2015-2019 Beleidsplan Rekenen
Inhoud Beschrijving doelgroep... 2 Visie op onderwijs... 2 Basisvisie... 2 Leerinhouden/ activiteiten... 2 Vakdidactiek rekenen/wiskunde... 3 Doelen voor het rekenonderwijs.... 3 Einddoelen voor rekenen/wiskunde:... 3 Het lesmodel rekenen wiskunde... 3 Oplosmethodes... 3 Inzet van de methode Alles telt... 3 Woordenschat binnen het rekenonderwijs.... 4 Inzet ICT bij het rekenonderwijs... 5 Inzet met Met sprongen vooruit.... 5 Rekenen wiskunde in het curriculum... 5 Groep 1 en 2... 5 Groep 3 t/m 8... 7 Toetsen en volgen... 7 Toets-kalender: Rekenen / wiskunde... 7 Groepsplannen... 8 Vraagstelling CITO toets... 8 Zorgleerlingen binnen het rekenonderwijs... 8 Leerlingen met tijdelijke rekenproblemen... 8 Leerlingen met structurele rekenproblemen... 8 Beleid t.a.v. het hanteren van het maatschrift... 8 Borging van het rekenonderwijs... 9 1
Beschrijving doelgroep Helmond-West is een zeer gedifferentieerde wijk met een rijke diversiteit aan mensen, woningen en voorzieningen. Een karakteristieke wijk met historische elementen en veel verschillen in zowel bevolkingssamenstelling als bouwstijlen. De wijk kent een aantal buurten dat als aandachtsgebied aangemerkt wordt vanwege woningvoorraad en de sociaaleconomische kenmerken van de bevolking. Voor alle kinderen geldt dat de samenleving ingewikkeld en complex is en niet altijd voor iedereen even veilig en toegankelijk. We gaan er op onze school vanuit dat succeservaring de basis is waarop kinderen vertrouwen krijgen in hun eigen kunnen. Het uitblijven van succeservaringen kan leiden tot een laag gevoel van eigenwaarde en een verminderde motivatie voor school en leren. Door kinderen een veilige omgeving te bieden, taal- en rekenvaardig te maken en te leren te vertrouwen op eigen kunnen en de vele talenten die zij hebben, zal hun gevoel van eigenwaarde positief worden beïnvloed. Onze kinderen zijn gebaat bij een leeromgeving (zowel binnen als buiten de school) waarin zij kunnen participeren in een levensechte, betekenisvolle context, met voor henzelf zinvolle activiteiten om zo succeservaringen op te kunnen doen, waarbij het van belang is dat ze daarin een actieve en verantwoordelijke rol spelen. Het is daarnaast belangrijk dat hun omgeving (school, vrije tijdsverenigingen en ouders) hoge verwachtingen van de kinderen heeft, waardoor zij leren om in zichzelf te geloven en zo (eigen) doelen te behalen. Visie op onderwijs De basisvisie met de daarbij behorende leerinhouden en leeractiviteiten is tot stand gekomen op basis van datgene waarvan wij denken dat onze leerling populatie nodig heeft om tot zo n volledig mogelijke ontwikkeling te komen. Basisvisie De leerlingen leren hun cognitieve capaciteiten, sociale vaardigheden, talenten, zelfredzaamheid en zelfvertrouwen herkennen, gebruiken en ontwikkelen. Zij kunnen zich daardoor vol vertrouwen zelfstandig en zelfredzaam bewegen in de maatschappij. 2 Leerinhouden/ activiteiten - Zelf doen, zelf ontdekken, zelf ervaren. - Zelfstandig werken (incl. plannen en verantwoordelijkheid nemen). - Samenwerken/ groepswerk/ kringgesprekken. - Presenteren. - Basisvaardigheden, met bijzondere aandacht voor taalvaardigheid. - Duurzaam omgaan met de hen omringende wereld. - Leren een mening te vormen en een kritische houding te ontwikkelen. - Leren leren en onderzoekende houding eigen maken. - ICT vaardig maken. - Expressieve uitingen (muziek, dans, drama, handvaardigheid, koken etc.). - Sport en spel. - Actief luisteren tijdens klassikale lessen. N.a.v. de basisvisie en de daarbij behorende leerinhouden en leeractiviteiten hebben we zeer bewust voor de methode: Alles telt gekozen, omdat deze methode grotendeels bij onze visie aansluit.
