Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergelijkbare documenten
Chronologie belangrijkste feiten MPA-affaire

Tweede Kamer der Staten-Generaal

In het belang van sector en samenleving

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit FOUT: BRON VAN VERWIJZING NIET GEVONDEN

De beste kwaliteitsborging voor vlees én diervoeder komt uit Nederland

Tweede Kamer der Staten-Generaal

General Food Law. T&T, meldplicht en aansprakelijkheid definitieve interpretatie EU. d.d. 25 en 27 januari Anneke van de Kamp

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Informatieblad Transport van levensmiddelen, diervoeders en dierlijke bijproducten.

code IB02-SPEC35 versie 02 Inwerkingtreding: 1 oktober 2017 pag. 1 van 5

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA s-gravenhage

Tweede Kamer der Staten-Generaal

RIKILT Institute of Food Safety

Rapportage en Evaluatie EWS-meldingen

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA 's-gravenhage

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Convenant horizontaal toezicht. tussen het Productschap Akkerbouw (systeemeigenaar RiskPlaza) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit


Eerste Kamer der Staten-Generaal

Tracking & Tracing: gevolgen van de GFL voor uienverpakkers en exporteurs 14 december 2004 Inge Neessen en Irma Schönherr

Meldingsplicht diervoederlaboratoria Verplichtingen uit Wet dieren en Diervoederhygiëneverordening bekend?

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 1995.

NCAE. Toelichting handelsnormen voor eieren - verzamelaars november 2013

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Convenant horizontaal toezicht tussen VION N.V. en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

TUSSENHANDEL IN DIERVOEDERS (HYGIËNECODE/GMP + B 3.2)

1. kwaliteitssystemen en voedselveiligheid 2. organiseren 3. projecten. 1 Kwaliteitssystemen & voedselveiligheid

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Bijlage I - Conceptbrief aan de Europese Commissie

Controleprogramma diervoeder in Nederland, 2001

Melden en Traceren van onveilige diervoeders

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Melden en Traceren van onveilige levensmiddelen

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing. Netwerkkaart 13b Voedselveiligheid

Aan geadresseerde. Geachte heer/mevrouw,

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Kent u het bericht rechter gaat varkenstransport bekijken? 1)

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 oktober 2009 (15.10) (OR. en) 14299/09 ADD 1 AGRILEG 182 DENLEG 93

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Hierbij breng ik u op de hoogte van de stand van zaken met betrekking tot het beleidsterrein diervoeders.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus EA Den Haag

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

No.W /IV 's-gravenhage, 7 december 2007

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

De Inspecteur-Generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit,

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

(Niet-wetgevingshandelingen) VERORDENINGEN

Eerste Kamer der Staten-Generaal

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 december 2016 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

Overzicht regelgeving ter voorlegging. Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

LEI Plagiaat ongegrond

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

(3) Het verslag bevat feedback over de ervaringen met de overgangsmaatregelen van Verordening (EG) nr. 2076/2005 van de Commissie (4). In het verslag

Risico s in de vleesketen. S. van Renssen

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL. Vergaderjaar 2016/17

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

ONTWERPADVIES. NL In verscheidenheid verenigd NL 2013/0433(COD) van de Commissie internationale handel

2011D36661 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Uitnodigingen EU-activiteiten. Uitnodigingen overige activiteiten

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Overlastmeldingen adequaat behandeld Gemeente Amsterdam Stadsdeel Zuid

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Een onderzoek naar de afhandeling van een bezwaarschrift door de gemeente Voorschoten

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Draaiboek incident / crisismanagement in MVO keten

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Samen werken aan voedselveiligheid

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA s-gravenhage

Transcriptie:

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 26 991 Voedselveiligheid Nr. 82 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 7 januari 2003 De vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij 1 heeft op 26 november 2002 overleg gevoerd met minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over: de brief van de minister van LNV van 12 september 2002 over de uitkomsten van de MPA-besprekingen in Brussel (26 991, nr. 77); de brief van 19 september 2002 met nadere informatie over MPA-verontreinigd veevoer (26 991, nr. 78); brief van de minister van LNV van 21 november 2002 met de antwoorden op feitelijke vragen over MPA-verontreinigd veevoer (26 991, nr. 81). Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit. Vragen en opmerkingen uit de commissie 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Van Heemst (PvdA), Verbugt (VVD), Vos (GroenLinks), Klein Molekamp (VVD), Meijer (CDA), voorzitter, Buijs (CDA), Schreijer-Pierik (CDA), Atsma (CDA), Oplaat (VVD), Geluk (VVD), Verbeet (PvdA), Van den Brink (LPF), Dekker (LPF), Van den Brand (GroenLinks), Tichelaar (PvdA), Ormel (CDA), Teeven (Leefbaar Nederland), Koopmans (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), De Jong (LPF), Groenink (LPF), Van Loon-Koomen (CDA) en Van Heteren (PvdA). Plv. leden: Van Dijke (ChristenUnie), K. G. de Vries (PvdA), Van Beek (VVD), Blaauw (VVD), Mosterd (CDA), Spies (CDA), Van Lith (CDA), Rietkerk (CDA), B. M. de Vries (VVD), Cornielje (VVD), Duivesteijn (PvdA), Herben (LPF), Eerdmans (LPF), Duyvendak (GroenLinks), Albayrak (PvdA), Van Bochove (CDA), Jense (Leefbaar Nederland), Mastwijk (CDA), Van Geen (D66), Vergeer-Mudde (SP), Smolders (LPF), Jukema (LPF), Jager (CDA) en Koenders (PvdA). De heer Geluk (VVD) merkt op dat in de beantwoording van de schriftelijke vragen veel informatie is verstrekt over de Nederlandse aanpak, maar weinig over wat er internationaal is gedaan tegen de vervuiling met MPA (medroxy progesteron acetaat), die overigens onder de voor menselijke consumptie toelaatbare norm is gebleven. De besmette producten konden zonder enige controle uit Ierland via België naar Nederland komen. Er is in de Europese besluitvormingsorganen wel gewezen op het feit dat de vervuiling uit Ierland is gekomen, maar het is niet voldoende om een schuldige aan te wijzen. Alle affaires met dioxine, nitrofeen en MKZ zijn door het buitenland veroorzaakt. Dit toont aan dat Nederland erg kwetsbaar is in de internationale context. In een kleiner wordende wereld met veel handelsstromen moet helder zijn wat wel en niet mag en dat er zware sancties zijn op overtredingen. Is het de verantwoordelijkheid van de Europese voedselautoriteit om dit soort affaires te voorkomen? Er zijn echter ook in Nederland tekortkomingen aan te wijzen, bijvoorbeeld dat het good manufacturing practice regime (GMP+) in de praktijk niet goed werkt. Het Productschap diervoerder (PDV) heeft inmiddels maatregelen genomen om dit systeem te verbeteren. Het feit dat de recall van veevoeder niet goed afdwingbaar is, moet aan de orde komen bij de Kaderwet diervoerders, die spoedig behandeld moet worden. Verder hebben enkele leveranciers van veevoeder zich onprofessioneel en niet KST66203 ISSN 0921-7371 Sdu Uitgevers s-gravenhage 2003 Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 26 991, nr. 82 1

integer gedragen, zodat de noodzaak van goede controle en handhaving van de regels duidelijk is geworden. Een andere vraag is of er op grond van het Burgerlijk Wetboek sprake is van productaansprakelijkheid van de leveranciers en hoe deze doorwerkt in de keten. Als de leveranciers er financieel op worden afgerekend, zullen zij zich wellicht meer verantwoordelijk gedragen. De verantwoordelijkheid voor handhaving van het verbod om niet-gmp+-waardig voer te vervoeren, wordt door het PDV zo laag mogelijk in de keten neergelegd, te weten bij de veehouders, die het meest afhankelijk zijn. In het AO van 5 september heeft de minister kritiek geuit op de opstelling van het PDV wat betreft het terughalen van besmet veevoer, terwijl dit de verantwoordelijkheid van individuele bedrijven is. Dit heeft geleid tot onterechte negatieve publiciteit over het PDV. Kan de minister dit rechtzetten? Wat is de verwachte reactie van Brussel op de opkoopregeling? Kunnen hier claims uit voortkomen? Er is veel kritiek gekomen op de rol van LNV bij het basisoverleg, wat betreft de verslaglegging, de besluitenlijsten en de wisselende samenstelling van de afvaardiging. Het ministerie van VWS had eerst de leidende rol, maar deze werd later vervuld door LNV, omdat de RVV verantwoordelijk is ingeval van vervuild diervoeder. In een crisissituatie moeten de verantwoordelijkheden duidelijk zijn geregeld. Is dit probleem opgelost met de instelling van de Voedsel- en warenautoriteit (VWA)? Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de risico s van reststoffen in varkensvoer voor de voedselveiligheid. In het strategisch plan van de VWA wordt nader onderzoek naar veevoeders aangekondigd. De VVD-fractie dringt erop aan de risico s van de reststoffen in varkensvoer hierbij te betrekken. De heer Van der Vlies (SGP) constateert dat de kwesties rond dioxine, MKZ en MPA laten zien dat Nederland bijzonder kwetsbaar is door de diffuse controle en handhaving aan de landsgrenzen. De openheid van de Europese Unie dwingt tot alertheid en het dragen van verantwoordelijkheid, zodat Nederland zich weerbaar kan opstellen. Er kunnen enkele kanttekeningen worden gezet bij de manier waarop de minister de politieke verantwoordelijkheid heeft genomen. Het is van belang dat er transparantie is over de nationale en internationale regelgeving. Als er een incident is dat later een grotere dimensie krijgt, is nog niet meteen duidelijk wie aanspreekbaar is en wat zij moeten doen. Een van de belangrijkste tekortkomingen is dat de recall van besmet diervoeder niet verplicht is volgens de Europese regelgeving. Enkele bedrijven hebben zich voorbeeldig opgesteld, maar andere zijn hiermee wat trager geweest. Hierbij moet er helderheid zijn over de voorwaarden. Er is op 17 juli basisoverleg gevoerd onder voorzitterschap van LNV, waarbij afspraken zijn gemaakt over de schoonvoerverklaring. Deze zijn een dag later door een deel van de aanwezigen anders geïnterpreteerd. LNV was daar niet bij, maar had later om uitleg kunnen vragen. De verslaglegging was niet adequaat, maar er is toegezegd dat deze wordt verbeterd. In de stukken merkt de minister op dat er over het algemeen wel zicht is op de grondstoffenstromen, maar dat er een hiaat is bij enkele reststromen. De beheersing van voedselveiligheid, dierengezondheid en dierenwelzijn is dus nog niet optimaal. Het Productschap diervoeder stelt voor om dit gat per 1 maart a.s. te dichten door vast te stellen dat bedrijven alleen veevoer mogen betrekken van GMP-erkende bedrijven en dat er niet meer gevoederd mag worden met niet-gmp-waardig voer. In een blad uit de landbouwsector wordt gesteld dat het gaat om vele tonnen en dat er sprake is van tegenwerking door LNV, maar dat is niet goed voorstelbaar. Is de verwachting dat Brussel hiermee akkoord gaat? Het Productschap diervoeder is gekomen met een analyse van mogelijke verbeteringen wat betreft verantwoordelijkheden, taken en bevoegd- Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 26 991, nr. 82 2

