IV. Chemische binding

Vergelijkbare documenten
IV. Chemische binding

V.Covalente verbindingen: Ruimtelijke structuur

NAAM (in drukletters): Stamnummer:

WATER. Krachten tussen deeltjes. Intramoleculaire en intermoleculaire krachten

IV. Chemische binding

CHEMIE 1 Hoofdstuk 7 Chemische binding I. HOOFDSTUK 7: Chemische binding I

Intermoleculaire krachten ELEKTRONEGATIVITEIT, POLAIRE ATOOMBINDING, DIPOOLMOMENT, ION-

Uitwerkingen Basischemie laboratoriumonderwijs hoofdstuk 11

VI.Covalente verbindingen: Orbitalen

WATER. Krachten tussen deeltjes

Stoffen, structuur en bindingen

Uitwerkingen Bio-organische Chemie Werkcollege Hoeveel protonen, neutronen en elektronen hebben de volgende elementen:

Algemene Scheikunde. Academiejaar

Stamnummer: NPGE: Algemene Scheikunde 6 november u

Bindingen. Suiker Suiker heeft de molecuulformule C 12 H 22 O 11

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 en 2

LEERPL AN LEERPLANDOELSTELLINGEN De leerlingen kunnen LEERINHOUDEN

a Hoeveel valentie-elektronen heeft elk atoom? Dat wil zeggen: hoeveel elektronen in de buitenste schil? Volgens: K 2 L 8 M 18

vraag A B C D Eventuele illustratie 1s 2, (2sp 2 ) 5, 2p x 1. Het aantal neutronen en electronen. De som van het aantal protonen en neutronen.

6. Oplossingen - Concentratie

Niet-metalen + metalen. Uit welk soort atomen is een ionbinding opgebouwd? Geef de chemische formule van gedemineraliseerd water.

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

Scheikunde Samenvatting H4+H5

Mens erger je niet: chemistry edition

UITWERKING CCVS-TENTAMEN 15 april 2019

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

vrijdag 28 oktober :40:59 Nederland-tijd Moleculaire stoffen 4havo hoofdstuk 2; Chemie Overal

Oplossen en mengen. Opdracht 2. Niet.

Atoombinding structuurformules nader beschouwd (aanvulling 2.4)

29ste VLAAMSE CHEMIE OLYMPIADE EERSTE RONDE

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

ZUIVERE STOF één stof, gekenmerkt door welbepaalde fysische constanten zoals kooktemperatuur, massadichtheid,.

Samenvatting Scheikunde H6 Water (Chemie)

INTRODUCTIECURSUS BOUWCHEMIE HOOFDSTUK 5: ORGANISCHE CHEMIE

Toets T2 Algemene en Anorganische Chemie. 30 oktober 2013

Hoe komt het dat de platen, waartussen een dunne laag water zit, bij elkaar blijven? Wat is de EN-waarde van een atoom?

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

Oefenvraagstukken 4 VWO Hoofdstuk 6 antwoordmodel

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts

Herkansing Toets T1 en T2 AAC. 08 november 2013

INTRODUCTIECURSUS BOUWCHEMIE HOOFDSTUK 1: INLEIDING MOLECULEN EN ATOMEN

Toets 01 Algemene en Anorganische Chemie. 30 september 2015

Sk-08 Moleculaire stoffen

Samenvatting Scheikunde Scheikunde Chemie overal H1 3 vwo

Elementen; atomen en moleculen

Extra oefenopgaven. Inleiding Scheikunde voor anesthesiemedewerkers en operatie-assistenten assistenten i.o. voorjaar 2008

In de buitenste schil treffen we telkens 8 elektronen aan (uitzondering: He): s 2 p 6.

Scheikunde II. Prof. Dr. I. De Vynck Prof. Dr. M.-F. Reyniers. 2 ste semester hoorcollege5

Samenvatting Scheikunde H6 (Chemie)

Intermoleculaire krachten. Waterdruppels kleven aan de kraan of aan een bloemblad. Kwik vormt gemakkelijk grote druppels die niet aan het glas kleven.

