Handboek Dataverzameling



Vergelijkbare documenten
Indicatorensets Meetbaar Beter

Indicatorensets Meetbaar Beter

Definitieboek Meetbaar Beter

Handboek Dataverzameling: Asymptomatisch aortakleplijden

CORONAIRLIJDEN. Hiërarchie gecombineerd voor Coronairlijden

MANUAL. Dataverzameling Meetbaar Beter. Atriumfibrilleren. Manual dataverzameling Meetbaar Beter - Atriumfibrilleren versie 16 mei

5.4. Atriumfibrilleren

6ATRIUMFIBRILLEREN. Hiërarchie gecombineerd voor Atriumfibrilleren

5.3. Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden

Handboek Dataverzameling

GECOMBINEERD AORTAKLEPLIJDEN EN 5CORONAIRLIJDEN

AORTAKLEPLIJDEN. Hiërarchie gecombineerd voor Aortakleplijden

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting

MANUAL. Dataverzameling Meetbaar Beter. Aortakleplijden. Manual dataverzameling Meetbaar Beter Aortakleplijden versie 16 mei

5-jaars Follow-up van de FAME studie

Handboek Dataverzameling

Gender differences in heart disease. Dr Danny Schoors

Zorgpad Atriumfibrilleren (AF)

Peer Review. Hartrevalidatie

Aortadissecties. Wie A zegt. H.P. Lok, cardio-thoracale chirurgie OLVG

Inhoud. Verpleegkunde Cardiologie. Symptomen. Diagnose. Verpleegkunde Cardiologie 1. Indeling New York Heart Association (NYHA)

Prof. dr. F. C. Visser Cardioloog Erasmus Medisch Centrum. Electrocardiografische & fysiologische veranderingen tijdens inspanning

ACUTE CORONAIRE SYNDROMEN

Factsheet Indicatoren Acute en Electieve PCI registratie (NHR) Versie:

TAVI (Un) limited. transcatheter aorta valve implantation. NVVC 1 April Anjo van Staaveren Verpleegkundig specialist TAVI team

Belangrijke Veiligheidsinformatie over EFIENT (prasugrel)

Hierbij gaat voor de delegaties document D043528/02 Annex.

Atriumfibrilleren, je zou er hartkloppingen van krijgen!

Factsheet Indicatoren Bariatrische Chirurgie (DATO) 2016

Troponine bij ACS in 1 e en 2 e lijn. Tom van Loenhout interventiecardioloog Ede - Arnhem

Nieuwe guidelines voor preventie. Cardio 2013 Johan Vaes

Nederlandse samenvatting

Factsheet Indicatoren Bariatrische Chirurgie (DATO) Start registratie: 2014

Obesitas bij ortopedische ingrepen: challenge of contra-indicatie? Co-assistent: Philippe Leire Promotor: Dr. A. Kumar

Meetbaar Beter Boek Deelnemende hartcentra 2014

Acute behandeling van atriumfibrilleren en atriumflutter. Ad Oomen Cardioloog Amphia Ziekenhuis

Handleiding NHR data-aanlevering DOTTERCENTRA - PCI. Definitief / 20 juni 2018 / versie

casus presentatie Rob Roudijk, Keuzecoschap intensive care

Thoracale pijn:het acute coronaire syndroom. Marielle Eefting-Koper Interventiecardioloog

Minimaal invasieve aortaklepchirurgie NVHVV Het hart in handen, van klein tot groot

Bloedingen onder antitrombotische medicatie

Behandeling van atrium fibrilleren op de IC. Mirjam Wikkerink, ANIOS IC

CASE REPORT FORM. (1) Bronovo (2) MCH (3) Haga Ziekenhuis (4) LUMC (5) Maasstad zks (6) Lucas Andreas (7) St. Antonius Nieuwegein.

Hartkatheterisatie, dotter of omleidingen

Duitsland 1,7 miljoen patiënten met hartfalen 2. Europa 6,5 miljoen patiënten met hartfalen 3. VS 5,1 miljoen patiënten met hartfalen 1

Symptomen bij hartfalen 24 november M. Aertsen Verpleegkundig specialist hartfalen Diakonessenhuis Utrecht/Zeist

Samenvatting en conclusies

Staken antihypertensiva bij ouderen. Groot Haags Geriatrie Referaat oktober 2016 Marielle Hofman, aios geriatrie

Nieuwe Richtlijn Herseninfarct en Hersenbloeding: wat verandert er in de zorg vanuit neurologisch perspectief?

CRF. Ladies trial. Randomisatienummer

Chronisch Atriumfibrilleren

Versie juni

Hart: ischemie en kleppen. Prof. Paul Herijgers

Triage van pijn op de borst en uitsluiten van een ACS in de ambulancezorg door middel van de HEART-score en het high sensitive Troponine T

ACUUT CORONAIR SYNDROOM

Samenvatting, Conclusies en Toekomstperspectief

Ventrikelstorm. Hoe zorg je dat de storm gaat liggen. J.G. van der Hoeven

Disclosure belangenverstrengeling voor de sprekers van de AZO scholingsavond

CEL Indicatorenset DM

Rapid Access Raadpleging. Prof. dr. C. Vrints Diensthoofd cardiologie UZA

BIJLAGE 2: DEFINITIES Postoperatieve wondinfecties Module incidentie surveillance Postoperatieve wondinfecties PREZIES versie: 2019

Hartfalen. Duo-avonden Jaco Houtgraaf, cardioloog

Inspanningsgerelateerde hypertensie: geruststellend of onheilspellend? Dr. Joost H.W. Rutten Internist-vasculair geneeskundige

Programma. Atriumfibrilleren (AF) Ketenzorg. Welkom en inleiding NHG standaard AF. Hoofdbehandelaar 1 e en 2 e lijn 2014

Factsheet Indicatoren CVA (CVAB) 2016

Jan G Grandjean. Cardiothoracaal Chirurg

Factsheet Indicatoren CVA (CVAB) 2017 Versie: 2017 Registratie gestart: 2014

Perioperatieve Cardiale Complicaties. BJ Amsel 12 januari 2008

Behandeling van Voorkamerfibrillatie anno 2014 Dr Peter Geelen

Factsheet Indicatoren Bariatrische chirurgie (DATO) 2016

Claudicatio intermittens

Hypertensieve Crisis de nieuwe richtlijn

Appendix 2. Nederlandse samenvatting. Jeroen Slikkerveer

Syncope met betrekking tot cardiologie

Verplichte indicatoren die moeten worden aangeleverd aan Zorginstituut Nederland

Nederlandse Samenvatting

Case Record Form (CRF)

Volumenormen cardiologie 2016

Chapter 8. Samenvatting en conclusie

Classificatie Post-Operatieve Pancreas Fistel (POPF) vanaf 2016

Transcriptie:

Handboek Dataverzameling 2015

Versie: 20153 Datum: 30 maart 2015 Voor informatie neem contact op met: Saskia Houterman Manager Datamanagement Marloes Marteijn Business Analyst Stichting Meetbaar Beter Postbus 1350 5602 ZA Eindhoven E: saskiahouterman@meetbaarbetercom T: 040 2396525 I: wwwmeetbaarbetercom 2015 Stichting Meetbaar Beter Dit is een handboek van de stichting Meetbaar Beter De stichting stelt zich tot doel het bijdragen aan de verdere verbetering van de kwaliteit van zorg voor hartpatiënten door het ontwikkelen, verspreiden en implementeren van een kwaliteitssysteem op basis van patiëntrelevante uitkomstindicatoren Foto voorkant: Amphia Ziekenhuis 2

Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 2 Definities 7 3 Coronairlijden 19 31 Geconsolideerd coronairlijden 19 32 Coronaire bypasschirurgie (CABG) 19 321 Definitie 19 322 Uitkomstindicatoren 19 323 Initiële condities 21 33 Percutane coronaire interventie (PCI) 21 331 Definitie 21 332 Uitkomstindicatoren 21 333 Initiële condities 22 34 Conservatieve behandeling 24 341 Definitie 24 342 Uitkomstindicatoren 24 343 Initiële condities 25 4 Aortakleplijden 26 41 Geconsolideerd aortakleplijden 26 42 Aortaklepvervanging (AVR) 26 421 Definitie 26 422 Uitkomstindicatoren 27 423 Initiële condities 28 43 Transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) 29 431 Definitie 29 432 Uitkomstindicatoren 29 433 Initiële condities 30 44 Conservatieve behandeling 31 441 Definitie 31 442 Uitkomstindicatoren 31 443 Initiële condities 32 5 Gecombineerd coronairlijden en aortakleplijden 33 51 CABG + AVR 33 511 Definitie 33 512 Uitkomstindicatoren 33 513 Initiële condities 34 6 Atriumfibrilleren 35 61 Geconsolideerd atriumfibrilleren 35 62 Katheter pulmonaal venen isolatie 35 621 Definitie 35 622 Uitkomstindicatoren 35 623 Initiële condities 37 63 Minimaal invasieve chirurgische pulmonaal venen isolatie 38 631 Definitie 38 632 Uitkomstindicatoren 38 633 Initiële condities 39 3

7 Codeboek 41 71 Coronairlijden 41 711 Coronaire bypasschirurgie (CABG) 41 712 Percutane coronaire interventie (PCI) 44 713 Conservatieve behandeling 48 72 Aortakleplijden 51 721 Aortaklepvervanging (AVR) 51 722 Transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) 54 723 Conservatieve behandeling 57 73 Gecombineerd coronairlijden en aortakleplijden 59 731 CABG + AVR 59 74 Atriumfibrilleren 61 741 Katheter pulmonaal venen isolatie 61 742 Minimaal invasieve chirurgische pulmonaal venen isolatie 64 8 Overzicht wijzigingen 66 Bijlage: Bijdrage handboek 81 4

1 Inleiding 1 Inleiding Achtergrond Meetbaar Beter is een wetenschappelijk onderbouwd programma dat met behulp van patiëntrelevante uitkomstindicatoren op een arts gedreven én patiëntgerichte manier werkt aan de verbetering van kwaliteit en transparantie van zorg in de deelnemende hartcentra en interventiecentra zonder cardiochirurgie (IZC) Binnen Meetbaar Beter worden de voor de patiënt meest relevante uitkomstindicatoren aan de hand van een evidence based methodologie geselecteerd (Value Based Healthcare (VBHC) theorie) De gemeten resultaten worden volledig transparant gecommuniceerd De inzichten in de resultaten van zorg die hierdoor verkregen worden, bieden de basis voor kwaliteits en verbetercycli op basis van deze uitkomstindicatoren Medische condities Voor patiënten met de medische condities coronairlijden, aortakleplijden, gecombineerd coronairlijden en aortakleplijden, en atriumfibrilleren zijn uitkomstindicatoren geselecteerd Alle medische condities, medische behandelingen en uitkomstindicatoren zijn voorzien van een concrete definitie Omdat de resultaten van zorg niet alleen bepaald worden door de kwaliteit van de behandeling, maar ook door de gezondheidstoestand van de patiënt vóór de behandeling, zijn naast de uitkomstindicatoren ook de meest belangrijke initiële condities geselecteerd voor de betreffende patiëntgroepen Deze initiële condities maken het mogelijk meer specifiek inzicht te krijgen in de resultaten van zorg Ook de initiële condities zijn van een concrete definitie voorzien Generieke regels dataverzameling Er geldt een aantal generieke regels voor alle medische condities: 1 De follow up start op het moment van de interventie, cq start conservatieve behandeling 2 Gedurende de gehele follow up blijft de patiënt in eenzelfde cohort, tenzij er een specifieke uitzondering geldt zoals bij de specifieke interventie/behandeling staat beschreven Ondergaat een patiënt een andere interventie/behandeling die buiten het huidige cohort valt, dan start ook voor die interventie/behandeling de follow up in het andere cohort De follow up gaat dan door in beide cohorten (tenzij er een specifieke uitzondering geldt, zoals bij de specifieke interventie/behandeling staat beschreven) 4 Ondergaat de patiënt in een cohort voor de tweede keer een zelfde interventie, dan wordt dat geteld als reïnterventie (tenzij er een specifieke uitzondering geldt zoals bij de specifieke interventie staat beschreven) en start de follow up niet opnieuw Eventuele uitkomsten worden toegerekend aan de eerste interventie 5 Per uitkomstindicator kan een event maar één keer voorkomen per patiënt, waarbij het eerst opgetreden event telt binnen die betreffende uitkomstindicator Dataverzameling In 2013 is de stichting Meetbaar Beter opgericht Deelnemende hartcentra en interventiecentra zonder cardiochirurgie organiseren allen vanuit het eigen ziekenhuis de dataverzameling en zijn hier zelf verantwoordelijk voor Vanuit de stichting Meetbaar Beter wordt een standaard Excel bestand aangeleverd waarin de gegevens voor de verschillende uitkomstindicatoren en initiële condities voor de betreffende medische behandeling verzameld kunnen worden Ook kan gebruik gemaakt worden van een elektronisch CRF dat speciaal gebouwd is voor deze studie middels het datamanagementprogramma GLEAN Op deze manier wordt gewaarborgd dat alle gegevens in het gewenste format worden aangeleverd 5

1 Inleiding Leeswijzer In dit handboek vindt u alle gegevens betreffende de dataverzameling voor Meetbaar Beter In hoofdstuk 2 staan alle definities die generiek binnen Meetbaar Beter gehanteerd worden In hoofdstuk 3 t/m 6 worden per medische conditie de geselecteerde uitkomstindicatoren en initiële condities weergegeven die voor de betreffende medische behandelingen verzameld dienen te worden Elk hoofdstuk is zo opgebouwd dat eerst de inclusiecriteria van de medische conditie worden weergegeven, gevolgd door een definitie van de medische behandeling, vervolgens de uitkomstindicatoren genoemd worden en tot slot de initiële condities In hoofdstuk 7 is er per medische behandeling een codeboek opgenomen (deze variabele namen zijn gelijk aan die in de Excel bestanden gehanteerd worden) In hoofdstuk 8 wordt een overzicht gegeven van alle wijzigingen die doorgevoerd zijn in deze nieuwste versie van het handboek ten opzichte van de eerdere versie van de aparte manuals die op 16 mei 2014 verschenen zijn Tenslotte wordt in de bijlage een overzicht gegeven van de outcomes teams, de medisch experts en het programma team die hebben meegewerkt aan de totstandkoming en verbetering van de indicatorensets Via de website wwwmeetbaarbetercom is tevens een totaal overzicht van de indicatorensets beschikbaar gesteld met daarin alle uitkomstindicatoren en initiële condities, uitgesplitst naar de medische condities en behandelingen met daarbij de gehanteerde definities Vanwege de aansluiting van de interventiecentra zonder cardiochirurgie moet geregistreerd worden in welk ziekenhuis de interventie cq de behandeling heeft plaatsgevonden (variabele ziekenhuis), welk ziekenhuis de patiënt heeft verwezen (variabele ziekenhuis_verwezen) en met welk hartcentrum de hartteam bespreking heeft plaatsgevonden (variabele ziekenhuis_hartteam) Indien een hartteam bespreking binnen een hartcentrum, dus zonder deelname van een interventiecentrum zonder cardiochirurgie, heeft plaatsgevonden, dan is het ziekenhuis waar de interventie heeft plaatsgevonden hetzelfde als het ziekenhuis waar de hartteam bespreking heeft plaatsgevonden Bijvoorbeeld: 1) voor een patiënt die een PCI ondergaat in een interventiecentrum zonder cardiochirurgie (IZC) wordt bij ziekenhuis het betreffende IZC geregistreerd en bij ziekenhuis_hartteam dient het hartcentrum geregistreerd te worden waarmee de patiënt in het hartteam besproken wordt; 2) voor een patiënt die een PCI ondergaat in een hartcentrum en binnen dat hartcentrum besproken is, dient voor zowel ziekenhuis als ziekenhuis_hartteam hetzelfde hartcentrum geregistreerd te worden, en 3) voor een patiënt die na bespreking in het gezamenlijke hartteam van het hartcentrum en het IZC verwezen wordt vanuit een IZC naar een hartcentrum en daar een PCI ondergaat, wordt bij ziekenhuis het betreffende hartcentrum geregistreerd, bij ziekenhuis_hartteam het betreffende hartcentrum waarmee de hartteam bespreking heeft plaatsgevonden en bij ziekenhuis_verwezen dient het IZC geregistreerd te worden 6

2 Definities 2 Definities Het is belangrijk dat alle aangesloten ziekenhuizen een uniforme definitie hanteren voor alle geselecteerde uitkomstindicatoren en initiële condities Daarbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij de definities die gehanteerd worden in (inter)nationale vooraanstaande bronnen Hierbij is de volgende prioritering aangehouden: I Nationale bronnen (richtlijnen, beroepsverenigingen (NVVC, NVT) II Europese bronnen (European Society for Cardiology (wwwescardioorg)) III Internationale bronnen (Amerikaanse verenigingen en/of registraties) In dit hoofdstuk worden alle algemene definities (in alfabetische volgorde) gepresenteerd die binnen Meetbaar Beter bij de verschillende medische condities gehanteerd worden Anti aritmica (AAD) Anti aritmica (in het Engels anti arrhythmic drugs AAD) zijn geneesmiddelen welke antiaritmische eigenschappen hebben en daarom gebruikt worden in de behandeling van ritmestoornissen, zoals atriumfibrilleren AAD s worden onderverdeeld in 4 verschillende klassen naar Vaughan Williams, gebaseerd op hun werkingsmechanisme Klasse I: membraanstabiliserende middelen (quinidine, procainamide, disopyramide en flecainide) Klasse II: bèta receptor blokkerende sympathicomimetica (beta blokkers) Klasse III: actiepotentiaalverlengende middelen (amiodaron, ibutilide, sotalol) Klasse IV: calciuminstroom remmende medicatie (calcium blokkers diltiazem en verapamil) = Belangrijk: bèta blokkers uit klasse II en anti aritmica uit klasse IV volgens Vaughan Williams worden bij de behandeling van atriumfibrilleren niet beschouwd als een antiaritmicum Gebruik van bèta blokkers na zowel een katheter PVI als chirurgische PVI wordt daarom niet beschouwd als gebruik van een AAD (bèta blokkers zijn klasse II AAD volgens de Vaughan Williams classificatie maar worden binnen de elektrofysiologie niet als zodanig beschouwd) Bronvermelding: Vaughan Williams EM Classification of antidysrhythmic drugs Pharmacol Ther B 1975; 1: 115 138 Farmacotherapeutisch kompas (wwwfkcvznl) Atriumfibrilleren Betreft een ritmestoornis welke gekenmerkt wordt door: 1 Irregulair RR interval (zonder de aanwezigheid van een repetitief patroon), en 2 Afwezigheid van P golven op het oppervlakte ECG, en 3 Variabele atriale cycluslengte (indien zichtbaar) en wordt op grond van de tijdsduur ingedeeld in volgende types: Eerste episode van atriumfibrilleren: elke patiënt die zich voor het eerst presenteert met de diagnose atriumfibrilleren, ongeacht de duur en/of aanwezigheid van symptomen en die geen eerdere katheter of chirurgische PVI heeft ondergaan Paroxysmaal atriumfibrilleren: het voorkomen van meer dan één episode van atriumfibrilleren welke spontaan beëindigt binnen 7 dagen ( 7 dagen) 7

