Scholingsreader Hulpverlening bij overmatig gebruik uitgaansdrugs Samenstelling: Danny Geerling Bronnen: Novadic Kentron, Iriszorg November 2008 1
Algemene middeleninformatie... 3 A. Verdovende middelen (remmers/downers)... 3 B Waarnemingsveranderende middelen (hallucigenen/trippers)... 4 C Stimulerende middelen (stimulantioa/energie/uppers)... 4 Voorkomende klachten bij het gebruik van uitgaansdrugs... 6 Huidige situatie en trends... 6 Gezondheidsverstoringen en hulpverlening... 8 Inleiding... 8 Hulpvraaggedrag... 8 Vaststellen van de gezondheidstoestand van de hulpvrager... 10 Algemene uitgangspunten voor hulpverlening... 10 Meest voorkomende gezondheidsverstoringen... 12 Algemeen... 12 Ernstgraad 1... 13 A. lichte onwelwordingen... 13 B. Licht lokaalletsel... 15 C. Lichte psychiatrische verschijnselen... 15 Ernstgraad 2... 16 Matige onwelwordingen... 16 Matig lokaalletsel... 17 Matige psychiatrische verschijnselen... 18 Ernstgraad 3... 19 Ernstige gezondheidsverstoringen (acute beelden)... 19 Ernstig lokaalletsel... 21 Ernstige psychiatrische verschijnselen... 22 NOODSIGNALEN om te onthouden... 23 Middeleninformatie specifiek... 24 Verdovende middelen... 24 Alcohol... 24 Opiaten (heroïne, methadon en andere middelen)... 26 Kalmerende middelen (benzodiazepinen)... 27 GHB (Gamma Hydroxy Boterzuur)... 28 Middeleninformatie specifiek... 29 Stimulerende middelen... 29 Amfetaminen (Speed)... 29 Cocaïne/crack... 30 XTC (MDMA)... 32 Middelen specifiek... 34 Waarnemingsveranderende middelen... 34 Cannabisproducten (soft drugs)... 34 Tripmiddelen... 35 Snelle identificatie van middelengebruik... 36 Aanwijzigen als hulpmiddel... 36 Psychische verschijnselen... 36 Lichamelijke verschijnselen... 36 2
Algemene middeleninformatie Naast de effecten, die optreden bij gebruik zijn de middelen in 3 groepen te verdelen: A. Verdovende middelen (de remmende middelen, downers) B. Waarnemingsveranderende middelen (hallucinogenen, trippers) C. Stimulerende middelen (stimulantia, pepmiddelen, uppers). A. Verdovende middelen (remmers/downers) Verdovende middelen dempen over het algemeen de werking van het centrale zenuwstelsel. De stoffen uit deze groep brengen een toestand van rust en kalmte teweeg, soms met euforie of hallucinaties en (neiging tot) slapen. Negatieve prikkels zoals angst, pijn en verdriet, dringen niet tot het bewustzijn van de gebruiker door. Bij langdurig gebruik treedt in de regel tolerantie op, dit wil zeggen dat het effect van de stof afneemt na herhaalde toediening in dezelfde dosering. Voor een voelbaar effect zijn dan steeds grotere hoeveelheden van de stof nodig. Deze gewenning geldt over het algemeen niet voor alle effecten van de stof. Bij stoppen na langdurig gebruik treden in de regel onthoudingsverschijnselen op. Stoppen met alcohol kan leiden tot ernstige lichamelijke en geestelijke verschijnselen zoals tremoren, insulten en een delirant beeld (delerium tremens). Bij onthouding van opiaten leidt dit vaak tot zweten, rusteloosheid, overgeven, buikkrampen, diarree, spierpijn, kippevel, vergrote pupillen. Bij stoffen als diazepam (benzodiazepinen) komen angst, verwardheid, zweten, onrust, slapeloosheid en tremoren voor. Het combineren van meerdere middelen uit deze groep kan leiden tot een versnelde overdosering en/of extreme demping van vitale functies met levensbedreigende gevolgen. Combinatie met middelen uit andere groepen leiden tot onvoorspelbare effecten. Voorbeelden van verdovende middelen 1. De opiaten a. Opium b. Heroïne c. Morfine d. Methadon e. Buprenorfine f. Codeïne g. Depronal h. Naltrexon 2. Barbituraten 3. Benzodiazepines 4. Alcohol 5. Snuifmiddelen 6. Neuroleptica (medicijnen met een antipsychotische werking) 3
B Waarnemingsveranderende middelen (hallucigenen/trippers) De waarnemingsveranderende middelen zorgen ervoor dat veranderingen optreden bij het voelen, horen en proeven. Middelen uit deze groep veroorzaken effecten, die men het beste kan beschrijven als een (lichte) toxische psychose (=trip). Deze trip gaat gepaard met het subjectieve gevoel in een totaal andere wereld te leven, of zelfs totaal anders te zijn. Gevoelens van eenheid, gelukzaligheid, veranderingen in het beleven van tijd en ruimte, en anders doordringen van zintuiglijke prikkels, gaan soms gepaard met (pseudo) hallucinaties en/of vluchtige wanen. Angst, radeloosheid, depressieve gevoelens komen soms voor. Het effect wordt voor een groot deel bepaald door de grondstemming waarin iemand verkeert op het moment dat hij het middel gebruikt. Voorbeelden van deze waarnemingsveranderende middelen: LSD Bufotenine DMT Psilocybines Mescaline DOB PCP Ketamine Harmine 2-CB (vrijwel gelijk aan mescaline) Entactogenen hebben buiten een hallucinogeen effect ook stimulerende werking MDMA (XTC) MDA MDEA MDOH C Stimulerende middelen (stimulantioa/energie/uppers) Stimulerende middelen hebben een opwekkende werking op delen van het centraal zenuwstelsel. De stoffen uit deze groep veroorzaken effecten tegenovergesteld aan die van de stoffen uit de groep verdovende middelen: de gebruiker wordt wakker, alerter, meer bij de dingen betrokken. Hij kan (voor korte tijd) grotere lichamelijke en geestelijke presentaties leveren met het risico van uitputting.libido en potentie worden bij de sterkere middelen vaak bevorderd. Er is sprake van een eetlustremmend effect en langdurige slapeloosheid komt regelmatig voor. Er ontstaan snel een hoge tolerantie. Bij hoge dosering of na langdurig gebruik treden mogelijk psychotische reacties op zoals angst en paranoia. Onthoudingsverschijnselen zijn meestal niet indrukwekkend en vaak afwezig. Combineren van meerdere stimulerende middelen of met middelen uit andere groepen leidt tot onvoorspelbare effecten. 4
Voorbeelden van deze groep stimulerende middelen: Amfetamine Metylamfetamine Cocaïne Khat Efedrine Nicotine Cafeïne 5
Voorkomende klachten bij het gebruik van uitgaansdrugs Huidige situatie en trends Mensen gebruiken drugs, niet andersom. Voor het gebruik van drugs is, de relatie tussen mens - middel en milieu, of anders gezegd, de wisselwerking tussen persoonlijkheidsfactoren, sociale omgeving en het betreffende middel, van doorslaggevend belang. Bovendien oefenen samenhangende sociale, economische, politieke, muzikale, psychologische en juridische factoren voortdurend onderling invloed op elkaar uit. Zo kent ieder tijdperk zijn eigen drugs en is het gebruik van genotsmiddelen al eeuwenlang een universeel verschijnsel. Mensen uit onze tijd, jong en oud, slikken, eten, drinken, snuiven en spuiten drugs om zich te ontspannen, hun stemming te verbeteren, te veranderen, te vergeten, te vluchten, nieuwe ervaringen op te doen, bij een groep te horen, het leven van alledag en om tientallen andere, van persoon tot persoon, verschillende redenen. Om een middel tot populaire uitgaansdrug te promoveren dient het tegenwoordig aan een aantal criteria te voldoen. De huidige uitgaansdrugs dienen: 1. energie te geven 2. ontremmend te werken 