Naam student: Naam Loopbaanbegeleider: 1
2
Beste student(e), Voor je ligt het portfolio van het opleidingsonderdeel Ondersteunen bij Verpleegtechnische handelingen, wat ook wel certificeerbare eenheid (CE) wordt genoemd. Dit is het derde deel van je opleiding waar je aan gaat werken en waar je examen (CE proeve) in gaat doen. Om toegelaten te worden tot het examen Ondersteunen bij Verpleegtechnische handelingen moet je eerst laten zien dat je al voldoende kennis en vaardigheden hebt opgedaan om zorgvragers deskundig te kunnen ondersteunen bij de verpleegtechnische handelingen. Ook wordt er van je verwacht dat je een goede (beroeps)houding kan laten zien. Deze ontwikkeling toon je aan met behulp van bewijsstukken, zoals: - uitgewerkte school en BPV opdrachten (vanuit de projecten) - theorie- en praktijktoetsen - ingevulde functioneringsformulieren (zie bijlage 2) Het is de bedoeling dat je alle bewijzen, zoals genoemd in het Overzicht CE 3 Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen (zie onder kopje 2), in dit portfolio verzamelt. Het is belangrijk dat je iedereen die betrokken is bij jouw leerproces ( zowel op school als in de BPV) regelmatig in je portfolio laat kijken. Op deze wijze weet iedereen hoe je vordert met je leerproces en kan de begeleiding daar op afgestemd worden. De schoolbewijzen worden door de vakdocent of je loopbaanbegeleider beoordeeld, de BPV opdrachten door de begeleiders in de praktijk. De functioneringsformulieren worden zowel door jou, de praktijk als de school ingevuld. Dit moet minimaal eenmaal per semester. Vaak zal geadviseerd worden om dit tweemaal per semester te laten doen. Jij houdt in de gaten dat alle toetsen, functioneringsformulieren, school- en praktijkopdrachten afgerond en met een voldoende of voldaan beoordeeld zijn. In gesprekken met je loopbaanbegeleider heb je bijgehouden hoever je bent met het vullen van deze map met bewijzen. Je loopbaanbegeleider bepaalt met behulp van het toelatingsformulier (bijlage 3) of je toegelaten wordt tot het examen (CE- proeve). Deze CE-proeve leg je af ter afronding van het opleidingsdeel Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen. In je opleiding moet je voor het beroepsdeel in totaal 4 portfolio s vullen: drie voor toelating tot de CE proeven en één voor de eindproeve. Er is een vaste volgorde van behalen van de opleidingsdelen ( certificeerbare eenheden): 1. Portfolio CE 1 Ondersteunen bij verpleegkundige basiszorg, voor toelating tot CE proeve 2. Portfolio CE 2 Ondersteunen bij begeleiding, voor toelating tot CE proeve 3. Portfolio CE 3 Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen, voor toelating tot CE proeve 4. Portfolio voor toelating tot eind proeve Verpleegkundige niveau 4 Let op: Loopbaan & Burgerschap en de AVO vakken worden apart afgerond. 3
1 Werkprocessen Opleidingsdeel ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen Het opleidingsdeel Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen bestaat uit de zes werkprocessen (W.P) die hieronder worden genoemd. Onder kopje 4 vanaf bladzijde 7 worden de werkprocessen verder uitgewerkt. Hierin staat beschreven wat er van je verwacht wordt en waaraan je bewijsstukken moeten voldoen. WP 1.1 Stelt verpleegkundige diagnose en stelt het verpleegplan op WP 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit WP 1.5 Monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied WP 1.6 Geeft voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager(s) WP. 3.5 Evalueert de zorgverlening 4