2 Definities Bloeding Persisterend atriumfibrilleren: het persisteren van atriumfibrilleren meer dan 7 dagen en korter dan 1 jaar (7 dagen < atriumfibrilleren < 365 dagen); ook een elektrische of farmacologische cardioversie binnen 7 dagen (< 7 dagen) wordt als persisterend geclassificeerd Langdurig persisterend: atriumfibrilleren bestaat sinds 1 jaar ( 365 dagen) of langer op het moment dat een ritmecontrole strategie wordt toegepast Permanent atriumfibrilleren: atriumfibrilleren bestaat sinds 1 jaar ( 365 dagen) of langer en wordt door patiënt en arts geaccepteerd Er wordt geen poging tot cardioversie (meer) ondernomen Bronvermelding: Camm AJ, Kirchhof P, Lip GY et al Guidelines for the management of atrial fibrillation: the task force for the management of atrial fibrillation of the European Society of Cardiology Eur Heart J 2010; 31: 2369 2429 PMID 20801924 Calkins H, Kuck KH, Cappato R et al 2012 HRS/EHRA/ECAS expert consensus statement on catheter and surgical ablation of atrial fibrillation: recommendations for patient selection, procedural techniques, patient management and follow up, definitions, endpoints and research trial design Heart Rhythm 2012; 9: 632 696 PMID 22386883 Bloedingen worden naar gelang hun ernst ingedeeld volgens de gestandaardiseerde Bleeding Academic Research Consortium (BARC) classificatie De volgende categorieën worden onderscheiden: BARC type 1: bloeding waarvoor patiënt geen medische hulp zoekt en welke geen verdere actie, follow up of behandeling behoeft Voor Meetbaar Beter worden enkel bloedingen geregistreerd vanaf BARC type 2 BARC type 2: elke zichtbare bloeding die niet in categorie 3 tot en met 5 valt, maar wel voldoet aan tenminste één van volgende criteria: vereist niet chirurgische, medische behandeling door een zorgverlener, en/of leidt tot ziekenhuisopname of extra behandeling, en/of vereist medische nazorg of evaluatie BARC type 3a: elke zichtbare bloeding gepaard gaande met 2 tot 3 mmol/l hemoglobine daling en/of bloedtransfusie BARC type 3b: elke zichtbare bloeding gepaard gaande met 3 mmol/l hemoglobine daling en/of harttamponade en/of bloeding die chirurgische interventie vereist (uitgezonderd tanden, neus, huid en hemorroïden) en/of toediening van vasoactieve intraveneuze medicatie BARC type 3c: intracraniële bloeding (uitgezonderd microbloeding of hemorragische transformatie) en/of intra oculaire bloeding BARC type 4: CABG gerelateerde bloeding met ofwel peri operatieve intracraniële bloeding binnen 48h en/of re sternotomie voor hemostase en/of transfusie 5 eenheden volbloed of packed cells binnen 48h en/of thoraxdrainproductie 2l binnen 24h BARC type 5a: waarschijnlijk fatale bloeding zonder bevestiging bij autopsie of beeldvorming BARC type 5b: bewezen fatale bloeding door middel van autopsie of beeldvorming Bronvermelding: Mehran R, Rao SV, Bhatt DL et al Standardized bleeding definitions for cardiovascular clinical trials: a consensus report from the Bleeding Academic Research Consortium Circulation 2011; 123: 2736 2747 PMID 21670242 8

2 Definities Cardiale tamponade De aanwezigheid van >5 mm pericardvocht al dan niet met klinische (CVD verhoging, pulsus paradoxus, hypotensie) en/of echocardiografische (wijde, niet collaberende vena cava inferior, diastolische collaps van rechter atrium en/of ventrikel, >25% respiratoire variatie in mitralisklep inflowpatroon, >50% variatie in tricuspidalisklep inflow patroon) tekenen van tamponade Het betreft een cardiale tamponade als een interventie (drainage) noodzakelijk is Bronvermelding: Maisch B, Seferovic PM, Ristic AD et al Guidelines on the diagnosis and management of pericardial disease executive summary Eur Heart J 2004; 25: 587 610 PMID 15120056 CHA 2 DS 2 VASc score Stratificatiescore op een schaal van 0 tot en met 9, gebaseerd op leeftijd, geslacht en het voorkomen van hartfalen, hypertensie, diabetes, cerebrovasculair accident en vaatlijden De score geeft een inschatting van het risico op trombo embolische complicaties bij atriumfibrilleren Risicofactor Score C Congestief hartfalen/linker kamer dysfunctie 1 H Hypertensie 1 A 2 Leeftijd 75 jaar 2 D Diabetes mellitus 1 S 2 CVA/TIA/trombo embolie 2 V Vaatlijden 1 A Leeftijd 65 74 jaar 1 Sc Vrouwelijk geslacht 1 Bij het tot stand komen van deze stratificatiescore werd uitgegaan van de volgende definities: Hartfalen: aanwezigheid van tekenen of symptomen van ofwel rechter (verhoogde centraal veneuze druk, hepatomegalie, oedeem) ofwel linker (inspanningsafhankelijke kortademigheid, hoesten, vermoeidheid, orthopnoe, paroxysmale nachtelijke dyspnoe (als orthopnoe dan ook dyspnoe), cardiomegalie, crepitaties, gallop ritme, pulmonale veneuze congestie) hartfalen of beiden Deze tekenen of symptomen zijn bevestigd door middel van (non)invasieve methoden welke objectief aantonen dat er cardiale dysfunctie is Hypertensie: zie definitie hypertensie Diabetes mellitus: zie definitie diabetes mellitus Perifeer vaatlijden: de aanwezigheid van één of meer van volgende aandoeningen: intermitterende claudicatio, voorgeschiedenis van chirurgische of percutane interventie van abdominale aorta of onderste ledematen, abdominale of thoracale vaatheelkundige chirurgie, arteriële of veneuze trombose Bronvermelding: Lip GY, Nieuwlaat R, Pisters R et al Refining clinical risk stratification for prediction stroke and thromboembolism in atrial fibrillation using a novel risk factor based approach: the EuroHeart Survey on atrial fibrillation Chest 2010; 137: 263 272 PMID 19762550 Camm AJ, Kirchhof P, Lip GY et al Guidelines for the management of atrial fibrillation: the task force for the management of atrial fibrillation of the European Society of Cardiology Eur Heart J 2010; 31: 2369 2429 PMID 20801924 9

2 Definities Chronische Totale Occlusie (CTO) Atherosclerotische occlusie van een kransslagader die tenminste 3 maanden bestaat en waarbij een TIMI flow 0 of 1 bestaat Cerebro Vasculair Accident (CVA) Door een neuroloog vastgestelde permanente, neurologische dysfunctie als gevolg van focale ischemie van hersenen, ruggenmerg of retina, veroorzaakt door een acuut infarct van het neurologische weefsel ten gevolge van trombose, embolie, systemische hypoperfusie of bloeding Bronvermelding: Sacco RL, Kasner SE, Broderick JP et al An updated definition of stroke for the 21st century: a statement for healthcare professionals from the American Heart Association/American Stroke Association Stroke 2013; 44: 2064 2089 PMID 23652265 Diabetes mellitus Diabetes mellitus wordt gekarakteriseerd door terugkerende of persisterende hyperglycaemie en wordt gediagnosticeerd door het aantonen van één van de volgende criteria: Nuchter plasmaglucosespiegel 7,0 mmol/l ( 126 mg/dl) Plasmaglucose 11,1 mmol/l ( 200 mg/dl) twee uur na inname van 75g orale glucose als in de glucosetolerantietest Symptomen van hyperglycaemie en terloops gemeten plasmaglucose 11,1 mmol/l (=200 mg/dl) Geglycosyleerd hemoglobine (HbA1c) 6,5% Er zijn twee types diabetes mellitus, maar voor Meetbaar Beter wordt daarin geen onderscheid gemaakt Diabetes mellitus type 1: terugkerende of persisterende hyperglycemie ten gevolge van een absoluut insulinetekort waarbij de behandeling bestaat uit insuline Diabetes mellitus type 2: terugkerende of persisterende hyperglycemie ten gevolge van insulineresistentie waarbij de behandeling bestaat uit dieet, orale medicatie en/of insuline NB: Zwangerschapsdiabetes ten tijde van de interventie uitsluiten Bronvermelding: American Diabetes Association Diagnosis and classification of diabetes mellitus Diabetes Care 2013; 36 (Suppl 1): S67 S74 PMID 23264425 Rydén L, Grant P, Anker SD et al ESC guidelines on diabetes, pre diabetes and cardiovascular diseases developed in collaboration with the EASD Eur Heart J 2013; 34: 3035 3087 PMID 23996285 10

2 Definities Diepe sternumwondinfectie Endocarditis Diepe sternumwondproblemen mediastinitis die zich ontwikkelen binnen 30 dagen na de interventie: omvat spier, sternum, mediastinum en is positief als er sprake is van één of meer van de onderstaande criteria: Chirurgische drainage/refixatie Positieve wondkweken AB therapie vanwege de sternumwond Bronvermelding: BHN Handboek v 40 (1 januari 2014) Infectieuze ontsteking van het endocardium waarbij de diagnose gesteld wordt op basis van de gemodificeerde Duke criteria (zie tabel); deze criteria zijn gebaseerd op de aanwezigheid van micro organismen in de bloedbaan en/of het voorkomen van een vegetatie, abces of dehiscentie van een klepprothese bij echocardiografie al dan niet in aanwezigheid van klinische kenmerken (predisponerende hartafwijking, koorts, vasculaire afwijkingen en/of immunologische fenomenen) Major Duke criteria Microbiologie Ten minste twee positieve bloedkweken van micro organismen die typisch zijn voor infectieuze endocarditis, zoals: a Streptococcen, met name Streptococcus viridans (S sanguis, S mutans, Smitis); β hemolytische Streptococcen (S pyogenes, S agalactiae) en nonhemolytische Streptococcen (S bovis) b Stafylococcen, met name Stafylococcus aureus en coagulase negatieve stafylococcen (voornamelijk S epidermidis) c Enterococcen (Enterococcus faecium, E faecalis) d Microorganismen uit de HACEK group (Haemophilus spp, Actinobacillus actinomycetemcomitans, Cardiobacterium hominis, Eikenella corrodens, Kingella kingae), Coxiella burnetii, Gram negatieve micro organismen en schimmels Micro organismen overeenkomend met endocarditis verwekkers die herhaaldelijk geïsoleerd zijn uit de bloedkweken Met herhaaldelijk wordt het hebben afgenomen van twee positieve bloedkweken bedoeld (minimaal twaalf uur na elkaar) of het hebben afgenomen van minimaal drie positieve bloedkweken of meerdere positieve bloedkweken (met een minimale tijdspanne van 1 uur) Een enkele positieve bloedkweek waaruit Coxiella burnetii wordt geïsoleerd of een fase I IgG antilichaam titer voor C burnetii groter is dan 1:800 Echocardiografie Positieve echocoardiografische bevindingen, te weten a Een (discrete) echorijke oscillerende intracardiale massa gelokaliseerd aan dezelfde zijde als de endocardiale laesie b Een peri annulair abces c Nieuwe dehiscentie van een kunstklepprothese d Een nieuwe klepinsufficiëntie/lekkage (toename van een reeds bestaande insufficiëntie/lekkage is niet voldoende om als criterium gebruikt te worden) 11

2 Definities Minor Duke criteria Predispositie voor endocarditis, zoals bij bepaalde hartaandoeningen of intraveneus druggebruik Koorts >38,0 C Vasculaire verschijnselen (splinterbloedingen, conjunctivale bloedingen, Janeway laesies) Immunologische verschijnselen (glomerulonefritis, Osler s noduli, Roth spots, reumafactor) Positieve bloedkweken van niet typische micro organismen De definitieve diagnose infectieuze endocarditis wordt gesteld bij de aanwezigheid van tenminste: 2 major criteria 1 major en 3 minor criteria 5 minor criteria voor de waarschijnlijke diagnose zijn tenminste noodzakelijk: 1 major en 1 minor criterium 3 minor criteria Bronvermelding: Li JS, Sexton DJ, Mick N et al Proposed modification to the Duke criteria for the diagnosis of infective endocarditis Clin Infect Dis 2000; 30: 633 638 Mylokanis E, Calderwood SB Infective endocarditis in adults N Engl J Med 2001; 345: 1318 1330 Habib G, Hoen B, Tornos P et al Guidelines on the prevention, diagnosis and treatment of infective endocarditis Eur Heart J 2009; 30: 2369 2413 PMID 19713420 Ejectiefractie (= linkerventrikelejectiefractie) Ejectiefractie (EF) wordt in de fysiologie gedefinieerd als het quotiënt van slagvolume (einddiastolisch volume eindsystolisch volume) gedeeld door het einddiastolisch volume Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen gebruikte methode om de ejectiefractie vast te stellen (linker kamer angiografie, SPECT, echocardiografie, MRI of CT) De geregistreerde ejectiefractie mag niet langer dan 6 maanden vóór de interventie/behandeling zijn vastgesteld De laatst gemeten waarde vóór de interventie/behandeling wordt geregistreerd EF > 50% goed 30 t/m 50% matig < 30% slecht EuroSCORE (logistisch) The European System for Cardiac Operative Risk Evaluation (EuroSCORE) biedt een risicostratificatie om de operatieve mortaliteit van cardiochirurgische procedures in te schatten Afhankelijk van de gekozen EuroSCORE (I of II), hangt de score af van een aantal kenmerken, te weten leeftijd, geslacht, chronisch obstructief longlijden, extracardiale atherosclerose, neurologische dysfunctie, vroegere cardiale chirurgie, serum kreatinine, actieve endocarditis, kritieke pre operatieve toestand, onstabiele angina pectoris, linkerkamerdysfunctie, recent myocardinfarct, pulmonale hypertensie, spoedingreep, aantal cardiale ingrepen, gelijktijdige aortachirurgie en postinfarct septumruptuur 12

2 Definities Hypertensie Voor definities en/of berekening van de EuroSCORE wordt verwezen naar de website http://wwweuroscoreorg/calcoldhtml EuroSCORE I < 10 % laag 10 t/m 20% middel > 20% hoog Systolische bloeddruk 140 mmhg en/of diastolische bloeddruk 90 mmhg gemeten gedurende 3 of meer opeenvolgende momenten, onder rustomstandigheden, en/of Voorgeschiedenis van hypertensie waarvoor behandeling met medicatie, dieet of lichamelijke inspanning, en/of Actueel gebruik van antihypertensieve medicatie Bronvermelding: Cannon CP, Battler A, Brindis RG et al American College of Cardiology key data elements and definitions for measuring the clinical management and outcomes of patients with acute coronary syndromes J Am Coll Cardiol 2001; 38: 2114 2130 PMID 11738323 Mancia G, Fagard R, Narkiewicz K et al 2013 ESH/ESC Guidelines for the management of arterial hypertension J Hypertens 2013, 31: 1281 1357 PMID 23817082 Linkeratriumvolume index Het linkeratriumvolume wordt gemeten aan het einde van de ventriculaire systole, op het moment dat het atrium het grootst in volume is Het volume gemeten met behulp van ECHO, CT of MRI en wordt berekend op basis van de biplane area length methode Deze methode is gebaseerd op het linkeratriumoppervlakte gemeten in apicale 4 en 2 kamer opnames en de kortste lengte van het atrium (in ofwel apicale 4 dan wel apicale 2 kamer opname) Het linkeratriumvolume bedraagt dan 8/3 π ((A1 A2)/L) De linkeratriumvolume index wordt gemeten in ml/m 2 (geïndexeerd naar het lichaamsoppervlakte) Bronvermelding: Lang RM, Bieriq M, Devereux RB et al Recommendations for chamber quantification Eur J Echocardiogr 2006; 7: 79 108 PMID 16458610 Meervatslijden Coronaire atherosclerose met ofwel de aanwezigheid van een hoofdstamstenose ofwel de aanwezigheid van een stenose in tenminste twee kransslagaders; de stenose dient tot tenminste 50% diameterreductie te leiden of tot een drukverval (FFR) <80% Mitraalkleplijden In geval van insufficiëntie van de mitralisklep functioneert het sluitmechanisme van de hartklep onvoldoende, waardoor er tijdens de contractiefase van de linkerhartkamer (systole) een gedeelte van het bloed terug lekt naar de linkerboezem De mitralisklep is een complex apparaat, bestaande uit linkeratrium, annulus, klepbladen, chordae, papillairspieren en linkerventrikel myocardium Indien er afwijkingen bestaan in één of meerdere van deze componenten, kan er een insufficiëntie optreden 13

2 Definities De ernst van mitraalkleplijden wordt bepaald volgens de echocardiografische criteria, zoals vermeld in het richtlijndocument van de European Society of Cardiology (zie bronvermelding) Omdat er verschillende nomenclatuur in den lande gebruikt wordt, onderscheiden we de volgende equivalenten: Graad graad 0 graad I graad II graad III graad IV Ernst geen mitraalkleplijden tracé/trivial mild moderate severe Bronvermelding: Vahanina A, Alfieri O, Andreotti et al Guidelines on the management of valvular heart disease (version 2012) Eur Heart J 2012; 33: 2451 2496 PMID 22922415 Myocardinfarct Stijging en/of daling van een of meerdere cardiale biomarkers (bij voorkeur troponine) met ten minste één waarde boven het 99 e percentiel van de bovengrens waarbij tenminste één van de volgende symptomen: Symptomen passende bij ischemie (pijn op de borst; misselijkheid/braken/transpiratie; kortademigheid tgv linkerkamerfalen; duizeligheid/lichthoofdigheid/syncope), en/of Nieuwe significante ST segment of T golf afwijkingen of bundeltakblok, en/of Ontwikkelen van pathologische Q golven op het elektrocardiogram, en/of Met beeldvorming aangetoond nieuw verlies van viabel myocardinfarct of nieuwe wandbewegingsstoornissen, en/of Identificatie van intracoronaire trombus bij angiografie of autopsie Speciale situaties (waaronder het periprocedurele infarct) zijn: Myocardinfarct binnen 48 uur na PCI (type 4 myocardinfarct): (voor diagnose van een myocardinfarct ná 48 uur is de algemene definitie van toepassing) De waarde van het troponine moet >5 keer de bovengrens van normaal (99 e percentiel) zijn (indien de uitgangswaarde van het troponine normaal was) óf de waarde van het troponine moet >20% stijgen ten opzicht van de uitgangswaarde (indien de uitgangswaarde van het troponine verhoogd is) waarbij tevens één van volgende symptomen: a Pijn op de borst gedurende 20 minuten b ST segment afwijkingen passende bij ischemie of nieuwe pathologische Q golven c Angiografisch bewijs voor verminderde flow in één der kransslagaders d Met beeldvorming aangetoond nieuw verlies van viabel myocardinfarct of nieuwe wandbewegingsstoornissen Myocardinfarct binnen 48 uur na CABG (type 5 myocardinfarct): (voor diagnose van een myocardinfarct ná 48 uur is de algemene definitie van toepassing) De waarde van het troponine moet >10 keer de bovengrens van normaal (99 e percentiel) zijn (indien de uitgangswaarde van het troponine normaal was) waarbij tevens één van volgende symptomen: a Nieuwe pathologische Q golven of linkerbundeltakblok b Angiografisch bewijs voor nieuwe occlusie van graft of natieve kransslagader c Met beeldvorming aangetoond nieuw verlies van viabel myocardinfarct of nieuwe wandbewegingsstoornissen 14

