1

Vergelijkbare documenten
2 hv. 1

3 vwo. 1

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt.

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag

Antwoorden Nederlands Ontleding

Samenvatting Nederlands Grammatica Hoofdstuk 1 t/m 6

1 keer beoordeeld 4 maart 2018

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Samenvatting Nederlands Blok 2 samenvatting

Nederlands C.T samenvatting

Zin 1: Lijkt + een vriendelijke jongen: kww + naamwoordelijk deel, samen naamwoordelijk geheel (nwg). Verklaring: lijken is kww.,

Z I N S O N T L E D I N G

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG

Samenvatting Nederlands Redekundig ontleden

Woordsoorten. De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort.

PIT HAVO-2 +HAVO/VWO Onderdeel: Spelling H1 en H2 Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen

instapkaarten taal verkennen

In dit boekje staan verschillende mogelijkheden om iets op te lossen.

DE SAMENGESTELDE ZIN ONDERWERPSZIN. ( Wie niet sterk is ),( moet ) [ slim ] { zijn }.

Hiermee wijs je een speciaal iemand of iets aan. Je begint met de ene zinsstructuur en maakt de zin af in een andere zinsstructuur.

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad

Werkwoordelijk gezegde Dit zijn alle werkwoorden in een zin met alles wat bij deze werkwoorden hoort. 1. Francien stond maar te kijken.

71 S. instapkaarten taal verkennen 5KM. MALtABERG. QVRre. v;rw>r t. -t.

Grammatica Zinsontleding - Uitgebreid. Ondersteunend materiaal - Uitlegkaarten Geschikt voor de groepen 7 en 8

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3

instapkaarten taal verkennen

6.2. Boekverslag door C. 727 woorden 17 mei keer beoordeeld. Nederlands. Paragraaf 1. Dubbel op. Onjuiste herhaling

instapkaarten taal verkennen

Samenvatting Nederlands Correct formuleren

Naam: Mijn doelenboekje. Grammatica. Werelden - Eilanden - Dorpen 5 / 6 / 7 / 8.

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen.

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Jan Heerze. Kortom. Nederlandse grammatica. Walvaboek

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8

DOELGROEP Grammatica 3F is bedoeld voor leerlingen van havo/vwo en mbo 4. Het programma is geschikt voor zowel allochtone als autochtone leerlingen.

Spiekkaart. Persoonsvorm - p.v.

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Uitzondering: Telwoorden met -en- zijn samenstellingen, maar toch schrijf je een trema bij een klinkerbotsing: drieënhalf.

LESSTOF. Ontleden en Benoemen

Leestoets 1 (heel proefwerk) Week 40. Spelling/grammatica/woordenschat 1 (heel proefwerk) Week 44

Aantekening Nederlands Grammatica: bedrijvende en de lijdende vorm

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

- De zin in een andere tijd zetten (tijdproef). - De zin vragend maken. - Van enkelvoud meervoud maken of andersom (getalproef).

Samenvatting Nederlands Formuleren

vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is.

Samenvatting Nederlands formuleren

Voordat ik je uitleg wat voornaamwoorden zijn, wil ik je vragen of je bij het lezen van de onderstaande zinnen een plaatje voor je ziet.

Loopt vader met moeder in het park?

Redekundig ontleden. Arend van den Brink

Woordsoorten bloemlezing uit het 40 bladzijden tellende boek.

Online cursus spelling en grammatica

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

Eigen vaardigheid Taal

PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL MW ======= BIJW. BEPALING

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv

Grammatica - Zinsontleden h3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

3,7. Dubbelop: Tautologie: Pleonasme: Contaminatie: Samenvatting door een scholier 1713 woorden 8 juni keer beoordeeld.

Inhoudsopgave. Dit boekje bestaat uit drie delen:

Een boek samenstellen over woordsoorten. Dat betekent: keuzes maken. Wat overigens ook geldt voor het gebruiken ervan.