Vakdidactiek rekenen/wiskunde Doelen voor het rekenonderwijs. De doorgaande lijn van rekenen/wiskunde begint in groep 1 en loopt door tot en met groep 8. Einddoelen voor rekenen/wiskunde: - Wij streven er naar dat alle leerlingen aan het einde van groep 8 referentie niveau S1 hebben bereikt. - Bij leerlingen waar dit niet mogelijk blijkt, streven wij naar referentie niveau F1. Zie bijlage 1. - Voor leerlingen waarbij wij voorzien dat referentie niveau F1 niet behaald gaat worden, wordt een OPP opgesteld waarbij naar zo hoog mogelijke doelen voor de betreffende leerling wordt gestreefd en gekeken wordt wat de leerling het hardste nodig heeft. Het lesmodel rekenen wiskunde Verantwoordelijkheid leerkracht Ik Wij Introductie en modelling Begeleide oefening Jullie Jij Leerlingen rekenen samen Leerlingen rekenen zelfstandig Verantwoordelijkheid leerling 3 Oplosmethodes Bij het aanleren van de oplosmethodes worden de strategieën van de methode gevolgd. In een later stadium worden leerlingen gestimuleerd hun eigen oplosmethode te kiezen. Inzet van de methode Alles telt De methode Alles telt wordt als volgt ingezet( waarbij de dagen slechts een suggestie zijn): Week 1 Alles telt Tijd Maandag Les 1 (leerkracht gebonden les) Tijdens de zelfstandige verwerking maken leerlingen in subgroep 1 de dichte opdrachten (deze opdrachten oefenen het lesdoel) in het werkboek met de leerkracht. Daarna maken ze de open opdrachten zelfstandig. Subgroep 2 en 3 maken de dichte (en eventueel de open opdrachten) in het werkboek zelfstandig of in kleine groepjes. Als 2 klaar is werken ze met Even Snel en 3 met de plus opdrachten. 60 minuten
Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag. Les 2 (leerling gebonden les) Start met hoofdrekenen. Leerlingen in subgroep 1 maken de open bolletjes in het boek, samen met de leerkracht. Daarna werken ze zelfstandig verder aan het gedifferentieerde aanbod van de vorige dag. Subgroep 2 maakt de opdrachten in het boek met de open bolletjes en de opdrachten zonder rondje of bolletje uit het boek. Subgroep 3 kan de open bolletjes indien gewenst overslaan en als extra uitdaging de dichte bolletjes maken. Les 3 (leerkracht gebonden les) Aanpak is hetzelfde als bij les 1. Les 4 (leerling gebonden les) Aanpak is hetzelfde als bij les 2 Les 5. Dit is een herhalingsles waarin de aangeboden lesdoelen van de afgelopen 4 lessen terug komt. Deze les kan gebruikt worden om aangeboden lesstof te herhalen, middels de inzet van de instructietafel voor herhaalde instructie of coachend. Of om te toetsen in hoeverre het lesdoel beheerst wordt. (dit naar inzicht van de leerkracht) 60 minuten 60 minuten 60 minuten 60 minuten Voor groep 3 geldt een andere opzet vanuit de methode, die wordt ingezet als pilot: Les 1 en 3: een leerkracht gebonden les, waarin ze interactief te werk gaan. Les 2 en 4: het werkboek staat centraal, leerkracht hanteert directe instructie model. Les 5: herhalingsles. 4 In het kader van Passend Onderwijs is de lesopzet in groep 3 aangepast en ziet er als volgt uit Dagelijks 15 minuten instructie op het lesdoel of automatiseren vanuit met sprongen vooruit. Daarna gaan de kinderen 45 minuten actief aan de slag in een rekencircuit, dit bestaat uit de opdrachten van het werkboek, spelletjes met Sprongen vooruit, Pico Piccolo etc. Voor groep 4 geldt dat zij het eerste halfjaar geen differentiatie kennen in niveau. Hele groep doorloopt dezelfde lesstof. Woordenschat binnen het rekenonderwijs. We bieden de rekenwoorden uit de handleiding van het de methode Alles telt aan, daarvoor gebruiken we het Viertakt-model van Verhallen. De leerkracht maakt zelf de keuze of het woord / de woorden uit een desbetreffende les aangeboden moet/moeten worden, omdat de woorden door de jaren heen terug blijven komen. We hanteren wel in iedere groep dezelfde benaming voor de begrippen. De aangeboden woorden zijn zichtbaar in de klas.