2 Definities Overlijden aan cardiale oorzaak zonder beschikbare biomarkers: nieuwe pijn op de borst of nieuwe ST elevatie volstaat voor de diagnose van myocardinfarct Herinfarct: heeft betrekking op een acuut myocardinfarct binnen 28 dagen na een eerder acuut myocardinfarct Indien de uitgangswaarde van het troponine verhoogd is, dient er een stijging van >20% plaats te vinden Voor wat betreft de electrocardiografische bevindingen, gelden enkel ST elevatie 01 mv of nieuwe pathologische Q golven als criterium (en dus niet ST depressie of nieuw linkerbundeltakblok) Bronvermelding: Cannon CP, Battler A, Brindis RG et al American College of Cardiology key data elements and definitions for measuring the clinical management and outcomes of patients with acute coronary syndromes J Am Coll Cardiol 2001; 38: 2114 2130 PMID 11738323 Thygesen K, Alpert JS, Jaffe AS et al Third universal definition of myocardial infarction Eur Heart J 2012; 33: 2551 2567 PMID 22922414 Nierinsufficiëntie Het voorafgaand aan de ingreep aanwezig zijn van verminderde geschatte Glomerular Filtration Rate (egfr) <60 ml/min/1,73 m 2, gemeten met behulp van de Modification of Diet in Renal Disease (MDRD) formule De geregistreerde GFR mag niet langer geleden dan 3 maanden vóór de interventie/behandeling zijn vastgesteld De laatst gemeten waarde vóór de interventie/behandeling wordt geregistreerd Bij acute patiënten mag ook serum kreatinine tot 24 uur ( 24 uur) na de interventie geregistreerd worden Bronvermelding: Stevens PE, Levin A et al Evaluation and management of chronic kidney disease: synopsis of the kidney disease: improving global outcomes 2012 clinical practice guideline Ann Intern Med 2013; 158: 825 830 PMID 23732715 NYHA functionele classificatie Classificatie opgesteld door de New York Heart Association (NYHA) is gebaseerd op het inspanningsvermogen van de patiënt De volgende categorieën worden onderscheiden: Klasse I: Geen beperking van het inspanningsvermogen Voor leeftijd normale lichamelijke activiteit veroorzaakt geen overmatige vermoeidheid, palpitaties of dyspnoe Klasse II: Enige beperking van het inspanningsvermogen In rust geen klachten maar voor leeftijd normale lichamelijke inspanning veroorzaakt overmatige vermoeidheid, palpitaties of dyspnoe Klasse III: Ernstige beperking van het inspanningsvermogen In rust geen of weinig klachten maar lichte lichamelijke inspanning veroorzaakt overmatige vermoeidheid, palpitaties of dyspnoe Klasse IV: Geen enkele lichamelijke inspanning mogelijk zonder klachten; ook klachten in rust 15

2 Definities Overgewicht en obesitas De definitie van overgewicht en obesitas wordt afgeleid van de Body Mass Index (BMI) De BMI is het quotiënt van het gewicht (in kg) en het kwadraat van de lengte (in meter) Afhankelijk van de waarde van het BMI is de door de WHO voorgestelde classificatie: BMI < 18,5 kg/m 2 ondergewicht 18,5 kg/m 2 BMI < 25,0 kg/m 2 normaal gewicht 25,0 kg/m 2 BMI < 30,0 kg/m 2 overgewicht BMI 30 kg/m 2 obesitas Bronvermelding: Obesity: preventing and managing the global epidemic Report of a WHO consultation World Health Organ Tech Rep Ser 2000; 894: 1 253 PMID 11234459 Reanimatie Shock Hartstilstand welke cardiorespiratoire reanimatie (tenminste 2 borstcompressies, of open hart massage) en/of urgente defibrillatie vereist De reanimatie vindt plaats in de periode tussen het begin van de klachten en vóór het uitvoeren van de interventie, ongeacht de plaats waar de reanimatie gestart is (dit wil zeggen binnen of buiten het ziekenhuis) Bronvermelding: NCDR USA Data elements CathPCI Registry (http://wwwncdrcom/webncdr/cathpci/home/datacollection) Het voorkomen van hypotensie (systolische bloeddruk 90 mmhg gedurende tenminste 30 minuten óf noodzaak tot ondersteunende maatregelen om de systolische bloeddruk 90 mmhg te behouden) waarbij tekenen aanwezig zijn van hypoperfusie van eindorganen (koude extremiteiten en/of oligurie <30 ml/u en/of hartfrequentie 60 slagen per minuut) Het betreft shock op het moment van aanvang van de interventie Dit betreft alleen de nietelectieve patiënten Bronvermelding: Cannon CP, Battler A, Brindis RG et al ACC Key data elements for measuring the clinical management and outcome of patients with acute coronary syndromes J Am Coll Cardiol 2001; 38: 2114 2130 Target vessel revascularisatie (TVR) Revascularisatie (gedefinieerd als behandeling door middel van PCI of CABG) die heeft plaatsgevonden in hetzelfde vat (of vaten) die behandeld zijn bij de PCI Een geplande CABG of PCI welke onderdeel is van het initiële behandelingsplan (=staged procedure) met als doel het opheffen van dezelfde laesie wordt niet als TVR geregistreerd Bij staged procedures start de follow up vanaf de eerste interventie 16

2 Definities Transient Ischaemic Attack (TIA) Door een neuroloog vastgestelde tijdelijke neurologische dysfunctie, als gevolg van focale ischemie van hersenen, ruggenmerg of retina, veroorzaakt door een acuut infarct van het neurologische weefsel ten gevolge van trombose, embolie, systemische hypoperfusie of bloeding Bronvermelding: Sacco RL, Kasner SE, Broderick JP et al An updated definition of stroke for the 21st century: a statement for healthcare professionals from the American Heart Association/American Stroke Association Stroke 2013; 44: 2064 2089 PMID 23652265 Trombo embolie Urgentie Plotse vasculaire insufficiëntie geassocieerd met klinische, radiologische en/of pathologische aanwijzingen voor occlusie van een bloedvat, in afwezigheid van andere verklarende aandoeningen zoals atherosclerose Bronvermelding: McNamara RL, Brass LM, Drozda JP et al ACC/AHA Key data elements and definitions for measuring the clinical management and outcomes of patients with atrial fibrillation J Am Coll Cardiol 2004; 44: 475 495 PMID 15261958 De urgentie van een ingreep wordt ingedeeld in 4 verschillende categorieën: Electief: een procedure waarvoor een opname via de polikliniek gepland wordt of gepland kan worden zonder een significant risico op morbiditeit of mortaliteit Als het een stabiel opgenomen patiënt betreft, dan wordt de procedure tijdens opname uitgevoerd voor comfort en gemak en niet omdat de procedure niet uitgesteld kan worden tot na het ontslag vanwege de toestand van de patiënt Urgent: een procedure die wordt uitgevoerd bij een opgenomen patiënt vóór ontslag uit het ziekenhuis, omdat de patiënt anders een significant verhoogd risico loopt op morbiditeit of mortaliteit Patiënten die zich presenteren op de spoedeisende hulp of polikliniek op het moment dat de indicatie voor de ingreep wordt vastgesteld, moeten worden opgenomen omdat hun toestand of klinische presentatie dit vereist Spoed: een procedure die zo snel mogelijk wordt uitgevoerd vanwege een sterk verhoogd risico op morbiditeit of mortaliteit Zo snel mogelijk wil zeggen in de eerst beschikbare ruimte tijdens kantooruren of op afroep van het behandelend team tijdens wachtdiensten Redding: een procedure die als laatste redmiddel wordt beschouwd De patiënt is bij aankomst op de interventiekamer in cardiogene shock en heeft voorafgaand aan de procedure externe cardiale massage gehad, of de patiënt wordt (niet electief) cardiorespiratoir ondersteund middels beademing of extracorporele bypass gedurende het transport naar de operatiekamer NB: Voor de registratie binnen Meetbaar Beter worden de categorieën spoed en redding samengevoegd Bronvermelding: NCDR USA Data elements CathPCI Registry (wwwncdrcom/webncdr/cathpci/home/datacollection) 17

2 Definities Vasculaire complicaties Major vasculaire complicaties Elke aortadissectie, aortaruptuur, annulusruptuur, linkerventrikelperforatie, of een nieuwe apicale aneurysma / pseudoaneurysma OF Incisie of incisie gerelateerde vasculaire schade (dissectie, stenose, perforatie, ruptuur, arterioveneuze fistel, pseudoaneurysma, hematoom, onomkeerbaar zenuwletsel, compartiment syndroom, falen van het apparaat waarmee geprobeerd wordt de bloeding percutaan tot staan te brengen) die tot de dood, levensbedreigende of ernstige bloedingen, viscerale ischemie, of neurologische stoornissen leidt OF Distale embolisatie (non cerebraal) van een vasculaire bron waarbij operatie noodzakelijk is of resulterend in amputatie of onomkeerbare schade van een eindorgaan OF Het plaatsvinden van een niet geplande endovasculaire of chirurgische ingreep geassocieerd met de dood, grote bloedingen, viscerale ischemie of neurologische stoornissen OF Elke nieuwe ipsilaterale ischemie in de onderste extremiteiten welke blijkt uit symptomen, lichamelijk onderzoek en / of verminderde of afwezige bloedtoevoer op het onderste extremiteitenangiogram OF Chirurgie voor incisie gerelateerde zenuwschade OF Permanente door een incisielocatie gebonden zenuwletsel Minor vasculaire complicaties Incisie of incisie gerelateerde vasculaire schade (dissectie, stenose, perforatie, ruptuur, arterioveneuze fistel, pseudoaneuysma, hematoom, falen van het hulpmiddel waarmee geprobeerd wordt de bloeding percutaan te stelpen), welke niet tot de dood, levensbedreigende of grote bloedingen, viscerale ischemie, of neurologische stoornis leidt OF Distale embolisatie behandeld met embolectomie en / of trombectomie en die niet leidt tot amputatie of onomkeerbare schade van een eindorgaan OF Elke niet geplande endovasculaire of chirurgische interventie die niet aan de criteria voor een belangrijke vasculaire complicatie voldoet OF Vasculair herstel of de noodzaak voor vasculair herstel (via chirurgie, ultrasoundguided compressie, transkatheter embolisatie, of stent graft) Bronvermelding: Kappetein AP, et al Updated standardized endpoint definitions for transcatheter aortic valve implantation: the Valve Academic Research Consortium 2 consensus document J Thorac Cardiovasc Surg 2013;145:6 23 18

3 Coronairlijden 3 Coronairlijden Coronairlijden is gedefinieerd als coronaire atherosclerose welke leidt tot progressieve lumenvernauwing van één of meerdere kransslagaderen (coronairen) met myocardiale ischemie tot gevolg Dit betreft patiënten met coronairlijden waarbij een CABG of PCI is uitgevoerd en patiënten met coronairlijden die besproken zijn in een hartteam 31 Geconsolideerd coronairlijden Patiënten die gediagnosticeerd zijn met coronairlijden en in het rapportagejaar (2011 2014) een CABG, PCI of conservatieve behandeling hebben ondergaan, worden geïncludeerd in het cohort coronairlijden (geconsolideerd coronairlijden) Het totaal overzicht van de indicatorensets is te verkrijgen via de website wwwmeetbaarbetercom Dit overzicht geeft alle gehanteerde uitkomstindicatoren en initiële condities weer voor zowel de medische behandelingen als voor de geconsolideerde dataset De geconsolideerde dataset wordt door Meetbaar Beter zelf samengevoegd uit de aangeleverde cohorten voor PCI, CABG en conservatieve behandeling, en hoeft niet door de ziekenhuizen zelf als dataset aangeleverd te worden 32 Coronaire bypasschirurgie (CABG) 321 Definitie Definitie CABG = elke patiënt die voor de eerste keer een geïsoleerde coronaire bypasschirurgie (CABG) ondergaat binnen de vastgestelde rapportageperiode (2010 2014), zonder gelijktijdige klepof ritmechirurgie of andere vormen van chirurgie zoals bijvoorbeeld aortabifurcatieprothese, carotischirurgie, ventrikelaneurysma of longopera e = Een patiënt waarbij naast de CABG een gelijktijdige Bentall procedure of linker hartooramputatie wordt uitgevoerd, wordt niet geïncludeerd in het CABG cohort NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het CABG cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen 322 Uitkomstindicatoren 120 daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 120 dagen ( 120 dagen) na de interventie overlijden Inclusieperiode: 2010 2014 30 daagse over /ondersterfte Verschil tussen verwachte en werkelijke cumulatieve sterfte binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie Verwachte sterfte is gebaseerd op de risico inschatting gebaseerd op de logistische EuroSCORE I Inclusieperiode: 2010 2014 1 jaars mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de interventie overlijden Inclusieperiode: 2010 2013 Lange termijn overleving Patiënten die overleven als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie met een maximale follow up duur van 5 jaar Inclusieperiode: 2010 2014 19

3 Coronairlijden Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen 10 14 maanden na de interventie Bij voorkeur gemeten met de SF36 2, anders de SF12 2 Van spoedpatiënten kan géén kwaliteit van leven vlak voor de interventie gemeten worden Inclusieperiode: 2010 2013 Chirurgische reëxploratie Iedere rethoracotomie na het initieel sluiten van de thorax binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interven e Bloeding / cardiale tamponade * : rethoracotomie tgv een bloeding, tamponade (hieronder valt ook het subxyphoïdaal opheffen van een tamponade door de thoraxchirurg) Punctie valt hier niet onder Cardiale problemen: waarvoor operatie met of zonder gebruikmaking van extracorporele circulatie (ECC) Hieronder valt revisie van anastomose, reperfusie en dergelijke Ook het verrichten van een nieuwe ingreep binnen 30 dagen (bijvoorbeeld een CABG patiënt die na enkele dagen toch een klepvervanging of nieuwe CABG krijgt) Anders: alle andere oorzaken, uitgezonderd het openen van het sternum ivm drainage vanwege mediastinitis = Hierbij wordt er van uitgegaan dat de pa ënt teruggaat naar het behandelcentrum 3 categorieën: 0) geen chirurgische reëxploratie; 1) chirurgische reëxploratie en 9) onbekend Inclusieperiode: 2010 2014 Diepe sternumwondinfectie * Diepe sternumwondinfectie die zich ontwikkelt binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie = Hierbij wordt er van uitgegaan dat de pa ënt teruggaat naar het behandelcentrum 3 categorieën: 0) geen diepe sternumwondinfectie; 1) diepe sternumwondinfectie en 9) onbekend Inclusieperiode: 2010 2014 CVA * Patiënten waarbij zich een postoperatieve CVA ontwikkelt binnen 72 uur ( 72 uur) na de interventie 3 categorieën: 0) geen CVA; 1) CVA en 9) onbekend Inclusieperiode: 2010 2014 Periode vrij van coronaire reïnterventie Patiënten die vrij zijn van reïnterventie (zowel CABG als PCI (in hetzelfde vat of een ander vat)) als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie Inclusieperiode: 2010 2014 Periode vrij van myocardinfarct * Patiënten die vrij zijn van een recidief myocardinfarct als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie Inclusieperiode: 2010 2014 20

3 Coronairlijden 323 Initiële condities Diabetes mellitus * Patiënten die diabetes mellitus type 1 of type 2 hebben 3 categorieën: 0) geen diabetes mellitus; 1) diabetes mellitus en 9) onbekend Ernstige linkerventrikeldysfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF) * Spoedpatiënten worden geëxcludeerd 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30 50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Geslacht 3 categorieën: 1) man; 2) vrouw en 9) geen geslacht/onbekend (bv transgenders en androgyne personen) Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start interventie Logistische EuroSCORE I * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE I gemeten vóór de interventie (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule Urgentie van de procedure * 4 categorieën: 1) electief; 2) urgent; 3) spoed+redding en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 33 Percutane coronaire interventie (PCI) 331 Definitie Definitie PCI = elke patiënt waarbij binnen de vastgestelde rapportageperiode (2011 2014) een percutane coronaire interventie (PCI) wordt uitgevoerd met behulp van ballondilatatie en/of stentplaatsing Regels met betrekking tot PCI: Wanneer een patiënt een herhaalde PCI na 365 dagen (>365 dagen) ondergaat, dan start nieuwe follow up 332 Uitkomstindicatoren 30 daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie overlijden Inclusieperiode: 2011 2014 1 jaars mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 365 dagen ( 365 dagen) na de interventie overlijden Inclusieperiode: 2011 2013 21

