Hans Van Houtte en Marta Pertegas Sender (red.) Europese IPR-verdragen Acco Leuven / Amersfoort
INHOUD Voorwoord Personalia Bronnen die verkort aangehaald worden 9 1. Het toepassingsgebied van de Verdragen van Brussel en Lugano naar onderwerp, tijd en ruimte 23 H. Duintjer Tebbens 1. Materieel toepassingsgebied 23 I. Burgerlijke en handelszaken 24 A. Rechtspraak Hof van Justitie 24 B. Nationale rechtspraak 25 II. Uitgesloten onderwerpen 25 A. Personen-, familie-, huwelijksgoederen- en erfrecht (art. l,al. 2, 1) 25 B. Faillissement, akkoorden en andere soortgelijke procedures (art. 1, al. 2, 2) 27 C. Sociale zekerheid (art. 1, al. 2, 3) 29 D. Arbitrage (art. 1, al. 2, 4) 29 III. Andere beperkingen van het toepassingsgebied 30 2. Toepassing in de tijd 31 I. Beoordeling van de bevoegdheid 32 II. Erkenning en tenuitvoerlegging. Hoofdregel 33
12 INHOUD III. Erkenning en tenuitvoerlegging. Bijzondere regel 35 3. Toepasselijkheid in de ruimte 37 I. Betekenis van art. 60EEX('82) 37 II. Schrapping van de territoriale bepalingen in 1988 en 1989 38 III. Huidige toestand 38 4. Afbakening tussen EEX en EVEX 40 I. Interpretatie door het Hof van Justitie 40 II. Afbakeningsregels in EVEX 41 2. Uitsluitende bevoegdheidsgronden 43 H. Van Houtte 1. De exclusieve bevoegdheden (art. 16) 43 I. Algemeen 43 II. Onroerend goed (art. 16, 1 ) 44 A. Geschillen over onroerend goed 44 B. Geen geschillen over persoonlijke rechten 45 C. Huur van een onroerend goed 46 D. Verhuringen van korte duur (art. 16, 1, b) 46 III. Vennootschappen en rechtspersonen (art. 16, 2 ) 47 IV. Inschrijving in openbare registers (art. 16, 3 ) 47 V. Intellectuele rechten (art. 16, 4 ) 47 VI. Executie van vonnissen (art. 16, 5 ) 48 2. De forumkeuze (art. 17) 48 I. Geograflsche voorwaarden 49 A. Transnationale relatie 49 B. Rechtbank van een verdragsstaat 49 C. Domicilie van partij 50 II. Geldigheidsvoorwaarden van forumbeding 51 A. Vormvereisten 51 B. Grondvereisten 56 C. Bijkomende vereisten voor specifieke overeenkomsten 56 III. Gevolgen 57 A. Een partij is in een verdragsstaat gevestigd 57 B. Geen partij die gedaagd werd voor een andere rechter dan deze aangeduid in het forumbeding, is in een verdragsstaat gevestigd 57 C. Beding in het voordeel van een partij 58 D. Werking van forumbeding t.a.v. wie niet het beding afsloot 59 E. Voorlopige maatregelen. Vorderingen tot vrij waring en tussenkomst 61
INHOUD 13 IV. Forumbedingen in specifieke overeenkomsten 61 A. Arbeidsovereenkomsten 61 B. Verzekeringsovereenkomsten 62 C. Consumentenovereenkomsten 63 3. Stilzwijgende aanvaarding 64 4. Beschermende bevoegdheden 65 I. Verzekeringsovereenkomsten 65 A. Verzekerde zwakkere partij? 65 B. Specifieke bevoegdheidsregels 66 II. Consumentenovereenkomsten 67 A. Begrip "consumenten" 67 B. "Consumentenovereenkomsten" 68 C. Specifieke bevoegdheidsregels 69 3. Niet-uitsluitende bevoegdheidsgronden 71 J. Erauw 1. Algemeen 71 I. Optionele criteria 71 II. Onrechtstreekse toepassingscriteria 72 III. Internationale rechtsmacht en territoriale competentie 72 2. Het forum van de woonplaats van de verweerder (art. 2) en de bepaling van de woonplaats of zetel (art. 52 en art. 53) 73 I. De nationaliteit is irrelevant 