3. alléén in het weekend gebruikt te worden 4. na korte tijd uitgewerkt te zijn 5. betaalbaar te zijn Op dit moment zien we dat mensen steeds vaker diverse middelen combineren en we constateren een toename van gebruik van middelen, anders dan alcohol, in de regulieren horeca. XTC lijkt over haar hoogtepunt heen en is gestabiliseerd. Het gebruik van cocaïne stijgt echter. In het verlengde hiervan wordt een sterke toename van het alcoholgebruik onder het uitgaanspubliek geconstateerd. Hierbij is het fenomeen indrinken alom bekend. Het bingedrinken wint aan populariteit onder jongeren. Binge-drinken staat voor zo snel mogelijk dronken worden. Dit lijkt een autonoom proces maar het zeer zeker te maken kunnen hebben met de stijging van cocaïnegebruik. De combinatie van alcohol en cocaïne wordt door de stappers namelijk de perfecte combinatie genoemd. Voorts zien we dat een versjieking in het uitgaansleven, een groei van de kleinere loungeclubs en een toename van hippe feesten in een retro-eighties sfeer waarbij de designer-drugs (chemisch samengestelde drugs) in opkomst zijn. Alcohol is overigens nog altijd de belangrijkste drug die in steeds meer, vaak dure varianten, geconsumeerd wordt. Opvallend is te noemen dat GHB ondanks zijn onvoorspelbare karakter, binnen verschillende groeperingen aan populariteit wint. Was het eerst een middel om te chillen (tot rust komen na een party), nu wordt het gebruikt voor men gaat stappen om in de stemming te komen. Jongeren reizen het hele land door om party s en trendy discotheken te bezoeken. Tegenover deze party-nomaden singaleren we een groep probleemjongeren meestal 6
uit de oude volksbuurten, die minder uitgaan maar veel blowen, alcohol drinken en in het ergste geval base-coke roken. 7
Gezondheidsverstoringen en hulpverlening Inleiding Grote evenementen zijn bij jongeren steeds meer in trek. Jaarlijks worden veel evenementen georganiseerd waarbij de kans dat jongeren middelen gebruiken erg groot geacht mag worden. Alcohol is populair bij jongeren en kan, in grote hoeveelheden geconsumeerd, ernstige gevolgen hebben. Het gebruik van andere middelen komt geregeld voor. Vooral stimulerende (energie) en waarnemingsveranderende (trip) middelen staan in de belangstelling. Allerlei XTC-achtigen zijn in omloop. Deze middelen verhogen de energie en brengen tegelijk een trip teweeg. De genotmiddelenmarkt is sterk in beweging en onderhevig aan trends. De belangrijkste middelen zijn momenteel, in volgorde van voorkomen in het uitgaansleven: alcohol, cocaïne, XTC, hasj en wiet, smart energizers, speed en GHB. Problemen die ontstaan door het gebruik van drugs, kunnen diverse oorzaken hebben. De consument: heeft een lichamelijke of geestelijke aandoening en is daardoor gevoeliger voor gezondheidsverstoringen door het gebruik van drugs lijdt onder vocht en/of voedseltekorten vertoont onbewust al uitdrogingsverschijnselen door alcoholgebruik vooraf gebruikt bepaalde medicijnen waardoor drugs slecht vallen werkt oververhitting soms in de hand met afsluitende kleding De drug zelf: het is een, voor de consument, onbekend middel het middel bevat een andere werkzame stof dan men verwacht het effect van het middel is veel sterker dan men verwacht er is sprake van combineren van middelen De omgeving: de omgevingstemperatuur is langdurig te hoog er wordt slecht geventileerd waardoor het zuurstofgehalte daalt de vochtigheidsgraad in de ruimte loopt te hoog op (> 90%) het is te druk er is geen of te weinig drinkwater beschikbaar Hulpvraaggedrag Als hulpverlener wordt men geconfronteerd met hulpvragen. Ieder persoon uit zich op zijn eigen wijze maar over het hulpvraaggedrag van personen, onder invloed van middelen, kan in het algemeen wel wat verteld worden. De verscheidenheid aan middelen, welke door consumenten genomen worden vanwege de door hen verwachte specifieke, positieve effecten, laten ook een eigen hulpvraaggedrag zien 8
bij consumenten in problemen. We beschrijven nu de veelvoorkomende middelen met hun specifieke hulpvraaggedrag. Alcohol: Er bestaat een zeer hoge drempel voor hulpvragen bij alcoholproblemen. Vaak wordt, door anderen, om hulp gevraagd. De hulpvragers zijn doorgaans ontremd, emotioneel en agressief. Hoofdpijn, braken, transpireren en bewustzijnsdaling komen veel voor. Zij gedragen zich dwingend en claimend. Cocaïne: Hulpvragers door cocaïnegebruik zijn vaak erg rusteloos, opgewonden, hyperactief en praatziek. Zij zien er vaak verhit uit met wijde pupillen. Soms komt een eenmalig gegeneraliseerd insult voor. Braken komt regelmatig voor. Een hoge drempel weerhoudt hen om in een vroeg stadium om hulp te vragen. Achterdocht tegenover de directe omgeving speelt hierin een rol. Wit poeder rond de neus of een acute neusbloeding kan wijzen op gebruik. Hulpvragers blijven vaak lang opgefokt en agressief. Soms klagen zij over onderhuids krioelende beestjes (cocaïnebug). Er kan sprake zijn van acute psychose. XTC: Maakt mensen open en spraakzaam. Men wordt hypergevoelig voor allerlei klachten en is al snel ernstig aangedaan. Zij vragen snel om hulp en zijn erg dankbaar voor de geboden zorg. Vrienden en bekenden zijn steeds in ruime mate aanwezig. Zij zijn meestal hulpvaardig en bezorgd om de hulpvrager. Een acute intoxicatie kenmerkt zich door oververhitting, uitdroging, misselijkheid, buikpijn, braken, duizeligheid en krampen. Niet zelden constateert men vocht- en voedingstekorten. Cannabis (Hasj en Weed): hulpvragers bij cannabisgebruik gedragen zich ontspannen/relativerend. Ze zijn lacherig en wat zweverig, klagen over afname van fijne motoriek en een vermindert beoordelingsvermogen te samen met acute hallucinaties zijn dit de meest geduchte verschijnselen bij acute intoxicaties. Smarten energizers: hulpvragen bij overmatig gebruik van Red-Bull-achtigen (legaal) en ephedra (illegaal) kenmerken zich door toenemende onrust, hartkloppingen en angsten. Hulpvragers komen gejaagd en opgefokt over. Hoofdpijn, krampen en hyperventileren springen als klachten in het oog. Zij hebben wijde pupillen. Soms komen bij gebruik van Ephedra psychotische en/of depressieve klachten voor. Speed: hulpvragen bij speedgebruik stuit op een hoge drempel doordat men erg hard is voor zichzelf. Hulpvragers komen gejaagd en opgefokt over. Met regelmaat zien men angsten, vluchtgedrag, agressie en heftige opwinding. Hoofdpijn, krampen, hartkloppingen en hyperventileren springen als klachten in het oog. Zij zijn verhit en hebben wijde pupillen. Soms klagen zij over aanrakingen en visioenen. Zelfmoordneigingen komen voor. GHB (Gamma Hydroxi Boterzuur): Een hulpvraag is vaak pas aan de orde als er sprake is van overdosering. De hulpvrager kan dan zelf de hulpverlening niet meer aanspreken. Problemen zijn sterk afhankelijk van de gebruikte dosering. De hulpvraag kan lopen van op dronkenschap gelijkende symptomen, misselijkheid, desoriëntatie tot sufheid en diepe bewusteloosheid. Achteraf bestaat er soms geheugenverlies. 9
