KAREL DE GROTE HOGESCHOOL Professionele bachelor in het onderwijs: lager onderwijs Onderwijsgroep Welzijn, Onderwijs en gezondheid Campus Zuid, Brusselstraat 45-2018 Antwerpen T: 03/613.14.66 M: praktijkcel.pbklo@kdg.be W:http://praktijkweb.kdg.be LESVOORBEREIDING Coteaching nr: 2 Naam: Valerie Van Eestrer & Marte Lambrechts Stage: 1 Klasgroep: 1 PBLOc2 School: Gbs Lindenlaanschool Lindenlaan 141, 9120 Beveren Leerjaar: 2 e Aantal lln.: 24 Datum: maandag 27 maart 2017 Mentor: Lien Van De Wille Uur: van 14.40u tot 15.30u 14.40u 15.05u 15.05u 15.30u Leergebied: Nederlands Leerdomein: Schrift Lesonderwerp: De hoofdletter S Bedenkingen door de mentor (Mentor: enkel de conclusie v/d feedback noteren, de concrete feedback wordt vermeld in de lesvoorbereiding zelf.) Met deze lesvoorbereiding mag je lesgeven, indien je rekening houdt met de feedback. Deze les mag je niet geven, want je diende de lesvoorbereiding te laat in (minder dan 3 werkdagen voor realisatie) Deze lesvoorbereiding moet je opnieuw maken want Les nagekeken op 21/3/2017. Herwerking graag vrijdag 23/3 in de stagemap. Beginsituatie (leerlingspecifieke gegevens - voorkennis van de klasgroep - organisatie) Leerlingspecifieke gegevens: Er zijn 24 leerlingen in de klas. Tijdens deze les zijn er 12 kinderen, de andere kinderen gaan lezen bij juf Lisa. Er zijn geen leerlingen die grote problemen hebben met schrijven. Er zijn wel een aantal leerlingen die problemen/ moeilijkheden hebben met fijne motoriek. Voorkennis van de klasgroep: Ze kunnen alle kleine letters schrijven. Ze kennen de hoofdletters L, N, J, T & Z. I, F, H, K, E, G, M, O, A, V, W Organisatie: Lrk. tekent op voorhand de schrijflijnen op het bord. Ik kan nergens terugvinden hoe jullie de co teaching gaan aanpakken. Zorg ervoor dat dit duidelijk vermeld staat bij de organisatie. 1
Situering in het leerplan en de leergebiedoverschrijdende eindtermen (Geef de juiste leerplandoelen weer. Per dag situeer je minstens 1 les in de leergebiedoverschrijdende eindtermen.) NL-SCH-BV-03-B01-01: De leerlingen kunnen de kleine letters van het alfabet en de letterverbindingen correct schrijven. NL-SCH-DV-D04-02d-01: De leerlingen kunnen passend gebruikmaken van hoofdletters indien het gaat om het eerste woord van een zin. NL-SCH-DV-D04-02d-02-01: De leerlingen kunnen passend gebruikmaken van hoofdletters indien het gaat om voornaam, familienaam. Kerndoel (Streef naar maximum 4 kerndoelen die je op het einde van de les wil bereiken. Nummer de kerndoelen.) (Evalueer na de les of de leerlingen de kerndoelen al dan niet bereikt hebben door de kerndoelen te markeren.) 1) De leerlingen kunnen de hoofdletter S afzonderlijk schrijven. 2) De leerlingen kunnen de hoofdletter S schrijven in woordverband. Pijlers van de krachtige leeromgeving (Kruis aan welke pijlers van de krachtige leeromgeving expliciet verwerkt zitten in je les. Integreer minimum 3 zinvolle pijlers.) V PIJLERS V/D KRACHTIGE LEEROMGEVING N Positief en motiverend klasklimaat: de leerlingen worden voldoende gemotiveerd bij de start en tijdens de les. Werkelijkheidsnabij: de inhoud wordt gekaderd binnen of gelinkt aan herkenbare situaties en/of ervaringen. Leerlingenactiviteit: de leerlingen worden actief bij de les betrokken. Leerlingeninitiatief: er is ruimte voor inbreng van de leerlingen. Herhaling en geleidelijkheid: er wordt aangesloten bij de voorkennis v/d leerlingen + de leerinhoud wordt inzichtelijk en geleidelijk aangebracht. Differentiatie: de leerlingen worden op hun eigen niveau uitgedaagd en/of begeleid. Waarden-vol: vanuit het lesonderwerp of opbouw van de les, is er aandacht voor waarden en normen.. Bronnen (Notering volgens de APA-normen: handboeken, naslagwerken, www, documentatie v/d stageschool of hogeschool, ) - Hageman, M. & Verstappen, L. (2005). Handleiding: Handschrift D Haese 2 (nieuwe methode). Wommelgem: Van In. Bijlagen (Geef kort aan welke bijlagen bij deze lesvoorbereiding horen.) 1) Werkschrift p.32-33 2