Project somatiek 2. Bewijsstukken Opleidingsdeel ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen KD2009-2010 Cohort 2010-2014 Hieronder zie je een overzicht van alle toetsing die behoort bij de voorbereiding van CE3. Alle resultaten behoren minimaal voldoende te zijn. Pas dan krijg je een go voor het gaan uitvoeren van CE3. Project Toets Toets-vorm Werkproces BOL BBL Resultaat Herk 1 Opdracht 1 chronisch zieken Werkstuk Presentatie 1.1 1.4 1.5 Opdracht 2 Brochure levenseinde Presentatie groepsopdr 1.1 1.4 1.5 Opdracht 3 Klinische les Pijn BPV-opdr. 1.1 1.4 1.5 Opdracht 4 Gespreksvoering Opdracht 5 Anamnese en verpleegplan Opdracht 6 Verpleegtechn. vaardigheden BPV-opdr. Reflectieverslag 5 vaardigheden + reflectie 1.1 1.4 1.5 1.1 1.4 1.5 1.1 1.4 1.5 Verpleegtechnische Vaardigheden 1 Verpleegtechnische vaardigheden 2 Schr. 1.1 1.4 1.5 Schr. 1.1 1.4 1.5 Pathologie 1 Schr. 1.1 1.4 1.5 Pathologie 2 Schr. 1.1 1.4 1.5 5
3 Afspraken waaraan bewijsstukken moeten voldoen Om toegelaten te worden tot de CE3 - proeve ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen zijn een aantal afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn een aanvulling op de regels uit de opleidingsgids. - Elke schriftelijke toets en opdracht behorend bij dit portfolio moet met een 5,5 of een voldoende/voldaan zijn afgesloten. Toetsen binnen een vak mogen met minimaal een 4,5 worden beoordeeld, als het gemiddelde van die toetsen een 5,5 is. Een voldoende staat voor een 5,5; - Alle BPV-opdrachten moeten voldoende of voldaan zijn; - Ieder semester dat de student aan dit portfolio werkt wordt minimaal een functioneringsformulier ingevuld door zowel de student, BPV als school (op basis van individuele afspraken kan het aantal verhoogd worden) (bijlage 1); - De loopbaanbegeleider geeft een go (bijlage 3); - Zie verder ook afspraken in de opleidingsgids. 6
4 Uitwerking van de werkprocessen CE Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen WP 1.1 Stelt verpleegkundige diagnose en stelt het verpleegplan op Te behalen resultaten: schrijft een verpleegplan waarin de begeleidingsbehoeften van de zorgvrager in kaart gebracht zijn voert een anamnesegesprek aan de hand van een standaardlijst formuleert aan de hand van verzamelde gegevens begeleidingsdoelen en passende activiteiten stelt een verpleegkundige diagnose op aan de hand van de verzamelde gegevens en formuleert verpleegkundige interventies bespreekt het verpleegplan met de zorgvrager De verpleegkundige is in staat om in alle voorkomende praktijksituaties de ( beroeps)activiteiten binnen het werkproces zelfstandig en adequaat uit te voeren en laat de volgende competenties zien: Aandacht en begrip tonen toont interesse in de gezondheidssituatie en leefomstandigheden van zorgvrager en mantelzorger/naasten luister actief doet moeite om gevoelens zorgvrager en betrokkenen te begrijpen Analyseren analyseert de verzamelde gegevens brengt de verpleegkundige diagnose aan de hand van de verzamelde gegevens in kaart stelt de verpleegkundige diagnose en de daarbij horende verpleeg- en begeleidingsdoelen op kiest de geschikte activiteiten maakt gebruik van het Elektronische patiënten dossier ( EPD) Formuleren en rapporteren formuleert doelen en activiteiten correct en kernachtig rapporteert nauwkeurig en volledig Overtuigen en beïnvloeden het anamnesegesprek is aan de hand van een standaard vragenlijst geleid, waarbij gestreefd wordt dat het uiteindelijke verpleegplan instemming heeft van alle betrokkenen Vakdeskundigheid toepassen maakt gebruik van haar kennis over stoornissen, beperkingen, functioneringsproblemen, gezondheidsproblemen van de verschillende doelgroepen maakt gebruik van haar kennis over Diagnose Behandelcombinaties (DBC s) maakt gebruik van het ICF-model leest vakliteratuur in tenminste een vreemde taal stelt aan de hand van de mogelijkheden van de zorgvrager een verpleegkundige diagnose en doelen voor het verpleegplan op 7