Vaststellen van de gezondheidstoestand van de hulpvrager Om een goede hulpverlening mogelijk te maken is het vaststellen van de gezondheidstoestand van de hulpvrager van groot belang. Deze vaststelling kan gebeuren via een anamnesegesprek gekoppeld aan een observatie. Deze contacten met slachtoffers dienen in een sfeer van neutraliteit en vertrouwelijkheid plaats te vinden. Ga hierbij uit van het feit dat een reeks verschijnselen een totaal beeld dienen te geven en ga niet af op een enkel symptoom. Anamnesegesprek Het anamnesegesprek zorgt doorgaans voor feitelijke gegevens over het actuele gebruik en de ziektegeschiedenis van de hulpvrager. Ook geeft de hulpvrager tijdens dit korte gesprek subjectieve informatie over zijn beleving van de klachten. Observatie De observatie geeft objectief inzicht in de lichamelijke en geestelijke functies van de hulpvrager. Het opnemen van de ademhaling, pols, temperatuur en bloeddruk zijn standaard. Ook kan de gelaatskleur en de spanning van de spieren het nodige vertellen over de klachten. Algemene uitgangspunten voor hulpverlening EHBO blijf kalm en voorkom paniek bij uzelf, de hulpvrager en omstanders neem een geruststellende, niet bevoogdende, deskundige houding aan laat waar mogelijk een vertrouwd persoon bij de hulpvrager blijven. Gebruik vrienden en bekenden om informatie te verkrijgen over de hulpvrager, zijn gebruik, zijn klachten etc. Zorg voor voldoende ruimte en een koele, rustige omgeving (wat afschermen van het evenement) Hout betrokkene warm Let op! Bij sterk stimulerende middelen is afkoelen, van de hulpvrager eerder noodzakelijk! Bij bewusteloosheid: o Betrokkene in een stabiele zijligging leggen o Luchtwegen vrijhouden o Eventueel braaksel verwijderen o Geen drank of voeding toedienen Bij ademstilstand of sterk verminderde ademhaling, snel op de rug draaien; mond-opmondbeademing toepassen of beademen Bij enige twijfel altijd arts en/of verpleegkundige ter plaatse vragen. 10
Artsen / verpleegkundigen en spoedeisende hulp Bewaak de vitale functies van de hulpvrager (ABC) Gebruik de landelijke (SOSA) hulpverleningsprotocollen rond intoxicaties Voor nadere informatie over de toxiciteit van middelen en behandeling kunnen artsen contact opnemen met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) te Bilthoven (dag en nacht). Tel: 030-2748888 Het is altijd verstandig om aan de hulpvrager te vragen wat voor een pchychotrope stof hij/zij heeft gebruikt. Indien er twijfel bestaat over de zuiverheid van het middel is het goed om de gebruiker te stimuleren om de stof te laten testen. Dit kan bij de plaatselijke instelling voor verslavingszorg. Zo kan men tot een risico-inschatting komen om te voorkomen dat er niet meer mensen in de problemen raken. Wilt u weten waar in uw omgeving de dichtstbijzijnde instelling voor verslavingszorg is bel dan de Drugs Infolijn tel. 0900-1995 11
Meest voorkomende gezondheidsverstoringen Algemeen De voorkomende klachten zijn onder te verdelen in vier categorieën; Diversen; bij deze categorie is GEEN sprake van gezondheidsverstoringen maar hulpvragers hebben twijfels over de combinatie van de eigen lichamelijke gesteldheid en middelengebruik of vragen over verantwoord gebruik. Drink- en eetadviezen behoren tevens tot deze groep. Onwelwordingen; allerlei vormen van gezondheidsverstoringen, al dan niet door middelengebruik, waaronder bewusteloosheid, warmteletsel, onderkoeling, misselijkheid, braken, hoofdpijn, duizeligheid, krampen, honger en dorst. Lokaalletsel; hersenletsel, cosmetisch letsel, breuken, kneuzingen, verstuikingen, schaaf-, steek- en snijwonden. Psychiatrie; opwinding, psychose, paranoia, angsten, ongerustheid. Deze categorieën kennen drie ernstgraden: Ernstgraad 1 lichte gezondheidsverstoringen (+- 97%) Ernstgraad 2 matige gezondheidsverstoringen (< 3%) Ernstgraad 3 ernstige gezondheidsverstoringen (< 1%) Dit wil zeggen dat een groot deel van de gezondheidsverstoringen met enige kennis van middelen en wat specifieke eerste hulp ervaring goed op te lossen zijn. Een klein percentage ( < 1%) betreft acute drugsgerelateerde beelden waarbij snel en professioneel gehandeld dient te worden om ernstige gezondheidsschade te voorkomen. 12
Hieronder vallen: Stichting Total Medical Support Ernstgraad 1 - lichte onwelwordingen (55%) - licht lokaalletsel (36%) - lichte psychiatrische verschijnselen (2%) - lichte diversen (5%) A. lichte onwelwordingen Algehele malaise Klacht: het slikken van pillen en het roken van cannabis, al dan niet in combinatie met alcohol, kan misselijkheid en hoofdpijn veroorzaken waarbij de hulpvrager zich ellendig en ziek voelt. Het bloedsuikergehalte daalt soms en men klaagt over flauwte, slaperigheid, duizeligheid, geeuw honger en misselijkheid. Hulpverlening: hulpverlening zal zich vooral richten op de vraag of men voldoende voorbereid was op het feest, voldoende gegeten en gedronken heeft, al dan niet ziek is op het moment, of er drugs gebruikt zijn en zo ja, welke? Geef uitleg over de te verwachten effecten van energie- en tripmiddelen en maak duidelijk dat deze effecten hoogstwaarschijnlijk wegebben als de pil uitgewerkt is. Houdt altijd een slag om de arm en verzoek de hulpvrager om zich later nogmaals te melden ter controle. Geef eeten drinkadvies. Door het gebruik van diverse drugs waaronder speed, cocaïne, cannabis en XTC, zakt het bloedsuikergehalte door de energie die men verbruikt. Het toedienen van 1-2 dextrosetabletten en een advies om te eten geven een snel resultaat. te hard gaan Klacht: de combinatie van stimulerende middelen en tripmiddelen kan heftige, vooral ongecontroleerbare, vegetatieve verschijnselen veroorzaken. Deze bestaan uit een snelle pols, hartkloppingen, snelle ademhaling, gejaagdheid, heftig transpireren. De hulpvrager kan het gevoel hebben al deze verschijnselen niet meer in de hand te hebben. Hulpverlening: richt zich vooral op de vraag welk middel er gebruikt is en of de hulpvrager bekend is met de effecten door eerder gebruik. Geruststellen van de hulpvragers staat voorop. Wijzen op de effecten van het gebruikte middel en regelmatige controlemomenten afspreken met hulpvragers en hun vrienden. 13