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands

Taalbeschouwelijke termen bao so 2010

Zinnen. Zinsontleding VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote taalboek - oefenboek - Paragraaf 18 Zinsontleding.

Teksten samenvatten: wat mag er wel en niet in een samenvatting? Zou je dit wel/niet in een samenvatting zetten?

Herhaling Ontleden. 4 havo en 4.vwo

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon

Inhoud. Inleiding 15. Deel 1 Spelling 18

Antwoorden 2/3 havo. Grammatica woordsoorten

TAAL- en REDEKUNDIG ONTLEDEN

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8

Samenvatting Nederlands NL Blok

Taalkundig ontleden A. van den Brink

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Grammatica Woordbenoemen 3. Werkboek gemengde opgaven Geschikt voor de groepen 5 en 6

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

4,1. Samenvatting door een scholier 899 woorden 1 februari keer beoordeeld. Nederlands. Samenvatting PW NE Blok 3

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

* Mijn vader vindt dat je aan make-up niet te veel geld aan moet uitgeven.

handelingswijzer taalkundig ontleden woordsoorten

Compacte taalgids Nederlands (basis en gevorderd) les- en werkboek

1.2.3 Trappen van vergelijking 20

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

tip! in leerjaar 1, is nog weinig verschil; mavo mag deze samenvatting ook gebruiken

K(l)eurig ontleden 40 bladzijden, 9,95 inclusief verzendkosten, bovendien staffelkorting vanaf 5 exemplaren

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig de slaaf de meester het gevecht het land het beest enkelvoud nominativus genitivus accusativus

Beknopte grammatica. voor. de cursus. Grieks van het Nieuwe Testament

Grammatica - Zinsontleden v3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Onderdeel: Grammatica zinsdelen Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Pdf versie uitleg Grammatica

Samenvatting Nederlands Module 9

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Grammatica - woordsoorten v3

Grammatica 2F. Doelgroepen Grammatica 2F. Omschrijving Grammatica 2F. meewerkend voorwerp. voegwoord alle woordsoorten

(werkwoordelijk gezegde)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Transcriptie:

3a www.mevrouwzus.wordpress.com 1

1. pv= persoonsvorm 2. = zinsdeel 3. wwg = werkwoordelijk gezegde 4. nwg = naamwoordelijk gezegd 5. ond = onderwerp 6. lv = lijdend voorwerp 7. mv = meewerkend voorwerp 8. vzv = voorzetselvoorwerp 9. bwb = bijwoordelijke bepaling 10. bijst = bijstelling 11. bvb = bijvoeglijke bepaling www.mevrouwzus.wordpress.com 2

pv= persoonsvorm= De werkwoordsvorm die verandert als je de zin in een andere tijd zet. Zij zingt een lied. Zij zong een lied. pv= zingt www.mevrouwzus.wordpress.com 3

zinsdeel= Een woord of een groepje woorden dat je voor de persoonsvorm kunt zetten. Hij heeft een nieuwe cd. Een nieuwe cd heeft hij. www.mevrouwzus.wordpress.com 4

wwg= werkwoordelijk gezegde= Alle werkwoorden in de zin. Jullie hond heeft mij gebeten. wwg= heeft gebeten www.mevrouwzus.wordpress.com 5

nwg= naamwoordelijk gezegde= koppelwerkwoord (+hulpwerkwoorden) + naamwoordelijk deel Bij een naamwoordelijk gezegde koppelt het koppelwerkwoord het onderwerp aan het naamwoordelijk deel. Het naamwoordelijk deel is dus een kenmerk of eigenschap van het onderwerp. Meestal is het naamwoordelijk deel een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord. Let op: een zin met een naamwoordelijk gezegde bevat nooit een lijdend voorwerp! www.mevrouwzus.wordpress.com 6

werkwoordelijk deel (ww.deel) naamwoordelijk deel (nw.deel) ww.deel= alle werkwoorden uit de zin incl. een koppelwerkwoord zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen nw.deel= zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord geeft een kenmerk of eigenschap van het onderwerp www.mevrouwzus.wordpress.com 7

