lspconnect User Console Gebruikershandleiding VANAD Enovation is een handelsnaam van ENOVATION B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een data verwerkend systeem of uitgezonden in enige vorm door middel van druk, fotokopie of welke andere wijzen dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de directie van ENOVATION B.V.
Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Doelgroep... 3 1.2 Revisies... 3 2 Eerste gebruik... 4 2.1 Systeemeisen... 4 2.2 Installatie UZI-pas en kaartlezer... 4 2.3 Installatie browser plugin... 4 3 Inloggen... 6 3.1 Inloggen als beheerder met gebruikersnaam en wachtwoord... 6 3.2 Inloggen met tijdelijke gebruikersnaam en wachtwoord... 6 3.3 Inloggen met de UZI-pas... 7 4 Gebruikersbeheer... 9 4.1 Toevoegen gebruiker... 10 4.1.1 Tijdelijk wachtwoord... 10 4.1.2 Gegevens UZI-pas overnemen... 11 4.2 Wijzigen gebruiker... 11 4.3 Wijzigen wachtwoord... 12 4.4 Verwijderen gebruiker... 13 5 Groepsbeheer... 14 5.1 Toevoegen groep... 14 5.2 Wijzigen groep... 15 5.3 Wijzigen groepsleden... 16 5.4 Verwijderen groep... 17 6 Raadplegen log... 18 7 Mandatering... 21 7.1 Mandaat toewijzen... 22 7.2 Mandaat intrekken... 26 7.3 Rapportage uitgegeven mandaten... 26 Documentnaam lspconnect User Console Pagina 2 van 27
1 Inleiding Deze handleiding beschrijft de werking van de lspconnect User Console. Uw zorginformatiesysteem maakt gebruik van lspconnect om de koppeling met het LSP (Landelijk Schakelpunt) te realiseren. Binnen lspconnect worden een aantal zaken geregeld, zoals token-authenticatie, UZI-pas integratie, mandatering en de communicatie met het LSP. Deze gebruikershandleiding beschrijft hoe u met behulp van de User Console van lspconnect de UZI-passen van gebruikers kunt registreren en mandateringen kunt vastleggen. Daarnaast wordt uitgelegd hoe de verkeerslog kan worden geraadpleegd. 1.1 Doelgroep Dit document is geschreven voor de eindgebruiker/zorgverlener. 1.2 Revisies Versie Datum Auteur Commentaar 0.1 23-02-2010 E.Novation Draft versie 0.2 11-08-2010 E.Novation Update i.v.m. 1.0.9 release 1.0 17-08-2010 E.Novation Finale versie voor 1.0.9 1.1 09-11-2010 E.Novation Update i.v.m. 1.0.12/1.2.6.6 release 1.2 01-09-2012 E.Novation Update i.v.m. 1.5.8 release + toelichting installatie UZI-paslezersoftware en applet 1.3 24-04-2013 E.Novation Tekstuele correcties 1.4 15-10-2013 E.Novation Procedure registratie UZI-passen aangepast n.a.v. wijzigingen bij het UZIregister 1.5 05-11-2013 E.Novation Aanpassing tekst bij veld UZI-nummer invoer 2.0 05-03-2014 ENOVATION B.V. Nieuwe release user console, nieuwe huisstijl document 2.1 28-07-2014 ENOVATION B.V. Tekstuele verbeteringen 2.2 24-12-2014 ENOVATION B.V. Schrijfwijze aangepast en opmerking lspconnect Viewer toegevoegd 2.3 16-09-2015 VANAD Enovation Rebranding & huisstijl, update systeemeisen Documentnaam lspconnect User Console Pagina 3 van 27
2 Eerste gebruik In dit hoofdstuk zijn de stappen beschreven die bij het eerste gebruik moeten worden doorlopen. Dit betreft onder andere het installeren van de juiste UZI-paslezersoftware en de browser plugin. lspconnect is door uw systeembeheerder of leverancier al geïnstalleerd en geconfigureerd voor uw zorginstelling. Voordat u de User Console van lspconnect kunt gebruiken, dient u eenmalig een aantal stappen te doorlopen. 2.1 Systeemeisen De User Console is een webapplicatie en kan worden gebruikt in combinatie met de volgende browsers: Internet Explorer (9, 10, 11) Firefox (24-40) Chrome (30-42) Mogelijk werkt de User Console ook met andere browsers en/of versies. Dit is echter niet getest en een correcte werking kan niet worden gegarandeerd. Voor de UZI-pas software kunnen aanvullende systeemeisen gelden, zie 2.2. 