Competenties en Gedragsindicatoren

Vergelijkbare documenten
De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen.

Handreiking toelichting bij descriptoren NLQF

Alle competenties moeten met voldoende zijn beoordeeld

Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren.

Toetsplan Masteropleiding Midden-Oosten Studies

Competentieprofiel. Instituut voor Interactieve Media. Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006

Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren.

Context. Instroom. 1 Een herkenbare leef- en werkomgeving. 2 Een herkenbare leef- en werkomgeving. 3 Een herkenbare, wisselende leef- en werkomgeving.

Toelating Master Design!

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s

PR V1. Beroepscompetentie- profiel RBCZ therapeuten

Niveaubeschrijvingen NLQF per descriptor met toelichting, versie 23 maart 2017

STARTDOCUMENT TBV TOELATING PRAKTISCHE INFORMATIE PRAKTISCH

Beste kandidaat voor de masteropleiding Kunsteducatie met een bachelordiploma als kunstvakdocent,

waarom? externe drivers Technologie Digitalisering Globalisering

De 6 Friesland College-competenties.

Agile game productie

Competentie- en indicatorenoverzicht Masteropleiding Leren en Innoveren Hogeschool Rotterdam IVL/Kenniskring Versterking Beroepsonderwijs

Beoordelen in het HBO

De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk

Ontwerpkaders: Leeruitkomsten. Versie 1.0/ november Ontwerpkaders: Leeruitkomsten/versie 1.0/november

1. Interpersoonlijk competent

Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo. Geldig vanaf 1 augustus Crebonr.

Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo. Code K0125

Competentiemeter docent beroepsonderwijs

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Graduaat Maatschappelijk werk Module Geïntegreerde competentieverwerving 3. Lestijden 40

Competentieprofiel van de opleider CHVG

Competentiegericht Onderwijs

Bijlage 3 BEOORDELINGSFORMULIER EINDPRODUCT PDG

ECTS-fiche. Opleiding. Geïntegreerde competentieverwerving 2. Lestijden. Ingeschatte totale studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot

Bekwaamheidseisen of competenties docenten LD

Academie voor Talent en Leiderschap Veiligheidsregio s. Strategisch leiderschapsprofiel voor specialisten

Bekwaamheidseisen of competenties docenten LC

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden:

Thermometer leerkrachthandelen

ten behoeve van het beoordelingsportfolio Startbekwaamheid Hoofdfase 3, ALO

Voorbereiding hbo kunstonderwijs

Jan des Bouvrie Academie, interior design & styling - hbo bachelor

WINDESHEIM IN ZWOLLE: UNIEKE MASTER VOOR HET BEROEPS- ONDERWIJS. Inspirators voor de toekomst

Academie voor Talent en Leiderschap Veiligheidsregio s. Leiderschapsprofiel strategisch leidinggevende

Bijlage 1 BEOORDELINGSFORMULIER EINDPRODCUCT PDG

Ontwerpkaders: Onderwijs. Versie 1.0/november 2016

!!! PROGRAMMA, LEERLIJNEN EN METHODIEK PROGRAMMA, LEERLIJNEN EN METHODIEK

Richtlijn beoordeling postinitiële wo-master opleidingen in Nederland Positionering van de opleidingen De vergelijking met Vlaanderen

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie

Concept Beoordelingskader voor het bijzondere kenmerk residentieel onderwijs

ALV V&VN-SPV 17 mei De SPV wel/niet niveau EQF6? Waar gaat het nu allemaal over?

Leren & Innoveren. Informatiedossier ten behoeve van en verzoek tot inschrijving voor de masteropleiding

HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD. ILS Nijmegen

Een flexibele deeltijdopleiding die inspeelt op de actualiteit van het sociaal werk

Werkdocument 1 Opleidingsconcept

Persoonlijk Leiderschap in de Zorg Contactverzorgenden Medewerkers Zorg en Welzijn

Cultuureducatie met Kwaliteit

Strategie in Beweging. Koersnotitie. versie 4

Toelichting beoordelingskader bij beoordeling postinitiële wo-master opleidingen in Nederland

De ontwikkeling van de Mondriaan methode VISIE OP PROFESSIONALISEREN

Profiel. Opleidingsmanager HBO-Rechten. 10 mei Opdrachtgever Hogeschool van Amsterdam Faculteit Maatschappij en Recht

EVC-Beroeps-Overstijgende-Competentiestandaard niveau 1

Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo. Geldig vanaf 1 augustus 2013.