Maag- en darmklachten (krampen, misselijkheid, braken) Klacht: door de stimulerende werking van vooral energiemiddelen (XTC, speed, cocaïne) worden de spieren rond maag- en darmstelsel aangespannen en tezelfdertijd zal de spijsvertering vertraagd worden. Dit kan allerlei pijnen, krampen en misselijkheidklachten veroorzaken. Soms blijken jongeren vooraf nauwelijk gegeten te hebben. Na gebruik van energiemiddelen zal de behoefte aan voedsel sterk afnemen vanwege de eetlustremmende werking van energiemiddelen. Hulpverlening: richt zich in deze situatie op het verstrekken van informatie over de algemene effecten van stimulerende middelen. (Houd hierbij altijd rekening met verschijnselen van uitdroging, voedselvergiftiging etc.). Indien de hulpvrager moet braken mag dit gestimuleerd worden. Dit kan de spanning op de maag wel eens verlichten. Informeer naar het eetpatroon van die dag en geef de hulpvrager, bij honger, eetadviezen. Laat de hulpvrager 250-500 cc water drinken, afhankelijk van het vocht-, voeding en activiteitenpatroon. Stimuleer hen om het half uur eenzelfde hoeveelheid te drinken. Krampen (in het aangezicht en/of ledematen) Klacht: stimulerende middelen (cocaïne, XTC, speed) veroorzaken tijdelijk ene forse verhoging van de spiertonus. Soms staan de spieren zo gespannen dat er sprake is van krampen. De hulpvrager heeft een strakke grimas en opengesperde ogen. Kaakklem en tandenknarsen, komen regelmatig voor. De motoriek wordt houterig en robotachtig. Hulpverlening: richt zich op het informeren van de hulpvrager over de effecten van stimulerende middelen. Vertel dat het om tijdelijke klachten gaat die verdwijnen als het middel uitgewerkt is. Adviseer rek- en strekoefeningen voor de ledematen en het kauwen op een kaugom dat wonderen kan verrichten om de kaken weer wat los te maken. Hartkloppingen Klacht: door het gebruik van stimulerende middelen zal de hartslag versnellen en dit kan bij een pil met een hogere dosis, meerdere pillen of combineren van meerdere energiemiddelen fors oplopen. De bloeddruk zal hierbij ook stijgen. Bij de hulpvrager veroorzaakt dit een volle, snelle en door het hele lijf waar te nemen hartslag. Dit kan leiden tot angst. Hulpverlening: richt zich op het geruststellen en informeren van de hulpvrager over de werking van energiedrugs. Soms kan de vochtafdrijvende werking van een hoge dosering Vitamine C (> 2 gram0 de afvoer van afvalstoffen versnellen. Drinken wordt hierbij weer belangrijk. Hyperventilatie Klacht: door het gebruik van stimulerende middelen wordt de ademhalingsfrequentie opgevoerd. Door oververmoeidheid en angst kunnen hyperventilatieklachten ontstaan. Hulpverlening: stel hulpvragers gerust en breng hen in een rustigere omgeving. Laat een vertrouwd persoon toe om hen te begeleiden. Dit werkt gunstig voor de rust. Geef ademhalingsadviezen en maak desnoods gebruik van een plastic zak om de ademhaling te reguleren. 14
Visusstoornissen (gezichtsklachten) Klacht: de oplopende spiertonus heeft ook invloed op de oogspieren waardoor men scheel gaat zien. Een wazig, dubbel beeld is hiervan het gevolg. De pupilvergroting, ontstaan door het gebruik van stimulerende middelen, zorgt voor een accomodatiestoornis (wazig zien). Dit tijdelijke effect van stimulerende middelen wordt door jongeren soms als erg bedreigend ervaren. Men spreekt vaak de angst, om blind te worden, uit. Ook tripmiddelen kunnen tijdelijk een wazig, verwrongen beeld veroorzaken. Hulpverlening: stel hulpvragers gerust. Vertel hen dat het om tijdelijke effecten gaat welke zonder schade herstellen. Houd contact en laat hen een aantal malen terugkomen naar de hulppost voor controle en geruststelling. B. Licht lokaalletsel Behandel verwondingen, huidletsel, kneuzingen en verstuikingen conform de voor EHBO geldende richtlijnen. C. Lichte psychiatrische verschijnselen Motorische- en psychische onrust Klacht: motorische en psychische onrust is inherent aan het gebruik van stimulerende en waarnemingsveranderende middelen. De drang om te bewegen en contacten te leggen met andere staat voorop. Men is extreem afleidbaar en soms roekeloos. De gedachten zijn vluchtig en onsamenhangend. Het bewegingspatroon is druk en soms ongecoördineerd. Hulpverlening: breng hulpvragers in een rustige ruimte en benader hen in alle rust. Structureer het contact door met korte rustige opmerkingen de hulpvrager tot bedaren te brengen. Voer geen discussies en houdt vragen enkelvoudig en simpel. Angst Klacht: het gebruik van XTC of combinaties van speed of cocaïne met cannabis kan leiden tot bizarre belevingen. De reacties van het lichaam en geest op deze middelen zijn voor de hulpvrager, niet zelden ook een leek op dit gebied, oncontroleerbaar. Men weet niet wat hem/haar overkomt en hoelang dit zal duren. Deze onzekerheden kunnen tot angst en paniek leiden. Hulpverlening: richt zich vooral op het geruststellen van de hulpvrager waarbij een neutrale, deskundige houding aan te bevelen is. Voorkom conflictsituaties en werk deëscalerend. Breng hulpvragers in een wat rustigere omgeving en laat een vertrouwd persoon toe als geruststelling. Vertel dat het over tijdelijke verschijnselen gaat en dat er geen schade optreedt. Laat duidelijk weten dat ouders en politie niet ingelicht worden, als dit niet noodzakelijk is, om te voorkomen dat zij de hulppost voortijdig weer verlaten. 15
Ernstgraad 2 Middelernstige klachten leveren geen levensgevaar op maar kunnen wel levensbedreigend worden als ze genegeerd worden. Hieronder vindt men: - matige onwelwordingen (1%) - matig lokaalletsel (0,7%) - matige psychiatrische verschijnselen (0,3%) - matig diversen (0,3%) Matige onwelwordingen Bewusteloosheid Klacht: bewusteloosheid blijft altijd een toestand die men als hulpverlener voorzichtig dient te benaderen. Een bewusteloos toestandsbeeld is geen exclusief middelengerelateerde klacht maar kan ook te maken hebben met allerlei traumata, cerebraal lijden en falen van hart en circulatie. Het vaststellen van het bewustzijnsniveau kan zeer belangrijk zijn voor het verdere verloop. Al dan niet braken maakt soms het verschil tussen bewusteloosheid door alcoholvergiftiging en een diepe bewusteloosheid tengevolge van oververhitting. Een comateuze toestand door GHB overdosering kan soms anders lijken doordat er soms pupilreflexen waarneembaar zijn. Hulpverlening: leg een bewusteloos slachtoffer in een stabiele zijligging. Houd de ademweg vrij. Bewaak de vitale functies. Let op bij braken. Verstoringen van de temperatuurregulatie Klacht: een combinatie van hyperactiviteit, gebruik van stimulerende middelen, te weinig drinken en een warme, vochtige en drukke omgeving zorgen voor een significante (duidelijke) stijging van de lichaamstemperatuur. Door transpiratie verliest de hulpvrager veel vocht en daarmee een gedeelte van de natuurlijke koeling. Verschijnselen als hitteberoerte en warmtestuwing kunnen uitmonden in hyperthermie. De lichaamstemperatuur kan dan oplopen tot boven 40 graden Celsius. Hoofdpijn en misselijkheid zijn vaak bijkomende klachten. Aan het einde van de werkingstijd van XTC krijgen hulpvragers vaak kou. Bij overmatig gebruik van verdovende middelen en alcohol kan de lichaamstemperatuur dalen en zal het noodzakelijk worden om hulpvragers te verwarmen. Let op hypothermie! (zie onderkoeling). Hulpverlening: deze lichte temperatuurverstoringen vragen over het algemeen geen specialistische hulp. Kleding van hulpvragers kan soms wat luchtiger. Verwijs hulpvragers naar de Chill-out om wat af te koelen. Geef drink- en eetadvies. Adviseer zoete en/of isotone drankjes omdat deze snel de verloren suikers en mineralen weer aanvullen. Indien er sprake is van overmatig alcoholgebruik kan verwarmen noodzakelijk zijn omdat sneller vocht en warmte verloren wordt. 16
