Les 1 Winkels op foto's Winkels die meedoen Les 2a De groenteman Les 2b De bakker Inhoud U leest het verhaaltje over meneer Schrokop voor. U bekijkt met de leerlingen foto s van winkels in de buurt. Wat weten de leerlingen al over winkels, wat valt er te zien, en wat zouden ze wel eens wíllen weten? Meneer Schrokop gaat op zoek naar een happerbal. Hij komt bij de groenteman. Welke groenten lijken er op een bal? Hoe ziet de binnenkant van een appel eruit? Zelf prei schilderen, tekenen of plakken met strookjes papier. Sjabloneren van appels en peren, stempelen van een druiventros. De leerlingen maken een eigen happerbal van brooddeeg. Doel De leerlingen leren bewust te kijken naar foto s van winkels. Ze leren te praten over winkels en leren kenmerken van winkels te benoemen. De leerlingen leren eigenschappen van een aantal winkels te formuleren. De leerlingen bekijken de vormen van groenten en ontdekken een aantal vormeigenschappen ervan. Ze maken kennis met het tekenen en vormgeven naar de waarneming. Ze leren te stempelen met een sjabloon en met een stukje plastic klei. De leerlingen geven vorm aan hun fantasie over een onderdeel uit het verhaal. Ze leren de eigenschappen van deeg als plastisch materiaal kennen. Pagina 1 van 6 // geprint op: maandag 20 februari 2017
Les 1 Winkels op foto's Winkels die meedoen Les 2a De groenteman Les 2b De bakker Nodig Verhaaltje over meneer Schrokop en de happerbal Winkelfoto s (pdf) digibord, beamer fruit en groenten: prei, wortels, een paprika, een rode kool, peer, appel, mandarijn, kiwi. etc. stroken groen papier, stroken wit papier, lijm, gekleurd A4-papier als ondergrond grijze potloden, stiften, wit papier voorgeknipte sjablonen in peer- of appelvorm, kleine schuimrollertjes, plastic klei plakkaatverf in minimaal de primaire kleuren + wit, dunne Lyonse kwasten, stukjes spons, bordjes keukenoven met bakplaat kant-en-klaar deeg (bijv. Koopmans, ca. 1 pak per 20 broodjes) mixer, kom, theedoek, halvelitermaat, keukenkwastje margarine, water, 1 eigeel versiermateriaal als pitjes, sesamzaad Tijd 30 minuten (voorlezen: 5 minuten, praten over winkels: 20 minuten) 60 à 90 minuten voor alle activiteiten samen; u bepaalt echter zelf welke activiteiten u doet met de leerlingen. voorbereiding: 30 minuten, uitvoering: 30 minuten Pagina 2 van 6 // geprint op: maandag 20 februari 2017
Les 1 Winkels op foto's Winkels die meedoen Les 2a De groenteman Les 2b De bakker Voorbereiding Zet de foto s van de winkels klaar op het digibord, of print ze eventueel uit. Deze les bestaat uit 3 delen: 2a Bij de groenteboer, 2b Bij de bakker, 2c Bij de dierenwinkel. U kiest zelf welke onderdelen u uitvoert. Bekijk de foto's (pdf) van prei, paprika, appel, tomaat en peer (+ enkele foto s voor les 2b en 4). Neem zelf een paar echte groentesoorten mee, dat vergroot de mogelijkheden. Als u geen oven op school hebt, kunt u ook nepbroodjes maken van plastic klei. Maak genoeg deeg voor de hele klas. Voor 20 kleine broodjes hebt u 1 pak kant-en-klare broodmix nodig. Rol het deeg na het rijzen uit tot een plak van ongeveer 30 x 30 cm en snij er kleine vierkantjes van. Hou wat deeg apart voor de versiering. Kijk hoeveel broodjes in de oven passen. Voor kleine broodjes is een baktijd van 15 minuten ruim voldoende. De broodjes kunnen versierd en verrijkt worden met sesamzaad, zonnepitten, pompoenpitten, en natuurlijk krenten en rozijnen. Kinderen die dit niet lusten of mogen gebruiken alleen stukjes deeg. Pagina 3 van 6 // geprint op: maandag 20 februari 2017
