Tweede Kamer der Staten-Generaal
|
|
|
- Petra Christiaens
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Nadere voorschriften in verband met samenwerking tussen scholen voor voortgezet onderwijs en instellingen voor educatie en beroepsonderwijs (Besluit samenwerking VO-BVE) Nr. 2 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 28 maart 2006 Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 1 hebben enkele fracties de behoefte over de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 20 januari 2006 (Kamerstuk , nr. 1) inzake nadere voorschriften in verband met samenwerking tussen scholen voor voortgezet onderwijs en instellingen voor educatie en beroepsonderwijs enkele vragen en opmerkingen voor te leggen. Bij brief van 28 maart 2006 heeft de minister deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt. De voorzitter van de commissie, Aptroot Adjunct-griffier van de commissie, Jaspers 1 Samenstelling: Leden: Van de Camp (CDA), Lambrechts (D66), Hamer (PvdA), Van Bommel (SP), Mosterd (CDA), Blok (VVD), Balemans (VVD), Slob (ChristenUnie), Vergeer (SP), Tichelaar (PvdA), Joldersma (CDA), De Vries (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Eski (CDA), Aptroot (VVD), voorzitter, Smeets (PvdA), ondervoorzitter, Eijsink (PvdA), Leerdam (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Kraneveldt (LPF), Hermans (LPF), Van Dam (PvdA), Visser (VVD), Azough (GroenLinks), Roefs (PvdA) en Jungbluth (GroenLinks). Plv. leden: Ferrier (CDA), Bakker (D66), Bussemaker (PvdA), Vacature (SP), Brinkel (CDA), Hirsi Ali (VVD), Örgü (VVD), Van der Vlies (SGP), Kant (SP), Dijksma (PvdA), Hessels (CDA), Sterk (CDA), Atsma (CDA), Van Bochove (CDA), Van Hijum (CDA), Van der Sande (VVD), Verbeet (PvdA), Arib (PvdA), Stuurman (PvdA), De Krom (VVD), Varela (LPF), Herben (LPF), Meijer (PvdA), Nijs (VVD), Halsema (GroenLinks), Kalsbeek (PvdA) en Vendrik (GroenLinks). KST tkkst ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 2006 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 1
2 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties 1. Inleiding De leden van de PvdA-fractie vinden dat samenwerking tussen voortgezet onderwijs (vo) en beroeps- en volwasseneneducatie (bve)-sector prima past bij de gedachte dat elke leerling een goede plek binnen het onderwijs moet kunnen worden geboden. Zij juichen daarom toe dat samenwerkingsmogelijkheden met dit besluit worden verruimd. Deze leden hebben nog wel enkele vragen bij het besluit. De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het voorliggende uitvoeringsbesluit. Deze leden hechten zeer aan samenwerking tussen vo en bve omdat dit een nuttig instrument is in de strijd tegen het voortijdig schoolverlaten. Er waren te veel financiële prikkels die het voor scholen en instellingen niet aantrekkelijk maakten om tot samenwerking te komen. Maar dit uitvoeringsbesluit is helaas beperkter dan de wettekst leek te suggereren. Hierover hebben de leden van deze fractie dan ook enkele vragen. 2. Inhoud De leden van de PvdA-fractie constateren dat de Wet om meer ruimte te scheppen voor samenwerking tussen in die wetten geregelde onderwijsinstellingen (Kamerstuk ) en daarmee ook deze algemene maatregel van bestuur (amvb), onduidelijkheid oproept doordat het begrip «uitbesteding» op twee verschillende wijzen gehanteerd wordt. Betekenen de bepalingen in Artikel 3 van het Besluit samenwerking vo-bve dat overdracht van een leerling aan het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) van een bve-instelling expliciet is uitgesloten en dat alleen sprake kan zijn van uitbesteding, zo vragen deze leden. In de Nota van Toelichting staat onder 3c dat de school eindverantwoordelijk blijft, maar dat bij de uitbesteding aan een vavo het traject volledig vervangend is en dat een terugkeer van de leerling naar de school niet aan de orde is. Het roc is volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderwijs en het examen binnen de voorschriften van de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web). Waarin komt de eindverantwoordelijkheid van de uitbestedende school dan tot uiting? In de Memorie van Toelichting van de Wet om meer ruimte te scheppen voor samenwerking tussen in die wetten geregelde onderwijsinstellingen (Kamerstuk , nr. 3) staat in paragraaf 4.2.3: «Wel blijft voor deze leerlingen (de 16- en 17-jarigen) de toestemming door de gemeente voorgeschreven die nu is neergelegd in de Tijdelijke regeling toelating voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) van 17 december 1997». In het Besluit samenwerking vo-bve komt deze bepaling niet meer terug. De leden van deze fractie vragen of de