Acute benauwdheid door hyperventilatie Klacht: de hulpvrager klaagt over benauwdheid, is angstig en soms chaotisch. De ademhaling is snel en oppervlakkig. Hulpverlening: benauwdheid: stel de hulpvrager gerust. Maak knellede kleding los en hou de luchtwegen zoveel mogelijk vrij. Hyperventilatie: stel de hulpvrager gerust en laat hem/haar in een plastic zakje ademen om de zuurstof/koolzuur verhouding weer op peil te brengen. Acute benauwdheid door dyspneu bij COPD/CARA Klacht: hulpvrager klaagt over benauwdheid. Krijgt geen lucht en is daardoor angstig. Hulpverlening EHBO: handelen als bij benauwdheid: stel de hulpvrager gerust. Maak knellende kleding los en houdt luchtwegen zoveel mogelijk vrij. In overleg met de hulpvrager kunt u zijn COPD medicatie toedienen. Anders overleg met d.d. arts/verpleegkundige. Hypoglycaemie (verlaagde bloedsuikerspiegel) Klacht: geeuwen ( geeuw honger), verwardheid, agitatie, agressie, flauwvallen (bewusteloos), slappe pols en transpireren. Hulpverlening EHBO: geef suiker, suikerwater, brood met suiker te eten. Let echter bij sufheid op mogelijke slikproblemen. Bewaak het slachtoffer tot hij weer helemaal helder is. Specialistische hulpverlening: bij ernstige bewustzijnsstoornissen en/of slikproblemen is de intraveneuze toediening van glucose noodzakelijk. Epileptieform insult Klacht: tengevolge van het gebruik van grote hoeveelheden stimulerende middelen (o.a. cocaïne) kunnen, door ontregeling van de prikkelgeleiding in de hersenen of door overprikkelen, insulten (toevallen) ontstaan. De hulpvrager valt over het algemeen bewusteloos neer en vertoont trekkingen (convulsies) in armen en benen. Door zuurstoftekort vertoont men een blauwe gelaatskleur. Een kaakklem kan hierbij een tongbeet veroorzaken. Regelmatig zijn hulpvragers incontinent. Na de convulsies raken zij in een diepe slaap met een zware snurkende ademhaling. Hulpverlening EHBO: leg de hulpvrager in een stabiele zijligging met het hoofd naar achteren, tong vrij (let op voor kaakklem / tongbeet). Bescherm hem tegen blessures die door de convulsies verorozaakt worden. Laat hulpvragers even uit slapen en neem vraag arts en/of verpleegkundige in consult. Specialistische hulpverlening: dien bij herhaling van insulten (status epilepticus) medicatie toe (diazepam 10 mgr rectiole) en laat zo snel mogelijk een neurologisch onderzoek plaats vinden. Matig lokaalletsel Behandel fracturen en cosmetisch letsel altijd met de grootste omzichtigheid en conform de geldende richtlijnen. 17
Matige psychiatrische verschijnselen Paranoïde psychose / paranoia Klacht: hulpvragers hebben het gevoel achtervolgd, bekeken, afgeluisterd, bedreigd of vergiftigd te worden. Deze denkstoornis is niet te corrigeren. Zij zijn angstig en zoeken de hulpverlening op voor veiligheid. Onverantwoord risicovol handelen, kan voorkomen op grond van waandenkbeelden. De motorische onrust is duidelijk waarneembaar en zij zijn actief in het vermijden van conflicten. Zij zijn vaak alleen agressief als zij aangevallen worden. Hulpverlening EHBO: geef één op één begeleiding en wijs een verantwoordelijk hulpverlener aan die regelmatig contact houdt met het slachtoffer. Houd hierbij rekening met het feit dat deze keuze een extra belasting betekent voor de rest van het hulpverlenerteam. Breng hulpvragers naar een prikkelarme ruimte of geef hem/haar een strategische plek binnen de EHBO-post zodat het slachtoffer overzicht heeft en daardoor rust vindt. Ga in op het gevoel van de hulpvrager niet op de inhoud van de waandenkbeelden en angsten. De waandenkbeelden niet ontkennen of bevestigen. Veiligheid en afleiding aanbieden. Alarmeer arts en/of verpleegkundige. Specialistische hulpverlening: psychiatrische zorg is dringend gewenst. Medicatie: meestal volstaat een snelwerkend neurolepticum als haldol 5 mgr. Oraal of IM. Bij onrust en spanning gecombineerd met diazepam 10 mgr. IM. 18
Ernstgraad 3 Deze klachten hebben een ernstig en levensbedreigend karakter en vragen om snel en deskundig handelen. Hieronder vindt men: - ernstige onwelwordingen (0,1%) - ernstig lokaalletsel (0,0%) - ernstige psychiatrische verschijnselen (0,0%) - ernstig diversen (0,0%) Ernstige gezondheidsverstoringen (acute beelden) Hyperthermie Klacht: hulpvragers raken plotseling bewusteloos en imponeren door een rode, verhitte gelaatskleur en transpiratie. Typerend voor het beeld is de snelle verandering van gelaatskleur naar een intens witgrauwe kleur. Bij controle vind men een hoge lichaamstemperatuur (> 40 graden Celsius) en een snelle polsslag. De bloeddruk vóór de bewusteloze toestand is hoog en nadien een erg lage (collaps). Hulpverlening EHBO: men dient de hulpvrager met spoed te ontkleden om te koelen. Leg de patiënt plat op de rug met de benen enigszins omhoog (autotransfusie). Bij bewusteloosheid is echter een stabiele zijligging aan te bevelen. Koel de hulpvrager af met water door te nevelen met een plantenspuit of brandslag op nevelstand eventueel gecombineerd met het gebruik van een ventilator. Doorkoelen met ijspakkingen onder de oksels en in de liezen is mogelijk. Alarmeer met spoed een arts over verpleegkundige voor verdere zorgverlening. Specialistische hulpverlening: leg de hulpvrager aan de monitor (bewaking); geef een infuus met zoutoplossing (500 ml NaCl 0,9% per 30 min.). Dien zuurstof toe en geef eventuele medicatie per injectie. Gebruik naar gelang de ernst van de klacht SOSA protocollen (LPA7): - algemeen onderzoek - hyperthermie - zuurstoftherapie - geen vervoer - bewaking 19
Onderkoeling / hypothermie Een steeds vaker voorkomende klacht is onderkoeling door het gebruik van stimulerende middelen. Door de enorme transpiratie en daardoor grote warmteuitwisseling ontstaat onderkoeling. Klacht: bij onderkoeling onderscheiden zich 3 stadia welke oplopend gevaar betekenen voor de gezondheid: A. Milde onderkoeling a. De hulpvrager voelt koud en klam aan, zijn temperatuur is 35 tot 36 graden Celsius. B. Matige onderkoeling a. De hulpvrager rilt van de kou, is verward en zijn temepratuur is 34 tot 35 graden Celsius. C. Ernstige onderkoeling a. De hulpvrager voelt koud aan, heeft een zwakke pols en zijn temperatuur is lager dan 34 graden Celsius. Hulpverlening EHBO: verwijder natte kleding en droog het slachtoffer af. Haal het slachtoffer uit wind, tocht en kou. Pak het slachtoffer warm in met folie en let hierbij op dat hoofd, romp en ledematen apart ingepakt worden voor het beste resultaat. Als het slachtoffer bij is en er geen kans op verslikking bestaat geef dan een zoete warme drank (chocomel, thee met suiker). Alarmeer bij ernstige onderkoeling direct een arts of verpleegkundige voor verdere hulpverlening. Specialistische hulpverlening: concentreer het onderzoek op ademhaling- en circulatieproblemen. Denk naar gelang de ernst van de klachten aan de SOSA/LPA7 protocollen: - Airway (CwK) - Breathing - Circulation - Disability - Bewaking Anafylactische reactie (acute overgevoeligheidsreactie) Klacht: hulpvragers klagen over acuut opkomende jeuk, rode huiduitslag en blaasjes. Er kunnen acute zwellingen van armen, benen, voeten (oedeem) voorkomen. De ademhaling heeft een typisch piepend, gierend geluid. Hulpvragers voelen vaak aandrang om te plassen en/of poepen. Er is mogelijk sprake van een shocktoestand. Hulpverlening EHBO: handelen als bij een dreigende shock: stel hulpvrager gerust en leg hem/haar plat op de rug en leg de benen omhoog. Gebruik een deken voor de warmte en houd contact. Laat de hulpvrager nooit alleen in verband met opkomende angst. Houd luchtwegen vrij. Handelen als bij benauwdheid: stel de zorgvrager gerust. Maak knellende kleding los en houd luchtwegen zoveel mogelijk vrij. Specialistische hulpverlening: Leg de hulpvrager aan de monitor (bewaking) en dien zuurstof toe. Verstrek eventuele medicatie per injectie. Concentreer het onderzoek op de oorzaak van de toestand. Denk naar gelang de ernst van de klachten aan de SOSA/LPA7 protocollen: - Algemeen onderzoek en bewaking. 20