73 II. De woonplaatsbepaling (art. 52) 74 A. Geen definities, wel collisienormen 74 B. Eenzelfde criterium voor verschillende situaties 75 C. Andere criteria voor woonplaats buiten het verdragsgebied 75 D. De woonplaats in het land van het forum 76 E. Meer bepaald in Belgie 76 F. De woonplaats in een andere Lid-Staat (dan het forum) 77 G. De woonplaats afhankelijk van een andere persoon 77 III. De woonplaats of vestiging van de rechtspersoon (art. 53 lid 1) 78 IV De zetel van een trustrelatie 78 V. Het tijdstip van woonplaatsaanknoping 79 VI. De relatie EEX-EVEX wat betreft woonplaats 79 VII. Woonplaats en de internationale aard van de casus 80 3. Hoofdbeginsel bevestigd en exorbitante fora uitgesloten (art. 3) 80 I. Forum domicilii en de alternatieve fora 80 II. De lijst van exorbitante fora 81 4. EEX-EVEX en de rest van de wereld (art. 4) 81
14 INHOUD 5. Verbintenissen uit overeenkomst (art. 5, 1 ) 82 I. Algemene bemerkingen bij artikel 5, 1 82 II. De kwalificatie van de verbintenis uit overeenkomst 83 III. De uitzonderingen voor verweerders in Luxemburg en in Zwitserland 84 A. Luxemburg 84 B. Zwitserland 85 IV. Het forum ligt bij de betwiste verbintenis 85 V. De plaats van uitvoering van de verbintenis 87 A. Een specifieke regel voor arbeidsprestaties 87 B. EEX-EVEX regelen rechtsmacht en interne competentie volgens een feitelijk en juridisch criterium 87 C. De partijen bepalen de plaats van uitvoering direct 88 D. Indirecte plaatsbepaling: middels suppletief recht, middels de conflictenregels van het forum 88 VI. De praktische plaatsbepaling voor sommige contracten 89 A. Architectencontract 89 B. Handelsvertegenwoordigingsovereenkomst - Agentuur 90 C. Mandaat 90 D. Aannemingsovereenkomst 90 E. Concessies van alleenverkoop 90 F. Bankcontracten 91 G. Borgstellingsovereenkomst 92 H. Koop-verkoop van roerende zaken 92 VII. De nieuwe verdragstekst over arbeidsovereenkomsten 92 A. Welke contracten? 92 B. De evolutie in de Europese rechtspraak 93 C. Interne competentie geregeld of niet? 93 D. De plaats waar gewoonlijk arbeid gepresteerd wordt (art. 5, 1, 2e onderdeel) 94 E. Wie gewoonlijk niet in eenzelfde land werkt (art. 5, 1, 3e onderdeel) 95 6. Vorderingen op grond van onderhoudsverplichtingen (art. 5, 2 ) 96 I. Uitzonderlijk in het land van de woonplaats van de eiser 96 II. Begrip onderhoudsverplichtingen 97 III. Woonplaats zowel als gewone verblijfplaats 97 IV. De bijkomende eis verbonden met een statusvordering 97 7. Rechtsmacht voor onrechtmatige daad (art. 5, 3 ) 98 I. Inleidende bemerkingen 98 II. De kwalificatie van onrechtmatige daad 99 A. Beperkende maar Europese lectuur 99 B. Ruim toepassingsgebied 99 C. Samenloop van buitencontractuele en contractuele vorderingen 100