Bordschema (Zo ziet je bordplan eruit op het einde van de les. Bij gebruik van het digibord: voeg alle slides toe, dus niet enkel het bordboek.) Bordschema ontbreekt. 3
FASE 1: Instap Concrete lesdoelen: - De leerlingen kunnen de kleine letter s schrijven. - De leerlingen kunnen het schrijfpatroon uitvoeren op verschillende manieren. Werkvorm(en): Doe-opdracht. Materiaal: - knuffel van een slang Groeperingsvorm(en): Klassikaal. Leerinhoud (Je noteert zeer gedetailleerd en eenduidig de leerstof die per lesfase aan bod komt.) De leerlingen warmen zich groot en klein motorisch op voor het schrijven. Timing Onderwijsleeractiviteiten (Je noteert alles wat je tijdens de les zal zeggen, vragen, (voor)doen,, alsook alles wat de leerlingen zullen doen, antwoorden,.) 14u40 14u45 (5 ) En van 15u05 15u10 (5 ) Lkr. zegt: Ik heb vandaag een vriendje meegebracht. Mijn vriend hier heet Sis de slang, en hij gaat met jullie een spelletje spelen. Het spelletje heet: Sis de slang zegt. Kennen jullie dit allemaal? Dan mogen jullie recht gaan staan achter je stoel. Lkr. zegt: De slang zegt: doe het geluid van een slang na. (ssssssssssssssss) De slang zegt: doe met je armen een kronkelende slang na. Spring 4 keer in de lucht. De slang zegt: knipper met je vingers. (lln. knippen met de vingers) Ga op de grond zitten. De slang zegt: klap op je benen. (lln. klappen op de benen) Ga op je stoel staan. De slang zegt: wandel met je vingers op de bank. (lln. wandelen met vingers op de bank) Lkr. zegt: Sis de slang zijn favoriete beweging is cirkeltjes maken in de lucht met zijn hoofd van boven naar beneden. Lkr. doet met de slang het schrijfpatroon voor. Lkr. zegt: Jullie mogen dit ook rechtstaand meedoen in de lucht met je hand. We beginnen bovenaan en gaan naar beneden en maken een cirkeltje terug naar boven. Lkr. zegt: We kunnen dit ook op andere manieren doen. We proberen het eens met onze elleboog. Kunnen jullie dit ook met jullie voet op de grond? Met onze neus, Lln. voeren het schrijfpatroon uit met verschillende lichaamsdelen. 4
FASE 2: Schrijven hoofdletter S. Concrete lesdoelen: - De leerlingen kunnen de hoofdletter S schrijven. Werkvorm(en): Instructie/ doe-opdracht. Materiaal: / Groeperingsvorm(en): Klassikaal. Leerinhoud (Je noteert zeer gedetailleerd en eenduidig de leerstof die per lesfase aan bod komt.) Om de hoofdletter S te schrijven begin je iets boven het midden (= het plafond) en maak je een brede bocht naar omhoog. Als je bijna tegen de bovenste lijn (= zolder) bent draai je naar links en ga je naar beneden. Dan draai je naar links boven (op) de onderste lijn (= de grond) en maak je een kleine krul naar rechts (links!). Timing 14u45 14u55 (10 ) En van 15u10 15u20 (10 ) Onderwijsleeractiviteiten (Je noteert alles wat je tijdens de les zal zeggen, vragen, (voor)doen,, alsook alles wat de leerlingen zullen doen, antwoorden,.) Deze fase moet sneller gaan, ander heb je te weinig tijd over voor de inoefening. Sis de slang zegt: Welke hoofdletter denken jullie dat we nu gaan leren schrijven? ( de hoofdletter S ) Sis de slang zegt: Inderdaad we gaan hem stap voor stap samen leren schrijven. Lkr. zegt: Ik ga de hoofdletter eens voorschrijven op het bord. Volg allemaal goed mee, je mag al met je vinger in de lucht al proberen meeschrijven. Lkr. zegt: Ik vertrek iets boven het midden (= plafond) en maak een brede bocht naar omhoog. Als we bijna tegen