heden. De overheid dient hierbij normen te stellen en zo nodig strafrechtelijke handhaving te initiëren, terwijl de veldpartijen hun eigen verantwoordelijkheid hebben. Wanneer is het advies van de Voedsel- en warenautoriteit over diervoeder te verwachten? De minister heeft laten weten dat er geen nota van wijziging bij de Kaderwet diervoeders nodig is. Is dat niet wat prematuur? De heer Van den Brink (LPF) merkt op dat er in het basisoverleg op 16 juli onder druk van het ministerie, dat de druk van Brussel in zijn nek voelde, afspraken zijn gemaakt over de recall van diervoeder en over wanneer er weer dieren geslacht zouden worden. Recall is niet verplicht volgens de regels uit Brussel, maar het ging hierbij om het imago. Op 17 juli heeft een afvaardiging van het ministerie in Brussel meegedeeld wat er op 16 juli was afgesproken, waarbij de indruk was dat het goed werd aangepakt. Op 18 juli is het bedrijfsleven bijeen geweest, zoals op de hoorzitting duidelijk werd, en daarna is er overleg geweest met de RVV. Dit zou worden afgestemd met de secretaris-generaal van het ministerie van LNV. Op 24 juli was er weer overleg in Brussel, maar daarbij is niet gesproken over de recall van veevoer. De andere EU-landen waren wel ongerust of de afspraken van 16 juli nagekomen zouden worden. Waarom heeft de minister de recall van veevoer hierbij niet aan de orde gesteld? In totaal zijn er 26 bedrijven uitgekocht. Twee bedrijven zijn later uitgekocht. Een bedrijf was van mening dat er geen MPA was en heeft de zaak bij de rechter aanhangig gemaakt. De heer Van den Brink vraagt of de bedrijven die later zijn opgekocht, ook bij de eerste ronde konden meedoen, of zij dan wel uitbetaald zouden worden, en waarom dit op een later tijdstip wel kon, zij het op een andere wijze. De heer Koopmans (CDA) stelt voorop dat het bij deze zaak gaat om vertrouwen in voedselveiligheid en dat een herhaling hiervan voorkomen moet worden. Bij de hoorzitting is duidelijk geworden dat het vertrouwen in de agrarische en de veevoedersector en de bestuurlijke wereld eromheen in het geding is. Over het algemeen zijn er voldoende stappen gezet door de overheid en de sector om dit vertrouwen te herstellen. De komende tijd moet de aangescherpte versie van de GMP-code worden geëvalueerd. Hierbij moet speciaal aandacht worden besteed aan de stroom van restproducten die de boerderij bereikt. Heeft de sector hier voldoende grip op? De communicatie over het overleg in juli was niet altijd even duidelijk. Het is van belang om na te gaan hoe deze onduidelijkheid is ontstaan. Bij de behandeling van de Kaderwet diervoeders dient de minister in te gaan op de vraag of met deze wet wordt gewaarborgd dat dit soort affaires niet meer voorkomen. De heer Van den Brand (GroenLinks) merkt op dat in het antwoord op vraag 98 de heer Staman van het Rathenau-instituut wordt geciteerd dat het niet eenvoudig is om een politiek-bestuurlijke oplossing te vinden, gezien de structurele factoren die ten grondslag liggen aan deze risico s. Volgens hem wordt het openbaar bestuur, alle regelgeving ten spijt, steeds indringender geconfronteerd met incidenten en schandalen en zal het bij ieder incident nog meer verantwoordelijkheid op zijn schouders moeten nemen. Het plan van het Productschap diervoeder wordt in vraag 94 getypeerd als een stap in de goede richting. Is men op het departement van mening dat hierna nog andere stappen van het productschap wenselijk zijn en zo ja, welke? In de hoorzitting heeft de secretaris-generaal meegedeeld dat de communicatie en het overleg nog worden geëvalueerd. Is deze evaluatie in positieve zin afgerond of komt er nog informatie over hoe het anders en beter zou kunnen? Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 26 991, nr. 82 3

