Van docenten Nederlands Aan leerlingen brugklas L2 CC Datum oktober 2003 Onderwerp FICTIEDOSSIER EERSTE KLAS Het dossier is een A-4 mapje (leitz). Je krijgt de opdracht om zelf een voorblad te ontwerpen, dit mag niet op de computer maar moet uit je eigen creatieve brein komen, je docent geeft hiervoor de opdracht. Het mapje wordt CHRISTELIJKE SCHOLENGEMEENSCHAP VOOR GYMNAS
BLAD 2/2 gedurende het schooljaar gevuld met allerlei opdrachten. Je krijgt beoordelingen en cijfers die meetellen voor het rapport. Deze opdrachten kun je in je gewone werkmap voor Nederlands bewaren. Het blijft altijd op school en mag je niet mee naar huis nemen. Aan het eind van elk schooljaar krijg je het wel mee naar huis. Voor de te lezen boeken verwijzen wij je naar de juniormediatheek en je docent. Boeken voor klas 1 en hoger mag je lezen (rode sticker), andere boeken na overleg met je docent. je mag maximaal één boek van een auteur lezen. Opdrachten periode 1: cijfer telt voor rapport 2 1. voorblad: - niet op de computer maar uit je eigen creatieve brein - voor- en achternaam en klas onderaan vermelden - onderwerp het familie verhaal (opdracht 1) - onderwerp mag met "fictie" te maken hebben schrijfopdrachten: 2- familieverhaal, handgeschreven (docent geeft instructie) 3- lees een boek neem het mee naar de les, je docent spreekt af wanneer. maak in de les een leesverslag volgens een aantal vast punten je mag je boek erbij houden 4- lees een boek zoek hierbij een nederlandstalige songtekst of een passend gedicht, je docent vertelt je aan welke eisen dit moet voldoen, vermeld de titel en auteur van je boek en leg in minimaal 10 regels uit hoe je aan de tekst komt, bron, waarom dit van toepassing is op je boek en welk gevoel de tekst bij jou oproept opdrachten periode 2: cijfer telt mee voor rapport 3
BLAD 3/3 5- lees een boek, kies een opdracht (maak op de afgesproken dag een opdracht in de mediatheek je hebt 50 minuten de tijd) en lever dit op de afgesproken tijd in 6- lees een boek zoek 3 kunstreproducties bij je boek, schrijf bij elke reproductie waar je hem gevonden hebt (naam, bron), en geef aan waarom deze reproductie bij je gelezen boek past, geef tot slot met 3 beoordelingswoorden en argumenten aan wat je zelf van de reproducties vindt 7- lees een boek, kies een opdracht lever deze op de afgesproken datum in bij je docent 8- strip opdracht reflectieopdracht: na elke ( rapport) beoordeling kun je je dossier inkijken, op een leeg blaadje geef je antwoord op de volgende drie vragen: - wat ging er goed - wat ging er niet goed - wat wil je volgende keer anders doen dit stop je na de gemaakte opdrachten in je dossier aanwijzingen voor het maken van de opdrachten de opdrachten die getypt mogen worden ingeleverd graag in letterpunt 12 de opdrachten zijn meestal minimaal 1 kantje A-4 lang alleen de voorkant van de blaadjes gebruiken altijd titel/auteur/ soort opdracht vermelden opdrachten op A-3 mogen ook dubbelgevouwen in het dossier altijd de bron vermelden/internetsites als een opdracht niet (op tijd ) af is dien je briefje van thuis met reden mee te nemen als je problemen met computer/printer hebt lever dan een schijfje of je kladwerk in bij te laat inleveren bepaalt de docent hoeveel punten er van je cijfer af gaan Leesenquete (Invullen bij je eerste les fictie)
BLAD 4/4 Lees je in je vrije tijd wel eens? (ook kranten en tijdschtiften) Hoeveel tijd besteed je daar gemiddeld per dag aan? Lees je wel eens kranten? ja/nee zo ja, welke dan? landelijke kranten. plaatselijke kranten. Lees je wel eens tijdschriften? ja/nee zo ja, welke?. Welke soort boeken lees je het liefst? (kruis er een paar aan) historische boeken indianenboeken sprookjes zeeverhalen meisjesboeken oorlogsboeken sportboeken cowboyboeken gedichten thrillers legendes detectives avonturenboeken strips dierenverhalen sciencefiction andere Wat is voor jou de belangrijkste reden om een boek te kiezen? aantrekkelijke voorkant leuke titel tekst op de achterkant aangeraden door iemand andere reden Welke drie boeken zou je iemand aanraden en waarom?
