Aantrekkelijker Scholen

Vergelijkbare documenten
Een Sterk Begin De begeleiding van startende leraren in de regio Utrecht

Met Sprongen Vooruit. Begeleiding startende leraren in regio Oost

IN GESPREK MET MARION DUINMEIJER OVER DE LEERWERKGROEP INDUCTIE

MET SPRONGEN VOORUIT BEGELEIDING STARTENDE LERAREN IN REGIO OOST

Project Begeleiding Startende Leraren Praktische informatie voor nieuw deelnemende scholen schooljaar Met Sprongen Vooruit

ICALT. E-learning. Een gratis training in het gebruik van een lesobservatie-instrument

Inductietraject koppelen aan werkplekleren

BSL De Zuid-Hollandse variant van het project Begeleiden Startende Leraren

De driejarige begeleiding van startende leraren

BEGELEIDING STARTENDE LERAREN IN REGIO OOST

Agenda. Verbetering inductiefase beginnende leraren NIEUWSBRIEF, APRIL 2013

Dialoogregels. Wees zo open mogelijk. Wees nieuwsgierig. Neem de tijd die je nodig hebt, maar niet meer dan dat. Je hoeft geen mensen te overtuigen.

OCW: vierjarig landelijk project Begeleiding Startende Leraren (BS)

Regeling Begeleiding en Beoordeling nieuwe docenten op de Nieuwe Havo

Opbrengstgericht omgaan met verschillen. Bijeenkomst 5 Evalueren en borgen van leeropbrengsten

Onderwijscafé 26 januari 2016

BSL. De Zuid-Hollandse variant van het project Begeleiden Startende Leraren. Ontwikkelen vanuit Expertise

Train-de-trainer programma Lesson Study voor schoolopleiders en coaches.

Omgaan met verschillen

Begeleiding van startende leraren: dit werkt

Schoolopleiders en instituutopleiders

Voorbeeld draaiboek thema- en intervisiebijeenkomsten

VOORBEELD. Uw lesobservatie en de leerlingvragenlijst. Naam docent: Lerarenopleiding Rijksuniversiteit Groningen

Begeleiding van startende leerkrachten binnen CNS

Begeleiding startende leraren (BSL)

Kenniscentrum Educatie DENK! WERK AAN GROEI IN BEGRIP. Doe mee aan het DENK!-PROJECT

Samen. stevige. ambities. werken aan.

Leren observeren en collegiale consultatie

april 2019 Stichting leerkracht Elke dag samen een beetje beter

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Het Baken International School VWO

Nieuwsbrief 5 HERFST 2015

Nieuwsbrief. Interactieve werkvormen in de klaspraktijk. Onderzoeksresultaten en tips voor de praktijk

RAPPORT VAN BEVINDINGEN TUSSENTIJDS KWALITEITSONDERZOEK OP OBS OETKOMST IN KOLHAM

Sita (VWO2) Aaron Sams. Natuurkunde en Flipping the Classroom

RAPPORT PERIODIEK KWALITEITSONDERZOEK BASISSCHOOL BEATRIX

Beoordelingsformulier (Les) Voorbereiding Naam student: Krijn Cornelisse. Datum:

Rapport Docent i360. Angela Rondhuis

Interfacultaire Lerarenopleidingen, Universiteit van Amsterdam

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Pleincollege Sint Joris PRO PRO

Ondersteuning van uw kind Ouderversie school-ondersteuningsplan

Sita (VWO2) Aaron Sams. Natuurkunde en Flipping the Classroom

Rapport Docent i360. Test Kandidaat

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. basisschool Frans Naerebout

Begeleiding Startende Leraren

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen

Kijkwijzer (voorheen observatie instrument) ICALT. verdieping voor coach en leerkracht. leerkracht

DENK! Werk aan groei in begrip Doe mee aan het DENK!-PROJECT

Werkdocument Checklist positieve factoren in een Transfer-/Trajectklas

Voorbeelddraaiboek ondersteuning door sectiebegeleider

Op expeditie naar waarde(n)

Kinder Taijiquan. De cursusdagen voor Beatrixschool Blinkertpad EX Haarlem

Hoe observeer je in de klas?

