VENNOOTSCHAPSRECHT TOEGEPAST
TOEGEPAST VENNOOTSCHAPSRECHT TOEGEPAST JEAN PIERRE VINCKE ROOSMARIJN SMITS Vierde editie Antwerpen Cambridge
Vennootschapsrecht toegepast, vierde editie Jean Pierre Vincke en Roosmarijn Smits 2016 Antwerpen Cambridge www.intersentia.be Omslagfoto: VOC aandeel, 6 oktober 1606, uitgeschreven aan Theunis Jansz. (Wikimedia commons Stadsarchief Amsterdam) ISBN 978-94-000-0715-4 D/2016/7849/120 NUR 163 / 825 Alle rechten voorbehouden. Behoudens uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de uitgever. Ondanks alle aan de samenstelling van de tekst bestede zorg, kunnen noch de auteurs noch de uitgever aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige fout die in deze uitgave zou kunnen voorkomen.
INLEIDING Waarom kiezen voor een vennootschap wanneer je een onderneming wil vorm geven? De redenen kunnen zeer divers zijn. De Verenigde Oost-Indische Compagnie, afgekort tot VOC (1602 1798/1799), was de eerste naamloze vennootschap met vrij verhandelbare aandelen. Het is het klassieke voorbeeld van een vennootschap die werd opgericht waarbij verschillende personen belegden in een onderneming met het oog om in de winsten deel te nemen. Vandaag is de intentie om samen een activiteit uit te oefenen en de winst te delen, nog steeds een motivatie om een vennootschap op te richten of om aandelen van een bestaande vennootschap te verwerven. De wetgever heeft thans ook de mogelijkheid voorzien dat één natuurlijke persoon een BVBA opricht. Een vennootschap is ook een vehikel om middelen van verschillende personen samen te brengen in een apart vermogen. In een NV kan men ook een beroep doen op het publiek om in het kapitaal van een vennootschap te participeren. Met de vennootschap wenst men vaak het privépatrimonium te beschermen door het af te scheiden van de beroepsactiviteit. Het vennootschapsrecht biedt ook het voordeel van een uitgewerkte structuur en organisatie (een bestuursorgaan, algemene vergadering, rapporteringsverplichtingen, ) voor de verschillende actoren van een onderneming. Een vennootschap kan ook worden gebruikt om het familiaal patrimonium in een entiteit samen te brengen met het oog op een soepelere en eenvoudigere manier om later dat patrimonium tussen de verschillende kinderen of erfgenamen te verdelen. Een andere doelstelling kan het drukken zijn van de inkomstenbelastingen. Wanneer een belangrijk deel van de winst dient om de zaak te laten ontwikkelen, wordt dit in de vennootschap belast aan een tarief dat merkelijk lager is dan het marginaal tarief van de personenbelasting. Kleine vennootschappen bieden ook de mogelijkheid om een extra-wettelijk pensioen te financieren voor de bedrijfsleiders. v
Vennootschapsrecht toegepast Het groeiend aantal redenen om een vennootschap op te richten vertaalt zich ook in het stijgend aantal vennootschappen. Het vennootschapsrecht is een materie die voortdurend evolueert. Het Wetboek van vennootschappen, waarvan de basisteksten in 1999 werden goedgekeurd, was een coordinatie van bestaande wetteksten, waarvan sommigen al in de 19de eeuw bestonden. Sindsdien werden er jaarlijks gemiddeld een vijftal wetten gepubliceerd die het Wetboek aanpasten, vervolledigden, enz. Het Wetboek van vennootschappen bevat momenteel meer dan 1.000 artikelen. Daarnaast zijn er nog de voorschriften van drie rechtspersonen die het voorwerp zijn van Europese Verordeningen. Ten slotte is er nog een afzonderlijke wet die de werking van verenigingen en stichtingen regelt. Dit handboek bespreekt de fundamentele begrippen van het bestaande vennootschapsen verenigingsrecht. Het vennootschapsrecht zal blijven evolueren. Academici van de diverse Belgisch rechtsfaculteiten hebben het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht opgericht. Hun werkzaamheden mondden uit in een beleidsnota die in juni 2015 aan de Minister van Justitie werd overhandigd en in de Commissie voor handels- en economisch Recht van de Kamer van volksvertegenwoordigers werd besproken. Het doel is een grondige modernisering en vereenvoudiging van het vennootschapsrecht, zodat het een beter antwoord biedt aan de behoeften van het bedrijfsleven. Het is dan ook onontbeerlijk om zich constant op de hoogte te houden van de evolutie van de materie. De auteurs wensen Tijs Wenzel te danken voor zijn nuttige suggesties bij de 4de editie van dit boek en ze nodigen andere gebruikers van het boek uit om hun opmerkingen of aanbevelingen ook kenbaar te maken. vi