INHOUD 15 III. De plaatsbepaling (locus) van de onrechtmatige daad 101 A. Locus acti of locus damni 101 B. Beperking van de keuzevrijheid 101 C. Het niet uitdeinen tot de schadelijke gevolgen 102 8. De burgerlijke vordering voor een bevoegd strafgerecht (art. 5,4 ) 102 I. Samenhang volgens het verdrag 102 II. Het protocol bij EEX-EVEX sluit soms exequatur uit 103 9. Geschillen over de exploitatie van filialen van vennootschappen (art. 5, 5 ) 103 I. Het begrip "vennootschap" 103 II. Het verlengstuk 104 A. Geen eigen juridisch bestaan 104 B. Een substantiate aanwezigheid 104 C. Het schijnbare verlengstuk met eigen rechtspersoonlijkheid 105 III. De specificiteit van de betwiste verbintenis: filiaalgebonden 105 10. Betwistingen over sommige trusts (art. 5, 6 ) 106 11. Vergoeding voor hulp en berging met de vracht tot zekerheid (art. 5,7 ) 106 12. Aansprakelijkheidsbeperking voor de exploitatie van schepen (art. 6bis) 107 13. De nevengeschikte bevoegdheidsgronden van artikel 6 108 I. Rechtsmacht tegen een medeverweerder in het forum domicilii van een andere verweerder (art. 6, 1 ) 108 A. De regel en zijn toepassingsgebied 108 B. Voorwaarde: minstens een forum domicilii 109 C. Voorwaarde: samenhang van de vorderingen 109 II. Vorderingen tot vrijwaring, voeging of tussenkomst 110 A. Tussenkomst in een oorspronkelijk forum 110 B. Voor welke vrijwaring en tussenkomst? 110 C. Toepassingsmodaliteiten 110 D. Limieten 111 E. Uitsluiting van Duitsland en Zwitserland in het Protocol 111 III. De rechtsmacht voor tegenvorderingen (art. 6, 3 ) 112 A. Forum en eis in reconventie 112 B. Voortspruiten uit of steunen op 113 IV. Voeging van persoonlijke en zakelijke vorderingen (art. 6,4 ) 113 A. Samenhang in het vastgoedforum 113 B. Criteria van toepassing 114
16 INHOUD 4. Aanhangigheid, samenhang en voorlopige maatregelen 115 M. Pertegds Sender 1. Drie verschillende onderwerpen 115 2. Wanneer is er sprake van internationale aanhangigheid? 116 I. Toepassingsgebied van art. 21 EEX-EVEX 116 II. Voorwaarden van aanhangigheid 120 A. Beide procedures zijn aanhangig 121 B. Tussen dezelfde partijen 122 C. Eenzelfde oorzaak 122 D. Eenzelfde onderwerp 123 III. Wat zijn de gevolgen van litispendentie krachtens art. 21? 123 3. Wanneer is er sprake van internationale samenhang? 124 I. Voorwaarden 124 II. Regeling van samenhang krachtens art. 22 EEX-EVEX 125 A. Opschorting 126 B. Verwijzing 126 4. Voorlopige maatregelen 128 I. Inleiding 128 II. Wanneer is de Belgische rechter bevoegd om voorlopige en bewarende maatregelen toe te kennen? 129 III. Toepassingsgebied van art. 24 129 IV. Hoe ruim wordt 'voorlopige en bewarende maatregelen' geinterpreteerd? 131 A. Verwijzing naar het nationaal procesrecht 131 B. Autonome interpretatie van voorlopige en bewarende maatregelen 132 5. Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen 139 K. Broeckx 1. Inleiding 139 2. Begripsomschrijving 140 I. Erkenning 140 II. Tenuitvoerlegging 141 3. Erkenning en tenuitvoerlegging volgens de Verdragen van Brussel en Lugano: gelijkenissen en verschillen 142 I. Rechterlijke beslissingen vatbaar voor erkenning en tenuitvoerlegging 142 A. Oorsprong en datum van de beslissing 142 B. Voorwerp en aard van de beslissing 144 II. Erkenning 148 A. Principe 148