Naast de rekenwoorden uit de methode maken we ook gebruik van de schooltaalwoordenlijst. De handleiding geeft aan dat er rekenwoorden en lastige woorden zijn. Wij hebben ervoor gekozen om de rekenwoorden volgens de viertakt aan te bieden. Het aanbod valt onder de 25 aangeboden woorden per week. Zie hiervoor het woordenschatbeleidsplan. Inzet ICT bij het rekenonderwijs Ter ondersteuning wordt ICT ingezet bij het rekenonderwijs. De digibord-software van Alles Telt biedt een uitleg en een gezamenlijk inoefenen met Reken maar. In het kader van passend onderwijs hebben we gekozen voor Rekentuin. Met deze software kunnen kinderen op hun eigen niveau werken. Daarnaast registreert Rekentuin het gemaakte werk en past daar vervolgens de volgende les op aan, zodat kinderen altijd in volgorde van de leerlijn oefenen op hun leerdoel. Verder zijn er op internet veel rekenspelletjes te vinden die het automatiseren van diverse sommen op een leuke manier oefenen. Deze kunnen naar inzicht van de leerkracht worden ingezet. Inzet met Met sprongen vooruit. Om het automatiseerproces van het rekenen zo optimaal mogelijk te stimuleren en onderhouden maken we structureel gebruik van de materialen en spelideeën die de methode Met sprongen vooruit aanbiedt. Dit betekent concreet dat groepen 3-4-5-6 dit minimaal 1 keer per week tijdens het hoofdrekenen inzetten en er wordt 3 keer per week aan hoofdrekenen gedaan. Voor de groepen 7 en 8 geldt dat zij minimaal 1 spel inzetten bij het zelfstandig leren. Zij gaan minimaal 2x per week actief aan de slag met hoofdrekenen. Met Sprongen Vooruit hanteert een jaarkalender waardoor de spelmaterialen goed in te plannen zijn binnen de lessen van Alles Telt. Iedere les start namelijk met automatiseeropdrachten, deze tijden worden dan benut met opdrachten vanuit Met sprongen vooruit. 5 De materialen zijn daarnaast heel goed in te zetten tijdens het zelfstandig leren. Ook kunnen ze gebruikt worden voor kinderen met een OPP of kinderen die in voorgaande leerjaren hiaten hebben opgelopen. De materialen zijn dusdanig opgebouwd, dat er gewerkt wordt vanuit het topje van de ijsberg waarbij inzicht, structuur en getalbegrip het fundament is. Rekenen wiskunde in het curriculum In alle groepen wordt aandacht besteed aan rekenen- wiskunde. Groep 1 en 2 Het rekenonderwijs zit verweven in het projectmatig werken vanuit Piramide en de inzet van de leskist Met Sprongen Vooruit. Daarbij wordt de volgende planning aangehouden: (hierbij kunnen kleine verschuivingen plaats vinden ivm de aansluiting van de thema s zoals Sinterklaas, Kerstmis, Carnaval, Pasen en laatste schoolweek) Thema Week Lessen Doelen
Welkom Week 1 en 2 van het Les 4 (5min) Kleine Waku Waku Tellen t/m 10, verkort tellen t/m 10 Mensen Week 3,4,5 en 6 van het Les 9 (5 min) grote mensen hand Les 1 Kroon Splitsingen tot met 5 Telrij t/m 12, orden, vergelijken op meer minder en getalbeelden Herfst Week 7,8 en 9 van het Les 1 (5min) lieveheersbeestje en dobbelsteen Les 4 Getalkaarten Telrij t/m 12, meer minder en splitsingen Getalbeelden en getalsymbolen herkennen. Getalsymbolen koppelen aan hoeveelheden Sinterklaas Week 10,11, en 12 van het Kerstmis Week 13,14, en 15 van het Les 12 (5min) Touw van 1,5 meter Les 3 vingerbeelden Les 10 (5min) Drinkbekers Les 2 Dominostenen Vergelijken van ordenen en lengte Aantallen tellen, orden en schatten. Vergelijken op meer, minder en evenveel. Construeren, aantallen tellen, verkort tellen, splitsen en erbij en eraf. Aantallen tellen, orden en schatten. Vergelijken op meer, minder en evenveel. 