Leergang ondersteuningscoördinatoren

Worldschool Young European Specialists. Programma voor deelnemende leerlingen. YES! in het kort. YES! Young European Specialists

1.3. Leerkrachten kennen de 7 uitgangspunten en passen enkele uitgangspunten bewust en systematisch toe.

VRAGENLIJST FORMATIEF TOETSEN DOCENT

Groei is letterlijk zichtbaar

Voortgezet Onderwijs. Maatwerk bij incompany trainingen schoolbrede daltonontwikkeling certificaat leraar dalton VO dalton kort Nunspeet tweedaagse

Nederlandse samenvatting

Vragenlijst voor minorstudenten

Onderzoek naar de kwaliteitsverbetering bij

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie.

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO

Jaarverslag 2017 Lekstroom School s cool

Vragenlijst voor masterstudenten

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. VMBOGT Thorbecke VO VMBO-T HAVO VWO

Plan van Aanpak. <naam school> en Edutrainers samen op weg. Versie: EXPEDITIE

Achtergrond informatie Toolkit Ouderbetrokkenheid vakantieschool

Reflectieverslag mondeling presenteren

obs Weidevogels Kwaliteitsonderzoek Primair Onderwijs

Begeleiding nieuwe leraren op de Walvis

De kracht van samenwerking

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. 's-gravendreef College HAVO VMBOGT VMBOK

Lesson Study: leren van je leerlingen

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK BIJ

Wat wordt de studenten nog meer geboden? Een gratis retourtje Den Helder- Texel Verblijf in een bungalowpark Een fiets in bruikleen.

Informatiebrief voor scholen

Lesson Study in de lerarenopleiding

Scholingsplan Samen in ontwikkeling

KWALITEITSONDERZOEK IN HET KADER VAN DE STAAT VAN HET ONDERWIJS 2016/2017. Wolfert Lyceum

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij. Annie M.G. Schmidt

cjcbejbv ejveneke nvknevm m

Evaluatie Jaarplan Doel (specifiek formuleren)

De kracht van sociale media in het onderwijs

Transcriptie:

Aantrekkelijker 1. Aantrekkelijker Nieuwsbrief november 2014

2. Aantrekkelijker werken samen aan Inductie De vorig jaar gestarte samenwerking met het lectoraat Geletterdheid onder leiding van Thoni Houtveen heeft het deelproject inductie een forse kwaliteitsimpuls gegeven. De medewerkers van het lectoraat hebben veel kennis over succesvolle inductie-arrangementen ingebracht. Daardoor hebben de schoolcoaches, die elkaar regelmatig treffen in de leerwerkgroep inductie, hun praktijkervaringen kunnen toetsen. Dit heeft geleid tot interessante gesprekken en het aanscherpen van het inductiebeleid op schoolniveau. In deze eerste editie van AS Focus gaan we nader in op inductie in de regio Utrecht. Door de inzet van wetenschappelijk getoetste en genormeerde instrumenten wordt het mogelijk om de pedagogisch-didactische ontwikkeling van de leraren op een betrouwbare manier in beeld te brengen. De begeleiding kan daardoor worden afgestemd op het individuele ontwikkelingsniveau van de startende leraar. Schoolopleiders en -coaches hebben recht op de beste ondersteuning die geboden kan worden. Dit is een van de taken van Marjolein de Kroon die op de Hogeschool Utrecht is aangesteld als projectmanager Inductie. Ook de samenwerking met het inductieproject van de Universiteit Utrecht komt in deze AS Focus aan de orde. Vanzelfsprekend ontbreekt de praktijk niet: Peter Symanzig en Harm de Vreng vertellen in een interview hoe men op College De Heemlanden de begeleiding van startende docenten organiseert. En: mocht u zelf een goede aanpak hebben op het gebied van inductie, laat het vooral weten! Want: mooie voorbeelden verdienen het om gedeeld te worden. Veel leesplezier toegewenst! Manon Koldewijn Projectleider Aantrekkelijker

