Semantiek 1 college 2

Vergelijkbare documenten
Semantiek 1 college 1

Semantiek 1 college 3

Semantiek 1 college 4. Jan Koster

Semantiek 1 college 8. Jan Koster

Semantiek 1 college 10. Jan Koster

De naïeve betekenistheorie. De betekenis van een woord is het object waar dat woord voor staat.

Woord en wereld Een inleiding tot de taalfilosofie

Semantiek 1 college 9. Jan Koster

Indexicale Problemen voor Frege

TAALFILOSOFIE. Overkoepelende vraag: WAT IS BETEKENIS?

TAALFILOSOFIE. Overkoepelende vraag: WAT IS BETEKENIS?

Tegelzetter of Tovenaar? Jan Koster

Achtergrond bij de pragmatiek

TAALFILOSOFIE. Overkoepelende vraag: WAT IS BETEKENIS?

n filosofie n wetenschapsfilosofie n soorten wetenschap n filosofie van de informatica n inhoud college n werkwijze college

Is de predikaatopvatting van eigennamen definitief weerlegd?

Betekenis I: Semantiek

TAALFILOSOFIE WAT IS BETEKENIS?

Pragmatiek. 6 juni 2009

Een hele eenvoudige benadering van de oplossing van dit probleem die men wel voorgesteld heeft, is de volgende regel:

JURIDISCHE SEMANTIEK

Overzicht van tabellen en figuren

Hoofdstuk 2. Kennis en geloof

Formele Semantiek Van de predicatenlogica naar gegeneraliseerde kwantoren. Jeroen Van Craenenbroeck en Guido Vanden Wyngaerd

Semantiek van predicatenlogica en Tractatus

Vorm en Betekenis. Jan van Eijck. Inleiding Taalkunde, Juni 2006

Inhoudsopgave. Deel I Kritische discoursanalyse. Overzicht van tabellen en figuren Tabellen Figuren Voorwoord Inleiding en verantwoording Inleiding

Betekenis 2: lambda-abstractie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Inleiding taalkunde. Inleiding - 23 april 2013 Marieke Schouwstra

College 4: Gegeneraliseerde Kwantoren

TAALFILOSOFIE SYLLABUS

Geloven en redeneren. Samenvatting

Identiteit en misverstand. 1

TAALFILOSOFIE. Overkoepelende vraag: WAT IS BETEKENIS?

Geest, brein en cognitie

Logica 1. Joost J. Joosten

Wat heeft het schoolvak Nederlands te winnen bij taalkunde? Hans Hulshof Maaike Rietmeijer Arie Verhagen

BEWUSTZIJN GEEST BEWUSTE GEEST DENKEN BEWUST-DENKEN

Taalfilosofie. Werkboek. Door Sake van der Wall

2. Syntaxis en semantiek

The expression of modifiers and arguments in the noun phrase and beyond van Rijn, M.A.

TAALFILOSOFIE WAT IS BETEKENIS?

Semantiek 1 college 7. Jan Koster

Ludwig Wittgenstein ( ) Filosofie in de twintigste eeuw

Filosofie voor de Wetenschappen

Samenvatting in het Nederlands

Samenvatting Zoeken naar en leren begrijpen van speciale woorden Herkenning en de interpretatie van metaforen door schoolkinderen

Leren Filosoferen. Laatste avond

Leren Filosoferen. Tweede avond

BEGRIJPEN EPISTEMISCH SIGNIFICANT?

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten

De automatische analyse van subjectiviteit en causale samenhang in tekst

Nederlandse Samenvatting

Semantiek 1 college 12. Jan Koster

Benodigde voorkennis taal verkennen groep 5

Inleiding: Semantiek

Inleiding Logica voor CKI, 2013/14

De Syntax-Semantiekredenering van Searle

Pre-Academisch Onderwijs. Ontwikkelingslijnen en leerdoelen

Opdrachten Werkcollege 4

IK, MIJ, ZELF. IDENTITEIT IN TIJDEN VAN HET INTERNET BEATE VOLKER, SOCIOLOGE, UVA BEATEVOLKER.NL

Logica als een oefening in Formeel Denken

Hoofdstuk 3. Antwoorden

Gegeneraliseerde Kwantoren

Predikatenlogica in Vogelvlucht

Late fouten in het taalbegrip van kinderen

Gottlob Frege, Über Sinn und Bedeutung. [1892] Uit: Gottlob Frege, Funktion, Begriff, Bedeutung. Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen, 1980, pp

Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp

Naam student. Examennummer. Handtekening

Onderzoeksvraag: Welke ontwikkelingen in de Republiek stimuleerden de wetenschap en de cultuur?