6 Ziek en gezond Week 16,17,18 en 19 van het Les 6 Getalsymbolen Herkennen getalsymbolen t/m 20 Carnaval Week 20,21 en 22 van het Les 8 Figuurkaarten Herkennen benoemen van figuren Vrije Thema/letterland Week 23,24,25 en 26 van het Les 3 (5min) Wilde dieren en knijpkaarten Les 11 (5min) Tovergetallen uit de hoed Tellen, ordenen, redelijk schatten en vergelijken op meer, minder en evenveel. Digitale getalsymbolen 0 t/m 10 herkennen Lente/ Pasen Week 27,28 en 29 van het Les 2 (5min) Kikker Opzeggen telrij t/m 12
Verkeer Week 30,31,32 en 33 van het Les 5 Kaartenlijn Les 7 (5min) Politiebureau Herkennen getalsymbolen t/m 20, ordenen en koppelen aan hoeveelheden Hoeveelheden tot 12, erbij en eraf van 1 en 2 en telbaar representeren Water/ zomer Week 34,35,36,37, en 38 van het Les 5 (5min) Draaivijver Les 6 (5min) De schatkist Verkort tellen t/m 12 Ordenen, getalsymbolen, redelijk schatten, verkort tellen en getallen, koppelen aan hoeveeleden Laatste week Week 39 van het Les 7 (5min) figuurpuzzels Opereren met vormen en figuren, benoemen vormen Groep 3 t/m 8 Minimaal 1 uur per dag. Er wordt gewerkt met de methode Alles telt en met sprongen vooruit. 7 Toetsen en volgen Toets-kalender: Rekenen / wiskunde Om van kinderen competente rekenaars te maken worden een aantal aspecten rondom rekenen in kaart gebracht. Maand Groepen Toets Januari Groep 1 en 2 Cito Rekenen voor kleuters Januari/ Februari Groep 3 t/m 8 Cito Rekenen M3, M4, M5, M6, M7, M8 Juni Groep 1 en 2 Cito Rekenen voor kleuters Juni Groep 3 t/m 8 Cito Rekenen E3, E4, E5, E6, E7 Groep 1 en 2 Groep 3 t/m 8 Observaties die in KIJK worden verwerkt Methode toetsen Alles telt (signaleringstoetsen en beheersingstoetsen)
Groepsplannen Groepsplannen worden opgesteld m.b.v. gegevens uit: - Methodetoetsen - Diagnostische gesprekken - Observaties Vraagstelling CITO toets Om de kinderen voldoende voor te bereiden op de manier van vraagstellen binnen de CITO toets Rekenen, kan er bijvoorbeeld met oude cito toetsen geoefend worden. Op de volgende sites is een diversiteit van cito gerelateerde oefeningen te vinden: www.leestrainer.nl en www.redactierekenen.nl Leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte binnen het rekenonderwijs. Leerlingen met tijdelijke rekenproblemen Als leerlingen tijdelijk uitvallen op bepaalde rekenonderdelen is er verlengde instructie tijdens de rekenles en/of extra oefentijd tijdens bijvoorbeeld het zelfstandig werken. Wanneer er hiaten zijn ontstaan in lesstof uit voorgaande leerjaren dan wordt de hulp aan deze kinderen weggeschreven in een plan. Zie hiervoor Parnasys M-plan. ( linker oor ) Criteria M-plan We kijken daarvoor naar de methodetoetsen. Wanneer blijkt dat er een doel niet wordt beheerst, dan dient de leerkracht vanuit een