2.2 Installatie UZI-pas en kaartlezer Op de website van het UZI-register (www.uziregister.nl) vindt u alle benodigde informatie, waarmee u kunt bepalen welke software u nodig heeft en hoe u deze kunt verkrijgen. Ook zijn hier diverse handleidingen te downloaden. 2.3 Installatie browser plugin De eerste keer dat u de User Console gebruikt, zal er een browser plugin worden geïnstalleerd. Deze plugin is nodig om vanuit de browser met de UZI-pas te werken en zorgt tevens voor het automatisch uitloggen na een periode van inactiviteit. Ga hiervoor met uw browser naar het adres (URL) voor de User Console dat u van uw systeembeheerder of leverancier hebt gekregen. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 4 van 27
Klik op de link om het installatieprogramma (LSPConnectPlugin.msi) van de plugin te downloaden. Vervolgens kunt u het installatieprogramma uitvoeren, hiervoor zijn geen speciale rechten nodig. Let op: na installatie van de plugin dient u alle browsers af te sluiten en opnieuw te starten. Hierna is de User Console klaar voor gebruik. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 5 van 27
3 Inloggen In dit hoofdstuk wordt het inloggen in de User Console toegelicht. De GBZ-beheerder kan inloggen met gebruikersnaam en wachtwoord. Zorgverleners en medewerkers loggen in met een UZI-pas. Hiervoor moet de UZI-pas door de GBZ-beheerder zijn geregistreerd. 3.1 Inloggen als beheerder met gebruikersnaam en wachtwoord De GBZ-beheerder heeft van de systeembeheerder of de leverancier een wachtwoord ontvangen, waarmee als beheerder kan worden ingelogd. De GBZ-beheerder kan na succesvol inloggen gebruikers en UZI-passen registreren en rechten toekennen. 3.2 Inloggen met tijdelijke gebruikersnaam en wachtwoord De GBZ-beheerder kan voor een gebruiker een UZI-pas registreren, maar hij kan ook een tijdelijke gebruikersnaam en wachtwoord uitgeven. Door hiermee in te loggen kan de gebruiker zelf zijn UZI-pas registreren. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 6 van 27
Na succesvol inloggen met de tijdelijke inloggegevens zal onderstaande melding verschijnen. Door nu de UZI-pas in de kaartlezer te steken, worden de gegevens van de UZI-pas gelezen en getoond in een pop-up scherm: Selecteer vervolgens Bewaar om de UZI-pas te registreren en te koppelen aan het account. Hierna wordt u automatisch weer uitgelogd en kunt u met de UZI-pas inloggen. 3.3 Inloggen met de UZI-pas Zorgverleners en medewerkers kunnen inloggen met hun UZI-pas, indien deze door de GBZ-beheerder is geregistreerd. Steek hiertoe de UZI-pas in de aangesloten kaartlezer. De User Console zal de pas herkennen en om de pincode vragen. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 7 van 27
Indien de UZI-pas niet wordt herkend, is deze mogelijk nog niet geregistreerd. Raadpleeg uw GBZ-beheerder. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 8 van 27
4 Gebruikersbeheer In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe gebruikersbeheer binnen de User Console werkt. Gebruikersbeheer kan worden uitgevoerd door in te loggen als gebruiker admin of met een UZI-pas van een gebruiker met de rol Gebruikersbeheerder. Hierna wordt het menu Gebruiker weergegeven: Er wordt een overzicht getoond van de geregistreerde gebruikers, hieronder in detail: De beheerder kan verschillende beheertaken uitvoeren, deze worden in de volgende hoofdstukken toegelicht. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 9 van 27
