Opschonen en tochtig worden Voeding Voeding Bij droogstand is een maximale drogestofopname doel én middel. De koe moet altijd kunnen en willen vreten, én ze mag niet vervetten. Daarvoor moet het rantsoen lekker zijn. En het dient de juiste hoeveelheid energie- en eiwit te bevatten, plus vitaminen, mineralen en spoorelementen. Meestal lopen droge koeien gedurende de eerste vijf weken in de far off-groep, die structuurrijk, energiearm voer krijgt. Vanaf drie weken voor afkalven lopen ze in de close up-groep, met het transitierantsoen. Na de tweede afkalving lijkt het beter de droge koe 40 dagen in één groep te houden. Voorwaarde is dat je de verwachte kalfdatum exact kent en de koeien droog zet met een dagproductie van minder dan 15 kg melk! 6 Succesfactoren droogstand: uitstekend koecomfort, bewegingsruimte, goed opzicht, correct rantsoen, geen stress, geen risico s, hoge kwaliteit van werken. De droogstand legt de basis voor probleemloos afkalven en probleemloos opstarten, en dus voor een vlotte volgende drachtigheid. Sleutelwoorden zijn: een uitgebalanceerd rantsoen, een vitale koe, controle/beheersing en probleemloos afkalven. Goed voeren, goed berekenen Een goed rantsoen is een zorgvuldig berekend en zorgvuldig gevoerd rantsoen, dat de koeien op de gewenste wijze opnemen en verteren. Smakelijkheid is erg belangrijk. Niemand kan een goed rantsoen voeren met matige voedermiddelen. Ook droogstandvoeding begint met een goed gewonnen product, goed inkuilen, goed uitkuilen en goed voeren. Win en/of koop jij doelgericht ruwvoer voor de droge koeien (en voor het jongvee)? Elke koe met de juiste conditie laten afkalven bereik je door de dieren met de juiste conditie droog te zetten. Dit vraagt een zorgvuldige voeding in de tweede helft van de lactatie. Deze koe heeft de ideale conditie van 3,25.
Voeding Goed voeren, goed eten! De belangrijkste voedingsfactor die het tochtig worden beïnvloedt, is de energiebalans. Het verloop daarvan toont zich in de conditiescore (BCS). Een doel van de voeding in de transitieperiode zou moeten zijn dat elke koe tochtig is geweest vóór de 40ste dag. Dat doet ze als ze géén of weinig conditie verliest (<1 punt). De meeste koeien maken een periode met een negatieve energiebalans door. Deze begint enkele dagen voor afkalven, bereikt een dieptepunt op twee weken en eindigt gemiddeld zes weken na afkalven. De diepte van de negatieve energiebalans hangt vooral af van de voeropname, veel meer dan van de melkproductie. Een goede voeropname tijdens de eerste maanden na afkalven begint in de weken vóór afkalven. Koeien die op de dag voor afkalven veel vreten, doen dit ook in de eerste maand na afkalven. En vice versa. De transitieperiode: van drie weken voor tot drie weken na afkalven De voeropname vermindert gedurende de laatste drie weken voor afkalven. Deels is dit onvermijdbaar. Deels hangt het af van beheersbare factoren: stress, smakelijkheid van het rantsoen, beschikbaarheid van water, vitaliteit van de koe. Droge koeien moeten onbeperkt lekker eten hebben en niet selecteren. Je ziet schone snuiten en geen zoekgedrag zoals hier. Vergelijk het structuurgehalte van het restvoer met het rantsoen. Controleer tweemaal daags de pensvulling en de mest van élke koe, en wekelijks de conditie. Onbeperkt schoon water, uitstekende ventilatie, optimaal ligcomfort en beweging stimuleren de vitaliteit van de droge koe. Vermijd verder alle vormen van stress: verplaatsing, hitte ( 21 C), jeuk, verwondingen, kreupelheid, enzovoort. Oppervlak strooiselbed: 9 m 2 per koe. De pensflora breekt de energiedragers in het voer af tot vluchtige vetzuren. Deze vetzuren worden door de vlokken op de penswand opgenomen en zijn een energiebron voor de koe. Structuur en speeksel (herkauwen) zorgen ervoor dat de pens-ph niet te veel daalt (buffering). Om begin lactatie pensverzuring te voorkomen, moeten de pensvlokken zo veel mogelijk vetzuren per minuut opnemen, dus zo talrijk en zo lang mogelijk zijn. Propionzuur stimuleert de ontwikkeling van lange pensvlokken. Dit zuur ontstaat uit suikers en onbestendig zetmeel. Vandaar dat deze bestanddelen in een transitierantsoen horen (bijv. behandelde granen). Pensverzuring maakt dat de koe minder vreet én vermindert de opname van voedingsstoffen. Het is een belangrijke oorzaak van overmatige vermagering en klauwproblemen. Voeding kan tot wel tweederde van de verschillen veroorzaken in vruchtbaarheidsresultaten tussen bedrijven 7