3 Coronairlijden Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen 10 14 maanden na de interventie Bij voorkeur gemeten met de SF36 2, anders de SF12 2 Van spoedpatiënten kan géén kwaliteit van leven vlak voor de interventie gemeten worden Inclusieperiode: 2011 2013 Angiografisch succesvol Patiënten waarbij de PCI klinisch succesvol was (= bij elk behandeld segment is het percentage reststenose, geschat op basis van de angiobeelden, 20%) Alleen succesvol als alle behandelde segmenten succesvol behandeld zijn 3 categorieën: 0) angiografisch niet succesvol; 1) angiografisch succesvol en 9) onbekend Ook totaal aantal behandelde segmenten registreren en aantal behandelde segmenten met reststenose 20% Ieder segment dat behandeld wordt tellen, er kunnen dus meerdere segmenten per bloedvat zijn Inclusieperiode: 2011 2014 Optreden van TVR * Patiënten waarbij revascularisatie (gedefinieerd als behandeling door PCI of CABG) heeft plaatsgevonden in hetzelfde vat (of vaten) die behandeld waren bij de PCI, binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de PCI Elke CABG uitgevoerd 24 uur na PCI telt als TVR (urgente CABG uitgevoerd 24 uur dient geregistreerd te worden als uitkomstindicator urgente CABG) Een geplande CABG of PCI welke onderdeel is van het initiële behandelingsplan (=staged procedure) met als doel het opheffen van dezelfde laesie wordt niet als TVR geregistreerd 3 categorieën: 0) geen TVR; 1) TVR en 9) onbekend Inclusieperiode: 2011 2013 Urgente CABG Patiënten waarbij een CABG binnen 24 uur ( 24 uur) na de interventie wordt verricht ten gevolge van acute complicaties (zoals tamponade) of voortdurende ischemie, ongeacht de vaten die zijn behandeld Een geplande CABG welke onderdeel is van het initiële behandelingsplan (=staged procedure) met als doel het opheffen van dezelfde laesie wordt niet als urgente CABG geregistreerd 3 categorieën: 0) geen urgente CABG; 1) urgente CABG en 9) onbekend Inclusieperiode: 2011 2014 Optreden van myocardinfarct * Patiënten die een STEMI of non STEMI ondergaan binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie Patiënten die een myocardinfarct krijgen tijdens de interventie worden ook meegeteld In geval van meerdere myocardinfarcten, dan alleen het eerste myocardinfarct tellen 3 categorieën: 0) geen myocardinfarct; 1) myocardinfarct en 9) onbekend Inclusieperiode: 2011 2014 333 Initiële condities Chronische totale occlusie * Een chronische totale occlusie van het behandelde vat, waar een geplande interventie voor geldt 3 categorieën: 0) geen chronische totale occlusie; 1) chronische totale occlusie en 9) onbekend Diabetes mellitus * Patiënten die diabetes mellitus type 1 of type 2 hebben 3 categorieën: 0) geen diabetes mellitus; 1) diabetes mellitus en 9) onbekend 22

3 Coronairlijden Eerdere CABG Patiënten die een CABG hebben gehad voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerdere CABG; 1) eerdere CABG en 9) onbekend Eerder myocardinfarct * Patiënten die een myocardinfarct hebben gehad nog voor start interventie gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerder myocardinfarct; 1) eerder myocardinfarct en 9) onbekend Ernstige linkerventrikeldysfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF) * Spoedpatiënten worden geëxcludeerd 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30 50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Geslacht 3 categorieën: 1) man; 2) vrouw en 9) geen geslacht/onbekend (bv transgenders en androgyne personen) Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start interventie Meervatslijden * Patiënten met meervatslijden 3 categorieën: 0) geen meervatslijden; 1) meervatslijden en 9) onbekend Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule Reanimatie * De reanimatie vond plaats in de periode tussen het begin van de klachten en vóór het uitvoeren van de interventie, ongeacht de plaats waar de reanimatie gestart is (dit wil zeggen binnen of buiten het ziekenhuis) 3 categorieën: 0) geen reanimatie; 1) reanimatie en 9) onbekend Shock * Het betreft shock op het moment van aanvang van de interventie Dit betreft alleen de nietelectieve patiënten 3 categorieën: 0) geen shock; 1) shock en 9) onbekend Urgentie van de procedure * 4 categorieën: 1) electief; 2) urgent; 3) spoed+redding en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 23

3 Coronairlijden 34 Conservatieve behandeling 341 Definitie Definitie conservatieve behandeling = elke patiënt die een conservatieve behandeling ondergaat waarbij ischemie is vastgesteld op basis van MRI, FFR (<80%), stressecho of een SPECT (alléén een fietstest is dus niet voldoende bewijs), maar die niet binnen 90 dagen daarop volgend een PCI of CABG heeft ondergaan binnen de vastgestelde rapportageperiode (2011 2014) De patiënt voldoet aan de onderstaande inclusiecriteria: 1 Patiënt lijdt aan coronairlijden zoals gedefinieerd op pagina 19 2 Patiënt is besproken in een hartteam 3 Patiënt waarbij geen ingreep wordt verricht conform de definitie zoals die gehanteerd is bij inclusie van het PCI dan wel CABG cohort 4 Patiënt die komt te overlijden vóór het uitvoeren van een geplande interventie Het moment van diagnose (positieve test) is de startdatum van de follow up NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het conservatieve behandeling cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen 342 Uitkomstindicatoren 1 jaars mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 1 jaar ( 365 dagen) na start conservatieve behandeling overlijden Inclusieperiode: 2011 2013 Pijn op de borst Patiënten die pijn scoren op de Canadian Cardiovascular Society (CCS) grading scale gemeten tussen 10 en 14 maanden na start conservatieve behandeling 6 categorieën: 0) geen pijn op de borst; 1) klasse I; 2) klasse II; 3) klasse III; 4) klasse IV en 9) onbekend Inclusieperiode: 2011 2013 Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na start van de conservatieve behandeling Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór start van de conservatieve behandeling Meting na behandeling = gemeten tussen 10 14 maanden na start van de conservatieve behandeling Bij voorkeur gemeten met de SF36 2, anders de SF12 2 Inclusieperiode: 2011 2013 Periode vrij van MACE Patiënten die vrij zijn van: Myocardinfarct * Interventie (CABG of PCI) Overlijden ongeacht doodsoorzaak als functie van het aantal verstreken dagen na start conservatieve behandeling Inclusieperiode: 2011 2014 24

3 Coronairlijden Optreden van myocardinfarct * Patiënten die een STEMI of non STEMI doormaken binnen 30 dagen ( 30 dagen) na start conservatieve behandeling In geval van meerdere myocardinfarcten dan alleen het eerste myocardinfarct tellen 3 categorieën: 0) geen myocardinfarct; 1) myocardinfarct en 9) onbekend Inclusieperiode: 2011 2014 343 Initiële condities Diabetes mellitus * Patiënten die diabetes mellitus type 1 of type 2 hebben 3 categorieën: 0) geen diabetes mellitus; 1) diabetes mellitus en 9) onbekend Eerdere CABG of PCI Patiënten die een CABG of PCI hebben gehad voorafgaande aan de conservatieve behandeling gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerdere CABG of PCI; 1) eerdere CABG of PCI en 9) onbekend Eerder myocardinfarct * Patiënten die een myocardinfarct hebben gehad nog voor start conservatieve behandeling gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerder myocardinfarct; 1) eerder myocardinfarct en 9) onbekend Ernstige linkerventrikeldysfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF) * 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30 50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Geslacht 3 categorieën: 1) man; 2) vrouw en 9) geen geslacht/onbekend (bv transgenders en androgyne personen) Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start conservatieve behandeling Meervatslijden * Patiënten met meervatslijden 3 categorieën: 0) geen meervatslijden; 1) meervatslijden en 9) onbekend Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 25

4 Aortakleplijden 4 Aortakleplijden Deze medische conditie betreft geïsoleerd aortakleplijden waarbij een patiënt symptomatisch is en voldoet aan ten minste één van de onderstaande criteria voor ernstige aortaklepstenose: Aortaklepstenose Aortaklepoppervlak (cm 2 ) < 1,0 Geïndexeerd klepoppervlak (cm 2 /m 2 < 0,6 BSA) Gemiddelde gradiënt (mmhg) > 40 a Maximale jet snelheid (m/s) > 4,0 a Snelheidsratio < 0,25 BSA= body surface area (lichaamsoppervlak) a Bij patiënten met normale cardiale output/transvalvulaire flow Dit betreft patiënten met aortakleplijden waarbij een AVR of TAVI is uitgevoerd, en patiënten met ernstige aortaklepstenose die besproken zijn in een hartteam Bronvermelding: Guidelines on the management of valvular heartdisease (version 2012) Eur Heart J 2012; 33: 2451 2496 41 Geconsolideerd aortakleplijden Patiënten die gediagnosticeerd zijn met aortakleplijden en in het rapportagejaar (2010 2014) een AVR, TAVI of conservatieve behandeling hebben ondergaan, worden geïncludeerd in het cohort aortakleplijden (geconsolideerd aortakleplijden) De indicatorenset voor geconsolideerd aortakleplijden is samengesteld uit de overlappende uitkomstindicatoren en initiële condities van de individuele medische behandelingen van aortakleplijden Het totaal overzicht van de indicatorensets is te verkrijgen via de website wwwmeetbaarbetercom Dit overzicht geeft alle gehanteerde uitkomstindicatoren en initiële condities weer voor zowel de medische behandelingen als voor de geconsolideerde dataset De geconsolideerde dataset wordt door Meetbaar Beter zelf samengevoegd uit de aangeleverde cohorten voor AVR, TAVI en conservatieve behandeling, en hoeft niet door de ziekenhuizen zelf als dataset aangeleverd te worden 42 Aortaklepvervanging (AVR) 421 Definitie Definitie AVR = elke patiënt die voor de eerste keer een geïsoleerde aortaklepvervanging (AVR) ondergaat binnen de vastgestelde rapportageperiode (2010 2014), zonder gelijktijdige CABG of andere hartchirurgie = een patiënt waarbij naast de AVR een gelijktijdige aortaklepplastiek of geplande Bentall procedure wordt uitgevoerd, wordt niet geïncludeerd in het AVR cohort Ook type prothese van de AVR dient geregistreerd te worden: 1) Bioprothese soort onbekend 2) Bioprothese ongestent 3) Bioprothese gestent 4) Mechanisch 5) Homograft 6) Autograft 9) Onbekend 26

4 Aortakleplijden NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het AVR cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen 422 Uitkomstindicatoren 120 daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 120 dagen ( 120 dagen) na de interventie overlijden Inclusieperiode: 2010 2014 Lange termijn overleving Patiënten die overleven als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie met een maximale follow up duur van 5 jaar Inclusieperiode: 2010 2014 Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen 10 14 maanden na start van de conservatieve behandeling Bij voorkeur gemeten met de SF36 2, anders de SF12 2 Van spoedpatiënten kan géén kwaliteit van leven vlak voor de interventie gemeten worden Inclusieperiode: 2010 2013 NYHA klasse * De NYHA (New York Heart Association) classificatie voor hartfalen gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 3 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen 30 en 60 dagen na de interventie 5 categorieën: 1) klasse I; 2)klasse II; 3) klasse III; 4) klasse IV en 9) onbekend Inclusieperiode: 2010 2014 Diepe sternumwondinfectie * Diepe sternumwondinfectie die zich ontwikkelt binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie = Hierbij wordt er van uitgegaan dat de pa ënt teruggaat naar het behandelcentrum 3 categorieën: 0) geen diepe sternumwondinfectie; 1) diepe sternumwondinfectie en 9) onbekend Inclusieperiode: 2010 2014 CVA * Patiënten waarbij zich een postoperatieve CVA ontwikkelt binnen 72 uur ( 72 uur) na de interventie 3 categorieën: 0) geen CVA; 1) CVA en 9) onbekend Inclusieperiode: 2010 2014 Implantatie nieuwe permanente pacemaker Postoperatieve implantatie van een nieuwe (geen vervangende) permanente pacemaker binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie 3 categorieën: 0) geen implantatie nieuwe permanente pacemaker; 1) implantatie nieuwe permanente pacemaker en 9) onbekend Inclusieperiode: 2010 2014 Periode vrij van klepreïnterventie Patiënten die vrij zijn van een klepreïnterventie (AVR of TAVI) aan dezelfde klep als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie Inclusieperiode: 2010 2014 27

4 Aortakleplijden 423 Initiële condities Diabetes mellitus * Patiënten die diabetes mellitus type 1 of type 2 hebben 3 categorieën: 0) geen diabetes mellitus; 1) diabetes mellitus en 9) onbekend Eerder CVA * Patiënten die een CVA hebben doorgemaakt voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerder CVA; 1) eerder CVA en 9) onbekend Eerdere hartoperatie Patiënten die een hartoperatie hebben ondergaan voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven (dit betreft slechts ingrepen waarbij het pericard geopend is, conform de EuroSCORE I * ) 3 categorieën: 0) geen eerdere hartoperatie; 1) eerdere hartoperatie en 9) onbekend Endocarditis * Patiënten waarbij endocarditis is gediagnosticeerd voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 4 categorieën: 0) geen endocarditis; 1) endocarditis in de voorgeschiedenis; 2) patiënt wordt op het moment van de interventie nog behandeld met een AB vanwege endocarditis en 9) onbekend Ernstige linkerventrikeldysfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF) * Spoedpatiënten worden geëxcludeerd 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30 50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Geslacht 3 categorieën: 1) man; 2) vrouw en 9) geen geslacht/onbekend (bv transgenders en androgyne personen) Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start interventie Logistische EuroSCORE I * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE I gemeten vóór de interventie (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule Urgentie van de procedure * 4 categorieën: 1) electief; 2) urgent; 3) spoed+redding en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 28

4 Aortakleplijden 43 Transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) 431 Definitie Definitie TAVI = elke patiënt die voor de eerste keer binnen de vastgestelde rapportageperiode (2010 2014) een transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) ondergaat Ook de gebruikte toegangsweg van de TAVI dient geregistreerd te worden: 1) Transfemoraal 2) Transapicaal 3) Via arteria subclavia 4) Direct transaortaal 5) Transaxillair 9) Onbekend NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het TAVI cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen 432 Uitkomstindicatoren Procedurele mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 3 dagen ( 3 dagen) na de interventie overlijden Inclusieperiode: 2010 2014 30 daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie overlijden Inclusieperiode: 2010 2014 120 daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 120 dagen ( 120 dagen) na de interventie overlijden Inclusieperiode: 2010 2014 Lange termijn overleving Patiënten die overleven als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie met een maximale follow up duur van 5 jaar Inclusieperiode: 2010 2014 Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen 10 14 maanden na de interventie Bij voorkeur gemeten met de SF36 2, anders de SF12 2 Van spoedpatiënten kan géén kwaliteit van leven vlak voor de interventie gemeten worden Inclusieperiode: 2010 2013 NYHA klasse * De NYHA (New York Heart Association) classificatie voor hartfalen gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 3 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen 30 en 60 dagen na de interventie 5 categorieën: 1) klasse I; 2)klasse II; 3) klasse III; 4) klasse IV en 9) onbekend Inclusieperiode: 2010 2014 29

4 Aortakleplijden Vasculaire complicaties * Patiënten die binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie vasculaire complicaties krijgen (diagnose volgens de VARC 2 definities) 3 categorieën: 0) geen vasculaire complicatie; 1) major vasculaire complicatie(s); 2) minor vasculaire complicatie(s) en 9) onbekend Inclusieperiode: 2010 2014 CVA * Patiënten waarbij zich een postoperatieve CVA ontwikkelt binnen 72 uur ( 72 uur) na de interventie 3 categorieën: 0) geen CVA; 1) CVA en 9) onbekend Inclusieperiode: 2010 2014 Implantatie nieuwe permanente pacemaker Postoperatieve implantatie van een nieuwe (geen vervangende) permanente pacemaker binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie 3 categorieën: 0) geen implantatie nieuwe permanente pacemaker; 1) implantatie nieuwe permanente pacemaker en 9) onbekend Inclusieperiode: 2010 2014 Periode vrij van klepreïnterventie Patiënten die vrij zijn van een klepreïnterventie (AVR of TAVI) aan dezelfde klep als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie Alle klepreïnterventies gedurende followup worden geregistreerd Inclusieperiode: 2010 2014 433 Initiële condities Eerder CVA * Patiënten die een CVA hebben doorgemaakt voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerder CVA; 1) eerder CVA en 9) onbekend Eerdere hartoperatie Patiënten die een hartoperatie hebben ondergaan voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven (dit betreft slechts ingrepen waarbij het pericard geopend is, conform de EuroSCORE I * ) 3 categorieën: 0) geen eerdere hartoperatie; 1) eerdere hartoperatie en 9) onbekend Eerder mitraalkleplijden * Patiënten waarbij mitraalkleplijden is gediagnosticeerd voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 6 categorieën: 0) graad 0; 1) graad I; 2) graad II; 3) graad III; 4) graad IV en 9) onbekend Ernstige linkerventrikeldysfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF) * Spoedpatiënten worden geëxcludeerd 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30 50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Frailty Er is nog geen besluit genomen wat betreft het gebruik van een gevalideerde vragenlijst om frailty te meten bij TAVI patiënten, daarom is besloten om de initiële conditie frailty niet te verzamelen in 2015 Geslacht 3 categorieën: 1) man; 2) vrouw en 9) geen geslacht/onbekend (bv transgenders en androgyne personen) Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start interventie 30

4 Aortakleplijden Logistische EuroSCORE I * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE I gemeten vóór de interventie (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule Urgentie van de procedure * 4 categorieën: 1) electief; 2) urgent; 3) spoed+redding en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 44 Conservatieve behandeling 441 Definitie Definitie conservatieve behandeling = elke patiënt die een conservatieve behandeling ondergaat, maar die niet binnen 90 dagen daarop volgend een TAVI of AVR heeft ondergaan binnen de vastgestelde rapportageperiode (2010 2014) De patiënt voldoet aan de onderstaande inclusiecriteria: 1 Patiënt lijdt aan aortakleplijden zoals gedefinieerd op pagina 26 2 Patiënt is besproken in een hartteam 3 Patiënt waarbij geen ingreep wordt verricht conform de definitie zoals die gehanteerd is bij inclusie van het AVR dan wel TAVI cohort 4 Patiënt die komt te overlijden vóór het uitvoeren van een geplande interventie Het moment van diagnose is de startdatum van de follow up NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het conservatieve behandeling cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen 442 Uitkomstindicatoren 120 daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 120 dagen ( 120 dagen) na start conservatieve behandeling overlijden Inclusieperiode: 2010 2014 Lange termijn overleving Patiënten die overleven als functie van het aantal verstreken dagen na start conservatieve behandeling met een maximale follow up duur van 5 jaar Inclusieperiode: 2010 2014 Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na start van de conservatieve behandeling Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór start van de conservatieve behandeling Meting na behandeling = gemeten tussen 10 14 maanden na start van de conservatieve behandeling Bij voorkeur gemeten met de SF36 2, anders de SF12 2 Inclusieperiode: 2011 2013 31

4 Aortakleplijden 443 Initiële condities Eerdere hartoperatie Patiënten die een hartoperatie hebben ondergaan voorafgaande aan de conservatieve behandeling gedurende het hele leven (dit betreft slechts ingrepen waarbij het pericard geopend is, conform de EuroSCORE I * ) 3 categorieën: 0) geen eerdere hartoperatie; 1) eerdere hartoperatie en 9) onbekend Ernstige linkerventrikeldysfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF) * 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30 50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Geslacht 3 categorieën: 1) man; 2) vrouw en 9) geen geslacht/onbekend (bv transgenders en androgyne personen) Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start conservatieve behandeling Logistische EuroSCORE I * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE I gemeten vóór de start van de conservatieve behandeling (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 32