de bovenste lijn (= zolder) zijn draai ik naar links en ga terug naar beneden. Ik draai naar links boven (op) de onderste lijn (= grond) en maak dan een kleine krul naar rechts (links). Lln. proberen beweging na te doen met hun vinger in de lucht. Lkr. zegt: Goed, zo we proberen dit nog eens. Nu probeer je mee te schrijven met je vinger op de bank. Lkr. zegt: Ik vertrek iets boven het midden en maak een brede bocht naar omhoog. Als we bijna tegen de bovenste lijn zijn draai ik naar links en ga terug naar beneden. Ik draai naar links boven de onderste lijn en maak dan een kleine krul naar rechts. (zie gele markering in uitleg hierboven). Lln. schrijven mee met hun vinger op de bank. 5
Lkr. zegt: Wie kan er eens een woord zeggen dat begint met de letter S? (snoep, soep, slang, spaghetti, spin, springtouw ) deze losse woorden worden niet met hoofdletter geschreven. Wel namen van personen, plaatsnamen, eerste woord van een zin. Vergeet de kinderen in de klas niet, wiens naar met S begint (voor- of familienaam). Lkr. zegt: Oke, dat gaan we eens schrijven, want als we een woord gaan schrijven moeten we onze pen opheffen na de hoofdletter S. Jullie mogen het woord snoep ook weer mee schrijven met jullie vinger op de bank. Lkr. schrijft woord op bord en lln. schrijven mee op de bank. Lkr. zegt: We hebben ook 3 leerlingen in de klas waarvan de naam begint met de s. Deze kunnen we ook nog eens schrijven om te oefenen. Jullie mogen nu jullie pen nemen, en met de dop erop natuurlijk, weer meeschrijven op de bank. Lkr. schrijft naam van de leerlingen voor op bord. 6
FASE 3: Oefenen in werkschrift. Concrete lesdoelen: - De leerlingen kunnen de hoofdletter S afzonderlijk en in woordverband schrijven. - De leerlingen kunnen de correcte zithouding aannemen. - De leerlingen kunnen de correcte pengreep hanteren. Werkvorm(en): Oefeningen. Materiaal: - werkschrift 2 blz. 32-33 Groeperingsvorm(en): Individueel. Leerinhoud (Je noteert zeer gedetailleerd en eenduidig de leerstof die per lesfase aan bod komt.) Om de hoofdletter S te schrijven begin je iets boven het midden (plafond) en maak je een brede bocht naar omhoog. Als je bijna tegen de bovenste lijn (zolder) bent draai je naar links en ga je naar beneden. Dan draai je naar links boven (op) de onderste lijn (grond) en maak je een kleine krul naar rechts (links). Een goede zithouding wilt zeggen dat je met je rug tegen de rugleuning zit met een rechte rug. Je voeten onder de bank naar naast elkaar, plat op de grond. Beide onderarmen liggen op de bank. Je mag je blad een beetje schuin leggen. Rechtshandigen schuiven de rechterbovenhoek een beetje naar boven. De linkshandigen schuiven de linkerbovenhoek een beetje naar boven. Timing Onderwijsleeractiviteiten (Je noteert alles wat je tijdens de les zal zeggen, vragen, (voor)doen,, alsook alles wat de leerlingen zullen doen, antwoorden,.) 14u55 15u05 (10 ) En van 15u20 15u30 (10 ) Lkr. zegt: Nu gaan we schrijven in ons schriftje. Jullie mogen allemaal jullie schrift nemen op pagina 32. Jullie mogen allemaal individueel schrijven in jullie schriftje. Lkr. zegt: Let goed op jullie schrijfhouding! Lkr. vraagt: Weten jullie nog wat een juiste zithouding is om te schrijven? (je moet met je rug tegen de leuning zitten, en met je voeten plat op de grond naast elkaar) Lkr zegt: Inderdaad! Zoals jullie weten kunnen jullie altijd een opstapje nemen als je je voeten niet plat op de grond kan zetten. Lln. mogen 10 minuten schrijven in hun schrift. Lkr. loopt rond en verbeterd. Verbetert 10 minuten is kort om te schrijven. Kort de inleiding en uitleg in. Zorg ook voor een kort maar passend slot van de les. 7
BIJLAGEN 1) Werkschrift p. 32-33 8
9