Succesfactoren bij transitie Succesfactoren bij transitie De koe is actief en alert. De koe is gezond en vrij van parasieten, wonden, kneuzingen en ontstekingen. Ze heeft gezonde, goedgevormde klauwen. Tweelingdracht Een koe met een tweelingdracht neemt in de laatste vijf weken voor afkalven minder voer op. Geef haar een rantsoen met een hoger gehalte aan energie, eiwit en andere voedingsstoffen, zodat ze zo min mogelijk conditie verliest. Plaats haar de gehele droogstand in de close up-groep. En zorg dat ze niet te mager is bij droogzetten (BCS > 2,5). Let extra op bij afkalven. Een koe met een tweeling heeft meer kans op geboorteproblemen, door melkziekte en/of verkeerde ligging van een kalf. Zoekplaatje Wat vertelt deze vaars over haar transitie? Op geen enkel moment verliest een koe het contact met haar groep. Ze heeft ruim plaats om te kalven (met name vaarzen) in een frisse, vertrouwde, comfortabele ruimte. De koe vreet en drinkt met graagte en zonder te selecteren. Ze heeft continu een pensvulling tussen 3,5 en 4. Haar mest is goed verteerd en redelijk gevormd (consistentie 3 tot 4 ). Ze kan continu beschikken over lekker voer en water. Regelmatige controle van: voer: temperatuur, selectie, samenstelling bloed: mineralen en spoorelementen bloed: NEFA s (energiebalans) urine: ph Deze pas afgekalfde vaars heeft gave hakken, goede benen en een matig gevulde pens (score 2). Ze is vuil, dus er is meer kans op baarmoederontsteking. Controleer dit. Ze houdt haar staart af: waarschijnlijk door beschadiging (pijn) van de geboorteweg. Behandel haar hiervoor en zorg dat ze genoeg eet, drinkt en ligt. 8
Vaarzenintroductie Introductie van vaarzen De introductie van vaarzen begint 8-6 weken voor de verwachte kalfdatum. Ze behoren dan tot de droge koeien. Start je dichter bij afkalven, dan is de vaars veel minder in staat grote veranderingen op te vangen. Goed Ook voor vaarzenintroductie geldt, dat het succes voortkomt uit de voorbereiding. Je start met een grote, sterke, gezonde vaars. Het dier gaat kalven op een datum die je vrij zeker kent, van een stier die lichte kalveren geeft. Je hebt een planning, met datums, doelen en uitgewerkte werkwijzen, waarmee je die doelen gaat bereiken. Bijvoorbeeld klauwcontrole en -behandeling bij introductie. Voeg de vaarzen in groepjes toe aan de droge koeien. Te laat Door stress daalt de weerstand van de vaars en krijgt ze eerder baarmoederontsteking en uierontsteking. Een gestresste vaars blijft veel te lang staan. Dus ontstaan zoolbloedingen en bevangenheid, en schade door bevangenheid herstelt zich nooit meer. Ze zal ook te weinig vreten en drinken, dus eerder pensverzuring krijgen. Fouten in de voedingstoestand (te hoge conditie, tekorten) zorgen dat het opschoningsproces van de baarmoeder slechter verloopt. Stress rondom afkalven maakt dat het geboorteproces niet goed doorzet, waardoor het risico op geboortewegbeschadiging, napijn en baarmoederontsteking stijgt. Succesvoorwaarden voor introductie Gezond De vaars heeft gezonde, goed gevormde klauwen. Ze is vrij van wonden, ontstekingen, ziektes (onder andere BVD, para-tbc) en parasieten (schurft, luizen, maagdarm- en longwormen, leverbot). Afgestemd op de bedrijfssituatie bezit ze gerichte weerstand tegen parasieten en infectieziektes als longwormen, IBR, BVD, E.coli/rota/coronavirus, enzovoort. Gewend De vaars is volledig vertrouwd met het rantsoen, het voerhek, de vloer en de ligboxen. Ze kent de geluiden en de geuren in de