3. Inductie is de levensader Stan Poels (CVO Groep) is als bestuurder de trekker van het deelproject inductie. Gezien het hoge percentage beginnende leraren dat in de eerste jaren afhaakt, vindt hij dat er alles aan gelegen moet zijn om van inductie een succes te maken. Voor de scholen is het een levensader, want door adequate begeleiding kunnen startende collega s uitgroeien tot goede docenten. Tegelijk signaleert Poels dat vooral het faciliteren van inductie in de scholen onder druk staat. moeten bezuinigen en dan wordt er allereerst ingeleverd op de extra taken. Ik denk dat we vanuit het project Aantrekkelijker nog eens goed moeten kijken hoe we de financiële ondersteuning kunnen verbeteren. Het gaat ook hier om de beschikbare uren, want docenten begeleiden betekent lessen bezoeken en feedback geven en dat kost tijd. Op dit moment wordt er hard gewerkt aan het beschrijven van de stand van zaken van de deelprojecten. Poels: Dat is de eerste keer dat we iets van de resultaten presenteren. Dan kunnen we ook zien of we met dit project wel goed aansluiten bij wat de scholen nodig hebben, want ik ben erg benieuwd hoe men op de tussenrapportage gaat reageren. Voor mijn gevoel is er nu nog te veel sprake van een bestuurlijk initiatief. Het is nog niet volledig gelukt om duidelijk te maken wat het project inductie voor de schoolontwikkeling kan betekenen.een van de sterke kanten is de wetenschappelijke ondersteuning. Praktijk en wetenschap staan vaak op gespannen voet met elkaar en toch is het de manier om de kwaliteit van het onderwijs op een hoger plan te brengen. We zijn in het onderwijs echter terughoudend om de vraag te stellen naar de effecten van ons pedagogisch-didactisch handelen. Daar zouden we ons meer voor moeten openstellen. Aan de andere kant is het de taak van de wetenschap om de taal van de praktijk te spreken, zodat we meer dan nu het geval is naar elkaar toe kunnen groeien. Ik pleit echt voor meer wetenschap in de klas maar dan op een manier die voor docenten aantrekkelijk is. Het betekent volgens Poels ook dat meer dan tot nu toe de werkwijze in de scholen het uitgangspunt moet zijn. Ik heb in de leerwerkgroep geweldig gemotiveerde mensen gezien. Het gaat in dit project ook om hun ervaringen. Als we die kunnen bundelen in een Utrechtse Inductiewijzer en we kunnen dat koppelen aan de inzichten vanuit een wetenschappelijke manier van kijken dan hebben we een prachtig product waar alle scholen een stap verder mee kunnen.

4. Vruchtbare confrontatie tussen wetenschap en praktijk De leerwerkgroep inductie is ook dit schooljaar weer enthousiast van start gegaan. Met de leerwerkgroepbegeleiders Willy Siksma en Michiel Heijnen blikken we terug op wat is bereikt en kijken we vooruit naar het komende jaar. Willy Siksma: De deelnemende scholen hebben het afgelopen jaar hun inductieprogramma aangescherpt en op papier gezet wat ze precies doen. Daarmee is ook duidelijk geworden wat extra aandacht verdient. De schoolcoaches willen graag feedback op hun manier van werken. Daarin speelt de leerwerkgroep inductie een betekenisvolle rol. Haar collega Michiel Heijnen onderstreept dat: Volgens mij is het heel belangrijk dat scholen in de regio met elkaar in contact zijn gekomen en het gesprek over inductie zijn aangegaan. De deelnemers wisselen niet alleen ervaringen uit, maar delen ook concreet materiaal met elkaar. De bijeenkomsten fungeren als een plek van vraag en aanbod. Men presenteert elkaar good practices, zoals onderwerpen voor themabijeenkomsten voor de nieuwe en/of beginnende leraren en er worden concrete vragen ingebracht. Zo vroeg een van de schoolcoaches naar ervaringen met activiteiten gericht op de non-verbale communicatie van beginnende leraren.we hebben de good practices verzameld en daar een bundel van gemaakt; basis- ingrediënten voor een goed inductietraject. Dat is een eerste aanzet voor een Utrechtse Inductiewijzer. Een meerwaarde van het project is de ondersteuning vanuit het wetenschappelijk onderzoek. De schoolcoaches formuleerden in de eerste bijeenkomsten van de leerwerkgroep waaraan een goed inductietraject moet voldoen. Toen ze in gesprek gingen met een van de onderzoekers bleek dat er verschillen waren tussen hun praktijkervaringen en wat vanuit onderzoek bekend is. Heijnen: Dat leidde tot interessante gesprekken. De onderzoeksresultaten hebben de opvattingen van de schoolcoaches over inductie in een ander perspectief geplaatst. Dat was een goed voorbeeld van hoe de theorie effect kan hebben op de praktijk. Het komende jaar gaan de scholen zich vooral bezig houden met de invoering van instrumenten, die de pedagogisch-didactische ontwikkeling van nieuwe en/of beginnende leraren in beeld brengen. Daardoor wordt het mogelijk de begeleiding van de starters meer af te stemmen op hun specifieke behoeften en ontwikkelingsniveau. Een van de instrumenten is het PEDAC-formulier, dat op steeds meer scholen wordt gebruikt. Dit op de Rijksuniversiteit Groningen ontwikkelde instrument is wetenschappelijk getoetst en genormeerd en geeft daardoor een betrouwbaar beeld van de ontwikkeling. Willy Siksma: Er zijn scholen die het voor alle docenten willen gaan gebruiken. Dan geeft het instrument niet alleen een beeld van individuele docenten, maar ook van de sterke en zwakke kanten van de school als geheel. We hopen natuurlijk dat er meer scholen deze ontwikkeling zullen volgen. In de leerwerkgroep merken we in ieder geval dat de schoolcoaches enorm gemotiveerd zijn om een goed inductietraject vorm te geven. Daar zal het dus niet aan liggen.