Programma van toetsing

31/08/2015 WERKPLEKLEREN BRUGOPLEIDING. Karen Vansteenkiste WERKPLEKLEREN. Definitie Werkvorm in de brugopleiding Voordelen Kenmerken Voorbeeld

PEER REVIEWS. Managementgroep Interactum September 2014

Keuzedeel mbo. Verdieping software. gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo. Code

Onderzoek aan de Hogeschool der Kunsten Den Haag

Het adviseren over, ontwikkelen, uitvoeren of handhaven van beleidsterreinen en beleidsprocessen.

COMPETENTIEPROFIEL ONDERSTEUNER PASSEND ONDERWIJS. Resultaatgebieden 1. Ondersteuning en advisering aan IB en leraren

TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE Praktijk 8 Deeltijd

Leerling Gezel Meester Feedback. Zet in een kortcyclisch proces creatieve ideeën, specificaties en concepten om tot werkende prototypes

MANIFEST BEROEPSONDERWIJS: ONDERWIJS VOOR HET LEVEN!

Competentie 1 Ondernemerschap Initiëren en/of creëren van producten en/of diensten, zelfstandig en ondernemend.

Leraar basisonderwijs LB

Thema s voor vanmiddag?

Competentieprofiel voor coaches

Transdisciplinaire ontwerpcriteria en lesvoorbeelden

COMPETENTIETOETSEN DOMEIN APPLIED SCIENCE ANTOINETTE VAN BERKEL HOGESCHOOL VAN AMSTERDAM 23 MAART 2017

Handleiding Portfolio assessment UvA-docenten

Format voor het plan van aanpak voor het aanvragen van een ster

Profiel & Selectieprocedure. Directeur-bestuurder Stellingwerf College

Overzicht kerntaken, werkprocessen, prestatie-indicatoren gekoppeld aan examenproducten

Keuzedeel mbo. Zorg en technologie. gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo. Code K0137

DEHAAGSE HOGESCHOOL BIJLAGE 2 BEHOREND BIJ DE REGELING MACRODOELMATIGHEID HOGER ONDERWIJS: AANVRAAGFORMULIEREN. Aanvraagformulier nieuwe opleiding

Uitvoeren van beheersmatige werkzaamheden met betrekking tot locatie(s), systemen, gegevens en bedrijfsvoering.

Medical Imaging/ Radiation Oncology Masteropleiding Haarlem

Bijlage III Bij het advies van de Commissie NLQF EQF Beschrijving leerresultaten van gereguleerde kwalificaties

Pre-Academisch Onderwijs. Ontwikkelingslijnen en leerdoelen

COMPETENTIETOETSEN IN HBO OPLEIDINGEN

Opleiding Master in de industriële wetenschappen: bouwkunde. Competenties en gedragsindicatoren

Minor Licht Verstandelijk Beperkt

Slaagt erin om met de verschillende rollen van de IPS-trajectbegeleider binnen de IPS-praktijk om te gaan

Stand van zaken ontwikkeling afstudeerrichtingen 2 e graads lerarenopleidingen NHL

FUNCTIEBESCHRIJVING Medior adviseur Expertisecentrum

FUWA-VO Voorbeeldfunctie docent LD Type 1

Keuzedeel mbo. Lean en creatief. gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo. Code K0512

Competentieprofiel kaderhuisarts

Transcriptie:

Master Design Willem de Kooning Academie Competenties en Gedragsindicatoren Competentiegericht onderwijs De Master Design heeft competenties geformuleerd om de vormgeving, sturing en onderbouwing van het leren te waarborgen. Competentiegericht onderwijs kenmerkt zich door een integrale benadering van kennis, vaardigheden en attitude. Een competentie is het vermogen om adequaat te functioneren in de beroepspraktijk. De master is afgestemd op de toekomstige werkpraktijk van studenten, dat een grote mate gericht is op zelfsturing. Deze zelfsturing betekent dat het competentie-onderwijs studentgericht is. In dit onderwijs ligt de nadruk op de integratie van kennis, vaardigheden en attitude (kennen, kunnen en willen). Het accent op de (verdere) professionele (talent)ontwikkeling van studenten resulteert in flexibel onderwijs met diverse mogelijkheden voor de invulling. De beroepspraktijk is dichtbij: de docenten zijn actief in de creatieve veld en ook adviseurs en gastdocenten zijn afkomstig uit de beroepspraktijk. Voorwaarde voor het ontwikkelen van competenties is dat studenten ruimte krijgen om hun eigen ontwikkeling actief te sturen, om zo al aanwezige competenties op een hoger niveau te brengen en nieuwe competenties te ontwikkelen. Toetsing heeft als doel het verwerven van de competenties te ondersteunen. Dus niet alleen toetsing achteraf, maar ook toetsing als richtinggever tijdens het ontwikkelen van competenties. Voor het verwerven van competenties is een krachtige, uitdagende en veeleisende leeromgeving een voorwaarde. Deze leeromgeving wordt gerealiseerd door bij de deeltijdvariant de huidige beroepspraktijk als richtinggevend principe te hanteren. Dit betekent dat de beroepspraktijk waarin de competenties moeten worden aangewend deel uit maakt van de onderwijspraktijk. De beroepsproducten uit die praktijk kunnen worden ingebracht voor zover ze relevant zijn voor het eigen ontwerponderzoek. De resultaten hiervan vloeien vanzelfsprekend terug naar de beroepspraktijk. Deze leeromgeving wordt ook wel een consistente leeromgeving, leren in de gebruikerscontext of authentiek leren genoemd. Bij de voltijdvariant is de gewenste beroepspraktijk het punt aan de horizon vanwaaruit de studie vorgegeven wordt. Daar wordt in het aanbod en het ontwikkelen van het design research zoveel mogelijk op aangestuurd. 1

Dat betekent dat de opleiding, naast het streven naar actualiteit, studenten voorbereidt op het functioneren binnen beroepssituaties die aan veranderingen onderhevig zijn. Studenten leren probleemoplossend handelen, ook wanneer problemen nieuw voor hen zijn, of bij problemen die niet opgelost kunnen worden met bestaande kennis. Het kan gaan om nieuwe problemen, om nieuwe kennis, die nog ontwikkeld moet worden en om nieuwe contexten waarin bestaande kennis op een andere manier moet worden ingezet. Hierbij werkt de beroepsbeoefenaar van nu niet mono-, maar multi- en transdisciplinair. De vereiste leeromgeving voor competentiegericht onderwijs staat niet op zichzelf. Diverse experts zijn bij de opleiding betrokken. Dit kan bijvoorbeeld door asssessoren van buiten de opleiding mee te laten beoordelen, door de begeleiding over te laten aan sterke professionals uit het veld en door lectoren vraagstukken te laten inbrengen vanuit verschillende gebieden. De student komt tot eigen regie en zelfsturing naar aanleiding van het programma, dat uitdaagt de eigen grenzen te verleggen en de comfort zone te verlaten. Dit betekent het volgende voor de inrichting en opzet van de masteropleiding: De actuele beroepspraktijk (dt) is leidend. De beoordelingscriteria zijn gebaseerd op de competenties en op de kernwaarden van de opleiding Het leren speelt zich af in interactie met de sociale en culturele context van de master en de groep en wordt ingegeven door de onderzoeksvragen. Bij aanvang van de studie worden door middel van een nulassessment mogelijke deficiënties en eerder verworven competenties vastgesteld. Studenten stellen een startportfolio samen met daarin een beschrijving van het niveau ten opzichte van de eindcompetenties, functiebeschrijving en reflectie op het eigen functioneren. De studenten leggen een researchblog aan waarin de onderzoeksvoortgang zichtbaar is. Een team van docenten evalueert aan het einde van ieder tijdvak de voortgang aan de hand van de beoordelingscriteria. De student heeft een zelfstandige rol in het leerproces (zelfsturing). De begeleiding is afgestemd op de behoefte van de student. Kennissturing zit vooral aan het begin van de opleiding. Er is een diversiteit aan werkvormen. 2

