonderzoek door Significant GfK in opdracht van Flanderijn Incasso NV naar het betalingsgedrag en het gebruik van incasso bij Belgische bedrijven

Evaluatie betaald parkeren Noorderplantsoenbuurt en Oranjebuurt

Het tv-kijkgedrag van Nederland in beeld

Jaarrapport Cenzo totaal 2013

Onderzoek onder dealers van elektrische

Flitspeiling plastic tasjes

De Imago Blauwdruk Hypotheekverstrekkers. IB Hypotheekverstrekkers 2015 Blauw Research

Veteranenmonitor 2009

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 40 t/m 51. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers.

Marktonderzoek bundels Consumentenonderzoek naar de afname van gebundelde telecomdiensten. voor OPTA

AFM Consumentenmonitor

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 16 t/m 19. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers.

Hoofdstuk 24 Financiële situatie

Antwoorden Rekenen Groep 5-1e helft schooljaar

Meting economisch klimaat, november 2013

BURGERPANEL OIRSCHOT PEILING DIENSTVERLENING

Rekenen Groep 4-2e helft schooljaar.

Rekenen Groep 4-2e helft schooljaar.

Jongeren & hun financiële verwachtingen

INFORMATIEBEHOEFTEN EN INFORMATIEZOEKGEDRAG IN RELATIE TOT SPORT. In opdracht van NOC*NSF

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij

FINANCIERINGSBAROMETER

Rapportage Communicatiejaaronderzoek 2015

ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011

December 2014 Betalen aan de kassa 2013

Slaaponderzoek Auping Onderzoek naar de Olympische Spelen en de Zomertijd

inzetten als aftersales

Jongeren en het huwelijk. Jongeren en het huwelijk

INFORMATIEVOORZIENING URENAFTREK DOOR ZELFSTANDIGEN VANUIT WW

Starters zien door de wolken toch de zon

Onderzoek postpartum depressie HvdM mei 2018

Jaarrapport Het Voorbeeld BV 2007

No-cure-no-pay. 1 Conclusies en aanbevelingen. Kan het aantal WOZ-bezwaren via dienstverleners omlaag?

commercial factors Factoring voor het MKB Voor ondernemers met ambitie

INNING VAN CONTRIBUTIES EN SPONSORGELDEN BIJ SPORTVERENIGINGEN. - Een online enquête onder penningmeesters -

Geschonken in het verleden betekent eerder schenken in de toekomst Schenkingsregeling door vijfde van vermogenden actief in gebruik

Transcriptie:

Creditmanagement Trendmeter 12 De belangrijkste CM-ontwikkelingen in kaart gebracht oktober 2012 VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 1

Copyright 2012 Blauw Research bv Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Blauw Research. Dit rapport is geleverd onder de leveringsvoorwaarden van de MOA. All rights are reserved. Nothing from this report may be copied, saved in an authorised data bank or be made public in any form, whether it be electronically, mechanically or through photocopies without prior consent from Blauw Research. This report has been created following MOA conditions. VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 2

Voorwoord Wat zijn de laatste trends en ontwikkelingen op het gebied van creditmanagement? Om antwoord te kunnen geven op deze vraag heeft Blauw Research in opdracht van het VCMB het 12 e Creditmanagement Trendmeter onderzoek uitgevoerd. Dit rapport geeft inzicht in de resultaten. Wij wensen u veel leesplezier toe! Rotterdam, oktober 2012 Projectteam: Lion Jacobi, projectmanager Marlies Kerklaan, business cell manager Inhoudsopgave 1 Kort & Krachtig 4 1.2 Conclusies 5 2 Betaaltrends 6 2.1 DSO 7 2.2 Betalingsgedrag klanten 8 2.3 Onderscheid debiteuren 9 2.4 Betalingsmoraal Nederlandse bedrijven 10 2.5 Betalingsmoraal Nederlandse overheid 11 3 Veranderingen in CM 12 3.1 Kredietverzekering 13 3.1 Uit handen geven debiteuren 14 3.3 Risk assesment 15 3.4 Internationalisering 16 3.5 WIK 17 3.6 Ruilhandel 18 3.7 Toekomst CM 19 Legenda Ter verduidelijking van de onderzoeksresultaten worden in dit rapport belangrijke of opmerkelijke resultaten toegelicht aan de hand van pictogrammen. Betekenis van de pictogrammen: Positieve bevinding Aandachtspunt Opvallend resultaat Aanvulling Blauw Research Blauw Research Weena 125 3013 CK Rotterdam Tel: 010-4000900 www.blauw.com Contactpersonen: Lion Jacobi, lion.jacobi@blauw.com Marlies Kerklaan, marlies.kerklaan@blauw.com 4 CM en onderwijs 20 4.1 Opleiding 21 4.2 Stellingen onderwijs 22 4.3 Bijscholing 23 4.4 Positie CM 24 4.5 Lidmaatschap vereniging 25 Bijlage Verantwoording 26 Bijlage achtergrondkenmerken 27 VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 3

Hoofdstuk I: Kort & Krachtig VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 4