In het antwoord op vraag 7 over de reststromen wordt de nadruk gelegd op het private regime, maar er staat ook dat dit op EU-niveau nader wordt ingevuld. Hoe verhoudt dit zich tot elkaar? De certificering in het kader van GMP geschiedt vooralsnog op basis van vrijwilligheid. Is de verwachting dat de overheid hier wat meer grip op probeert te krijgen? In de zomer is gebleken dat er weinig animo was bij de detailhandel om dit vlees op de markt te brengen, zodat het grotendeels is doorgedraaid. Wordt erover nagedacht hoe dit kan worden voorkomen, als er onverhoopt weer een dergelijke kwestie ontstaat? Blijkens de Handelingen heeft de minister in september gezegd dat Nederland in Brussel had toegezegd het verontreinigde diervoer ten spoedigste terug te halen. Moet deze uitspraak worden genuanceerd, omdat de Kamer hierdoor enigszins op het verkeerde been is gezet? Mevrouw Van Velzen (SP) merkt op dat een van de conclusies van het rapport van het Landbouw-economisch instituut (LEI) over de risico s bij varkensvoer dat in juli is verschenen, luidt dat het toenemend gebruik van relatief onbekende producten belangrijke risico s met zich brengt, vooral bij vrijdagmiddagvrachten die tegen bodemprijzen worden aangeboden. Is de minister van mening dat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het diervoer, gezien deze constatering, bij de sector moet liggen? Het Productschap diervoeder is bezig om de kwaliteitswaarborgen aan te scherpen. Dat is een stap in de goede richting. Acht de minister het wenselijk dat de sector hierbij nog andere stappen neemt? De MPA-kwestie heeft ertoe geleid dat vaak toch al noodlijdende bedrijven nog verder in de problemen kwamen en dat er veel varkens geruimd moesten worden. Het wereldwijd slepen met grondstoffen, waarvan de herkomst moeilijk traceerbaar is, leidt ertoe dat er soms iets ernstig fout gaat. Er is al een lijst van incidenten met voedsel, zowel voor mensen als voor dieren. Hoe wordt het probleem van de traceerbaarheid van reststoffen aangepakt? Volgens De Gelderlander van 6 juli zijn er tussen 35 en 55 illegale hormonen in omloop in de Europese Unie, die worden gebruikt om de groei van runderen en kalveren te bevorderen. Het onderzoek naar de effecten van deze hormonen op het menselijk lichaam, als zij in eetbare producten terechtkomen, wordt bemoeilijkt doordat er weinig tot geen goed uitgeruste laboratoria zijn in de Europese Unie en de Verenigde Staten. Bovendien is er nog geen database met betrouwbare gegevens over lichaamseigen en lichaamsvreemde hormonen in dierlijke producten. Hieruit kan worden afgeleid dat de conclusie dat MPA geen schadelijke werking heeft, als het via vlees in het menselijk lichaam is gekomen, nog niet getrokken kan worden. In de strategische ondernemingsvisie van de Voedsel- en warenautoriteit worden een aantal acties aangekondigd op het terrein van diervoeder, die uitmonden in een advies aan de minister. Wordt hierover op korte termijn een voortgangsrapportage naar de Kamer gestuurd? Op 26 mei is er sectie verricht op vier zeugen, waarbij aandoeningen aan de eierstokken werden geconstateerd, die door hormonen veroorzaakt konden zijn. Op 14 juni is een proefslachting uitgevoerd, waarvan de uitslag op 20 juni, bijna een maand later, is ontvangen. Op 26 juni bleek dat voermonsters MPA bevatten. In het earlywarningsysteem dienen er bij het eerste vermoeden dat er hormonen in het voedsel zitten, steekproeven te worden genomen, waarvan de sector op de hoogte moet worden gesteld. Op 4 juli vond het eerste basisoverleg plaats, waarbij bleek dat de besmette glucosestroop aan meer dan een bedrijf was geleverd. In de Kaderwet diervoeders en het stappenplan van het productschap moet worden geregeld dat er sneller wordt gereageerd, als er een indicatie van een mogelijk voedselprobleem is. Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 26 991, nr. 82 4