Identiteit in de ICT. Filosofie, identificatie, authenticatie

LUISTERVAARDIGHEID EN

Latijn-wiskunde Latijn-moderne talen wetenschappen economie-wiskunde economie-moderne talen humane wetenschappen

1. TRADITIONELE LOGICA EN ARGUMENTATIELEER

Helden van de wiskunde: L.E.J. Brouwer Brouwers visie vanuit een logica-informatica perspectief

Als U begrijpt wat ik bedoel...

2.5 Seminar Literatur- und Sprachwissenschaft (3. und 4. Semester) 2.5 a Werkcollege met werkstuk (en presentatie) datum:

Voortgezette Logica, Week 2

Inleiding op de Semiotiek

Onbegrip in eenvoudige conversaties

Problemen in de spraak- en taalontwikkeling consensus, signalering & follow-up

Transcriptie:

Semantiek 1 college 2 Jan Koster 1

Boek 2

Twee benaderingen Referentiële semantiek (denotationeel) Accent op relaties tussen taalelementen en buitentalige werkelijkheid (externalisme) Representationele semantiek Accent op conceptuele structuur ( mentale modellen ) waarmee we de wereld benaderen (internalisme) 3

Soms: denote vs. refer Denote: relatie tussen taalelementen en de wereld ( eigenschappen van woorden) Refer: wat een spreker doet als hij met taal naar aspecten van de wereld verwijst ( eigenschappen van taalgebruikers) 4

Semantiek en Pragmatiek (1) Klassiek (volgens semioticus Charles Morris): Syntaxis: formele relaties tussen tekens Semantiek: relaties tussen tekens en de objecten waarop zij van toepassing zijn Pragmatiek: de relatie van tekens tot interpretatoren (spreker, hoorder) 5

Gottlob Frege Duits wiskundige en filosoof (1848-1925), grondlegger van logicisme en moderne referentiële semantiek Maakte onderscheid tussen Sinn (sense, betekenis, intensie) en Bedeutung (reference, denotatie, extensie) Voorbeeld: morgenster en avondster (= Venus) 6

Semantiek en Pragmatiek (2) Onderscheid vooral in Fregeaanse traditie en later in het logisch positivisme Frege: betekenis is objectief, staat los van individuele kennis of subjectiviteit Logisch positivisme: zinnen zijn óf analytisch (tautologisch) óf gekoppeld aan extensies (brugprincipes, I-functies) 7

Logisch positivisme Wiener Kreis, groep Weense wiskundigen en filosofen met o.a. Moritz Schlick en Rudolf Carnap (jaren 20 en 30 van de 20 ste eeuw). Anti-metafysisch Onwikkeling referentiële semantiek 8

Polysemie (1) Het boek weegt een pond Het boek is spannend Het boek past op een memory stick Het boek bestaat alleen nog in haar hoofd Het boek is zijn belangrijkste bron van inkomsten etc. 9

Interpretatie bepaalt referentie (denotatie) noodzakelijke voorwaarde voor referentie hangt af van context en kennis (en zelfs het wereldbeeld) van taalgebruikers 10

Semantiek en Pragmatiek (3) Onderscheid is twijfelachtig: het is de vraag of er betekenis is zonder contextuele interpretatie door mensen Wisselend wereldbeeld onderdeel van context Probleem van groot belang voor de omgang met teksten (wetenschappelijke theorieën, wetsteksten, religieuze teksten) 11

Voorlopige conclusie representationele theorie is correct betekenis kan (althans in de besproken gevallen) niet gezien worden als verzameling eigenschappen van woorden (denotatie) los van spreker en hoorder 12