Organisaties korter op de bal vanwege crisis; kortere afgesproken betalingstermijnen ten spijt, credit managers zien de DSO toenemen. Economische crisis: kortere betalingstermijnen, facturen sneller uit handen en ruilhandel Door de economische crisis zitten Nederlandse bedrijven in 2012 kort op de bal als het gaat om creditmanagement. Zo werd het afgelopen jaar de betalingstermijn massaal verkort: van gemiddeld 31 dagen naar 27 dagen. Ook worden facturen sneller uit handen gegeven. Het aandeel bedrijven dat een factuur binnen één maand uit handen geeft, is vrijwel verdubbeld ten opzichte van 2011 (19% vs. 11%). Facturen worden niet alleen sneller, maar ook vaker uit handen gegeven. De helft van de organisaties schakelde het afgelopen jaar sneller een incassointermediair in en één op de twintig organisaties ging over op het verkopen van de debiteurenportefeuille. De crisis lijkt tevens een voedingsbodem voor creativiteit en de terugkeer van traditionele gebruiken. Zo kwam bijna één op de tien bedrijven in aanraking met ruilhandel en maakte hier het afgelopen jaar daadwerkelijk gebruik van. Meer betalingen binnen de afgesproken termijn, ondanks stijgende DSO Ondanks een kortere betalingstermijn, heeft een groot deel (45%) van de credit managers de DSO het afgelopen jaar zien toenemen. Slechts 15% zag de DSO afnemen. Dit is het laagste aandeel ooit gemeten in dit onderzoek (sinds 2005). De toenemende DSO leidt echter niet tot een afname in het aandeel betalingen binnen de betalingstermijn. Integendeel, het aandeel organisaties dat meer dan driekwart van de betalingen binnen de afgesproken termijn ontvangt, lijkt zelfs toegenomen (51% vs. 44% in 2011). Kortom: een groter deel van de organisaties betaalt op tijd, maar doet er wel langer over om hun rekeningen te voldoen. Bedrijven zien belang goed creditmanagement Bij maar liefst acht op de tien organisaties is creditmanagement het afgelopen jaar belangrijker geworden. Ook is ondanks de crisis 44% van de organisaties meer gaan investeren in creditmanagement. Bij één op de vijf organisaties (18%) is het aantal fte s voor creditmanagement het afgelopen jaar toegenomen. Vertrouwen in betalingsmoraal daalt aanzienlijk; overheid verzuimt het goede voorbeeld te geven Credit managers hebben aanzienlijk minder vertrouwen in de ontwikkeling van de betalingsmoraal van Nederlandse bedrijven. Maar liefst driekwart ziet de betalingsmoraal de komende jaren verslechteren (25% in 2011). Bijna alle credit managers zijn het erover eens dat de overheid het goede voorbeeld zou moeten geven als het gaat om het tijdig betalen van rekeningen (90%). Met de overheid is het echter nog slechter gesteld: tweederde beoordeelt de betalingsmoraal van de overheid als matig tot slecht (65% vs. 38% bedrijfsleven). Vier op de tien noemen overheden slechte betalers. Credit managers somber over toekomstig betalingsgedrag; optimisme over de euro Maar liefst 8 van de credit managers is van mening dat de betaalcapaciteit van debiteuren in de toekomst steeds verder onder druk komt te staan. Als het gaat om de toekomst van de euro zijn credit managers daarentegen optimistisch. Slechts 5% verwacht dat de euro over vijf jaar niet meer bestaat. 1 Kort & Krachtig 1.2 Conclusies Overige conclusies Trendmeter 2012: Merendeel van de organisaties (62%) heeft zowel het incassotraject als de algemene voorwaarden niet aangepast naar aanleiding van de WIK. zie 3.5 Ruime meerderheid (88%) segmenteert binnen hun debiteurenportefeuille. Belangrijk hierbij: risicoperceptie op basis van kredietinformatie en historisch betalingsgedrag. zie 2.3 Risk assessment in de lift; tweederde van de Nederlandse organisaties past risk assesment toe. zie 3.3 Overhevelen van creditmanagement naar lage lonen landen, lijkt op zijn retour. zie 3.7 Helft van de credit managers vindt het niveau van starters in hun vakgebied onvoldoende. Creditmanagement leer je niet in de collegebanken, maar in het werkveld (94%). zie 4.2 Meerderheid organisaties (8) past haar processen (gedeeltelijk) aan ten behoeve van export en internationaal creditmanagement. zie 3.4 Lidmaatschap van een branchevereniging voor vrijwel alle leden (gedeeltelijk) van toegevoegde waarde (94%). zie 4.5 VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 5

Hoofdstuk II: Betaaltrends Iedere Trendmeter wordt aan credit managers gevraagd naar het betaalgedrag van Nederlandse bedrijven. Op deze manier kunnen trends in het betaalgedrag worden blootgelegd. Ook wordt de attitude van credit managers ten aanzien van de betalingsmoraal in kaart gebracht. Hoofdstuk twee geeft de gevonden trends en resultaten weer ten aanzien van het betaalgedrag van het Nederlandse bedrijfsleven. Tevens zijn er deze meting een aantal nieuwe vragen toegevoegd omtrent betaalgedrag, ook deze resultaten zijn in hoofdstuk twee terug te vinden. VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 6