INHOUD 17 B. Weigeringsgronden 149 C. Controleprocedures 172 III. Tenuitvoerlegging 174 A. Principe 174 B. Voorwaarden 174 C. Procedure 176 D. Enkele procedurele bijzonderheden 181 E. Weigeringsgronden 183 F. Rechtsmiddelen 183 4. Verhouding tussen het Verdrag van Brussel en het Verdrag van Lugano onderling (art. 54) en tussen deze verdragen en deze over bijzondere onderwerpen (art. 57) 188 I. Verhouding tussen het Verdrag van Brussel en het Verdrag van Lugano 188 II. Verhouding tussen de Verdragen van Brussel en Lugano en andere verdragen over bijzondere onderwerpen 188 6. Het Europees Overeenkomstenverdrag H. Van Houtte 1. Ontstaan in de marge van de EG 2. Toepassing in de tijd 190 3. Interpretatie 191 4. Materieel toepassingsgebied 192 I. Verbintenissen uit overeenkomst 192 II. Keuze uit het recht van verschillende landen 193 III. Uitgesloten materies 195 A. Staat en bevoegdheid van natuurlijke personen 195 B. Verbintenissen uit familierecht, huwelijksgoederenrecht oferfrecht 195 C. Verbintenissen uit waardepapieren 195 D. Forum-en arbitragebedingen 196 E. Verbintenissen m.b.t. rechtspersonen 196 F. Vertegenwoordiging en agentuur 197 G. Trusts 197 H. Het bewijs en de rechtspleging 198 I. Sommige verzekeringsovereenkomsten 198 J. Publiekrechtelijke overeenkomsten 198 5. Verhouding met andere verdragen, vnl. met het Haags Verdrag 199 6. EVO en internationale handelsarbitrage 199
18 INHOUD 7. De lex contractus onder het Europees Overeenkomstenverdrag 201 /. Couwenberg 1. De rechtskeuze 201 I. Kenmerken van de rechtskeuze 203 A. Vorm van de rechtskeuze 203 B. Ogenblik van de rechtskeuze 208 C. Inhoud van de rechtskeuze 210 II. Beperkingen van de rechtskeuze 213 A. Algemene beperkingen 214 B. Bijzondere beperkingen 214 C. Praktische beperkingen 219 2. Het recht toepasselijk bij gebrek aan een rechtskeuze 220 I. Principe: het recht van het land waarmee de overeenkomst het nauwst is verbonden 221 II. Vermoeden: het recht van de vestiging van de karakteristieke prestant 223 A. Lokaliseren van de karakteristieke prestatie 223 B. De karakteristieke prestatie 224 C. Uitzonderingen op de karakteristieke prestatie 227 III. Verhouding tussen hoofdregel en vermoedens 229 3. Beperkingen aan de lex contractus 230 I. Politiewetten 231 II. Exceptie van openbare orde 234 8. Arbeidsovereenkomsten met een internationaal aspect. Toepasselijk recht onder het Europees Overeenkomstenverdrag 235 C. Engels Inleiding 235 1. Toepassingsgebied 236 I. Het vereiste buitenlands element 236 II. De arbeidsovereenkomst 237 III. Het temporele aspect 237 2. Het basisprincipe: de wilsautonomie van de partijen 238 I. Het principe van de rechtskeuze 238 II. Welk rechtssysteem kan van toepassing verklaard worden? 238 III. De gemaakte keuze moet duidelijk zijn 239 IV De mogelijkheid tot depecage 239 V. Het tijdstip van de rechtskeuze 240 3. De aanduiding van het op arbeidsovereenkomsten toepasselijke recht bij de afwezigheid van rechtskeuze 240
INHOUD 19 I. Principe - de staat van gewoonlijke prestaties of van de vestiging die de werknemer aanwerft 240 A. Deregels 240 B. Het recht van de plaats van gewoonlijke tewerkstelling 240 C. Het recht van het land van de vestiging die de werknemer in dienst heeft genomen 241 D. Een aantal niet specifiek voorziene situaties 242 II. De nauwere verbondenheid met een andere staat 243 4. Een eerste correctie op het principe van de wilsautonomie - artikel 6 lid 1 EVO 245 5. Verdere correcties op het principe van de wilsautonomie - artikel 3 lid 3, artikel 7 en artikel 16 EVO 247 I. Artikel 3 lid 3 EVO 247 II. Artikel 7 EVO 