INHOUD INLEIDING................................................................ v 1. WETTELIJKE CONTEXT.............................................. 1 1.1. Europa............................................................... 1 1.2. België................................................................ 1 2. VENNOOTSCHAP.................................................... 3 2.1. Begrip................................................................ 3 2.1.1. Algemeen..................................................... 3 2.1.2. Afwijkende bepalingen......................................... 4 2.2. Categorieën van vennootschappen....................................... 4 2.2.1. Handelsvennootschappen versus burgerlijke vennootschappen...... 4 2.2.2. Met of zonder rechtspersoonlijkheid............................. 5 2.2.3. Met of zonder beperkte aansprakelijkheid......................... 6 2.2.4. Personenvennootschappen versus kapitaalvennootschappen......... 6 2.3. Synthese van de vennootschapsvormen opgenomen in het wetboek........... 7 2.4. Bijzonderheden........................................................ 8 2.4.1. Genoteerde vennootschappen versus Alternext en vrije markt....... 8 2.4.2. Vennootschappen met sociaal oogmerk........................... 8 2.5. Banden tussen vennootschappen......................................... 8 2.5.1. Controle...................................................... 8 2.5.2. Moeder dochter.............................................. 9 2.5.3. Consortium.................................................. 10 2.5.4. Verbonden vennootschappen................................... 11 2.5.5. Geassocieerde vennootschappen................................ 12 2.5.6. Deelneming en deelnemingsverhouding......................... 13 2.5.7. Belang van deze begrippen..................................... 13 2.6. Grootte van de vennootschappen en groepen............................. 14 2.6.1. De categorieën van vennootschappen en groepen................. 14 2.6.2. Microvennootschappen........................................ 14 2.6.3. Kleine vennootschappen....................................... 15 2.6.4. De groepen van beperkte omvang............................... 16 vii
Vennootschapsrecht toegepast 2.6.5. Overschrijding van de criteria.................................. 17 2.6.6. Alternatieve berekeningswijze van de geconsolideerde gegevens.... 17 2.7. Rechtspersonen andere dan vennootschappen............................ 19 3. DE BETROKKENEN IN HET KORT.................................. 21 3.1. Aandeelhouders/vennoten............................................. 21 3.2. Het bestuursorgaan................................................... 21 3.3. Het toezicht.......................................................... 22 4. DE EFFECTEN....................................................... 23 4.1. Soorten.............................................................. 23 4.1.1. Aandelen.................................................... 23 4.1.2. Winstbewijzen............................................... 25 4.1.3. Obligaties.................................................... 26 4.1.4. Warrants.................................................... 27 4.2. Certificaten.......................................................... 27 4.3. Registers............................................................. 28 4.3.1. Inhoud...................................................... 28 4.3.2. Splitsing van de registers....................................... 29 4.4. Bijzonderheden van de belangrijkste vennootschaps vormen................ 29 4.4.1. BVBA....................................................... 29 4.4.2. CVOA en CVBA.............................................. 30 4.4.3. NV.......................................................... 31 4.5. Overdracht van de effecten............................................. 32 4.5.1. BVBA....................................................... 32 4.5.2. CVBA....................................................... 33 4.5.3. NV.......................................................... 34 5. OPRICHTING....................................................... 37 5.1. Hoe?................................................................ 37 5.1.1. Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid.................. 37 5.1.2. Vennootschappen met rechtspersoonlijkheid..................... 37 5.1.3. Inhoud van de oprichtingsakte van de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid......................................... 38 5.2. Bekendmaking van de oprichting....................................... 38 5.2.1. Vennootschapsdossier rechtspersonenregister.................... 38 5.2.2. Bekendmaking............................................... 38 viii
Inhoud 5.3. Handelingen vóór de oprichting........................................ 39 5.3.1. Verbintenissen aangegaan voor een vennootschap in oprichting.... 39 5.3.2. Overname van de verbintenis door de vennootschap.............. 39 5.3.3. Gevolgen van een niet-overname door de vennootschap........... 40 5.4. Kapitaal............................................................. 40 5.5. Verantwoording van het kapitaal (financieel plan)......................... 41 5.6. Soorten inbreng....................................................... 42 5.7. Inbreng in natura..................................................... 43 5.7.1. Wat komt in aanmerking als inbreng in natura?................... 43 5.7.2. Waardering.................................................. 