Ondanks een kortere afgesproken betalingstermijn, neemt in 2012 het gemiddelde aantal dagen dat een factuur open staat toe. cmt 12 2012 () cmt 11 2011 (n=113) cmt10 2010 (n=101) cmt9 2010 (n=125) cmt8 2009 (n=123) cmt7 2009 (n=103) Betalingstermijn klant 23% 20% 23% 20% 23% 20% 55% 56% 65% 62% 56% 61% 21% 1 9% 11% 15% 16% 0% 50% 100% 0-15 dagen 16-30 dagen 31-60 dagen 61-90 dagen weet niet 60% 50% 40% 30% 20% 53% 24% 21% 49% 32% 18% gem: 27 dagen gem: 31 dagen gem: 29 dagen gem: 31 dagen gem: 29 dagen gem: 29 dagen 35 30 25 20 15 10 5 0 31 cmt7 2009 (n=103) Verandering DSO 24% 42% 43% 33% Gemiddelde betalingstermijn na vervaldatum 29% 28% 29 30 cmt8 2009 (n=123) cmt9 2010 (n=125) 23% 40% 34% 29 cmt10 2010 (n=101) 24 cmt 11 2011 (n=113) 45% 40% 32 cmt 12 2012 () 15% 2 Betaaltrends 2.1 DSO Credit managers hebben het afgelopen half jaar het aantal dagen dat een factuur open staat weer zien toenemen. Waar in 2011 nog minder dan een kwart de DSO zag toenemen, is dit in 2012 gestegen naar vier op de tien. Het aantal credit managers dat de DSO ziet afnemen is in jaren niet zo laag geweest (15%). De gemiddelde betalingstermijn na vervaldatum bereikt daarentegen het hoogste aantal sinds jaren: gemiddeld 32 dagen. De aanhoudende crisis lijkt voor bedrijven een reden om de betalingstermijn voor hun klanten te verkorten. Zo daalde de gemiddelde betalingstermijn het afgelopen jaar van 31 dagen naar 27 dagen. De betalingstermijn was over de afgelopen 5 jaar gemiddeld rond de 30 dagen. Vraag: Welke betalingstermijn hanteert uw organisatie naar uw afnemers? 0% cmt7 2009 (n=103) 1% 2% 2% 1% cmt8 2009 (n=123) cmt9 2010 (n=125) cmt10 2010 (n=101) cmt 11 2011 (n=113) toegenomen gelijk gebleven afgenomen weet niet 4% cmt 12 2012 () Vraag: Wat is op dit moment bij u de gemiddelde betalingstermijn na vervaldatum? Vraag: Heeft u de afgelopen 6 maanden het gemiddelde aantal dagen dat een rekening open staat (DSO) zien veranderen? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 7

Aandeel betalingen binnen de afgesproken termijn lijkt toegenomen. Één op de vijf organisaties geeft factuur binnen 30 dagen uit handen. 2 Betaaltrends 2.2 Betalingsgedrag klanten Aandeel betaling binnen termijn cmt 12 2012 () cmt 11 2011 (n=113) 12% 2 2 51% 44% 9% 13% cmt 12 2012 () cmt 11 2011 (n=113) Factuur uit handen (aantal dagen) 19% 11% 31% 41% 23% 20% 1 gem:74 dagen gem:74 dagen Ondanks een toenemende DSO, lijkt het aandeel betalingen binnen de betalingstermijn eerder toe te nemen dan af te nemen. De helft van de credit managers geeft aan dat binnen hun organisatie meer dan driekwart van de betalingen binnen de betalingstermijn wordt ontvangen (44% in 2011). Het aandeel bedrijven waar slechts een kwart tot de helft van de betalingen binnen de betalingstermijn werd ontvangen is in 2012 gedaald (12% vs. ). cmt10 2010 (n=101) cmt9 2010 (n=125) cmt8 2009 (n=123) cmt7 2009 (n=103) 16% 14% 16% 23% 32% 26% 32% 24% 35% 46% 36% 36% 12% 12% 11% 0% 20% 40% 60% 80% 100% minder dan 26% 26%-50% 51%-75% meer dan 75% weet niet cmt10 2010 (n=101) cmt9 2010 (n=125) cmt8 2009 (n=123) cmt7 2009 (n=103) 26% 38% 33% 2 38% 24% 31% 3 9% 15% 14% 20% 13% 15% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 0-30 dagen 31-60 dagen 61-90 dagen 91-120 dagen 121-150 dagen meer dan 150 dagen weet niet gem:81 dagen gem:89 dagen gem:84 dagen gem:84 dagen Het gemiddelde aantal dagen waarna een factuur uit handen wordt gegeven, is het afgelopen jaar gelijk gebleven (74 dagen). Wel is het aantal bedrijven dat facturen binnen een maand uit handen geeft vrijwel verdubbeld (19% vs. 11%). Over het algemeen lijken bedrijven door de crisis korter op de bal te zitten. Het aandeel oninbare vorderingen is laag: driekwart (74%) heeft minder dan 1% en slechts 2% heeft meer dan 3% van de omzet in 2011 aan oninbare vorderingen moeten afschrijven. Vraag: Welk percentage van uw portefeuille betaalt binnen de afgesproken betaaltermijn? Vraag: Na hoeveel dagen na vervaldatum geeft u een factuur uit handen (het laten innen van een factuur door een extern incassobureau/ deurwaarder)? Vraag: Welk percentage van de omzet heeft u in 2011 moeten afschrijven op oninbare vorderingen? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 8

Negen op de tien organisaties maken onderscheid in debiteuren; risicoperceptie en historisch betalingsgedrag belangrijk bij segmentatie. Manier segmentatie debiteuren 2 Betaaltrends 2.3 Onderscheid debiteuren Segmentatie debiteuren 88,2% risiconiveau (op basis van kredietinformatie) historisch betalingsgedrag duur klantrelatie omzet intensiteit klantrelatie 48% 4 46% 62% 62% Veruit het merendeel van de organisaties (88%) maakt gebruik van de mogelijkheid om te segmenteren binnen hun debiteurenportefeuille. De risicoperceptie op basis van kredietinformatie (62%) en het historisch betalingsgedrag van debiteuren (62%), vormen in het merendeel van de gevallen de basis voor deze segmentatie. Slechts één op de vijf organisaties maakt onderscheid op basis van een al dan niet afgesloten kredietverzekering. hoogte openstaand bedrag 43% 10,9% door klant opgelegde afwijkende betalingstermijn 35% persoonlijke relatie 29% ja nee weet niet land van herkomst 20% branche dekking door kredietverzekering anders 19% 19% 9% Vraag: Iedere debiteur kan op dezelfde manier worden behandeld, maar het is ook mogelijk om onderling onderscheid tussen debiteuren te maken, bijvoorbeeld op basis van de specifieke situatie of op basis van de relatie. Wordt er op dit moment binnen uw debiteurenportefeuille onderscheid gemaakt tussen debiteuren? 0% 20% 40% 60% 80% Vraag: Op basis waarvan maakt u onderscheid binnen uw debiteurenportefeuille? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 9