Ernstig lokaalletsel Behandel steekwonden en (vermeend) hersenletsel altijd met de grootste zorg en volgens de geldende richtlijnen. 21
Ernstige psychiatrische verschijnselen Acute psychotische opwindingstoestand Klachten: plotseling ontstaat bij de hulpvrager een heftige motorische onrust gepaard gaande met duidelijke angst en opwinding. De hulpvrager is verontwaardigd en gebruikt gericht geweld naar anderen zonder dat daar aanwijsbare reden voor bestaat. Hij roept, scheldt en tiert doorgaans onverstaanbaar en reageert niet op prikkels van buitenaf. De hulpvrager zal zélf nooit om hulpvragen en slaat ieder hulpaanbod resoluut af. Er is sprake van een verstoorde werkelijkheidsbeleving en niet te corrigeren wanen en extreme achterdocht. Hulpverlening EHBO: zorg vooral voor voldoende veiligheid voor de omgeving en hulpverlening, roep hiervoor security / beveiliging / politie op en alarmeer snel een arts en/of verpleegkundige. Overleg snel de te volgen strategie. Neem als hulpverlening en security een rustige houding aan. Fixeer deze hulpvragers nooit als je niet zeker bent dat er medische hulp aanwezig is, omdat slachtoffers met dit beeld zichzelf blijven verzetten mogelijk met de dood tot gevolg. Mocht fixatie gezien de situatie toch noodzakelijk zijn leg het slachtoffer dan op de buik, handen geboeid op de rug. Op deze manier is er het minste gevaar voor het slachtoffer en zijn omgeving. Specialistische hulpverlening: Gebruik de SOSA/LPA7 protocollen: - Algemeen onderzoek - Sedatie - Bewaking Suggesties voor rustgevende medicatie per injectie: - haldol 5 mgr IM - diazepam 10 tot 20 mgr IV (bij neurotische opwinding) - Psychiatrische hulp via PAAZ en/of GGZ instelling. 22
NOODSIGNALEN om te onthouden Hieronder komen de noodsignalen aan de orde welke voor elke hulpverlener aanleiding dienen te zijn voor acuut, alert en deskundig handelen. Diepe a-specifieke bewusteloosheid Aanhoudende of zich herhalende insulten Aanhoudende zeer snelle pols Een sterk onregelmatige pols Aanhoudende benauwdheid Pijn op de borst Sterk verhoogde lichaamstemperatuur Sterk verlaagde lichaamstemperatuur Overgevoeligheidreacties Ernstige opwinding en geen hulp willen aanvaarden Ernstige, niet te corrigeren achterdocht Een verstoorde werkelijkheidsbeleving 23
Middeleninformatie specifiek Verdovende middelen Alcohol Stofnaam: ethylalcohol Gebruikersnamen: diversen zoals pilsje, kleintje, deukie, emmer, kopstoot, stelletje, borreltje, jonkie, etc. Manier van gebruik: Drinken: bier, wijn, gedistilleerd en diverse mixdranken, - shooters (kleine flestjes met 5 20% alcohol) - alcopops / premix blikjes frisdrank met 5% alcohol - blasters (koolzuurhoudende zoete vruchtendranken met tot 10% alcohol (oa. Breezers). Globaal effect: bij lage dosering; stimulerend, bij hoge dosering; verdovend/ontspannend Effecten (afhankelijk van de hoeveelheid): Lichamelijk: wijde pupillen, rooddoorlopen ogen, waggelend lopen, braken, zweten, verhoogde bloeddruk, sufheid, slaperigheid en uiteindelijk bewusteloosheid Geestelijk: ontspannend, vrolijk en alert makend, ongewenst gedrag en agressie, bewustzijnsstoornissen. Werkingsduur: de lever heeft gemiddeld 1 á 1,5 uur nodig om één consumptie af te breken Afhankelijkheidsproblematiek: lichamelijk: ja, geestelijk: ja, tolerantie: ja Risico s - deelname aan het verkeer is gevaarlijk - alcoholpsychosen: verwardheid, paranoia, hullucinaties bij overmatig gebruik - alcohol kan hart- en vaatziekten veroorzaken - alcohol kan kanker tot gevolg hebben - alcohol beschadigt het zenuwstelsel - alcohol beschadigt het ongeboren kind - alcohol gecombineerd met andere verdovende middelen versterkt het effect - combineren met stimulerende middelen verhoogt de kans op alcoholoverdosis delerium tremens (angst, verwardheid, hallucinaties: beestjes zien ) epileptische insulten Overdosis: bewusteloosheid, gevaar voor remming van de ademhaling en uiteindelijk dood 24
HULPVERLENING EHBO: warm houden, bij bewusteloosheid: stabiele zijligging en vitale functies bewaken Specialistische hulpverlening: bij een delirium tremens/predelirant beeld: 50 mg chloordiazepoxide (librium0 per os, of 10 mg diazepam (valium) intramusculair of per rectiole om de 2 uur tot voldoende effect is bereikt. 25
Opiaten (heroïne, methadon en andere middelen) Stofnaam: di-acetylmorfine (heroïne), opium, morfine, codeïne, dextromoramide (palfium), methadon. Gebruikersnaam: heroïne: bruin, smack, horse. Methadon: meet Manier van gebruik: slikken: alle middelen. Roken: heroïne, opium. Snuiven: heroïne. Roken op folie (chinezen): heroïne. Intraveneus spuiten: heroïne, opium, morfine, methadon Globaal effect: sterk verdovend Effecten (afhankelijk van de hoeveelheid) lichamelijk: pijnstillend, slaapverwekkend, verminderde eetlust, remt ademhaling, urineproductie, stoelgang en vernauwde pupillen. Geestelijk: een gelukzalig en warm gevoel gevend, spanningsverlagend, emotionele vervlakking/onderdrukking van emoties. Werkingsduur: Heroïne 4-6 uur Methadon 20-32 uur Afhankelijkheidsproblematiek Lichamelijk: ja; geestelijk: ja; tolerantie: ja Risico s - demping van vitale functies (ademhaling en tensie) - zuiverheid van Heroïne kan sterk wisselen - deelname aan het verkeer is gevaarlijk - in combinatie met andere verdovende middelen (alcohol, benzodiazipinen) - bij acute onthouding: geeuwen, tranende ogen, verwijde pupillen, neusloop, kippenvel, beven, krampen, diarree, buikkrampen. - Bij spuiten gevaar voor infectieziekten zoals Hepatitis B en C en HIV (door gebruik van andermans vervuilde spuitattributen). Overdosis: Extreme demping van vitale functies: bewusteloosheid, hypotensie, daling van de hartfrequentie en ademhalingsdepressie met mogelijk dodelijke afloop, vernauwde pupillen (pin-points) HULPVERLENING EHBO: vitale functies bewaken en wakker houden; zo snel mogelijk consult arts en/of verpleegkundige Specialistische hulpverlening: Gebruik protocol intoxicatie Opiaten. Bij overdosis: indien mogelijk naloxon (Narcan) 0,4 mg intraveneus geven. Bij onthoudingsverschijnselen kan 20-50 mg methadon gegeven worden. 26