43 5.7.3. Vergoeding van de inbreng..................................... 43 5.7.4. Tussenkomst van een bedrijfsrevisor normale procedure......... 44 5.7.5. Afwijkende procedure......................................... 44 5.7.6. Verslag van de oprichters...................................... 45 5.7.7. Taak van de oprichters bij de afwijkende procedure............... 46 5.8. Quasi-inbreng........................................................ 46 5.8.1. Bestaansreden van de procedure................................ 46 5.8.2. Begrip quasi-inbreng.......................................... 47 5.8.3. Tussenkomst van een bedrijfsrevisor normale procedure......... 48 5.8.4. Afwijkende procedure......................................... 48 5.8.5. Taak van het bestuursorgaan................................... 48 5.8.6. Taak van het bestuursorgaan bij de afwijkende procedure.......... 49 5.8.7. Taak van de algemene vergadering.............................. 49 5.8.8. Openbaarmaking van de verslagen.............................. 50 5.8.9. Gevallen waarin de procedure niet moet worden gevolgd.......... 50 5.8.10. Gevolgen van het niet naleven van de procedure.................. 50 5.8.11. Andere sancties............................................... 51 5.9. BVBA............................................................... 51 5.9.1. Oprichters en vennoten van een BVBA.......................... 51 5.9.2. De Starter-BVBA............................................. 52 5.9.3. Oprichting................................................... 53 5.9.4. Kapitaal..................................................... 53 5.9.5. Volstorting van het kapitaal.................................... 53 5.10. NV.................................................................. 55 5.10.1. Oprichting................................................... 55 5.10.2. Kapitaal..................................................... 56 5.10.3. Volstorting................................................... 56 5.11. CVBA............................................................... 57 5.11.1. Oprichting................................................... 57 5.11.2. Kapitaal..................................................... 57 ix
Vennootschapsrecht toegepast 5.11.3. Volstorting................................................... 58 5.12. Oprichtersaansprakelijkheid........................................... 58 5.13. Nietigheid van de oprichting........................................... 59 6. DE BESTUURSORGANEN............................................ 61 6.1. Rol.................................................................. 61 6.2. Bevoegdheden........................................................ 62 6.3. Benoeming........................................................... 62 6.4. Bezoldiging.......................................................... 63 6.5. Vertegenwoordiging................................................... 63 6.6. Bekendmaking....................................................... 67 6.7. Vaste vertegenwoordiger............................................... 67 6.8. BVBA............................................................... 68 6.8.1. Zaakvoerder................................................. 68 6.8.2. Dagelijks bestuur............................................. 69 6.9. NV.................................................................. 69 6.9.1. Raad van bestuur............................................. 69 6.9.2. Adviserende comités binnen de raad van bestuur................. 71 6.9.3. Het auditcomité.............................................. 72 6.9.4. Het remuneratiecomité........................................ 74 6.9.5. Het directiecomité............................................ 75 6.9.6. Het dagelijks bestuur.......................................... 76 6.9.7. Variabele vergoedingen........................................ 77 6.10. CVBA............................................................... 78 6.11. Tegenstrijdig belang................................................... 78 6.11.1. NV.......................................................... 78 6.11.2. BVBA....................................................... 80 6.11.3. CVBA....................................................... 81 6.12. Vrijwaring van de continuïteit........................................... 81 6.13. Aansprakelijkheid..................................................... 82 6.13.1. Algemeen.................................................... 82 6.13.2. Aansprakelijkheidsgronden.................................... 83 6.13.3. Aansprakelijkheidsvordering................................... 89 6.13.4. Einde van de aansprakelijkheid................................. 90 6.13.5. Strafrechtelijke verantwoordelijkheid............................ 91 7. RAPPORTERING.................................................... 93 7.1. Jaarrekening......................................................... 93 7.1.1. Algemene beginselen.......................................... 93 x
