Toets_Hfdst2_WeerEnKlimaat Antwoorden Samengesteld door: visign@hetnet.nl Datum: dinsdag 31 januari 2017 Tijd: 11:02 Samenstelling: Geowijzer Vraag: 3, 4, 5, 7, 8, 10, 11, 11, 12, 12, 13, 13, 14, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41 Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 1
Nr. Trefwoorden Feedback 1 a 2.3 neerslagtypen; wolken 2 b 2.4 equatoriaal minimum 3 b 2.4 orkaan; cycloon; hurricane; tornado 4 b 2.2 temperatuurfactore n; hoogteligging 5 a 2.3 neerslagtypen; stijgingsregens Cumulus is een stapelvormige wolk. De evenaar is het equatoriaal minimum. Op 30 NB en ZB ligt het subtropisch maximum. Het polair maximum ligt op 90 NB en ZB en het subpolair minimum ligt op 60 NB en ZB. In verschillende gebieden van de wereld hebben tropische orkanen een andere naam. Een (ronddraaiende) wind die is ontstaan in gebieden rond de evenaar waar de zeewatertemperatuur 27 C is, wordt cycloon, orkaan of hurricane genoemd. Iedere 100 meter hoger wordt het 0,6 C kouder. Dus 10 0,6 = 6 C kouder. Kortom: 10 C 6 C = 4 C. Regens die in de tropen ontstaan doordat de lucht stijgt vanwege de hitte, worden stijgingsregens genoemd. 6 d 2.3 neerslag Dit zijn onderdelen van de grote en kleine waterkringloop, zie figuur 2.6. 7 b 2.5 tropisch regenwoud; savanne; steppe; woestijn; Middellandse Zeeklimaat; zeeklimaat; landklimaat Zie paragraaf 2.5 over plantengroei en klimaten. 8 b 2.6 klimaatverandering (mede) door het versterkt broeikaseffect veroorzaakt. 9 a 2.1 aardas; seizoenen Door de schuine stand van de aardas verandert de zoninvalshoek 10 a, b 2.1 aardas; seizoenen Door de schuine stand van de aardas verandert de zoninvalshoek Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 2
11 a 2.1 zoninvalshoek De zon staat in de zomer verder weg dan in de winter, maar omdat de zon zo ver weg staat, heeft dat geen invloed op de temperatuur. 12 c 2.1 weer; klimaat Weer is zeker niet altijd hetzelfde; er is dus kans op mooi weer, maar ook op regenachtig weer. Een klimaat is de gemiddelde weerstoestand die niet zomaar verandert. 13 c 2.1 weer; klimaat Weer gaat over de toestand van de atmosfeer op een relatief klein gebied en een korte tijd. 14 a 2.1 weer; klimaat Het klimaat is de gemiddelde weerstoestand over een groot gebied en een lange tijd (30 jaar). 15 a 2.1 weer; klimaat Het weer is de toestand van de atmosfeer op een bepaalde plaats en op een bepaald moment. Het klimaat is de gemiddelde weerstoestand over een groot gebied en een lange tijd (30 jaar). 16 c 2.1 weer; klimaat Weer is zeker niet altijd hetzelfde; er is dus kans op mooi weer, maar ook op regenachtig weer. Een klimaat is de gemiddelde weerstoestand die niet zomaar verandert. 17 b 2.1 seizoenen Door de schuine stand van de aardas verandert de zoninvalshoek Op het zuidelijk halfrond is dit net andersom. 18 b 2.1 seizoenen Door de schuine stand van de aardas verandert de zoninvalshoek 19 a, b 2.1 aardas; seizoenen Door de schuine stand van de aardas verandert de zoninvalshoek 20 b 2.2 temperatuurfactore n; breedteligging Het Middellandse Zeegebied ligt (relatief) dicht bij de evenaar en ligt dus op lage breedte. Daarom is er een grote zoninvalshoek. (Zie ook paragraaf 2.5 over het Middellandse Zeeklimaat.) 21 d 2.2 temperatuurfactore De temperatuur in West-Europa wordt gematigd door de zeewind. In Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 3