5 Gecombineerd coronairlijden en aortakleplijden 5 Gecombineerd coronairlijden en aortakleplijden 51 CABG + AVR 511 Definitie Definitie CABG + AVR = elke patiënt die voor de eerste keer een coronaire bypasschirurgie (CABG) ondergaat binnen de vastgestelde rapportageperiode (2010 2014), met gelijktijdige operatieve aortaklepvervanging (AVR) of CABG en AVR in combinatie met een ingreep die niet als zelfstandige ingreep geregistreerd dient te worden bij de BHN, zoals een PM, ICD, lead of niet cardiale ingreep, ongeacht de primaire oorzaak Aortaklepchirurgie zoals hier bedoeld is exclusief plastieken en klepingrepen van het type overige ingreep (voorbeelden hiervan zijn onder andere: refixatie klepprothese, een ingreep in verband met paravalvulaire lekkage, het verwijderen van thrombusmassa wegens een disfunctionerende klep, verwijderen van pannus rond klepprothese, etc) NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het CABG + AVR cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen Regels met betrekking tot CABG + AVR: 1 Patiënten die gediagnosticeerd zijn met coronairlijden en aortakleplijden en een combinatiebehandeling CABG + AVR hebben ondergaan, worden geïncludeerd 2 Patiënten die alleen een CABG of AVR hebben ondergaan worden geëxcludeerd 3 Patiënten die een TAVI of een hybride operatieve behandeling voor aortakleplijden ondergaan worden geëxcludeerd 512 Uitkomstindicatoren 30 daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie overlijden Inclusieperiode: 2010 2014 120 daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 120 dagen ( 120 dagen) na de interventie overlijden Inclusieperiode: 2010 2014 Lange termijn overleving Patiënten die overleven als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie met een maximale follow up duur van 5 jaar Inclusieperiode: 2010 2014 Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen 10 14 maanden na de interventie Bij voorkeur gemeten met de SF36 2, anders de SF12 2 Van spoedpatiënten kan géén kwaliteit van leven vlak voor de interventie gemeten worden Inclusieperiode: 2010 2013 Diepe sternumwondinfectie * Diepe sternumwondinfectie die zich ontwikkelt binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie = Hierbij wordt er van uitgegaan dat de patiënt teruggaat naar het behandelcentrum 33

5 Gecombineerd coronairlijden en aortakleplijden 3 categorieën: 0) geen diepe sternumwondinfectie; 1) diepe sternumwondinfectie en 9) onbekend Inclusieperiode: 2010 2014 CVA * Patiënten waarbij zich een postoperatieve CVA ontwikkelt binnen 72 uur ( 72 uur) na de interventie 3 categorieën: 0) geen CVA; 1) CVA en 9) onbekend Inclusieperiode: 2010 2014 Bloedtransfusie nodig Patiënten die een bloedtransfusie krijgen vanaf start interventie t/m 3 dagen ( 3 dagen) post OK Het aantal eenheden rood bloedcelconcentraat (RBC) die de patiënt heeft gekregen wordt geregistreerd NB: Pre operatief gegeven bloedtransfusies tellen niet mee, per operatief gegeven bloedtransfusies tellen wel mee Inclusieperiode: 2010 2014 Periode vrij van reïnterventie Patiënten die vrij zijn van een AVR, PCI of een CABG reïnterventie als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie Inclusieperiode: 2010 2014 513 Initiële condities Chronische longziekte Patiënten met een gediagnosticeerde chronische longziekte voorafgaande aan de interventie waarvoor zij langdurig gebruik maken van bronchusdilatoren of steroïden 3 categorieën: 0) geen chronische longziekte; 1) chronische longziekte en 9) onbekend Diabetes mellitus * Patiënten die diabetes mellitus type 1 of type 2 hebben 3 categorieën: 0) geen diabetes mellitus; 1) diabetes mellitus en 9) onbekend Ernstige linkerventrikeldysfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF) * 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30 50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Geslacht 3 categorieën: 1) man; 2) vrouw en 9) geen geslacht/onbekend (bv transgenders en androgyne personen) Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start interventie Logistische EuroSCORE I * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE I gemeten vóór de interventie (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule Recent myocardinfarct * Doorgemaakt myocardinfarct in de 90 dagen ( 90 dagen) voorafgaande aan de interventie 3 categorieën: 0) geen recent myocardinfarct ; 1) recent myocardinfarct en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 34

6 Atriumfibrilleren 6 Atriumfibrilleren Deze medische conditie betreft een ritmestoornis welke gekenmerkt wordt door: 1 Irregulair RR interval (zonder de aanwezigheid van een repetitief patroon), en 2 Afwezigheid van P golven op het oppervlakte ECG, en 3 Variabele atriale cycluslengte (indien zichtbaar) 61 Geconsolideerd atriumfibrilleren Patiënten die gediagnosticeerd zijn met atriumfibrilleren en in het rapportagejaar (2011 2014) een katheter PVI of minimaal invasieve chirurgische PVI hebben ondergaan, worden geïncludeerd in het cohort atriumfibrilleren (geconsolideerd atriumfibrilleren) De indicatorenset voor geconsolideerd atriumfibrilleren is samengesteld uit de overlappende uitkomstindicatoren en initiële condities van de individuele medische behandelingen van atriumfibrilleren Het totaal overzicht van de indicatorensets is te verkrijgen via de website wwwmeetbaarbetercom Dit overzicht geeft alle gehanteerde uitkomstindicatoren en initiële condities weer voor zowel de medische behandelingen als voor de geconsolideerde dataset De geconsolideerde dataset wordt door Meetbaar Beter zelf samengevoegd uit de aangeleverde cohorten voor katheter PVI en minimaal invasieve chirurgische PVI, en hoeft niet door de ziekenhuizen zelf als dataset aangeleverd te worden 62 Katheter pulmonaal venen isolatie 621 Definitie Definitie katheter PVI = elke patiënt waarbij voor de eerste keer een instrument in het veneuze systeem ingebracht wordt binnen de vastgestelde rapportageperiode (2011 2014) met de intentie om een geïsoleerde endocardiale katheter PVI te verrichten = een patiënt die een katheter PVI krijgt ter behandeling van een typische flutter (cavotricuspidale isthmus afhankelijke flutter) wordt niet geïncludeerd in het katheter PVI cohort Ook een patiënt waarbij een geïsoleerde LAA sluiting wordt verricht wordt niet geïncludeerd in het katheter PVI cohort Een patiënt waarbij tijdens de katheter PVI procedure een LAA sluiting wordt verricht wordt wel geïncludeerd in het katheter PVI cohort Ook de ablatie methode dient geregistreerd te worden: 1) Conventioneel point by point RF ablatie 2) PVAC RF ablatie 3) Cryo ablatie 9) Onbekend NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het katheter PVI cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen 622 Uitkomstindicatoren 30 daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie overlijden Inclusieperiode: 2011 2014 Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen 10 14 maanden na de interventie Bij voorkeur gemeten met de SF36 2, anders de SF12 2 35

6 Atriumfibrilleren Van spoedpatiënten kan géén kwaliteit van leven vlak voor de interventie gemeten worden Inclusieperiode: 2011 2013 Trombo embolische complicaties Patiënten waarbij een trombo embolische complicatie optreedt (CVA * / TIA * / tromboembolie * ) binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de interventie 3 categorieën: 0) geen trombo embolische complicaties; 1) trombo embolische complicaties en 9) onbekend Inclusieperiode: 2011 2013 Bloedingscomplicaties * Patiënten die gedurende de ziekenhuisopname van de interventie een bloedingscomplicatie krijgen (volgens de BARC classificatie vanaf BARC type 2) die gerelateerd is aan de interventie (exclusief cardiale tamponade * ) 3 categorieën: 0) geen bloedingscomplicaties; 1) bloedingscomplicaties en 9) onbekend Inclusieperiode: 2011 2014 Cardiale tamponade * Patiënten waarbij zich binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie een cardiale tamponade ontwikkelt waarvoor een interventie (drainage) noodzakelijk is 3 categorieën: 0) geen cardiale tamponade; 1) cardiale tamponade en 9) onbekend Inclusieperiode: 2011 2014 Herhaalde PVI binnen 1 jaar Patiënten waarbij binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de interventie een herhaalde PVI (katheter PVI of chirurgische PVI) wordt uitgevoerd (cavotricuspidale isthmus afhankelijke flutter en ablatie om heel andere reden bijvoorbeeld ventriculaire tachycardie worden geëxcludeerd) Dit betreft zowel een uitgevoerde herhaalde PVI binnen 1 jaar als een herhaalde PVI die binnen 1 jaar na de interventie gepland is (dus op de wachtlijst is geplaatst) om uitgevoerd te worden Een geplande herhaalde PVI welke onderdeel is van het initiële behandelingsplan (=staged procedure) met als doel het opheffen van atriumfibrilleren en wordt uitgevoerd binnen 3 maanden na de eerste interventie wordt niet als herhaalde PVI geregistreerd Er wordt vanuit gegaan dat de eerste interventie op zichzelf niet adequaat genoeg is om de klachten te verhelpen en het uitvoeren van een geplande herhaalde PVI binnen 3 maanden na de eerste interventie noodzakelijk is 3 categorieën: 0) geen herhaalde PVI binnen 1 jaar; 1) herhaalde PVI binnen 1 jaar en 9) onbekend Inclusieperiode: 2011 2013 Herhaalde PVI binnen 3 jaar Patiënten waarbij binnen 3 jaar na de interventie een herhaalde PVI (katheter PVI of chirurgische PVI) wordt uitgevoerd (cavotricuspidale isthmus afhankelijke flutter en ablatie om heel andere reden bijvoorbeeld ventriculaire tachycardie worden geëxcludeerd) Dit betreft zowel een uitgevoerde herhaalde PVI binnen 3 jaar als een herhaalde PVI die binnen 3 jaar na de interventie gepland is (dus op de wachtlijst is geplaatst) om uitgevoerd te worden Een geplande herhaalde PVI welke onderdeel is van het initiële behandelingsplan (=staged procedure) met als doel het opheffen van atriumfibrilleren en wordt uitgevoerd binnen 3 maanden na de eerste interventie wordt niet als herhaalde PVI geregistreerd Er wordt vanuit gegaan dat de eerste interventie op zichzelf niet adequaat genoeg is om de klachten te verhelpen en het uitvoeren van een geplande herhaalde PVI binnen 3 maanden na de eerste interventie noodzakelijk is 3 categorieën: 0) geen herhaalde PVI binnen 3 jaar; 1) herhaalde PVI binnen 3 jaar en 9) onbekend Outcomes team heeft besloten om deze uitkomstindicator niet te registreren voor Meetbaar Beter rapportage 2015 36

6 Atriumfibrilleren Vrijheid van AF gerelateerde klachten na 1 jaar Er worden een aantal elementen voor deze uitkomstindicator verzameld (onafhankelijk van een wel/niet uitgevoerde herhaalde PVI binnen 1 jaar) welke gemeten worden tussen 10 14 maanden na de interventie: Klachten : 0) geen klachten; 1) klachten en 9) onbekend Aangetoond AF * : 0) geen aangetoond AF; 1) aangetoond AF en 9) onbekend) Meting uitgevoerd (10 14 maanden na de interventie): 0) geen meting uitgevoerd, 1) ECG; 2) holter; 3) event recorder; 4) reveal en 9) onbekend Gebruik AAD: 0) geen gebruik van AAD; 1) gebruik van AAD en 9) onbekend = Aan de hand van het polibezoek kan bepaald worden of de patiënt 1 jaar na de interventie vrij is geweest van voor de patiënt herkenbare klachten veroorzaakt door AF, zoals hartkloppingen, moeheid, verminderde inspanningstolerantie, kortademigheid of angst Inclusieperiode: 2011 2013 623 Initiële condities CHA 2 DS 2 VASc Score * Laatst bepaalde CHA 2 DS 2 VASc Score gemeten voorafgaande aan de interventie op een schaal van 0 tot en met 9 Duur persisterend AF * Aantal maanden dat patiënt medisch is gediagnosticeerd met persisterend AF of langdurig persisterend AF * De tijdsduur starten vanaf het moment dat AF is vastgesteld/aangetoond Categorie 1) niet van toepassing Eerdere ablatie voor AF Patiënten die een eerdere ablatie (zowel katheter PVI als chirurgische PVI) vanwege atriumfibrilleren hebben ondergaan voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerdere ablatie; 1) eerdere ablatie en 9) onbekend Ernstige linkerventrikeldysfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF) * 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30 50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Linkeratriumvolume index * Volume van het linker atrium gemeten via ECHO, CT of MRI in ml/m 2 Eerder mitraalkleplijden * Patiënten waarbij mitraalkleplijden is gediagnosticeerd voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 6 categorieën: 0) graad 0; 1) graad I; 2) graad II; 3) graad III; 4) graad IV en 9) onbekend Obesitas * De lengte (in cm) en het gewicht (in kg) van de patiënt worden gemeten en daaruit wordt de Body Mass Index (BMI) van de patiënt bepaald Type AF * 6 categorieën: 1) eerste AF incident; 2) paroxysmaal; 3) persisterend; 4) langdurig persisterend; 5) permanent en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 37

6 Atriumfibrilleren 63 Minimaal invasieve chirurgische pulmonaal venen isolatie 631 Definitie Definitie minimaal invasieve chirurgische PVI = elke patiënt die voor de eerste keer een wegens atriumfibrilleren uitgevoerde minimaal invasieve chirurgische pulmonaal venen isolatie (PVI) ondergaat binnen de vastgestelde rapportageperiode (2011 2014) door middel van een thoracoscopische benadering (dus niet de katheter benadering) met of zonder box laesie = Dit betreft minimaal invasieve chirurgische PVI ingrepen waarbij alleen een ritme ingreep wordt verricht (met of zonder gelijktijdige LAA resectie) en niet in combinatie met andere ingrepen zoals klep of coronairchirurgie NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het minimaal invasieve chirurgische PVI cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen 632 Uitkomstindicatoren 30 daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie overlijden Inclusieperiode: 2011 2014 Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen 10 14 maanden na de interventie Bij voorkeur gemeten met de SF36 2, anders de SF12 2 Van spoedpatiënten kan géén kwaliteit van leven vlak voor de interventie gemeten worden Inclusieperiode: 2011 2013 Trombo embolische complicaties Patiënten waarbij een trombo embolische complicatie optreedt (CVA * / TIA * / tromboembolie * ) binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de interventie 3 categorieën: 0) geen trombo embolische complicaties; 1) trombo embolische complicaties en 9) onbekend Inclusieperiode: 2011 2013 Bloedingscomplicaties * Patiënten die gedurende de ziekenhuisopname van de interventie een bloedingscomplicatie krijgen (volgens de BARC classificatie vanaf BARC type 2) die gerelateerd is aan de interventie (exclusief cardiale tamponade * ) 3 categorieën: 0) geen bloedingscomplicaties; 1) bloedingscomplicaties en 9) onbekend Inclusieperiode: 2011 2014 Cardiale tamponade * Patiënten waarbij zich binnen 30 dagen ( 30 dagen) nadat de patiënt een AF ablatie heeft ondergaan, een cardiale tamponade ontwikkelt waarvoor een interventie (drainage) noodzakelijk is 3 categorieën: 0) geen cardiale tamponade; 1) cardiale tamponade en 9) onbekend Inclusieperiode: 2011 2014 Herhaalde PVI binnen 1 jaar Patiënten waarbij binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de interventie een herhaalde PVI (katheter PVI of chirurgische PVI) wordt uitgevoerd (cavotricuspidale isthmus afhankelijke flutter en ablatie om heel andere reden bijvoorbeeld ventriculaire tachycardie worden geëxcludeerd) Dit betreft zowel een uitgevoerde herhaalde PVI binnen 1 jaar als een herhaalde PVI die 38

6 Atriumfibrilleren binnen 1 jaar na de interventie gepland is (dus op de wachtlijst is geplaatst) om uitgevoerd te worden Een geplande herhaalde PVI welke onderdeel is van het initiële behandelingsplan (=staged procedure) met als doel het opheffen van atriumfibrilleren en wordt uitgevoerd binnen 3 maanden na de eerste interventie wordt niet als herhaalde PVI geregistreerd Er wordt vanuit gegaan dat de eerste interventie op zichzelf niet adequaat genoeg is om de klachten te verhelpen en het uitvoeren van een geplande herhaalde PVI binnen 3 maanden na de eerste interventie noodzakelijk is 3 categorieën: 0) geen herhaalde PVI binnen 1 jaar; 1) herhaalde PVI binnen 1 jaar en 9) onbekend Inclusieperiode: 2011 2013 Vrijheid van AF gerelateerde klachten na 1 jaar Er worden een aantal elementen voor deze uitkomstindicator verzameld (onafhankelijk van een wel/niet uitgevoerde herhaalde PVI binnen 1 jaar) welke gemeten worden tussen 10 14 maanden na de interventie: Klachten : 0) geen klachten; 1) klachten en 9) onbekend Aangetoond AF * : 0) geen aangetoond AF; 1) aangetoond AF en 9) onbekend) Meting uitgevoerd (10 14 maanden na de interventie): 0) geen meting uitgevoerd, 1) ECG; 2) holter; 3) event recorder; 4) reveal en 9) onbekend Gebruik AAD: 0) geen gebruik van AAD; 1) gebruik van AAD en 9) onbekend = Aan de hand van het polibezoek kan bepaald worden of de patiënt 1 jaar na de interventie vrij is geweest van voor de patiënt herkenbare klachten veroorzaakt door AF, zoals hartkloppingen, moeheid, verminderde inspanningstolerantie, kortademigheid of angst Inclusieperiode: 2011 2013 633 Initiële condities CHA 2 DS 2 VASc Score * Laatst bepaalde CHA 2 DS 2 VASc Score gemeten voorafgaande aan de interventie op een schaal van 0 tot en met 9 Duur persisterend AF * Aantal maanden dat patiënt medisch is gediagnosticeerd met persisterend AF of langdurig persisterend AF * De tijdsduur starten vanaf het moment dat AF is vastgesteld/aangetoond Categorie 1) niet van toepassing Eerdere ablatie voor AF Patiënten die een eerdere ablatie (zowel katheter PVI als chirurgische PVI) vanwege atriumfibrilleren hebben ondergaan voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerdere ablatie; 1) eerdere ablatie en 9) onbekend Ernstige linkerventrikeldysfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF) * 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30 50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Linkeratriumvolume index * Volume van het linker atrium gemeten via ECHO, CT of MRI in ml/m 2 Eerder mitraalkleplijden * Patiënten waarbij mitraalkleplijden is gediagnosticeerd voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 6 categorieën: 0) graad 0; 1) graad I; 2) graad II; 3) graad III; 4) graad IV en 9) onbekend Obesitas * De lengte (in cm) en het gewicht (in kg) van de patiënt worden gemeten en daaruit wordt de Body Mass Index (BMI) van de patiënt bepaald 39