4.1 Toevoegen gebruiker Klik op de knop Toevoegen om een nieuwe gebruiker aan te maken. Hierna zal er een pop-up scherm worden getoond: Voer voor de nieuwe gebruiker een Gebruikersnaam (korte naam/accountnaam) en een Weergavenaam (volledige naam) in. Vervolgens zijn er twee mogelijkheden: een tijdelijk wachtwoord genereren voor de gebruiker of de UZI-pas in de kaartlezer steken om de gegevens over te nemen. 4.1.1 Tijdelijk wachtwoord Indien de UZI-pas van de gebruiker niet beschikbaar is of wanneer u zelf al bent ingelogd met een UZI-pas, kunt u een tijdelijk wachtwoord aanmaken voor de gebruiker. Selecteer hiertoe genereer wachtwoord of voer zelf een wachtwoord in en bewaar deze op een veilige manier. Nadat het account is aangemaakt, kunt u de tijdelijke gebruikersnaam en wachtwoord verstrekken aan de gebruiker. De gebruiker kan hiermee eenmalig inloggen en zijn/haar UZI-pas registreren (zie hoofdstuk 3.2). Documentnaam lspconnect User Console Pagina 10 van 27
4.1.2 Gegevens UZI-pas overnemen Het is ook mogelijk om de gegevens van de UZI-pas over te nemen. Steek hiertoe de UZI-pas in de kaartlezer en wacht tot de gegevens worden getoond in het scherm. Deze manier van werken is uiteraard alleen mogelijk, indien u niet zelf met een UZI-pas bent ingelogd. Selecteer eventueel één of meer rollen voor de gebruiker. De volgende rollen zijn toe te kennen: Gebruikersbeheerder De gebruiker mag gebruikers beheren Groepsbeheerder De gebruiker mag groepen beheren Mandaatrapporteur De gebruiker mag een rapportage maken over verstrekte mandaten Logbeheerder De gebruiker mag alle loggegevens raadplegen Voor normale gebruikers hoeven deze rollen niet te worden toegekend. Standaard kunnen zij hun eigen loggegevens raadplegen en mandaten verstrekken. Selecteer Bewaar om de gebruiker te registreren. Hierna wordt de aangemaakte gebruiker in het overzicht getoond. 4.2 Wijzigen gebruiker Een gebruikersbeheerder kan van geregistreerde gebruikers de Weergavenaam en de toegekende rollen wijzigen. Open hiertoe in de rij van de desbetreffende gebruiker de drop-down lijst Acties en kies Wijzigen. Hierna wordt een pop-up getoond, waarin de wijzigingen kunnen worden aangebracht. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 11 van 27
(De)selecteer de rollen en/of pas de weergavenaam aan en klik op OK om de wijzigingen op te slaan. 4.3 Wijzigen wachtwoord Een gebruikersbeheerder kan van een gebruiker het ingestelde wachtwoord wijzigen. Open hiertoe in de rij van de desbetreffende gebruiker de drop-down lijst Acties en kies Wijzig wachtwoord. Hierna wordt een pop-up getoond, waarin de wijzigingen kunnen worden aangebracht. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 12 van 27
Voer hier het nieuwe wachtwoord in en bevestig deze, alvorens de wijzigingen op te slaan door op OK te klikken. 4.4 Verwijderen gebruiker Een gebruiker kan alleen worden verwijderd, indien de gebruiker geen onderdeel (meer) van een groep uitmaakt en er geen actieve mandaten voor deze gebruiker zijn. Een poging tot verwijderen zal in dat geval leiden tot een foutmelding. Open in de rij van de desbetreffende gebruiker de drop-down lijst Acties en kies Verwijderen. Hierna wordt nog om een bevestiging gevraagd en vervolgens zal de gebruiker worden verwijderd. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 13 van 27
5 Groepsbeheer In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe met groepen kan worden gewerkt binnen de User Console. Het aanmaken van groepen kan het mandateren van medewerkers vereenvoudigen. Selecteer Groep om in groepsbeheer te komen. Hierna wordt een overzicht van de aanwezige groepen getoond. De groepsbeheerder kan groepen aanmaken, verwijderen of wijzigen. Dit wordt in de volgende hoofdstukken nader toegelicht. 5.1 Toevoegen groep Klik op de knop Toevoegen om een nieuwe groep aan te maken. Hierna zal er een pop-up scherm worden getoond: Documentnaam lspconnect User Console Pagina 14 van 27
Vul hier de naam en omschrijving van de groep in en klik op Volgende. Hierna wordt het scherm getoond, waarin gebruikers aan de groep kunnen worden toegevoegd. Selecteer de gebruikers en klik op Bewaar om de groep op te slaan. Hierna zal deze groep in het overzicht worden getoond. 5.2 Wijzigen groep Open in de rij van de desbetreffende groep de drop-down lijst Acties en kies Wijzigen. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 15 van 27