5. Presentatie resultaten PEDAC De schoolcoaches hebben vorig jaar twee keer een aantal beginnende collega s geobserveerd met behulp van het PEDAC-formulier. Henk Roelfsema, onderzoeker bij het kenniscentrum datafeedback voor het lectoraat geletterdheid, presenteerde op 7 oktober tijdens de bijeenkomst van de leerwerkgroep inductie de eerste resultaten. De aanwezige schoolcoaches bogen zich over een anonieme casus om te kijken welke conclusies getrokken kunnen en mogen worden op grond van de data zoals die uit de observaties komen.

6. Belang vaksectie bij inductie niet over het hoofd zien Peter Symanzig is op College De Heemlanden een van de vier begeleiders die verantwoordelijk zijn voor de begeleiding van de startende collega s. De school heeft een intensief begeleidingstraject bestaande uit wekelijkse gesprekken, regelmatige lesobservaties, inhoudelijke workshops en vier bijeenkomsten voor alle starters. Daarnaast benadrukt Symanzig het belang van een goede opvang in de vaksecties. Het is merkwaardig dat daar binnen het project inductie van Aantrekkelijker helemaal geen aandacht voor is. Harm de Vreng begon in september als leraar natuurkunde. Twee jaar geleden was zijn echte start als leraar. Ik begon op een heel kleine school en vormde daar in mijn eentje de sectie natuurkunde. Het is erg lastig als je alles alleen uit moet zoeken en hier op de Heemlanden ben ik nu gelukkig onderdeel van een sectie. Het is erg fijn om met vakcollega s over het werk te kunnen praten, hoe je de dingen organiseert en aanpakt. De begeleiders op De Heemlanden hanteren drie vormen van observatie in de klas. Symanzig: We kennen natuurlijk de traditionele observatie waarbij je achterin de klas zit en aantekeningen maakt, die dienen als basis van de nabespreking. Dan hebben we de mogelijkheid om een les op video op te nemen. Samen bekijken we dan na afloop een stuk uit de les, bijvoorbeeld de manier van instructie geven. Het is een heel intensieve vorm en soms ook confronterend omdat je jezelf ziet. Tenslotte kennen we een vorm waarbij we samen voorin de klas zijn en waarbij je als begeleider direct feedback kan geven op wat de startende collega doet. Dat is heel effectief, omdat het mogelijk is om tijdens de les de aanpak bij te stellen. In de werkgroep Inductie van het project heb ik gehoord dat wij de enige school zijn die dit doen. Op een volgende bijeenkomst ga ik er iets over vertellen, want er is wel belangstelling voor.