Betalingsmoraal van Nederlandse bedrijven redelijk tot matig; driekwart verwacht dat dit in de toekomst verder zal verslechteren. Nederlandse bedrijven (n=109) Overheid (n=67) 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 0% Waardering betalingsmoraal 11% 4% 28% 49% 43% 32% 22% 6% 0% 20% 40% 60% 80% 100% goed redelijk matig slecht 2% 72% 24% cmt7 2009 (n=103) 48% 39% 11% 3 Verwachting betalingsmoraal 14,5% 11,8% 33,6% 40,0% verbeteren verslechteren gelijk blijven weet niet 50% 49% 31% 20% 21% 23% 2% 3% 2% 1% cmt8 2009 (n=123) Verandering betalingsmoraal cmt9 2010 (n=125) cmt10 2010 (n=101) 52% cmt 11 2011 (n=113) verbeteren verslechteren gelijk blijven weet niet 4% 2% 74% 24% cmt 12 2012 () 1% 2 Betaaltrends 2.4 Betalingsmoraal Nederlandse bedrijven Credit managers hebben veel minder vertrouwen in de ontwikkeling van de betalingsmoraal bij Nederlandse bedrijven dan voorgaande jaren. Waar in 2011 nog een kwart (25%) verwachtte dat de betalingsmoraal zou verslechteren, verwacht in 2012 maar liefst driekwart (74%) dat de betalingsmoraal bij bedrijven het komende jaar zal verslechteren. Dit is in lijn met het algehele producentenvertrouwen, dat het afgelopen jaar eveneens sterk gedaald is, De betalingsmoraal van Nederlandse bedrijven wordt als redelijk (49%) tot matig (32%) gewaardeerd. Slechts 11% vindt de betalingsmoraal van Nederlandse bedrijven op dit moment goed. Met de betalingsmoraal van de overheid is het volgens de credit managers nog slechter gesteld. Tweederde beoordeelt de betalingsmoraal van de overheid als matig tot slecht (65%). Basis: alle respondenten, die zich een mening kunnen vormen over de betalingsmoraal bij Nederlandse bedrijven/de overheid. Vraag: Wat vindt u van de betalingsmoraal bij Nederlandse bedrijven/de overheid? Vraag: Verwacht u dat de betalingsmoraal de komende twaalf maanden zal VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 10

Overheden verzuimen bedrijven het goede voorbeeld te geven door tijdig te betalen. Stellingen rol overheid 2 Betaaltrends 2.5 Betalingsmoraal Nederlandse overheid De overheid moet het goede voorbeeld geven als het gaat om het tijdig betalen van rekeningen. De overheid zou juist eerder moeten betalen om het bedrijfsleven te stimuleren. 5 76% 24% 14% 8% 6% 5% De overheid zou het goede voorbeeld moeten geven als het gaat om het tijdig betalen van rekeningen (90%). Acht op de tien credit managers zijn dan ook van mening dat de overheid eerder zou moeten betalen om het bedrijfsleven te stimuleren. De nieuwe wettelijke betalingstermijn van 30 dagen geldt ook voor de overheid. De betalingmoraal van de overheid zou sneller verbeterd kunnen worden. De overheid moet met meer regelgeving komen om betaalgedrag te verbeteren. Overheden zijn slechte betalers. De overheid houdt zich beter aan de afgesproken betalingstermijn dan vorig jaar. 35% 18% 15% 1 65% 36% 25% 24% 2 16% 15% 11% 23% 1 12% 8% 8% 5% 28% 12% 34% Vier op de tien credit managers noemen overheden zelfs slechte betalers. Volgens eenzelfde aandeel is de betalingsmoraal van de overheid (zeker) niet goed te noemen. Slechts één op de vijf credit managers geeft aan dat de overheid zich beter aan de afgesproken betalingstermijn houdt dan vorig jaar. Het merendeel (62%) is echter van mening dat de betalingsmoraal van de overheid sneller verbeterd zou kunnen worden. Ook als het gaat om creditmanagement, is slechts één op de tien van mening dat de overheid hier voldoende aandacht aan besteedt. De betalingsmoraal bij overheden is goed. 11% 16% 21% 21% 2 De overheid besteedt voldoende aandacht aan creditmanagement. 11% 22% 15% 22% 28% 0% 20% 40% 60% 80% 100% zeer mee eens enigszins mee eens noch mee eens, noch mee oneens enigszins mee oneens zeer mee oneens weet niet/n.v.t. Vraag: Hieronder staat een aantal stellingen over de rol van de overheid. In welke mate bent u het eens met deze stellingen? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 11

Hoofdstuk III: Veranderingen in CM VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 12

Nederlandse organisaties gaan ondanks de economische crisis niet vaker over op het afsluiten van kredietverzekeringen. 3 Veranderingen in CM 3.1 Kredietverzekering Overweging afsluiten kredietverzekering 44% 14% 43% Afsluiten kredietverzekering 45% 43% 13% Ondanks de economische crisis heeft bijna de helft van de Nederlandse organisaties (45%) het afgelopen jaar minder kredietverzekering(en) afgesloten. Slechts 14% van de Nederlandse organisaties heeft het afgelopen jaar vaker dan in voorgaande jaren overwogen om een kredietverzekering af te sluiten. Een vrijwel even groot aandeel (13%) heeft ook daadwerkelijk meer kredietverzekering(en) afgesloten. minder vaak neutraal vaker minder neutraal meer Kredietverzekeringen in de toekomst onbetaalbaar door toenemend aantal faillisementen Over de toekomst van kredietverzekeringen zijn de meningen verdeeld. Vier op de tien credit managers (38%) verwachten dat kredietverzekeringen in de toekomst onbetaalbaar worden door een stijgend aantal faillissementen. Twee op de tien credit managers zien dit nog niet gebeuren. 4% 34% 28% 13% 6% 15% 0% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% zeer mee eens enigszins mee eens noch mee eens, noch mee oneens enigszins mee oneens zeer mee oneens weet niet/n.v.t. Vraag: Heeft u het afgelopen jaar vaker of minder vaak overwogen om een kredietverzekering af te sluiten? Vraag: Heeft u het afgelopen jaar ook daadwerkelijk meer of minder kredietverzekeringen afgesloten? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 13