Pas de omschrijving aan en klik op OK om de wijzigingen op te slaan. De naam van de groep kan niet worden gewijzigd. 5.3 Wijzigen groepsleden Open in de rij van de desbetreffende groep de drop-down lijst Acties en kies Members. Hierna wordt een pop-up getoond, waarin de wijzigingen kunnen worden aangebracht. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 16 van 27
(De)selecteer gebruikers om ze aan de groep toe te voegen of uit de groep te verwijderen. Klik op OK om de wijzigingen op te slaan. 5.4 Verwijderen groep Open in de rij van de desbetreffende groep de drop-down lijst Acties en kies Verwijderen. Deze actie is alleen beschikbaar voor groepen zonder gebruikers. Hierna wordt nog om een bevestiging gevraagd en vervolgens zal de groep worden verwijderd. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 17 van 27
6 Raadplegen log In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe gebruikers de verkeerslog kunnen raadplegen. Via het menu Log kan de verkeerslog worden geraadpleegd. Hierin worden alle interacties met het LSP vastgelegd. Zorgverleners en gemandateerde medewerkers kunnen via dit scherm de verkeerslog inzien voor de transacties (bijvoorbeeld opvragen van medicatieverstrekkingen) die ze zelf hebben uitgevoerd. Zorgverleners kunnen ook de transacties zien van door hen gemandateerde medewerkers. Gebruikers met de rol Logbeheerder hebben onbeperkt toegang tot de verkeerslog. De logbeheerder kan op verzoek van de GBZ-beheerder of de landelijke LSP-beheerder de verkeerslog raadplegen. Bij het zoeken kunnen verschillende parameters worden opgegeven, zoals hieronder te zien is: Gebruiker: Richting: Van: Naar: Zoeksleutel: Waarde: Interactie: een logbeheerder kan hier het UZI-nummer van een gebruiker opgeven inkomend en/of uitgaand verkeer datumveld datumveld hier kan een specifieke zoeksleutel (bijv. BSN) worden gekozen de waarde waarop moet worden gezocht, indien een zoeksleutel is opgegeven type transactie, bijvoorbeeld Opvragen medicatieverstrekkingslijst. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 18 van 27
De zoekparameters zijn optioneel: door te klikken op Zoeken krijgt de gebruiker alle logregels te zien waarvoor zij/hij is geautoriseerd. Standaard worden de volgende gegevens getoond: Type In/uitgaand, vraag/antwoord Tijd Datum, tijd en tijdzone Interactie Soort interactie BSN Burgerservicenummer van de patiënt, indien van toepassing Organisatie Organisatie die iets verstuurd of gegevens oplevert Bevestiging Hier wordt een statuscode en eventuele foutmeldingen getoond Er kan ook meer gedetailleerde informatie worden ingezien door op Meer informatie te klikken. Door in het detailscherm op de Invocation Id te klikken, kan het HL7v3-bericht worden ingezien. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 19 van 27
Hierna wordt er een pop-up scherm geopend met de berichtinhoud. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 20 van 27
7 Mandatering In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe zorgverleners hun medewerkers kunnen mandateren voor het opvragen van medische informatie via het LSP. Medische informatie mag alleen worden opgevraagd door zorgverleners en door gemandateerde medewerkers met een UZI-pas op naam. Zorgverleners kunnen medewerkers mandateren om namens hen medische gegevens op te vragen, in dat geval spreken we van een Zorgmandaat. Het toekennen van Zorgmandaten namens een zorgverlener kan ook worden uitgevoerd door een medewerker, indien deze daarvoor is gemandateerd met een zogenaamd Beheermandaat. Een groep medewerkers kan ook in één handeling worden gemandateerd (groepsmandatering). Zodra het menu Mandateren wordt geselecteerd, wordt een overzicht