Externe effecten van de productie. Als bedrijven produceren is er vaak sprake van bijkomende effecten die niet in de prijs van het product zijn opgenomen. Als een bedrijf auto s produceert dan put het bedrijf de aarde uit (staal en olie en andere grondstoffen) en het bedrijf stoot vervuilende gassen uit bij de productie (milieuvervuiling). Externe effecten kun je daarom als volgt definiëren: - De welvaart van de een (bedrijven) gaat ten koste van de welvaart van de ander (de samenleving). Daar waar de eigenaren geld verdienen aan de productie en welvarender worden, betaalt de samenleving de kosten van het schoonmaken van het milieu. Die kosten worden via de belasting betaalt. Bij externe effecten spreken we daarom altijd van maatschappelijke kosten. Externe effecten kunnen zowel het gevolg zijn van productie (uitputting, milieuvervuiling) als van het gebruik van die producten. Bedrijven worden welvarend van verslaafde rokers. Maar de extra ziektekosten voor deze rokers worden door de maatschappij betaalt. Het begrip welvaart. Eigenaren van bedrijven worden welvarender omdat ze winst maken via de productie. Dat is een enge (beperkte) definitie van welvaart. De hele maatschappij, ook de eigenaren van de onderneming, hebben last van de negatieve externe effecten, zoals een ongezonde leefomgeving. Als je ook met factoren als milieu, leefomgeving, gezondheid en geluk rekening houdt dan spreek je over een ruim (uitgebreid) welvaartsbegrip. En dat begrip van welvaart gaat verder dan geld verdienen. Externe effecten teniet doen. Externe effecten zijn bijna onvermijdelijk bij de productie van goederen en diensten. Stoppen met productie van goederen en diensten is geen oplossing. Dit zou leiden tot werkloosheid en een daling van het BBP. Daarom brengt het oplossen van externe effecten een aantal problemen met zich mee: - Externe effecten zijn lang niet altijd in geld uit te drukken. Verloren levensjaren door roken zijn niet in een prijs uit te drukken. De extra zorgkosten van rokers wel. Ook al is dat een hele rekensom. - De overheid zal externe effecten moeten oplossen of terug dringen. De markt kan dat niet omdat ze concurreert op prijs. Als alle bedrijven de kosten van Pagina 1 van 7
vervuiling zouden opnemen in hun prijs was het probleem opgelost. Maar als bedrijf de eerste stap nemen doe je niet omdat je product dan te duur wordt ten opzichte van de concurrent. Als bedrijven op vrijwillige basis afspraken maken is de kans op free-riders gedrag groot. Het loont om de kosten niet te maken omdat je daardoor goedkoper wordt dan de concurrent. Je zou kunnen stellen dat bedrijven dan ook gevangen zijn in een gevangendillemma. Het marktmodel en externe effecten. De bedenkers van het marktmodel hebben niet nagedacht over externe effecten. Het nadenken daarover kwam pas veel later. We kunnen aan de hand van het marktmodel wel laten zien wat er gebeurt als er rekening wordt gehouden met externe effecten. Figuur 1: het tot stand komen van maatschappelijke kosten Als bedrijven de kosten van vervuiling zouden opnemen in hun prijs komt een nieuwe prijs tot stand. Dat noemen we de maatschappelijke prijs. De maatschappelijke kosten zijn nu opgenomen in de prijs van het product (Q a ). Dat product wordt daardoor wel duurder. Bij bedrijven zal daarom de leveringsbereidheid dalen. De hogere kostprijs leidt tot een daling van de vraag. Er komt een nieuw maar lager evenwicht tot stand. Het voordeel is dat de vraag is terug gelopen. De vervuiling neemt sowieso af door een lagere productie. Pagina 2 van 7
De overheid als regisseur. De overheid is de enige partij die in staat is om marktpartijen te dwingen anders te handelen dan ze doen. Daarnaast is de overheid de enige partij die het geld kan afromen dat bedrijven zouden kunnen opbrengen door een maatschappelijke prijs te berekenen (zie figuur 1). De overheid kan daarmee vervolgens de problemen van externe effecten verminderen of op lossen. Zoals gezegd, bedrijven doen dat niet uit zichzelf. Dus hanteert de overheid collectieve dwang, bijvoorbeeld door het opleggen van een accijns. De overheid hanteert over het algemeen de volgende middelen om negatieve externe effecten te verminderen of op te lossen : 1. Het opleggen van accijnzen 2. Het opleggen van productiequota 3. Het opleggen van wetgeving 4. Het verkopen van emissierechten 5. Het uitgeven van groene labels 1. Accijnzen. Door accijnzen te heffen op specifieke producten betalen aanbieders en mensen die het product consumeren mee aan de maatschappelijke kosten via extra belastingen. Het is daarmee niet duidelijk of de extra belastingopbrengsten dekkend zijn om de externe effecten af te kopen. Door een accijns op te leggen stijgt de kostprijs van het product. Figuur 2. Het effect van een accijns op de evenwichtsprijs en hoeveelheid. Voordeel: Ten eerste daalt de evenwichtshoeveelheid dus de productie. Ten tweede ontvangt de overheid accijns over het product waarmee ze de kosten van de Pagina 3 van 7