6 Atriumfibrilleren Type AF * 6 categorieën: 1) eerste AF incident; 2) paroxysmaal; 3) persisterend; 4) langdurig persisterend; 5) permanent en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 40

7 Codeboek 7 Codeboek 71 Coronairlijden 711 Coronaire bypasschirurgie (CABG) NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING CODERING ALGEMEEN patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC ziekenhuis_verwezen patiënt verwezen uit een ander ziekenhuis 0=niet verwezen 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC 15=Albert Schweitzer ziekenhuis 16=Atrium Medisch Centrum Parkstad 17=Canisius Wilhelmina Ziekenhuis 18=Jeroen Bosch Ziekenhuis 19=Maasstad Ziekenhuis 20=MCH Westeinde 21=Meander Medisch Centrum 22=Medisch Centrum Alkmaar 41

7 Codeboek ziekenhuis_hartteam met welk hartcentrum heeft de hartteam bespreking plaatsgevonden? (hartteam bespreking = iedere vorm van multidisciplinaire communicatie tussen cardiologen en/of cardiothoracaal chirurgen) 23=Rijnstate Ziekenhuis Arnhem 24=Scheper Ziekenhuis 25=Tergooi Ziekenhuis 26=TweeSteden Ziekenhuis 27=VieCuri Medisch Centrum 28=ZorgSaam Zeeuws Vlaanderen 30=overige ziekenhuizen 99 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=ErasmusMC 13=MUMC 14=Radboud MC 999=geen hartteam bespreking intv_dat datum interventie dd mm jjjj UITKOMSTINDICATOREN reexplor chirurgische reëxploratie 0=geen chirurgische reëxploratie 1=chirurgische reëxploratie DSWI diepe sternumwondinfectie 0=geen diepe sternumwondinfectie 1=diepe sternumwondinfectie CVA CVA 0=geen CVA 1=CVA follow up uitkomstindicatoren MI recidief myocardinfarct gedurende followup 0=geen recidief myocardinfarct 1=recidief myocardinfarct MI_dat datum recidief myocardinfarct dd mm jjjj followupmi_dat datum follow up MI dd mm jjjj reinterv_cabg nieuwe CABG verricht gedurende followup 0=geen nieuwe CABG 1=nieuwe CABG 42

7 Codeboek reinterv_cabg_dat datum reïnterventie CABG dd mm jjjj followupcabg_dat datum follow up CABG dd mm jjjj reinterv_pci nieuwe PCI verricht gedurende follow up 0=geen nieuwe PCI 1=nieuwe PCI reinterv_pci_dat datum reïnterventie PCI dd mm jjjj followuppci_dat datum follow up PCI dd mm jjjj vitaliteit vitaliteitsstatus van de patiënt op 30 04 2015 vitaliteit_dat vitaliteitsdatum: indien levend 30 04 2015, indien overleden overlijdensdatum, indien lost to follow up datum laatste contact vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) 0=levend 1=overleden 2=lost to follow up dd mm jjjj 99 99 INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd mm jjjj leeftijd leeftijd 99 geslacht geslacht 1=man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend diabetes diabetes mellitus 0=geen diabetes mellitus 1=diabetes mellitus urgentie urgentie van de procedure 1=electief 2=urgent 3=spoed+redding kreat kreatinine niveau (μmol/l) 999 LVEF linkerventrikel ejectiefractie 1=EF >50% 2=EF 30 50% 3=EF <30% Euroscore logistische EuroSCORE I (in %, 2 decimalen) 999,9 43

7 Codeboek 712 Percutane coronaire interventie (PCI) NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING CODERING ALGEMEEN patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC 15=Albert Schweitzer ziekenhuis 16=Atrium Medisch Centrum Parkstad 17=Canisius Wilhelmina Ziekenhuis 18=Jeroen Bosch Ziekenhuis 19=Maasstad Ziekenhuis 20=MCH Westeinde 21=Meander Medisch Centrum 22=Medisch Centrum Alkmaar 23=Rijnstate Ziekenhuis Arnhem 24=Scheper Ziekenhuis 25=Tergooi Ziekenhuis 26=TweeSteden Ziekenhuis 27=VieCuri Medisch Centrum 28=ZorgSaam Zeeuws Vlaanderen ziekenhuis_verwezen patiënt verwezen uit een ander ziekenhuis 0=niet verwezen 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 44

7 Codeboek ziekenhuis_hartteam met welk hartcentrum heeft de hartteam bespreking plaatsgevonden? (hartteam bespreking = iedere vorm van multidisciplinaire communicatie tussen cardiologen en/of cardiothoracaal chirurgen) 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC 15=Albert Schweitzer ziekenhuis 16=Atrium Medisch Centrum Parkstad 17=Canisius Wilhelmina Ziekenhuis 18=Jeroen Bosch Ziekenhuis 19=Maasstad Ziekenhuis 20=MCH Westeinde 21=Meander Medisch Centrum 22=Medisch Centrum Alkmaar 23=Rijnstate Ziekenhuis Arnhem 24=Scheper Ziekenhuis 25=Tergooi Ziekenhuis 26=TweeSteden Ziekenhuis 27=VieCuri Medisch Centrum 28=ZorgSaam Zeeuws Vlaanderen 30=overige ziekenhuizen 99 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=ErasmusMC 13=MUMC 14=Radboud MC 999=geen hartteam bespreking intv_dat datum interventie dd mm jjjj UITKOMSTINDICATOREN angsucces angiografisch succesvol 0=angiografisch niet succesvol 1=angiografisch succesvol segm_aantal aantal behandelde segmenten 99 segm_succes aantal behandelde segmenten met een 99 reststenose 20% na PCI emergcabg urgente CABG 0=geen urgente CABG 45

7 Codeboek 1=urgente CABG follow up uitkomstindicatoren TVR optreden van TVR binnen 365 dagen 0=geen TVR 1=TVR TVR_dat datum TVR dd mm jjjj MI Myocardinfarct binnen 30 dagen 0=geen myocardinfarct 1=myocardinfarct vitaliteit vitaliteitsstatus van de patiënt op 30 04 2015 vitaliteit_dat vitaliteitsdatum: indien levend 30 04 2015, indien overleden overlijdensdatum, indien lost to followup datum laatste contact vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) 0=levend 1=overleden 2=lost to follow up dd mm jjjj 99 99 INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd mm jjjj leeftijd leeftijd 99 geslacht geslacht 1=man 2=vrouw 9=geen geslacht/onbekend diabetes diabetes mellitus 0=geen diabetes mellitus 1=diabetes mellitus urgentie urgentie van de procedure 1=electief 2=urgent 3=spoed+redding kreat kreatinine niveau (μmol/l) 999 LVEF linkerventrikelejectiefractie 1=EF >50% 2=EF 30 50% 3=EF <30% multiv meervatslijden 0=geen meervatslijden 1=meervatslijden vorigami eerder MI 0=geen eerder MI 1=eerder MI 46

7 Codeboek vorigcabg eerdere CABG 0=geen eerdere CABG 1=eerdere CABG CTO chronische totale occlusie 0=geen chronische totale occlusie 1=chronische totale occlusie shock shock 0=geen shock 1=shock reanimatie reanimatie 0=geen reanimatie 1=reanimatie 47

7 Codeboek 713 Conservatieve behandeling NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING CODERING ALGEMEEN patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC 15=Albert Schweitzer ziekenhuis 16=Atrium Medisch Centrum Parkstad 17=Canisius Wilhelmina Ziekenhuis 18=Jeroen Bosch Ziekenhuis 19=Maasstad Ziekenhuis 20=MCH Westeinde 21=Meander Medisch Centrum 22=Medisch Centrum Alkmaar 23=Rijnstate Ziekenhuis Arnhem 24=Scheper Ziekenhuis 25=Tergooi Ziekenhuis 26=TweeSteden Ziekenhuis 27=VieCuri Medisch Centrum 28=ZorgSaam Zeeuws Vlaanderen ziekenhuis_verwezen patiënt verwezen uit een ander ziekenhuis 0=niet verwezen 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 48

7 Codeboek ziekenhuis_hartteam met welk hartcentrum heeft de hartteam bespreking plaatsgevonden? (hartteam bespreking = iedere vorm van multidisciplinaire communicatie tussen cardiologen en/of cardiothoracaal chirurgen) intv_dat datum ischemietest dd mm jjjj UITKOMSTINDICATOREN CCS pijn, gemeten volgens CCSclassificatie 14=Radboud UMC 15=Albert Schweitzer ziekenhuis 16=Atrium Medisch Centrum Parkstad 17=Canisius Wilhelmina Ziekenhuis 18=Jeroen Bosch Ziekenhuis 19=Maasstad Ziekenhuis 20=MCH Westeinde 21=Meander Medisch Centrum 22=Medisch Centrum Alkmaar 23=Rijnstate Ziekenhuis Arnhem 24=Scheper Ziekenhuis 25=Tergooi Ziekenhuis 26=TweeSteden Ziekenhuis 27=VieCuri Medisch Centrum 28=ZorgSaam Zeeuws Vlaanderen 30=overige ziekenhuizen 99 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=ErasmusMC 13=MUMC 14=Radboud MC 999=geen hartteam bespreking 0=geen pijn op de borst 1=klasse I 2=klasse II 3=klasse III 4=klasse IV follow up uitkomstindicatoren PCI PCI gedurende follow up 0=geen PCI 1=PCI PCI_dat datum PCI dd mm jjjj followuppci_dat datum follow up PCI dd mm jjjj CABG CABG gedurende follow up 0=geen CABG 1=CABG 49

7 Codeboek CABG_dat datum CABG dd mm jjjj followupcabg_dat datum follow up CABG dd mm jjjj MI MI gedurende follow up 0=geen myocardinfarct 1=myocardinfarct MI_dat datum MI dd mm jjjj followupmi_dat datum follow up MI dd mm jjjj vitaliteit vitaliteitsstatus van de patiënt op 30 04 2015 vitaliteit_dat vitaliteitsdatum: indien levend 30 04 2015, indien overleden overlijdensdatum, indien lost to follow up datum laatste contact vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) 0=levend 1=overleden 2=lost to follow up dd mm jjjj 99 99 INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd mm jjjj leeftijd leeftijd 99 geslacht geslacht 1=man 2=vrouw 9=geen geslacht/onbekend diabetes diabetes mellitus 0=geen diabetes mellitus 1=diabetes mellitus kreat kreatinine niveau (μmol/l) 999 LVEF linkerventrikelejectiefractie 1=EF >50% 2=EF 30 50% 3=EF <30% multiv meervatslijden 0=geen meervatslijden 1=meervatslijden vorigami eerder MI 0=geen eerder MI 1=eerder MI vorigcabg eerdere CABG 0=geen eerdere CABG 1=eerdere CABG vorigpci eerdere PCI 0=geen eerdere PCI 1=eerdere PCI 50

7 Codeboek 72 Aortakleplijden 721 Aortaklepvervanging (AVR) NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING CODERING ALGEMEEN patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC intv_dat datum interventie dd mm jjjj prothese_type type prothese 1=bioprothese soort onbekend 2=bioprothese ongestent 3=bioprothese gestent 4=mechanisch 5=homograft 6=autograft UITKOMSTINDICATOREN NYHA_base NYHA klasse vóór de interventie 1=klasse 1 2=klasse 2 3=klasse 3 4=klasse 4 NYHA_1 NYHA klasse na 30 60 dagen 1=klasse 1 2=klasse 2 3=klasse 3 4=klasse 4 DSWI diepe sternumwondinfectie 0=geen diepe sternumwondinfectie 1=diepe sternumwondinfectie pacemaker implantatie nieuwe permanente pacemaker CVA CVA 0=geen CVA 0=geen implantatie nieuwe permanente pacemaker 1=implantatie nieuwe permanente pacemaker 51

7 Codeboek follow up uitkomstindicatoren reinterv_klep klepreïnterventie verricht gedurende follow up 1=CVA 0=geen klepreïnterventie 1=klepreïnterventie reinterv_klep_dat datum klepreïnterventie dd mm jjjj followupklep_dat datum follow up klepreïnterventie dd mm jjjj vitaliteit vitaliteitsstatus van de patiënt op 30 04 2015 0=levend 1=overleden 2=lost to follow up vitaliteit_dat vitaliteitsdatum: indien levend 30 04 2015; indien overleden overlijdensdatum; indien lost to follow up datum laatste contact dd mm jjjj vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) 99 99 INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd mm jjjj leeftijd leeftijd 99 geslacht geslacht 1=man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend diabetes diabetes mellitus 0=geen diabetes mellitus 1=diabetes mellitus Euroscore logistische EuroSCORE I (in %, 2 999,9 decimalen) endocarditis endocarditis 0=geen endocarditis 1=endocarditis in de voorgeschiedenis 2=patiënt wordt op het moment van interventie nog behandeld met een AB vanwege endocarditis vorighartop eerdere hartoperatie 0=geen eerdere hartoperatie 1=eerdere hartoperatie kreat kreatinine niveau (μmol/l) 999 urgentie urgentie van de procedure 1=electief 2=urgent 52

7 Codeboek 3=spoed+redding vorigcva eerder CVA 0=geen eerder CVA 1=eerder CVA LVEF linkerventrikelejectiefractie 1=EF >50% 2=EF 30 50% 3=EF <30% 53

7 Codeboek 722 Transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING CODERING ALGEMEEN patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC Vlaanderen intv_dat datum interventie dd mm jjjj procedure_type type procedure 1=transfemoraal 2=transapicaal 3=via arteria subclavia 4=direct transaortaal 5=transaxillair UITKOMSTINDICATOREN NYHA_base NYHA klasse vóór de interventie 1=klasse 1 2=klasse 2 3=klasse 3 4=klasse 4 NYHA_1 NYHA klasse na 30 60 dagen 1=klasse 1 2=klasse 2 3=klasse 3 4=klasse 4 vasc_compl vasculaire complicaties 0=geen vasculaire complicatie 1=major vasculaire complicatie(s) 2=minor vasculaire complicatie(s) pacemaker implantatie nieuwe permanente pacemaker CVA CVA 0=geen CVA 0=geen implantatie nieuwe permanente pacemaker 1= implantatie nieuwe permanente pacemaker 54

7 Codeboek follow up uitkomstindicatoren reinterv_klep klepreïnterventie verricht gedurende follow up 1=CVA 0=geen klepreïnterventie 1=klepreïnterventie reinterv_klep_dat datum klepreïnterventie dd mm jjjj followupklep_dat datum follow up klepreïnterventie dd mm jjjj vitaliteit vitaliteitsstatus van de patiënt op 30 04 2015 0=levend 1=overleden 2=lost to follow up vitaliteit_dat vitaliteitsdatum: indien levend 30 04 2015, indien overleden overlijdensdatum, indien lost to follow up datum laatste contact dd mm jjjj vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) 99 99 INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum van de patiënt dd mm jjjj leeftijd leeftijd 99 geslacht geslacht 1=man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend kreat kreatinine niveau (μmol/l) 999 Euroscore logistische EuroSCORE I (in %, 2 999,9 decimalen) urgentie urgentie van de procedure 1=electief 2=urgent 3=spoed+redding vorigcva eerder CVA 0=geen eerder CVA 1=eerder CVA vorighartop eerdere hartoperatie 0=geen eerdere hartoperatie 1=eerder hartoperatie vorigmitrklep eerder mitraalkleplijden 0=graad 0 1=graad I 2=graad II 3=graad III 4=graad IV 55

7 Codeboek LVEF linkerventrikelejectiefractie 1=EF >50% 2=EF 30 50% 3=EF <30% 56

7 Codeboek 723 Conservatieve behandeling NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING CODERING ALGEMEEN patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC intv_dat datum start conservatieve behandeling dd mm jjjj UITKOMSTINDICATOREN follow up uitkomstindicatoren vitaliteit vitaliteitsstatus van de patiënt op 30 04 2015 vitaliteit_dat vitaliteitsdatum: indien levend 30 04 2015; indien overleden overlijdensdatum; indien lost to follow up datum laatste contact vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) 0=levend 1=overleden 2=lost to follow up dd mm jjjj 99 99 INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd mm jjjj leeftijd leeftijd 99 geslacht geslacht 1=man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend Euroscore logistische EuroSCORE I (in %, 2 999,9 decimalen) vorighartop eerdere hartoperatie 0=geen eerdere hartoperatie 57

7 Codeboek 1=eerder hartoperatie kreat kreatinine niveau (μmol/l) 999 LVEF linkerventrikelejectiefractie 1=EF >50% 2=EF 30 50% 3=EF <30% 58

7 Codeboek 73 Gecombineerd coronairlijden en aortakleplijden 731 CABG + AVR NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING CODERING ALGEMEEN patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC intv_dat datum interventie dd mm jjjj UITKOMSTINDICATOREN CVA CVA 0=geen CVA 1=CVA DSWI diepe sternumwondinfectie 0=geen diepe sternumwondinfectie 1=diepe sternumwondinfectie bloedtransfusie aantal eenheden rood 99 bloedcelconcentraat follow up uitkomstindicatoren reinterv_avr nieuwe AVR verricht gedurende follow up 0=geen nieuwe AVR 1=nieuwe AVR reinterv_avr_dat datum reïnterventie AVR dd mm jjjj followupavr_dat datum follow up reïnterventie AVR dd mm jjjj reinterv_cabg nieuwe CABG verricht gedurende follow up 0=geen nieuwe CABG 1=nieuwe CABG reinterv_cabg_dat datum reïnterventie CABG dd mm jjjj followupcabg_dat datum follow up reïnterventie CABG dd mm jjjj reinterv_pci nieuwe PCI verricht gedurende follow up 0=geen nieuwe PCI 1=nieuwe PCI reinterv_pci_dat datum reïnterventie PCI dd mm jjjj followuppci_dat datum follow up reïnterventie PCI dd mm jjjj vitaliteit vitaliteitsstatus van de patiënt op 30 04 2015 0=levend 1=overleden 59

7 Codeboek vitaliteit_dat vitaliteitsdatum: indien levend 30 04 2015, indien overleden overlijdensdatum, indien lost to follow up datum laatste contact vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) 2=lost to follow up dd mm jjjj 99 99 INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd mm jjjj leeftijd leeftijd 99 geslacht geslacht 1=man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend diabetes diabetes mellitus 0=geen diabetes mellitus 1=diabetes mellitus Euroscore logistische EuroSCORE I (in %, 2 999,9 decimalen) LVEF linkerventrikel ejectiefractie 1=EF >50% 2=EF 30 50% 3=EF <30% chr_longziekte chronische longziekte 0=geen chronische longziekte 1=chronische longziekte kreat kreatinine niveau (μmol/l) 999 vorigmi recent MI 0=geen recent myocardinfarct 1=recent myocardinfarct 60