Inhoud 7.1.2. Vorm van de jaarrekening...................................... 93 7.1.3. Vastleggen van de jaarrekening................................. 94 7.1.4. Termijn...................................................... 94 7.2. Resultaatverwerking................................................... 94 7.3. Jaarverslag........................................................... 96 7.3.1. Algemene beginselen.......................................... 96 7.3.2. Inhoud van het jaarverslag..................................... 97 7.3.3. Rapportering in vennootschappen waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt...... 99 7.3.4. Verslag over de betalingen aan de overheden.................... 100 7.3.5. Rapportering in vennootschappen vrijgesteld van de verplichting een jaarverslag op te stellen................................... 100 7.4. Geconsolideerde jaarrekening en jaarverslag............................ 101 7.5. Bekendmaking...................................................... 102 7.6. Sancties............................................................. 103 8. DE COMMISSARIS.................................................. 105 8.1. Toepassingsgebied................................................... 105 8.2. Opdracht........................................................... 106 8.3. Benoeming.......................................................... 106 8.4. Duur van de opdracht................................................ 107 8.5. Bevoegdheden en verplichtingen....................................... 107 8.6. Verslaggeving....................................................... 109 8.7. Bekendmaking...................................................... 109 8.8. Aansprakelijkheid.................................................... 110 8.9. Controle in afwezigheid van een commissaris........................... 110 9. DE ALGEMENE VERGADERING VAN DE AANDEELHOUDERS....... 113 9.1. Soorten............................................................. 113 9.2. Bevoegdheden....................................................... 114 9.3. Samenstelling....................................................... 115 9.4. Bijeenroeping en informatie ter beschikking stellen...................... 116 9.5. Organisatie van de algemene vergadering............................... 119 9.6. Stemrecht........................................................... 121 9.7. Uitoefening van het stemrecht......................................... 123 9.8. Jaarvergadering...................................................... 124 9.9. Wijziging van de statuten............................................. 125 9.10. Wijziging van het doel van de vennootschap............................. 125 xi
Vennootschapsrecht toegepast 9.11. Kapitaalverhoging................................................... 126 9.11.1. Algemeen................................................... 126 9.11.2. Grondvoorwaarden.......................................... 126 9.11.3. Uitgifte van aandelen beneden de fractiewaarde van de bestaande aandelen.................................................... 127 9.11.4. Het voorkeurrecht........................................... 129 9.11.5. Het toegestane kapitaal....................................... 130 9.11.6. Uitgiftepremie............................................... 132 9.12. Kapitaalvermindering................................................ 133 9.12.1. Algemeen................................................... 133 9.12.2. Bescherming van de schuldeisers.............................. 135 9.12.3. Reserve om een voorzienbaar verlies te dekken.................. 136 9.12.4. Daling van het kapitaal beneden het wettelijk minimum.......... 137 9.13. Aflossing van het kapitaal............................................. 138 9.14. Verkrijging van eigen effecten......................................... 139 9.14.1. Inleiding.................................................... 139 9.14.2. Voorwaarden voor de verkrijging van de effecten (NV)........... 140 9.14.3. Gevolgen verbonden aan het bezit van eigen effecten (NV)........ 142 9.14.4. Vervreemding van eigen effecten (NV)......................... 142 9.14.5. Sancties..................................................... 142 9.14.6. Financiering voor de verkrijging van eigen effecten............... 143 9.14.7. Inpandneming van eigen effecten.............................. 143 9.14.8. Bijzonderheden voor de verkrijging van eigen effecten in de BVBA. 143 9.14.9. Te verschaffen informatie..................................... 144 9.15. Kruisparticipaties.................................................... 145 9.15.1. Algemeen................................................... 145 9.15.2. Kruisparticipaties tussen moeder- en dochtervennootschappen.... 145 9.15.3. Kruisparticipaties tussen onafhankelijke vennootschappen........ 146 9.15.4. Bekendmakingen............................................ 147 9.16. De resultaatbestemming.............................................. 147 9.16.1. Algemeen................................................... 147 9.16.2. Mogelijke resultaatverwerkingen............................... 148 9.16.3. Jaarrekening................................................ 148 9.16.4. De wettelijke reserve......................................... 149 9.16.5. Uitkeringen andere dan onder de vorm van dividenden en tantièmes... 150 9.16.6. Uitkeringen onder de vorm van dividenden en tantièmes......... 152 9.16.7. Interimdividenden........................................... 153 9.16.8. Uitkering van de waarde van de aandelen in de CVBA............ 154 xii