De toetsing van competenties vindt integraal plaats, waarbij de resultaten in de opleiding en de ontwikkeling in de eigen praktijk of werkomgeving beiden meewegen (competentie-assessment). Studenten leren van elkaar via intervisie, interdisciplinaire samenwerking, peer- en groepscoaching. De ontwerper op masterniveau De Master Design kent meerdere dimensies waarbinnen het eigen design research en de verdieping van het ondernemerschap zich afspelen. Het masterniveau kenmerkt zich door de complexiteit van de (zelfgestelde) opdracht, de daaruit voortkomende onderzoeksvragen en de manier waarop het design research wordt uitgevoerd. Het masterniveau blijkt ook uit de diverse en soms tegengestelde belangen waar de masterstudent mee om moet gaan bij de (zelfgestelde) opdracht. Dat komt terug in de manier waarop de student aanvullende expertise zoekt in interdisciplinaire samenwerking met andere creatieven èn met specialisten uit andere (wetenschappelijke) domeinen. Verdieping en verbreding van kennis en vaardigheden vinden plaats op bekend en onbekend terrein. De masterstudent kenmerkt zich door zijn zelfstandigheid en de manier waarop hij zijn onderzoeksvragen verdiept en relevantie geeft. Iedere onderzoeksvraag brengt een complexe context met zich mee. Deze context vraagt om een open blik op de mogelijke onderzoekslijnen die een onderzoeksvraag herbergt. In het managen van deze complexiteit koppelt de masterstudent nieuwe kennisgebieden aan zijn ontwerpvaardigheden. Mede hierdoor zal hij af kunnen wijken van gebaande paden. De verdiepingsslag die de masterstudent maakt in het eigen werkveld ligt in het dragen van eindverantwoordelijkheid. Dit betekent zelfstandig beslissingen nemen en in een leidinggevende rol samenwerking vormgeven en sturen. De uitkomsten van het onderzoek (het eindproduct en de publicatie) worden getoond op een breed internationaal podium. De masterstudent begeeft zich in een discours met professionals binnen en buiten de discipline, en mogelijk in een brede maatschappelijke setting. Het netwerk van de student verbreedt en verdiept zich hierdoor, alsmede de connectiviteit met andere (cultuur)maatschappelijke velden. Al deze kwalificaties op masterniveau zijn door vertaald in de gedragsindicatoren van de Master Design. 3

Gedragsindicatoren In lijn met de ontwikkelingen op het vakgebied en in samenspraak met het beroepsveld onderscheidt de Master Design de volgende competenties en gedragsindicatoren. Deze zijn afgeleid van de landelijk vastgestelde competenties. Via het onderwijsaanbod, de ontwikkeling van eigen design research, opdrachten (deliverables) en zelfsturing zal de student de eindcompetenties verwerven en/of aanscherpen. De gedragsindicatoren beschrijven het gedrag en de taken die dat aantonen. De eindcomptenties worden in twee competenties-assessments getoetst (na het eerste en na het tweede jaar) Competenties Master Design C1. Creërend Vermogen De ontwerper kan zelfstandig innovatief, onderscheidend en imaginatief ontwerp realiseren en positioneren in een markt. Gedragsindicatoren Master Design Gedragsindicatoren creërend vermogen 1.1 De ontwerper vertaalt complexe ontwerp- en onderzoeksvragen naar een onderscheidend en innovatief ontwerp; 1.2 De ontwerper ziet kansen vertaalt dit naar ontwerp voor de bijbehorende gebruikers. 1.3 De ontwerper beschikt over een helikopterview waarmee onderzoek naar producten, communicatie, processen en diensten vertaald kan worden naar een betekenisvol ontwerp. 1.4 De ontwerper veroorzaakt via het ontwerp (zintuiglijke) ervaringen. 4