Een op de twintig organisaties verkocht debiteurenportefeuille het afgelopen jaar; ook incasso-intermediair werd sneller ingeschakeld. 3 Veranderingen in CM 3.1 Uit handen geven debiteuren Overweging inschakelen incasso-intermediar 2 25% 2 Inschakelen incassointermediar 23% Een op de twintig organisaties heeft het afgelopen jaar haar debiteurenportefeuille verkocht. Ook heeft bijna een op de tien organisaties nagedacht over het verkopen van de debiteurenportefeuille. Voor 8 van de organisaties is dit niet aan de orde geweest. 48% minder snel neutraal sneller Verkoop debiteurenportefeuille 50% minder snel neutraal sneller 8 Over het algemeen zijn organisaties het afgelopen jaar sneller overgegaan op het inschakelen van een incasso-intermediair. De helft van de organisaties schakelde sneller een incasso-intermediair in. Echter een kwart van de organisaties was juist minder snel om een incasso-intermediair in te schakelen. Het aandeel organisaties dat een incassointermediair heeft ingeschakeld, is gelijk aan het aandeel dat dit heeft overwogen. 5% Vraag: Heeft u het afgelopen jaar sneller of minder snel overwogen om een incassointermediair in te schakelen? Vraag: Heeft u het afgelopen jaar ook daadwerkelijk meer of minder kredietverzekeringen afgesloten? nee, niet aan de orde geweest ja, aan gedacht, maar niet veel aandacht aan besteed ja, en dit ook daadwerkelijk gedaan ja, serieus overwogen, maar uiteindelijk niet gedaan Vraag: Heeft u het afgelopen jaar sneller overwogen om uw debiteurenportefeuille te verkopen? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 14

Risk assessment in de lift; tweederde van de organisaties maakte het afgelopen jaar meer gebruik van kredietinformatie. 3 Veranderingen in CM 3.3 Risk assesment Gebruik kredietinformatie 65% Tweederde van de organisaties heeft het afgelopen jaar meer gebruik gemaakt van kredietinformatie. Gezien het kleine aandeel bedrijven dat minder aan risk assessment is gaan doen (8%), lijkt het risk assessment binnen Nederlandse organisaties nog niet volwassen. Naar verwachting zal het risk assessment zich de komende jaren dan ook verder blijven ontwikkelen. 8% 2 meer neutraal minder Vraag: Heeft u het afgelopen jaar meer of minder kredietinformatie gebruikt? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 15

Merendeel van de organisaties past processen aan ten behoeve van internationalisering. 3 Veranderingen in CM 3.4 Internationalisering Producten en diensten exporteren 19% Aanpassingen processen aan internationalisering 42% Drie op de tien organisaties zijn het afgelopen jaar meer gaan exporteren. Twee op de tien zijn zowel binnen als buiten de EU meer gaan exporteren. Van de organisaties die meer zijn gaan exporteren, heeft een ruime meerderheid (8) haar processen hier (gedeeltelijk) op aangepast. Slechts één op de tien geeft aan dat zij de processen niet hebben aangepast ten behoeve van internationalisering. indicatief 5% 4% 72% 3% 45% ja, mijn organisatie is meer gaan exporteren naar landen binnen EU ja, mijn organisatie is meer gaan exporteren naar landen buiten de EU ja, mijn organisatie is meer gaan exporteren zowel naar landen binnen de EU als buiten de EU nee, mijn organisatie is de afgelopen jaren niet meer gaan exporteren ja nee ten dele weet niet n=31 Blauw Research beschouwt de resultaten gebaseerd op minder dan 60 waarnemingen als indicatief. Voor een nadere toelichting verwijzen wij u naar de onderzoeksverantwoording. Vraag: Is de organisatie waarvoor u werkzaam bent de afgelopen jaren meer producten of diensten gaan exporteren naar het buitenland? Vraag: Internationaal creditmanagement (indien van toepassing) vraagt om een andere inrichting van processen. Zijn binnen uw organisatie de processen aangepast ten behoeve van internationalisering? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 16

Wet Incassokosten (WIK) bij eenderde van de organisaties reden voor aanpassing van de algemene voorwaarden of incassotraject. 3 Veranderingen in CM 3.5 WIK Wijzigingen naar aanleiding van WIK 62% De nieuwe Wet Incassokosten (WIK), die sinds 1 juli van kracht is, heeft voor eenderde van de organisaties consequenties gehad voor de algemene voorwaarden of het incassotraject. Zes op de tien organisaties hebben geen wijzigingen doorgevoerd naar aanleiding van de WIK. 4% 15% Het lijkt erop dat meer organisaties het incassotraject (15%) hebben aangepast dan de algemene voorwaarden (9%). Een op de tien organisaties heeft zowel het incassotraject als de algemene voorwaarden aangepast. 9% nee, zowel de algemene voorwaarden als het incassotraject zijn niet aangepast ja, het incassotraject is aangepast ja, zowel de algemene voorwaarden als het incassotraject zijn aangepast ja, de algemene voorwaarden zijn aangepast weet niet Vraag: Sinds 1 juli 2012 is de nieuwe Wet Incassokosten (WIK) van kracht. Heeft uw organisatie naar aanleiding van deze wet haar algemene voorwaarden/incassotraject gewijzigd? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 17