WP 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit Te behalen resultaten: - voert verpleegtechnische handelingen uit in opdracht van de behandelaar rekening houdend met procedures en protocollen. ( nb. zie bijgevoegde lijst van verpleegtechnische handelingen) - voert verpleegtechnische handelingen hygiënisch en veilig uit De verpleegkundige is in staat om in alle voorkomende praktijksituaties de ( beroeps)activiteiten binnen het werkproces zelfstandig en adequaat uit te voeren en laat de volgende competenties zien: Instructies en procedures opvolgen. houdt zich bij uitvoeren van verpleegtechnische handelingen aan voorgeschreven procedures en voorschriften werkt binnen de wettelijke richtlijnen is op de hoogte van mogelijke complicaties bij uitvoeren van verpleegtechnische handelingen Materialen en middelen inzetten gebruikt de juiste materialen bij het uitvoeren van verpleegtechnische handelingen Vakdeskundigheid toepassen is in staat snel en accuraat te rekenen werkt precies en bekwaam ( met handen) WP 1.5 Monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied. Te behalen resultaten: signaleert veranderingen in de lichamelijke en psychosociale toestand monitort en rapporteert de ingezette behandeling, therapie, begeleiding, en eventueel onderzoek De verpleegkundige is in staat om in alle voorkomende praktijksituaties de ( beroeps)activiteiten binnen het werkproces zelfstandig en adequaat uit te voeren en laat de volgende competenties zien: Formuleren en rapporteren rapporteert nauwkeurig en volledig uitgevoerde handelingen zorgt voor kernachtige en actuele rapportage over gezondheidstoestand van de zorgvrager maakt gebruik van verschillende zorginformatiesystemen Onderzoeken laat zien kennis van diverse therapieën, behandelingen en medicatie te kunnen toepassen in acties P 1.6 Geeft voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager(s). Te behalen resultaten: voorlichting en advies aan groep zorgvragers over oa. behandelmethoden, therapieën, participatieproblemen, hulpmiddelen en financieringsvraagstukken. geeft instructie aan een individuele zorgvrager om handeling of hulpmiddel te gebruiken De verpleegkundige is in staat om in alle voorkomende praktijksituaties de ( beroeps)activiteiten binnen het werkproces zelfstandig en adequaat uit te voeren en laat de volgende competenties zien: Materialen en middelen inzetten voorlichtingsmaterialen, hulpmiddelen en instructiematerialen sluiten aan bij het onderwerp bij de keuze hiervan is rekening gehouden met de mogelijkheden, beschikbaarheid en de kosten de zelfredzaamheid van de zorgvrager wordt ondersteund Presenteren voorlichting en advies wordt gegeven over bv. behandelingen, infectiepreventie, verschillende voorzieningen en gebruik van hulpmiddelen. onderwerpen worden ter zake kundig, correct en duidelijk uitgelegd. in de presentatie is de taal helder en duidelijk, wordt een goed spreektempo gebruikt en wordt geregeld gecontroleerd of de informatie goed is overgekomen 8
WP. 2.1 Begeleidt een zorgvrager bij zelfredzaamheid. Te behalen resultaten: begeleidt de zorgvrager zodanig dat deze zoveel mogelijk handelingen zelfstandig uitvoert en zo lang mogelijk de regie kan houden over zijn eigen leven De verpleegkundige is in staat om in alle voorkomende praktijksituaties de ( beroeps)activiteiten binnen het werkproces zelfstandig en adequaat uit te voeren en laat de volgende competenties zien: Aandacht en begrip tonen toont interesse in de gezondheidssituatie en leefomstandigheden van zorgvrager en mantelzorger/naasten laat zien aandacht te hebben voor het fysieke en mentale welzijn van de mantelzorger/ naasten behandelt tijdens de begeleiding de zorgvrager met geduld en respect past kennis van verschillende begeleidingsstijlen toe past diverse communicatieve vaardigheden toe laat zien kennis van het ICF-model te hebben Begeleiden motiveert en stimuleert de zorgvrager om handelingen en activiteiten zoveel mogelijk zelf uit te voeren. geeft mantelzorger/ naasten adviezen over hoe ze hun draagkracht kunnen versterken past kennis uit de gedragswetenschap toe in de begeleiding van de zorgvrager en diens naasten WP. 3.5 evalueert de zorgverlening Te behalen resultaten: evalueert de zorgverlening en het verpleegplan is zo nodig bijgesteld en/ of een (eind)rapportage is geschreven ten behoeve van ontslag of overdracht naar een andere afdeling of zorgsetting De verpleegkundige is in staat om in alle voorkomende praktijksituaties de ( beroeps)activiteiten binnen het werkproces zelfstandig en adequaat uit te voeren en laat de volgende competenties zien: Aandacht en begrip tonen maakt gebruik van verschillende gespreks- en observatietechnieken geeft feedback op opbouwende wijze is in staat op haar handelen te reflecteren Analyseren analyseert de verzamelde gegevens brengt de verpleegkundige diagnose aan de hand van de verzamelde gegevens in kaart is in staat oplossingen voor eventuele problemen te geven zodat zorgverlening verbeterd of goed afgesloten wordt Formuleren en rapporteren formuleert bevindingen in correct en kernachtig Nederlands Samenwerken en overleggen is in staat duidelijk en direct haar mening en bevindingen m.b.t de zorgverlening te rapporteren. 9
5 Bewijzen bij opleidingsdeel ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen Hierachter alle verzamelde bewijzen toevoegen. Onder kopje 4 zijn de werkprocessen uitgewerkt. Hierin staat beschreven wat er van je verwacht wordt en waaraan je bewijsstukken moeten voldoen 10
Bijlage 1 Vaardigheden bij CE 3 ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen Verpleegtechnische handelingen Hieronder een overzicht van de verpleegtechnische handelingen. De onder A en B genoemde handelingen moeten door elke mbo-verpleegkundige kunnen worden uitgevoerd. De in C genoemde handelingen met K (keuze) is facultatief en kan per branche verschillen Voorbehouden handelingen zijn: A. 1. subcutaan en intramusculair injecteren 2. intraveneus injecteren; 3. een perifeer infuus inbrengen 4. geneesmiddelen in opgeloste vorm toedienen via een infuussysteem/toedieningssysteem (pomp, kolf of zakje); 5. een maagsonde inbrengen; 6. katheteriseren van de blaas bij vrouwen; 7. katheteriseren van de blaas bij mannen; 8. venapunctie uitvoeren; 9. hielprik bij neonaten; verpleegtechnische handelingen: Verpleegtechnische handelingen facultatief met keuze per branche: B 1. medicijnen checken, registreren en distribueren; 2. medicijnen toedienen: oraal, vaginaal, via de huid, via de luchtwegen en via 1. de slijmvliezen; 2. toedienen van zuurstof; 3. vloeistoffen via perifeer infuus toedienen; 4. sondevoeding toedienen; 5. en sondevoeding pomp bedienen; 6. stoma verzorgen; 7. een suprapubische katheter verzorgen; 8. een infuuspomp en een spuitenpomp bedienen. 9. verzorgen van wonden: rode, gele, zwarte wonden en wonden met hechtingen; 10. maagsonde en blaaskatheter verzorgen; 11. zwachteltechnieken toepassen; 12. hechtingen en tampons verwijderen; 13. blaasspoelingen uitvoeren; 14. mond-keelholte uitzuigen; 15. verzamelen van monsters ten behoeve van diagnostiek (steriel en niet-steriel materiaal); 16. lichaamstemperatuur regelen door middel van koude- of warmtebehandeling; 17. eerste hulp (somatisch) verlenen bij: verwondingen, vergiftigingen, verstikking, verslikken, ademhalingsstilstand en circulatiestilstand; 1. wonden met drains verzorgen K; 2. wonddrain verwijderen K; 3. vloeistoffen toedienen via centraal infuus K; 4. een centraal infuus controleren K; 11