248 A. Artikel 7 lid 1 EVO 248 B. Artikel 7 lid 2 EVO 249 C. Het maken van voorbehoud aangaande artikel 7 lid 1 EVO 249 D. Aanvullende werking van artikel 7 ten aanzien van artikel 6 249 III. Artikel 16 EVO 250 6. De dwingende bepalingen die niet door een rechtskeuze opzijgezet kunnen worden 251 7. De richtlijn van 24 September 1996 betreffende het ter beschikking stellen van werknemers met het oog op het verrichten van diensten 253 Uitleidende beschouwing 256 9. Internationale consumentenovereenkomsten 259 J. Stuyck 1. Inleiding 259 2. Typologie van internationale consumentenovereenkomsten 261 3. Het consumentenbegrip in het EEX 263 4. Het consumentenbegrip in het EVO en in de EG-richtlijnen 265 I. Het EVO 265 II. Ter vergelijking: de Handelspraktijkenwet 266 III. De EG-richtlijnen inzake consumentenbescherming 267 A. De colportagerichflijn 268 B. De richtlijn consumentenkrediet 268 C. De richtlijn reiscontract 268 D. De richtlijn oneerlijke bedingen 269 E. De richtlijn "timesharing" 269 F. De toekomstige richtlijn verkoop op afstand 269
20 INHOUD IV. Vergelijking tussen het consumentenbegrip van het EVO en de EG-richtlijnen 270 5. De bijzondere regeling voor consumentenovereenkomsten in artikel 5, 7 en 9 EVO 270 A. Artikel 5 EVO 270 B. Artikel 7 EVO 274 C. Artikel 3 en 4 EVO 275 D. Artikel 9 EVO 275 6. EVO en consumentenrichtlijnen 275 A. De richtlijn oneerlijke bedingen 276 B. De richtlijn timesharing 277 C. Verordening instapweigering luchtvervoer 278 D. Het voorstel richtlijn verkoop op afstand 278 7. EVO en vrij verkeer 279 8. Conclusie 280 10. Internationale verzekeringsovereenkomsten 281 C. Van Schoubroeck en H. Cousy 1. Conflicterende conflictregels 281 I. Inleiding 281 II. Drie systemen van verwijzingsregels 283 2. Aflijning van het toepassingsgebied 285 I. Aanknopingsfactoren 285 II. Bepaling van de ligging van het risico 287 3. EVO en het recht van toepassing op verzekeringsovereenkomsten 288 I. Toepasselijk recht 288 A. Vrije rechtskeuze 288 B. Recht van de verzekeraar 288 C. Verzekeringsovereenkomsten gesloten door consumenten 289 D. Dwingende bepalingen en bepalingen van openbare orde 291 E. Besluit 292 4. Verzekeringsrichtlijnen en het recht van toepassing op verzekeringsovereenkomsten 292 I. Beginselen 293 A. Eenvormige verwijzingsregels 293 B. Bepalingen van algemeen belang 294 II. Rechtskeuze 295 A. Afwezigheid van keuzemogelijkheid 295 B. "Gebonden" rechtskeuze 296
INHOUD 21 C. Volledige vrije rechtskeuze 299 D. Afwezigheid van rechtskeuze 300 E. Bijzondere bepalingen voor verplichte schadeverzekeringen 302 F. Dwingende bepalingen en bepalingen van openbare orde 304 G. Inhoud van de lex contractus 305 H. Beoordeling 305 III. Bepalingen van algemeen belang 306 5. Open vragen 309 11. Recht van toepassing op specifieke aspecten van de overeenkomst 311 /. Couwenberg en H. Van Houtte 1. Totstandkoming van het contract 311 2. Vorm van het contract 312 3. Handelingsbekwaamheid 313 4. Bewijs 314 5. Interpretatie 315 6. Modaliteiten van de uitvoering 316 7. Niet-nakoming van contractuele verbintenissen 317 8. Tenietgaan van verbintenissen 319 9. Besluit 319 Verdragsteksten 321 Rechtspraakregister 389 Trefwoordenregister 397