Les 2c De dierenwinkel Les 3 Naar de winkel! Les 4 Winkeltje spelen Verhaal Inhoud De leerlingen maken zelf mezenbollen. De leerlingen bezoeken een winkel. De winkelier vertelt over de winkel en de leerlingen stellen vragen. In deze afsluitende les spelen de leerlingen winkeltje, iets wat ze vast vaker doen. Gebruik materiaal dat in de klas voorhanden is, aangevuld met zelfgemaakte munten, bankbiljetten, zegeltjes, en (als extraatje) een zelf versierde boodschappentas. Doel De leerlingen leren hoe je zelf vetbollen kunt maken. De leerlingen bekijken bekende winkels met andere ogen. Ze leren wat zich in een winkel achter de schermen afspeelt. De leerlingen leren dat bankbiljetten zijn vormgegeven. Ze merken op dat in bankbiljetten herhaling voorkomt. Ze oefenen verschillende stempeltechnieken en passen die toe. Nodig circa twee pakken vast frituurvet, vogelzaad (overleg met een dierenwinkel) pan, pollepel, kookplaat in de keuken plastic zakje per bol of plastic bekertje, touwtjes van circa 40 cm met knoop of kartonnetje in het midden vragen van leerlingen naar aanleiding van de foto s uit les 1 voldoende begeleiders (hulpouders) bezoekrooster van de winkels beamer, smartbord, euro-afbeelding uit de foto's (pdf) stroken wit papier, grijs potlood, viltstiften, bestaande schoolstempels, stempelkussen of ecoline op een spons/keukendoekje op schoteltje stevig tekenpapier (minimaal 120-grams, enkele halve vellen), touw, lijm, gekleurd A4-papier als ondergrond, voorgeknipte sjablonen in peer of appelvorm, kleine schuimrollertjes plastic klei, enkele 50-centmunten, plakkaatverf in minimaal de primaire kleuren + wit, dunne Lyonse kwasten, stukjes spons, bordjes Pagina 4 van 6 // geprint op: maandag 20 februari 2017
Les 2c De dierenwinkel Les 3 Naar de winkel! Les 4 Winkeltje spelen Verhaal Tijd 60 à 90 minuten 60 à 90 minuten 60 à 90 minuten Voorbereiding Vraag een hulpouder bij deze les. Probeer de opdracht eerst zelf uit. Frituurvet kan heel heet worden, maar dat is nu helemaal niet nodig. Zodra het gesmolten is kan het vogelzaad erbij. Wacht tot de prut handwarm is maar nog steeds zacht. Hang een touw met een dikke knoop aan het eind in een plastic bekertje. Schep een flinke lepel prut met een lepel in het bekertje. U kunt ook eerst een klein plastic zakje in een beker schuiven, dáár het geknoopte touwtje in hangen en dan de prut erbovenop lepelen. Het zakje kan nu tot een bolletje gevormd worden door het plastic boven de bol stevig in elkaar te draaien. Oefen dit! Het bezoekrooster van de winkels staat op de gemeentepagina van Kunst Centraal. Let op! Sommige winkels kunt u maar met een halve klas bezoeken. De andere helft kan op hetzelfde tijdstip naar een dichtbijgelegen ándere winkel. In andere winkels is wel ruimte voor een hele klas. Zie voorbeeld hieronder. Bel in geval van twijfel Kunst Centraal. De bezoekjes aan de winkel kunnen natuurlijk maar kort zijn. Om het voor de leerlingen boeiend te maken, is het handig als de foto s hun nog helder voor de geest staan. Regel voldoende begeleiding. Bespreek met de begeleiders de vragen bij de foto's. Zo weten ze wat de leerlingen gezien hebben, en wat ze met eventuele vragen bedoelen. Bepaal welke opdrachten u uitvoert met de leerlingen. Controleer of er voldoende materiaal aanwezig is. Pagina 5 van 6 // geprint op: maandag 20 februari 2017
Liedjes over winkelen De fotograaf Tips voor winkeliers (en leerkrachten) Pagina 6 van 6 // geprint op: maandag 20 februari 2017