Inhoud... 1 I. INLEIDENDE BEGRIPPEN Enkele fundamentele definities Oorsprong van de moderne scheikunde... 6

Samenvatting hoofdstuk 2

Tentamen Chemische Binding NWI-MOL056 Prof. dr. ir. Gerrit C. Groenenboom, HG00.304/065, 17:30-20:30/21:30, 6 feb 2014

Toegepaste Quantumchemie NWI-MOL106 Prof. G. C. Groenenboom en Prof. F. M. Bickelhaupt, HG00.068/HG00.310, 8:30-11:30/12:30, 28 okt 2015

Module 2 Chemische berekeningen Antwoorden

H10 Analyse. H10.2 Spectroscopie. H10.3 Spectrofotometrie. H10.4 Kwantitatieve analyse. H10.5 Chromatografie

Bij het opstellen van de Lewisstructuur houd je rekening met de octetregel en het aantal valentie-elektronen.

met voorbeelden en aan de hand van de begrippen molecule en atoom, uitleggen wat een formule is;

12 Additiereactie. Er verdwijnt een dubbele binding door toevoeging van een broommolecuul.

Toets02 Algemene en Anorganische Chemie. 30 oktober :00-15:30 uur Holiday Inn Hotel, Leiden

Voorkennis chemie voor 1 Ba Geografie

Eindexamen scheikunde pilot vwo I

Wednesday, 28September, :13:59 PM Netherlands Time. Chemie Overal. Sk Havo deel 1

SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017

Stamnummer: NPGE: Algemene Scheikunde 6 november u N H

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen

Hertentamen Inleiding Scheikunde voor anesthesiemedewerkers i.o. en operatie-assistenten i.o.

Alleen de metalen zullen de stroom geleiden omdat deze vrije elektronen hebben, dit zijn dus alleen kalium en tin.

Toets T1 Algemene en Anorganische Chemie. 02 oktober 2013

Water? Hoezo water? Water! Hoezo water? Donderdag 24 mei 2018 WILDLANDS Adventure Zoo Emmen

Chemie: oefeningen zuren, hydroxiden en zouten

Fluïdummechanica. Dr ir Koenraad Thooft Algemene info. Oefeningenbundel

HOOFDSTUK VI: GECONDENSEERDE FASEN

In de natuur komen voor Cu en Cl respectievelijk de isotopen 63 Cu, 65 Cu en 35 Cl, 37 Cl voor.

Samenvatting Scheikunde H3 Door: Immanuel Bendahan

Tentamen Anorganische Chemie I

EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1978, TWEEDE TIJDVAK, opgaven

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts

gelijk aan het aantal protonen in de kern. hebben allemaal hetzelfde aantal protonen in de kern.

scheikunde vwo 2016-II

Tentamen Algemene en Anorganische Chemie. 01 november 2011

Deel 2. Basiskennis chemie

5 Formules en reactievergelijkingen

Vraag 1 : Beschrijf het verschil tussen een atoom en een molecule.

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 2

INTRODUCTIECURSUS BOUWCHEMIE HOOFDSTUK 2: ATOOMBOUW EN CHEMISCHE BINDING

LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007

3. Welke van onderstaande formules geeft een zout aan? A. Al 2O 3 B. P 2O 3 C. C 2H 6 D. NH 3

1) Stoffen, moleculen en atomen

Inleiding 15. Inleidende oefeningen Basisbegrippen fysica en wiskunde 17

Uitwerkingen opgaven zelfstudie

Leerplan LEERPLANDOELSTELLINGEN De leerlingen kunnen SET 1,2,3 5 een covalente binding beschrijven als een interactie tussen atoomorbitalen.

Intermolekulêre kragte. Dipool geïnduseerde dipoolkragte

Kan ook diamant wees maar kan dan nie regkry nie

UITWERKING CCVS-TENTAMEN 27 november OPGAVE 1 zeven stoffen. Frank Povel

Educatief spel: water als oplosmiddel

Transcriptie:

1 IV. Chemische binding

2 Intermoleculaire krachten

microscopische eigenschappen: bindingslengten en -hoeken, bindingsorde (BO), elektronendistributie, polariteit gelokaliseerd e-model: molecule = som discrete bindingen 3 verdeling valentie-e en BO: Lewistheorie + resonantie ruimtelijke structuur (bindingshoeken): VSEPR-theorie orbitalen gebruikt voor binding: valentiebindingstheorie (VB) MOT: molecule is geheel van kernen en elektronen ruimtelijke structuur + e-configuratie + polariteit VB+MOT: molecule = som discrete bindingen (VB) + gedelokaliseerde elektronen (MOT) macroscopische eigenschappen: smeltpunt, kookpunt, viscositeit, oppervlaktespanning intermoleculaire krachten: dispersie (vdw), ion-dipool, dipool-dipool, H-brugbinding

smeltpunt kookpunt oplosbaarheid vloeistoffen: oppervlaktespanning druppelvorming bevochtigen oppervlak capillaire werking viscositeit 4 intermoleculaire krachten: zwakke interacties tussen moleculen in een macroscopisch staal van de verbinding intramoleculaire krachten: sterke covalente interacties tussen atomen in één molecule C-C: 350 kj/mol; C-H: 410 kj/mol