BLAD 5/5 1... 2... 3... 8 Schrijf je zelf wel eens verhalen, brieven, dagboek of gedichten?
BLAD 6/6 LEESVERSLAG Gegevens: datum titel auteur genre Inhoud: Wie is/zijn de hoofdperso(o)n(en) en geef een korte omschrijving Waar speelt het verhaal zich af? ( niet alleen een geografische aanduiding) Leg uit. Wanneer speelt het verhaal zich af? Leg uit. Geef een korte samenvatting in ongeveer 15 regels met daarin het probleem + afloop. Wat is de betekenis van de titel? Beoordeling: Geef je mening over het boek en leg die uit!!!! Dit verslag is ongeveer 1 A-4tje
BLAD 7/7 KEUZEOPDRACHTEN Categorie A: tekenen en ontwerpen De teken- en ontwerpopdrachten mag je niet op de computer maken. A1 Zoek tien plaatjes uit tijdschriften/kranten die goed bij het verhaal passen of die je aan het verhaal doen denken plak ze op en vermeld per plaatje in een par regels wat de link is met het verhaal A2 Maak een tijdbalk van de belangrijkste gebeurtenissen uit het boek. Zorg ervoor dat de onderlinge verhoudingen tussen de verdelingen op de tijdbalk zo goed mogelijk een afspiegeling zijn van de lengte van de periode in het boek. Maak langs de tijdbalk tekeningen of plak er plaatjes bij die de gebeurtenissen illustreren. A3 Maak een stripverhaal van een passage uit je boek, motiveer je keuze Categorie B: creatief schrijven B1 Maak een toets over je gelezen boek,10 vragen waar/onwaar, 5 meerkeuze vragen en 10 open vragen. Natuurlijk maak je ook het antwoordenmodel in orde B2 Je bent aanklager in een rechtzaak tegen één van je personen uit je boek. Hij of zij heeft een misdaad/overtredeing begaan. Bereid je zaak schriftelijk voor, ondersteun je argumenten met feiten uit het boek. B3 Maak op de computer een multimediapresentatie van het gelezen boek, beperk je daarbij tot de hoofdlijnen van het verhaal, zoek naar beeld en geluidsfragmenten die het verhaal ondersteunen. Categorie C: persoonlijke reactie C1 Schrijf van een stuk van een dagboek de belangrijkste belevenissen van drie dagen van één van de personen. C2 Zoek 10 spreekwoorden die van toepassing zijn op je boek, bepaal bij elk spreekwoord op wie het van toepassing is en waarom C3 Maak van het verhaal een krantenbericht dat zo in de krant geplaatst zou kunnen worden. C4 Beschrijf in één kantje wat jij over een land en de cultuur waar het verhaal zich afspeelt geleerd hebt
BLAD 8/8 OPDRACHT BIJ EEN STRIPVERHAAL Geef bij alle vragen voorbeelden (je mag overtrekken of kopiëren). Alles moet wel netjes en duidelijk zijn. 1 mening - leg uitgebreid uit waarom je de strip goed vindt. 2 leg uit welk perspectief ( kikker, vogel, neutraal ) de striptekenaar gebruikt heeft en geef duidelijke voorbeelden n. 3 personen - hoe worden de figuren getekend - zijn er close-ups - zijn er goede en/of slechte personen en waaraan zie je dat - zijn de figuren levensecht, waarom wel/niet - wat valt je op aan het taalgebruik 4 humor - beschrijf de humor in het stripverhaal, denk aan tekst, geluiden, uitroeptekens en het v verhaal zelf