Traditionele ruilhandel lijkt, weliswaar op kleine schaal, terug in het Nederlandse bedrijfsleven. Ruilhandel 3 Veranderingen in CM 3.6 Ruilhandel nee, ruilhandel is bij ons niet aan de orde geweest 92% Bijna één op de tien organisaties is het afgelopen jaar in aanraking geweest met ruilhandel. Van de organisaties die in aanraking zijn geweest met ruilhandel, heeft het merendeel hier gebruik van gemaakt. ja, wij hebben gebruik gemaakt van ruilhandel In totaal heeft van de organisaties het afgelopen jaar gebruik gemaakt van ruilhandel en is 2% hiermee in aanraking gekomen door zelf een aanbod te doen of een aanbod voor ruilhandel af te slaan. ja, wij hebben een aanbod gekregen voor ruilhandel, maar zijn hier niet op ingegegaan 1% ja, wij hebben zelf ruilhandel aangeboden 1% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Vraag: Omdat bedrijven door de aanhoudende crisis steeds vaker hun rekeningen niet kunnen betalen, lijkt de traditionele ruilhandel weer in populariteit toe te nemen. Dit wil zeggen dat bedrijven niet betalen voor producten of diensten, maar hier producten of diensten tegenover zetten. Is uw organisatie hier het afgelopen jaar mee in aanraking geweest? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 18

Credit managers somber over toekomstige betaalcapaciteit van debiteuren; driekwart voorziet langere betalingstermijnen. Stellingen toekomst creditmanagement De betaalcapaciteit van debiteuren komt steeds meer onder druk te staan. Door de krapte op de geldmarkt worden de betalingstermijnen steeds langer. Ik voorzie problemen voor mijn organisatie als de euro ten onder gaat. Creditmanagement wordt steeds meer overgeheveld naar shared service centers (in lage lonen landen). Ik maak mij zorgen over een eventuele ondergang van de euro. Mijn organisatie is voorbereid op een mogelijke val van de euro. Binnen nu en vijf jaar bestaat de euro niet meer. 16% 15% 12% 26% 15% 26% 21% 20% 26% 19% 58% 18% 25% 25% 14% 61% 20% 14% 21% 31% 51% 14% 19% 23% 8% 22% 1 6% 5% 3 Veranderingen in CM 3.7 Toekomst CM Credit managers zijn somber over de betaalcapaciteit van debiteuren. Maar liefst 8 is van mening dat de betaalcapaciteit van debiteuren steeds verder onder druk komt te staan. Ook is driekwart van mening dat de betalingstermijnen steeds langer worden door krapte op de geldmarkt. Credit managers zijn daarentegen optimistisch over de toekomst van de euro. Slechts 5% verwacht dat de euro over vijf jaar niet meer bestaat. Desondanks maakt 32% zich zorgen over een eventuele ondergang van de euro en voorziet 36% problemen voor hun organisatie als de euro ten onder gaat. Slechts 12% van de organisaties is volgens de credit managers voorbereid op een mogelijke val van de euro. Eenderde van de credit managers geeft aan dat creditmanagement steeds meer wordt overgeheveld naar shared service centers. Dit is minder dan het aandeel dat het niet eens is met deze stelling (43%). De trend van het overhevelen van creditmanagement naar lage lonen landen, lijkt hiermee op zijn retour. 0% 20% 40% 60% 80% 100% zeer mee eens enigszins mee eens noch mee eens, noch mee oneens enigszins mee oneens zeer mee oneens weet niet/n.v.t. Vraag: Hoe ziet u de toekomst van het creditmanagement voor u in relatie tot de maatschappelijke ontwikkelingen? Kunt u aangeven in welke mate u het eens of oneens bent met onderstaande toekomstscenario s? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 19

Hoofdstuk IV: CM en onderwijs VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 20

Driekwart van de credit managers met een relevantie opleiding, vinden de aansluiting van hun opleiding op het werkveld (zeer) goed. 4 CM en onderwijs 4.1 Opleiding Relevante opleiding 69% Aansluiting opleiding Van de ondervraagde credit managers, hebben zeven op de tien een relevante opleiding gevolgd en heeft een kwart aanvullende opleidingen of bijscholing gehad. Minder dan een op de tien credit managers () heeft geen relevante opleiding gevolgd. 24% 33% 41% 22% Van de credit managers die een relevante opleiding hebben gevolgd, is driekwart van mening dat de aansluiting van hun opleiding op het werkveld (zeer) goed is. Het resterende deel is van mening dat er ruimte is voor verbetering. ja nee, wel relevante bijscholing/aanvullende opl. gehad nee, ook geen relevante bijscholing/aanvullende opl. 0% 20% 40% 60% 80% 100% zeer goed goed redelijk slecht n=76 Vraag: Heeft u een opleiding gevolgd die relevant is voor uw huidige functie? (hierbij kunt u denken aan een opleiding in een administratieve of economische richting) Vraag: In hoeverre sluit de door u gevolgde opleiding aan op uw huidige werkzaamheden? Vraag: Welke van onderstaande onderwerpen heeft u gemist in uw eigen vooropleiding? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 21