stal en ze kent de koppel. En ze kan grazen. (bij weidegang).] Gevoed De vaars heeft een conditiescore van 3,5. Haar mineralen-, vitamineen spoorelementenbalans zijn op orde (Mg, Se, Cu, Co, I, vit E, vit A, enzovoort). Je hebt dit gecheckt met een bloedonderzoek. Gemak De vaars kan comfortabel twaalfmaal daags vreten, drinken en rusten. Succesfactoren hiervoor zijn: voldoende bewegingsruimte (oppervlakte, grip, geen risicoplaatsen, rustplaatsen), weinig rangordestrijd (voermanagement, ruimte) en geen angst voor de veehouder en diens acties. In open stallen vertonen koeien minder schrikreacties. Voorkom een te groot zucht-uier, dat slecht lopen en mastitis tot gevolg heeft. 9
Organisatie afkalven Om elke koe de beste verzorging te geven moet je altijd op dezelfde manier werken. Juist de routine zorgt dat je nooit een onderdeel overslaat. Doe je telkens wat anders, dan heb je geen houvast voor controle en verbeteringen. Zorg dat je elke stap hebt doordacht. Bij voorkeur zet je je werkwijzen op papier. Of leg ze eens uit, bijv. aan een stageloper. Met een standaard werkwijze kun je ook de stal zo inrichten dat je altijd snel, gemakkelijk, prettig en goed kunt werken. En je weet wat je nodig hebt en wat niet. Een frisse, droge stal met veel bewegingsruimte. Ook met een groot uier kunnen de koeien eenvoudig gaan liggen. Met de hekken kun je snel een kalvende koe afzonderen en vastzetten. Het looppad biedt gemakkelijke toegang. Buiten de foto is een werkhok met opslag van materialen, biest en een wasplaats. Maten voor een afkalfhok: 5 x 5 m. Na het melken: check banden. Als die gezakt zijn, geef koe groene streep. Overdag: check elk uur de groengestreepte koeien (plus snel de rest). Als koe kalft, dan afzonderen. Schrijf tijd+wat je ziet op bord. Voel de koe op als: 2 uur na uittreden van (blauwe) waterblaas geen pootjesblaas (slijmblaas/wit) of pootjes te zien zijn; als je twijfelt. Verleen verloshulp als: bij een persende koe het kalf na een half uur niet verder is gekomen; het kalf verkeerd ligt; als je twijfelt. Verloshulp: standaard werkwijze. Koe na afkalven: zoveel lauw water geven als ze lust; vers voer geven; uitmelken, kalf biest geven, rest in koelkast; emmernummer opschrijven op bord. elk uur controleren; als je twijfelt aan een tweeling: opvoelen; als nageboorte eraf is naar verse koeiengroep. Controle en ingrijpen Een koe die vlot en zonder hulp afkalft is gezond én lijdt het minst van het afkalven. Zorg voor een ruime stal en weinig stress. Je wilt elke kalvende koe goed kunnen zien en beoordelen, om te weten dat het goed gaat. En je wilt gemakkelijk en hygiënisch ontsluiting en ligging van het kalf kunnen controleren. In een goede afkalfruimte kun je een koe snel vastzetten, waarbij ze ook kan gaan liggen. Je hebt veel licht, veel ruimte en kunt gemakkelijk bij de koe komen met allerlei spullen. Bovendien heb je alle hulpmiddelen bij de hand voor koe en kalf. Vakmanschap en organisatie Slecht uitgevoerde afkalfhulp vergroot het risico op aan de nageboorte blijven staan, schedeontsteking en witvuilen. Witvuilen veroorzaak je doordat je tijdens verloshulp de baarmoeder beschadigt. Deze is daardoor minder goed in staat om zich samen te trekken en om bacteriën op te ruimen. Bij onhygiënisch werken breng je bovendien veel bacteriën in de baarmoeder, waardoor je de kans op witvuilen sterk vergroot. Een schedeontsteking komt door overrekking en inscheuren. Door de pijn vreet het dier de eerste dagen slecht. Zonder behandeling ontstaat vaak een acute baarmoederontsteking en/of witvuilen. Vanaf het moment dat je de eerste blaas ziet, duurt de geboorte bij een koe 1 tot 4 uur, en bij een vaars 2 tot 6 uur. 10