5 Kookpunt pentaan (C 5 H 12 ) = 36 C breken INTERmoleculaire krachten vereist energie endotherm

6 sterke INTRAmoleculaire krachten Smeltpunt diamant = 3550 C

7 Types intermoleculaire krachten

Intermoleculaire krachten 8

9 interactie basis van de interactie energie (kj/mol) voorbeeld INTRAmoleculair ionair kation + anion 400-4000 NaCl covalent gedeeld e-paar 150-1100 H-H metallisch* kation + gedelokaliseerde elektronen INTERmoleculair 75-1000 Fe ion-dipool ionaire lading + dipoollading 40-600 Na + --- δ- OH 2 dipool-dipool dipoollading + dipoollading 5-25 I-Cl---I-Cl dispersie H-brugbinding polarizeerbare elektronenwolken dipoollading op H-O,F,N + dipoollading op O,F,N-H 0.05-40 F-F---F-F 10-40 HO-H δ+ --- δ- OH 2 intramoleculaire krachten >> intermoleculaire krachten

Permanente dipolen 10 µ = δ r δ+ δ di-atomaire molecule: moleculair dipoolmoment µ = bindingsdipool δ + = δ r bindingsdipool vector: grootte ~ EN, richting: δ + δ δ: fractie van 1.6 10-19 C δa-b < δa=b poly-atomaire molecule: moleculair dipoolmoment µ = vectorsom van de bindingsdipolen = f(moleculaire geometrie)

verbinding µ (D) verbinding µ (D) HF 1.83 NH 3 1.47 HCl 1.11 PH 3 0.58 HBr 0.83 AsH 3 0.20 HI 0.45 SbH 3 0.12 CO 0.11 NF 3 0.24 NO 0.16 BF 3 0 ClF 0.89 CH 4 0 H 2 O 1.85 polaire moleculen: δ δ+ δ : : F δ+ C H N F δ+ : δ O µ = 0.11 F δ µ = 0.24 N H δ : δ+ H µ = 1.47 dipoolmoment = permanente vervorming elektronenwolk δ+ 11

Instantane en geïnduceerde dipolen 12

Dispersiekrachten 13 geïnduceerde dipool-geïnduceerde dipoolkrachten van der Waalsinteractie; London-van der Waalskrachten interactie tussen polarizeerbare elektronenwolken He He niet-polaire atomen of moleculen correlatie van de elektronenbeweging van de twee atomen of moleculen wanneer ze in mekaars nabijheid komen polarizeerbaarheid: tijdelijke vervormbaarheid elektronenwolk

14

Ion-dipoolkrachten 15 dipool dipool ion ion hydratatie oplosbaarheid ionaire verbindingen in water

E p q µ r 2 16 δ O H H δ + δ + Mg 2+ Na + Cs + E p : 1922 kj/mol 405 kj/mol 263 kj/mol interactie hangt af van: lading ion q: lading sterkere interactie dipoolmoment µ: dipoolmoment (partiële lading δ ) sterkere interactie afstand ion-dipoollading: grootte ion zwakkere interactie δ O H H δ + δ + δ O H H δ + δ +

dipool Dipool-dipoolkrachten dipool dipool dipool 17 aantrekkend afstotend in vloeistof en vaste stof: energetisch meest gunstige schikking dipolen

H-brugbinding 18 dipool dipool : sterk elektronegatief sterk elektronegatief types H-brugbinding [X-H :Y] N H :N O H :N F H :N N H :O O H :O F H :O N H :F O H :F F H :F sterkte H-brugbinding: H :F > H :O > H :N

baseparing in DNA 19

keratine 20

The strength of a biological material such as spider silk lies in the specific geometric configuration of structural proteins, which have small clusters of weak hydrogen bonds that work together to resist force and dissipate energy. This structure is as strong as steel, even though the "glue" of hydrogen bonds that hold spider silk together at the molecular level is 100 to 1,000 times weaker than steel's metallic bonds or Kevlar's covalent bonds. 21

22 ijs vloeibaar water

Volume ijs > volume water ijs 23 water Ijs: een open netwerk waarin de watermoleculen op hun plaats gehouden worden door H-brugbindingen. Als ijs smelt breken sommige van de H-bruggen en gaat de geordende structuur verloren. In de vloeistof bewegen de moleculen door en over elkaar heen en stapelen de moleculen minder uniform maar wel dichter op elkaar. De openheid van het 3D netwerk in ijs is groter dan dit in water; vandaar dat de dichtheid van ijs kleiner is dan de dichtheid van water. Het volume van 1 g ijs is dus groter dan het volume van 1 g water.

24 Invloed intermoleculaire krachten op kookpunt en smeltpunt

Invloed dispersiekrachten 25 polarizeerbaarheid e-wolk: f(grootte atoom/molecule) = f (MM)

26 polarizeerbaarheid e-wolk: f(grootte atoom/molecule) = f (MM) 71 g/mol 160 g/mol 254 g/mol Cl 2 : gas Br 2 : vloeistof I 2 : vaste stof kookpunt: 33 C +59 C +184 C bindingse-paren: Cl-Cl (n = 3) < Br-Br (n = 4) < I-I (n = 5) vrije e-paren: Cl (EN = 3; n = 3) < Br (EN = 2.8; n = 4) < I (EN = 2.5; n = 5) toename kookpunt: 1.2 C/g vorm molecule contactoppervlak n-pentaan (kpt: 36 C) 2,2-diMe-propaan (kpt: 9.7 C)

kookpunt & smeltpunt n-alkanen met aantal C-atomen dispersiekrachten nemen toe naarmate molecule meer elektronen bevat Tempera atuur ( C) 400 300 200 100 0-100 -200-300 gassen vloeistoffen P = 1 bar vaste stoffen 0 5 10 15 20 25 Koolstofgetal n toename kookpunt: ~23 /CH 2 (~1.5 /g) Kookpunt Smeltpunt 25 C de alkanen zijn apolair = hebben geen permanent dipoolmoment; kookpunt & smeltpunt enkel bepaald door dispersiekrachten 27

invloed op kookpunt 28 edelgassen: toename kookpunt: ~1 C/g He: -269 C; 4 g/mol Xe: -33 C; 222 g/mol Z eff is groot elektronen sterk aan de kern gebonden He: n = 2; Rn: n = 6 klein contactoppervlak alkanen: toename kookpunt: ~23 /CH 2 (~1.5 /g) Vuistregel: kookpunt neemt toe met ~1 tot 1.5 /g invloed op kookpunt: f(polarizeerbaarheid elektronen) polarizeerbaarheid: bindingse < vrije e-paren f(en en n vrije e-paren) contactoppervlak belangrijk bij MM!!

Invloed dipool-dipoolkrachten 29

30 δ- δ+ acetaldehyde kookpunt = 21 C MM: 44 g/mol propaan kookpunt = 42 C MM: 44 g/mol Vuistregel: EN C=O = 1 kookpunt neemt toe met ~40 tot 60 ; invloed op kookpunt: f(grootte µ) = f( EN en geometrie) δa-b < δa=b

Invloed H-brugbinding 31 +100 C 33 C 80 C 120 C edelgassen: Z eff is groot elektronen sterk aan de kern gebonden (He: n = 2; Rn: n = 6); klein contactoppervlak Vuistregel: kookpunt neemt toe met ~90 C voor NH 3 kookpunt neemt toe met ~180 C voor H 2 O

32 kookpunt: 100 C 3D netwerk van H-brugbindingen tussen watermoleculen kookpunt: 33 C kookpunt: 20 C

intramoleculaire H-brugvorming 33 o-hydroxybenzoëzuur: mp = 160 C m-hydroxybenzoëzuur: mp = 201 C p-hydroxybenzoëzuur: mp = 215 C

34 vuistregels grootte-ordes vergelijking kookpunt dispersie dipoolmoment H-brugbinding kookpunt neemt toe met ~1 tot 1.5 /g; polarizeerbaarheid: bindingse < vrije e-paren f(en en n vrije e-paren) contactoppervlak belangrijk bij MM!! kookpunt neemt toe met ~40 tot 60 ; f = (grootte µ) = f( EN en geometrie) δa-b < δa=b kookpunt neemt toe met: ~90 C voor NH 3 ~180 C voor H 2 O

35 dispersie dipool-dipool H-brug CCl 4 NH 3 MM: 154 4 3 vrije e-paren op Cl (n = 3; EN = 3.15) MM: 17 1 vrij e-paar op N (n = 2; EN = 3.0) 4 LW: tetraedrisch 4 bindingen CCl: EN = 0.55 µccl 4 = 0 4 LW: tetraedrisch 3 bd + 1 vrij e p trigonaal pyramidaal NH: EN = 0.9 µnh 3 > 0 (groot) geen H :N CCl 4 >>>>>> NH 3 NH 3 >> CCl 4 NH 3 >> CCl 4 intermoleculaire krachten CCl 4 > NH 3

kookpunt NH 3 kookpunt CCl 4 verschil in dispersiebijdrage + verschil in dipooldipoolbijdrage + bijdrage H-brug 36 kookpunt NH 3 kookpunt CCl 4 (1.5 C/g 137 g) + (60 C 0 C) + 90 C = kookpunt CCl 4 56 C kookpunt ammoniak < kookpunt CCl 4 CCl 4 NH 3 dispersie: 206 C H-brugbinding: +90 C dipoolmonent: +60 C

(g/mol) kookpunt ( C) (g/mol) kookpunt ( C) (g/mol) 37 kookpunt ( C) He (4) -269 H 2 (2) -253 CH 3 CH 3 (30) -89 Ne (20) -246 N 2 (28) -196 CH 3 CH 2 CH 3 (44) -42 Ar (40) -186 O 2 (32) -183 CH 3 OCH 3 (46) -24 Kr (83.8) -153 H 2 O (18) +100 CH 3 COH (44) +21 Xe (131.3) -108 H 2 S (34) -60 n-c 5 H 12 (72) +36 NH 3 (17) -33 1-penteen (70) +30 CO 2 (44) -78 i-c 5 H 12 (72) +30 HF (20) +20 SO 2 (64) -10 2,3-diMe-butaan +10 HCl (36.5) -85 CH 4 (16) -162 n-c 6 H 14 (86) +68 HBr (80.9) -67 CF 4 (88) -129 C 6 H 6 (78) +80 HI (127.9) -35 CCl 4 (154) +77 zie hfdst 6; pi-elektronen van benzeen zijn uitzonderlijk mobiel

38 Invloed intermoleculaire krachten op oplosbaarheid

39 polaire molecule lost op in polair oplosmiddel niet-polaire molecule lost op in niet-polair oplosmiddel

motorolie: KWS is apolair 40 interacties: KWS-water <<< water-water en KWS-KWS water: polair ethanol: polair interacties: ethanol-water water-water en ethanol-ethanol water: polair

41 Eigenschappen van vloeistoffen

Oppervlaktespanning γ 42 verbinding γ [Nm 1 ] benzeen ethanol n-hexaan kwik water 29 10 3 23 10 3 18 10 3 472 10 3 73 10 3 water (100 C) 58 10 3 verbeter de waarden in Tabel 4.9

43

Druppelvorming 44 interactie Hg-atomen onderling > interactie kwik-glasoppervlak COhesieve interactie ADhesieve interactie

Bevochtiging van oppervlakken sterkere COadhesieve interactie water-water 45 zuiver glasoppervlak vettig glasoppervlak glas waterfilm sterkere ADhesieve interactie water-glasoppervlak waterdruppels bol = kleinste oppervlak voor gegeven volume waterdruppel superwaterafstotend oppervlak

Capillaire werking 46 glas water cohesieve interactie water < adhesieve interactie water-glasoppervlak cohesieve interactie kwik > adhesieve interactie kwik-glasoppervlak HOLLE meniscus BOLLE meniscus hoogte vloeistofkolom als diameter gewicht/hoogte vloeistof kolom adhesieve interactie

Viscositeit η 47 viscositeit = maat voor weerstand vloeistof tegen stroming zeer hoge viscositeit Niagara Falls Lavastroom (uitbarsting Etna) hoge viscositeit: - verbindingen met sterke intermoleculaire interactie - lengte/complexiteit verbindingen H H H H C C C OH OH OH H glycerol

48 cp: centipoise verbinding η bij 25 C (cp) lucht 18.6 10-3 water 0.89 ethanol 1.07 bloed 3.5 olijfolie 81 ketchup 50-100 10 3 1 Pa s = 10 Poise = 1000 Centipoise

Examenstof 49 belangrijke vaardigheden bepalen polariteit van een binding/molecule bepalen belang van invloedsfactoren op kookpunt in een reeks van moleculen intermoleculaire krachten oplosbaarh/opp.spanning/viscositeit