2 Lesleidraad Beste docent De zomer van Atlas komt eraan. Honderden anderstaligen kunnen zich de laatste week van juni inschrijven voor het zomeraanbod bij Atlas. We willen de cursisten de kans geven om op voorhand na te denken over welke activiteiten ze graag doen en wanneer ze vrij zijn om deel te nemen. Daarom ontwikkelden we dit lespakket. Hierin zit een ganzenbordspel om te polsen naar interesses. Er is ook een promofilmpje waar een vraaggesprek of een luisteroefening bij hoort. Ten slotte kan je met je cursisten een planning invullen. Of je dit samen met je cursisten doet, is uiteraard afhankelijk van hun taalniveau en/of achtergrond. De lesduur is minimum 60 en hangt af van het taalniveau en de achtergrond van je cursisten. Dit lespakket is geschikt voor cursisten uit NT2 Alfa cursisten uit richtgraad 1 cursisten in module Threshold 1 Persoonlijk en/of module Threshold 2 Publiek mondeling Veel plezier!
3 Welke taaltaken oefen je met je cursisten? De cursisten brainstormen over de zomer. De cursisten spelen een ganzenbordspel en stellen elkaar vragen over hun interesses. De cursisten bekijken een filmpje over het zomeraanbod en lossen vragen op. De cursisten vullen een zomerplanning in. Welke leerplandoelstellingen kan je behandelen? NT2 Alfa Spreken o BE 040 BC055 relevante gegevens begrijpen in informatieve teksten o BE 040 BC049 zijn beleving verwoorden o BE 040 BC050 vragen naar de beleving van zijn gesprekspartner o BE 040 BC054 informatie geven in informatieve teksten Luisteren o BE 040 BC057 relevante gegevens begrijpen wanneer een spreker zijn beleving verwoordt o BE 040 BC061 relevante gegevens begrijpen in informatieve teksten o BE 040 BC063 relevante gegevens begrijpen in narratieve teksten o BE 040 BC065 het globale onderwerp bepalen in narratieve teksten Lezen o o BE 040 BC076 teksten herkennen aan uiterlijke kenmerken BE 040 BC087 relevante gegevens begrijpen in informatieve teksten Schrijven o BE 040 BC079 relevante gegevens begrijpen in informatieve teksten o BE 040 BC080 relevante gegevens begrijpen in een instructie o BE 040 BC073 een formulier en een document invullen
4 Richtgraad 1 Spreken o NT 016 BC 009 zijn beleving (d.i. zijn wensen, noden en gevoelens) verwoorden en vragen naar de beleving van zijn gesprekspartner (BESCHRIJVEND) o NT 016 BC 011 informatie vragen en geven in informatieve teksten (STRUCTUREREND) Luisteren o NT 016 BC 018 het globale onderwerp bepalen en de gedachtegang volgen in narratieve teksten (BESCHRIJVEND) Schrijven o NT 016 BC 027 informatie vragen en geven in informatieve teksten (BESCHRIJVEND) Lezen o NT 016 BC 037 alle gegevens begrijpen in informatieve teksten (BESCHRIJVEND) Richtgraad 2: Threshold 1 Persoonlijk en/of Threshold 2 Publiek mondeling Spreken o NT 017 BC 007 een samenvatting geven van narratieve teksten (STRUCTUREREND) Luisteren o NT 017 BC 015 de hoofdgedachte achterhalen in narratieve teksten (STRUCTUREREND) Lezen o NT 017 BC 027 de hoofdgedachte achterhalen in informatieve teksten (BESCHRIJVEND)
5 Lesverloop 1. Brainstorm: waar denk je aan bij het woord zomer? Materiaal - foto s die je associeert met de zomer uit tijdschriften, kranten Mogelijke werkvormen a. Vertelmethodiek (van Veerle Ernalsteen) Voorbereiding: op tafel liggen verschillende foto s met situaties die je associeert met de zomer. 1. Elke cursist kiest 1 foto en beschrijft de foto zintuigelijk. De cursist mag niet beschrijven wat hij/zij ziet maar mag wel beschrijven wat hij/zij hoort, voelt, proeft en ruikt. De cursist gebruikt geen gebaren. 2. De cursisten leggen alle foto s op de grond. Alle deelnemers gaan in een kring zitten. Beurtelings beschrijft iemand zijn/haar foto. De anderen raden om welke foto het gaat. 3. Klasgesprek: Zijn deze situaties herkenbaar voor je cursisten? Wat doen zij in de zomer? b. Elfje over zomer Een elfje is een dichtvorm die bestaat uit 11 woorden: de 1 e regel = 1 woord zomer de 2 e regel = 2 woorden lekker warm de 3 e regel = 3 woorden zon blauwe hemel de 4 e regel = 4 woorden strand zee zwemmen vakantie de 5 e regel = 1 woord vrij c. Woordslang Cursist 1 zegt een woord dat hij/zij associeert met zomer. Cursist 2 zegt een woord dat start met de laatste letter van het vorige woord, etc.
