Werkbladen landschapsstudie Naam: Start aan Noteer en duid aan op je kaart: Bos plantage - weide akker bebouwing Op welke hoogte ligt?. Op welke hoogte ligt het kruispunt?. Welk is het verschil tussen beide?. Is dit een groot, matig of klein hoogteverschil? Is dit een steile, matige of zwakke helling? H... j H... H...??? A Schatten en meten aan het kruispunt Schatten met het oog: In het landschap zie je in het Noord-Westen het kerkje van Onkerzele. Schat de afstand van de plaats waar je nu staat tot het kerkje. ->. m of km Schatten met figuren: Schat nu de afstand met de figuurtjes hieronder. -> m of km 10 km De horizon 2 km Je ziet de omtrek van bomen. 850 m mensen in de verte 500 m bewegingen 300 m details van een huis 75 m net het gezicht 50 m iemand herkennen. Meten: a. Kan je het kerkje van Onkerzele vinden op je kaart met schaal 1/10000? Welke kaart zou je dan nodig hebben om het wel te vinden? Een kaart met schaal 1/5000 of 1/20000. (omcirkel het juiste) b. Reken uit: De schaal = 1 cm is in werkelijkheid... cm Afstand van hier tot de kerk =.. cm Werkelijke afstand =.. cm x.... =. cm =.. m =. km 1
B De fotogalerij aan het kruispunt Fotografeer volgende natuurlijke, halfnatuurlijke en menselijke elementen: wilgenrij, akker, weide, bosrand, bebouwing, schapenstal, klein bosje, wegberm, hoogspanningslijn, onverharde weg, horizonlijn, gewassen, dieren Omcirkel wat jij gefotografeerd hebt en ook het overeenkomstige element. Haha!!! We hebben de 3 de H!!!??? C Onder de grond tussen het kruispunt en de ingang van het bos Wat stel je vast bij de bodemboring? o de strooisellaag ontbreekt / is aanwezig (schrap wat niet past) o de roestvlekjes wijzen op aanwezigheid van... Benoem de grondlagen links en teken of kleur rechts in met het bodemstaal. Bovenste laag Onderste laag D Help, de bodem schuift voor de ingang van het bos Definitie van erosie: Verplaatsen van bodemdeeltjes door...,... en... Hoe zie je erosie op deze plaats? O uitspoelingsgeulen op de weg O de akker schuift over de weg O een holle weg Oorzaken van erosie op deze plaats: O de aanwezigheid van een helling O de dichte begroeiing op het pad O een naakte bodem waar de beplanting ontbreekt O de inwerking van water O de aanwezigheid van een bos in de buurt Hoe kan je het erosieprobleem voorkomen op de akker? O ploegen evenwijdig met de hoogtelijnen O ploegen dwars op de richting van de hoogtelijnen O de akker onbegroeid laten liggen in de winter O begroeiing voorzien op de akker tijdens de winterperiode 2
Boetseer met een beetje moederlaag en vergelijk de structuur met de figuurtjes uit het schema. Omcirkel in onderstaand schema de bodemsoort van de moederlaag. Wat is het bodemgebruik op de plaats van de boring?.. 3
E Beleef de omgeving voor de ingang van het bos Sluit even je ogen en neem de geluiden rondom jou op. Open je ogen en neem de ganse omgeving in je vizier, van wolken tot aarde en ook binnen een omtrek van 360. Omcirkel het juiste: we bevinden ons in een gesloten landschap of open landschap. Opmerking:. Kleur het volgende diagram in volgens de score die jij deze omgeving geeft voor volgende punten: o Natuurlijkheid o Afwisseling o Totaalbeeld Meer Minder 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 Natuurlijkheid Afwisseling Totaalbeeld F Op weg naar de top open plekje rechts van het pad Afstand: Neem passen van 0.5 m en tel ze tot aan het boshuisje. Aantal passen = (gedeeld door 2) =.. m Meet het op de kaart:.. cm =.. m Helling: Hoe heb je de helling ervaren? Hoe kan je dit zien op de kaart? 4
G Het water vindt zijn weg aan het boshuisje Wat is het bodemgebruik op deze helling? Verklaar.. Hoe beschermt het bos de helling?. Zet een pijl op de kaart in welke richting het water afvloeit. Naar welke rivier is dit? Noteer het op de kaart. Bepaal met het kompas in welke richting deze ligt? H Waarnemingen op de top op de Bosberg Zet een pijl op de kaart in welke richting het water afvloeit. Naar welke rivier is dit? Noteer het op de kaart. Bepaal met het kompas in welke richting deze ligt? Deze weg vormt dus de. tussen de rivieren... en. - Vergelijk deze omgeving met je schoolomgeving en je woonomgeving. Zie je hier meer of minder huizen? Wat zegt dit over de bevolkingsdichtheid? Hoe wordt dit landschap hier ingevuld? Zie je hier elementen van toerisme, industrie, landbouw, natuur? Omcirkel. Spreek je hier van een natuurlandschap of een cultuurlandschap, bekijk de landschappen langs beide zijden van de weg. Het landschap ten noorden van de weg -> Het landschap ten zuiden van de weg ->.. 5
Als planten vertellen reservestop aan de wegberm nabij de populierenplantage Omcirkel in de onderstaande tabel de planten die je waarneemt in de wegberm. Gebruik de 3 fotobladen van de wegbermflora. FLORA VAN VOEDSELARME WEGBERMEN FLORA VAN MATIG VOEDSELRIJKE WEGBERMEN VOEDSELRIJK Agrimonie Brunel Akkerdistel Duizendblad Knoopkruid Bereklauw (gewone) Echte koekoeksbloem Lidrus Bramen Jakobskruiskruid Moerasspirea Dagkoekoeksbloem Gewone rolklaver Paardebloem Grote brandnetel Gewoon biggekruid Peen Hondsdraf Grasklokje Pinksterbloem Kattestaart Schermhavikskruid Ringelwikke Kleefkruid Sint-Janskruid Smalle weegbree Kruipende boterbloem Valse salie Smeerwortel Rode klaver Vlasbekje Witte klaver Zilverschoon Conclusie : Deze berm is voedselarm / matig voedselrijk / voedselrijk (omcirkel het juiste) Verklaring:. 6