Verloshulp Standaard werkwijze verloshulp Stap 1 Stap 2 Stap 3 Materialen: Een verlosjas, een emmer lauw water met ontsmettingmiddel voor jezelf, een emmer koud water voor het kalf, een halster voor de koe en heel veel glijmiddel. Verlosapparaat staat klaar. De verlostouwtjes zitten in het ontsmettingswater. De koe staat vast. Was je armen en het achterstel van de koe met het ontsmettingsmiddel. Zorg dat er niets terugloopt in de emmer. Gebruik veel glijmiddel. Bind de staart aan het halster. Met een redelijke trekkracht van het verlosapparaat voel je of het kalf geboren kan worden. Oefen jezelf in het herkennen van de bekkeningang en de onderdelen van het kalf. De meeste kalfkoeien gaan vanzelf liggen. Stap 4 Stap 5 Stap 6 Kan het kalf geboren worden? Je probeert in te schatten hoe groot het kalf is ten opzichte van de bekkeningang. Normale ligging: Voel bij de bekkeningang de ruimte boven de kop van het kalf en voel hoe de boegen (schoudergewrichten) liggen ten opzichte van de bekkeningang. Liggen deze voor of buiten de bekkeningang? Hoe ver liggen ze van de bekkeningang? Normen: je hand kan over de kop; afstand bekkeningang tot beide boegen: bij de staande koe < 10 cm bij de liggende koe < 5 cm (meet de lengte van je wijsvinger). Bij een achterstevoren kalf (stuitligging): Draai het achterstel van het kalf 30 naar links of rechts. Bij redelijke trekkracht moeten de hakjes in het vlak van de kling komen. Neem bij een vaars veel tijd om de geboorteweg op te rekken. Vraag de dierenarts hoe. Een zijdelings liggende koe heeft een ruimere bekkeningang en kan harder persen. Met een touw onder de buik, achter de voorpoten en voor het uier, kun je de koe neerleggen. Neem tijd voor de verlossing. Trek als de koe perst en geef het kalf rust als de koe niet perst, door niet te trekken. Voel na de geboorte of er nog een kalf zit en check de geboorteweg op beschadigingen. Is de schede erg blauw of ingescheurd, koel deze dan 10 minuten met koud stromend water. Vraag de dierenarts om een behandelplan voor zulke dieren. 11
Opstarten: de koe Alle problemen tijdens het opstarten versterken elkaar. Ze maken dat de cyclus trager op gang komt. Controle Áls een koe problemen krijgt, wil je dat snel weten. Want vroeg en adequaat ingrijpen beperkt de schade en biedt maximale kans op herstel. Ten tweede geeft controle continu informatie over hoe het proces van afkalven en opstarten verloopt. De beste manier van controleren is alle verse koeien de eerste week tweemaal daags te temperaturen. Dat gaat makkelijk als ze in een aparte versekoeiengroep staan met een vastzetvoerhek. Is de temperatuur hoger dan 39,5 C, dan heeft de koe koorts. De meest voorkomende oorzaak hiervan is baarmoederontsteking. Op plaats twee staat uierontsteking. Andere controlepunten zijn: activiteit, temperatuur van de oren, pensvulling, mest en productie. 12 Verse koeien moeten gemakkelijk kunnen eten en drinken, in een goed geventileerde omgeving. Ze zijn zwak, hun klauwen kwetsbaar en hun uiers pijnlijk gezwollen. De ligplaatsen moeten dus zeer ruim en comfortabel zijn. In een aparte verse koeiengroep hoeven de dieren minder te concurreren om voer, water en ligplaatsen. Veel ruimte zorgt dat ze vrijelijk kunnen rondlopen. Plaats de versekoeiengroep dicht bij de melkstal en melk deze dieren als eerste. Laat koeien gemiddeld 14 dagen in deze groep, aandachtskoeien langer. Afmetingen strooiselstal: 10m 2 per koe, plus looppaden. Ligbox voor een verse koe van 700 kg: 5,50 meter bij een dubbele rij; 3,25 meter of meer aan de muur. Breedte: 1,35 meter. Met open kopruimte tot 1,15 meter hoogte, een lage knieboom (10 cm of minder) en een zachte bodem. Het tien-dagen plan Temperatuur de eerste tien dagen na afkalven dagelijks alle verse koeien en controleer hun pensvulling en mest. Je vindt zo zieke koeien vóórdat ze ernstige problemen hebben. < 38,4 C: aandachtkoe 38,4-39,0 C: in orde 39,0-39,5 C: aandachtkoe > 39,5 C: behandelen Op dit grote bedrijf temperatuurt iemand elke dag de pas-afgekalfde koeien. Bij een afwijkende temperatuur controleert hij andere punten, zoals pensvulling, uier en slepende melkziekte (met een sneltest). Het bedrijfsbehandelplan vertelt bij welke signalen hij welke (be-)handeling moet toepassen.