6 d. Woordspin Je schrijft zomer op het bord en laat de cursisten associëren en hun woorden op het bord rond zomer schrijven. e. Op een tafel liggen verschillende foto s die je associeert met zomer. Elke cursist kiest een foto en vertelt waarom hij/zij de foto koos. f. Je verdeelt de cursisten in groepjes van 3. Elk groepje schrijft in 3 zoveel mogelijk woorden op die met zomer te maken hebben. Het groepje met de meeste woorden wint. 2. Ganzenbordspel: de cursisten stellen elkaar vragen over hun interesses. Materiaal: - een ganzenbord (zie bijlage) - een dobbelsteen - een stapel vraagkaartjes voor de verschillende niveaus (zie bijlage) - pionnen Werkvorm: Je verdeelt je klas in groepjes van 4. Elk groepje krijgt het materiaal. Je legt de vraagkaartjes omgekeerd op een stapel. Voor elk niveau zijn er aparte vraagkaartjes. Je bepaalt als docent zelf of je in een hoger niveau ook de kaartjes van een lager niveau gebruikt. Alfacursisten kunnen aan de linkerbuur vragen of ze de activiteit op de foto graag doen (bijv. Kook jij graag?). Op het ganzenbord zie je foto s van activiteiten van het zomeraanbod. De cursisten gooien met een dobbelsteen en gaan op de juiste foto staan. Ze nemen een vraagkaartje van de stapel. Ze stellen een vraag over de activiteit op de foto aan de linkerbuur. (Bijv. Kan jij goed koken?) De linkerbuur antwoordt en gooit met de dobbelsteen.
7 3. Promofilmpje Materiaal - de link naar het promofilmpje vind je hier of via de website Nederlandsoefenen.be/antwerpen/zomer-van-atlas - opdrachtenblad per niveau (zie bijlage) Werkvorm In dit promofilmpje kijken de cursisten naar een voorbeeld van een conversatiegroep. Er horen een aantal vragen bij voor richtgraad 1 en een luisteropdracht voor 2.1 2.2. Je vindt dit materiaal in de bijlage. 4. Planning Materiaal - planning van juli en augustus (zie bijlage) Werkvorm Je geeft elke cursist een planning van juli en augustus. Het is belangrijk dat je het woord planning gebruikt want in deze planning duiden de cursisten aan wanneer ze vrij zijn om deel te nemen aan het zomeraanbod en in welke activiteiten ze interesse hebben. Op de kalender staat wanneer en waar de activiteiten plaatsvinden maar dit overlopen we met de cursisten in Atlas. Bij de inschrijving krijgen de cursisten een kalender mee waarop hun definitieve activiteiten staan. Alle instructies staan op de planning. De leerkracht schat zelf in of de cursisten deze zelfstandig kunnen invullen. Geef zeker de volgende informatie aan je cursisten: o het zomeraanbod is vrijblijvend o de activiteiten zijn gratis o de cursisten moeten de planning meenemen naar de inschrijving bij Atlas. o de cursisten kunnen niet online inschrijven
8 Bijlagen 1. Ganzenbord
Wat doe jij graag?
2. Vraagkaartjes 1.1 jij graag s morgens of s avonds? Met wie jij? jij in de week of in het weekend? Waar jij? Hoeveel keer per week jij? Hoe lang jij? Is gezond? In welk seizoen je graag? jij graag? jij graag alleen of met 2? Wil je meer? je dikwijls? je met familie of vrienden? Ga jij mee?
