GEBRUIKERSHANDLEIDING Gefeliciteerd met uw aankoop van een DISCOVERER. De gebruikershandleiding bevat alle informatie omtrent het correcte gebruik van het apparaat. Inhoud van de doos: 1) Discoverer-apparaat 2) Oplaadsnoer 3) Oplaadsnoer voor in de auto 4) Micro-USB-kabel 5) Bevestigingen Wat moet u doen voordat u het apparaat in gebruik neemt? ONLINEREGISTRATIE Surf op uw computer naar de website www.eurecasds.com; klik op "Inschrijven". Accepteer de algemene verkoopvoorwaarden en de contractuele voorwaarden voor dienstverlening in het vak "Registratie", en vul de verplichte velden in. Meteen daarna zal u een bevestigings-e-mail ontvangen met uw gebruikersnaam en wachtwoord om gebruik te maken van de dienst.
VOORBEREIDING EN INSTALLATIE VAN HET APPARAAT IN EEN VOERTUIG Haal het apparaat uit de verpakking en sluit de USB-kabel aan in de daartoe voorziene micro-usb-poort. Bepaal de beste locatie voor het apparaat in het voertuig en breng de bevestigingen aan om er het apparaat op te plaatsen. Opmerking: plaats het apparaat bij voorkeur in een positie overeenkomstig de micro-usb-aansluiting in het voertuig (plat/horizontaal), zodat de gebruiker het scherm kan zien. Plaats het voedingssnoer in de autoadapter en sluit de adapter aan op de sigarettenaansteker. INSCHAKELING VAN HET APPARAAT Druk enkele seconden op de Aan-/Uitknop zoals weergegeven op de afbeelding. Na weergave van het startscherm voert het apparaat een voorbereidende fase uit waarbij de TNX smartlocalization-software geladen wordt, zoals vermeld staat op het scherm (zie de afbeelding).
ZELFTEST VAN HET APPARAAT Zelftest van de Discoverer (verplicht uit te voeren voor een goede werking van het apparaat). Druk op de blauwe kop rechts boven aan het scherm (zie de afbeelding). Er wordt een afbeelding weergegeven met 4 pijlen die een traject aangeven. Druk op de pijl die overeenstemt met het traject van het voertuig en wacht op bevestiging van het apparaat. Het apparaat is nu klaar voor gebruik en is normaal geconfigureerd voor registratie van gegevens over de rijstijl. Op het scherm wordt het volgende weergegeven. (Er worden drie sterren weergegeven)
INSCHAKELING VAN DE PARKEERFUNCTIE Wanneer het voertuig stilstaat, drukt u op de afbeelding met het voertuigsymbool en de titel "Parking". Het apparaat bepaalt de positie van het voertuig. Zodra de functie ingeschakeld is, wordt de afbeelding met het voertuigsymbool en de titel "Parking" rood. Om de bewerking te vereenvoudigen, geeft het apparaat aan de ingang van de parking het bericht "ENTER PARK MODE" weer. Na het uitvoeren van die bewerking zal de gebruiker het adres van de parking ontvangen in een bevestigings-e-mail op het adres dat op de website TNX smartlocalization geregistreerd werd. Wanneer u op het adres klikt, wordt er een kaart weergegeven met de positie van het voertuig. Zie de betreffende afbeeldingen. UITSCHAKELING VAN DE PARKEERFUNCTIE Om het geluidssignaal EXIT PARKING te vermijden wanneer de parkeerfunctie ingeschakeld is, drukt u op de afbeelding met Parking en wacht u op het gesproken bericht "ENTER PARK DESENGAGED". De kleur van het voertuig gaat over van rood naar wit. De parkeerfunctie is nu op correcte wijze uitgeschakeld.
DE FUNCTIE "CALL ME" Met de functie "CALL ME" kunt u bij autopech of in een noodsituatie een bericht verzenden naar vooraf ingestelde e-mailadressen (max. 3, eender wanneer aanpasbaar door de gebruiker), om het voertuig te lokaliseren en contact op te nemen met de klant. Als de klant een bijstandsovereenkomst onderschreven heeft bij de operationele centrale die 24 uur op 24 bereikbaar is, wordt het bericht direct naar de centrale verzonden om contact op te nemen met de klant en de gevraagde hulp te sturen. Om de functie "CALL ME" in te schakelen, drukt u op het pictogram CALL ME op het scherm van het apparaat zoals weergegeven in de afbeelding. Na het uitvoeren van die bewerking zal de gebruiker het adres van de parking in een e-mail ontvangen op het adres dat geregistreerd werd op de website TNX smartlocalization. Wanneer u op het adres klikt, wordt er een kaart weergegeven met de positie van het voertuig.
MELDINGSFUNCTIE VOOR FLITSERS Het apparaat biedt de mogelijkheid om de aanwezigheid van flitsers te melden. De aanwezigheid van een FLITSER wordt gemeld door een geluidssignaal bij detectie van een FLITSER op ongeveer 500/800 meter afstand. Het geluidssignaal (biep) wordt geleidelijk intenser naarmate het voertuig de FLITSER nadert. Linksboven op het scherm wordt de snelheidslimiet, het aantal meter tot aan de flitser en de effectieve snelheid van het voertuig weergegeven om eventuele inbreuken te vermijden. Zie de afbeelding Bepaling van de rijstijlscore Het apparaat bidt de mogelijkheid om na te gaan welk niveau er bereikt werd voor de rijstijl van de bestuurder. Dat niveau wordt weergegeven door sterren (een tot vijf) om de evolutie van de rijstijl van de bestuurder te tonen. Een ster = het laagste niveau, vijf sterren = het hoogste niveau. De sterren worden ter info op het scherm van het apparaat weergegeven. Zie de afbeelding.