Opstarten: de nageboorte Afkomen van nageboorte Het niet afkomen van de nageboorte (placenta) komt door een verstoring van de complexe reactie waarmee het immuunsysteem van de koe de aanhechting van de nageboorte aan de baarmoeder afbreekt. Bekende zijn: voedingsgebreken: onder andere gebrek aan seleen, vitamine E, jodium en vitamine A; Magnesium- en Calciumgebrek (melk- /kalfziekte) leververvetting: te vette koe, conditieverlies in droogstand; stress; trauma van de baarmoederwand: zwaar afkalven, slag in de baarmoeder; vroeggeboorte, dode vrucht voor de geboorte; ziekte of infecties, inclusief een slechte hygiëne bij afkalven. Als de nageboorte er na 12 uur nog niet af is, is sprake van een ziektekundig probleem. Officieel spreekt men pas na 24 uur van aan de nageboorte staan (retentio secundinarum). Vertraagd afkomen (6-24 uur) kan komen door weeënzwakte. Vaak ligt daar melkziekte (kalfziekte) aan ten grondslag: om samen te trekken heeft de baarmoeder namelijk calcium nodig en daaraan is een tekort bij melkziekte. Gemiddeld blijft 5 procent van de koeien aan de nageboorte staan. Koeien die aan de nageboorte staan, hebben een verhoogde kans op een baarmoederontsteking. Hun cyclus komt later op gang en ze worden later drachtig. = 1 cm Tijdens de dracht vindt de uitwisseling van voedingsstoffen, ademhalingsgassen en afvalstoffen in de baarmoeder plaats in gespecialiseerde gebieden: de placentomen. Hier heeft de nageboorte via talloze uitstulpinkjes hecht contact met de baarmoederwand. Deze structuren op de nageboorte heten cotyledonen. Op de baarmoederwand heten ze carunkels. Er bestaat nog geen goede manier om een vastzittende nageboorte los te krijgen. Wacht tot deze na 2-11 dagen vanzelf afkomt. Handmatig verwijderen levert geen beter resultaat. Temperatuur de koe tweemaal daags. Is de temperatuur boven 39,0 C en stinkt de uitvloeiing, dan is er een baarmoederontsteking ontstaan. Check ook het uier! Behandel de koe met antibiotica volgens advies van de dierenarts. Hormonen laten de baarmoeder samentrekken (oxytocine en PgF2α). De baarmoeder perst haar inhoud naar buiten en knijpt daarbij de cotyledonen uit de carunkels. Het gewicht van de nageboorte doet de rest. Oxytocine komt ook vrij bij stimulatie van de spenen (zuigend kalf, melken). De koe produceert in de eerste zeven dagen na afkalven continu zoveel PgF2α, dat injecties geen zin hebben. De nageboorte zit alleen in de placentomen (rozetten) vast aan de baarmoeder. De geboorte vormt het signaal voor het afweersysteem van de koe om de verbinding tussen baarmoeder en nageboorte te gaan verbreken. 13
Huisvesting en management Het succes bepaal je zelf De erfelijkheidsgraad van problemen rondom afkalven is ongeveer nul. Dit betekent dat het succes en de problemen bij afkalven vrijwel volledig worden bepaald door jouw management en de huisvesting. Ideaal In de optimale situatie heeft de koe op dag 8 tot 14 haar eerste eisprong. Daarbij vertoont zij geen tochtigheid (de zogenoemde stille tocht). Op dag 35 is ze tochtig geweest. Zogen door een kalf remt de cyclus. Een goed functionerende pens geeft de koe gezondheid. Te volle stallen verminderen de arbeidsvreugde en dus de motivatie Vraagstuk Kom in actie bij: meer dan 20% verloshulp (1 op 5); meer dan 10% melkziekte bij tweedekalfs en ouder (1 op 10); meer dan 5% aan de nageboorte (1 op 20); meer dan 4% lebmaagdraaiingen (1 op 25); meer dan 10% witvuilen (1 op 