C2. Onderzoekend Vermogen De ontwerper kan relevante onderwerpen en vragen herkennen, analyseren en positioneren, ter zake doende onderzoeksvragen formuleren en onderzoeksmethoden ontwikkelen en gebruiken. C3. Innoverend vermogen De ontwerper kan zijn werk en werkwijze blijvend ontwikkelen, verdiepen en innoveren en daarmee veranderingen tot stand brengen in het vakgebied en de maatschappij. C4. Organiserend vermogen De ontwerper kan complexe projecten in samenwerking met meerdere disciplines opzetten, ontwerpen en aansturen. Gedragsindicatoren onderzoekend vermogen 2.1 De ontwerper onderzoekt om te ontwerpen, en/of onderzoekt door middel van ontwerp en/of doet onderzoek naar ontwerp. 2.2 De ontwerper kent (recente, theoretische) inzichten binnen (wetenschappelijke) disciplines en onderzoeksdomeinen en kan deze door vertalen naar een ontwerp; 2.3 De ontwerper formuleert een onderzoeksvraag, bepaalt de strategie voor een design research, doet (methodisch) onderzoek en vertaalt uitkomsten naar een ontwerp; Gedragsindicatoren innoverend vermogen 3.1 De ontwerper draagt bij aan nieuwe ontwikkelingen binnen vakgebied en maatschappij; 3.2 De ontwerper ontwikkelt, ontwerpt en genereert veranderprocessen (mede) en kan de bedrijfs- of instellingsstrategie hier (mede) op afstemmen; Gedragsindicatoren organiserend vermogen 4.1 De ontwerper draagt zorg voor onderlinge afstemming tussen deelnemende disciplines; 4.2 De ontwerper plant en budgetteert met oog voor de inhoud; 4.3 De ontwerper herkent veranderende rollen in het beroepsdomein, maakt zich dit eigen en 5

vormt ze mede; 4.4 De ontwerper ontwikkelt en realiseert relevante nieuwe verdienmodellen; 4.5 De ontwerper herkent de wereld als een geheel met verbonden delen, en verhoudt zich tot de mogelijkheden daarbinnen te handelen. C5. Communicatief vermogen De ontwerper kan visie, onderzoek, concept en ontwerp overtuigend delen met en presenteren aan experts en betrokkenen binnen en buiten het vakgebied. C6. Omgevingsgerichtheid De ontwerper kan de grotere context waarin zijn werk(wijze) en onderzoek zich bevinden kritisch beschouwen en veranderen. Gedragsindicatoren communicatief vermogen 5.1 De ontwerper publiceert met inachtneming van een theoretisch en methodisch kader over onderzoeksproces, uitkomsten en ontwerp; 5.2 De ontwerper kan onderzoeksproces en ontwerp overleggen met en uitleggen aan relevante gebruikers; 5.3 De ontwerper reflecteert in de researchblog, in gesprekken en presentaties op het ontwerp-onderzoeksproces en ontwerp. Gedragsindicatoren omgevingsgerichtheid 6.1 De ontwerper verhoudt zich tot de actualiteit van beroep en maatschappij; 6.2 De ontwerper ontwikkelt via het ontwerp relevante oplossingen of openbaar debat over deze actualiteit; 6.3 De ontwerper beschikt over inlevingsvermogen in de positie van opdrachtgevers, gebruikers en publiek. 6.4 De ontwerper neemt een ethisch standpunt in 6

binnen het eigen ontwerponderzoek. C7. Vermogen tot samenwerken De ontwerper zoekt en initieert relevante samenwerkingen om ontwerp te realiseren. Gedragsindicatoren vermogen tot samenwerken 7.1 De ontwerper kan andere disciplines betrekken en aansturen ten behoeve van product- en projectontwikkeling; 7.2 De ontwerper werkt multi-, inter- of transdisciplinair in een (in)formele omgeving aan een ontwerp; 7.3 De ontwerpers beschikt over empatisch vermogen en toont dat in het leiden van en samenwerken met gebruikers en partners. 7.4 De ontwerper ontwikkelt co-design trajecten en neemt gereflecteerd de maatschappelijke, sociale en culturele achtergrond van de partners in acht. Hij ontwikkelt communicatie en werkt online (internationaal) samen; 7