In de schriftelijke beantwoording wordt gesteld dat de communicatie met de sector naar tevredenheid is verlopen, maar er zijn wel degelijk problemen gesignaleerd na het basisoverleg. De Kamer dient verder op de hoogte gehouden te worden van de stappen van het openbaar ministerie in verband met schadeclaims. Een van de varkenshouders heeft bij de hoorzitting laten weten dat niet- GMP-producten mogelijk GMP-waardig worden gemaakt. In de beantwoording van de vragen heeft de minister laten weten dat dit bij navraag bij het PDV niet mogelijk is gebleken. Kan hij dit bevestigen? Er zijn berichten dat geen enkel laboratorium in Nederland geaccrediteerd is om onderzoek uit te voeren naar het gehalte MPA in diervoeder. Als dat zo is, heeft het ministerie dan wel rechtmatig gehandeld bij het onder toezicht stellen van bedrijven? Het antwoord van de minister De minister merkt op dat hij in zijn uitspraken van 5 september over het productschap onderscheid had dienen te maken tussen bevoegdheid, verantwoordelijkheid en resultaat. Hij ging er ten onrechte van uit dat de bevoegdheid bij het PDV lag, zodat het onjuist was om het productschap een verwijt te maken over de teleurstellende snelheid en omvang van de recall. Een andere vraag is of het productschap en het departement zich verantwoordelijk weten voor de ontstane situatie. Er is een stroom van restproducten die buiten de Europese registratieplicht en buiten de goed gecontroleerde mengvoerstromen valt. Veehouders die gebruikmaken van deze restproducten, vallen nog niet onder die registratieplicht. Dat geldt niet voor 64 veehouderijbedrijven die zelf mengen en daarbij bepaalde toevoegingsmiddelen gebruiken. Deze moeten wel geregistreerd zijn en worden jaarlijks gecontroleerd. Daarnaast is een GMP-erkenning verplicht voor alle toeleveranciers van bijproducten die aan IKB- en KKM-veehouderijbedrijven leveren, zoals levensmiddelenbedrijven die rechtstreeks of via handelaren bijproducten aan veehouders leveren. Veel van deze leveranciers van bijproducten aan IKBof KKM-klanten zijn GMP-erkend, omdat dat een voorwaarde is om te mogen leveren. Volgens het PDV worden de eisen aan buitenlandse leveranciers van diervoeders en diervoedergrondstoffen niet drastisch aangepast aan de GMP-waarden. Binnen GMP kan er wel meer invulling worden gegeven aan tracking en tracing, het nagaan van de herkomst. Aanpassingen van het controle- en sanctieregime van GMP zullen ook van toepassing zijn op deze bedrijven. Onlangs zijn in de Europese verordening over dierlijke bijproducten maatregelen genomen inzake restproducten. Vanaf 1 november zijn keukenafval, etensresten of voedermiddelen die keukenafval of etensresten bevatten of daarvan afkomstig zijn, inclusief frituurvet van horeca, niet meer toegestaan in veevoeder. Naar verwachting komt er begin volgend jaar een voorstel van de Europese Commissie over aanpassing van de richtlijn inzake registratie en erkenning van bedrijven. De inzet van de minister hierbij is dat de risico s van het gebruik van kritische reststromen uit de voedings- en genotmiddelenindustrie, zoals misproductie, afgekeurd menselijk voedsel en andere restpartijen, hierbij betrokken dienen te worden. Een deel van het risico hierbij zit bij veehouders die dit soort grondstoffen tot mengsels verwerken en gebruiken, de zogenaamde zelfmengers. De MPA-affaire heeft ertoe geleid dat de Europese Commissie versneld strengere regels wil invoeren voor de kwaliteit van diervoeder. Zij wil analoog aan de levensmiddelenindustrie het principe invoeren van hazard analysis, critical control points (HACCP). Dit principe is al opgenomen in het vrijwillige GMP+-systeem, waar 95% van de fabrikanten aan deelneemt, maar het gaat om de rest. Naast verscherpte controle op de deug- Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 26 991, nr. 82 5