Referentie (denotatie) Bij inhoudswoorden: zelfstandige naamwoorden (boek), werkwoorden (spelen), adjectieven (blauw), etc. Niet bij functiewoorden: kwantoren (alle, sommige), lidwoorden (de, het, een), voegwoorden (dat, en, maar, want), bijwoorden (niet, misschien) 13

Zelfstandige naamwoorden Boek: verwijst naar verzameling boeken (denotatie, extensie) Het boek: pas door combinatie met lidwoord kan er verwezen worden naar individu 14

Deixis Verwijzing variabel: afhankelijk van wie spreker is of toegesprokene: ik, jij (deiktische woorden of indexicals) Vraag: is de verwijzing van woorden als boek vast of variabel? 15

Twee theorieën over namen Descriptietheorie: referentie komt tot stand via juiste descripties (Frege, Russell, Searle) Causale theorie: referentie wordt veroorzaakt door initiële naamgevingshandeling (zoals doop) (Kripke, Donnellan) Eenzijdige nadruk op één soort gebruik van namen (gaat niet over dè betekenis) 16

Polysemie (2) Kant is moeilijk Jan Koster is moeilijk Schubert is moeilijk Schubert is 30 pagina s Schubert ligt in de winkel Schubert wordt herbegraven volgend jaar Schubert kan gratis gedownload worden Schubert kun je tegen betaling laten branden etc. 17

Definiete descripties Zelfstandige naamwoorden met bepaald lidwoord: de broer van Marie, het hoofd van de afdeling, etc. Existentiële presuppositie (Russell): De huidige koning van Frankrijk is kaal 18

Mentale representaties beeld in hoofd op basis van gelijkenis definities (noodzakelijke en voldoende voorwaarden) parafrases prototypes kennisclusters 19

Beeldtheorie Beeldtheorie deed opgang bij de empiristen in 17 e eeuw (bv. John Locke) Weerlegd door bisschop Berkeley: Driehoek met rechthoek, scherpe hoeken, stompe hoek, al dan niet gelijkzijdig, etc. geen algemeen beeld 20

Definities vooral populair bij Aristoteles (essenties, universalia, waarvoor noodzakelijke en voldoende voorwaarden kunnen worden gegeven) lukt nooit: vgl. mens = ongevederde tweevoeter kennis van de wereld variabel 21

Parafrases Vergelijkbaar probleem: pork = meat from pigs Geen scherpe grens tussen woordenboek en encyclopedie (tussen semantische taalkennis en kennis van de wereld) 22

Prototypes Bedacht door Eleanor Rosch Voor veel begrippen bestaat een typisch exemplaar. Hond: 23

Prototype is niet de betekenis van een woord Hoe zit het met blinden? Woordgebruik kan van allerlei soorten kennis afhangen; slechts één vorm van kennis (vaak contrafactief) Niet het soort kennis dat compositionaliteit kan ondergaan ( de oude hond ) 24

Kennistheorie wat is kennis? Lexicale kennis JK: interpretatie van informatieclusters bij woorden (informatie = codes) informatieclusters niet voor iedereen hetzelfde. Succesvolle communicatie bij overlapping 25

Hilary Putnam (1975): Linguistic division of labor Beuk, eik, iep, etc.: expert kan er meer over zeggen dan leek (vgl. water en H 2 O) Kennis gespreid over taalgemeenschap: velen weten meer dan één 26

Culturele benaderingen taal en cognitie Mondiaal cultureel contact door Europese expansie Montaigne, Locke, Montesquieu Multiculturalisme culmineerde in Duitse Romantiek ( identiteit, roots ). Herder en Von Humboldt pasten deze ideeën to op de taal (c. 1800) 27

USA: de Boas-traditie Franz Boas (1858-1942) Boas in traditie van Duitse Romantiek Studie van Indianentalen Cultureel relativisme in Amerikaanse anthropologie en linguistiek: Alfred Kroeber, Ruth Benedict, Clyde Kluckhohn, Margaret Mead, Edward Sapir 28

Sapir-Whorf-hypothese linguïstische relativiteit taal bepaalt het denken in zwakke vorm triviaal, in sterke vorm onjuist 29