7 Codeboek 74 Atriumfibrilleren 741 Katheter pulmonaal venen isolatie NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING CODERING ALGEMEEN patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC intv_dat datum interventie dd mm jjjj ablatie_methode ablatie methode 1=conventioneel point by point RF ablatie 2=PVAC RF ablatie 3=cryo ablatie UITKOMSTINDICATOREN mnd_diagn aantal maanden persisterend AF 1=niet van toepassing 99 trombo trombo embolische complicaties 0=geen trombo embolische complicaties 1= trombo embolische complicaties 9= onbekend bloeding bloedingscomplicaties 0=geen bloedingscomplicaties 1=bloedingscomplicaties tamponade cardiale tamponade 0=geen cardiale tamponade 1=cardiale tamponade follow up uitkomstindicatoren klachten klachten 1 jaar na behandeling 0=geen klachten 1=klachten AF meting_af met behulp van een meting aangetoond dat patiënt AF heeft 1 jaar na behandeling gebruikte meting om AF aan te tonen 1 jaar na behandeling 0=geen aangetoond AF 1=aangetoond AF 0=geen meting uitgevoerd 1=ECG 61

7 Codeboek AAD gebruik van AAD 1 jaar na behandeling 2=holter 3=event recorder 4=reveal 0=geen gebruik van AAD 1=gebruik van AAD re_pvi herhaalde PVI binnen 1 jaar 0=geen herhaalde PVI binnen 1 jaar 1=herhaalde PVI binnen 1 jaar followuppvi_dat datum follow up PVI dd mm jjjj vitaliteit vitaliteitsstatus van de patiënt op 30 04 2015 vitaliteit_dat vitaliteitsdatum: indien levend 30 04 2015; indien overleden overlijdensdatum; indien lost to follow up datum laatste contact vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) 0=levend 1=overleden 2=lost to follow up dd mm jjjj 99 99 INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd mm jjjj leeftijd leeftijd 99 geslacht geslacht 1=man 2=vrouw 9= geen geslacht / onbekend lengte lengte (cm) 99 gewicht gewicht (kg) 99 ablatieaf eerdere ablatie voor AF 0=geen eerdere ablatie voor AF 1=eerdere ablatie voor AF LVEF linkerventrikelejectiefractie 1=EF >50% 2=EF 30 50% 3=EF <30% type_af type AF 1=eerste AF incident 2=paroxysmaal 3=persisterend 4=langdurig persisterend 5=permanent 62

7 Codeboek grootte_atrium Linkeratriumvolume index in ml/m 2 99 VAS CHA 2 DS 2 VASc Score 9 vorigmitrklep eerder mitraalkleplijden 0=graad 0 1=graad I 2=graad II 3=graad III 4=graad IV 63

7 Codeboek 742 Minimaal invasieve chirurgische pulmonaal venen isolatie NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING CODERING ALGEMEEN patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC intv_dat datum interventie dd mm jjjj UITKOMSTINDICATOREN mnd_diagn aantal maanden persisterend AF 1=niet van toepassing 99 trombo trombo embolische complicaties 0=geen trombo embolische complicaties 1= trombo embolische complicaties 9= onbekend bloeding bloedingscomplicaties 0=geen bloedingscomplicaties 1=bloedingscomplicaties tamponade cardiale tamponade 0=geen cardiale tamponade 1=cardiale tamponade follow up uitkomstindicatoren klachten klachten 1 jaar na behandeling 0=geen klachten 1=klachten AF meting_af AAD met behulp van een meting aangetoond dat patiënt AF heeft 1 jaar na behandeling gebruikte meting om AF aan te tonen 1 jaar na behandeling gebruik van AAD 1 jaar na behandeling 0=geen aangetoond AF 1=aangetoond AF 0=geen meting uitgevoerd 1=ECG 2=holter 3=event recorder 4=reveal 0=geen gebruik van AAD 1=gebruik van AAD 64

7 Codeboek re_pvi herhaalde PVI binnen 1 jaar 0=geen herhaalde PVI binnen 1 jaar 1=herhaalde PVI binnen 1 jaar followuppvi_dat datum follow up PVI dd mm jjjj vitaliteit vitaliteitsstatus van de patiënt op 30 04 2015 vitaliteit_dat vitaliteitsdatum: indien levend 30 04 2015; indien overleden overlijdensdatum; indien lost to follow up datum laatste contact vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) 0=levend 1=overleden 2=lost to follow up dd mm jjjj 99 99 INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd mm jjjj leeftijd leeftijd 99 geslacht geslacht 1=man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend lengte lengte (cm) 99 gewicht gewicht (kg) 99 ablatieaf eerdere ablatie voor AF 0=geen eerdere ablatie voor AF 1=eerdere ablatie voor AF LVEF linkerventrikelejectiefractie 1=EF >50% 2=EF 30 50% 3=EF <30% type_af type AF 1=eerste AF incident 2=paroxysmaal 3=persisterend 4=langdurig persisterend 5=permanent grootte_atrium linkeratriumvolume index in ml/m 2 99 VAS CHA 2 DS 2 VASc Score 9 vorigmitrklep eerder mitraalkleplijden 0=graad 0 1=graad I 2=graad II 3=graad III 4=graad IV 65

8 Overzicht wijzigingen 8 Overzicht wijzigingen In onderstaande tabel staan alle essentiële wijzigingen weergegeven ten opzichte van vorige versie, uitgesplitst naar definities en de verschillende medische condities GENERIEKE WIJZIGINGEN oude versie 20151 ziekenhuis_hartteam met welk ander ziekenhuis is de patiënt besproken in het hartteam? (indien hartteam bespreking niet met een ander ziekenhuis heeft plaatsgevonden, dan bij ziekenhuis_interventie en ziekenhuis_hartteam hetzelfde ziekenhuis invullen) ziekenhuis_verwezen nieuwe versie 20152 met welk hartcentrum heeft de hartteam bespreking plaatsgevonden? (hartteam bespreking = iedere vorm van multidisciplinaire communicatie tussen cardiologen en/of cardiothoracaal chirurgen) Variabele toegevoegd ziekenhuis ziekenhuis_interventie Naam variabele aangepast oude versie 16 mei 2014 nieuwe versie 20151 Kwaliteit van leven CVA Ernstige linkerventrikeldysfunc tie Patiënten waarbij zich een postoperatieve CVA ontwikkelt in het eigen ziekenhuis (waar de interventie heeft plaatsgevonden) binnen 72 uur na de interventie Toegevoegd specificatie termijn van invullen, voorkeur SF36 2 en uitsluiten spoedpatiënten: Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen 10 14 maanden na de interventie Bij voorkeur gemeten met de SF36 2, anders de SF12 2 Van spoedpatiënten kan géén kwaliteit van leven vlak voor de interventie gemeten worden Definitie aangepast: Patiënten waarbij zich een postoperatieve CVA ontwikkelt binnen 72 uur ( 72 uur) na de interventie Toegevoegd: Spoedpatiënten worden geëxcludeerd indien de initiële conditie urgentie wordt verzameld ziekenhuis_verwezen verwezen Naam variabele aangepast ziekenhuis_hartteam met welk hartcentrum heeft Toegevoegd aan codeboek de hartteam bespreking plaatsgevonden? variabelen kwaliteit van leven FF_base etc De uitkomsten van alle vragen dienen geregistreerd te worden: 66

8 Overzicht wijzigingen vraag1_t0, vraag2_t0, etc vraag1_t1, vraag2_t1, etc DEFINITIES Anti aritmica Atriumfibrilleren oude versie 16 mei 2014 Paroxysmaal atriumfibrilleren: het voorkomen van meer dan één episode van atriumfibrillatie welke spontaan beëindigt binnen 7 dagen ( 7 dagen) Episoden van atriumfibrillatie die minder dan 48 uur ( 48 uur)duren en beëindigd werden door elektrische of farmacologische cardioversie worden ook als paroxysmaal geclassificeerd Persisterend atriumfibrilleren: het persisteren van atriumfibrillatie meer dan 7 dagen en korter dan 1 jaar (7 dagen < atriumfibrillatie < 365 dagen); ook een elektrische of farmacologische cardioversie na 48 uur (> 48 uur) maar binnen 7 dagen ( 7 dagen) worden als persisterend geclassificeerd nieuwe versie 20151 Toegevoegd: * Belangrijk: bèta blokkers uit klasse II en anti aritmica uit klasse IV volgens Vaughan Williams worden bij de behandeling van atriumfibrilleren niet beschouwd als een anti aritmicum Gebruik van bèta blokkers na zowel een katheter PVI als chirurgische PVI wordt niet beschouwd als gebruik van een AAD (bèta blokkers zijn klasse II AAD volgens de Vaughan Williams classificatie maar worden binnen de elektrofysiologie niet als zodanig beschouwd) Definitie paroxysmaal en persisterend atriumfibrilleren aangepast: Paroxysmaal atriumfibrilleren: het voorkomen van meer dan één episode van atriumfibrilleren welke spontaan beëindigt binnen 7 dagen ( 7 dagen) Persisterend atriumfibrilleren: het persisteren van atriumfibrilleren meer dan 7 dagen en korter dan 1 jaar (7 dagen < atriumfibrilleren < 365 dagen); ook een elektrische of farmacologische cardioversie binnen 7 dagen (< 7 dagen) wordt als persisterend geclassificeerd Bloeding Bij BARC type 1 toegevoegd: Dit type wordt niet geregistreerd Cardiale tamponade Cardiale tamponade of effusie Naamgeving aangepast van cardiale tamponade of effusie naar cardiale tamponade Laatste gedeelte definitie met onderverdeling weggehaald, is niet relevant aangezien we dat niet 67

8 Overzicht wijzigingen CHA 2 DS 2 VASc score Diabetes DSWI Ejectiefractie Infectie De infectie betreft het diepliggende weefsel van de incisie (fascie of spier) én ontstaat binnen 30 dagen na de operatie in afwezigheid van een niet humaan implantaat of binnen 1 jaar na de operatie met implantaten van niet humane oorsprong en er is sprake van één van de volgende bevindingen: pus uit de diepe incisie, óf: abces of ander teken van infectie bij observatie, heroperatie, histopathologisch of radiologisch onderzoek, óf tenminste één van de volgende klinische verschijnselen: o pijn of gevoeligheid o lokale zwelling o roodheid o warmte o koorts > 38 C én spontane wonddehiscentie of wond geopend door de chirurg en de wondkweek is positief of niet gekweekt registreren Toegevoegd dat het alleen een cardiale tamponade betreft als een interventie (drainage) noodzakelijk is Uitleg hypertensie en diabetes mellitus conform definitie gegeven in hoofdstuk 2 Toegevoegd: Zwangerschapsdiabetes ten tijde van de interventie uitsluiten Definitie aangepast: Diepe sternumwondproblemen mediastinitis die zich ontwikkelen binnen 30 dagen na de interventie: omvat spier, sternum, mediastinum en is positief als er sprake is van één of meer van de onderstaande criteria: Chirurgische drainage/refixatie Positieve wondkweken AB therapie vanwege de sternumwond Toegevoegd: De ejectiefractie mag geregistreerd worden niet langer geleden dan 6 maanden vóór de interventie, waarbij de laatst gemeten waarde wordt gebruikt Categorieën aangepast van hoog, middel en laag naar goed, redelijk/matig en slecht Te algemene definitie, eruit gehaald 68

8 Overzicht wijzigingen Linkeratriumvolume index Mitraalkleplijden Urgentie Linker atrium volume Naam aangepast Definitie toegevoegd Definitie aangepast: De urgentie van een ingreep wordt ingedeeld in 4 verschillende categorieën: electief: een procedure waarvoor een opname via de polikliniek gepland wordt of kan worden zonder een significant risico op morbiditeit of mortaliteit Als het een stabiele opgenomen patiënt betreft, wordt de procedure tijdens opname uitgevoerd voor comfort en gemak en niet omdat de procedure niet uitgesteld kan worden tot na het ontslag vanwege de toestand van de patiënt urgent: een procedure die wordt uitgevoerd bij een opgenomen patiënt vóór ontslag uit het ziekenhuis, omdat de patiënt anders een significant verhoogd risico loopt op morbiditeit of mortaliteit Patiënten die zich presenteren op de spoedeisende hulp of polikliniek op het moment dat de indicatie voor de ingreep wordt gesteld, moeten worden opgenomen omdat hun toestand of klinische presentatie dit vereist spoed: een procedure die zo snel mogelijk wordt uitgevoerd vanwege een sterk verhoogd risico op morbiditeit of mortaliteit Zo snel mogelijk wil zeggen in de eerst beschikbare ruimte tijdens kantooruren of op afroep van het behandelend team tijdens wachtdiensten redding: een procedure die als laatste redmiddel wordt beschouwd De patiënt is bij aankomst op de interventiekamer in cardiogene shock en heeft voorafgaand aan de procedure externe cardiale massage gehad, of de patiënt wordt (niet electief) cardiorespiratoir ondersteund 69

8 Overzicht wijzigingen middels beademing of extracorporele bypass gedurende het transport naar de operatiekamer NB: Voor de registratie binnen Meetbaar Beter worden de categorieën spoed en redding samengevoegd CORONAIRLIJDEN CORONAIRE BYPASSCHIRURGIE (CABG) oude versie 16 mei 2014 Definitie CABG 1 jaars mortaliteit Chirurgische reëxploratie Patiënten bij wie binnen dezelfde ziekenhuisopname (inclusief het verblijf in het eventueel verwijzend ziekenhuis) een heroperatie van het sternum nodig is wegens een bloeding, (met of zonder tamponade), graft occlusie, of andere cardiale oorzaak nieuwe versie 20151 Toegevoegd: Een patiënt waarbij naast de CABG een gelijktijdige Bentall procedure of linker hartooramputatie wordt uitgevoerd, wordt niet geïncludeerd in het CABG cohort Uitkomstindicator toegevoegd Definitie aangepast: Iedere rethoracotomie na het initieel sluiten van de thorax binnen 30 dagen ( 30 dagen) na interventie Dit geldt voor alle oorzaken, uitgezonderd het openen van het sternum in verband met mediastinitis of refixatie van het sternum* Bloeding / cardiale tamponade * : rethoracotomie tgv een bloeding, tamponade (hieronder valt ook het subxyphoïdaal opheffen van een tamponade door de thoraxchirurg) Punctie valt hier niet onder Cardiale problemen: waarvoor operatie met of zonder gebruikmaking van extracorporele circulatie (ECC) Hieronder valt revisie van anastomose, reperfusie en dergelijke Ook het verrichten van een nieuwe ingreep binnen 30 dagen (bijvoorbeeld een CABG patiënt die na enkele dagen toch een klepvervanging, of nieuwe CABG krijgt) Anders: alle andere oorzaken, uitgezonderd het openen van het sternum ivm drainage vanwege mediastinitis * = Hierbij wordt er van uitgegaan dat de patiënt teruggaat naar het behandelcentrum 70

8 Overzicht wijzigingen PERCUTANE CORONAIRE INTERVENTIE (PCI) oude versie 20152 TVR Optreden van TVR gedurende follow up followuptvr_dat oude versie 20151 nieuwe versie 20153 Optreden van TVR binnen 365 dagen Variabele verwijderd nieuwe versie 20152 MI MI gedurende follow up MI binnen 30 dagen Variabele MI_dat en followupmi_dat verwijderd uit codeboek Regels met betrekking tot PCI Kwaliteit van leven Optreden van TVR Optreden van TVR Urgente CABG oude versie 16 mei 2014 Patiënten waarbij revascularisatie (gedefinieerd als behandeling door PCI of CABG) heeft plaatsgevonden in hetzelfde vat (of vaten) die behandeld waren bij de PCI, binnen 1 jaar na de PCI Elke CABG 30 dagen na PCI telt als TVR, ongeacht de vaten die zijn behandeld Regels CABG inclusie: Elke CABG 30 dagen na PCI telt als TVR nieuwe versie 20151 Aangepast: Alle regels vervangen door: Wanneer een patiënt een herhaalde PCI na 365 dagen (>365 dagen) ondergaat dan start nieuwe follow up Bij de definitie voor TVR staat een uitgebreide definitie voor deze betreffende uitkomstindicator Uitkomstindicator toegevoegd Definitie aangepast: Patiënten waarbij revascularisatie (gedefinieerd als behandeling door PCI of CABG) heeft plaatsgevonden in hetzelfde vat (of vaten) die behandeld waren bij de PCI, binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de PCI Elke CABG uitgevoerd 24 uur na PCI telt als TVR (urgente CABG uitgevoerd 24 uur dient geregistreerd te worden als uitkomstindicator urgente CABG) Een geplande CABG of PCI welke onderdeel is van het initiële behandelingsplan (=staged procedure) met als doel het opheffen van dezelfde laesie wordt niet als TVR geregistreerd Nieuwe regels CABG inclusie: Elke CABG uitgevoerd 24 uur na PCI telt als TVR (urgente CABG uitgevoerd 24 uur betreft een urgente CABG), ongeacht de vaten die zijn behandeld Een geplande CABG of PCI welke onderdeel is van het initiële behandelingsplan (dat een staged procedure omvat) met als doel het opheffen van dezelfde laesie wordt niet als TVR geregistreerd Definitie aangepast: Patiënten waarbij een CABG binnen 24 uur ( 24 uur) na de interventie wordt verricht ten gevolge van acute complicaties (zoals tamponade) of 71

8 Overzicht wijzigingen Chronische totale occlusie Reanimatie Shock CONSERVATIEVE BEHANDELING oude versie 16 mei 2014 Definitie conservatieve behandeling Kwaliteit van leven Definitie OMT voor coronairlijden = medicamenteuze behandeling van patiënt waarbij ischemie is vastgesteld op basis van MRI, FFR (<80%) of een SPECT, maar die niet binnen 90 dagen daarop volgend een PCI of CABG heeft ondergaan (alléén een fietstest is dus niet voldoende bewijs) Het moment van diagnose positieve test is de startdatum Regels met betrekking tot OMT: 1 Alleen patiënten die middels OMT behandeld zijn binnen het eigen hartcentrum 2 Als patiënt na 90 dagen, maar binnen de gestelde follow up duur een CABG of PCI ondergaat, stopt daarmee de follow up voor OMT De patiënt start in het betreffende CABG of PCI cohort voortdurende ischemie, ongeacht de vaten die zijn behandeld Een geplande CABG welke onderdeel is van het initiële behandelingsplan (=staged procedure) met als doel het opheffen van dezelfde laesie wordt niet als urgente CABG geregistreerd Toegevoegd: Het betreft het behandelde vat, waar een geplande interventie voor geldt Atherosclerotische occlusie van een kransslagader die tenminste 3 maanden bestaat en waarbij een TIMI flow 0 of 1 bestaat Toegevoegd: Het betreft reanimatie vóór start van de interventie Toegevoegd: Het betreft shock op het moment van aanvang van de procedure Dit betreft alleen de niet electieve patiënten nieuwe versie 20151 Definitie conservatieve behandeling = elke patiënt die een conservatieve behandeling ondergaat binnen de vastgestelde rapportageperiode (2010 2014), waarbij de patiënt voldoet aan de onderstaande inclusiecriteria: 1 Patiënt lijdt aan aortakleplijden zoals gedefinieerd op pagina 26 2 Patiënt is besproken in een hartteam 3 Patiënt waarbij geen ingreep wordt verricht conform de definitie zoals die gehanteerd is bij inclusie van het AVR dan wel TAVI cohort 4 Patiënt die komt te overlijden vóór het uitvoeren van een geplande interventie Het moment van diagnose is de startdatum van de follow up Definitie aangepast: 72