5. transfusie K; 6. maagspoeling uitvoeren K; 7. darmspoeling uitvoeren K; 8. vagina irrigeren K; 9. stoma irrigeren K; 10. tracheacanule en tracheastoma verzorgen K; 11. assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen 12. in verband met chirurgische behandelingen K; 13. assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen 14. in verband met intern/neurologisch onderzoek K; 15. assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoek/behandeling in 16. verband met bevalling of geboorte K; C. Branche specifiek: Ziekenhuis: Hier komen alle handelingen (A, B en C) voor. Verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg: Hier komen handelingen die vallen onder A en B voor. Echter niet alle bij C genoemde handelingen komen voor. Handelingen die regelmatig worden uitgevoerd zijn: 2, 3, 4, 6, 8, 10, 12 en 13. Geestelijke gezondheidszorg: Hier komen alle handelingen die vallen onder A en B voor. Echter niet alle bij C genoemde handelingen komen voor. Handelingen die regelmatig worden uitgevoerd zijn: 6, 9 en 12. Gehandicaptenzorg: Hier komen alle handelingen die vallen onder A en B voor. Echter niet alle bij C genoemde handelingen komen voor. Handelingen die regelmatig worden uitgevoerd zijn: 10 en 12.. 12
13
Bijlage 2 Functioneringsformulier opleiding MBO- Verpleegkundige (kopieerblad) Naam student: Leerjaar: 1 2 3 4 Semester: 1 2 3 4 5 6 7 8 Gedrag 1 Houden aan afspraken - houdt zich aan tijdafspraken (aanwezigheid/ te laat komen) - houdt zich aan werkafspraken (werkuitvoering volgens afspraak) 2 Feedback ontvangen - luistert zonder direct te oordelen naar de feedback van anderen - staat open voor feedback en vraagt door - gebruikt de feedback om eigen handelen te verbeteren - maakt onderscheid tussen de zaak en de persoon 3 Besluiten nemen -houdt bij het nemen van besluiten rekening met voorstellen en suggesties van anderen -kijkt welk besluit het beste past bij het doel dat men wil bereiken -past zich aan bij genomen besluiten 4 Reflecteren -is zich bewust van zijn/ haar sterke en zwakke punten -kijkt kritisch naar eigen werkwijze en beroepshouding -bewaakt eigen leerproces 5 flexibiliteit -past (indien nodig) eigen werkwijze en houding aan -anticipeert op een correcte wijze bij plotselinge veranderingen 6 Samenwerken -stelt zich actief op -betrekt anderen bij het werk -staat open voor anderen/ luistert naar anderen -maakt gebruik van de bijdragen/ kwaliteit van anderen -levert een zinvolle bijdrage met betrekking tot het proces en product 7 Verantwoordelijkheid -voelt zich verantwoordelijk voor zijn/haar taken -is aanspreekbaar op zijn/haar verantwoordelijkheden -bewaakt de voortgang van de taken - werkt aan een taak tot deze af is of draagt de taak over -stelt eisen aan het resultaat - geeft grenzen aan, ook ten aanzien van eigen mogelijkheden -koppelt op tijd terug/ schakelt op tijd hulp in student BPV school O* V* G* O* V* G* O* V* G* 14
8 Assertiviteit -brengt eigen mening, gevoelens en wensen naar voren -geeft eigen grenzen aan -Komt op de juiste manier voor zichzelf op 9 Probleemoplossend vermogen -houdt het overzicht bij problemen -zoekt bij tegenslag naar een alternatief -draagt een eigen oplossing aan -weet wie er verantwoordelijk is -zet de juiste middelen in -benadert op het juiste moment de juiste mensen 10 Clientgerichtheid (tijdens BPV) -luistert naar de wensen van de cliënt -komt de cliënt (binnen de context) in zijn wensen tegemoet -licht werk/werkwijze toe aan de cliënt -bewaakt de grenzen van de dienstverlening 11 Inlevingsvermogen -begrijpt de situatie/ context waar een ander zich in bevindt -houdt rekening met de gevoelens van de ander in zijn/haar omgeving 12 Zorgvuldigheid -handelt zorgvuldig ten aanzien van ethische kwesties / emotionele zaken -gaat zorgvuldig om met privacy (beroepsgeheim) -toont oprechte interesse in de situatie/ context van de cliënt maar bewaart de vereiste afstand 13 Lerend vermogen -staat open voor veranderingsprocessen/vernieuwingen -leert om te gaan met veranderingsprocessen/vernieuwingen -stelt vragen om zijn/ haar deskundigheid te bevorderen -leert van zijn/ haar fouten -verlegt zijn/ haar grenzen 14 Initiatief nemen -zet zelf de eerste stap -draagt ideeën aan -zoekt zelf naar informatie/ antwoorden/oplossingen 15 Motivatie -pakt het werk enthousiast aan -motiveert zichzelf/anderen -zet door, ook als het tegenzit 16 analyserend vermogen -ziet wat er moet gebeuren -ziet welke stappen er zijn/wat de volgende stap is -Signaleert zelfstandig een probleem -kan hoofd- en bijzaken onderscheiden *Omcirkelen wat van toepassing is Totaal Aantal O= Aantal V= Aantal G= Aantal O= Aantal V= Aantal G= Aantal O= Aantal V= Aantal G= 15
Student geeft aan op welke gedragingen hij/ zij feedback wil ontvangen: Datum: Handtekening student: Feedback van BPV-begeleider: Gemaakte afspraken: Datum: Naam: Functie: Handtekening: 16
Feedback van projectbegeleider / loopbaanbegeleider school: Gemaakte afspraken: Datum: Naam: Functie: Handtekening: Resultaat Onvoldoende* Voldoende* Goed* ( als in één kolom minder dan 13 Voldoendes omcirkeld zijn) (als in iedere kolom in totaal minimaal 13 Voldoendes omcirkeld zijn) ( als in ieder kolom in totaal minimaal 13 Goed omcirkeld zijn) *Omcirkel wat van toepassing is 17
Bijlage 3 Toelatingsformulier Toelatingsformulier verpleegkundige portfolio CE 3 ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen In dit gesprek wordt beoordeeld of de student verder kan met de deelproeve ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen naam student: datum: naam begeleider :... (loopbaanbegeleider) CE 3 Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen о stelt de verpleegkundige diagnose en het verpleegplan op. ( 1..1) о voert verpleegtechnische handelingen uit ( WP 1.4) о monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied ( WP 1.5) о geeft voorlichting, advies en instructie aan zorgvrager(s) (WP 1.6) о begeleidt een zorgvrager bij zelfredzaamheid. (2.1) о evalueert de zorgverlening. ( 3.5) Competenties bij CE 3. De student: о toont aandacht en begrip о analyseert о formuleert en rapporteert о werkt samen en overlegt о overtuigt en beïnvloedt о past vakdeskundigheid toe о volgt instructies en procedures op о zet materialen en middelen in о onderzoekt о presenteert о begeleidt о geeft en ontvangt feedback Leergedrag. De student: o neemt verantwoordelijkheid voor het eigen leren. o stuurt op actieve wijze het eigen leerproces. o reflecteert op de eigen persoonlijke beroepsontwikkeling in relatie tot ontwikkelingen in de zorgvraag. o maakt aan de hand van de werkprocessen en de competenties, het portfolio en persoonlijke interesse een planning voor de persoonlijke beroepsontwikkeling op school en in de stage o voert deze planning uit. о geeft en ontvangt feedback Handtekening student voor akkoord: Handtekening loopbaanbegeleider voor akkoord: Reflectie van de student op zijn/haar eigen kennis, vaardigheden en beroepshouding met betrekking tot ondersteuning bij verpleegtechnische handelingen 18
Feedback van loopbaanbegeleider op de kennis, vaardigheden en beroepshouding van de student Eventueel gemaakte afspraken Student gaat op voor deelproeve ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen GO/ NO GO 19