gemeente nog een rol heeft bij uitbesteding aan het vavo. Zo ja, welke rol? Wat betekent de datum van inwerkingtreding voor de terugvordering bij het Albeda College in verband met het samenwerkingsverband Voorwerk? Of vervalt die terugvordering toch al omdat deze samenwerking expliciet gericht is tegen voortijdig schoolverlaten, zo vragen deze leden. De leden van de D66-fractie hadden uit de wettekst (Kamerstuk , nr. 1) begrepen dat ook doorstromers havo-vwo onder de uitbestedingsvariant zouden vallen. Maar wie 18 jaar is en al een vo-diploma heeft valt niet onder de regeling. Maar deze groep maakt op dit moment wel gebruik van de vavo-scholen. Zij vallen ook buiten de criteria die gemeenten stellen. Graag horen deze leden van de minister waarom zij heeft besloten om deze groep geen kans te geven tot de hoogst mogelijke opleiding te komen om zo het maximale uit leerlingen te halen. In dat verband halen Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 2
3 de leden van deze fractie graag de aanbevelingen van de Onderwijsraad aan, namelijk om het stapelen van diploma s niet langer te ontmoedigen. Daarnaast maken deze leden zich zorgen over de uitbestedingsfinanciering. Vo-scholen maken de leerlinggebonden financiering over, terwijl het vavo wel overheadkosten aan het roc verschuldigd is. Hoe gaat dit er in praktijk uitzien? In aanvulling op de vragen over dit besluit willen deze leden graag meer informatie van de minister ontvangen over de structurele financiering voor uitvallers van het mbo die vavo willen doen. Hoe gaat die financiering eruit zien, zo vragen deze leden. II Reactie van de minister 1. Inleiding Hierbij zend ik u de antwoorden op de schriftelijke vragen van de Vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over mijn brief van 20 januari 2006 (Kamerstuk , nr. 1) inzake nadere voorschriften in verband met samenwerking tussen scholen voor voortgezet onderwijs in instellingen voor educatie en beroepsonderwijs 2. Inhoud De leden van de PvdA-fractie vragen of de bepalingen in Artikel 3 van het Besluit samenwerking vo-bve betekenen dat overdracht van een leerling aan het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) van een bve-instelling expliciet is uitgesloten en dat alleen sprake kan zijn van uitbesteding. Artikel 3 van het Besluit samenwerking vo-bve sluit niet uit dat leerlingen de overstap maken naar het vavo dat wil zeggen, uitgeschreven worden bij de school voor voortgezet onderwijs en ingeschreven worden bij het ROC. Dat kan overigens alleen voor leerlingen die volgens de WEB toelaatbaar zijn tot het vavo, dus het kan uitsluitend gaan om leerlingen van 18 jaar en ouder. Bij een dergelijke overstap kán een deel van de bekostiging overgedragen worden (zie artikel 4 van het Besluit). De leden van de PvdA-fractie vragen ook waarin de eindverantwoordelijkheid van de uitbestedende school tot uiting komt, nu het ROC volledig verantwoordelijk is voor de uitvoering van het onderwijs en het examen. Het ROC is niet volledig verantwoordelijk voor deze leerling. De verantwoordelijkheid van het ROC is in dit geval die van opdrachtnemer. Het ROC is verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderwijsprogramma en het afnemen van de examens binnen de kaders van de WEB en conform de afspraken die daarover in de samenwerkingsovereenkomst met de VO-school zijn gemaakt. De VO-school die de leerling heeft ingeschreven en uitbesteed, blijft in de rol van opdrachtgever eindverantwoordelijk voor de leerling en het bereiken van de met het ROC afgesproken doelen. In de samenwerkingsovereenkomst dienen hierover afspraken te zijn gemaakt, inclusief de wijze van informatielevering van het ROC aan de VO-school en de wijze waarop hierover periodiek overleg wordt gevoerd tussen de VO-school en het ROC. De leden van de PvdA-fractie vragen voorts of de gemeente nog een rol heeft bij uitbesteding aan het vavo. In de Nota naar aanleiding van het Verslag (Kamerstukken II, 2004/2005, , nr. 6) is al aangekondigd dat de regering overwoog af te zien van nadere regelgeving op dit punt, omdat dit kon worden opgevat als een Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 3