11 1.2 Kan jij goed? Heb jij in je geboorteland? Heb jij met je grootouders? Praat 1 minuut over? Waarom jij (niet) graag? Wat zie je op de foto? Wat doe jij liever dan? Wie kan het beste? Wat is jouw favoriete plaats om te? Wanneer heb jij voor de laatste keer?
12 2.1 Persoonlijk en 2.2 Publiek mondeling Is in België anders dan in je geboorteland? jij vroeger? jij nu? jij evenveel in België als in je geboorteland? Vind jij gemakkelijk? Vind jij het oké om met iemand te die jij niet kent? Wanneer doe jij dit het liefst? Wat vind jij (niet) leuk? Hoe noem je iemand die? Wat vind je positief aan? Wat vind je negatief aan? Moet je sociaal zijn om te? Mag je verlegen zijn om te? Word jij blij van? Ben jij het juiste type om te? Waarom wel/niet?
13 3. Opdrachten bij het promofilmpje Alfa en 1.1 Welke personen zie je in het filmpje? Waar spreken ze af? Waar gaan ze naar toe? Welk transport nemen ze? Welke halte stappen ze op? Wat gaan ze doen? Waarom vinden de mensen deze activiteit goed? Hoe is het weer? 2.1 2.2 Schrijf de antwoorden in steekwoorden (= korte informatie) op. 1. Wie?... 2. Waar? (Waar spreken ze af en waar gaan ze naartoe?)... 3. Wat?... 4. Hoe?... 5. Waarom is dit een goede activiteit?... Kijk naar je antwoorden hierboven en maak een samenvatting van 3 zinnen. 1. 2... 3......
4. Planning van juli en augustus 14
15 Planning juli Heb je interesse om in de zomer je Nederlands te oefenen? Neen Geef dit papier terug aan de leerkracht. Ja Volg de instructies hieronder. 1. Vul de planning in. Op welke dagen ben je op vakantie? Zet een op die dagen. Op welke dagen en uren moet je thuis zijn voor de kinderen? Zet een op die dagen en uren. Op welke dagen heb je tijd om een activiteit Nederlands doen? Zet een bij het vakje met het juiste uur. 2. Ga naar atlas en schrijf je in. Wanneer? Van 26 juni tot 30 juni van 9u tot 12u en van 13u tot 16u. Let op: breng deze planning mee naar de inschrijving. maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31
16 Wat wil je graag doen? Duid aan met. Ik wil samen met anderen wandelen in de natuur. Ik wil samen met anderen een museum bezoeken. Ik wil samen met anderen wandelen in de stad. Ik wil samen met anderen fietsen. Ik wil samen met anderen koken. Ik wil samen met anderen Nederlands praten in een conversatiegroep. Ik wil met 1 persoon (zomerbuddy) Nederlands praten en een activiteit doen. Ik wil werken als vrijwilliger. Er zijn verschillende soorten vrijwilligerswerk.
17 Planning augustus Heb je interesse om in de zomer je Nederlands te oefenen? Neen Geef dit papier terug aan de leerkracht. Ja Volg de instructies hieronder. 3. Vul de planning in. Op welke dagen ben je op vakantie? Zet een op die dagen. Op welke dagen moet je thuis zijn voor de kinderen? Zet een op die dagen. Op welke dagen heb je tijd om een activiteit Nederlands doen? Zet een bij het vakje met het juiste uur. 4. Ga naar atlas en schrijf je in. Wanneer? Van 26 juni tot 30 juni van 9u tot 12u en van 13u tot 16u. Let op: breng deze planning mee naar de inschrijving. maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31
18 Wat wil je graag doen? Duid aan met. Ik wil samen met anderen wandelen in de natuur. Ik wil samen met anderen een museum bezoeken. Ik wil samen met anderen wandelen in de stad. Ik wil samen met anderen fietsen. Ik wil samen met anderen koken. Ik wil samen met anderen Nederlands praten in een conversatiegroep. Ik wil met 1 persoon (zomerbuddy) Nederlands praten en een activiteit doen. Ik wil werken als vrijwilliger. Er zijn verschillende soorten vrijwilligerswerk.