delijkheid van grondstoffen wordt er gedacht aan het maken van een stringente lijst van stoffen die veevoederfabrikanten niet meer mogen gebruiken, zodat de risicostromen zo goed mogelijk worden ingedamd. De verantwoordelijkheid bij het verbod op niet-gmp+-waardig voer is in het voorstel van het PDV neergelegd bij de veehouders en niet eerder in de keten, omdat een aantal levensmiddelenbedrijven, fermentatiebedrijven of farmaceutische bedrijven niet GMP-erkend zijn of geen GMP-gelijkwaardige erkenning hebben voor neven- en restproducten. Deze producten vinden hun weg naar de veehouderij buiten de GMP-keten om. Door GMP-veehouders te verbieden deze producten te vervoederen worden zij hiervan afgegrendeld, doordat zij niet meer worden geleverd, of wordt bereikt dat die bedrijven meedoen aan kwaliteitsprogramma s om toegang te krijgen tot dat kanaal. Het doel van deze maatregel is om uit te sluiten dat dierlijke producten buiten het ketenwaarborgsysteem om worden afgenomen, verwerkt of afgeleverd. Door het aantal mengpunten tussen productie en vervoedering te minimaliseren wordt de olievlekwerking, die kenmerkend was voor de MPA-affaire, zo klein mogelijk. Dit gaat verder dan de Europese regelgeving, zodat Nederland hiermee vooroploopt. De Europese voedselautoriteit is nog in oprichting en is hierover niet geraadpleegd door de Europese Commissie. Iedere lidstaat is zelf verantwoordelijk om te zorgen dat besmette producten niet in de handel komen. Er kan niet worden gezegd dat de RASFF (Rapid alert system for food and feed) heeft gefaald, omdat het een nationale verantwoordelijkheid betrof. Bij de productaansprakelijkheid bieden de specifieke regels inzake risicoaansprakelijkheid voor producten, zoals neergelegd in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, geen soelaas. Weliswaar is ook de producent van landbouwproducten in het kader van de risicoaansprakelijkheid aansprakelijk voor schade als gevolg van gebreken in zijn producten, maar dan moet het gaan om schade door dood of lichamelijk letsel of om schade aan zaken die gewoonlijk in de privésfeer worden gebruikt, volgens artikel 190 Boek 6 BW. Bij de MPA-affaire gaat het om bedrijfseconomische schade in verschillende schakels. Daarom zijn de gewone regels voor aansprakelijkheid van toepassing, waarbij het gaat om schade door wanprestatie tussen leverancier en afnemer. De aansprakelijkheid van een leverancier hangt af van de in het contract hierover gemaakte afspraken. Zijn er bepalingen over aansprakelijkheid? Wordt deze uitgesloten? Wat is er geregeld over toerekenbaarheid en overmacht? Er is enige verwarring ontstaan over de afspraken over de schoonvoerverklaring en de reactie van Brussel. Op 17 juli zijn er in het basisoverleg afspraken gemaakt over het instellen van een schoonvoerverklaring. Later zijn door het bedrijfsleven aanvullende afspraken gemaakt. Daar was LNV geen partij in. De SG heeft deze afspraken voor kennisgeving aangenomen. Deze afspraken hebben ook geen rol gespeeld in Brussel. De afspraken met de Europese Commissie zijn op de juiste wijze nageleefd. De schoonvoerverklaring was onderdeel van een vrijgaveprotocol dat in zijn geheel niet door de Europese Commissie werd geaccepteerd. Op 24 juli is een definitief pakket maatregelen afgesproken, waarin de schoonvoerverklaring niet was opgenomen. Deze was hierdoor minder belangrijk geworden, omdat de prioriteit uitging naar uitvoering van het pakket maatregelen van 24 juli. Het criterium voor Brussel was dat er geen dieren in de keten zouden komen die in enigerlei vorm besmet zijn met MPA. Het testen hiervoor is een nationale verantwoordelijkheid. De Kaderwet diervoeders wordt nader uitgewerkt in AMvB s en ministeriële regelingen. Bij deze kaderwet spelen de verbeterpunten van het Productschap diervoeders geen rol, maar het gaat om een uitwerking van de richtlijnen uit Brussel. Er worden ook inhoudelijke zaken geregeld in de kaderwet, zoals de hoofdnormen en bestuurlijke maatregelen voor recall. De minister is bereid om de kaderwet spoedig in de Kamer te verdedigen, als hij daartoe wordt uitgenodigd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 26 991, nr. 82 6

De normale procedure is dat voorschriften van een publiek lichaam, zoals het Productschap diervoeder, worden genotificeerd aan Brussel in verband met technische voorschriften. Dat duurt ongeveer drie maanden. De regels over GMP worden ook genotificeerd. Als er nadere vragen komen van een andere lidstaat of uit Brussel, kan dat leiden tot nader uitstel. De verantwoordelijkheid van LNV was om te zorgen dat de verhoudingen en de afspraken duidelijk waren. De minister is van mening dat de communicatie, gezien de ingewikkelde context, duidelijk is geweest, hoewel achteraf kan worden vastgesteld dat deze volgens sommige partijen te wensen overliet. Een onvolkomenheid is dat de afspraken uit het basisoverleg van 17 juli onvoldoende duidelijk zijn vastgelegd. Door de aanvullende afspraken van 18 juli is er enige verwarring ontstaan, maar daar was LNV niet verantwoordelijk voor. Op 17 juli is het conceptprotocol voorgelegd aan Brussel. Op 24 juli bleken de Commissie en de lidstaten niet tevreden. Zij wilden een wijziging van het protocol, omdat de recall daarin moest worden opgenomen. Het belangrijkste punt hierbij was dat varkens uit spoor 1 niet in de handel kwamen. Dit is vervolgens zo geregeld. Een criterium bij de opkoopregeling die met de sector is afgesproken, was dat deelnemers geen schuld mochten hebben aan de verspreiding van MPA. Het verzoek van de twee veehouders zou om die reden mogelijk worden afgewezen. Daarom hebben zij in eerste instantie geen aanvraag ingediend. Bij de tweede opkoopregeling werd een aanmerkelijk lager bedrag toegekend, met andere financieringsafspraken, zoals in de antwoorden 70 tot en met 78 is vermeld. Er is nog een andere veehouder, die de MPA-verontreiniging betwist, maar dat ligt nog onder de rechter. De les die hieruit geleerd kan worden, is dat er snel eenduidige informatie beschikbaar moet zijn voor alle partijen. Een onmisbaar element hierin zijn ketengarantiesystemen, waarvan een earlywarningsysteem een onderdeel kan vormen. Informatie over nieuwe ontwikkelingen moet rechtstreeks door overheid en bedrijfsleven worden uitgewisseld, en niet via de pers. Het departement staat daarvoor open. Afspraken tussen overheid en bedrijfsleven over de te nemen maatregelen dienen van meet af aan schriftelijk te worden vastgelegd. Een punt bij het basisoverleg was dat onduidelijk was of het alleen informatief was of ook besluitvormend. De minister heeft onlangs overleg gevoerd met de heer Kienhuis van het Productschap diervoeder, waarin is afgesproken dat er regelmatig rechtstreeks contact is, in ieder geval twee keer per jaar en zo nodig vaker, zodat de communicatie over de verschillende verantwoordelijkheden en maatregelen beter verloopt. Er is bij de MPA-zaak veel werk verzet door het bedrijfsleven en de overheid. Er wordt nog bekeken hoe de samenwerking tussen de uitvoerende diensten kan worden verbeterd. De Voedselen warenautoriteit gaat de diervoedersector nog doorlichten. Hierover zal de Kamer worden geïnformeerd. De keuze voor destructie, slacht of testen lag bij de varkenshouder. De kosten waren zeer verschillend, terwijl de opbrengst daar niet tegenop woog. Om te zorgen dat de primaire sector niet de lasten hoefde te dragen van de fouten die elders waren gemaakt, is besloten tot voorfinanciering van het PVV-plan. Het bedrijfsleven heeft besloten tot destructie. De minister heeft hierover overleg gevoerd, maar daarbij is geen overeenstemming bereikt. De retail verandert hierover langzaam van gedachten. Bij de motie-van Velzen over een communicatietraject heeft de minister opgemerkt dat het belangrijk is om de consumenten ervan te overtuigen dat zij dit vlees zonder gevaar voor de gezondheid kunnen eten. Er was destijds geen andere mogelijkheid dan destructie. Er is geprobeerd om dat zo correct mogelijk te doen. De minister blijft zich inzetten om te zorgen dat het vlees langs normale kanalen wordt afgezet, maar zijn mogelijkheden blijven beperkt tot een beroep doen op de verantwoordelijkheid die ketenpartijen, zoals retail en Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 26 991, nr. 82 7