Helft van de credit managers vindt het niveau van starters onvoldoende; het creditmanagement vak leer je in de praktijk. Het creditmanagementvak leer je pas echt in je werk. Creditmanagement moet een meer prominente plek in hbo-opleidingen krijgen. Creditmanagement moet een verplicht vak worden voor economische en administratieve opleidingen. Het kennisniveau van starters in creditmanagement is onvoldoende. Er is bij organisaties meer behoefte aan mbo ers (hands on) dan hbo ers met betrekking tot creditmanagement. Het huidige aanbod in hbo-opleidingen sluit voldoende aan op het werkveld. Het huidige aanbod in mbo-opleidingen sluit voldoende aan op het werkveld. In mijn dagelijkse werkzaamheden mis ik kennis die niet aan bod is geweest tijdens mijn opleiding. Stellingen onderwijs 29% 23% 1 9% 40% 26% 24% 28% 35% 43% 39% 29% 31% 26% 48% 54% 25% 2 22% 12% 11% 24% 13% 13% 11% 12% 12% 16% 6% 15% 1 4 CM en onderwijs 4.2 Stellingen onderwijs De helft van de credit managers vindt het niveau van starters in hun vakgebied onvoldoende. Ondanks dat credit managers de aansluiting van hun opleiding op het werkveld over het algemeen goed vinden (zie 4.1), missen drie op de tien credit managers in hun dagelijkse werkzaamheden kennis die niet aan bod is gekomen tijdens hun studie. Kortom: het creditmanagement vak leer je niet in de collegebanken, maar in het werkveld (94%). Een ruime meerderheid (7) vindt dat creditmanagement een meer prominente plek moet krijgen in hbo-opleidingen. Zes op de tien zijn zelfs van mening dat creditmanagement een verplicht onderdeel moet worden voor economische en administratieve opleidingen. Een derde van de credit managers is van mening dat het huidige aanbod mbo- en hbo-opleidingen aansluit bij het werkveld. De meningen zijn verdeeld als het gaat om de vraag waar in het vakgebied meer behoefte aan is: mbo ers (hands on) of hbo ers. 0% 20% 40% 60% 80% 100% zeer mee eens enigszins mee eens noch mee eens, noch mee oneens enigszins mee oneens zeer mee oneens weet niet/n.v.t. Vraag: Hieronder staat een aantal stellingen over de aansluiting van het vakgebied creditmanagement bij het onderwijs. In welke mate bent u het eens met deze stellingen? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 22

Portefeuille analyse, incasso wet- en regelgeving en risico analyse belangrijkste ontbrekende onderwerpen in huidig aanbod opleidingen. Er is voldoende bijscholing als het gaat om creditmanagement. Bijscholing 1 43% 24% 12% Ontbrekende onderwerpen opleiding portefeuille analyse incasso wet- en regelgeving risico analyse invorderingsprocessen fiscale zaken 34% 31% 44% 43% 39% 4 CM en onderwijs 4.3 Bijscholing Credit managers vinden: portefeuille analyse (44%), incasso wet- en regelgeving (43%) en risico analyse (39%) de belangrijkste onderwerpen die ontbreken in het huidige aanbod aan opleidingen. Zes op de tien credit managers vinden dat er voldoende bijscholing is op het gebied van creditmanagement. Aan de andere kant is 15% niet van mening dat er voldoende bijscholing is. 0% 20% 40% 60% 80% 100% incassotechnieken 30% zeer mee eens enigszins mee eens noch mee eens, noch mee oneens enigszins mee oneens zeer mee oneens ICT (automatisering/software) communicatie met debiteuren debiteurenbeheer 25% 23% 1 Vraag: Hieronder staat een aantal stellingen over de aansluiting van het vakgebied creditmanagement bij het onderwijs. In welke mate bent u het eens met deze stellingen? anders 8% 0% 20% 40% 60% Vraag: U heeft zojuist aangegeven dat u vindt dat er voldoende bijscholing is als het gaat om creditmanagement. Kunt u hiervan voorbeelden geven? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 23

Ondanks forse bezuinigingen, heeft slechts 11% van de organisaties het afgelopen jaar bezuinigd op creditmanagement. Stellingen positie creditmanagement Creditmanagement is het afgelopen jaar belangrijker geworden binnen mijn organisatie. Creditmanagement is binnen mijn organisatie meer gecentraliseerd het afgelopen jaar. 15% 35% 31% 45% 31% 14% 9% 4 CM en onderwijs 4.4 Positie CM Het vakgebied creditmanagement is volop in ontwikkeling. Zo heeft de helft van de organisaties het creditmanagement het afgelopen jaar meer gecentraliseerd. Ook heeft van de organisaties heeft het beleid ten aanzien van creditmanagement versoepeld, bij het merendeel van de organisaties (68%) is dit echter (zeker) niet aan de orde. Mijn organisatie is het afgelopen jaar meer gaan investeren in creditmanagement. Mijn organisatie is het afgelopen jaar meer gaan investeren in opleidingen op het gebied van creditmanagement. Het aantal fte's voor creditmanagement is het afgelopen jaar toegenomen binnen mijn organisatie. 13% 12% 25% 31% 35% 33% 28% 11% 15% 13% 1 16% 35% De economische crisis lijkt organisaties bewust te maken van het belang van een goed creditmanagement. Zo is bij acht op de tien organisaties het creditmanagement het afgelopen jaar belangrijker geworden. Ondanks de crisis is 44% van de organisaties meer gaan investeren in creditmanagement. Zo hebben drie op de tien organisaties meer geïnvesteerd in opleidingen, terwijl slechts een op de tien organisaties afgelopen jaar heeft bezuinigd op creditmanagement. Mijn organisatie heeft het afgelopen jaar bezuinigd op creditmanagement. Het creditmanagement is het afgelopen jaar versoepeld binnen mijn organisatie. 20% 20% 21% 25% 4 43% Bij één op de vijf organisaties (18%) is het aantal fte s voor creditmanagerment het afgelopen jaar toegenomen. Bijna de helft van de organisaties (46%) heeft het afgelopen jaar moeten korten op het aantal fte s voor creditmanagement. 0% 20% 40% 60% 80% 100% zeer mee eens enigszins mee eens noch mee eens, noch mee oneens enigszins mee oneens zeer mee oneens weet niet/n.v.t. Vraag: Hieronder staat een aantal stellingen over de positie van het vakgebied creditmanagement binnen uw organisatie. In welke mate bent u het eens met deze stellingen? VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 24