Kalmerende middelen (benzodiazepinen) Stofnaam: chloordiazepoxide (librium), diazepam (valium), oxazepam (seresta), flunitrazepam (rophynol), nitrazepam (mogadon), temazepam (normison), alprazolam (xanax) en vele andere middelen. Gebruikersnamen: benzo s, ropies Manier van gebruik: slikken, kunnen ook gespoten worden. Globaal effect: verdovend Afhankelijkheidsproblematiek: Lichamelijk: ja; geestelijk: ja; tolerantie: ja. Effecten Lichamelijk: spierverslapping Geestelijk: onverschilligheid, vermindert concentratie vermogen, slaapverwekkend, angtwerend, kalmerend. Werkingsduur: kan variëren van 2 tot 48 uur Risico s - versterken de werking van alcohol en andere dempende middelen - vertragen van de reactiesnelheid, loopstoornissen - deelname aan het verkeer is gevaarlijk - paradoxale reactie / rebound effect: angst, onrust - onthoudingsverschijnselen: angst, spanning, onrust, slapeloosheid, zweten, tremoren, misselijkheid, braken, jeuk, verwardheid, hoofdpijn, spierpijn, soms zelfs toevallen. - Door spierverslapping is er een sterkere valneiging. Overdosis: kan in combinatie met alcohol/heroïne/methadon dodelijk zijn door hypotensie, coma en ademhalingsdepressie. HULPVERLENING EHBO: vitale functies in stand houden. Intoxicatie vraagt een grote hoeveelheid van deze stoffen. Specialistische hulpverlening: gebruik protocollen; intoxicatie slaapmiddelen, Airway en Breathing. Bij overdosering en als diagnosticum kan flumazenil (anexate) gegeven worden: 0,2 mg in 15 sec, iedere minuut verhogen met 0,1 mg tot max. dosis van 1 mg intraveneus. 27
GHB (Gamma Hydroxy Boterzuur) Stofnaam: Gamma Hydroxy Boterzuur Gebruikersnamen: liquid E, vloeibare XTC, GHB, GeHaktBal Manier van gebruik: slikken (drinken), wordt soms in limonade of in een andere drank vermengd. Globaal effect: Bij lage dosering stimulerend, prikkelen en ontremmend Bij hogere dosering: sterk verdovend. Effecten Lichamelijk: spierverslapping, slaap (coma), overgeven, verstoring van de coördinatie en spraakvermogen. Geestelijk: onverschilligheid, verminderd het concentratievermogen, erotiserend, aandrang om meer te gaan praten en om contacten te gaan leggen. Werkingsduur: effecten treden op binnen 5 á 20 minuten en duren afhankelijk van de dosering 1,5 tot 3 uur. Risico s - in combinatie met alcohol of andere dempers - gevaarlijk in het verkeer, verlies van reactie en coördinatie - bij gebruik door mensen die last hebben van epilepsie, een hartafwijking of te lage bloeddruk - inname op een volle maag - inname van GHB is altijd tricky omdat de werkzame dosering nooit hetzelfde is. Overdosis: verstoring van de coördinatie en spraakvermogen, overgeven, oververhitting, spierverslapping kan leiden tot hartstilstand, duizeligheid, hoofdpijn, misselijkheid, geheugenverlies en overvallen worden door een onbedwingbare slaap (coma). HULPVERLENING EHBO: bij lage dosering iets licht verteerbaars eten en/of drinken. Bij hoge dosering (slaap of coma) vitale functies bewaken en consult arts en/of verpleegkundige Specialistische hulpverlening: monitorbewaking, controle vitale functies 28
Middeleninformatie specifiek Stimulerende middelen Amfetaminen (Speed) Stofnaam: amfetamine (benzedrine), dexamfetamine (dexedrine), methamfetamine (pervetine), methylfenidaat (ritaline), efedrine, 4-methoxyamfetamine (PMA) Gebruikersnamen: speed Manier van gebruik: snuiven, slikken, spuiten Globaal effect: stimulerend, oppeppend, energieverhogend Effecten lichamelijk: eetlustremmend, rusteloosheid en hyperactiviteit geestelijk: in de eerste dagen na gebruik kans op lusteloosheid en depressie Werkingsduur: 4 tot 8 uur Afhankelijkheidsproblematiek Lichamelijk: nee; geestelijk: ja; tolerantie: ja Risico s - gevaarlijk bij deelname aan het verkeer - verhoogde bloeddruk, hartklachten, darmklachten, aantasting kraakbeen (losse tanden) - verhoogde lichaamstemperatuur, kickdown effect - bij langdurig gebruik kans op depressies en paranoia - combinatiegebruik met alcohol omdat alcohol minder voelbaar wordt Overdosis Extreme onrust, achterdocht, verwardheid, paniek, epileptische aanvallen, CVA (bloeding en/of infarct), hoge tot zeer hoge lichaamstemperatuur, soms gepaard gaande met diffuse intravasale stolling, verval van spierweefsel (rhabdomyolyse) en nierinsufficiëntie HULPVERLENING EHBO: geruststellen; ademhaling en bloedcirculatie op gang houden Specialistische hulp: toedienen van medicatie Bij psychose: Haloperidol 2 tot 5 mg intramusculair of oraal Bij heftige onrust: Diazepam (Valium) oraal, intramusculair of per rectiole Bij hoge bloeddruk: Propranolol (inderal) intramusculair 5 mg 29
Cocaïne/crack Stofnaam: cocaïne Gebruikersnamen: snow, wit, coke Manier van gebruik: snuiven, roken, chinezen, basen, free-basen, spuiten, slikken Snuifcoke: ongezuiverde coke, cocaïne HCL Basecoke: gekookte coke, crack, free-base Globaal effect: stimulerend Effecten lichamelijk: stimulerend, opwekkend, plaatselijke gevoelloosheid, tremoren, toename van spierkracht, stijging lichaamstemperatuur, verwijding pupillen, snelle en oppervlakkige ademhaling. Neusbloedingen door perforatie van het neustussenschot. Geestelijk: zelfoverschatting, euforie, paranoia, sterke prikkelbaarheid, agressie, sombere stemming na gebruik, concentratiestoornis Werkingsduur: afhankelijk van wijze van gebruik Roken: 5 tot 10 minuten Spuiten: 10 tot 20 minuten Snuiven: 30 tot 45 minuten Afhankelijkheidsproblematiek Lichamelijk: nee; geestelijk: ja;tolerantie: nee Risico s - na intensief gebruik, depressies - men heeft het gevoel minder snel dronken te worden door combinatie met alcohol - door zelfoverschatting onder invloed deelname aan het verkeer - sterke agressie - paranoia - sterke prikkelbaarheid, sombere stemming na gebruik, concentratiestoornis - hallucinaties, psychosen - werkt vaso-constrictief, gevolg ontstaan hartklachten en/of herseninfarct - schadelijk voor het ongeboren kind - de schadelijke effecten nemen toe door gelijktijdig gebruik van alcohol - perforatie van het neustussenschot HULPVERLENING EHBO: eigen veiligheid waarborgen, gebruiker in een rustige, prikkelarme omgeving brengen. Indien goed bij bewustzijn, goed laten drinken (zoete, koolzuurarme drankjes) en vitale functies bewaken 30
Specialistische hulpverlening: Gebruik LPA protocollen: intoxicaties, convulsies, sedatie, cardiale klachten, circulatie stilstand Bij hoge bloedruk: propranolol (Inderal) 5 mg. IM Bij opwinding: Haloperidol (haldol) oraal of intramusculair 5 mg of Diazepam (Valium) 10 mg oraal, intramusculair of per rectiole 31