Inhoud 9.17. Verlies van het kapitaal en vrijwaring van de continuïteit.................. 154 9.17.1. Beraadslagingen over de ontbinding............................ 155 9.17.2. Ontbinding op vordering van derden........................... 157 9.18. Bekendmakingen.................................................... 157 10. DE ALGEMENE VERGADERING VAN DE OBLIGATIEHOUDERS..... 159 11. HERSTRUCTURERINGEN.......................................... 161 11.1. Inleiding............................................................ 161 11.2. Begrippen........................................................... 161 11.2.1. Fusie door overneming (art. 671 W.Venn.)....................... 161 11.2.2. Fusie door oprichting (art. 672 W.Venn.)........................ 163 11.2.3. Splitsing door overneming (art. 673 W.Venn.).................... 163 11.2.4. Splitsing door oprichting (art. 674 W.Venn.)..................... 164 11.2.5. Gemengde splitsing (art. 675 W.Venn.).......................... 165 11.2.6. Gelijkgestelde verrichtingen (art. 676 en 677 W.Venn.)............ 165 11.2.7. Inbreng van een algemeenheid (art. 678 W.Venn.)................ 166 11.2.8. Inbreng van een bedrijfstak (art. 679 en 680 W.Venn.)............ 167 11.3. Fusies.............................................................. 168 11.3.1. Kenmerken en rechtsgevolgen................................. 168 11.3.2. Samenvatting van de procedure................................ 169 11.4. Splitsingen.......................................................... 169 11.4.1. Kenmerken en rechtsgevolgen................................. 169 11.4.2. Samenvatting van de procedure................................ 170 11.5. Inbreng van een algemeenheid......................................... 171 Samenvatting van de procedure........................................ 171 11.6. Inbreng van een bedrijfstak........................................... 171 Samenvatting van de procedure bij de inbreng van een bedrijfstak door een vennootschap............................................ 171 11.7. Rechtsgevolgen van de inbreng van een algemeenheid of van een bedrijfstak. 172 11.8. Partiële splitsing..................................................... 172 11.9. Grensoverschrijdende fusies........................................... 173 12. OMZETTING VAN EEN VENNOOTSCHAP.......................... 175 12.1. Wat verstaat men onder omzetting?.................................... 175 12.2. Procedure........................................................... 175 12.3. Staat van activa en passiva............................................. 175 12.4. Controleverslag...................................................... 176 xiii
Vennootschapsrecht toegepast 12.5. Bijzonder verslag van het bestuursorgaan............................... 176 12.6. Algemene vergadering................................................ 177 12.7. Punten waaraan vóór de omzetting aandacht moet worden besteed........ 177 12.8. Aansprakelijkheid.................................................... 178 13. ONTBINDING EN VEREFFENING VAN DE VENNOOTSCHAP........ 179 13.1. Algemeen........................................................... 179 13.2. Gronden van ontbinding.............................................. 179 13.2.1. De vrijwillige ontbinding..................................... 179 13.2.2. De ontbinding van rechtswege................................. 180 13.2.3. De gerechtelijke ontbinding................................... 180 13.3. Voorstel tot vrijwillige ontbinding...................................... 181 13.4. De ontbinding en vereffening in één akte................................ 181 13.5. De vereffening....................................................... 182 13.5.1. Algemeen................................................... 182 13.5.2. Benoeming van de vereffenaar................................. 183 13.5.3. Bevoegdheden van de vereffenaar.............................. 183 13.5.4. Verslaggeving tijdens de vereffening............................ 184 13.5.5. Verplichte bijeenroeping algemene vergadering.................. 185 13.5.6. Betaling van de schuldeisers................................... 185 13.5.7. Sluiting van de vereffening.................................... 186 13.5.8. Aansprakelijkheid van de vereffenaar........................... 187 14. GESCHILLENREGELING............................................ 