consumenten, hebben. In de hele keten moet de opvatting leven dat deze dieren niet vernietigd hoeven te worden, als zij geen gevaar vormen voor de gezondheid. Het gaat hierbij om kleine hoeveelheden. Er is ook een zekere maatschappelijke verantwoordelijkheid om dit probleem te helpen oplossen en het niet over te laten aan een sector of een deel daarvan. Voor de vraag van mevrouw Van Velzen over het tijdsverloop tussen het eerste vermoeden en de maatregelen verwijst de minister naar de toelichting op de chronologie in de schriftelijke beantwoording. Bij vruchtbaarheidsproblemen is het niet meteen duidelijk wat de oorzaak is. Pas toen er ernstige afwijkingen werden geconstateerd bij de proefslachtingen, is er verder gezocht. Bij dat onderzoek wordt het aantal mogelijke oorzaken door afstreping gereduceerd. Het is onvermijdelijk dat dit tijd kost. Op 20 mei stelt boer Welvaarts voor het eerst een opmerkelijk feit vast in zijn stal. Op 11 juni is de faculteit diergeneeskunde in Utrecht bereid om de eerste proefslachtingen te doen, die op 14 juni worden uitgevoerd. Op 20 juni worden afwijkingen in het niervet van de varkens vastgesteld. Pas toen deze problemen zich ook bij andere bedrijven voordeden, kon de oorzaak worden ingekaderd en werd duidelijk dat het aan het voer lag. Door het opbouwen van expertise kan de detectie sneller gebeuren. De Voedsel- en warenautoriteit is bezig om een kennisbestand op te bouwen over de stoffen die mogelijk in voedsel aanwezig kunnen zijn, maar dat zijn er zoveel dat het zoeken naar een speld in een hooiberg blijft. De minister is van mening dat er binnen de bestaande mogelijkheden snel en adequaat is gehandeld. Het artikel in De Gelderlander ligt primair op het terrein van VWS, maar de minister zegt toe dat er een schriftelijk antwoord op komt van VWS of van de Voedsel- en warenautoriteit. Er zijn drie laboratoria in Nederland, te weten het Rikilt, TNO en het RIVM, geaccrediteerd voor dit soort onderzoek. Over het OM kan de minister geen uitspraken doen, omdat dit onder een ander departement valt en bovendien een onafhankelijke instantie is. Over het GMP-waardig maken van producten heeft de minister in de schriftelijke antwoorden laten weten dat in overleg met het PDV is gebleken dat dit niet aan de orde is. Volgens de officiële regels is dit niet mogelijk. Nadere gedachtewisseling De heer Geluk (VVD) vraagt of er in Europees verband stappen zijn genomen tegen het Ierse en Belgische bedrijf die de bron vormen van de MPA-affaire. Het is van groot belang dat de VWA onderzoek doet naar de reststoffen. Dit is ook een kernpunt binnen Europa, omdat de HACCPnorm in de nieuwe richtlijn wordt versterkt. De heer Geluk ziet geen aanleiding voor een diepgaand parlementair onderzoek. De heer Koopmans (CDA) is van mening dat er stappen in de goede richting zijn gezet met de verordening die per 1 november is ingevoerd, de HACCP-verplichting en de introductie van lijsten van verboden stoffen. De voorfinanciering is blijkens het antwoord op vraag 64 afhankelijk van de goedkeuring door de Europese Commissie. Als zij hiermee niet akkoord gaat, moet ervoor worden gezorgd dat het productschap of de boeren niet het kind van de rekening worden. De heer Van den Brand (GroenLinks) vraagt de minister om erop toe te zien dat de Europese richtlijn en de Kaderwet diervoeders goed op elkaar aansluiten. Verder vraagt hij naar het eventuele vervolg op het plan van aanpak van het Productschap diervoeder. Hij vraagt bovendien naar een reactie op de uitspraken van de heer Staman van het Rathenau-instituut. Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 26 991, nr. 82 8