XTC (MDMA) Stofnaam: 3,4 Methyleen Dioxy Methamfetamine (MDMA) Gebruikersnamen: deze pillen met logo hebben diverse namen: E, love drug, ecstasy, Eva, duifjes, Manier van gebruik: slikken Globaal effect: stimulerend en licht bewustzijnsveranderend Effecten lichamelijk: mellow fase: na 20 tot 40 minuten: tintelend gevoel door lichaam, pupilverwijding, ontspanning, zweverig gevoel, veel bewegen, kans op misselijkheid, angst, paniek, zweten, tandenknarsen. Rush fase: tweede en derde uur na inname: veel energie, zweten en kans op stijve kaken, rillen. Coming down fase: nawerking: vermoeidheid, klappertanden, depressiviteit, hartkloppingen, stijve spieren, uitputting. Geestelijk: behoefte aan contact (entactogeen), euforie, relaxed gevoel Werkingsduur: 4 tot 6 uur Afhankelijkheidsproblematiek Lichamelijk: nee; geestelijk: mogelijk; tolerantie: ja Risico s - oververhitting en dehydratie - paniek, verwardheid, paranoia, hallucinaties - verhoging van de bloeddruk - motorische coördinatiestoornis - leverfunctiestoornis Overdosis: braken, zweten, heftige motorische onrust. Snelle versnelde hartslag, hartkloppingen, pijn in de hartstreek. Sterk verhoogde bloeddruk, gevolgd door lage bloeddruk. Hallucinaties. Hoge tot zeer hoge lichaamstemperatuur soms gepaard gaande met diffuse intravasale stolling. Verval van spierweefsel (rhabdomyolyse). Nierinsufficiëntie en epileptische aanvallen. HULPVERLENING EHBO: hulpvrager in een prikkelarme, koele, goed geventileerde ruimte brengen. Vitale functies bewaken. Positief op de gebruiker in praten. Polsslag bewaken en bij daling van de pols direct arts en/of verpleegkundige waarschuwen. Zoete of isotone drankjes laten drinken. Specialistische hulpverlening: LPA protocollen: Intoxicaties, Convulsies, Hyperthermie, sedatie, shock door trauma, hypo/hyper met veranderd bewustzijn. Suggesties voor behandeling door arts: Bij onrust: Haloperidol (Haldol oraal of intramusculair 5-10 mgr. Bij psychose: Diazepam (Valium) 10 mg oraal, intramusculair, intraveneus of per rectiole 32
ALGEMENE OPMERKING!!! Veel pillen, die als XTC verkocht worden bevatten in werkelijkheid een andere werkzame stof of is versneden met diverse stoffen. De bijstoffen zijn bericht en voor de eenvoudige test niet te achterhalen. Hiervoor is laboratoriumonderzoek noodzakelijk. 33
Middelen specifiek Waarnemingsveranderende middelen Cannabisproducten (soft drugs) Stofnaam: THC (tetrahydrocannabinol) Gebruikersnamen: shit, pot, stickie, weed, wiet, grass, kief, hasj, stuff, nederwiet, etc. Manier van gebruik: roken als joint of stickie (blowen), roken met een waterpijp, roken van een puurpijp (shillom), vaporiseren (met hoge temperatuur verbranden), eten en drinken (spacecake of thee) NB: wordt vaak gebruikt naast andere middelen als cocaïne, heroïne, alcohol Globaal effect: ontspannend, bewustzijnsveranderen, verandert de zintuigelijke waarneming Effecten lichamelijk: spierverslapping, waggelend lopen en misgrijpen, slaperigheid, duizeligheid, misselijkheid, koude vingers, koude tenen, koude neustop, rooddoorlopen ogen, bewusteloosheid. Geestelijk: beïnvloedt concentratie, geheugen en logisch denkvermogen; werkt stemmingsversterkend (denk aan lachkick), depressie (flippen), de waarneming veranderd. Werkingsduur: 4 tot 8 uur, afhankelijk van de sterkte, Na langdurig en intensief gebruik kan THC nog diverse weken in de urine worden aangetoond. Afhankelijkheidsproblematiek Lichameelijk: nee; geestelijk: mogelijk; tolerantie: nee Risico s - cannabis kan een psychose uitlokken bij daarvoor gevoelige personen - werkt stemmingsversterkend, ook bij depressieve stemmingen er bestaat soms gevaar voor suïcide - cannabis is gevaarlijk in het verkeer, het reactievermogen en de perceptie worden beïnvloed - Bij roken: toename van CARA-klachten, rook van cannabisproducten is kankerverwekkend - Hevige paniekreacties, angst en onrust, verwardheid en paranoia, vooral na het eten van spacecake, maar ook tengevolge van roken HULPVERLENING EHBO: geruststellen, zorgen voor een rustige omgeving. Nuttigen van warme, zoete dranken. Specialistische hulpverlening: Bij extreme angst: 25 50 mg chloor diazepoxide (librium) per os of 10 mg diazepam (valium) intramusculair/rectiole 34
Tripmiddelen Stofnaam: LSD, MDA, enz. Gebruikersnamen: paddo s, pillen met diverse namen, postzegeltjes, papertrip, micro-dots Manier van gebruik: slikken, drinken van thee (paddo s), eten Globaal effect: waarnemingsveranderend Effecten Lichamelijk: kans op misselijkheid en braken, rillingen, zweten Geestelijk: werkt stemmingsversterkend, veranderde zintuiglijke waarneming, aangetaste werkelijkheidszin, sterk gericht op eigen beleving, verwardheid. De hallucinatoire effecten hebben een fluctuerend verloop gedurende de werkingsduur (pulseren). Werkingsduur: 2 tot 4 uur, afhankelijk van middel en dosering en bekendheid met de te verwachten effecten Afhankelijkheidsproblematiek Lichamelijk: nee; geestelijk: zelden; tolerantie: nee Risico s Overdosis: psychische reacties HULPVERLENING - kans op psychische problemen en extreme verwardheid - deelname aan het verkeer is zeer riskant - door een te sterke trip kan er paniek ontstaan: flippen - flashbacks na stoppen met gebruik EHBO: breng de hulpvrager in een rustige omgeving. Kalmeren, aanraken, praten en daar de tijd voor nemen (na enkele uren neemt het pulserend effect af. Zoete of isotine dranken toedienen. Specialistische hulpverlening: Bij onrust en angst: diazepam (valium) 10 mg. oraal, intramusculair/rectiole 35
Snelle identificatie van middelengebruik Aanwijzigen als hulpmiddel Psychische verschijnselen Achtervolgingswaan (paranoia): alcohol, cocaïne, XTC, amfetamine, tripmiddelen, cannabis Angst: alle middelen behalve opiaten Agressiviteit: alcohol, cocaïne, amfetamine, tripmiddelen Desoriëntatie: cannabis, tripmiddelen, alcohol, GHB Gestoorde zintuigelijke waarnemingen: tripmiddelen, XTC, amfetamine, cannabis Hallucinaties: alcohol, cocaïne, XTC, amfetamine, tripmiddelen Lachkick: cannabis Onrust/opwinding: alcohol, cocaïne, XTC, amfetamine, tripmiddelen, cannabis, opiaten Paniek: cannabis, tripmiddelen, XTC, amfetamine, cocaïne, GHB Verwardheid: tripmiddelen, cannabis Vreetkick: cannabis Wanen: alcohol, cocaïne, tripmiddelen, amfetamine Woordenvloed: amfetamine, cocaïne Lichamelijke verschijnselen Ademhalingsremming: alcohol, opiaten, kalmerende middelen, tripmiddelen Beven/trillen: alcohol bij ontwenning, cocaïne, XTC, amfetamine Bewusteloosheid: alcohol, kalmerende middelen, opiaten, GHB Bloeddrukverhoging: XTC, alcohol, cocaïne, amfetamine Bloeddrukverlaging: kalmerende middelen, opiaten, XTC, GHB Braken: opiaten, XTC, tripmiddelen, cannabis, alcohol Epileptische verschijnselen: alcohol, cocaïne, XTC, tripmiddelen, kalmerende middelen Lichaamstemperatuur verlaagd: alcohol Lichaamstemperatuur verhoogd: XTC, cocaïne, amfetamine Onzeker lopen: alcohol, kalmerende middelen, opiaten, cannabis, tripmiddelen, GHB Polsslag versneld: alcohol, cocaïne, XTC, amfetamine, tripmiddelen, GHB Polsslag vertraagd: opiaten, kalmerende middelen, cannabis, GHB Pupillen vernauwd: opiaten, GHB, alcohol Pupillen verwijd: XTC, alcohol, amfetamine, cocaïne, tripmiddelen, GHB Rode ogen: cannabis Rusteloosheid: alcohol, cocaïne, amfetamine, XTC, tripmiddelen, cannabis Sufheid: alcohol, kalmerende middelen, opiaten, cannabis, GHB Transpiratie: tripmiddelen, alcohol, cocaïne, XTC, amfetamine, GHB 36