analyse en remediërend gesprek te bepalen of het doel daadwerkelijk niet wordt beheerst of dat het wordt veroorzaakt door ander soort fouten. We spreken over het niet beheersen van een leerdoel, wanneer er een score is van 60% of lager en Parnassys dit aangeeft met een rode kleur. Het doel keert niet meer voldoende terug in de leerlijn. Het doel moet wel cruciaal zijn 8 Wanneer de leerkracht er voor kiest om een M-plan op te stellen wordt de IB-er hiervan op de hoogte gesteld. De betere rekenaars kunnen verrijking vinden in het Plusschrift. De leerkracht beslist hierover. Leerlingen met structurele rekenproblemen Voor leerlingen met structurele rekenproblemen kan er gekozen worden voor het Maatschrift. Beleid t.a.v. het hanteren van het Maatschrift 1. Het besluit om over te stappen op het Maatschrift wordt genomen in een overleg tussen leerkracht en IB-er.
2. Indien wordt besloten tot overstappen worden de ouders hiervan op de hoogte gesteld. Reden: het is een andere aanpak en het kan zijn, dat de punten op het rapport een vertekend beeld geven en de ouders een verkeerde indruk krijgen van de prestaties van hun kind. 3. Als voor het Maatschrift gekozen is informeert de IB-er de rekencoördinatoren en de rekencoördinator neemt contact met de leerkracht op om ondersteuning te bieden bij de juiste inzet ervan in de groep. 4. De kinderen, die op Maatschrift overstappen, worden ook getoetst met Maatschrift toetsen. Met uitzondering van de groepen 3 en 4, zij maken de reguliere toets. Maatschrift kent ook eigen beheersingstoetsen. Op deze wijze blijft het kind met het Maatschrift meedraaien met de groep. 5. Om de keuze te kunnen maken moet aan de volgende criteria voldaan worden: a. Vanuit de observaties en resultaten in de klas stelt de leerkracht vast, dat het kind niet meekan met de instructie en werkwijze binnen de groep. b. maar het kind blijkt wel instructie op te pikken in de kleine groep. c. Het kind valt over een langere periode uit, kijkend naar de methodische toetsen. De citotoetsen komen er vooral als extra info, als bevestigend bij: ze kunnen natuurlijk extra info opleveren. d. Het kind vertoont ook op andere terreinen uitval, m.n. op de inzichtelijke vakgebieden. e. De leerkracht kan laten zien wat zij reeds ondernomen heeft om het kind te helpen. (Wat heb ik al gedaan? Wat heeft het opgeleverd? Laat resultaten zien) Plus leerlingen Leerlingen die extra uitdaging nodig hebben maken de plus opdrachten in de methode. (Dichte bolletjes). Daarnaast mogen ze na het standaard werk in het Plusschrift werken. Omdat dit vaak net iets te moeilijk is het ook mogelijk om ze in het Plusschrift van het jaar ervoor te laten werken. 9 Borging van het rekenonderwijs Per leerjaar worden de groepsoverzichten en groepsplannen in Parnassys gehangen. Om het beleid goed te borgen wordt het minimaal twee keer per jaar geagendeerd tijdens een bouwoverleg om samen kritisch te bekijken of het beleid wordt uitgevoerd en of er aanpassingen plaats moeten vinden. Daarnaast komen de bouwcoördinatoren ook jaarlijks minimaal twee keer bij elkaar om de stand van zaken te evalueren en te werken aan daar waar vraag naar is.