10). Amerikaanse onderzoekers vergeleken bedrijven en vonden een rechtlijnig verband tussen het percentage drachtige koeien op 150 dagen en de vreetruimte per koe (van 30 tot 60 cm). Wat zijn volgens jou de onderliggende oorzaken? (Wiltbank et al, 2007) Drachtpercentage na 1 e inseminatie 0 0,5 1 Verlies conditie na afkalven De invloed van de energiebalans in de maand na afkalven op het succes van de eerste inseminatie. In een tweerijige stal heeft elke koe een ruime vreetplaats. Afstand tussen doorsteken: maximaal 2x20 ligboxen. In een gevulde drierijige stal kunnen de koeien niet tegelijk aan het voerhek en zijn zij beperkt in hun loopruimte. Als elke koe een vreetplaats heeft, zullen de koeien in een groep gemiddeld meer maaltijden vreten, meer voer opnemen, beter kauwen en meer drinken. Als ze in een negatieve energiebalans komen, zal deze korter duren en minder negatief zijn. De koeien zullen minder problemen hebben met pensverzuring en verminderde klauwkwaliteit. In te volle stallen hebben de koeien minder ruimte om hun tochtigheid te tonen. Een hoge veebezetting geeft stress en weerstandsdaling. De ventilatie is minder effectief, dus is er een hogere ziektedruk en eerder hittestress. 14
Controle van geslachtsapparaat Involutie en opschonen De baarmoeder van een koe verkleint zich in de loop van vier weken van een zak waarin een kalf van circa 40 kg, de nageboorte en circa 20 liter vruchtwater zaten, naar een zakje van 2 à 3 liter. Dit proces heet involutie. Gedurende de involutie moet de baarmoeder zich ook ontdoen van vocht en bacteriën in haar inwendige holte: rond het afkalven raakt de baarmoeder onvermijdelijk geïnfecteerd met bacteriën. Of zich daaruit een baarmoederontsteking ontwikkelt, hangt allereerst af van de weerstand van de koe. Ten tweede van de hoeveelheid bacteriën en hun ziekteverwekkend vermogen. Baarmoederontsteking De geur en de kleur van baarmoederuitvloeiing geven informatie over het stadium van genezing van de baarmoeder en of behandeling nodig is. In onderstaande gevallen is behandeling nodig. Dunne, stinkende uitvloeiing. Je ziet geen stevig, doorzichtig slijm. Deze koe moet behandeld worden. Mogelijk is het dier algeheel ziek. Dikke uitvloeiing die niet stinkt. Je ziet flarden doorzichtig, taai slijm. Deze koe is zichzelf aan het opschonen. Dunne uitvloeiing die niet stinkt. Je ziet geen doorzichtig, taai slijm. Geen tekenen van spontaan herstel. De koe is verder gezond. Stinkende baarmoederontsteking betekent een actieve ontsteking die behandeld moet worden met antibiotica. Dit kan met injecties, of lokaal in de baarmoeder (injector). Witvuilen is een niet-stinkende gele uitvloeiing of bijmenging van tochtslijm. Dit is te behandelen door de koe tochtig te spuiten, of via lokale antibiotica (injector). Vraag de dierenarts om uitleg en om een bedrijfsbehandelplan. Een bedrijfsbehandelplan beschrijf voor jóuw bedrijf de beste behandeling bij goed omschreven symptomen. Om drachtig te worden moet de baarmoederholte vrij zijn van ontsteking. Een lebmaagdraaiing ontstaat door een te grote opname aan snel fermenteerbaar voer, meestal in de eerste tot derde week na afkalven. Voer een structuurrijk en compleet basisrantsoen. En zorg dat de pens altijd vol is. Op 30 dagen wil je weten of de koe geen baarmoederontsteking heeft. Ook dit vereist vakmanschap. De beste methode is kijken met een speculum. Deze lepel is de tweede keuze, net als rectaal voelen. 15