getoond van de uitgegeven mandaten van de ingelogde gebruiker. In het overzicht worden de volgende gegevens getoond: Naam gemandateerde Naam van de gemandateerde zorgverlener/medewerker, zoals op de UZIpas staat UZI Het UZI-nummer van de gemandateerde zorgverlener/medewerker Beroepstitel De beroepstitel (zorgverlener) of medewerker Niet voor Mandaat geldig vanaf deze datum/tijd Niet na Mandaat geldig tot en met deze datum/tijd. Leeg betekent geen einddatum. Groep Naam van de groep via welke het mandaat is toegekend Mandaat Type mandaat: zorgmandaat of beheermandaat Actie Met de knop Intrekken kan een uitgegeven mandaat worden ingetrokken Documentnaam lspconnect User Console Pagina 21 van 27
7.1 Mandaat toewijzen Een nieuw mandaat kan worden uitgegeven door op de knop Toestaan te klikken. Hierna wordt een nieuw scherm geopend met een wizard, waarin in drie stappen het mandaat kan worden vastgelegd. Stap 1: In stap 1 kan worden gekozen uit het type mandaat: Zorgmandaat Mandateer een medewerker om namens u medische gegevens op te vragen Beheermandaat Mandateer een medewerker om namens u zorgmandaten uit te geven Door standaard aan te vinken, wordt u voor de gemandateerde medewerker de standaard mandaatverlener. Indien er dan bij het opvragen van medische informatie door de medewerker geen expliciete keuze wordt gemaakt voor een mandaatverlener, dan wordt u als mandaatverlener gekenmerkt bij die specifieke opvraging. LET OP: bij gebruik i.c.m. de lspconnect Viewer dient u altijd deze optie standaard aan te vinken. Ook kan er in deze stap de geldigheidperiode van het mandaat worden ingesteld. Standaard is het mandaat meteen geldig en blijft het oneindig geldig. Er kan met de knop datum ook een start- en/of einddatum worden vastgelegd. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 22 van 27
Stap 2: In de tweede stap kan de mandaatverlener worden ingesteld. Normaal gesproken is dat de zorgverlener zelf, maar een mandaatbeheerder kan hier een zorgverlener kiezen namens wie het mandaat wordt verstrekt. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 23 van 27
Stap3: In de laatste stap kan er worden gekozen aan welke medewerkers het mandaat wordt verstrekt door deze aan te vinken. Klik op Bewaar om het mandaat vast te leggen. Het is ook mogelijk om een groep medewerkers in één keer te mandateren, dit wordt hierna toegelicht. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 24 van 27
Door in stap 3 Groep te kiezen, kan een mandaat aan een groep medewerkers worden toegekend. Wanneer er later een medewerker aan deze groep wordt toegevoegd, is deze niet automatisch gemandateerd. De medewerker of de groep moet dan nogmaals worden gemandateerd. Wanneer een medewerker uit de groep wordt verwijderd, zal deze wel automatisch de mandaten kwijtraken, die via de groep zijn toegekend. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 25 van 27
7.2 Mandaat intrekken Een mandaat kan worden ingetrokken door in het overzicht met verstrekte mandaten bij de desbetreffende medewerker op de knop Intrekken te klikken. Zodra de UZI-pas van een mandaterende zorgverlener is ingetrokken of verlopen, vervallen de daarmee uitgegeven mandaten automatisch. 7.3 Rapportage uitgegeven mandaten Een gebruiker met de rol Mandaatrapporteur kan op verzoek van de GBZ-beheerder of de landelijke LSPbeheerder een historisch overzicht van uitgegeven mandaten opvragen. Selecteer hiervoor het Rapport menu item. Door op het datumveld te klikken, kan een zoekperiode worden opgegeven. Door vervolgens op Exporteren te klikken, zal er een PDF-rapport worden gegenereerd met daarin een overzicht van alle mandaten die in de opgegeven periode geldig waren of zijn. Documentnaam lspconnect User Console Pagina 26 van 27
Voorbeeld rapportage: Documentnaam lspconnect User Console Pagina 27 van 27