ANTWOORDEN HOOFDSTUK 5

Vergelijkbare documenten
Examen HAVO. Economie 1

Samenvatting door een scholier 1310 woorden 17 februari keer beoordeeld

Internationale handel H7 1. Internationale handel. Waarom importeren: Waar komt het vandaan?

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II

Planner hoofdstuk 1 invullen en kies voor leerroute A, B of C.. (minimaal paragraaf 1 t/m 4 maken) Geplande activiteiten van les 1 en 2 uitvoeren.

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Samenvatting Economie Internationale Handel

5,7. Samenvatting door een scholier 1664 woorden 2 januari keer beoordeeld 4.1

Antwoorden Economie Handel

Eindexamen economie havo I

Hoofdstuk 1: Waar produceren

Innovatie, modernisering, goede scholing - een land levert dan goede kwaliteit. Afnemers; goede verhouding prijs en kwaliteit

Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens?

Werken of vrije tijd?

Samenvatting Economie Lesbrief Internationale handel

Sectorwerkstuk Economie Economische crisis

Loonkosten per product omhoog - Prijzen omhoog - Internationale concurrentiepositie omlaag

1. natuurlijke omstandigheden. 2. loonkosten. 3. infrastructuur

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II

Eindexamen vwo economie 2014-I

5.1 Wie is er werkloos?

Eindexamen economie 1 havo 2008-I

Samenvatting Economie Hoofdstuk 4.1 t/m 4.6

Eindexamen economie havo I

Samenvatting Economie Internationale handel

Keuzeonderwerp. Keynesiaans model. Gesloten /open economie zonder/met overheid met arbeidsmarkt. fransetman.nl

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten?

wisselkoers Euro in Amerikaanse dollar 1,3644 Hoeveel dollar is 590?

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE MAANDAG 27 JUNI UUR

Valutamarkt. fransetman.nl

Samenvatting Economie Hoofdstuk 1 t/m 5, Arbeidsmarkt

Eindexamen economie pilot havo II

Samenvatting Economie Hoofdstuk 2

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2003-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2003-II

Eindexamen economie 1 havo I

Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen

Eindexamen economie vmbo gl/tl II

H1: Economie gaat over..

5.2 Wie is er werkloos?

7,5. Samenvatting door een scholier 1363 woorden 7 februari keer beoordeeld. Lesbrief: Arbeidsmarkt. Hoofdstuk 1: De arbeidsmarkt op

6,9. Samenvatting door een scholier 1762 woorden 21 februari keer beoordeeld. Arbeidsmarkt

Indexcijfer productie= indexcijfer werkgelegenheid x indexcijfer arbeidsproductiviteit 100

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I

Startkwalificatie Het minimale onderwijsniveau dat volgens de overheid nodig is om en baan te vinden. Het gaat dan om een diploma, havo, vwo of mbo.

Eindexamen economie 1 vwo 2008-I

Te weinig verschil Verschil tussen de hoogte van uitkeringen en loon is belangrijk. Het moet de moeite waard zijn om te gaan werken.

3 Bij deze korte ritten worden levende dieren vervoerd en producten die snel kunnen bederven. Die moeten snel op de plaats van bestemming zijn.

Begrippenlijst Economie Internationale Handel

Economie Pincode klas 4 vmbo-gt 6 e editie Samenvatting Hoofdstuk 4: Aan het werk! Exameneenheid: Arbeid en productie

Groep Wegingsfactor Prijsverandering Partieel prijsindexcijfer Woning 40% +10% 110 Voeding 30% -10% 90 Kleding 20% +20% 120 Diversen 10% +15% 115

Eindexamen economie 1 vwo 2007-I

Samenvatting Economie Hoofdstuk 9 en 10

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN:

Samenvatting door een scholier 1905 woorden 16 maart keer beoordeeld. Economie Hoofdstuk 4

Eindexamen vwo economie I

Eindexamen economie vwo I

Samenvatting Economie Lesbrief Arbeidsmarkt

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Bijlage VMBO-GL en TL

Eindexamen economie havo II

Samenvatting Economie Werk hoofstuk 1 t/m 3

ALGEMENE ECONOMIE /03

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie vwo II

Economie Pincode klas 3 vmbo-gt 6 e editie Samenvatting Hoofdstuk 5: Aan de slag! Exameneenheid: Arbeid en productie

Eindexamen economie 1-2 havo 2005-I

VAK: ECONOMIE METHODE: Pincode 3 VMBO kader 5 e editie KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week

Eindexamen economie 1 havo 2001-II

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend.

Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen

ECONOMIE. Begrippenlijst H5 VMBO-T2. PINCODE 5 e editie vmbo-kgt onderbouw. Bewerkt door D.R. Hendriks. Sint Ursula Scholengemeenschap, Horn

Aanpassingen lesbrieven havo

Samenvatting Economie Internationale Handel

Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I

Sectorwerkstuk Economie Inflatie

Examen HAVO en VHBO. Economie

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging

Samenvatting Economie Hoofdstuk 6

Eindexamen economie 1-2 vwo I

Produceren is het voortbrengen van goederen en diensten met behulp van productiefactoren van overheid en bedrijven

1)Waaruit bestaat de vraag op de Werkenden en arbeidsmarkt? (openstaande)vacatures. 2)Noem een ander woord voor Werkenden werkgelegenheid.

3.2 De omvang van de werkgelegenheid

Transcriptie:

ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 5 RONDKOMEN ANTWOORDEN HOOFDSTUK 5 TOETS 1 RONDKOMEN 1 Prioriteiten stellen. 2 B 3 2,55 + 2,80 = 5,35 4 52 27 : 12 + 95 : 2 + 40,50 : 3 + 25 = 203. 5 A 3; B 4; C 2; D 1. 6 C 7 720 + 315 + 285 + 180 = 1.500; 180 : 1.500 100 = 12%. 8 13.700 2.000 = 11.700 : 24 = 487,50. 9 Zij moest interen op haar spaargeld, want haar uitgaven ( 1.250) zijn hoger dan haar budgetten samen ( 250 + 350 + 400 + 150 = 1.150). 10 D 11 Tekort in april: 565 150 = 415. 12 Saldo overschotten eind april: 1.340 415 = 925. 13 D 14 825 175 200 325 100 = 25. 15 60 25 = 35. 16 D 17 Hij kan nu ook thuis internet (en andere toepassingen) gebruiken. 18 36 162,50 5.000 = 850. 19 Het budget voor haar vaste lasten en het spaarbedrag. 20 2.000 + 7% van 10.000 = 2.700 : 12 = 225. 21 D 22 Kleine kinderen. 23 1 en 2. 24 1 b; 2 c; 3 d; 4 a. TOETS 2 RONDKOMEN 1 D 2 D 3 Deze goederen worden maar één keer gebruikt. 4 5,15 + 4,60 = 9,75. 5 1, 3 en 5. 6 D 7 1.800 300 450 600 180 = 270 : 1.800 100 = 15%. 8 480 210 = 270 : 45 = 6 maanden. 9 530 110 300 45 45 75 = 45: Hij teert 45 in. 10 Totaal budgetten: 1.025; totaal uitgaven: 865; 1.025 865 = 160. 11 Er zijn ook maanden dat de werkelijke uitgaven hoger zijn dan de budgetten. 12 D 13 A 14 Bijv. besparingen dalen met 200 150 = 50; bezuinigen op de budgetten: 250 50 = 200. 15 Ze bezuinigt 70 op de persoonlijke uitgaven en spaart 50 minder. Ze moet nog 250 50 70 = 130 bezuinigen. Het budget voor de incidentele uitgaven wordt: 275 130 = 145. 16 B 17 36 300 9.000 = 1.800. 18 750 + 60 = 810. 19 250 35 = 215.

ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 5 RONDKOMEN 20 B 21 D 22 Studie kinderen. 23 A 24 1 d; 2 a; 3 b; 4 c.

ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 6 DE AMBTENAAR ANTWOORDEN HOOFDSTUK 6 TOETS 1 DE AMBTENAAR 1 1, 4, 5, 7, 8. 2 B 3 54 52 : 12 = 234 194,40 = 39,60. 4 B 5 B 6 B 7 Bijv. de zorg voor het milieu kost geld, tijd en moeite en veel bedrijven en consumenten hebben dat er niet voor over. 8 In 2003: 5.500 68 = 374.000; in 2007: 5.225 56 = 292.600; daling in procenten: 374.000 292.600 = 81.400 : 374.000 100 = 22%. 9 a 3; b 5; c 1; d 2; e 4. 10 A 11 1.800 : 100 25 = 450. 12 615 + 246 120 = 741. 13 D 14 B 15 Aantal inwoners met een baan: 240 + 2.400 + 9.360 = 12.000; in de particuliere sector werkt: 9.360 : 12.000 100 = 78%. 16 Bijv. de aanleg van een groot parkeerterrein met lage parkeertarieven. 17 C 18 99.000 75.000 = 24.000 : 100 20 = 4.800. 19 Percentage afdracht 2,35% + 31,15% = 33,5%; in euro s per maand: 14.191 : 100 33,5 = 4.753,99 : 12 = 396 (afgerond). 20 3, 4 en 6. 21 C 22 Bijv. de staatsschuld gaat omlaag, hierdoor dalen de uitgaven voor rente en aflossing, en ontstaat er meer ruimte voor andere uitgaven of voor een belastingverlaging. 23 272 miljard 241 miljard = 31 miljard. 24 1.200 miljoen : 100 4,25 = 51 miljoen rente per jaar. TOETS 2 DE AMBTENAAR 1 D 2 90 minuten : 7,5 0,30 = 3,60. 3 20.000 3,50 = 70.000 : 500.000 100 = 14%. 4 D 5 De maatschappelijke kosten gaan omlaag. 6 D 7 Bijv. ze letten meer op hun eigen kosten dan op de maatschappelijke kosten. 8 1.500.000 : 100 15 = 225.000 125.000 = 100.000. 9 A 10 D 11 1.680 : 100 5 = 84. 12 861 + 246 = 1.107. 13 A 14 D 15 240 + 900 = 1.140 inwoners. 16 1, 2 en 5. 17 1 d; 2 b; 3 c; 4 e; 5 a. 18 D

ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 6 DE AMBTENAAR 19 21% 6% = 15%; 35 : 100 15 = 5,25. 20 900.000 585.000 260.000 = 55.000 : 100 20 = 11.000. 21 D 22 A 23 230 miljard + 11 miljard = 241 miljard. 24 272 miljard 241 miljard = 31 miljard : 100 3,5 = 1,085 miljard ( 1.085 miljoen).

ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 7 DE ARBEIDSMARKT ANTWOORDEN HOOFDSTUK 7 TOETS 1 DE ARBEIDSMARKT 1 C 2 7.400.000 + 94.000 = 7.494.0000 arbeidsplaatsen. 3 30.000 : 2 + 600 = 15.600 inwoners. 4 C 5 A 6 Verborgen werkloosheid. 7 Regionale werkloosheid. 8 C 9 D 10 A 11 B en C 12 A, C, E, G, H 13 B en D 14 D 15 D 16 Er wordt minder gekocht, dan daalt de afzet van bedrijven. De productie daalt, de werkgelegenheid daalt en de werkloosheid stijgt. 17 Plaatje C. 18 Eén dag langer werken en negen dagen korter werken geeft twee vacatures van vier dagen. 19 Vier uur extra bedrijfstijd per dag geeft 4 5 12 = 240 extra uren per week. 240 : 40 = zes medewerkers. 20 3, 1, 2, 4, 5. 21 Een arbeidsovereenkomst. 22 Er moeten avond- en weekenddiensten gedaan worden. 23 Arbeidsvoorwaarden. 24 A TOETS 2 DE ARBEIDSMARKT 1 14 + 2 + 1 = 17 arbeidsplaatsen. 2 D 3 240.000 105.000 32.000 5.000 = 98.000 personen. 4 A 5 C 6 A 7 Bijv. buiten hun regio solliciteren naar een baan. 8 C 9 B 10 D 11 Bijv. hij heeft werkervaring opgedaan. 12 Van de mensen met een handicap heeft 63% geen baan (of 37% wel een baan), terwijl van de mensen zonder handicap 44% geen baan (56% wel een baan heeft). 13 Januari en februari. 14 C 15 De werkgelegenheid daalt, want vrachtvervoerders zullen hun containers liever via een goedkopere haven vervoeren. 16 C 17 De werkloosheid daalt.

ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 7 DE ARBEIDSMARKT 18 De bedrijfstijd wordt: 5 + 3 9 + 11 + 8 = 51 uur. Dat is 51 45 = 6 uur extra. 6 10 = 60 uur per week. 19 5, 6, 3, 2, 1, 5 20 C 21 Een flexibel roostersysteem en betaling volgens de horeca-cao. 22 De vakbonden en de werkgeversorganisatie. 23 1.250 : 100 1,5 = 18,75 12 = 225 + 225 : 100 8 = 243. 24 De cao-lonen gelden voor alle chauffeurs.

ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 8 HET BUITENLAND ANTWOORDEN HOOFDSTUK 8 TOETS 1 HET BUITENLAND 1 Er ontstaat meer werkgelegenheid. 2 C en D 3 Bij de handel tussen de landen van de eurozone hoeven geen euro s gewisseld te worden. Ook: binnen de EU worden geen invoerrechten geheven. 4 655 35 = 620; 287.000 620 246.000 655 = 16.810.000. 5 B 6 Protectie. 7 1.000 4,10 = 4.100 : 100 14 = 574. 8 De consumenten in de Europese Unie. 9 Bijv. er is weinig industrie. 10 B, D en F 11 Rente: 20 miljoen : 100 5 = 1 miljoen; aflossing: 20 miljoen : 20 = 1 miljoen; bij elkaar: 1 miljoen + 1 miljoen = 2 miljoen. 12 In guarani s 180 miljoen : 12 = 15 miljoen; in euro s 15.000.000 : 1.000 = 15.000 0,015 = 225. 13 A 14 Internationale arbeidsverdeling. 15 Bijv. om de werkgelegenheid in de koperverwerkende bedrijven in eigen land te beschermen. 16 0,64 0,55 = 0,09 1.000 50 = 4.500. 17 C 18 De infrastructuur is veel geschikter voor de export. Ook: de koopkracht van de bevolking is er hoger. 19 1 b; 2 c; 3 a. 20 Een multinational. 21 562 49 = 513. 22 a 3; b 1; c 2. 23 Bijv. een langzame aflossing, een laag rentepercentage. 24 D TOETS 2 HET BUITENLAND 1 C en D 2 De geïmporteerde grondstoffen worden doorgaans in Nederland verwerkt tot eindproducten. 3 Bijv. hij hoeft geen vreemd geld te wisselen bij de bank, want hij kan met euro s betalen. 4 248 mld + 62 mld = 310 mld; 248 mld : 310 mld 100 = 80%. 5 B 6 Vrijhandel. 7 Zij willen de (werkgelegenheid in de) eigen schoenindustrie beschermen. 8 29,75 17,50 = 12,25 : 17,50 100 = 70%. 9 A 10 A, C en F 11 Bijv. de overheid heeft na de betaling van de rente en aflossing te weinig geld voor de import van noodzakelijke producten zoals geneesmiddelen en kapitaalgoederen. 12 3.750 0,023 12 = 1.035. 13 Internationale arbeidsverdeling. 14 D 15 Bijv. als de prijs van het exportproduct daalt. 16 A

ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 8 HET BUITENLAND 17 31 miljard : 100 25,1 = 7.781 miljoen. 18 D 19 Bijv. de bedrijven en mensen in Somalië verdienen te weinig om (meer) belasting te betalen. 20 A en C 21 562 285 = 277. 22 1 d; 2 c. 23 6% 2,5% = 3,5%; 20 miljoen : 100 3,5 = 0,7 miljoen. 24 A