Mevrouw Van Velzen (SP) merkt op dat er enige verwarring was over de verantwoordelijkheden van het ministerie en de sector en over de stappen die door Brussel werden geëist, maar dat deze inmiddels is opgehelderd. Zij vraagt op welke termijn er nieuwe richtlijnen komen en of het noodzakelijk is om in de tussentijd een regeling te treffen voor de traceerbaarheid van de reststromen. De heer Van den Brink (LPF) constateert dat de minister nog niet is ingegaan op het bedrijf dat nog geen gebruik heeft gemaakt van de opkoopregeling. Er is nog geen duidelijkheid over wat er is gebeurd op 16, 17 en 18 juli, omdat de ene groep zegt dat het overleg was en de andere dat het werd meegedeeld. Heeft hierover nog overleg plaatsgevonden met andere lidstaten van de Europese Unie? Er zijn drieduizend stoffen die aan het diervoeder kunnen worden toegevoegd, zodat dit soort crimineel gedrag niet kan worden voorkomen, hoe goed de kaderwet, de bijbehorende maatregelen en het controleapparaat ook worden opgezet. De minister antwoordt dat de MPA-zaak in België en Ierland onder de rechter is, zodat hij er verder geen uitspraken over kan doen. De voorfinanciering dient niet te worden beschouwd als een vorm van staatssteun, maar zij is bedoeld om een oplossing mogelijk te maken van een groot maatschappelijk probleem. Zij wordt uiteindelijk terugbetaald doordat het productschap een heffing oplegt of doordat er claims uit voortkomen, zoals bij de tweede opkoopregeling. Er moet niet op worden vooruitgelopen, maar als het door Brussel wordt aangemerkt als staatssteun, moet het worden teruggehaald bij de begunstigde. De kaderwet biedt voldoende ruimte voor aansluiting op de Europese richtlijnen. De belangrijkste uitkomst van het proces moet zijn dat de sector de verantwoordelijkheid hiervoor op zich neemt. Als men van oordeel is dat de regelgeving en de administratievelastendruk moeten worden verminderd, omdat het leven daardoor eenvoudiger wordt, dan houdt dat wel in dat de verantwoordelijkheid scherper wordt vormgegeven. Als er wordt gezocht naar een nieuw evenwicht, moet men elkaar daar ook op durven aanspreken, omdat er sprake is van communicerende vaten. Door de vermindering van de regeldruk ontstaat er meer ruimte om te ondernemen. Als dit niet leidt tot een betere situatie en als de verantwoordelijkheid niet of onvoldoende wordt genomen, blijft er een rol voor de overheid. Als dat niet gebeurt, is de samenleving daar uiteindelijk niet tegen bestand. Bij de behandeling van de Kaderwet diervoeders kan de grotere verantwoordelijkheid van de sector voor de uitvoering uitvoerig worden besproken. Wat betreft de uitspraken van de heer Staman van het Rathenau-instituut wijst de minister op de wet van de uitgestelde flinkheid, waardoor een overreactie van de politiek optreedt. Het is van belang om een evenwicht te vinden en niet de les te trekken uit een crisis dat het zo moet worden dichtgeregeld dat er ook geen zicht meer is op wat er mis kan gaan. Het gaat ook om alertheid en verantwoordelijkheid van degenen die bij het proces betrokken zijn. De minister herhaalt dat de bevoegdheden eenduidig zijn vastgelegd, maar dat hierbij ook sprake is van verantwoordelijkheden van de sector, het departement en de ketenpartijen. Nadat het advies van de Voedsel- en warenautoriteit is uitgebracht, kan nog worden bekeken of er tijdelijke regelgeving over de reststromen moet plaatsvinden, voordat de nieuwe kaderwet en de nieuwe Europese richtlijnen in werking treden. Er is een kort geding aangespannen door een bedrijf dat geen gebruikmaakte van de opkoopregeling. Dit is aangehouden, omdat niet aangetoond kon worden dat er een spoedeisend belang was. Nu moet de afwikkeling van het bezwaarschrift worden afgewacht. De MPA-kwestie is besproken in het veterinair comité van de Europese Unie, waarbij de mening van de lidstaten naar voren wordt gebracht. Zij Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 26 991, nr. 82 9

komen uiteindelijk tot een conclusie die richtinggevend is voor hoe Nederland zich dient te gedragen. Er heeft wel afstemming van de aanpak met België plaatsgevonden, omdat dit land erbij betrokken was wat de herkomst van de stroom betreft. Het is van belang dat hierbij verantwoordelijkheid wordt genomen en dat er wordt opgetreden tegen degenen die met dit soort activiteiten in een meer dan gemiddeld levensonderhoud proberen te voorzien. De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Meijer De waarnemend griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Van Leiden Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 26 991, nr. 82 10