negatieve externe effecten van die productie of het gebruik van dat product kan terug dringen. Nadeel: Het negatieve externe effect wordt niet volledig opgelost. Er blijft vervuilende productie of gebruik. 2. Het opleggen van een productiequotum. Een quotum is een maximale hoeveelheid (q). De overheid legt bijvoorbeeld in de visserij quota op. De maximale hoeveelheid van een bepaalde vissoort die bedreigd wordt die mag worden gevangen. De het gestippelde gedeelte van de aanbodlijn Q a, is het gedeelte wat niet meer geleverd mag worden door het ingestelde quotum. Figuur 3. Het effect van een quotum op de geproduceerde hoeveelheid Voordeel: De natuur krijgt de kans zich te herstellen. De populatie vis kan weer groeien waardoor er in de toekomst blijvend vis beschikbaar is. Nadeel: Na instelling van het quotum hebben bedrijven een te grote productiecapaciteit en zullen er mogelijk bedrijven failliet gaan. 3. Het opleggen van wetgeving. De overheid kan via wetgeving allerlei zaken bepalen. Zo hanteert de Europese overheid uitstoot normen voor auto s. Auto s die niet voldoen aan de eisen mogen niet verkocht worden. Dit dwingt autofabrikanten te innoveren en schonere producten te maken. Pagina 4 van 7
Voordeel: De productie blijft intact, maar wordt schoner. Omdat de regels voor iedereen gelden worden de concurrentieverhoudingen tussen fabrikanten niet aangetast. Nadeel: gevaar van fraude. Denk aan de sjoemel software van Volkswagen. Een tweede vorm van wetgeving is de wetgeving rondom maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). De overheid dwingt bedrijven in hun jaarverslag niet alleen aandacht te geven aan hun geldelijke prestaties (profit), maar ook aan people (wat heb je voor de samenleving gedaan) en planet (leefomgeving, wat heb je voor de aarde gedaan). People, Planet en Profit zijn de drie ingrediënten van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Vaak worden die weergegeven in onderstaande figuur: Figuur 4. Maatschappelijk verantwoord ondernemen Geven bedrijven voldoende aandacht aan alle drie de onderdelen (overlappende stukje van de drie cirkels) dan zijn ze bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voordeel: bedrijven worden positief gestimuleerd na te denken over de effecten van hun productie Nadeel: Bedrijven kunnen zaken veel mooier voorstellen dan ze zijn. Deze maatregel zou makkelijk kunnen leiden tot free-riders gedrag. Wel wat moois opschrijven, maar niets doen voor people en planet omdat dat alleen maar kosten met zich meebrengt. Pagina 5 van 7
4. Het verkopen van emissierechten (vervuilingsrechten). De overheid kan bepalen hoeveel vuile stoffen bedrijven of gebruikers maximaal mogen uitstoten. Zo heeft de overheid in het akkoord van Parijs bepaald hoeveel CO2 Nederland jaarlijks maximaal zal uitstoten. De overheid bepaalt een maximale hoeveelheid vervuilingsrechten (CO2 rechten). Vervolgens verkoopt ze die vervuilingsrechten aan bedrijven die het recht willen hebben vuil uit te stoten. De overheid creëert daarmee een helemaal nieuwe markt. De markt van CO2 certificaten. Omdat bedrijven nu zelf betalen voor het vervuilen stijgt de kostprijs. Door te innoveren kan een bedrijf schoner gaan produceren. Ze kan dan de certificaten weer verkopen, want deze zijn vrij verhandelbaar op de markt. Figuur 5A (de overheid verkoopt een maximaal aantal certificaten) en figuur 5B ( bedrijven verhandelen de certificaten als ze die niet meer nodig hebben). Voordeel: De productie blijft intact, maar wordt schoner. Omdat de regels voor iedereen gelden worden de concurrentieverhoudingen tussen fabrikanten niet aangetast. Bedrijven worden gestimuleerd om te innoveren om groener te produceren. Nadeel: gevaar van fraude. Denk aan de sjoemel software van Volkswagen. 5. Het uitgeven van groene labels. De overheid heeft bijvoorbeeld bepaald onder welke voorwaarden je je product biologisch mag noemen. Omdat sommige klanten bewust deze producten kopen en Pagina 6 van 7
daar een hoge betalingsbereidheid voor hebben willen bedrijven hier graag aan voldoen. Voordeel: Er ontstaat een nieuwe biologische markt waar geld valt te verdienen Nadeel: Door de grote hoeveelheid labels weten consumenten niet meer wat echt groen is. Pagina 7 van 7