Negen koppelwerkwoorden: zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen. Een werkwoord is alleen een koppelwerkwoord als: het één van de negen koppelwerkwoorden is het te vervangen is door een ander koppelwerkwoord uit het rijtje Onze buurman is slager. www.mevrouwzus.wordpress.com 8

Als zijn betekent zich bevinden. Als schijnen betekent licht uitstralen. Als blijven betekent verblijven. Als lijken betekent gelijkenis vertonen. www.mevrouwzus.wordpress.com 9

1. Zoek de persoonsvorm, het onderwerp en de overige werkwoorden 2. Wat + persoonsvorm + onderwerp + overige werkwoorden? = ng 3. Noteer het naamwoordelijk gezegde: persoonsvorm + [naamwoordelijk deel] + overige werkwoorden Zet het naamwoordelijk deel tussen vierkante haken! www.mevrouwzus.wordpress.com 10

1. Je zus zal later een goede zangeres worden. pv=zal, ow= Je zus, overige werkwoorden= worden 2. Vraag: Wat zal je zus worden? (Antwoord: een goede zangeres) 3. ng= zal [een goede zangeres] worden www.mevrouwzus.wordpress.com 11

Een wg zegt wat iemand of iets DOET. Een ng zegt wat iemand IS (of wordt, blijft, lijkt.) www.mevrouwzus.wordpress.com 12

1. Noteer persoonsvorm en onderwerp. 2. Vraag: staat er een koppelwerkwoord in de zin? nee= wg ja= stap 3 3. Is er een werkwoord met een duidelijke betekenis (=zww)? ja= wg nee= ng 4. Wat + pv + ow + overige ww en? = nw.deel ng= pv + [nw.deel] + overige ww en www.mevrouwzus.wordpress.com 13

ond= onderwerp= Wie of wat + gezegde? Berbel staat niet op de foto. wwg= staat Wie of wat staat? Berbel ond= Berbel www.mevrouwzus.wordpress.com 14

lv= lijdend voorwerp= Wie of wat + gezegde + onderwerp? Anneli heeft de foto s gemaakt. wwg= heeft gemaakt ond= Anneli Wie of wat heeft Anneli gemaakt? lvw= de foto s www.mevrouwzus.wordpress.com 15

mv= meewerkend voorwerp= Aan of voor wie + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp? Soms bij Wil je die bekende acteur een vraag stellen? wwg= wil stellen ond= je lvw= een vraag Aan of voor wie wil je een vraag stellen? (aan) die bekende acteur =lvw www.mevrouwzus.wordpress.com 16

vzv= voorzetselvoorwerp= Het zinsdeel dat met een voorzetsel begint. Dit is een vast voorzetsel bij een zelfstandig werkwoord of het naamwoordelijk gezegde. Dit voorzetsel kun je (bijna) niet vervangen door een ander voorzetsel. De leerlingen verlangen erg naar de herfstvakantie. verlangen naar naar de herfstvakantie = vzv www.mevrouwzus.wordpress.com 17

bwb= bijwoordelijke bepaling= De zinsdelen die overblijven! Het antwoord op vragen als: waar, wanneer, waardoor, waarmee, waarheen, hoe, hoeveel? Er zijn verschillende bwb: van plaats, tijd, oorzaak, middel, richting, enz. Waar heb je gisteren de sleutel gelegd? Waar = bwb gisteren = bwb www.mevrouwzus.wordpress.com 18

bijst= bijstelling= een deel van een zinsdeel staat altijd tussen komma s achter het zelfstandig naamwoord noemt hetzelfde nog een keer in andere woorden In Amsterdam, de hoofdstad van Nederland, wonen heel veel mensen. bijst= de hoofdstad van Nederland www.mevrouwzus.wordpress.com 19

bvb= bijvoeglijke bepaling= Een deel van een ander zinsdeel! Een bijzonderheid, kenmerk of eigenschap van een zelfstandig naamwoord (znw). Kan voor of achter het znw staan. Als de bvb achter het znw staat, begint zij met een voorzetsel. Voor de deur van de supermarkt verkoopt de dakloze vrouw haar krantjes. van de supermarkt deur dakloze vrouw haar krantjes www.mevrouwzus.wordpress.com 20

www.mevrouwzus.wordpress.com 21

Een zin met 1 persoonsvorm noemen we een enkelvoudige zin. Een zin met meer dan 1 persoonsvorm noemen we een samengestelde zin. Een samengestelde zin kan bestaan uit: hoofdzinnen of uit (een) hoofdzin(nen) en (een) bijzin(nen). www.mevrouwzus.wordpress.com 22

In een hoofdzin staat de persoonsvorm vooraan of na het eerste zinsdeel. Voorbeelden: Ga je mee tennissen? Ik ga vanmiddag tennissen. www.mevrouwzus.wordpress.com 23

Wat is een voegwoord? Een voegwoord voegt of metselt', woorden maar vooral zinnen (zinsdelen) aan elkaar. Voegwoorden kun je vaak herkennen door de komma die ervoor staat, maar dit hoeft er niet altijd te staan. www.mevrouwzus.wordpress.com 24

Hoofdzinnen kunnen met elkaar verbonden worden door de voegwoorden en, maar, want of of. Voorbeelden: Het is al laat en daarom kom ik vanavond. Het is al laat, maar ik kom toch vanmiddag. Ik kom vanavond want het is al laat. Kom je vanmiddag of kom je vanavond? Opmerking: In een hoofdzin kun je nooit het woordje niet tussen de persoonsvorm en het onderwerp zetten. www.mevrouwzus.wordpress.com 25

In een bijzin staat de persoonsvorm (bijna) achteraan. Voorbeelden: Hij zei dat hij vanmiddag ging tennissen. Hij zei dat hij meer dan drie uur getennist had. Een bijzin begint bijna altijd met een verbindingswoord. www.mevrouwzus.wordpress.com 26

Als een onderschikkend voegwoord zinnen met elkaar verbindt. Je kunt niet elk deel als zelfstandige zin opschrijven. (In ieder geval) één hoofdzin en één bijzin. www.mevrouwzus.wordpress.com 27

Een onderschikkende voegwoord verbindt een hoofdzin (belangrijkste zin) met een bijzin (minder belangrijke zin). De onderschikkende voegwoorden kun je niet uit je hoofd leren, omdat er heel veel van zijn. wanneer, als, terwijl, zodra, voordat, voor, nu, toen, nadat, zolang als, totdat, sinds, doordat, zodat, waardoor, omdat, opdat, indien, mits, tenzij, hoewel, ofschoon, ondanks dat, zoals, alsof, dat, of Als we het onderschikkende voegwoord weg zouden laten, kun je niet meer twee goedlopende zinnen maken! www.mevrouwzus.wordpress.com 28

Bijzinnen kun je benoemen als zinsdelen en zinsdeelstukken. Voorbeelden: Wie de wedstrijd wint, wordt clubkampioen. wordt clubkampioen = hoofdzin wordt clubkampioen = naamwoordelijk gezegde; wordt = werkwoordelijk deel; clubkampioen = naamwoordelijk deel; wie de wedstrijd wint = onderwerps(zin) *Voor de duidelijkheid zet je er zin of bijzin achter. www.mevrouwzus.wordpress.com 29

Zij wordt later wat haar moeder is. zij wordt later = hoofdzin wordt wat haar moeder is = naamwoordelijk gezegde; wordt = werkwoordelijk deel; wat haar moeder is = naamwoordelijk gezegdezin; zij = onderwerp later = bijwoordelijke bepaling www.mevrouwzus.wordpress.com 30

Tip: Vervang de bijzin door een woord en ontleed de enkelvoudige zin. voorbeeld: Hij zegt dat hij het niet gedaan heeft. -> Hij zegt dat. Het woord dat de bijzin vervangt heeft dezelfde functie als de bijzin. Dat = lijdend voorwerp; dat hij het niet gedaan heeft = lijdend voorwerpszin www.mevrouwzus.wordpress.com 31

Woordsoortbenoeming (herhaling) www.mevrouwzus.wordpress.com 32

lw Staat meestal vóór een zelfstandig naamwoord. Er zijn drie lidwoorden: de, het, een De computer staat op het nieuwe bureau. www.mevrouwzus.wordpress.com 33

znw Gebruik je voor mensen, dieren, planten en dingen. Ook (eigen)namen zijn zelfstandige naamwoorden. Tobias ziet dat het boek driehonderd bladzijden heeft. www.mevrouwzus.wordpress.com 34

bnw Geeft een eigenschap of kenmerk van een zelfstandig naamwoord aan. Staat meestal direct voor het zelfstandig naamwoord. Als er een kww in de zin voorkomt, kan het bnw ook achter het kww staan. Het oude paleis wordt toch gesloopt. www.mevrouwzus.wordpress.com 35

zww Een wg bevat altijd een ww met een duidelijke betekenis. Geeft de handeling in de zin aan. Er staat altijd maar één zww in de zin. Als er meer ww in de zin staan, dan staat het zww achterin. De andere ww zijn hulpwerkwoorden. De atleet heeft zijn zelfstandig record verbeterd. www.mevrouwzus.wordpress.com 36

kww Geeft géén handeling in de zin aan. Koppelt het onderwerp aan het naamwoordelijk deel van het gezegde (een bijvoeglijk en/of zelfstandig naamwoord). Negen kww: zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen. Zijn er meer ww, dan staat het kww achterin. De andere ww zijn hulpwerkwoorden. Jouw tekening is nog mooier geworden. www.mevrouwzus.wordpress.com 37

hww Geeft géén handeling in de zin aan. Er moeten minstens twee werkwoordsvormen in de zin staan, om in die zin een hww aan te treffen. Je moet het vlees uit de vriezer halen. www.mevrouwzus.wordpress.com 38

vz Kun je meestal invullen op de puntjes in: de kast. Het is altijd het eerste woord van zo n woordgroep. In de bibliotheek vind je de cd s achter de informatiebalie. www.mevrouwzus.wordpress.com 39

bw Kan iets van een werkwoord, een ander bijwoord of een bijvoeglijk naamwoord zeggen. Het geeft een plaats of tijd aan. Waar, wanneer, waarom, waardoor, etc. Hoe, wel, toch, immers, ook, nog, etc. Waarom reed de automobilist net zo hard door onze straat? www.mevrouwzus.wordpress.com 40

pers.vnw Verwijst naar een persoon, een groep personen, voorwerpen of onzichtbare zaken. Ik heb hem het adres gevraagd. www.mevrouwzus.wordpress.com 41

bez.vnw Geeft een bezit aan; van wie iets is. LEER HET SCHEMA OP P.71 Het kan zelfstandig of bijvoeglijk in de zin voorkomen. Wil je mijn fiets op slot zetten? Bij zelfstandig gebruik staat er altijd een lidwoord voor. Is dat de jouwe? www.mevrouwzus.wordpress.com 42

het staat altijd vóór het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort mijn fiets (zn), onze tassen (zn) soms staat er tussen het bez.vnw en het zn een bijvoeglijk naamwoord zijn nieuwe (bn) boek (zn) www.mevrouwzus.wordpress.com 43

Staat het vnw achter het bezit en staat er van voor? Dan is het geen bezittelijk, maar een persoonlijk voornaamwoord. die fiets van mij (pers.vnw) de tassen van ons (pers.vnw) dat nieuwe boek van hem (pers.vnw) www.mevrouwzus.wordpress.com 44

je, haar, ons, jullie, hun Vervang het woord door hij, hem of zijn. hij of hem = persoonlijk voornaamwoord zijn = bezittelijk voornaamwoord Kunnen jullie ons vertellen of jullie zusje haar paard wil verkopen? Kan hij hem vertellen of zijn zusje zijn paard wil verkopen? pers.vnw: jullie (1 e ), ons bez.vnw: jullie (2 e ), haar www.mevrouwzus.wordpress.com 45

wederkerend vnw Komt alleen voor in combinatie met een wederkerend werkwoord: zich aanpassen, zich verzetten, zich vergissen, etc. Jullie vergissen je in de datum. www.mevrouwzus.wordpress.com 46

wederkerig vnw = elkaar Het verwijst naar meer personen. Wij zullen elkaar volgende week niet zien. www.mevrouwzus.wordpress.com 47

vr.vnw wie, wat, welke, wat voor (een)? Wie weet welke film er zaterdag draait? www.mevrouwzus.wordpress.com 48

aanw.vnw Wijst iets of iemand aan. Deze, dit, die, dat. Een aanw.vnw kan i.p.v. een lidwoord voor het zelfstandig naamwoord staan. Het verwijst dan naar het znw. Je moet die sjaal kopen. Wil je dit aan de secretaresse geven? www.mevrouwzus.wordpress.com 49

betr.vnw Verwijst terug naar een woord of woordgroepje dat er vlak voor staat (=antecedent). die, dat, wie, wat. Het antwoord dat op het bord staat, is fout. In zinnen zonder antecedent kun je wie en wat vervangen door degene die en dat wat. Wie en wat noem je dan betr.vnw met ingesloten antecedent (m.i.a.). Wat (=Dat wat) je me hebt verteld, zal ik geheimhouden. www.mevrouwzus.wordpress.com 50

onb.vnw Verwijst vaag naar iets of iemand. Je kent geen bijzonderheden van de persoon of het ding. iets, niets, iemand, alles, men, wat (=iets), elk, ieder(een), etc. Niemand heeft mij iets gevraagd. www.mevrouwzus.wordpress.com 51

telw Bepaalde hoofdtelwoorden (b.htelw) geven een nauwkeurige hoeveelheid aan: één, honderd, een derde, etc. Onbepaalde hoofdtelwoorden (onb.htelw) geven een onnauwkeurige hoeveelheid aan: alle, weinig, wat, sommige, etc. Bepaalde rangtelwoorden (b.rtelw) geven de nauwkeurige plaats in een rangorde aan: eerste, tweede, honderdste, etc. Onbepaalde rangtelwoorden (onb.rtelw) geven de onnauwkeurige plaats in een rangorde aan: middelste, laatste, zoveelste, hoeveelste, etc. www.mevrouwzus.wordpress.com 52

vw Verbindt woorden, woordgroepen of zinnen met elkaar. Nevenschikkende voegwoorden (nevensch.vw) verbinden gelijkwaardige delen: en, want, maar, of en dus. Morgen kan ik helaas niet komen, want ik moet mijn repetitie leren. Onderschikkende voegwoorden (ondersch.vw) verbinden ongelijkwaardige zinnen: dat en nadat, omdat, zodat, etc. aangezien, als, dan, hoewel, indien, mits, tenzij, toen, zodra, daarom, terwijl, ofschoon en of! Kevin kan niet pinnen, omdat zijn saldo te laag is. www.mevrouwzus.wordpress.com 53

vnw.bw Bestaat uit twee delen. Het eerste deel wordt meestal gevormd door de bijwoorden er, hier, waar, daar. Het tweede deel is een voorzetsel. De delen van het vnw.bw kunnen gescheiden in de zin voorkomen. Ze kunnen geen betrekking op personen hebben. Daarmee heb ik niets te maken. Daar heb ik niets mee te maken. www.mevrouwzus.wordpress.com 54

www.mevrouwzus.wordpress.com 55