Bijlage Verantwoording Inleiding Zeven jaar geleden is OnGuard gestart met het creditmanagement Trendmeter Onderzoek. Vanaf deze (12 e ) meting heeft OnGuard het onderzoek overgedragen aan het VCMB. Door continu onderzoek uit te laten voeren onder credit managers wil het VCMB meer inzicht krijgen in de laatste trends en ontwikkelingen op het gebied van creditmanagement. Doelgroep en methode De doelgroep van het onderzoek bestaat uit credit managers en consorten. De gegevensverzameling in dit onderzoek heeft via het (inmiddels aan het VCMB overgedragen) onderzoekspanel van OnGuard plaatsgevonden. Tevens is dit panel aangevuld met een aantal relaties van het VCMB. Uiteraard wordt de samenstelling van de steekproef gewaarborgd. Het onderzoek geeft cijfermatige inzichten en is dus kwantitatief van aard. De (potentiële) respondenten ontvingen een uitnodigingsmail met een link, met daarin een unieke code en wachtwoord. Via deze link kon de vragenlijst op (een afgeschermd deel van) de website van Blauw Research worden ingevuld. De vragenlijst voor dit onderzoek is ontwikkeld door Blauw Research in samenwerking met het VCMB. Vervolgens is de vragenlijst geprogrammeerd en getest in DubInterviewer (WAPI-software). Steekproef, veldwerk Het volledige onderzoekspanel van het VCMB/OnGuard is benaderd voor het onderzoek. De bruto steekproef bestond derhalve uit een benadering van 432 panelleden. Uiteindelijk hebben 110 respondenten meegedaan aan het onderzoek. Bij aanvang van het onderzoek is van de bruto steekproef uitgenodigd. Op het moment, dat ongeveer van de beoogde (netto) respons was behaald, zijn tussentijds resultaten opgevraagd om te controleren of zich geen problemen hadden voorgedaan in de vragenlijst. Deze hadden zich niet voorgedaan. Vervolgens is de overige 90% uitgenodigd voor het onderzoek. Om de respons te bevorderen is er tussentijds een tweetal herinneringsmails verstuurd naar alle panelleden, die op het moment van versturen- nog niet aan het onderzoek hadden geparticipeerd. De veldwerkperiode heeft gelopen van 21 september tot en met 10 oktober 2012. De invulduur van de vragenlijst betrof gemiddeld 15 minuten. Dataverwerking De mate waarin de uitkomsten van het onderzoek ook daadwerkelijk voor de gehele doelgroep gelden, uit zich o.a. in de validiteit en de betrouwbaarheid van de uitkomsten. Op deze punten wordt nader ingegaan. Validiteit Een bepalende factor in de algehele kwaliteit van onderzoek is de validiteit. Een goede validiteit duidt erop dat meetfouten binnen het onderzoeksproces worden geminimaliseerd. Bij dit onderzoek is hieraan ruime aandacht besteed. Bij de opzet en het ontwerp van de vragenlijst is veel aandacht geschonken aan de wijze van vraagstelling en aan het opstellen van (beproefde) antwoordcategorieën en schalen. Voor zover mogelijk zijn alle antwoordcategorieën en vraagblokken gerandomiseerd en gerouleerd, waardoor mogelijke volgorde-effecten zijn uitgesloten. De vragenlijst is vooraf uitvoerig getest, waardoor interpretatiefouten bij respondenten zijn geminimaliseerd. De enquête wordt computerondersteund afgenomen, waardoor een tussentijdse nauwkeurige controle mogelijk is. Betrouwbaarheid Na afloop van het veldwerk is het opgebouwde databestand gecontroleerd. Het databestand is vervolgens geschikt gemaakt voor de statistische analyses. Analyse heeft plaatsgevonden door middel van de meest gangbare toetsen. In dit rapport worden de uitkomsten significant genoemd bij een betrouwbaarheid van 95% ( =0,05). Dit betekent dat met minimaal 95% betrouwbaarheid gesteld kan worden dat waargenomen verschillen in de steekproef ook voor de gehele onderzoekspopulatie gelden. VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 25

Bijlage achtergrondkenmerken Functie Grootte bedrijf Gebruik CM software credit manager debiteurenbewaker/- beheerder/credit controller 23% 38% 28% 60% (financieel) directeur teamleader creditmanagement 11% 19% hoofd administratie risk manager 5% 5% consultant ICT-manager/medewerker 1% 4% 46% 40% anders 5% 0% 20% 30% 40% 50% Grootte CM afdeling 1-19 medewerkers 20-99 medewerkers 100-499 medewerkers 500 medewerkers of meer Branche/sector ja Doelgroep nee 1 medewerker 2-5 medewerkers 1 46% 25% business to business 92% 6-10 medewerkers 15% 30% 11-15 medewerkers 16-25 medewerkers 26 medewerkers of meer geen CM afdeling 5% 4% 9% 5% 0% 20% 30% 40% 50% business to consumer 39% 24% 5% 4% 12% overheid 25% handel/distributie productie/industrie dienstverlening financiële dienstverlening 0% 20% 40% 60% 80% 100% overheid/non profit overig VCMB CM Trendmeter 12 B14952 / oktober 2012 Pag. 26