7. Vreng waardeert de intensieve begeleiding, want volgens hem zijn de eerste jaren voor een beginnende docent behoorlijk pittig. Ik heb in mijn eerste jaar ook wel eens gedacht is dit het me wel waard. Doordat ik op een kleine school werkte waar iedereen elkaar kent, heb ik het vol kunnen houden, maar het kostte erg veel energie. Door de begeleiding heeft Vreng onder andere geleerd hoe belangrijk het is om in de lessen een duidelijke structuur te bieden. Ik kan soms de neiging hebben te veel in te gaan op de vragen van een paar leerlingen die erg enthousiast zijn en ik merk dan dat de minder geïnteresseerde leerlingen daardoor soms afhaken. Ik zoek daarin nog wel naar het juiste evenwicht. De begeleiding is vooral gericht op de pedagogisch-didactische ontwikkeling van de startende docenten. Dat is echter niet het enige. Symanzig: Het is ook belangrijk dat een beginnende docent op de hoogte is van allerlei praktisch zaken en stap voor stap z n plekje in de school kan veroveren. Binnen een team van 140 collega s is dat niet altijd makkelijk. Daarom organiseren we elke maand een inhoudelijke workshop waar je collega s van buiten de eigen sectie ontmoet. Ook Vreng vindt dat inductie meer is dan een goede pedagogisch-didactische begeleiding. We hebben in de laatste week van de zomervakantie een bijeenkomst gehad en allerlei praktische zaken doorgenomen. Dat was fijn, want je bent geneigd om je over van alles en nog wat zorgen te maken. Een eerste schooldag is iets meer ontspannen als je bij wijze van spreken weet waar het koffiezetapparaat staat.

8. Presentatie resultaten PEDAC Henk Roelfsema, onderzoeker bij het kenniscentrum datafeedback voor het lectoraat geletterdheid, hoopt dat de wetenschappelijke ondersteuning scholen zal helpen het inductiebeleid meer dan voorheen af te stemmen op betrouwbare data en datgene wat daadwerkelijk effect heeft. Roelfsema: Vorige jaren zijn de scholen al bezig geweest met het verbeteren van hun inductietraject op basis van uitwisseling van praktijkervaringen. Vanuit onderzoek kunnen we daarin een bijdrage leveren door aan te geven waaraan een goed inductietraject moet voldoen. hebben vorig jaar hun activiteiten met behulp van een matrix in beeld gebracht. Nu zijn we bezig deze matrix zodanig te toetsen en te bewerken dat deze een betrouwbaar beeld geeft van de ontwikkeling van het inductietraject op schoolniveau. Het komende jaar is de focus vooral gericht op het inzetten van een aantal instrumenten waarmee de ontwikkeling in de pedagogisch-didactische vaardigheden van docenten in beeld wordt gebracht. Dat is allereerst het PEDAC-formulier, dat door de docentcoach op basis van lesobservaties wordt ingevuld. Roelfsema: Docenten bereiken pas na ongeveer vijftien jaar de top van hun pedagogisch-didactische bekwaamheid. Beginnende docenten hebben daarin dus een achterstand en het is essentieel ze gericht te ondersteunen om te voorkomen dat ze voortijdig van school vertrekken. Het instrument geeft een opbouw in de complexiteit van vaardigheden en daardoor kan de begeleiding aansluiten bij het ontwikkelingsniveau van de docent. Steeds meer onderzoek ondersteunt de aanname dat deze manier van werken het ontwikkelingsproces van docenten kan versnellen. Het PEDAC-formulier helpt de docentcoach de ontwikkeling van de startende docent betrouwbaar in beeld te brengen, zijn of haar zone van naaste ontwikkeling te bepalen en op grond daarvan de ontwikkelpunten te selecteren. Het zijn niet alleen de observaties van de coaches die ertoe doen. Daarom wordt op dit moment een leerlingversie van het PEDAC-formulier ontwikkeld. Daarmee kunnen ook leerlingen aangeven hoe zij de pedagogisch-didactische kwaliteit van de docenten ervaren. Steeds meer scholen werken met leerlingenquêtes en de koppeling van beide instrumenten geeft een betrouwbaarder beeld van de ontwikkeling van docenten. Roelfsema: Natuurlijk zijn ook de ervaringen van de beginnende docenten zelf van belang en daarom maken we gebruik van een self-efficacy-lijst, die door de beginnende docent wordt ingevuld. Deze lijst brengt de ontwikkeling en de begeleiding in beeld vanuit het perspectief van de docent. Het uiteindelijke doel is volgens Roelfsema een effectief inductietraject dat ook als zodanig door de beginnende docenten wordt ervaren. Roelfsema: Inductie is niet alleen bedoeld om beginnende docenten de noodzakelijke begeleiding te bieden. Het zorgt er ook voor dat goede docenten voor de school blijven behouden. De ervaring leert namelijk dat vakbekwame docenten eerder vertrekken als de begeleiding op een school te wensen overlaat.