8 Overzicht wijzigingen Optreden van myocardinfarct Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na start van de conservatieve behandeling Meting vóór behandeling = gemeten tijdens eerste polibezoek Meting na behandeling = gemeten tussen 10 14 maanden na start van de conservatieve behandeling Bij voorkeur gemeten met de SF36 2, anders de SF12 2 Uitkomstindicator toegevoegd AORTAKLEPLIJDEN ziekenhuis_hartteam NYHA klasse NYHA_base 0=cat 1 1=cat 2 2=cat 3 3=cat 4 NYHA_1 0=cat 1 1=cat 2 2=cat 3 3=cat 4 followupklep_dat oude versie 20151 oude versie 16 mei 2014 AORTAKLEPVERVANGING (AVR) oude versie 20152 Type prothese Definitie AVR oude versie 16 mei 2014 nieuwe versie 20152 Variabele verwijderd nieuwe versie 20151 Toegevoegd specificatie termijn van invullen: Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 3 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen 30 t/m 60 dagen na de interventie Codering aangepast: 1= klasse 1 2= klasse 2 3= klasse 3 4= klasse 4 Codering aangepast: 1= klasse 1 2= klasse 2 3= klasse 3 4= klasse 4 Toegevoegd aan codeboek (ipv followup dat) nieuwe versie 20153 Toegevoegd: 9) Onbekend nieuwe versie 20151 Toegevoegd: = een pa ënt waarbij naast de AVR een gelijktijdige aortaklepplastiek of geplande 73

8 Overzicht wijzigingen Type prothese Endocarditis 4 categorieën: 0) geen endocarditis; 1) binnen 3 weken na diagnose (hartteambespreking) behandeld met antibioticum; 2) endocarditis (overig) en 9) onbekend TRANSKATHETER AORTAKLEPVERVANGING (TAVI) oude versie 16 mei 2014 Procedurele binnen 72 uur mortaliteit 120 daagse mortaliteit Eerder CVA Frailty STS score procedure_type 1=transfemoraal 2=transapicaal 3=subclavian 4=direct aortic CONSERVATIEVE BEHANDELING oude versie 20152 Definitie conservatieve behandeling oude versie 16 mei 2014 Bentall procedure wordt uitgevoerd, wordt niet geïncludeerd in het AVR cohort Toegevoegd: 1) Bioprothese soort onbekend 2) Bioprothese ongestent 3) Bioprothese gestent 4) Mechanisch 5) Homograft 6) Autograft Definitie categorieën aangepast: 4 categorieën: 0) geen endocarditis; 1) endocarditis in de voorgeschiedenis; 2) patiënt wordt op het moment van interventie nog behandeld met een AB vanwege endocarditis; 9) onbekend nieuwe versie 20151 binnen 3 dagen Uitkomstindicator toegevoegd Initiële conditie toegevoegd Er is nog geen besluit genomen wat betreft het gebruik van een gevalideerde vragenlijst om frailty te meten bij TAVI patiënten, daarom is besloten om de initiële conditie frailty niet te verzamelen in 2015 Initiële conditie verwijderd Naamgeving categorieën aangepast: 1=transfemoraal 2=transapicaal 3=via arteria subclavia 4=direct transaortaal 5=transaxillair nieuwe versie 20153 Toegevoegd: maar die niet binnen 90 dagen daarop volgend een TAVI of AVR heeft ondergaan binnen de vastgestelde rapportageperiode (2010 2014) nieuwe versie 20151 Deze behandeling toegevoegd aan handboek dataverzameling 74

8 Overzicht wijzigingen CABG + AVR ziekenhuis_hartteam Definitie CABG + AVR Lange termijn overleving Diepe sternumwondinfectie Bloedtransfusie nodig Periode vrij van reïnterventie Atriumfibrilleren Ernstige linkerventrikeldysfunc tie oude versie 20151 oude versie 16 mei 2014 Elke patiënt die voor de eerste keer een coronaire bypasschirurgie (CABG) ondergaat binnen de vastgestelde rapportageperiode, met gelijktijdige operatieve aortaklepvervanging (AVR) Patiënten die een bloedtransfusie hebben gehad op de dag van de operatie en/of de eerste postoperatieve dag vrij van een klep reïnterventie, PCI of een CABG nieuwe versie 20152 Variabele verwijderd nieuwe versie 20151 Elke patiënt die voor de eerste keer een coronaire bypasschirurgie (CABG) ondergaat binnen de vastgestelde rapportageperiode (2010 2014), met gelijktijdige operatieve aortaklepvervanging (AVR) of CABG en AVR in combinatie met een ingreep die niet als zelfstandige ingreep geregistreerd dient te worden bij de BHN, zoals een PM, ICD, lead of niet cardiale ingreep, ongeacht de primaire oorzaak Aortaklepchirurgie zoals hier bedoeld is exclusief plastieken en klepingrepen van het type overige ingreep (zoals door de BHN geregistreerd) Uitkomstindicator toegevoegd Uitkomstindicator toegevoegd Definitie aangepast: Patiënten die een bloedtransfusie krijgen vanaf start interventie t/m 3 dagen ( 3 dagen) post OK Het aantal eenheden rood bloedcelconcentraat (RBC) die de patiënt heeft gekregen wordt geregistreerd vrij van een AVR, PCI of een CABG Initiële conditie verwijderd Initiële conditie toegevoegd ATRIUMFIBRILLEREN ziekenhuis_hartteam meting oude versie 20151 oude versie 20151 Meting uitgevoerd om AF aan te tonen nieuwe versie 20152 Variabele verwijderd nieuwe versie 20152 Info uit deze variabele komt ook terug bij variabele meting_af, dus variabele 75

8 Overzicht wijzigingen Trombo embolische complicaties Bloedingscomplicaties Herhaalde PVI binnen 1 jaar oude versie 16 mei 2014 5 categorieën: 1) 0; 2) 1; 3) 2; 4) meer dan 2 en 9) onbekend Patiënten die gedurende de ziekenhuisopname van de interventie een bloedings complicatie krijgen (volgens de BARC classificatie) die gerelateerd is aan de interventie, waardoor het noodzakelijk is om tijdens de ingreep een conversie te doen, of in de postoperatieve fase een (re ) thoracotomie te doen of een drain in te brengen waarbij bloed gedraineerd wordt Informatie wordt gehaald uit het operatieverslag of de complicatieregistratie Een herhaalde PVI procedure binnen 1 jaar na de vorige procedure, gedefinieerd als elke ablatie voor AF / AFL met uitzondering van cavotricuspidale isthmus meting verwijderd nieuwe versie 20151 Codering aangepast: 3 categorieën: 0) geen tromboembolische complicaties; 1) tromboembolische complicaties en 9) onbekend Definitie aangepast: Patiënten die gedurende de ziekenhuisopname van de interventie een bloedingscomplicatie krijgen (volgens de BARC classificatie vanaf BARC type 2) die gerelateerd is aan de interventie (exclusief cardiale tamponade * ) Definitie aangepast: Patiënten waarbij binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de interventie een herhaalde PVI (katheter PVI of chirurgische PVI) wordt uitgevoerd (cavotricuspidale isthmus afhankelijke flutter en ablatie om heel andere reden bijvoorbeeld ventriculaire tachycardie worden geëxcludeerd) Dit betreft zowel een uitgevoerde herhaalde PVI binnen 1 jaar als een herhaalde PVI die binnen 1 jaar na de interventie gepland is (dus op de wachtlijst is geplaatst) om uitgevoerd te worden Een geplande herhaalde PVI welke onderdeel is van het initiële behandelingsplan (=staged procedure) met als doel het opheffen van atriumfibrilleren en wordt uitgevoerd binnen 3 maanden na de eerste interventie wordt niet als herhaalde PVI geregistreerd Er wordt vanuit gegaan dat de eerste interventie op zichzelf niet adequaat genoeg is om de klachten te verhelpen en het uitvoeren van een geplande herhaalde PVI binnen 3 maanden na de eerste interventie noodzakelijk is 76

8 Overzicht wijzigingen Herhaalde PVI binnen 3 jaar Vrijheid van AFgerelateerde klachten na 1 jaar Een herhaalde PVI procedure binnen 3 jaar na de vorige procedure, gedefinieerd als elke ablatie voor AF / AFL met uitzondering van cavotricuspidale isthmus Patiënten waarbij aangetoond géén complete remissie (vrijheid) van AF (atrium fibrilleren) / AFL (atrium flutter) / AT (atriale tachycardie), als beoordeeld vanaf het eind van de 3 maanden durende onderdrukkingsperiode tot 12 maanden volgend op de ablatie procedure Dit moet minimaal 24 uur gemeten worden middels Holter registratie of geïmplanteerde recorder Een holter op 12 maanden hoeft alleen te worden verricht indien er geen andere objectieve aanwijzigen voor recidief AF zijn, zoals een ECG met AF Van alle patiënten wordt vastgelegd of ze met of zonder medicamenteuze antiaritmische therapie (AAD) behandeld worden Definitie aangepast: Patiënten waarbij binnen 3 jaar na de interventie een herhaalde PVI (katheter PVI of chirurgische PVI) wordt uitgevoerd (cavotricuspidale isthmus afhankelijke flutter en ablatie om heel andere reden bijvoorbeeld ventriculaire tachycardie worden geëxcludeerd) Dit betreft zowel een uitgevoerde herhaalde PVI binnen 3 jaar als een herhaalde PVI die binnen 3 jaar na de interventie gepland is (dus op de wachtlijst is geplaatst) om uitgevoerd te worden Een geplande herhaalde PVI welke onderdeel is van het initiële behandelingsplan (=staged procedure) met als doel het opheffen van atriumfibrilleren en wordt uitgevoerd binnen 3 maanden na de eerste interventie wordt niet als herhaalde PVI geregistreerd Er wordt vanuit gegaan dat de eerste interventie op zichzelf niet adequaat genoeg is om de klachten te verhelpen en het uitvoeren van een geplande herhaalde PVI binnen 3 maanden na de eerste interventie noodzakelijk is Definitie aangepast: Er worden een aantal elementen voor deze uitkomstindicator verzameld (onafhankelijk van een wel/niet uitgevoerde herhaalde PVI binnen 1 jaar) welke gemeten worden tussen 10 14 maanden na de interventie: Klachten : 0) geen klachten; 1) klachten en 9) onbekend Aangetoond AF: 0) geen aangetoond AF; 1) aangetoond AF en 9) onbekend) Meting uitgevoerd (10 14 maanden na de interventie): 0) geen meting uitgevoerd; 1) meting uitgevoerd en 9) onbekend Zo ja, welke meting: 0) geen meting uitgevoerd, 1) ECG; 2) holter; 3) event recorder; 4) reveal en 9) onbekend Gebruik AAD: 0) geen gebruik van AAD; 1) gebruik van AAD en 9) onbekend =Aan de hand van het polibezoek kan bepaald worden of de patiënt 1 jaar na de interventie vrij is geweest van voor de patiënt 77

8 Overzicht wijzigingen Duur persisterend AF Eerder CVA Eerder mitraalkleplijden Linkeratriumvolume Type AF Mitralisklep insufficiëntie: Zwakte van de klepbladen waardoor lekkage ontstaat 5 categorieën: 1) graad 1; 2) graad 2; 3) graad 3; 4) graad 4 en 9) onbekend Volume van het linker atrium gemeten via ECHO of CT in ml/m 2 5 categorieën: 1) eerste AF incident; 2) paroxysmaal; 3) persisterend (tussen de 7 dagen en 1 jaar); 4) permanent (langer dan 1 jaar) en 9) onbekend herkenbare klachten veroorzaakt door AF, zoals hartkloppingen, moeheid, verminderde inspanningstolerantie, kortademigheid of angst Inclusieperiode: 2011 2013 Toegevoegd: of langdurig persisterend AF * De duur starten vanaf het moment dat AF is vastgesteld/aangetoond Categorie 1) niet van toepassing Initiële conditie verwijderd Definitie aangepast: Patiënten waarbij mitraalkleplijden is gediagnosticeerd voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 6 categorieën: 0) graad 0; 1) graad I; 2) graad II; 3) graad III; 4) graad IV en 9) onbekend Naamgeving aangepast naar linkeratriumvolume Definitie aangepast: Volume van het linker atrium gemeten via ECHO, CT of MRI in ml/m 2 Categorieën aangepast: 6 categorieën: 1) eerste AF incident; 2) paroxysmaal; 3) persisterend; 4) langdurig persisterend; 5) permanent en 9) onbekend Klachten Remissie Aangepaste uitkomstindicator: 0=geen klachten 1=klachten AF meting meting_af followuppvi_dat effusie met behulp van een meting aangetoond dat patiënt AF heeft meting uitgevoerd om AF aan te tonen gebruikte meting om AF aan te tonen Nieuwe variabele: 0=geen aangetoond AF 1=aangetoond AF Nieuwe variabele: 0=geen meting uitgevoerd 1=meting uitgevoerd Nieuwe variabele: 0=geen meting uitgevoerd 1=ECG 2=holter 3=event recorder 4=reveal Toegevoegd aan codeboek (ipv followup dat) Naam variabele aangepast in codeboek: 78

8 Overzicht wijzigingen KATHETER PULMONAAL VENEN ISOLATIE (PVI) Ablatie methode Definitie katheter PVI oude versie 20152 oude versie 16 mei 2014 Elke patiënt die voor de eerste keer een wegens atriumfibrilleren uitgevoerde katheter Pulmonaal Venen Isolatie (dus niet de chirurgische takken) ondergaat binnen de vastgestelde rapportageperiode Tamponade (ipv effusie) nieuwe versie 20153 Toegevoegd: 9) Onbekend nieuwe versie 20151 Elke patiënt waarbij voor de eerste keer een instrument in het veneuze systeem ingebracht wordt binnen de vastgestelde rapportageperiode (2011 2014) met de intentie om een geïsoleerde endocardiale katheter PVI te verrichten = een patiënt die een katheter PVI krijgt ter behandeling van een typische flutter (cavotricuspidale isthmus afhankelijke flutter) wordt niet geïncludeerd in het katheter PVI cohort Ook een patiënt waarbij een geïsoleerde LAA sluiting wordt verricht wordt niet geïncludeerd in het katheter PVI cohort Een patiënt waarbij tijdens de katheter PVI procedure een LAA sluiting wordt verricht wordt wel geïncludeerd in het katheter PVI cohort Ablatie methode Cardiale tamponade Patiënten waarbij zich binnen 30 dagen een significante pericardeffusie ontwikkelt nadat de patiënt een AF ablatie heeft ondergaan Toegevoegd: 1) Conventioneel point by point RF ablatie 2) PVAC ablatie 3) Cryo ablatie Definitie aangepast: Patiënten waarbij zich binnen 30 dagen ( 30 dagen) nadat de patiënt een AFablatie heeft ondergaan, een cardiale tamponade ontwikkelt waarvoor een interventie (drainage) noodzakelijk is Initiële conditie toegevoegd Obesitas MINIMAAL INVASIEVE CHIRURGISCHE PULMONAAL VENEN ISOLATIE (PVI) oude versie 20152 nieuwe versie 20153 Ablatie methode Verwijderd, alleen van toepassing bij katheter PVI Klachten Klachtenvrij: Klachten: 0=niet klachtenvrij 0=geen klachten 1=klachtenvrij 1=klachten Definitie minimaalinvasieve chirurgische PVI oude versie 16 mei 2014 Elke patiënt die voor de eerste keer een wegens atriumfibrilleren uitgevoerde nieuwe versie 20151 Elke patiënt die voor de eerste keer een wegens atriumfibrilleren uitgevoerde minimaal invasieve chirurgische 79

Cardiale tamponade minimaal invasieve chirurgische Pulmonaal Venen Isolatie (dus niet de catheter benadering) ondergaat met of zonder box laesie pulmonaal venen isolatie (PVI) ondergaat binnen de vastgestelde rapportageperiode (2011 2014) door middel van een thoracoscopische benadering (dus niet de katheter benadering) met of zonder box laesie* * = Dit betreft minimaal invasieve chirurgische PVI ingrepen waarbij alleen een ritme ingreep wordt verricht (met of zonder gelijktijdige LAA resectie) en niet in combinatie met andere ingrepen zoals klepof coronairchirurgie Uitkomstindicator toegevoegd 80

Bijlage: Bijdrage handboek Bijlage: Bijdrage handboek Coronairlijden Dhr E Daeter Dr B Rensing Dr G Brueren Dr B van Straten Aortakleplijden Dr M Vis Dr P den Heijer Dr M Bentala Dhr T de Kroon Dr G Brueren Dr B van Straten Dr D Veldman Schulz St Antonius Ziekenhuis St Antonius Ziekenhuis Catharina Ziekenhuis Catharina Ziekenhuis AMC Amphia Ziekenhuis Amphia Ziekenhuis St Antonius Ziekenhuis Catharina Ziekenhuis Catharina Ziekenhuis Catharina Ziekenhuis Gecombineerd coronairlijden en aortakleplijden Dr G Brandon Bravo Bruinsma Isala Dhr J Koster UMCG Dhr T Waterbolk UMCG Atriumfibrilleren Dr P van Dessel Dhr A Driessen Mevr U Hopman van Zaanen Dr J Balt Dr L Boersma Dr T Simmers Dr P van der Voort Dr W Stooker AMC AMC AMC St Antonius Ziekenhuis St Antonius Ziekenhuis Catharina Ziekenhuis Catharina Ziekenhuis OLVG Medisch Experts Meetbaar Beter Dhr J Matola Dr P Houthuizen Programma team Meetbaar Beter Dhr D van Veghel Dr P van der Nat Dr S Houterman Dhr D de Waard Mevr M Marteijn Programma Directeur Manager Ontwikkeling & Implementatie Manager Datamanagement Manager Communicatie Business Analyst 81