n; aanlandige wind Oost-Europa is er geen invloed van de zee. 22 b 2.2 temperatuurfactore n; hoogteligging 23 d 2.3 neerslagtypen; stuwingsregens 24 b 2.3 neerslagtypen; stijgingsregens 25 b 2.3 neerslagtypen; frontale regens Iedere 100 meter hoger wordt het 0,6 C kouder. Dus 6 x 0,6 = 3,6 C kouder. Kortom: 10 C 3,6 C = 6,4 C. Regens die ontstaan doordat lucht tegen de berg wordt gestuwd, worden stuwingsregens genoemd. Regens die in de tropen ontstaan doordat de lucht stijgt vanwege de hitte, worden stijgingsregens genoemd. Koude lucht uit Noord-Europa botst op warme lucht afkomstig vanuit Zuid-Europa, waardoor frontale regens ontstaan. 26 a 2.3 neerslag Er is een aantal redenen waarom lucht stijgt. De lucht koelt af naarmate deze hoger komt waardoor de waterdamp in de lucht gaat condenseren. Daardoor ontstaat een wolk. 27 a, c, e 2.4 orkaan; cycloon; hurricane; tornado In verschillende gebieden van de wereld hebben tropische orkanen een andere naam. Wind die is ontstaan in gebieden rond de evenaar, waar de zeewatertemperatuur 27 C is, wordt cycloon, orkaan of hurricane genoemd. 28 a 2.4 corioliseffect; passaten; Wet van Buys Ballot Passaten waaien tussen 0 en 30 N.B. en Z.B. Ze waaien van een hogedrukgebied op 30 N.B. en Z.B. naar de evenaar met een afwijking naar links of rechts, afhankelijk van het halfrond (corioloseffect). 29 c 2.5 woestijn Woestijnen zijn gebieden waar weinig water is. Door het gebrek aan water wordt de woestijn niet in cultuur gebracht. 30 c 2.5 savanne; steppe De savanne ligt dichter bij de evenaar en heeft daardoor meer (stijgings)regens dan de steppe. 31 b 2.5 woestijn Woestijnen zijn gebieden waar weinig water is. Door het gebrek aan water wordt een woestijn niet in cultuur gebracht. 32 a, b, c, d 2.5 plantengroei; klimaat Zie paragraaf 2.5 over plantengroei en klimaten. 33 a, b, f 2.6 klimaatverandering Koolstofdioxide, methaan en waterdamp zijn gassen die het broeikaseffect versterken. 34 2.6 klimaatverandering Als de as die bij een vulkaanuitbarsting vrijkomt, zeer hoog in de Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 4
; zonneactiviteit atmosfeer komt, kan er wereldwijd een temperatuurdaling plaatsvinden. Een hoge zonneactiviteit komt overeen met koude jaren. 35 a 2.6 klimaatverandering (mede) door het versterkte broeikaseffect veroorzaakt. 36 e, g 2.6 klimaatverandering Klimaatverandering wordt veroorzaakt door natuurlijke oorzaken zoals de curve van Milankovitch, zonneactiviteit, vulkaanuitbarstingen, El Niño en verandering in de Golfstroom. Er zijn ook menselijke oorzaken zoals het versterkt broeikaseffect en het ontstaan van het gat in de ozonlaag. Zie figuur 2.19. 37 b 2.4 corioliseffect; passaten; Wet van Buys Ballot Passaten waaien tussen 0 en 30 N.B. en Z.B. Ze waaien van een hogedrukgebied op 30 N.B. en Z.B. naar de evenaar met een afwijking naar links of rechts, afhankelijk van het halfrond (corioloseffect). 38 a 2.6 klimaatverandering (mede) door het versterkt broeikaseffect veroorzaakt. 39 a 2.1 weer; klimaat Het klimaat is de gemiddelde weerstoestand over een groot gebied en een lange tijd (30 jaar). 40 b 2.2 temperatuurfactore n; aanlandige wind De temperatuur in West-Europa wordt gematigd door de zeewind. In Oost-Europa is er geen invloed van de zee. 41 b 2.5 savanne; steppe De savanne ligt dichter bij de evenaar en heeft daardoor meer (stijgings)regens dan de steppe. Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 5