9. Brede samenwerking versterkt inductie Afgelopen september startten de universitaire lerarenopleidingen onder de naam Begeleiding Starende Leraren een inductietraject. Het Ministerie van OCW stelde 100 miljoen beschikbaar om het dreigende lerarentekort te bestrijden en een vijfde daarvan is bestemd voor de begeleiding van starters. Ook volgend jaar en het jaar daarop kunnen scholen aan het project deelnemen. Uiteindelijk streeft het ministerie naar een deelname van tachtig procent van de scholen. In de regio Utrecht liep er al een inductietraject als een van de deelprojecten van Aantrekkelijker. De Universiteit Utrecht, die als penvoerder optreedt, heeft de projectaanvraag samen met de HU en de scholen gedaan. Vanuit het project Begeleiding Startende Leraren en het inductieproject van Aantrekkelijke scholen is naar samenwerking gezocht. In de stuurgroep van het project zitten vertegenwoordigers van alle partijen. Ook in de uitvoering wordt zoveel mogelijk gezocht naar samenwerking en een voor de scholen herkenbare aanpak. Zo gebruiken beide projecten hetzelfde in Groningen ontwikkelde instrument om de pedagogisch-didactische ontwikkeling van de startende leraren in beeld te brengen. De Rijksuniversiteit Groningen noemt het instrument ICALT en binnen Aantrekkelijker wordt gesproken van het PEDAC-instrument. Een medewerkster van de HU is sinds dit jaar werkzaam voor het lectoraat geletterdheid dat de wetenschappelijke ondersteuning voor het deelproject inductie van Aantrekkelijker verzorgt. Zij is vanaf september 2014 ook werkzaam bij het project Begeleiding Startende Leraren (Dit artikel kwam tot stand met medewerking van Jeroen Koffijberg van het Ministerie van OCW.)

10. Ko Melief van de Universiteit Utrecht coördineert BSL-Utrecht. Melief: Op de deelnemende scholen worden de starters gedurende drie jaar geobserveerd met het genoemde instrument, zodat duidelijk wordt hoe effectief het inductie-arrangement is dat de scholen bieden. Vanuit eerder onderzoek is een aantal vereisten bekend: er moet tijd zijn om te observeren en feedback te geven, de observatie moet systematisch gebeuren, startende leraren hebben een coach, enzovoort. In de elf scholen die op dit moment deelnemen zijn schoolontwikkelteams geformeerd waarin onder andere de schoolleiding en de schoolopleider zitting hebben. Het is de taak van deze groep een goed inductie-arrangement te bieden, de lesobservaties te organiseren, het beleid in kaart te brengen en de starters te ondersteunen met inhoudelijke bijeenkomsten. Vanuit het project organiseren we onder andere professionalisering van de schoolopleiders, masterclasses voor starters en de begeleiders en onlangs hebben we besloten om bijeenkomsten te organiseren voor groepen van vijf tot zes scholen. Inductie wordt vrijwel altijd geassocieerd met de uitval van beginnende leraren die niet goed worden begeleid. Er zijn echter meer redenen om inductie serieus te nemen. Melief: De scholen in de regio hier ervaren de uitval van leraren over het algemeen niet als een groot probleem. Er is echter sprake van een grijze golf van oudere leraren die de komende jaren het onderwijs verlaten. Dan verdwijnt er heel veel deskundigheid uit de scholen. Daarom is het van groot belang de jonge generatie leraren eerder op een hoog vaardigheidsniveau te brengen.

11. IOMN breidt uit Dit schooljaar hebben opnieuw enthousiaste docenten zich aangesloten bij het netwerk IOMN, dat zich bezig houdt met ict-toepassingen in de lessen. In dit netwerk staat leren van en met elkaar centraal. Op dit moment wordt hard gewerkt aan de eigen website, die uit zal groeien tot een Utrechts platform voor professionele uitwisseling rond ict. Voor de komende maanden staan twee bijeenkomsten gepland, waar leden van het netwerk workshops geven over interessante nieuwe mogelijkheden van ict. Deze bijeenkomsten zijn gratis en toegankelijk voor alle docenten die in hun lessen meer willen doen met ict. 25 november 2014, 13.30-18.00 uurde Werkplaats, Bilthoven 13 januari 2015, 13.30-18.00 uura. Roland Holst College, Hilversum Colofon Deze AS Focus is een uitgave van het project Aantrekkelijker van het Platform Onderwijsarbeidsmarkt vo/mbo regio Utrecht. Hoofdredacteur: Manon Koldewijn Eindredacteur: Frans Weeber Contact: fransweeber@gmail.com Opmaak: The Goodplace