4 overbodige administratieve belasting. De regering is conform deze aankondiging teruggekomen op het voornemen neergelegd in de memorie van toelichting. Wat betekent de datum van inwerkingtreding voor de terugvordering bij het Albeda College in verband met het samenwerkingsverband Voorwerk? Of vervalt die terugvordering toch al omdat deze samenwerking expliciet gericht is tegen voortijdig schoolverlaten, vragen deze leden tenslotte. In de brief van 30 juni 2005 (kenmerk S3/Dir/2005/29838) aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal heb ik het parlement geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek van de Auditdienst van het ministerie van OCW en de Auditdienst van het ministerie van LNV naar samenwerkingsverbanden tussen VO-scholen en BVE-instellingen. Gezien het feit dat het bij de geconstateerde samenwerkingsverbanden veelal gaat om leerlingen voor wie schooluitval dreigde en voor wie VO-scholen en BVE-instellingen maatwerkoplossingen hebben vormgegeven, of om een bijzondere groep leerlingen (AMA s) die niet binnen het vigerende stelsel konden worden opgevangen, alsmede gelet op mijn wens tot verruiming van de samenwerkingsmogelijkheden en van de mogelijkheden tot overheveling van middelen ten behoeve van maatwerktrajecten, heb ik toen besloten gebruik te maken van mijn discretionaire bevoegdheid en heb ik besloten bij drie VO-scholen het wél overgehevelde deel van de bekostiging niet terug te vorderen. Het deel van de bekostiging dat door VO-scholen niet is overgeheveld naar de BVE-instelling vorder ik wel terug. Op dit moment loopt het traject tot terugvordering van de bekostiging bij enkele Rotterdamse VO-scholen nog. Er is echter geen sprake van een terugvordering van bekostiging bij het Albeda College. De leden van de D66-fractie hadden uit de tekst van het wetsvoorstel begrepen dat ook de doorstromers havo-vwo onder de uitbestedingsvariant zouden vallen. Deze leden vragen waarom de minister heeft besloten om de doorstromer havo-vwo die 18 jaar is en al een vo-diploma heeft, geen kans te geven tot de hoogst mogelijke opleiding te komen om zo het maximale uit leerlingen te halen. De wetswijziging beoogt samenwerking mogelijk te maken tussen VO-scholen en ROC s met het doel leerlingen méér kans te geven om een VO-diploma te behalen (artikel 25a, tweede lid, onderdeel a van de Wet op het voortgezet onderwijs). Het wetsvoorstel was derhalve niet gericht op doorstromers die al een diploma hebben. Achttienjarige doorstromers vallen onder de reguliere doelgroep van het vavo. De gemeenten gaan dus over de toelating van deze deelnemers tot het vavo. Daarnaast maken de leden van de D66-fractie zich zorgen over de uitbestedingsfinanciering. VO-scholen maken de leerlinggebonden financiering over, terwijl het vavo wel overheadkosten aan het ROC verschuldigd is. De leden vragen zich af hoe dit er in de praktijk uit gaat zien. De wet- en regelgeving inzake de samenwerking tussen VO-scholen en BVE-instellingen bepaalt niet hoeveel en wat scholen en instellingen aan elkaar dienen over te dragen bij samenwerking. Dit wordt aan de scholen en instellingen zelf overgelaten. VO-scholen en BVE-instellingen dienen de overdracht van gelden in onderling overleg in een samenwerkingsovereenkomst te regelen. In aanvulling op de vragen over dit besluit willen deze leden graag meer informatie van de minister ontvangen over de structurele financiering voor uitvallers van het mbo die vavo willen doen. Hoe gaat die financiering eruit zien, zo vragen deze leden. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 4
5 Het beleid van de regering is erop gericht dat jongeren tot 18 jaar binnen het VO een diploma halen, desnoods via de uitbestedingsroute. Als uitvallers 18 jaar of ouder zijn behoren zij tot de reguliere doelgroep van de educatie waarvoor de gemeenten verantwoordelijk zijn. Een afzonderlijke financiering voor deze leerlingen wordt niet voorzien. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 5
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 237 Wijziging van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van Richtlijn 2002/73/EG Nr. 5 VERSLAG
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 260 Visumverlening in Schengenverband Nr. 3 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 16 december 2003 De commissie voor de Rijksuitgaven 1
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 28 447 Regeling met betrekking tot tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang (Wet kinderopvang)
Besluit van tot wijziging van onder meer het Besluit samenwerking VO-BVE inzake verruiming van uitbestedingsmogelijkheden naar het vavo
Besluit van tot wijziging van onder meer het Besluit samenwerking VO-BVE inzake verruiming van uitbestedingsmogelijkheden naar het vavo Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 827 Wijziging van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet op de economische delicten en het Wetboek van Strafvordering ter implementatie
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 21 501-30 Raad voor Concurrentievermogen 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 19 1 Samenstelling:
