Analyse van de 360 graden feedback In deze analyse vergelijk ik de scores van de i360 Docent Feedback testen. De eerste is in november 2013 afgenomen en de 2 e in mei van dit jaar. Hieronder geef ik een vergelijk van beide testen. Test 2013 Test 2015 Relatief sterk Relatief zwak Relatief sterk Relatief zwak Zelf: Pedagogisch competent (3.6) Didactiek: Ontwerpen (3.5) Zelf: Didactiek: Aanbieden (3.0) Organisatorisch competent (3.0) Zelf: Didactiek: Begeleiden (3.6) Persoonlijke ontwikkeling (3.6) Zelf: Organisatorisch competent (3.0) Didactiek: Ontwerpen (3.0) Studenten: Interpersoonlijk competent (4.1) Pedagogisch competent (4.0) Collega s: Interpersoonlijk competent (4.6) Persoonlijke ontwikkeling (4.3) Studenten: Didactiek: Begeleiden (3.6) Competent in samenwerking (3.7) Collega s: Organisatorisch competent (3.3) Didactiek: Aanbieden (3.6) Studenten: Interpersoonlijk competent (4.9) Didactiek: Begeleiden (4.8) Collega s: Interpersoonlijk competent (4.3) Persoonlijke ontwikkeling (4.1) Studenten: Organisatorisch competent (4.1) Pedagogisch competent (4.3) Collega s: Organisatorisch competent (3.8) Didactiek: Ontwerpen (3.9) Analyse: Wat opvalt is dat ik mezelf slechter beoordeel dan dat de collega s en studenten dat doen. Wat overeenkomt is dat ik laag scoor op organisatorisch competent. Echter, de scores zijn toch ruim voldoende. Ik ben hierin gegroeid (3.3 vs 3.8) Eigenlijk scoor ik goed in de test van 2015. Waar staat relatief zwak bij de studenten scoor ik ver boven het gemiddelde (4.1 en 4.3) Interpersoonlijk competent wordt door studenten en collega s als relatief sterk gezien. Dit verbaasd me niet omdat ik het erg makkelijk vind om aan te sluiten bij de leerling. Daarnaast maak ik makkelijk contact en vind ik een open en transparante werksfeer belangrijk. Overall gezien scoor ik overal beter op dan in 2013 en dat betekent dat ik een groei heb doorgemaakt.
Overzicht sterke en zwakke gedragsindicatoren Versie 2013: Versie 2015: In de beide overzichten is te zien dat ik op sommige punten hoger scoor en op andere punten iets lager scoor in vergelijking met 2013/2015. Wat mij wel opvalt is dat er niuwe elementen staan in het overzicht welke in 2013 nog niet bij de top 15 stonden: Past betaande leermiddelen zelf aan. > competentie 3 Zorgt voor veiligheid in groepen > competentie 2 Heeft zelfinzicht: kent eigen kwaliteiten en beperkingen > competentie 1 en 7
Stimuleert eigen inbreng van studenten > competentie 3 Levert een bijdrage aan de ontwikkeling en verbetering van de opleiding > competentie 7 Kan uitleggen hoe het onderwijs is georganiseerd. > competentie 6 Bij de zwakke gedragsindicatoren heb ik een laagste score van een 3 in 2015. Dat betekent dat dit op passend niveau is. Ik zie wel een verbetering op de volgende punten: Is consequent in het hanteren van regels en afspraken > competentie 4 score 3.7 Heeft een heldere opbouw in de leerstof > competentie 3 score 3.7 Biedt een duidelijke opbouw en structuur aan van onderwijsactiviteiten > competentie 4 score 3.7
Maakt duidelijke afspraken met studenten over leertaken en wat verwacht wordt > competentie 4 score 3.7 De scores laten zien dat ik dit goed beheers. Omdat de scores overall gezien hoog zijn, zijn de zwakke gedragsindicatoren niet erg zwak te noemen. Totaaloverzicht per competentie 2013
Totaalverzicht per competentie 2015
Reflectie Ik heb de afgelopen jaren hard gewerkt aan mijn competenties. In mijn onderwijs heb ik met name het laatste jaar veranderingen doorgevoerd op het gebied van competentie 4 Organisatorisch competent. Dit heb ik gedaan door meer structuur aan te brengen in mijn lessen voor mezelf maar ook voor de leerlingen. Dit heb ik onder meer gedaan door het gebruik van Edmodo. Daarnaast heb ik meer rust in de lessen ingebouwd door voor mezelf een planning te maken die niet te strak is, maar ruimte laat voor verandering. Ik ben ook flexibeler geworden in mijn lesgeven: door te wisselen met werkvormen, of ter plekke de doelen bijstellen. Dat deed ik in het begin niet, waardoor ik vaak in tijdsnood kwam. Ik ben beter geworden in tijdsbewaking en in het handhaven van orde. Dit jaar had ik voor het eerst jongere leerlingen. Orde houden vond ik lastig. Mijn coach zegt dan: je hoeft niet aardig gevonden te worden als je maar duidelijk bent. Dit heb ik mij ter harte genomen. Tevens heb ik gemerkt hoe belangrijk het is om kaders te stellen: geen mobieltjes, jassen uit, tassen van tafel, dat soort kleine dingen. Ik merkte in het begin dat het vaak een strijd was om sommige groepen zover te krijgen. Maar ik heb gemerkt als ik hierin duidelijk de kaders aangeef dat het een automatisme gaat worden. Dit heb ik vooral gemerkt tijdens de tehatexlessen: de leerlingen gingen bij de 2 e les uit zichzelf al de jassen en tassen op de daarvoor bestemde plek neerzetten. De uitslag van de 2 e 360 graden feedback heeft me positief gestemd. De scores zijn hoger dan de versie van 2013 en dat vind ik erg mooi om te lezen. Dit betekent dat ik niet alleen de groei ervaar, maar dat dit ook wordt gezien door collega s en studenten. Uiteraard blijven er aandachtspunten, maar dat is logisch gezien de periode dat ik nu lesgeef binnen het MBO. Eén van de belangrijkste leerdoelen is wel dat ik mijn eigen grenzen stel. Ik heb het afgelopen jaar 28 uur per week gewerkt. Ik heb gemerkt dat ik dit met het reizen, studeren en cursussen best veel vindt. Ik merk dat ik met sommige taken meer tijd nodig ben. Ik heb besloten om in de toekomst niet meer dan 24 uur per week wil werken om zo op de lange termijn ook fit te blijven in mijn werk en mijn privéleven. Als ik naar de toekomst kijk wil ik me blijven ontwikkelen op het organisatorische vlak. Daarnaast heb ik gemerkt dat ik nogal veel tijd neem voor persoonlijke gesprekken met leerlingen. Dit is een leerdoel en dit past ook bij het stellen van prioriteiten en
tijdsbewaking. Doordat ik het afgelopen jaar echt een heel schooljaar ingezet ben, heb ik ook gemerkt dat er veel taken zijn naast het lesgeven. Daar wil ik de komende tijd nog meer mijn weg in gaan vinden. Ik ben trots op de scores op het interpersoonlijke en pedagogische deel. Dit bevestigd dat ik goed met anderen kan omgaan en dat ik aansluit bij de doelgroep. Mijn achtergrond als maatschappelijke werker heeft dan zeker ook voordelen hierin. Ik heb gemerkt dat het omgaan met jongeren mijn passie is. Het lesgeven, kennisoverdracht, de leerling op weg helpen met de persoonlijke en professionele ontwikkeling en de interactie die hierdoor ontstaat en de diversiteit van de leerlingen spreken me hierin erg aan. Ik weet dat ik de juiste keuze heb gemaakt voor dit vakgebied omdat mijn persoonlijke kwaliteiten hierin erg goed aansluiten. Juni 2015 Angela Rondhuis