189 14.1. Het deskundigenonderzoek........................................... 189 14.2. Uitsluiting.......................................................... 189 14.2.1. Wie kan de uitsluiting vorderen?............................... 189 14.2.2. Procedure................................................... 190 14.2.3. Beslissing tot overdracht...................................... 191 14.3. Uittreding.......................................................... 192 14.4. Vennootschapsvordering.............................................. 192 14.5. Minderheidsvordering................................................ 193 14.5.1. Algemeen................................................... 193 14.5.2. Voorwaarden om een vordering in te stellen in de NV en de Comm.VA................................................ 193 14.5.3. Voorwaarden om een vordering in te stellen in de BVBA.......... 194 14.5.4. Voorwaarden om een vordering in te stellen in de CVBA......... 194 14.5.5. Verder verloop van de procedure............................... 194 xiv
Inhoud 15. DE MINDER COURANTE VENNOOTSCHAPSVORMEN.............. 197 15.1. V.O.F. en Comm.V................................................... 197 15.2. CVOA.............................................................. 199 15.3. Comm.VA........................................................... 200 15.4. ESV en EESV........................................................ 201 15.5. SE.................................................................. 202 15.6. SCE................................................................ 203 15.7. LV................................................................. 204 16. DE VENNOOTSCHAPPEN ZONDER RECHTSPERSOONLIJKHEID.... 205 16.1. Maatschap.......................................................... 205 16.2. Tijdelijke handelsvennootschap........................................ 205 16.3. Stille handelsvennootschap............................................ 206 16.4. Gemeenschappelijke bepalingen....................................... 206 17. DE VERENIGINGEN................................................ 207 17.1. Algemeen........................................................... 207 17.1.1. De soorten verenigingen...................................... 207 17.1.2. De grootte van de verenigingen................................ 208 17.2. De vzw............................................................. 209 17.2.1. Onderscheid met een vennootschap............................ 209 17.2.2. Oprichting.................................................. 211 17.2.3. De leden.................................................... 212 17.2.4. De algemene vergadering..................................... 212 17.2.5. De raad van bestuur.......................................... 214 17.2.6. Vertegenwoordigingsbevoegdheid.............................. 214 17.2.7. Dagelijks bestuur............................................ 214 17.2.8. Commissaris................................................ 215 17.2.9. Bekendmaking.............................................. 215 17.2.10. Aansprakelijkheid........................................... 216 17.2.11. Nietigheid.................................................. 218 17.2.12. Giften en legaten............................................. 219 17.2.13. Boekhouding, jaarrekening en begroting........................ 219 17.2.14. Omzetting in een vennootschap met sociaal oogmerk (VSO)...... 220 17.2.15. Ontbinding en vereffening.................................... 221 17.3. De ivzw............................................................. 224 17.3.1. Kenmerken................................................. 224 17.3.2. Het algemeen leidinggevend orgaan............................ 225 xv
Vennootschapsrecht toegepast 17.3.3. Bestuursorgaan.............................................. 225 17.3.4. Boekhouding, jaarrekening en begroting........................ 225 17.3.5. Ontbinding en vereffening.................................... 226 17.4. De stichtingen....................................................... 226 17.4.1. Kenmerken................................................. 226 17.4.2. Soorten stichtingen.......................................... 227 17.4.3. Raad van bestuur............................................ 228 17.4.4. Dagelijks bestuur............................................ 228 17.4.5. Statutenwijziging............................................ 229 17.4.6. Boekhouding, jaarrekening en begroting........................ 229 17.4.7. Ontbinding en vereffening.................................... 229 Bijlagen.................................................................. 231 Bijlage 1. Vergelijkende tabel vennootschapsvormen...................... 232 Bijlage 2. Nuttige bronnen............................................. 237 Bijlage 3. Casussen................................................... 239 Trefwoordenregister....................................................... 255 xvi